Bijlage 10 Toelichting Espendonk 15 (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
16 juni 2022
Colofon Projectnummer: EX.18.1665 Versie: 5 Datum: 16 juni 2022
Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Exlan Advies Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Espendonk 15 Sint-Oedenrode
Opdrachtgever Familie Hulsen Espendonk 15 5492 TX Sint-Oedenrode
Projectleider G. (Gieljan) van Iersel T: 06 – 547 463 70 E: g.vaniersel@agrifirm.com
Contactpersoon J.M.P.A. (Sandra) Jansen – Sommers T: 06 – 208 266 96 E: s.j.jansen@agrifirm.com
2
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Inhoudsopgave COLOFON .......................................................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................................................................ 4 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING ............................................................................................................................................ 4 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED ................................................................................... 5 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN.............................................................................................................. 5 LEESWIJZER ............................................................................................................................................. 7
HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................. 8 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................................... 8 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ......................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 BELEIDSTOETS ........................................................................................................................ 18 3.1 3.2 3.3 3.4
INLEIDING ............................................................................................................................................. 18 RIJKSBELEID ........................................................................................................................................... 18 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................ 19 GEMEENTELIJK BELEID .......................................................................................................................... 21
HOOFDSTUK 4 MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING ............................................. 27 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
INLEIDING ............................................................................................................................................. 27 M.E.R.-BEOORDELING ........................................................................................................................... 27 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .................................................................................................. 28 NATUUR ................................................................................................................................................ 31 WATER .................................................................................................................................................. 33 BODEM.................................................................................................................................................. 34 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .......................................................................................................... 34 GEURHINDER ........................................................................................................................................ 37 AKOESTIEK ............................................................................................................................................
39 LUCHTKWALITEIT .................................................................................................................................. 41 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 44 VERKEER EN PARKEREN......................................................................................................................... 45 VOLKSGEZONDHEID IN RELATIE TOT VEEHOUDERIJEN ......................................................................... 46 SPUITZONES .......................................................................................................................................... 47 (ONDERGRONDSE) INFRASTRUCTUUR .................................................................................................. 48
HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANOPZET ......................................................................................................... 49 HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 51 6.1 6.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.............................................................................................. 51 FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ........................................................................................................... 52
BIJLAGEN ....................................................................................................................................................... 53
3
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
1 1 Inleiding 1.1
AANLEIDING Initiatiefnemer exploiteerde tot kort geleden op de locatie Espendonk 15 te Sint – Oedenrode (hierna: plangebied) een agrarisch bedrijf in de vorm van een varkenshouderij en akkerbouwbedrijf. Omdat men al langere tijd voornemens was om de varkenshouderij ter plaatse te beëindigen heeft men besloten dit te realiseren middels de subsidieregeling ‘Sanering varkenshouderij’ (hierna: SRV). In het kader van de SRV heeft men alle intensieve veehouderijbebouwing ter plaatse moeten slopen en dient de locatie te worden herbestemd, zodat verzekerd is dat ter plaatse in de toekomst geen intensieve veehouderij meer opgericht wordt. De akkerbouwtak is men voornemens voort te zetten en daarmee zelf de akkerbouwgronden te blijven bewerken. Na beëindiging van de varkenshouderij blijft een akkerbouwtak over waarbij niet meer gesproken kan worden over een reëel agrarisch bedrijf in die zin dat er geen sprake meer is van een arbeidsbehoefte of – omvang van ten minste één halve arbeidskracht op jaarbasis, met een daarbij passend jaarinkomen.
Om binnen het plangebied toch te kunnen blijven voorzien in de stalling en opslag van de benodigde voertuigen, machines en materialen die initiatiefnemer in gebruik heeft voor de akkerbouwtak, en de bestaande bedrijfswoning ter plaatse te kunnen handhaven, is in overleg met de gemeente Meierijstad het plan opgepakt om de locatie te herbestemmen naar een woonbestemming met verruimde bouwmogelijkheden voor de realisatie van een nieuw bijgebouw met een maximale omvang van 400 m² en een maximale goothoogte en hoogte van respectievelijk 3,5 meter en 7 meter. Op deze wijze geld ter plaatse van het plangebied niet meer de verplichting dat ter plaatse een reëel agrarisch bedrijf actief dient te zijn en wordt de mogelijkheid gecreëerd om ter plaatse te kunnen voorzien in de benodigde stalling en opslag van de akkerbouwtak. Daarnaast is met deze herbestemming direct geborgd dat ter plaatse in de toekomst geen intensieve veehouderij meer wordt opgericht. Bij schrijven van d.d.
23 februari 2021 heeft de gemeente Meierijstad te kennen gegeven dat het college van burgemeester en wethouders heeft besloten dat het plan voor Espendonk te Sint-Oedenrode, inhoudende het wijzigen van de agrarische bestemming naar de bestemming ‘Wonen’ waarbij de oppervlakte van het bij de woning behorende bijgebouw 400 m² mag bedragen en die bebouwing tevens mag worden gebruikt ten behoeve van agrarische nevenactiviteiten, in principe ruimtelijk voorstelbaar is. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggende toelichting opgesteld waarin rekening is gehouden met de door het college gestelde voorwaarden. De gemeente Meierijstad kiest ervoor om alle varkensbedrijven binnen de gemeente die deelnemen aan de SRV en waarvan de ruimtelijke verzoeken tot herziening van de bestemming ter plaatse haalbaar worden geacht mee te nemen in een ‘veegplan’. Zo ook onderhavig initiatief. Een ‘veegplan’ is een bestemmingsplanherziening waarin meerdere haalbare ruimtelijke verzoeken worden opgenomen. Het veegplan doorloopt dezelfde wettelijke procedure als een normaal bestemmingsplan.
4
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
1.2
LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied betreft de locatie Espendonk 15 en de aangrenzende gronden in SintOedenrode, gelegen ten zuidwesten van de kern Sint-Oedenrode in het buitengebied van de gemeente Meierijstad. Het plangebied omvat een gedeelte van de gronden met de kadastrale aanduiding gemeente Sint-Oedenrode, sectie M, nummer 853. Het plangebied grenst in het noorden, in het oosten en in het zuiden aan de landbouwgronden welke in eigendom zijn van initiatiefnemer. In het westen wordt het plangebied begrenst door de onverharde weg ‘Espendonk’.
