Bijlage 1 Ruimtelijke Onderbouwing (versie mei 2024)
Tekst van het document
67/118
Biodiversiteit Beide groene zones worden zo ingericht dat ze bijdragen aan de biodiversiteit. Vooral de groene zone aan de noordzijde van de parkeergarage zal soorten aantrekken, doordat hier geen menselijke activiteiten zullen plaatsvinden. 8.7.3 Conclusie Het project voldoet aan het Bouwbesluit en draagt in positieve zin bij aan de ambities van de gemeente Meierijstad op het gebied van duurzaamheid.
8.8
Kabels en leidingen
8.8.1 Beleid en normstelling Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: a. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; b. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; c. defensiebrandstoffen; d. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. 8.8.2 Toetsing Binnen en in de omgeving van het projectgebied zijn geen planologisch relevante buisleidingen aanwezig. Tevens zijn er geen relevante hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. De meest nabij gelegen hoogspanningsverbinding ligt op circa 3 kilometer ten westen van het projectgebied. 8.8.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
68/118
8.9
Geur
8.9.1 Beleid en normstelling De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. In de Wgv is bepaald dat in een concentratiegebied een maximale voorgrondbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m³) geldt binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Ten opzichte van dieren van een diercategorie, waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (rundvee en paarden), dienen vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien de woning binnen de bebouwde kom gelegen is, 100 meter te bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom geldt een vaste aan te houden afstand van 50 meter. Voor pelsdieren zijn aparte afstandseisen bepaald in bijlage 2 van de regeling Geurhinder en veehouderij. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt samen met de voorgrondbelasting het woon-en leefklimaat op een locatie.
Bij ontwikkeling van een geurgevoelig object dient er sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. 8.9.2 Toetsing Om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zijn de maximale voor- en achtergrondbelasting vanuit omliggende veehouderijen van belang. De voorgrondbelasting is de uitstoot van geur op individueel niveau. Het effect van alle uitstoot van geur van alle veehouderijen bij elkaar opgesteld is de achtergrondbelasting. Het projectgebied omvat zelf geen veehouderij. Wel worden geurgevoelige functies gerealiseerd, namelijk woningen. De woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Op basis van artikel 3, lid 2 onder a dient zodoende een richtafstand van 100 meter te worden aangehouden tussen een dergelijk geurgevoelig object en een veehouderij. Er zijn geen veehouderijen aanwezig op een afstand van 100 meter of minder vanaf het projectgebied. De meest nabij gelegen veehouderij is volgens de kaartviewer van de Kernregistratie dierverblijven (KRD) gelegen aan de Dorshout 45 te Veghel. Hier bevinden zich vleesvarkens, op circa 1,0 kilometer. Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de vaste afstand vanuit de Wet geurhinder en veehouderij. Tevens zijn er in de omgeving van de genoemde veehouderij op kortere afstand al woningen gelegen en zijn bedrijfswoningen ook geurgevoelige objecten waarmee rekening gehouden moet worden.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat de genoemde veehouderijen niet verder zullen worden beperkt door de beoogde ontwikkeling.
69/118
Figuur 8.5
Uitsnede kaart Achtergrondbelasting geur van ODZOB met het projectgebied rood omcirkeld
Uit de uitsnede van de kaart Achtergrondbelasting geur van de ODZOB blijkt dat er ter plaatse van het projectgebied sprake is van een zeer goede kwaliteit leefomgeving, zie figuur 8.5.
8.9.3 Conclusie Het aspect geurhinder van veehouderijen vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
8.10 Gezondheid 8.10.1 Beleid en normstelling Gezondheid is een speerpunt van Meierijstad. Gezond gedrag wordt binnen de gemeente gestimuleerd en ondersteund. Ook wordt voor een gezonde leer- en leefomgeving gezorgd. 8.10.2 Toetsing In voorgaande hoofdstukken is aangetoond dat het project geen negatieve gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en dat ter plaatse van de nieuwe appartementen ook een goed leefklimaat is gegarandeerd. De realisatie van de nieuwe appartementen draagt voornamelijk bij aan 'Kwaliteit van leven': In deze wooncrisis worden er nieuwe woningen toegevoegd aan het woonaanbod in Veghel. Hierdoor vinden meer mensen een plek om te wonen.
