CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23'21.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Herziening Goeiendonk 23

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Plangebied Goeiendonk 23, Sint-Oedenrode Plannaam Uitbreiding camping Projectnummer BEKKERS01.RO01 Datum en versie 17 februari 2025, versie 04 Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Achtergrond en doel van het plan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 1 2 3

2. 2.1 2.2

Beschrijving bestaande situatie Huidige situatie omgeving Huidige situatie plangebied

4 4 4

3. 3.1 3.2

Visie op het plangebied Doel en hoofdlijnen Beschrijving van de planontwikkeling

6 6 6

4. 4.1 4.2 4.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

8 8 9 19

5. 5.1 5.2 5.3

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Monumenten Archeologie

20 20 21 21

6. 6.1 6.2

Groenstructuur en natuur Groenstructuur plangebied Wet natuurbescherming

23 23 24

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

Water Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Omgang met hemelwater Omgang met huishoudelijk afvalwater Conclusie

26 26 27 28 28 29 29

8. 8.1 8.2 8.3

Fysieke belemmeringen Kabels en leidingen Hoogspanningslijnen Spuitzones gewasbescherming

30 30 30 30

9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9 9.10

Milieuhygiënische verantwoording Inleiding M.e.r.-beoordeling Bodem Geluid (wegverkeerslawaai) Geluid (industrielawaai) Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Duurzaam en slim bouwen Gezondheid

32 32 32 32 33 34 34 36 40 42 42

10.

Bedrijven en voorzieningen

46

11.

Verkeer

49 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

11.1 11.2 11.3 11.4

Huidige en verkeersstructuur Nieuwe verkeersstructuur Verkeersaantrekkende werking Parkeren

49 49 49 50

12. 12.1 12.2 12.3 12.4

Juridische planopzet Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Bestemmingen op de verbeelding Toelichting op de regels

51 51 51 51 51

13.

Economische uitvoerbaarheid

53

14.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Situatietekening Landschappelijk inpassingsplan Gegevens geurberekeningen Verslag omgevingsdialoog Rapportage vooronderzoek bodem Aerius-berekening Vormvrije m.e.r.-beoordeling Berekening kwaliteitsverbetering

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

1. Inleiding 1.1

Achtergrond en doel van het plan

Op de locatie Goeiendonk 23 te Sint-Oedenrode (hierna: het plangebied) is initiatiefnemer voornemens de huidige agrarische bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Recreatie’. De bestaande minicamping wordt uitgebreid naar een volwaardige camping met bijbehorende voorzieningen. De bestaande melkveehouderij wordt afgebouwd naar een neventak van de camping. De agrarisch neventak ziet op het huisvesten van vleesvee (oudhollandse rassen) op extensieve wijze. Hiertoe dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd in de bestemming ‘recreatie’. Tevens dient de oppervlakte van het bestemmingsvlak vergroot te worden naar 18.440 m².

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Meierijstad op een afstand van circa 0,69 kilometer van de kern van Boskant. Kadastraal staat het perceel waaruit het plangebied bestaat bekend als gemeente Sint-Oedenrode, sectie N, nummer 920 en 1024 (gedeeltelijk). De volgende figuren geven een impressie van de ligging van het plangebied in relatie tot de omgeving.

Kern Boskant

Kern Sint-Oedenrode

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

1 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Figuur 2: Ligging plangebied in wijdere omgeving (plangebied rood omkaderd)

Figuur 3: Ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode’, ‘Buitengebied SintOedenrode, herziening 2’, ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ en ‘Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit') van toepassing. De locatie heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden landschapswaarden’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veehouderij’ 2 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

en een bouwvlak van circa 1,11 hectare. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’ van toepassing en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – aardkundig waardevol’ en ‘overige zone – groenblauwe mantel’ (zie volgende figuur).

Figuur 4: Ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

Het bestaande bestemmingsplan maakt de wijziging van de bestemming niet mogelijk. De agrarische bestemming dient te worden gewijzigd in een recreatiebestemming. Onderhavig bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde wijziging van de bestemming en behoud van het bijgebouw. De vigerende bestemmingsplannen bieden niet de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied.

1.4

Leeswijzer

De voorliggende toelichting vormt de basis voor de herziening van het bestemmingsplan voor de locatie. De herziening maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde ontwikkeling. De bestemmingsplanherziening is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan; de toelichting is van belang als beleidsdocument. De toelichting bestaat uit 14 hoofdstukken: 1) een inleiding, 2) beschrijving van het plan, 3) een visie op het plangebied, 4) een beleidstoets, 5) tot en met 11) een verantwoording op de milieutechnische aspecten en een verantwoording ten aanzien van eventueel aanwezige waarden, 12) een juridische planopzet en 13) en 14) financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlage bij deze toelichting gevoegd.

3 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

2. Beschrijving bestaande situatie 2.1

Huidige situatie omgeving

Het plangebied is gelegen aan de weg Goeiendonk in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de weg Goeiendonk. Aan de noord-, oost- en westzijde grenst het plangebied aan agrarische gronden. De omgeving van het plangebied is agrarisch van karakter, met enkele veehouderijen en burgerwoningen.

