Bijlage 1 raadsvoorstel IHP PO en VO 2022-2037
Tekst van het document
Petrus en Paulus (Eerde) De Petrus en Paulus krijgt vervangende nieuwbouw vanuit het bestaande IHP. Deze nieuwbouw is gereed per 2022/2023. Deze school wordt gasloos en energieneutraal gerealiseerd vooruitlopend op de warmtetransitie. Schoolnaam:
Petrus en Paulus
Brinnummer: 03MH jaar
2021
2022
2023
2024
2025
2030
2037
aantal leerlingen
85
87
92
97
102
126
138
ruimtebehoefte (in m² bv o)
628
638
663
688
713
834
894
uitgangspunt onderwijscapaciteit
849
849
849
849
849
849
849
saldo (in m² bv o)
221
211
186
161
136
15
-45
extra v ierkante meters (in m² bv o)
50
50
50
50
50
50
50
saldo (in m² bv o)
171
161
136
111
86
-35
-95
Tabel 37 – Leerlingenontwikkeling en normatieve ruimtebehoefte
www.icsadviseurs.nl
47/63
De voorbereidingsfase voor de nieuwbouw is opgestart, waarbij 849 m² bvo als uitgangspunt wordt gehanteerd. Daarnaast worden ook vierkante meters voor opvang gerealiseerd. In de leerlingenprognose is een stijgende lijn te zien. Op basis van bovenstaande leerlingenprognoses zou dat 944 m 2 bvo moeten zijn. In samenspraak met schoolbestuur kijken naar passende oplossing. Advies: vervangende nieuwbouw in voorbereiding (vorig IHP)
De Regenboog (Wijbosch) De Regenboog in Wijbosch beschikt over een gebouw uit 1951 met een renovatie in 2013. Daarnaast is sprake van huisvesting bij het IDOP (113 bruto vierkante meter ). De leerlingenprognose laat een stabilisatie van het leerlingenaantal zien van 152 leerlingen in 2021 naar 146 leerlingen in 2037. Schoolnaam:
De Regenboog (Wijbosch)
Kansenkaart
Brinnummer: 12PC01 jaar aantal leerlingen ruimtebehoefte (in m² bv o) beschikbare capaciteit onderwijs saldo (in m² bv o)
2021 152 968 745 -223
2022 157 993 745 -248
2023 153 973 745 -228
2024 152 968 745 -223
2025 150 958 745 -213
2030 145 932 745 -187
2037 146 937 745 -192
Gebruik I DOP De Schakel saldo (in m² bv o)
113 -110
113 -135
113 -115
113 -110
113 -100
113 -74
113 -79
Kwaliteit Financiën Vraag & Aanbod 2037 tekort
Tabel 38 – Leerlingenontwikkeling en normatieve ruimtebehoefte Uit de tabel blijkt dat de school een ruimtetekort ervaart. De aanwezige huisvesting in IDOP De Schakel is onvoldoende om dit tekort te compenseren. Voor de school is een nadere analyse uitgevoerd. Hieruit is het scenario vervangende nieuwbouw voortgekomen. Aandachtspunt bij de vervangende nieuwbouw vormt de integratie die nu bestaat tussen school, kinderopvang, dorpshuis en gymzaal. Bij de planvorming rond de nieuwbouw wordt dit allemaal betrokken, gewogen en nader uitgewerkt. Het scenario voor De Regenboog te Wijbosch is vervangende nieuwbouw. In de tussentijd gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek of voor de korte termijn de aanwezige capaciteit in IDOP De Schakel voldoet of dat meer capaciteit noodzakelijk is. De komende periode wordt gebruikt om te kijken of de onderwijshuisvesting onderdeel kan worden van een brede ontwikkeling in samenwerking met Laverhof. Hiervoor wordt in 2022 een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Advies: vervangende nieuwbouw
www.icsadviseurs.nl
48/63
8. Speciaal onderwijs (inclusief SBO) SBO De Wissel SBO De Wissel beschikt over een gebouw uit 2007. Het gebouw is nu van SKIPOV en is per 1 augustus 2021 overgedragen aan HUB Noord-Brabant. De leerlingenprognose laat een groei zien van 154 leerlingen in 2021 naar 206 leerlingen in 2037. Schoolnaam:
SBO De Wissel
Brinnummer: 16OY jaar aantal leerlingen ruimtebehoefte (in m² bv o) beschikbare capaciteit onderwijs saldo (in m² bv o)
2021 154 1.382 3.032 1.650
2022 177 1.551 3.032 1.481
2023 178 1.558 3.032 1.474
2024 179 1.566 3.032 1.466
2025 181 1.580 3.032 1.452
2030 191 1.654 3.032 1.378
2037 206 1.764 3.032 1.268
gymzaal
400
400
400
400
400
400
400
totaal capaciteit gebouw
3.432
3.432
3.432
3.432
3.432
3.432
3.432
Tabel 39 – Leerlingenontwikkeling en normatieve ruimtebehoefte Uit bovenstaande tabel blijkt dat de school passend gehuisvest is. Het scenario voor SBO De Wissel is in stand houden. Samen met HUB Veghel SO kan dan een expertisefunctie worden gevormd. Advies: in stand houden Groei SBO-leerlingen De verwachting is dat het aantal SBO-leerlingen met circa15% zal stijgen. De reden hiervan is dat door de maatregelen rondom het coronavirus minder kinderen zijn doorverwezen en gedragsproblemen zijn versterkt. De leerlingengroei is met de huidige onderwijscapaciteit in het gebouw op te vangen. Gemeente en schoolbestuur gaan in gesprek over de toekomstige voorzieningen inclusief opvangvoorzieningen. Indien uit het gesprek een concreet of ander scenario naar voren komt, dan wordt bekeken wie voor dit scenario verantwoordelijk is en hoe daarmee omgegaan kan worden binnen de beschikbare budgettaire mogelijkheden van de gemeente en/of het schoolbestuur.
Specialistische voorziening De gemeente en Hub Noord-Brabant onderzoeken samen in hoeverre het huidige gebouw (Paul Rinkstraat 2, Veghel) geschikt is of geschikt te maken is voor een specialistische voorziening voor het SO en SBO. Daarbij heeft het schoolbestuur ook de intentie om de voorziening te verbreden met specialistische opvang.
www.icsadviseurs.nl
49/63
HUB Veghel 8.2.1 SO HUB Veghel SO is gehuisvest in het gebouw waarin ook SBO De Wissel zit. Dit gebouw is per 1 augustus 2021 overgedragen door SKIPOV aan HUB Noord-Brabant. De leerlingenprognose voor het SO laat een groei zien naar 113 leerlingen in 2037. Schoolnaam:
HUB Veghel - SO
Brinnummer: 14OT01 jaar aantal leerlingen ruimtebehoefte (in m² bv o)
2021 96 1.075
2022 98 1.092
2023 98 1.092
2024 99 1.101
2025 99 1.101
2030 104 1.145
2037 113 1.229
Tabel 40 – Leerlingenontwikkeling In onderstaande tabel is het huidige leerlingenaantal vertaald naar de ruimtebehoefte. Dit is inclusief de helft van de vaste voet van 370 m2 bvo.19 Advies: in stand houden en gesprek over expertisefunctie inclusief aanpalende functies op termijn te huisvesten. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van SBO De Wissel met HUB Veghel – SO samen. Schoolnaam
SBO De Wissel & HUB Veghel - SO
jaar totaal ruimtebehoefte beschikbare capaciteit onderwijs
2021 2.457 3.032
2022 2.643 3.032
2023 2.651 3.032
2024 2.667 3.032
2025 2.682 3.032
2030 2.799 3.032
2037 2.994 3.032
saldo (in m² bv o)
575
389
381
365
350
233
39
Tabel 41 – Ruimtebehoefte gezamenlijk
8.2.2 VSO HUB Veghel VSO beschikt over een gebouw uit 2009. De leerlingenprognose laat een stabilisatie zien naar 81 leerlingen in 2037. Schoolnaam:
HUB Veghel - VSO
Brinnummer: 14OT02 jaar aantal leerlingen ruimtebehoefte (in m² bv o) beschikbare capaciteit onderwijs saldo (in m² bv o) gymzaal totaal capaciteit gebouw
2021 78 1.173 1.751 578 419 2.170
2022 84 1.249 1.751 502 419 2.170
2023 82 1.225 1.751 526 419 2.170
2024 81 1.213 1.751 538 419 2.170
2025 81 1.213 1.751 538 419 2.170
2030 80 1.201 1.751 550 419 2.170
2037 81 1.213 1.751 538 419 2.170
Tabel 42 – Leerlingenontwikkeling De beschikbare onderwijscapaciteit in het gebouw van VSO HUB Veghel is 1.751 m² bvo. In vergelijking met de huidige ruimtebehoefte van 1.381 m² bvo is de school daarmee passend gehuisvest. Het scenario voor HUB Veghel VSO is in stand houden. Binnen HUB Noord-Brabant wordt wel nagedacht over de toekomst van het VSO. Wellicht dat dit vraagt om een andere invulling van onderwijsruimten. Eventuele kosten die voortvloeien uit het aanpassen van ruimten, zijn voor rekening van het schoolbestuur. Advies: in stand houden 19 Voor de ruimtebehoefteberekening is uitgegaan van de nieuwe normering vanuit de onderwijshuisvestingsverordening.
