CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: toelichting BP Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17 - 17a'28.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TOELICHTING

Bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’ Gemeente Meierijstad

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Gemeente Meierijstad

Bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’ TOELICHTING

Projectlocatie Adres: Postcode: Plaats:

Sluitappel 17-17a 5491 TS Sint-Oedenrode

Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:

Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl

Naam document

Bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’.

IMRO Code

NL.IMRO.1948.OED001BP0042022P-VG01

Versie

Vastgesteld: 25 – 05 – 2023

Auteur

drs. D.F.H. Kastelijn

-2-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Inhoud 1.

INLEIDING

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Doel van het plan Leeswijzer

5 5 6 7 7

2.

PLANBESCHRIJVING

8

2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Omgevingsdialoog

8 9 12

3.

BELEIDSKADER

14

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.2 Ladder duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Structuurvisie 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan Heikant 3.3.3 Woonvisie Meierijstad

14 14 14 15 15 15 19 19 19 20

4.

RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN

22

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

M.e.r.-beoordeling Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Water Bodem Kabels en leidingen Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid in relatie tot veehouderijen Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Infrastructuur en parkeren Spuitzones Hoogspanningslijnen

22 24 27 32 40 41 42 43 45 50 52 55 59 60 61

-3-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

62

5.1 5.2 5.3

Plansystematiek Opbouw van de regels Bestemmingen

62 62 65

6.

HAALBAARHEID EN PROCEDURE

67

6.1 6.2 6.3

Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Procedure

67 67 67

BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7: BIJLAGE 8: BIJLAGE 9:

STEDENBOUWK. SCHETS SLUITAPPEL 17-17A - V.D. AKKER ARCHITECT. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA - EXLAN B.V. AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE GEBRUIKSFASE VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK - MILIEUPARTNER B.V. AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI - TRITIUM B.V. ADVIES VEILIGHEIDSREGIO ARCHEOLOGISCH BO & IVO - TRANSECT B.V. SELECTIEADVIES AMZ - GEMEENTE MEIERIJSTAD

-4-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Meierijstad

Initiatiefnemers zijn eigenaar van het bedrijfsperceel Sluitappel 17-17a te SintOedenrode. Op het perceel zijn een bedrijfswoning en 1.200 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig, in gebruik ten behoeve van een kringloopcentrum. Initiatiefnemers zijn voornemens om te komen tot een herontwikkeling van het bedrijfsperceel, waarbij de volledige bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd, de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning en daarnaast ter plaatse een zestal woningen in drie bouwvolumes worden toegevoegd. Bij de ontwikkeling worden tevens de ten oosten van het bedrijfsperceel gelegen gronden, eveneens in eigendom in initiatiefnemers, betrokken. De woningen die worden toegevoegd betreffen 4 seniorenwoningen in één bouwvolume en 2 vrijstaande woningen. De planlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost’ van de gemeente Meierijstad en heeft hierin primair de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifiek vorm van detailhandel - kringloopcentrum’. De ten oosten van het bedrijfsperceel gelegen gronden hebben daarnaast de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’. Daar er in genoemd bestemmingsplan geen afwijkings- dan wel wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die de voorgenomen herontwikkeling van het bedrijfsperceel mogelijk maken, is voor het initiatief een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

De gemeente Meierijstad heeft middels haar besluit d.d. 14 december 2021 kenbaar gemaakt onder voorwaarden haar principemedewerking te verlenen aan de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om genoemde herontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, aan de oostzijde van de kern Sint-Oedenrode. Het plangebied bestaat uit een achttal afzonderlijke kadastrale percelen. Deze percelen staan kadastraal bekend staan als: Gemeente SINT-OEDENRODE - Sectie S - Perceelnummers 1134, 1286, 1495, 1496, 1497, 1498, 1499 en 1501. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 6.272 m2. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied rood omkaderd weergegeven.

-5-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

plangebied

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: www.kadastralekaart.com).

Figuur 1.2: Uitsnede plankaart ‘Sint-Oedenrode Oost’ en ‘Rode Akkers - fase 2, Sint-Oedenrode’.

