Bijlage 1: P05126_Bijlagenboek BP MFA De Groene Long, Sint-Oedenrode_20230511
Tekst van het document
20
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.
R 17998.002 versie 1
Pagina 8 van 18
gesticht in de 14e eeuw. Het terrein heeft een hoge archeologische waarde. Het huidige pand staat op het fundament van het kasteel, dat in 1680 is afgebroken, nadat het was afgebrand. In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 21 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 36 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend), proefsleufonderzoeken, archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden en opgravingen (zie bijlage 3 en figuur 7). Uit de archeologische onderzoeken blijkt dat in de omgeving van het plangebied veel zwarte enkeerdgronden voorkomen, waarbij een humeus plaggendek is opgebracht ten behoeve van akkerbouw. Deze methode werd hoofdzakelijk toegepast in de Late-Middeleeuwen om het land vruchtbaarder te maken. Deze humeuze laag kan het onderliggende dekzand en daarin eventueel aanwezige archeologische resten hebben beschermd tegen grondbewerkingen, zoals ploegen. Daarnaast concludeerden de onderzoeken dat de hoger gelegen gebieden (dekzandrug- en vlakte) vanaf het Paleolithicum aantrekkelijk waren om (tijdelijk) te wonen. Daarom geldt er een hoge archeologische verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum.
Na vervolgonderzoeken blijkt dat in de meeste gevallen de humeuze laag is afgetopt en de laag daaronder is verstoord. De hoge archeologische verwachting is daarom, na archeologisch vervolgonderzoek, in veel ondezoeksgebieden bijgesteld naar laag en de plangebieden zijn vrijgegeven. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. Hetzelfde geldt voor het niet raadplegen van archieven en het depot. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied22 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan zeven vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 7). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Mesolithicum – Nieuwe tijd. Van de zeven vondstmeldingen zijn er vijf te koppelen aan de hierboven beschreven archeologische onderzoeken. Archeologische resten die zijn aangetroffen zijn onder meer zoals huisplattegronden, archeologische grondsporen, zoals huisplattegronden en aardewerk. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld.
21 22
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.
R 17998.002 versie 1
Pagina 9 van 18
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale minuut23
1811-1832
1:2.500
Het plangebied bestaat uit verschillende kavels, in gebruik als bouwland.
De huidige Koninginnenlaan, Zwembadweg en Ollandseweg zijn aanwezig.
Militaire topografische kaart24 (nettekening)
1850
1:50.000
In gebruik als weide- of akkergrond.
Het overgrote deel is in gebruik als weide- of akkergrond.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1900-1931
1:50.000
Bouwland met groenstrook in uiterste noorden
De Ollandseweg is halfverhard. Circa 250 m ten oosten zijn enkele gebouwen aanwezig
Topografische kaart
1953-1973
1:25.000
Bouwland en weiland, in de loop der tijd varieert de positie van de weilanden en bouwlanden enigszins
Bebouwingslint langs de Ollandseweg aanwezig
Topografische kaart
1984
1:25.000
De huidige basisschool in het noorden is al aanwezig, evenals de bebouwing in het zuiden van het plangebied. Ten zuiden van dit gebouw bevinden zich twee kleine gebouwen, ook in het uiterste noorden is een gebouw aanwezig. Het overige gedeelte bestaat uit bestrating en grotendeels grasland.
Rondom het plangebied is een woonwijk gerealiseerd. De loop van de eerdere wegen is (deels) aangepast/verlegd en komt overeen met de huidige situatie
Topografische kaart
1994-1999
1:25.000
Het huidige gebouw in het midden van het plangebied is ook gerealiseerd, in het uiterste zuiden is één van de twee gebouwen gesloopt
Uitbreiding woonwijk naar het oosten.
Topografische kaart
2006
1:25.000
De bebouwing in het uiterste zuiden en noorden is gesloopt, situatie gelijk aan huidig
Geen grote veranderingen
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat in de afgelopen tweehonderd jaar tot in de tweede helft van de 20e eeuw geen bebouwing in het plangebied aanwezig was (zie figuur 10 t/m figuur 15). De bebouwing, die vanaf 1984 op de historische kaarten aanwezig is, bestaat uit de huidige bebouwing. Hiervoor is het plangebied in gebruik geweest als weide- en/of akkergrond. Rond het plangebied waren de huidige Koninginnenlaan, Zwembadweg en Ollandseweg tweehonderd jaar geleden al aanwezig. Verder waren slechts enkele gebouwen aanwezig. Dit is na 1990 drastisch veranderd. Vanaf die tijd is rond het plangebied een woonwijk gerealiseerd, welke zich later naar het oosten heeft uitgebreid. De bestaande wegen zijn ten tijde van de realisatie van de woonwijk aangepast en hebben een andere loop gekregen.
23 24
Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).
R 17998.002 versie 1
Pagina 10 van 18
Bouwhistorische gegevens25 Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) is voor het onderzoek geraadpleegd. Hierbij zijn bouwgegevens van de twee bestaande basisscholen en sportzaal aangevraagd. In Tabel IV staan de gegevens weergegeven. Tabel IV geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor het plangebied. Tabel IV.
