Bijlage 13 Toelichting Donte 9 (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
Op het achtererf worden een aantal functionele elementen toegevoegd om de randen van het erf te markeren. Hierbij wordt terughoudend omgegaan met het toevoegen van al te veel elementen die het gebied verder kunnen verdichten en/of van negatieve invloed kunnen zijn op de struweelvogels. Rondom de moestuin worden enkele fruitbomen gepland. Aan de noordzijde wordt een bomenrij van eiken gepland. Hierbij wordt voorgesteld om een onregelmatige plantafstand te hanteren en waar mogelijk de bomen niet strak in een rij te zetten maar onregelmatig aan te planten binnen een breedte van 3 meter. Hierdoor wordt het zicht vanaf de doorgaande weg op de kopgevel van gebouw A gebroken, zonder dat het erf helemaal weg wordt gestopt. Aan de zuidzijde wordt terughoudender omgegaan met hoog opgaande beplanting. Er worden enkele bomen toegevoegd, ook hier worden eiken voorgesteld. Het centrale element aan de zuidzijde is de landschappelijke kikkerpoel. Deze wordt aangelegd met een ecologisch talud en kan fungeren als ‘stepping stone’ in het gebied voor amfibieën. Tevens kan de poel voorzien in drinkwater voor vogels en andere dieren in de omgeving. Aanplant
De notenbomen worden aangeplant in een maat 16/18 en voorzien van twee boompalen en waar nodig afrastering om vraat te voorkomen van schapen/paarden. De eikenbomenrij en de vijf eiken aan de zuidzijde worden aangeplant in bosplantsoen in de maat 150/175 cm, met een onregelmatige plantafstand en waar nodig afrastering om vraat te voorkomen van schapen/paarden. De fruitbomen (kersen en appels) worden aangeplant in de maat 12/14. Beheer
De notenbomen mogen worden opgekroond tot 350/400 cm boven maaiveld. De fruitbomen mogen jaarlijks gesnoeid worden. Ten aanzien van de eiken wordt niet voorzien in een natuurlijke groei van de elementen zonder snoei. drs. ing. Dirk van Nuland 16 februari 2021, aangevuld 18-1-2022
Ruimtelijke onderbouwing Donte 9 Sint-Oedenrode
BIJLAGE 5
09-02-2022
MER-BESLUIT
51
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS (FASE 1) Onderwerp Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad hebben op 28 januari 2021 een aanvraag om een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (fase 1) ontvangen van Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode. Het betreft een aanvraag voor het veranderen van een agrarische inrichting. De inrichting ligt aan Donte 9 te Sint-Oedenrode, kadastrale gemeente Sint-Oedenrode, sectie L, nummer 805. De aanvraag is geregistreerd onder nummer OV-2021-0078. Concreet wordt verzocht om een vergunning voor: • het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (artikel 2.1, lid 1 onder i van de Wabo); o milieu (artikel 2.2a, lid 1 onder c van het Bor).
Besluit Wij besluiten om, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze beschikking en gelet op artikel 2.1 van de Wabo: • de vergunning te verlenen voor de volgende activiteiten: o het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, artikel 2.1, lid 1 onder i van de Wabo; • milieu (artikel 2.2a, lid 1 onder c van het Bor); • dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning: o aanvraagformulier d.d. 28 januari 2021; o tekening, projectnr. 895715, tekeningnr.Ma-21, wijzigingsdatum 12 januari 2021; o Vormvrije M.E.R.-beoordelingsnotitie, datum 28 januari 2021; o diertabel 21 januari 2021; o ISL3a PM10 datum 17 januari 2021; o ISL3a PM2,5 datum 17 januari 2021; o Aanvulling betreft gefaseerde aanvraag fase 1, e-mail ingekomen 17 maart 2021. • dat, vanwege het ontbreken van relevante criteria waaronder de aangevraagde activiteit wordt ondernomen, voor de voorgenomen oprichting van 60 dierplaatsen voor paarden en pony’s, zoals omschreven in de vormvrije M.E.R-notitie, bij de voorbereiding van het besluit ten aanzien van de aanvraag om de omgevingsvergunning géén milieueffectrapport (MER) hoeft te worden gemaakt.
In dit besluit zijn, conform artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht (Bor), geen voorschriften opgenomen. De beschikkingen waarbij positief is beslist op de aanvragen met betrekking tot de eerste en tweede fase worden, als deze in werking zijn getreden, tezamen aangemerkt als een omgevingsvergunning. Procedure De procedure om tot dit besluit te komen staat in paragraaf 3.2 van de Wabo (de reguliere voorbereidingsprocedure). De aanvraag is getoetst aan artikel 2.17 van de Wabo. De aanvraag is ook getoetst aan het Bor en de Regeling omgevingsrecht.
