CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Vossenberg_Bloemenwijk_Toelichting

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Vossenberg/Bloemenwijk te Schijndel'20.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Vossenberg/Bloemenwijk Gemeente: Meierijstad

Opdrachtgever: Woonmeij

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

wsp

+31 (0)88 910 20 00

SLM014150

Versie Datum Adres

NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld Onherroepelijk Contactgegevens

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM014150

NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01

vastgesteld

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

D. Boer

Senior jurist omgevingsrecht

Geverifieerd door

Functie

Datum

Paraaf

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Paraaf

D. Boer

3/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Inhoudsopgave Toelichting

2

Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doelstelling Ligging plangebied en begrenzing plangebied Het geldende bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Opzet van de toelichting: leeswijzer

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 2.2

Bestaande situatie Nieuwe situatie

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal/regionaal beleid Waterschapsbeleid Gemeentelijk beleid Conclusie

Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Milieueffectrapportage Geluid Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Natuurwaarden Stikstofdepositie Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Geur Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen Archeologie en cultuurhistorie Waterparagraaf Mobiliteit en parkeren Duurzaamheid Kabels en leidingen

Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Algemene juridische opzet Bestemmingsregels Dubbelbestemming Overige regeling Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

5 5 5 7 7

8 8 9

15 15 20 23 24 32

33 33 34 35 37 38 40 41 46 49 51 53 55 57 57 57

59 59 60 61 61 61

62 62 62

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de locatie van de voormalige school Vossenberg aan de Papaverstraat in Schijndel. Het College nam in 2018 het besluit dat op die locatie een nieuw wijkgebouw moest komen. Woonmeij is daarop ingesprongen door de gemeente Meierijstad het aanbod te doen een wijkgebouw te ontwikkelen mits hierbij een combinatie met sociale woningbouw is toegestaan. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan ' Vossenberg/Bloemenwijk' is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch te borgen.

1.2 Ligging plangebied en begrenzing plangebied Het plangebied Vossenberg/Bloemenwijk is ongeveer 15.660m2 groot en ligt aan Papaverstraat te Schijndel. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de woonbuurt gelegen aan de Klaprooshof, de Narcishof en de Begoniastraat. Aan de oostzijde zijn de woningen aan de Crocushof gelegen die tevens aansluiten op het Distelpad. Het Distelpad vormt tevens de zuidgrens van het plangebied. De Papaverstraat zelf sluit het plangebied aan de westzijde af.

Afbeelding 1-1 Plangebied (in rood aangegeven)

1.3 Het geldende bestemmingsplan Op het percelen aan het Papaverstraat en Distelpad te Schijndel is het bestemmingsplan 'Plancontour Boschweg Noord Oost 2005' van kracht, zoals vastgesteld op 08 juni 2006. De betreffende gronden hebben de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Groenvoorzieningen' en 'Verkeersdoeleinden 1'.

5/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Afbeelding 1-2 Geldend bestemmingsplan (bron www.ruimtelijkeplannen.nl) Plangebied in rood aangegeven Tevens zijn op het plangebied van toepassing het bestemmingsplan 'Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit' zoals vastgesteld op 21 januari 2021 en het Paraplubestemmingsplan 'Parkeren' zoals vastgesteld op 31 januari 2019. Strijdigheid Het totaalplan ziet op de herontwikkeling van de voormalige school en omliggende gronden naar gemengde- en woondoeleinden. Daarmee voldoet het plan niet aan de regels van het vigerende bestemmingsplan, omdat de gronden nu de bestemmingen 'Maatschappelijke doeleinden' en 'Groenvoorzieningen' en het hier binnen niet is toegestaan woningen te realiseren en ook de nieuwe bebouwing niet rechtstreeks past binnen het vigerende bestemmingsplan.

6/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Vossenberg/Bloemenwijk' met identificatienummer NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding planregels De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5 Opzet van de toelichting: leeswijzer De toelichting is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 Planbeschrijving staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 Beleid is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten beschreven; in hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid, heeft betrekking op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan; hoofdstuk behandelt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

7/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Het plangebied Vossenberg/Bloemenwijk ligt in de bebouwde kom van Schijndel, aan Papaverstraat en het Distelpad. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de woonbuurt gelegen aan de Klaprooshof, de Narcishof en de Begoniastraat. Aan de oostzijde zijn de woningen aan de Crocushof gelegen die tevens aansluiten op het Distelpad. Het Distelpad vormt tevens de zuidgrens van het plangebied. De Papaverstraat zelf sluit het plangebied aan de westzijde af.

