Bijlage 1 Toelichting bp Hazelberg 5 Veghel
Tekst van het document
In de regels wordt per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd en welke gebruiksmogelijkheden er worden toegestaan. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan uit de volgende onderdelen: • anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. • algemene bouwregels: hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Ook is een regels opgenomen, die bepaalt dat ondergeschikte bouwdelen zoals erkers, entrees, plinten, overstekende daken, etc. buiten beschouwing worden gelaten bij de regels ten aanzien van het bouwen, voor zover de overschrijding van de bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt. • algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd.
Hoofdstuk 5
51
•
•
algemene aanduidingsregels: in dit artikel zijn regels gesteld ten aanzien van de maximale bouwhoogte voor bouwwerken vanwege de ligging binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. algemene afwijkingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van nietingrijpende gebruiks- en/of bouwactiviteiten, zoals kleine overschrijdingen van bouw- en bestemmingsgrenzen of bouwhoogten. Verder zijn mogelijkheden opgenomen om mantelzorg en een bed & breakfast bij de woning toe te staan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.
Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3 Bestemmingen In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen. Wonen Het plangebied is bestemd als ‘Wonen’. Deze gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis onder voorwaarden. Verder zijn bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke toegestaan. Ter plaatse van de ‘specifieke vorm van wonen – statische opslag’ is statische opslag toegestaan in bijbehorende bouwwerken tot een oppervlakte van maximaal 200 m2. Een groot deel van het bestemmingsvlak is tevens het bouwvlak, echter de gronden nabij de voorste perceelsgrenzen zijn niet als bouwvlak aangemerkt. Het nieuwe hoofdgebouw moet op de voorste bouwvlakgrens binnen het bouwvlak worden opgericht. Aan het oprichten van de woning zijn voorwaardelijke verplichtingen gekoppeld. Namelijk dat de landschappelijke inpassing volgens de opgestelde uitgangspunten in het landschappelijk inpassingsplan binnen twee jaar na aanvang van de bouwwerkzaamheden moet zijn gerealiseerd. Na realisatie dient deze inrichting in stand te worden gehouden. En dat de voormalige agrarische veestallen moeten zijn gesloopt voor aanvang van de bouw.
Bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat deze minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw en 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen moeten worden gebouwd. Waarde – Archeologie 4 Conform het vigerende bestemmingsplan is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen ter bescherming en behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden. Voor de bouw van bouwwerken van meer dan 10.000 m² omvang en met een diepte van 0,3 meter of meer, geldt
Hoofdstuk 5
52
een verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Dit geldt ook voor andere grondwerkzaamheden van ten minste een dergelijke omvang. Tevens geldt een omgevingsvergunningplicht in deze gevallen.
Hoofdstuk 5
53
6.
UITVOERBAARHEID
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van een particuliere initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente anterieure overeenkomst gesloten. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: • Vooroverleg; • Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Omgevingsdialoog In het kader van het principeverzoek in 2018 is er reeds een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. Inmiddels is het plan nader uitgewerkt en daarom is er opnieuw een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. Initiatiefnemers hebben hiertoe een brief opgesteld en deze samen met de schets van het landschappelijk inpassingsplan (figuur 2.4) op 27 december 2022 voorgelegd aan omwonenden. De bewoners van de Hazelberg 4, 4A, 6, 7, 8, 10 en 12 hebben de brief ontvangen. De omwonenden / buren zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de plannen en bij vragen en of opmerkingen contact op te nemen met de initiatiefnemers.
In bijlage 9 en 10 zijn zowel de brief aan omwonenden als de ontvangen reacties hierop opgenomen. De reacties zijn positief. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en
Hoofdstuk 6
54
waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd, waaronder het Waterschap en de provincie Noord-Brabant. Naar aanleiding van opmerkingen van de provincie is de berekening fysieke tegenprestatie wat aangepast. Het Waterschap Aa en Maas heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben bij de waterparagraaf: “In de waterparagraaf zijn de betrokken waterbelangen (hydrologisch neutraal ontwikkelen; de aanwezigheid van de b-watergang, en onze riooltransportleiding) juist omschreven.” 6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gekozen kan worden om geen inspraak toe te passen, dit omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden.