De gevolgde procedure is opgenomen in de bijlage Procedurele overwegingen en de overwegingen en beoordeling zijn in de bijlage Inhoudelijke overwegingen en de bijlage Toetsingsdocumenten opgenomen.
Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad namens dezen,
De heer J.A.J. Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord Datum besluit: 19 maaert 2021 Verzending Verzonden op: 19 maart 2021 Een exemplaar van deze beschikking is gezonden aan: • de aanvrager; • Agra-Matic, (per e-mail: info@agra-matic.nl); • Gemeente Meierijstad, (per e-mail) Rechtsmiddelen De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door publicatie in plaatselijke bladen en via www.officielebekendmakingen.nl. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij de gemeente Meierijstad. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA ‘s-Hertogenbosch.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
2/12
INHOUDSOPGAVE BIJLAGE I.
PROCEDURELE OVERWEGINGEN .......................................................................................4
BIJLAGE II.
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN .......................................................................................6
1
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS ..................................................................................6
BIJLAGE III. 1 2 3
TOETSINGSDOCUMENTEN.................................................................................................7
IPPC-INSTALLATIES.......................................................................................................................................7 VERGUNDE EN AANGEVRAAGDE DIEREN ....................................................................................................7 M.E.R.-PLICHT ..............................................................................................................................................7
BIJLAGE IV.
DIERENTABEL .................................................................................................................. 12
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
3/12
BIJLAGE I.
PROCEDURELE OVERWEGINGEN
PROCEDURELE ASPECTEN Gegevens aanvrager Op 28 januari 2021 hebben wij een gefaseerde aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder i van de Wabo ontvangen. Het betreft een aanvraag van Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt die betrekking heeft op de inrichting aan Donte 9 te Sint-Oedenrode, kadastrale gemeente Sint-Oedenrode, sectie L, nummer 805. Projectbeschrijving Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: de varkenshouderij wordt beëindigd. Omgeschakeld wordt naar een agrarische inrichting waar paarden, schapen, zoogkoeien en hobby-leghennen gehouden worden. Omgevingsvergunning bouwen, wordt in fase 2 aangevraagd. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten: • het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (artikel 2.1, lid 1 onder i van de Wabo); o milieu (artikel 2.2a, lid 1 onder c van het Bor. Onderdelen aanvraag De aanvraag bestaat uit: • aanvraagformulier d.d. 28 januari 2021; • tekening, projectnr.
895715, tekeningnr.Ma-21, wijzigingsdatum 12 januari 2021; • Vormvrije M.E.R.-beoordelingsnotitie, datum 28 januari 2021; • diertabel 21 januari 2021; • ISL3a PM10 datum 17 januari 2021; • ISL3a PM2,5 datum 17 januari 2021; • Melding Activiteitenbesluit, datum 28 januari 2021; • V-Stacks berekening 2020, datum 17-1-2021; • Aanvulling betreft gefaseerde aanvraag fase 1, e-mail ingekomen 17 maart 2021. Vergunde situatie Op 5 januari 2011 is voor de inrichting een revisievergunning verleend in het kader van de Wet milieubeheer. De vergunning is onherroepelijk en in werking getreden. Dit betekent dat de inrichting nu over een omgevingsvergunning beschikt, conform artikel 1.2, lid 1 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op 9 juni 2016 is omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de inrichting. De inrichting wordt aangemerkt als een type C-inrichting. Verandering van de inrichting De aanvraag heeft betrekking op de volgende veranderingen van de inrichting: • de varkenshouderij wordt beëindigd; • de varkensstallen worden gesloopt; • overgeschakeld wordt naar een agrarische inrichting voor het houden van paarden, schapen, zoogkoeien en hobby-leghennen; • nieuwe dierenverblijven, bedrijfsruimtes en een tweede paardenbak worden gerealiseerd; • gestart wordt met een recreatie/zorgboerderij; • de propaantank wordt verplaatst.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
4/12
In de inrichting mogen ten hoogste de volgende aantallen dieren aanwezig zijn: StalSoort dieren en nummer soort huisvestingssysteem B B B A D
Paarden (3 jaar en ouder), volwassen, overige huisvestingssystemen (K 1.100) Pony's (3 jaar en ouder), volwassen, overige huisvestingssystemen (K 3.100) Zoogkoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen (A 2.100) Schapen ouder dan 1 jaar, incl. lammeren tot 45 kg, overige huisvestingssystemen (B 1.100) Legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen, overige huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting (E 2.100)
Aantal dieren 50 10 100 50 249
Ontvankelijkheid Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningvereisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden gesteld om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Bor, met een nadere uitwerking in de Regeling omgevingsrecht. Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Regeling omgevingsrecht getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in artikel 2.4, lid 1 van de Wabo, artikel 3.3 van het Bor en categorie 2, 7, 8 en 9 uit onderdeel C van de bijbehorende bijlage I zijn wij het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen of (gedeeltelijk) te weigeren. Procedure Voor de behandeling van de aanvraag is de reguliere voorbereidingsprocedure uit paragraaf 3.2 van de Wabo van toepassing. Tevens is de aanvraag getoetst aan het Bor en het Regeling omgevingsrecht. De ontvangst van de aanvraag hebben wij op 28 januari 2021 bevestigd.
