CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Onderzoeksrapport 'Het waarom van samenwerking' Necker dd 08-09-2025

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Behandeling Rekenkameronderzoek Samenwerkingsverbanden15.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

rl

I

lr

r 1

ù

l

i

REKENKAMER M EI ERIJSTAD

',

r

O nderzoek reg ionale samenwerki ngen

Het waarom van samenwerk¡ng ü J.

ll

I Ondezoeksteam

*.

Prof. Dr. Marcel Boogers Dr. Marieke Oprel Arco de Baat MSc MA

I

8-9-zoz5 t

{

t...-,

lr

F

-t.-_

-\

I'I.,

-

Colofon Datum: 8-9-zoz5

Opdrachtgever: lvo Groteclaes¡ lid Rekenkamer Meierijstad

ivogroteclaes@gmail.com

Ondezoekers: MarcelBoogers Marcel@necker.nl Marieke Oprel Marieke@necker.nl Arco de Baat Arco@necker.nl

lnhoudsopgave Colofon lnhoudsopgave

Bestuurlijke nota lnleiding Beantwoording onderzoeksvragen

2

3

4 5

7

Conclusies en aanbevelingen

L2

Reactie van college van B&W

15

Nota van bevindingen

L7

r. Aansturing van regionale samenwerkingen

r8

2.

Overzicht regionale sa menwerkingen

23

3.

Casusonderzoek

Bijla ge r. Onderzoeksverantwoord ing

Bijlage z. Overzichten verbonden partijen

25

36 38

lnleiding Aanleiding Regionale samenwerkingen spelen een belangrrjke rol brj de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid' De gemeente Meierijstad participeert in een groot aantal regionaie samenwerkingsverbanden. Omdat deze samenwerkingsverbanden in aard en ornì"ng verschillen is het voor de gemeenteraad soms lastig goed zicht te houden op het functioneren van deze samenwerkingsverbanden en de mate waarin gemeentelijke doelstellingen worden gerealiseerd. Ook wordt niet altijd met enige regelmaat gereflecteerd op het afwegingskader dat ten grondslag ligt aan de verschillende vormen van samenwerking. om deze reden heeft ãe Rekenkamer Ñ/eierijstad bureau Necker opdracht gegeven tot het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek met als tweãledige vraag de afwegingen om deel te nemen aan (bestaande) samenwerkingsverbanden naderte beschouwen en de mate waarin zich is op resultaten en de gerealiseerde 'samenwerkingskracht, te analyseren.

Hoofd- en deelvragen De hoofdvraag die centraal staat in dit onderzoek luidt:

welk afwegingskader hanteert de gemeenteraad. om te besluiten over d.e deelname van de gemeente aan een samenwerkingsverband en hoe verkriigt en behoudt d.e gemeenteraad grip op de samenwerkingsverbanden en de gerealiseerde samenwerkingskracht?

om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende onderliggende deelvragen geformuleerd: z' Welk afwegingskader ligt ten grondslag aan deze verschillend.e vormen van samenwerking? z' Waarom is gekozen voor deze vormen van samenwerking en zijn de argumenten voor

actueel? 3' Hebben college van B&w en gemeenteraad. zicht op de resultaten va.n

die keuze nog

samenwerkingsverbanden?

4' Wat ziin de resultaten die tot op heden behaald zijn met de samenwerkingsverbandin? 5' Leidt de samenwerking tot samenwerkingskracht: worden met de gerealiseerde resultaten de beoog de doele n ge re ali seerd?

Afbakening Samenwerkingsverbanden bestrijken een breed spectrum, van zeer lichte ambtelijke, intergemeentelijke overleggen tot gestructureerde, geinstitutionaliseerde ,.r.nr.ikingsvormen. om een duidelijke afbakening te maken concentreert dit onderzoek zich uitsluitend op samenwerkingen die tegeLjkertijd kwalificeren als verbonden partijen van de gemeente. Reden hiervan is dat dit volgens de formele definitie samenwerkingsverbanden betreft *..r1. gemeente zowel een financieel als bestuurlijk belang heeft.'ln deze gevallen is er een directe betrokkenheid van de raad door de verplichte verantwoording hierover in het jaarverslag dat de gemeenteraad vaststelt. omdat dit rapport in eerste instantie is gericht op de gemeenteraad kent het onderzoek deze focus. Daarnaast focussen we ons op regionale samenwerkingsverbanden.

Daarvan is sprake wanneer

minimaaltwee overheden samenwerken in een samenwerkingsverband. Dat

betekent dat we alleen de

'Art. ttb Beslu¡t Begrot¡ng en Verantwoording.

5

verbonden partijen hebben onderzocht waarbij de gemeente met één of meer gemeenten samenwerkt' Verbonden partijen zonder regionaal karakter zrjn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Waar in dit rapport gesproken wordt over 'regionale samenwerking' wordt verwezen naar regionale samenwerkingsvormen in de vorm van een verbonden partij. Hoewel de bevindingen uit dit onderzoek zich richten op regionale samenwerkingsverbanden zrjn de conclusies en aanbevelingen ook relevant voor andere vormen van samenwerking van de gemeente. Jaarlijks neemt iedere gemeente conform het Besluit Begroting en Verantwoording de verbonden partuen op in de jaarstukken. Voor dit onderzoek is, gezien de perioJe

onderzoek is uitgevoerd, gebruik gemaakt van de begroting van 2025.

een overzicht van

waarin het

Werkwijze Het.onderzoek is uitgevoerd in de periode februari-juni zoz5. Voor de analyse is zowel gebruik gemaakt van documentatie als zienswijzen en aanvullende informatie die opgehaald weid tijdens interviews. Na zorgvuldige bestudering van de verschillende samenwerkingsverbanden en oriënterende gesprekken met de ambtelijke contactpersoon en twee ambtenaren die functioneren als accounthouders voor de Regio Noord oost Brabant (RNoB) en de omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) zrjn twee casussen voor vervolgonderzoek geselecteerd. Dit zijn Regio Noord-Oost Brabant en de beide werkvoorzieningschappen waaraan de gemeente deelneemt. Bij het casusonderzoek naar Regio Noord-Oost Brabant is ook de aansturing van de stichting Agri Food Capital onderzocht, omdat de governance hiervan samenhangt met Regio Noord-oost Brabant. Aanvullende documentanalyse en interviews met betrokken ambtenaren en portefeuillehouders hebben nader inzicht gegeven in de betekenis en samenwerkingskracht van deze samenwerkingsverbanden. De argumenten voor deze selectie zijn nader toegelicht in de nota van bevindingen. De onderzoekers danken alle betrokkenen voor hun medewerking. De nota van bevindingen is op 16 juni 2025 voorgelegd aan de ambtelijke organisatie ten behoeve van een feitenverificatie.

Na verwerking van de feiten is de rapportage inclusief conclusies en aanbevelingen op r4 juli zoz5 aangeboden aan het college van B&w voor bestuurlijk wederhoor. Hierna is de definitieve rapportage op B september aangeboden aan de gemeenteraad.

Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit een bestuurlrjke nota en een nota van bevindingen. ln de bestuurlijke nota zijn de kernbevindingen en de conclusies en aanbevelingen opgenomen. De nota van bevindingen bespreekt in drie hoofdstukken de analyse van beleid eÀ uitvoering. ln het eerste hoofdstuk komt het geldend beleidskader en de visie van de gemeente op regionale samenwerking aan de orde. Hoofdstuk z bevat de uitkomsten van het onderzoek naar de bestuurlijke afwegingen en resultaten van alle samenwerkingsverbanden. Hoofdstuk 3 bevat een diepgaander casusonderzoek naar de bestuurlijke afwegingen en resultaten van de werkvoorzieningsschappen en Regio Noord-Oost Brabant en de stichting Agri Food Capital (AFC).

6

Bea ntwoord i n g on d erzoeksvra gen Het onderzoek naar de regionale samenwerkingsverbanden waaraan de gemeente

Meierijstad deelneemt heeft verschillende inzichten en bevindingen opgeleverd oveide visie op regionale samenwerking als ook de (meer) waarde van vormen van samenwerking in de prakt¡k.-De kernbevindingen delen we in dit overzicht door hieronder de onderzoeksvragen bonáig te beantwoorden. Voor een volledig beeld van de bevindingen en onderzoeksresultaten verwijzen wij graag naar de nota van bevindingen. De hoofdvraag die in dit onderzoek centraal stond is als volgt geformuleerd: Welk afwegingskader hanteert de gemeenteraad om te besluiten over de d.eelname van de gemeente aQn een samenwerkingsverband en hoe verkrijgt en behoudt de gemeenteraad

grip op de

same nwe rki n gsve rbande n e n de g e reali seerde sam e nwe rki ng skracht?

