Bijlage 1 raadsvoorstel IHP PO en VO 2022-2037
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs 2022-2037 Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is investeren in onze kinderen
Opdrachtgever Gemeente Meierijstad
Datum 28 september 2021
Referentienummer 2200404/20210928/OD
Auteur(s) Onno Damen en Joëlle Wijntjens
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding
5
Aanleiding
5
Plan van Aanpak
6
Status IHP
6
Visie op onderwijs en huisvesting Integraal onderwijsaanbod en samenwerking
8 8
2.1.1
Aanbod per kern of wijk
8
2.1.2
Kindcentra
9
2.1.3
Doorlopende ontwikkellijn: primair en voortgezet onderwijs
10
2.1.4
Betekenisvolle leeromgeving
10
2.1.5
Passend onderwijs en inclusiever onderwijs
11
Toekomstbestendig onderwijshuisvesting
12
2.2.1
Flexibiliteit en ruimtegebruik
12
2.2.2
Duurzaamheid
13
Type maatregelen binnen IHP
17
Nieuwbouw
18
Renovatie
19
Positie herschikking
21
In stand houden
21
Afstoten
21
Investeren in kinderopvang
22
3.
Huisvestingsscenario’s per kern
23
4.
Kern Veghel
25
MFC De Magneet
25
Bernadette
27
De Bunders
28
’t Heibosch
28
De Vijfmaster
29
De Uilenbrink
29
’t Ven
30
Schakelklas De Taalvijver
30
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICSadviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICSadviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICSadviseurs B.V., d.d. december 2008, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICSadviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
5.
6.
7.
8.
9.
De Tuimelaar
31
De Ieme
31
Kern Sint-Oedenrode
32
Dommelrode
32
Oda
33
Eerschot
34
De Springplank en Kienehoef
34
Kern Schijndel
36
De Heijcant
36
’t Talent
37
De Kring
38
De Beemd
38
De Vossenberg
40
‘t Kwekkeveld
40
De Regenboog (Hoevenbraak)
41
Overige Kernen
42
Antonius (Keldonk)
42
De Empel (Erp)
42
De Sprongh (Olland)
43
Maria (Erp)
44
Sint Antonius van Padua (Nijnsel)
44
Maria ter Heide (Mariaheide)
45
Franciscus (Boskant)
45
Edith Stein (Zijtaart)
46
Nicolaas (Boerdonk)
47
Petrus en Paulus (Eerde)
47
De Regenboog (Wijbosch)
48
Speciaal onderwijs (inclusief SBO)
49
SBO De Wissel
49
HUB Veghel
50
8.2.1
SO
50
8.2.2
VSO
50
Voortgezet onderwijs
51
Elde College
51
10. Bewegingsonderwijs
55
11. Fasering
56
www.icsadviseurs.nl
12. Financiën
58
Uitgangspunten
58
Totale investering IHP
59
13. Slotsom en aanbevelingen
60
Slotsom
60
Aanbevelingen
60
Bijlagendocument
www.icsadviseurs.nl
62
1. Inleiding Aanleiding De gemeente Meierijstad heeft de afgelopen jaren op basis van haar huidig Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2017-2020 uitwerking gegeven aan de onderwijshuisvesting. Een aantal projecten uit het IHP lopen nog, zoals de vervangende nieuwbouw Petrus en Paulusschool in Eerde, nieuwbouw MFA De Groene Long in SintOedenrode waarin vervangende nieuwbouw van de Kienehoef en De Springplank plaatsvindt en vervangende nieuwbouw van de Bundersschool in Veghel. Ten tijde van de opstelling van het IHP is afgesproken om in 2021 een nieuw IHP op te stellen en hierin ook het voortgezet onderwijs (VO) te betrekken. Dit nieuwe IHP voor de periode 2022-2037 bouwt voort op het huidige IHP. Dit wil zeggen dat de onderwijsvisie en ambities van het huidige IHP een sterk en actueel fundament vormen voor het nieuwe IHP. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat er in de gemeente Meierijstad een duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgeving kan worden voortgezet.
Naast de ontwikkelingen van het leerlingaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als lange termijn oplossingen.
www.icsadviseurs.nl
5/63
Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente. Ook de opvangpartners van het onderwijs zijn betrokken bij het proces. Het IHP biedt een perspectief voor de schoollocaties voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs voor de komende zestien jaar.
Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en opvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪
▪
▪
▪
▪
Visie op onderwijs en huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en de schoolbesturen met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies. Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Meierijstad in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. Daarnaast is een aantal scenario’s onderbouwd met een nadere analyse (schouw) van de schoollocatie. Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern, nadere analyse (schouw) en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting.
De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.
Status IHP Dit IHP is in overleg tussen gemeente en schoolbesturen tot stand gekomen. Daarnaast zijn de opvangorganisatie(s) betrokken in het proces. De partijen hebben een akkoord gegeven over de visie en ambitie op onderwijshuisvesting. Daarbij is voortgebouwd op de visie en ambitie uit het IHP 2017-2020. Het IHP vormt daarnaast een perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en kan iedere vier jaar worden geactualiseerd. Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) gehouden.
www.icsadviseurs.nl
6/63
Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Het plan krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Hiermee staan de investeringen in de eerste vier jaar vast en weet de gemeenteraad welke investeringen vanaf jaar vijf en verder verwacht worden. Over investeringen na de eerste periode van vier jaar dient de gemeenteraad aparte besluiten te nemen. Naast de investering van de gemeente is ook sprake van investering vanuit schoolbesturen in de vorm van een bijdrage. Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, dan wordt teruggevallen op de verordening onderwijshuisvesting van de gemeente.