Activiteitenbesluit milieubeheer Op grond van artikel 8.41a van de Wet milieubeheer moet een melding op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit gelijktijdig met de aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend indien het project activiteiten bevat waarvoor een melding is vereist. Bij de onderhavige aanvraag is een melding op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit ingediend. Met de in en bij deze aanvraag verstrekte gegevens wordt voldaan aan artikel 6.3 van de Regeling omgevingsrecht. De aangevraagde activiteiten vallen onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling milieubeheer zijn voorschriften voor deze activiteiten opgenomen.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
5/12
BIJLAGE II. 1
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
Inleiding Voor een aantal milieurelevante activiteiten waarvoor het Activiteitenbesluit algemene regels stelt, is eerst toestemming van het bevoegd gezag nodig voordat ze kunnen worden ondernomen. Deze "toestemming vooraf" wordt omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) genoemd. Het doel van de OBM is dat het bevoegd gezag na een beperkte milieutoetsing vooraf instemt met het van start gaan van een specifieke activiteit op een specifieke locatie. De OBM bestaat uit een instemming of een weigering. Bij het beslissen op de aanvraag om een OBM moeten wij volgens artikel 2.17 van de Wabo toetsen aan artikel 5.13b van het Bor. Een toetsing aan dit artikel heeft plaatsgevonden. Toetsing De OBM is aangevraagd voor 60 volwassen paarden als bedoeld in artikel 2.2a, lid 1 onder c van het Bor. Ten aanzien van die activiteit is in artikel 5.13b, lid 1 van het Bor bepaald dat de OBM moet worden geweigerd indien het bevoegd gezag heeft beslist dat een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op een OBM, zijn er ten aanzien van de aangevraagde activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. Op grond van artikel 5.13a van het Bor mogen aan de OBM geen voorschriften worden verbonden. Nadat deze vergunning is verleend, zijn op de activiteiten de algemene regels van het Activiteitenbesluit van toepassing.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
6/12
BIJLAGE III. 1.
TOETSINGSDOCUMENTEN
IPPC-INSTALLATIES
Algemeen Vanaf 1 januari 2013 is de Europese richtlijn industriële emissies: IPPC-installaties (RIE) in de Nederlandse milieuwetgeving geïmplementeerd (richtlijn 2010/75/EU, PbEU L334). De RIE geeft milieueisen voor de installaties die genoemd staan in de bij de richtlijn horende bijlage I. Wanneer een installatie daar genoemd is, spreken we van een IPPC-installatie. Voor veehouderijen vallen de volgende installaties onder de werking van de RIE: • meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee, • meer dan 2.000 plaatsen voor vleesvarkens (van meer dan 30 kg) of • meer dan 750 plaatsen voor zeugen. De activiteit waarvoor vergunning wordt aangevraagd, leidt niet tot een overschrijding van de ondergrenswaarden van de RIE. Conclusie De inrichting is niet aan te merken als een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort.
2
VERGUNDE EN AANGEVRAAGDE DIEREN
2.1 Dierentabel In de bijlage Dierentabel is een overzicht gegeven van het aantal vergunde en aangevraagde dierplaatsen. Dit zijn de uitgangsgegevens voor het beoordelen van deze vergunningaanvraag.