1.3

Vigerend bestemmingsplan Het overgrote deel van het plangebied is gelegen in het in 2014 vastgestelde bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost´. Dit gedeelte van het plangebied heeft in de huidige situatie de enkelbestemmingen ´Bedrijf´ en ‘Wonen’. Naast deze -6-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

enkelbestemmingen geldt voor het gehele plangebied tevens de dubbelstemming ‘Waarde - Archeologie 1’. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ zijn een bouwvlak aanwezig met een oppervlakte van ca. 1.350 m2 aanwezig en gelden de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van detailhandel - kringloopcentrum' en ‘bedrijfswoning’. Tot slot geldt voor zowel de bedrijfsbebouwing als de bedrijfswoning de maatvoering ‘maximum goothoogte: 3,5 m’. Tot slot is een klein gedeelte van het plangebied (perceel S - 1286) gelegen in het in 2018 vastgestelde bestemmingsplan ‘Rode Akkers - fase 2, Sint-Oedenrode’ en heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en tevens de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de gezamenlijke plankaart behorende bij genoemde bestemmingsplannen, met daarop het plangebied rood omkaderd. Daarnaast vigeert voor de locatie nog het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren‘, waarin nadere voorwaarden m.b.t. parkeren in Meierijstad zijn opgenomen. Tot slot is op 28 januari 2021 voor het gehele grondgebied van Meierijstad het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit’ vastgesteld. Hierin zijn diverse regelingen opgenomen die voorheen in de drie voormalige gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode verschillend waren vormgegeven.

1.4

Doel van het plan Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit drie delen: ▪ ▪ ▪

een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven; regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen, inclusief bijlagen; voorliggende toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord worden, inclusief bijlagen.

De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 6 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.

-7-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Gemeente Meierijstad

Het plangebied aan Sluitappel 17-17a te Sint-Oedenrode betreft een bedrijfslocatie waar in de huidige situatie een kringloopcentrum is gevestigd. Dit kringloopcentrum bestaat uit een kringloopwinkel, atelier, werkplaatsen en een ontmoetingsruimte. Voor haar activiteiten maakt het bedrijf gebruik van de op het perceel aanwezige 1.200 m2 aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing. Ten behoeve van de ontsluiting van het kringloopcentrum zijn een tweetal bedrijfsinritten aan zowel de Sluitappel als het Groene Woud aanwezig. Naast de bedrijfsgebouwen is op het perceel een bedrijfswoning met privé-tuin en separate inrit aanwezig. De woning betreft de helft van een langgevelboerderij (twee-onder-één-kap-woning). Tot slot zijn ten oosten van de bedrijfsbebouwing een drietal percelen gelegen (S1286, S1498 en S1499) die in gebruik zijn als weide voor enkele hobbydieren. Ditzelfde geldt voor het aan de noordzijde van het plangebied gelegen perceel S1134. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Figuur 2.2 geeft een impressie van de huidige situatie binnen het plangebied.

Bedrijfsbebouwing 1.200 m2

Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (bron: www.kadastralekaart.com). -8-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Figuur 2.2: Foto’s huidige situatie plangebied .

2.2

Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemers zijn voornemens om te komen tot een herontwikkeling van het bedrijfsperceel Sluitappel 17-17a. Hierbij wordt de volledige 1.200 m2 aan bedrijfsbebouwing gesaneerd en wordt de vigerende bedrijfsbestemming inclusief 1.350 m2 bedrijfsmatig bouwvlak verwijderd. Hiertegenover staat het omzetten van de bestaande bedrijfswoning aan Sluitappel 17 naar burgerwoning én het toevoegen van een zestal woningen in drie bouwvolumes binnen het plangebied. De woningen die worden toegevoegd betreffen 4 seniorenwoningen in één bouwvolume aan de Sluitappel, 1 vrijstaande woning aan de Sluitappel en 1 vrijstaande woning aan het Groene Woud. -9-

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

De afgelopen jaren zijn in het gebied rondom de Sluitappel reeds de nodige woningen ontwikkeld. Met name op de percelen aan het Groene Woud en de Kleine Heisteeg zijn middels het plan Rode Akkers (fase 1 en fase 2) diverse woningen gebouwd of nog in aanbouw. De sloop van de bedrijfsbebouwing aan Sluitappel 17-17A zorgt voor de afronding van dit gebied. De laatste bedrijfsbestemming in dit wooncluster wordt verwijderd, waarmee alle bedrijvigheid voortaan geconcentreerd is op bedrijventerrein De Kampen. De toevoeging van de woningen binnen bestaand stedelijk gebied leidt daarnaast tot een zorgvuldig ruimtegebruik en is passend binnen de ladder voor duurzame verstedelijking. Stedenbouwkundige opzet Binnen Meierijstad geldt, ter uitvoering van de Woonvisie, voor nieuwe initiatieven op het gebied van woningbouw dat 25% van de nieuwe woningen binnen het plan sociale huurwoningen moeten betreffen. Deze voorwaarde geldt voor alle woningbouwinitiatieven vanaf 4 woningen. Het college kan echter in uitzonderingssituaties afwijken van dit beleid. Het college van Meierijstad heeft, in samenspraak met de stedenbouwkundigen en woningbouwregisseur van de gemeente, geoordeeld dat bij voorliggend initiatief sprake kan zijn van een uitzonderingssituatie.