Afbeelding 2-1 Plangebied (luchtfoto - Bron Google Maps)

Afbeelding 2-2 Aanzicht vanaf de Papaverstraat 1

8/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Afbeelding 2-3 Aanzicht vanaf de Papaverstraat 2

Afbeelding 2-4 Aanzicht vanaf de Crocushof

2.2 Nieuwe situatie De planlocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel, sectie H, nummers 3520, 3521, 2081, deels 6076, deels 6063 en deels 4110. De oppervlakte bedraagt ongeveer 15.660m2. Binnen dit gebied zal een nieuwbouw ontwikkeling worden opgericht die bestaat uit een combinatie van grondgebonden woningen, appartementen en een multifunctionele accommodatie (MFA) voor Bloemenwijk. De Klaprooshof zal worden doorgetrokken naar de Crocushof om een ontsluiting voor de nieuwe woningen te vormen. Tevens komen aan deze nieuwe straat parkeervoorzieningen, afgewisseld met openbaar groen. Het zuid-westelijk deel van het plangebied, dat nog bebouwd is, zal niet worden voorzien van nieuwe bebouwing maar als openbaar gebied bij het nu aanwezige parkje/groenvoorziening worden getrokken.

9/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Afbeelding 2-5 Invulling plangebied Ontwerp Het ontwerp voor de gebouwen uit het plan is gebaseerd op het principe 'vorm volgt functie' en duurzame ontwerp. Vanaf de Papaverstraat is de opbouw van het plan trapsgewijs verhouden tot de schaalgrootte van de omgeving. Op deze manier ontstaat een samenhangend geheel in bouwmassa tussen de verschillende gebouwen, van groot naar klein, van een publieke functie 10/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

voor de wijk tot woonhuis.

Afbeelding 2-6 Vormgeving plan 1

Afbeelding 2-7 Vormgeving plan 2 De grondgebonden woningen en het kleinschalige woongebouw sluiten in massa naadloos aan bij de reeds bestaande woningen aan Narcishof en Crocushof. Alle nieuwe gebouwen oriënteren zich met hun voorkant naar het park toe waardoor de parkrand een vriendelijke uitstraling krijgt waaraan gewoond wordt. Er worden parkeerplaatsen gerealiseerd in de vorm van 'groene parkeerkoffers' en parkeervakken direct aan de straat. De verschillende gebouwen zijn nadrukkelijk in samenhang met elkaar ontworpen, in massa maar ook in beeldkwaliteit. Gekozen is voor een klassiek eigentijdse baksteenarchitectuur waarmee aansluiting wordt gezocht bij de wijk die door metselwerk wordt gekenmerkt. De prominente positie van de MFA wordt versterkt door extra hoogte van de plint en grotere repeterende glazen puien die het gebouw aan alle zijden een uitnodigend karakter geven, overdag en 's avonds. Het verschil tussen de functie van de plint en de twee woonlagen is bewust tot uitdrukking gebracht in de gevel (form follows function). Bakstenen penanten gecombineerd met betonnen gevelelementen geven het gebouw een klassieke uitstraling. Het gebruik van staand metselwerk, een geel genuanceerde baksteen, een frivool frans balkonhekwerk en ingemetselde nestkasten zorgen samen tegelijkertijd voor een eigentijds ensemble.

Deze 'ingrediënten' zijn ook gehanteerd voor de appartementen en grondgebonden woningen maar zijn hier in mindere mate aanwezig of terughoudender toegepast, om de hiërarchie onderling nogmaals te benadrukken. Multifunctionele accommodatie (MFA) De belangrijke wijkfunctie van de MFA komt in de plint van een rechthoekig drielaags gebouw met op de eerste en tweede verdieping appartementen voor senioren. Dit gebouw is gesitueerd aan de Papaverstraat en kent mede dankzij een corridor-ontsluiting een alzijdige oriëntatie. 11/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

