CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan Heikampenweg 19 Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19'13.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Meierijstad Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Plangegevens Projectlocatie:

Heikampenweg 19, Sint-Oedenrode

Gemeente:

Gemeente Meierijstad

Datum:

20 december 2021 GEW juni 2022 GEW aug. 2022 GEW sept. 2022

Status:

Vastgesteld

IMRO-code:

NL.IMRO.1948.BGO000BP0062022P-VG01

2 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 5

1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 5

1.2

Ligging ...................................................................................................................................... 5

1.3

Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 5

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 2.

Planbeschrijving................................................................................................................... 8

2.1

Huidige situatie........................................................................................................................ 8

2.2

Beoogde situatie...................................................................................................................... 8

2.3

Verkeer en parkeren................................................................................................................ 8

2.4

Landschappelijke inpassing ..................................................................................................... 8 3.

3.1

Beleidskader ...................................................................................................................... 10 Rijksbeleid.............................................................................................................................. 10

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie ............................................................................................. 10

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ............................................................... 10

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 11

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 11

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant..................................................................................... 11

3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................................... 12

3.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 15

3.3.1

Bestemmingsplan .......................................................................................................... 15

4.

Omgevingsaspecten .......................................................................................................... 18

4.1

Bodem ................................................................................................................................... 18

4.2

Bedrijven en milieuzonering en geur .................................................................................... 18

4.3

Geur ....................................................................................................................................... 21

4.4

Gezondheid endotoxinen toetsingskader 1.0 ....................................................................... 22

4.5

Gezondheid geitenhouderijen ............................................................................................... 23

4.6

Wegverkeerslawaai ............................................................................................................... 23

4.7

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 23

4.8

Natuur.................................................................................................................................... 25

4.8.1

Natuur Netwerk Nederland ........................................................................................... 25

4.8.2

Natuur Netwerk Brabant (NNB) .................................................................................... 25

4.8.3

Wet natuurbescherming ............................................................................................... 25

4.9

Waterhuishouding ................................................................................................................. 27

4.9.1 4.10

Huidige en toekomstige situatie.................................................................................... 29

Cultuurhistorie....................................................................................................................... 30 3

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

4.11

Archeologie............................................................................................................................ 31

4.12

Externe veiligheid .................................................................................................................. 32

4.13

Kabels en leidingen................................................................................................................ 34

4.14

Spuitzones ............................................................................................................................. 34

4.15

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling..................................................... 35 5.

Juridische planopzet .......................................................................................................... 37

5.1

Inleiding ................................................................................................................................. 37

5.2

Toelichting verbeelding ......................................................................................................... 37

5.3

Toelichting regels .................................................................................................................. 37 6.

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 38

6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 38

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 38

4 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Heikampenweg 19 te Sint-Oedenrode, in het buitengebied, staat een voormalig pluimveebedrijf dat sinds 2002 in gebruik is als bedrijf voor statische opslag. Er is sprake van één bedrijfsgebouw van circa 615 m2 groot. De eigenaar van het plangebied is voornemens om het bedrijf in statische opslag te beëindigen en de bestemming ‘bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘wonen’. In het bestemmingsplan is hiervoor een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Daarnaast is sprake van het gebruik maken van een sloopbonusregeling uit bestemmingsplan ‘Laaghangend fruit’. Omdat hierdoor niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid is sprake van een herziening van het bestemmingsplan. Ten behoeve van deze bestemmingsplanherziening moet onderbouwd worden dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Deze toelichting dient daartoe. 1.2 Ligging Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, ten noordoosten van de kern Sint-Oedenrode. Het plangebied is gelegen aan de Heikampenweg, een rustige landweg in het buitengebied, die nagenoeg alleen gebruikt wordt voor bestemmingsverkeer. Het plangebied wordt omgeven door met name burgerwoningen en enkele agrarische bedrijven. Aan de zuidzijde is de snelweg A50 gelegen.

Via de Wolvensteeg en de Veghelseweg die overgaat in de Postdijk, is de Noordelijke Randweg van Sint-Oedenrode bereikbaar, vanwaar de Snelweg A50 ook bereikbaar is. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Sint-Oedenrode, sectie S nummer 147, groot 5.540 m2. De ligging van het plangebied is globaal weergegeven op onderstaande luchtfoto’s.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingsplannen ‘Buitengebied SintOedenrode’, ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’, ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, 5 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

herziening 4’, ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ en ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’. Het plangebied heeft hierin de volgende bestemmingen en aanduidingen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Enkelbestemming ‘Bedrijf’ Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 1’ bouwvlak functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 63’ gebiedsaanduiding ‘overige zone - leefgebied struweelvogels’ gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’

Hieronder een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied, zoals weergegeven op www.ruimtelijkeplannen.nl.

