CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Toelichting bp Bolst Noord Erp

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Bolst Noord’ en vaststelling beeldkwaliteitsplan 'Bolst Noord' Erp21.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Bolst Noord

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Toelichting Betreffende

Bolst Noord

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Datum

3 juli 2025

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Plangebied

6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

7

1.4

Beeldkw aliteitsplan

8

1.5

Leesw ijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

10

2.1

Analyse van het gebied

10

2.2

Ruimtelijke structuren

11

2.3

Geplande ontw ikkeling

12

2.4

Plansystematiek

13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

19

3.3

Regionaal beleid

25

3.4

Gemeentelijk beleid

26

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

34

4.1

Vormvrije m.e.r - beoordeling

34

4.2

Wegverkeerslaw aai

34

4.3

Luchtkw aliteit

36

4.4

Externe veiligheid

37

4.5

Railverkeerslaw aai

40

4.6

Bedrijven en milieuzonering

40

4.7

Geurhinder

42

4.8

Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen

43

4.9

Flora en fauna

44

4.10

Stikstofdepositie

46

4.11

Bodem

47

4.12

Waterparagraaf

48

4.13

Archeologie en cultuurhistorie

51

4.14

Parkeren en verkeer

56

4.15

Overige belemmeringen

58

Hoofdstuk 5

Procedure

60

5.1

Inleiding

60

5.2

Plansystematiek

60

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 3 van 66

Datum:22 mei 2025

5.3

Toelichting op de bestemmingen

62

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

64

6.1

Economische uitvoerbaarheid

64

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

6.3

Vooroverleg

64

6.4

Inspraak

64

6.5

Vaststellingsprocedure

65

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 4 van 66

Datum:22 mei 2025

Toelichting

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 5 van 66

Datum:22 mei 2025

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het noorden van de kern Erp ligt de Bolst, deze woonwijk is sinds 2007 in ontwikkeling. Een deel van de Bolst heeft echter nog een agrarische bestemming. Om in de woningbehoefte van Erp te voorzien wordt deze bestemming gewijzigd van 'agrarisch' naar 'wonen'. In de Structuurvisie Erp is onderhavige locatie aangemerkt als woningbouwlocatie. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan 'Kom Erp, herziening Bolst' vastgesteld op 11 oktober 2018. Waarin het plangebied bestemd is als 'Agrarisch'. Met een partiële herziening van het bestemmingsplan wordt de bestemming van het plangebied gewijzigd. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het plangebied. In dit plan wordt onderbouwd dat de woningbouwplannen haalbaar zijn en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van de kern Erp in de gemeente Meierijstad. Het betreft het noordoostelijke deel van 'de Bolst'. Kadastraal bekend als ERP00R1662. Dit perceel is in eigendom van de gemeente Meierijstad en heeft een totale oppervlakte van 113883 m2. Een deel van dit perceel zal worden meegenomen in deze partiele herziening van het bestemmingsplan Kom Erp, Bolst noord. Het overige deel heeft bij eerder herzieningen al een woonbestemming gekregen. In het noordwesten van het plangebied staan op dit moment 20 tijdelijke woningen. Deze woningen zijn eigendom van woningbouwcooperatie Area en met een tijdelijke vergunning voor een periode van 10 jaar vergund. Deze vergunning is verleend op 7 september 2024. Het plangebied ligt in de hoek van de Voorbolst en Oudveld en grenst in het noorden en oosten aan het Oudveld. Ten zuiden en ten westen zal het plangebied worden aangesloten op de Achterbolst en de Wilbert Kerkhofstraat. De ligging en globale begrenzing van het plangebied is weergegeven op afbeelding 1.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 6 van 66

Datum:22 mei 2025

Afbeelding 1 Plangebied. 1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied is het bestemmingplan 'Kom Erp, herziening Bolst' het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 10 november 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad. Voor het plangebied geldt de Enkelbestemming 'Agrarisch' en in het oosten is de functieaanduiding 'ontsluiting uitgesloten' opgenomen. Ten noorden van het plangebied liggen de woningen aan Oudveld 2, 2A,4 en 6. Deze woningen hebben al een woonbestemming en maken geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure. De percelen met de Enkelbestemming 'Agrarisch' zijn bedoeld voor agrarische grondgebruik. Binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch' zijn geen bouwvlakken opgenomen waardoor woningbouw niet is toegestaan. Dit voorliggend bestemmingsplan stelt nieuwe planologische-juridische kaders voor het plangebied. Een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan is weergegeven op afbeelding 2.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 7 van 66

Datum:22 mei 2025

Afbeelding 2 Huidige Bestemming.