70/118
Figuur 8.4: Grafiek "Mijn positieve gezondheid" (Bron: mijnpositievegezondheid.nl) Voor het gehele gebied waarbinnen Noordkade is gelegen en tevens onderhavig projectgebied wordt een nieuwe gebiedsvisie opgesteld, zie tevens paragraaf 4.3.1. Ten behoeve van deze nieuwe visie wordt bij de GGD een gezondheidsadvies opgevraagd en betrokken bij de totale herijking voor het gehele gebied Havenkwartier. Een gezondheidsadvies voor enkel onderhavige ontwikkeling op P1 wordt niet noodzakelijk geacht. Aanvullend is het goed om kort in te gaan op de volgende gezondheidsrisico's: Geitenhouderijen; Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen; Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen; Hoogspanningslijnen. Geitenhouderijen Het college van B&W Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Op basis van verschillende onderzoeken (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)) is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's (verhoogde kans op longontsteking) zijn wanneer in de nabijheid (1,5 tot 2 kilometer) van een geitenhouderij wordt gewoond. Dit moet in overweging worden genomen in het kader van een goed woon- en leefklimaat. De dichtstbijzijnde geitenhouderij ligt op circa 4,5 kilometer ten noorden van het projectgebied (Langenbergsestraat 9 Heeswijk-Dinther).
Het projectgebied ligt dan ook niet binnen het invloedsgebied van een geitenhouderij. Zodoende vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor het project of andersom. Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen Op basis van de notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxinen toetsingskader 1.0
71/118
van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) kan worden beoordeeld of er sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Dit is met name het geval bij omschakeling naar, nieuwvestiging of uitbreiding van dergelijke bedrijven. Voor de omgekeerde werking (realisatie van een kwetsbaar object zoals een woning in de omgeving van een dergelijke veehouderij) kan gebruik worden gemaakt van de afstandsbepaling uit het toetsingskader. Op basis daarvan kan worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot endotoxinen. ODZOB adviseert om bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij is gelegen, de genoemde afstandsbepaling toe te passen. Als uit blijkt dat niet voldaan kan worden aan de afstand dan, adviseert ODZOB negatief te besluiten op de ontwikkeling. Het project is niet gelegen binnen 250 meter van een veehouderij met welke diersoort dan ook. De dichtstbijzijnde veehouderij bevindt zich immers op ongeveer 1,0 kilometer ten noordwesten van het projectgebied (varkenshouderij, Dorshout 45 te Veghel), zie paragraaf 8.9. Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goed woon- en leefklimaat moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid.
Als gevolg van die afweging kan het nodig zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen gevoelige functies zoals woningen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Het projectgebied wordt omgeven door bebouwd gebied. In de directe omgeving van het projectgebied liggen dan ook geen gronden waar (mogelijk) sprake is van een spuitzone. Het meest nabij gelegen agrarisch perceel waar gewasbeschermingsmiddelen gebruik zouden kunnen worden ligt op circa 400 meter ten noorden van het projectgebied. Dit perceel grenst echter direct aan percelen van bestaande woningen. Spuitzones vormen dan ook geen belemmering voor dit project. Hoogspanningslijnen Bloostelling (kort en/of langdurig) aan magneetvelden van hoogspanningslijnen kan een effect hebben op de gezondheid. Conform de netkaart hoogspanningslijnen van het RIVM is de dichtstbijzijnde hoogspanningslijn op een afstand van circa 3,0 kilometer van het projectgebied gelegen, zie paragraaf 8.8. Gelet op de afstand tussen het projectgebied en deze lijn vormt dit geen belemmering voor de gezondheid. 8.10.3 Conclusie Kortom, het project draagt in positieve zin bij aan de ambities van de gemeente Meierijstad op het gebied van gezondheid en er is geen sprake van gezondheidsrisico's.
72/118
Hoofdstuk 9 9.1
Bedrijven en voorzieningen
Bedrijven en milieuzonering
9.1.1 Inleiding In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, maar met name woningen: ter plaatse van milieugevoelige functies (zoals woningen en hotels) een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in deze ruimtelijke onderbouwing gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Gezien de ligging, met een diversiteit aan functies in de omgeving, kan het gebied getypeerd worden als een 'gemengd gebied', waardoor met 1 afstandsstap kan worden afgeweken van de richtafstanden van de VNG-publicatie.
9.1.2 Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling aan de Noordkade te Veghel is middels een quickscan (Bijlage 11) onderzocht of in de nabijheid van het projectgebied bestemmingen aanwezig die mogelijk het plan belemmeren of belemmerd worden door het plan. Relevante bestemmingen tot en met 200 m afstand
73/118
Figuur 9.1: Relevante bestemmingen tot en met 200 m afstand Op het terrein van Noordkade zelf vinden diverse activiteiten plaats. De activiteiten binnen de aanwezige bebouwing zoals museum, bioscoop, chocolade fabriek en het foodcluster liggen allen op voldoende afstand van de beoogde woningen. Dit is hierna nader uiteengezet, inclusief de activiteiten direct grenzend aan het terrein van Noordkade. Ter plaatse van (1) is een gebouw gelegen waarin meerdere inrichtingen zijn gevestigd, waaronder een museum, frisdrankwinkel, inrichting voor toeristische attractie, kleinschalige bioscoop en een stichting. Om te leiden tot eventuele belemmeringen zal de bedrijvigheid moeten behoren tot een inrichting van milieucategorie 3.1. Ter plaatse is gezien de omvang van de activiteiten sprake van een milieucategorie vergelijkbaar met maximaal milieucategorie 2 met een bijhorende richtafstand van 10 meter. De nieuw te realiseren appartementen liggen op meer dan 10 meter afstand. Derhalve zullen de inrichtingen, gevestigd op (1), niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van de appartementen Op circa 10 meter is ter plaatse van (2) een bestemming ‘bedrijf’ gelegen. Met de herontwikkeling van het terrein zal een deel van deze bestemming, in eigendom bij de initiatiefnemer, worden meegenomen in de nieuwe ontwikkeling(en).
