Bijlage 1 Welstandsnota 2025
Tekst van het document
Welstandsnota 2025
Toelich ng over het gereguleerde uiterlijk van bouwwerken op grond van ar kel 4.19 Omgevingswet, als opvolging van de op grond van ar kel 12a lid 1 Woningwet op 5 juli 2018 door de raad van Meierijstad vastgestelde algemene welstandsnota Welstandsnota Meierijstad 2018, Samen de zorg voor omgevingskwaliteit, tevens toelich ng over de situering van bouwwerken als opvolging van de op grond van ar kel 12a lid 1 Woningwet op 5 juli 2018 door de raad van Meierijstad vastgestelde algemene welstandsnota Welstandsnota Meierijstad 2018, Samen de zorg voor omgevingskwaliteit
0
Voorwoord Samen met opdrachtgevers en ontwerpers van bouwwerken wil onze gemeente werken aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Door de komst van de Omgevingswet veranderen de grondslag en de organisa e van ons werk aan omgevingskwaliteit. Binnen afzienbare termijn zal omgevingskwaliteit behandeld worden in onze omgevingsvisie, programma’s en ons defini eve omgevingsplan. Maar voor het zo ver is, actualiseert Meierijstad haar welstandsbeleid. Daar gingen onze ideeën al naar uit toen het toenmalige college in 2018 het huidige welstandsbeleid voorstelde aan de raad. Bij de start van de huidige bestuursperiode 2022-2026 is beves gd dat we het welstandsbeleid verbeteren. Deze actualisa e, de Welstandsnota 2025, verbinden we met ons jdelijke omgevingsplan. In de actualisa e concluderen we dat de algemene welstandscriteria en de criteria voor ensembles kunnen vervallen. Criteria die we behouden, zijn duidelijker geformuleerd. We hopen samen te kunnen blijven werken aan goede woningen, bedrijfsgebouwen en andere accommoda es. De gebouwen die we oprichten krijgen veel mee van onszelf, ons werk en onze ambi es. Die gebouwde omgeving is vervolgens het podium voor komende genera es. Het belang van kwaliteit hierbij kan daarom moeilijk overschat worden. Toch willen we niet dat kwaliteitszorg uitmondt in een kluwen van regels en overleg waarin belo evolle ini a even gesmoord worden.
We hebben dus het juiste evenwicht te bewaren. We danken de bevlogen mensen die hun verbeter ps hebben ingebracht voor deze actualisa e. We zijn ook blij dat de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad in dit project haar rol hee gepakt. Dat zal ongetwijfeld een goed vervolg krijgen op weg naar de verbinding met het defini eve omgevingsplan. Jan van Burgsteden wethouder ruimtelijke ordening en infrastructuur
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
Hoofdstuk 1: Planregels toegelicht door deze nota Hoofdstuk 2: Criteria nieuwbouw Hoofdstuk 3: Criteria beeldkwaliteitsplannen Hoofdstuk 4: Criteria historische waarden Hoofdstuk 5: Reclame-ui ngen Hoofdstuk 6: Thema sche aandachtspunten
3 6 9 10 14 19
Bijlage 1: Buitenreclamebeleid Meierijstad Bijlage 2: Technische toelich ng op het stelsel van welstand Bijlage 3: Over de adviescommissie in Meierijstad
21 30 33
2
Hoofdstuk 1: Planregels toegelicht door deze nota Voorlopig zowel uiterlijk als plaatsing van bouwwerken Deze beleidsnota wordt vastgesteld door zowel de raad als het college van burgemeester en wethouders, elk orgaan voor wat betre zijn eigen bevoegdheid. Een eerste reden hiervoor is dat de Omgevingswet de materie van welstand opdeelt in twee aspecten (zie ook bijlage 2). Van één van die aspecten gee de wetgever aan dat de raad bevoegd is om beleidsregels vast te stellen. Voor het andere aspect geldt dat het op het pad van het college ligt om beleidsregels vast te stellen. Het college is immers het bevoegde gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat om de aspecten van uiterlijk van bouwwerken en situering van bouwwerken. Een tweede reden voor de vaststelling door beide organen is dat we in 2025 voorlopig, grotendeels doorgaan op de voet van het eerdere welstandsbeleid. Dat welstandsbeleid omva e van oudsher zowel uiterlijk als plaatsing van bouwwerken. Het is prak sch om die twee aspecten samen te houden in één beleidsnota totdat het defini eve omgevingsplan en eventuele beleidsregels daarbij beschikbaar zijn. Regels in het omgevingsplan Op het gebied van welstand begon Meierijstad bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet met de ar kelen 22.26 en 22.29 van het omgevingsplan.
Dat waren de bruidsschat-bepalingen met een vergunningplicht bouwen en de beoordelingsregels voor de vergunning. Die laatsten verwezen naar het toen bestaande welstandsbeleid. Deze Welstandsnota 2025 gaat gepaard met een wijziging van ar kel 22.29 lid 1 sub b van het omgevingsplan (zie box 1.1). Die wijziging actualiseert de verwijzing naar het welstandsbeleid. Dat is een dynamische verwijzing. Dat betekent dat de beleidsregels geactualiseerd kunnen worden zonder dat het omgevingsplan gewijzigd hoe te worden. We verwachten evenwel dat het defini eve omgevingsplan beschikbaar komt voordat een nieuwe versie van de beleidsregels nodig zou zijn in combina e met de voorlopige wijziging van het omgevingsplan. Bruidsschat:
Gewijzigd omgevingsplan:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking hee op een bouwac viteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: […] het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een jdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in ar kel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat ar kel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en […] Box 1.1: ar kel 22.29 lid 1 sub b van het omgevingsplan
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking hee op een bouwac viteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: […] het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een jdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de actuele versie van de Welstandsnota 2025; en […]
Behalve de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning wordt in de bruidsschat ook de bepaling van repressieve welstand aangepast (zie box 1.2). Daarbij houden we rekening met recente jurispruden e (ECLI:NL:RBOBR:2025:1580). Ook deze aanpassing gebeurt in afwach ng van een regeling in ons defini eve omgevingsplan.
3
Bruidsschat:
Gewijzigd omgevingsplan:
1. Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in erns ge mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in ar kel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat ar kel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een jdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac viteit is vereist. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het jdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in ar kel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Box 1.2: ar kel 22.7 van het omgevingsplan
Het uiterlijk of de plaatsing van de volgende bouwwerken mag niet in erns ge mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens actuele versie van de Welstandsnota 2025: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een jdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac viteit is vereist.
Adviesplicht bouwac viteiten Om ook na de wijziging van de bruidsschat en dus het loslaten van het overgangsrecht de taak van het adviesorgaan voor welstand te borgen, wordt daarvoor een ar kel toegevoegd aan het omgevingsplan (zie box 1.3). Dat sluit aan op ar kel 17.9 Omgevingswet en ar kel 2 lid 3 Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad. Ar kel 12b lid 1 Woningwet (oud) en ar kel 9.1 lid 1 Bouwverordening gemeente Meierijstad (oud):
Gewijzigd omgevingsplan:
De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester baseert haar onderscheidenlijk zijn advies slechts op de criteria, bedoeld in ar kel 12a, eerste lid, onderdeel a, […]
1. Het college van burgemeester en wethouders verzoekt de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad om advies over een aanvraag van of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac viteit bouwen. 2. De Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad baseert haar in het eerste lid bedoelde advies op de actuele versie van de Welstandsnota 2025. 3. Het college van burgemeester en wethouders verzoekt de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad om advies over een ontwerp voor een beeldkwaliteitsplan.
De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie.
