CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Vast te stellen bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen (laaghangend fruit)’

Raadsvergadering 27 januari 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'harmonisatie diverse regelingen - laaghangend fruit (1e tranche)26.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We houden een verhouding aan van 1:2. Koppelen sloop aan locaties elders Door een nieuwe ontwikkeling te koppelen aan de sloop, eventueel op een andere locatie, wordt een impuls gegeven aan de gewenste ontstening van het buitengebied. Waar nodig bij elkaar brengen van partijen met een sloopbehoefte en sloopvraag. Ten behoeve van een goede verhouding van sloop versus extra ruimte waarbij we enerzijds rekening houden met de hoge sloopkosten en anderzijds er zorg voor dragen dat er sprake is van een significante kwaliteitsverbetering, kan een verhouding worden aangehouden van 1:2.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 26 van 75

Datum: 3 november 2020

Extra oppervlakte bijbehorende bijgebouwen voor hobbymatig houden van vee Voor het oprichten van bebouwing voor het hobbymatig houden van dieren waarbij gebruik gemaakt wordt van de sloop-bonus regeling is een aparte regeling opgenomen. Het wordt toegestaan om één gebouw in het kader van sloop-bonus op te richten voor het houden van hobbydieren. Voor de maatvoering blijft gelden dat het totaal aan bijbehorende bouwwerken maximaal 300 m2 bedraagt. Voorkomen dubbeltelling of inzet van sloop voor overige regelingen In de regels is verder aangegeven dat de verschillende sloop-bonus in samenhang gebruikt kunnen worden, maar dat daarbij wel geldt dat er geen dubbeltelling plaats mag vinden. Als er 500 m2 gesloopt wordt mag er dus niet in ruil daarvoor een vergroting van 500 m 2 x 0,5 = 250 m3 aan vergroting van een woning én dezelfde sloop van 500 m 2 aanleiding zijn om het maximum aan bijgebouwen van 300 m 2 te realiseren. Wat wel kan, is een sloop van 500 m 2 en het aanwenden van 300 m2 voor het vergroting van een woning en de overige 200 m 2 in te zetten voor vergroting van bijbehorende bouwwerken. Daarbij gelden de absolute maximum maatvoeringen in de afzonderlijke regelingen. Verder is aangegeven dat sloop-bonus niet toegepast mag worden als er sloopsubsidie ontvangen is voor het slopen van de overtollige bebouwing.

In dat geval is de sloop immers al verplicht en zou toepassen van sloop-bonus afbreuk doen aan de doelstelling om verstening in het buitengebied tegen te gaan. 4.4.7

Regels gebruik voor statische opslag bij wonen

Over het algemeen vindt herziening van de bestemming 'agrarisch' al dan niet met waarden alleen plaats op verzoek van een eigenaar/initiatiefnemer, als er plannen bestaan voor ander gebruik van woning en voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. In die gevallen is/wordt over het algemeen medewerking verleend voor hergebruik onder de voorwaarde van kwaliteitsverbetering in de vorm van sloop van overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Echter bij het opstellen van integrale herzieningen van bestemmingsplannen zijn percelen met een flinke oppervlakte (vaak vele malen meer dan de in het bestemmingsplan toegestane maximale 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken) aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen bestemd tot 'wonen' mede vanwege het beginsel dat grond en gebouwen moeten worden bestemd overeenkomstig de bestaande functie. Gebruik van deze bestaande overmaat aan bijgebouwen bij een woning voor statische opslag van maximaal 400 m 2 is een passend hergebruik. De toestemming voor dit gebruik gaat gepaard met sloop van de overtollige bebouwing op het perceel. Met het opnemen van een regeling daarvoor binnen de regels van de bestemming 'wonen' kan worden tegemoet gekomen aan veelal bestaand, maar niet gelegaliseerd gebruik van deze bebouwing.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 27 van 75

Datum: 3 november 2020

4.4.8

Kamerverhuur

In de Beleidsnotitie 'Huisvesting arbeidsmigranten: maak er werk van!' (6 juni 2019) is beschreven hoe de gemeente om wil gaan met huisvesting van arbeidsmigranten binnen bestaande (bedrijfs)woningen. De regeling beperkt zich niet tot alleen arbeidsmigranten, maar voorziet in een algemene afwijkingsbevoegdheid voor kamerverhuur in bestaande woningen in het buitengebied. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd:  een huishouden plus maximaal 3 kamerhuurders  maximaal 4 kamerhuurders indien er geen sprake is van een huishouden  minimaal 75 meter tussen locaties waar toestemming verleend wordt Met daarbij de nodige voorwaarden die het woon- en leefklimaat binnen de woning garanderen en het tegengaan van beperkingen voor omliggende bedrijvigheid.