Wlj hebben deze vraag geprobeerd te beantwoorden door een antwoord te geven op een vijftal deelvragen. Hieronder worden deze vijf deelvragen één voor één beantwoord:

r. welk afwegingskader ligt ten grondslag aan regionale samenwerking? Voor een aantal regionale samenwerkingen, zoals bijvoorbeeld de GGD

en de Veiligheidsregio, is deelname wettelljk verplicht. Er ligt dan ook geen afwegingskader aan deze samenwerkingen ten grondslag. Voor andere regionale samenwerkingen is een afwegingskader opgenomen in de nota verbonden partijen.'? De voorwaarden die in dit kader worden gedefinieerd blijken weinig concreet. Bovendien blijkt het afwegingskader in de prakti¡k niet gehanteerd te worden bij het aangaan of beëindigen van een samenwerkingsverband.

Formeel moet conform de nota iedere bestuursperiode minstens één verbonden

partij worden geëvalueerd. ln de huidige raadsperiode heeft (nog) geen evaluatie plaatsgevonden. De meest recente keuze voor het al dan niet aangaan of uittreden van een samenwerkingsverband, in dit geval uittreding uit de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSoB), dateert van 2o17. Toen is wel gebruik gemaakt van de methode van morele oordeelsvorming, zoals voorgeschreven in de nota verbonden partijen. Deze methode houdt in dat bij het vormen van een oordeel en het nemen van een besluit recht gedaan wordt aan de belangen van alle betrokkenen, maar ook dat in de afweging onderscheid gemaakt wordt tussen beginselargumenten en gevolgargumenten. Beginselargumenten zoals democratische legitimiteit dienen zwaarder te wegen dan gevolgargumenten, zoals financiële gevolgen. De methode geeft hiermee een filosofische richting dan wel kader bij het beoordelen van de vraag of een taak door de gemeente zelf of in een samenwerkingsverband uitgevoerd moet worden, of dient te worden u itbesteed.3

' Gemeente Meierijstad (zot9, ß januari). Nota verbonden partüen. Te raadplegen via: httPs:/'meieristad.bestuurltikeinformatie. 3 Gemeenten

Meierijstad

nltDocumenttv¡ewlq6-6fcta-<dbb-L;oa-a3c6-obrge22<oo2a

veghel, sint-oedenrode en Schiindel. (zot6). oplegnotitie besluitvorming positionering

belastingen c.a. gemeente

7

De nota verbonden partijen kent een uitgewerkt afwegingskader voor het aangaan van

regionale samenwerkingen. Deze wordt echter niet toegepast bij het herijken van regionale samenwerkingen.

ln

dat geval wordt de methode morele oordeelsvorming toegepast. Voor de methode oordeelsvorming

is

er geen uitgewerkt afwegingskader opgenomen, maar slechts een referentie aan deze

werkwijze.

omdat de inhoudelijke argumentatie van deze werkwijzen onderling verschilt is het niet duidelijk welke argumenten prevaleren bij de bestuurlijke afwegingen rond regionale samenwerkingsverbanden. ook heeft er in zorg een evaluatie plaatsgevonden van de samenwerking met de werkvoorzieningsschappen. Deze evaluatie vloeide voort uit een door D66 geTnitieerde gemeenteraad aangenomen motie in zo:r7, waarmee het college de opdracht kreeg

en door de

om te onderzoeken

of het opportuun was om deelname aan twee werkvoorzieningschappen te continueren.

Hierbij is op

twee aspecten een bestuurlijke afweging gemaakt:

-

-

2.

De gemeente heeft besloten deelte blrjven nemen aan twee verschillende gemeenschappelijke regelingen voor de uitvoering van deze wettelijke taken, dit in verband met de negatieve gevolgen voor mensen met een dienstverband bij uittreding uit één van beide werkvoorzien ingsschappen; Er ziin keuzes gemaakt om naast de uitvoering van de Participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening ook andere taken te beleggen bij de twee gemeenschappelijke regelingen.

Waarom is gekozen voor een bepaalde vorm van samenwerking en zijn d.e argumenten keuze nog actueel?

voor die

Voor de meeste regionale samenwerkingsverbanden geldt dat niet is vastgelegd, of niet bekend is, waarom de gemeente heeft gekozen voor deze vorm van samenwerking. Hlerdoor kan ook niet worden getoetst of de argumenten voor de keuze voor een privaatrechtelrlk of þubliekrechtehjk en zwaar dan wel licht samenwerkingsverband nog steeds actueel zrjn. ook de eerdergenoemde noia verbonden partijen gaat hier niet op in' Een bestuurlrjke reflectie op de gekozen vorm van samenwerking blijft daarom achterwege. Dat neemt niet weg dat er voorbeelden zijn van bestuurlijke reflecties op de vorm van samenwerking. Een voorbeeld hiervan is de NV Monumenten Beheer lrlooid-grabant. Aanleiding was het feit dat de NV niet voldoende in staat is tegenvallers op te vangen en investeringen te doen en dat beheer door een grotere beheerorganisatie wenselijk is. Daarom is in dit geval gekozen voor vervreemding van de aandelen. Hiermee is sprake van een vorm van reactieve sturing: de gemeente herijkt de argumenten voor de vorm van samenwerking niet zelfstandig en periodiek] maar vooral als er een specifieke (externe) aanleiding voor is.

3' Hebben college van B&W en gemeenteraa.d zicht op de resultaten van samenwerkingsverbanden? Het college van B&w en de gemeenteraad hebben over het algemeen goed zicht op de algemene resultaten van de samenwerkingsverbanden (zie tabel). Geen

Overzicht resultaten GR-en

resultaten

Resultaten voor

bel<end

Resultaten algemeen bel<end

bel<end

7

5

4

Meierijstad

8.

Vennootschappen en coöperaties

0

2

1.

Stichtingen en verenigingen

0

I

7

0

7

0

Overige verbonden

partijen

De gemeenteraad heeft voornamelijk via P&C-documenten zicht op de resultaten

van de

samenwerkingsverbanden. Het gaat hierbrj om vormen van informatievoorziening waar het college wettelijk toe is verplich! bijvoorbeeld het opnemen van een paragraaf verbonden partrjen in de jaarstukken van de gemeente. Van het merendeel van de samenwerkingsverbanden is ãen jaarverslag beschikbaar. ln een klein aantal gevallen wordt in dit jaarverslag, of in een ander informatiedo.urun! uitgesplitst wat de resultaten van het samenwerkingsverband specifiek binnen Meierijstad zijn. ln de meeste andere gevallen zijn de resultaten in algemene zin bekend. van vier samenwerkinqsverbanden zijn geen resultaten bekend. Meierijstad speelt een centrale rol in het verkrijgen van verantwoordingsinformatie van een groot aantalgemeenschappelijke regelingen. Meierijstad leidt namelrjk namens de deelnemende gemeenten het coördinatieproces gemeenschappelijke regelingen. Ambtenaren van Meierijstad maken jaarlrjks in afstemming met de gemeenschappelrjke regelingen een planning van de verschillende verantwoordingsmomenten en coördineren de ambtelijke inzet van diverse gemeenten om de besluitvorming hierover te begeleiden. Hierbrj maken de deelnemende gemeenten onderling gebruik van concept-besluitvormingsstukken om ambtelrjke capaciteit op deze manier efficiënt in te zetten.

