CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 toelichting - Nota van Zienswijzen en Ambtelijke wijzigingen

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel36.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 49

bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde (Voor besluit van 9-11-1993 zie bijlage 15). Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het de taak van de gemeente om zelf het behoud en de integratie van cultuur historische waarden aantoonbaar af te wegen tegen andere (economische, sociale, maatschappelijke, ecologische) belangen. Hiervoor zijn naast een inzichtelijk beleid ook proces- en kwaliteitsregels. Deze kwaliteitsregels zijn opgenomen in de verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad. Geregeld is dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders, een gemeentelijk monument - artikel 4.1 – te slopen, te verstoren, of in enig opzicht te wijzigen op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Er kunnen door Burgemeester en Wethouders in het belang van de monumentenzorg nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat de aanvrager van de omgevingsvergunning nader onderzoek moet verrichten, zoals een bouwhistorisch of archeologisch onderzoek. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

Hoofdstraat 56 is tezamen met Hoofdstraat 58 met een gezamenlijke redengevende motivatie als gemeentelijk monument aangewezen door het college van B en W van Schijndel bij besluit van 9 november 1993. Aangewezen zijn: de onroerende goederen Hoofdstraat 56;58 respectievelijk kadastraal bekend sectie 1611 en sectie 1612 (zie bijlage 15, besluit d.d. 9 november 1993 met bijbehorende tekening en bijlage 16, originele bouwtekening van Hoofdstraat 56 en 58) Voor de realisatie van het nieuwbouwplan, waar het ontwerpbestemmingsplan de ruimte voor biedt, moet een deel van het monument, in de bouwvergunning van 1933 benoemd als schuur, binnenplaats en onlosmakelijk met een binnenplaatsmuur, onderdeel van het monument, worden afgebroken. De binnenplaatsmuur en de schuur is voorzien van authentiek siermetselwerk zgn. zeldzaam Knipwerk en maakt wezenlijk deel uit van de authentieke bebouwing. Het pand, nu bekend als Hoofdstraat 56 is aangebouwd in 1933 en niet omstreeks 1890 zoals in het ontwerpbestemmingsplan is gesteld. In 1890 is het pand Hoofdstraat 58 als solitair gebouw gebouwd. Hoofdstraat 56 is als vergroting en verandering aangebouwd, in de vergunning van 1933 genoemd als een verbouwing van een woning naar een dubbel-woonhuis uit het jaar 1933. Deze vergunning tot verbouw van het woonhuis is afgegeven door Burgemeester en Wethouders van Schijndel op 21 juni 1933, nummer 28/1933.

Dit bewijst ook een rapport van de opzichter van bouw- en woningtoezicht van 9 juni 1933. Op de bij de bouwvergunning behorende en gewaarmerkte tekening blijkt andermaal dat de aanbouw achter de oorspronkelijke binnenplaats wezenlijk een authentiek deel uitmaakt van het monumentale pand. (Zie bijlage 16 Besluit bouwvergunning d.d. 2106-1933 met bouwtekening). In het bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 is ter plaatse van Hoofdstraat 56 de specifieke bouwaanduiding ‘gemeentelijk monument’ opgenomen. Deze aanduiding bevat het gehele perceel. In de tekening, behorende bij het aanwijzingsbesluit van de gemeente Schijndel, is het bijgebouw in de tekening dik aangemerkt en als zodanig en onlosmakelijk onderdeel van het aangewezen monument. In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is genoemde specifieke bouwaanduiding niet opgenomen en stellen wij vast dat nieuwe bebouwing is voorzien ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding zoals genoemd. Wij kunnen niet anders constateren, dat blijkbaar een deel

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 50

van het gemeentelijkmonument zal worden gesloopt, wat strijdig is met uw beleid over erfgoed binnen Meierijstad. Overigens lijkt met het ontbreken van de aanduiding monumentaal voor het gehele perceel Hoofdstraat 56 de weg geopend naar volledige sloop van pand Hoofdstraat 56 wat in strijd is met uw beleid over erfgoed binnen Meierijstad. Onzes inziens dient het ontwerpbestemmingsplan aangepast te worden met de status ‘monument’ voor het gehele perceel met gebouwen, muren, en schuur, als in bij het huidige bestemmingsplan, waarbij derhalve geen sloop van de schuur zal kunnen worden toegestaan. Uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat het belang van de monumentenzorg strijdig is met verlening van een omgevingsvergunning voor de sloop en de voorgenomen in bouw en daarmee het aanzien van het monument. Er is niet onderzocht of het ontwerpbestemmingsplan op dit punt gedragen wordt door het monumentenbeleid en of dan wel onder welke voorwaarden en met welk eventueel nader onderzoek de voorgenomen sloop en nieuwbouw van de appartementen mogelijk is en er een omgevingsvergunning voor de sloop- en nieuwbouw kan worden verleend. Reclamant is van mening dat de sloop van een deel van het aangewezen monument in strijd is met het belang van de monumentenzorg en niet kan worden vergund.

Voorts zijn wij ook van mening dat met de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen hogere goot- en bouwhoogten dan ons monumentaal pand aan drie zijden, het monument onaanvaardbaar en onomkeerbaar ontsieren. Wij zijn van mening dat het behoud en de integratie van cultuur historische waarden van het monument onevenredig en aantoonbaar benadeeld wordt en dat dit niet opweegt tegen andere (economische, sociale, maatschappelijke, ecologische) belangen. Het bestemmingsplan kan in deze vorm dan ook niet kan worden vastgesteld. Sloop van, en voorgenomen dominerende hoge nieuwbouw rondom, zijn strijdig met de verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad. Reclamant verzoekt de status monument voor Hoofdstraat 56 te handhaven voor het nieuwe bestemmingsplan en om U in te spannen, met het oog op het monument op deze locatie goed tot zijn recht te laten komen om het voorliggende plan zodanig aan te (laten) passen dat het monument beter wordt ingepast in het plan en waar mogelijk zelfs nog beter in het straatbeeld tot zijn recht komt dan nu al het geval is. In artikel 37.2 van de planregels van bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 is vastgelegd, dat de bouwhoogte van hoofdgebouwen op de gronden met de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – molenbiotoop’ niet hoger mogen zijn dan de hoogte zoals ter plaatse is aangeduid. Daarvan kan worden afgeweken als: a.

is aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het huidige en/of het toekomstig functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapselement, dan wel dat door het stellen van voorwaarden hieraan voldoende kan worden tegemoetgekomen; b. vooraf advies wordt ingewonnen van de beheerder van de molen. In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan wordt fors afgeweken van de maximale bouwhoogten, zoals die nu vastliggen in het bestemmingsplan Kom Schijndel 2013. Dit zonder via onderzoek aan te tonen dat daarmee geen onevenredige afbreuk wordt aan het functioneren van de molen. Ten opzichte van de bestaande bebouwing wordt in het ontwerpbestemmingsplan ruimte geboden om fors hoger te bouwen. Uit de plantoelichting blijkt niet dat onderzoek is gedaan naar de gevolgen daarvan voor het functioneren van de molen.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 51

