CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - bp, toelichting en regels Schrijvershoef 7

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Landelijk gebied, herziening Schrijvershoef 7' Schijndel31.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De oppervlakte van het bouwvlak zal daarbij niet worden vergroot, maar verkleind. Een en ander is op de bij dit plan behorende verbeelding weergegeven. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro).

62

Bijlagen bij de toelichting

63

Bijlage 1

Landschappelijk inrichtingsplan

64

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN B. Pijnappels Schrijvershoef 7 5481 VH SCHIJNDEL

Eric Pijnappels Projectleider 06 53 16 91 64

Datum 30-11-2023

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

B. Pijnappels, Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

1. Inleiding Voor u ligt het landschappelijk inpassingsplan voor de gewenste ontwikkeling van een technisch agrarisch verwante locatie tot woonbestemming met kleinschalige nevenactiviteit, waar voorheen een loonbedrijf gevestigd was. Dit is hoofdzakelijk het handhaven van bestaande bebouwing, gedeeltelijke sloop van een schuur en een tijdelijke plaatsing van een mantelzorgwoning. De locatie is gelegen in het landelijk gebied van gemeente Meierijstad. De omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit agrarische gronden. De verkavelingsstructuur betreft een gemengde verkaveling met een relatief grootschalige opzet. De onderlinge kavels worden gescheiden door kavelsloten en/of lijnen in het landschap. In de nabije omgeving van de locatie zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen. Verder zijn er in de omgeving enkele agrarische bedrijven en een horecabedrijf aanwezig. Op de locatie is momenteel een agrarisch verwant bedrijf, zijnde een loonwerkbedrijf gevestigd. Ten behoeve van de huidige bedrijvigheid is een bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw van ongeveer 265 m² aanwezig. Ter plaatse is een bestemmingsvlak/bouwvlak toegekend van ongeveer 0,27 hectare groot. In de volgende figuur is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie. Het huidige bestemmingsvlak/bouwvlak is daarin oranje omlijnd weergegeven.

Het plangebied (circa 4.439 m2) is gelegen aan de Schrijvershoef 7 te Schijndel.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 2

De ruimtelijke kwaliteit van het landschap en met name het buitengebied is één van de provinciale belangen. De uitwerking hiervan heeft de provincie vastgelegd in artikel 3.9 van de interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Onder kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verstaan dat ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied een bijdrage dienen te leveren aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. De beoordeling of aan de kwaliteitsverbetering wordt voldaan, wordt per individuele case bepaald. In onderhavige rapportage is een invulling gegeven aan de landschappelijke inpassing voor het realiseren van bovenstaande plan De doelstelling van het inpassingsplan is het verhogen van de natuur en de landschapswaarde en het vergroten van de cultuurbeleving. De investering die wordt gedaan dient in verhouding te staan met de omvang van de ontwikkeling. Deze rapportage geeft inzicht in de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling geprojecteerd wordt. De landschappelijke inpassing van de wordt hier omschreven en er wordt aangegeven op welke wijze deze vormgegeven is.

Onder landschappelijke inpassing verstaan wij het “inkleden” dan wel aankleden of omzomen van de locatie met groen, opdat ondanks de voorgenomen ruimtelijke ingreep en of activiteit, het gehele erf als harmonieuze ruimtelijke eenheid herkenbaar blijft en op een logische en passende wijze opgaat in haar omgeving. De (voormalige) gemeente Schijndel heeft in 2005 het landschapsontwikkelingsplan (LOP) vastgesteld. Het landschapsontwikkelingsplan heeft een sturende rol in het bestemmen, aanleggen, inrichten en beheren van gebieden. Het behouden, versterken en ontwikkelen van bestaande kwaliteiten en met name kleinschalige landschapselementen alsmede de relatie hiervan met ruimtelijke ordening (onder andere beeldkwaliteit en landinrichting) zijn belangrijke doelen van het LOP. De landschappelijke inpassing van gebouwen is een concretisering van het landschapsontwikkelingsplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is de initiatiefnemer verplicht om zorg te dragen voor een goede landschappelijke inpassing. Ter facilitering van initiatiefnemer heeft de (voormalige) gemeente Schijndel de ‘Handleiding landschappelijke inpassing’ opgesteld. Uit een landschappelijk inpassingsplan dient te blijken dat de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling de natuur- en landschappelijke waarden ter plaatse niet schaden.