2.2

Huidige situatie plangebied

Binnen het plangebied is een melkveehouderij gevestigd met als recreatieve nevenactiviteit een boerencamping met in totaal 25 kampeerplekken. Naast rundvee worden ook enkele paarden gehouden. Tevens is op de locatie een hondentrimsalon gevestigd (aan huis gebonden beroep). Op 5 maart 2018 is de omgevingsvergunning verleend voor de ontwikkeling van de boerderijcamping met daarbij ondergeschikte horeca. Op de locatie staat de volgende bebouwing: (Behorende bij): Bedrijfswoning: • Bedrijfswoning (inclusief inpandige honden-trimsalon, berging en werkplaats): (vloer) oppervlakte circa 300 m² • Tuinhuisje Behorende bij: Veehouderijbedrijf: • Bedrijfsruimte (ligboxenstal melkvee): oppervlakte circa 715 m² • Bedrijfsruimte (loods): oppervlakte circa 245 m² • Bedrijfsruimte (ligboxenstal): oppervlakte circa 420 m² • Kuilplaat 1 / Sleufsilo 1 (snijmaïskuil): oppervlakte 400 m² • Kuilplaat 2 / Sleufsilo 2 (graskuil): oppervlakte 400 m² Behorende bij: Camping: • Sanitair gebouw (van de camping): oppervlakte 174 m² De volgende figuur geeft een overzicht van de bestaande situatie.

4 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Bouwvlak (11.096 m²)

5 6 3 4 2 1

Figuur 5: Bestaande situatie plangebied

5 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

3. Visie op het plangebied 3.1

Doel en hoofdlijnen

Middels dit bestemmingsplan wordt de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden - landschapswaarden’ gewijzigd naar de bestemming ‘Recreatie’. De beoogde recreatiebestemming omvat het huidige bestaande agrarisch bedrijf wat grotendeels in gebruik wordt genomen ten behoeve van de uit te breiden recreatiebestemming. Ook wordt de bestaande mincamping binnen het beoogde bestemmingsvlak gesitueerd en worden de gronden ter plaatse van de bestaande ruwvoeropslag in gebruik genomen ten behoeve van het recreatiebedrijf. Een deel van het plangebied blijft in gebruik ten behoeve van het agrarisch bedrijf maar dan ondergeschikt in de recreatieactiviteiten. Tevens worden gronden in gebruik genomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het plangebied.

3.2

Beschrijving van de planontwikkeling

Het voornemen bestaat om de camping verder te ontwikkelen en de melkveehouderij af te bouwen. Naar het exploiteren van de camping wil de initiatiefnemer zich richten op de akkerbouwactiviteiten en het huisvesten van zoogkoeien en vleesvee. De aanwezige bebouwing (melkveestal, jongveestal en werktuigenberging) blijft gehandhaafd en gedeeltelijk ingezet ten behoeve van de agrarische activiteiten en gedeeltelijk voor nieuwe recreatieve activiteiten. De voorgenomen bedrijfsvoering bestaan uit de volgende onderdelen: • Ontwikkeling cq. uitbreiding van de camping en realiseren natuurhuisjes; • Ondergeschikte agrarische activiteiten in de vorm van het houden van oudhollandse runderen en akkerbouw; • Hondentrimsalon; • Ondergeschikte horeca. Ontwikkeling camping en natuurhuisjes De initiatiefnemer is voornemens de bestaande kleinschalige camping, die momenteel als nevenactiviteit bij de melkrundveehouderij wordt uitgeoefend, verder te gaan ontwikkelen waarbij meer ingezet wordt op het wat luxere segment. De bestaande melkveestal wordt geheel getransformeerd waarbinnen een viertal luxe vakantieappartementen worden gerealiseerd. Verder wordt binnen dit gebouw een gemeenschappelijke recreatieruimte ten behoeve van de camping gerealiseerd, waar de campinggasten kunnen recreëren (onder andere in geval van slecht weer) en verschillende activiteiten worden georganiseerd.

Verder krijgt een fietsenstalling onderdak in dit gebouw. Ook wordt voorzien in een kleinschalige wellnessvoorziening (sauna en jacuzzi). De mestkelder onder de stal blijft behouden en wordt in gebruik genomen voor de opslag van hemelwater wat benut wordt voor het beregenen van het kampeerterrein in de zomermaanden. Tevens wordt aan beugelbaan gerealiseerd grenzend aan de bestaande melkveestal. Deze wordt verdekt uitgevoerd zodat deze ook kan worden gebruik in de winterperiode of tijdens slecht weer. Het perceel dat in de huidige situatie in gebruik is ten behoeve van de opslag van ruwvoer wordt in de beoogde situatie bij het kampeerterrein betrokken. Hier wordt een tiental extra kampeerplekken gerealiseerd die gefaseerd worden omgevormd tot een tiental plekken met vaste kampeermiddelen in de vorm van natuurhuisjes en/of pods. Deze voorzieningen worden door hun vormgeving en uitstraling optimaal ingepast in de groene omgeving. Hierbij wordt voornamelijk gebruik gemaakt van natuurlijke duurzame materialen en worden maatregelen getroffen om de huisjes zoveel als mogelijk zelfvoorzienend te maken (zoals zonnepanelen).