De MFA heeft zowel een entree aan de straat als aan de parkzijde, duidelijk herkenbaar voor gebruikers en bezoekers. In dit gebouw kunnen op de eerste en tweede verdieping 16 wooneenheden worden gerealiseerd. Nu zullen echter slecht 15 woningen worden gerealiseerd en zal 1 eenheid voor het "bij ons thuis concept" worden ingericht als gezamenlijke recreatieruimte. Als in de toekomst geen behoefte meer is aan het “bij ons thuis concept” kan deze eenheid ook als woning in gebruik worden genomen. De bergingen en de toegang tot de appartementen bevinden zich aan de achterzijde van het gebouw. Appartementengebouw Achter de MFA verrijst een kleinschaliger appartementengebouw van 2 verdiepingen met 16 appartementen die via een galerij aan de achterzijde zijn ontsloten. Het ontwerp hiervan sluit aan op het MFA-woongebouw. Grondgebonden- en Hoeksteenseniorenwoningen Naast dit appartementengebouw worden levensloopbestendige woningen gerealiseerd van één bouwlaag met kap met een slaapkamer en badkamer op de begane grond. De twee blokken met rijwoningen worden beëindigd door twee hoeksteenwoningen, die worden gevormd door de combinatie van een levensloopbestendige benedenwoning en een bovenwoning. Deze hoeksteenwoningen zijn voorzien van een plat dak die aansluit op de noklijn van de rijwoningen.

Klimaat en duurzaamheid De gemeente Meierijstad verlangt daarom van iedere bouwer een bijdrage in het milieuverantwoord c.q. energieneutraal bouwen. Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is er verder op gericht om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: duurzaam materiaalgebruik; slimme energetische concepten (welke resulteren in energiebesparende maatregelen), zoals ook in de kerk warmtepomptechniek; afvalreductie; vastgesteld ambitieniveau (GPR). Sfeerimpressies van de nieuwe gebouwen en omgeving

12/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Afbeelding 2-8 MFA Vossenberg gevel Papaverstraat

Afbeelding 2-9 zicht vanaf het park bij de Papaverstraat

Afbeelding 2-10 beeld appartementen gebouw

13/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Afbeelding 2-11 'Hoeksteen'woningen en seniorenwoningen vanaf het park

Afbeelding 2-12 zicht vanaf de Crocushof terugkijkend naar de "Hoeksteen"woning, de seniorenwoningen, het appartementenblok en de MFA

14/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Hoofdstuk 3 Beleid Inleiding Wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling en bevoegdheidsverdeling zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen belangen. Er kan slechts sprake zijn van bemoeienis van Rijk of provincie met de gemeente, indien dat noodzakelijk is vanwege een nationaal respectievelijk provinciaal belang. Rijk en provincies beschikken in de Wet ruimtelijke ordening over dezelfde bevoegdheden als gemeenten om hun eigen ruimtelijke belangen te kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen het Rijk en de provincies algemeen verbindende regels uitvaardigen en aanwijzingen geven om hun belangen veilig te stellen. Het beleid van de gemeente Meierijstad vormt dus het kader waarbinnen de functionele en ruimtelijke ontwikkeling wordt vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van Rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke beleid. Voor zover relevant voor de plannen worden in de volgende paragrafen het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid toegelicht.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.

Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, 15/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap.

We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde.

Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 16/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Conclusie De planlocatie is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en Rarro een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen.

Het voorliggend plan is niet in strijd met enig nationaal belang uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in het NOVI, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.

Artikel 3.1.6, tweede lid, luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

17/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht.

Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of de planlocatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de plantoelichting een beschrijving van de behoefte te bevatten. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving.

Doorwerking plan(locatie) Nieuwe stedelijke ontwikkeling Op grond van het geldende bestemmingsplan waren al veel nieuwe functies op het perceel toegestaan (zie paragraaf 1.3). Het nieuwe bestemmingsplan heeft tot doel om op het perceel 47 woningen en een multifunctionele accommodatie mogelijk te maken. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een ontwikkeling van maximaal 11 woningen niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom is in de voorliggende situatie is er geen enkele twijfel dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen en uitgangspunten, zoals verwoord in de beleidsstukken van de gemeente Meierijstad. Marktsituatie Er is vraag naar reguliere betaalbare huurwoningen binnen het werkgebied van Woonmeij. Woonmeij heeft haar wensportefeuille opgesteld voor de gemeenten Sint-Michielsgestel en 18/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Meierijstad. Uitgaande van het huidige aandeel sociale huur in de gemeente Meierijstad, beoogt Woonmeij in de periode tussen 2019 tot 2030 bijna 500 woningen toe te voegen aan de voorraad in de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode. Deze zijn in beginsel bedoeld voor 1 tot 2 persoonshuishoudens. De voorkeur is het toevoegen van gelijkvloerse woningen. Het nieuwbouwproject Vossenberg locatie Papaverstraat Schijndel bestaat uit 31 drie kamer appartementen, 8 beneden boven woningen, 8 grondgebonden woningen en een wijkgebouw (MA). Kwantitatief een zeer welkome aanvulling op onze woningvoorraad in Schijndel. Alle appartementen zijn gelijkvloers en bereikbaar met een lift. De grondgebonden woningen hebben een slaapkamer en badkamer op de begane grond en zijn daarmee onder meer geschikt voor senioren. De woningen voldoen aan de kwalitatieve uitgangspunten van de wensportefeuille. De wensportefeuille voorziet met name in een behoefte aan gelijkvloerse woningen, maar heeft nog geen zicht op de behoefte aan wonen met/bij zorg. Met het B'Ons Thuis concept gaan we hier een eerste ervaring opdoen die we mee kunnen nemen in de verdere ontwikkeling van ons portefeuilleplan. Het wijkgebouw heeft geen relatie met de wensportefeuille. Woonmeij heeft geen wensportefeuille als het gaat om maatschappelijk vastgoed.