Een landschappelijk inpassingsplan voorziet in een ontwikkeling in natura, waarmee aan de voorwaarden wordt voldaan die de provincie en gemeente stellen aan ontwikkelingen in het buitengebied. Met het landschappelijk inpassingsplan wordt aangesloten op de bestaande situatie en de potentiële waarden en kwaliteiten in en rond het plangebied.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 3

1950

2. Plangebied en omgeving In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het plangebied in haar omgeving. Hierbij wordt aandacht besteedt aan de ontstaansgeschiedenis, het vigerend beleid en de huidige situatie van het plangebied.

2.1 Historische kaarten

1900

Op de kaart van 1950 zijn nauwelijks wijzigingen zichtbaar t.o.v. 1900. Enkel de Boxtelseweg is meer aanwezig en krijgt een prominentere rol. 1960

Er is in 1900 nog geen sprake van bebouwing aan de Schrijvershoef 7. Op de historische kaart van 1900 is zichtbaar dat de omgeving van het gebied kleinschalig is opgebouwd en veelal omsloten door groenstructuren. De kavels een ontginningspatroon van strokenverkaveling.

Rond 1960 veranderd de struktuur van landschap door de verkaveling. De strokenverkaveling verdwijnt, en ook verdwijnen groenstructuren zodat de percelen optimaal gebruikt kunnen worden door de zicht ontwikkelende agrarische sector.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 4

1990

Heden

Voor het eerst is de bebouwing van de locatie (aanwezig sinds 1968) zichtbaar. De opzet van de kavels worden steeds groter. Ook neemt de bebouwing in het gebied toe. De omgeving is overwegend agrarische van aard.

In de loop der tijd is het landschap steeds opener geworden. Er heeft ondertussen een ruilverkaveling plaats gevonden, waardoor de meeste percelen een grove onregelmatige structuur hebben gekregen. Door de oude wegen en de laanstructuren van beplanting is er nog wel enige kleinschaligheid aanwezig. De kavel heeft dan zijn huidige vorm gekregen in het landschap.

‘VAN KLEINSCHALIGE VERKAVELING MET GROENSTRUCTUREN NAAR OVERWEGEND AGRARISCH KARAKTER MET LANDSCHAPPELIJKE LIJNELEMENTEN’

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 2

2.2 Omgeving Het plangebied ligt op ca. 2 km van de kern Schijndel en vlakbij de Boxtelseweg. Dit is de doorgaande weg van Schijndel richting de gemeente Boxtel. De Schrijvershoef hheft ook een doorgaand funcite voor verkeer vanaf Schijndel-Boschweg richting Boxtel. De omliggende gebieden hebben voornamelijk een agrarische functie, verspreid ook een aantal burger woningen. Het landschap heeft een kleinschalig karakter met veel groenstructuren in de vorm van houtsingels en laanbeplanting. Het betreft een van oorsprong middeleeuws landschap dat omstreeks 1750 opnieuw is aangeplant. De oorspronkelijke begroeiing aan de perceelsranden is verdwenen, waardoor het gebied een tamelijk open karakter heeft met relatief flinke zichtlijnen voor de regio. Verder richting de bebouwde kom zijn er diverse nieuwe burgerwoningen gesitueerd en zijn ook enkele bedrijfsbestemmingen aanwezig.

A. Aanzicht gebouwen op planlocatie Huidige gebouwen met beplanting aan straatzijde tussen populieren en beuken hagen en struiken

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 2

B. Landschapselementen Omgeving Struweelhaag aan de Boxtelseweg Knotwilgen op slootrand aan de Boxtelseweg Jonge aanplant Wiligen en Beukenhaag op nieuwe Ruimte voor Ruimte kavel aan de Keur.