Voor de bestemming ‘bedrijf’ geldt een maximale milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. Uitgaande van deze afstand valt het projectgebied (net) binnen de richtafstand van de bestemming. Deze locatie waar bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn is echter in eigendom bij initiatiefnemer. Initiatiefnemer is erbij gebaat dat de bedrijfsactiviteiten geen belemmering vormen voor de beoogde woonfunctie. Bij planologische borging van de gehele Noordkade zal rekening gehouden worden met de onderlinge afstand tussen beide functies. Met de bouw van de beoogde woningen worden bovendien voldoende akoestische maatregelen getroffen, zie hiervoor paragraaf 8.4. Nader onderzoek naar deze bedrijfsbestemming wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van (3) is op circa 50 meter een bestemming ‘bedrijf’ gelegen. Voor dergelijke bestemmingen geldt milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. Derhalve zal deze inrichting niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van de appartementen. Ter plaatse van (4) zal op circa 10 meter de nieuwe parkeergarage worden gerealiseerd. Daarnaast is ten oosten van de appartementen in de huidige situatie ook een parkeerterrein aanwezig. Voor een parkeerterrein / garage geldt milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. Het aspect ‘geluid’ is maatgevend voor de richtafstand.
Er kan niet aan de richtafstand worden voldaan waardoor op voorhand belemmeringen niet zijn uit te sluiten. Derhalve is een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 8.4 onder 'industrielawaai'. Met het nemen van akoestische maatregelen wordt een goed woon- en leefklimaat geborgd. Ter plaatse van (5) is op circa 50 meter een bestemming ‘bedrijf’ gelegen. Voor dergelijke bestemmingen geldt milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. Derhalve zal deze inrichting niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van de appartementen.
74/118
Op circa 180 meter van het plan zal de nieuwe chocoladefabriek (6) worden gerealiseerd. Hiervoor is inmiddels vergunning verleend. Voor dergelijk bestemmingen geldt milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50 meter in een gemengd gebied. Derhalve zal de nieuw te realiseren chocoladefabriek niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van de appartementen. Binnen dit gebouw, op circa 100 meter van het plan, is tevens het foodcluster gevestigd. Gezien deze afstand is hier tevens geen sprake van enige belemmering. Als laatste is ter plaatse van (7) een bestemming ‘bedrijf’ met de specifieke functieaanduiding ‘bedrijf -2’ gelegen. Uitgaande van het vigerende bestemmingsplan is op deze bestemming maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan. Voor dergelijke bestemmingen geldt een richtafstand van 50 meter. Derhalve zal ook deze inrichting niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van de appartementen. Relevante bestemmingen buiten 200 m afstand
Figuur 9.2: Relevante bestemmingen buiten 200 m afstand In een bereik van 200 tot 1.000 meter afstand van het plan zijn bestemmingen gelegen die mogelijk relevant kunnen zijn en dan ook nader worden toegelicht (genummerd 8, 9 en 10). Op circa 250 meter van het plangebied is het gezoneerde industrieterrein ‘CHV/NCB-laan’ gelegen (8). De nieuw te realiseren appartementen zijn gelegen binnen de geluidszone van het industrieterrein. Derhalve kunnen belemmeringen op voorhand niet worden uitgesloten en dient een nader akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein. Ter plaatse van (9) op circa 400 meter afstand is het gezoneerde industrieterrein ‘de Dubbelen I/II’ gelegen. Ook voor de Dubbelen vindt zonebeheer plaats. Het plangebied is echter niet gelegen binnen de geluidszone van het industrieterrein. Derhalve kunnen belemmeringen op voorhand worden uitgesloten en wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.