Verleende bouwvergunningen
Naam aanvrager
Jaartal
Omschrijving
Gemeente Sint-Oedenrode
1986
Uitbreiding basisschool ‘Springplank’. Verstoringsdiepte is 1.20 m -mv.
Gemeente Sint-Oedenrode
1979
Bouw basisschool ‘Kienehoef’. Verstoringsdiepte is -2.20 . -mv.
Gemeente Sint-Oedenrode
1979
Bouwen sportzaal ‘Kienehoef’. Verstoringsdiepte is 1.00 -mv.
Gemeente Sint-Oedenrode
1979
Bouwen basisschool ‘Springplang’. Verstoringsdiepte is 1.20 -mv.
Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat de twee scholen en sportzaal op hetzelfde moment zijn gebouwd, namelijk in 1979. Daarnaast is basisschool ‘Springplank’ in 1986 een stuk uitgebreid. De verstoringsdiepte van basisschool ‘Springplank’ is -1.20 m -mv. De verstoringsdiepte van basisschool ‘Kienehoef’ is 2.20 m -mv. De verstoringsdiepte van sportzaal ‘Kienehoef’ is 1.20 m -mv. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging De Oude Vrijheid Sint-Oedenrode, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd.
25 BHIC.
R 17998.002 versie 1
Pagina 11 van 18
2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Laag
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Laag
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Vanaf het maaiveld
Uit de landschappelijke ligging op deels een dekzandrug, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit alle perioden.
R 17998.002 versie 1
Pagina 12 van 18
Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.26 De in het plangebied aanwezige dekzandruggen zullen gunstige locaties voor jagers en verzamelaars gevormd hebben, namelijk hoge en droge locaties in de buurt van natte zones. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.27 De dekzandruggen vormden goede vestigingslocaties. De dekzandvlakte was vermoedelijk te nat voor permanente bewoning. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen.
Vanaf de 13e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 28 Uit het historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied in het begin van de 19 e eeuw in agrarisch gebied lag en niet direct langs doorgaande wegen. Vermoed wordt dat deze situatie tot in de Middeleeuwen min of meer hetzelfde zal zijn geweest. Vandaar dat een lage verwachting geldt voor archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke Chorizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek, hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken. Een cultuurlaag is een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de C-horizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd.
Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als weide- en akkerland en daarnaast is binnen het gebied bebouwing aanwezig waarvan delen later weer gesloopt zijn. Door ploegen en bouw- en
26
Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 28 Renes, 1999. 27
R 17998.002 versie 1
Pagina 13 van 18
sloopactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden direct onder het maaiveld mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van het bureauonderzoek geldt op de dekzandrug een hoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen en een lage verwachting voor de perioden Late-Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. 3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018 protocol 4003), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 16 februari 2022 door mevrouw L. Veenendaal, MA (Projectleider Archeologie) en de heer drs. J. Holl (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het veldwerk is uitgevoerd op 21 februari 2022. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Er is in twee raaien geboord met een afstand van 40 m tussen de raaien en een afstand van 50 m tussen de boringen. De raaien zijn verspringend ten opzichte van elkaar gezet, waardoor een systeem bestaande uit gelijkbenige driehoeken ontstaat. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) 20 boringen tot maximaal 1,70 m -mv gezet. De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode
R 17998.002 versie 1
Pagina 14 van 18
beschreven. De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 3.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 8 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de opbouw van de bodemde bodemopbouw als volgt worden weergegeven. De 20 boringen hebben ten opzichte van elkaar een vergelijkbare bodemopbouw. De bovenste laag, tot circa 10 cm -mv, bestaat in boringen 1, 2, 12, 19 en 20 uit zwak tot matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs zand, geïnterpreteerd als cunetzand. Deze boringen liggen in alle gevallen op locaties waar bestrating ligt of hier dichtbij. Onder deze laag komt een geroerde/verstoorde/vergraven laag voor van zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs/grijsbruin, gevlekt humeus zand, vermengd met geel zand. De overige boringen hebben deze laag als bovenste laag. Deze laag komt tot een diepte variërend tussen 55 en 140 cm -mv voor. Dit betreft een verstoorde laag, waarbij de C-horizont deels vermengd is geraakt. Hieronder bevindt zich zeer fijn, zwak siltig, lichtgeelgrijs zand, wat geïnterpreteerd is als dekzand. In de top van het dekzand is geen (restant van een) podzolbodem aangetroffen en de bodem is verstoord tot in de C-horizont. In één boring (boring 16) is op 70 cm -mv een donkerbruingrijze, matig humeuze zandlaag aangetroffen, wat mogelijk een restant van een plaggendek betreft.
Hieronder bevindt zich vanaf 85 cm -mv lichtgeelbruin dekzand, vermoedelijk een restant van een BC-horizont van een veldpodzolbodem. De C-horizont bevindt zich hier op 110 cm -mv. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de verwachte aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden, deels op een dekzandrug, de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem tot 55 à 140 cm -mv verstoord is, hieronder bevindt zich meestal direct de C-horizont.