C. Landschapselementen Omgeving Diverse Beuken bomen, struiken en hagen aan de Schrijvershoef Knotwilgen aan de Schrijvershoef op slootrand

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 3

D. Landschapselementen Omgeving Uitzicht aan achterzijde planlocatie

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 4

2.3 Bestemmingsplan Landelijk gebied Op grond van het vigerende bestemmingplan “Landelijk gebied” rusten op het perceel aan de Schrijvershoef 7. op het plangebied de bestemming ‘Agrarische met waarden – Kleinschalig landschap’ met de functieaanduidingen ‘Bedrijf - Agrarisch verwant’. Tevens geldt voor het grootste gedeelte van het plangebied de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’, ‘wro-zone – wijzigingsgebied bebouwingsconcentratie’ en ‘wro-zone – esdek’. De ligging en globale begrenzing van het voorliggende plangebied zijn op navolgende uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan “Landelijk gebied” oranje omlijnd aangegeven.

kaart bestemmingsplan Landelijk gebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 5

2.4 Handleiding landschappelijke inpassing De (voormalige) gemeente Schijndel streeft in het LOP naar het behoud van een aantrekkelijk landschap. De bebouwde kom wordt omgeven door een afwisselend buitengebied met veel karakteristieke landschappelijke elementen. Het behouden en versterken van deze karakteristieke elementen is belangrijk, de onderlinge verschillen tussen de landschapstypes worden hierdoor behouden. In onderstaande kaart zijn een aantal deelgebieden benoemd, ieder met hun specifieke eisen t.a.v. landschappelijke inpassing (bron: Handleiding landschappelijke inpassing)

Het plangebied bevindt zich dus in een besloten kampen-broeklandschap. De verkavelingsopzet hiervan is kleinschalig en kavels zijn vaak afgebakend door hagen. Op perceelranden komen knotwilgen en populieren voor. Veel voorkomende landschapselementen zijn hagen, knotbomenrijen, boscomplexen, voorpootstroken en houtsingels. Voor het realiseren van plannen is het zeer wenselijk het karakteristieke landschap te behouden. Opstallen die het zicht domineren zijn niet wenselijk. Kavels kunnen begrensd worden door hagen. Onderstaand zijn richtlijnen voor ontwikkeling van nieuwbouw in dit gebied weergegeven: • perceelsranden voorzien van lage hagen • aanvullen populierenlaanbeplanting • zichtlijn begeleiden door knotwilgen • bebouwing alleen binnen maximale achtergevelrooilijn • opstallen uit het zicht

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 6

3 Gewenste ontwikkeling De initiatiefnemer is voornemens ter plaatse de bedrijvigheid te beëindigen. De bedrijfswoning zal daarbij worden omgeschakeld naar een burgerwoning. Daarbij wenst de initiatiefnemer een kleinschalig bedrijf aan huis uitvoeren in de vorm van een kleinschalig hoveniers- en loonwerkbedrijf, ondergeschikt aan de woonfunctie. De oppervlakte van dit kleinschalige bedrijf aan huis zal maximaal 100 m² bedragen en zal worden uitgevoerd in de bestaande bebouwing.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 1