3
M.E.R.-PLICHT
3.1 Algemeen Op grond het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, voor alle activiteiten die beneden de m.e.r.-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen aanzienlijke milieugevolgen heeft. Dit dient te gebeuren op grond van de criteria genoemd in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. De criteria van bijlage III van de richtlijn omvatten: • de kenmerken van de activiteit (onder andere omvang en cumulatie); • de plaats waar de activiteit wordt verricht (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); • de kenmerken van de gevolgen van de activiteit (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). 3.2 De kenmerken van de activiteit De activiteit betreft het oprichten van 60 dierplaatsen voor volwassen paarden. Tevens opgericht worden: 50 dierplaatsen voor schapen, 100 dierplaatsen voor zoogkoeien en 249 dierplaatsen voor hobby-kippen. De activiteiten vormen een onderdeel van een bestaande veehouderij. Na realisatie van de activiteiten kunnen er binnen deze inrichting in totaal 60 volwassen paarden, 50 schapen, 100 zoogkoeien en 249 kippen worden gehuisvest. De varkenshouderij wordt beëindigd. 3.3 De plaats waar de activiteit wordt verricht De inrichting ligt in het buitengebied van Meierijstad. Op ongeveer 2.500 meter ligt de bebouwde
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
7/12
kom van Mariahout en op ongeveer 2.750 meter ligt de bebouwde kom van Nijnsel. In de directe nabijheid van de inrichting liggen enkele burgerwoningen en woningen behorende bij veehouderijen. De directe omgeving waar de activiteit wordt verricht is voornamelijk in gebruik als grasland en bouwland en een testbaan voor vrachtauto’s. 3.4 De kenmerken van de gevolgen van de activiteit Ammoniak Voor de beoordeling van de gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt met betrekking tot het aspect ammoniak moet getoetst worden aan de artikelen 3.112 tot en met 3.114 van het Activiteitenbesluit en indirect aan het Besluit houdende regels met betrekking tot emissiearme huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren (Besluit emissiearme huisvesting). De dierenverblijven liggen niet in een zeer kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in de Wet ammoniak en veehouderij, dan wel in een zone van 250 meter daaromheen. De aangevraagde situatie heeft een ammoniakemissie van 804,4 kg. De ammoniakemissie neemt hierdoor met 4.575,1 kg af ten opzichte van de huidige vergunning. Doordat de ammoniakemissie afneemt, neemt ook de ammoniakdepositie af. Uit de gegevens van het RIVM (2020) blijkt dat in het roostervlak waarin het bedrijf zich heeft gevestigd, de achtergronddepositie circa 1.838.0 mol N-totaal per hectare per jaar bedraagt.
Het dichtstbijgelegen zeer kwetsbare gebied (Noord-Brabant, nummer 351) ligt op circa 350 meter van de inrichting. De achtergronddepositie op het zeer kwetsbare gebied bedraagt circa 1838.0 mol N-totaal per hectare per jaar. De inrichting valt met het gevraagde veebestand niet onder de reikwijdte van de IPPC-richtlijn. Derhalve hoeft niet aan de Beleidslijn te worden getoetst. Hierdoor kan worden volstaan met de toepassing van BBT. Om te bepalen of een huisvestingssysteem als BBT mag worden aangemerkt dient het Besluit emissiearme huisvesting geraadpleegd te worden. Wanneer een huisvestingsysteem voldoet aan de maximale emissiedrempelwaarden wordt een dergelijk systeem als BBT aangemerkt. Voor de diercategorieën met de aangevraagde dierbezetting zijn in het Besluit emissiearme huisvesting geen maximale emissiedrempelwaarden vastgesteld. De huisvestingssystemen voor deze diercategorieën zijn altijd BBT op het gebied van ammoniak. De inrichting kan door stikstofdepositie door de uitstoot van ammoniak, schadelijke effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten. Wij verlenen hierbij een omgevingsvergunning voor een Wabo-project dat op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie op grond van de Wet natuurbescherming. Dit is middels de AERIUS-calculator verschilberekening met kenmerk RQjXvHT89Sfr d.d.
08 januari 2021 aangetoond. In onderhavige situatie is sprake van de volgende referentiesituatie: Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder e (Wabo) en het aspect gebiedsbescherming (artikel 2.1 aanhef, lid 1 onder i van de Wabo, juncto artikel 2.2aa onder a van het Bor). Uit de gegevens constateren wij dat sprake is van intern salderen in de zin van de Wet natuurbescherming en kunnen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Evenmin is sprake van andere effecten op Natura 2000-gebieden. Er is voor de aangevraagde activiteiten geen vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb (Natura 2000-gebieden) op basis van de gegevens in de aanvraag.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
8/12
Geur De artikelen 3.115 tot en met 3.119 en 3.121 van het Activiteitenbesluit vormen het toetsingskader voor de omgevingsvergunning als het gaat om geurhinder vanuit dierenverblijven van veehouderijen. De cumulatieve bijdrage van geurhinder naar gevoelige objecten in de omgeving van de aangevraagde locatie hoeft in het kader van het Activiteitenbesluit niet te worden berekend, maar is verdisconteerd in de geurnormen van het Activiteitenbesluit. Uit de notitie blijkt dat de geuremissie afneemt. Uit de notitie blijkt daarnaast dat de geurbelasting op de geurgevoelige objecten past binnen de geldende normen. Omdat de geuremissie afneemt, neemt automatisch ook de cumulatieve geurbelasting naar de omgeving af. Uit de beoordeling van de melding Activiteitenbesluit blijkt dat wordt voldaan aan de toetsingscriteria. Fijn stof De omgevingsvergunningaanvraag betreft een omschakeling van het soort dieren. Dit kan gevolgen hebben voor emissie van fijn stof. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer vormt het toetsingskader voor de emissie van fijn stof vanuit dierenverblijven. Uit een berekening met betrekking tot de fijn stofemissie blijkt dat deze met 283.821 gram per jaar afneemt ten opzichte van de vergunde situatie. Uit de beoordeling blijkt dat aan Titel 5.2 van de Wet milieubeheer wordt voldaan.