Uit het casusonderzoek blijkt dat de raad in sommige gevallen daarnaast ook periodiek informatie krijgt over het samenwerkingsverba nd. Zo verschrjnt er twee keer per jaar een factsheet met

prestatiecijfers over het werkvoorzieningschap Noord-Oost Brabant. Ook wordt de raad gei'nformeerd over de projecten die Regio Noord-Oost Brabant voor het komende jaar voorziet. v¡a de lokale regiotafel wordt de raad vier keer per jaar meer in detail over deze projecten geTnformeerd. Daarnaast

wordt de raad op de hoogte gehouden van regionale besluitvormingstrajecten die de Regio NoordOost Brabant trekt, zoals de vaststelling van het regionale bedrijventerreinprogramma en de regiodeal. Ten aanzien van Regio Noord-Oost Brabant en Agri Food Capital wordt de raad weliswaar

op veel

manieren geinformeerd, maar is het inzicht in de behaalde resultaten beperkt. Regio Noord-Oost Brabant rapporteert in haar jaarverslag vooral over deelname aan activiteiten en projecten, bestuurlijke overleggen waar Regio Noord-Oost Brabant aan tafel zit, en gezamenlijk genomen besluiten. Deze activiteiten zijn weliswaar gelinkt aan de door de raad vastgestelde samenwerkingsagenda,s, maar de resultaten die moeten bijdragen aan de beleidsdoelen zijn in veel gevallen niet concreet. Ter illustratie: een werkbezoek van de minister van Binnenlandse Zaken wordt gepresenteerd als resultaat. Van de meeste projecten is niet bekend hoe deze precies bijdragen aan de overkoepelende doelstellingen van de Regio Noord-oost Brabant. Hetzelfde geldt voor Agri Food Capital. ln de jaarverslagen wordt vooral over uitgevoerde activiteiten gerapporteerd. Hierbij wordt een multiplier benoemd: ieJere geinvesteerde euro levert €2,8o op. Maar waar deze multiplier op is gebaseerd blijft onduidelrjk.

4.

Wat ziin de resultaten die tot op heden behaald zijn met de samenwerkingsverbanden?

9.

om een inhoudelijk grondige analyse van de samenwerkingsverbanden te kunnen maken is een zogenaamd casusonderzoek u itgevoerd. Allereerst de bevindingen wat betreft de werkvoorzieningsschappen. Uit de aangeleverde documentatie en gesprekken met ambtenaren en de betrokken portefeu¡llehouJer blrjkt dat de twee werkvoorzieningschappen waaraan Meierijstad deelneemt met elkaar, en met de gemeente samenwerken in de uitvoering van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorz]ening. Deze samenwerking krijgt vorm onder koepelorganisatie Participeren in Meierijstad (plM), waardoor in de praktijk inwoners van Meierrjstad bij één loket kunnen aankloppen. Bij het loket worden zij vervolgens, afhankelijk van hun behoeften en de mogelrjkheden, naar één van de twee werkvoorzieningschappen geleid, Wat betreft de Regio Noord-oost Brabant concluderen we uit het jaarverslag dat een zeer breed pakket aan doelstellingen wordt nagestreefd, via een groot scala aan activiteiten. De informatie over de als gevolg van deze activiteiten behaalde resultaten is echter summier. Er wordt slechts beperkt gerapporteerd in termen van output. Dat er geen concrete koppeling tussen doelstellingen en resultaten mogelijk is, lijkt mede het gevolg van de wijze waarop de doelen zijn opgesteid.

Deze zijn namelijk hoog over geformuleerd waardoor niet duidelrjk is op welk moment het dãel precies is behaald' Hoewel het zicht op de resultaten dus op papier moeilrlk te toetsen is, krijgt de raad via verschillende wegen (gewone raadsbijeenkomsten, een klankbordgroep en een lokale en regionale regiotafel) wel regelmatig een update over de gang van zaken. weiut¡tt dat de raad doorgaans niet doorvraagt naar de daadwerkelijke resultaten van de Regio Noord-oost Brabant. ln algemene zin lijkt de raad samenwerking als een belangrijk gegeven te zien, en slechts beperkt de doeltÃffendheid van de samenwerking te bevragen.

5' Leidt de samenwerking tot samenwerkingskracht: worden met de gerealiseerde resultaten de beoogde doele n ge reali seerd?

Om deze vraag naar samenwerkingskracht te kunnen beantwoorden is een korte toelichting op de typen samenwerkingskracht noodzakehjk. Kort samengevat: - De kern van besluitvormingskracht is dat wanneer vraagstukken te groot zijn (geworden) voor gemeenten om zelfstandig op te kunnen lossen, gemeenten aan regionale besluitvorming moeten kunnen deelnemen om tot een oplossing te komen. - Van uitvoeringskracht is sprake wanneer gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van beleid effectiever en kostenefficiënter is dan en individuele gemeentelijkeianpak. - Lobbykrachr is nodig om via samenwerking met andere gemeenten invloed uit te oefenen op besluitvorming die elders plaatsvindt (provincie, RUk, EÚ), maar wel relevant is voor de gemeente.

-

Meewerkkrachtbetreft het strategisch bijdragen aan de uitvoering van provinciaal, Europees beleid dat relevant is voor de gemeente.

landelijk of

op basis van deze vierdeling hebben we in onderstaande tabel weergegeven welke regionale

samenwerkingen zich richten op de verschillende types samenwerkingskracht, beslu¡tvormingskracht, uitvoeringskracht, lobbykrachten meewerkkracht. Regionale samenwerkingen die meerdere krachten combineren worden in meerdere hokjes weergegeven.

I

10.

litiek en bestuur: besluitvormi

ealisatie: uitvoeri

Regio Noordoost

Veiligheidsregio Brabant Noord Werkvoorzieningschap De Dommel Kleinschalig Collectief Vervoer Stadsgewest's-Hertogen bosch

Brabant

Regionale a m bulancevoorzien in g Bra ba

lntern

Besluitvormingskracht

Uitvoeringskracht

nt

Midden-West-Noord Werkvoorzieningschap Noordoost Brabant Omgevingsdienst BrabantNoord Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hart voor Brabant Brabants Historisch

lnformatiecentrum Bank Nederlandse Gemeenten NV Brabant Water NV Monumenten Beheer

Brabant Scheifelaar ll Beheer B.V. Scheifelaar ll C.V. Smederijmuseum SintOedenrode

Extern Lobbykracht

Regio Noordoost

Brabant Agri Food Capital

Meewerk-

kracht

Zorg en Veiligheidshuis Brabant Noord-Oost

AgriFood Capital

Zoals de tabel laat zien zijn verreweg de meeste regionale samenwerkingen

bedoeld om gemeentel¡ke taken uit te voeren, en is de gerealiseerde samenwerkingskracht dus uitvoeringskracht. Aãntallen geven echter niet het hele beeld. want in de praktrjk blijken de partrjen die zicñ richten op lobbykracht en besluitvormingskracht zowel ambtel¡k als bestuurlijk als de belangrijkste regionale samenwerkingen te worden beschouwd, om de strategische positie van Meierijstad in de regio te versterken. Uit het casusonderzoek blrjkt dat de werkvoorzieningschappen er goed in slagen om de beoogde doelen (uitvoering Wet Sociale Werkvoorziening en Participatiewet) te realiseren. Het aantal inwoners met een werkvoorziening ligt met 696 inwoners op hetzelfde niveau als andere gemeenten met vergelijkbare grootte in de regio (679in Land van Cuijk en 763 in Oss). De governance van Regio Noord-Oost Brabant hangt samen met die van Agri

Food Capital. De raad

wordt over beide samenwerkingen separaat geinformeerd. De wijze van informatievoorziening

is

echter vergelijkbaar: voor beide samenwerkingen is de vraag of ei samenwerkingskracht wordt gerealiseerd niet goed te beantwoorden als gevolg van het tekort aan concrete informatie over de daadwerkelijke output. Zoals eerder gesteld ontbreekt het zicht op de koppeling tussen doelstellingen en resultaten.

11.

Conclusies en aanbevelingen Na de beantwoording van de onderzoeksvragen komen we tot de volgende, onderstaande

overkoepelende conclusies en aanbevelingen.

Conclusies 7..

De gemeente Meierijstad hanteert geen uitgewerkt beleids- en afwegingskader voor regionale samenwerking. Het huidige kader beperkt zich tot de nota verbonden partuen, die zich voornamelijk richt op de vraag óf er samengewerkt moet worden, maar niet hoe deze

samenwerking wordt vormgegeven, geëvalueerd of bijgestuurd. Volgens de nota verbonden partijen wordt per bestuursperiode één verbonden partij geëvalueerd. Dat is niet

gebeurd, de

laatste evaluatie vond plaats in zo:L7. De gemeente Meierijstad vervult bewust een leidende rol in verschillende

regionale samenwerkingsverbanden, hetgeen brjdraagt aan een strategische positie van de gemeente in de regio. Zo is Meierijstad coördinerende gemeente in het adoptieproces gemeenschappelijke regelingen waarbij zij mede ten behoeve van andere gemeenten het besluitvormingsen verantwoordingsproces rondom gemeenschappelijke regelingen coördineert (zie het antwoord op deelvraag 3)' Daarnaast komt uit gesprekken het beeld naar voren dat ambtenaren uit Meierijstad sterk vertegenwoordigd zijn in bovenregionale overleggen. Dit vraagt de nodige bestuurlijke en ambtelijke inzet, zonder dat duidelijk is vastgelegJ wat dit moet opleveren en feitel¡k oplevert. Weliswaar bevat het herindelingsontwerp van Meierijstad de opdracht om een sterk leidende positie te spelen in de regio. Het is niet vastgelegd welke concrete resultaten hiermee worden beoogd. 2

Het college en de gemeenteraad hebben een beperkt en weinig gedetailleerd inzicht in behaalde resultaten in de verschillende samenwerkingsverbanden. De mate waarin

de

Meierrjstad

zicht heeft op de uitvoeringsresultaten verschilt sterk per samenwerkingsverband. Bij sommige verbanden, zoals de werkvoorzieningschappen, is er redelijk goed zicht op de resultaten voor Meierijstad. Bij belangrijke samenwerkingen zoals de Regio Noord Oost-Brabant/Agri

Food

Capital is dit in veel mindere mate het geval. Er vindt geen systematische evaluatie plaats de effectiviteit van de verschillende samenwerkingsvormen, terwijl wel algemeen

van

wordt

aangenomen dat ze meerwaarde hebben.