R 17998.002 versie 1
Pagina 15 van 18
In slechts één boring is de bodem boven de C-horizont nog deels intact. In boring 16 is namelijk een dun restant van een esdek met hieronder een lichtgeelbruin restant van een BC-horizont van een veldpodzolbodem aangetroffen. Aangezien het hier slechts om één boring gaat, die bovendien gelegen is binnen de zone waar volgens de geomorfologische kaart een dekzandvlakte aanwezig is, wordt niet verwacht dat ter plaatse behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig zijn. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, kan worden teruggebracht naar laag voor alle perioden. Het gebied is vrijwel geheel verstoord en hoge enkeerdgronden zijn niet meer (intact) aangetroffen. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad), die vervolgens een besluit neemt. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed29).
29 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
R 17998.002 versie 1
Pagina 16 van 18
LITERATUUR Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt en T. de Groot (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Maas, G., P. van Delft, & h. Heidema, 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Wageningen Environmental Research). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stichting voor Bodemkartering, 1985: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Veenendaal, L., J. Holl, 2022: Plan van Aanpak booronderzoek Frederikstraat te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad.
(Econsultancy rapport 17998.002). Zwolle. Vries, F. de, W. de Groot, T. Hoogland & J. Denneboom, 2003: De Bodemkaart van Nederland digitaal; Toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Wageningen: Alterra. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000.
R 17998.002 versie 1
Pagina 17 van 18
BRONNEN Aalst, J.W. van (2021) ‘OpenTopo.nl’; internetsite, februari 2022. https://www.imergis.nl/asp/opentopo400.htm AHN; internetsite, februari 2022. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, februari 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, februari 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, februari 2022. http://www.bodemloket.nl Brabant.nl; internetsite, februari 2022. https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, februari 2022. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket; internetsite, februari 2022. http://www.dinoloket.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, februari 2022. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, februari 2022. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, februari 2022. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, juni 2022. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493.
SIKB; internetsite, februari 2022. https://www.sikb.nl
R 17998.002 versie 1
Pagina 18 van 18
Figuur 1. Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000).
R 17998.002 versie 1
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart.
R 17998.002 versie 1
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto uit 2021.
R 17998.002 versie 1
Figuur 4. Het plangebied op de geomorfologische kaart.30
30 Wageningen Environmental Research 2019.
R 17998.002 versie 1
Figuur 5. Het plangebied op het actueel hoogtebestand.
R 17998.002 versie 1
Figuur 6. Het plangebied op de bodemkaart.31
31 PDOK/De Vries e.a. 2003.
R 17998.002 versie 1
Figuur 7. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
R 17998.002 versie 1
R 17998.002 versie 1
Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de archeologische waardenkaart.32
32
Gemeente Sint-Oedenrode.
R 17998.002 versie 1
Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart33
33 Gemeente Sint-Oedenrode.
R 17998.002 versie 1
Figuur 10. Kadastrale minuutkaart.34
34
Beeldbank Cultureel Erfgoed.
R 17998.002 versie 1
Figuur 11. Het plangebied op de Militaire topografische kaart uit 1850.35
35
Kadaster Topotijdreis.
R 17998.002 versie 1
Figuur 12. Het plangebied op de Militaire topografische kaart uit 1900.36
36
Kadaster Topotijdreis.
R 17998.002 versie 1
Figuur 13. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1950.37
37
Kadaster Topotijdreis.
R 17998.002 versie 1
Figuur 14. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1990.38
38
Kadaster Topotijdreis.
R 17998.002 versie 1
Figuur 15. Het plangebied op de Topografische kaart uit 2015.39
39
Kadaster Topotijdreis.
R 17998.002 versie 1
Figuur 16. Boorpunten geprojecteerd op een luchtfoto uit 2021.40
40 PDOK.
R 17998.002 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
R 17998.002 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
1950
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
R 17998.002 versie 1
Bijlage 2 AMK nr. 5226
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
500 meter ten zuidoosten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Sint-Oedenrode Coördinaat: 160355/397507
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Kasteel Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met resten van kasteel "De Kolk/De Colc" uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het kasteel is gesticht in de 14e eeuw. In 1680 werd de verbrande hofstede afgebroken. Op het terrein bevinden zich resten van een gebouw uit de 14e eeuw. In 2000 is een booronderzoek uitgevoerd. Daarbij werd geen gracht gevonden. Het huidige pand staat op het fundament van het kasteel. Het terrein is deels bebouwd.
