CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Toelichting Espendonk 15 (inclusief bijlagen)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'22.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

51

Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode

6.2

FINANCIËLE UITVOERBAARHEID Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De uitvoering van de ontwikkeling is in handen van een particuliere partij. Deze partij draait op voor alle aan het onderhavige plan verbonden (plan)kosten. In het onderhavige plan is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening). Omdat onderhavig plan niet is aan te merken als een aangewezen bouwplan, brengt de gemeente enkel leges in rekening. Omdat er geen sprake is van een bouwplan is het opstellen van een exploitatieplan niet verplicht. De gemeente kiest er in onderhavige situatie echter wel voor om middels een anterieure overeenkomst afspraken vast te leggen tussen de gemeente en initiatiefnemer m.b.t. de ontwikkeling van het plangebied. Hierin wordt o.a. het te betalen legesbedrag vastgelegd. Maar ook regelt de gemeente hierbinnen zaken omtrent de zekerstelling van de sanering van de varkenshouderij, het garanderen van de inrichtingseisen en het planschadeverhaal. Ruimtelijke plannen en besluiten kunnen schade veroorzaken. Planschade is de vermogensschade of inkomensschade die ontstaat na wijziging van de planologie.

De vermogens- of inkomensschade wordt bepaald door de maximale invulling van de oude planologie en de maximale invulling van de nieuwe planologie te vergelijken. Aangezien middels onderhavig plan de maximale invulling van de nieuwe planologie enkel beperkt wordt t.o.v. de maximale invulling van de oude planologie10 is de verwachting op planschade nihil te noemen. Ondanks dat de kans op planschade dat wordt veroorzaakt door onderhavig plan nihil is kiest de gemeente Meierijstad in hun werkwijze ervoor om ieder risico dat men loopt op een schadeclaim af te wentelen op initiatiefnemer middels het sluiten van een planschadeovereenkomst met initiatiefnemer. Zo ook in onderhavige situatie.

10 Het plan leidt niet tot vermindering van het vrije uitzicht. Ter plaatse wordt immers alle

agrarische bebouwing gesaneerd en op de plek waar in de huidige situatie gebouwen staan wordt een nieuw bijgebouw met een maximale oppervlakte van 400 m² teruggebouwd. De privacy van de in de omgeving aanwezige gronden en objecten wordt door het plan niet aangetast. Er wijzigt voor de omgeving niets aan de bereikbaarheid t.o.v. de huidige planologische situatie. Het plan leidt niet tot parkeerhinder. Stank- en geluidsoverlast nemen daarnaast af t.o.v. de huidige planologische situatie (immers wordt de veehouderij ter plaatse geheel gesaneerd).

52

Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode

BIJLAGEN

Bijlagen 

BIJLAGE 1: Principebesluit gemeente Meierijstad van d.d. 23 februari 2021;

BIJLAGE 2: Quickscan Flora en fauna (exlan advies in agribusiness);

BIJLAGE 3: Verkennend bodemonderzoek Espendonk 15 te Sint-Oedenrode (bodeminzicht);

BIJLAGE 4: Berekening Achtergrondbelasting geur (Agrifirm Exlan);

BIJLAGE 5: Landschapsplan;

BIJLAGE 6: Vooroverlegreactie Waterschap De Dommel (13 juli 2021).

53

Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode

54

Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel T Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel

IIL

T: 14 0413 E: infoC~meierijstad.nl W: www.meierijslad.nl IBAN: NL09 BNGH 0285 1701 04

fYIEIERI.~STAD

Agrifirm NWE BV t.a.v. mevrouw S. Jansen Postbus 300 5340 AH OSS

Uw brief van

14 december 2020

Uw kenmerk

EX.18.1665

Ons kenmerk

PRO-2020-150

Datum

23 februari 2021

Behandeld door Jan den Otter

Verzenddatum

23 februari 2021

Bijlage(n)