www.icsadviseurs.nl
50/63
9. Voortgezet onderwijs Elde College Het Elde College beschikt over verschillende gebouwen. In onderstaande afbeelding zijn deze weergegeven.
Voor gebouwdeel B geldt dat dit inclusief de voormalige conciërgewoning is. Op dit moment zijn bij het Elde College twee vraagstukken: ▪ Gebouwdeel B dateert uit 1977 en is aan het einde van haar levensduur. Dit gebouw heeft een omvang van circa 6.400 bruto vierkante meter. ▪ In gebouwdeel A/C is de ventilatie onvoldoende en heeft het schoolbestuur gebruik gemaakt van de SUVIS-regeling vanuit de Rijksoverheid. In algemene zin vormt het parkeren rondom het gebouw een aandachtspunt. Daarnaast heeft het schoolbestuur de wens om een sportveld nabij de schoolgebouwen te realiseren. Voor gebouwdeel B is een nadere analyse uitgevoerd. Hieruit is het scenario vervangende nieuwbouw naar voren gekomen. Het Elde College wil de vervangende nieuwbouw aanleiding laten zijn voor het uitvoeren van de volgende plannen: ▪ Integratie van het praktijkonderwijs (nu nog een eigen gebouw) in het vmbo (gebouwdeel A/C); ▪ Realiseren van vervangende nieuwbouw voor gebouwdeel B; ▪ Aanpakken van het ventilatievraagstuk in gebouwdeel A/C (inclusief inzet SUVIS-regeling); ▪ Realiseren van sportveld nabij de schoolgebouwen; ▪ De vrijvallende locatie van gebouwdeel B kan daarna ook ingezet worden om meer parkeervoorzieningen op eigen terrein te realiseren.
Vaste voeten In het verleden is tussen het Elde College en de voormalige gemeente Schijndel telkens met een maatwerkbril naar huisvestingsvraagstukken gekeken. Dit vanuit het perspectief: wat is nodig voor goed voortgezet onderwijs in Schijndel. Daarbij was ook oog voor de campusopzet van het Elde College. Een campusopzet in plaats van 1 gebouw heeft in de bedrijfsvoering en exploitatie nadelen. Hier is in het verleden ook over gesproken, onder andere bij de realisatie van gebouwdeel E. Uiteindelijk is besloten dat gebouwdeel E een erkende nevenvestiging is, dus met een eigen vaste voet. Er is dus sprake van twee vaste voeten van respectievelijk 980 en 550 bruto vierkante meter.
www.icsadviseurs.nl
51/63
Toekomstig leerlingenaantal Vanuit de leerlingenprognose worden voor het Elde College met uitzondering van het praktijkonderwijs 1.510 leerlingen verwacht in 2037. Voor het praktijkonderwijs is dat 75 leerlingen. Het gaat in totaal op termijn om 1.585 leerlingen. In gebouwdeel B zitten de havo-/vwo-leerlingen en de ondersteunende functies. Van de verwachte leerlingen in 2037 zijn er 720 havo-/vwo-leerlingen, waarvan 383 leerlingen als onderbouw aangemerkt kunnen worden. Toekomstige omvang In onderstaande tabel is op basis van de bestaande verordeningssystematiek de ruimtebehoefte berekend. Oude systematiek (jaar: 2037) hoofdvestiging omschrijving Onderbouw HAVO/VWO TL Zorg en welzijn Techniek Intersectoraal (D&P) Landbouw Totaal Praktijkonderwijs Totaal Extra vaste voet gebouwdeel E Totaal ruimtebehoefte
aantal m² bvo aantal leerlingen algemeen GL BB/KB 383 337 190 169 83 195 54 63 36 1.510 75 1.585
m² bvo per leerling m² bvo vaste voet algemeen GL BB/KB 6,18 5,85 6,41 8,93 168 11 13,68 299 7 8,93 7,71 117
980 2.367 1.971 1.218 1.677 3.917 964 395 13.489 1.216 14.705 550 15.255
Bestaande capaciteit (minus gebouwdeel B en praktijkonderwijs)
10.283
Uitbreiding (in m² bvo)
4.972
Tabel 43 – Berekening ruimtebehoefte o.b.v. bestaande verordeningssystematiek In onderstaande tabel is op basis van de nieuwe verordeningssystematiek de ruimtebehoefte berekend.
www.icsadviseurs.nl
52/63
Nieuwe systematiek (jaar: 2037) hoofdvestiging omschrijving HAVO/VWO TL Zorg en welzijn Bouwen, wonen en interieur Produceren, installeren en energie Dienstverlening en producten Groen Totaal Praktijkonderwijs Totaal Extra vaste voet gebouwdeel E Totaal ruimtebehoefte
aantal m² bvo aantal leerlingen algemeen GL BB/KB 720 190 169 61 115 22 80 54 63 36 1.510 75 1.585
m² bvo per leerling m² bvo vaste voet algemeen GL BB/KB 5,8 5,8 7,4 139 8 9,7 299 8 9,7 299 7 7,4 150 6,9 117
980 4.176 1.102 1.390 1.902 1.246 989 365 12.150 1.216 13.366 550 13.916
Bestaande capaciteit (minus gebouwdeel B en praktijkonderwijs)
10.283
Uitbreiding (in m² bvo)
3.633
Tabel 44 – Berekening ruimtebehoefte o.b.v. nieuwe verordeningssystematiek Uit de tabellen blijkt respectievelijk een uitbreidingsbehoefte van 4.972 en 3.633 bruto vierkante meter. In gesprekken met het Elde College en de gemeente is geconstateerd dat bovenstaande berekening geen recht doet aan de feitelijke situatie. In gebouwdeel B zijn alle ondersteunende functies van Stichting Vorm ondergebracht en daarnaast de havo-/vwo-leerlingen. Tevens heeft de ontstane campusstructuur tot gevolg dat de gebouwen niet het meest efficiënt zijn opgezet. In overleg is daarom besloten om voor de ruimtebehoefteberekening voor de benodigde uitbreiding uit te gaan van de vaste voet hoofdvestiging (980 bruto vierkante meter) en het verwachte aantal havo-/vwo-leerlingen in 2037 (totaal 720 leerlingen). In onderstaande tabellen is dit vertaald naar de ruimtebehoefte op basis van de bestaande en nieuwe systematiek.