De voor ‘Bedrijf’ bestemde gronden mogen gebruikt worden ten behoeve van niet-agrarische bedrijven, bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen, (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen, voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. In dit geval is toegestaan een bedrijf in statische opslag, één bedrijfswoning en 615 m2 aan bedrijfsgebouwen. In artikel 6.6.3 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ voor zover het de voormalige bedrijfswoning betreft. Er zijn voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan. Deze worden in hoofdstuk 3 van deze toelichting onderbouwd. Voor het bepalen van het toegestane aantal bijgebouwen wordt gebruikt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ dat op het plangebied van toepassing is en waarin de bestaande sloop/bonus regeling als genoemd in de wijzigingsbevoegdheid, wordt verruimd. Deze is opgenomen in artikel 7.15 van dit bestemmingsplan laaghangend fruit. Hierdoor kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid, maar is sprake van een herziening van het bestemmingsplan.

6 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een meer uitgebreide omschrijving gegeven van de huidige situatie en het planvoornemen. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante beleid. Vervolgens volgt in hoofdstuk 4 een toetsing aan relevante omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 en 6 bevatten tot slot de juridische plantoelichting en de uitvoerbaarheid van het plan.

7 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

2. Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een perceel met daarop een bedrijfswoning, één bedrijfsgebouw groot circa 615 m2, een privé bijgebouw (ca. 75 m2) en tuinhuis met tuin en voorzieningen. Ter plaatse wordt door de eigenaar een bedrijf in statische opslag geëxploiteerd. Hiervoor wordt het bedrijfsgebouw gebruikt, er staan diverse caravans en kampeermiddelen in gestald. Het betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waarbij het bedrijfsgebouw voorheen in gebruik was als pluimveestal. Het perceel is omzoomd door een houtwal (groensingel) en achter de woning ligt een grote aangelegde tuin. De bedrijfswoning is bereikbaar via een ruime oprit. Het bedrijfsgebouw is bereikbaar via een aparte inrit en ten oosten van het gebouw is erfverharding aanwezig. Het huidige bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ heeft een omvang van ca. 3.870 m2 en uit de planregels blijkt dat het plangebied bestemd is ten behoeve van een bedrijf voor statische opslag. De omliggende gronden hebben een agrarische bestemming met landschapswaarden. 2.2 Beoogde situatie Opdrachtgever wil op het bedrijf in statische opslag binnen enkele jaren beëindigen en is daarom voornemens om de bestaande bestemming te wijzigen in een woonbestemming. Deze bestemming is passend bij het toekomstige gebruik. Hiervoor zal het bestemmingsvlak worden verkleind tot ca. 2.775 m2.

Hierbij zal het bedrijfsgebouw worden gesloopt. Via de sloopbonus regeling is in de beoogde situatie een privé bijgebouw van 300 m2 toegestaan. De bedrijfswoning wordt door de bestemmingsplanherziening een burgerwoning. De bestaande houtwal/groensingel rondom blijft in stand en er worden twee nieuwe bomen aangeplant. 2.3 Verkeer en parkeren Verkeer De bestemmingsherziening leidt tot een afname van verkeersbewegingen, aangezien het bedrijf in statische opslag wordt beëindigd en de woning ongewijzigd blijft. Dit is positief voor de verkeersbelasting op de Heikampenweg. Parkeren Gezien de beëindiging van het bedrijf en de ongewijzigde (bedrijfs)woning is er geen toename van het aantal benodigde parkeerplaatsen. De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ wat ook is verankerd in ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’. Hieruit blijkt voor een woning in het buitengebied een parkeernorm van minimaal 2,3 parkeerplaatsen. Op het plangebied is voldoende ruimte voor drie parkeerplaatsen, op de oprit bij de woning. Op eigen terrein wordt derhalve voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Er wordt geen aanspraak gemaakt op de openbare ruimte voor wat betreft parkeren.

2.4 Landschappelijke inpassing De provincie Noord-Brabant heeft in haar beleid aangegeven veel belang te hechten aan een goede landschappelijke inpassing bij nieuwe ontwikkelingen. Hieraan moet in de

8 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

planvoorbereiding nadrukkelijk aandacht te worden besteed. Dit is vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, die in hoofdstuk 3 nader wordt omschreven. De gemeente Meierijstad vindt het van belang dat de wijze waarop met de landschapsinvesteringsregeling wordt omgegaan, zorgvuldig plaatsvindt. Tot dit doel is door de gemeente een Handreiking kwaliteitsverbetering opgesteld in maart 2021. Dit document is nog een concept en nog niet definitief vastgesteld. Hierin zijn categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden, waarbij afhankelijk van de impact wordt bepaald of en hoe kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden vormgegeven. Herziening bestemming niet-agrarisch bedrijf in bestemming wonen, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert, wordt gezien als een categorie 2 ontwikkeling. Dit is een relatief kleine ontwikkeling en heeft een beperkte impact op de omgeving. Bij uitwerking en uitvoering hiervan is het verplicht een landschappelijke inpassing in de vorm van een erfinrichtingsplan op te stellen. Op dit moment geldt hiervoor nog het kwaliteitskader van de voormalige gemeente SintOedenrode uit 2016.