Op deze locatie heeft het aanbod van Woonmeij om het wijkgebouw te ontwikkelen ervoor gezorgd dat Woonmeij de partij werd voor de gemeente voor de ontwikkeling van de gehele locatie en mogelijk later ook voor locatie de Kajuit. Al met al een positieve ontwikkeling voor onze wensportefeuille in Schijndel. Wijkgebouw Het wijkgebouw wordt verhuurd aan de gemeente, die het vervolgen onderverhuurd aan de stichting Boschwegservice. In het wijkgebouw komen alleen maatschappelijke functies, waardoor het voldoet aan de uitgangspunten van de Woningwet voor het ontwikkelen van maatschappelijk vastgoed. B'Ons Thuis Voor de 8 appartementen van het B'Ons Thuis–concept van de Seniorenraad Meierijstad (gebaseerd op het ThuisHuis concept waarbij senioren samen wonen met een gedeelde algemene ruimte) geldt dat 7 appartementen verhuurd zullen worden en één appartement als gezamenlijke ruimte zal dienen. De gezamenlijke ruimte wordt zo ingericht dat zij eenvoudig als appartement te verhuren is mocht het B'Ons. Aangezien de nieuwe woningen gesitueerd worden in de bestaande kern van Schijndel is hier sprake van een (her)ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Voorheen stond op deze locatie een schoolgebouw met gymzaal. Het betekent ook dat voldoende gemotiveerd is dat dit plan en de ontwikkeling zien op zorgvuldig ruimtegebruik en niet leiden tot over programmering.

Het voorliggende woningbouwplan is daarom in overeenstemming met de gemeentelijke prioriteiten, beleidsdoelstellingen en uitgangspunten. Bestaandstedelijk gebied In het voorliggende geval is sprake van een herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De gekozen locatie staat in het kader van de laddertoets niet ter discussie. Conclusie De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en speelt in op een actuele behoefte in de gemeente Meierijstad. De huidige planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen van de ladder voor duurzame ontwikkeling om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een ongewenste leegstand te voorkomen. 19/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

3.1.4 Wet Voortgang Energietransitie (aardgasloos bouwen) Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de aardgasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2018 projectontwikkelaars, aannemers en gemeenten rekening moeten houden met het feit dat nieuw te bouwen bouwwerken niet meer mogen worden aangesloten op het gasnet. Een uitzondering op aardgasloos bouwen is mogelijk, maar is aan voorwaarden onderhevig. De woningen in het voorliggende plan zullen aardgasloos worden gebouwd. Conclusie Door het aardgasloos realiseren van de woningen wordt voldaan aan de Wet Voortgang Energietransitie.

3.1.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal/regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het provinciale ruimtelijke beleid staat de realisering van de plannen niet in de weg. Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ‘zuinig ruimtegebruik’ met daaraan gekoppeld de ‘concentratie van verstedelijking’. De accenten moeten hierbij liggen op ‘inbreiding’ en ‘herstructurering’. Concentratie van verstedelijking De provincie stuurt op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in ‘concentratiegebieden’ en ‘overig stedelijk gebied’. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verstedelijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden.

Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: zorgvuldig ruimtegebruik; meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; versterking van de economische kennisclusters. Voor het voorliggend initiatief spelen de elementen ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en ‘meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit’ een rol. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst ingrijpende herstructureringen 20/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

voorkomen. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. Uitbreidingswijken en werklocaties in steden en dorpen gaan steeds meer op elkaar lijken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid uit de Omgevingsvisie is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de verordening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op voorliggend plan. Deze zullen hierna worden besproken. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van Noord-Brabant.