3' Door deelname aan r8 verschillende samenwerkingsverbanden heeft de gemeente Meierijstad in potentie een aanzienlijke samenwerkingskracht ontwikkeld. Voor gemeentelijke

uitdagingen

die een regionale oplossing vragen, kunnen regionaal besluiten worden genomen

(besluitvormingskracht). Voor gemeentelijke taken die beter en goedkoper samen kunnen uitgevoerd, kan de uitvoering regionaalworden georganiseerd (uitvoeringskracht). Verder kunnen gemeenten door regionaalsamen te werken beter invloed uitoefenen op de provinciale, nationale en Europese besluitvorming (lobbykracht). Hoewel er in de gemeenteraad, B&W en de ambtelijke organisatie grote overeenstemming is over de meerwaarde van regionale samenwerking, is het onduidelijk welk type samenwerkingskracht voor welk beleidsterrein gewenst is, en of dat ook geboden wordt.

7.2.

4. Meierijstad gaat net als Weert en Venlo intensiever samenwerken met de Brainportregio. Met het bestuur van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) is een concept-samenwerkingsagenda opgesteld waarin staat hoe de gemeente met de MRE gaat samenwerken rond de thema,s wonen, mobiliteit, economie en talent. Hoewel het college van B&W deze nieuwe samenwerking graag wil combineren met de bestaande samenwerkingen in Brabant Noordoost, worden de gevolgen hiervan voor de positie van Meier¡stad in bestaande samenwerkingsverbanden niet doordacht. Raadsbesluitvorming hierover staat gepland in december zoz5.

Aanbevelingen

1' Stel een afwegingskader voor regionale samenwerkingsverbanden vast en betrek daarin ook de geografische oriëntatie van de regionale samenwerking (Noordoost,

'

Zuidoost, of allebei).

Gezien de omvang en aard van de huidige samenwerkingsverbanden

en de ontwikkeling

van nieuwe regionale samenwerkingen in de (nabije) toekomst, is het

noodzakelr.¡k keuzes

en afspraken te maken.

'

Blj elke nieuwe vorm van samenwerking dient te worden afgewogen

wat de meerwaarde is

van dit samenwerkingsverband, wat de samenwerking oplevert en

hoe dit wordt gemonitord zodat de doeltreffendheid van de inzet kan worden vastgesteld.

'

ook wat betreft de huidige operationele samenwerkingsverbanden is het wenselijk basis van strategische uitgangspunten te evalueren, zodat geborgd

deze op

wordt dat de

samenwerking samenwerkin gskracht oplevert.

' ¡

verder dient per samenwerkings-thema worden beargumenteerd waarom

met bepaalde

gemeenten wordt samengewerkt. De samenwerkingsvorm moet worden geëvalueerd in samenhang met

het belang van de samenwerking voor Meierrjstad. Een lichte samenwerkingsvorm zorgt ervoor dat de

gemeenteraad weinig formele sturingsmogelijkheden heeft. a¡ samenwerkingsverbanden die van groot belang om beleidsdoelen te realiseren moet worden bezien

of dat wenselijk

is.

¡

Het gebruik van een dergelrjk afwegingskader hoeft zich niet te beperken

tot

samenwerkingsverbanden kwalificeren als verbonden partrj. Aangezien de wijze

van

samenwerking en de aard van de samenwerkingspartners voortvloeit uit de gemaakte afweging volgens het afwegingskader is het nuttig om het afwegingskader ook

te laten gelden voor de niet-regionale samenwerkingsverbanden en de samenwerkingsverbanden

¡ .

die niet kwalificeren als verbonden partij.

Tot slot dienen er uitgangspunten te zijn voor de rol van Meierijstad in ieder samenwerkingsverband. Neemt de gemeente een trekkende rol en zo ja, waarom? Een aanzet tot een afwegingskader is hieronder te vinden: Een afwegingskader helpt de gemeenteraad bij het beoordelen van bestaande,

zich

ontwikkelende of nieuwe samenwerkingsverbanden waar de gemeente in participeert. die manier kan de sturende en controlerende rolvan de gemeenteraad ten aanzien

op

van

regionale samenwerking worden versterkt. Het afwegingskader valt globaal uiteen in de volgende vragen:

L3.

o

o

welk lokaal beleidsdoel dient met de regionale samenwerking gerealiseerd te worden? welke samenwerkingskracht dient de regionale samenwerking hiervoor te rea ise ren : beslu itvorm i ngskracht, lobbykracht, u itvoeri n gskracht of meewerkkracht? Met welke samenwerkingspartners kan de benodigde besluitvormingskracht het best worden gerealiseerd? wordt de benodigde samenwerkingskracht in de praktijk ook gerealiseerd? Welke governance is het meest passend voor de samenwerkingskracht die dient te worden gerealiseerd? I

o o o

2

Versterk de informatievoorziening door het gericht monitoren van de resultaten

o Hoewel er niet wordt getwijfeld aan de resultaten van de verschillende

samenwerkingsverbanden, is wel er behoefte aan verder inzicht in de concrete opbrengst van de samenwerking.

r

Een meer gestructureerde monitoring van de resultaten per samenwerkingsverband,

bijvoorbeeld in compacte rapportages, kunnen bijdragen aan het strategisch (bij) sturen. Deze versterkte informatievoorziening ondersteunt de raad bij het maken van

weloverwogen keuzes.

3. Onderzoek mogelijkheden voor meer transparantie in de voorbereiding van RNOBbesluitvorming

o De raad wordt geÏnformeerd over het werk van de Regio Noord-Oost Brabant via de lokale regiotafel. Aan deze lokale regiotafel kunnen zij portefeuillehouders input meegeven in aanloop naar vergaderingen van de Regio Noord-Oost Brabant en de deelnemende gemeenten. Stukken voor deze regiotafel zijn vertrouwelijk worden van tevoren alleen met de deelnemende raadsleden gedeeld. Dit bemoeilrjkt een inhoudeLjke voorbereiding

doordat raadsleden deze stukken niet samen met mederaadsleden en

r

burgercommissieleden kunnen voorbereiden. Daarom moet onderzocht worden of deze stukken (deels) openbaar of in een meer brede kring gedeeld kunnen worden zodat gemeenteraadsleden zich beter op deze lokale

regiotafel kunnen voorbereiden. ln combinatie met een meer gerichte monitoring van resultaten van Regio Noord-Oost Brabant leidt dit tot een informatievoorziening die de raad beter in staat stelt om pro-actief haar kaderstellende en controlerende rol uit te oefenen.

t4

Reactie van college van B&W

Bezoekadre3 Stadhuisplêin 1 5¿16lKN Veghet

Posladres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T:

rN E IE R IJSTR D

140413

E:

¡nto@me¡eriistad.nl

W: IBAN:

www.me¡erijstad.nt NL09 BNGH 0285 1701 04

Aan de voorzitter van de Rekenkamer Gemeente Meierijstad

Uw kenmerk Ons kenmerk

Uw brief

van

14 juti 2025

2889858

Datum

19 augustus 2025

Behandeld door Ad van Genven

Verzenddatum

19 augustus 2025

Bijlage(n)

Onderwerp Bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek Regionale samenwerkingsverbanden

Geachte voorzitter,

Herijking nota verbonden pañijen

op de eerste plaats hartelijk dank voor het toezenden van het concept-onderzoeksrapport

Regionale samenwerkingsverbanden. Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de conclusies en aanbevelingen' Het onderzoek geeft ons alle handvatten om de vgerende nota verbonden partijen te herijken. Dilzalz'n beslag krijgen in de nieuwe bestuursperiode.

ook zullen wij de aanbevelingen, in añrvachting van nieuw beleid, waar mogelijk, het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden.

nu al meenemen bij

Kanttekening ten aanzien van conclusie I Het gaat daarbij om de volgende passage:

15.