Hieruit blijkt dat de ontwikkeling, een omschakeling van een nietagrarisch bedrijf naar wonen, met sloop van bedrijfsgebouwen, wordt gezien als een categorie 1 ontwikkeling. Hiervoor is geen inspanning vereist. Gezien het toekomstige beleid moet het perceel echter wel landschappelijk worden ingepast. In dit geval is het perceel al adequaat landschappelijk ingepast. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie hieronder de beoogde situatie. Het gehele rapport is opgenomen in de bijlage. In dit geval is het perceel al geheel omzoomd door een houtsingel van 5 meter breed. Deze zal in stand worden gehouden, naast de aanplant van twee nieuwe bomen. De instandhouding van de houtsingel zal ook in de regels van onderhavig bestemmingsplan worden vastgelegd middels verankering met een groenbestemming en het opnemen van een voorwaardelijke verplichting.

9 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

3. Beleidskader De voorgenomen ontwikkeling dient te passen binnen het ruimtelijke beleid van de diverse overheidslagen, te weten het rijk, de provincie en de gemeente. In dit hoofdstuk worden deze beleidskaders worden omschreven en getoetst of de beoogde ontwikkeling hierbinnen past. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), omvat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. Met een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de volgende prioriteiten: ▪ ▪ ▪ ▪

ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied.

Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes en stelt hiervoor een integrale aanpak voor. Samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie betekent richting meegeven aan afwegingen door andere overheden, met zogenaamde voorkeursvolgorden. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. Zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: ▪ ▪ ▪

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.

De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op de verschillende beleidsterreinen. Onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalige van aard, waardoor geen van de genoemde onderwerpen uit de NOVI van directe toepassing zijn op de ontwikkeling. Beoogde ontwikkeling is het beëindigen van een bedrijf en omschakelen naar een woonbestemming met 300 m2 aan bijgebouwen. Er zijn geen nieuwe gebouwen/bouwwerken voorzien. Er is dus sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Verder wordt bij onderhavig besluit toepassing gegeven aan een zorgvuldige ruimtelijke afweging. Beoogde ontwikkeling is daarmee niet strijdig aan de nationale doelen en ambities uit het NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende ministeriële regeling (Rarro) voorzien in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Deze regels moeten ook in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen.

10 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (voorzien per 1 juli 2022) vervallen het Barro en de Rarro. Het Barro wordt Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de regels van de Rarro worden vervangen door de regels in de Omgevingsregeling. Deze wijziging zal voor die tijd beleidsneutraal worden overgezet naar het stelsel van de Omgevingswet. Het plangebied ligt niet in één van de gebieden waar het Barro betrekking op heeft. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor beoogde ontwikkeling. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de NOVI is als nationaal belang het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving opgenomen. In de SVIR (structuurvisie van het Rijk voor de NOVI) is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze Ladder is opgenomen voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Kern van de Ladder is dat stedelijke ontwikkelingen pas doorgang kunnen vinden als op regionaal niveau is aangetoond dat er daadwerkelijk een actuele behoefte aan die ontwikkeling is en dat de beschikbare ruimte in het stedelijke gebied optimaal wordt benut.

Van belang daarbij is of elders in de regio een soortgelijke ontwikkeling is gepland die reeds in de behoefte kan voorzien. Indien het plan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijke gebied in die behoefte kan worden voorzien. Om te toetsen aan de ladder is ten eerste relevant of sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Dit begrip is in artikel 1.1.1. Bro gedefinieerd als ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Uit de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Een aantal van om en nabij de 10 woningen kan blijkens jurisprudentie niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van het omschakelen van een bestemming bedrijf met bedrijfswoning naar een woonbestemming. Het bedrijfsgebouw wordt gesloopt. Het aantal woningen blijft gelijk. In dit geval is dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeft daardoor niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant ‘De kwaliteit van Brabant – Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities (hoofdopgaven) voor de komende jaren. Door de visie op te stellen als Omgevingsvisie, loopt de provincie hiermee vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022. Om de ambities te realiseren en Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproof te laten zijn, worden er vier hoofdopgaven omschreven: ▪ ▪