De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. Niet alle thematische kaarten zijn relevant voor het voorliggend plan. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op de planlocatie en welke niet. Landelijke kern – stedelijk gebied

Afbeelding 3-1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

21/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Binnen het kaartbeeld ‘landelijk gebied’ is de planlocatie aangeduid als ‘stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld. In de verordening worden algemene regels gegeven waaraan de toelichting bij een gemeentelijk planologisch besluit dat nieuwbouw van woningen mogelijk maakt, moet voldoen. Uiteraard dient gekeken te worden naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met de afspraken die in het regionaal planningsoverleg zijn gemaakt over de nieuwbouw van woningen. Deze afspraken worden jaarlijks gemaakt en zo nodig herzien. Zij worden gebaseerd op de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op de aantallen te bouwen woningen. Zij kunnen daarnaast betrekking hebben op de aard van de woningen. Daaronder worden onder meer begrepen woningen voor bijzondere doelgroepen, zoals ouderen, personen met een zorgvraag, jongeren en starters op de woningmarkt, in het bijzonder voor zover deze groepen behoren tot de lagere inkomensgroepen. In de verordening is bepaald dat ruimtelijke plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling in principe alleen in bestaand stedelijk gebied mogen vallen. Bestaand stedelijk gebied is het bestaande ruimtebeslag van een kern voor een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies.

De verordening vereist dat in de gemeentelijke planvorming – zowel in de stedelijke concentratiegebieden als in de kernen in landelijk gebied – wordt verantwoord dat de ruimtelijke mogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied zo goed mogelijk worden benut. Deze verantwoording dient gebaseerd te zijn op onderzoek dan wel op concreet beleid vastgelegd in een gemeentelijke structuurvisie. Het accent ligt op inbreiden en herstructureren. Ook moet bestaande, nieuwe of te herontwikkelen ruimte intensiever worden benut. Door verschillende functies op een locatie te combineren kan extra ruimtebeslag worden voorkomen of beperkt. Doorwerking plan(locatie) De woonwensen en de leefbaarheid in de dorpen en steden, de behoefte aan gebiedseigenheid en identiteit van stad, dorp en landschap en klimaatverandering staan in de volle aandacht. De provincie Noord-Brabant wil blijven ontwikkelen, maar de provincie stelt ook meer eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Vanwege een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik worden woningen op de eerste plaats binnen de bestaande bebouwde kom geconcentreerd. Voorliggend initiatief ziet op inbreiding en verdichting en op herstructurering, herontwikkeling en transformatie van een bestaande locatie. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na.

Voorts moeten bestaande waarden en kwaliteiten behouden blijven en waar mogelijk worden versterkt. Het provinciale beleid, opgenomen in de provinciale structuurvisie en de verordening, is gericht op het concentreren van stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied. De planlocatie ligt in het bestaand stedelijk concentratiegebied van de provincie Noord-Brabant en vormt een inbreidingslocatie. De voorgestane ontwikkeling beantwoordt daarmee aan de provinciale ruimtelijke doelstellingen om te komen tot zuinig ruimtegebruik en concentratie van verstedelijking (inbreiden, transformeren, herstructureren en intensiveren).

22/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

3.2.2 Conclusie De gemeente Meierijstad streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering en transformatie vóór uitleg. Voorliggende ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, betreft intensiever ruimtegebruik met een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Er wordt met de voorliggende ontwikkeling daarom geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie en de verordening. Voorliggend plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van de voorliggende ontwikkeling wordt gemotiveerd in de Hoofdstuk 4.

3.3 Waterschapsbeleid Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma's: Veilig en bewoonbaar; Voldoende water en robuust watersysteem; Schoon water; Gezond en natuurlijk water; Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied.

Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Ontwerp Waterbeheerplan 2022-2027 In het ontwerp Waterbeheerplan is beschreven welke doelstellingen door Waterschap Aa en 23/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Maas worden nagestreefd in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen willen gaan halen. Het nog vast te stellen waterbeheerplan is geldig van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is gebaseerd op de volgende drie programma's: 1. Waterveiligheid; 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; 3. Afvalwaterketen. Het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Het programma 'Klimaatbestendig en gezond watersysteem' draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. In het programma 'Afvalwaterketen' speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico's geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Om deze doelen te bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: het maken van actieplannen met maatregelen gericht op een klimaatrobuust watersysteem; het verkennen van de mogelijkheden om de hoeveelheid water die vanuit bebouwd gebied wordt afgevoerd op het regionale systeem te beperken; inzetten op extra maatregelen: ontstenen, vergroenen, afkoppelen en groene daken; meedenken met gemeenten bij beleid en regelgeving rondom meervoudig ruimtegebruik, afkoppelen, hemelwaterverordeningen en het opnemen van klimaatadaptatie in bestemmingsplannen; handhaven van de stimuleringsregeling klimaatactief bebouwd gebied en deze koppelen waar mogelijk aan gemeentelijke regelingen; de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en de bouwsector breed opzoeken in het bebouwde gebied; Intensief samenwerken op de overgang tussen bebouwd gebied en landelijk gebied, ook rondom bedrijventerreinen.