R 17998.002 versie 1
Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 4736908100
Onderzoeksmeldingen Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
Dichtbij het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159878/398311
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: KSP Archeologie Datum: 20-9-2019 Resultaat: De onverstoorde natuurlijke ondergrond bestond in vrijwel alle boring uit zeer fijn zand dat goed was afgerond en goed gesorteerd. In meerdere boringen was de bodem tot grote diepte verstoord. Dit betrof vooral het westelijke deel van het plangebied aan de Beatrixlaan. Waarschijnlijk ligt dit deel van het plangebied binnen de zone die in het verleden is verwerkt/vergraven, zoals is aangegeven op de bodemkaart, waardoor hier geen intacte archeologische resten meer zijn te verwachten. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 5-11-2013 Resultaat: Geen vondsten aangetroffen. Planaanpassing. Indien niet mogelijk: vervolgonderzoek in de vorm van waarderende proefsleuven (relatief intact bodemprofiel; aanwezigheid esdek). Het selectieadvies is overgenomen. Er komt waarschijnlijk geen vervolgonderzoek. Ze gaan voor planaanpassing. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 21-11-2011 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied een (sub)recent verstoord dek op licht tot matig verspoeld dekzand voorkomt. Hoewel ter hoogte van boring 4 een restant van de natuurlijke BC-horizont is aangetroffen moet de bodemopbouw binnen het plangebied archeologisch gezien overwegend als matig diep tot diep verstoord worden beschouwd.
Er is één archeologische indicator aangetroffen in de vorm van een mogelijke afslag van vuursteen. Omdat dit vuursteenfragment in verstoorde context is aangetroffen wijst het als zodanig niet op de aanwezigheid van een vindplaats binnen het plangebied. Op basis van het voorliggende onderzoek is geconcludeerd dat de kans op verstoring van intacte archeologische resten klein geacht mag worden. Derhalve wordt archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht alvorens met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangevangen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 31-10-2012 Resultaat: In het gehele plangebied is de bodem recent verstoord tot onder het archeologisch vlak. Daarom geldt een lage verwachting voor de gaafheid van archeologische vindplaatsen. Er wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 4-5-2021 Resultaat: Veldwerk afgerond. Rapport nog niet beschikbaar, einddatum: 04-05-2022. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 28-1-2010 Resultaat: In verband met de voorgenomen nieuwbouw van 20 - 25 woningen en een appartementencomplex met bijbehorende parkeerkelder is door Synthegra een bureauonderzoek voor de locatie uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 14-6-2021 Resultaat: Veldwerk afgerond. Rapport nog niet beschikbaar, einddatum: 14-06-2022. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 26-6-2012 Resultaat: Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een lage archeologische verwachting geldt op het aantreffen van (nederzettings)resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze verwachting is zowel gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied als de verwachting dat archeologische resten in het plangebied reeds volledig verstoord zullen zijn. De verwachtingswaarde die vanuit de gemeentelijke verwachtingskaart is toegekend, lijkt daarmee bevestigd. Er is in archeologisch opzicht geen bezwaar tegen de voorgenomen werkzaamheden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 1-6-2015 Resultaat:
2423758100 (59077)
Dichtbij het plangebied Ollandseweg 44 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159937/397998
2350039100 (49517)
In het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159786/398667
2386774100 (54288)
Dichtbij het plangebied Schijndelseweg 17 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160202/398239
5058989100
14 meter ten oosten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160274/398259
2274037100 (39216)
70 meter ten westen van het plangebied Zwembadweg te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159193/398333
5078225100
70 meter ten oosten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160301/398491
2373181100 (52531)
80 meter ten noordwesten van het plangebied Parkzicht Kienehoef te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159285/398637
3293317100
90 meter ten zuidwesten van het plangebied te Sint-Oedenrode
R 17998.002 versie 1
Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159483/397782
3990169100
120 meter ten oosten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160380/398228
3980627100
130 meter ten oosten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160387/398205
2455397100 (63096)
150 meter ten oosten van het plangebied Dijksteegje West te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160400/398175
4594631100
150 meter ten oosten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160416/398305
2156393100 (22585)
R 17998.002 versie 1
180 meter ten zuiden van het plangebied Dotterbloem te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159708/397624
In het plangebied werd een zwarte enkeerdgrond op een dekzandrug of vlakte verwacht, waarbij de verwachting hoog was op het aantreffen van archeologische resten uit met name de periode vanaf de IJzertijd tot in de Middeleeuwen. Uit de boringen die in het gebied zijn gezet, blijkt echter dat de bodem tot minimaal 0,5 en maximaal 1,1 m mv matig tot zeer sterk gevlekt en daarmee verstoord is. Vanwege de diepe bodemverstoring wordt een vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 1-3-2016 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn de resten van het boerenerf van de hoeve de Paddelaer of Pardelaar aangetroffen, in de vorm van paalkuilen, kuilen, karrensporen en greppels daterend vanaf de 12e -13e eeuw. De ontwikkeling van delen van het boerenerf kon door de tijd worden gereconstrueerd. Daaruit blijkt dat twee opeenvolgende fasen van het erf dateren uit de 12e -13e eeuw. Een derde fase is te dateren in de 14e eeuw, waarna in de 15e eeuw een boerderij wordt opgericht die voor lange periode in gebruik is. Tot in de 20e eeuw blijft de hoeve in gebruik en wordt het gebouw afgebroken. Wel zijn er aanwijzingen voor meerdere verbouwingen binnen het gebouw. Archeologische resten die tot deze boerderij of hoeve behoren konden aan historisch kaartmateriaal uit de 19e eeuw worden gekoppeld.
