CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Toelichting OBP Sloef 15 Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15'22.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze afstanden zijn gemeten vanaf de bestemmingsgrens c.q. perceelsgrens van beide bedrijven tot de meeste dichtbij gelegen gevel van de als woning in gebruik te nemen cultuurhistorisch waardevolle boerderij. Sloef 12-12a Voor het melkveebedrijf aan Sloef 12-12a geldt dat het agrarisch bouwvlak van het bedrijf is gelegen op 59 meter van de als woning in gebruik te nemen boerderij aan Sloef 15, zoals nader weergegeven in figuur 4.12 van voorliggende toelichting. Hiermee wordt ruimschoots aan de geldende richtastand van 30 meter voor geluid voldaan. Daar aan de richtafstand wordt voldaan kan gevoeglijk worden aangenomen dat voor wat betreft het aspect geluid sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (goede ruimtelijke ordening) ter plaatse van de als woning in gebruik te nemen cultuurhistorisch waardevolle boerderij alsmede dat het melkrundveebedrijf aan Sloef 12-12a niet wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering. Sloef 19 Voor het varkensbedrijf aan Sloef 19 geldt dat het agrarisch bouwvlak is gelegen op 14 meter van de meest dichtbij gelegen gevel van de als woning in gebruik te nemen boerderij aan Sloef 15. Hiermee wordt niet aan de richtafstand van 50

- 58 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

meter voor geluid voldaan. Het aspect geluid dient daarom voor dit bedrijf nader beschouwd te worden. Hierbij dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (goede ruimtelijke ordening) ter plaatse van de als woning in gebruik te nemen boerderij én dient het varkensbedrijf niet belemmerd te worden in haar bedrijfsvoering als gevolg van het planvoornemen. Goede ruimtelijke ordening Om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van de woning gelegen aan Sloef 15, is voor het varkensbedrijf aan Sloef 19 het stappenplan van de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ doorlopen. Het stappenplan is weergegeven in bijlage 5.3 (blz 194/195) van de VNGbrochure. Onderstaand zijn de relevante aspecten uit dit stappenplan weergegeven. Stappenplan geluid VNG-brochure: 1. Indien de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Het bouwplan is dan mogelijk. De richtafstand van 50 meter voor geluid wordt met een werkelijke afstand van 14 meter tussen het agrarisch bouwvlak van het bedrijfsperceel aan Sloef 19 en de als woning in gebruik te nemen boerderij aan Sloef 15 overschreden. 2. Indien stap 1 niet toereikend is: b.

Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustig buitengebied van maximaal: - 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); - 65 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); - 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). c. Vrijstelling is dan mogelijk. Om aan te tonen dat kan worden voldaan aan de normstelling uit Stap 2 dient inzicht te worden gegeven in de relevante bedrijfsactiviteiten van het varkensbedrijf aan Sloef 19. De inrichting aan Sloef 19 bestaat uit een tweetal (geschakelde) varkensstallen, een machineberging en een agrarische bedrijfswoning. De twee varkensstallen zijn gesitueerd midden op het bedrijfsperceel op 60 meter afstand van de als woning in gebruik te nemen boerderij aan Sloef 15. De machineberging, waarin geen dierenplaatsen gehuisvest zijn, is gelegen aan de noordoostzijde van het bedrijfsperceel op ruim 30 meter afstand van de woning aan Sloef 15. Deze machineberging is met haar rug gekeerd naar de boerderij aan Sloef 15 en is enkel toegankelijk vanaf de zijde van de - 59 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

varkensstallen. Het overgrote deel van de bedrijfsactiviteiten vindt plaats binnen in de varkenstallen. Het rangeren met trekker en ander klein materieel vindt met name plaats tussen de bedrijfsgebouwen in en aan de achterzijde van het bedrijfsperceel. De machineberging biedt hierbij als gevolg van haar ligging tussen de varkenstallen en de woning aan Sloef 15 in, een afschermende werking voor wat betreft het geluid afkomstig van de inrichting. Het laden en lossen van de varkens vindt niet frequent plaats (om de zes weken), daar het bedrijf zich enkel toelegt op biggenopfok (gespeende biggen). De verkeersbewegingen rondom het bedrijf zijn hiermee beperkt. Hiermee is voldoende gemotiveerd dat voor wat betref het aspect geluid sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning als gevolg van de bedrijfsvoering van het varkensbedrijf aan Sloef 19. Er wordt weliswaar niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter, maar uit de beschouwing volgt dat het voldoende aannemelijk is dat kan worden voldaan aan de normstelling uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Belemmering bedrijfsvoering omliggende bedrijven Voor het beantwoorden van de vraag of het varkensbedrijf aan Sloef 19 door de nieuw te vormen woning niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt dient te worden voldaan aan het toetsingskader uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Zoals bovenstaand reeds vermeld vindt het laden en lossen van varkens niet frequent plaats (om de zes weken), daar het bedrijf zich enkel toelegt op biggenopfok (gespeende biggen). De verkeersbewegingen rondom het bedrijf zijn hiermee beperkt. De verkeersbewegingen ten behoeve van het laden en lossen van biggen vinden echter wel plaats over de meest oostelijk gelegen in- en uitrit van het varkensbedrijf. Deze inrit is gelegen op ca. 18 meter afstand van de als woning in gebruik te nemen boerderij. Indien over deze in- en uitrit sprake zou zijn van nachtelijk transport met vrachtwagens, kan dit leiden tot hogere maximale geluidniveaus dan in Artikel 2.17 lid 5 van het Activiteitenbesluit zijn toegelaten (35 dBA tussen 22.00u en 06.00u). Indien dit het geval is én dit vindt meer dan 12 keer per jaar plaats (representatieve bedrijfssituatie), zou dit kunnen betekenen dat het varkensbedrijf belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering als gevolg van de vestiging van een woning in de cultuurhistorisch waardevolle boerderij. Om ten alle tijden zeker te stellen dat het varkensbedrijf aan Sloef 19 niet wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering als gevolg van de vestiging van een woning in de cultuurhistorisch waardevolle boerderij, wordt ervoor gekozen de naar het varkensbedrijf gekeerde gevel van de boerderij ‘doof’ uit te voeren.