Tevens blijkt uit de GCN-kaarten ‘Fijn stof, PM10’ en ‘Fijn stof, PM2,5’ (RIVM) dat op de locatie waar de inrichting zich heeft gevestigd, de achtergrondconcentratie respectievelijk 15.94 µg/m3 en 8.998 µg/m3 bedroeg in 2020 exclusief zoutcorrectie. Uit beoordeling van de fijn stofemissie blijkt dat deze afneemt. Verder blijkt uit de ISL3a-berekening bij de aanvraag dat ruimschoots aan het gestelde in Titel 5.2 van de Wm kan worden voldaan. Geluid Op het bedrijf vinden activiteiten plaats waarbij geluid wordt geproduceerd. De geluidbelasting naar de omgeving toe wordt zoveel mogelijk beperkt. Door sanering van de varkenshouderij en de omschakeling naar een paardenhouderij wordt de geluidsituatie gunstiger. Gezien de afstanden van de inrichting tot geluidsgevoelige objecten is niet te verwachten dat het uitvoeren van de activiteit tot overlast zal leiden. Risico’s op ongevallen De aard van de activiteiten van een veehouderij zijn niet van dien aard dat zij, bij een normale bedrijfsvoering, extra risico op ongevallen herbergen. De voorschriften die voor de inrichting van toepassing zijn, zijn voldoende om de kans op calamiteiten te beperken. Binnen de inrichting gelden hygiënemaatregelen deze worden door de initiatiefnemer opgevolgd en dienen door bezoekers te worden nageleefd. Volksgezondheid Algemeen Volksgezondheid is een wezenlijk onderdeel van het begrip milieu.
Dit betekent dat, indien door het in werking zijn van een inrichting risico’s voor de volksgezondheid kunnen ontstaan, deze risico’s gelet op artikel 1.1, lid 2, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 1.1, lid 2, en artikel 2.14, lid 1 onder a2, van de Wabo als gevolg voor het milieu bij de beoordeling van de aanvraag moeten worden betrokken.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
9/12
Toetsingskaders Op 7 juli 2016 zijn de onderzoeksrapporten ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO)’ en ‘Emissies van endotoxinen uit de Veehouderij’ gepubliceerd, waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s kunnen lopen door de blootstelling aan emissies uit deze veehouderijen. Met name endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De rapporten betreffen de nieuwste wetenschappelijke inzichten en worden daarom bij de afweging voor gezondheid betrokken. Op dit moment zijn er voor de beoordeling van de risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt door emissies vanuit veehouderijen, twee, in Noord-Brabant ontwikkelde toetsingskaders beschikbaar. Dit zijn de ‘Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid’ (Handreiking) en de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ (Notitie). De Handreiking bevat een praktisch stappenplan waarin de afweging wordt gemaakt of de gemeente zelf de beoordeling uitvoert, dan wel dat een GGD-advies noodzakelijk wordt geacht. De Notitie bevat een specifiek toetsingskader voor endotoxine. In de Handreiking zijn acht stappen opgenomen op grond waarvan eventueel advisering vanuit de GGD noodzakelijk wordt geacht. De ontwikkeling is hieraan getoetst.
Op grond van toetsing aan de Handreiking is geen sprake van een verhoogd risico voor de volksgezondheid. Er is daarom geen reden om de GGD om advies te vragen. Binnen de inrichting zijn de bepalingen ingevolge de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van toepassing. Deze bepalingen waarborgen dat dierziektes binnen de inrichting zoveel mogelijk worden voorkomen, dan wel worden bestreden. Voor zover gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan door geur-, fijn stof-, stofemissie en geluid wordt erop gewezen dat aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan en dat een aanvullende toets op volksgezondheid is uitgevoerd (zie ook de andere overwegingen in deze). Aan de geldende normstellingen, dan wel bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer, artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit en de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening wordt voldaan. Gezondheidsrisico’s door deze aspecten worden daarom niet aannemelijk geacht. Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0 Op 25 november 2016 is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de Notitie uitgebracht. Deze Notitie beschrijft een aanpak voor het beoordelen van het risico op verspreiding van endotoxinen van (uitbreidende) veehouderijen.