Berekening volgens bestaande systematiek aantal leerlingen vaste voet hoofdvestiging Havo/Vwo - onderbouw 383 - bovenbouw 337 totaal 720
980 6,18 5,85
2.367 1.971 5.318
Tabel 45 – Ruimtebehoefte o.b.v. bestaande verordeningssystematiek
Berekening volgens nieuwe verordeningssystematiek aantal leerlingen vaste voet hoofdvestiging Havo/Vwo 720 5,8 totaal 720
980 4.176 5.156
Tabel 46 – Ruimtebehoefte o.b.v. bestaande verordeningssystematiek Vooralsnog houden we de bestaande systematiek20 aan en gaan we uit van een uitbreiding van 5.318 bruto vierkante meter. De afspraak is wel gemaakt dat in de uitwerking van de nieuwbouw (Programma van Eisen 20 Deze keuze is gemaakt omdat landelijk nog veel discussie is voor het voortgezet onderwijs over de nieuwe systematiek. Deze is volgens
diverse vertegenwoordigers van het VO geen juiste weergave van de huisvestingsvraagstukken.
www.icsadviseurs.nl
53/63
en ontwerp) gekeken gaat worden naar inverdieneffecten en welke vierkante meters daadwerkelijk benodigd zijn. Na realisatie van de nieuwbouw van gebouw B en het afstoten van het gebouw van het praktijkonderwijs wordt het aantal vierkante meters van het Elde College in beeld gebracht via een formele meting. Dit vormt vervolgens het vertrekpunt voor alle toekomstige berekeningen. Bij de realisatie van de nieuwbouw is het streven om tijdelijke huisvesting zoveel mogelijk te voorkomen. Advies: vervangende nieuwbouw NB: Een aandachtspunt is het uitzoeken van de eigendomsverhoudingen voor de verschillende schoolgebouwen.
www.icsadviseurs.nl
54/63
10. Bewegingsonderwijs Op basis van de meest recente leerlingenprognose is een berekening gemaakt voor het bewegingsonderwijs. Deze berekening, die gebaseerd is op de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Meierijstad 2018’ en de beleidsregel ‘bekostiging lokalen bewegingsonderwijs voor (speciale) scholen voor basisonderwijs en scholen voor (voorgezet) speciaal onderwijs’, is als separate bijlage beschikbaar. Voorts is bij deze berekening voor het IHP Meierijstad rekening gehouden met: ▪ ▪
▪
Gymzaal De Bunders is buiten beschouwing gelaten omdat deze zaal binnenkort gesloopt wordt en de leerlingen van deze school voortaan voor hun gymonderwijs gaan naar sporthal De Bunders; Op termijn zal ook de gymzaal bij de Odaschool gesloopt worden (2028/2029) omdat via de nieuwbouw van sporthal Kienehoef in de gymbehoefte van de Odaschool kan worden voorzien. In de berekeningen is al op deze ontwikkeling vooruitgelopen; Er is ook een aantal scholen die extra van een gymzaal gebruik maken omdat zij geen speellokaal hebben of het speellokaal tijdelijk gebruiken voor andere onderwijsdoeleinden. Dit gebruik is (nog) niet meegenomen in de berekeningen. Het is veelal zo beperkt, dat dit makkelijk binnen de capaciteit van de betreffende gymvoorziening kan worden opgevangen.
Voor het bewegingsonderwijs in Meierijstad is de algemene conclusie dat de bestaande capaciteit aan gymvoorzieningen ruimschoots voldoende is om in de behoefte aan bewegingsonderwijs te voorzien. Er zijn twee aandachtspunten: ▪
▪
Basisschool Bernadette maakt gebruik van de gymzaal van HUB Veghel, die daar zelf ook gebruik van maakt voor haar VSO-afdeling. De capaciteit van deze gymzaal is onvoldoende om beide scholen te kunnen faciliteren. Dat kan opgelost worden door de Bernadetteschool voor het aantal uren ook gebruik te laten maken van gymzaal De Leest; Door de komst van de SO-afdeling van HUB Veghel naar SBO de Wissel is de capaciteit van de bestaande gymzaal van De Wissel onvoldoende om beide scholen te bedienen. Dit kan mogelijk deels opgelost worden door gebruik te maken van het speellokaal van De Wissel. Omdat het vergroten van de gymcapaciteit ter plekke geen optie is, kan het tekort in principe opgevangen worden door vervoer naar een gymzaal die nog overcapaciteit heeft. Met HUB is afgesproken dat gemeente en schoolbestuur hierover nader in overleg gaan.
www.icsadviseurs.nl
55/63
11. Fasering In dit hoofdstuk worden de vraagstukken en concrete scenario’s uit voorgaand hoofdstuk in een fasering geplaatst. De fasering zoals in dit IHP geformuleerd, is een combinatie van verschillende factoren. Scholen die te maken hebben met een capaciteitsvraagstuk (1) hebben prioriteit. Daarnaast is voor een aantal scholen een nadere analyse uitgevoerd. Deze nadere analyse (2) is gebruikt als tweede criterium voor een prioritering voor de maatregelen/investeringen in de onderwijshuisvesting. Het gebouw met de hoogste score heeft de meeste prioriteit gekregen. Ten slotte is een drietal scholen wat betreft prioritering naar voren gehaald in verband met urgentie vanuit het schoolbestuur (3). Hierbij gaat het om de scholen Elde College, De Empel en Odaschool. Scholen met capaciteitsvraagstuk
Maria ter Heide De Beemd De Vijfmaster De Regenboog (Wijbosch) Bernadette Franciscus
uitvoeringsjaar start voorbereidingen 2022 2022 2022 2022 2023 2022 2024 2022 2024 2022 2024 2023
Tabel 47 – Prioritering scholen met capaciteitsvraagstuk Scholen zonder capaciteitsvraagstuk
Elde College gebouw B De Empel Odaschool Sint Nicolaas De Ark Franciscusschool Antoniusschool De Beemd De Kring Sint Antonius van Padua Maria Eerschot Dommelrode t Kwekkeveld SBO De Wissel - expertisecentrum met SO
uitvoeringsjaar start voorbereidingen 2025 2023 2026 2024 2027 2025 2028 2026 2029 2027 2030 2028 2031 2029 2032 2030 2032 2030 2032 2031 2023 2031 2033 2031 2034 2032 2035 2033 n.t.b. n.t.b.
Tabel 48 – Prioritering scholen zonder capaciteitsvraagstuk NB: De prioritering in dit IHP wijkt voor een aantal scholen af van de prioritering in het bestaande IHP. De nieuwe prioritering is op voorspraak van de schoolbesturen gedaan en binnen de stuurgroep IHP Meierijstad bekrachtigd. Het gaat om de volgende aanpassingen: ▪ ▪
Scholen met een capaciteitsvraagstuk hebben vanuit de zorgplicht van de gemeente de hoogste prioriteit. Uit de nadere analyse is gebleken dat een aantal scholen meer prioriteit hadden, behoudens de capaciteitsvraagstukken. Het Elde College heeft meer prioriteit dan Sint Nicolaas. De Empel en de
www.icsadviseurs.nl
56/63
Odaschool hebben meer prioriteit dan De Ark. Daarnaast is voor Sint Nicolaas, De Empel en Antoniusschool een andere volgorde aangehouden dan in het huidige IHP.
Afweging SKIPOV De gebouwen van zowel De Empel als Sint Nicolaas zijn in technisch oogpunt beide aan het eind van de levensduur; er is vervangende nieuwbouw nodig. Dit blijkt ook uit de schouw die gedaan is en komt overeen met het beeld van schoolbestuur van beide panden. In de schouw die gedaan is in het kader van het IHP, is naar voren gekomen dat Sint Nicolaas wat eerder op de planning zou moeten staan dan De Empel. Toch heeft SKIPOV een aantal argumenten om De Empel in de prioritering voor Sint Nicolaas te plaatsen, namelijk: ▪
▪ ▪
▪
Het binnenklimaat: de klaslokalen van De Empel zijn uitgerust met enkel glas en bij Sint Nicolaas zit er dubbele beglazing. Dit tezamen met de structuur van het gebouw van De Empel, met verschillende sprongen in de gevels en daken, maakt dat het pand bijna niet meer te verwarmen is in de winter en erg snel opwarmt in de zomer. Dit maakt het erg onaangenaam in de klaslokalen voor kinderen en de leerkracht; Het energieverbruik: als gevolg van de slechte isolatie zoals hierboven beschreven, is het gasverbruik van De Empel buitensporig hoog; De ventilatie: de kozijnen van De Empel zijn aan het einde van de technische levensduur, scharnieren en klinken beginnen het te begeven en vervangende onderdelen zijn niet meer leverbaar. Hierdoor kunnen ramen niet meer worden geopend. Voldoen aan de ventilatie eisen wordt moeilijker. Daarbij komt dat de klaslokalen van Sint Nicolaas groter zijn dan die van De Empel. Dit heeft ook effect op het binnenklimaat en de benodigde ventilatie; De functionaliteit: in beide gebouwen is sprake van substantiële leegstand. De effecten van deze leegstand op het onderwijs verschillen echter. Bij De Empel is het hart van de school verloren gegaan door de leegstand. De klaslokalen van de bovenbouw en onderbouw zijn van elkaar gescheiden. Bij Sint Nicolaas kan de leegstand ingezet worden om de functionaliteit van de klassieke gangenschool te verbeteren.
www.icsadviseurs.nl
57/63
12. Financiën In de vorige hoofdstukken is beschreven wat de oplossingsrichtingen zijn per locatie en wat de fasering is om de geconstateerde knelpunten op te lossen. Om een goede en integrale afweging te maken, zijn in dit hoofdstuk de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. In paragraaf 11.1 worden de uitgangspunten benoemd om vervolgens in paragraaf 11.2 een indicatie te geven van de totale investeringskosten.