Onderwerp

Principeverzoek Espendonk 15

Geachte mevrouw Jansen, Op 14 december 2020 hebt u namens Familie Hulsen, een verzoek voor een principebeoordeling ingediend voor de passende herbestemming van de locatie Espendonk 15 to Sint-Oedenrode na aan deelname aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Srv). Het verzoek is voorgelegd het van beslissing het college van burgemeester en wethouders. In deze brief lichten wij de college toe. Beoordeling principeverzoek Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten dat het plan voor Espendonk 15 to Sint-Oedenrode, inhoudende het wijzigen van de agrarische bestemming Haar de bestemming "Wonen" waarbij de oppervlakte van het bij de woning behorende bijgebouw 400 m2 mag bedragen en die bebouwing tevens mag worden gebruikt ten behoeve van agrarische nevenactiviteiten, in Principe ruimtelijk voorstelbaar is. Qua maatvoering voor de bebouwing zijn de regels van het vastgestelde bestemmingsplan 'harmonisatie Laaghangend Fruit' van toepassing. Wij bieden u de gelegenheid uw plan verder uit to werken om to komen tot een ruimtelijk, maatschappelijk en financieel haalbaar plan. Om to komen tot een haalbaar plan dient aan . bepaalde (rand)voorwaarden to worden voldaan, die hieronder en in bijlage 1 worden toegelicht Voorwaarden Voor de uitwerking en realisatie van het plan gelden de volgende (rand)voorwaarden: R uimtelijke voorwaarden.

Aan ons besluit in principe medewerking to verlenen aan uw plan zijn nadere ruimtelijke voorwaarden gesteld. Deze aspecten worden in bijlage 1 per onderdeel Hader toegelicht. 2. Planologische haalbaarheid. De gemeente is in beginsel bereid haar medewerking to verlenen aan het nemen van een planologische maatregel. Dit kan door middel van een aanvraag tot herziening van het geldende bestemmingsplan `Buitengebied Sint-Oedenrode'(en de herzieningen hiervan). De aanvraag dient in overeenstemming to zijn met een goede ruimtelijke ordening en is er geen sprake van planologische, milieu-hygienische en financiele belemmeringen. Geldigheidsduur principemedewerking. Normaal gesproken is aan de principemedewerking een geldigheidsduur verbonden van een jaar. Dit betekent dat de principemedewerking komt to vervallen, wanneer wij niet binnen een jaar na dagtekening van deze brief een conceptbestemmingsplan of concept ruimtelijke onderbouwing met alle daarvoor relevante onderzoeken van u hebben ontvangen. Echter gezien de deelname aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderij en daaraan gekoppelde voorwaarden dienen we uw plan eerder to ontvangen. Wij verzoeken u in uw planning hiermee rekening to houden. Vervolgtraject en kosten Voor informatie over het vervolg van de procedure en de bijdrage in de gemeentelijke kosten verwijzen wij u Haar de bijlage.

Deze bijlage maakt onlosmakelijk onderdeel uit van deze brief. Veegplan Momenteel worden de voorbereidingen getroffen om voor de diverse initiatieven in het kader van de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Srv), waarvoor een aanpassing van het bestemmingsplan is vereist, 1 partiele herziening van het bestemmingsplan op to stellen. We noemen dit een veegplan. In zo'n plan worden meerdere haalbare ruimtelijke verzoeken opgenomen. Het veegplan doorloopt de wettelijke procedure van een normaal bestemmingsplan. Zowel voor de gemeente als voor de initiatiefnemers heeft een veegplan voordelen. Er is sprake van een plan, een procedure en een gestroomlijnd proces. Dit scheelt tijd en geld. Tevens is er een gereduceerd legestarief in geval van deelname aan het veegplan. Over de planaanpak en de voorwaarden die Belden in geval van deelname aan het veegplan, kunt u contact opnemen met Harald Breman I~breman@meieriistad.nl -Tel: +31 (413) 381 554. Verdere informatie Een besluit op een principeverzoek is Been besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, er is Been bezwaar en beroep mogelijk. Deze brief wordt u in tweevoud aangeboden.

Indien u akkoord gaat met de doorbelasting van de gemeentelijke kosten en u wenst het vervolgtraject in to gaan, dan verzoeken wij u binnen 6 weken een exemplaar to ondertekenen en alle bladzijden (inclusief bijlage 1) to paraferen en to retourneren. Tot slot Heeft u vragen over deze brief? Stel ze gerust aan Jan den Otter (041 3-381 827) en Harald Breman (voor wat betreft het veegplan).

Ons kenmerk PRO-2020-150

~~;~ra~~,~~ 2 van 5

~~at~~~,~ 23 febl'ual'I 2021

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Meierijstad Namens het college %'.

.:.

.