4 Landschappelijk inpassingsplan De (voormalige) gemeente Schijndel heeft in 2005 het landschapsontwikkelingsplan (LOP) vastgesteld. Het landschapsontwikkelingsplan heeft een sturende rol in het bestemmen, aanleggen, inrichten en beheren van gebieden. Het behouden, versterken en ontwikkelen van bestaande kwaliteiten en met name kleinschaligelandschapselementen alsmede de relatie hiervan met ruimtelijke ordening (onder andere beeldkwaliteit en landinrichting) zijn belangrijke doelen van het LOP. De landschappelijke inpassing van gebouwen is een concretisering van het landschapsontwikkelingsplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is de initiatiefnemer verplicht om zorg te dragen voor een goede landschappelijke inpassing. Ter facilitering van initiatiefnemer heeft de (voormalige) gemeente Schijndel de ‘Handleiding landschappelijke inpassing’ opgesteld. Uit een landschappelijk inpassingsplan dient te blijken dat de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling de natuur- en landschappelijke waarden ter plaatse niet schaden. Een landschappelijk inpassingsplan voorziet in een ontwikkeling in natura, waarmee aan de voorwaarden wordt voldaan die de provincie en gemeente stellen aan ontwikkelingen in het buitengebied. Met het landschappelijk inpassingsplan wordt aangesloten op de bestaande situatie en de potentiële waarden en kwaliteiten in en rond het plangebied.

Deze zijn door middel van een bureaustudie en een veldbezoek geïnventariseerd. Verantwoord is hoe de gewenste ontwikkeling op een duurzame manier in de bestaande situatie kan worden geïntegreerd. Om zo veel mogelijk aansluiting te vinden bij het karakter van de omgeving is dit landschappelijk inpassingsplan opgesteld.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Er vindt inpassing van de tuin en de bestaande woning en loods in het omringende landschap plaats door een combinatie van erfbeplanting en landschapsbeplanting. Door het tijdelijke karakter van de mantelzorgwoning wordt daar in het plan wat minder nadruk op gelegd. Juist die woning wordt met dit plan wat minder ‘ingepast’ t.b.v. het zeer tijdelijke leefgenot van de ouderen aldaar. Om zo veel mogelijk aansluiting te vinden bij het karakter van de omgeving is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Er vindt inpassing van de tuin en de nieuwe ontwikkeling in het omringende landschap plaats door een combinatie van erfbeplanting en landschapsbeplanting. Uitgangspunten van landschappelijke inpassing zijn: • Handhaven van de bestaande waardevolle landschapsstructuur aan de Schrijvershoef (populierenlandschap) • Versterken van de historische kavelvorm door de aanplant van knotwilgen op de perceelgrens. • Herstellen van historische groenstructuren door de aanplant van inheems struweel • Het creëren van een uniforme landelijke perceelafscheiding aan de straat zijde en op de zijdelingse perceelgrens tussen de naastgelegen woning. • Ruimte voor natuur en ecologie

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 2

4.1

Keuze landschapselementen

AANPLANTEN VAN RIJ KNOTWILGEN Op historische kaarten is de atypische vorm van het perceel al vanaf omstreeks 1900 zichtbaar. Dit is een belangrijke lijn in het landschap. Om deze lijn te versterken wordt deze aangeplant met een 10-tal Knotwilgen. Deze knotwilgen zullen worden aangeplant met een afstand van circa 5-6 meter. Naast de rij Knotwilgen zorgt de aanwezige greppel/sloot ook voor een duidelijke scheidingslijn. De aanplant van deze Knotwilgen zijn niet alleen waardevol voor het accentueren van de historische perceelgrens maar hebben ook nog een cultuurhistorische waarde vanuit vroeger. Het hout werd gebruikt door boeren voor verschillende doeleinden. Knotwilgen zijn water minnend en werden van oudsher vaak aangeplant op perceelgrenzen naast watergangen.

AANPLANT VAN INHEEMS STRUWEEL Op historische kaarten van omstreeks 1900 zijn veel langgerekte groenstructuren zichtbaar rondom het plangebied. Om deze historische structuren gedeeltelijk weer zichtbaar te maken wordt er aan de noordzijde van het perceel een inheems struweel aangeplant (in onderstaande tabel worden de toe te passen soorten benoemd). Naast de historische waarde heeft het struweel ook een ecologische- en een afschermende waarde. Het struweel heeft een gevarieerde boom- en struiklaag. Door de variatie in soorten zijn ze aantrekkelijk voor veel verschillende vogels, insecten, amfibieën, reptielen en kleine zoogdieren. Verschillende dieren gebruiken de groenstrook om zich langs te verplaatsen. Het vormt het een lang, aaneengesloten netwerk van verbindingswegen voor flora en fauna. Het struweel vormt de erfafscheiding met het naastgelegen landbouwperceel en zorgt ook voor privacy in de achtererf.