6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Tijdens deze periode is er één zienswijze ingediend door de provincie Noord-Brabant. In deze zienswijze geeft de provincie aan dat de provincie kan instemmen maar dat de benodigde bouwrechten/certificaten voor de ontwikkeling nog niet zijn aangekocht bij de Ontwikkelmaatschappij. Inmiddels is het niet meer mogelijk om een certificaat aan te kopen bij de Ontwikkelmaatschappij omdat de Ruimte voor Ruimte-regeling is komen te vervallen. Het toevoegen van een woning kan wel nog worden gebaseerd op de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit, hierbij bestaat de mogelijkheid om een bijdrage te storten in een gemeentelijk landschapsfonds. Met onderhavige ontwikkeling wordt er naast het leveren van tegenprestaties in de omgevingskwaliteit ook een bijdrage gedaan aan het gemeentelijk fonds ‘Verbetering Kwaliteit Buitengebied’, zie hiervoor paragraaf 2.3. Hiermee is het plan volledig in overeenstemming gebracht met artikel 3.78 van de IOV (inmiddels opgenomen in artikel 5.14 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant).
Hoofdstuk 6
55
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 3: Vervolgonderzoek huismus Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Geuronderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek Bijlage 7: Advies veiligheidsregio Bijlage 8: Stikstofonderzoek Bijlage 9: Brief Omgevingsdialoog Bijlage 10: Omgevingsdialoog Bijlage 11: Rekenmodule Beleidsregel
Hoofdstuk 6
56
Regels
Bestemmingsplan
Buitengebied Veghel, Herziening Hazelberg 5
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres
Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Regels Betreffende
Buitengebied Veghel, Herziening Hazelberg 5
Planstatus
ontwerp
Projectnummer
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Datum
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3
Wonen
13
Artikel 4
Waarde - Archeologie 4
17
Hoofdstuk 3
Algemene regels
19
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
19
Artikel 6
Algemene bouw regels
20
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
21
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
23
Artikel 9
Algemene afw ijkingsregels
24
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
26
Artikel 10
Overgangsrecht
26
Artikel 11
Slotregel
27
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 3 van 27
Datum:3-10-2025
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 4 van 27
Datum:3-10-2025
Regels
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 5 van 27
Datum:3-10-2025
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan Het bestemmingsplan Buitengebied Veghel, Herziening Hazelberg 5 met identificatienummer NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01 van de gemeente Meierijstad. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Afhankelijke woonruimte Een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die (bedrijfs)woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht. 1.6 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden. 1.7 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 Bebouwingscluster Vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten de bebouwde kom; 1.9 Bebouwingsconcentratie Een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster.
1.10 Bed & breakfast Een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.11 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 6 van 27
Datum:3-10-2025
1.12 Begane grond De bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau. 1.13 Beroep of bedrijf aan huis Het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.14 Bestaand t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen, dan wel gebouwd mag worden krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen. 1.15 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.16 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.17 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door
zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 7 van 27
Datum:3-10-2025
1.18 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een dakterras, onderbouw en zolder. 1.20 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21 Bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.22 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.23 Bouwvlakgrens De grens van een bouwvlak. 1.24 Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 Dak Elke bovenbeëindiging van een gebouw. 1.26 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.27 Entree Een bouwwerk ten behoeve van de toegang tot een gebouw.
1.28 Erker Een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag. 1.29 Extensieve dagrecreatie Vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch en/of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 8 van 27
Datum:3-10-2025
1.30 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31 Hobbymatig houden van dieren Het houden van enkele dieren voor educatieve of recreatieve doeleinden of als liefhebberij, zonder winstoogmerk. 1.32 Hoofdgebouw Een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.33 Huishouden Een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'.
1.34 Huisvesting in verband met mantelzorg Huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.35 Landschappelijke inpassing Het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap. 1.36 Mantelzorg Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.37 Ondergronds bouwwerk Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 9 van 27
Datum:3-10-2025
1.38 Overkapping / carport Een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.39 Parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen Elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op méér dan twee wielen. 1.40 Parkeren Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. 1.41 Peil voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil 1.42 Perceel Kadastraal perceel.