4.5

Agrarische bedrijfsmatige activiteiten

4.5.1

Maatvoering van bedrijfsgebouwen

De goothoogte is in de drie afzonderlijke vigerende bestemmingsplannen hetzelfde. Voor de bouwhoogte is gekozen voor de meest ruime variant (Schijndel en Sint-Oedenrode). Gebouwen moeten stedenbouwkundig een goede uitstraling hebben die past in de landelijke omgeving. Dus geen 'blokkendozen' zoals die wel op bedrijventerreinen staan. Om platte daken in het buitengebied te voorkomen is een minimale dakhelling opgenomen. 4.5.2

Afwijking voor een hogere goot- en bouwhoogte

Soms kan de huidige bouw- of goothoogte niet toereikend zijn voor een adequate bedrijfsvoering. Middels een omgevingsvergunning kan hiervoor afgeweken worden. Door de aanvrager dient aangetoond te worden dat de hogere bouw- en of goothoogte ook daadwerkelijk noodzakelijk is. Bij twijfel kan het bevoegd gezag verplichten om Advies op te vragen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB). Tevens dienen gebouwen stedenbouwkundig een goede uitstraling te hebben die past in de landelijke omgeving. Verder zijn de drie regelingen van de vigerende bestemmingsplannen in elkaar geschoven. Voor de goot- en bouwhoogte is gekozen voor de meest ruime variant (Schijndel en Sint-Oedenrode). 4.5.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak (exclusief teeltondersteunende voorzieningen) De drie regelingen van de vigerende bestemmingsplannen zijn in elkaar geschoven. Voor de bouwhoogte van sleufsilo's en keerwanden is gekozen voor de ruimste variant (Sint-Oedenrode). Voor de bouwhoogte van silo's is tevens gekozen voor de ruimste variant (Veghel).

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 28 van 75

Datum: 3 november 2020

4.5.4 Bouwwerken geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak (exclusief teeltondersteunende voorzieningen en exclusief rijbakken) De regelingen van de bestemmingsplannen van Veghel en Sint-Oedenrode zijn hiermee in elkaar geschoven. Schijndel heeft geen regeling hiervoor. Voor rijbakken en voor teeltondersteunende voorzieningen worden separate artikelen opgesteld. 4.5.5 Oprichten van sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer buiten een bouwvlak Elk agrarisch bedrijf heeft in de vigerende bestemmingsplannen een bouwvlak gekregen op basis van een afweging tussen de agrarische belangen en de omgevingswaarden. De omvang is afgestemd op de aard, omvang en behoefte van het bedrijf en de aard van de omgevingskwaliteiten (ligging ten opzichte van natuur en landschap). Alle gebouwen en overige bouwwerken en voorzieningen liggen in principe binnen het bouwvlak. Hieronder vallen in principe dus ook de sleufsilo's, kuilvoerplaten en andere voorzieningen voor ruwvoer. In de praktijk blijkt dat een situering binnen het bouwvlak niet altijd toereikend blijkt. Er kan van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om genoemde voorzieningen ook buiten het bouwvlak aan te brengen. Schijndel heeft geen regelingen voor deze voorzieningen buiten het bouwvlak. De regelingen van Sint-Oedenrode en Veghel zijn op elkaar afgestemd.