AANPLANTEN VAN BEUKENHAGEN Voor de erfafscheiding aan de straatzijde, zijdelingse perceelgrens en achterzijde Bebouwing worden Beukenhagen aangeplant. Beukenhagen hebben relatief weinig ruimte nodig en zorgen het hele jaar door voor een ‘dichte’ afscheiding. De Beuk komt van nature voor in Nederland en vormt een landschappelijke afscheiding aan de voorzijde van het terrein. De Beukenhaag aan de straatzijde en achterzijde krijgen een hoogte van maximaal 1,10 meter. De erfafscheding aan de noordzijde kan tot een hoogte van maximaal 2,00 meter i.v.m. privacy naar de buren.. De Beukenhaag zal aan de voorzijdeen achterzijde het zicht niet belemmeren maar zorgt wel voor een groene ‘plint’ in het aanzicht van de bebouwing.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 2

4.2 Toelichting landschappelijke inpassing

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 3

Toelichting gekozen beplantingsvlakken: Bomenrij aan de straatzijde handhaven Aanplant van hoge landschappelijke beukenhaag op perceelsgrens aan noordzijde Aanplant van hoogstam fruitboomgaard met diverse soorten fruitbomen Inzaai van bloemrijk grasland voor natuurlijke overgang naar de tuin met dierenweide Aanplant van rij knotwilgen (11 stuks op ca. 5 m onderlinge afstand) Aanplant solitaire boom aan achterzijde ter markering perceel soort nog nader te bepalen 7 Aanplant solitaire boom aan achterzijde ter markering perceel soort nog nader te bepalen 8 Bestaande volwassen walnotenboom handhaven 9 Aanplant inheems struweel met soorten als Hazelaar, Meidoorn., Gelderse roos, Sleedoorn, Lijsterbes en krent. 10 Aanplant solitaire Kastanjeboom 11 Aanplant van lage landschappelijke beukenhaag achter de bestaande bebouwing 12 Handhaven/creëren van zichtlijn naar achtergelegen agrarisch gebied 1

2 3 4 5 6

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 4

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 2

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 3

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 4

Colofon:

Initiatiefnemer:

B. Pijnappels, Schrijvershoef 7, 5481 VH Schijndel

Opdrachtgever:

DLV Advies, Postbus 511, 5400 AM Uden

Projectlocatie:

Schrijvershoef 7, 5481 VH Schijndel

Opdrachtnemer:

GP Tuinen, Langstraat 26, 5481 VP Schijndel

Contactpersoon: Eric Pijnappels, e.pijnappels@dlvadvies.nl, 06-52169164

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Schrijvershoef 7 SCHIJNDEL

pag. 5

Bijlage 2

Situatietekening op schaal

84

P

P

P

B

A

P

B

A

P

C

www.dlvadvies.nl

DLV

Benaming:

Nieuwe situatie

Renvooi gebouwen Opdrachtgever: Gebouw

A B C

Naam

Dhr. B. Pijnappels Biezenstraat 9 5482 DC Schijndel Telefoon: 06-55395540

E-mail:

Bouwlocatie:

Projectleider:

Schrijvershoef 7 5481 VH Schijndel

Telefoon: E-mail:

Formaat:

1 : 250

A2

ADVIES &RESULTAAT

Datum:

DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden Telefoon:

Schaal:

01-02-2023

FvdA

Wijzigingen:

0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl Ing. E. Pijnappels 06-53169164 e.pijnappels@dlvadvies.nl

A B

06-04-2023 21-11-2023

Klantnummer:

311315

FvdA C 30-11-2023 FvdA D Werknummer:

B221059-91

RD

Blad:

S10

Bijlage 3

Advies GGD

86

Elke ruimtelijke ontwikkeling gezond!