1.4

Beeldkwaliteitsplan

Naast het bestemmingsplan geldt voor het plangebied een gebiedsgericht beeldkwaliteitsplan. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor het onderdeel welstand en beeldkwaliteit. Daar waar in het bestemmingsplan ruimtelijk relevante zaken zijn geregeld, zoals het gebruik van gronden, maximale goot- en bouwhoogte en situering van bebouwing, zijn in het beeldkwaliteitsplan kaders gesteld voor het gewenste kwalitatieve beeld. Het gaat hierbij om kaders en randvoorwaarden op het gebied van: vormgeving, gevelindeling en architectuur; materialisering en detaillering; inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 1 bij de plantoelichting opgenomen en zal als onderdeel van de gemeentelijke welstandsnota worden vastgesteld. 1.5 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit 6 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk dient als inleiding van het plan en het plangebied. In het tweede hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de beoogde ontwikkeling. In derde en vierde hoofdstuk komen respectievelijk het vigerende beleid en de omgevingsaspecten aan bod. De laatste twee hoofdstukken gaan over de juridische opzet en de uitvoerbaarheid van het plan.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 8 van 66

Datum:22 mei 2025

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 9 van 66

Datum:22 mei 2025

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Analyse van het gebied

Erp is ontstaan op de hoger gelegen oerwallen langs rivier de Aa. Aan de rand van de hoger gelegen dekzandrug is rondom Erp een krans van gehuchten ontstaan. Uiteindelijk groeide deze losse bebouwingsclusters uit tot een dorp. Grote delen van het gebied rondom Erp waren tot circa 1900 niet ontgonnen. Deze woeste gronden waren vaak begroeid met heide. Op de hoger gelegen gronden werden eeuwenlang heideplaggen en mest opgebracht.Hierdoor zijn deze gronden hoger in het landschap komen te liggen en is op deze akkers een humeuze eerdlaag ontstaan, de zogenaamde enkeerdgronden. Aan de rand van de oude akkers liggen de bebouwingsconcentraties, zoals te zien op afbeelding 3. De voormalig heidevelden in de omgeving van Erp zijn vooral in de 18e, 19e en 20e eeuw ontgonnen. Na de introductie van kunstmest is de ontginning van woeste gronden grootschaliger aangepakt. Naast het bestaande, oude wegen- en verkavelingspatroon ontstond daardoor een geheel nieuwe planmatig wegen- en verkavelingspatroon. De bebouwing bestond halverwege de 20e eeuw nog hoofdzakelijk uit lintbebouwing. Vanaf de jaren '50 werd de agrarische ruimte tussen deze linten opgevuld met kleinschalige woonwijken, waaronder de Oranjewijk. Vanaf eind jaren '80 heeft Erp zich hoofdzakelijk in (zuid)westelijke richting uitgebreid, richting Veghel.

Nadat de Vlaskamp was uitontwikkeld, is in 2007 gestart met de ontwikkeling van De Bolst ten noorden van de kern. Aan de ontwikkeling van De Bolst ligt een stedenbouwkundig plan ten grondslag.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 10 van 66

Datum:22 mei 2025

Afbeelding 3 Bodemkaart Erp.

2.2

Ruimtelijke structuren

Verkeersstructuur Het plangebied wordt begrensd door het Oudveld en de Voorbolst. Waarbij de Voorbolst een belangrijk ontsluitingsweg is voor het plangebied. Zowel het gerealiseerde deel, als het nog te ontwikkelen deel van De Bolst worden via de Achterbolst en Horstakker ontsloten op de Voorbolst; de primaire ontsluitingsweg voor het nieuwe woongebied. Ten oosten van het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan de functieaanduiding 'ontsluiting uitgesloten' opgenomen. Deze aanduiding zal woren gehandhaafd waarmee ontsluiting vanuit het plangebied richting het Oudveld -voor gemtoriseerd verkeer- niet mogelijk is. Bebouwingsstructuur De woonbebouwing aan het Oudveld en de Voorbolst bestaat uit relatief kleinschalige bouwvolumes, waarbij vrijstaande woningen en langgevelboerderijen elkaar afwisselen. Het zijn karakteristieke bebouwingslinten met een overwegend agrarisch karakter. De bebouwing is divers en bestaat uit een of twee lagen met kap. Het plangebied ligt achter de bebouwing aan de Voorbolst en Oudveld. Aan het Oudveld wordt de bebouwing afgewisseld door agrarische percelen. Het plangebied ligt als het ware achter de bebouwing aan het Oudveld/Voorbolst. De Bolst Achter de lintbebouwing aan de Voorbolst wordt de Bolst planmatig ontwikkeld.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 11 van 66

Datum:22 mei 2025

De nieuwe bebouwing bestaat voornamelijk uit korte rijen aaneen gebouwde woningen, afgewisseld met vrijstaande en twee-aaneengebouwde. De bebouwing is eenduidig vormgegeven en bestaat overwegend uit twee lagen met een kap. Uitzondering hierop vormen de woningen aan de Anky van Grunsvenstraat, die de overgang naar het agrarisch lint markeren. Deze woningen zijn gebouwd in één laag met kap. De ruimtelijke structuur van de Bolst is op onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 4 Ruimtelijke structuur de Bolst.

2.3

Geplande ontwikkeling

Het nieuwe woongebied zal worden ontwikkeld achter de bestaande bebouwing aan de Voorbolst/Oudveld. Het woningbouwplan zal worden ingepast in de aanwezige stedenbouwkundige, landschappelijke en cultuurhistorische structuren en sluit daarmee goed aan op het bestaande bebouwingsbeeld van de Bolst. De ontsluiting van het gebied vindt plaats op zowel Oudveld als via de Wilbert Kerkhofstraat richting de Voorbolst. Woongebied Met dit bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd van 'agrarisch' naar 'woongebied'. Binnen de kaders van dit nieuwe bestemmingsplan worden maximaal 80 woningen toegestaan. Het woningbouwprogramma wordt hieronder toegelicht.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 12 van 66

Datum:22 mei 2025

Afbeelding 5 Concept indeling de Bolst Noord. Programma Wat betreft de woningtypologie en het woningbouwprogramma wordt uitgegaan van een gemengd woonprogramma zoals vastgelegd in de Woonvisie Meierijstad. De Woonvisie is gebaseerd op de woonbehoefte in de kleine kernen. Hierbij zal onderstaande onderverdeling worden aangehouden: minimaal 30% sociale huur; 15% huur (vrije sector); 10% goedkope koop (tot € 283.500,- VON, prijspeil 2025); 25% middeldure koop (tussen € 285.001 tot € 405.000,- VON, prijspeil 2025); 20% dure koop (vanaf € 405.001,- VON, prijspeil 2025); Er worden alleen grondgebonden woningen mogelijk gemaakt: vrijstaande woningen, twee onder een kap woningen en rij- en hoekwoningen.