6 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Houden van oudhollandse runderen De melkveehouderij wordt afgebouwd. Van de agrarische bebouwing (melkveestal, jongveestal en werktuigenberging en een aantal voeropslagen) wordt de melkveestal getransformeerd ten behoeve van recreatieve voorzieningen. De overige gebouwen (jongveestal en werktuigenberging blijven in gebruik voor het akkerbouwbedrijf en het houden van vleesvee. Daarnaast wordt het dak van deze veldschuur of jongveestal voorzien van zonnepanelen om zo te voorzien in de eigen energiebehoefte. Het voornemen bestaat om zoogkoeien en bijbehorende vleesvee te gaan huisvesten in totaal 30 stuks vee. De familie Bekkers wil zich gaan richten op het huisvesten van oudhollandse rassen zoals Brandrode runderen. Het vee wordt gedurende het jaar (met uitzondering van het winterseizoen) beweid op de gronden van initiatiefnemer rondom de camping. Op deze manier wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de beleving van de campinggasten. Het vee wordt gehuisvest in de voormalige jongveestal in de winterperiode. Het vlees wordt verkocht aan de gasten van de camping, voorbijgangers en op lokaal niveau (via lokale ondernemers). De gronden welke in eigendom zijn van de familie Bekkers worden gebruikt voor het bieden van weidegang van het vleesvee en het winnen van ruwvoer. De mest van het vee wordt verspreid over de eigen gronden.

Hondentrimsalon De hondentrimsalon is reeds vergund als aan huis gebonden beroep en is gevestigd binnen de bestaande bedrijfswoning. Deze activiteit blijft ongewijzigd. Ondergeschikte horeca Binnen de locatie is in de huidige situatie reeds circa 100 m² in gebruik en vergund ten behoeve van ondergeschikte horeca. Deze voorziening blijft in de beoogde situatie gehandhaafd en blijft ten dienste staan voor enkel de recreatieve activiteiten binnen onderhavige locatie.

Figuur 6: Beoogde situatie

7 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

4.

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met 8 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien bij een bestemmingsplan enkel sprake is van een planologische functiewijziging, en geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing en is enkel sprake van een functiewijziging (van agrarisch naar recreatie). Er is daarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarmee een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk wordt geacht.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden.

Ten aanzien van de landbouw wordt gestreefd dat in 2050 de bestaande problemen in de fysieke leefomgeving opgelost. De landbouw produceert op een duurzame manier en onze natuur en landschappen zijn veerkrachtig en aantrekkelijk. De bodem-, water en luchtkwaliteit zijn weer gezond. Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie is zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeterd. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. Bij de gewenste ontwikkeling is, zoals nader aangetoond in de paragraaf ‘Milieu’ (paragraaf 4.1), geen sprake van onevenredige belemmeringen ten aanzien van milieu. De bestaande veehouderij wordt afgebouwd naar een neventak van de camping. De agrarisch neventak ziet op het huisvesten van vleesvee (oudhollandse rassen) op extensieve wijze. Daardoor zal het woon- en leefklimaat van de omgeving middels voorgenomen ontwikkeling zelfs aanzienlijk verbeteren. Dit draagt bij aan de omgevingskwaliteit en een duurzame leefomgeving. Ten slotte is, zoals nader omschreven in de paragraaf ‘Landschappelijke inpassing’ ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling een landschappelijke inpassing van de locatie opgenomen.

Tevens wordt er een haag met gemengde soorten toegepast als erfbeplanting. Dit past in het cultuurhistorisch landschap, blokkeert de gebouwen uit het zicht en vergroot de biodiversiteit. Ook dit draagt dus bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en omgevingskwaliteit van de omgeving. 9 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstellingen zoals ze zijn verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant. 4.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben maart 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp is opgesteld om te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet. De regels in de omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De regels sluiten verder aan bij vastgesteld beleid, bijvoorbeeld het diep, rond en breed kijken uit de Omgevingsvisie. Of de doelen en ambities voor duurzame energie uit de Energie-agenda of bij de uitwerking van beleid in het Regionaal waterprogramma. De Omgevingswet vraagt dat provincies afwegen of het vanuit subsidiariteit nodig is om op provinciaal niveau rechtstreeks werkende (algemene) regels te stellen. In het algemeen geldt dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten, bijvoorbeeld omdat de provincie vanuit de wet verantwoordelijk is om bepaalde doelen te halen, of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente en waterschap geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen.

Voor enkele onderwerpen, zoals het Natuurnetwerk Brabant, beleid rondom de veehouderij of het voldoen aan omgevingswaarden is die ruimte beperkt. Ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd. Een van de wijzigingen is dat de gebieden ‘Verstedelijking afweegbaar’ komt te vervallen. Gemeenten zijn daardoor zelf aan zet om gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek uit de omgevingsvisie een afweging te maken waar stedelijke ontwikkeling het beste een plek kan krijgen. Het beleid zoals opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.2.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, vooruitlopend op de aanstaande Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’ en ‘groenblauwe mantel’ (zie volgende figuur).