Box 1.3: adviesplicht in het omgevingsplan
Verbeelding van loca es en gebieden De werking van de nieuwe beleidsregels wordt in het Omgevingsloket geïllustreerd met de aanduiding van de loca es en gebieden die ook in het voorgaande beleid op de kaart stonden (zie box 1.4). De gebiedsindeling van de welstand en diverse beeldkwaliteitsplannen voor ontwikkelingsgebieden worden overgebracht naar de nieuwe vorm van verbeelding. De criteria nieuwbouw van hoofdstuk 2 hebben geen specifiek werkingsgebied maar gelden in het hele ambtsgebied van Meierijstad.
4
Gewijzigd omgevingsplan: De gebiedsindeling van de actuele versie van de Welstandsnota 2025 onderscheidt: a. het werkingsgebied welstand historisch centrumgebied; b. het werkingsgebied welstand beschermd dorpsgezicht; c. het werkingsgebied welstand rijksmonument; d. het werkingsgebied welstand gemeentelijk monument; e. het werkingsgebied welstand beeldbepalend of cultuurhistorisch waardevol pand; f. het werkingsgebied welstand beeldkwaliteitsplannen. Box 1.4: werkingsgebieden in het omgevingsplan
De wijziging van het omgevingsplan doorloopt de daarvoor nodige procedure en kent dus een besluit dat niet helemaal samenvalt met de vaststelling van de Welstandsnota 2025. Zorgplicht bouwac viteiten Bij de algemene regels in het omgevingsplan wordt een zorgplicht opgenomen die vooraf gaat aan de vergunningplicht, de beoordelingsregels en de adviesplicht. Deze zorgplicht is een inhoudelijke regel waarop het bevoegd gezag zonodig kan terugvallen. De inhoud van deze zorgplicht is gebaseerd op de zes algemene criteria van de Welstandsnota Meierijstad 2018 (enige overlap is hierbij ongedaan gemaakt). Met deze tekst (zie box 1.5) worden de architectonische en stedenbouwkundige inzichten zeer beknopt weergegeven. Dat objec veert dan ook de bijdrage vanuit de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad in haar begeleiding van klanten. Gewijzigd omgevingsplan: Bij het bouwen van bouwwerken wordt er zorg voor gedragen dat: a. de vormgeving een logische samenhang hee ; b. gebruik en construc e de basis vormen van iedere vorm; c. het bouwwerk de omgeving niet ontkent, ook als het contrasteert; d. het bouwwerk aanvaardbaar en inpasbaar is in zijn omgeving en bij de toekoms ge ontwikkeling van die omgeving; e. de kracht van het gebouw ontleend wordt aan zorgvuldig en consequent gebruik van verwijzingen en associa es; f.
bij restaura e sprake is van herstel van elementen uit het verleden; bij nieuw- of verbouw in een bestaande (monumentale) omgeving moet duidelijk zijn wat authen ek is en wat nieuw; g. wordt voorkomen dat s jlen, vormen en detailleringen uit het verleden worden geïmiteerd; wel kan het ontwerp worden geïnspireerd door een bepaalde jdsperiode; h. er een heldere structuur wordt aangebracht in het beeld, zonder dat het beeld versimpelt; i. het bouwwerk enige complexiteit in de composi e kent, ontstaan vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen; dit resulteert in een spanningsvolle maar heldere belevingswaarde; j. het bouwwerk een samenhangend stelsel van maatverhoudingen hee dat beheerst wordt toegepast in ruimten, volumes en vlakverdelingen; k. wordt voorkomen dat een beeld van een verzameling losstaande, kleine bouwwerken ontstaat, maar grote bouwwerken kunnen worden geleed; l. de maatverhoudingen een sterke samenhang en hiërarchie vertonen; m. hellende daken een belangrijk element vormen in de totale composi e; voorkomen wordt dat grofschalige toevoegingen het beeld verstoren; n. materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk ondersteunen, alsook de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan; o. materialen, kleuren en lich oetreding leiden tot een samenhangend beeld; p.
materialen en kleuren een ondersteunende func e hebben en niet alleen om de decora eve werking worden toegepast. Box 1.5: zorgplicht in het omgevingsplan
5
Hoofdstuk 2: Criteria nieuwbouw Dit hoofdstuk treedt in de plaats van paragraaf 5.5 van de Welstandsnota Meierijstad 2018. Hierbij was een herschrijven nodig alleen al doordat het toepassingsbereik van de eerdere criteria nieuwbouw was gebaseerd op wetgeving die inmiddels is vervallen. Daar komt een aanscherping bij van de formulering van het toepassingsbereik: de tweede, derde en vierde categorie van nieuwbouw zijn eenduidiger geformuleerd dan in de voorgaande nota. Die formuleringen gaven namelijk aanleiding tot discussie. Een andere aanpassing ten opzichte van het eerdere beleid is dat de voorheen zelfstandige criteria voor bijzondere bebouwing, nu sterk zijn beperkt en zijn ingevoegd in dit hoofdstuk. De voorheen zelfstandige criteria voor ensembles, die waren gepresenteerd met die voor bijzondere bebouwing (paragraaf 5.3 van de Welstandsnota Meierijstad 2018), zijn als zodanig vervallen. De ruimtelijke kwaliteit van ensembles wordt in een fors deel van de gemeente voldoende geregeld dankzij de criteria historische waarden; op de achtergrond speelt de nieuwe zorgplicht (vergelijk box 1.5). Toepassingsbereik Daar waar de criteria uit de hoofdstukken 3 of 4 niet van toepassing zijn, zou gesproken kunnen worden van welstandsarme situa es. Nieuwbouw vormt evenwel een uitzondering op de welstandsarme situa es.
Onder nieuwbouw wordt verstaan: het (her)oprichten van een hoofdgebouw; het uitbreiden, ongeacht oppervlakte of volume van die uitbreiding, van een woning of woongebouw van meer dan 300 m2; het uitbreiden, ongeacht oppervlakte of volume van die uitbreiding, van een bouwwerk van meer dan 1.500 m3 anders dan een woongebouw; het aan de voorzijde van een hoofdgebouw ingrijpend wijzigen van een gebruiksfunc e of van een bouwlaag (niet een zolder); hiervan is geen sprake indien slechts de detaillering van gevelopeningen wijzigt. Voor de begripsomschrijving van de term hoofdgebouw sluiten we aan bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. Die omschrijving luidt momenteel: ‘gebouw, of bouwkundig en func oneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere ac viteiten dan bouwac viteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac viteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane ac viteiten het belangrijkst is’. De criteria nieuwbouw gelden in heel de gemeente. Beeldkwaliteitsplan of -paragraaf Meierijstad vraagt van ini a efnemers bij nieuwe ontwikkelingen in de bestaande bebouwde omgeving dat zij voor hun ini a ef een beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteitsparagraaf (laten) opstellen.
Alleen in de volgende situa es kan nieuwbouw voorgesteld worden zonder beeldkwaliteitsplan of -paragraaf: de nieuwbouw omvat maximaal twee grondgebonden woningen; er is voor het ini a ef geen afwijking of wijziging van het omgevingsplan nodig; de loca e hee architectonisch of stedenbouwkundig geen directe rela e naar de aangrenzende omgeving (voorbeelden hiervan zijn omsloten recrea eterreinen, percelen met agrarische bedrijfsbebouwing en omsloten bedrijvenloca es); de openbare betekenis van het bouwwerk of zijn omgeving is beperkt; schaal- en maatverhoudingen van de nieuwbouw doen de bestaande schaal- en maatverhouding van de directe omgeving geen geweld aan; de loca e wordt door de inrich ng van het landschap of openbaar gebied voldoende afgeschermd van de directe omgeving.