3.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Structuurvisie Ruimte gemeente Schijndel, de Woonvisie Meierijstad 2018, het Paraplubestemmingsplan parkeren en de Welstandsnota Meierijstad 2018.

24/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

3.4.1 Structuurvisie Ruimte Gemeente Schijndel Deze structuurvisie Ruimte brengt de mogelijke ‘routes’ in beeld en de keuzes die daaraan verbonden zijn. Zeker voor de eerste tien jaar en als doorkijk voor de daaropvolgende tien jaar. Een visie dus voor de komende 20 jaar. De structuurvisie maakt het daarnaast mogelijk om lopende en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen met elkaar in verband te brengen. Via de structuurvisie legt de gemeente, voor wat betreft de ruimtelijke ontwikkeling, de lange termijndoelen vast. De volgende vier kernwaarden waren het uitgangspunt bij de totstandkoming van deze structuurvisie Ruimte: verdieping van de Strategische Visie; behoud en versterken van bestaande kwaliteiten voor een complete gemeente; regierol voor de gemeente Schijndel; transparantie en toegankelijkheid van ruimtelijke keuzes.

Afbeelding 3-2 Kaart Structuurvisie Ruimte Schijndel Plangebied rood omcirkeld Toekomstkeuzes Voorzieningen Volgens de analyse blijven er nog keuzes over voor twee terreinen die de voorzieningenstructuur van Schijndel in ruimtelijke zin beïnvloeden: I. herontwikkeling vrijkomende locatie Vossenberg J. verbreding horeca aanbod. I. Herontwikkeling vrijkomende locatie Vossenberg De schoollocatie Vossenberg komt vrij door de verplaatsing van de school. Een nieuwe vergelijkbare educatieve invulling is dan ook niet denkbaar. Vooraf worden allerhande andere invullingen van de Vossenberg niet uitgesloten. Voorstelbaar zijn bijvoorbeeld woningen, een park, een buurtvoorziening (wellicht commercieel) of een combinatie van deze soorten. Voorop staat dat de invulling een verbetering van de leefbaarheid op moet leveren. Dat betekent dat het een door de buurt gemeenschappelijk gedragen herontwikkeling op moet leveren. De keuze is om de buurtbewoners zelf voorstellen te laten ontwerpen voor de toekomstige invulling van de locatie Vossenberg. 25/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Wonen Richtlijnen volkshuisvesting (Woonvisie) – Gelijk op met de economische recessie en de woningmarkt problematiek zijn er ook nieuwe, sterkere trends aan de orde gekomen die invloed hebben op de toekomstige volkshuisvesting. De relatie met de aard van de bebouwingsvormen en -typologieën hangt daarmee samen. Door de samenhangende strategische betekenis hiervan komen de hoofdlijnen van de Woonvisie in deze ruimtelijke structuurvisie aan bod. Schijndel wordt beleidsmatig gezien als landelijke gemeente met groeisaldo-01 . Vanuit dit ontwikkelingsmodel vragen de algemene trends als vergrijzing, gezinsverdunning en het doelgroepenbeleid (leidend zijn inkomens van huishoudens) om specifieke aandacht voor de kwalitatieve aspecten van woningbouw. Extra dimensies die daar bovenop komen zijn de specifieke taakstelling vanuit Europa via het Rijk (voorzien in de huisvesting van statushouders en beperkingen in de sociale huursector) en ontwikkelingen die zorg en wonen uit elkaar halen. Het zorgt voor een grotere druk op de onderkant van de woningmarkt. Provinciale typering voor Schijndel; maximaal aantal te woningen bouwen om in de natuurlijke bevolkingsontwikkeling te voorzien, bij een gelijk aantal vertrekkende als vestigende mensen in de gemeente.