www.icsadviseurs.nl
7/63
2. Visie op onderwijs en huisvesting In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs- en opvang(huisvesting) beschreven. De visie vormt het fundament voor het Integraal Huisvestingsplan. In een interactieve werksessie, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de gemeente, zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op onderwijs(huisvesting) in de gemeente Meierijstad. Hierbij is ook teruggekeken op de visie en ambities uit het IHP 2017-2020. Daarbij is geconstateerd dat deze nog steeds als fundament actueel is in dit IHP1. In dit hoofdstuk gaan we nader in op enkele onderdelen en verbreden we ook de scope naar het VO. De vraag die centraal staat is: wat is nodig om te komen tot passende en toekomstbestendige huisvesting die een bijdrage levert aan goed onderwijs c.q. aan doorgaande leer- en ontwikkellijnen voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 19 jaar. Aan de hand van verschillende thema’s wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag. Het zorgen voor adequate huisvesting is belangrijk omdat de huisvesting actief bijdraagt aan de leermogelijkheden van leerlingen. Goede huisvesting zorgt voor een omgeving waarin door leerkrachten en personeel een klimaat gerealiseerd kan worden waarin ontplooiingsmogelijkheden optimaal zijn.
Door te zorgen voor goede huisvesting levert dit actief een bijdrage aan de ontwikkeling van de jongste inwoners van Meierijstad en daarmee het potentieel van alle toekomstige inwoners. Dit vormt een belangrijke drijfveer voor dit actuele IHP.
Integraal onderwijsaanbod en samenwerking 2.1.1 Aanbod per kern of wijk Primair onderwijs De gemeente Meierijstad bestaat uit 13 kernen met daarbinnen, in met name de grotere kernen, meerdere wijken. Het streven is in iedere kern/wijk één- of meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) te behouden, mits de kwaliteit van het onderwijs en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd. Dit vanuit het belang van thuisnabij onderwijs. Schoolbesturen zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. In kernen/wijken waar het aanbod in het geding komt, wordt de gemeente actief betrokken door het schoolbestuur. Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Daarnaast zijn schoollocaties gesitueerd op toekomstbestendige en goed bereikbare locaties (zowel bestaande als nieuwe locaties). Hierbij wordt rekening gehouden met de ligging in het voedingsgebied, relaties tussen wijken en dorpen, fysieke barrières en de nabijheid van andere voorzieningen. Naast een aanbod per kern/wijk en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten ook een grote rol.
De gemeente en schoolbesturen streven naar het in stand houden en het versterken van onderwijsdiversiteit ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes. Speciaal onderwijs In het kader van thuisnabij onderwijs en zoveel mogelijk inclusief onderwijs worden binnen de gehele gemeente vanuit beide samenwerkingsverbanden tijdelijke arrangementen toegekend. Deze tijdelijke arrangementen vinden plaats binnen een (specialistische) klas binnen het reguliere onderwijs. Voor de tijdelijke arrangementen worden geen structurele vierkante meters gerealiseerd, maar wordt vanuit de gedachte van doorgaande lijn en samenwerking gekeken naar creatief inzetten van bestaande vierkante
1 In bijlage 1 is het visiehoofdstuk uit het IHP 2017-2020 opgenomen.
www.icsadviseurs.nl
8/63
meters. Bij basisscholen met een beperkte omvang worden wel extra meters gerealiseerd (zie kader op pagina 12). In Veghel is er per 1 augustus 2021 één voorziening met zowel SO als SBO. Deze voorziening valt onder aansturing van HUB Noord-Brabant en groeit toe naar een specialistische voorziening. Daarnaast blijft er een voorziening voor het VSO. Voortgezet onderwijs Voor het voortgezet onderwijs is een aanbod per kern – thuisnabij onderwijs – een relatief begrip. Belangrijker is de bereikbaarheid per fiets en openbaar busvervoer. Voor dit laatste betekent ook dat buslijnen behouden blijven en daar waar kinderen langer dan 10 minuten moeten lopen de buslijnen geoptimaliseerd worden. Daarnaast is voor het voortgezet onderwijs van belang om een complementair onderwijsaanbod voor jongeren in de gemeente Meijerijstad aan te bieden. Dit houdt in dat schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor een regionaal dekkend en kwalitatief goed onderwijsaanbod2. Op deze manier kunnen jongeren kiezen voor de school die het beste bij hen past en kunnen de (nadelige) gevolgen van leerlingendaling opgevangen worden. Aan de basis hiervan staat samenwerking tussen schoolbesturen.
Samenwerking voortgezet onderwijs Het voortgezet onderwijs in Meierijstad wordt verzorgd door vo Veghel (Fioretti College en Zwijsen College) en het Elde College in Schijndel. In gezamenlijk overleg stemmen de schoolbesturen het onderwijsaanbod in Meierijstad op elkaar af, opdat jongeren iets te kiezen hebben in de gemeente. Daar waar leerlingenaantallen te klein worden en in stand houden in het geding komt, wordt open het gesprek aangegaan op welke manier het vak aanbod kan blijven bestaan. De huidige subsidie Sterk Techniekonderwijs maakt dat tot 2024 dergelijke kleine vaksecties door het schoolbestuur zelf in stand kunnen worden gehouden. Mijlpaal Meierijstad - Leefbaarheid Meierijstad biedt per kern voorzieningen op maat, afhankelijk van de vraag, behoefte en identiteit van de kern of wijk. Meierijstad stimuleert dat bedrijven in Meierijstad blijven en nieuwe bedrijven zich er vestigen, dat jongeren er naar school kunnen, stageplekken krijgen en er kunnen werken. Iedereen moet mee (kunnen) doen op een zo volwaardig mogelijke manier. In het IHP is - aansluitend op het IHP 2017-2020 het standpunt dat elke kern/wijk een basisonderwijsvoorziening behoudt (uit Mijlpalen van Meierijstad) als uitgangspunt overgenomen, waarbij onderwijs in relatie tot leefbaarheid in dorpen/wijken is verwoord (zie bijlage IHP 2017-2020, par 3.2.)