6
Het is wenselijk dat over een vereist beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteitsparagraaf het advies wordt ingewonnen van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad. Mogelijk nemen we in het defini eve omgevingsplan eisen op waaraan een beeldkwaliteitsplan moet voldoen. Welstandscriteria nieuwbouw Uitgangspunt bij nieuwbouw is het zorgdragen voor een op male stedenbouwkundige en architectonische inpassing. De stedenbouwkundige en architectonische samenhang staat bij elke ingreep voorop. De afzonderlijke criteria nieuwbouw van onze redelijke eisen van welstand zijn vervat in de boxen 2.1 tot en met 2.7. Uiteraard biedt een eventueel beeldkwaliteitsplan specifica e van deze criteria.
De bebouwing richt zich in haar situering en verschijningsvorm op de maat, de schaal en de structuur van de omgeving. De gebouwen staan met de voorgevel georiënteerd naar de straat, indien deze zichtbaar zijn vanaf de straat. Hoofdgebouwen staan aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte posi e. De ritmiek, de schaal en de hoogte van de bebouwing zijn afgestemd op die van de omgeving.
Box 2.1: Situering
De hoofdvorm van de bouwwerken is eenduidig. Bij (vervangende) nieuwbouw conformeert het bouwwerk zich aan de bebouwing in de omgeving wat betre massa en hoofdvorm. Bestaande doorzichten worden gehandhaafd. (Vervangende) nieuwbouw die een onderdeel vormt van een ensemble wordt afgestemd op het ensemble. Bijgebouwen zijn in hoofdvorm en kap afgestemd op die van het hoofdgebouw. Aanbouwen blijven onder of boven de lijn van de daklijst.
Box 2.2: Massa en vorm
Grotere vlakken tonen geen sterke kleurcontrasten. De kleuren per bouwwerk harmoniëren met elkaar. De kleuren passen bij de kleurstelling van de thema sche inbreiding in zijn geheel.
Box 2.3: Kleurgebruik
De materiaalkeuze is eigen jds, maar doet geen a reuk aan de directe omgevingskarakteris ek. Grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling.
Box 2.4: Materiaalgebruik
De navolgende welstandscriteria gelden in het landelijk gebied voor woningen (box 2.5) respec evelijk (agrarische) bedrijfsgebouwen (box 2.6) en dan in aanvulling op de algemene criteria nieuwbouw.
Bij renova e of verbouwing wordt de oorspronkelijke gevelopbouw gerespecteerd. Bij renova e of verbouwing is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt. Bij nieuwbouw hee het hoofdgebouw een enkelvoudige massa. De hoofdvorm hee een duidelijke kap en een dakbedekking, passend bij de landelijke architectuur (zoals gebakken, donkere pannen). Kappen hebben aan de gevels een duidelijke beëindiging met overstekken of gevelpan op de muur. De detaillering is eenvoudig en passend voor een landelijke omgeving. Vermijd detailleringen die a reuk doen aan de omgevingskarakteris ek en de landelijke architectuur.
Box 2.5: Landelijk gebied – woningen
7
Specifiek voor agrarische bedrijven is de clustering van meerdere gebouwen (woonhuis, stallen, loodsen) op een bouwperceel. De posi onering van deze gebouwen ten opzichte van elkaar hee vaak een bedrijfsma ge achtergrond, maar is ook uit een oogpunt van de beleving van het complex een belangrijk uitgangspunt. Deze karakteris ek dient te worden gerespecteerd. (Agrarische) bedrijfsgebouwen worden achter de woning gesitueerd. De hoofdvormen bestaan uit enkelvoudige bebouwingsmassa’s met duidelijke kappen. De bouwhoogte is aangepast en past in het landschap. (Agrarische) bedrijfsgebouwen zijn visueel opgebouwd uit één laag met een kap. De kapvorm van de bebouwing bestaat uit een zadeldak of een afgeleide van dit daktype. In ieder geval sluit de kapvorm aan op het bestaande dak en het landschap. Grote vlakken hebben en structuur of onderverdeling. Grote lengtes van gebouwen zijn geleed door materiaal- en kleurgebruik. Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof en trespa worden niet toegepast. Gevels van (agrarische) bedrijfsgebouwen zijn opgebouwd uit één of een combina e van de volgende materialen: geprofileerde staalplaat (golfplaat of damwandprofiel), baksteen, houten delen. Indien geprofileerde stalen platen worden toegepast, wordt voor alle gevelvlakken van de bedrijfsgebouwen die tot één cluster behoren ofwel een ver cale rich ng, ofwel een horizontale rich ng toegepast.
Daken van (agrarische) bedrijfsgebouwen zijn opgebouwd uit één of een combina e van de volgende materialen: geprofileerde staalplaat (golfplaat of damwandprofiel), dakpannen. De kleuren van de (agrarische) bedrijfsgebouwen zijn afgestemd op de karakteris ek van het landschap. Grijsgroen voor gevels en daken in het geval van een geprofileerde stalen plaat, baksteen (donker)rood, houten delen donkergroen of zwart. Grote vlakken tonen geen sterke kleurcontrasten.
Box 2.6: Landelijk gebied – (agrarische) bedrijfsgebouwen
De navolgende welstandscriteria gelden voor bijzondere bebouwing en dan in aanvulling op de algemene criteria nieuwbouw. Onder bijzondere bebouwing verstaan we sportgebouwen, scholen, winkelcentra, (zorg)instellingen en publieksgebouwen.
Er is samenhang in de onderlinge rela e tussen de samenstellende delen en tussen de architectonische vormen van het bouwwerk. Materiaal en kleurgebruik dragen bij aan de herkenbaarheid van de bebouwing.
Box 2.7: Bijzondere bebouwing
8
Hoofdstuk 3: Criteria beeldkwaliteitsplannen Dit hoofdstuk treedt in de plaats van paragraaf 5.4 van de Welstandsnota Meierijstad 2018. De beeldkwaliteitsplannen waarnaar verwezen wordt, worden niet mee aangepast. Wel worden bij deze actualisa e sommige beeldkwaliteitsplannen ingetrokken. Uitgangspunten beeldkwaliteitsplannen De beeldkwaliteitsplannen geven het gewenste bebouwingsbeeld aan in woongebieden en voor bedrijventerreinen en zijn vaak themagericht. Het welstandsbeleid richt zich op het handhaven en gericht verbeteren van de basiskwaliteit: de composi e van het straatbeeld. Daarbij wordt gelet op de contouren van de bouwmassa’s en op de zorgvuldige detaillering van de bebouwing. In woongebieden is het beleid vooral gericht op het behoud van het architectonisch karakter per gebied en de oorspronkelijke vormgeving en kwaliteit van de gebouwen. Per architectonische eenheid is enige varia e in detaillering mogelijk, mits deze varia e per woonblok wordt doorgevoerd. Bij renova e of nieuwbouw zijn moderne interpreta es van het architectonische karakter, mits goed gemo veerd, mogelijk. Gestreefd wordt naar een goede vormgeving en onderlinge samenhang van tuinafscheidingen. Op basis van een beeldkwaliteitsplan wordt de beeldkwaliteit van het woongebied verder aangevuld met specifieke eisen.
Op bedrijventerreinen is het architectonische beleid vooral gericht op s mulering van het dynamische en eigen jdse karakter van de bedrijfsloca es. Gestreefd wordt naar zekere samenhang in plaatsing, volume en uitstraling van de bedrijfsbebouwing, zonder het individuele karakter van de bedrijven en hun eigen iden teit aan te tasten. Voor de wat oudere bedrijvenloca es betekent dit een extra inspanning om het huidige bebouwingsbeeld aan te pakken. Oudere bedrijfsbebouwing van een goede architectonische kwaliteit kan een belangrijke bijdrage leveren aan de iden teit van bestaande bedrijventerreinen. Om die reden wordt gestreefd naar hun behoud. Voor een reeks bedrijventerreinen in Veghel en Schijndel vormt de aanwezigheid van het voormalige spoor het Duits Lijntje, nu drager van cultuurhistorische en natuurwaarden, een aandachtspunt. Op basis van een beeldkwaliteitsplan wordt de beeldkwaliteit van het bedrijvengebied verder aangevuld met specifieke eisen. Die gelden niet alleen voor nieuwe bedrijvenloca es, maar zijn ook voor bestaande bedrijvenloca es van toepassing. Daarbij gaat het onder andere om richtlijnen voor het kleur- en materiaalgebruik. Voor het behoud van een goed imago van de bedrijven kan het wenselijk zijn dat ook richtlijnen worden opgesteld voor gebruik, vormgeving en aankleding van bedrijfserven die zich richten naar het openbaar gebied.