Dit in aanvulling op de reeds, in het kader van het wegverkeerslawaai, als ‘doof’ uit te voeren zuidgevel van de boerderij. Een ‘dove gevel’ heeft geen te openen delen - 60 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

grenzend aan een verblijfsruimte. Een ‘dove gevel’ is hiermee geen gevel in de zin van de Wet geluidhinder en hoeft daarmee niet te worden getoetst. De grenswaarden uit het Activiteitenbesluit gelden daarom niet op een ‘dove gevel’. Gevolg van de ‘dove gevel’ is dat voor het varkensbedrijf de geluidsvoorschriften niet gelden voor deze gevel (daar er niet getoetst hoeft te worden op deze gevel), waardoor het bedrijf niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering. De gevel van een gebouw is alleen doof in de zin van de Wgh als dat in de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd, zoals zo blijkt uit jurisprudentie (onder andere de uitspraak ABRvS 11 augustus 2010, nr. 200905674/1/R3). Het toepassen van een dove gevel voor zowel de oostelijke gevel van de boerderij, gekeerd naar de Hoogstraat, als de zuidelijke gevel van de boerderij, gekeerd naar de Sloef, is daarom vastgelegd in artikel 3.2.1 van de regels van voorliggend plan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.11 Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het voornemen dient te worden getoetst aan de Regeling NIBM. De Regeling NIBM geeft invulling aan de categorieën woningbouwen kantoorlocaties, aan een combinatie daarvan en aan inrichtingen (landbouwinrichtingen en spoorwegemplacementen). Voor een plan dat binnen deze categorieën valt, hoeven geen verdere berekeningen te worden uitgevoerd om aan te tonen dat sprake is van een NIBM situatie en hoeft er dus geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Voor plannen die niet binnen één van deze categorieën vallen, dient aan de hand van berekeningen of een kwalitatieve beschouwing aannemelijk te worden gemaakt dat de bijdrage NIBM is of voldoet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Voor plannen waarbij alleen sprake is van een toename in verkeersbewegingen is een rekentool ontwikkeld: de NIBM-tool. Hiermee kan op eenvoudige manier worden bepaald of er sprake is van een NIBM bijdrage. Op basis van de voorgenomen wijzigingen worden geen belemmeringen verwacht. De vestiging van één woning in een reeds bestaand pand valt binnen de categorieën van de Regeling NIBM en deze ene woning draagt derhalve niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. - 61 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

Woon- en leefklimaat Naast het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit is het ook van belang de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande situatie te beschouwen. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Hiertoe zijn de GCN-kaarten van het RIVM geraadpleegd, zoals onderstaand weergegeven in figuur 4.17 tot en met 4.19. Hieruit blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden: - 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2 - 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10 - 25 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5 - 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM 10 Ook de norm van 31,2 μg/m3 voor PM10, zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, wordt niet overschreden in het plangebied.

Figuur 4.17: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.18: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.19: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl) - 62 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. - 63 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.20: Wanneer verantwoorden.

Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.

plangebied

Figuur 4.21: Uitsnede Signaleringskaart-EV (bron: nl.ev-signaleringskaart.nl) - 64 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

Te realiseren objecten Middels voorliggend initiatief wordt binnen het plangebied in een reeds bestaande boerderij opnieuw een zelfstandige woonfunctie gevestigd. Conform artikel 1 van het Bevi wordt deze woning aangemerkt als kwetsbare object. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de Signaleringskaart-EV is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied. Op circa 1,4 kilometer afstand van het plangebied ligt het Basisnet-wegtraject A50: afrit 10 (Eerde) – A58 (Eindhoven) wegvak B132. Volgens de tellingen van Rijkswaterstaat worden over Basisnettraject gevaarlijke stoffen vervoerd uit de categorieën LF1, LF2, GF3 en LT2 (bron: Rijkswaterstaat (2019), Lijst wegvakken data tellingen & Basisnet). Ten zuidwesten van het plangebied liggen op circa 935 meter afstand 2 RRP buisleidingen voor het vervoer van ruwe olie. In figuur 4.21 is een uitsnede van de signaleringskaart opgenomen, met daarop het plangebied aangemerkt. Verantwoording groepsrisico Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit de categorie LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter (bron: RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport, p.19 tabel 4-2). Het invloedsgebied reikt niet over het plangebied. Het invloedsgebied van de RRP buisleidingen bedraagt 70 meter. Het invloedsgebied reikt eveneens niet over het plangebied.