10 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Figuur 7: Uitsnede ‘Basiskaart groenblauwe mantel’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (plangebied rood omkaderd, vigerende bestemmingsvlak (zwart omkaderd)

Binnen Groenblauwe mantel is het beleid gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en de ontwikkeling van groenblauwe waarden, natuur en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen, zoals het 'Wijstverschijnsel' (het opstuwen van grondwater) op de Peelrandbreuk in Oost-Brabant, in de beekdalen en op de overgangen van zand/veen naar klei in de 'Naad van Brabant'. Verder is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘stalderingsgebied’. Deze is gerelateerd aan de veehouderij – de huidige primaire functie van het bedrijf. Onderhavige ontwikkeling ziet op de verkleining van haar veestapel en het omzetten van de nu nog primaire vorm van het bedrijf naar een nevenactiviteit. Toets aan beleid De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.49 Veehouderij in landelijk gebied; • Artikel 3.52 Aanvullende regels stalderen; • Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied; • Artikel 3.75 Aanvullende regels voor vrije tijds-voorziening.

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5) In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten; Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Onderhavige ontwikkeling ziet op het afbouwen van de melkveehouderij ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de reeds bestaande kleinschalige camping. De kwaliteitsverbetering dient te worden gezocht in het aanbrengen van erfbeplanting rondom het plangebied. Middels een berekening is inzichtelijk gemaakt wat de kwaliteitsverbetering dient te bedragen 11 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

voor onderhavige ontwikkeling. Hierbij is aansluiting gezocht bij de bijlage welke onderdeel uitmaakt van het vigerende bestemmingsplan ‘Regeling kwaliteitsverbetering van het landschap Sint-Oedenrode 2016. Er is sprake van een goede omgevingskwaliteit als gevolg van de ontwikkeling. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water.

Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Er is sprake van een bestaand bouwperceel. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt het bestemmingsvlak vergroot om zo de bestaande minicamping binnen het beoogde bestemmingsvlak ‘recreatie’ op te nemen. De huidige minicamping is nu vergund buiten het vigerende bestemmingsvlak op agrarische gronden. De tien nieuwe plekken ten behoeve van de natuurhuisjes/ pods worden gerealiseerd ter plaatse van de (huidige) opslagplaatsen van het ruwvoer. De overige ontwikkelingen vinden plaats binnen bestaande bebouwing, behouden de op te richten beugelbaan. Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is.

Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 5 tot en met 12). Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9) Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen.

De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. 12 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan. Het provinciale beleid met betrekking tot het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap is vertaald in het beleid ‘Handreiking kwaliteitsverbetering’ van de gemeente Meierijstad d.d. september 2021. Hierin is geregeld dat alle ontwikkelingen in het buitengebied een meerwaarde of maatschappelijke winst moeten hebben. De beoogde vakantieappartementen en wellness vinden plaats in de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Door de inpandige verandering wijzigt er ruimtelijk gezien niets aan het uiterlijk van de locatie. De melkveestal wordt hoogstens aan de buitenzijde opgeknapt, waarmee de uitstraling richting het omliggende landschap verbeterd. Met de realisatie van de nieuwe vakantiehuisjes wordt nieuwe bebouwing toegevoegd in het bestaande functievlak. Deze worden echter opgericht ter plaatse van de bestaande sleufsilo’s.

Daar de locatie op een zorgvuldige wijze landschappelijk wordt ingepast, wordt de bebouwing gecamoufleerd en zorgt daarmee niet voor een nieuwe inbreuk in het landschap. Door bij de bouw van de voorzieningen gebruik te maken van duurzame en authentieke materialen, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van zowel het landschap alsook de buurt. Daarnaast zal de landschappelijke inpassing op bepaalde plekken sterker worden aangezet, waarmee een extra bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geleverd. Hiermee voldoet het initiatief aan de regels met betrekking tot zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap. Juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt juridisch vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. De financiële en juridische borging van de aanleg, het onderhoud en het beheer vindt plaats middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Regels voor veehouderijbedrijven in landelijk gebied (artikel 3.49) Ten aanzien van een uitbreiding van een bouwperceel tot maximaal 1,5 ha zijn in artikel 3.49 regels opgenomen.

In onderhavige situatie is geen sprake van een uitbreiding van een veehouderijbedrijf, de bestaande veehouderij wordt afgebouwd en verder doorgezet als ondergeschikte nevenactiviteit. De bebouwing welke in gebruik blijft voor het veehouderijbedrijf in de beoogde situatie neemt af ten opzichte van de huidige situatie. Derhalve hoeft niet aan de regels van een zorgvuldige veehouderij te worden getoetst. Aanvullende regels stalderen (artikel 3.52) In artikel 3.52 van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen die betrekking hebben op staldering. Binnen de aanduiding ‘Stalderingsgebied’ gelden extra randvoorwaarden aan ontwikkeling van veehouderijen. Deze voorwaarden geven sturing aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en richten zich daarnaast op het tegengaan van (verdere) leegstand. Vanwege deze extra randvoorwaarden is een toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Om met dierenverblijf te mogen uitbreiden, dient de initiatiefnemer een zogenaamd stalderingsbewijs te overleggen (dat door de provincie wordt uitgegeven), waarmee is verzekerd dat binnen het 13 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd, de oppervlakte van de sanering tenminste 120% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen en de sanering plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling. In de regels van het bestemmingsplan worden de regels met betrekking tot staldering opgenomen. Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.73) In artikel 3.73 zijn regels opgenomen voor vestiging van voorzieningen in landelijk gebied. Onder voorzieningen wordt verstaan: niet-agrarische functies gericht op het verlenen van diensten aan particulieren. Een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een voorziening als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de aspecten als een gebiedsgerichte benadering, de effecten op de omgeving en de bijdrage van de ontwikkeling aan de omgevingskwaliteit zijn betrokken.