Toepassingsbereik De beeldkwaliteitsplannen en kwaliteitshandboeken inrich ng openbare ruimte die als aanvullingen op de algemene welstandsnota zijn vastgesteld door de organen van Schijndel, Sint-Oedenrode, Veghel en Meierijstad blijven gelden voor de daarbij aangegeven gebieden. Uitzonderingen daarop zijn de beeldkwaliteitsplannen die nadrukkelijk worden ingetrokken. In het omgevingsplan kunnen de beeldkwaliteitsplannen nog een gezamenlijk werkingsgebied krijgen. Wanneer ruimtelijke kwaliteit haar plek krijgt in het defini eve omgevingsplan, kunnen de nog relevante beeldkwaliteitsplannen elk hun eigen werkingsgebied krijgen.
9
Hoofdstuk 4: Criteria historische waarden Dit hoofdstuk treedt in de plaats van paragraaf 5.2 van de Welstandsnota Meierijstad 2018. Hierbij zijn inhoudelijk geen wijzigingen aangebracht, behalve dat nu meer consistent wordt gesproken van een bouwwerk. In het oude beleid was een criterium soms toegespitst op een gebouw (of een pand), zonder dat was toegelicht waarom het minder van belang zou zijn voor andere bouwwerken. Daar waar wel duidelijk het begrip gebouw was beoogd, is die term behouden. Deze criteria gelden voor de volgende werkingsgebieden in het omgevingsplan: welstand historisch centrumgebied; welstand beschermd dorpsgezicht; welstand rijksmonument; welstand gemeentelijk monument; welstand beeldbepalend of cultuurhistorisch waardevol pand. Indien een ini a ef betrekking hee op een monument wordt niet alleen de bouwac viteit getoetst aan deze criteria historische waarden, maar wordt ook de monumentac viteit getoetst aan de redengevende beschrijving van het monument. Uitgangspunten historische waarden Het karakter van de oorspronkelijke centrumgebieden van Schijndel, Sint-Oedenrode, Veghel en Erp is in een lange reeks van jaren opgebouwd. Ze hebben elk hun eigen kenmerken van schaalgroo e en een diversiteit aan bebouwing met afwisseling van kappen, s jlen en bouwlagen.
Met name de oorspronkelijke historische bebouwing in deze gebieden is van hoge cultuurhistorische waarde. Het gebied rondom de Markt van Sint-Oedenrode is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Veghel kent eveneens een aantal beschermde dorpsgezichten. De historische bebouwing in deze gebieden hee een groot maatschappelijk en cultuurhistorisch belang. De historische bebouwing is de drager van de iden teit van de dorpen. Het beleid is gericht op behoud en versterking van de ruimtelijke karakteris ek. Verdich ng en schaalvergro ng is mogelijk, met inachtneming van de specifieke ruimtelijke kenmerken van de directe omgeving. Ingrepen die tot een verstoring van het bestaande beeld leiden, dienen te worden vermeden. Nieuwe bebouwing moet in harmonie met de bestaande bebouwing ontworpen worden. Zowel wat betre maat en schaal, als wat betre kleur- en materiaalgebruik. Het eigen architectonische karakter van de gebouwen moet behouden blijven. Bij verbouwingen dienen waardevolle elementen uit de bouwgeschiedenis bewaard te worden. Er moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen bouwhistorische waarden en hedendaagse wensen en mogelijkheden. Bij nieuwe invullingen is eigen jdse architectuur mogelijk, waarbij de gebiedskenmerken als uitgangspunt worden genomen.
Bij herbouw van beeldbepalende boerderijen in het buitengebied moeten de oorspronkelijke bouwmassa en specifieke historische kenmerken worden teruggebracht. Welstandscriteria historische waarden De criteria historische waarden van onze redelijke eisen van welstand zijn vervat in de boxen 4.1, 4.2 en 4.3. In aanvulling daarop gelden bij boerderijen de criteria vervat in de boxen 4.4 tot en met 4.9.
10
De karakteris ek van de bebouwing dient in rela e te staan tot de karakteris ek en de ontstaansperiode van de omliggende (historische) bebouwing. Veranderingen aan het gevelbeeld mogen het straatbeeld als geheel niet verstoren. Situering/ schaal / opbouw van de massa dient in rela e te staan tot de schaal van het (historisch) straatbeeld.
Box 4.1: Bebouwing en omgeving
Er dient samenhang te zijn in de onderlinge rela e tussen de samenstellende delen en tussen de architectonische vormen van het bouwwerk. Bij ver- of nieuwbouw is de (oorspronkelijke) historische composi e en verhouding van het bouwwerk het uitgangspunt. De bouwwerken dienen individueel herkenbaar te blijven. Samenvoeging van bouwmassa’s is ongewenst. De oorspronkelijke bouwmassa is het uitgangspunt bij veranderingen. Vergro ng of verhoging van de bouwmassa is mogelijk wanneer dat stedenbouwkundig acceptabel is. De verhouding in de opbouw en indeling van de gevels mogen niet verstoord worden en verbetering hiervan wordt nagestreefd.
Box 4.2: Bebouwing op zich
Oorspronkelijk materiaal, detaillering en kleurgebruik zijn het uitgangspunt. Afwijkingen hiervan zijn mogelijk, mits passend binnen de karakteris ek van het individuele bouwwerk en de omgeving. Oorspronkelijke ornamenten en de zorgvuldige, ambachtelijke detaillering moeten herkenbaar en zinvol blijven.
Box 4.3: Materiaal, detaillering en kleur
De navolgende welstandscriteria gelden bij boerderijen en dan in aanvulling op de algemene criteria historische waarden.
Nieuwbouw moet passen binnen het bestaande bebouwingspatroon. In een lint moet de openheid tussen twee bebouwingselementen of complexen bewaard blijven. De afstand tot de ves gingsas van het lint (de weg of de waterloop waaraan wordt gebouwd) moet overeenkomen met die van de belendende bebouwingselementen of -complexen. Bij lintbebouwing en vrij liggende bebouwing moet aanslui ng worden gezocht bij de structuurlijnen in het landschap. Agrarische bedrijven kennen een karakteris eke clustering van gebouwen (woonhuis, stallen, loodsen) op een bouwperceel. De posi onering van deze gebouwen ten opzichte van elkaar hee vaak een bedrijfsma ge achtergrond, maar is ook uit oogpunt van de beleving van het complex een belangrijk aspect. Woonhuizen een boerderijen in het buitengebied dienen deze karakteris ek te respecteren. Nieuwe agrarische bedrijfsbouwwerken moeten achter het bestaande hoofdgebouw worden gesitueerd.
Box 4.4: Boerderijen – plaatsing en situering
Bij renova e van boerderijen is de originele vormgeving het uitgangspunt. Bij vervangende nieuwbouw moet de oorspronkelijke, eenvoudige hoofdvorm van de boerderij als beeldbepalend element in het landschap bewaard blijven. De hoofdvormen bestaan uit liggende staafvormige bouwmassa’s met lage goothoogte en forse, hoogoplopende kappen. Deze zorgen ervoor dat de gebouwen passen bij de landschappelijke en cultuurhistorische karakteris ek. Elke bouwmassa moet zijn eigen karakteris ek hebben, maar moet passen bij de bouwmassa’s in de omgeving.