Uitgangspunten In hoofdstuk 2.3 ‘Type maatregelen binnen IHP’ is stilgestaan bij de verschillende scenario’s die te onderscheiden zijn binnen dit IHP. Voor elk van de scenario’s is aangegeven wie de verantwoordelijkheid heeft voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende budget is. De uitgangspunten die hieruit voortvloeien met betrekking tot het bepalen van de investeringen, worden hieronder ter verduidelijking nogmaals op een rij gezet. ▪ ▪
Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil september 2021; Het stichtingskostenbedrag voor nieuwbouw is gedifferentieerd opgebouwd. Voor het primair en voortgezet onderwijs betekent dit het volgende per bruto vierkante meter: PO & SO tot 200 leerlingen
€ 3.040
tot 300 leerlingen
€ 2.853
tot 400 leerlingen
€ 2.533
meer dan 400 leerlingen
€ 2.469
Tabel 49 – Differentiatie stichtingsbijdrage po
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
VO v mbo
€ 3.040
hav o/v wo
€ 2.853
v mbo/hav o/v wo
€ 2.533
Tabel 50 – Differentiatie stichtingsbedragen po en vo Het stichtingskostenbedrag per bruto vierkante meter is inclusief een jaarlijkse indexering van 2,5% vanaf 2022 en voor de daaropvolgende jaren; De gemeentelijke bijdrage voor renovatie is maximaal 70% van de stichtingskostennorm voor nieuwbouw met een jaarlijkse indexering van 2,5% vanaf 2022; De indexering van 2,5% ligt in lijn met het indexcijfer dat de gemeente momenteel ten behoeve van de gemeentelijke financiën hanteert. Daarnaast stelt de gemeente jaarlijks de stichtingskosten bij aan de hand van de kostenconfigurator21; Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren; De gemeente is in het verlengde van regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en gasloos bouwen bij nieuwbouw en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen; De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een bijdrage. De relatieve bijdrage bedraagt circa 5 tot 10 procent van de totaallasten van de investering (onderbouwd door een businesscase per situatie). De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een terugverdientijd binnen vijftien jaar (inclusief effect op de onderhoudskosten).
Daarnaast geldt dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol; Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen;
Het advies van ICSadviseurs is om voor de eerstkomende vier jaren een indexering van 5% te hanteren, zodat in de financiële raming een marge wordt ingebouwd om eventuele prijsstijgingen in de eerste jaren te kunnen opvangen. Vanwege bovengenoemde reden hanteert de gemeente een indexering van 2,5%. 21
www.icsadviseurs.nl
58/63
▪
▪
▪ ▪ ▪
Bij investering wordt rekening gehouden met 8% voorbereidingskrediet twee jaar voor realisatie. Voor de indexering is het uitvoeringsjaar leidend. Bij uitbreidingen wordt rekening gehouden met een voorbereidingskrediet van 1 jaar; De ruimtebehoefte bij nieuwbouw is afgeleid uit de huidige leerlingenprognose en gebaseerd op de behoefte over zestien jaar. Bij uitvoering van de plannen dient de ruimtebehoefte te worden herijkt op basis van actuele ontwikkelingen; Voor tijdelijke huisvesting is uitgegaan van de normatieve ruimtebehoefte op het moment van uitvoering. Hierbij is rekening gehouden met een bedrag van € 300,- per m² bvo (prijspeil september 2021); Voor de kosten van sloop is rekening gehouden met een bedrag van € 90,- per m² bvo (prijspeil september 2021); De kosten voor nieuwbouw of renovatie ten behoeve van kinderopvang is niet meegenomen in de financiële doorrekening, omdat dergelijke investeringen via huurinkomsten vanuit de opvangorganisatie worden terugontvangen. Bij renovatie wel meegenomen als onderdeel van het gemeentelijke duurzame meerjaren onderhoudsplan.
Uitsluitingen Kosten die niet zijn meegenomen in de berekeningen: ▪ Kosten voor aankoop grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte; ▪ Kosten voor grondsanering; ▪ Kosten voor asbestsanering; ▪ Kosten voor het verwijderen van tijdelijke huisvesting; ▪ Contextuele factoren/locatiegebonden kosten; ▪ Verhuiskosten; ▪ Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (relatief beperkt); ▪ Kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen.
Totale investering IHP Op basis van de geschetste uitgangspunten is de benodigde investering van het IHP inzichtelijk gemaakt. Het IHP resulteert in een totaal investeringsvolume voor de gemeente van afgerond € 68.684.000,- (exclusief indexeringen). Voor het voortgezet onderwijs is voorfinanciering een mogelijkheid om eerder de gewenste investeringen te kunnen plegen dan opgenomen in de fasering. Gemeente en schoolbestuur gaan in gesprek om deze mogelijkheden samen verder te verkennen. Vanuit de gemeente wordt de afweging gemaakt wat financieeltechnisch de voorkeur geniet. Daarnaast is in het proces van het IHP de uitspraak gedaan om de kosten voor tijdelijke huisvesting zo veel mogelijk te beperken. Dit kan door te werken met een ‘carpoolschoollocatie’ die voor meerdere projecten als tijdelijke locatie wordt ingezet of door na te denken over de vorm waarin toekomstige huisvesting wordt gerealiseerd zonder dat tijdelijke huisvesting noodzakelijk is. Bij deze laatste mogelijkheid is het wel noodzakelijk om goed te overwegen of de inspanning/keuze voor nu beperken van kosten voor tijdelijke huisvesting een optimale keuze voor de toekomstige huisvesting niet in de weg staat. Uiteindelijk is het streven naar optimale nieuwbouw of renovatie belangrijk, omdat deze huisvesting weer voor langere tijd gebruikt gaat worden.
In de afweging van de investeringen in huisvesting dient ook meegewogen te worden, dat uitstel of temporisering van investeringen betekent dat schoolbesturen bestaande gebouwen langer moeten blijven exploiteren (met het risico op desinvesteringen). Dit doen zij ook vanuit maatschappelijke middelen. Alle investeringen in huisvesting voor onderwijs komen vanuit maatschappelijke middelen. Temporiseren vraagt uiteindelijk meer investering (vanwege langer exploiteren of uitstel met indexering tot gevolg) en dient weloverwogen gedaan te worden.
www.icsadviseurs.nl
59/63
13. Slotsom en aanbevelingen Slotsom Het voorliggende IHP is met een nauwgezet proces en in constructief overleg met de gemeente, de schoolbesturen en opvangorganisaties tot stand gekomen. Het afsprakenkader dat gezamenlijk is opgesteld, geeft een helder perspectief voor de huisvesting van onderwijs in de gemeente Meierijstad. Dit afsprakenkader bevat tevens concrete spelregels voor de uitvoering van de plannen binnen dit IHP. Met de uitvoering van dit IHP worden daarnaast de grootste knelpunten in de huisvesting opgelost en duidelijke keuzes gemaakt per gebied. Na de realisatie kan de kwaliteit van het overgrote deel van de schoolgebouwen in de gemeente als goed worden aangemerkt.
Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in twee categorieën: (1) aanbevelingen voor het proces en (2) aanbevelingen voor de realisatie van projecten in het IHP. Proces ▪ Voer om de vier jaar een actualisatie uit van het IHP. Maak daarbij duidelijke procesafspraken; ▪ Stel om de twee jaar een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod (ruimtebehoefte en capaciteit); ▪ Hanteer de gemaakte factsheets door deze tweejaarlijks te actualiseren qua ruimtegebruik en beoordeling van de gebouwen. Dit is tevens een mooi instrument om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en resultaten vanuit het IHP; ▪ Blijf gezamenlijk werken aan de nadere uitwerking van de duurzaamheidsambities voor de onderwijsvoorzieningen in het IHP, waarbij de landelijke ontwikkelingen nauwgezet gevolgd worden.
www.icsadviseurs.nl
60/63
Realisatie projecten IHP ▪ Stel een uitvoeringsprogramma op waarin staat omschreven welke stappen dienen te worden gezet, wie welke rol daarin heeft en welke (detail)planning wordt aangehouden. Het uitvoeringsprogramma en de voortgang van de realisatie van het huisvestingsplan dienen jaarlijks terugkerend tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties te worden besproken. ▪ Stel een Plan van Aanpak op voor het hergebruik of de herontwikkeling van, op termijn, vrijvallende locaties. ▪ De realisatie van het huisvestingsplan heeft impact op een groot aantal leerlingen, ouders en bewoners. Communiceer gezamenlijk (gemeente, schoolbesturen, opvangorganisaties en eventueel bepaalde zorginstellingen) over de plannen en de planning.
www.icsadviseurs.nl
61/63
Bijlagendocument Als bijlage aan het IHP is een bijlagedocument opgenomen met de volgende bijlagen: Bijlage 1 – Visie IHP 2017-2020 Bijlage 2 – Toelichting factsheets Bijlage 3 – Factsheets schoolgebouwen Bijlage 4 – Investeren in huisvesting KO
www.icsadviseurs.nl
62/63
De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteur(s):
28 september 2021 Onno Damen en Joëlle Wijntjens
info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27 www.icsadviseurs.nl
63/63
www.icsadviseurs.nl
Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Bijlagenboek IHP Gemeente Meierijstad
Opdrachtgever Gemeente Meierijstad
Datum 22 september 2021
Referentienummer 2200404/20210922/DD
Auteur(s) Onno Damen en Joëlle Wijntjens
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Bijlage 1 – Visie IHP 2017 – 2020 Bijlage 2 – Toelichting factsheets Bijlage 3 – Factsheets schoolgebouwen Bijlage 4 – Investeren in huisvesting KO
www.icsadviseurs.nl
Bijlage 1 – Visie IHP 2017 – 2020
www.icsadviseurs.nl
3. Visie op onderwijs De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de dienstverlening aan kinderen en burgers blijvend zal veranderen als gevolg van ontwikkelingen in de maatschappij. De schoolbesturen en de gemeente willen ook in de toekomst kwalitatief hoogwaardig primair onderwijs blijven garanderen, passend bij de veranderende samenleving. Hiertoe hebben de betrokken partijen gezamenlijk verkend wat voor Meierijstad de wezenlijk beïnvloedende ontwikkelingen zijn, en welke consequenties dat heeft voor de wijze van onderwijsuitvoering. Op basis van dit inzicht is een gedeelde ‘visie op onderwijs’ geformuleerd en geconcretiseerd in gezamenlijke doelen. De gezamenlijke visie op onderwijs levert kaders voor het integraal huisvestingsplan.
dagbesteding
Accountabilit y ouders 21e eeuw-skills technologie
En Migratie
minder geld
Toestroom vluchtelingen
Leren En ontwikkelen Harmonisatie psz en kdv
1 januari 2015
Accent vroege ontwikkeling
Naast decentralisatie buitenonderhoud po
1 januari 2015 dbmfo Eigendom vs beheer ook bestuurlijk versoepeling fusietoets Plaatsonafhankelijk, in ‘echte wereld’
Nadere uitwerking ‘ontwikkelingen’: zie bijlage 3
Richtinggevend voor het integraal huisvestingsplan zijn de ambities van de gemeente Meierijstad op het gebied van onderwijs zoals die zijn vastgelegd in de ‘Mijlpalen van Meierijstad’. Daarnaast zijn ook de vijf hoofdthema’s van toepassing, die de gemeente Meierijstad heeft benoemd voor alle beleidsterreinen. Deze thema’s vormen de leidende principes voor het handelen van gemeente en de betrokken partners. In dit hoofdstuk worden de principes toegepast en ‘ingekleurd’ voor vraagstukken rondom huisvesting van onderwijs en kindfuncties. Ambities op het gebied van onderwijs vanuit ‘Mijlpalen van Meierijstad’ In Meierijstad kan iedereen zijn of haar talenten ontwikkelen, met passend onderwijs waar nodig. De gemeente stimuleert een goede aansluiting tussen vroeg- en voorschoolse voorzieningen, het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Arbeidsmarkt en onderwijs sluiten goed bij elkaar aan. Er is een intensieve samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
9
De gemeente Meierijstad wil in elke kern basisonderwijs behouden. Bij investeringen in onderwijshuisvesting is een multifunctionele accommodatie uitgangspunt. Vijf hoofdthema’s geldend voor alle beleidsterreinen:
Participatie De basis is gezond vertrouwen in burgers en partners. Burger- en overheidsparticipatie wordt bewust toegepast zodat de burger maximaal betrokken wordt en zich betrokken voelt. Initiatieven van inwoners en ondernemers worden met openheid en enthousiasme tegemoet getreden. In dit IHP heeft ‘participatie’ concreet vorm gekregen in de samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen bij de gezamenlijke uitwerking van visie op onderwijshuisvesting en de vertaling daarvan naar huisvestingsscenario’s en een uitvoeringsagenda van de huisvestingsplannen.
Leefbaarheid Meierijstad biedt per kern voorzieningen op maat, afhankelijk van de vraag, behoefte en identiteit van de kern of wijk. Meierijstad stimuleert dat bedrijven in Meierijstad blijven en nieuwe bedrijven zich er vestigen, dat jongeren er naar school kunnen, stageplekken krijgen en er kunnen werken. Iedereen moet mee (kunnen) doen op een zo volwaardig mogelijke manier. In het IHP is het standpunt dat elke kern een basisonderwijs-voorziening behoudt (uit Mijlpalen van Meierijstad) als uitgangspunt overgenomen. In paragraaf 3.2 wordt nader ingegaan op de relatie tussen onderwijs en leefbaarheid.
Innovatie Innovatie is een veelomvattend begrip maar is niet per definitie iets technisch of materieels. Het is ‘op een andere manier kijken, samenwerken en ontwikkelen’. Het durven experimenteren en leren buiten de bestaande kaders van vandaag de dag. Met vertrouwen en lef werken aan een gezondere samenleving en het optimaliseren van lokale leefbaarheidsdoelen. Ook het ‘voorop’ lopen in een ontwikkeling ziet Meierijstad als innovatie. In het IHP krijgt dit zijn uitwerking door het gezamenlijk en actief vooruit kijken (van gemeente en schoolbesturen) naar ontwikkelingen in de maatschappij en het onderwijs en de effecten die dat heeft op de onderwijshuisvesting. Men streeft naar een toekomstbestendige structuur van duurzame en levensvatbare scholen.
Duurzaamheid Meierijstad heeft een voorbeeldfunctie op het terrein van duurzaamheid en draagt dit actief uit. Duurzaamheid is een van de toetsstenen van alle beleid. Aandacht voor mens, milieu en klimaat, hergebruik van grondstoffen en zuinig omgaan met energie en financiële middelen. In het IHP wordt bij alle investeringen in onderwijshuisvesting uitgegaan van actuele standaarden ten aanzien van Frisse Scholen. Daarnaast geldt de toekomstige wetgeving op het gebied van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) als uitgangspunt. De wetgeving op het gebied van BENG geldt voor onderwijsgebouwen vanaf 1 januari 2021. De gemeente Meierijstad hanteert als uitgangspunt dat alle investeringen, ook vóór 2021, al passen bij de BENGmaatstaf.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
10
Gezondheid Meierijstad zet in op een gezonde leefomgeving. In Meierijstad gaat men uit van het begrip positieve gezondheid en zet men in op leefstijlverbetering. De aandacht voor kwalitatief goede onderwijshuisvesting en de vervanging van verouderde gebouwen draagt bij aan een gezond leerklimaat in Meierijstad. Door de uitgangspunten van het programma van eisen Frisse Scholen te hanteren bij investeringen in onderwijshuisvesting, draagt de gemeente Meierijstad actief bij aan een gezonde leeromgeving van de jeugd.