1.3
Figuur 1.1: Luchtfoto met globaal aanduiding plangebied (rode stippellijn) Espendonk 15 en omgeving (bron: www.pdokviewer.nl)
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Binnen het plangebied vigeren vier bestemmingsplannen. Ter plaatse van het geldende bouwvlak gelden de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode herziening 2’ (verbeelding), vastgesteld op 29 september 2016 en ‘Buitengebied Sint-Oedenrode herziening 4’ (regels), vastgesteld 29 maart 2018. Daarnaast vigeert ter plaatse van het plangebied nog het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ van de gemeente Meierijstad, vastgesteld op 31 januari 2019 en het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’, vastgesteld op 27 januari 2021.
5
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2, ter plaatse van plangebied
Ter plaatse van het vigerende bouwvlak en tevens het plangebied (met een oppervlakte van circa 1,08 ha gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: Enkelbestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden; Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 (deels); Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 (deels); Functieaanduiding intensieve veehouderij; Functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden – veehouderij; Gebiedsaanduiding overige zone – bebouwingsconcentratie 12; Gebiedsaanduiding overige zone – groenblauwe mantel; Gebiedsaanduiding overige zone – beperking veehouderij (ca. 100 m² van het noordelijke gedeelte van het bouwvlak = plangebied). Op basis van de geldende bestemmingsplannen is de gewenste ontwikkeling niet mogelijk. Het bestemmingsplan omvat weliswaar een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming ‘Wonen’, maar biedt hierin niet de mogelijkheid tot het realiseren van een nieuw bijgebouw bij de woning met een omvang van 400 m² die tevens mag worden gebruikt ten behoeve van agrarische nevenactiviteiten.
Op basis van het project ‘Vitaal Buitengebied’ van de gemeente en het rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ dat daaruit is voortgekomen, wordt verder behandeld in paragraaf 3.4.2, heeft het college besloten mee te willen werken aan de herbestemming van de agrarische bedrijfswoning ter plaatse naar een (burger)woonbestemming met de mogelijkheid voor het oprichten van een nieuw bijgebouw van maximaal 400 m². Omdat de hierboven genoemde wijzigingsbevoegdheid niet toereikend is om onderhavig plan te realiseren wordt dit met een partiële herziening van het bestemmingsplan gerealiseerd. Aangezien de gemeente de bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid wel als richtlijn hanteert is deze met de bijbehorende voorwaarden verder uitgewerkt in paragraaf 3.4.1 ‘bestemmingsplan’ van onderhavige toelichting.
6
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
1.4
LEESWIJZER Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. Hierin wordt een beschrijving gegeven van de huidige bestaande situatie ter plaatse als van de toekomstige gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante rijks-, provinciaalen gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat de toetsing aan diverse op dit plan van belang zijnde milieuhygiënische en planologische aspecten. In hoofdstuk 4 is de juridische planopzet weergegeven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.
7
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING
2 1 Planbeschrijving 2.1
HUIDIGE SITUATIE Op de locatie Espendonk 15 in Sint-Oedenrode bevond zich tot vrij recent een varkenshouderij en akkerbouwbedrijf. Om aan de SRV voorwaarden te kunnen voldoen is inmiddels alle bedrijfsbebouwing gesloopt. Het betreft hier dus een agrarische intensieve veehouderijlocatie. Het bedrijf beschikt over een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer met beschikkingsdatum 24 januari 2012 voor het houden van 1.680 gespeende biggen, 120 kraamzeugen, 388 guste en dragende zeugen, 1 dekbeer en 33 opfokzeugen. Daarnaast heeft men 7,99 ha akkerbouwgrond in eigen gebruik. Hiervan is onlangs 4,83 ha verkocht aan stichting ARK. Initiatiefnemer pacht deze ha weer terug van ARK. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens de aantal verkochte ha in de toekomst elders terug te kopen. Op het perceel bevonden zich tot kort geleden diverse gebouwen en voorzieningen, zoals: 1. een bedrijfswoning (ca. 170 m² en een inhoud van >750 m³); 2. tuinhuisje (ca. 45 m²) 3. werktuigenloods/ hygiënesluis / opslagruimte (ca. 260 m²); 4. opslagruimte (ca. 125 m²); 5. tractoraanhangerloods (ca. 125 m²); 6. werktuigenloods (ca. 58 m²); 7. zeugenstal (ca. 375 m²); 8. zeugen-/biggenstal (ca. 2.280 m²); 9. krachtvoersilo’s; 10. spuitplaats/laadplaats. Daarnaast was ter plaatse circa 600 m² erfverharding aanwezig.
8
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Figuur 2.1: Uitsnede luchtfoto ter plaatse van Espendonk 15 (bron: www.streetsmart.cyclomedia.com)
De 7,99 ha akkerbouwgronden in eigen gebruik zijn allen gelegen direct grenzend aan het bouwvlak danwel op korte afstand. In onderstaande figuur 2.2 zijn de akkerbouwgronden (deels) in eigendom van initiatiefnemer en welke deze ook zelf bewerkt omkaderd. Op deze gronden vinden wisselende teelten plaats bestaande uit maïs, gras, aardappelen en bieten.
Figuur 2.2: Luchtfoto waarop de in eigen bezit zijnde akkerbouwgronden zijn omkaderd. De locatie Uitsnede Espendonk 15 is gelegen ter plaatse van de rode ster.
Het plangebied is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie Sloef/Leunestraat/Vogelenzang/Broekdijk. Deze bebouwingsconcentratie is gelegen rondom de historische entiteit Vogelenzang en vormt hierdoor een duidelijk ruimtelijk
9
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
ensemble. De concentratie bestaat uit een menging van functies (wonen en agrarisch) en is qua typering in te delen als bebouwingscluster nabij kern of doorgaande weg.