De bouwfasen van de hoeve Paddelaer in de 14e en 15e eeuw kunnen worden gekoppeld aan personen welke bij naam worden genoemd in historische bronnen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 26-11-2015 Resultaat: Tijdens het proefsleuvenonderzoek bleek dat de verstoring van de bovenlaag dieper was dan verwacht. Hierdoor zijn sporen vanaf het Paleolithicum, die in de top van het dekzand werden verwacht, niet aangetroffen. Wel werden sporen uit de Late-Nieuwe tijd waargenomen. De sporen behoren waarschijnlijk bij het erf en het gebouw dat staat weergegeven op de kadastrale minuut uit 1811-1832. De vindplaats is echter sterk verstoord, waardoor deze niet behoudenswaardig wordt geacht. Archeologisch vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven. Dit advies is niet over genomen door het bevoegd gezag. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 10-9-2014 Resultaat: Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen in een dekzandvlakte. Op basis hiervan geldt er een verwachting voor archeologische resten vanaf het Paleolithicum. Deze resten kunnen worden aangetroffen op de overgang van het humeuze dek naar het dekzand. Het humeuze dek is ontstaan door het bemesten en omploegen van het plangebied toen het in gebruik was als akker.
Er zijn overleveringen die uitwijzen dat het plangebied sinds de 14e eeuw deel was van een landgoed genaamd Paddelaer. Het veldonderzoek wijst uit dat de omwerking in het plangebied tot circa 60 cm –mv reikt. Daarmee is de top van het archeologisch niveau omgewerkt. Het blijft echter mogelijk om diepe sporen als (paal)kuilen, sloten/greppels, putten en funderingen aan te treffen uit de genoemde periodes. De verwachting voor dergelijke resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum is echter laag. De verwachting geldt daarom met name nog voor resten vanaf het Neolithicum. Uitzondering hierop is het midden van het plangebied, waar de omwerking slechts 25-45 cm –mv is. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 19-3-2018 Resultaat: De archeologische verwachting in het plangebied is op basis van het bureauonderzoek hoog voor de periode Laat-Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen. Deze is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een dekzandvlakte (geomorfologische kaart) dan wel op een dekzandrug (gemeentelijke waardenkaart) en de verwachte aanwezigheid van een plaggendek waardoor eventueel aanwezige archeologische waarden in de top van het dekzand beschermd zullen zijn. Voor de periode Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd is de verwachting laag.
Het plangebied is gelegen buiten de historische kern van Sint-Oedenrode en buiten het landgoed van de Paddelaer. Het maakte onderdeel uit van het landbouwareaal, maar er zijn op basis van het kaartmateriaal geen aanwijzingen dat er bebouwing aanwezig was in het plangebied voor 1920, het bouwjaar van de huidige woning en schuur. Op basis van het booronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe tijd. Dit is gebaseerd op de mate van verstoring van de ondergrond van het plangebied als gevolg van vergraving van het gebied, vermoedelijk ten behoeve van de aanleg van de bebouwing in het gebied. De verwachting op archeologische waarden wordt dus voor alle perioden bijgesteld naar laag. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 18-6-2007 Resultaat: De bodem bestaat uit zandige beekafzettingen waarvan de originele bovengrond is verwijderd. Langs de bestaande Dommelmeander ligt binnen het plangebied een aarden wal met parallel hieraan een sloot. De breedte van de wal met sloot bedraagt circa 10 m. Op basis van de
2163991100 (23666)
300 meter ten oosten van het plangebied te Onbekend Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160529/398454
2455429100 (63101)
300 meter ten oosten van het plangebied Sluitappel 7-7A te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160550/398145
4588646100
300 meter ten zuiden van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159729/397488
2198943100 (28788)
350 meter ten zuidwesten van het plangebied Haver 2 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159207/397666
2322531100 (45823)
350 meter ten oosten van het plangebied Sluitappel-Noord te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160584/398198
2339875100 (48207)
350 meter ten oosten van het plangebied Sluitappel-Noord te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160582/398200
R 17998.002 versie 1
resultaten van onderhavig onderzoek adviseert BAAC bv dat een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk is Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 30-7-2007 Resultaat: Gezien de ouderdom van de dekzandafzettingen binnen het plangebied kunnen hier archeologische waarden aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot heden. De dekzandvlakte is minder geschikt voor bewoning dan het gebied met een dekzandrug. De meeste bewoningssporen worden daarom vanwege de gunstiger bewoningscondities (droog en relatief hoog) verwacht onder de hoge zwarte enkeerdgronden (esdek) gelegen binnen het gebied de dekzandrug. Uit het AHN kaartbeeld blijkt dat het dekzandreliëf sterker is versnipperd dan de geomorfologische kaart aangeeft. Op grond van het AHN kaartbeeld zijn de meeste bewoningssporen te verwachten op de percelen 1, 2, 6 en 7. Er wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 3-9-2014 Resultaat: Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied ligt in een zone met een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een dekzandvlakte en op de aanwezigheid van een humeus dek van ten minste 50 cm dik, waardoor eventuele archeologische resten beschermd zijn tegen recente ploegactiviteiten.