'Volgens de nota verbonden partijen wordt per bestuursperiode één verbonden partij geëvalueerd Dat is niet gebeurd, de laatste evaluatie vond plaats in 2017.' Dit teruvrjl eerder in het rapport het volgende staat:

'ook heeft er in 2019 een evaluatie plaatsgevonden van de samenwerking met de

werkvoorzieningsschappen. Deze evaluatie vloeide voort uit een door D6é geTnitieerde en door de gemeenteraad aangenomen motie in 2017, waarmee het college de opdracit kreeg om te onderzoeken of het opportuun was om deelname aan twee werkvoorzieningsschappen te continueren.'

ln de vorige bestuursperiode zijn derhalve niet 1 maar zelfs 2 verbonden partijen geëvalueerd. Wij hebben dat altijd gezien als een concrete invulling van de opdracht uit de notá verbonden partijen.

Tot slot willen we reageren op het onderdeel: beantwoording vraag (pagina 35). 'Van een helder beleids- en añruegingskader met afspraken õver oãsiu¡tiorming, evaluatie en herijking van samenwerkingsverbanden en de uitgangspunten die hierbij gehañieerd worden, is in de gemee.nte Meierijstad geen sprake. Hierdoor iS hei last¡g mogelijk om de inrichting en samenstelling van samenwerkingsverbanden op een heldeie mãn¡ér kritisch tegen hét licht te houden, waardoor dit nauwelijks gebeurt. Dat geldt ook voor de positie van Meierijstao ¡À alte samenwerkingsverbanden. De leidende rol die portefeuillehouders hierin vaak innêmen, is vaak niet terug te voeren op een visie op wat van samenwerkingsverbanden verwacht wordt en wat Meierijstad daaraan wil brjdragen. ln het bestuur en de organisatie wordt ven¡vacht dat de toekomstvisie van Meierijstad hiervoor aanknopingspunte-n gaat bieden., De recent vastgestelde Toekomstvisie van Meierijstad, specifiek 4.11onderdeel 'leiderschap in de regio en met medeoverheden', biedt naar onze mening voldoende aanknopingspunten om de positie van Meierijstad in alle samenwerkingsverbanden en de leidende rol die de portefeuillehouders hierin vaak innemen te onderbouwen. De nieuwe nota verbonden partijen zal derhalve meer worden 'opgehangen' aan de Toekomstvisie.

Heeft u vragen over deze brief? Stel ze gerust aan Ad van Gen¡ven op telefoonnummer +31 (413) 381 114. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad

De

De loco burgemeester, (

/, ì,

'¡

Þ

Drs. M.J.M.

Meertens

u

¡l

-. .'

I .'t

t :t t -r, 1,

J.H.M. Goijaarts

Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad De

secretaris,

Drs. M.J.M. Meertens Ons kenmerk 2889858

De loco burgemeester,

J.H.M. Goijaarts Pagina2van2 datum 18 augustus 2025

16.

c (

'{9

1. Aansturing van regionale samenwerkingen ln dit hoofdstuk gaan we in op de beleidskaders die de gemeente Meierijstad hanteert op het gebied van regionale samenwerking. Hierin hebben we bijzondere aandacht voor de bestuurlijke afwÀging om een samenwerkingsverband aan te gaan of te continueren. Daarnaast schetsen we in dit hoofdstuk een algemeen beeld van de governance van de bestaande regionale samenwerkingsverbanden en de wijze waarop de gemeenteraad hierbij betrokken is. ln dit hoofdstuk wordt de volgende deelvraag beantwoord:

r. welk afwegingskader ligt ten grondslag aan regionale samenwerking? Kernbevinding Het afwegingskader voor regionale samenwerking beperkt zich

tot de nota verbonden partijen, welke zich vooral richt op de vraag of de gemeente met andere paftners dient samen te werken. Verbonden partijen worden volgens deze nota vierjaarlijks herijkt via de methode van morele oordeelsvorming, maar het is niet duidelijk welke morele *..rá.n of criteria hierbij worden gehanteerd' Hoewel Meierijstad veel belang hecht aan regionale samenwerking

een uitgewerkt beleids- en afwegingskader met afspraken over

ontbreekt het aan besluitvorming'ou", en evaluatie en

herijking van samenwerkingsverbanden en de uitgangspunten die hierbij gehanteerd worden. uit documentatie en gesprekken komt duidelijk naar voren dat Meierijstad waarde hecht aan een leidende rol in samenwerkingsverbanden. Het is niet vastgelegd welkå strategische keuzes daaraan ten grondslag liggen. Formele herijking van de lvorm vanf samenwerking .n ã" rol van Meierijstad heeft in de afgelopen bestuursperiode niet plaatsgevonden volgens de in de nota verbonden partijen voorgeschreven werkwijze,

Regionale samenwerking zit in het DNA van Meierijstad Meierijstad bestaat als gemeente sinds zo:-7.lJitdocumenten en gesprekken blijkt dat vanaf het begin regionale samenwerking een belangrijke rol speelt voor bestuurdãrs, ambtenaren en raadsleden binnen de gemeente' Zo staat in het herindelingsadvies van Meierijstad uit zo.r5: "op dit moment vervullen wij als afzonderliike gemeenten een mind.er sterke regionatefunitie dan wij ambiëren. Het streven is dan ook dat de nieuwe gemeente een meer betekenisvolle rol kan en zal hebben bij het realiseren van belangrijke

provinciale ambities (Agenda van Brabant) en in het b'rizonder bij de uitvoering van de regionale opgaven onder de noemer vo.n AgriFood Capital.',t

ook

gesprekken

uit blijkt dat in de periode van het ontstaan van de gemeente Meierijstad er bestuurlijk de nadruk op is gelegd om als nieuwe gemeente niet naar binnen gekeerd te zijn, maar actief een rol in te nemen in regionale samenwerking. Het doel hierbij is niet alleen om de belangen van de gemeente regionaal te benadrukken, maar ook om als grotere gemeente met meer ambtelijke capaciteit op te komen voor collectieve regionale belangen.

4 Gemeenten

sch¡indel, s¡nt oedenrode en veghel (2ot5,.26 maart). Herindelingsadv¡es

Me¡erijstad. Te raadplegen via:

rB.

Coalitieakkoord

Het belang van regionale samenwerking komt ook naar voren in het huidige coalitieakkoord. Hierin worden met name het belang van uitvoeringskracht en lobbykracht van regionale samenwerking benadrukt: "Meieriistad is een krachtige samenwerkingspartner. Met allianties in bovenlokale

netwerken

die voordelen bieden qua kennis, uitvoeringskracht of (beteids)bei'nvloeding. voorbeelden zijn het netwerk Middelgrote Gemeenten (M5o), de regionale samenwerking Regio Noordoãst Brabant/ Agriþod Capital (RNoB/AFC), de taskforce economisch herstel van de Vereniging van Nederlandse Gemeeiten (VNG) en de samenwerking met andere regio,s zoals Food.nl.,,