Het doel van de Notitie is dat er, in de periode totdat er een landelijk toetsingskader voor endotoxine beschikbaar komt, voor omwonenden geen nieuw of grotere knelpunten op het gebied van volksgezondheid ontstaan. De Notitie biedt de mogelijkheid om bij de vergunningverlening aan veehouderijen uit voorzorg bescherming te bieden aan omwonenden. Beoordeling en conclusie volksgezondheid Beoordeling op grond van de Notitie is in deze situatie niet noodzakelijk. Het doel van de Notitie is immers dat er in de periode totdat er een landelijk toetsingskader endotoxine beschikbaar komt, voor omwonenden geen nieuwe of grotere knelpunten op het gebied van volksgezondheid ontstaan. Omdat er in dit geval geen sprake is van het houden van pluimvee (anders dan hobby-kippen) of varkens, wordt ervan uitgegaan dat de ontwikkeling geen verhoogd risico oplevert.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
10/12
3.5 Conclusie M.E.R.-plicht Samengevat kan worden gesteld dat: • gezien de kenmerken van het oprichten van 60 dierplaatsen voor volwassen paarden, 50 dierplaatsen voor schapen, 100 dierplaatsen voor zoogkoeien en 249 dierplaatsen voor hobbykippen bij een bestaande veehouderij; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het niet noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen.
Stille Maatschap J.F.C. van Zutphen en C.H.T.V. van Zutphen- Van Vugt, Donte 9 Sint-Oedenrode
11/12
BIJLAGE IV.
DIERENTABEL
Diersoort (Rav nov 2020, Rgv juli 2018 en fijn stof 2020) Stal nummer A Vleesvarkens > 25 kg, gedeeltelijk roostervloer, gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter, BWL 2001.23.V1 (D 3.2.1) C Vleesvarkens > 25 kg, gedeeltelijk roostervloer, mestkelders met (water-en) mestkanaal, mestkanaal met schuine putwand met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal, emitterend mestoppervlak max. 0,18 m2 per varken, BWL 2004.05.V4 (D 3.2.7.2.1) G Vleesvarkens > 25 kg, gedeeltelijk roostervloer, gecombineerd luchtwassysteem met waterwasser, chemische wasser en biofilter, BWL 2007.01.V8 (D 3.2.15.3) B Paarden (3 jaar en ouder), volwassen, overige huisvestingssystemen (K 1.100) B Pony's (3 jaar en ouder), volwassen, overige huisvestingssystemen (K 3.100) B Zoogkoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen (A 2.100) A Schapen ouder dan 1 jaar, incl. lammeren tot 45 kg, overige huisvestingssystemen (B 1.100) D Legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen, overige huisvestingssystemen nietbatterijhuisvesting (E 2.100) Totaal
Omrekenfactor ouE / kg NH3 / g / dier dier / dier / / jaar sec jaar 23 4,05 153
aantal
Vergunningssituatie ouE / sec kg NH3 g / jaar / jaar
aantal
865
19.895,0 3.503,3
132.345
--
13.747,2 1.036,8
117.504
--
Aanvraag ouE / sec kg NH3 / jaar
g / jaar
17,9
1,35
153
768
16,1
0,405
31
2.048
32.972,8
829,4
63.488
--
0
5
0
2
0,0
10,0
0
50
0,0
250,0
0
0
3,1
0
--
0,0
0,0
0
10
0,0
31,0
0
0
4,1
86
--
0,0
0,0
0
100
0,0
410,0
8.600
7,8
0,7
0
--
0,0
0,0
0
50
390,0
35,0
0
0,34
0,315
84
--
0,0
0,0
0
249
84,7
78,4
20.916
66.615,0 5.379,5
313.337
474,7
804,4
29.516
Ruimtelijke onderbouwing Donte 9 Sint-Oedenrode
BIJLAGE 6 AERIUS TOELICHTING
09-02-2022
BEREKENING
GEBRUIKSFASE
+
52
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening 15% van vergunning 2016 en Aanvraag 2021 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 1/24
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Agra-Matic B.V.