2.2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING 2.2.1 Het initiatief Zoals reeds aangegeven is de varkenshouderij ter plaatse beëindigd middels de SRV. Reeds is alle bedrijfsbebouwing (inclusief tuinhuis), uitgezonderd de bedrijfswoning, ter plaatse gesloopt en het grootste gedeelte van de erfverharding. Zoals reeds aangegeven exploiteert initiatiefnemer nog een akkerbouwtak. De akkerbouwgronden in eigendom en tevens in gebruik door initiatiefnemer, maar ook het feit dat initiatiefnemer niet afhankelijk wil zijn van intensieve teelten om jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang van ten minste één halve arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, te kunnen blijven garanderen, maakt het dat ter plaatse na beëindiging van de varkenshouderij niet meer gesproken kan worden van een reëel agrarisch bedrijf. Desondanks heeft initiatiefnemer niet het voornemen om de akkerbouwtak af te stoten en is men voornemens deze gronden zelf te blijven bewerken. De voertuigen, machines en materialen die initiatiefnemer in eigendom heeft voor de bewerking van deze akkerbouwgronden wil men graag binnen kunnen stallen. Dit zodat deze beschermd worden tegen verschillende weersinvloeden en diefstal. Maar ook om een rommelig beeld van de locatie te voorkomen. Daarnaast is een werkplaats gewenst t.b.v. het onderhoud en reparaties aan de eigen werktuigen- en machines.
Tevens kan deze ook gebruikt worden voor privédoeleinden. Verder is er behoefte om te kunnen voorzien in privéruimte. Hierbij valt te denken aan garageruimte voor de eigen auto’s, maar ook stalling van een trailer, gazonmaaier, tuingereedschap en dergelijke. Aangezien initiatiefnemer niet aantoonbaar kan maken dat ter plaatse nog een reëel agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend na beëindiging van de varkenshouderij ter plaatse is een agrarische bestemming op de locatie niet meer passend. Het toekennen van een woonbestemming ter plaatse van de gronden waarop de bedrijfswoning is gesitueerd en de daar omheen liggende gronden, als het toestaan van een grotere omvang aan bijgebouwen dan reeds toegestaan op basis van de vigerende bestemmingsplannen, biedt initiatiefnemer de mogelijkheid om binnen een passende bestemming te kunnen voorzien in de binnen stalling van de akkerbouwmachines en werktuigen zonder dat er sprake hoeft te zijn van een reëel agrarisch bedrijf ter plaatse. De bedrijfswoning met een inhoud boven de 750 m³ wordt in de huidige vorm gehandhaafd. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens ter plaatse een nieuw bijgebouw te realiseren met een omvang van 400 m² binnen de enkelbestemming ‘wonen’. Met een bijgebouw van deze omvang heeft men de ruimte om zowel te kunnen voorzien in de binnenstalling van voertuigen en machines t.b.v.
de akkerbouwtak, de realisatie van een werkplaats als te kunnen voorzien in privéstalling danwel opslag. 2.2.2 Stedenbouwkundige invulling Zoals hierboven aangegeven zijn alle bedrijfsgebouwen ter plaatse reeds gesloopt met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning. Ook de erfverharding rondom de bedrijfsgebouwen is gesaneerd. De bedrijfswoning met een inhoud van meer dan 750 m³ blijft in de huidige vorm behouden en wordt omgezet naar een burgerwoning. Ten noordoosten van de woning wordt op circa 18 meter uit de gevel van de woning en op circa 27 meter tot de as van de weg ‘Espendonk’ een bijgebouw gerealiseerd met een oppervlakte van maximaal 400 m². De goothoogte en bouwhoogte van dit bijgebouw gaan respectievelijk maximaal 3,5 meter en 7 meter bedragen om het gebouw ook geschikt te
10
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
laten zijn voor de stalling van grotere machines- en voertuigen. Het bijgebouw wordt aan de achterzijde voorzien van een overheaddeur zodat men gemakkelijk met de tractoren en machines het gebouw kan betreden. Dit alles wordt gesitueerd binnen een gedeelte van het vigerende bouwvlak. 2.2.3 Ontsluiting en parkeren De ontsluiting van de woning en het bijgebouw blijft zoals in de huidige situatie plaatsvinden op de weg ‘Espendonk’. Hiervoor blijft de bestaande ontsluiting t.b.v. de woning gehandhaafd. Initiatiefnemer wil daarnaast graag een tweede ontsluiting vanaf het bijgebouw op de Espendonk realiseren t.b.v. de ontsluiting van de zwaardere voertuigen (zie figuur 2.3). Dit i.v.m. het vuil dat de grotere machines mee van het land brengen. Om het bijgebouw ook aan de achterzijde toegankelijk te maken voor grotere voertuigen/ machines wordt direct ten noorden van het bijgebouw en achter het bijgebouw erfverharding gerealiseerd. Hierbij is tevens rekening gehouden met de benodigde manoeuvreerruimte. Zoals in de huidige situatie dient ook na realisatie van de herbestemming op eigen terrein voorzien te worden in de benodigde parkeerbehoefte van de woning. Ter plaatse is binnen het nieuwe bouwvlak ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen (exclusief de parkeerruimte binnen een bijgebouw) die op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden.
Het perceel biedt hier ruimschoots voldoende ruimte voor. 2.2.4 Landschappelijke inpassing Een belangrijke voorwaarde voor de herziening van het bestemmingsplan waarbij een agrarisch veehouderijbedrijf wordt gesaneerd, de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning en de mogelijkheid wordt gecreëerd voor de realisatie van een nieuw bijgebouw met een maximale oppervlakte van 400 m², is dat de nieuwe situatie op een goede manier landschappelijk wordt ingepast in de bestaande landschaps- en bebouwingsstructuur. Om invulling te geven aan deze eis is reeds bij het principeverzoek een inpassingsplan ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente. De locatie Espendonk 15 ligt binnen de bebouwingsconcentratie Sloef/Leunestraat/Vogelenzang/Broekdijk. De bebouwingsconcentratie is een historisch gegroeide menging van agrarische bedrijven, afgewisseld met burgerwoningen. In de gebiedsvisie ‘Herziening bebouwingsconcentraties en het overige buitengebied Sint – Oedenrode 2012’, is langs de Broekdijk, naast de bedrijfswoning van initiatiefnemer een zoekgebied aangewezen waar mogelijk nieuwe woningen een plek kunnen vinden. In dezelfde visie is een open te houden zichtrelatie aangegeven vanaf de Broekdijk, langs het erf van het reeds met de SRV-regeling gesaneerde agrarische bedrijf Espendonk 15, naar een open ruimte in het landschap.