11
De bouwhoogte moet passen in het landschap: woningen worden in 1 tot 1,5 bouwlaag met kap gebouwd. De kapvorm bestaat uit een zadeldak of een afgeleide van dit daktype. Grote ingrepen aan bestaande boerderijen dienen zo veel mogelijk op één punt, bij voorkeur aan de achterzijde, te worden geconcentreerd, rekening houdend met de originele hoofdvorm en kapvorm. Aan- en bijgebouwen dienen de hoofdvorm intact te houden. Toevoegingen als dakkapellen zijn in beginsel gestandaardiseerd en ondergeschikt aan de hoofdmassa van de woning.
Box 4.5: Boerderijen – massa en vorm
Bij verbouwing of renova e van een woning dient de oorspronkelijke gevelopbouw te worden gerespecteerd. Bij splitsing van de woning moet de architectonische eenheid van het oorspronkelijke gebouw behouden blijven. Toevoegingen aan de woning, zoals aanbouwen, uitbouwen, dakkapellen en dakramen, zijn ondergeschikt of aangepast aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het bestaande gebouw en afgestemd op het specifieke architectonische karakter van het gebouw. Zeer grote lengtes van agrarische bedrijfsbouwwerken zijn door materiaal en kleurgebruik geleed. Bij bestaande gevels moet de oorspronkelijke indeling blijven domineren, waarbij de gevelopeningen ver caal gericht zijn. Uit de gevelindeling moet de oorspronkelijke verdeling tussen bedrijfsdeel (de stal) en het woonhuis herkenbaar zijn. Grote vlakken moeten een structuur of onderverdeling hebben. De gevelindeling van toevoegingen zoals aanbouwen, uitbouwen, dakkapellen en dakramen is afgestemd op de gevelindeling van de hoofdbouw.
Box 4.6: Boerderijen – gevelopbouw
Het overwegend materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op de karakteris ek in het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan. Bij nieuwbouw, verbouwing of renova e is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt. Daken zijn gedekt met riet / stro en/of (gebakken) pannen, gevels van (rode / bruinrode) baksteen, eventueel in combina e met houten horizontale delen. Plankengevels en geveldelen zijn groen geschilderd, transparant verduurzaamd of zwart geteerd. Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof en trespa mogen niet worden toegepast. Hemelwaterafvoeren en goten die in het zicht blijven en muurafdekkingen zijn uitgevoerd in zink.
Box 4.7: Boerderijen – materiaalgebruik
Het overwegend kleurgebruik dient afgestemd te zijn op de karakteris ek in het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan. Kozijnen en draaiende delen zijn (gebroken) wit geschilderd, of zijn geschilderd in de tradi onele combina e van okergeel, wit en donkergroen. Puien, voordeuren, luiken en garagedeuren zijn donker geschilderd. Boeiboorden en eventuele gootom mmeringen zijn (gebroken) wit of donkergroen geschilderd. Muurankers zijn zwart geschilderd.
Box 4.8: Boerderijen – kleurgebruik
12
Authen eke detaillering zoals overstekken, geaccentueerde lijsten en siermetselwerk, wordt bij verbouw behouden. Bij verbouwing of renova e wordt zorgvuldig omgegaan met de detaillering van de kap, de gevelopeningen en het metselwerk. De detaillering van toevoegingen zoals aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen en dakramen is afgestemd op de detaillering van de hoofdbouw. Serres en erkers worden uitgevoerd met eenzelfde aandacht voor detaillering als die voor het hoofdgebouw.
Box 4.9: Boerderijen – detaillering
13
Hoofdstuk 5: Reclame-ui ngen Dit hoofdstuk treedt in de plaats van hoofdstuk 6 van de Welstandsnota Meierijstad 2018. Hierbij zijn vooralsnog geen inhoudelijk wijzigingen aangebracht. Wel zijn overbodige bepalingen weggelaten en is her en der de formulering verduidelijkt. Reclames kunnen een posi eve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Maar voorkomen moet worden dat reclame-ui ngen gebouw en openbare ruimte / omgeving gaan overheersen. Reclame moet ondergeschikt zijn aan de architectuur van de gevels in de historische dorpskernen, op bedrijventerreinen en in het buitengebied. Een overdaad aan reclames beïnvloedt de waarde van de omringende onroerende zaken nega ef en doet a reuk aan een hoogwaardig ves gingsklimaat. Buitenverlich ng Voor wat betre het aanlichten van reclame-ui ngen, het aanbrengen van neonle ers en de plaatsing van lichtbakken geldt dat deze nota ziet op die verlichte reclame als zodanig. Zoals in de voorontwerpomgevingsvisie is aangegeven, kan het gebruik van buitenverlich ng nog gereguleerd worden. De belangen van zuinig energiegebruik, menselijke nachtrust en nachtelijk duister voor de natuur kunnen redenen geven voor het beperken van de werkings jden van deze lichtbronnen. Bij de criteria voor reclame-ui ngen maken we onderscheid tussen verschillende gebieden binnen de gemeente.
Een woonwijk vraagt immers een andere benadering dan een winkelgebied of een beschermd dorpsgezicht. Hieronder staan de criteria met betrekking tot reclames per gebied: algemene uitgangspunten (box 5.1); woongebieden (boxen 5.2 en 5.3); winkelgebieden inclusief centra (boxen 5.4 en 5.5); bedrijventerreinen (box 5.6); kerkdorpen (boxen 5.7 en 5.8); agrarisch buitengebied (box 5.9); entrees; spor erreinen (box 5.10). In het omgevingsplan hebben de criteria voor reclame-ui ngen vooralsnog geen specifieke werkingsgebieden; ze gelden op de kaart in de hele gemeente en de genoemde gebiedsindeling is slechts tekstueel. Wanneer ruimtelijke kwaliteit haar plek krijgt in het defini eve omgevingsplan, kan de gebiedsindeling voor reclame-ui ngen alsnog verschillende werkingsgebieden krijgen.
In het algemeen zijn reclame-ui ngen alleen aanvaardbaar indien zij een directe rela e hebben met de gekozen situering en de afme ngen en kleuren afgestemd zijn op het karakter van de directe omgeving. Reclame-ui ngen zijn qua afme ngen en plaatsing op de gevelopzet afgestemd. Indien een bouwplan afwijkt van de maximale maten, kan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad hiervan gemo veerd afwijken in haar advies. Het toepassen van losse le ers en het aanlichten van reclametekens verdient de voorkeur boven het toepassen van lichtbakken. Bij lichtbakken is het raadzaam een donker fond te kiezen met heldere le ers, ook in verband met de verkeersveiligheid (verblindingseffecten). Een reclame-ui ng vraagt om een zorgvuldige vormgeving en een goede integra e in de gebouwde context.