Antwoord: a. Voor de woning Hoofdstraat 56 ontbreekt de aanduiding “gemeentelijk monument”. Dit zal hersteld worden bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan; b. Meerdere onderwerpen worden in dit punt aangehaald. Het gemeentelijk monument blijft behouden. Alleen de achterliggende aanbouw van recentere datering zal worden gesloopt. De monumentale status van dit gebouw geldt alleen voor het hoofdgebouw en niet voor het later aangebouwde deel achter de woning. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Voor de molenbiotoop wordt voor de beantwoording verwezen naar Algemene beantwoording zienswijze aspect G1 (Molenbiotoop). c. De Welstands- en Monumentencommissie heeft beoordeeld dat het plan in de huidige vorm geen afbreuk doet aan de omliggende monumenten en op hoofdlijnen akkoord is bevonden. G)

Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Woonvisie Meierijstad. Het toetsingskader voor de Woonvisie Meierijstad 2018 is een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt naar vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijk leefbare buurten en ruimte om kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. Wij zijn van mening dat het ontwerpbestemmingsplan strijdig is met deze visie. Allereerst vrezen wij dat het voorliggende ontwerpplan niet bijdraagt aan het toevoegen van een aantrekkelijke leefbare buurt. Het plangebied is dermate volgepropt met een hoog aantal woningen op een klein stukje grond, en erg versteend, wat de aantrekkelijke leefbaarheid van het gebied afbreuk doet. De vorm en situering van de appartementen, schuurtjes, parkeerplaatsen en onderdoorgang geeft een gettoachtig beeld met veel ruimte en hoekjes voor verpaupering en verminderde sociale controle. De woonvisie Meierijstad richt zich op de dynamiek van de woningmarkt die vraagt om een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en de behoefte op langere termijn onder wisselende omstandigheden. Ook richt het zich op de leefbaarheid, een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en de eigenheid van wijken recht doet.

Naar onze mening verhoudt het ontwerpbestemmingsplan zich niet tot deze twee aspecten van de visie. Op korte termijn is er weliswaar een dringende behoefte aan snel veel nieuwe woningen en dus zou je ieder plekje waar gebouwd kan worden, volstampen met veel wooneenheden maar op de langere termijn komen er meer grotere en geschiktere bouwlocaties ter ontwikkeling die de grotere volumes van woningen meer leefbaar en planologisch beter inpasbaar zullen maken dan in het huidige plangebied. Op langere termijn zullen een kleiner aantal grondgebonden starters- en grondgebonden seniorenwoningen, die in het plangebied prima inpasbaar zijn, meer passen in het bredere gewenste woningpalet van Schijndel. Toevoeging van 50 tot 70 van de categorie grondgebonden woningen is, (naast 540-670 appartementen), voor Schijndel ook door de gemeenteraad vastgelegd als bouwbehoefte. Grondgebonden starters- en seniorenwoningen passen, meer dan gestapelde appartementen, bij de eigenheid en de kracht van de wijk. Ook sluit dit goed aan bij de behoefte in Meierijstad naar het bouwen voor ‘doorstroming’ door goede alternatieven te realiseren voor ouderen en dure scheefwoners in met name de grotere

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 52

kernen als Schijndel. Ander belangrijk voordeel is bij deze keuze is dat veel andere bezwaren tegen het plan niet of veel minder groot zullen zijn. Antwoord: Het plan voorziet in een gevarieerd woningbouwprogramma wat aansluit bij de Woonvisie. Door het gevarieerde programma is er ook een gevarieerde doelgroep voor de woningen. Voor onder andere ouderen, alleenstaanden en mensen met een zorgbehoefte kunnen de appartementen ook geschikt zijn. Hier is veel vraag naar en het programma sluit aan bij de woningbouwbehoefte. Gezien de ligging dichtbij het centrum van Schijndel sluit het realiseren van appartementen ook goed aan de bij de behoefte. Het heeft de voorkeur om appartementen zoveel mogelijk in of dichtbij het centrum te realiseren zodat deze ook dichtbij de voorzieningen gerealiseerd worden.

•

Zoals elders ook gesteld is de bebouwingsdichtheid van 150 woningen per hectare exorbitant voor een matig stedelijk gebied als Schijndel en komt dit de leefbaarheid van het plangebied zeker niet ten goede.

Verder is het ontwerpbestemmingsplan voor wat betreft de woningdifferentiatie niet duidelijk en zelfs tegenstrijdig. In hoofdstuk 4.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is gesteld (blz. 42) dat alleen de penthouses waarschijnlijk verkocht zullen worden. De rest zal derhalve verhuurd worden. Met de rest is bedoeld: 12 (kleine) zorgwoningen en 55 appartementen (8+3+12+32). Samen opgeteld 67 huurwoningen en 2 koop woningen. Vervolgens wordt er gesteld dat er sprake is van een gemengd programma met woningen voor in ieder geval starters en senioren met differentiatie in prijssegment met 25% sociale huurwoningen. (25% van 69 is 17 sociale huurwoningen). Vervolgens wordt er gesteld dat er: ▪ 25% sociale huurwoningen zullen zijn; ▪ 25% (middel dure koop) + 11% (dure koop) = 36% verkocht gaat worden; ▪ 13% (midden huur) +26% (dure huur) = 39% verhuurd gaat worden. Omgerekend naar woningen komt dit dan neer op: Huur: 25% + 39% = 64% x 69 woningen is 44 huurwoningen Koop: 36% x 69 woningen is 25 koopwoningen(Afgerond naar hele getallen). In het ontwerpbestemmingsplan staan dus wat woning aantallen betreft tegenstrijdigheden 2 vs. 25 koopwoningen en 67 vs. 44 huurwoningen. De parkeertoets (pagina 2 van bijlage 9 van de plantoelichting) gaat dan maar gemakshalve weer uit van andere aantallen: 26 etage duur, 26 etage midden en 5 etage goedkoop en 12 kleine eenpersoonswoningen.

Antwoord: Ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan is het woningbouwprogramma nu ook vastgelegd in de planregels van het bestemmingsplan. Voor wat betreft parkeren wordt

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 53

verwezen naar het parkeeronderzoek waarin het woningbouwprogramma is verwerkt. Zie ook antwoord algemene beantwoording zienswijze aspect E1 (parkeren).

•

Op blz. 43 van het ontwerpplan is gesteld dat gezien de locatie in het centrum, het niet haalbaar is om in het plangebied goedkope woningen te verkopen. Dit wordt niet onderbouwd en hier zijn zeker vraagtekens bij te stellen. Onderbouwing ontbreekt.

De notatie van de woondifferentiatie in de tekst van het ontwerpbestemmingsplan lijkt in het plan geheel vrijblijvend te zijn. De beperkingen zijn in het ontwerp alleen vastgelegd voor het aantal woningen en bouwhoogten. Verder niets. Waarom is er niet gekozen voor woondifferentiatie toegepast naar financiële categorieën zoals ook gedaan in het recente plan “De Groote Braeck” en “Plein - Theeuwishoek”. In het ontwerpbestemmingsplan is tevens verzuimd de doelgroepenverordening van toepassing te verklaren, dat is wel noodzakelijk/een vereiste. In hoofdstuk 4.4 wordt verder gesteld dat van de 69 woningen er 12 sociale woningen ((kleine) zorgwoningen) zijn, zeer waarschijnlijk bedoeld voor jongvolwassenen die in het kader van de WMO een zorgbehoefte hebben. Omdat dit van invloed is op diverse parameters is het van belang dit vast te leggen in de plantekening c.q. planvoorschriften. Dit is nagelaten en dient alsnog te geschieden. Nu dat niet geschiedt kunnen deze woningen ook gebruikt worden als reguliere woningen hetgeen onmiddellijk consequenties heeft voor de parkeerbalans. Het voorliggende plan sluit onvoldoende (duidelijk) aan bij de Woonvisie en doet dus afbreuk aan de ambities en de (beleids-)doelstellingen en uitgangspunten zoals verwoord in de Woonvisie Meierijstad 2018.