Verder is in het coalitieakkoord de expliciete wens opgenomen om de relatie met Brainport Eindhoven te intensiveren: "We ziin een dominante speler in het hart van de regio Noordoost Brabant/Agrrfood Capitalen we intensiveren de relatie met Brainport Eindhoven "De ontwikkelingen in de Brainportregio overschrijden regiogrenzen. Economische ontwikkelingen in Metropoolregio Eindhoven (MRE) en Brainport (vooral de banengroei bij ASML) hebben nu al duidelijke gevolgen voor de woningmarkt in Meierijstad, zo blijkt uit gevoerde gesprekken. Mede na vragen vanuit de gemeenteraad wordt momenteel verkend of en hoe Meierijstad kan samenwerken met MRE op het gebied van wonen, werken en mobiliteit.s Uit gesprekken blijkt dat de gemeente niet de aandacht-volledig wil verleggen van regio Noordoost Brabant naar regio Zuidoost Brabant, maar eerder een scharnierpunt wil zijn tussen beide regio's. Dit geeft Meierijstad besluitvormingskracht wat betreft het gezamenlijk keuzes maken bij de aanpak van regionale vraagstukken, op bijvoorbeeld het gebied van mobiliteit. Daarnaast biedt regionale samenwerking Meierijstad lobbykracht om de belangen van de regio te bepleiten bij de provincie, de landelijke overheid en de EU. Toekomstvisie

op 3 juli zoz5 is in Meierijstad een toekomstvis¡e vastgesteld. Hierin staat het volgende over regionale samenwerking: "/n zo4o is de regionale positie van Meierijstad ijzersterk geworden.-De verbinding met de regio's Noordoost Brabant en Metropool regio Eindhoven (MRE) is vanzelfsprekend. op veelvlakken in de agrifood en maakindustrie lopen we voorop.6 Beoogde concrete resultaten hiervan zijn een verbeterde regionale bereikbaarheid (capaciteitsuitbreiding Nz79 en aanpassing A5o) en de ontwikkeling van Veghel tot regionale woonstad met brjbehorende investeringen in openbaar vervoer en a uto infrastructuu r. ln gesprekken wordt genoemd dat de toekomstvisie mogelijk aanknopingspunten zal bieden voor de manier waarop rol van Meierijstad in regionale samenwerkingsverbanden zijn rol kan invullen. Tijdens de raadsbehandeling van de toekomstvisie is een amendement aangenomen waarmee

de

gemeenteraad de nadruk legt op het lokale karakter van Meierijstad.z De conceptvisie kende een hoofdstuk getiteld: "Sterk in de regio met een krachtig lokaal karakter". per amendement is dit gewijzigd in 'Een sterk lokaal karakter en een goede buur'. De oude titel kan volgens het amendement ten onrechte suggereren dat een sterke positie in de regio belangrijker is dan hetstreven naareen krachtig lokaal karakter.

s Gemeente Meierijstad. (zoz5, zj januari).

6

Raadsinformatiebrief Update samenwerking MRE. Te raadplegen via:

Gemeente Meierijstad. (zoz5, j juli). Toekomstvisie Meierijstad

t Gemeente Meierijstad. (zoz5, j juli). Amendement ,Sterk in Meierijstad,

19.

Beleidskader zoals vastgelegd in de nota verbonden paftijen speelt in praktijk een beperkte rol ln zorS is een nota verbonden partijen door de raad vastgesteld.s Deze nota bevat een afwegingskader voor het aangaan van regionale samenwerkingen: Afb e e Id i n g : Afweg i n g s kade r v e rb o n de n partij e n

ls sprake van eÊn publiek belang?

Nee

Aan de markt ovcrleìon

____|i

Ja

+

ls volledtge gerneentelijke betrokkenheid noodzakelijk bij de b,ehartiging !ån hel publiekê belang?

{

Uitvoering door de gerneente zetf.

------*

Nee

Kan de gemeenle het pubfieke Þelang ale opdrachl., eubsidie- of rcgclgevcn

loldoende behårt¡gên? +

Ja

.!â

-_|'

Uitbcstcden of mct loozicht door dc markl laten uitsoeren

Noe

Het publieke belang behartgen 'rEâ de deelnanre in verhonden partij.

Bron: Nota verbonden partijen gemeente Meierijstad zoe8

Het afwegingskader bevat geen inhoudelijke criteria op basis waarvan kan worden besloten of er sprake is van een publiek belang. Er staat alleen: "Belangen zijn maatschappelijke belangen als de behartiging daarvan voor de samenleving als geheel gewenst ¡í.,o

Verder bevat de nota een bepaling waarin staat dat de gemeente een toezichtsarrangement heeft op basis waarvan het toezicht op verbonden partijen wordt vormgegeven. wanneer er meer risico,s verbonden zijn aan een regionale samenwerking vindt er intensiever toezicht plaats. De rapportage over de belangrijkste risico's vindt in ieder geval twee keer perjaar bij de programmabegroting en de jaarrekening plaatsvindt' ln het overzicht verbonden partrjen in de begroting is voor alle verbonden partijen een overzicht met de belangrijkste risico,s te vinden.,o

8 Gemeente

Meierijstad. (zotï, tB januari). Nota verbonden partüen.

e Gemeente Me¡erüstad

(2ot9, ú januari). Nota verbonden partijen (p. g). httpsf/meieriistad'bestuurlíikeinformatie.nl/Agenda/Document/7zdcz8a5-bedc-4ecz-9884-fd5bddetzú7?docurns¡¡lQ=j676fcn-

5dbb-4coa-ajc6-obryezz5g9za&agendattemtd=ea*f6nc-aan_4fua-Biot_t55ZibSrdfeoa 1o

Gemeente Meieriistad. (zoz4). overzicht verbonden partüen Begrot¡ng

z o z <. n I lp to z o o tove rz i c h t - ve rb on de n -p a rtü e n

--

zoz5. Te raadplegen vía: https://meierijstad.begroting:

20.

De nota verbonden partUen bevat een aparte paragraaf over de grip die gemeenteraden hebben op verbonden partijen. omdat deze eerst als onvoldoende werd .ru.r.n doãt ¿e nota praktische voorstellen om deze grip te vergroten. Een voorbeeld hiervan is dat aan belangrijke samenwerkingsverbanden wordt gevraagd om eens per vier jaar met een meerjarig beleidsplan te komen.

Naast het afwegingskader staat in de nota beschreven dat verbonden partijen binnen de gemeente vierjaarlrjks worden herrjkt. Dit gebeurt aan het eind van iedere collegeperiode via de methode van morele oordeelsvorming. Volgens deze methode wordt nagegaan of voldoende rekening is gehouden met de rechten, belangen en wensen van alle betrokkenen. Een concrete uitwerking u.n d.ru methode ontbreekt. Het is daarom niet duidelijk hoe het bestuur bepaalt wie betrokken z¡n en hoe het zich informeert over rechten, belangen en wensen. Uit gesprekken blrjkt dat deze freillting aan het eind van de collegeperiode zorS - zozz niet heeft plaatsgevonden.

Governancestructuur Na de gemeenteraadsverkiezingen wijst het nieuwe college leden aan

die in besturen van

gemeenschappelrjke regelingen zullen gaan plaatsnemen. De verdeling van wethouders over de verschillende gemeenschappelijke regelingen is gebaseerd op de portefeuilleverdeling. Voor iedere gemeenschappelijke regeling is er een eerst verantwoordelijke portefeuillehouder (dià vaak ook lid is van het algemeen of het dagelijks bestuur) en een plaatsvervangend portefeuillehouder. Bij één van de gemeenschappelijke regelingen, het Werkvoorzieningschap De Dommel, wordt er naast een wethouder ook een raadslid in het Algemeen bestuur benoemd.'. Uit gesprekken blijkt dat Meierijstad een voorkeur heeft voor lichte minder geformaliseerde - vormen van regionale samenwerking. Dit om de 'bestuurlijke overhead'beperkt te houden. om die reden wordt het logisch gevonden dat een inhoudelijk belangrijk samenwerkingsverband als de Regio Noordoost Brabant berust op een convenant tussen de aangesloten overheden. De uitgebreide aandacht voor regionale samenwerking betekent dat er

altijd veel energie is gestoken in het onderhouden van regionale ambtelijke en bestuurlijke netwerken. ln gesprekken

is regelmatig genoemd dat ambtenaren en bestuurders uit Meierrjstad goed vertegenwoordigd zijn in regionale gremia en besturen van samenwerkingsverbanden en zelden verstek laten gaan b¡ andere regiobljeenkomsten. Daarnaast neemt de gemeente Meierijstad het voortouw in het aansturen van regionale samenwerkingen via het adoptieproces gemeenschappelijke regelingen. Ado pti e p roces g e mee nschap p e lijke reg eli n ge n

Meierijstad is binnen Brabant-Noordoost een coördinerende gemeente voor het afstemmingsproces tussen gemeenten en Gemeenschappelijke regelingen. Jaarlijks stuurt de gemeente een procesbrief met daarin onder andere de planning voor de kadernota, de begroting en de jaarstukken.,.

Meierrjstad verzorgt samen met andere gemeenten de ambtelijke voorbereiding op de regionale besluitvorming. ledere gemeente neemt de ambtelijke voorbereiding voor enkele gemeenschãppelrjke regelingen op zich door concepten van raadsvoorstellen te delen en profiteert op zijn beurt van andere g-emeenten die dit voor andere gemeenschappelrjke regelingen doen met als doel de ambtelijke capaciteit efficiënt in te zetten. 11

Gemeente Meieriistad. (zozz, 4 iuni). Benoeming leden college in besturen van gemeenschappelijke

regelingen.

" Gemeente Meieriistad. (zoz4, 5 juni). Brief Afstemmingsproces tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen (G R-en) i n B rabant- N oord.