Omgevingsadvies

Ruimtelijke inrichting dient de gezondheid te beschermen. De volgende kernwaarden zijn daarin belangrijk voor een gezonde woonomgeving: Dat wonen en druk verkeer gescheiden zijn,

en overlastgevende bedrijven op afstand staan.

Feedback

dat functies (wonen, werken en voorzieningen) goed gemengd zijn

Hieronder lees je de adviezen voor de onderwerpen die te maken hebben met de door jou aangezette   schuifjes. Voor meer informatie over een specifieke milieufactor en de daarbij horende gezondheidseffecten: klik op de thema’s in de linker kantlijn. Streef daarbij naar een blootstelling zo dicht mogelijk bij de gezondheidskundige advieswaarden om gezondheid zo goed mogelijk te beschermen. In de adviezen wordt er gepraat over ‘gevoelige bestemmingen’. Onder gevoelige bestemmingen verstaat de GGD (anders dan in ‘besluit gevoelige bestemmingen’) niet alleen kinderdagverblijven, scholen en verzorgings- en verpleegtehuizen, maar ook (voormalige bedrijfs- en plattelands-) woningen.

Veehouderijen Luchtkwaliteit veehouderij Uit onderzoek is bekend dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld worden aan verhoogde concentraties van geur, fijnstof, endotoxinen en biologische agentia. Een dergelijke blootstelling kan tot hinder en gezondheidsklachten zoals luchtwegklachten leiden. Bekend is dat wanneer een gevoelige bestemming dichter bij een veehouderij staat, de blootstelling toeneemt. Advieswaarden

Het advies van de GGD is om minimaal 250 meter afstand in acht te nemen tussen een (intensieve) veehouderij en nieuw te realiseren gevoelige bestemmingen. Wanneer er een geitenhouderij in de omgeving staat, blijkt dat mensen die binnen een straal van 2 km wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. Het risico neemt toe naarmate de afstand kleiner is, al is dit nog niet precies te kwantificeren. Het risico is het grootst binnen 500 meter van de geitenhouderij. Geadviseerd wordt om in elk geval niet naar een geitenhouderij toe

te bouwen en terughoudend te zijn met de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van geitenhouderijen. Het meest recente VGO-onderzoek toont toch weer aan dat binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij er een verhoogd risico is op longontsteking. Het advies is daarom een afstand van minimaal 500 meter aan te houden tussen een gevoelige bestemming en een pluimveehouderij. Voor fijnstof worden de WHO-advieswaarden aangehouden: PM10 = 15 µg/m3 PM 2,5 = 5 µg/m3 Endotoxinen zijn een betere parameter dan fijnstof voor de beoordeling van blootstelling chronische effecten op de luchtwegen (niet allergische astma en COPD) veroorzaken. Via de handreiking endotoxine, is aan de hand van de fijnstofemissie vanuit stallen van varkens en pluimveebedrijven de endotoxine richtafstand te berekenen. Dit is de afstand waarbinnen naar verwachting de gezondheidskundige advieswaarde van endotoxine (30 EU/m3) wordt overschreden. Bouw geen nieuwe gevoelige bestemmingen binnen deze richtafstand. Maatregelen

Bouw bij voorkeur geen nieuwe gevoelige bestemmingen binnen 250 meter van veehouderijen. Is dit niet mogelijk, voer een locatie specifieke toetsing uit. Voor pluimvee- en geitenhouderijen geldt een grotere afstand in verband met het verhoogd risico op longontsteking Bouw geen nieuwe gevoelige bestemmingen binnen de endotoxine richtafstand van 30 EU/m3.