Onder andere dient aangetoond te worden dat de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer, de bouw is noodzakelijk in het kader van een doelmatige en duurzame agrarische bedrijfsvoering of -ontwikkeling en dat er geen sprake is van onevenredige belemmeringen. 4.5.6

Schuilgelegenheden voor dieren

De gemeente Meierijstad heeft een groot buitengebied. Er is een ontwikkeling gaande in het buitengebied, waarbij steeds meer agrarische bedrijven stoppen en andere vormen van gebruik worden gezocht voor de vrijkomende grond. Het hobbymatig houden van dieren door burgers is een vorm van ander gebruik van vrijkomende agrarische weilanden. Deze dieren hebben recht op een veilige schuilgelegenheid bij slecht weer. Het is echter niet wenselijk dat een schuilgelegenheid wordt gerealiseerd in alle weilanden die voor hobbymatig houden van dieren worden gebruikt, om verrommeling van het buitengebied tegen te gaan. Daarom is een afwijkingsregeling met randvoorwaarden noodzakelijk om heldere kaders te stellen voor het toestaan van schuilgelegenheden voor hobbydieren. Uitgangspunt van deze regeling is dat deze schuilgelegenheden worden gerealiseerd in de gebieden die als kernrandzone worden beschouwd. Op dit moment gelden drie afwijkingsregelingen met verschillende voorwaarden binnen de gemeente Meierijstad. Dit zorgt voor een niet eenduidig afwegings- en handhavingsbeleid met betrekking tot schuilgelegenheden binnen de gemeente. Om tot een uniform kader te komen voor het toestaan van schuilgelegenheden, worden deze drie regelingen geharmoniseerd tot één regeling die voor het hele grondgebied van de gemeente Meierijstad geldt.

De regeling wordt beperkt door de instructieregels uit de provinciale Interim Omgevingsverordening (IOV), die beperkingen stelt aan stedelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 29 van 75

Datum: 3 november 2020

4.5.7

Nevenactiviteiten

Nevenactiviteiten, met uitzondering van productiegebonden detailhandel en statische (binnen)opslag, worden niet rechtstreeks toegestaan; daarvoor is een omgevingsvergunning vereist. Het uitgangspunt voor nevenactiviteiten is hergebruik van bestaande gebouwen. Per geval wordt beoordeeld of het reëel is dat de bestaande gebouwen gebruikt kunnen worden voor de gewenste functie. Herbouw van bestaande bebouwing voor nevenactiviteiten is ook mogelijk via afwijking. Als dat niet het geval is kan de sloop-bonus regeling toegepast worden om nieuwbouw te plegen. Een uitzondering op nevenactiviteiten bij agrarische activiteiten vormt mestbewerking. Hiervoor zijn in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant instructieregels opgenomen (artikel 3.49 ), waarin bepaald wordt dat mestbewerking uitgesloten is tenzij dit ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest is. Hiervan kan met omgevingsvergunning afgeweken worden indien er sprake is van mestvergisting voor samenwerkende melkrundveehouderijen tot ten hoogste 25.000 ton per jaar.

4.6

Uitbreiding van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied

In het plan wordt een regeling opgenomen waarmee via een afwijkingsbevoegdheid een beperkte vergroting van 15% van de bestaande bebouwing van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied mogelijk gemaakt wordt binnen het bestaande bouw- of bestemmingsvlak. Voor agrarisch technische hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven geldt een maximale vergroting van de bestaande bebouwing van 25% binnen het bouw- of bestemmingsvlak.

4.7 Energieopwekking (zonnepanelen en windturbines) voor eigen gebruik in het buitengebied Grondopstellingen voor zonnepanelen De opwekking van energie uit zon kent vele verschijningsvormen. Zonnepanelen zijn zowel op daken/gevels als op gronden toe te passen. Het Afwegingskader "De toekomst van zon en wind" (6 februari 2020) richt zich specifiek op grondopstellingen, en gaat dus niet nader in op ‘zon op dak/gevel’. Daarbij maken we onderscheid in grondopstellingen voor eigen gebruik en grondopstellingen voor grootschalige opwek, hierna: zonneparken. Bij een grondopstelling worden zonnepanelen op een constructie op de grond geplaatst. Een grondopstelling voor eigen gebruik wordt toegestaan via dit bestemmingsplan. In de Beleidsregel Kruimelgevallen gemeente Meierijstad (28 april 2020) is onder titel 4 'Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een bouwwerk' sub C een regeling opgenomen om kleinschalige opstellingen voor zonnepanelen tot een maximum van 50 m 2 mogelijk te maken via een omgevingsvergunning. In de regeling die in dit bestemmingsplan opgenomen is, wordt geen maximum oppervlakte gehanteerd, maar is de energiebehoefte voor eigen gebruik bepalend. Met het opnemen van de regeling in het bestemmingsplan, kan dit onderdeel van de beleidsregel kruimelgevallen ingetrokken worden na inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 30 van 75