Met het verdwijnen van de bestaande bedrijfsbebouwing, de verwijdering van het bedrijfsmatig bouwvlak en de verwijdering van de volledige bedrijfsbestemming wordt een ruimtelijke ambitie waargemaakt. Deze locatie biedt de kans om woningen voor senioren in één bouwvolume toe te voegen. Hiermee worden woningen toegevoegd voor een doelgroep waar veel vraag naar is en daarmee kan een verhuisbeweging op gang worden gebracht. Hiermee wordt de gemeentelijke ambitie om te bouwen voor senioren ingevuld. Voorgaande in overweging nemende, heeft het college besloten om bij deze specifieke aanvraag de 25% eis voor sociale huurwoningen achterwege te laten en in plaats daarvan in te stemmen met de realisatie van 4 seniorenwoningen in één bouwvolume. Deze seniorenwoningen, gebouwd in één bouwvolume dienen een volledig woonprogramma op de begane grond te krijgen en mogen maximaal 1 (logeer)kamer op de verdieping krijgen. Door middel van een zorgvuldige afstemming met de gemeente Meierijstad is gekomen tot de uiteindelijke stedenbouwkundige invulling van voorliggend plan. Door initiatiefnemers is in dit kader opdracht verstrekt aan Johan v.d. Akker Architectuur en Ontwerp voor het opstellen van een stedenbouwkundige schets. Deze stedenbouwkundige schets is enkele malen besproken met de stedenbouwkundigen van de gemeente Meierijstad.

Na het doorvoeren van een aantal aanpassingen is de uiteindelijke definitieve schets, zoals opgenomen als bijlage 1 van voorliggende toelichting, door de gemeente Meierijstad akkoord bevonden. In figuur 2.3 is een uitsnede van deze stedenbouwkundige schets weergegeven. - 10 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Figuur 2.3: Stedenbouwkundige schets voorgenomen ontwikkeling Sluitappel 17-17a.

Principebesluit Middels haar besluit d.d. 14 december 2021 heeft het college van de gemeente Meierijstad besloten om in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen herontwikkeling van het perceel Sluitappel 17-17a te Sint-Oedenrode. Zij heeft aan deze medewerking de volgende ruimtelijke voorwaarden verbonden: Ruimtelijke randvoorwaarden ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Bestaande bedrijfsbebouwing Sluitappel 17-17a wordt gesloopt; Bedrijfsmatig bouwvlak en bedrijfsbestemming Sluitappel 17-17a verdwijnt; Met verdwijnen bedrijfsbestemming kan bedrijfswoning Sluitappel 17 burgerwoning worden; Er mag 1 vrijstaande woning aan het perceel Groene-Woud S1134 worden gerealiseerd; Er mag 1 vrijstaande woning aan het perceel Sluitappel S1499 worden gerealiseerd; Toe te voegen woningen dienen levensloopbestendig te zijn. De 4 seniorenwoningen op het perceel tussen huidige bedrijfswoning en rechterperceel (S1499) dienen in één bouwmassa/bouwvolume te worden gerealiseerd;

- 11 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

▪ ▪ ▪

▪ ▪

Gemeente Meierijstad

Deze seniorenwoningen, gebouwd in één bouwmassa/bouwvolume krijgen een volledig woonprogramma op de begane grond en mogen maximaal 1 (logeer)kamer op de verdieping krijgen; Er dient inzichtelijk te worden gemaakt waar parkeerplaatsen komen en hoe ontsluiting wordt geregeld. Parkeren op eigen terrein conform uitgangspunten nota parkeernormen; Er dient v.w.b. waterhuishouding afstemming plaats te vinden met de deskundige van de gemeente (overleggen waterhuishoudkundig plan met o.a. infiltratie/waterberging): de ontwikkeling dient neutraal hydrologisch uitgevoerd te worden; Kosten voor extra aansluitingen/veranderingen aan leidingen zijn voor ontwikkelaar; M.b.t. pootrecht voor bestaande bomen langs de straat zal overleg moeten worden gevoerd met deskundige van gemeente; Binnen de ruimtelijke procedure dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar water, groen, archeologie, duurzaamheid, kabels en leidingen en milieuaspecten (bodem, geluid, geur, volksgezondheid in relatie tot veehouderijen, flora & fauna, externe veiligheid etc.);

In voorliggend bestemmingsplan worden bovenstaande voorwaarden in acht genomen. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning bouwen voor de nieuw te bouwen woningen dient voldaan te worden aan de in de planregels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen (bouw)voorschriften. Eén van de belangrijkste bouwvoorschriften betreft de toegestane maximale goothoogte van de nieuwe woningen. Deze maximale goothoogte is voor alle 6 de woningen c.q. alle 3 de bouwvolumes vastgelegd op 3,5 meter. Daarnaast dient het ontwerp van de woningen uiteraard te voldoen aan de redelijke eisen van welstand en daarmee voorgelegd te worden aan de gemeentelijke Welstandscommissie.