Het voorgaande in combinatie met de afhankelijkheid voor woningbouw van commerciële particuliere en individuele particuliere partijen zorgt ervoor dat een afzonderlijke stedenbouwkundige visie nodig is. Alleen zo kan er grip gehouden worden op de verdere fysieke ontwikkeling van Schijndel. De kenmerkende Schijndelse eigenschappen moeten in wisselwerking met haar omgeving in balans blijven, zodat de identiteit herkenbaar blijft. Zo is weliswaar bekend dat Schijndel maximaal 4 bouwlagen als uiterlijke bouwhoogte wil toestaan, maar nog niet geduid is of dit ook overal de bedoeling is. Bij de beoordeling over de wenselijkheid van bouwontwikkelingen helpt een stedenbouwkundige visie, vanwege het tactische uitwerkingsniveau. Doorwerking plan(locatie) Het plan voorziet in een multifunctionele accommodatie, appartementen en grondgebonden levensloop bestendige (sociale)huurwoningen. Er is gekozen voor een samenhangend geheel in bouwmassa tussen de verschillende gebouwen, van klein naar groot, van een woonhuis tot een publieke functie voor de wijk. De grondgebonden woningen en het kleinschalige woongebouw sluiten in massa naadloos aan bij de reeds bestaande woningen aan Narcishof en Crocushof. Alle nieuwe gebouwen oriënteren zich met hun voorkant naar het park toe waardoor de parkrand een vriendelijke uitstraling krijgt waaraan gewoond wordt.

De verschillende gebouwen zijn nadrukkelijk in samenhang met elkaar ontworpen, in massa maar ook in beeldkwaliteit. Gekozen is voor een klassiek eigentijdse baksteenarchitectuur waarmee aansluiting wordt gezocht bij de wijk die door metselwerk wordt gekenmerkt. De prominente positie van de MFA wordt versterkt door extra hoogte van de plint en grotere repeterende glazen puien die het gebouw aan alle zijden een uitnodigend karakter geven, overdag en 's avonds. Het verschil tussen de functie van de plint en de twee woonlagen is bewust tot uitdrukking gebracht in de gevel (form follows function). Bakstenen penanten gecombineerd met betonnen gevelelementen geven het gebouw een klassieke uitstraling. Het gebruik van staand metselwerk, een geel genuanceerde baksteen, een frivool frans balkonhekwerk en ingemetselde nestkasten zorgen samen tegelijkertijd voor een eigentijds ensemble. Deze 'ingrediënten' zijn ook gehanteerd voor de appartementen en grondgebonden woningen maar zijn hier in mindere mate aanwezig of terughoudender toegepast, om de hiërarchie onderling nogmaals te benadrukken. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Structuurvisie Ruimte gemeente 26/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Schijndel.

3.4.2 Duurzaamheid De concrete doelstellingen op het gebied van duurzaamheid voor de gemeente Meierijstad zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma voor de duurzaamheidsvisie. Hierin staat centraal dat duurzaamheid geen afzonderlijk beleidsveld meer is binnen de gemeente, maar integraal terug moet komen in de werkzaamheden en projecten van de gemeente. Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is er verder op gericht om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: duurzaam materiaalgebruik; slimme energetische concepten (welke resulteren in energiebesparende maatregelen); afvalreductie; vastgesteld ambitieniveau (GPR).

Conclusie Het ontwerp van het plan en de gekozen bouwmaterialen zullen ervoor zorgen dat het plan aansluit op de reeds aanwezige bebouwing. Het MFA-woongebouw zal daarbij worden voorzien van een compacte schik om tot een betere energieprestatie te komen. Tevens zal natuurinclusief wordt gebouwd door bijvoorbeeld het realiseren van ingemetselde nestkasten. Het plan voldoet daarmee aan de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid.

3.4.3 Woonvisie Meierijstad (2018) Meierijstad wil een gemeente zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. Waar de vergrijzing, de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt, om aandacht vragen. Waar de gemeente duurzaam en zorgvuldig gebruik maakt van de ruimte en bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1.

de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: 27/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente werkt aanvullend op deze woonvisie aan een transformatievisie. Daarin worden potentiële inbreidings- en transformatielocaties in kaart gebracht en wordt een afwegingskader opgenomen. De gemeente geeft tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen. Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen, eventueel met een zorgbehoefte, naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen).

Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is. Doorwerking plan(locatie) Voorliggend initiatief ziet op inbreiding en verdichting en op herstructurering, herontwikkeling en transformatie van een bestaande locatie. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. maximaal 47 (reguliere) woningen of appartementen, bestaande uit: 1. 8 grondgebonden seniorenwoningen; 2. 8 seniorenwoningen beganegrond of etage; 3. 16 appartementen in appartementengebouw 4. 15 appartementen in MFA-Woongebouw

28/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Afbeelding 3-3 inrichtingsschets: bebouwing en parkeerruimte De ontwikkeling is in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt daarmee tegemoet aan een actuele behoefte. Een en ander houdt in dat het plan passend is binnen het vigerende beleid en uitvoeringsprogramma voor de toekomst van de gemeente Meierijstad en in het bijzonder voor Schijndel. Conclusie Voorliggend plan sluit aan bij en doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Woonvisie Meierijstad 2018.

29/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

3.4.4 Paraplubestemmingsplan parkeren / Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 Vanaf 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening komen te vervallen. Eén van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening getoetst kan worden aan de gemeentelijke parkeernormen. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om via het bestemmingsplan regels te stellen over parkeernormen. De gemeente Meierijstad is voornemens om alle huidige bestemmingsplannen aan te laten sluiten bij de doelstellingen van deze wetswijziging. Dit betekent dat de parkeernormen bij (bouw)plantoetsing nu aan de bestemmingsplannen gekoppeld gaan worden. Geldende bestemmingsplannen die in de regels reeds verwijzen naar het parkeerbeleid en/of waarvoor geldt dat in de regels reeds parkeernormen zijn opgenomen, hoeven strikt genomen niet te worden herzien, maar het kan wel. Voor de uniformiteit is ervoor gekozen om de normen op alle ruimtelijke plannen van toepassing te verklaren. Het plan bevat daarnaast een mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de normen, mits aangetoond wordt dat dit niet zal leiden tot onvoldoende parkeergelegenheid.

Het niet in stand houden van parkeerplaatsen wordt bovendien aangemerkt als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. Doorwerking plan(locatie) In het plan is een gebiedsgerichte aanpak van het parkeren toegepast door middel van dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Bij deze aanpak wordt parkeren voor een gebied als geheel in plaats van per gebouw bekeken. Bij zo’n aanpak kan de vraag naar en het aanbod van parkeerruimte beter op elkaar afgestemd worden. Dubbelgebruik: bij dubbelgebruik wordt dezelfde autoparkeerplaats gebruikt voor verschillende functies. De autoparkeerplaats moet dan altijd vrij toegankelijk zijn voor de gebruikers van deze functies. Op de afbeelding in de vorige paragraaf zijn de parkeervoorzieningen ten behoeve van de wooneenheden in de 4 woonblokken. De bruto parkeerbehoefte is: Begane grond MFA 5 X 3 = 15 (Multifunctionele accommodatie) Eerste verdieping MFA 7 X 1,3 = 9,1 (Bewoners B’ons Thuis) Woningen 40 x 1,8 = 72 Bij de parkeerbehoefte is ook gekeken naar het dubbelgebruik van parkeerplaatsen in het gebied. De totale behoefte komt daarbij uit op 86 parkeerplaatsen. Dit aantal wordt in het plangebied gerealiseerd. Ook is een fietsenstallingen met ruimte voor het stallen van scootmobielen voorzien aan de zijgevel van het MFA-Woongebouw Conclusie 30/63 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Binnen het plangebied kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Het voorliggend plan sluit aan bij en doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het Paraplubestemmingsplan parkeren / de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018.

3.4.5 Welstandsnota Meierijstad 2018 De Welstandsnota Meierijstad 2018 is vastgesteld op 5 juli 2018. De welstandsnota heeft de ambitie om bij te dragen aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving voor iedereen in Meierijstad en geeft daarom nuttige aanwijzingen bij nieuw- en verbouwplannen. De nota is gebaseerd op bestaand welstandsbeleid uit de nota’s van Schijndel, Veghel en Sint Oedenrode, aangevuld met het actuele thema duurzaamheid. De verschillen in de nota’s zijn genivelleerd door nog meer delen van het grondgebied welstandsvrij te verklaren. In die gebieden is voor nieuwe bouwinitiatieven wel een welstandsbeoordeling van toepassing. Met het nieuwe voorstel wordt de gebiedsgerichte welstandsbeoordeling beperkt tot de gebieden met een beeldkwaliteitsplan. In de overige gebieden blijft de welstandsbeoordeling beperkt tot de ‘objectbeoordeling’ (onder andere monumenten) of ‘themabeoordeling’(reclames). De welstandsbeoordeling wordt niet volledig afgeschaft, maar wel overal waar het verantwoord is. De welstandsbeoordeling blijft beperkt tot: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6ffdde6f-6908-4b21-bd8a-dbe583f98a0f