Geur veehouderijen Uit onderzoek is bekend dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld worden aan verhoogde concentraties van geur, fijnstof, endotoxinen en biologische agentia Deze blootstelling kan tot hinder en gezondheidsklachten leiden. De huidige wet geurhinder en veehouderij beschermt omwonenden van veehouderij onvoldoende tegen optredende gezondheidseffecten veroorzaakt door de geuruitstoot van veehouderijen. Advieswaarden

De GGD vindt dat er onvoldoende onderbouwing is voor het onderscheid tussen concentratiegebied en niet-concentratiegebied. Voorgrondgeurbelasting op de nabijgelegen gevoelige bestemmingen bedraagt maximaal: Woonkern 2 OU/m3 Buitengebied 5 OU/m3

Feedback

afkomstig van veehouderijen. Endotoxinen kunnen via inademing acute luchtwegklachten en

Uit een rapport van Geelen blijkt dat vanuit gezondheid wordt als maximum percentage geurgehinderden 12% voor een woonkern en 20% voor het buitengebied gehanteerd. Achtergrondgeurbelasting op de nabijgelegen gevoelige bestemmingen bedraagt daarom maximaal: Woonkern 5 OU/m3 Buitengebied 10 OU/m3 Bij bedrijven met dieren zonder (wettelijke) emissiefactor wordt door de GGD een afstandscriterium gehanteerd van minstens 100 meter vanaf de rand van een bedrijf tot de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming. Afstanden zouden daarnaast gestaffeld moeten worden op basis van bedrijfsgrootte, stalsysteem en stalmanagement (een voorbeeld is te

Maatregelen

Streef naar een zo laag mogelijk belasting van geur (zowel voorgrond en achtergrond). Bij overschrijding van de gezondheidskundige advieswaarden wordt geadviseerd om met de

Feedback

vinden bij de geurverordening van de gemeente Landerd).

ondernemer in gesprek te gaan of er naast de reeds getroffen maatregelen, zoals bijvoorbeeld luchtwassers, nog andere manieren zijn om de geuremissie terug te dringen. Hierbij wordt bij voorkeur gezocht naar maatregelen die de bron aanpakken. In het rapport “Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij” van Winkel e.a. worden een aantal te nemen maatregelen benoemd die wellicht hierbij kunnen helpen. Wanneer de achtergrondgeurbelasting boven de gezondheidskundige advieswaarde ligt, wordt geadviseerd om via een gebiedsgerichte aanpak de cumulatieve geurbelasting te reduceren, waarbij ook aandacht is voor bronnen zonder wettelijke emissiefactoren zoals rundvee of andere bronnen zoals mestverwerking.

Akkerbouw/kwekerijen Luchtkwaliteit akkerbouw/kwekerijen Bij het telen van gewassen/fruit wordt er regelmatig gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Deze kunnen mogelijk een effect hebben op de gezondheid van omwonenden. Advieswaarden

De GGD adviseert uit voorzorg om in nieuwe situaties zoveel als mogelijk afstand te houden tussen landbouwgrond waarop bestrijdingsmiddelen worden toegepast en gevoelige bestemmingen. De afstanden kunnen ingevuld worden met teeltvrije zones of spuitvrije zones die een (extra) veiligheidsmarge bieden. Vanuit jurisprudentie wordt veelal een afstand van minimaal

50 meter aangehouden tussen veld en gevoelige bestemmingen. Er is geen goede onderbouwing dat dat door het gebruik van hagen/ bomen deze afstand verkleind kan worden. Maatregelen

Bouw op afstand van akkerbouw/kwekerijen; neem bovenstaande adviesafstanden hierbij mee. Voor bestaande situaties is het afdwingen van een afstand niet goed mogelijk. Het belangrijkste is hier een goede communicatie tussen teler en bezorgde omwonenden, eventueel gefaciliteerd door organisaties als de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) en de Koninklijke Algemene

Meer omgevingsdata? Bekijk hier de status van verschillende omgevingsfactoren (zoals luchtkwaliteit, geluid, sociale samenhang en gezondheidsbeleving) in de buurt van jouw ruimtelijke ontwikkeling!