75/118
Als laatste is ter plaatse van (10) op circa 220 meter het bedrijventerrein ‘Veghel-West’. Dit bedrijventerrein is niet gezoneerd. Uitgaande van het bestemmingsplan wordt maximaal milieucategorie 4.2 toegestaan op het terrein. Voor milieucategorie 4.2 geldt een richtafstand van 200 meter. Met een richtafstand van 200 meter zal ook deze bestemming niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van het plan. Industrieterrein Noordkade Voor de gronden rond het projectgebied, waaronder de huidige P1 parkeerterrein geldt de bestemming 'Industrieterrein I' uit het bestemmingsplan 'Industrieterrein CHV' (vastgesteld op 19 november 1968). De gronden met deze bestemming waar het gebruik niet wordt gewijzigd door onderhavige ontwikkeling, mogen planologisch gebruikt blijven worden conform 'Industrieterrein I'. Met de beoogde ontwikkeling van Noordkade zijn de industriële functies komen te vervallen. Gezien de visie op het gebied en de beoogde toekomstig verder te ontwikkelen delen en toe te voegen functies is het onwaarschijnlijk dat hier in de toekomst nog ooit industriële functies zullen plaatsvinden. Mede gezien de huidige functies die al aanwezig zijn en de beperkte ruimte die nog over blijft is industrie hier verder uitgesloten. Ook blijft de ruimte die nu in gebruik is als parkeerterrein nodig om de parkeerbehoefte van het gebruik op te vangen.
Het planologisch toegestane gebruik als industrieterrein vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde woningen. Evenementen Binnen Noordkade ligt de ruimte om evenementen te organiseren. Dit past binnen de levendigheid van een gebied als Noordkade waar functies en activiteiten mengen. De grote evenementen vinden inpandig plaats binnen bestaande bebouwing op Noordkade. Deze bebouwing ligt op ruimte afstand van het projectgebied, zie punten hiervoor. Aan de kade, langs de waterkant is ruimte voor kleinschalige evenementen. Hoewel gelegen in de buitenruimte, ligt dit op ruime afstand van het projectgebied. Deze locatie wordt bovendien afgescheiden van het projectgebied door de tussenliggende bebouwing, Op het parkeerterrein naast het projectgebied vinden geen evenementen plaats. Parkeergarage Voor de ten opzichte van de parkeergarage noordelijk en oostelijk gelegen woonbestemming wordt niet voldaan aan de richtafstand. De parkeergarage valt ook binnen de richtafstand tot de nieuw te realiseren appartementen. Hierdoor zijn belemmeringen op voorhand niet uit te sluiten en dient een nader akoestisch onderzoek plaats te vinden wegens de gevoelige bestemmingen in de omgeving, zie hierna.
Geluid Wegens de nieuw te realiseren parkeergarage en de ligging van te realiseren appartementen binnen de geluidszone van het 'industrieterrein 'CHV/NCB-laan' kunnen belemmeringen op voorhand niet worden uitgesloten. Hiervoor wordt nader akoestisch onderzoek dan ook noodzakelijk geacht. Voor de parkeergarage moeten zowel gevoelige bestemmingen in de omgeving als de nieuw te realiseren appartementen in het onderzoek betrokken worden. Toetsing aan de geluidszone van het industrieterrein CHV/NCB-laan hoeft enkel plaats te vinden voor de nieuw te realiseren appartementen. In paragraaf 8.4 wordt ingegaan op wegverkeerslawaai, industrielawaai en instellingslawaai.
76/118
Geur Ten zuidoosten van het projectgebied, aan de overkant van het kanaal, is veevoederbedrijf Franssen Gerrits BV, Zuidkade 10-16 gevestigd (voorheen: Victoria mengvoeders BV). Op grond van de VNG-publicatie wordt een veevoederbedrijf met een productie van meer dan 100 ton per uur ingedeeld in milieucategorie 4.2, met een richtafstand van 200 meter in gemengd gebied voor het aspect geur. De te realiseren appartementen liggen op een afstand van minder dan 200 m, namelijk op circa 140 meter. Daarmee wordt niet aan de richtafstand voldaan en kan het aspect geur een belemmering vormen. In de huidige situatie zijn binnen de richtafstand van 200 m vanaf het veevoederbedrijf reeds woningen aanwezig. Deze zijn op kortere afstand gelegen dan de beoogde woningen die met dit project mogelijk worden gemaakt. De bestaande woningen zijn derhalve maatgevend en vormen reeds een beperking voor de bedrijfsvoering van het veevoederbedrijf. Vanwege de omvang van het aantal woningen nabij het veevoederbedrijf wordt de functie wonen nabij dit bedrijf als aanvaardbaar geacht.
Voor nieuwe woningen binnen 200 meter, maar op ruime afstand, wordt het aspect geur dan ook niet als onaanvaardbaar geacht, Mede gezien de beperkingen die gelden voor de bedrijfsvoering ter plaatse en de transformatie die het gebied rond de kade ondergaat, wordt echter beoogd de bedrijfsactiviteiten hier te beëindigen en mogelijk te verplaatsen naar elders. Initiatiefnemer heeft inmiddels een koopovereenkomst gesloten met het betreffende veevoederbedrijf. Onderdeel van de overeenkomst is het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten. Bij beëindiging van de bedrijfsactiviteiten komt de milieucategorie 4.2 en bijbehorende richtafstand voor geur te vervallen. Met het beëindigen van deze bedrijfsactiviteiten wordt woningbouw binnen het projectgebied en op de gehele Noordkade zonder meer mogelijk. 9.1.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. Voor het aspect geluid wordt niet overal voldaan aan de richtafstanden. Hiervoor is met akoestisch onderzoek aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor zowel de bestaande woningen in de omgeving als voor de te realiseren appartementen. Voor het aspect geur wordt niet voldaan aan de richtafstand. Met het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten vormt het aspect geur echter geen belemmering meer.