Het veldwerk heeft uitgewezen dat er plaatselijk in het plangebied verstoringen zijn die dieper reiken dan het niveau waarop archeologische resten worden verwacht. Voor deze zones geldt nog een lage verwachting. Het zuiden en noordwesten van het plangebied zijn echter slechts tot 0,5 m –mv omgewerkt, waarbij het mogelijk is om archeologische resten aan te treffen. Voor deze zones geldt een hoge verwachting en daarom wordt voor deze zones geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te laten voeren indien verstoringen dieper reiken dan 0,5 m –mv. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 16-2-2018 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend op het voorkomen van natte context archeologie. Dit vanwege het feit dat het een beekdal betreft waar de condities te nat waren voor permanente bewoning. Bovendien blijkt uit het bureauonderzoek dat het terrein grotendeels is afgegraven alvorens het weer is opgehoogd bij de aanleg van het sportpark. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 21-5-2008 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in de vorm van een nederzetting of andere complextypen uit alle perioden.
De bodem bestaat hierbij grotendeels uit een AC-profiel, waarbij de grens van de A-horizont met de C-horizont scherp begrensd wordt. Dit leidt tot de bijstelling van de tijdens het bureauonderzoek opgestelde hoge verwachting naar een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 18-3-2011 Resultaat: Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het noorden van het plangebied op een dekzandrug ligt en het zuiden op een dekzandvlakte. Op basis van bodemgegevens is het mogelijk dat bovenop het dekzand een humeus plaggendek is opgebracht ten behoeve van akkerbouw. Deze methode werd hoofdzakelijk toegepast vanaf de Late-Middeleeuwen en was bedoeld om het land meer vruchtbaar te maken. Het humeuze dek kan het onderliggende dekzand en de daarin eventueel aanwezige archeologische resten hebben beschermd tegen grondbewerkingen zoals ploegen. In het plangebied worden archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum verwacht. Er wordt geadviseerd om in het plangebied archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 26-8-2011 Resultaat: Op basis van een reeds uitgevoerd bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied is gelegen in het zuidelijk zandgebied van Nederland.
Het gebied ligt op een dekzandrug en/of dekzandvlakte. Gezien de afzetting van het dekzand in het Weichselien kan menselijke activiteit op het dekzand hebben plaatsgevonden vanaf het Laat-Paleolithicum. Op basis van de bodemkaart bestaat de bodem van het plangebied waarschijnlijk uit hoge zwarte enkeerdgronden. Dit betekent dat bovenop het dekzand een humeus plaggendek is opgebracht ten behoeve van akkerbouw. Deze methode werd hoofdzakelijk toegepast vanaf de Late-Middeleeuwen en was bedoeld om het land meer vruchtbaar te maken. Het humeuze dek kan het onderliggende dekzand en de daarin eventueel aanwezige archeologische resten hebben beschermd tegen grondbewerkingen zoals ploegen. In de ondergrond van het plangebied kunnen zich archeologische
resten van bewoning, begraving of ander landgebruik bevinden die dateren vanaf het Laat-Paleolithicum. De top van het dekzand in de ondergrond van het plangebied is door diepploegen verstoord geraakt. De verstoring heeft een minimale diepte van 20 cm en een maximale diepte van 150 cm onder maaiveld. Het oorspronkelijke leefoppervlak is door deze verstoring verwijderd, waardoor alleen nog diepreikende grondsporen kunnen worden aangetroffen. De verwachting op dit soort sporen is echter laag.
3133025100
350 meter ten zuidwesten van het plangebied Cathalijne te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159400/397550
4006408100
350 meter ten zuidwesten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159402/397508 350 meter ten zuidwesten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159414/397507
4017157100
2126666100 (18375)
400 meter ten oosten van het plangebied Grote Doelenlaan te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160622/398044
2383614100 (53880)
400 meter ten zuidoosten van het plangebied Molensloot te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160281/397535
2471791100 (65190)
R 17998.002 versie 1
400 meter ten zuidwesten van het plangebied Cathalijnepad 4 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159378/397460
Er wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: Universiteit van Amsterdam Datum: Resultaat: In totaal werd een oppervlak van circa 1 ha onderzocht. Daarbij werd een nederzetting aangetroffen uit de Vroege-IJzertijd, die voor het grootste deel kon worden onderzocht. Gevonden zijn tweevoorraadkuilen of silo's, circa 40 spiekers van vier of zes palen en tweeboerderijen. Op een ander deel van het terrein kon een erf uit vermoedelijk de 12e eeuw worden onderzocht, bestaande uit een boerderij, drie grote schuren, een spieker en twee zogenaamde hooibergen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 18-7-2016 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 13-10-2016 Resultaat: Er geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor nederzettings- en bebouwingsresten uit de periode Volle- en Late-Middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden gesteld dat de enkeerdgronden met esdek, zoals vermeld in het bureauonderzoek, zijn aangetroffen. Dit esdek is soms afgetopt. Onder het esdek is geen podzolbodem, hetgeen erop wijst dat deze waarschijnlijk vergraven of verploegd is bij het ontstaan van het esdek en hierin is opgenomen.