~ Jan den Otter Beleidsmedewerker gebiedsontwikkeling

Voor akkoord initiatiefnemer Datum: Naam en handtekening:

o~,s ke~,me~k PRO-2020-150

~ ~~,~,~~,~, 3 van 5

~;.,i~ ~~ ~, 23 februari 2021

Bijlage 1: Randvoorwaarden besluit principemedewerking Espendonk 15 Sint-Oedenrode Ruimteliike randvoorwaarden. Zoals aangegeven heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad besloten onder voorwaarden medewerking to verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Voor de uitwerking van uw plan Haar een haalbaar plan gelden de volgende randvoonrvaarden: Sloop en intrekken vergunning Op grond van de Subsidieregeling sanering varkenshouderij worden alle varkensstallen behorende bij Espendonk 15 to Sint-Oedenrode gesloopt en de milieuvergunning ingetrokken, waarbij is verzekerd dat de aanwezige bebouwing niet opnieuw kan worden opgericht. 2.

Bestemming Voor de voormalige bedrijfswoning als voor de to behouden bebouwing geldt de bestemming 'Wonen'. Vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt gestreefd Haar concentratie van bebouwing en voorzieningen.

3.

Landschappelijke inpassing Naast sloop van de bebouwing dient bij de uitwerking van het plan to worden voorzien in een meet robuuste landschappelijke inpassing. De aanleg, het duurzaam in stand houden en onderhouden van de landschappelijke inpassing (streekeigen soorten) moet als voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan worden geborgd. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is een nadere begrenzing van het bouwvlak gewenst waarbij bebouwing compacter wordt gesitueerd.

4.

Parkeren: Parkeren dient op eigen terrein plaats to vinden een en ander volgens het geldende parkeerbeleid van de gemeente Meierijstad.

5.

Milieuaspecten Binnen de ruimtelijke procedure dient u Hader onderzoek to doen Haar water, groen en milieuaspecten (bodem, geluid, externe veiligheid enz.)

6.

Omgevingsdialoog Dit overleg heeft u reeds gevoerd in het kader van het principeverzoek.

Vervolgtraiect Erfinrichtingsp/an: Wij adviseren u een plan aan to leveren in de vorm van een erfinrichtingsplan (situering bebouwing, landschappelijke inpassing, ontsluiting etc.). 2.

Beoordeling gemeente/deskundigen: Het door u aangeleverde erfinrichtingsplan zal door ons inhoudelijk worden beoordeeld. Hierover zullen wij zo nodig advies opvragen bij (externe) deskundigen. Paraaf initiatiefnemer