Datum: 3 november 2020

Windturbines voor eigen gebruik In het afwegingskader wordt onderscheid gemaakt in windturbines voor eigen gebruik en windturbines voor grootschalige opwek, hierna: windparken. Als we spreken van windturbines voor eigen gebruik dan hebben we het over kleine windturbines, deze hebben doorgaans een tiphoogte tussen de 3 en 25 meter en een relatief laag vermogen. In het buitengebied kunnen ze geplaatst worden bij solitair gelegen (agrarische) bedrijven. Het plaatsen van een windturbine ten behoeve van een woning is niet toegestaan. Bij woningen heeft het gebruik van zonnepanelen op dak of grond de voorkeur. Een windturbine bij een (agrarisch) bedrijf voor eigen gebruik wordt toegestaan via dit bestemmingsplan.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 31 van 75

Datum: 3 november 2020

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit')' met identificatienummer NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aansluitend terrein aan een bouwwerk grenzend onbebouwd gedeelte van een perceel of openbaar toegankelijk gebied; 1.4 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1m achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.5 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.6 afhaalpunt een locatie waar de consument uitsluitend - voorafgaande aan het bezoek - via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van deze eerder bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ter verkoop en/of overige activiteiten; 1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder agrarische houtteelt, en/of het houden, fokken of veredelen van dieren; 1.8 agrarisch-technisch hulpbedrijf bedrijf

dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 32 van 75

Datum: 3 november 2020

1.9 agrarisch-verwant bedrijf bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn pensionstalling, dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs en proefbedrijven; 1.10 bebouwingscluster vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten de bebouwde kom; 1.11 bebouwingsconcentratie kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.12 bebouwingslint min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten de bebouwde kom; 1.13 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.14 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.15 bedrijfswoning/dienstwoning een

woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van een huishouden dat daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.16 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.17 bestaande aantal woningen woningen die legaal aanwezig zijn op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt, woningen die gebouwd mogen worden op grond van een geldend bestemmingsplan en woningen waarvoor een omgevingsvergunning verleend is; 1.18 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 33 van 75

Datum: 3 november 2020

1.19 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door

zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt. 1.20 bijzondere woonvormen a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b. een groep personen groter dan 4 personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; c. woongroepen: een groep personen groter dan 4 personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm; 1.21 bouw- of nokhoogte de afstand gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van een bouwwerk; voor wat betreft gebouwen worden uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter niet meegerekend. 1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond waarbij krachtens een bestemmingsplan of een beheersverordening een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 34 van 75

Datum: 3 november 2020

aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.23 bruto-vloeroppervlakte de totale binnen een gebouw beschikbare vloeroppervlakte inclusief die van eventuele verdiepingen. 1.24 dierenwelzijn het fysieke en gevoelsmatige welzijn van dieren of lichamelijke en geestelijke gezondheid en welbevinden van een dier; 1.25 gebruiksoppervlakte gebruiksoppervlakte als bedoeld in artikel 1 van het Bouwbesluit 2012 juncto NEN 2580 1.26 goothoogte de afstand gemeten vanaf het peil tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, waarbij ondergeschikte bouwdelen niet worden meegerekend. 1.27 grondgebonden woning woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan een van de bouwlagen aansluit op het maaiveld. 1.28 hobbydieren hobbydieren zijn dieren van soorten die veelal voor de productie worden gehouden, in het bijzonder evenhoevigen (runderen, varkens, schapen, geiten) maar ook paarden, pluimvee en alpaca's of lama's.

Hobbydieren worden niet voor de productie en dus ook niet voor economisch gewin gehouden, maar voor educatieve of recreatieve doeleinden of uit pure liefhebberij. Het houden van hobbydieren is voor de houder een nevenactiviteit (die niet kan worden uitgeoefend naast het bedrijfsmatig houden van de genoemde diersoorten); 1.29 hobbymatig houden van dieren het houden van enkele dieren op een perceel grasland van enige omvang in het buitengebied zonder winstoogmerk of commerciële doeleinden; Het houden van enkele dieren voor educatieve of recreatieve doeleinden of als liefhebberij, zonder winstoogmerk. 1.30 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.31 horeca bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, nader te onderscheiden in:

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 35 van 75

Datum: 3 november 2020

1a Lichte daghoreca: horecabedrijven die qua exploitatievorm primair gericht zijn op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. 1b Lichte avondhoreca: Horecabedrijven die in beginsel overdag en ‘s avonds geopend zijn (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. 2 Middelzware horeca: horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken; 3 Zware horeca: horecabedrijven die voor een goed functioneren ook ‘s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. 4 Logiesverstrekker: Horecabedrijven die geheel of in overwegende mate zijn gericht op het verstrekken van nachtverblijf. 1.32 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.

Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn:  voor onbepaalde tijd samenleven;  een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken;  eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer;  personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen valt vallen niet onder het begrip 'huishouden'. 1.33 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.34 kamerverhuur het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden; 1.35 kampeermiddel tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of enig ander onderkomen of verblijf, geen bouwwerk zijnde, dat geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 36 van 75

Datum: 3 november 2020

1.36 kampeerterrein terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, en blijkens die inrichting en exploitatie bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.37 kernrandzone overgangszone van bestaand stedelijk gebied de stedenbouwkundige bebouwde kom naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies; 1.38 loosbaar water water dat -binnen de daarvoor geldende normen en met de daarvoor benodigde vergunningenkan worden geloosd op het oppervlaktewater; 1.39 maatschappelijke voorzieningen het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd / kinder / ouderen / gehandicaptenopvang, onderwijs, religie, uitvaart / begraafplaats, bibliotheken, openbare dienstverlening, verenigingsleven, sport-, spel- en speelvoorzieningen.

1.40 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.41 mestbewerking de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest; 1.42 nevenfunctie/nevenactiviteit activiteit uitgeoefend in aanvulling op en ondergeschikt aan de hoofdfunctie zoals recreatieve functies, agrarisch verwante functies, agrarisch technische functies, statische binnenopslag en verbrede landbouw, niet zijnde een aan huis gebonden beroep of bedrijf; 1.43 ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 37 van 75

Datum: 3 november 2020

1.44 ondersteunende horeca het ter plaatse nuttigen van etenswaren en dranken, die worden aangeboden als ondersteuning van een nevenfunctie bij een andere dan als horeca bestemde hoofdfunctie, waarbij er een directe relatie is tussen de nevenfunctie en de hoofdfunctie. Dit geldt voor recreatiebedrijven (t.b.v. eigen dag- of verblijfsgasten) en voor agrarische bedrijven (bijv. consumpties bij een rondleiding op een bedrijf, bij boerengolf, bij een workshop, of bij proeven van producten van het bedrijf); 1.45 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen; 1.46 overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.47 peil  voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein;  voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw;  in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke,

niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;  indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.48 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.49 plattelandswoning een woning gelegen op het bouwvlak van/bij een (agrarisch) bedrijf zonder dat er sprake is van een functionele binding tussen woning en bedrijf, die door een derde mag worden bewoond en volgens de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van het bedrijf; 1.50 productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 38 van 75

Datum: 3 november 2020

1.51 reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één halve arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen; 1.52 rijbak een onoverdekt al dan niet omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of een ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden, pony’s of andere daarmee gelijk te stellen dieren en het anderszins beoefenen van de paardensport. 1.53 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die direct, hetzij indirect, met de grond is verbonden waarvan het/de betreffende dier(en) in geval van weidegang uit oogpunt van dierwelzijn gebruik moet(en) kunnen maken door vrij in en uit te lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter; 1.54 showroom uitstallingsruimte ten behoeve van het te koop aanbieden, verkopen, en/of leveren van goederen; 1.55 statische (binnen)opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen; 1.56 tiphoogte de masthoogte plus de helft van de rotordiameter; 1.57 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de

huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.58 (woon)boerderij een voormalige agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen voormalige agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen, bijvoorbeeld een langgevelboerderij of kortgevelboerderij; 1.59 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.60 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 39 van 75