Hierdoor is het esdek direct op de natuurlijke ondergrond of C-horizont gelegen. De kans bestaat dat binnen het plangebied nog archeologische resten in situ aanwezig zijn die behoren tot een eerder aangetroffen nederzetting. Mogelijk aanwezige archeologische sporen zullen zich op de overgang van het esdek naar de natuurlijke ondergrond bevinden, vanaf 70 cm -mv. Om bovenstaande redenen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd, dat bij voorkeur de vorm heeft van een proefsleuvenonderzoek. Zo kan worden bevestigd of ontkracht of binnen het plangebied sprake is van een vindplaats en kan deze, indien aanwezig, eventueel worden afgeperkt. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-8-2006 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die een archeologische vindplaats in het plangebied doen vermoeden. Op grond van het ontbreken van (duidelijke) aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten en de aanwezige bodemverstoring wordt ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Geen vervolgonderzoek.
Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 28-9-2012 Resultaat: Hoge verwachting, vanwege zeer klein verstoringsoppervlak volgens beleid gemeente geen formeel vervolgonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt in een beekdal in de directe omgeving van een oude nederzettingskern, waar vanaf het Mesolithicum tot en met het heden vrijwel continue sprake is geweest van bewoning. Aan het plangebied wordt een hoge verwachting toegekend aan natte context gerelateerde archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Voor oudere perioden geldt een lage verwachting. Vanwege de beperkte oppervlakte van de bodemingrepen, hoeft er volgens het gemeentelijk beleid geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Dit neemt niet weg dat er wel een kans is dat bij de werkzaamheden archeologische resten aan het licht komen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 12-2-2015 Resultaat: Op basis van het vooronderzoek kon worden vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een middelhoge archeologische verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Specifiek is sprake van meerdere vondsten uit de periode IJzertijd – Late-Middeleeuwen die werden gedaan in de directe omgeving van het plangebied.
Het booronderzoek wees uit dat in het plangebied geen archeologische relevante bodemniveaus (meer) aanwezig waren. Landschappelijk bleek het plangebied in een dekzandvlakte te liggen, op de overgang naar het beekdal van de Dommel. De beek heeft hierbij het dekzand verspoeld en kleiige beekafzettingen afgezet. Het plangebied was dus gelegen in een nat gebied, dat weinig aantrekkelijk
3978951100
400 meter ten zuidwesten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 159067/397759
was voor bewoning. Tevens zijn de opgebrachte ophogingslagen die werden aangetroffen niet intact, omdat deze zijn omgewerkt. Tevens werden er geen archeologische indicatoren aangetroffen. De verwachting is dat er in het plangebied geen behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig zullen zijn, gezien de natte ligging en de verstoorde bodem in het plangebied. Hierdoor is de archeologische verwachting voor nederzettingsresten in alle perioden laag. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 13-11-2015 Resultaat: Uit het bureauonderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied landschappelijk gezien op een dekzandvlakte ligt. Volgens de bodemkaart komen in het onderzoeksgebied laarpodzolgronden voor. Historisch gezien was het onderzoeksgebied onderdeel van een erf. In het noordelijke deel van plangebied B worden resten van een boerderij uit de Nieuwe tijd B in de ondergrond verwacht. Voor het onderzoeksgebied geldt verder een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (archeologische resten) van landbouwers vanaf het Neolithicum. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische vondsten aangetroffen. Wel is een verstoring, die waarschijnlijk gerelateerd is aan de boerderij uit de Nieuwe tijd B, waargenomen in boring 1. Het opgebrachte cultuurdek (esdek) blijkt in het plangebied erg dik te zijn (circa 80 cm).
Er kan dan ook van een hoge enkeerdgrond worden gesproken. Archeologische sporen kunnen onder de bouwvoor aanwezig zijn op circa 30 cm -mv.
2320928100 (45605)
4000998100
450 meter ten zuidwesten van het plangebied Ollandseweg 117 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158959/397801 450 meter ten zuidwesten van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158914/397831
4901718100
450 meter ten zuiden van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160105/397424
4920664100
450 meter ten zuiden van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160105/397424
2148828100 (21553)
500 meter ten zuiden van het plangebied Markt 10 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160064/397336
Geconcludeerd kan worden dat in het onderzoeksgebied (relatief intacte) archeologische resten verwacht worden, die door de beoogde plannen worden bedreigd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Becker en Van de Graaf Datum: 7-3-2011 Resultaat: Lage verwachting voor alle perioden: geen vervolgonderzoek Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 2-6-2016 Resultaat: Uit het bureauonderzoek voor het plangebied kwam een hoge verwachting voor de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Uit het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. De verwachte laarpodzolgronden met esdek zijn niet aangetroffen. Ook vondsten zijn afwezig op drie scherven uit de bouwvoor en een moderne ploegkras na. Verstoringen kunnen aan het agrarische gebruik van het terrein worden toegeschreven. Op basis hiervan luidt het advies dat archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 1-10-2020 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek bevindt het plangebied zich op de overgang van een dekzandrug naar een beekdal. Deze gradiëntzone heeft vanaf het Paleolithicum een aantrekkelijke locatie gevormd voor bewoning, door de relatief hoge en droge ligging en de nabijheid van voedselbronnen en drinkwater.