2.1.2 Kindcentra De schoolbesturen en de gemeente hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te realiseren in integrale kindcentra (IKC). In deze IKC’s werken onderwijs en opvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0 – 12 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met zorg en/of ondersteuning voor kinderen en ouders. In een IKC werken onderwijs en opvang samen aan een doorlopende lijn vanuit een gedeeld pedagogisch en didactisch concept. Nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid als kindpartner (binnen de gestelde kaders) en vertrouwen tussen de betrokken partners is essentieel om de continuïteit in de samenwerking te waarborgen. Een gezamenlijke koers kan niet slagen wanneer draagvlak bij een van de partners ontbreekt. Dit vindt bij voorkeur plaats in één gebouw of in de directe omgeving. Bij nieuwbouw is het streven van een kindcentrum vanzelfsprekend3. Het vroegtijdig maken van (integrale) plannen stelt in staat om het gebouw
2 VO-raad (2020), Regie op samenwerking: routekaart voor regionale samenwerking bij leerlingendaling in het voortgezet onderwijs. 3 In kleine kernen wordt specifiek gekeken hoe dit bereikt kan worden.
www.icsadviseurs.nl
9/63
zodanig in te zetten, dat het samenwerking tussen onderwijs en partners faciliteert. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden bekeken. Bovendien krijgt de kwaliteit van scholen een impuls. Het kindcentrum heeft de mogelijkheid accenten te leggen die passen bij de ontwikkelbehoefte van het individuele kind. De maatschappelijke opbrengsten daarvan dragen op de lange termijn bij aan maatschappelijke vraagstukken zoals participatiebevordering en gezondheidsontwikkeling.
2.1.3 Doorlopende ontwikkellijn: primair en voortgezet onderwijs De doorlopende ontwikkellijn van opvang en primair onderwijs, kan ook worden doorgetrokken naar het voortgezet onderwijs en verder. De focus bij de transitie van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs en vervolgens naar het vervolgonderwijs ligt op de warme overdracht4. Daarnaast ligt in het voortgezet onderwijs de aandacht op het leren van vaardigheden en competenties die nodig zijn in het vervolgonderwijs en in de samenleving. Dit kan ook worden vormgegeven in samenwerking met het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven, zoals het aanbieden van gastlessen. Dit komt mooi naar voren in een hybride leeromgeving die ervarend leren mogelijk maakt. Denk aan de vormgeving van het techniekonderwijs in het po, so en vo (zoals Let’s Play (SKOPOS), Ontdeklab (SKOSO) en Sterk Techniekonderwijs Noordoost-Brabant). Aan de basis wordt meer accent op techniek gelegd en dat vindt zijn weg tot aan het vervolgonderwijs. Een andere mogelijkheid is het aanbieden van een tienerschool (10-14 jaar onderwijs). Het doel van een tienerschool is het versoepelen en verkleinen van de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. Het onderwijs op tienerscholen vormt een doorlopende leerlijn van basis- naar voortgezet onderwijs. Leerlingen stappen niet na groep 8 over, maar blijven tot hun veertiende jaar op de tienerschool.
Zo krijgen leerlingen meer tijd om te ontdekken wat ze willen en wat bij ze past. Door schoolbesturen in de gemeente Meierijstad wordt de meerwaarde die een tienerschool biedt - voor een deel van de doelgroep - ingezien en zij verkennen de toekomstige mogelijkheden hiertoe. De verkenning voor een tienerschool begint vanuit inhoudelijke visie op samenwerken tussen het primair en voortgezet onderwijs. Ruimtelijke kansen, zoals leegstand en/of nieuwbouw, bevorderen het gesprek om een inhoudelijke ontwikkeling van een tienerschool te onderzoeken, waarbij inhoud het uitgangspunt blijft.
2.1.4 Betekenisvolle leeromgeving Betekenisvol leren is, zowel binnen het primair als voortgezet onderwijs, steeds vaker zichtbaar. Leren door te ervaren en te ontdekken, in de vorm van praktijk, excursies, gastlessen, stages, et cetera. Schoolbesturen hechten er waarde aan hun leerlingen vroegtijdig met de beroepspraktijk kennis te laten maken. Dat vraagt om hybride docenten en samenwerkingsverbanden met bedrijven, instellingen en andere organisaties. Hier zijn verschillende modellen mogelijk, variërend van incidentele ontmoetingen met de beroepspraktijk (hiervoor is geen structurele onderwijsruimte nodig) tot een structurele integratie van onderwijs en beroepspraktijk, dan wel op de school of bij een externe partner. Onderwijsruimte wordt in dat laatste geval gedeeld met de partner. Mijlpaal Meierijstad - Innovatie Innovatie is een veelomvattend begrip maar is niet per definitie iets technisch of materieels. Het is ‘op een andere manier kijken, samenwerken en ontwikkelen’. Het durven experimenteren en leren buiten de bestaande kaders van vandaag de dag. Met vertrouwen en lef werken aan een gezondere samenleving en het optimaliseren van lokale leefbaarheidsdoelen. Ook het ‘voorop’ lopen in een ontwikkeling zien wij als innovatie.