Datum: 3 november 2020

1.61 zijdelingse (bouw)perceelsgrens de perceelsgrenzen van een bouwperceel, niet zijnde de begrenzing van het perceel aan de achter- of voorzijde; 1.62 zone erf gronden gelegen aan de achterkant en zijkant van het hoofdgebouw tot op 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en niet behorende tot het bouwvlak; 1.63 zone tuin gronden gelegen aan de voorkant en zijkant van het hoofdgebouw vanaf 1 meter terugliggend vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan tot aan het openbaar gebied of de openbare weg waaraan de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen en niet behorende tot het bouwvlak; 1.64 zorgvuldige landschappelijke inpassing het aanbrengen van gebiedseigen beplanting, het gebruik van gebiedseigen natuurlijke materialen op grond van een goedgekeurd landschapsinrichtingsplan en waarbij bij de situering zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande landschapselementen, perceelsafscheidingen of aangrenzende bebouwing om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 40 van 75

Datum: 3 november 2020

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.3 de brutovloeroppervlak van een gebouw gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren); 2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11 de oppervlakte van een bouwperceel de maten van het kadastrale perceel, dan wel, wanneer er geen sprake is van een gedeeld kadastraal perceel, de feitelijke oppervlakte van het perceel behorend bij het hoofdgebouw;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 41 van 75

Datum: 3 november 2020

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Regels over wonen binnen de bebouwde kom

3.1 Algemeen a. de regels van Artikel 3 zijn van toepassing op woningen die gelegen zijn binnen de stedenbouwkundig bebouwde kom, zoals aangeduid op de kaarten die zijn opgenomen als Bijlage 1 Stedenbouwkundige bebouwde kom Meierijstad b. (bedrijfs)woningen en bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen mogen, tenzij de regels anders bepalen, uitsluitend gebruikt worden voor; 1. wonen conform de definitie 'woning'; 2. het uitoefenen van beroepen en bedrijven aan huis; 3.2 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een ander gebruik van (bedrijfs)woningen (kamerverhuur) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaande grondgebonden (bedrijs)woning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan. Het karakter van de (bedrijfs)woning mag niet wijzigen; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de (bedrijfs)woning worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest; c.

er moet minimaal 18 m2 gebruiksoppervlakte per te huisvesten kamerhuurder aanwezig zijn; d. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; e. er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; f. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; g. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; h. in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur. 3.3 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan voor het gebruik van woningen voor bijzondere woonvormen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 en bijzondere woonvormen toestaan, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. huisvesting van de bijzondere woonvorm vindt plaats in een bestaande (bedrijfs)woning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan. Het karakter van de (bedrijfs)woning mag niet wijzigen.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 42 van 75

Datum: 3 november 2020

b. er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. c. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven. d. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat. e. in een straal van 75 meter voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor bijzondere woonvormen. 3.4 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; c. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is.

Het in dienst hebben van personeel is daarbij toegestaan; d. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan.

3.5 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: 1. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; 2. het uitoefenen van een Bed & Breakfast mag uitsluitend plaatsvinden bij grondgebonden woningen; 3. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 43 van 75

Datum: 3 november 2020

4. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn, met een absoluut maximum van 60 m². 5. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; 6. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; 7. permanente bewoning is niet toegestaan; 8. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; 9. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; 10. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; 11. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; 3.6 Afwijkingsbevoegdheid voor bebouwing van reststroken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in afwijking van bestaande bestemmingen omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bijbehorende bouwwerk of een erfafscheiding bij een (bedrijfs)woning toe te staan onder voorwaarde dat: a. de strook dient in eigendom te zijn van de eigenaar van de naastgelegen (bedrijfs)woning; b.

de strook dient feitelijk ingericht te zijn voor gebruik bij de naastgelegen (bedrijfs)woning; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, inclusief de oppervlakte carport binnen 'zone erf', mag per bouwperceel met daarbij de groenstrook of reststrook ten hoogste bedragen: 1. 200 m2 voor bouwpercelen, inclusief de groenstrook of reststrook, kleiner of gelijk aan 750 m2; 2. 225 m2 voor bouwpercelen, inclusief de groenstrook of reststrook, groter dan 750 m 2 en kleiner of gelijk aan 1.000 m 2; 3. 250 m2 voor bouwpercelen inclusief de groenstrook of reststrook, groter dan 1.000 m 2.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 44 van 75