Box 5.1: algemene uitgangspunten
14
Woongebieden In woongebieden wordt terughoudend omgegaan met reclame. Voor bedrijven en prak jkruimten die in woongebied zijn geves gd, is een bescheiden aanduiding aanvaardbaar. Toegestaan: 1 reclameteken met een oppervlakte van maximaal 0,50 m2; hoogte/breedte maximaal 1,00 x 050 m; alleen naam en aard bedrijf, eventueel openings jden en logo; aanlichten; beves ging tegen gevel of bij ingang perceel of plaatsing in tuin. Niet toegestaan: lichtbakken of neonle ers; productreclame; vlaggen met productreclame; aanhangwagens met reclameborden. Box 5.2: Prak jkruimten in woongebied
Toegestaan: per 10 m gevelbreedte aan de straatzijde 1,00 m2 reclame; reclame wordt aangebracht op begane grondniveau, in ieder geval onder verdiepingsramen; vrijstaande reclametekens zijn toegestaan mits plaats, kleur en vormgeving zijn afgestemd op de omgeving; maximale hoogte van een dergelijk element is 2,25 m; aanlichten; 1 vlag van maximaal 1,00 m x 1,50 m; 3 banieren met een maximale maat van 0,60 m breed en 2,50 m hoog; bij bedrijfspanden hoger dan 8,00 m geldt een maximale maat van 1,00 m breed en 4,00 m hoog; bij grote percelen zijn tweemaal 3 banieren toegestaan om de in- en uitrit te markeren; vlaggenmasten niet hoger dan het hoofdgebouw; kleine verwijsborden. Niet toegestaan: lichtbakken of neonle ers; productreclame; vlaggen met productreclame; aanhangwagens met reclameborden. Box 5.3: Bedrijfsbebouwing in woongebied
Winkelgebieden inclusief centra De criteria voor reclame-ui ngen in winkelgebieden, met inbegrip van de centra van Veghel, Schijndel, SintOedenrode en Erp, zijn vervat in de boxen 5.4 (algemeen) en 5.5 (terrassen). Voor wat betre de hier als toegelaten genoemde terrassen en fietsenrekken is te benadrukken we ons hier beperken tot welstandscriteria. Er kunnen andere juridische belemmeringen zijn voor het inrichten van een terras of plaatsen van een fietsenrek. Toegestaan: losse le ers voor de gevel; vaandels aan de gevel; maximaal 1 vlag per 10 m gevelbreedte (dus: 0 – 10 m breedte 1 vlag, 10 – 20 m breedte 2 vlaggen, enz.); oppervlakte van reclametekens maximaal 2,00 m2 per 10 m gevelbreedte; hoogte maximaal 0,50 m;
15
loodrecht op de gevel per 5,00 m winkelbreedte reclame met een maximale oppervlakte van 0,75 m2, met maximale hoogte 1,25 m; alleen bij horecagelegenheden mag dit een lichtbak zijn, met een maximale oppervlakte van 0,75 m2; per gebouw van minder dan 10 m breedte mag aan de straatzijde 1 reclameteken gelijk jdig zichtbaar zijn; een uitzondering is te maken voor gebouwen met gevels aan meer dan 1 straat, wel blij het aantal tekens 1 per naar straat gekeerde gevel; reclame wordt aangebracht op begane grondniveau, in ieder geval onder verdiepingsramen; luifels; 3 banieren met een maximale maat van 0,60 m breed en 2,50 m hoog; bij bedrijfspanden hoger dan 8,00 m geldt een maximale maat van 1,00 m breed en 4,00 m hoog; vlaggenmasten niet hoger dan het hoofdgebouw.
Niet toegestaan: lichtbakken, uitgezonderd die van horecagelegenheden; dichtplakken etalages, tenzij hierdoor het straatbeeld niet wordt ontsierd; andere uitstallingen; andere reclametekens op de luifel. Box 5.4: algemeen
Toegestaan: windschermen, mits reclame geëtst in het glasgedeelte aangebracht; permanente terrassen (winterterrassen); losstaande fietsenrekken, mits de reclame verband houdt met het bedrijf; parasols, mits gelijk van kleur op een terras en de reclame alleen op het volant staat. Niet toegestaan: vlaggen met reclame. Box 5.5: terrassen
Bedrijventerreinen Per terrein is een gezamenlijke presenta e bij de entree denkbaar, eventueel in combina e met pla egrond en routebeschrijving, inclusief naam/logo Meierijstad. Het benoemen van afme ngen voor de presenta e is maatwerk en valt buiten de reikwijdte van deze nota. Toegestaan: onderstaande items, plus hetgeen in het beeldkwaliteitsplan is bepaald; 2 los geplaatste ornamenten, mits geplaatst bij de toegang tot het bedrijf en qua hoogte afgestemd op het kantoorgedeelte van het bedrijf; maximale hoogte 3,50 m; een ornament of reclamezuil van maximaal 15 m hoog op het perceel; bedrijfsnaam of merknaam tegen de gevel; hiervoor geldt dat de gevelreclame niet meer dan 5% van de geveloppervlakte mag zijn; aanlichten van bedrijfsgebouwen of de daarop beves gde reclame; 1 vlag van 1,00 m x 1,50 m; een bedrijfsnaam of merknaam, inclusief logo, op het dak is toegestaan in losse neonle ers en lichtbakken met een maximale afme ng die 3% bedraagt van de geveloppervlakte met een maximum van 5,00 m2; 3 banieren met een maximale maat van 0,60 m breed en 2,50 m hoog; bij bedrijfspanden hoger dan 8,00 m geldt een maximale maat van 1,00 m breed en 4,00 m hoog; bij grote percelen zijn tweemaal 3 banieren toegestaan om de in- en uitrit te markeren; vlaggenmasten niet hoger dan het hoofdgebouw; kleine verwijsborden.
16
Niet toegestaan: aanhangwagens met reclameborden; billboards. Box 5.6: criteria per bedrijf
Kerkdorpen De criteria voor reclame-ui ngen in kerkdorpen zijn vervat in de boxen 5.7 (algemeen) en 5.8 (terrassen). Voor wat betre de hier als toegelaten genoemde terrassen en fietsenrekken is te benadrukken we ons hier beperken tot welstandscriteria. Er kunnen andere juridische belemmeringen zijn voor het inrichten van een terras of plaatsen van een fietsenrek. Toegestaan: uitstallingen van groente, fruit en bloemen tot maximaal 1,50 m vanaf de gevel, a ankelijk van de tro oirbreedte; per 5,00 m gevelbreedte 1 uithangbord met een maximale oppervlakte van 0,75 m2; losse le ers voor / op de gevels, per le er maximaal 0,40 x 0,40 m; geen neonle ers; aanlichten van de le ers is wel toegestaan; alleen bij horecagelegenheden een loodrecht op de gevel aangebrachte lichtbak, met een maximale oppervlakte van 0,75 m2. Niet toegestaan: neonle ers, ook niet achter de ramen; lichtbakken; vlaggen met reclame; aanhangwagens met reclameborden. Box 7.7: algemeen
Toegestaan: windschermen, mits reclame geëtst in het glasgedeelte aangebracht; losstaande fietsenrekken, mits de reclame verband houdt met het bedrijf; parasols, mits gelijk van kleur op een terras en de reclame alleen op het volant staat. Niet toegestaan: vlaggen met reclame. Box 5.8: terrassen
Agrarisch buitengebied De criteria voor reclame-ui ngen in agrarisch buitengebied zijn vervat in de box 5.9. Toegestaan, bij bebouwde percelen: een reclamebord met naam en aard van het bedrijf, losstaand of aan de gevel, maximale oppervlakte 1,50 m2; een losstaand bord moet de ingang van het perceel markeren; op bedrijfsbebouwing gelegen aan één van de hoofdwegen naar één van de 13 kernen, per 10 m gevelbreedte aan beide zichtzijden bezien van bedoelde weg 1,00 m2 reclame op begane grondniveau. Niet toegestaan: lichtbakken, neonle ers, aanlichten, vlaggen; aanhangwagens met reclameborden. Box 5.9
17
Entrees De criteria voor reclame-ui ngen bij entrees luiden zoals aangegeven in de beleidsregel Buitenreclamebeleid Meierijstad van 29 maart 2018. Die beleidsregel is hier ongewijzigd overgenomen als bijlage 1. De tekst van die beleidsregel is nu niet geactualiseerd. Spor erreinen De criteria voor reclame-ui ngen op spor erreinen zijn vervat in de box 5.10.