Verder gelden voorwaarden als dat de voorziening qua omvang en publieksaantrekkende werking past binnen de omgeving, de ontwikkeling niet leidt tot splitsing van het bouwperceel, is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt en dat opslag en stalling van producten plaatsvindt in gebouwen, voor een detailhandelsvoorziening een omvang geldt van de verkoopvloeroppervlakte van ten hoogste 200 m² en voorzieningen ten dienste van vrije tijd en zorg een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare hebben. Onderstaand wordt getoetst aan de verschillende voorwaarden. In de verordening is beschreven dat als een activiteit is toegestaan als hoofdfunctie deze ook is toegestaan als nevenfunctie. Deze regels zijn dan ook van toepassing op zowel hoofd- als nevenfuncties. De huidige camping is reeds een vergunde nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf; deze is echter nog niet planologisch vastgelegd. Middels een bestemmingsplan worden zowel de recreatieve als de agrarische activiteiten vastgelegd. In de beoogde situatie vindt een verschuiving plaats van de hoofdactiviteit; de huidige agrarische activiteiten worden afgebouwd en vervangen door een neventak in de vorm van het houden van maximaal 30 stuks rundvee (voornamelijk oudhollandse runderen). De huidige boerderijcamping wordt uitgebouwd tot de hoofdactiviteit waaruit het hoofdinkomen wordt gegenereerd.

Ontwikkelrichting De gemeente Meierijstad heeft de ontwikkelrichtingen voor gebieden nog niet specifiek uitgeschreven. Bij het ontbreken van een integrale visie voor ontwikkelrichtingen dient per locatie afgewogen te worden of een ontwikkeling past binnen de koers van het gebied. Houvast hiervoor kan gezocht worden bij de gemeentelijke kaart met gebiedstypologieën in het buitengebied, de Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad, alsmede het gemeentelijke beleidsstuk ‘Kansen voor Kwaliteit’. Tevens dient te worden gekeken naar onderstaande aspecten uit de Provinciale Omgevingsverordening: • een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; • welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; • hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Gebiedstypologieën De locatie Goeiendonk 23 is gelegen binnen het gebiedstype ‘landelijk gebied, verweving van functies’.

14 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Figuur 8: gebiedstypologie Goeiendonk 23 (Bron: gemeente Meierijstad)

De omschrijving van de gebeidstypologie ‘landelijk gebied, verweving van functies’ is als volgt: ‘Deze gebiedstypologie behandelt gebieden buiten de bebouwde kom met een mix van agrarische activiteiten, water, natuur, wonen, recreatie en toerisme’. Landschapsontwikkelingsplan Sint-Oedenrode Ook in het landschapsontwikkelingsplan Sint-Oedenrode is de planlocatie aangemerkt als een verwevingsgebied. In dit document is genoemd dat de belangrijkste strategische opgaven voor het buitengebied als volgt zijn: - Behouden van vitaliteit in het buitengebied; - Benutten van de potenties van de recreatiesector; - Reconstructie landelijk gebied; - Behouden groene karakter; - Behouden en versterken aandacht cultuurhistorie in aanpalende beleidsvelden. Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad In de ‘Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad (2018)’ wordt in paragraaf 4.5 het volgende genoemd over de belangrijkste potentiële doelgroepen voor Meierijstad: Verblijfsgast: Meierijstad als uitvalsbasis. Door Meierijstad te positioneren als handige uitvalsbasis met steden (Den Bosch en Eindhoven), natuur (Groene Woud, Maashorst en Loonse en Drunense Duinen) en bedrijvigheid binnen handbereik, het toeristisch en zakelijk verblijf laten groeien.

Dit vraagt om uitbreiding van de capaciteit en kwaliteit van het verblijfsaanbod, bij voorkeur aansluitend bij de beleving van Meierijstad en onderscheidend t.o.v. bestaand regionaal aanbod. In het hoofdstuk over het toekomstbeeld van Meierijstad wordt genoemd dat de gemeente een aanjagende en regisserende rol op wil pakken door verbindingen uit te werken en door nieuwe grootschalige recreatieftoeristische plannen te laten landen in de zogenoemde recreatieve motor. Dit sluit nadere ontwikkeling van de beleving van Meierijstad op andere locaties niet uit. De wisselwerking van de recreatieve motor met de recreatief-toeristische waardevolle kernen en het buitengebied versterkt elkaar wederzijds, waarbij het buitengebied profiteert van het vergrote bereik. Kansen voor kwaliteit Door middel van het gemeentelijke afwegingskader ‘Kansen voor Kwaliteit’ wil de gemeente ruimte geven aan nieuwe functies op vrijkomende agrarische bedrijfslocaties, die qua aard en schaal passen in het buitengebied. Ook functies die niet aan het buitengebied gebonden zijn, moeten een plek kunnen krijgen in 15 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