Donte 9, 5491 RK Sint-Oedenrode
Omschrijving
AERIUS kenmerk
F. van Zutphen
S5zSjdfftWdn
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
29 januari 2021, 10:52
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
71,02 kg/j
132,63 kg/j
61,60 kg/j
NH3
807,24 kg/j
804,90 kg/j
-2,34 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Verschil
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Kampina & Oisterwijkse Vennen
0,00
Toelichting
verschilberekening aanvraag 2021- 15% laatst verleende milieuvergunning 2016
Resultaten
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 2/24
Resultaten
Locatie 15% van vergunning 2016
Emissie 15% van vergunning 2016
Bron Sector
Stal A Landbouw | Stalemissies
CV stal A Energie | Energie
verkeersbewegingen Wegverkeer | Buitenwegen
CV woonhuis Energie | Energie
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Landbouw
Resultaten
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Emissie NH3
Emissie NOx
807,10 kg/j
-
-
2,90 kg/j
< 1 kg/j
2,13 kg/j
-
3,60 kg/j
< 1 kg/j
62,39 kg/j
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 3/24
Resultaten
Locatie Aanvraag 2021
Emissie Aanvraag 2021
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Stal A Landbouw | Stalemissies
35,00 kg/j
-
Stal B Landbouw | Stalemissies
691,00 kg/j
-
Stal D Landbouw | Stalemissies
78,44 kg/j
-
verkeersbewegingen Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
4,56 kg/j
-
3,60 kg/j
< 1 kg/j
124,47 kg/j
CV woonhuis Energie | Energie
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Landbouw
Resultaten
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 4/24
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Kampina & Oisterwijkse Vennen
0,03
0,03
0,00
Strabrechtse Heide & Beuven
0,03
0,03
0,00
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
0,02
0,02
0,00
Kempenland-West
0,02
0,02
0,00
Veluwe
0,01
0,01
0,00
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
0,01
0,01
0,00
Rijntakken
0,01
0,01
0,00
Leudal
0,01
0,01
0,00
Maasduinen
0,01
0,01
0,00
Swalmdal
0,01
0,01
0,00
Meinweg
0,01
0,00
0,00
Regte Heide & Riels Laag
0,01
0,00
0,00
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
0,01
0,01
0,00
Landgoederen Brummen
0,01
0,01
0,00
Roerdal
0,01
0,00
0,00
Binnenveld
0,01
0,01
0,00
Sarsven en De Banen
0,01
0,01
0,00
De Bruuk
0,01
0,01
0,00
Kolland & Overlangbroek
0,01
0,01
0,00
Lingegebied & Diefdijk-Zuid
0,01
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
Resultaten
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 5/24
Resultaten
Natuurgebied
Groote Peel
0,01
0,01
0,00
Zeldersche Driessen
0,01
0,01
0,00
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
0,01
0,01
0,00
Deurnsche Peel & Mariapeel
0,01
0,01
0,00
Ulvenhoutse Bos
0,01
0,01
0,00
Langstraat
0,01
0,01
0,00
Oeffelter Meent
0,02
0,02
0,00
Sint Jansberg
0,02
0,02
0,00
Boschhuizerbergen
0,01
0,01
0,00
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 6/24
Resultaten
Resultaten per habitattype
Kampina & Oisterwijkse Vennen Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
L4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,03
0,03
0,00
L4030 Droge heiden
0,02
0,03
0,00
H6410 Blauwgraslanden
0,03
0,03
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,03
0,03
0,00
Lg03 Zwakgebufferde sloot
0,02
0,02
0,00
H9190 Oude eikenbossen
0,02
0,02
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,02
0,02
0,00
H3160 Zure vennen
0,02
0,02
0,00
Lg04 Zuur ven
0,02
0,02
0,00
H4030 Droge heiden
0,02
0,02
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,02
0,02
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,02
0,02
0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,02
0,02
0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,02
0,02
0,00
H3110 Zeer zwakgebufferde vennen
0,02
0,02
0,00
H7210 Galigaanmoerassen
0,02
0,02
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,02
0,02
0,00
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,02
0,02
0,00
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,02
0,02
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 7/24
Resultaten
Kampina & Oisterwijkse Vennen Habitattype
ZGH3160 Zure vennen
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
Strabrechtse Heide & Beuven Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,03
0,03
0,00
H4030 Droge heiden
0,03
0,03
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,03
0,03
0,00
H3160 Zure vennen
0,03
0,03
0,00
Lg03 Zwakgebufferde sloot
0,03
0,03
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,03
0,03
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,03
0,03
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,02
0,02
0,00
H3110 Zeer zwakgebufferde vennen
0,02
0,02
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 8/24
Resultaten
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H4030 Droge heiden
0,02
0,02
0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,03
0,03
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,02
0,02
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,02
0,02
0,00
H3160 Zure vennen
0,02
0,02
0,00
H9190 Oude eikenbossen
0,02
0,02
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,02
0,02
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
0,00
H91D0 Hoogveenbossen
0,02
0,02
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,02
0,02
0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
0,01
0,00
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,00
0,00
H3140hz Kranswierwateren, op hogere zandgronden
0,01
0,01
0,00
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
0,01
0,00
H9999:136 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H3130;H3140).