Spor erreinen zijn meestal in een groene omgeving gesitueerd. Het aanbrengen van reclame die niet gericht is op het complex zelf, is slecht passend en niet aanvaardbaar. Naamsreclame voor de sportvereniging zelf of van andere ac viteiten op het spor errein is in verband met de bereikbaarheid wel mogelijk, mits deze aanduidingen qua maat, vormgeving en kleurstelling zijn afgestemd op de aanwezige bebouwing en het karakter van de omgeving. Op het boeiboord van de overdekte tribune mogen reclame-ui ngen worden aangebracht binnen de maat van het boeiboord. Reclame-ui ngen gericht op het complex zelf zijn denkbaar, indien de naar de natuur gekeerde zijde donker van kleur is en de hoogte gerekend vanaf maaiveld maximaal 1,20 m bedraagt (borden rond het speelveld). Een aparte construc e voor het aanbrengen van reclameborden mag maximaal 3,50 m hoog zijn en dient voor wat betre de breedtemaat ingepast te worden in haar omgeving en gericht op het sportcomplex. De naar de natuur gekeerde zijde dient donker van kleur te zijn. Reclame-ui ngen (zoals spandoeken) op aanwezige construc es die niet specifiek bedoeld zijn voor het aanbrengen van reclame (zoals ballenvangers) mogen alleen jdens wedstrijden worden aangebracht en hebben een maximale hoogte van 3,50 m.
Het toepassen van lichtreclame dient beperkt te blijven tot 1 lichtreclame per vereniging, aangebracht op het clubgebouw, met een maximale afme ng van 1,00 m2.
Box 5.10
18
Hoofdstuk 6: Thema sche aandachtspunten Dit hoofdstuk treedt in de plaats van hoofdstuk 7 van de Welstandsnota Meierijstad 2018 en het vervangt de Ruimtelijk beleidsregel scootmobielstallingen. Hierbij zijn geen essen ële, inhoudelijke wijzigingen beoogd. Duurzaamheid Het is één van de belangrijkste opgaven van onze jd om ons menselijke bestaan in de fysieke leefomgeving in evenwicht te brengen met de belangen van bodem, water, natuur, milieu en toekoms ge genera es. Klimaatmi ga e, circulariteit, klimaatbestendigheid, natuurinclusiviteit, energie- en warmtetransi e vormen uitdagingen bij nieuwbouw én voor de bestaande, bebouwde omgeving. Het is nodig om minder water te verbruiken, zuinig te zijn op grondstoffen, om rekening te houden met hi e, hevige regenval en storm, om flora en fauna te ontzien, om energiegebruik te beperken, duurzame energie op te wekken en die te gebruiken in plaats van fossiele. Als gemeente gaan we deze uitdagingen aan. We verwachten ook van par culiere ini a efnemers dat zij met hun ac viteiten van bouwen, aanleggen en gebruik aan duurzaamheid de nodige aandacht geven. De betekenis van verduurzaming voor het landschap, voor een monument of voor andere waarden van cultuurhistorie of lee aarheid, verdient het om meegewogen te worden.
Dat kan betekenen dat een maatregel op een bepaalde loca e niet aanvaardbaar is (bijvoorbeeld een zonnepark in waardevol landschap), of dat een maatregel bij een bepaald gebouw slechts in beperkte mate toegepast kan worden (bijvoorbeeld isola e van een monument). Bij de uitdagingen en afwegingen waarvoor we staan, zijn we ook bereid om de strekking van onze welstandscriteria in vraag te stellen als verduurzaming daar aanleiding toe gee . Dat kan bijvoorbeeld gaan om materiaalgebruik. Als dan wordt afgeweken van een welstandscriterium, doen we dat gemo veerd. Scootmobielstallingen Met de Ruimtelijke beleidsregel scootmobielstallingen van 31 januari 2023 wilde het college van burgemeester en wethouders een knelpunt aanpakken. Dat knelpunt was en is dat er inwoners zijn die een scootmobiel nodig hebben, dat de bestaande, bebouwde omgeving in veel gevallen onvoldoende geschikte berging biedt, dat mogelijkheden van vergunningvrij bouwen in tal van gevallen niet de bouw van een kleine scootmobielstalling toelaten en dat het proces van vergunningverlening op zich een drempel is voor het plaatsen van een kleine scootmobielstalling. De beleidsregel benadrukte dat de ruimtelijke impact van een kleine scootmobielstalling niet groter is dan sommige wel vergunningvrij toegelaten bouwwerken.
Voor de gevallen waarin vergunningvrij bouwen niet van toepassing is op grond van het omgevingsplan of de hogere wetgeving, introduceerde de beleidsregel pragma sche criteria. Die criteria zijn hier overgenomen in box 6.1. In afwach ng van de bouwregels van het defini eve omgevingsplan beves gt deze Welstandsnota 2025 de pragma sche criteria. Als a) de categorisering als vergunningvrij bouwwerk niet mogelijk is, en b) een klant een scootmobielstalling nodig hee , en als c) het gaat om een enkelvoudige stalling (voor één scootmobiel of driewielfiets) geen gebouw zijnde, d) niet in de openbare ruimte (niet op gemeentegrond), die e) voor wat betre situering op het perceel, materiaaluitvoering en kleur niet onveilig of bijzonder storend is, hierbij mi gerende maatregelen zoals afscherming met beplan ng meewegende, f) niet in de directe nabijheid van een monument of cultuurhistorisch waardevol gebouw of ensemble en g) niet aan de voorzijde van een gebouw in het centrumgebied van Schijndel, Veghel, Erp, of Sint-Oedenrode (zoals aangeduid in het welstandsbeleid), dan krijgt de klant de sugges e om geen aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Box 6.1: Pragma sche criteria kleine, vergunningplich ge scootmobielstallingen
19
Voor de gevallen waarin vergunningvrij bouwen noch de pragma sche criteria van toepassing zijn, en waarin voor een kleine scootmobielstalling dus een omgevingsvergunning bouwen nodig is, reiken we aan om het maatschappelijk belang van inclusieve mobiliteit mee te wegen bij het inkleuren van de verschillende welstandscriteria. Openbaar gebied Ruimtelijke kwaliteit wensen we niet alleen van gebouwen in Meierijstad, maar ook van bouwwerken geen gebouw zijnde en verdere inrich ng of aankleding van openbaar gebied en collec eve buitenruimte. Het welstandsbeleid biedt daarvoor een aanzet doordat zijn criteria gebruikt worden bij de toetsing van vergunningplich ge bouwwerken en zonodig repressieve welstand. Voor sommige gebieden is de beeldkwaliteit van het openbaar gebied al nadrukkelijk beschreven. In het grootste deel van de gemeente geldt evenwel geen beeldkwaliteitsplan of kwaliteitshandboek inrich ng openbare ruimte. Daar komt bij dat er installa es en straatmeubilair bestaan die vergunningvrij aangelegd of geplaatst kunnen worden. We doen de oproep om ook in die gebieden en gevallen aandacht te geven aan ruimtelijke kwaliteit. Als gemeente overwegen we om een omva ende leidraad inrich ng openbare ruimte op te stellen.
20
Bijlage 1: Buitenreclamebeleid Meierijstad De raad van de gemeente Meierijstad, Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 maart 2018 Besluit gemeenteraad: het 'Buitenreclamebeleid Meierijstad' vast te stellen.