Wij zijn dan ook van mening, dat de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het geldende woonbeleid en met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Antwoord: Zoals eerder benoemd is de doelgroepenverordening vertaald in het bestemmingsplan, naast de overeenkomst die met de initiatiefnemer is afgesloten waarin het woningbouwprogramma en de instandhouding hiervan ook is vastgelegd. De woningen worden beschouwd als sociale huurwoningen en de norm voor sociale huurwoningen is ook meegenomen in het kader van het parkeeronderzoek. H)

Nota parkeernormen Meierijstad 2018. Op 31 januari 2019 heeft uw raad het Paraplubestemmingsplan parkeren vastgesteld. Aan dat bestemmingsplan is nadrukkelijk gekoppeld de door het college vastgestelde Nota Parkeernormen Meierijstad 2018. In deze nota is op een aantal plaatsen nadrukkelijk vastgelegd, dat het uitgangspunt is dat de toename van de parkeervraag door een nieuwe ontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Er zijn geen planologische beperkingen om binnen het plangebied in parkeren op eigen grond te voorzien door middel van een zogenaamde parkeerkelder. In alle recente inbreidingsplannen in kom Schijndel met een

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 54

hoger aantal woningen per hectare is in parkeren op eigen terrein voorzien met parkeerkelders dan wel minder woningen per hectare. Afwijken van de parkeernormen c.q. van het uitgangspunt dat het opvangen van de toenemende parkeerdruk op eigen terrein moet plaatsvinden is mogelijk, door: - parkeren op te vangen door benutting bestaande parkeerruimte; - aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In dit plan wordt voor de laatste optie gekozen, het aanleggen van meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte op het terrein achter de Looierij en ook op de Hoofdstraat en de Toon Bolsiusstraat. Maar aan deze optie zijn volgens de Nota parkeernormen voorwaarden verbonden, te weten: - de door het CROW aangehouden acceptabele loopafstanden; - dat de aanleg van parkeerplaatsen niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de omgeving. Antwoord: Voor beantwoording zie Algemene beantwoording zienswijze aspect E1 (Parkeren). •

Reclamant stelt vast dat de aanleg van meer parkeerplaatsen aan de Looierij juist ten koste gaat van de kwaliteit van de omgeving. Zoals al eerder vermeld wordt al het groen, bestaande uit een haag met bomen en klimop begroeiing aan de muur rondom het parkeerterrein, wordt verwijderd en/of zal verdwijnen. Het verdwijnen van deze juist verkoeling gevende elementen zal leiden tot hittestress op warme zonnige dagen.

Antwoord: Zie Algemene beantwoording zienswijze aspect I (groen en verharding). Binnen het plangebied treedt een afname van circa 850 m2 verharding op, hetgeen in het kader van hittestress ook wenselijk is. •

Bestaande parkeervakken worden per stuk verkleind en rijstroken versmald en verlegd waardoor de manoeuvreerbaarheid op het terrein slechter wordt alsmede het in- en uitstappen voor de vele oudere en mindervalide bezoekers erg krap zo niet te krap wordt. De beschikbare ruimte voor voetgangers en stallen van fietsen wordt verkleind waarmee de kwaliteit van de omgeving ook afneemt. Hetzelfde geldt voor de aan te leggen parkeerplaatsen in het openbaar groen en of trottoir aan de Toon Bolsiusstraat en de Hoofdstraat.

Antwoord: Daarnaast voldoen wegen aan de normen en zullen de parkeerplaatsen niet afwijken van de huidige afmetingen en voldoen aan de normen. Uit onderzoek is gebleken dat er in de openbare ruimte voldoende capaciteit is om de parkeervraag op te vangen. I)

Klimaat en duurzaamheid. In paragraaf 3.5 over klimaat en duurzaamheid wordt op geen enkele wijze ingegaan op andere aspecten van klimaat en duurzaamheid, zoals:

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 55

o

o

Duurzaam omgaan met (hemel)water; In het geval van duurzaam omgaan met (hemel)water zal moeten worden voldaan aan de volgende uitgangspunten van de Brabantse waterschappen: 1. Hemelwater hergebruiken; 2. Hemelwater vasthouden en infiltreren; 3. Hemelwater bergen en afvoeren; 4. Hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect); 5. Hemelwater afvoeren naar het riool als 1 t/m 4 niet mogelijk zijn. Voorkomen van hittestress Hiervoor, waar wij zijn ingegaan op het handelen in strijd met de Nota parkeernormen Meierijstad 2018, hebben wij al geduid dat het verwijderen van al het groen op het parkeerterrein aan de Looierij ter plaatse zal leiden tot hittestress. Ook de gekozen situering de nieuwe bebouwing, de parkeervoorzieningen ten zuiden daarvan zonder enig groen en de realisatie van het groen aan de noordkant zal leiden tot hittestress. De noordkant van het gebouw is juist de koele kant en de behoefte aan groen bestaat juist aan de zuidkant om daar hittestress te voorkomen. Het plan is gezien vanuit dat oogpunt volstrekt niet duurzaam en er wordt geen rekening gehouden met de klimaatverandering.

Antwoord: zie Algemene beantwoording zienswijze aspect I (groen en verharding). De watertoets is aangepast en hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd op het eigen terrein. Zoals meermaals aangegeven komt er het nodige groen terug in het plantontwerp, onder andere door het realiseren van een groen hof. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt er meer groen toegevoegd wat een positief effect heeft op het tegengaan van hittestress. J)

Beleidstoets Reclamant stelt vast, dat in de paragraaf over Beleidstoets – gemeentelijkbeleid niet is ingegaan op: • De beleidsnota ‘Een bouwsteen voor Schijndel’ terwijl deze hier zeer relevant is; Voor de afwijkingen van de beleidsnota ‘Een bouwsteen voor Schijndel’ verwijzen wij hier kortheidshalve naar wat hiervoor over de inhoud van de beleidsnota is vermeld; • De verordening fysieke leefomgeving; • Bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 en de regels over de molenbiotoop. Op dit punt is de plantoelichting, die een goede ruimtelijke onderbouwing moet bevatten, volstrekt onvoldoende en wordt het vast te stellen bestemmingsplan niet gedragen door de onderbouwing daarvan. Antwoord: - De bouwsteen is onder punt 10 van deze zienswijzen al behandeld, voor een antwoord wordt verwezen naar punt 10; - In de Watertoets is de Verordening fysieke leefomgeving toegevoegd als gemeentelijk toetsingskader. Hieruit volgt een waterbergingsopgave welke in het plangebied zal worden opgevangen door middel van een of meerdere wadi’s en infiltratiekratten. - De molenbiotoop is onder punt 1 van deze zienswijzen al behandeld, voor een antwoord wordt verwezen naar punt 10. Daarnaast wordt opgemerkt dat een

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 56

indicatief onderzoek naar de molenbiotoop is uitgevoerd en dat deze onderdeel uitmaakt van het plan.