1.43 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.44 Statische (binnen)opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen. 1.45 Twee-aaneen gebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee-aaneen gebouwde woningen, waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden. 1.46 Werk Grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk. 1.47 Werken Alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 10 van 27
Datum:3-10-2025
1.48 Woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.49 Woonruimte Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. 1.50 Zelfstandige woonruimte Woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. 1.51 Zolder Bovenste verdieping onder het dak van een gebouw voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen en die geen zelfstandige woonruimte vormt.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 11 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
2.8 De breedte, lengte, diepte van een bouwwerk Afstand tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of het de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 12 van 27
Datum:3-10-2025
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, comform de definitie 'woning'; b. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; c. de volgende, aan de woonfunctie ondergeschikte activiteit: 1. statische binnenopslag met een maximum van 200 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – statische opslag'; d. het hobbymatig houden van dieren; met de daarbijbehorende: e. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. wegen, paden en verkeersvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. tuinen, erven en terreinen; j. voorzieningen van algemeen nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. een woning dient binnen het bouwvlak opgericht te worden; b. de voorgevel van de woning dient te worden gebouwd op de op de verbeelding aangegeven 'gevellijn' danwel het verlengde daarvan; c. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; d. Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de woning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. 3.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen; a. de inhoud van één woning mag niet meer bedragen dan 750 m³. Indien de bestaande inhoud van de woning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter; d. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; e. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; f. in afwijking van het bepaalde onder a.
geldt voor woningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een (woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 13 van 27
Datum:3-10-2025
g. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag bij: 1. vrijstaande woningen aan beide zijden niet minder bedragen dan 5 m. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwvlak of binnen het bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per woning bedraagt maximaal 150 m2; c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'statische opslag' tevens een bijgebouw ten behoeve van statische binnenopslag met een maximum van 200 m2 is toegestaan; d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m. Indien de bestaande goothoogte reeds groter is, geldt deze als maximum goothoogte. e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m. Indien de bestaande bouwhoogte reeds groter is, geldt deze als maximum bouwhoogte. f. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b.
de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een woning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². 3. de afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m. f. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Herbouw van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak of bouwperceel;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 14 van 27
Datum:3-10-2025
b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand (twee-aaneen) of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen; h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering en situering van de woning sluit aan op het bepaalde in lid 3.2.2; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 3.3.2 Woningsplitsing Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 3.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor een toename van het bestaande aantal woningen, ten behoeve van de splitsing van de voormalige boerderij in maximaal twee woningen, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
splitsing is uitsluitend toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarden hebben, al dan niet aangeduid in een bestemmingsplan; b. er dient met behulp van een bouwhistorisch onderzoek aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden; hiervoor wordt advies gevraagd een deskundigen, zoals de Monumentencommissie; c. het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast; d. de bouwmassa van de voormalige agrarische bedrijfswoning dient een inhoud te hebben van ten minste 900 m³; e. de woningen dienen (na de splitsing) een inhoud te hebben van minimaal 450 m3 per woning; f. de bestaande bebouwde oppervlakte van de woonboerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; g. er wordt een bouwperceel op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; h. 3.2.3 is hier van toepassing voor het toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning; i. voor de overmaat aan bebouwing geldt dat deze moet worden gesloopt. De generieke sloop-bonus regeling voor vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) is hier van toepassing; j.
aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten, flora en fauna, externe veiligheid, water en archeologie; k. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; l. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 15 van 27
Datum:3-10-2025
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h.
het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan. 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Wonen is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen maximaal 12 maanden na oplevering van de vrijstaande woning is aangelegd en aldus in stand wordt gehouden conform het als bijlage 1 aan de regels toegevoegde landschappelijke inpassingsplan.
3.4.3 Voorwaardelijke verplichting sloop De voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen zoals opgenomen in de als bijlage 2 aan de regels toegevoegde tekening Te slopen voormalige (agrarisch) bedrijfsgebouwen dienen te zijn gesloopt voorafgaand aan de bouw van de vrijstaande woning.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 16 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 4
Waarde - Archeologie 4
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. 4.2 Bouwregels Op of in de in lid 4.1 genoemde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemming(en) van deze gronden, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bouwwerk tot maximaal 10.000 m² of de uitbreiding van een bestaand bouwwerk tot maximaal 10.000 m²; c. de bouw van een bouwwerk, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 voor het bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b.
er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er is door technische maatregelen of een archeologische opgraving gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 4.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; d. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 17 van 27
Datum:3-10-2025
h. het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; i. het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand. 4.4.2 Uitzonderingen Het in 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte hebben die niet meer bedraagt dan 10.000 m²; c. een diepte hebben die niet meer bedraagt dan 0,3 meter; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 4.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er door technische maatregelen of een archeologische opgraving is gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat te plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat bescherming en veiligstelling van archeologische waarden niet meer noodzakelijk is.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 18 van 27
Datum:3-10-2025
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 19 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, erkers, entrees, stoeptreden, dorpels, dakkapellen, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt. 6.2
Ondergronds bouwen
6.2.1 Algemeen Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. de ondergrondse bouwdiepte bedraagt niet meer dan 4 meter onder peil. 6.2.3 Afwijken ten behoeve van ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 6.3 Bestaande maten Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer of minder bedragen dan in dit plan zijn voorgeschreven, ter plaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar worden geacht; b.