Weken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; 11

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

▪ ▪

Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

De basisopgave is daarbij een balans tussen beschermen (een veilige leefomgeving, een gezonde leefomgeving, met waarborg voor een goede omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). Tevens wordt, in lijn met de uitgangspunten voor de Omgevingswet, beoogd om bevoegdheden en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk neer te leggen. De gemeente is de eerstverantwoordelijke waar het gaat om ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. Anderzijds zijn er zaken die het schaalniveau van een gemeente te boven gaan en hebben provincies vanuit de wet specifieke taken en bevoegdheden. Vanuit deze basisgedachte wordt naar de beste rolverdeling gezocht ter verwezenlijking van de strategische ambities. De beoogde ontwikkeling omschakeling van een bedrijf- naar een woonbestemming is als kleinschalig aan te merken in verhouding tot de strategische gebiedsambities voor de provincie Noord-Brabant richting 2050. Gezien het schaalniveau raakt de ontwikkeling niet de basis- en hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Omdat gebruik wordt gemaakt van een bestaande woning is het een duurzaam initiatief.

3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant In de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant (IOV) staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit de Omgevingsvisie juridisch te binden. Op 25 oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening vastgesteld, de meest recente geconsolideerde versie is van 8 december 2020. Op 23 maart 2021 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant in ontwerp ter inzage gelegd. Deze Omgevingsverordening gaat de Interim Omgevingsverordening vervangen. Ten opzichte van de Interim Omgevingsverordening zijn in het ontwerp enkele wijzigingen doorgevoerd, waaronder de opbouw van de verordening waarbij is aangesloten bij de opbouw van het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor omschakeling van een bestemming bedrijf in een woonbestemming in landelijk gebied zijn regels opgenomen in artikel 4.77 van de Omgevingsverordening. Deze zijn inhoudelijk gelijk met de Interim omgevingsverordening en worden daarom hier niet apart behandeld. De Interim Omgevingsverordening is tot stand gekomen door een samenvoeging van de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven voor activiteiten.

Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid, zoals gemeenten en waterschappen. Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan. De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaald door de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevat de verordening algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen.

12 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

In dit geval is het plangebied op de basiskaart Landelijk gebied gelegen binnen de aanduidingen ‘Landelijk gebied’ en ‘Gemengd landelijk gebied’. Op grond van de overige kaartlagen gelden geen verdere bepalingen voor het plangebied. De enige aanduiding die nog aanwezig is betreft ‘Sanerings- en verplaatsingslocatie’. Zie afbeelding hieronder met daarop de verbeeldingen uit de Iov.

De beoogde ontwikkeling voorziet in de omschakeling van een bedrijfsbestemming in een woonbestemming. Artikel 3.68 en 3.69 geven de regels voor wonen in het landelijke gebied. Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. Alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. Zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Lid 2

13 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. Dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; b. In geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Artikel 3.69 afwijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: i. De bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; ii. Overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. De vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. In het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: i. Er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; ii. Overtollige bebouwing wordt gesloopt. In dit geval is sprake van het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning. Zoals uit artikel 3.69 sub c blijkt is dit toegestaan als er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. In dit geval is geen sprake van splitsing en overtollige bebouwing wordt gesloopt.

Hiermee past het initiatief binnen de gestelde voorwaarden. Naast de functiegerichte regeling zijn in paragraaf 3.1.2 van de omgevingsverordening algemene regels opgenomen voor een goede omgevingskwaliteit. De algemene zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is uitgewerkt in drie instructieregels. Het geheel is vastgelegd in artikel 3.5 t/m 3.9. Met de regels wordt gezorgd voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving waarbij rekening gehouden wordt met: ▪

Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de IOV of indien er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding op grond van de IOV is toegestaan. Onder bestaand ruimtebeslag wordt daarbij verstaan het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. In dit geval is sprake van een bestaand bouwperceel, dat wordt verkleind door onderhavige ontwikkeling. Daarmee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

▪

De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: o de ondergrond; o de netwerklaag; o de bovenste laag.

14 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten wordt uiteengezet in hoofdstuk 4 deze toelichting. ▪

Meerwaardecreatie Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit geval wordt een niet-agrarisch bedrijf beëindigd, overtollige bebouwing gesloopt en de bestemming gewijzigd in een woonbestemming. Daarnaast wordt een landschappelijke inpassing vastgelegd. Dit zorgt voor voldoende meerwaardecreatie.