het buitengebied, mits ze niet concurreren met functies op de bedrijventerreinen of in de centra. Er wordt onderscheid gemaakt in drie functietypen: 1. Gebiedsgebonden functies; 2. Gebiedspassende functies; 3. Gebiedsstrijdige functies. Gebiedsgebonden functies zijn functies die een zekere relatie met het buitengebied hebben of die vanouds aan het buitengebied gerelateerd worden. Onder deze categorie vallen agrarisch verwante bedrijven, agrarisch-technische hulpbedrijven en de recreatieve functies. Het beleid voor recreatie is opgenomen in de ‘Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad’. Het beleid biedt kansen voor versterking van de recreatieve functie in het buitengebied. Daarbij gaat het om kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie. Het aantal recreatieve functies moet in verhouding zijn met andere functies en die niet in de weg staan. Belangrijk uitgangspunt voor recreatie is het verantwoord (door)ontwikkelen van bestaande bedrijven en nieuwe initiatieven die onderscheidend en vernieuwend zijn. Doorwerking plangebied Gebiedstypologieën De uitbreiding van de minicamping tot een volwaardige camping is in lijn met de beschrijving van de gebiedstypologie ‘landelijk gebied, verweving van functies’. Hierin wordt namelijk genoemd dat dat hier een mix van agrarische activiteiten en recreatie en toerisme past.

De camping met als nevenactiviteit agrarische activiteiten sluit hierbij aan. Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad In de visie wordt genoemd dat de ambities voor Meierijstad vragen om een uitbreiding van capaciteit en kwaliteit van het verblijfsaanbod, welke bij voorkeur aansluit bij de beleving van Meierijstad. Hier wordt met dit initiatief aan voldaan. De uitbreiding voorziet op meer capaciteit en kwalitatief betere verblijfsmogelijkheden in de vorm van natuurhuisjes. Daarnaast wordt aangesloten bij de beleving van Meierijstad. De locatie Goeiendonk 23 is gelegen buiten de zogenoemde recreatieve motor, de visie noemt echter dat de ontwikkeling van beleving op locaties die hierbuiten vallen nog steeds mogelijk is. De ontwikkeling aan de Goeiendonk 23 biedt hiermee een positieve wisselwerking. Kansen voor Kwaliteit De ontwikkeling aan de Goeiendonk 23 is een gebiedspassende functie. In Kansen voor Kwaliteit wordt ook gerefereerd aan de Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad, welke kansen biedt voor versterking (uitbreiding) van de recreatieve functie in het buitengebied. Dit moet dan in dit geval een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie zijn. Bij dit initiatief is sprake van 39 verblijfplaatsen (25 kampeerplekken, 10 natuurhuisjes en 4 appartementen). Ook aan het uitgangspunt van verantwoord doorontwikkelen van bestaande bedrijven wordt voldaan.

Het gaat hier tenslotte om een bestaande minicamping die wordt uitgebreid. Als laatste het punt dat het aantal recreatieve functies in verhouding moet zijn met andere functies en deze niet in de weg moet staan: in de directe omgeving van het initiatief zijn bijna uitsluitend agrarische functies gelegen. Hierdoor kan gesteld worden dat de recreatieve functie in verhouding is met de andere functies in de omgeving. In de onderzoeken behorende bij het bestemmingsplan wordt beschreven dat het plan geen planologische of milieutechnische bezwaren oplevert. Effecten van de ontwikkeling op andere aspecten • Mobiliteit; 16 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

• • •

Agrarische ontwikkeling; Leefbaarheid; Leegstand elders.

Mobiliteit Daar de camping verder wordt ontwikkeld, zal het aantal verkeersbeweging van campinggasten van en naar het campingterrein toenemen. Dit zal echter met name in de zomermaanden geval zijn. Het aantal verkeersbewegingen omtrent de huidige melkveehouderij zal daarentegen afnemen, daar het houden van vee in beoogde situatie enkel als nevenactiviteit zal plaatsvinden. Tabel 1: Berekening verkeersaantrekkende werking 1 Functie Verkeersgeneratie (per eenheid) Eengezinswoning (dure sector) 8,6 per woning Camping (kampeerterrein) Natuurhuisjes (kampeerterrein) Appartementen (recreatie, 4* hotel) Agrarisch bedrijf

Verkeersgeneratie totaal 8,6

0,4 per standplaats 0,4 per standplaats 27,6 per 10 kamers

10,0 4,0 11,0

6 Totaal

6,0 39,6

Agrarische ontwikkeling Door de beoogde ontwikkeling worden omliggende veehouderijbedrijven niet verder beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Leefbaarheid De omschakeling van een melkveehouderij naar een camping in Meierijstad draagt bij aan de leefbaarheid door economische, sociale en recreatieve voordelen. De camping stimuleert de lokale economie door toerisme en werkgelegenheid, en maakt het gebied toegankelijker voor zowel bezoekers als inwoners, wat de natuurbeleving versterkt. Het biedt nieuwe recreatiemogelijkheden en bevordert de verbinding tussen de gemeenschap en het buitengebied. Daarnaast biedt de omschakeling kansen voor duurzame ontwikkelingen. Zo zorgt de camping voor een balans tussen toerisme en lokale betrokkenheid, wat de regio aantrekkelijker maakt voor wonen, werken en recreëren. Leegstand elders De leegstandsproblematiek in het landelijk gebied speelt in toenemende mate een grote rol vanuit kwaliteit maar ook vanuit tegengaan van verpaupering en criminaliteit. De herbestemming van de gebouwen voor een kampeerterrein biedt een oplossing door leegstand te voorkomen en de omgeving levendig te houden. Dit draagt niet alleen bij aan de ruimtelijke kwaliteit, maar vermindert ook het risico op ongewenste activiteiten.