K)

Archeologie en cultuurhistorie Op 4 augustus is het ontwerpplan besproken op de intaketafel. De conclusies van de intaketafel waren onder meer: ▪ Ze geven in hun stuk aan dat de plannen in lijn zijn met de historische bebouwing; ▪ Zorg dat het stedenbouwkundig past. Reclamant kan zich niet vinden in de eerste conclusie van de intaketafel. Op 23 februari 2023 had de monumentencommissie naar aanleiding van het adviesverzoek van het college van B en W een gesprek met de initiatiefneemster en de ontwerpers. Uit de verslagen blijkt dat het plan van initiatiefnemers nog verre van akkoord is en zijn voor de gecombineerde commissie, dat onze visie in lijn is met die van de commissie en dat er dus geen sprake is van een voldragen laat staan volwassen ontwerp bestemmingsplan. Gezien het feit dat een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld voor de ontwikkeling van het plan adviseert de commissie het plan aan te houden. Wel kan de totstandkoming van het Beeldkwaliteitsplan parallel lopen aan de behandeling van het plan. Hiervoor verwijst de commissie naar bovenstaande bevindingen om mee te nemen in het beeldkwaliteitsplan. De adviezen van de monumentencommissie zijn niet verwerkt in het gepubliceerde ontwerpbestemmingsplan en feitelijk dus compleet genegeerd door zowel initiatiefnemer als architect als door het college.

Het college heeft ook niet gemotiveerd waarom deze adviezen niet zijn opgevolgd en niet zijn meegenomen. Ook blijkt nergens uit dat er anderszins advies is gevraagd door het college over de inpasbaarheid van het bestaande Monument Hoofdstraat 56-58 welke volledig ingesloten in het plangebied ligt en ook niet heeft gedaan voor de inpasbaarheid van de Catherina-molen. Gelet op de cultuurhistorische waarden ligt hier niet alleen de verplichting voor het college maar ook een kans om de monumenten ten minste goed in de omgeving te conserveren en beter nog om ze verbeterd in de omgeving te tonen door de nieuwbouw links van het monument verder dan nu het geval is terug te laten springen vanaf de rooilijn In de erfgoedvisie is vastgelegd dat de gemeente meer verbinding tussen erfgoed en de veranderingen in de leefomgeving legt. In de visie is de uitdaging om bij veranderingen in de leefomgeving de monumenten te behouden en om ons daarnaast door de kracht van deze ontwerpen uit het verleden te laten inspireren bij de vormgeving van onze toekomstige leefomgeving. Als doel is gesteld het versterken van de relatie tussen de kwaliteit van het ontwerp en de cultuurhistorische waarde. Het vigerende beleid is dat op basis van de ruimtelijke ordening de gemeente verplicht is om bij al haar ruimtelijke planvorming een analyse te maken van het aanwezige erfgoed.

In het bestemmingsplan dient een gemotiveerde beschrijving te zijn opgenomen van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Het gaat daarbij om beschermde maar ook om niet beschermde objecten. Dit

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 57

betekent dat de gemeente een analyse moet maken van de cultuurhistorische waarden in het plangebied en daar conclusies aan verbindt die in het bestemmingsplan worden verankerd. Het streven van de structuurvisie “verbindend erfgoed” is om de biografie van Meierijstad meer zichtbaar en beleefbaar te maken. Voor de Catherina-molen maar zeker voor het monument Hoofdstraat 56-58, wat planologisch onderdeel uitmaakt van het plangebied, biedt dit inbreidingsplan kansen om de zichtbaarheid te verbeteren welke niet worden benut, integendeel het huidige plan verslechtert het aanzien en de zichtbaarheid van het monumenten Hoofdstraat 56–58 en de Catharina-molen molen. Maar ook de voorgenomen sloop van de panden Toon Bolsiusstraat 14 en 16 en de panden Hoofdstraat 60 t/m 66 allemaal onbeschermd, vragen om een analyse met daaraan te verbinden conclusies die in het ontwerpbestemmingsplan ontbreken. Dit is in strijd met de erfgoedvisie Meierijstad 2020 – 2030. (Zie ook MIP Toon Bolsiusstraat 14- 16 in bijlage 17 van deze zienswijze). Antwoord: Dit punt is eerder in deze zienswijze aangehaald. Verwezen wordt naar het antwoord dat daar is gegeven. •

In de fase van de intaketafel heeft de gemeentelijk stedenbouwkundige behoudt van de zichtbaarheid van de zijgevel zoals vastgelegd in het terugspringend bouwblok van Hoofdstaat 54 naar opdrachtgever specifiek benoemd als belangrijk voor de zichtbaarheid van het monument. Wij stellen ons op het standpunt dat een gelijke behoefte geldt voor de rechterzijde van het monument Hoofdstraat 56-58 en dat het bouwblok aldaar meer en in de lijn met de linkerkant van het pand over een breedte van tenminste 6 à 8 meter met een diepte van tenminste 4 à 6 meter naar achteren dient te worden gelegd. De voorgenomen sloop van de huidige bebouwing naast Hoofdstraat 58 geeft hiervoor een unieke mogelijkheid tot verbetering van deze ruimtelijke en beeldkwaliteit en de zichtbaarheid van het monument.

Antwoord: Zie Algemene beantwoording zienswijze aspect A1 (bouwvolume) en antwoord algemene beantwoording zienswijze aspect J Gemeentelijk monument 56/58 Inmiddels heeft het plan van de Welstands- en Monumentencommissie een positief advies gekregen.

•

Uit de plantekening en de beschrijving moet worden opgemaakt dat initiatiefnemers voornemens zijn om een deel van het gemeentelijk monument Hoofdstraat 56, te weten de voormalige besloten binnenplaats en de schuur, te slopen (zie rood kader in bijgevoegde tekening) en de grond aan te willen wenden voor de bouw van een liftschacht/trappenhuis en berging. Het ontwerpbestemmingsplan creëert hiertoe de mogelijkheid wat strijdig is met het bestemmingsplan 2013, de verordening fysieke leefomgeving Meierijstad en ook met de Erfgoedvisie gemeente Meierijstad 2020 – 2030 en wij beschouwen deze sloop van een deel van het monument als onjuist en onbehoorlijk. Onzes inziens mag er geen enkel deel van het monument gesloopt worden.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 58

In de erfgoedverordening Meierijstad 2018, (Artikel 12 lid 1,) is een verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te verstoren, op een dusdanige wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het huidige ontwerpbestemmingsplan voorziet op meerdere punten in bebouwing van bergingen, appartementen/woningen zodanig dichtbij en/of hoog dat deze zeer aannemelijk de gemeentelijke monumenten zullen verstoren. Het is dan ook onwenselijk en strijdig met het beleid om met dit ontwerpbestemmingsplan de weg voor het verlenen van een omgevingsvergunning op deze punten vrij te maken. De geprojecteerde bouwblokken en bouw- en goothoogten, waarmee ons gemeentelijk monument en ook Hoofdstraat 56 exorbitant wordt in- en omsloten, zullen verstorend zijn. Het monument vervalt van een statig in het straatbeeld staand pand tot een aan de nieuwbouw ondergeschikt pandje. Dit doet afbreuk aan de waardigheid van het monument. Pas bij de behandeling van de noodzakelijk nog aan te vragen sloop-, bouw-, c.q. omgevingsvergunning zal de werkelijke impact en omvang van de verstoring zichtbaar worden. Er is na bevestiging/aanname van dit ontwerpbestemmingsplan geen mogelijkheid meer om de sloop en bouwactiviteiten te verbieden. Een zorgvuldigere planologische afweging is noodzakelijk en ontbreekt. Antwoord:

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 59

Dit punt is eerder in deze zienswijze aangehaald. Verwezen wordt naar het antwoord dat daar is gegeven. Zie ook algemene beantwoording zienswijze aspect J gemeentelijk monument. L)

Het ontwerpplan is in strijd met de Erfgoedvisie verbindend erfgoed 2020-2030. In de erfgoedvisie gemeente Meierijstad 2020 – 2030 is vastgelegd dat de gemeente Meierijstad, het college van Burgemeester en Wethouders zich inspant voor instandhouding van monumentale objecten door ze op hun locatie goed tot hun recht te laten komen. Voorts is er gesteld dat het college niet alleen advies vraagt aan de monumentencommissie bij bouwplannen maar ook om de borging en inpassing van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Wij stellen vast dat het college heeft nagelaten de initiatiefnemers op te dragen alles in het werk te stellen bij de planvorming om ons monumentale pand, Hoofdstraat 58, en nr. 56, beter in het straat beeld zichtbaar te behouden bij de ontwikkeling van het ontwerpbestemmingsplan. Antwoord: Dit punt is eerder in deze zienswijze aangehaald. Verwezen wordt naar het antwoord dat daar is gegeven en zie Algemene beantwoording zienswijze aspect J (Gemeentelijk Monument 56/58).

M)

Het ontwerpbestemmingsplan gaat voorbij aan hoofdstuk 4 (gemeentelijke monumenten) van de Verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad. De verordening vastgesteld door het college van B en W van Meierijstad op 20 september 2022 heeft tot het stellen van regels voor het behouden en beschermen van onroerend cultureel erfgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of van uitzonderlijke schoonheid is en dat onvervangbaar is. Door de aanwijzing als gemeentelijk monument, krijgt het betreffende erfgoed een beschermde status. Burgemeester en Wethouders hebben het pand Hoofdstraat 56-58 aangewezen als een gemeentelijk monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het de taak van de gemeente om zelf het behoud en de integratie van cultuur historische waarden aantoonbaar af te wegen tegen andere (economische, sociale, maatschappelijke, ecologische) belangen. Hiervoor zijn naast een inzichtelijk beleid ook proces- en kwaliteitsregels. Deze kwaliteitsregels zijn opgenomen in de verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad.

Geregeld is dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders, een gemeentelijk monument artikel 4.1 – te slopen, te verstoren, of in enig opzicht te wijzigen op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Er kunnen door Burgemeester en Wethouders in het belang van de monumentenzorg nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat de aanvrager van de omgevingsvergunning nader onderzoek moet verrichten, zoals een bouwhistorisch of archeologisch onderzoek. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 60

Wij zijn van mening dat de sloop van een deel van het aangewezen monument in strijd is met het belang van de monumentenzorg en niet kan worden vergund. Wij wensen ons hier tegen te verzetten! Voorts zijn wij ook van mening dat met de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen hogere goot- en bouwhoogten dan ons monumentaal pand aan drie zijden het monument onaanvaardbaar en onomkeerbaar ontsieren. Wij zijn van mening dat het behoud en de integratie van cultuur historische waarden van het monument onevenredig en aantoonbaar benadeeld wordt en dat dit niet opweegt tegen andere (economische, sociale, maatschappelijke, ecologische) belangen. Het bestemmingsplan kan in deze vorm dan ook niet kan worden vastgesteld. Sloop van, en voorgenomen dominerende hoge nieuwbouw rondom, zijn strijdig met de verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad. Wij verzoeken andermaal de status monument voor het gehele perceel Hoofdstraat 56 te handhaven in het nieuwe bestemmingsplan. Antwoord: Zie Algemene beantwoording zienswijze aspect J (Gemeentelijk Monument 56/58). Het gedeelte dat gesloopt wordt heeft geen monumentale waarde. N)

In de paragraaf over archeologie en cultuurhistorie wordt niet ingegaan op: - Toon Bolsiusstraat 14 en 16: Volgens het ontwerpbestemmingsplan, dat voorligt, zal de woning Toon Bolsiusstraat 14- 16 worden gesloopt. Dit pand is opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) van de provincie Noord Brabant (zie bijlage 14). Het pand heeft qua exterieur cultuurhistorische waarden. Wij verwijzen hier ook naar het verslag van de monumentencommissie van 23 februari 2023 waarin nadrukkelijk wordt gesteld, dat het pand behoudens waardig is als monument. Citaat uit het verslag: “Allereerst heeft de commissie er moeite mee vanuit erfgoedoogpunt dat het pand aan de Toon Bolsiusstraat 14-16 gesloopt gaat worden”. Het college had tenminste een onderzoek moeten laten instellen door een deskundige om de cultuurhistorische waarden in exterieur en interieur na te gaan. - De Catharina molen: Voor wat betreft de cultuurhistorische waarde van de molen verwijzen wij hier kortheidshalve naar de zienswijze van de Molenstichting NoordBrabant welke wij als hierbij ingevoegd beschouwen en onderdeel zijn van onze zienswijze. - Hoofdstraat 56 en 58: Sterker voor de realisatie van het nieuwbouwplan, moet een deel van het monument, schuur, binnenplaats van 56 worden onttrokken aan het monument en deels worden gesloopt afgebroken. Ook hier geen toelichting of motivatie.

Overigens is de muur en de wand van de schuur een mandelige erfscheiding. (Zie ook punt 3 in hoofdstuk 5.1). - Hoofdstraat 56- 58: Het karakter van dit pand, een herenhuis met statuur, groots in het straatbeeld als gevolg van verhoogde goot en nokhoogten ten opzichte van aangelegen arbeiderswoningen, bepaalt het karakter van het monument. Door het pand volledig en direct belendend te omringen met nieuwbouw met fors hogere gooten nokhoogten wordt dit karakter tenietgedaan wat onwenselijk is.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 61

-

-

-

Uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan blijkt geen motivatie of onderzoek naar de effecten van het ontwerpbestemmingsplan op het monument hetgeen in strijd is met goede regelgeving. In het bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 is ter plaatse van Hoofdstraat 56 de specifieke bouwaanduiding ‘gemeentelijk monument’ opgenomen. In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is genoemde specifieke bouwaanduiding niet opgenomen hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan 2013 en strijdig is met het beleid over erfgoed binnen Meierijstad. Met het ontbreken van de aanduiding monumentaal voor het gehele perceel Hoofdstraat 56 wordt de weg geopend tot volledige sloop van het monument Hoofdstraat 56 wat in strijd is met uw beleid over erfgoed binnen Meierijstad. Het ontwerpbestemmingsplan dient aangepast te worden met de status ‘monument’ overeenkomstig het bestemmingsplan 2013.