Geconcludeerd kan worden dat de beoogde planologische herziening voldoet aan het provinciale beleid. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Zoals reeds in de inleiding beschreven zijn voor het plangebied de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode’, ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’, ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’, ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ en ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ vigerend. Het plangebied heeft hierin de volgende bestemmingen en aanduidingen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Enkelbestemming ‘Bedrijf’ Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 1’ (deels) bouwvlak functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 63’ gebiedsaanduiding ‘overige zone - leefgebied struweelvogels’ gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’

In artikel 6.6.3 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ voor zover het de voormalige bedrijfswoning betreft. Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn onderstaande voorwaarden verbonden: a. Het bouwvlak wordt verkleind tot de voormalige bedrijfswoning en het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige bedrijfswoning, bijgebouwen, overkappingen en bijbehorende tuinen. 15 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Het bestemmingsvlak wordt verkleind van ca. 3.870 m2 tot ca. 2.775 m2. Hierbinnen passen de bedrijfswoning, tuin en een privé bijgebouw. Er resteert een bestemmingsvlak dat een rechthoekige vorm heeft een grenst aan de openbare weg. b. De oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 100 m², tenzij toepassing wordt gegeven aan de regeling in lid c of sprake is van een situatie als bedoeld in lid d. Zie hieronder bij d. c. Bij sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing geldt dat, ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m³ ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m² tot een maximum van 200 m² waarbij alle bijgebouwen en overkappingen, met een oppervlakte groter dan 100 m², dienen te worden gesloopt. Hiervan zal gebruik worden gemaakt, in combinatie met een afwijkingsbevoegdheid uit het nieuwere bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ dat op het plangebied van toepassing is en waarin deze sloop/bonus regeling wordt verruimd. Dit wordt hieronder verder uitgewerkt. d. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dienen te allen tijde gehandhaafd dienen te blijven.

Er is geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. e. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Dit wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze toelichting. f. Het bedrijf ter plaatse is beëindigd. Het bedrijf in statische opslag zal worden beëindigd. g. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. Dit wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. h. De woning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. Dit wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. i. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in Bijlage 6 van de planregels. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat is opgenomen in de bijlage. Daarnaast is sprake van een fysieke verbetering door sloop van het voormalige bedrijfsgebouw. j.

Aan de gronden die met toepassing van deze wijziging vallen buiten het bestemmingsvlak wonen, wordt de agrarische gebiedsbestemming toegekend, met de belendende agrarische gebiedsbestemming. Dit is opgenomen in de verbeelding. Hiervoor is de bestemming ‘agrarisch met waarden – landschapswaarden’ opgenomen. 16 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Bijgebouwen Voor het bepalen van het toegestane aantal bijgebouwen wordt gebruikt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ dat op het plangebied van toepassing is en waarin de bestaande sloop/bonus regeling als hierboven in sub d genoemd, wordt verruimd. Deze is opgenomen in artikel 7.15 van dit bestemmingsplan laaghangend fruit, met daarin de volgende voorwaarden: a.

alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; Het voormalige bedrijfsgebouw zal worden gesloopt. Zie hiervoor tevens sub c.

b.

cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; Er is geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing op het plangebied.

c.

voor iedere m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats kan vinden van 0,5 m2; Zie hieronder bij sub d.

d.

de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning na toepassing van deze regeling bedraagt 300 m2; Het bestaande bedrijfsgebouw is groot 615 m2. Daarnaast is een bijgebouw/garage aanwezig van ca. 75 m2. Uit bestemmingsplan ‘laaghangend fruit’ blijkt dat standaard 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan en met toepassing van onderhavige sloop/bonusregeling 300 m2. De bestaande garage blijft behouden en daarnaast is nog 75 m2 vergunningsvrij te realiseren. Totaal 150 m2. Door gebruik maken van de sloopbonusregeling kan dit worden vergroot met 150 m2 tot een totaal van 300 m2 aan bijgebouwen. In dit geval wordt 615 m2 gesloopt. Voor een toevoeging van 150 m2 moet 150 x 2 = 300 m2 worden gesloopt. De overige 615 – 300 = 315 m2 zullen worden ingezet voor de sloop/bonusregeling op een andere locatie (artikel 7.17). Een exacte locatie is nog niet bekend. Aan de voorwaarden uit sub c en d wordt daarmee voldaan.

e.

de overige bepalingen uit artikel 7.4 blijven onverminderd van toepassing. Dit is niet van toepassing, het gaat om bestaande en vergunde bijgebouwen. Bij realisatie van een nieuw bijgebouw zal hieraan uiteraard worden voldaan.

Derhalve wordt voldaan aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan en de afwijkingsbevoegdheid voor een groter bijgebouw. Omdat planologisch-juridisch niet meer wordt voldaan de voorwaarden van de wijziging door tevens gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid, is sprake van een herziening van het bestemmingsplan. Hiermee kan wel geconcludeerd worden dat het plan past binnen provinciaal en gemeentelijk beleid.