3.1 Ontwikkelingen en consequenties Onderwijs en ontwikkeling van kinderen vormen belangrijke pijlers van de maatschappij. Veranderingen in de samenleving en verwachtingen van ouders en kinderen leiden tot wijzigingen in de positie van onderwijs, opvang en zorg. Tegelijkertijd heeft verandering in dienstverlening aan kinderen invloed op de maatschappij. Verandering start vanuit een goed begrip en interpretatie van beïnvloedende ontwikkelingen op maatschappelijk, wettelijk en lokaal gebied. Iedere organisatie heeft haar eigen verantwoordelijkheden en staat primair aan de lat om deze uit te voeren. Om te komen tot krachtige samenwerking en versterking van de individuele doelen en verantwoordelijkheden, is het van belang te bepalen waar de gezamenlijke opgave ligt. De gemeente Meierijstad, de schoolbesturen en haar maatschappelijke partners willen inspelen op de ontwikkelingen en zien daarbij de volgende speerpunten voor het gebied:
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
11
Voor de inrichting van het primair onderwijs en maatschappelijke dienstverlening heeft dit de volgende consequenties:
Van onderwijzen naar ontwikkelen van het individuele kind Onderwijs, kindfuncties en andere partners bieden meer ontplooiingsmogelijkheden voor kinderen en zijn meer georganiseerd vanuit de vraag c.q. behoefte van het kind. De basisschool is niet langer een plaats waar enkel overdracht van kennis aan groepen kinderen plaatsvindt, maar vooral een plaats waar kinderen vaardigheden en talenten ontwikkelen.
Eigentijds leren: leren op maat De verschillen tussen leerlingen zijn een inspirerende uitdaging voor het primair onderwijs. Onderwijs moet in toenemende mate passen bij individuele leerkenmerken, voorkeuren en de persoonlijke mogelijkheden en belemmeringen. Personaliseren van onderwijs betekent dat aanbieders een variatie en keuzevrijheid ontwikkelen in leervormen; leraarbegeleid, zelfstandig en zelforganiserend. Voortschrijdende technologische ontwikkelingen maken deze nieuwe flexibiliteit van leren mogelijk.
Methodische vernieuwingen en differentiaties Basisscholen bieden differentiatie in het aanbod van onderwijs en andere daarop aansluitende kindfuncties. Verscheidenheid wordt niet langer meer uitsluitend inhoud gegeven in denominatie, maar meer in pedagogisch-didactische concepten en accentverschillen op bijvoorbeeld sport, ict, techniek, internationaal profiel, kunst en/of cultuur. Op die manier kan onderwijsvrijheid opnieuw worden gedefinieerd, door ouders en kinderen de kans te geven om onderwijs te kiezen dat het beste past bij de specifieke kenmerken en talenten van het kind.
Complete, doorlopende en passende ontwikkelingslijn Een basisschool staat midden in de maatschappij en fungeert steeds vaker als centrale schakel tussen de instellingen die van belang zijn voor de ontwikkeling van een kind. De samenwerkende instellingen bieden voor alle kinderen een samenhangend aanbod van opvang, educatie, zorg, ondersteuning en vrije tijd. Schoolbesturen werken actief aan samenwerking met andere partners in de omgeving om alle kinderen een doorlopende ontwikkellijn van 0 tot en met 12 jaar te kunnen bieden.
Samenwerken met en delegeren aan professionals in het netwerk Inhoudelijke en functionele samenwerking van onderwijsinstellingen en andere kindpartners krijgt nieuwe vorm, afhankelijk van lokale behoeften en omstandigheden. Partners functioneren vanuit de doelstellingen van geïntegreerd jeugdbeleid samen met de gemeente als een netwerk dat signaleert en begeleidt, dat expertise inzet en dat informatie doelgericht met elkaar uitwisselt.
Ouders als belangrijke partner De ouders / verzorgers zijn als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind. Scholen opereren in partnerschap met de ouders. Dit partnerschap is tweeledig. Enerzijds dragen ouders bij aan het educatief programma van het kind, via signalering van specifieke behoeften van hun kind en een bewuste keuze voor een bepaald onderwijsconcept. Anderzijds bieden de scholen begeleiding en ondersteuning aan ouders in de thuissituatie.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
12
School krijgt grotere rol in dagbesteding leerling De school is niet alleen de plek waar onderwijs wordt gegeven, maar heeft ook buiten schooltijd een rol in de dagbesteding van de leerling vanuit naschoolse activiteiten (onderwijs gebonden zoals huiswerkbegeleiding, maar ook qua ontplooiing en verrijking, bijvoorbeeld: een schoolorkest, schoolmusical, schaakclub, sportactiviteiten in de gymzaal). Sociaal-maatschappelijke betrokkenheid Het kind participeert in de samenleving en wordt daar ook mede gevormd. Kinderen leren levensbreed, binnen en buiten school. De basisschool gaat om die reden interactie aan met de maatschappelijke omgeving. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het verbinden van onderwijs met andere beleidsprogramma’s of samenwerking met het verenigingsleven in het kader van verlengde schooldagactiviteiten, gezondheid en sport. Afname kindpopulatie onderwijs Demografische invloeden leiden ertoe dat in Meierijstad het aantal 0-12 jarigen afneemt. Dit leidt tot afname van kinderaantallen bij basisscholen en opvangorganisaties. Tegelijkertijd nemen inkomsten af, omdat bekostiging gekoppeld is aan het aantal leerlingen. Demografische krimp roept, zeker in de kleinere kernen, een discussie op over de verhouding tussen kwaliteit van onderwijs in relatie tot de omvang van de kindpopulatie.
In die kwaliteit-kwantiteit discussie geldt een bepaalde ondergrens (minimale kritische massa) voor de omvang van onderwijs- en kindvoorzieningen.
Her-allocatie middelen Bij een schaarste van middelen en een afname van de populatie is het kiezen van de juiste locatie en het kiezen van het best passende aanbod van belang: er moet dáár geïnvesteerd worden waar het nu en in de toekomst zijn waarde opbrengt. Het huisvestingsaanbod moet gesitueerd zijn waar de kinderen wonen, een centrale positie hebben in de kernen en bij voorkeur een multifunctioneel karakter hebben. Op een deel van de bestaande onderwijsplekken leidt dit mogelijk tot ingrepen in de huisvestingsstructuur van onderwijs.
3.2 Onderwijs in relatie tot leefbaarheid Maatschappelijke voorzieningen, zoals basisscholen, sportaccommodaties en gemeenschapshuizen hebben ontegenzeggelijk een belangrijke functie voor dorpen en wijken. Deze accommodaties vormen de basis voor het patroon van belangrijke ontmoetingsplaatsen tussen mensen. Maatschappelijke voorzieningen én gevarieerde woonmilieus vormen een twee-eenheid die zeer bepalend is voor burgers (van jongeren, via jonge gezinnen tot senioren) om graag in Meierijstad te willen wonen, werken en recreëren. Het is dan ook van belang om de locatie en het effect van maatschappelijke voorzieningen bij de ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van de gemeente voortdurend te blijven volgen. Maatschappelijke voorzieningen spelen niet alleen een belangrijke rol in het leven van de individuele bewoners, ze zijn ook belangrijk voor de sociale cohesie in dorpen en wijken. Ontmoetingsplaatsen vormen het cement van de sociale structuren. Vanuit historische verbanden is een voorzieningennetwerk ontstaan, waardoor in (vrijwel) ieder dorp of iedere wijk een school, een gemeenschapshuis, een huisarts, een sportvoorziening etc. gerealiseerd werd. Als we kijken naar de huidige spreiding van voorzieningen in Meierijstad, dan is er sprake van een fijnmazig netwerk.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
13
Tegelijkertijd zien we ontwikkelingen die consequenties hebben voor de vraag naar en het gebruik van de voorzieningen in de gemeente. Ontwikkelingen als demografische krimp, transities in zorg en onderwijs, verandering van leefstijlen doen de vraag naar activiteiten en voorzieningen veranderen. Andere generaties van deelnemers, met andere kenmerken en behoeften, in andere omvang, participerend in een veranderende samenleving. Tendensen die ook lokaal gaan spelen, en betekenen dat maatschappelijke voorzieningen onder druk kunnen komen staan. Als reactie daarop moeten de voorzieningen mee veranderen met deze inhoudelijke vraag. 3.3 Gedeelde visie op onderwijs De schoolbesturen willen sámen met kindpartners ‘goed, toekomstbestendig onderwijs’, doorgaande ontwikkelingslijnen en bijbehorende samenhangende voorzieningen voor Meierijstad realiseren, waardoor kinderen maximale ontwikkelingskansen aangeboden krijgen. De gedeelde visie is als volgt samengevat: ‘In de veranderende samenleving samen verantwoordelijkheid nemen voor primair onderwijs in Meierijstad’ Inspiratie: Alle kinderen van 0 tot ongeveer 12 jaar optimale ontwikkelingskansen bieden. Gedeeld perspectief: Toekomstbestendig onderwijs en doorgaande ontwikkelingslijnen bieden aan kinderen.