Het kampeerterrein biedt economische kansen en versterkt de sociale cohesie in de regio, terwijl het de leegstandsproblematiek in het landelijk gebied tegengaat. De toetsing op de mogelijke effecten van de ontwikkeling op de genoemde aspecten is uiteengezet in hoofdstuk 5 tot en met 11 van voorliggende toelichting. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn op bovengenoemde aspecten. In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Doordat alle bebouwing in de beoogde situatie in gebruik wordt genomen ten behoeve van de bedrijfsfunctie is er geen sprake van overtollige bebouwing. De sleufsilo’s welke in de huidige situatie worden gebruikt ten behoeve van de opslag van ruwvoer worden in

1 CROW, toekomstbestending parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie

17 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

de beoogde situatie weggenomen. Netto is sprake van een afname van de verharde oppervlakte. Met het initiatief wordt leegstand en verloedering van het buitengebied voorkomen. Onderhavig planvoornemen heeft geen negatieve invloed op de mobiliteitsstromen, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; omdat met de ontwikkeling van het bestaande bedrijf wordt tegengegaan en het bedrijf geen hinder geeft aan omliggende percelen. Onderhavig planvoornemen heeft geen invloed op het versterken dan wel verslechten van de omgevingskwaliteit.

Bijdrage versterken omgevingskwaliteit De provincie vraagt aan de gemeenten om bij ruimtelijke ontwikkelingen aan te geven hoe wordt gezorgd voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit door een zorgplicht op te nemen. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering op of hergebruik binnen bestaand stedelijk gebied. Ook in het buitengebied is ruimte voor hergebruik als gevolg van de verwachting dat een aanzienlijk deel van de agrarische bedrijven in de nabije toekomst hun bedrijfsvoering beëindigen. Een goede landschappelijke inpassing maakt deel uit van de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Het provinciale beleid met betrekking tot het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap is vertaald in het beleid ‘Handreiking kwaliteitsverbetering’ van de gemeente Meierijstad d.d. september 2021. Hierin is geregeld dat alle ontwikkelingen in het buitengebied een meerwaarde of maatschappelijke winst moeten hebben. De meerwaarde wordt in deze geleverd door landschappelijke inpassing van het perceel en een verkleining van het bouwvlak en dus aanzienlijke vermindering van bouwmogelijkheden.

Het plan maakt binnen de voormalige melkveestal een aantal recreatiewoningen mogelijk. Daarnaast worden een aantal natuurhuisje gerealiseerd, deze zijn klein van omvang en hebben een natuurlijke uitstraling. De locatie wordt op robuuste wijze ingepast. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van de bestaande minicamping naar een volwaardige camping en het hierbij toekennen van de recreatieve bestemming past binnen de gebiedstypologie die op de locatie aanwezig is. De ontwikkeling past binnen de Visie Recreatie en Toerisme, het beleidsstuk Kansen voor Kwaliteit en heeft geen negatieve effecten op andere aspecten in de omgeving. Daarnaast levert het initiatief een bijdrage aan het versterken van de omgevingskwaliteit. De ontwikkeling aan de Goeiendonk 23 is een passende ontwikkeling binnen het gebied. Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening (artikel 3.75) Voor voorzieningen voor verblijfsrecreatie zijn in artikel 3.75 aanvullende regels opgenomen. Voor verblijfsrecreatie is het belangrijk dat permanente bewoning wordt voorkomen en dat is geborgd dat het terrein bedrijfsmatig worden beheerd. De camping zal het gehele jaar open zijn, maar de bezetting van de ‘recreatie’-middelen ten behoeve van de standplaatsen en de bezetting van de vakantiehuisjes en kampeerplekken wisselen gedurende het jaar. Van permanente bewoning is geen sprake.

De camping wordt door initiatiefnemer bedrijfsmatig beheerd. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

18 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Visie gemeente Meierijstad ‘Kansen voor Kwaliteit’

De gemeentelijke visie ‘Kansen voor kwaliteit’ is een afwegingskader voor herontwikkeling van vrijkomende (agrarisch) bebouwing. Het afwegingskader voor vrijkomende (agrarische) bebouwing ‘Kansen voor Kwaliteit’ tracht hierin te voorzien. Het doel van dit rapport is om te komen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. Het plangebied is gelegen binnen het gebied aangeduid als ‘verweving van functies’. Binnen het gebiedstype ‘verweving van functies’ speelt de landbouw een belangrijke rol. Maar in deze gebieden zijn de agrarische bedrijven niet de enige gebruikers. Door de tijd hebben agrarische bedrijven plaatsgemaakt voor nieuwe functies. In het gebied ‘verweving van functies’ zijn in principe alle functies mogelijk. Of een functie daadwerkelijk op een specifieke locatie haalbaar is, hangt af van de impact op de (directe) omgeving. Onderhavige ontwikkeling ziet op het verder ontwikkelen van de (reeds bestaande) camping, het afbouwen van de melkveehouderij en de realisatie van nieuwe recreatieve activiteiten.