17 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

4. Omgevingsaspecten Uit artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht blijkt dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit, zoals bij het vaststelling van een bestemmings- of wijzigingsplan, de nodige kennis moet worden vergaard over relevante feiten en de af te wegen belangen. Hiervoor zijn in dit hoofdstuk relevante omgevingsaspecten uitgewerkt. 4.1 Bodem In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient de aanwezige bodemkwaliteit te passen bij het toekomstige gebruik. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers. De gewenste functie bepaalt dus ook de gewenste bodemkwaliteit. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren. Indien de bodemkwaliteit (humane) risico’s met zich meebrengt of er is sprake van een spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de ontwikkeling voor bepaalde nieuwe functies geen doorgang vinden tot de risico’s zijn beheerst of weggenomen door sanering. In de beoogde situatie wordt het bedrijf in statische opslag beëindigd en de bedrijfsbestemming gewijzigd in een woonbestemming. De bestaande (bedrijfs)woning blijft ongewijzigd. Omdat een bedrijf wordt beëindigd en het geheel een woonfunctie krijgt is een nader onderzoek naar de bodemgesteldheid noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd door Moerdijk Bodemsanering B.V.

Hieronder de conclusie uit dit rapport. Het volledig rapport is opgenomen in de bijlage. Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: • Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkingen aangetroffen. • Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Voormalige bovengrondse hbo tank: • In bovengrondmengmonster M01 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. • In het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 (GW01) zijn geen verhoogde concentraties aan minerale olie en btexn aangetroffen. De tevoren gestelde hypothese ‘verdachte’ locatie kan worden verworpen aangezien geen bodemverontreiniging is aangetroffen. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. Uit het bodemonderzoek (Verkennend bodem- en asbest onderzoek Heikampenweg 19 te Sint-Oedenrode, Moerdijk Bodemsanering B.V.; kenmerk 5097.03221.R1, d.d. 2 februari 2011) blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het nieuwe gebruik Wonen. 4.2 Bedrijven en milieuzonering en geur Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied wordt bepaald door de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten.

Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven of veehouderijen) en gevoelige functies (zoals woningen) wordt hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich 18 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze systematiek wordt ‘milieuzonering’ genoemd. De handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009 is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De handreiking bevat een richtafstandenlijst voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Deze richtafstanden geven een indicatieve afstand, waarmee hinder ter plaatse van gevoelige functies wordt voorkomen bij een gemiddeld nieuw bedrijf binnen het betreffende type bedrijvigheid. De richtafstanden bieden bovendien in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Deze toepassing geeft een goede indicatie inzake het woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies en de eventuele gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven. Als de richtafstanden niet worden behaald is nader onderzoek vereist om de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen. De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’.

Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden, aangezien deze gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kennen. Hieronder de definities van beide omgevingstypen uit de VNG-handreiking: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemening. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Voor deze omgevingstypen gelden de volgende richtafstanden uit de VNG-handreiking: Milieucategorie

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 19

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

5.1 5.2 5.3 6

500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

300 m 500 m 700 m 1.000 m

Het plangebied is gelegen in omgevingstype gemengd gebied. Er is sprake van lintbebouwing, met hoofdzakelijk agrarische bestemmingen en andere bedrijvigheid. Het planvoornemen betreft de beëindiging van een niet-agrarisch bedrijf (statische opslag) en omschakeling naar een woonbestemming. De bestaande (bedrijfs)woning blijft ongewijzigd. De huidige woning heeft momenteel (geheel) een bestaande woonfunctie, en is dus reeds in zijn geheel al een gevoelig object. Op voorhand kan dus al gesteld worden dat omliggende bedrijven door de bestemmingsplanherziening niet in haar ontwikkelingsmogelijkheden wordt beperkt. Voor de volledigheid zijn hierna de dichtstbijzijnde bedrijven omschreven, met de bijbehorende functies die conform het bestemmingsplan zijn toegestaan. Daarnaast de bijbehorende richtafstand zoals genoemd in de VNG-handreiking en de werkelijke afstand. Fitselsteeg 6-8 – agrarisch - glastuinbouw Afstand tussen het plangebied en Fitselsteeg 6-8 is ca. 190 meter. Ook ligt er een burgerwoning tussen beide bouwvlakken in. Uit de VNG-richtlijn blijkt een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid (overige aspecten 10 meter) bij een glastuinbouwbedrijf. In gemengd gebied wordt de richtafstand verlaagd naar 10 meter. Hieraan wordt dus ruimschoots voldaan.