77/118
Hoofdstuk 10
Verkeer
10.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte bepaald met de gemeentelijke parkeernormen (Nota parkeernormen Meierijstad 2018). De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de functies op de Noordkade en Is in het verkeersmodel doorgerekend.
10.2 Ontsluiting 10.2.1 Gemotoriseerd verkeer Het projectgebied is gelegen aan de Noordkade in Veghel en is onderdeel van de herontwikkeling van het voormalige CHV terrein. Het projectgebied zal ontsloten worden vanaf de NCB-Laan. Daar waar het projectgebied ontsloten wordt is de NCB-laan een erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/u. Via de NCB-Laan wordt in oostelijke richting ontsloten naar het centrum van Veghel, in westelijke richting vindt ontsluiting met de N279 plaats. Vanaf het T-kruispunt met de Pater van den Elsenlaan heeft de NCB-Laan een gebiedsontsluitende functie en geldt een maximum snelheid van 50 km/u. 10.2.2 Langzaam verkeer Hoewel de NCB-laan is ingericht als erftoegangsweg, zijn er fietssuggestiestroken aanwezig. Langs de Pater van den Elsenlaan ligt aan de oostkant een vrijliggend in tweerichtingen bereden fietspad. Langs het deel van de NCB-laan dat is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg (50 km/u) ligt aan weerszijden een vrijliggend in eenrichting bereden fietspad. Langs de wegen rondom het projectgebied zijn voetpaden aanwezig. 10.2.3 Openbaar vervoer Op 16 minuten lopen en 6 minuten fietsen van het projectgebied ligt langs de Rembrandtlaan de bushalte Veghel, Oprit N264, waar met hoge frequentie bussen halteren, waaronder buslijn 157 en 305 Oss Centraal – Eindhoven Centraal en buslijn 306 Uden Busstation – 's-Hertogenbosch Centraal.
Het busstation van Veghel ligt op 21 minuten lopen en 6 minuten fietsen vanaf het projectgebied.
78/118
10.3 Parkeren 10.3.1 Parkeertoets CHV-terrein De locaties waar de parkeerplaatsen voor het CHV terrein zijn gerealiseerd, zijn eerder met verleende vergunningen mogelijk gemaakt. Daarbij is vergunning na vergunning verleend en zijn de benodigde parkeerplaatsen bij elkaar opgeteld zonder daarbij rekening te houden met dubbelgebruik. Voor de totale parkeeropgave is een parkeerbalans opgesteld (zie paragraaf 10.3.2). Voor zover eerder verleende vergunningen hierin nog niet voorzien, wordt met deze aanvraag omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing verzocht om ontheffing van de strijdigheid met het geldende bestemmingsplan. Hieronder wordt per locatie de strijdigheid met het geldende bestemmingsplan geduid: Voor alle locaties (P1, P2, P3 en Zuidkade) geldt het 'Paraplubestemmingsplan parkeren'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 31 januari 2019 vastgesteld. Bij uitspraak van de Raad van State (24 maart 2021) is artikel 8.3 van dit bestemmingsplan vernietigd. De parkeerbalans is in overeenstemming met het paraplubestemmingsplan. Wel is er sprake van strijdigheid met artikel 6 (anti-dubbeltelbepaling) van het 'Paraplubestemmingsplan parkeren'. Met deze aanvraag omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing wordt ontheffing gevraagd voor deze strijdigheid. Voor P1 (gedeeltelijk) en P2 geldt het bestemmingsplan 'Industrieterrein CHV'.
Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 19 november 1968. De als “Industrieterrein I” bestemde gronden mogen worden bebouwd en gebruikt ten dienste van handel, nijverheid en industrie. Gebruik van de gronden in strijd met de bestemming is op grond van artikel 7 van dit bestemmingsplan verboden. Het gebruik van de gronden ten behoeve van parkeren voor de functies op het CHV terrein is in strijd met artikel 4 en artikel 7 van het bestemmingsplan 'Industrieterrein CHV'. Met deze aanvraag omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing wordt ontheffing gevraagd voor deze strijdigheid. Voor P3 geldt het bestemmingsplan 'Veghel-West, deelgebied Dorsveld'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 23 mei 2013. De omgevingsvergunning voor parkeerterrein P3 is op 21 februari 2022 verleend. Voor de parkeerplaatsen aan de Zuidkade geldt het bestemmingsplan 'Veghel-West, deelgebied Eikelkamp-Hoogeind'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 16 mei 20212. De als “Verkeer” bestemde gronden zijn onder andere bestemd voor parkeervoorzieningen. Er is geen sprake van strijdigheid met artikel 12 en 23 van dit bestemmingsplan. Wel is er sprake van strijd met artikel 21 (anti-dubbeltelbepaling). Met deze aanvraag omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing wordt ontheffing gevraagd voor deze strijdigheid.