Datum: 3 november 2020

Artikel 4 Regels over bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom van Sint-Oedenrode (herziening van bestemmingsplan "Centrum, herziening 2013") 1. Het bevoegd gezag kan afwijken van binnen de bestemmingen Centrum 1, 2, of 3 van bestemmingsplan ‘Centrum, herziening 2013’ van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode en een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen een bouwvlak, onder de voorwaarde dat: a. indien hoofdgebouwen in meer dan één bouwlaag zijn toegestaan op grond van bestemmingsplan "Centrum, herziening 2013" van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode, het volledige bouwvlak mag worden bebouwd met een bijbehorend bouwwerk in één bouwlaag tot een maximale bouw- en goothoogte van 4,25 meter. 2. Het bevoegd gezag kan afwijken van binnen de bestemmingen Centrum 1, 2, of 3 of Detailhandel uit bestemmingsplan ‘Centrum, herziening 2013’ van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode en een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een aanbouw, aangebouwd bijbehorend bouwwerk, vrijstaand bijbehorend bouwwerk of uitbouw, als bedoeld in de begrippen van artikel 1 uit dat bestemmingsplan, boven op de eerste bouwlaag én ten behoeve van de woonfunctie, onder de volgende voorwaarden: a. deze gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd indien al een legale woning op de eerste verdieping aanwezig was op 25 april 2013; b.

deze gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak zoals aangegeven op de verbeelding van het "Centrum, herziening 2013" van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode ; c. de maximale goothoogte bedraagt 3,30 meter gemeten vanaf het dak van de eerste bouwlaag; d. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 meter gemeten vanaf het dak van de eerste bouwlaag; e. indien met gebruikmaking van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van bestemmingsplan "Centrum, herziening 2013" van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode via de afgifte van een omgevingsvergunning een extra woning mogelijk wordt gemaakt, is toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid voor bijbehorende bouwwerken eveneens mogelijk.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 45 van 75

Datum: 3 november 2020

Artikel 5

Regels over maatschappelijke voorzieningen binnen de bebouwde kom

5.1 aanwijzing stedenbouwkundige bebouwde kom Als (stedenbouwkundig) bebouwde kom geldt de begrenzing zoals aangeduid op de kaarten die zijn opgenomen als Bijlage 1 Stedenbouwkundige bebouwde kom Meierijstad. 5.2 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van extra bebouwing Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in geldende bestemmingsplannen ten behoeve van bestemmingen waarbij maatschappelijke voorzieningen als hoofdactiviteitfunctie uitgevoerd worden en meer bebouwing toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 7,00 meter; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 150 m 2.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 46 van 75

Datum: 3 november 2020

Artikel 6

Regels over het bouwen van antennemasten binnen de bebouwde kom

6.1 aanwijzing stedenbouwkundige bebouwde kom Als (stedenbouwkundig) bebouwde kom geldt de begrenzing zoals aangeduid op de kaarten die zijn opgenomen als Bijlage 1 Stedenbouwkundige bebouwde kom Meierijstad. 6.2 Het bouwen van installaties voor zendamateurs Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een zendinstallatie voor zendamateurs, onder de volgende voorwaarden: a. aanvrager moet zich expliciet beroepen op artikel 10 EVRM; b. aanvrager moet aantonen (zenddiploma) dat hij / zij radiozendamateur is; c. de antenne-installatie moet op het achtererfgebied staan; d. de antenne-installatie mag niet boven grond van derden komen; e. voordat de omgevingsvergunning wordt verleend moet zijn aangetoond dat aan de eisen van constructieve veiligheid uit het Bouwbesluit wordt voldaan; f. uitvoering vindt plaats in een gedekte kleur; g. de antenne-installatie mag niet meer dan 5,00 meter boven de nok de maximale hoogte van de woning uitsteken; h. maximaal één antenne-installatie per perceel; i. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 6.3 Het bouwen van antennemasten voor telecommunicatie tot 40 m hoog Aan dit artikel kan toepassing worden gegeven met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.

de antennemast is aantoonbaar noodzakelijk op die locatie voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie en site-sharing behoort aantoonbaar niet tot de mogelijkheden; b. antennemasten dienen bij voorkeur op hoge bouwwerken te worden geplaatst of op bedrijventerreinen; c. de antennemast leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu/kwaliteit in de omgeving.