Wolvensteeg 1-2 (gekoppeld bouwvlak) – Agrarisch – mestbewerking en veehouderij (rundvee) Voor een agrarisch bedrijf met rundvee geldt een richtafstand van 100 meter (aspect geur) en voor mestbewerking geldt ook een richtafstand van 100 meter. In gemengd gebied komt dit neer op 50 meter. De werkelijke afstand tussen plangebied en dit bedrijf is 120 meter (tot het dichtstbijzijnde bouwvlak). Daarnaast ligt er een burgerwoning tussen het plangebied en dit bedrijf. Aan de richtafstand wordt dus ruimschoots voldaan. Heikampenweg 29 – bedrijf – statische opslag Voor een bedrijf in statische opslag geldt een richtafstand van 30 meter (10 meter in gemengd gebied). De werkelijke afstand tussen beide bouwvlakken bedraagt ruim 250 meter. Aan de richtafstand wordt dus ruimschoots voldaan. Heisteeg 6-8 – agrarisch – veehouderij (rundvee) Voor een agrarisch bedrijf met rundvee geldt een richtafstand van 100 meter (aspect geur). In gemengd gebied komt dit neer op 50 meter. De werkelijke afstand tussen plangebied en Heisteeg 6-8 bedraagt ca. 380 meter. Aan de richtafstand wordt dus ruimschoots voldaan. Overige bedrijven zijn op een grotere afstand gelegen.

Hiermee kan geconcludeerd worden dat omliggende bedrijven niet onevenredig worden aangetast in haar belangen en dat voor de aspecten geur, geluid, stof en gevaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde nieuwe woning. 20 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

4.3 Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: • Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; • Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Individuele geurhinder (voorgrondbelasting) De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, zoals varkens, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object.

Deze bedraagt maximaal: • 3,0 ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom • 14,0 ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: • ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom • ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom In de directe omgeving van het plangebied is een veehouderij gelegen, aan de Wolvensteeg 2, een melkrundvee bedrijf. Hiervoor gelden vaste afstanden op grond van de Wgv van 50 meter buiten de bebouwde kom. Het bedrijf beschikt over meerder gekoppelde bouwvlakken. Het dichtstbijzijnde bouwvlak is gelegen op 125 meter afstand van het plangebied gelegen. De dichtstbijzijnde stal op grotere afstand. Overige veehouderijen zijn op grote afstand > 450 meter gelegen. Gecumuleerde geurhinder (achtergrondbelasting) Door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is de achtergrondbelasting voor wat betreft geur in kaart gebracht. Afbeelding hieronder geeft een uitsnede van de geurkaart met daarop het plangebied weergegeven. De achtergrondbelasting geur bedraagt ter plaatse van het plangebied 3-7 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ter plekke van de planlocatie als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting (achtergrondbelasting) kan dan ook worden aangemerkt als goed.

21 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Mestvergisting Op het agrarische bedrijf aan de Wolvensteeg 2 wordt tevens mest bewerkt. Het gedeelte van het bedrijf waar mestbewerking is toegestaan (rand van het bouwvlak) is gelegen op een afstand van 180 meter van de woning op het plangebied. De daadwerkelijke installaties liggen op een grotere afstand van ruim 250 meter. Voor de vergisting van mest is de Handreiking ‘covergisten van mest’ gepubliceerd door kenniscentrum InfoMil. Met betrekking tot ruimtelijke planvorming is opgenomen dat voor de zonering rond mestvergistingsinstallaties richtafstanden zijn opgenomen in de Handreiking bedrijven en milieuzonering (VNG). Deze afstanden zijn reeds in paragraaf 4.2 getoetst en hieraan wordt (ruimschoots) voldaan. De afstanden voor veiligheid zijn volgens RIVM echter licht onderschat. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG (VNG, maart 2009) adviseert een richtafstand van 100 meter rond installaties voor covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie (sbi-2008, 40). Dit is gebaseerd op afstanden van 100 meter voor geur en geluid, 50 meter voor stof en 30 meter voor veiligheid. Voor installaties voor covergisting is de afstand voor veiligheid licht onderschat (RIVM 2008 en 2010, zie verder onder ‘Rapporten RIVM externe veiligheid'). Bepalend voor veiligheid is de opslag van vergistingsgas.

Volgens RIVM geldt voor veiligheid een afstand van 50 meter. Ook aan deze afstanden wordt ruimschoots voldaan. Daarnaast beschikt het bedrijf over een omgevingsvergunning milieu waarin de (geur)normen en overige milieuregels in relatie tot omliggende woningen zijn getoetst. Hieruit kan geconcludeerd worden dat aan alle normen wordt voldaan. Daarnaast zijn er andere woningen dichterbij het bedrijf gelegen dan de woning op het plangebied. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het bedrijf door beoogde bestemmingsplanherziening niet belemmerd wordt in de bedrijfsvoering. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief. 4.4 Gezondheid endotoxinen toetsingskader 1.0 Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens- en pluimveehouderijen (endotoxinen). Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijen worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. 22 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Op basis van de notitie Endotoxinen toetsingskader 1.0 kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkens- en pluimveehouderijen. De gemeente adviseert om binnen een afstand van 250 meter van deze veehouderijen geen kwetsbare objecten op te richten. In dit geval is geen sprake van een nieuw kwetsbaar object, maar enkel de omschakeling van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. De woning is bestaand en blijft ongewijzigd. Er wijzigt niet in de situatie en het aantal blootgestelden in de toekomst neemt niet toe. Met het oog op het woon- en leefklimaat kan daarom worden gesteld dat er geen wijziging plaatsvindt die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat negatief beïnvloed. Daarnaast zijn binnen een afstand van 250 meter geen varkens- of pluimveehouderijen gelegen. Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 4.5 Gezondheid geitenhouderijen In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. In 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. Hierin is onder andere onderzocht of er een verband bestaat tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Uit het onderzoek volgt een verhoogde kans op longontsteking voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 - 2 km.