2.4

Plansystematiek

Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan er uit verschillende plansystematieken gekozen worden. Afhankelijk van de aard van het plangebied, de ontwikkelingen binnen het plangebied en het daarmee samenhangende ruimtelijk beleid wordt de keuze voor een bepaalde systematiek gemaakt. Er zijn op hoofdlijnen twee planvormen te onderscheiden, te weten: een globaal (flexibel) plan en een gedetailleerd plan. Flexibel bestemmingsplan Voor het nog te ontwikkelen woongebied is gekozen voor een meer globale en flexibele wijze van bestemmen. Omdat de ontwikkeling van De Bolst noord over een langere tijdsperiode plaatsvindt,

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 13 van 66

Datum:22 mei 2025

is het gewenst om het bestemmingsplan een flexibel kader te laten zijn. Om die reden is gekozen voor een globale eindbestemming “Woongebied” met de functieaanduing 'Ontsluiting uitgesloten' ten oosten van het plangebied. Binnen deze bestemming is een woonwijk toegestaan, inclusief alle bijbehorende voorzieningen. Beeldk waliteitsvisie De Bolst is voorzien van een ruime bestemming 'Woongebied'. Deze bestemming laat de bouw van woningen toe, zonder daarbij de situering van de toekomstige woningen, tuinen en openbare ruimte gedetailleerd vast te leggen. Ondanks de flexibiliteit die het bestemmingsplan kent ten aanzien van de definitieve invulling en verkaveling wordt de gewenste stedenbouwkundige verschijningsvorm en beeldkwaliteit niet vrij gelaten. Deze is verankerd in de beeldkwaliteitvisie, die als bijlage 1 bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Overige aanduidingen Naast de enkelbestemming 'Woongebied' is de functieaanduiding 'Ontsluiting uitgesloten openomen. Het is hiermee niet mogelijk gemotoriseerd verkeer te ontsluiting op het oosten van het plangebied richting het Oudveld. Het is echter wel mogelijk om hier een fietsverbinding te realiseren binnen de kader van onderhavig bestemmingsplan.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 14 van 66

Datum:22 mei 2025

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, inwerking getreden op 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelalniet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren,gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'.Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar.Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 15 van 66

Datum:22 mei 2025

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke 'nationale belangen genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename aan sociale huurwoningen en appartementen t.o.v. het vigerende bestemmingsplan, daarmee sluit de ontwikkeling aan op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan er 600.000 woningen betaalbaar moeten zijn.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits',een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel,

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 16 van 66

Datum:22 mei 2025

woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een ontwikkeling van maximaal 11 woningen niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het in onderhavig plan gaat om een uitbreiding van maximaal 80 woningen gaat het hier om een stedelijke ontwikkeling. Gelet op hetgeen is verwoord in de voorgaande alinea is het noodzakelijk om de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen.

Hiertoe is een behoefteonderbouwing opgenomen in onderstaande alinea’s. Verzorgingsgebied De beoogde uitbreiding van Erp omvat maximaal 80 woningen. De doelgroepen voor de woningen zijn voornamelijk starters, senioren en gezinnen. Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor wordt gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om de gemeente Meierijstad als primair verzorgingsgebied. Binnen deze gemeente vinden 67% van alle verhuisbewegingen plaats. Daarnaast wordt de regio ’s-Hertogenbosch en Uden-Veghel samen als secundair verzorgingsgebied beschouwd. In deze regio’s vinden nog eens 20% van de verhuisbewegingen plaats. Deze afbakening sluit aan bij de regionale woningmarktgebieden zoals gedefinieerd in de Brabantse Agenda Wonen. Tezamen behelzen het primaire en het secundaire verzorgingsgebied 87% van alle verhuizingen. Kwantitatieve behoefte De gemeente Meierijstad monitort jaarlijks de ontwikkelingen en stelt het woonbeleid bij. Op 2 juni 2020 is de gemeenteraad van Meierijstad middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de woningbouwprogrammering. Hierbij is gekeken naar wat er is gerealiseerd en er wordt een prognose gegeven voor de periode 2020 t/m 2029.