En willen daarom: Sámen de dienstverlening vormgeven in een netwerk van sterk integraal functionerende voorzieningen, die alles in zich hebben om kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling. De schoolbesturen willen hun gezamenlijk perspectief waarmaken via een regisserende positie in het netwerk van kindvoorzieningen. Een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen wordt mogelijk gemaakt door te streven naar Integrale Kindcentra (IKC’s), die functioneren als centrum van waaruit ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen binnen en buiten de school met elkaar in verband worden gebracht, samen met andere professionele partners. Op basis van de ‘visie op onderwijs’ hebben de schoolbesturen en de gemeente gedefinieerd aan welke toetsingskaders de basisinfrastructuur voor het primair onderwijs in Meierijstad moet voldoen. Leidraad is een helder perspectief, een toekomstbeeld, dat aansluit bij de behoeften van de kinderen en ouders in Meierijstad. Die krijgt vorm in een huisvestingsplan, dat ruimte biedt aan de gewenste aansluiting op de maatschappij. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: 1.
Bieden van keuzevrijheid en doorlopende ontwikkellijnen
De gemeente Meierijstad kent op dit moment een divers aanbod van onderwijsconcepten. De toekomstige huisvestingsstructuur moet de kwaliteit van het primair onderwijs en de keuzevrijheid voor ouders en kinderen in de gemeente verder versterken. Hiertoe is aandacht voor onderwijsdiversiteit en de bereikbaarheid ervan.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
14
De schoolbesturen streven naast onderlinge samenwerking, ook naar samenwerking met kindpartners in de ontwikkellijn 0-12 jaar. Zij doen dat vanuit de overtuiging dat een basisschool midden in de maatschappij staat en steeds vaker fungeert als centrale schakel tussen de instellingen die van belang zijn voor de ontwikkeling van een kind. De samenwerkende instellingen bieden voor alle kinderen een samenhangend aanbod van opvang, educatie, zorg, ondersteuning en vrije tijd. Rondom de educatieve kern 0-12 jaar wordt – op basis van lokale behoefte en aanbod – de ontwikkellijn verbreed met opvang, zorg en ondersteuning voor kinderen en ouders. Een netwerk van diensten dat gezamenlijk werkt aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen. Tevens kunnen activiteiten worden gehuisvest die een verrijking zijn voor het aanbod in de omgeving: buurt- en verenigingsleven, sport, etc. De schoolbesturen streven er naar om op alle onderwijslocaties passend onderwijs aan te bieden. Daarmee dragen ze bij aan de sociale integratie van leerlingen die nu vanwege hun specifieke ontwikkelingsperspectief naar een aparte voorziening worden verwezen. Voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs wordt de ambitie uitgesproken om op middellange termijn te komen tot een expertisecentrum in de gemeente Meierijstad, passend bij de schaal van de lokale behoefte. 2.
Kiezen voor kansrijke plekken
Schoollocaties moeten worden gesitueerd op toekomstbestendige3 en bereikbare locaties, rekening houdend met ligging in het voedingsgebied, relaties tussen wijken en dorpen, fysieke barrières en de nabijheid van andere voorzieningen. Daarnaast is een beoordeling van de kwalitatieve meerwaarde relevant, waaronder de aantrekkelijkheid en het onderscheidend vermogen op inhoud en gebouw. Voor ‘niet toekomstbestendige’ locaties worden oplossingen gezocht door verbindingen met kansrijke plekken en/of (geleidelijke) afbouw. De investeringsruimte van de gemeente (en de schoolbesturen) is beperkt. In de huisvestingsscenario’s wordt waar dat mogelijk en verantwoord is, uitgegaan van gebruik van de bestaande onderwijsgebouwen. Bij de inschatting of dit mogelijk is, wordt gelet op de leeftijd, onderhoudsstaat en de exploitatielasten van het gebouw. Daarbij wordt tevens nadrukkelijk rekening gehouden met de spreiding van het onderwijsaanbod in de wijk / kern en met de aanwezigheid van relevante omliggende voorzieningen. De toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen moeten logisch gespreid zijn over de gemeente, zodat diensten goed bereikbaar zijn voor alle inwoners. 3.
Capaciteiten afstemmen op behoefte
Eén van de urgenties die aanleiding heeft gegeven tot het integraal huisvestingsplan is de leerlingendaling (als gevolg van demografische ontwikkelingen) en de leegstand die als gevolg daarvan ontstaat in de schoolgebouwen. In de bestaande situatie is de normatieve leegstand ruim 9.000 m² bvo. De komende 15 jaren loopt dat normatieve overschot, als gevolg van verdere leerlingendaling, op tot circa 10.000 m² bvo.
3 Toekomstbestendigheid betekent hier dat de voorziening ook op lange termijn onderwijskwaliteit kan
garanderen en betaalbaar is: inkomsten en uitgaven zijn met elkaar in gezonde balans.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
15
De materiële instandhoudingsvergoeding van het Rijk is gebaseerd op het leerlingenaantal van de betrokken scholen. Door leerlingendaling kan zo een verschil ontstaan tussen de bestaande omvang van een schoolgebouw en de omvang waarvoor de school bekostiging ontvangt. Voor dit ‘normatieve ruimteoverschot’ ontvangt een schoolbestuur daarom geen inkomsten. Middelen bestemd voor onderwijsinhoud moeten daardoor soms ingezet worden voor de onderwijsgebouwen. Eén van de doelen van het integraal huisvestingsplan is te komen tot een efficiënter gebouwenbestand waarin vraag naar en het aanbod van ruimte beter met elkaar in balans zijn. Huisvestingskosten zijn dan ook beter in evenwicht met de inkomsten die hier voor bestemd zijn. Het integraal huisvestingsplan is gericht op het verkleinen van de gebouwelijke overmaat en het voorkomen van (ruimte)tekorten. Op de meeste locaties wordt (een deel van) deze normatieve leegstand ingezet om aanpalende functies te huisvesten. Daarmee wordt invulling gegeven aan de ambitie om integrale kindcentra vorm te geven, en worden financiële problemen voorkomen. Op een aantal andere locaties zijn problemen ontstaan, of kunnen deze in de toekomst ontstaan bij (verdere) leerlingendaling. Op deze locaties moet via maatwerk oplossingen worden geboden. 4.
In elke wijk en kern minimaal één onderwijslocatie, mits de kwaliteit is gewaarborgd
Basisuitgangspunt voor de spreiding van onderwijsvoorzieningen is dat elke wijk en kern minimaal één onderwijslocatie heeft van voldoende omvang. Dat betekent dat zolang de kwaliteit van onderwijs en de betaalbaarheid te garanderen zijn er een onderwijslocatie gehandhaafd wordt. Schoolbesturen zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. Ieder schoolbestuur maakt daarin met de betreffende teams en de directe omgeving eigen keuzes op basis van hun beleidslijn. De gemeente Meierijstad heeft daarbij een directe betrokkenheid. Niet alleen vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, maar zeker ook vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Het primair onderwijs is één van de belangrijkste pijlers van de totale fysieke infrastructuur aan maatschappelijke voorzieningen. Het is de logische plek voor aanhaking van aanpalende functies en maatschappelijke dienstverlening. De verbondenheid met andere voorzieningen zoals binnensportaccommodaties maken een nauwe samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen van groot belang. Veranderingen en aanpassingen hebben een veel breder effect dan enkel het onderwijsveld.