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 47 van 75

Datum: 3 november 2020

Artikel 7

Regels over wonen in het buitengebied

7.1 Aanwijzing van het buitengebied Als 'buitengebied' wordt het gebied aangewezen dat buiten de begrenzing van de (stedenbouwkundig) bebouwde kom ligt, zoals aangeduid op de kaarten die zijn opgenomen als Bijlage 1 Stedenbouwkundige bebouwde kom Meierijstad. 7.2 Algemeen a. het bestaande aantal (bedrijfs)woningen mag niet toenemen; b. herbouw van (bedrijfs)woningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; c. (bedrijfs)woningen en bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen mogen, tenzij de regels anders bepalen uitsluitend gebruikt worden voor; 1. wonen conform de definitie 'woning'; 2. het uitoefenen van beroepen en bedrijven aan huis; 7.3 Bouwen van bestaande (bedrijfs)woningen Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende bepalingen: a. De inhoud van een (bedrijfs)woning mag niet meer bedragen dan 750 m 3. Indien de bestaande inhoud van de (bedrijfs)woning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; b. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.; d. De dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; e. De dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; f. In afwijking van het bepaalde onder a.

geldt voor (bedrijfs)woningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een (woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750 m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; g. In afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale inhoud (m³)' of 'maximum volume' die in geldende bestemmingsplannen opgenomen is, de inhoud van de woning niet meer bedragen dan is aangeduid; h. Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs)woning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. 7.4 Bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestaande bouwvlak óf, indien er geen bouwvlak aanwezig is, binnen het bestaande bouwperceel opgericht te worden; b.

de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per (bedrijfs)woning bedraagt maximaal 150 m 2, met dien verstande dat: 1. indien de aanduiding ´maximum bebouwd oppervlak´ opgenomen is, geldt de ter plaatse aangegeven oppervlakte als maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 48 van 75

Datum: 3 november 2020

2. voor een geldend bestemmingsvlak waar volgens de regels van het bestemmingsplan een nevenactiviteit is toegestaan, geldt de in dat bestemmingsplan opgenomen oppervlakte voor bebouwing voor nevenactiviteiten tevens als maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken. c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot het hoofdgebouw de (bedrijfs)woning bedraagt maximaal 15 m; g. de afstand tot de bestemmingsbouwperceelsgrens bedraagt minimaal 5 m. 7.5 Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij (bedrijfs)woningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2.

nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; 3. een overkapping moet volledig los staan van andere bebouwing op het bouwperceel; 4. een overkapping mag niet zijn voorzien van dichte of halfopen wanden, onafhankelijk van het soort materiaal waarvan een wand kan worden gevormd; e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een (bedrijfs)woning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of, indien aanwezig, binnen de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning; g.

de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 7.6 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een (bedrijfs)woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 49 van 75

Datum: 3 november 2020

a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is. Het in dienst hebben van personeel is daarbij toegestaan; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j.

het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan. 7.7 Afwijkingsbevoegdheid voor het uitoefenen van een Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.2 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; b. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; c. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn. d. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; e.

bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. permanente bewoning is niet toegestaan; g. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; h. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; i. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; j. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer;

NL.IMRO.1948.PAR000BP0012020-VG01

Pagina: 50 van 75

Datum: 3 november 2020

k.

er dient voldoende parkeren ten behoeve van de Bed & Breakfast op eigen terrein gerealiseerd te worden.

7.8 Afwijkingsbevoegdheid herbouw van een (bedrijfs)woning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen hetzelfde bestemmingsvlak het bestaande bouwvlak of bouwperceel; b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en). f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen. h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 7.3; j.

er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 7.9 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere afstand tussen (bedrijfs)woning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.4 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 meter van de (bedrijfs)woning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard. 7.10 Afwijkingsbevoegdheid voor een kleinere afstand van bebouwing tot de grens van het bouwperceel Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.4 voor het bouwen van bouwwerken binnen 5 meter van de bouwperceelsgrens, mits voldaan wordt aan de volgende bepalingen: a. de afstand tot de bouwperceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 meter; b. de afstand tussen bebouwing op twee aan elkaar grenzende bouwpercelen bedraagt niet minder dan 6 meter; c. de stedenbouwkundige/landschappelijke structuur mag niet onevenredig worden aangetast; d. de aanvraag om omgevingsvergunning moet zijn voorzien van een plan voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de (bouwkundige) voorzieningen. Voor de landschappelijke inpassing mag alleen gebruik worden gemaakt van gebiedseigen beplanting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=925f9130-fbf1-49fb-8730-bc3470b9c34d