Uit onderstaande tabel is af te lezen dat er in kwanittatief opzicht een woningbehoefte is van 179 woningen in de kern Erp. De totale kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Meierijstad komt neer op 3.940 woningen. Verder geldt dat er per 1-1-2020 een behoefte is van 142 woningen (oorspronkelijke behoefte van 179 min het aantal gerealiseerde woningen in 2018 (13) en het aantal gerealiseerde woningen in 2019 (24)). Het totaal aantal woningen in plannen (harde en zachte plancapaciteit) voor de periode 2020-2024 bedraagt 64 woningen en voor 2025-2029 199 woningen. Het totaal aantal gerealiseerde en geplande woningen in Erp bedraagt daarmee 300 woningen.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 17 van 66

Datum:22 mei 2025

Afbeelding 6 Woningbouwbehoefte. Kwalitatieve behoefte Provincie, samenwerkende gemeente en gemeente Meierijstad zetten in op een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woonmilieus en woningen. Daarbij wordt met name ingezet op een kwaliteitsverbetering aansluitend op het bestaande aanbod en de (toekomstige) behoefte en het versterken van de woonkwaliteiten en milieus. Het gaat daarbij om het creëren van specifieke woonkwaliteiten en een divers woningaanbod dat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. Als we kijken naar de behoefte van de regio, gemeente en Erp dan wordt er met dit initiatief grotendeels aangesloten op een kwalitatieve behoefte. Zo is binnen de gemeente Meierijstad een behoefte aan goedkope/ sociale en betaalbare/ middeldure woningen om in de toekomstige vraag te kunnen voorzien, de doorstroming van de woningmarkt te bevorderen en in woningvoorraad te completeren. De gemeentelijke Woonvisie schrijft zelfs voor dat minimaal 25% dient te bestaan uit sociale huurwoningen. Op basis van de huidige gegevens wordt in het plan voorzien in 25% sociale huurwoningen, waardoor wordt voldaan de eis van de Woonvisie. De overige woningen worden verdeeld tussen middeldure huurwoningen, goedkope tot dure koopwoningen waarbij ook specifiek aandacht is besteed voor seniorenwoningen.

Gelet op de toekomstige vraag en het (flexibele en) gevarieerde woningbouwprogramma wordt er voorzien in de kwalitatieve behoefte, die in zowel de regiovisie (regionaal perspectief wonen) als de Woonvisie van de gemeente wordt onderschreven Stedelijk gebied Het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel de planlocatie niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt, is de locatie aansluitend op bestaande stedelijke functies wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt. Geen onaanvaardbare effecten Erp is een kleine kern van de gemeente Meierijstad. Met de toevoeging van maximaal 80 woningen neemt ook het aantal inwoners toe. Deze nieuwe inwoners zullen gebruik maken van de voorzieningen in Erp, maar ook van die in Veghel. Daarmee dragen ze bij aan het behoud en misschien zelfs uitbouw van het voorzieningenaanbod, het verenigingsleven en de leefbaarheid in

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 18 van 66

Datum:22 mei 2025

het dorp. Verwacht mag tevens worden dat de een deel van de nieuwe bewoners mobiel zullen zijn en veel huishoudens zullen over een of twee auto’s beschikken. Daarmee zullen ook de verkeersbewegingen in het dorp toenemen, maar het aantal is dusdanig beperkt dat dit geen sprake zal zijn van een negatieve impact op de leefbaarheid gezien de goede ontsluiting van het plan. Conclusie De ontwikkeling speelt in op een actuele behoefte in de gemeente Meierijstad en sluit zo goed als mogelijk aan op bestaand stedelijk gebied. De huidige planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen van de ladder voor duurzame ontwikkeling om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een ongewenste leegstand te voorkomen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord Brabant

Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de opgestelde ambities. De ontwikkeling moet wel in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze aspecten en waarom de aspecten geen belemmering vormen voor de ontwikkeling. Het voorgenomen plan is daarom niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.2.2

Interim Omgevingsverordering Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in augustus 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 19 van 66

Datum:22 mei 2025

in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar. ’Daarnaast geldt voor het plangebied de aanduiding ‘boringsvrije zone’. Artikel boringsvrije zone .3.1 Boringsvrije zones liggen als een schil rond de waterwingebieden. Bij een boringsvrije zone wordt het water gewonnen uit een dieper pakket, dat wordt afgesloten door een kleilaag. Boringsvrije zones zijn daarom minder kwetsbaar dan grondwaterbeschermingsgebieden. De vaststelling van de zonegrens wordt bepaald door de horizontale reistijd van 25 jaar in het watervoerend pakket waaruit onttrokken wordt. Artikel boringsvrije zone .3.2 De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant bevat instructieregels voor bestemmingsplannen van gemeenten. Een van die instructieregels is dat het bestemmingsplan voor een boringsvrije zone mede moet zorgen voor behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Hieraan geeft de gemeente invulling door middel van een aanlegvergunningenstelsel voor activiteiten in de bodem op een diepte van meer dan 10 meter.

De vergunning voor boringen of andere grondwerkzaamheden kan worden verleend als boringen of grondwerkzaamheden dieper dan 10 meter beneden maaiveld gaan, maar de beschermende kleilaag niet doorboren. Dit kan het bevoegd gezag nagaan door in de kaartbank van de provincie Noord-Brabant in de map 'Water in de Interim Omgevingsverordening' de kaartlaag Boordiepte Boringsvrijezone (de laatste kaartlaag in de map Water Algemeen) te raadplegen. Deze kaart gebruikt de provincie ook om te bepalen of boringen meldingsplichtig zijn op grond van de IOV. Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening opgenomen als 'Landelijk gebied' met de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar'. De voorwaarden die in artikel 3.43 worden genoemd zijn: binnen Stedelijk Gebied is er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed behoort iet tot de mogelijkheden; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaalsamenwerken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met deomgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Artikel 3.46 verkeersdoeleinden Lid 1.

Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of Provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Lid 2. Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing: waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 20 van 66

Datum:22 mei 2025

ontwikkelingen die plaatsvinden; van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken; van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening. Voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen Landelijk Gebied mogelijk maakt, geldt ook artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap uit de Interim Omgevingsverordening. Tevens dient sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6). Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; 2. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 21 van 66

Datum:22 mei 2025

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Doorwerking plangebied Woningen In de onderbouwing aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking komt de toetsing aan deze voorwaarden van artikel 3.43 IOV aan bod. Uit de gemeentelijke Woonvisie blijkt dat de gemeente voor de komende 10 jaar een bouwprogramma van circa 142 woningen aan de kern Erp wil toekennen. Er is dus voor de gehele kern Erp ruimte voor de toevoeging van maximaal 80 woningen. Omgevingskwaliteit

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 22 van 66

Datum:22 mei 2025

In hoofdstuk 2 (planbeschrijving) wordt onderbouwd hoe de ontwikkeling invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5 IOV) en hoe de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied (artikel 3.43, sub d IOV). Er wordt een onderbouwing gegeven van de stedenbouwkundige opzet, hoe dit plangebied aansluit op het bestaand stedelijk gebied van Erp. Lagenbenadering De impact van de planontwikkeling voor de basislaag zijn duidelijk. Het plangebied ligt op een hoogte van c11,08 meter NAP. De planontwikkeling heeft geen grote gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater dient echter wel in de bodem te infiltreren. De infrastructuur van het plangebied wordt aangesloten op de reeds bestaande structuren. Het plangebied zal worden ontsloten naar Oudveld en via de Wilbert Kerkhofstraat naar de Voorbolst. Afgezien van de ontsluiting van de woning brengt het bouwplan geen nieuwe grootschalige infrastructuur met zich mee. De gevolgen van de netwerklaag zijn hiermee beperkt. De derde laag is de occupatie laag, Het plangebied heeft nu een agrarische bestemming. In de nieuwe situatie zal het gebruik bestaan uit wonen. Ten zuiden van het plangebied bestaat de functie nu al uit wonen.

Het agrarische gebruik zal in de nieuwe situatie komen te vervallen. Zoals hiervoor is onderbouwd, heeft bij de onderhavige planontwikkeling aan de rand van Erp een afweging plaatsgevonden naar behoefte, locatie in relatie met de omgeving. De locatie is in de Structuurvisie Erp aangemerkt als ontwikkellocatie. Het provinciale als gemeentelijke beleid is gericht op het behouden van de leefbaarheid in kleine kernen. Dat is ook waar dit plan voor Erp aan bijdraagt. Door te zorgen voor nieuwe woningen wordt het mogelijk gemaakt om te blijven wonen in de eigen kern. Daarnaast wordt een woonmilieu gerealiseerd dat door prijszetting, landelijk dorps en groen karakter ook een aantrekkelijke optie kan zijn voor woningzoekenden binnen het stedelijk gebied. Het aanbod is afgestemd op de vraag die er is vanuit de lokale bevolking. De ontwikkeling past qua schaal, omvang en functie binnen het plangebied. De planmatige aanpak zorgt voor een concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 23 van 66

Datum:22 mei 2025

Afbeelding 7 Lagenbenadering. Klimaat onderlegger Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de klimaatonderlegger opgenomen, met in de cirkel het plangebied. Het plangebied is volgens deze kaart kansrijk voor woningbouw voor wat betreft bodem en water.

Afbeelding 8 klimaatonderlegger (provincie Noord-Brabant) Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie bestaat uit een goede benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat én de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Binnen de kaders van het bestemmingsplan Kom Erp, herziening Bolst wordt meerwaarde gecreëerd doordat gebruik wordt gemaakt van een agrarische perceel waar door middel van zorgvuldig ruimtegebruik een woonmilieu wordt gecreëerd voor toekomstige generaties van Erp.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 24 van 66

Datum:22 mei 2025

De voorliggende ontwikkeling voorziet in een versterking van de leefbaarheid in de kern Erp. Deze ontwikkeling zal worden gecombineerd met een goede landschappelijke inpassing. Het zorgvuldige ruimtegebruik, de landschappelijke inpassing en de versterking van de leefbaarheid zorgen voor een combinatie van opgave en ontwikkelingen, waarmee het plan past binnen de kaders van artikel 3.8 uit de Interim omgevingsverordening. Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Ter uitwerking van het vereiste tot kwaliteitsverbetering van het landschap ex artikel 3.9 IOV zijn in regionaal verband afspraken gemaakt. Ten aanzien van planmatige stedelijke ontwikkelingen in het zoekgebied voor verstedelijking is vastgelegd dat de kwaliteitsverbetering, een vaste afdracht per m², 1% van de uitgifteprijs betreft. Om inzicht te geven in de bedragen die worden besteed aan de landschappelijke inpassing is een berekening opgesteld (zie bijlage 2). De totale te verwachte grondopbrengsten van de ontwikkeling is € 53.278.00,00. Van deze opbrengsten wordt 1% besteed aan landschappelijke inpassing.