In de afbeelding 2.4 hieronder is zowel het zoekgebied als de zichtrelatie weergegeven binnen de bebouwingsconcentratie Sloef/Leunestraat/Vogelenzang/Broekdijk.
11
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Figuur 2.3: Afbeelding waarop het reeds gesaneerde agrarische bedrijf Espendonk 15 is weergegeven (bron foto: Inpassingsplan Espendonk 15 opgesteld door Jan Hein Ruijgrok).
12
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Figuur 2.4: Afbeelding waarop de bebouwingsconcentratie Sloef/Leunestraat/Vogelenzang/ Broekdijk (rood omlijnd) is weergegeven met zoekgebieden voor nieuwe woningen (blauwe vlakken) en open te houden zichtlijnen (gele pijlen). Plangebied is globaal wit omcirkeld (bron afbeelding: gebiedsvisie Herziening Bebouwingsconcentraties en het overige buitengebied Sint-Oedenrode 2012).
In het landschapsontwikkelingsplan van de voormalige gemeente Sint Oedenrode is het landschap rond de Espendonk en de Broekdijk aangeduid als ‘oude zandlandontginningen’. Het gebied kenmerkt zich door het voorkomen van kleileem in de ondergrond, waardoor de bodem het plaatselijk flink nat kan zijn. Toch was het gebied geschikt voor de landbouw, waardoor ze al vroeg ontgonnen zijn. Door de langere agrarische gebruikshistorie die gepaard ging met het opbrengen van stalmest zijn hier op veel plaatsen hoger gelegen akkers ontstaan. Die afwisseling van nat en hoog heeft een heel gevarieerd landschap doen ontstaan. Het beeld van het gebied wordt voor een groot deel bepaald door bosjes, beplante wegen en kavelgrenzen en open ruimtes, wat met elkaar zorgt voor een kleinschalig coulisselandschap. In het gebied geldt al vanaf de middeleeuwen het recht van voorpoot,
13
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
wat boeren het recht geeft om in een strook rondom hun perceel en langs de openbare weg bomen te planten voor eigen gebruik. Ook initiatiefnemer maakte van dit recht gebruik en heeft langs de Broekdijk een rij populieren geplant. Het erf van initiatiefnemer ligt min of meer op de hoek van de Broekdijk en de Espendonk. Het ligt in een wat grotere landschappelijke ‘ruimte’ die aan de westkant wordt begrensd door de met populieren beplante Espendonk, versterkt met door een iets verder naar het oosten liggende bosrand. De grens aan de noordkant bestaat uit een smalle, dicht beplante strook met bomen en struiken, de oostgrens uit de bebouwing en laanbeplanting langs de Leunestraat. De zuidgrens tot slot bestaat uit de populieren langs de Broekdijk met daarachter een bos van voornamelijk populier en wilg. De landschappelijke ruimte zelf is open. Het beeld er van wordt bepaald door de groene omranding maar ook door de gebouwen op de aangrenzende (agrarische) erven.
Figuur 2.5: Zicht op het reeds gesaneerde bedrijf Espendonk 15 vanuit verschillende richtingen (bron foto: Inpassingsplan Espendonk 15 opgesteld door Jan Hein Ruijgrok).
In het inpassingsplan is ervoor gekozen om aansluiting te zoeken met het ‘inpassingsplan Espendonk 15’ dat reeds eerder door Jan Hein Ruijgrok is opgesteld in het kader van een eerder niet gerealiseerd plan tot realisatie van ruimte-voor-ruimte woningen ter plaatse. Dit inpassingsplan is namelijk al door de gemeente akkoord bevonden. T.b.v. onderhavig plan wordt ervoor gekozen om hier betreffende de omzetting van de bedrijfswoning naar een woonbestemming zoveel mogelijk bij aan te sluiten. Daarnaast is zoals in paragraaf 3.3 (Provinciaal beleid) en 3.4.3 (Gemeentelijk beleid – Regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode 2016’) rekening gehouden met de eisen en uitgangspunten die zowel de provincie in artikel 3.9 van de IOV als de gemeente stelt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Voor onderhavig project betekent dit het volgende: 1. Het gaat hier om een categorie 2 ontwikkeling, zoals toegelicht in paragraaf 3.4.3 (Gemeentelijk beleid – Regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente
14
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
2.
3.
4.
5. 6.
7.
Sint-Oedenrode 2016’)1. Dit betekent dat onderhavig plan dient te bestaan uit een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer. Onderhavig landschapslan is reeds door de gemeente akkoord bevonden en in onderhavige toelichting is beschreven dat de uitvoering en het beheer geborgd zijn middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan; De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving, zoals bedoeld in artikel 3.9 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’ van de IOV, wordt met dit plan gerealiseerd op basis van meerdere aspecten, zoals: a. de verplichte landschappelijke inpassing, zoals blijkt uit punt 1 t/m 8; b. het wegnemen van verharding en het slopen van bebouwing. Het wegnemen van verharding en het slopen van bebouwing, gefinancierd of niet vanuit de SRV, zorgt ter plaatse alleen al voor een enorme landschappelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van ‘ontstening’. Immers is ter plaatse ca. 3.268 m² aan gebouwen aan het landschap onttrokken en ca. 600 m² verharding. Weliswaar komt er max. 400 m² bebouwing in de vorm van een bijgebouw bij de woning + circa 845 m² erfverharding terug, maar dit betekent alsnog een ‘ontstening’ van een totaal van ca. 2.623 m² aan gebouwen en verharding.