10.3.2 Parkeerbalans CHV terrein Sinds de ontwikkeling van de Noordkade zijn diverse activiteiten vergund en is per activiteit de parkeerbehoefte bepaald. Door per activiteit de parkeerbehoefte te bepalen, stapelt de parkeerbehoefte zich op en lijkt er een (theoretisch) tekort aan parkeerplaatsen te ontstaan terwijl er in de praktijk sprake is van dubbelgebruik.
79/118
Voor de totale parkeeropgave op het CHV-terrein is een parkeerbalans opgesteld. Daarbij zijn alle bestaande en vergunde functies opgenomen inclusief de beoogde woningen uit dit planvoornomen. De parkeerbalans gaat in op het zogenaamde dubbelgebruik van beschikbare parkeerplaatsen. Hierbij wordt enerzijds de absolute parkeerbehoefte berekend. Anderzijds wordt bekeken op welk moment van de week/dag de maximale parkeerbehoefte nodig is. Voor zover eerder verleende vergunningen hierin nog niet voorzien, wordt met deze aanvraag omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing verzocht om ontheffing van de strijdigheid met het geldende paraplubestemmingsplan Parkeren, zie paragraaf 1.4. Monitoren Bij de entree van de parkeerplaatsen P1, P2 en P3 registreren camera's de bezoekers aan de Noordkade. Deze camera's registreren kentekens waarmee de bezetting van het parkeerterrein en de verblijfduur op verschillende momenten in de week en op maatgevende momenten continue te monitoren is. Ook de bezetting van de Zuidkade wordt gemonitord (niet via kentekenregistratie). Tussen gemeente en initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het monitoren. Daarin is opgenomen dat de exploitant verantwoordelijk is voor de monitoring van de feitelijke parkeerbehoefte en parkeerdruk op De Noordkade.
De wijze van monitoring is opgenomen in de bijlage 'spelregels monitoring' van deze overeenkomst. De monitoring vindt jaarrond plaats. De monitoringsperiode waarover een rapportage wordt opgesteld is een kwartaal. Eens per jaar wordt een eindrapportage opgesteld en besloten of de monitoring dient worden voortgezet of kan worden beëindigd. Daarnaast wordt bepaald of aanpassingen in het parkeeraanbod noodzakelijk zijn, zoals bij een structureel parkeertekort. Met deze vorm van monitoring ontstaat inzicht tussen de berekende (theoretische) parkeerbehoefte en de daadwerkelijke bezetting. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor een activiteit op Noordkade wordt een motivering omtrent parkeren overlegd met een aangepast parkeerbalans. Daarin wordt het aantal extra parkeerplaatsen op het maatgevende moment bepaald. De optelsom van de feitelijke parkeerbehoefte en de theoretische parkeerbehoefte van de nieuwe activiteit mag niet meer bedragen dan 85% van de bestaande parkeercapaciteit. Eventueel extra benodigde behoefte dient gerealiseerd te worden. Duurzame mobiliteitstransitie Gemeente en initiatiefnemer onderzoeken op welke wijze de mobiliteit op het CHV-terrein kan worden verduurzaamd en met de toekomst kan meegaan.
Het verbeteren van de OV-verbinding, het stimuleren van fietsgebruik en het inzetten van deelmobiliteit (zoals leenfietsen of deelauto's) zijn maatregelen die worden besproken. Vanuit dat oogpunt is er voor gekozen om een demontabele parkeergarage te realiseren. Toetsing Uitgaande van de nota parkeernormen van de gemeente blijkt volgens de parkeerbalans een maximale theoretische parkeerbehoefte van 1.613 parkeerplaatsen tijdens de zaterdagavond, inclusief de parkeerbehoefte van de beoogde woningbouw binnen het projectgebied.