Het minimum bedrag dat geinvesteerd dient te worden in de landschappelijke inpassing van de Bolst noord is dus minimaal € 53.278,00. Dit bedrag zal worden gestort in het groenfonds van de gemeente Meierijstad. De verplichting tot landschappelijke inpassing is geborgd in de regels van het bestemmingsplan met een voorwaardelijke verplichting. Regionale afstemming In het regionaal overleg is op 11 januari 2022 verslag gedaan van de financiële bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiermee wordt voldaan aan het vereiste van Kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in artikel 3.9 IOV. Het initiatief is in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het provinciale beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woondeal Noordoost-Brabant

In de regio Noordoost-Brabant wordt door meerdere gemeenten samengewerkt aan een gezonde, leefbare en sterke regio. Noordoost-Brabant is de zesde economische regio, van de 40 regio's, in Nederland. Agrifood is hier dé economische motor. Het draait niet meer om groot en sterk zijn, maar juist om duurzaam, slim en vooral wendbaar zijn. Dit geldt ook voor de woningbouwopgave binnen deze regio. Woningbouwopgave

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 25 van 66

Datum:22 mei 2025

Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw tot en met 2030 nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huurwoningen en betaalbare koopwoningen) nodig. Het Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven. Het provinciaal aandeel is 130.600 woningen. De regionale Woondeal Noord-Brabant is opgesteld als doorvertaling van de gemaakte afspraken tussen Rijk en Provincie naar de gemeenten en corporaties. Betaalbare woningen Een belangrijk onderdeel van de te realiseren woningen is de betaalbaarheid. De regio zet zich in, gezamenlijk met corporaties en marktpartijen, voor een realisatie van 33.425 woningen tot en met 2030. Hiervan zijn er 22.270 betaalbare woningen, waarvan 10.020 sociale huurwoningen. Het streven is 30% sociale huurwoningen in de woonvoorraad. Zo wordt regionaal gekomen tot een betere balans in de woningvoorraad, waarbij ook het uitgangspunt is dat het aantal sociale huurwoningen in de regio voldoet aan de totale behoefte aan deze woningen.

Ook wordt er ingezet op voldoende woningen voor starters en mensen met een middeninkomen.In het beleidsprogramma 'betaalbaar wonen' is dan ook opgenomen dat 40% van de nieuwbouw dient plaats te vinden in deze segmenten. Duurzame en toekomstbestendige bouw Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven, zoals klimaat, landbouw, natuur en energie. Landelijk moet de lat omhoog om de duurzaamheidsambities en klimaatdoelstellingen in 2030 en 2050 in de gebouwde omgeving te behalen. Hier ligt een grote relatie met de woningbouwopgave. Van belang is dat de woningen worden gebouwd naar de huidige wet- en regelgeving om kwaliteit te waarborgen. Met deze woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (tot en met 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en corporaties. Doorwerking plangebied Voorgenomen initiatief voorziet in een woningbouwontwikkeling en kwalitatieve afronding van de kern Erp. De Bolst noord zal een een nieuw hoogwaardig woongebied worden in het noorden van de kern Erp. Voorstaande ontwikkeling betreft woningbouw die zal voldoen aan de huidige wet- en regelgeving en zal bewoners voorzien in hoogwaardig kwalitatieve woningen die toekomstbestendig zijn. Binnen het plangebied zullen maximaal 80 woningen worden gerealiseerd.

Het planinitiatief zal voorzien in een netto toevoeging van circa 70 woningen(voorlopige schetsen) en draagt hierbij mee aan de benodigde 130.000 te realiseren woningen binnen de regio. Het planinitiatief is lijn met het gestelde in de regionale Woondeal Noordoost-Brabant.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvsie Veghel 2030

De Structuurvisie Veghel 2013 is op 19 december 2013 vastgesteld. In deze structuurvisie worden

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 26 van 66

Datum:22 mei 2025

de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn geschetst. Ondertussen is de voormalig gemeente Veghel gefuseerd met Schijndel en Sint-Oedenrode tot gemeente Meierijstad. In de structuurvisie wordt er voor gekozen om voort te bouwen op typisch Veghelse kwaliteiten. Dat betekent dat de inspanningen erop gericht moeten zijn om Veghel als 'werkstad' op de kaart te houden en als 'woondorp' juist meer op de kaart te zetten. Het betreft een globale visie, die kaders stelt aan gewenste ontwikkelingen in zowel het stedelijk als landelijk gebied. Doorwerking plangebied Om te zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw, zal er de komende jaren gedifferentieerd gebouwd moeten worden. Dat wil zeggen met name meer betaalbare woningen voor jongeren. Daarnaast is het van belang dat het verenigingsleven kan blijven voorzien in de behoefte aan sociaal/culturele voorzieningen (o.a. muziek, sport, recreatie). Voor de uitbreiding van de woningvoorraad van de kern Erp is de nieuwe Woonvisie van de gemeente Meierijstad leidend. In de volgende paragraaf wordt de Woonvisie Meierijstad 2018 nader uiteengezet. In de structuurvisie zijn verschillende visiekaarten opgenomen. Voor de beoogde ontwikkeling is de Visiekaart 2030 van belang. Het plangebied is aangeduid als woningbouwlocatie.

De woningbouwlocaties op de visiekaart zijn de locaties die een logische eerste stap vormen en naar de huidige inschatting toereikend zullen zijn voor een periode tot 2030. De beoogde ontwikkeling is hiermee in lijn met de Structuurvisie Veghel 2030.

Afbeelding 9 Structuurvisie.