4 Zoals vastgelegd in beleidskader voorschoolse voorzieningen en ontwikkelachterstanden, later geïntegreerd in het LEA.
www.icsadviseurs.nl
10/63
2.1.5 Passend onderwijs en inclusiever onderwijs Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind te realiseren. Kinderen gaan in principe naar het reguliere onderwijs, waar ze worden uitgedaagd op basis van de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte. Wanneer de zorgbehoefte toeneemt en/of scholen niet tegemoet kunnen komen aan de zorgbehoefte, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Deze samenwerking tussen scholen vindt plaats in de Samenwerkingsverbanden (30-05 De Meijerij (Schijndel) en 30-06 (Sint-Oedenrode en Veghel)). Eén van de doelstellingen van de invoering van passend onderwijs was en is dat meer leerlingen in het regulier onderwijs blijven. Daarnaast is aandacht voor inclusiever onderwijs5. Inclusiever onderwijs is een proces en gaat ervan uit dat het onderwijs voor alle leerlingen toegankelijk is en niemand wordt uitgesloten op basis van beperkingen. Kinderen leren, spelen en werken samen en ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen met ondersteuning die daarvoor nodig is. Kinderen hebben hiermee gelijke kansen op school, maar ook in de maatschappij. Schoolbesturen en gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusiever onderwijs. Kansengelijkheid voor alle leerlingen is belangrijk.
Passend en inclusiever onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik, bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, maar ook door externe zorgaanbieders of begeleiders. De doelstelling is om tussen gemeente en schoolbesturen tot passende huisvesting, afgestemd op de specifieke behoefte, te komen. Inclusief en gepersonaliseerd onderwijs vragen om meer ruimte In het onderwijs zijn twee ontwikkelingen gaande die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters. Het gaat dan om het passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs. Daarnaast ontwikkelt het onderwijs zich ook naar andere onderwijsconcepten met meer gepersonaliseerde werkwijze van het toekomstige onderwijs. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken én meer spreekruimten. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijv. vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijv. in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Bovenstaande extra ruimtevraag is op te lossen bij scholen met een bepaalde omvang. Bij een school met minder dan 145 leerlingen* is dit in de praktijk lastig.
In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘meer meters’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Dit betekent concreet dat voor scholen met minder dan 145 leerlingen bij nieuwbouw 50 bruto vierkante meter extra wordt gerealiseerd. Dit geeft de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. Indien de school groeit, dan wordt de toegenomen ruimtebehoefte verdisconteerd met de 50 bruto vierkante meter. De investering van deze meer meters wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en renovatie. * Leerlingenaantal is gekoppeld aan kleinescholentoeslag voor basisscholen.
5 Sinds juli 2016 is het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap van kracht. Landen dragen zorg voor een inclusieve
samenleving.
www.icsadviseurs.nl
11/63
Toekomstbestendig onderwijshuisvesting 2.2.1 Flexibiliteit en ruimtegebruik Voor gemeente en schoolbesturen is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs en leerlingenaantallen. De leerlingenprognose voor het primair onderwijs in Meierijstad laat de komende 16 jaar een stabilisatie tot lichte groei zien. Er zijn wel verschillen zichtbaar per school en per kern. De leerlingenprognose voor het VO laat in totaliteit eerst een lichte daling en daarna stabilisatie zien. Voor het vo Veghel is er sprake van een stabilisatie. Het Elde College verwacht nog een kleine krimp, waarna het zich stabiliseert. De grootste leerlingenkrimp in het voortgezet onderwijs is daarmee achter de rug. Bij zowel groei als krimp is het van belang om hierop te anticiperen met behoud van het onderwijs- en opvangconcept. Bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie is het van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent: ▪ ▪
▪
Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept tenietdoet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Transformeren van functie: bij scholen in kleine kernen (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen naar een andere functie voor het schoolgebouw. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs.
Indien een situatie ontstaat waarbij een onderwijsvoorziening te maken heeft met leegstand, dan bepaalt de onderwijsorganisatie zelf in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Indien de leegstand structureel is, dient in afstemming met de gemeente een plan opgesteld te worden om de leegstand terug te dringen en daarmee de capaciteit af te stemmen op de behoefte. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de toekomstige normatieve ruimtebehoeften (aantal leerlingen) en (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen een gebied (bijvoorbeeld dorpsontwikkelingen). Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd. Bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar het huisvesten van opvangfuncties en/of overige partners. Primair onderwijs Vanuit de gedachte van IKC zijn onderwijs en opvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest in het gebouw. Dit betekent dat bij vraagstukken rond krimp of groei opvang niet vertrekt voor het onderwijs, maar in overleg tussen gemeente, onderwijs en opvang wordt gekeken naar oplossingen.
Deze werkwijze geeft onderwijs- en opvangorganisaties de mogelijkheid om per situatie maatwerk te leveren, waarbij het uitgangspunt is om de continuïteit te borgen die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking. Concreet: de groei van de school mag niet leiden tot het wijken van de opvang. Dit vraagt wel om afspraken binnen het IHP hoe een eventuele uitbreiding bekostigd wordt en welke dekking daar tegenover staat (zie hiervoor paragraaf 2.4). Een ander belangrijk element is dat de schoolorganisatie een geheel vormt en als zodanig kan functioneren. Daarom is het van belang om onderwijs zoveel als mogelijk vanuit één locatie aan te bieden opdat groepsdoorbrekend onderwijs en onderwijs op maat in groepen goed georganiseerd kan worden. De school vormt samen met de opvang een geheel en wordt op een locatie gehuisvest (of opvang in directe nabijheid). In voorkomende gevallen treden gemeente en schoolbesturen in overleg bij een
www.icsadviseurs.nl
12/63
capaciteitsvraagstuk over medegebruik. Hierbij is het uitgangspunt dat zo veel mogelijk gebruik gemaakt wordt van leegstand elders voordat een uitbreiding plaatsvindt. Gemeente en schoolbesturen treden in overleg en werken de spelregels de komende tijd nader uit. Parkeerbeleid Belangrijk aspect van ruimtegebruik maar ook veiligheid rondom een school is het parkeren. In de gemeente Meierijstad is een paraplubestemmingsplan parkeren uit 2018 van kracht. Hier staat beschreven hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden bij nieuwe initiatieven. Het uitgangspunt is dat parkeren in eerste instantie altijd op eigen terrein dient plaats te vinden, tenzij het niet anders kan. In dat geval dient uitgebreid en beargumenteerd aangetoond te worden dat er niets anders op zit dan parkeren in de openbare ruimte. Daarnaast is het belangrijk aandacht te hebben voor de veiligheid in en rondom het gebouw, ook voor de voorzieningen van kinderopvang. Dan gaat het over openbaar gebied zoals bijvoorbeeld nadenken over het scheiden van verkeersstromen waardoor leerlingen zelfstandig naar school kunnen gaan. Daarnaast is het belangrijk om goede haal- en brengvoorzieningen te realiseren voor taxivervoer, maar ook voor ouders die met de fiets komen (doel: vermijden autoverkeer rond de school). Middelen voor het openbaar gebied zijn geen onderdeel van de onderwijshuisvestingsmiddelen.