Doordat het huidige agrarische bouwvlak met een omvang van 10.850 m² wordt teruggebracht naar een bestemmingsvlak ‘Wonen’ van circa 3.550 m² (een afname van 7.300 m²) is geborgd dat ter plaatse in de toekomst niet opnieuw sprake is van verstening, zoals deze momenteel met de agrarische (veehouderij)bestemming nog mogelijk is. De verplichte landschappelijke inpassing biedt naast het wegnemen van verharding en het slopen van bebouwing voor een extra kwaliteitsimpuls die passend is voor het gebied en de omgeving. Immers zorgt deze ervoor dat de fractie aan bebouwing en verharding die ter plaatse nog mogelijk is t.o.v. de huidige situatie op een verantwoorde wijze is ingepast in het landschap. De gemeente Meierijstad streeft naar ‘ontstening’ en vergroening van het buitengebied. Daarbij past de sloop van stallen en schuren en de landschappelijke inpassing van erven. Op de bestaande erfgrenzen ten zuiden, westen en oosten van de woning is in het verleden een beukenhaag gerealiseerd die het woongedeelte afschermt van de omliggende landbouwgronden en van de weg. Deze haag blijft behouden.
Ditzelfde geldt voor de bomen die ter plaatse reeds zijn gerealiseerd (twee notenbomen direct ten zuiden van het nieuw te realiseren bijgebouw, één notenboom op erfgrens met de landbouwgronden ten zuiden van de woning, twee maal Esdoorn in achtertuin en een sierpeer aan de straatzijde Espendonk; De bestaande woning en het bijgebouw is al goed ingepast, dit blijft behouden. Dit is het formelere deel van het erf. In onderstaande figuur 2.6, is middels twee verschillende kleuren groen, het onderscheid tussen bestaand en nieuwe groen verduidelijkt. De lichtgroene kleur geeft de bestaande, te behouden, beplanting weer. De donkergroene kleur betreft de nieuwe aanplant. De nieuwe aanplant is gericht op de inpassing van de nieuwbouw en de begrenzing van het bestemmingsvlak ‘Wonen’.
1 In paragraaf 3.4.3 is tevens aangegeven dat dit voortvloeit uit de door de Regio Noord-
Oost Brabant gehanteerde notitie Toepassingsbereik. Deze notitie vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost (waar de voormalige gemeente Sint-Oedenrode toebehoorde).
15
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
8. Ten noorden van het te realiseren bijgebouw komt een bomenrij (7 stuks populier) met onderbeplanting van meidoorn, vuilboom, Gelderse roos en kornoelje. Deze verzachten het beeld van het bijgebouw gezien vanuit het landschap in het noorden; 9. Ten westen van het te realiseren bijgebouw, langs de straat worden 2 bomen (populieren) gerealiseerd om het beeld van het bijgebouw gezien vanuit het landschap in het westen te verzachten; 10. Verder wordt de bestaande beukenhaag rondom de tuin doorgetrokken ten zuidoosten en ten oosten van het nieuwe bijgebouw om het zicht hierop vanuit het oosten als deels vanuit het zuiden te verzachten. 11. De gemeente wil graag dat erven worden voorzien van een landschappelijke inpassing met inheemse en gebiedseigen soorten in de vorm van hagen, vruchtbomen, leilindes en andere bomen. Op basis van punt 8 t/m 10 blijkt dat hier met onderhavig landschappelijk inrichtingsplan invulling aan wordt gegeven. 12. Zoals hierboven is aangegeven komt aan de noordzijde, tegen de nieuwe bestemmingsgrens, een meer robuustere, natuurlijke houtsingel die het erf aan de noordzijde afbakent. Populieren zijn de opgaande elementen zoals in dit gebied op veel plaatsen zijn toegepast. De ondergroei betreft in het gebied passende inheemse soorten, die bovendien schuil, voedsel- en nestgelegenheid bieden voor een grote verscheidenheid aan zoogdieren, vogels en insecten.
Ook aan straatzijde worden nog twee populieren aangeplant. Aangezien het een smal weggetje betreft, is het vanuit het oogpunt van het verkeersveiligheid niet gewenst om aan de straatzijde, dichte beplanting aan te brengen. Zeker gezien de beperkte akkerbouwactiviteiten die vanuit deze locatie worden voortgezet. 13. Aan de westzijde van het plangebied (overzijde weg), ligt een bosgebied dat onderdeel is van het Natuur Netwerk Brabant. Hier wordt vochtig bos nagestreefd, ook in dat opzicht zijn de populieren en de ondergroei met onder ander gelderse roos. meidoorn en vuilboom een passende keuze.
16
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Figuur 2.6: Gewenste inrichting en landschappelijke inpassing locatie Espendonk 15 te Sint-Oedenrode (tekening is in geheel als bijlage toegevoegd)
Conclusie Het voorliggende landschappelijke inpassingsplan sluit enerzijds aan bij het type inheemse beplanting wat typerend is voor het gebied en waarmee het gebied zich kenmerkt (groene omkadering door populieren met onder beplanting van meidoorn, vuilboom, Gelderse roos en kornoelje en het gebruik van beukenhagen, maar ook het gebruik van vruchtbomen, zoals notenbomen). Anderzijds wordt hiermee de openheid van het gebied behouden. Het wegnemen van verharding en het slopen van bebouwing leveren een enorme meerwaarde aan de ontstening van het gebied, maar brengen hiermee ook de open kenmerken van het gebied terug. Door aan de Espendonk enkele populieren toe te voegen wordt niet alleen het beeld van het te realiseren bijgebouw verzacht, maar wordt ook de extensieve recreatieve sfeer van het gebied versterkt, als overgang naar het achterliggende bosgebied. Aangezien in het bosgebied ten westen van het plangebied, dat onderdeel is van het Natuur Netwerk Brabant, vochtig bos wordt nagestreefd, zijn de populieren en de ondergroei een passende keuze.
17
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
HOOFDSTUK 3 BELEIDSTOETS
3 1 Beleidstoets 3.1
INLEIDING De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het plan wordt getoetst aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving.