ons kenmerk PRO-2020-150

~~~,~~ ~~, 4 van 5

~;~~i~~ ~ ~; 23 februari 2021

3.

Conceptbestemmingsplan: Wanneer het erfinrichtingsplan akkoord is, levert u als initiatiefnemer een conceptbestemmingsplan aan met alle daarvoor relevante onderzoeken. Hiervoor dient u onze standaard to gebruiken, deze is bij ons op to vragen. De regels vanwege het vastgestelde bestemmingsplan `harmonisatie Laaghangend Fruit zijn van toepassing.

4.

Realisatieovereenkomst: Voordat de planologische procedure formeel van start gaat, kunnen de in deze overeenkomst gemaakte afspraken aangevuld worden met specifieke onderwerpen met betrekking tot het plan. U kunt hierbij denken aan afspraken over landschappelijke inpassing, planschade, etc. Indien dergelijke aspecten nog geregeld moeten worden, zullen wij u nog een concept realisatieovereenkomst aanbieden.

5.

Formele planologische procedure: Op het moment dat de realisatieovereenkomst is ondertekend door beide partijen, gaat de planologische procedure formeel van start. Het ontwerp bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Als het sluiten van een realisatieovereenkomst niet nodig is, gaat de planologische procedure formeel van start nadat het conceptbestemmingsplan met alle daarvoor relevante onderzoeken akkoord is bevonden door ons.

Kosten 1.

Alle kosten die verband houden met de planologische maatregel voor de realisatie van het plan zijn voor uw rekening als initiatiefnemer. Hieronder worden verstaan de kosten met betrekking tot de herziening van het bestemmingsplan, de procedure, ambtelijke begeleiding, op to stellen overeenkomsten, beoordeling van onderzoeken, kosten van publicatie en reproductie, digitaliseringskosten.

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen, herzien, wijzigen of uitwerken van een bestemmingsplan bent u op grond van de legesverordening van de gemeente Meierijstad legeskosten verschuldigd.

3.

Legeskosten worden in rekening gebracht indien er geen sprake is van een ontwikkeling die valt onder de noemer'aangewezen bouwplan', zoals verwoord in artikel 6.2.1van het Bro. Uw plan is niet aan to merken als een aangewezen bouwplan, daarom brengen wij u leges in rekening.

4.

De legeskosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen, herzien, wijzigen of uitwerken van een bestemmingsplan bedragen €8.030,- (prijspeil 2020).

5.

Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart u alle kosten aan de gemeente to vergoeden met betrekking tot eventuele planschade die voortvloeit uit de planologische procedure en onherroepelijk voor tegemoetkoming door de gemeente in aanmerking komt.

6.

U kunt als initiatiefnemer het traject to alien tijde beeindigen. Het is echter niet mogelijk om reeds betaalde bedragen terug to vorderen. Dit ongeacht de voortgang en/of resultaten van het vervolgtraject. Paraaf initiatiefnemer

Ons kenmerk

PRO-2020-150

Pagina 5 van 5

~ i,,iu~ ~ ~ 23 februari 2021

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING ESPENDONK 15 TE SINT-OEDENRODE

Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EX.18.1665 Versie: 1 Datum: 22 oktober 2019

Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Espendonk 15 te Sint-Oedenrode Opdrachtgever Hulsen Espendonk 15 5492 TX Sint-Oedenrode Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com

Uitvoerders Ing. A. van Zeeland L. van Sleeuwen (LL.B.) Collegiale check AvZ

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING

4

TOETSINGSKADER

6

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

9 9

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

34 34

LITERATUUR

35

WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN

36 39

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Espendonk 15 te Sint-Oedenrode. De plannen omvatten de sloop van gebouwen. De varkenshouderij wordt beëindigd. De bedrijfswoning met garage blijft gehandhaafd. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming bescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. De ingreep bestaat uit de sloop van gebouwen. In de toekomst worden er ten noorden van de bestaande bedrijfswoning één ruimte-voor-ruimtewoning gerealiseerd. Daarnaast wordt ten zuiden van de bedrijfswoning twee ruimte-voor-ruimtewoningen gerealiseerd. Deze grond is nu in gebruik als landbouwgrond. Plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de plaats Sint-Oedenrode in de gemeente Meierijstad. Het plangebied bevindt zich buiten de woonkern.

•

Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 16/11/2019)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 2: conceptplan (bron: Hulsen 17/11/2019)

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op donderdag 17 oktober 2019 is de locatie tussen 15:00 en 16:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 15 graden Celsius en wisselend bewolkt. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.

Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloopwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

1 Wet natuurbescherming

Toetsingskader

De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.

1.1

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.

In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale Verordeningen). Binnen het natuurnetwerk geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vind net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

1.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn • Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende volgens. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.

Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn . Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

1.3

Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Hoofdstuk 2

2 Onderzoeksresultaten 2.1

Bronnenonderzoek In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen van flora en fauna in Nederland gebundeld. De Gegevensautoriteit Natuur staat ervoor in dat alleen gevalideerde waarneming worden opgenomen. Gegevens uit meer dan 100 databanken zijn gebundeld, waaronder die van de particuliere gegevens beherende organisaties (Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, etc.), provincies en terrein beherende organisaties. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De gegevens uit deze nationale databank geven een overzicht van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Het overzicht geeft een indicatie op welke soorten in het bijzonder gelet moet worden bij het veldbezoek. Daarnaast zijn gegevens van websites als www.waarneming.nl geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Deze gegevens zijn niet inhoudelijk voor deze QuickScan gebruikt. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden.

Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuur Netwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.

De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding

3:

ligging

Natuurnetwerk

Nederland

(NNB)

en

Natura

2000

(kaartbank.brabant.nl/viewer/app/kaartbank, geraadpleegd op 16/10/2019)

•

Afbeelding 4: ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 01/10//2019)

De planlocatie is als enkelbestemming ‘agrarisch met waarden - landschapswaarden’ bestemd.

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogel(nesten). De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 5: voorzijde locatie nieuwe woning

•

Afbeelding 6: voorzijde locatie nieuwe woning

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 7: voorzijde locatie nieuwe woning

•

Afbeelding 8: stal voorzijde (7)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 9: fietsenhok (1)

•

Afbeelding 10: zijaanzicht varkensstal (7)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 11: hazelnoten zonder sporen van vraat bij stal 7

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 12: hazelnoten zonder sporen van vraat

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 13: perceel vanaf zuidkant

•

Afbeelding 14: perceel vanaf oostkant

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 15: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

•

Afbeelding 16: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 17: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

•

Afbeelding 18: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 19: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

•

Afbeelding 20: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 21: binnenzijde te slopen varkensstal (7)

•

Afbeelding 22: stal 6 kauwennesten (6)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 23: resten konijnen stal 5

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 24: oud wespennest schuur 4

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 25: buitenaanzicht gebouw 2

•

Afbeelding 26: binnenzijde gebouw 2

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 27: binnenzijde gebouw 2

•

Afbeelding 28: binnenzijde gebouw 2

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 29: buitenaanzicht gebouw 2

•

Afbeelding 30: buitenaanzicht gebouw 2

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 31: binnenzijde voormalige rundveestal (2)

•

Afbeelding 32: binnenzijde voormalige rundveestal (2)

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 33: binnenzijde voormalige rundveestal (2)

•

Afbeelding 34: binnenzijde voormalige rundveestal dakconstructie

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 35: binnenzijde gebouw 3

•

Afbeelding 36: binnenzijde gebouw 3

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 37: binnenzijde gebouw 3

•

Afbeelding 38: gebouw 3

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 39: binnenzijde gebouw 3

•

Afbeelding 40: laan

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 41: laan

•

Afbeelding 42: locatie te bouwen woningen

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Flora algemeen Rondom het perceel zijn andere (agrarische) bedrijven aangetroffen. Bij de planlocatie zijn bomen en beplanting aangetroffen. Op het erf zijn enkele notenbomen en erfbeplanting (voornamelijk Hazelaars) aanwezig. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn katten aangetroffen. Ook zijn er sporen van ratten en muizen. De ratten worden intensief bestreden. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden drie verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Er zijn in en om de gebouwen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. De te slopen bebouwing is ongeïsoleerd en daardoor ongeschikt voor vleermuizen.

Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn vogels gezien en gehoord. In tabel 1 zijn de vogels die zijn gezien en gehoord weergegeven. In stal 6 zijn sporen van een losse kolonie kauwen waargenomen. Door de aanwezigheid van kauwen is deze locatie veel minder interessant voor huismussen en boerenzwaluwen. Er zijn daarom ook geen huismussen en boerenzwaluwen aangetroffen. •

Tabel 1: overzicht waargenomen vogels

Soort Houtduiven (10) Merel (2) Roodborst (2) Eksters (2) Sperwer Kraai Pimpelmees

Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan zoals te zien in bijlage 1, worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt niet plaats. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.

vissen

waargenomen.

De

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Hoofdstuk 3

3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding opgenomen en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt geschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden, dient derhalve geen aanvullende onderzoek plaats te vinden.

Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Literatuur • • • • • •

• • • • • •

• • • • • • • • •

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Wet natuurbescherming Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Vastgesteld d.d. 25 mei 1998 Staatsblad d.d. 14 juli 1998, nr. 402. Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Beleidsregels ten behoeve van passieve soortenbescherming Wnb Limburg Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017.

www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.effectenindicator-soorten.nl www.ecologica.eu

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

1 Waarnemingen Bijlage

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

2 Effecten indicator soorten Bijlage

Quickscan soortenbescherming

Espendonk 15 Sint-Oedenrode

Achtergrondgeur Berekening Espendonk 15 te Sint-Oedenrode September 2019

Achtergrondgeur BEREKENING GEURBELASTING In opdracht van H. Hulsen is een achtergrondgeurberekening uitgevoerd voor de locatie aan de Espendonk 15 te Sint-Oedenrode. Deze berekening is uitgevoerd om de geurverspreiding vast te stellen voor de voorgenomen plannen van de klant. Deze plannen houden in het stoppen met het huidige bedrijf en op het perceel 3 ruimte voor ruimte woningen/ kavels op te richten. De achtergrondgeurberekening wordt uitgevoerd om vast te stellen of er op basis van geur een leefbaar woonklimaat gerealiseerd kan worden op de projectlocatie.

Afbeelding 1: locatie Espendonk 14 te Sint-Oedenrode (blauw kader) met geselecteerde receptorpunten (rood)

De geurverspreiding van de inrichting is berekend aan de hand van het verspreidingsmodel V-Stacks gebied. In de achtergrondberekening is uitgegaan van een zone van 8 kilometer. De projectlocatie ligt midden in dit gebied.

2

Achtergrondgeur – Espendonk 15 Sint-Oedenrode

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=b2c5a4c9-1a71-4246-aa48-8a0c86cc11a1