80/118
Uit de parkeerdrukmeting (monitoren) blijkt dat er op de Noordkade geen parkeertekort is. In de praktijk bestaat er momenteel een restcapaciteit 1.087 - 694 = 393 parkeerplaatsen tijdens het drukste moment (gemeten in de periode 30-11-2022 tot en met 17-12-2022). Voor de parkeerbehoefte en verkeersaantrekkende werking van uitsluitend onderhavige ontwikkeling is een memo opgesteld, zie bijlage 12. De parkeerbehoefte van de auto voor de beoogde woningbouw bedraagt (afgerond) 130 parkeerplaatsen. Verdeeld over een behoefte voor bewoners van 110 parkeerplaatsen en 20 parkeerplaatsen voor bezoekers. Op basis van aanwezigheidspercentages is de parkeerbehoefte op het maatgevende moment (werkdagavond) maximaal 115 extra parkeerplaatsen. In de bestaande situatie zijn voor het gehele complex Noordkade 1.264 parkeerplaatsen beschikbaar, verdeeld over de parkeerterreinen P1, P2, P3 en Zuidkade. P1 heeft in de bestaande situatie ruimte voor 626 parkeerplaatsen. Binnen het woningbouwplan heeft P1 ruimte voor 749 parkeerplaatsen waarvan 70 parkeerplaatsen in een parkeerkelder voor de woningen zijn opgenomen. In totaal worden met deze ontwikkeling 749-626 = 123 parkeerplaatsen toegevoegd. Op basis van aanwezigheidspercentages zijn maximaal 115 extra parkeerplaatsen nodig. Op basis hiervan kan gesteld worden dat er voldoende parkeeraanbod is en er geen parkeerproblemen verwacht worden.
De parkeergarage bestaat uit een openbaar deel voor bezoekers en een besloten deel (parkeerkelder) voor bewoners, beide bereikbaar via dezelfde entree.
Figuur 10.1: Parkeerplaatsen in en rondom het CHV terrein nieuwe situatie
81/118
Doorkijk Het monitoren van de parkeerdruk wordt voortgezet. Door communicatie (inzet op andere vervoersmiddelen), bebording en het actiever inzetten van P3 bij evenementen en werknemers kan de situatie op het CHV-terrein en de N.C.B.-laan verder verbeteren. 10.3.3 Fietsparkeren Naast de parkeerbehoefte van de auto, is er ook sprake van behoefte aan stallingen voor fietsen. De Nota parkeernormen geeft voor de fietsparkeerbehoefte aan dat per woning minimaal 2 fietsparkeerplaatsen voorzien moeten zijn voor bewoners. Daarnaast dienen en 0,5 tot 1 fietsparkeerplaatsen per woning voor bezoekers beschikbaar te zijn. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat geadviseerd wordt om 163 tot 193 fietsparkeerplaatsen te realiseren. Uitgaande van het maatgevende moment zijn 143 fietsparkeerplaatsen nodig. De fietsparkeerplaatsen dienen zodanig gerealiseerd te worden dat er vanuit de hoofdingang van het appartementencomplex zicht is op de fietsparkeerplaatsen. Dit levert een bijdrage aan de stimulans voor fietsgebruik. Voor de bewoners worden deze inpandig gerealiseerd. In de kelder onder de appartementen worden bergingen gerealiseerd voor fietsparkeerplaatsen. Voor bezoekers wordt een centrale fietsenstalling gerealiseerd. Nabij de ingang van het appartementencomplex wordt hiervoor ruimte gereserveerd voor fietsparkeren.
10.4 Verkeersgeneratie en afwikkeling Toekomstige situatie De woningbouwontwikkeling van de geplande 65 woningen genereert circa 305 motorvoertuigen etmaal, zie bijlage 12. Dit is een voor dit moment (medio 2024) realistische benadering. Mogelijk dat de verkeersgeneratie in de toekomst wijzigt omdat initiatiefnemer en gemeente gaan kijken naar inzet van duurzame mobiliteit. In de toekomstige situatie is de verkeersgeneratie dan mogelijk ook lager. Verkeerstoedeling Uit het verkeersmodel blijkt dat op het drukste deel van de NCB-laan circa 8.000 mvt/etmaal rijden, circa 4.000 motorvoertuigen per richting. Met het planvoornemen er bij ontstaat een intensiteit van 8.305 motorvoertuigen per etmaal op de NCB-laan. Het is aannemelijk dat de verdeling van het verkeer per richting op de NCB-laan nagenoeg gelijk blijft. De richtcapaciteit voor deze weg bedraagt echter 6.000 mvt/etmaal. Daarmee kan met het planvoornemen (beperkt) extra drukte ontstaan op de NCB-laan. De toename van het verkeer is echter gering te noemen. Tijdens de drukste periode zal de verkeersdruk met circa 30 motorvoertuigen per etmaal toenemen. Hiermee zal verkeersafwikkeling nagenoeg gelijk zijn aan de bestaande situatie. De verkeerssituatie blijft dan ook nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie.
Verkeersveiligheid NCB-laan Tijdens de verschillende omgevingsdialogen is door bewoners uit de omgeving en andere betrokken partijen aangeven dat de situatie op de NCB-laan als onveilig wordt ervaren. Inmiddels is op initiatief van de gemeente en de wijkraad een werkgroep opgericht die maatregelen onderzoekt ter verbetering van de verkeersveiligheid (onder andere de snelheid en het fietscomfort). Begin 2024 heeft de gemeente een voorstel met maatregelen voorgelegd aan de bewoners en andere betrokken partijen.