De oorzaak kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsmaatregelen nu nog niet mogelijk is. Binnen een straal van 2 km zijn geen andere geitenhouderijen aanwezig. Gelet hierop is geen verhoogd gezondheidsrisico te verwachten op het gebied van geitenhouderijen. 4.6 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) is sinds 1979 het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. In de Wgh is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidsbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. Indien de maximale snelheid op een weg maximaal 30 km/h bedraagt hoeft de akoestische situatie niet te worden onderzocht. In dat geval gaat de Wgh er van uit dat gezien een lage verkeersintensiteit en lage verkeerssnelheid altijd wordt voldaan aan de normen. In dit geval is sprake van een bestaande (bedrijfs)woning, die ongewijzigd blijft. Er wordt geen geluidsgevoelige functie toegevoegd. Daar komt bij dat woning aan een zeer verkeersluwe landweg ligt.

Er is met name sprake van bestemmingsverkeer. Met name ook omdat de weg grenst aan een zandweg. Het aspect wegverkeerlawaai vormt daarmee geen belemmering voor onderhavige bestemmingsplanherziening. 4.7 Luchtkwaliteit In het kader van het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen opgenomen. Het doel van deze wet is om mensen te beschermen tegen het gevaar van luchtvervuiling. In bijlage 2 van de 23 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

Wet milieubeheer zijn milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze zijn vertaald naar grenswaarden van de concentratie stikstofdioxide, fijnstof, lood, zwaveldioxide, koolmonoxide en benzeen. Een ontwikkeling kan op basis van artikel 5.16, eerste lid, onder c van de Wet milieubeheer worden toegestaan indien aannemelijk kan worden gemaakt dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten, de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) verslechtert. Een project draagt in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging als het een toename veroorzaakt van meer dan 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als No2. Overschrijding van de grenswaarden voor de overige genoemde stoffen is in het buitengebied nagenoeg nooit aan de orde. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen zijn categorieën van gevallen aangewezen waarin de uitoefening van bevoegdheden of toepassing van een of meer wettelijke voorschriften in ieder geval ‘niet in betekende mate’ bijdraagt. Blijkens voorschrift 3A.2 van deze regeling worden woningbouwlocaties, in geval van één ontsluitingsweg, die netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, aangemerkt als een toepassing die niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Het voornemen, omschakelen bedrijfsbestemming in een woonbestemming, staat niet in verhouding tot de genoemde 1.500 woningen.

Met zekerheid kan dus worden gesteld dat het planvoornemen onder wettelijke onderzoeksgrens is gelegen en niet in betekenende mate bijdraagt aan het potentieel verslechteren van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet ook beoordeeld worden of de luchtkwaliteit ter plaatse aanvaardbaar is voor het toevoegen van een ‘nieuwe’ woning. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN-kaarten) van het RIVM. Op deze kaarten wordt de achtergrondconcentratie inzichtelijk gemaakt welke het gevolg is van de infrastructurele en bedrijvige omstandigheden ter plaatse. De grenswaarden voor de jaargemiddelde concentratie PM10 bedraagt 40 µg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan moet worden getoetst. Deze grenswaarde bedraagt 25 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Uit de GCN-kaarten (meest recente gegevens, 2020) volgt dat het plangebied voor PM10 is gelegen in een gebied met een achtergrondconcentratie van 16,81 µg/m3 en voor PM2,5 bedraagt de achtergrondconcentratie 9,29 µg/m3. Gezien de lage achtergrondconcentratie is ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft PM10 en PM2,5.

Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentratie van NO2 geldt een grenswaarde van 200 µg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. De norm voor langdurige blootstelling van de bevolking geldt de grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde NO2 concentratie. De achtergrondconcentratie ter plaatse bedraagt 12,95 µg/m3 blijkt uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland. Gezien de lage achtergrondconcentratie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft NO2 concentratie op het plangebied. Daar komt bij dat er geen wijziging plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie waarin de woning reeds een woonfunctie heeft en reeds een gevoelig functie is in de zin van de luchtkwaliteit. Ten aanzien van de luchtkwaliteit zijn er derhalve geen bezwaren tegen voorgenomen bestemmingsplanherziening. 24 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=02d6601b-1cf8-423c-9a0a-3fed9e9f5388