2.3

Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog behorende bij voorliggende herziening van het bestemmingsplan is door initiatiefnemers overlegd gevoerd met de omwonenden van de locatie Sluitappel 17-17a te Sint-Oedenrode. Gelet op de ten tijden van deze dialoog geldende Corona-maatregelen heeft de dialoog individueel plaats gevonden. Door initiatiefnemers is de beoogde ontwikkeling besproken met de eigenaren van de volgende percelen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Sluitappel 15 Sluitappel 19 Sluitappel 30 Groene Woud 2 Groene Woud 3 Driekant 1 Driekant 3

- 12 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

De eigenaren van bovenstaande percelen hebben nagenoeg allen aangegeven positief te staan tegenover de voorgenomen ontwikkeling. Enkel de eigenaar van het perceel Sluitappel 19 heeft aangegeven voorlopig het verslagformulier van de omgevingsdialoog niet te willen ondertekenen. De ondertekende verslagformulieren van de omgevingsdialoog zijn ter kennisneming toegezonden aan de gemeente Meierijstad.

- 13 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

3.

Gemeente Meierijstad

Beleidskader

De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging. Het plan wordt dan ook primair getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Bij onderhavig initiatief is geen sprake van een ontwikkeling van Nationaal belang waarvoor in het Barro regels gesteld worden. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief. 3.1.2 Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd.

De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.d). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Tot 1 juli 2017 dienden overheden nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met drie voorgeschreven, opeenvolgende trappen (de treden van de ladder). Omdat de ladder als te ingewikkeld werd ervaren en voor veel onderzoekslasten zorgde, is de regeling per 1 juli 2017 gewijzigd. In de nieuwe regeling is de tekst teruggebracht tot de essentie: de drie treden worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): - 14 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

“De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Onderhavig initiatief betreft het saneren van een bestaande bedrijfslocatie en het hiervoor in de plaats oprichten van 2 vrijstaande woningen en 4 seniorenwoningen in één bouwvolume binnen bestaand stedelijk gebied. Jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI: NL: RVS:2015:2921) heeft uitgewezen dat de toevoeging van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, echter de toevoeging van 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 953). Bij voorliggend plan worden in totaal 6 woningen toegevoegd, waarmee geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Structuurvisie Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De visie is op 19 maart 2014 in werking getreden. De provincie geeft in de SVRO de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040) weer. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De Interim omgevingsverordening is één van deze uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit de SVRO in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Voor het onderhavige plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De meest recent geconsolideerde versie dateert van 15 april 2022.

De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de - 15 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dat de verordening de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De verordening start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Voor elke ontwikkeling geldt dat niet alleen onderbouwd moet worden hoe het plan bijdraagt aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar dat zelfs elke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.

Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin.

Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop het plangebied rood omkaderd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het Stedelijk Gebied en meer specifiek de Landelijke Kern. Voorliggend initiatief bestaat uit de sanering van de - 16 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

bestaande bedrijfslocatie en het ter plaatse toevoegen van een zestal woningen in drie bouwvolumes. In Artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening wordt door de provincie Noord-Brabant nadere invulling gegeven aan de ontwikkeling van woningen binnen Stedelijk Gebied. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Middels voorliggende ontwikkeling worden 6 woningen toegevoegd. De gemeente Meierijstad heeft kenbaar gemaakt dat deze ontwikkeling, mede vanwege het feit dat gekozen wordt voor de realisatie van een viertal seniorenwoningen, past binnen de regionale afspraken. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De voorgenomen sanering van de bestaande bedrijfslocatie en het in ruil hiervoor oprichten van een zestal woningen binnen bestaand Stedelijk gebied betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling. Onderstaand vindt toetsing plaats aan de criteria voor een duurzame stedelijke ontwikkeling, waaruit blijkt dat aan deze criteria wordt voldaan. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; De voorgenomen ontwikkeling omvat de sanering van de bestaande bedrijfslocatie aan Sluitappel 17-17a, waar in de huidige situatie een kringloopcentrum is gevestigd. De bedrijfslocatie betreft de laatste bedrijfsmatige functie binnen het hier aanwezige woongebied (zie figuur 1.2). Middels de sanering vindt sloop van 1.200 m2 in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing met aanwezige asbestdaken plaats. Daarnaast leidt het verdwijnen van het kringloopcentrum en het oprichten van 6 nieuwe woningen per saldo tot een afname van het aantal verkeersbewegingen. De oprichting van de woningen zorgt daarnaast voor een afronding van het woongebied ter plaatse. Hiermee bevordert de ontwikkeling een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; De herbouw vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied op een bedrijfsmatig perceel, waar in de huidige situatie een kringloopcentrum is gevestigd. Met de sanering van deze bedrijfslocatie binnen bestaand stedelijk - 17 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