3.2
RIJKSBELEID Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland dient met de nieuwe structuurvisie gekeerd te worden. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op geformuleerde nationale belangen. Het onderhavige plan omvat een kleinschalig initiatief dat niet behoort tot 1 van de 13 belangen waarvoor decentrale overheden geen beleidsvrijheid hebben. Het beleid inzake de uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf en de daarvoor noodzakelijk bouwvlak vervorming/vergroting wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. Barro In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) worden de 13 nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) juridisch vertaald. Hiermee wordt beoogd de doorwerking van de nationale belangen op provinciaal en lokaal niveau te waarborgen.
In het Barro worden regels gesteld voor bestemmingsplannen met als doel om de nationale belangen uit de SVIR te verwezenlijken. Het Barro legt dus wél rechtstreekse verplichtingen op. In een toelichting bij een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met het Barro. Het plangebied raakt geen van de genoemde rijksbelangen, zodat het Barro niet aan de realisatie van onderhavig plan in de weg staat. Gezien het feit dat bij de realisatie van dit plan geen nationale belangen in het geding zijn kan een verdere toets aan het rijksbeleid (met name het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) achterwege blijven.
18
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
Geconcludeerd wordt dat het rijksbeleid zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling verzet. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit plan voorziet in de herbestemming van een agrarisch bedrijf naar een uitgebreide woonbestemming. Gelet op de kleinschaligheid van het plan en dat er geen nieuwe woningbouw ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, voorziet het plan niet in een stedelijke ontwikkeling. In het onderhavige plan is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening2.
De ladder vormt geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan.
3.3
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ op 14 december 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie RO, BRUG, PVVP). De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De kaderstellende elementen uit de Omgevingsvisie worden in de omgevingsverordening vertaald in regels. Voor het onderhavige plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.
De provincie Noord-Brabant heeft op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de 2 Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun
onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.
19
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte. In de omgevingsverordening staan algemene regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor bestuursorganen van de overheid. De instructieregels moeten gemeenten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Hierin staan de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte. Omdat de Interim omgevingsverordening zoveel als mogelijk wil aansluiten bij de Omgevingswet is gekozen voor de doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Interim omgevingsverordening zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is. In de verordening zijn gebieden tot op perceelniveau begrensd op acht kaarten. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de opgestelde regels gelden. Het plangebied is gelegen binnen ‘Landelijk gebied’, ‘Groenblauwe mantel’, Hierna wordt ingegaan op het relevante beleid uit de Interim omgevingsverordening op dit plan.
Paragraaf 3.1.2 basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van hoofdstuk 3 instructieregels aan gemeenten, afdeling 3.1 algemeen, zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5), zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7), meerwaardecreatie (artikel 3.8) en kwaliteitsverbetering landschap (artikel 3.9). In deze toelichting is in zijn totaliteit rekening gehouden met deze regels en beschreven op welke wijze met deze aspecten is omgegaan. Daarom worden in dit hoofdstuk de betreffende artikelen niet afzonderlijk behandeld. Voor ontwikkelingen in het buitengebied is het belangrijk dat dat de ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. In de Interim Omgevingsverordening is hiervoor artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Opgenomen. Ten behoeve van de verbetering van de landschappelijke kwaliteit is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is reeds besproken in hoofdstuk 2 en opgenomen in de bijlagen.
Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel In artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel is in lid 1 opgenomen dat een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
20
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
In lid 2 is opgenomen dat de toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Door de sloop van overtollige bedrijfsbebouwing en een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt een positieve bijdrage geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De ontwikkeling gaat tevens gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologisch en landschappelijke waarden en kenmerken van het plangebied en de nabije omgeving. Dit zal blijken uit de volgende hoofdstukken in dit bestemmingsplan en het opgestelde landschappelijke inpassingsplan. Daarmee is het initiatief ook in lijn met artikelen 3.9 (kwaliteitsverbetering landschap) en artikel 3.32 (landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel). Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied en artikel 3.69 afwijkende regels (burger)woningen Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied bepaalt dat alleen bestaande burgerwoningen zijn toegestaan.
Artikel 3.69 afwijkende regels (burger)woningen, maakt in afwijking van artikel 3.68 mogelijk dat een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; overtollige bebouwing wordt gesloopt. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de bestaande bedrijfswoning bestemd als burgerwoning. Er vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats en er is reeds overtollige bebouwing gesloopt in de vorm van de bestaande bedrijfsbebouwing. De planontwikkeling is in lijn met de Interim Omgevingsverordening.
3.4
GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 Bestemmingsplan Binnen het plangebied vigeren vier bestemmingsplannen. Dit betreffen de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode herziening 2’ (verbeelding) en ‘Buitengebied Sint-Oedenrode herziening 4’ (regels). Daarnaast vigeert ter plaatse van het plangebied nog het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ van de gemeente Meierijstad en het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’. De ligging van het plangebied binnen deze bestemmingsplannen is reeds toegelicht in paragraaf 1.3 van deze toelichting. Strijdigheden van onderhavig plan met de vigerende bestemmingsplannen Het gemeentelijk beleid ten aanzien van de omzetting van de agrarische bestemming naar een woonbestemming is opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid in artikel 4.7.21 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’. Zoals reeds in paragraaf 1.3 van onderhavige toelichting is verwoord is deze wijzigingsbevoegdheid niet toereikend voor onderhavig initiatief. Aangezien de gemeente deze wijzigingsbevoegdheid samen met het recentere beleid ‘Kansen voor Kwaliteit’, zie paragraaf 3.4.2, als richtlijn hanteert wordt verderop in deze paragraaf de betreffende wijzigingsbevoegdheid met de voorwaarden beschreven en aangetoond op welke wijze onderhavig plan voldoet aan de voorwaarden danwel op welke wijze van deze voorwaarden wordt afgeweken.