de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in dit plan is bepaald, mogen worden vergroot of verhoogd tot de in het plan opgenomen maten; c. bij herbouw het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats (op de bestaande fundamenten) geschiedt; d. op een bouwwerk als bedoeld onder c, het overgangsrecht niet van toepassing is.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 20 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca; e. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie.
7.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een gebouw of bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. b. Voor de sub a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 7.3 Afwijkingsbevoegdheid parkeren Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte wordt voorzien op een andere wijze, of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en; 1.
er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; 2. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm. 7.4 Beroep aan huis Binnen de bestemmingen is een beroep aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 21 van 27
Datum:3-10-2025
a. het beroep aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep aan huis in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is; c. maximaal 40% van het brutovloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; d. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; e. het parkeren ten behoeve van het beroep aan huis vindt plaats binnen het bestemmingsvlak of (indien voorkomend) het bouwvlak.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 22 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1 Vrijwaringszone - radar De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 23 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen, niet zijnde de bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5 meter; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; e.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen wordt vergroot, mits: 1. de oppervlakte van de verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt. f. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor voorzieningen van algemeen nut, zoals telefooncellen, transformatorhuisjes, onderhoudsgebouwtjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere oppervlakte hebben dan 20 m² en geen grotere hoogte hebben dan 3 meter. 9.2 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.1, sub d voor het toestaan van bed & breakfast, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bed & breakfast vindt plaats in de (bedrijfs)woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen; b. de bed & breakfast ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die de bed & breakfast in de (bedrijfs)woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is; c.
maximaal 40% van het brutovloeroppervlak van de (bedrijfs)woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen is in gebruik ten behoeve van de bed & breakfast, met een absoluut maximum van 200 m²; d. de bed & breakfast leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); e. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; f. het parkeren ten behoeve van de bed & breakfast vindt plaats binnen het bestemmingsvlak of (waar voorkomend) het bouwvlak.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 24 van 27
Datum:3-10-2025
9.3 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.1, sub e voor het gebruik van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande, dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg, hetgeen aangetoond dient te worden door een verklaring van een onafhankelijke ter zake deskundige commissie/instantie; b. op het perceel een (bedrijfs)woning aanwezig dient te zijn; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. alle ruimten dienen te voldoen aan de geldende eisen van het bouwbesluit en bouwverordening; f. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; g. het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) aantoonbaar onredelijk bezwarend is; h.
ten behoeve van de inwoning geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen mag worden aangelegd. Er dient gebruik gemaakt te worden van de bestaande aansluiting; i. maximaal 80 m² van hoofdgebouw en/of bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning; j. geen eigen in-/uitrit mag worden aangelegd voor de afhankelijke woonruimte; k. een vrijstaand bijgebouw dat gebruikt wordt voor inwoning op niet meer dan 50 meter van de (bedrijfs)woning is gelegen; l. er op basis van een akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder; m. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; n. indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, de houder van de omgevingsvergunning Burgemeester en Wethouders daarvan binnen drie maanden schriftelijk in kennis stelt. Burgemeester en wethouders trekken de omgevingsvergunning in indien vorenbedoelde noodzaak niet meer bestaat.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 25 van 27
Datum:3-10-2025
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 26 van 27
Datum:3-10-2025
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, Herziening Hazelberg 5'.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 27 van 27
Datum:3-10-2025
Bijlagen bij regels
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 5 van 24
Datum:3-10-2025
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 6 van 24
Datum:3-10-2025
Landschappelijke inpassing Hazelberg 5, Veghel
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing Hazelberg 5, Veghel datum 15 mei 2025 projectnummer P00990 opdrachtgever particulier BRO projectleider RT projectteam AR RT bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Inpassingsplan
9
1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Kenschets (historisch) landschap 1.4 Huidige situatie
2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Kwaliteitsbijdrage 2.3 Beplantingsindicatie
4 4 6 8
10 10 10
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
Aan de Hazelberg 5 te Veghel, gemeente Meierijstad, is een langgevelboerderij met bijgebouwen en voormalige agrarische veestallen aanwezig. Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plaatse van de bestaande stallen een nieuwe vrijstaande woning te ontwikkeling. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de planlocatie momenteel bestemd als ‘Wonen’. Ter plaatse is één wooneenheid toegestaan. Het realiseren van 1 nieuwe woning naast de bestaande is derhalve niet toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad heeft op 2 maart 2021 besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het wijzigen van de bestemming en het toevoegen van een nieuwe woning op deze locatie. Bij de planwijziging dient o.a. te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren.