Een verantwoording van het groepsrisico kan hiermee achterwege blijven. Verantwoording plaatsgebonden risico Zoals blijkt uit figuur 4.20 loopt het plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van de rijksweg A50 niet over het plangebied heen. De 2 RRP buisleidingen voor het vervoer van ruwe olie hebben een diameter van 24" en 36". Het plaatsgebonden risico contour (PR) van de RRP leidingen is maximaal 46,10 meter en reikt daarmee niet over het plangebied. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan. In het kader van voorliggend initiatief is door de gemeente Meierijstad advies opgevraagd bij Veiligheidsregio. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.13 Verkeer en parkeren Verkeer Middels voorliggend initiatief wordt één nieuwe woning toegevoegd in de reeds bestaande cultuurhistorisch waardevolle boerderij binnen het plangebied. Als gevolg van de toevoeging van deze (vrijstaande) woning vindt een toename van - 65 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

8,2 verkeersbewegingen per etmaal plaats, conform de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Met deze lichte toename van maximaal 9 verkeersbewegingen per dag wijzigt de situatie verkeerskundig nauwelijks als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De beschikbare capaciteit van de omliggende infrastructuur is met de huidige intensiteiten ruim voldoende om de toekomstige minimale toename van het aantal bewegingen van licht verkeer vlot en veilig te verwerken Parkeren Op eigen terrein is ruim voldoende ruimte beschikbaar voor parkeren. Bij de nieuw te realiseren woning wordt voorzien in de realisatie van 3 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning in het buitengebied, zoals door de gemeente Meierijstad vastgelegd in haar nota ´Parkeernormen Meierijstad 2018´. Conclusie Het aspect infrastructuur en parkeren vormt hiermee geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.14 Spuitzones Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening) wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kortere afstanden zijn ook mogelijk, indien dat blijkt uit een locatiespecifiek onderzoek. De nieuwe in de bestaande boerderij te vestigen woning is niet gelegen op minder dan 50 meter afstand van gronden waar mogelijk sprake is van spuitzones. Er kan daarom worden gesteld dat er geen wijziging plaatsvindt die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt. Conclusie Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 66 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

4.15 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, zoals hierboven reeds aangegeven is, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden.

Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat de planlocatie op een ruime afstand van 3,1 kilometer van de hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 67 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

5.

Gemeente Meierijstad

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.

5.1

Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Boskant van de gemeente Meierijstad. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

- 68 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofd-gebouwen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Nadere eisen: Een aanvullend stelsel van nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Deze regeling heeft tot doel op een later tijdstip dan bij de totstandkoming van het plan te bezien of op bepaalde punten een nadere eis in het concrete geval noodzakelijk is. Conform de jurisprudentie dienen de regels al een primaire eis te bevatten. Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: In een aantal enkelbestemmingen en het merendeel van de dubbel-bestemmingen is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van een leiding, binnen de beschermingszone van de natte natuurparel en ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden - 69 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. De wijzigingsbevoegdheid die bij de bestemming zelf is opgenomen, is uitsluitend van toepassing op die bestemming. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen omtrent bebouwingsgrenzen en geluidzones. Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de mogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige procedureregels: In deze artikelen zijn algemene procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen.

- 70 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven. Naast deze doeleinden zijn uiteraard bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen etc. toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Zo geldt ter plaatse van de boerderij binnen het plangebied de specifieke bouwaanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’, waarbij regels zijn opgenomen voor het behoud en herstel van de boerderij. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels. Waarde – Archeologie 1 De voor ‘Waarde - Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden.

Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 en dieper dan 0,5 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht. Waarde – Archeologie 3 De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en

- 71 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht.

- 72 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

6.

Gemeente Meierijstad

Haalbaarheid en procedure

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van voorliggend bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische haalbaarheid De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend pan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In onderhavig geval worden door initiatiefnemers en de gemeente Meierijstad nadere afspraken over het kostenverhaal gemaakt in een te sluiten anterieure overeenkomst, waarmee het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid Zoals nader uitgewerkt in paragraaf 2.3 van voorliggende toelichting heeft voorafgaand aan het opstellen van onderhavig plan een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de eigenaren van de aangrenzende percelen. De verslagen van de omgevingsdialoog zijn als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’ is daarnaast conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden aan het waterschap. Tevens is vooroverleg bij de provincie aangevraagd middels het e-formulier.

6.3

Procedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan, na behandeling in het college van burgemeester en wethouders, gepubliceerd wordt en zes weken ter inzage wordt gelegd. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Binnen twaalf weken na afloop van de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage - 73 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Sloef 15’

Gemeente Meierijstad

heeft gelegen stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Daarbij worden de ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

- 74 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=3f95e45b-d801-482d-a2d0-b27c2a223334