21
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
De gemeente Meierijstad is, zoals men in de voorwaarden bij het principebesluit heeft opgenomen, voornemens voor onderhavig bestemmingsplan aansluiting te zoeken bij de regels van het recent vastgestelde bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’. Dit bestemmingsplan staat voor bijgebouwen (bouwen van bijbehorende bouwwerken art. 7.4) bij een woning een maximum gezamenlijke bebouwde oppervlakte van 150 m² toe, met dien verstande dat waar volgens de regels van het bestemmingsplan een nevenactiviteit is toegestaan, geldt dat de in het bestemmingsplan opgenomen oppervlakte voor bebouwing voor nevenactiviteiten tevens een maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) geldt. In onderhavige situatie is ter plaatse van het geldende bestemmingsvlak op basis van de regels van het vigerende bestemmingsplan nog geen nevenactiviteit toegestaan. Vandaar dat dit met onderhavige procedure geregeld dient te worden. Daarnaast is in het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ weliswaar een afwijkingsbevoegdheid opgenomen (art. 7.15) waar middels een zogenaamde sloop-bonus regeling een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken vergund kan worden, echter reikt deze regeling slechts tot een maximale oppervlakte van 300 m² en biedt voor onderhavig plan geen uitkomst.
Om binnen het plangebied de bestaande akkerbouwtak als nevenactiviteit bij de woonbestemming te kunnen behouden is een nieuw bijgebouw met een maximale omvang van 400 m² ter plaatse gewenst. Dit om binnen het plangebied te kunnen blijven voorzien in de stalling en opslag van de benodigde voertuigen, machines en materialen die initiatiefnemer in gebruik heeft voor de akkerbouwtak, maar ook als werkplaats en privéstalling en opslag. Gelet op locatiekenmerken en de meerwaarde op het gebied van milieu en landschap, door deelname aan de SRV, wordt deze ontwikkeling als passend beschouwd, zie ook paragraaf 3.4.2 Rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’.
Daarnaast staat het bestemmingsplan respectievelijk een goothoogte en bouwhoogte toe van 3,30 meter en 6 meter voor bijbehorende bouwwerken. In onderhavige situatie is in het principeverzoek richting de gemeente aangegeven dat een maximale goothoogte en bouwhoogte van respectievelijk 3,50 meter en 7 meter gewenst is om grote akkerbouwvoertuigen en machines binnen te kunnen stallen. De gemeente vindt het gelet op deze beperkte afwijkingen, de afstand tot de weg en omliggende bebouwing en het feit dat plangebied op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast niet bezwaarlijk om in samenhang met de beoogde omvang mee te werken aan de genoemde maximale gooten bouwhoogte. Het bestemmingsplan bepaalt verder dat de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning maximaal 15 m mag bedragen, terwijl het vanuit stedenbouwkundige overwegingen en bouwtechnische aard gewenst is om het bijgebouw binnen een gedeelte van het vigerende bouwvlak te situeren en daarmee op circa 18 meter van woning wordt gesitueerd. Ondanks dat in het bestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid is opgenomen voor het toestaan van een grotere afstand tussen woning en bijbehorend bouwwerk, is het in onderhavige situatie gewenst dit direct rechtstreeks in het bestemmingsplan te regelen.
De gemeente is van mening dat de situering van het nieuwe bijgebouw, waarbij de afstand tot de woning groter is dan 15 meter, gelet op de omvang van de bebouwing, de overige perceelsinrichting en de landschappelijke inpassing een logische keuze betreft.
22
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
4.7.21 Wijzigen naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning en bijbehorende tuinen, erven en verhardingen. De bestaande bedrijfswoning met een inhoud van meer dan 750 m³ blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Circa 3.550 m² van het vigerende agrarische bouwvlak (met een totale omvang van circa 10.850 m²) ter plaatse wordt herbestemd naar de enkelbestemming ‘Wonen’. Op de overige gronden (circa 7.250 m²) blijft de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ behouden en komt het bouwvlak met de aanduidingen ‘intensieve veehouderij’ en ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veehouderij’ te vervallen. Gelet op de nevenactiviteit bij de woning is een grotere oppervlakte van bijgebouwen gewenst.
Om ter plaatse ruimte te behouden om zowel de woning, de tuin, het erf, verharding en een nieuw bijgebouw met een omvang van maximaal 400 m² op een goede manier te kunnen situeren in een bestemmingsvlak is ter plaatse een bestemmingsvlak met een dusdanige omvang als hierboven geschetst noodzakelijk. b. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij de voormalige agrarische bedrijfswoning dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing teruggebracht te worden tot een gezamenlijke oppervlakte van 100 m², tenzij toepassing wordt gegeven aan de regeling in lid c of sprake is van een situatie als bedoeld in lid d. Zoals uit onderhavige toelichting en onder a naar voren komt wordt ter plaatse middels onderhavig bestemmingsplan de mogelijkheid gecreëerd om bij de bestaande woning een nieuw bijgebouw met een omvang van maximaal 400 m² te realiseren. Hiermee kan men ter plaatse zowel voorzien in de binnenstalling van voertuigen en machines t.b.v. de neventak (akkerbouwtak), de realisatie van een werkplaats, privéstalling en privéopslag. c.
Bij sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing, mag ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m³ ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de gezamenlijke maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen tot een maximum van 200 m² waarbij alle bijgebouwen en overkappingen, met een oppervlakte groter dan 100 m², dienen te worden gesloopt. N.v.t. Met onderhavig bestemmingsplan wordt afgeweken van onderhavige wijzigingsbevoegdheid als van de maximale oppervlakte van 300 m² bijbehorende bouwwerken die middels de ‘afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus)’ in het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen (‘laaghangend fruit’) mogelijk gemaakt kan worden . Hierboven is reeds verantwoord dat dit plan in samenhang met de deelname aan de SRV passend is op de locatie.
23
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
d. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dienen te allen tijde gehandhaafd dienen te blijven. N.v.t. Ter plaatse is geen sprake van cultuurhistorische waardevolle gebouwen. e. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Zoals uit hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting naar voren komt is ter plaatse van het plangebied sprake van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat en is de wijziging van de agrarische bestemming naar een woonbestemming met nevenactiviteit acceptabel. f.
Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk. Zoals uit onderhavige toelichting naar voren komt neemt initiatiefnemer met de varkenshouderij ter plaatse deel aan de SRV. In het kader van deze regeling dient alle intensieve veehouderijbebouwing ter plaatse te worden gesloopt en dient de locatie te worden herbestemd, zodat verzekerd is dat ter plaatse in de toekomst geen intensieve veehouderij meer opgericht wordt. De akkerbouwtak die over blijft is niet aan te merken als een reëel agrarisch bedrijf en zal men verder als nevenactiviteit ter plaatse blijven uitoefenen. Het is niet aannemelijk dat ter plaatse in de toekomst nog een agrarisch bedrijf vestigt en daarmee verantwoord om de locatie te herbestemmen naar een woonbestemming.
g. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. Zie hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Hierin is getoetst aan de milieuhygiënische aspecten en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van onevenredige belemmeringen. h. De woning leidt niet tot onevenredige aantasting van ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
gebruiks-
en
Uit onderhavige toelichting komt naar voren dat de omzetting van de agrarische bestemming in een woonbestemming niet leidt tot (onevenredige) aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen, zie hoofdstuk 4. i.
De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in Bijlage 6 van de planregels. Zie paragraaf 3.4.3.
j.
24
Aan de gronden die met toepassing van deze wijziging vallen buiten het bestemmingsvlak wonen, wordt de gebiedsbestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' toegekend.
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
De gronden buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’ blijven de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ behouden (circa 7.250 m²). k.
De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting is het plan in relatie met de in het gebied aanwezige waarden getoetst. Hieruit komt naar voren dat middels onderhavig plan de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.
3.4.2 Rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ Op 7 mei 2020 heeft de gemeenteraad het rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ vastgesteld. Dit rapport is een uitvloeisel van speerpunt 1 van het project ‘Vitaal Buitengebied’ en bevat een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing. Centraal uitgangspunt is de ja, mits-benadering, waarbij niet meer wordt vastgehouden aan kwantitatieve normen. De gemeente kijkt nu meer naar de aard van de gewenste herontwikkeling. De aanvaardbaarheid wordt beoordeeld op de specifieke kenmerken van de locatie/omgeving en de ruimtelijke kwaliteit die met een initiatief wordt behaald. Het plangebied is gelegen binnen gebiedstypologie III: Landelijk gebied, verweving van functies. In dit gebied speelt de landbouw een belangrijke rol. Maar in deze gebieden zijn de agrarische bedrijven niet de enige gebruikers. Door de tijd hebben agrarische bedrijven plaatsgemaakt voor nieuwe functies. In dit gebied zijn in principe alle functies mogelijk. Of een functie daadwerkelijk op een specifieke locatie haalbaar is, hangt af van de impact op de (directe) omgeving. T.b.v. onderhavig plan is de impact van de herbestemming op de omgeving in kaart gebracht en op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat dit onderhavig plan niet in de weg staat.
De ruimtelijke kwaliteit die met dit initiatief wordt behaald voor de locatie/omgeving is dusdanig dat het college besloten heeft mee te willen werken aan de herbestemming van de agrarische bedrijfswoning ter plaatse naar een (burger)woonbestemming. Dit met de mogelijkheid om bij de woning een nieuw bijgebouw op te richten met een maximale oppervlakte van 400 m², die tevens gebruikt mag worden voor agrarische nevenactiviteiten bij de woonbestemming. In onderhavige situatie gaat dit namelijk gepaard met de sanering van de varkenshouderij, waarbij reeds ruim 3.200 m² aan bebouwing en voorzieningen is gesloopt. Daarnaast wordt middels de herbestemming geborgd dat ter plaatse in de toekomst niet opnieuw een veehouderij wordt opgericht en wordt in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik het bouwvlak met circa 7.250 m² teruggebracht naar een compact bouwvlak van circa 3.550 m² waarbinnen zowel de woning, tuin, erfverharding als het nieuwe bijgebouw binnen gesitueerd kunnen worden. Middels deze maatwerkoplossing realiseert de gemeente zowel voor de locatie/omgeving als voor de initiatiefnemer een ‘winwin’- situatie en kan de gemeente ‘vonken’ i.p.v. ‘vinken’.
3.4.3 Regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode 2016’ In bijlage 6 van de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ is de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente SintOedenrode 2016’ opgenomen. Uit de voormalige provinciale Verordening ruimte, die per 25 oktober 2019 is vervangen door de ‘Interim omgevingsverordening’, kan worden opgemaakt dat ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied mogelijk zijn. Een voorwaarde
25
Toelichting bestemmingsplan, Espendonk 15 te Sint-Oedenrode
daarbij is dat gelijktijdig met een dergelijke ontwikkeling een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Als uitwerking van de provinciale Verordening ruimte3 (Kwaliteitsverbetering Landschap) heeft besluitvorming plaatsgehad in de gemeenteraad. Daarnaast heeft het college besloten om over te gaan tot het nader uitwerken van het raadsbesluit. Samengevat komt de besluitvorming neer op het volgende. Er is ingestemd met een Regio Noord-Oost Brabant gehanteerde notitie Toepassingsbereik inclusief verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën activiteiten, inhoudende dat voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) de volgende inspanningen van toepassing zijn: a. Categorie 1: geen inspanning; b. Categorie 2: een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; c. Categorie 3: toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20% van de grondwaardevermeerdering in primair agrarisch gebied en 25% in agrarisch gebied met waarden (landschapswaarden of natuur- en landschapswaarden). De wijziging van de bestemming agrarisch bedrijf in de bestemming wonen t.b.v.
de herbestemming van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoonbestemming betreft op basis van de regeling een categorie 2 ontwikkeling wanneer het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m² en maximale ruimte resteert voor de realisatie van 500 m² nieuwe bijgebouwen. Dit houdt in dat voor onderhavig plan een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan vereist is en borging van uitvoering en beheer. Het betreffende landschapsplan, dat als bijlage aan onderhavige toelichting is toegevoegd, maakte deel uit van het eerder ingediende principeverzoek, waar het college positief op heeft doen besluiten. Voor het lanschapsplan verwijs ik terug naar paragraaf 2.2.4 waar de landschappelijke inpassing van het plangebied reeds behandeld is en waar genoemd is op welke wijze de uitvoering en het beheer hiervan geborgd is.