1.2
Kaders en uitgangspunten
Het inpassingsplan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Plangebied Het plangebied betreft een perceel aan de Hazelberg 5, kadastraal bekend als: gemeente Meierijstad, sectie L, nr. 4140. De locatie ligt in het buurtschap Hazelberg, een cluster van lintbebouwing aan de Hazelberg, dat zich uitstrekt tot over de Vorstenbosscheweg en aansluit op buurtschap ‘t Ven. Het plangebied is een voormalige agrarische bedrijfslocatie, maar is de afgelopen jaren in gebruik geweest voor beachsoccer/ volleybalactiviteiten en als caravanstalling. Het perceel heeft een oppervlak van ca.15.882 m2.
Planvoornemen Het voornemen is het huidige gebruik gedeeltelijk te beëindigen, de stallen te slopen en op de locatie een prettig woonmilieu te creëren. Ter plaatse wordt ca. 1600m2 aan stallen gesloopt, waar een vrijstaande woning voor terugkomt. Op de meest westelijk gelegen stal liggen daarnaast nog asbestplaten van 1.063 m2. De nieuwbouw heeft net als de bestaande woning een landelijke uitstraling met een langskap. Aan zijde van de woning is het ruimte voor een bijgebouw. Achter de bestaande woonboerderij is een bijgebouw aanwezig dat is opgesplitst in een gedeelte dat gebruik wordt ten behoeve van statische opslag van caravans (194 m2) en een gedeelte dat wordt gebruikt als bijgebouw bij de woning (68 m2), waarin o.a. werktuigen staan opgeslagen ten behoeve van het onderhouden van de tuin en het achterliggende agrarische perceel met vijvers.
Perceel huidig
Plangebied nieuwe woning
Onderhavig advies geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
Figuur 1: Ligging plangebied
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
4
Bestemmingsplan In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied zijn de gronden deels bestemd als ‘Wonen’ (6.750 m²). Volgens het vigerende bestemmingplan is ter plaatse één woning toegestaan. Het oprichten van een nieuwe vrijstaande woning is echter niet mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Op het achterperceel rust de bestemming ‘Agrarisch’. Verder ligt er een rioolleiding dubbelbestemming ‘Leiding-Riool’) en kennen de gronden de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie – 4’. Een klein gedeelte van de locatie (perceel 1070) ligt op grondgebied van de gemeente Bernheze. Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch – Landbouwontwikkelingsgebied’.
De structuurvisie Veghel bevat de visie op het ruimteiljk beleid voor de periode tot 2030. De visie is op verschillende thema’s verder uitgewerkt, zo ook voor het thema wonen. In figuur 3 is een uitsnede te zien van de visiekaart wonen, waarop bebouwingsconcentraties in het buitengebied zijn opgenomen. Als gevolg van de al aanwezige bebouwingsdichtheid en functiemenging is de ontwikkelingsbehoefte in deze zones groter dan in de overige delen van het buitengebied. Ook de beleidsruimte voor verandering is daarom groter. Echter moet de ruimtelijke karakteristiek worden versterkt door o.a. realisatie of behoud van groen, belangrijke zichten en waardevolle open ruimten. Binnen de bebouwingsconcentraties verruimde mogelijkheden voor woningbouw aanwezig. Verder zijn hier veranderingen mogelijk in het gebruiksoppervlak en de functie van bestaande bebouwing. Daarnaast kunnen gebouwen en functies worden toegevoegd. Uitgangspunt en belangrijke randvoorwaarde bij het toestaan van deze verruimde mogelijkheden is echter altijd, dat deze gepaard moeten gaan met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Agrarisch landschap noordflank Veghel In het noorden van de gemeente ligt eveneens een agrarisch landschap. Het maakt deel uit van een veel groter agrarisch gebied rond Vorstenbosch en Heeswijk-Dinther.