2.2.2 Duurzaamheid Mijlpaal Meierijstad - Duurzaamheid Meierijstad heeft een voorbeeldfunctie op het terrein van duurzaamheid en draagt dit actief uit. Duurzaamheid is een van de toetsstenen van alle beleid. Aandacht voor mens, milieu en klimaat, hergebruik van grondstoffen en zuinig omgaan met energie en financiële middelen. Bovenstaand stukje tekst uit ‘Mijlpalen van Meierijstad 2017-2022’ beschrijft al dat duurzaamheid hoog op de agenda staat voor de gemeente. De gemeente neemt een actieve rol en geeft hierin ook het goede voorbeeld. In de duurzaamheidsvisie Meierijstad (2018) is de duurzaamheidsdefinitie gebruikt zoals die in het VN-rapport ‘Our Common Future’ is opgenomen: “Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen” Brundtland, 1987). Binnen het IHP worden, in lijn met de duurzaamheidvisie Meierijstad en geldende wet- en regelgeving, duurzaamheidsambities geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, wordt aangemerkt als maatschappelijk vastgoed.
www.icsadviseurs.nl
13/63
Definities BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie zoals energie voor smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestaties voor BENG-gebouwen worden vastgelegd aan de hand van drie eisen: ▪ ▪ ▪
De maximale energiebehoefte per kWh/m2/jaar; Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m2/jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
Het is per project maatwerk hoe aan deze prestatie-eisen kan worden voldaan. Meer informatie is te vinden op de website van RVO. ENG: Energieneutraal gebouw Ook hier draait het om gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Nul op de meter Bij een nul-op-de-meter-gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruikgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energiegebruik en -opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden en gebruikgebonden energie, nul is.
Verduurzamen als maatregel in dit IHP – op natuurlijke momenten De focus in dit IHP ligt primair op het realiseren en het behouden van kwalitatief goede onderwijshuisvesting in de kernen van Meierijstad. Hiermee is voor goede onderwijshuisvesting als randvoorwaarde voor onderwijskwaliteit de grootste 'winst' te behalen en wordt tegelijkertijd verduurzaming optimaal toegepast. Dit betekent dat investeringen in het verduurzamen van gebouwen plaatsvinden bij natuurlijke momenten zoals (vervangende) nieuwbouw en renovatie. Schoolbesturen zijn vrij om, binnen de mogelijkheden die zij hebben, zelf maatregelen te treffen met betrekking tot het verduurzamen van onderwijsgebouwen. Met betrekking tot binnenklimaat: koppeling maken met SUVIS-regeling. Bij situaties die voortkomen uit de Wet Milieubeheer is een spanning tussen de verplichtingen en de bekostiging. Een schoolbestuur ontvangt geen aanvullende bekostiging om maatregelen die voortkomen uit de Wet Milieubeheer (erkende maatregelenlijst energiebesparing) te financieren. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het realiseren van deze maatregelen. Wel heeft de gemeente een toezichthoudende taak in deze. Omdat beide partijen geen aanvullende bekostiging ontvangen is het in de praktijk lastig om tot realisatie van de voorzieningen te komen. Gemeente en schoolbesturen blijven hierover in gesprek.
www.icsadviseurs.nl
14/63
Energiek en verantwoord Meierijstad heeft als ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn door middel van energiebesparing, duurzame opwekking en compensatie van CO2-uitstoot. Voor het maatschappelijk vastgoed ziet de gemeente het als voorbeeldfunctie om in 2030 CO2-neutraal te zijn, voor zover mogelijk. Voor nieuwbouw betekent dit dat de ambitie hoger ligt dan het Bouwbesluit (1 januari 2021) waarin Bijna Energie Neutraal (BENG) als eis geldt. De ambitie ligt op Energie Neutraal Gebouw (ENG) en daarmee is het saldo energieverbruik en energieopbrengst, met betrekking tot gebouwgebonden energie, nul. Daarnaast wordt gasloos gebouwd. Voor renovatie geldt dat BENG beredeneerd zoveel mogelijk wordt gehaald. Aanvullende duurzaamheidsambities bij nieuwbouw Voor nieuwbouw is ENG, gasloos en Frisse Scholen klasse B het uitgangspunt. Het schoolbestuur kan (=keuze) binnen het beschikbare budget de (maatschappelijke) keuze maken om aanvullende duurzaamheidsambities te realiseren, zoals nul-op-de-meter. Daarnaast kan een schoolgebouw ook energieopwekkend zijn met behulp van zonnepanelen. De gemeente draagt zorg bij nieuwbouw voor het aantal PV-panelen dat vereist is om te voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in het IHP. Het schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor eigen rekening meer PV-panelen te realiseren.