27-.

Naast de ambtenaren die zich binnen de gemeente Meierijstad bezighouden met de besluitvorming rond gemeenschappelijke regelingen is er regionaal op ambtelqk niveau een 'coördinatieteam adoptieproces GR-en'. overleggen hierin vinden plaats op initiatief van de gemeente Meierijstad. ln dit coördinatieteam participeren 6 gemeenschappelijke regelingen (Kleinschalig collectief vervoer, de GGD, de Omgevingsdienst Brabant-Noord, BSOB, BHIC en de Veiligheidrr"gio¡, de provincie NoordBrabant en enkele andere gemeenten. ln het coördinatieteam vindt afstemÃing plaats over onderwerpen die alle Gemeenschappelijke regelingen in de regio raken. Naast de meer procedurele taken zoals het verzorgen van een planning houdt het adoptieproces ook in dat Meierijstad namens de deelnemende gemeente over bredere thema's communiceert met de gemeenschappelijke regelingen. Bijvoorbeeld over de financiële stand van zaken. Zo stuurde Meierijstad in zoz4 een brief aan alle gemeenschappelijke regelingen met daarin de vraag om vanwege de financiële positie van gemeenten met een kritische blik naar hun begroting voor ror5lu kijken en terughoudend te zijn met nieuwe beleidsvoornemens.

Hierbij werd ook aangãg"u"n ¿aiae gemeente Meierrjstad ervan uitgaat dat de dekking van nieuw beleid van de gemeenschaþpelijke regelingen in de eigen begroting van de regelingen gevonden moet worden.'3 Deze brief is ook gestuurd Jan een gemeenschappelrlke regeling waar Meierijstad geen onderdeel van uitmaakq nãmelrjk de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). Het adoptieproces is een vorm van samenwerking waarbrj verschillende gemeenten

profiteren van dus taken met omliggende gemeenten. Het regievoeren van het adoptieproces is een taak die Måierijstad namens andere gemeenten op zich neemt. Het is niet vastgelegd of en hoe Meierrjstad wordt jecompenseerd voor de ambtelrjke inzet die hiermee gemoeid is. elkaars ambtel¡ke voorbereiding in de verschillende GR'en. Hierbij verdeelt Meierijstad

13 Gemeente

Meíerijstad. (zoz4, 5 juni). Brief Afstemmingsproces tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen (GR-en) Brabant-Noord.

22

2. Overzicht reg iona le sa menwerki ngen Waar we in hoofdstuk r een overzicht gaven van het beleid, gaan we in

dit hoofdstuk dieper in op de afzonderlijke regionale samenwerkingen. Centraalstaan de onderstaande deelvragen:

6' Waarom is gekozen voor deze vormen van so.menwerking en zijn de argumenten voor die keuze nog actueel?

7' Hebben college van B&w en gemeenteraad zicht op de resuLtaten van samenwerkingsverbanden? B' Wat ziin de resultaten die tot op heden behaald zijn met de samenwerkingsverbandãn? 9' Leidt de samenwerking tot samenwerkingskracht: worden met de gerealiseerde resultaten d.e beoogde doe le n g e reali seerd?

om de verschillende vormen van samenleving te kunnen beschrijven, analyseren kunnen vergelijken, is gekozen om de afzonderlijke samenwerkiÁgsverbanden

en waar nodig te

schematisch weer te geven, Het overzicht hiervan is terug te vinden in bijlage z. ln dit hoofdstuk bespreken we achtereenvolgens onze observaties wat betreft samenlryerking in de vorm van gemeenschappelijke regelingen (z'r), samenwerking via vennootschappen en coöferaties (z.z) en samenwerking via stichtingen en verenigingen (2.3). Centrumregelingen laten we in verband met de reikwijdte van het onderzoek buiten beschouwing. ln hoofdstuk gaan we vervolgens voor 3 enkele ..rrrrun dieper in op de afwegingen en resultaten van regionale samenwerking"n. overlap tussen hoofdstuk z en hoofdstuk 3 te voorkomen worden de gekozen casussen in dit hoofdstuk niet verder toegelicht.

o.

Kernbevinding De Gemeente Meierijstad is aangesloten bij eo gemeenschappelijke

regelingen, 3 vennootschappen

en coöperaties, z stichtingen en verenigingen en één overige uer6onden

p.rt¡. uit

documentanalyse en gesprekken met betrokken bestuurdãrs en ambtenaren blijkt dat het college en de gemeenteraad een beperkt en weinig gedetailleerd (over)zicht hebben van de resultaten van de samenwerkingsverbanden. Toch zijn er in college en raad weinig twijfels aan de meerwaarde. Het algehele sentiment is dat de samenwerking gericht is op verscñillende vormen van samenwerkingskracht, in het bijzonder lobbykracht en uitvoeringskracht. De gemeente vervult een belangrijke rol in verschillende samenwerkingsverbanden, wat b-ijdraagt aan een strategische positie in de regio - nu en in de nabije toekomst,

r.r Gemeenschappelijke regelingen ln de wet gemeenschappelijke regelingen (wGR) is geregeld hoe gemeenschappelijke regelingen moeten worden ingelicht. Er zijn verschillende varianten: tussen bãstuursorganen van gemeenten/ provincies, waterschappen, rechtspersonen en/of andere openbare l¡chamen. ln deze p"aragraaf worden de gemeenschappelrjke regelingen waar de gemeente Meierijstad bij aangesloten is per stuk kort beschreven.

ln drie gevallen (GGD, de omgevingsdienst en Veiligheidsregio) is deelname aan een gemeenschappelrjke regeling wettelijk verplicht. ln één geval, het Brabants Historisch lnformatie

23

Centrum, is vastgelegd op basis van welke afweging de gemeente de taken laat uitvoeren

binnen een

gemeenschappel ijke regelingen ln 6 gevallen (Regionaal Bureau Leerplicht, Kleinschalig Collectief Vervoer, De regionale

ambulancevoorziening, en de beide werkvoorzieningsschappen is niet bekend waarom de uitvoering van deze taken specifiek in de vorm van een GR is vormgegeven. ln een aantal gevallen (b¡voorbeelã de werkvoorzieningschappen, worden wel afwegingen gemaakt welke taken ei precies

b¡

aan de GR zijn opgedragen en welke de gemeente in eigen beheer uitvoert. Voor van de ro gr'en zijn de inhoudelijke 5 resultaten in algemene zin bekend (via jaarverslagen). ln gevallen zijn naast de algemene resultaten 4 ook de resultaten voor Meierijstad bekend.

1.2 Vennootschappen en coöperat¡es Bij stichtingen en verenigingen is van l van de 3 gevallen bekend welke afwegingen zijn meengenomen in de keuze voor de huidige bestuursvorm. Bij Monumentenbeheer is weliswaar niet

bekend waarom ooit voor een NV is gekozen, maar momenteel wordt wel een evaluatie uitgevoerd naar de achterliggende overwegingen. Bij de Bank Nederlandse Gemeenten en Brabant Water zijn de afwegingen voor de bestuursvorm niet bekend. De inhoudelijke resultaten zijn in twee gávallen in algemene zin bekend via het jaarverslag (Brabant Water en Monumenten Beheer Brabant). Voor de Bank Nederlandse Gemeenten zijn financiële resultaten (voor een bank valt dit grotendeels samen met inhoudelijke resultaten) voor Meierijstad specifiek bekend.

e.3 Stichtingen en veren¡g¡ngen De gemeente is aangesloten bij een stichting: het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost. Deze is in de paragraaf verbonden partijen opgenomen onder het kopje stichtingen en verenigingen,

maar

feitelijk gaat het om een samenwerking op basis van een convenant. Van het Zorg enVeigheidshuis

zijn resultaten beschikbaar waarin specifiek is gemaakt welkte taken ten behoeve van Meierijstad zijn uitgevoerd. ook is bij de samenwerking de afweging om te kiezen voor een samenwerkingsconvenant geëxpliciteerd.

24.

3. Casusonderzoek Na een overzicht van de verschillende samenwerkingsverbanden gaan we in dit hoofdstuk dieper in op de aansturing van een paar specifieke regionale samenwerkingen. Hierb¡ bevragen we expliciet niet alleen de bedoeling maar ook de meerwaarde vandeze samenwerkingsverbanden. We behandelen de volgende drie casussen:

-

Regio Noord oost Brabant (RNoB), waarbij we ook ingaan op de aansturing van AgriFood Capital

Werkvoorzieningschap NoordoostBrabant Werkvoorzieningschap De Dommel, die ook Werk.Samen.Doen (WSD) wordt

genoemd

Bij het selecteren van de casussen voor verdiepend onderzoek heeft de Rekenkamer rekening gehouden met de volgende aspecten: Verschillende vormen van samenwerking.