3.4.2

Woonvisie Meierijstad 2018

Meierijstad wil een gemeente zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 27 van 66

Datum:22 mei 2025

iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. Waar de vergrijzing, de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt, om aandacht vragen. Waar de gemeente duurzaam en zorgvuldig gebruik maakt van de ruimte en bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2.

wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente werkt aanvullend op deze woonvisie aan een transformatievisie. Daarin worden potentiële inbreidings- en transformatielocaties in kaart gebracht en wordt een afwegingskader opgenomen. De gemeente geeft tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen. Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen, eventueel met een zorgbehoefte, naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen).

Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is. Doorwerking plangebied Voorliggend initiatief ziet op uitbreiding van Erp. Zoals in paragraaf 3.1.3 is aangegeven zijn in de kern Erp onvoldoende inbreidingslocaties of transformatielocaties beschikbaar om invulling te

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 28 van 66

Datum:22 mei 2025

geven ana de woningbehoefte. Uitbreiding is daarmee de enige mogelijkheid om grootschaligere bouwprojecten mogelijk te maken. Door het plan direct te laten aansluiten op de bestaande woonbebouwing is toch sprake van een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Er worden maximaal 80 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling is in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt daarmee tegemoet aan een actuele behoefte. Een en ander houdt in dat het plan passend is binnen het vigerende beleid en uitvoeringsprogramma voor de toekomst van de gemeente Meierijstad en in het bijzonder voor Erp. Conclusie Voorliggend plan sluit aan bij en doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Woonvisie Meierijstad 2018.

3.4.3

Actieplan woningbouw 2021

In 2021 is het Actieplan woningbouw vastgesteld. Dit vormt een addendum op de Woonvisie 2018. De noodzaak voor de veranderingen vloeit voort uit de gewijzigde provinciale woningbouwprognoses, die aantonen dat de opgave die we hebben aanzienlijk is. Die opgave blijkt ook duidelijk uit de huidige urgentie op de woningmarkt, die wordt veroorzaakt door almaar stijgende prijzen en de krapte in het beschikbare woningaanbod. De gemeenteraad is unaniem in haar vraag naar oplossingen voor woningbouw in onze gemeente. Voor veel woningzoekenden is het moeilijk om een geschikte woning te vinden. Of het nu gaat om starters op de woningmarkt, om mensen die graag in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoning, om burgers met een middeninkomen of om oudere inwoners die een (zorg)geschikte woning zoeken; allemaal worden ze geconfronteerd met dezelfde problemen. We zien overal lange wachtlijsten en we horen over mensen die al jaren tevergeefs op zoek zijn naar een woning. Het Actieplan woningbouw 2021 geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie zijn afgegeven voor de gemeente en hoe ze dit willen combineren met het versnellen van de woningbouwproductie. Het uitgangspunt dat in alle kernen gebouwd kan worden blijft gehandhaafd.

De woningbouwplannen blijven verdeeld worden over de grotere kernen Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode enerzijds, maar zeker ook over de kleinere kernen Boerdonk, Boskant, Eerde, Erp, Keldonk, Mariaheide, Nijnsel, Olland, Wijbosch en Zijtaart. Het aantal te bouwen woningen in iedere kern is minimaal gelijk aan het aantal woningen dat genoemd is in de Woonvisie 2018. Boven deze aantallen gaat de gemeente flexibeler om met de evenredige verdeling van woningen over de kernen en wordt er meer op gemeentelijk niveau gestuurd. Daarbij let de gemeente op lokale mogelijkheden en kansen. In feite formaliseert de gemeente daarmee het uitgangspunt, dat ook al in de woonvisie was opgenomen, dat er een verevening tussen kernen kan plaatsvinden als blijkt dat er extra bouwmogelijkheden in een kern zijn. Zo wordt een remmende werking voorkomen als in een bepaalde kern het aantal bouwplannen achterblijft bij het evenredige gemiddelde. Het plan Korstenhof is in het Actieplan aangeduid als een versnellingslocatie.

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 29 van 66

Datum:22 mei 2025

In het Actieplan wordt het huidige beleid uit de woonvisie (2018) en het Plan van Aanpak Woningbouwregie (2020) gecontinueerd, met betrekking tot de woningbouwcategorieën. In de woonvisie wordt uitgegaan van een verdeling in de woningbouwprogrammering voor Meierijstad in zijn totaliteit, zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Dit is dus, met uitzondering van de 25% sociale huur, geen eis per individueel bouwplan, maar een verdeling voor Meierijstad in zijn totaliteit. In het Plan van Aanpak Woningbouwregie uit is bovendien al geregeld dat er flexibel met deze percentages wordt omgegaan. Ze dienen dus als richtlijn waarbij zoveel mogelijk naar de lokale behoefte wordt gekeken voor de specifieke invulling.

Afbeelding 10 Verdeling woningbouw Doorwerking plangebied In 2021 is het Actieplan woningbouw vastgesteld. In het actieplan wordt uitgegaan van de provinciale prognoses die voor de periode 2020-2040 uitgaan van 5.750 benodigde extra woningen voor de gemeente Meierijstad. Prognoses gaan er daarnaast vanuit dat er na 2040 nog meer woningen in gemeente Meierijstad nodig zijn. In het actieplan is ingezet op een toevoeging van circa 291 woningen in de kern Erp in de komende 15 jaar. Waarvan er 283 woningen gepland zitten in de harde- en zachte plancapacitei waaronder de Bolst noord. In het Actieplan Woningbouw is afgesproken om daar waar zich kansen voordoen om de woningbouw te versnellen, deze te grijpen. Voor Erp is de Bolst aangeduid als versnellingslocatie omdat dit een eigen grondpositie betreft en daarnaast ook ruimtelijk gezien de juiste kansen biedt. Met dit plan wordt de kern op een kwalitatieve wijze ‘afgerond’, met een hoogwaardig stedenbouwkundig milieu. In de totale programmering (Meierijstad breed) is nog voldoende ruimte en is de opgave om zachte plannen zo spoedig mogelijk naar hard te brengen en gereed te maken. Omdat de locatie in eigendom van de gemeente is kan er optimaal gestuurd worden op fasering en kunnen de marktontwikkelingen worden gevolgd. In de twee fasen worden er in totaal maximaal 80 woningen gerealiseerd.