Antwoord: Dit punt is eerder in deze zienswijze aangehaald. Verwezen wordt naar het antwoord dat daar is gegeven en de algemene beantwoording zienswijze aspect K (toon Bolsiusstraat 14 en 16). O)

Voor archeologische waarden bestaat beleidsmatig de voorkeur om de waarden ongestoord te laten in de bodem (behoud in situ). Behoud van archeologische waarden kan enkel worden gerealiseerd als bodemingrepen worden voorkomen op plaatsen waar deze waarden zich in de bodem bevinden. Derhalve moet bij het wijzigen van de bouwgrenzen, zoals bij het bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’, worden nagestreefd dat eerst via bureau- en veldonderzoek wordt vastgesteld waar archeologische waarden in de bodem kunnen worden verwacht. Veldonderzoek onder bestaande gebouwen is niet mogelijk zonder de gebouwen te beschadigen. Maar anders ligt dat met een verharding bestaande uit klinkers of tegels. Op de onbebouwde terreinen kan zondermeer nu al onderzoek plaatsvinden om na te gaan of er nog sprake is van ongeroerde grond en op welke diepte deze zich bevindt. Mocht uit een dergelijk eerste onderzoek blijken, dat er toch nog sprake is van ongeroerde grond, waarin archeologische waarden zijn te verwachten, dan kan zo nodig het plan worden aangepast om te voorkomen dat juist op die plaatsen diepe bodemingrepen moeten plaatsvinden. De huidige onderbouwing in het rapport van Wintraecken en bijlage 2 Cultuurhistorische Quickscan over archeologische waarden is onvoldoende om verstoring van archeologische waarden te voorkomen.

Voor archeologische waarden bestaat beleidsmatig de voorkeur om de waarden ongestoord te laten in de bodem (behoud in situ). Behoud van archeologische waarden kan enkel worden gerealiseerd als bodemingrepen worden voorkomen op plaatsen waar deze waarden zich in de bodem bevinden. Het voornemen om de panden Toon Bolsiusstraat 14 en 16 en de panden Hoofdstraat 60 t/m 66 te willen slopen is in strijd met de voorkeur om archeologische waarden ongestoord te laten. Het plangebied is gelegen in het oudste gedeelte van het oorspronkelijk dorp Schijndel. Binnen het plangebied is juist zeer aannemelijk dat onder deze in de jaren 30 van de vorige eeuw gebouwde panden, archeologische resten van vroege bewoning aanwezig zijn. De panden zijn zgn. op staal gebouwd wat wil zeggen dat er toendertijd vooraf aan de nieuwbouw nauwelijks grondberoering heeft plaats hoeven vinden en oudere bouwresten niet

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 62

gebruikelijk verwijderd werden. Onzes inziens lijdt toestaan van sloop van deze panden dan ook, met de huidige onderbouwing over archeologische waarden en een ontbrekend historisch onderzoek, volstrekt onvoldoende om mogelijke verstoring van archeologische waarden te voorkomen. Antwoord: Zie algemene beantwoording aspect K, sloop Toon Bolsiusstraat 14 en 16. De woningen aan de Toon Bolsiusstraat 14 en 16 betreffen geen monumenten en genieten derhalve geen bescherming voor sloop. Dit geld ook voor de panden aan Hoofdstraat 60 tot 66, dit zijn ook geen monumenten. Om deze panden te slopen is een wijziging in het planologisch regime niet noodzakelijk. Dit is binnen de contouren van het vigerende bestemmingsplan mogelijk. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 van bijlage 1 (archeologisch onderzoek) van de toelichting. Daarin staan de conclusies van het bureauonderzoek, de conclusies van het booronderzoek en het advies. Het advies is: “Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling”. In bijlage 1 (archeologisch onderzoek) is het onderzoek en de resultaten opgenomen. Het selectieadvies is genomen en toegevoegd aan de bijlagen van het bestemmingsplan. P)

Op 12 februari 2004 heeft de gemeenteraad van Schijndel bij raadsbesluit Reg.no12008396 Ag.nr. 13 de stedenbouwkundige Visie Binnenterrein Hoofdstraat vastgesteld. Deze visie, zo staat geschreven, is bedoeld om eventuele toekomstige ontwikkelingen op een correcte en heldere manier te kunnen beoordelen. Het document bevat een analyse van het gebied en haar omgeving en heeft een aantal uitgangspunten opgeleverd. Ook bevat het beeldkwaliteitsaspecten ten aanzien van ontwikkelingen. Deze zijn verbeeld in een aantal schetsen. Uit de analyse blijkt dat de molen “Catharina” centraal in het gebied ligt. Vastgesteld is dat de ‘’Catherina-molen” op dat moment verscholen ligt achter de bebouwing van de Hoofdstraat en de Toon Bolsiusstraat maar dat de molen door haar verschijning en door haar hoogte, oriëntatie aan het gebied geeft. In de visie is, vanwege deze oriëntatie, de molen als zichtbaar middelpunt opgenomen. Middels lange zichtlijnen op de molen wordt de oriëntatie binnen het gebied vergroot. Vastgesteld is, dat de ’Catherina-molen” een grote invloed heeft op het ruimtelijk beeld van het gebied. Het ontwerpplan zal de zichtbaarheid van de molen vanuit ons perceel maar ook achter de geplande nieuwbouw ernstig verminderen tot volledig teniet doen. Het plan is derhalve strijdig met de stedenbouwkundige visie.

Antwoord: Er bestaat geen recht op bestaand vrij uitzicht of uitzicht op een bepaald object. Daarnaast is het niet mogelijk om rechten te ontlenen aan de stedenbouwkundige visie uit 2004. Dit is geen geldend beleid want het is niet overgenomen bij de fusie naar de gemeente Meierijstad.

Q)

De molen heeft bij het ‘in gebruik zijn’ te maken met de zgn. molenbiotoop. Dit betekent dat als de molen draait, wat nu anno 2023 het geval is, er restricties aan de bebouwing moeten worden gesteld ten behoeve van de windvang. Dit betekent dat er binnen een straal van 100 meter uit de belt van de molen GEEN bebouwing mag worden opgericht hoger dan de belt (3 meter). Buiten de straal van 100 meter gelden alsnog restricties voor de bouwhoogten. Gezien de molenbiotoop is het mogelijk om vanaf 100 meter een bouwhoogte van 5,1 meter aan te

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 63

houden. Per extra 100 meter zal de bouwhoogte met 2 meter kunnen toenemen. Bij een afstand van 300 meter zal dus gebouwd kunnen worden tot 9,1 meter hoogte. Het huidige plan respecteert deze bouwhoogten niet hetgeen strijdigheid met het de stedenbouwkundige visie. Verder is vastgesteld dat de woningen aan de Toon Bolsiusstraat voor het grootste gedeelte dateren uit de jaren dertig van de vorige eeuw en dat deze zogenaamde ‘jaren dertig’bouwstijl de Toon Bolsiusstraat een zekere eenheid in het straatbeeld geeft. Vastgesteld is ook dat de woningen aan de Hoofdstraat niet middels één bouwstijl zijn te benoemen en het straatbeeld hier dus veel diverser is. Antwoord: Voor de beantwoording zie Algemene beantwoording zienswijze aspect G1 (Molenbiotoop).