De bedrijfsactiviteiten betreffen de ontwikkeling van de camping en natuurhuisjes, het houden van oudhollandse runderen als nevenactiviteit, het exploiteren van de reeds bestaande honden-trimsalon en de eveneens reeds bestaande ondergeschikte horeca ten dienste van de recreatieve activiteiten. Ten behoeve van deze ontwikkeling is geen sprake van een toename van het aantal n² aan bedrijfsbebouwing. Ook neemt het totale ruimtebeslag niet toe. Een deel van het ruimtebeslag wat nu agrarisch in gebruik is ten dienste van het melkveebedrijf wordt in de beoogde situatie gebruikt voor de camping. Zoals onderbouwd in de navolgende hoofdstukken is de mogelijke hinder naar de omgeving gering en wordt de uitstraling naar de omgeving groener door het toevoegen van inheemse beplanting. De ontwikkeling van het bestaande recreatiebedrijf is passend binnen het gebied ‘verweving van functies’. Het blijft een kleinschalige camping waardoor deze geen grote hoeveelheden verkeer genereert. De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid ‘Kansen voor kwaliteit’.

19 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

5. Cultuurhistorie en archeologie 5.1

Cultuurhistorie

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de cultuurhistorisch waardevolle regio ‘Meierij’ (zie volgende figuur).

Lijn van redelijk hoge waarde

Lijn van hoge waarde

Plangebied

Lijn van hoge waarde

Lijn van redelijk hoge waarde

Figuur 9: Uitsnede ‘Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herziening 2016’ Noord-Brabant

De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Daarnaast is de weg grenzend aan het plangebied aangeduid als een lijn met redelijk hoge en hoge waarde. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan deze cultuurhistorische waarden van het gebied. In onderhavige situatie wijzigt er niets aan de ruimtelijke uitstraling van de bebouwing. De melkveestal wordt hoogstens aan de buitenzijde opgeknapt, waarmee de uitstraling richting het omliggende landschap verbeterd. 20 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Dit komt het landschap ten goede. Onderhavige ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden.

5.2

Monumenten

Binnen het plangebied is een beeldbepalend pand aanwezig. De bedrijfswoning is een langgevelboerderij en staat bekend als ‘Hoeve den Goeiendonk’. Onderhavige ontwikkeling ziet niet op een uiterlijke wijziging van dit pand, dus van consequenties voor dit monument is dan ook geen sprake.

5.3

Archeologie

Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Volgens de archeologische verwachtingswaardekaart van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode is het plangebied gesitueerd in een gebied met lage, middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde (categorie 5, 6 en 7). Ook Is de hoeve aangeduid als gebied van ‘hoge verwachting hoeves en molens’ (categorie 4). Zie volgende figuur.

Plangebied

Figuur 10: Uitsnede archeologische verwachtingskaart voormalige gemeente Sint-Oedenrode

De voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van bekende archeologische waarden en bekende archeologische waarden van de voormalige hoeves en molens.

21 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

Er is sprake van een bestaand bouwperceel. De tien nieuwe plekken ten behoeve van de natuurhuisjes/ pods worden gerealiseerd ter plaatse van de (huidige) opslagplaatsen van het ruwvoer. De overige ontwikkelingen vinden plaats binnen bestaande bebouwing, behoudens de nieuwe beugelbaan. Ten behoeve van de ontwikkeling van de beugelbaan wordt de maximale verstoringsdiepte van 0,3 meter niet overschreden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Ook tast de ontwikkeling de archeologische (verwachtings-)waarden niet aan. Indien tijdens eventuele werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform Artikel 53 van de Monumentenwet.

22 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

6. Groenstructuur en natuur 6.1

Groenstructuur plangebied

6.1.1

Natuur Netwerk Brabant

Natuur Netwerk Brabant maakt onderdeel uit van Natuur Netwerk Nederland, dat een samenhangend geheel is van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Op een afstand van circa 215 meter van het plangebied is het dichtstbijzijnde gebied behorende tot Natuur Netwerk Brabant (rivier de Dommel) gelegen (zie volgende figuur).

NNB

Figuur 11: Natuur Netwerk Brabant (plangebied rood omkaderd)

Door onderhavige ontwikkeling wordt dit gebied niet aangetast c.q. doorkruist. 6.1.2

Landschappelijke waarden

Onderhavige locatie is reeds op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast. De landschappelijk inpassing van het plangebied wordt verder versterkt door de aanleg van gemengde hagen en het realiseren van een hoogstamfruitboomgaard. Daarnaast wordt de bomenrij bestaande uit populieren verder uitgebreid richting het noorden. De volgende figuur toont een uitsnede van de tekening van het landschappelijk inpassingsplan (zie tevens bijlage). Als onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan is een analyse van het gebied opgenomen waarbinnen het plangebied is gelegen.

23 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen welke ziet op de aanleg en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan. Tevens wordt een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad gesloten waarmee de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan is geborgd.

Figuur 12: Uitsnede tekening landschappelijk inpassingsplan

6.2

Wet natuurbescherming

6.2.1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen op een afstand van circa 9,5 kilometer. Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een berekening gemaakt met het programma Aerius Calculator. In. In bijlage 6 zijn de invoergegevens en resultaten van de berekening toegevoegd. Het resultaat van de berekening voor de gebruiksfase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet 24 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Goeiendonk 23’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=d5bdb5b2-7fc5-4960-91e5-0bad52b75d9d