1. Het buitenreclamebeleid 1.1 Inleiding Reclame uitingen in de openbare ruimte hebben impact op een gebied. Het aanzien en de beleving van een gebied worden mede bepaald door deze uitingen. Reclames hebben de eigenschap om op te vallen, waardoor de impact relatief groot is. Zeker kwetsbare gebieden, zoals historische dorpskernen en het buitengebied, zijn daarvoor gevoelig. Deze buitenreclamenota is opgesteld om een balans te vinden in een verzorgd straatbeeld enerzijds en het economisch belang van reclamevoering anderzijds. Heldere richtlijnen voor reclame uitingen moeten aantasting van het straatbeeld voorkomen en bijdragen aan de (ruimtelijke) kwaliteit van de gemeente. Reclame in de openbare ruimte is ‘enige vorm van reclame of aanprijzing op grond van de gemeente of op particulier terrein gericht op het openbaar gebied’. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan billboards, A0 reclame en trottoirreclame, maar ook aan gevelreclame. In Meierijstad moet er (beperkt) ruimte zijn om deze uitingen toe te staan. Belangrijke overwegingen hierbij zijn: Regie vanuit de gemeente, door het stellen van kaders voor buitenreclame. Het tegengaan van wildbeplakking en andere illegale reclamevormen. De mogelijkheid voor ondernemers om naamsbekendheid te vergroten door middel van buitenreclame.
Financiële compensatie voor de gemeente, die kan worden geherinvesteerd in verbetering van de (economische) structuur van de gemeente. Op 1 januari 2017 zijn de voormalige gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel gefuseerd tot de nieuwe gemeente Meierijstad. Dit document is het uitgangspunt voor alle reclame uitingen in de gemeente. Tot op heden had alleen de voormalige gemeente Sint-Oedenrode dit beleid verankerd in een beleidsnota. Schijndel en Veghel kenden nog geen buitenreclamebeleid. Meierijstad is een diverse gemeente. Veghel kent een stevige economische kern. Delen van de kernen van Schijndel en Sint-Oedenrode zijn betiteld als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht. De gemeente bestaat verder nog uit verschillende kleinere kernen en een groot buitengebied. De bedrijvigheid binnen de gemeente varieert dan ook van kleinschalige, lokaal gebonden bedrijven tot grootschalige internationaal georiënteerde spelers. De gewenste reclame-uitingen van deze bedrijven kunnen dan ook erg van elkaar verschillen. Omdat behoud van het dorpse karakter van de kleinere kernen erg belangrijk is, wordt in deze beleidsnota een onderscheid gemaakt in deelgebieden.
21
1.2 Doelstelling van het beleid Reclame vormt een onderdeel van de inrichting van de gemeente en neemt daarbij een deel van de openbare ruimte in beslag. Daarnaast heeft reclame op privé terrein gericht op de openbare ruimte ook zijn effect op de openbare ruimte. Bij gebrek aan beleid en beheer kan wildgroei ontstaan. Het te voeren beleid beoogt het scheppen van een beleidskader waarin de mogelijkheid tot het aanbrengen van reclame is vastgelegd. Centrale doelstelling daarbij is het optimaliseren van de reclamevoering. Daarbij wordt rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en herkenbaarheid van de kernen, de bruikbaarheid van de weg en de toegankelijkheid. Het doel van deze notitie is derhalve het vastleggen van het te voeren beleid en het vaststellen van toetsingscriteria waaraan reclamevoorzieningen moeten voldoen. Dit schept duidelijkheid, voor zowel gemeente als ondernemer. Bovendien moet het beleid een zodanig draagvlak hebben en behouden, dat handhaving ervan op een adequate wijze kan plaatsvinden. In dit beleid maken we onderscheid in enerzijds reclame in de openbare ruimte (hoofdstuk 2) en anderzijds reclame op grond in eigendom van particulieren (hoofdstuk 3).
1.3 Regelgeving en handhaving In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is aangegeven dat het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels kan stellen met betrekking tot reclameborden (artikel 2:10, lid 3). Met het opstellen van dit buitenreclame- beleid worden deze kaders aangegeven. Daarnaast zijn er verschillende regels uit de APV, provinciaal en landelijk beleid, waar rekening mee gehouden moet worden. Algemene plaatselijke verordening Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is, te bekrassen of te bekladden. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen (Artikel 2:42). Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving (Artikel 4:15). Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen (Artikel 5:7). Grondwet Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting.
Lid 1 van dit artikel luidt als volgt: Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. In lid 4 van dit artikel is geregeld dat de drukpersvrijheid niet van toepassing is op het maken van handelsreclame. In tegenstelling tot bij handelsreclame, kan en mag de gemeentelijke wetgever derhalve bij ideële reclame niet beperkend optreden ten aanzien van de inhoud, maar is wel bevoegd het in het openbaar bekendmaken (verspreiden) van dergelijke gedrukte stukken aan beperkingen te onderwerpen in het belang van de openbare orde, zedelijkheid, gezondheid en andere zaken betreffende de huishouding van de gemeente.
22
Nederlandse Reclame Code Reclame kan informatief, humoristisch of ontroerend zijn maar mag niet misleidend, grievend of discriminatoir zijn. De Nederlandse Reclame Code van de stichting Reclame Code telt een twintigtal algemene regels waaraan reclame moet voldoen. Daarnaast heeft zij ook een aantal bijzondere reclame codes opgesteld voor veel voorkomende reclame-producten. Illegale reclamevormen komen voor. Naast handhaving door de gemeente bestaat de mogelijkheid om in de privaatrechtelijk af te sluiten overeenkomsten (zoals abri’s, A0-reclamedisplays, lichtmastreclames) bepaalde vormen van handhaving onder te brengen bij de desbetreffende exploitanten.
2. Reclame in de openbare ruimte 2.1 Uitgangspunten Dit hoofdstuk geeft de richting aan voor reclame uitingen in de openbare ruimte voor de gemeente Meierijstad. Hier worden verschillende vormen van reclame aangeduid waarvoor ruimte moet zijn in de gemeente. Naast de specifieke eisen die in dit hoofdstuk aan bod komen, moet buitenreclame in ieder geval voldoen aan de volgende eisen: Reclame in de openbare ruimte moet passen binnen het straatbeeld en uniform van vormgeving, kleurstelling en materiaalgebruik te zijn. Reclame in de openbare ruimte mag de buitenruimte niet verstoren. Terughoudendheid met het aantal uitingen en niet storende licht- en geluidsintensiteit is gewenst. Gebruik van LED-verlichting is mogelijk, mits dit de buitenruimte niet verstoord. Alle te voeren reclame moet voldoen aan de Nederlandse Reclame Code. In de openbare ruimte moet ook voldoende mogelijkheid zijn voor culturele, maatschappelijke en gemeentelijke uitingen. Door het diverse karakter van de gemeente bestaan niet overal dezelfde mogelijkheden. Door middel van zoneringen wordt per reclame uiting aangegeven waar mogelijkheden bestaan. Een deel van de reclame in de openbare ruimte wordt uitbesteed aan een commerciële partij. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het afsluiten van contracten met deze partijen.
2.2 Vergunningen en beheer In Meierijstad maken we onderscheid in vergunningvrije en vergunningplichtige reclame. Vergunningsvrije reclame is reclame die onder bepaalde voorwaarden mag worden aangebracht, zonder dat hiervoor toestemming gevraagd hoeft te worden. Voor vergunningplichtige reclame is wel toestemming nodig. Dit beleid vormt het toetsingskader voor het wel of niet verlenen van een vergunning (of afsluiten van een overeenkomst). Daarnaast maken we onderscheid in reclame in eigen beheer en uitbestede reclame uitingen. Reclame in eigen beheer behelst alle reclame waarvoor de gemeente de dagelijkse gang van zaken in eigen beheer houdt. Uitbestede reclame wordt beheerd door een (commerciële) exploitant. De contracten voor het maken van reclame in de openbare ruimte komen tot stand via een aanbestedingsprocedure, waarbij lopende contracten worden gerespecteerd. Per categorie wordt een contract opgesteld met betreffende exploitant. In de figuur hieronder wordt een beschrijving gegeven van verschillende typen toegestane buitenreclame en de mogelijkheden binnen de gemeente. Een toelichting van alle reclame volgt na de figuur.