Volgens het richtprogramma, waar er uit wordt gegaan van 80 woningen worden er 24 sociale huurwoningen gerealiseerd. Het percentage sociale huurwoningen bedraagt hiermee 30%. Verder wordt er een mix van goedkope, middeldure en dure koopwoningen gerealiseerd waarbij de

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 30 van 66

Datum:22 mei 2025

volgende onderverdeling is vastgelegd: minimaal 30% sociale huur; 15% huur (vrije sector); 10% goedkope koop (tot € 283.500,00VON, prijspeil 2025); 25% middeldure koop (tussen € 285.001,00 tot € 405.000,00 VON, prijspeil 2025); 20% dure koop (vanaf € 405.001,00 VON, prijspeil 2025); Er is sprake van behoefte naar de woningen en wordt ermee ingespeeld op de dynamiek van de woningmarkt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de duurzame wensen van de gemeente Meierijstad. Zo zullen de woningen energieneutraal gebouwd en zal er worden voldaan aan de t.z.t. geldende wettelijke eisen voor duurzaamheid. Het plan is in lijn met de Woonvisie Meierijstad. 3.4.4

Verordening doelgroepen woningbouw Meierijstad

Op 17 februari 2022 is de door de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad de Verordening doelgroepen woningbouw Meierijstad vastgesteld. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage van categorieën woningen wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. De Doelgroepenverordening van de gemeente Meierijstad vormt de wettelijke basis voor het doorvoeren van gemeentelijk woonbeleid in bestemmingsplannen. De Woonvisie Meierijstad 2018, het addendum op de woonvisie 2021 en het Actieplan woningbouwversnelling 2021, vormen de uitgangspunten voor de Doelgroepenverordening. In deze doelgroepenverordening zijn de categorieën sociale huurwoning, middeldure huurwoning, sociale koopwoning en sociale middeldure koopwoning opgenomen. De maximale aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen wordt hiermee vastgelegd evenals de maximale verkoopgrens van sociale koopwoningen en sociale middeldure koopwoningen. Deze grens moet de gemeente bepalen. De Doelgroepenverordening regelt tevens voor welke doelgroep de te bouwen sociale huurwoningen en sociale koopwoningen bedoeld zijn. De doelgroep wordt bepaald aan de hand van inkomensgrenzen.

De verordening regelt ook dat de sociale, middeldure huur-, sociale koop en sociale middeldure koopwoningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven. Hiervoor zijn de minimale instandhoudingstermijnen opgenomen. Met de doelgroepenverordening worden de prijsgrenzen en instandhoudingstermijnen voor de segmenten sociale huur, middeldure huur, sociale koop en middeldure koop geborgd. Daarnaast wordt een doelgroep verbonden aan de segmenten sociale huur en sociale koop op basis van maximale inkomsten. De doelgroepenverordening geldt voor nieuwbouwwoningen en wordt gekoppeld aan het bestemmingplan. Doordat de verordening is gekoppeld aan het bestemmingsplan zijn nieuwe plannen gehouden aan deze bepalingen en geldt er een meldingsplicht. Regels voor sociale huurwoningen: Sociale huurwoningen moeten gedurende ten minste 25 jaar onder de sociale huurgrens blijven. Sociale huurwoningen worden alleen verhuurd aan mensen met een inkomen tot aan de

NL.IMRO.1948.ERP000BP0012023P-VG01

Pagina: 31 van 66

Datum:22 mei 2025

zogenaamde DAEB-norm. Er geldt een jaarlijkse meldingsplicht van de nieuwe huurprijzen. Er geldt een meldingsplicht bij een nieuwe verhuring. Regels voor middeldure huurwoningen: Middeldure huurwoningen moeten gedurende 15 jaar onder de huurgrens blijven. Er geldt een jaarlijkse meldingsplicht van de nieuwe huurprijzen. Er geldt een meldingsplicht bij een nieuwe verhuring. Regels voor sociale en middeldure koopwoningen: Sociale en middeldure koopwoningen moeten gedurende 10 jaar onder de sociale koopprijs blijven. De sociale koopprijs wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Sociale koopwoningen mogen alleen verkocht worden aan mensen met een inkomen tot maximaal 1,5 maal de DAEB-norm. Er geldt een meldingsplicht wanneer de woning wordt verkocht. Doorwerking plangebied Om de Doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan vastgelegd worden. Alleen dan kan de Doelgroepenverordening worden toegepast. In de regels behorende bij het bestemmingsplan is geregeld dat welke percentages sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen, sociale en middeldure koopwoningen, zoals bedoeld in de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad' zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het plan (of diens rechtsopvolger), dient te worden gerealiseerd en conform de bepalingen in de bedoelde verordening in stand te worden gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=4c1d1266-69d0-49f0-be6d-3280bab4eaaa