82/118
10.5 Conclusie Op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Uit onderzoek blijkt dat er geen sprake van een parkeertekort. De verkeersgeneratie kan op het drukste uur zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegvakken en leidt niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid.
83/118
Hoofdstuk 11
Economische uitvoerbaarheid
11.1 Economische uitvoerbaarheid Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Voor het beoogde project wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. De initiatiefnemer draagt de kosten van de ruimtelijke procedure, de vergunningen en de uit te voeren werkzaamheden, zodat het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om het project ten uitvoer te brengen, zodat het project economisch uitvoerbaar is.
84/118
Hoofdstuk 12
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van op grond van artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 3 van de Wabo is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Tegen een omgevingsvergunning kan door belanghebbenden in twee instanties beroep worden ingesteld, nadat er bezwaar is ingediend. Eerst kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
12.1 Omgevingsdialoog Met omwonenden is een structurele omgevingsdialoog opgestart waarbij de omwonenden worden geïnformeerd over de ontwikkelingen op het totale CHV-terrein maar ook over de specifieke projectonderdelen waaronder de beoogde ontwikkeling. Op onderstaande data hebben de omgevingsdialogen plaatsgevonden. Omgevingsdialoog 29 januari 2022 Tijdens deze bijeenkomst zijn de omwonenden bijgepraat over de ontwikkelingen op het CHV terrein. Omgevingsdialoog 25 juni 2022 Op 25 juni 2022 zijn de bewoners opnieuw uitgenodigd voor een omgevingsdialoog om hun ideeën en gedachten te delen over viertal onderwerpen. Een van die onderwerpen was de beoogde ontwikkeling voor woningbouw. In het algemeen werd het realiseren van woningbouw als positief ervaren, maar is wel aandacht gevraagd voor het voorkomen van overlast vanwege de parkeergarage (geluid en licht), de veiligheid en de bouwhoogte. Omgevingsdialoog 16 november 2022 Op 16 november 2022 zijn de bewoners opnieuw uitgenodigd voor een omgevingsdialoog en is terugkoppeling gegeven op de aanpassingen van het ontwerp die zijn doorgevoerd naar aanleiding van de gemaakte opmerkingen tijdens de omgevingsdialoog op 25 juni 2022. Aan de hand van het bouwplan (concept) en een maquette (schaal 1:40) worden de plannen voor woningbouw besproken.
Het idee is om een half verdiepte parkeergarage te realiseren en een programma met woningbouw. In de maquette worden de zichtlijnen vanuit de percelen NCB-laan getoond. Met de directe omgeving vinden gesprekken plaats over de hoogte van de parkeergarage en het woningprogramma. Voor de omgeving is het vooral van belang om geen hinder te ondervinden en afspraken te maken over de hoogte. Deze omgevingsdialoog heeft er uiteindelijk toe geleid dat de afspraken tussen de initiatiefnemer en de omwonenden N.C.B.-laan zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. In deze overeenkomst (december 2022) zijn onder andere afspraken gemaakt over de hoogte van de woningbouw en de parkeergarage. Deze afspraken worden met de beoogde ontwikkeling gerespecteerd. Omgevingsdialoog 29 maart 2023 Tijdens deze bijeenkomst is de omgeving geïnformeerd over de gesloten intentieovereenkomst voor de Zuidkade
85/118
(locatie Fransen Gerrits). Daarbij is ook het bouwplan (concept) voor de beoogde ontwikkeling toegelicht. Omgevingsdialoog 29 november 2023 Tussen 29 maart 2023 en 29 november 2023 zijn er nog gesprekken gevoerd met de direct aanwonende om de bepalingen uit de vaststellingsovereenkomst te bespreken aan de hand van de ontwerptekeningen voor de beoogde ontwikkelingen. Op 29 november 2023 zijn de ingediende plannen voor de beoogde ontwikkeling gepresenteerd aan de omgeving. De plannen zijn positief ontvangen en tijdens deze bijeenkomst zijn wat vragen ter verduidelijking opgenomen.
12.2 Ontwerpbesluit Het ontwerpbesluit heeft van <datum> tot <datum> ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te stellen. <PM> Vanwege de omvang van de beoogde ontwikkeling is daarnaast een verklaring van geen bedenkingen door de raad noodzakelijk.
86/118
87/118
Bijlagen
88/118
89/118
Bijlage 1 Stedenbouwkundig concept 24-02-2023
90/118
91/118
Bijlage 2 Quickscan flora en fauna
92/118
93/118
Bijlage 3 Notitie bodemonderzoek en -sanering
94/118
95/118
Bijlage 4 Plan van aanpak bodemsanering
96/118
97/118
Bijlage 5 Bodemadvies ODZOB
98/118
99/118
Bijlage 6 Actualiserend nader onderzoek bodem
100/118