Met voldoende dakoppervlak kunnen zonnepanelen op een school een bijdrage leveren aan een energieneutrale wijk. Om wijken aardgasvrij te maken is de gemeente op dit moment bezig met het opstellen van een Plan van Aanpak. Schoolgebouwen worden meegenomen in de gekozen route per wijk. NB: het elektriciteitsnetwerk is op dit moment niet berekend om grote elektriciteitsstromen op te vangen en daarmee is terugleveren van energie een probleem (toestemming netbeheerder). Circulair en schoon In 2050 bestaat in Meierijstad geen (rest)afval en verspilling meer. Alle materialen en gebouwen komen uit en keren terug in gezonde kringlopen (Duurzaamheidsvisie, 2018). Dit betekent dat nieuwe of te renoveren gebouwen levensloopbestendig en volgens het Cradle to Cradle6 principe worden gebouwd. Een hulpmiddel hierbij is om bij nieuwbouw en renovatie te werken met een registratie in een grondstoffendatabank. Dit bevordert het hergebruik van grondstoffen, wat de duurzaamheid ten goede komt. Klimaatbestendig en biodivers Om in de toekomst een veilig en leefbaar Meierijstad te behouden wordt er gewerkt aan volledige klimaatbestendigheid en veel meer biodiversiteit. Door klimaatverandering is er steeds meer sprake van extreme buien en lange perioden van droogte en hitte in de bebouwde omgeving.
Klimaatadaptatie is een instrument waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat, waardoor klimaatbestendigheid ontstaat. Het onderwerp klimaatadaptatie raakt aan verschillende andere (beleids)velden. Belangrijke relaties zijn er onder andere met groenvoorziening, gebruik en inrichting van de openbare ruimte, bebouwing, (regen)wateroverlast en droogte. Voor de schoolomgeving is het van belang om te anticiperen op meer groen (daar waar mogelijk met biodiversiteit) en het verminderen van bestaande verharding en/of het tegengaan van nieuwe verharding. Voorbeelden zijn het vergroenen van het schoolplein of de daken. Voor schoolpleinen geldt dat waar mogelijk ook gekeken wordt naar slimme combinaties tussen schoolpleinen en openbare speelplaatsen.
6 Cradle to Cradle houdt in dat producten na gebruik kunnen worden hergebruikt in een nieuw product of als grondstof kunnen dienen. Ze
keren na gebruik weer terug in de biologische of technologische kringloop.
www.icsadviseurs.nl
15/63
Gezondheid Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties. De ontwikkelingen rondom de Covid-19 pandemie benadrukken het belang van een goed binnenklimaat. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Daarnaast draagt een gezond klimaat in het gebouw bij aan de leerprestaties en vermindert het gezondheidsklachten. Bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Hierdoor ontstaat een goed binnenklimaat. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde renovatie) is de ambitie om ook een goed binnenklimaat te realiseren. De investeringen die een goed binnenklimaat realiseren, worden gewogen en in relatie gebracht met het perspectief (nog te verwachten gebruiksduur) van het gebouw. Gemeente, schoolbesturen en opvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie van een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren.
Vanuit het schoolbestuur kan de bestaande situatie in beeld worden gebracht inclusief inzicht in de benodigde maatregelen. Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft qua financiën enerzijds een investeringskant en anderzijds een exploitatiekant. Het aanbrengen van installaties betekent in de praktijk vaak een verhoging van het energieverbruik en de onderhoudscomponent voor schoolbesturen. Indien in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat aan de orde is, dan is het in eerste instantie aan het schoolbestuur (al dan niet samen met de opvang) om te verkennen of ze de investering kan plegen. De opvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding. Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. Investeringen in binnenklimaat Voor investeringen in het binnenklimaat is ook een spanning aanwezig vanuit investeringen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen.
Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals renovatie of grote onderhoudsinvesteringen, tenzij vanuit de Rijksoverheid aanvullende bekostiging volgt.
Bewegend leren Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen in en rond het schoolgebouw. Net als bij een gezond binnenklimaat draagt bewegen bij aan goede leerprestaties en de ontwikkeling van een kind. Om kinderen op school uit te dagen tot meer bewegen, moet de schoolomgeving als zodanig ingericht worden. Denk hierbij aan hoogteverschillen, klimmuren en meubilair dat bewegen stimuleert, maar ook activiteiten die de school organiseert: beweegactiviteiten in de pauze en naschoolse sportactiviteiten. Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd en kan gekeken worden naar het ‘vergroenen’ van de pleinen. Voor nieuwbouw of renovatie wordt de omvang van de buitenruimte van belang geacht. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw). Voor het onderwijs wordt voorgesteld de laatste actualisatie van de verordening aan te houden en te formaliseren7, waardoor voldoende speelterrein ontstaat en dit dus bijdraagt aan het bevorderen van beweegmogelijkheden. Daar waar de kans zich aandient kan het schoolplein en het openbaar gebied worden gecombineerd. Het is aan het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven en in te richten.
Daarnaast kan ook gedacht worden aan het realiseren van onderwijs- en opvangvoorzieningen nabij of samen met sportvoorzieningen. In het voortgezet onderwijs is sprake van voldoende buitenruimte (sportvelden) voor het bewegingsonderwijs.
7 Dit betekent dat 3 vierkante meter per leerling wordt aangehouden met een maximum omvang van het schoolplein van 1.800 vierka nte
meter.
www.icsadviseurs.nl
16/63
Mijlpaal Meierijstad - Gezondheid Meierijstad zet in op een gezonde leefomgeving. In Meierijstad gaat men uit van het begrip positieve gezondheid en zet men in op leefstijlverbetering.
Type maatregelen binnen IHP Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt een vijftal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5.
Nieuwbouw; Renovatie; Positie herschikking; In stand houden; Afstoten.
NB: binnen het IHP gaan we vooral uit van het toepassen van de maatregelen 1, 2 en 4. De andere maatregelen zijn op dit moment niet aan de orde maar staan er in als theoretisch denkkader voor de lange termijn. In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt en wat het bijbehorende budget is. Optie
Scenario
1
Nieuwbouw
2
Renovatie
Verantwoordelijkheid uitvoering Gemeente en/of schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur
3
Positie Gemeente en herschikking schoolbestu(u)r(en) 4 In stand Schoolbestuur houden 5 Afstoten Schoolbestuur Tabel 1 - Scenario’s en verantwoordelijkheden IHP
Verantwoordelijkheid budget Gemeente Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Schoolbestuur n.v.t.