-

De casussen zijn verschillend georganiseerd: Regio Noord-Oost

Brabant is een samenwerking op basis van een convenant, Agri Food Capital is een stichting, Werkvoorzieningschap

-

Noordoost Brabant en Werkvoorzieningschap De Dommel zijn werkvoorzieningschappen (waarbij werkvoorzieningschap Noordoost Brabant ook een aandeelhouderstructuur heeft). Verschil in impact en belang van de samenwerking.

-

Regio Noord-oost Brabant wordt gezien als de meest impactvolle samenwerking voor de gemeente en heeft vooral betrekking op lobby- en besluitvormingskracht. De werkvoorzieningschappen hebben daarentegen in financieel opzicht een kleine impact op de gemeentelijke begroting: bij deze samenwerkingsverbanden gaat het vooral om u itvoeringskracht. De mogelrjkheid een bestuurrijke afweging in beerd te brengen. Vanwege de vraag naar de bestuurlijke afweging zrjn de wetteljk verplichte samenwerkingen (zoals de GGD en de Veiligheidsregio) bij de casusselectie buiten beschouwing gelaten. ln zorg is na een evaluatie een bestuurlijke keuze gemaakt om de samenwerking (in plaats van één) werkvoorzieningschappen te continueren. Voor Regio Noord-oost Brabant bestaat geen dergelijke evaluatie, maar momenteel doet de gemeente wel onderzoek naar de

r.it*u.

samenwerking met Metropoolregio Eindhoven. Het invullen van deze samenwerking heeft mogelijk ook zijn weerslag op de samenwerking in RNoB-verband. Voor elk van de casussen worden de vorgende vragen beantwoord:

Waarom is gekozen voor deze vormen va.n samenwerking en zijn de argumenten

voor die

keuze nog actueel? Hebben college van B&w en gemeenteraad zicht op d.e resultaten van sa m e nw e rki n g sve rb a n de n ?

Wat ziin de resultaten die tot op heden behaald zijn met de samenwerkingsverbanden? Leidt de samenwerking tot samenwerkingskracht: worden met de gerealiseerde resultaten de beoogde doelen gerealiseerd?

Kernbevinding:

25

Voor beide casussen is gedeeltelijk sprake van een bestuurlijke afweging ten aanzien van de vorm van de samenwerking' Hierbij gaat het vooral in de vraag o[ welke manier de governance van de

samenwerkingsverbanden wordt vormgegeven. De mate waarin de gemeente zicht heeft op resultaten van de samenwerkingsverbanden verschilt per casus' Voor de werkvoorzieningschappen heeft de gemeenteraad redelijk goed zicht op de resultaten voor Meierijstad. Bij Regio Noord-oost Brabãnt en Agri rood caplta-l is dit in veel mindere mate het geval.

Casus werkvoorzieningschappen ln de onderstaande twee tabellen wordt algemene informatie over de samenwerkingsverbanden weergegeven:

Werkvoorzien ingscha p Noordoost-Brabant Oprichtingsdatum

4970

Betrokken overheden

Boekel, Bernheze, Land van Cuijk, Maas horst, Meierijstad (alleen voor grondgebied voormali ge gemeente Veghel) en Oss

Doelstelling/wettelijke grondslag

ln artikel 4.1van de gemeenschappelijke regeling'4

volgende doelstelling: "het continueren ven een

staat de

gemeenschappeltjke voorziening ter integrale uitvoering

van d.e

Wet sociaLe werkvoorziening en de daaruit voortvloeiende

en

daarmee verband houdende voorschriften en regelingen, alsmede andere vormen van gesubsidieerde arbeid. Met name wordt bevorderd dat inwoners uit de regio Noordoost-Brabant met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt, hulp wordt geboden b| het verkrijgen van betaald werk. (...)" (Wette ij ke) ta ken/activiteite n I

Uitvoering Wet Sociale Werkvoorziening en uitvoering

participatiewet Financiële inbreng Meierijstad

€to.7g2in zoz3 €aa.277 in zoz4 (begroot, realisatie onbekend)

en.748 in zoz5 (begroot) Bestuursvorm

Openbaar lichaam wgr

Afweging voor bestuursvorm

"overwegende, dat zij van oordeel zijn, dat het voor een optimale behartiging van de in deze regeling nader aan te geven belangen van die gemeenten en van de belangen van die gemeenten gezamenlijk, wenselijk is, dat door de besturen van d.ie gemeenten

tot samenwerking wordt overgegaan; dat zij hetvoornemen hebben daartoe een openbaar lichaam in te stellen; dat zij bereid zijn aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen op te d.ragen, en bevoegdheden over te dragen en middelen ter beschikking te stellen om die belangenbehartiging gestalte te kunnen geven; dat het bestuur van het openbaar Iichaam zodanig dient te worden ingericht, dat de 'a werkvoorzieninschap Noordoost'Brabant (zozQ. Gemeenschappelijke regeling werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant). Te raadplegen v¡a'

26.

gemeentebesturen zoveel mogelijk bij die belangenbehartiging betrokken blijven; gelet op de Wet gemeenschappelijke Governance structuur

Voor de plaatsing van Wsw-werknemers beschikt het werkvoorzieningschap over een eigen uitvoeringsorganisatie, de lBN. De deelnemende gemeenten ztjn dus indirect eigenaar/aandeelhouder van lBN. Het aandeelhouderschap wordt uitgeoefend door het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap. Sinds zorg is er een nieuwe governance structuur operationeel. Het Werkvoorzien ingschap is opdrachtgever voor IBN als uitvoeringsorganisatie van de Wet sociale werkvoorziening (wsw). Het AB bestaat uit leden van alle deelnemende gemeenten. Het DB bestaat uit drie leden van het AB en andere leden. De voorzitter van het AB is ook voorzitter van het DB.

Opmerkingen

Het Werkvoorzieningschap is opdrachtgever voor IBN als uitvoeringsorganisatie van de Wet sociale werkvoorzien ing (Wsw). Het Werkvoorzieningschap is namens 6 gemeenten enig aandeelhouder en eigenaar van lBN.

Naam werkontwikkelbed rijf werk. samen. Doen (werkvoorzien ingschap De

Opricht ingsdatum r8 november r9B7 Betrokken overheden

Dommel)

Onderstaande kaart toont het werkgebie d van het werkvoorzieningschap: de gemeente Vught, oisterwijk, sint-Michie lsgestel, Meierrjstad, Son en Breugel,

27

Nuenen, Best en Oirschot zijn deelnemers

Ons

werkgebied

Doelstelling/wettelijke grondslag

(WettelUke) ta ken/activite iten

Financiële inbreng Meierijstad

ln artikel 3.1- 3.2 "Het schap heeft tot doel de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening. Ter realisering van deze doelstelling draagt het schap er onder meer zorg voor dat zij aan zoveel mogelijk ingezetenenr die blijkens ee n i ndicatiebesc h i kki n g of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren, een dienstbetrekking aanbiedt voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. Het schap heeft mede ten doel andere vormen van gesubsidieerde arbeid uit te voeren dan wel te doen uitvoeren (...) Het aanbieden van een dienstbetrekking aan zoveel mogelijk ingezetenen met een indicatiebeschikk ing of herindicatiebeschikking €S4.a7S in zoz3 €53.1o9 in zoz4 (begroot)

e54.615 in zoz5 (begroot)

Bestuursvorm

Openbaar Lichaam

Governancestructuur Vertegenwoord igd in Algemeen Bestuur door wethouder M.H.B. Roozendaal

en

raadslid De heer P.w.c. Kuijs (vervanger raadslid De heer s.J.H.G. van Kessel ). Daarnaast is wethouder M.H.B. Roozendaal lid van het Dagelijks Bestuur. ledere gemeente heeft zowel een raadslid als een wethouder in het algemeen bestuur (conform artikel 5 van de regeling). Het schap heeft mede ten doel andere vormen van gesubsidieerde arbeid uit te

voeren dan welte doen uitvoeren. Het AB van werkvoorzieningschap De Dommel kan hieftoe een of meerdere privaatrechtelijke rechtspersonen oprichten. Het AB is bevoegd om onder nader door hem te stellen voorwaa rden met niet aan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=806fa44a-8312-4f44-9a94-22eb857c6840