R)

Op 27 maart 2012 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schijndel onder Reg.no. 12008396 nAg.nr 13 de uitvoerbaarheid visie binnenterrein Hoofdstraat getiteld Complex Toon Bolsiusstraat vastgesteld. Deze visie is inmiddels geen formeel beleid meer maar kan nog wel zeer goed dienen als ondersteuning van uw beleid. Zoals hierboven gesteld zijn de zones 1 en 4 gespiegeld van belang. Zone 1 is inmiddels rendabel gerealiseerd en behoeft geen verdere toelichting. Zone 4 evenwel is zeer vergelijkbaar met het plangebied. Voor zone 4 is de ontwikkelpotentie vastgesteld. Zone vier heeft een oppervlakte van 5500 m2 en op grond van de visie zouden hier 14 grondgeboden patio’s/bungalows op elk een kavel van 275 m2 gerealiseerd kunnen worden. Een nadeel bij het gebied fase 4 is dat dit perceel in eigendom is van twee afzonderlijke eigenaren wat bij het onderhavige plangebied niet speelt. Dit is in handen van 1 eigenaar/ontwikkelaar. Alle grond en opstallen in het plangebied zijn in een bezit wat extra synergie oplevert. Zie bijlage hoofdstuk 2,3 Zone IV op blz. 5 van Complex Toon Bolsius.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 64

Samengevat is reclamant van mening dat de beeldkwaliteit bepalende elementen alsmede de gekozen bouwhoogten, de bouwintensiteit en de bouwtypologie niet voldoen aan de uitgangspunten van behoorlijke ruimtelijke ordening en de door uw Raad en College voorheen ontwikkelde visie voor dit binnen-dorpse gebied. Antwoord: Zoals ook aangegeven in de zienswijze is dit geen beleidskader meer omdat deze visie niet is overgenomen door de gemeente Meierijstad. Daarnaast is de visie verouderd en heeft het geen specifieke betrekking op het plangebied. Bij de uitwerking van het bestemmingsplan is een stedenbouwkundige afweging gemaakt dat de planontwikkeling in deze vorm passend is.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 65

S)

De stelling in hoofdstuk 6 van het ontwerpbestemmingsplan, dat er geen reden is om aan te nemen dat eventuele benodigde ontheffing, mits de juiste maatregelen worden getroffen en er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zal kunnen worden, is onvoldoende onderbouwd. De inmiddels op basis van de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen rapporten door de Provincie verleende ontheffing voor de soortbescherming is alleen maar aangevraagd (getoetst) en verleend voor de Gewone Dwergvleermuis en zegt niets over de noodzaak voor ontheffing van andere soortbescherming of noodzakelijke ontheffing. Dit is vastgesteld door de bestuursrechter in voorlopige voorziening door ons aangevraagd bij de rechtbank Oost Brabant en uitgesproken op 12 oktober 2023 (zaaknummer SHE 23/2429 PV). Vast te stellen is met zekerheid dat de beoogde ruimtelijke ingreep (sloop van diverse panden en realisatie van hoogbouwappartementen) een negatief effect heeft op meerdere aanwezige beschermde inheemse flora en fauna. (Soortenbescherming). Bij mogelijke verstoring van soorten geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop in en rond (straal van 2 km) het plangebied.

Dit onderzoek, naar de in het plangebied (potentieel) aanwezige soorten is onvoldoende uitgevoerd waardoor mogelijk niet de juiste maatregelen worden genomen. De gevolgde methode, bestaande uit het veldonderzoek en het raadplegen van externe bronnen is onvoldoende en daardoor incompleet. Het veldonderzoek is te beperkt uitgevoerd. In ieder geval ons perceel Hoofdstraat 58 en de Molenbiotoop zijn niet bezocht. Verder heeft het er alle schijn van dat de diverse solitaire oude panden rondom het plangebied en de directe omgeving om het plangebied niet zijn betrokken. Het rapport is hierin niet duidelijk. De onderzoeker heeft zich voor wat betreft het raadplegen van externe bronnen te zeer beperkt tot slechts één bron. Daarnaast is verzuimd de basale algemeen aanwezig geachte wetenschappelijke kennis van soorten te gebruiken als basis voor het veld- en brononderzoek. Antwoord: Voor de beantwoording zie Algemene beantwoording zienswijze aspect H1 (Flora en Fauna). Dit staat in bijlage 3 van de toelichting (quickscan natuurbescherming). • De planlocatie is gelegen te midden van het stedelijk centrum van Schijndel. Het voorkomen van uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil) kan derhalve uitgesloten worden. Op de planlocatie is tevens geen sprake van functioneel leefgebied van uilen. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie.

De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Gezien de ligging is op de planlocatie geen sprake van essentieel functioneel leefgebied van roofvogelsoorten. • De planlocatie en omgeving betreft het centrum van Schijndel waar weinig geschikte groenstructuren aanwezig zijn om een huismuspopulatie te ondersteunen. Nesten en nest-indicerende waarnemingen van de huismus zijn derhalve ook niet bekend op de planlocatie of in de directe omgeving ervan (NDFF 2012-2022). Het voorkomen van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus kan derhalve uitgesloten worden.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 66

T)

Steenuil en Huismus: In het onderzoek is de aanwezigheid van (jaarrond beschermde) nesten van tenminste de Huismus en de Steenuil niet genoemd terwijl deze daadwerkelijk in en direct rond het plangebied wonen, nestelen, foerageren en verblijven. Gegevens hierover zijn opgenomen in de Uilenmonitor van het Brabants landschap en de aanwezigheid van Steenuil en Huismus (nesten) hiervan is tevens lokaal bekend. Voor de Steenuil en de Huismus is jaarrond nestbescherming van belang voor de instandhouding van de populatie omdat beide vogelsoorten leven volgens het principe van “het nest voor het meisje”. Deze soorten zijn zeer nest- en locatietrouw even als hun nakomelingen. De kuikens van elk Steenuil nest zullen zich lokaal vestigen waardoor de lokale instandhouding en groei van de populatie gezekerd wordt Naast de mogelijke verstoring van de soorten Huismus en Steenuil moet dus ook de vraag gesteld worden of ter bescherming van het Steenuilennest de directe woon- en leefomgeving maar vooral het foerageergebied niet met de voorgenomen hoogbouw blijvend zodanig wordt verstoord dat de vestiging van de Steenuil geen overlevingskans meer heeft. De verstoring van de Habitat van de Huismus is zeer onwenselijk. Zowel pand E als pand F en G zijn voorzien van pannendaken en in het geheel niet meegenomen in het oriënterend onderzoek wat in strijd is met het protocol.

Specifiek de Huismus is zeer territoriaal begrenst en zijn leefgebied is niet meer dan 100 meter van zijn geboorteplaats. Huismussen leven in kolonies en verstoring van hun habitat en nesten heeft meteen grote gevolgen voor de lokale populatie. Bron: Maandblad Vogels van de Nederlandse Vogelbescherming. Uit de Quickscan blijkt dat de onderzoeker gedurende zijn veldonderzoek geen vogelsoortennesten of -sporen heeft aangetroffen van jaarrond beschermde nestlocaties of leefgebieden. Deze waarneming is onvoldoende onderbouwd en onvolledig. In en in de directe omgeving van het plangebied leven en nestelen wel degelijk meerdere Huismussen en een Steenuil koppel. Antwoord: Voor de beantwoording zie Algemene beantwoording zienswijze aspect H1 (Flora en Fauna). Dit staat in bijlage 3 van de toelichting (quickscan natuurbescherming): • De planlocatie is gelegen te midden van het stedelijk centrum van Schijndel. Het voorkomen van uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil) kan derhalve uitgesloten worden. Op de planlocatie is tevens geen sprake van functioneel leefgebied van uilen. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden.

Gezien de ligging is op de planlocatie geen sprake van essentieel functioneel leefgebied van roofvogelsoorten. • De planlocatie en omgeving betreft het centrum van Schijndel waar weinig geschikte groenstructuren aanwezig zijn om een huismuspopulatie te ondersteunen. Nesten en nest-indicerende waarnemingen van de huismus zijn derhalve ook niet bekend op de planlocatie of in de directe omgeving ervan (NDFF 2012-2022). Het voorkomen van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus kan derhalve uitgesloten worden.