Op basis van dit gegeven en een inventarisatie van archeologische resten in de omgeving, geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode van het Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Voor de periode vanaf 1900 geldt een lage archeologische verwachting. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 23-11-2020 Resultaat: In werkput 2 zijn geen archeologische sporen aangetroffen. De bodemopbouw bestaat hier uit een bouwvoor, een landbouwdek, tot aan de top van het dekzand (c-hor). Deze top is sterk gebioturbeerd. Dieper in het dekzand wordt het lemiger, welke op sommige delen vlak onder de bioturbatielaag door schemert. In werkput 1 zijn wel sporen aangetroffen. Vondsten bestaan o.a. uit steengoed, grijsbakkend aardewerk en roodbakkend aardewerk. Het meeste aardewerk dateert uit de Vroege- tot Midden-Nieuwe tijd. Enkele vondsten dateren uit de Late-Middeleeuwen, en een scherf zou mogelijk in de Volle-Middeleeuwen kunnen dateren. De oudere scherven zijn echter in dezelfde context aangetroffen als de Nieuwe tijd scherven. Mogelijk zijn deze verspit in het landbouwdek, waarna het in de sporen geraakt is toen deze door het landbouwdek heen zijn gegraven.
Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2-3-2007 Resultaat: Het is aan te nemen dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Daarom wordt geadviseerd om tijdens sloopwerkzaamheden en eventuele graafwerkzaamheden in een archeologische begeleiding te voorzien. Dit betekent dat indien vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en, in zover de werkzaamheden dat toelaten, worden gedocumenteerd. De ligging van de locatie, op een hoger gelegen zandrug en omringd door een meander van de Dommel, is bij uitstek een aantrekkelijke vestigingslocatie geweest. Het is aannemelijk dat hier
R 17998.002 versie 1
2250499100 (35975)
500 meter ten zuiden van het plangebied Markt 10 te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160064/397336
2346962100 (49103)
500 meter ten oosten van het plangebied Pastoor Hackenstraat te SintOedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160706/398051
3293674100
500 meter ten zuiden van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160146/397367
3976764100
500 meter ten zuiden van het plangebied te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Coördinaat: 160061/397321
R 17998.002 versie 1
in de Prehistorie al bewoning is geweest. Hiervan zijn in de directe omgeving aanwijzingen gevonden, en de kans dat ook binnen het plangebied resten aanwezig zijn, is hoog. Verder is bekend dat al in de Late-Middeleeuwen bebouwing aanwezig is rondom de Markt. Uit historische bronnen is bekend dat de bewoning op de onderzoekslocatie teruggaat tot tenminste het jaar 1320. Waarschijnlijk zal deze eerst uit houten gebouwen hebben bestaan en pas later uit steen. Er is een grote kans dat er nog sporen van de vroegste bewoning bewaard zijn gebleven in de ondergrond. Vanwege de ligging van de verwachte archeologische waarden, dicht onder het maaiveld en onder de bebouwing, is er een gevaar dat deze verstoord zullen worden bij de sloop van het huidige pand en eventuele graafwerkzaamheden. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 14-7-2009 Resultaat: Tijdens de begeleiding zijn muurfundamenten aan het licht gekomen van mogelijk de oudste steenbouwfase van het pand. Op basis van het weinige vondstmateriaal dat is aangetroffen, wordt deze fase (waarschijnlijk) in de 15e - 16e eeuw gedateerd. Hieraan voorafgaand is de locatie ook in gebruik geweest: aardewerkvondsten uit enkele kuilen dateren oudere activiteiten op deze locatie in de 13e - 14e eeuw.
Uiteindelijk zijn tijdens het onderzoek zeven fasen van bewoning herkend, variërend van muurwerk tot ophogingslagen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 28-10-2011 Resultaat: In het bureauonderzoek is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Verder is een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Een middelhoge archeologische verwachting is toegekend voor de periode Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 20-7-2015 Resultaat: Hoge verwachting voor alle archeologische perioden. Omdat de graafwerkzaamheden zich beperken tot het uitgraven van een sleuf van 50 cm breed, 90 cm diep en 12 m lang voor een ringbalkfundering, wordt voorgesteld deze archeologisch te laten begeleiden, eventueel door de Archeologische Werkgroep Sint-Oedenrode. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 29-10-2015 Resultaat: Tijdens de archeologische begeleiding op de locaties Heuvel 40-42 en Markt 12 zijn slechts enkele archeologische resten aangetroffen in de werkputten 7 en 8 op de locatie Heuvel. Het gaat om een paalkuil, een waterput en twee mogelijke poeren die eind 18 e - begin 19e of zelfs 20e eeuw gedateerd worden.