gebied en het benutten van de vrijkomende ruimte voor de toevoeging van enkele woningen is bij uitstek sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; De nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. De belangrijkste eisen bij nieuwbouw zijn de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Hiermee wordt zeker gesteld dat bij de bouw van de woningen binnen het plangebied invulling gegeven wordt aan de mogelijkheden van duurzame energie. d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening met klimaatverandering. Als gevolg van de sanering van de bedrijfslocatie en de toevoeging van 6 woningen het verhard oppervlak binnen het plangebied per saldo licht af. In de waterparagraaf van voorliggend bestemmingsplan worden de te nemen maatregelen ten behoeve van de berging en infiltratie van het hemelwater op eigen perceel nader toegelicht. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Het geven van invulling aan het vraagstuk van duurzame mobiliteit is bij voorliggend initiatief niet aan de orde. f.

draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Middels de bouw van de woningen en het toepassen van voldoende duurzame bouwsystemen en het selecteren van een duurzame installatie voor de verwarming en energieopwekking van de woningen wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. De voorgenomen sanering van de bedrijfslocatie en de oprichting van een zestal woningen binnen het plangebied voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor een duurzame stedelijke ontwikkeling binnen Stedelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. Overige aanduidingen Daarnaast blijkt uit figuur 3.1 dat het plangebied gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’ en dat voor het plangebied de aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ geldt. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Binnen gebieden aangewezen als ‘verbod uitbreiding veehouderij’ heeft de provincie Noord-Brabant de uitbreiding van bestaande veehouderijen verboden. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij of de uitbreiding van een veehouderij, waarmee deze aanduidingen niet van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

- 18 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Uit figuur 3.1 blijkt eveneens dat de aanduiding ‘norm wateroverlast Stedelijk gebied’ op het plangebied is gelegen. Deze norm betreft een instructieregel voor het waterschap en bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Het plangebied is echter niet gelegen in een zogenaamd ‘waterwingebied’. Voor het plangebied is waterschap De Dommel de waterbeheerder. Waterschap De Dommel geeft in haar beleid nadere invulling aan bovengenoemde normen. In hoofdstuk 4.4 van voorliggende toelichting wordt het aspect ‘water’ nader uitgewerkt. Hieruit blijkt dat bij onderhavig initiatief voldaan wordt aan het beleid van waterschap De Dommel. Conclusie Onderhavig plan voor de sanering van de bestaande bedrijfslocatie en de toevoeging van een zestal woningen ter plaatse ligt in de landelijke kern Sint-Oedenrode, in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit Artikel 3.42 (Duurzame stedelijke ontwikkeling), Artikel 3.6 (Zorgvuldig ruimtegebruik) en Artikel 5.18 (Prognoses) van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in bovenstaand hoofdstuk 3.3.2 van voorliggende toelichting.

De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaders in de Interim omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost Het plangebied is voor het overgrote deel gelegen binnen het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost. Het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost is op 30 januari 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. Het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost biedt geen mogelijkheid om het voorgenomen initiatief aan Sluitappel 17-17a mogelijk te maken. Gekozen wordt dan ook om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een partiële herziening van het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan Heikant In 2012 heeft de voormalige gemeente Sint-Oedenrode het beeldkwaliteitsplan Heikant gewijzigd. In het beeldkwaliteitsplan worden de uitgangspunten vastgelegd voor de inrichting van de openbare ruimte alsmede de inrichting van de aangrenzende particuliere gronden en de daarop op te richten gebouwen. Het beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor de Welstandscommissie.

- 19 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Onderhavig plan is gelegen binnen het woningbouwcluster “Oude veldwegen”. De architectuur in dit gebied dient zoveel mogelijk aan te sluiten op de van oudsher aanwezige bouwtraditie in dit gebied. Op het moment dat voorliggend bestemmingsplan is vastgesteld en de aanvragen omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen worden voorbereid, zullen de schetsplannen voor de woningen ter toetsing worden voorgelegd aan de Welstandscommissie. 3.3.3 Woonvisie Meierijstad Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. De vergrijzing en de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving (waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt) vragen hierbij om aandacht. De gemeente streeft naar een duurzaam en zorgvuldig gebruik van de ruimte en van bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen.

Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed;

- 20 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente werkt aanvullend op deze woonvisie aan een transformatievisie. Daarin worden potentiele inbreidings-en transformatielocaties in kaart gebracht en wordt een afwegingskader opgenomen. Daarnaast geeft de gemeente tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen. Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen, eventueel met een zorgbehoefte, naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen). Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern.

Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is Doorwerking voorgenomen ontwikkeling planlocatie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de door de gemeente Meierijstad opgestelde woonvisie. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied, in de kern van Sint-Oedenrode. De gemeente legt een accent op het ontwikkelen van woningbouw in de hoofdkern. Hiermee streeft zij ernaar om de algemene leefbaarheidsvoorzieningen in het centrum voor alle inwoners te kunnen behouden. De voorgenomen ontwikkeling sluit hier bij aan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt daarnaast een bestaande bedrijfslocatie gesaneerd. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. Daarnaast heeft de gemeente zich tot doel gesteld dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen binnen Sint-Oedenrode. Van de zes woningen die middels voorliggend plan mogelijk worden gemaakt, zijn vier woningen seniorenwoningen. De woningen vergroten het aanbod voor mensen in de doelgroep tussen de 55 en 80 jaar om binnen de kern van Sint-Oedenrode te kunnen (blijven) wonen.

Hiermee worden woningen toegevoegd voor een doelgroep waar veel vraag naar is en daarmee kan een verhuisbeweging op gang worden gebracht. Middels voorliggend plan wordt de gemeentelijke ambitie om te bouwen voor senioren ingevuld. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de gemeente Meierijstad vastgestelde beleidskaders voor de toevoeging van woningbouw. - 21 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

4.

Gemeente Meierijstad

Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.1

M.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kader stellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de in onderdeel D 11.2 kolom 1 opgenomen activiteit: ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Wanneer de ontwikkeling voldoet aan kolom 2 (de drempel), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°.

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde toevoeging van zes woningen betreft een activiteit die onder de drempelwaarden ligt zoals opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. onder categorie 11.2. Sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 geldt echter de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Dit wordt ook wel de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Uit jurisprudentie blijkt dat het oordeel of een ruimtelijke ontwikkeling wel of niet aangemerkt kan worden als een stedelijk ontwikkelingsproject onder andere afhangt van de aard en omvang van het plan/voornemen en de vraag of er - 22 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Uit rechtbankuitspraken zijn hiertoe de volgende algemeen geformuleerde criteria af te leiden: •

Plaats van het project/activiteit: Het projectgebied ligt in de kern van Sint-Oedenrode, binnen bestaand stedelijk gebied.

•

Wijkt de branche waarbinnen het project valt, qua ruimtelijke impact af van de branches die zijn toegestaan: In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van een bedrijfslocatie, waarop een kringloopcentrum is gevestigd. Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt deze bedrijfslocatie gesaneerd en worden binnen het plangebied een zestal woningen toegevoegd in drie volumes. De ruimtelijke impact op de omgeving neemt hiermee in de nieuwe situatie aanzienlijk af.

•

Aantal vierkante meters dat wordt beoogd voor het project in relatie tot het aantal vierkante meters dat op grond van het bestemmingsplan is toegestaan: In de huidige situatie zijn een drietal bedrijfsloodsen aanwezig met een gezamenlijke oppervlakte van 1.200 m2. Deze volledige oppervlakte aan bedrijfsbebouwing wordt middels voorliggend plan gesaneerd. De 3 bouwvlakken die worden toegevoegd ten behoeve van de bouw van zes woningen, hebben een gezamenlijke oppervlakte van 600 m2 (150 m2, 150 m2 en 300 m2). Ondanks dat naast deze hoofdgebouwen op de percelen nog enkele bijgebouwen kunnen worden opgericht, neemt het aantal vierkante meters aan bebouwing als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling aanzienlijk af.

•

Kenmerken van de (mogelijke) nadelige milieueffecten: Uit voorliggende toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot belangrijke milieugevolgen. De effecten die als gevolg van het project optreden zijn lokaal van aard en hebben geen grensoverschrijdend karakter. Er is daarom geen sprake van onomkeerbare effecten.

Conclusie Bovenstaande toetsing aan de uit jurisprudentie af te leiden criteria maakt duidelijk dat er bij voorliggend initiatief geen sprake is van “D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Omdat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is het Besluit milieueffectrapportage dan ook niet van toepassing.

- 23 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

4.2

Gemeente Meierijstad

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In het bestemmingsplan is aan het plangebied de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ toegekend, zoals blijkt uit figuur 1.2 van voorliggende toelichting. Als gevolg van deze dubbelbestemming geldt dat voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 én dieper dan 50 cm er een rapport moet worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag verstoord worden voldoende zijn vastgesteld. Het drie nieuwe bouwvlakken ter plaatse van de te realiseren woningen binnen het plangebied hebben een gezamenlijke oppervlakte van 650 m 2. Hiermee wordt de maximale oppervlakte van 200 m2 waaronder archeologisch onderzoek achterwege kan blijven overschreden. Om deze reden is ten behoeve van voorliggend initiatief opdracht verstrekt aan Transect B.V.

voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek (BO) en een inventariserend veldonderzoek (IVO). Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. Het advies van Transect voor het plangebied op basis van het verrichte onderzoek luidt als volgt:

Advies Het voornemen bestaat om in het plangebied zes nieuwe particuliere woningen te realiseren (circa 650 m2 ). Vier woningen betreffen seniorenwoningen, de andere twee zijn vrijstaande woningen. Mogelijk worden de vrijstaande woningen van een kelder voorzien. Hiervoor zal de huidige bedrijfsbebouwing moeten wijken (1300 m2 ). In een deel van het plangebied is een hoge verwachting voor de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen vastgesteld vanaf 65 cm -Mv (circa 1000 m2 ;10,35- 10,65 m NAP). Tevens is er een deel van het plangebied met een hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd (circa 750 m2 ; 10,20-10,70 m NAP). Zodoende is het advies tweeledig: •

In het kader van de ruimtelijke procedure is archeologisch onderzoek verplicht bij een gebied groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm –Mv. Geadviseerd wordt om een dubbelbestemming op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan met dezelfde waarden in de gebieden waar een hoge verwachting geldt

- 24 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

(zie bijlage 11; circa 1750 m2). Ter plaatse van de hoge verwachting zijn slechts in circa 150 m2 bodemingrepen voorzien. Indien deze dieper reiken dan 30 cm -Mv, adviseren wij tot vervolgonderzoek. Deze kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) met de mogelijkheid tot doorstart (DO) waarbij het bouwvlak dat binnen de hoge verwachtingszone valt geheel wordt opgegraven. •

Wij adviseren om de zones met een lage verwachting (geel) en waar verstoringen zijn vastgesteld (de huidige bedrijfshal) vrij te geven in het kader van de toekomstige plannen. De groene zone is reeds vrijgesteld van onderzoek op grond van de resultaten van Koeman (2014). Dit is ook opgenomen op de beleidskaart (Van Putten, 2021 (concept 02-07-2021)). Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad).

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Meierijstad) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied

Het onderzoeksrapport van Transect is door de gemeente Meierijstad - als bevoegde overheid – beoordeeld en hierover is een selectieadvies opgesteld. Het rapport is daartoe voorgelegd aan de afdeling SO/Erfgoed van de gemeente ’sHertogenbosch. Het selectieadvies is tevens opgenomen als bijlage aan voorliggende toelichting. Het advies is onderstaand opgenomen en luidt als volgt:

Selectieadvies gemeente Meierijstad Op grond van het voorgaande kan de gemeente nog niet geheel instemmen met de inhoud en strekking van het rapport van Transect. De gemeente kan wel al instemmen met het advies van Transect om gravend vervolgonderzoek noodzakelijk te achten, indien in de zones met een hoge verwachting bodemingrepen gaan plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm -mv. Dit vervolgonderzoek kan dan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) met de mogelijkheid tot doorstart (DO) waarbij dan het gehele bouwvlak dat binnen de hoge verwachtingszone valt, wordt opgegraven.

- 25 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Verder neemt de gemeente ook het advies over aangaande het mogelijk alsnog - en te allen tijde - kunnen voorkomen van bepaalde archeologische waarden, zogenaamde ‘toevalsvondsten’ in vrijgegeven delen van het plangebied en de wettelijk gezien juiste wijze van omgang daarmee : Op het moment dat alsnog archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet, art. 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad). Het rapport is bij dezen definitief goedgekeurd en zal (procedureel) worden vastgesteld, het betreft immers primair een bestemmingsplanwijziging.

Conclusie Het aspect archeologie is hiermee voor deze fase voldoende inzichtelijk gemaakt. Indien in de zones met een hoge verwachting bodemingrepen gaan plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm -mv wordt een gravend vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Onderstaand is in figuur 4.1 een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) opgenomen, met daarop het plangebied rood omkaderd.

Figuur 4.1: Uitsnede CHW-kaart (bron: Provincie Noord-Brabant). - 26 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is op deze kaart gelegen binnen de regio Meierij. In de regio Meierij liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang: Groene Woud, Beerse en Baardwijkse Overlaat, Loonse en Drunense Duinen, Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg. Het plangebied is gelegen binnen het Groene Woud. De te saneren bedrijfsbebouwing is echter niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol object. In de directe omgeving van het plangebied zijn daarnaast geen complexen of objecten van cultuurhistorisch belang gelegen. Op deze locatie is de aanduiding ‘Oud erf’ van toepassing, daarnaast is er sprake van een oude wegstructuur en is er sprake van pootrecht/voorpootstroken. De oude wegstructuur blijft gehandhaafd, waarmee de ontwikkeling hierop geen invloed heeft. Voor zover er sprake is van de aantasting van de waarde ‘Oud erf’ behelst dit voornamelijk archeologie. Om de archeologische waarden te borgen is in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming ´Waarde – Archeologie 1’ opgenomen, zoals bovenstaand nader toegelicht. Voor wat betreft het pootrecht voor de bestaande bomen langs de weg heeft de gemeente Meierijstad aan haar principebesluit d.d.