0,01
0,01
0,00
ZGH91D0 Hoogveenbossen
0,01
0,01
0,00
ZGH3160 Zure vennen
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 9/24
Resultaten
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H7210 Galigaanmoerassen
0,01
0,01
0,00
ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,02
0,01
0,00
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,02
0,02
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 10/24
Resultaten
Kempenland-West Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
ZGH3160 Zure vennen
0,02
0,02
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,02
0,02
0,00
ZGH4030 Droge heiden
0,02
0,02
0,00
H3160 Zure vennen
0,01
0,01
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
0,00
0,00
Lg03 Zwakgebufferde sloot
0,01
0,01
0,00
ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
0,00
ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
0,00
H6410 Blauwgraslanden
0,01
0,01
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,01
0,00
L3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 11/24
Resultaten
Veluwe Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,01
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,01
0,00
L4030 Droge heiden
0,01
0,01
0,00
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,01
0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
0,01
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
0,00
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,01
0,00
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,01
0,00
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
0,01
0,00
H6230 Heischrale graslanden
0,01
0,01
0,00
ZGLg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,01
0,00
ZGL4030 Droge heiden
0,01
0,01
0,00
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
0,00
ZGH6230 Heischrale graslanden
0,01
0,00
0,00
ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,01
0,00
ZGH4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 12/24
Resultaten
Veluwe Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H3160 Zure vennen
0,01
0,00
0,00
Lg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,01
0,00
0,00
ZGLg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,01
0,01
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
0,01
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
0,00
ZGLg09 Droog struisgrasland
0,01
0,01
0,00
ZGH2330 Zandverstuivingen
0,01
0,00
0,00
ZGH9190 Oude eikenbossen
0,01
0,01
0,00
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
0,00
0,00
ZGH5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 13/24
Resultaten
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,01
0,00
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,01
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,00
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,01
0,00
H6410 Blauwgraslanden
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 14/24
Resultaten
Rijntakken Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,01
0,00
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,01
0,00
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,00
0,00
ZGLg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,01
0,00
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,01
0,00
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
0,01
0,00
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, 0,01 buiten afgesloten zeearmen
0,01
0,00
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,01
0,00
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,01
0,00
Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,01
0,01
0,00
ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,01
0,01
0,00
H91E0B Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
0,01
0,01
0,00
H91F0 Droge hardhoutooibossen
0,01
0,00
0,00
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
0,01
0,01
0,00
ZGH3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 15/24
Resultaten
Rijntakken Habitattype
H9999:38 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H6120).
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
Leudal Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
0,00
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,01
0,00
ZGH9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 16/24
Resultaten
Maasduinen Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,01
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,01
0,00
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,01
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
H3160 Zure vennen
0,01
0,01
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,01
0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
0,01
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
0,00
ZGH7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
0,01
0,00
L3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,01
0,00
H91D0 Hoogveenbossen
0,01
0,01
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,01
0,00
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
0,01
0,00
Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied
0,01
0,01
0,00
Lg04 Zuur ven
0,01
0,01
0,00
Lg03 Zwakgebufferde sloot
0,01
0,01
0,00
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 17/24
Resultaten
Maasduinen Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,01
0,00
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
0,01
0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
0,01
0,00
Lg06 Dotterbloemgrasland van beekdalen
0,01
0,01
0,00
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Swalmdal Habitattype
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
0,01
0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
0,00
H9999:148 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H6120).
0,01
0,00
0,00
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 18/24
Resultaten
Emissie (per bron)
Stal A Locatie (X,Y) 164852, 395434 Uitstoothoogte 5,7 m Temperatuur emissie 11,85 °C Uittreeddiameter 0,5 m Uittreedrichting Verticaal geforceerd Uittreedsnelheid 4,0 m/s NH3 807,10 kg/j Naam
15% van vergunning 2016
Dier
RAV code
Omschrijving
AFW
15 % NH3 van vergunning 2016
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
1 NH3
807,100
807,10 kg/j
CV stal A 164842, 395433 5,7 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 2,90 kg/j verkeersbewegingen 164769, 395741 2,13 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
4.380,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
468,0 / jaar NOx NH3
1,29 kg/j < 1 kg/j
15% van vergunning 2016 Aanvraag 2021
S5zSjdfftWdn (29 januari 2021) pagina 19/24