Budget (bijdrage gemeente) 100 % norm nieuwbouw 70 % norm nieuwbouw PM MI-vergoeding n.v.t.
Basisfilosofie nieuwbouw en renovatie De basisgedachte is dat nieuwbouw voor een gebruiksduur van 40 jaar wordt gerealiseerd. Na 40 jaar kan een levensduurverlengende renovatie plaatsvinden waardoor het gebouw nog 25 jaar gebruikt kan worden. Deze afweging om levensduurverlengend te renoveren of nieuw te bouwen wordt gemaakt via een businesscase. Nadat een gebouw eerst 40 jaar in gebruik is geweest en vervolgens 25 jaar verlengd is, wordt na 65 jaar nieuwbouw gepleegd (tenzij er beargumenteerd van afgeweken wordt). In de scenario’s van dit IHP wordt voor elk gebouw de uitgangspositie vastgelegd en vervolgens het scenario bepaald.
www.icsadviseurs.nl
17/63
Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. Vertrekpunt realisatie van projecten Bij de realisatie van projecten is het aantal te realiseren vierkante meters volgens de norm leidend en niet het beschikbare budget. In de situatie dat bij realisatie van de vierkante meters met het vastgelegde kwaliteitsniveau middelen resteren, dan vloeien deze terug naar de gemeente.
Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland BENG moet zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Daarnaast wordt nieuwbouw aardgasloos gerealiseerd. De gemeente Meierijstad en schoolbesturen hebben een hogere ambitie ten aanzien van duurzaamheid. In 2030 is het doel dat het maatschappelijke vastgoed CO2-neutraal moet zijn, voor zover mogelijk. Het is verstandiger om de spreekwoordelijke lat nu hoger te leggen door gericht op de toekomst te investeren in ENG. De gemeente bekostigt het wettelijke deel (BENG). De stap van BENG naar ENG is te realiseren middels een schoolbestuurlijke bijdrage. Binnen het IHP is afgesproken dat in de situatie dat wet- en regelgeving verandert het IHP dan in samenspraak daarop aangepast wordt (dit geldt voor de afspraken rond nieuwbouw en renovatie).
Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ (Vervangende) Nieuwbouw is aan de orde bij: ─ Het vestigen van een nieuwe school in de gemeente waarvoor geen bestaande accommodatie beschikbaar is; ─ Het bestaande gebouw niet meer voldoet aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van de school stelt. Dit is vastgesteld op basis van een onderzoek naar de bouwkundige, ruimtelijke en functionele staat van de huisvesting; ─ Bij een herschikking (met inachtneming van een grotere doelmatigheid en een budgettair neutrale investering; geen extra investeringslasten voor de gemeente) 8. ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd, deze zijn leidend. ▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. ▪ De schoolbesturen dragen waar mogelijk bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage.
Deze bijdrage bestaat uit een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) en kan bijvoorbeeld ingezet worden voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. De verwachte bandbreedte van de eigen bijdrage door het schoolbestuur komt te liggen tussen 5 – 10 % van het investeringsbedrag per bruto vierkante meter. ▪ De genoemde bijdrage vanuit schoolbesturen is een voorwaarde voor een investering door de gemeente mits dit binnen de geldende wet- en regelgeving is toegestaan. 8 Gemeente Meierijstad, Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, 2018
www.icsadviseurs.nl
18/63
▪ ▪ ▪ ▪
▪
Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B. Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar. Het stichtingskostenbedrag voor nieuwbouw is gedifferentieerd opgebouwd. Voor het primair onderwijs betekent dit dat wordt uitgegaan van een stichtingskostenbedrag van minimaal € 2.469 per bruto vierkante meter en voor het voortgezet onderwijs een minimaal stichtingskostenbedrag van € 2.165 per bruto vierkante meter (prijspeil juni 2021, inclusief een jaarlijkse indexering van 2,5% vanaf 2022 en de daaropvolgende jaren). In hoofdstuk 11.1 is de differentiatie in stichtingskosten nader toegelicht. De bedragen in het IHP zijn richtinggevend voor het project. De gemeente hanteert uiteindelijk de offertelijn. Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald.
Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG. Verder wordt bij nieuwbouw het kwaliteitskader Meierijstad aangehouden.9
Renovatie De VNG heeft samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad een advies tot wijziging van de wet ingediend, waaronder het toevoegen van renovatie als alternatief voor nieuwbouw 10. In het advies van de VNG, PO-raad en VO-raad wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen, waarbij het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zoveel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zoveel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen. Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Ruimtelijke staat; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG).
Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader Meierijstad11 als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan). Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten). De businesscase bestaat ten minste uit inzicht in:
9 Dit betreft het bestaande kwaliteitskader. Wanneer dit beleid wordt vastgesteld dient het bestaande kwaliteitskader geactualiseerd te
worden naar stand van de techniek en vereisten per 2021. 10 De verwachting is dat de nieuwe wet vanaf 2023 vastgesteld wordt. In afwachting daarvan geldt tot 2024 bovenstaande voor renovatie. 11 Dit betreft het bestaande kwaliteitskader. Wanneer dit beleid wordt vastgesteld dient het bestaande kwaliteitskader geactualiseerd te worden naar stand van de techniek en vereisten per 2021.
www.icsadviseurs.nl
19/63
▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; De staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; Benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses; Benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten; Benodigde investeringen voor verduurzaming; Wet- en regelgeving op het gebied van binnenklimaat; De actuele boekwaarde; Benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen.
Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Meierijstad. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken. Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan; ▪ De kosten voortkomend uit de gebrekenrapportage betreffen onderhoudswerkzaamheden en zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting; ▪ De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de investering voor nieuwbouw met een jaarlijkse indexering van 2,5% vanaf 2022 en de daaropvolgende jaren. Het percentage van 70% vormt het kantelpercentage vanaf wanneer nieuwbouw vanuit bedrijfseconomisch oogpunt verantwoorder is. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in de businesscase beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt12. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie.
Daarmee wordt vooruitgelopen op de verwachte nieuwe wetgeving waarin renovatie als voorziening wordt opgenomen; ▪ De schoolbesturen dragen waar mogelijk bij in de realisatie van renovatie door een investering vanuit schoolbesturen. Deze wordt onderbouwd middels een sluitende businesscase als verantwoording voor de aanvullende bijdrage passend binnen de geldende wet- en regelgeving. Om de bijdrage voor schoolbesturen te bepalen geeft de businesscase inzicht in: ─ De benodigde ingrepen en investeringskosten voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat); ─ Het effect van de ingrepen op de exploitatie (inclusief het effect op onderhoud); ─ De uitgespaarde onderhoudskosten van 3 jaar voorafgaand aan de geplande ingrepen. Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk is, mits deze bestaat uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol. De verwachte bandbreedte van de eigen bijdrage door het schoolbestuur komt te liggen tussen 2 – 5 % van het totale bouwbudget; ▪ Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; ▪ Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen.
In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog drie spelregels van toepassing: ▪ Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; 12 Voorbeelden van argumenten kunnen zijn: monumentale status, beeldbepalend gebouw, geen alternatieve locatie beschikbaar, hoge
boekwaarde van een gebouw en (kwalitatief) verschillende bouwdelen (met verschillende bouwjaren).
www.icsadviseurs.nl
20/63
▪
▪
Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt; Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van concept. Levensduurverlengende renovatie Bij levensduurverlengende renovatie worden alleen de vierkante meters gerenoveerd die noodzakelijk zijn om het leerlingenaantal te huisvesten. De overmaat wordt gesloopt of krijgt een andere bestemming. In verband met inpassingsverlies - gebouw passend maken aan de benodigde meters - wordt een maximum aangehouden van 10% overschrijding van de normatieve bruto vierkante meters. Het te renoveren deel overschrijdt nooit de maximale omvang van het bestaande bouw (er wordt dus niet uitgebreid).
Wetgeving rond renovatie Voor renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. De verwachting is dat deze in 2023 een feit wordt. Tot het moment dat de wetgeving van kracht is gelden bovenstaande spelregels voor levensduurverlengende renovatie.
Positie herschikking Dit betreft een activiteit waarbij twee onderwijsvoorzieningen een herschikking ondergaan waarbij schoolgebouwen onderling uitgeruild worden. Het doel is dat beide scholen daarmee meer passend gehuisvest zijn. Dit is een vorm van duurzaam hergebruik van bestaand vastgoed waarbij mogelijk een beperkt budget voor aanpassing, inhuizen, et cetera nodig is.
In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer.
Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening Onderwijshuisvesting aan de desbetreffende gemeente. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming. Doordecentralisatie In het proces om het IHP te actualiseren is ook doordecentralisatie besproken. Schoolbesturen en gemeente hebben geconcludeerd dat er op dit moment geen basis is om doordecentralisatie verder te verkennen.
www.icsadviseurs.nl
21/63
Investeren in kinderopvang Vanwege de samenwerking tussen onderwijs en opvang is huisvesting van kinderopvang ook een belangrijk gegeven. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet. In het IHP-proces zijn nadere afspraken gemaakt. De belangrijkste daarvan zijn bij structureel gebruik met verhuur: ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪
Schoolbestuur en opvangorganisatie gaan inhoudelijke samenwerking aan. Zij bepalen gezamenlijk de ambitie en het aantal kindplaatsen. De omvang wordt onderbouwd voorgelegd aan de gemeente ter accordering. De gemeente pleegt de investering in vierkante meters kinderopvang. Tijdens het proces over het investeringsbesluit wordt het risico voor de gemeente beperkt door: (1) garantie vanuit Waarborgfonds (mits project voldoet en door toetsing Waarborgfonds komt) en (2) door opname leegstandrisico en kortere afschrijvingstermijn in huurprijsberekening. De gemeente berekent een kostprijsdekkende huur inclusief leegstandsrisico en kosten voor garantie vanuit Waarborgfonds (indien toegepast). De gemeente verhuurt de vierkante meters opvang aan het schoolbestuur. Schoolbestuur vraagt huur aan opvangorganisatie. Via het schoolbestuur wordt de gemeente maandelijks vergoed voor de gepleegde investering door het ontvangen van huurpenningen. In bestaande situaties waar kinderopvang gebruik maakt van (leegstaande) ruimten in een onderwijsvoorziening is sprake van gelijkwaardigheid in huisvesting. Dit betekent dat bij groei van het onderwijs de kinderopvang niet wijkt. Om de groei van het onderwijs op te vangen blijft opvang zitten en worden groepsruimten voor het onderwijs bijgebouwd (uitbreiding).
In dat geval wordt de uitbreiding aangemerkt als beredeneerde aantoonbare investering ten behoeve van opvang en wordt de gemeente via een (kostprijsdekkende) huurvergoeding gecompenseerd voor de kapitaallasten.
De volledige uitwerking met afspraken is opgenomen in bijlage 4.
www.icsadviseurs.nl
22/63
3. Huisvestingsscenario’s per kern De volgende hoofdstukken bevatten de scenario’s per kern en per school. Hieronder een toelichting van de onderdelen die daarin terugkomen. Analyse per schoolgebouw De analyse per schoolgebouw betreft een weergave van de kansenkaart (knelpuntenanalyse). In de kansenkaart is de school beoordeeld op: ▪ ▪ ▪