De samenwerking met kinderopvang en buitenschoolse opvang kent weer een andere dimensie. Deze functies zijn in de kern commercieel, maar hebben een belangrijke maatschappelijke taak. Zeker wanneer de ambitie gevolgd wordt om tot integrale kindcentra te komen. Veel meer dan bijvoorbeeld het onderwijs is de kinderopvang afhankelijk van vraag op de lokale ‘markt’. Dat maakt het sturen op inhoudelijke samenwerking en gezamenlijke huisvesting vaak ingewikkeld. Per geval moet worden bekeken in hoeverre aanhaking van deze functies op de verschillende locaties mogelijk en wenselijk is.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
16
5. Goed onderwijs in goede gebouwen Gemeente Meierijstad en de schoolbesturen investeren in goed onderwijs, daar horen goede gebouwen bij. Gebouwen die modern onderwijs optimaal faciliteren en die aan alle wettelijke eisen voldoen. De ambitie in Meierijstad is om méér te investeren dan strikt noodzakelijk op basis van landelijk geldende richtlijnen. De gemeente Meierijstad ambieert een kwaliteitsniveau van de huisvesting waarin het minimale niveau uit het wettelijk Bouwbesluit aangevuld wordt in lijn met haar inhoudelijke ambities op duurzaamheid en gezondheid. Vooruitlopend op de aankomende verplichting om tot Bijna Energieneutrale Gebouwen te komen vanaf 2021, wordt dat in Meierijstad al direct meegenomen. Daarnaast wordt bij renovatie en vervangende nieuwbouw uitgegaan van Frisse scholen niveau B bovenop de bestaande eisen uit het Bouwbesluit. 6. Renovatie versus nieuwbouw Iedere gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor het bieden van passende onderwijshuisvesting, voldoende omvang, goede gebouwkwaliteit en rekening houdend met veiligheid. Sinds 1 januari 2015 zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor het volledige onderhoud aan hun schoolgebouwen (daarvoor was de gemeente dat). Zij ontvangen hiervoor ook bekostiging vanuit het Rijk.
Gemeenten zijn nog steeds verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen, en herstel bij schade of constructiefouten. Ook de bekostiging van en het buitenonderhoud aan gymnastiekvoorzieningen is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Renovatie kan ingezet worden als levensduurverlengende ingreep in gebouwen. Daarmee kan nieuwbouw voorkomen of uitgesteld worden. De verantwoordelijkheid voor het plegen van (levensduurverlengende) renovatie in schoolgebouwen is op dit moment een grijs gebied. Vooruitlopend en in samenhang met het huisvestingsakkoord van de VNG, PO-raad en VO-raad hebben de gemeente Meierijstad en de schoolbesturen besloten renovatie te zien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarbij de kosten in beginsel voor rekening van de gemeente zijn. Het schoolbestuur draagt bij aan de investering door het vrijvallende deel van de onderhoudskosten aan de gemeente ter beschikking te stellen. In dit IHP wordt naar dat uitgangspunt gehandeld. Voor de locaties die het betreft worden maatgerichte afspraken gemaakt.
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs Meierijstad I RO17050697
17
Bijlage 2 - Toelichting Factsheets Doelstelling factsheets Op uniforme wijze inzicht geven in de kenmerken en prestaties van schoolgebouwen. Hiermee worden tevens mogelijke knelpunten inzichtelijk. Opzet factsheets De factsheets vormen een belangrijke basis voor het Integraal Huisvestingsplan. De factsheets bestaan uit de volgende onderdelen: Algemene gebouwgegevens: Algemene gegevens, Gebouw, Capaciteit en Gebruikers; Prognose en capaciteit: Prognose leerlingenaantallen en Capaciteit versus behoefte; Financiën: Exploitatielasten per jaar; Kwaliteit: Kwaliteit gebouw(delen); Opmerkingen. De uitkomsten van de factsheets worden samengevat in zogeheten ‘kansenkaarten’. De kansenkaarten geven een integraal en overzichtelijk beeld van de huidige situatie en mogelijke knelpunten. Het biedt het eerste vertrekpunt voor een toekomstperspectief per locatie op gebiedsniveau. Algemene gebouwgegevens De informatie in de ‘Algemene gegevens’ is afkomstig uit documentatie die beschikbaar is gesteld door de gemeente en schoolbesturen. In de algemene gegevens wordt feitelijke informatie gegeven over het gebouw, de capaciteit en de gebruikers van het gebouw. Prognose en capaciteit De informatie in ‘Prognose leerlingenaantallen’ is gebaseerd op de meest recente leerlingenprognose (Pronexus, 2020).
In de grafiek ‘prognose leerlingenaantallen’ is tevens de gemeentelijke opheffingsnorm voor regulier basisonderwijs opgenomen. In het onderdeel ‘Capaciteit versus behoefte’ is de normatieve ruimtebehoefte van school (conform de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs) afgezet tegen de beschikbare onderwijscapaciteit. Indien er sprake is van (structureel) enkel medegebruik of verhuur is dit meegenomen in de grafiek ‘capaciteit vs. behoefte’. Het percentage leegstand/ruimtetekort is als volgt berekend: ruimtebehoefte 2039 afgezet tegen de bestaande onderwijscapaciteit. Onderstaande tabel geeft de beoordeling van het percentage leegstand/ruimtetekort. Onderwijscapaciteit versus ruimtebehoefte Meer dan 10% ruimtetekort (T – tekort) Tussen de 10% ruimtetekort en 10% leegstand Tussen de 10% en 20% leegstand Meer dan 20% leegstand (O - overschot)
www.icsadviseurs.nl
Financiën Het onderdeel ‘Financiën’ geeft inzicht in de exploitatielasten (onderhoud en energie) van het gebouw. De benodigde informatie is opgevraagd bij de schoolbesturen. De onderhoudslasten zijn gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) voor de komende jaren. Deze zijn vervolgens omgerekend naar een gemiddeld bedrag per m² bvo per jaar. De energielasten zijn gebaseerd op de meest recente jaarafrekeningen van het gas, water en elektra en omgerekend naar een gemiddeld bedrag per m² bvo per jaar. Zowel de kosten voor het onderhoud als de kosten voor energie zijn afgezet tegen de landelijke benchmark van ICSadviseurs. Deze benchmark bevat gegevens van ruim 250 scholen uit heel Nederland. Het is mogelijk dat deze benchmark iets afwijkt van andere landelijke benchmarkonderzoeken. Tevens wordt benoemd welke materiële instandhoudingsvergoeding (MI-vergoeding) de schoolbesturen van het primair- en speciaal onderwijs ontvangen om het onderhoud en de energielasten te bekostigen. In de beoordeling van de MIvergoeding ten opzichte van de lasten wordt rekening gehouden met een indexatie van 1,6%. Deze is gebaseerd op de afgelopen 10 jaar. In de onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt hoe de exploitatie beoordeeld wordt aan de hand van de ICS benchmark. ICS Benchmark Onderhoudslasten PO VO SO
ICS Benchmark Energielasten
Minder dan € 30 per m² bvo Tussen de € 30 - € 40 per m² bvo
Minder dan € 11 per m² bvo PO VO
Meer dan € 40 per m² bvo
Tussen de € 11 - € 15 per m² bvo Meer dan € 15 per m² bvo
ICS Benchmark Energielasten Minder dan € 12 per m² bvo SO
Tussen de € 12 - € 16 per m² bvo Meer dan € 16 per m² bvo
Kwaliteit De informatie uit ‘Kwaliteit gebouw(delen)’ is afkomstig van de schoolbesturen en geeft een beoordeling van de thema’s ‘Technische staat’, ‘Functionaliteit’, ‘Binnenklimaat’ en ‘Veiligheid’. Deze thema’s zijn op verschillende onderdelen gescoord door de schoolbesturen en vervolgens beoordeeld met behulp van een stoplichtmodel. Zie onderstaande tabel voor een weergave van het stoplichtmodel. Kwaliteit Uitstekend tot goed Redelijk tot matig Slecht tot zeer slecht Opmerkingen Hier wordt specifieke informatie omtrent de locatie met eventueel lopende of verwachte ontwikkelingen nader omschreven.
www.icsadviseurs.nl
Bijlage 2 – Factsheets schoolgebouwen