14 december 2021 de voorwaarde verbonden dat vooraf overleg gevoerd dient te worden met een deskundige van gemeente. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen (negatieve) invloed op cultuurhistorische waarden in (de omgeving van) het plangebied. Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor voorliggend initiatief.

4.3

Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er treden verschuivingen op in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora en fauna. Soortenbescherming In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de nieuwbouw van de woning. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere - 27 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing aan Sluitappel 17-17a plaats. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. Door initiatiefnemer is opdracht verleend aan Exlan B.V. voor het uitvoeren van genoemde quickscan Flora en Fauna. Het onderzoek is als bijlage opgenomen aan voorliggende toelichting. De conclusies van de quickscan zijn hieronder samengevat opgenomen:

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. De stallen dienen bij voorkeur te worden gesloopt buiten het broedseizoen. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instand-

- 28 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

houding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’. Dit gebied ligt op een afstand van ca. 12 kilometer van het plangebied. Daarnaast maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in de directe nabijheid van gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Nederland. Het meest nabijgelegen NNB gebied betreft het kruiden- en faunarijk grasland ca. 500 meter ten zuidwesten van het plangebied, aan de zuidzijde van het Everse Akkerpad. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar.

Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. Aanlegfase Voor wat betreft de aanlegfase is bij de ontwikkeling sprake van de sloop van de bestaande bedrijfsgebouwen en de bouw van 6 woningen in 3 bouwvolumes binnen het plangebied. Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuur-verbetering (Stikstofwet) in werking getreden. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat

- 29 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. Middels haar uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet langer mag worden toegepast bij nieuwbouwprojecten. Hiermee dient voor onderhavig plan voor wat betreft de aanlegfase een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Voor de aanlegfase kan onderscheid gemaakt worden in stikstofemissie als gevolg van een tweetal type bronnen namelijk: ➢ mobiele werktuigen op de bouwsite ➢ verkeersbewegingen van en naar de bouwsite. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren gehanteerd zoals opgenomen in figuur 4.2. Als uitgangspunt voor de berekening van de stikstofdepositie is gerekend met materieel dat kan voldoen aan STAGEklasse III B (materieel met een bouwjaar van 2011 of jonger), zoals bedoeld in het TNO-rapport 'EMMA' (kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML). Voor de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase wordt rekening gehouden met het transport (aan- en afvoer) van materialen en personen (bouwvakkers). De bouwfase zal ongeveer 12 maanden in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen nog niet bekend is, wordt gerekend met ‘worst-case’ aannames. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking geldt: ▪

Transport personeel: 2 ritten met licht verkeer per dag, gedurende 12 maanden, betreft 1.040 verkeersbewegingen (zowel aankomst als vertrek).

▪

Aanvoer materiaal: 2 ritten met middelzwaar verkeer per week, gedurende 12 maanden, betreft 208 verkeersbewegingen (zowel levering materiaal als ‘leeg’ terug).

▪

Afvoer materiaal: 20 ritten met zwaar verkeer voor afvoer sloopafval gedurende de sloopfase en bouwafval gedurende de bouwfase, betreft 40 ritten (zowel aan- als afvoer containers). Type werktuig Mobiele kraan Loader Minigraver Verreiker Betonpomp

Klasse Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. Q Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2012/01 Cat. M Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2011/01 Cat. L

Verbruik/dag (L) 100

n-dagen 15

Totale verbruik (L) 1.500

60

10

600

60

15

900

80

10

800

160

3

480

Totaal

4.280

Figuur 4.2: Stikstofemissie materieel aanlegfase. - 30 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’

Gemeente Meierijstad

Het verkeer rijdt over de Sluitappel en de Ds. Hoogeveenstraat, de lengte van de rijlijn bedraagt 488 meter. Wanneer het verkeer op de Oostelijke Randweg komt, is het uitgangspunt dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Op basis van de gegevens uit figuur 4.2 m.b.t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2021.2 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende onderbouwing. Gebruiksfase Voor wat betreft de gebruiksfase dient wel een stikstofberekening te worden uitgevoerd. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) afkomstig van het plangebied vinden in de gebruiksfase plaats door een tweetal type bronnen namelijk: ➢ verkeersbewegingen van en naar het plangebied; ➢ de stookinstallaties binnen het plangebied. Ten behoeve van het in beeld brengen van de stikstofdepositie voor de gebruiksfase dient uitgegaan te worden van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=62d62e09-a651-46a4-9f19-0a3be804c57a