U)

Vleermuizen: In en rond het plangebied leven en foerageren met zekerheid meerdere soorten (beschermde) vleermuizen. Hiervoor is in vervolg op de quickscan van onderzoeksbureau Blom Ecologie aanvullend veldonderzoek gedaan. In het aanvullend onderzoek wordt geconstateerd dat er alleen sprake zal zijn van verstoring van de gewone Dwergvleermuis. Deze conclusie delen wij niet. Wij weten uit eigen waarneming en na deskundigen raadpleging dat er in en rond het

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 67

plangebied met zekerheid ook Laatvliegers en Grootoorvleermuizen leven, nestelen en foerageren en dat deze soorten dus als gevolg van de plannen verstoord zullen worden. In weerspraak met het rapport is het onderzoek niet overeenkomstig het protocol vleermuisonderzoek NGB 2021 uitgevoerd en is het zeer aannemelijk tot zeker te stellen dat er verblijfplaatsen van de Laatvliegers en Grootoorvleermuizen zijn gemist. De waarnemingen voldoen niet aan de minimale kwaliteit en zorgvuldigheid die daaraan wordt gesteld specifiek voor dit plangebied en niet aan het protocol. Het plangebied is weliswaar niet heel groot maar wel erg onoverzichtelijk door de vele aanwezige kleine gebouwen in besloten gebeid. De te observeren liggen meer dan 80 meter wandelafstand van elkaar en zijn om hoeken heen niet zichtbaar en niet alle gevels zijn zichtbaar vanuit een specifiek oriëntatiepunt. Ook zijn de onderlinge afstanden te groot om met een batdetector alle in- en uitvliegende vleermuizen te detecteren. Een (1) waarnemer zal daardoor zondermeer tijdens een observatie in- en uitvliegers in het plangebied missen.

Het uitgevoerde aanvullend onderzoek is op basis van de onoverzichtelijkheid van het plangebied en de ingezette waarnemers/ecologen derhalve onvoldoende geweest om de aanwezigheid van kraamverblijfplaatsen met zekerheid te kunnen uitsluiten en om met zekerheid uit te kunnen sluiten dat er geen zomerverblijfplaatsen van vleermuizen zijn gemist. De navolgende opmerkingen zijn nog te maken over het onderzoek en het rapport: 1. In de plantekening ontbreken ten noorden van het pand B twee te slopen bergingen, weke voorzien zijn van gemetselde muren met luchtspouwen alsmede opentoegankelijke dakbedekking. In tekening hieronder met groene stip aangeduid. 2. Ten zuiden van gebouw E staat een oude vrijstaande woning voorzien van gemetselde muren met luchtspouwen en een zadeldak met dakpannen. 3. Voor het in de plantekening aangegeven gebouw D wordt aangenomen dat deze zonder luchtspouw is uitgevoerd. In ieder geval aan de aan ons pand grenzende zijde is een dubbele muur aanwezig. 4. Aan de panden Toon Bolsiusstraat 14 en 16 is onderzoek naar de aanwezigheid van nesten onder de oud-Hollandse dakpannen naar aanleiding van informatie van de initiatiefnemer dat er “vogelschroot” is geplaatst bij het eerder vervangen van de daken van de panden nagelaten.

Dit is onzorgvuldig omdat de vervanging een aantal jaren geleden is en de hergebruikte pannen behoorlijk kieren en dus de aanwezigheid van nesten van de in het gebied levende Huismussen niet is uit te sluiten. 5. De Panden Hoofdstraat 60 – 66, genomineerd voor sloop, lijken niet opgenomen in het onderzoek. Op deze panden zijn geen nieuwe daken geplaatst en zal gezien de pannen en dakconstructie de aanwezigheid van huismussennesten onderzocht moeten zijn waardoor het onderzoek onvolledig is. 6. De in figuur 1.3 en in bijlage 1 opgenomen foto’s zijn niet representatief voor het gehele plangebied. Uit de foto’s lijkt af te leiden dat het gehele plangebied een versteend rommeltje is waar inheemse fauna niet voorkomt. Het tegendeel is waar. De te slopen woningen boven de winkels aan de Hoofdstraat (E en G) maar ook de vrijstaande woning ten zuiden van E en een deel van de woning van het pand E staan al vele jaren leeg, er is geen bewoning en een geweldig relatief rustig biotoop in bewoond gebied voor beschermde vogels en vleermuizen. 7. Niet alleen de gebouwen A en F beschikken over invliegopeningen. Dit geldt ook voor de gebouwen B, C, E en G.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 68

8.

De aangebouwde garage van E is anders dan de oude woningen wel degelijk met luchtspouw gebouwd. 9. In de toetsing van de effecten op de ruimtelijke ingreep staat bij de alternatievenafweging vermeldt, dat het niet uitvoeren van de (sloop)werkzaamheden niet wenselijk is, gezien de huidige bebouwing hun oorspronkelijk bedoelde functies niet meer vervullen. Dit is niet juist. Er is geen sprake van verpaupering of achterstallig onderhoud en de meeste panden zijn nog steeds c.q. opnieuw verhuurd voor zowel bewoning als voor detailhandel, groothandel en kringloop. Er is tot op heden onderhoud aan alle panden gepleegd. 10. De huurcontracten van de eerdere vaste huurders zijn door de pandeigenaren vorig jaar wel opgezegd. Echter alle panden zijn opnieuw verhuurd of staan te huur en zijn behoorlijk onderhouden. Er is geen reden om bevreesd te zijn voor verpaupering van de omgeving, vandalisme of mogelijke brandstichting. 11. De motivatie voor de noodzaak van het aantal 69 woningen en dus sloop van alle beoogde panden wordt door ons en meerdere belanghebbenden betwist en is dus niet zo zeker als gesteld in het rapport waardoor soortenverstoring mogelijk niet op alle punten noodzakelijk is. 12.

In het mitigatieplan van Blom Ecologie is als uitgesloten periode voor het ongeschikt maken de periode van 1 tot 15 oktober genoemd terwijl in de voorschriften van de ontheffing 15 april tot 15 oktober zijn genoemd. Dit is tegenstrijdig en niet verder onderbouwd.

Het onderzoek is derhalve onvolledig voor wat betreft de mogelijk te nemen vervolgstappen in het kader van de Wet Natuurbescherming voor de Soortenbescherming. Wij stellen ons op het standpunt dat, op basis van de onvolledige en incomplete Quikscan, het onvoldoende geborgd is, laat staan met enige zekerheid te zeggen is, dat alle mogelijk optredende soortenverstoringen toegestaan kunnen worden met een ontheffing van de provincie. Dit omdat niet volledig of niet correct in kaart is gebracht wat de huidige aanwezige soortenpopulatie is, daar er geen nader onderzoek op de te verwachten

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ 69

effecten en eventueel te nemen maatregelen voorhanden is en wij stellen hiermee dat het plan voor wat betreft flora en fauna onvoldoende onderbouwd is.

Antwoord: Zie algemene beantwoording zienswijze aspect H1 Flora en Fauna. Dit staat in bijlage 3.1 van de toelichting (aanvullend onderzoek ecologie): • In mei-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 5 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Deze verblijfplaats(en) worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 te Schijndel gesloopt kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=0446d9ee-61e8-4f82-84e2-dc1686bc636a