Naar de Brabantse Omgevingsscan (BrOS)

Betrek dit advies bij je project, initiatief of ruimtelijke ontwikkeling! Door dit zo vroeg mogelijk te doen, kun je gezondheidskansen makkelijker pakken en kom je later niet voor verrassingen te staan. Heb je vragen over ons advies? Kijk op www.ggdomgevingsadvies.nl/contact.

Feedback

Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) waar de teler lid van is.

Bijlage 4

Bodemonderzoek

91

PROJECT 38024 VERKENNEND BODEMONDERZOEK SCHRIJVERSHOEF 7 TE SCHIJNDEL

Versie II

Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl

bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies

Project 38024

Titel

Verkennend bodemonderzoek Schrijvershoef 7 te Schijndel

Projectleider

Dhr. L.A.J.M. Alferink

Adviseur

Mevr. M.J. Witteveen, MSc. Mevr. L.F. van Gijssel

Datum rapport

Versie I: 30 juni 2023 Versie II: 17 mei 2024

Opdrachtgever

Grondbalans BV Naamrijk 1 3454 PX De Meern

Contactpersoon

Dhr. B. Pijnappels

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.

Project 38024

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING EN DOEL

1

2

TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet

2 2 2 2 3 3

3

VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater

5 5 6 6 6

4

CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater

7 7 8

5

ASBESTANALYSES

9

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

10

BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V

: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst

1

1

Project 38024

INLEIDING EN DOEL Door Grondbalans BV is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op het perceel Schrijvershoef 7 te Schijndel. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een mantelzorgwoning en een beoogde bestemmingswijziging. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan woorden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de vigerende versie van de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).

2

2

Project 38024

TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.

2.1

Afbakening onderzoekslocatie De locatie Schrijvershoef 7 is kadastraal bekend als kadastrale gemeente Schijndel, sectie L, nummer 366. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 157,028 en 402,085. Het perceel heeft een oppervlakte van 4.715 m². De onderzoekslocatie bestaat uit het gedeelte van het perceel waar de mantelzorgwoning wordt gerealiseerd en de bestemmingsplan wijziging wordt doorgevoerd (ca 2.000 m2). De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.

2.2

Huidige situatie Op het perceel is een woning met een schuur en een omliggende erf aanwezig. In de schuur is aan de voorzijde een werkplaats gevestigd. Het perceel is voor een groot gedeelte verhard met tegels en asfalt. De schuur is verhard met beton en tegels. Onder de tegels is geen fundatie aanwezig. Onder de inrit, die verhard is met asfalt, is wel fundatie aanwezig. De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Schijndel. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.

2.3

Historie tot op heden Voor de gegevens zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - Omgevingsrapportage Noord-Brabant - Brabants Historisch Informatie centrum (BHIC) - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk 7 juni 2023) Sinds 1968 is volgens oud kaartmateriaal en de BAG-viewer de locatie bebouwd. De huidige bebouwing is in 1968 gebouwd (bron: BAG viewer). Op de locatie heeft een voormalig loonbedrijf ter behoeve van land- en tuinbouw gezeten. Volgens de opdrachtgever is er geen opslag van bestrijdingsmiddelen aanwezig geweest. Op de locatie zelf is niet met bestrijdingsmiddelen gewerkt. Volgens de Omgevingsrapportage Noord-Brabant en de opdrachtgever zijn op de locatie twee HBO tanks en een bovengrondse brandstoftank aanwezig. De HBO-tanks hebben alle een inhoud van 3000 liter. De inhoud van de brandstoftank is onbekend. Alle drie de tanks zijn op dit moment niet in gebruik en verwijderd. De twee HBO-tanks zijn in het verleden vervangen voor één grotere HBO-tank op dezelfde locatie (bron: opdrachtgever). De tanks zijn volgens de Omgevingsrapportage Noord-Brabant gereinigd en verwijderd. Op kaartmateriaal in bijlage I zijn de locaties van de (voormalige) tanks weergegeven. Door de onderzoekslocatie loopt twee gedempte watergangen heen (zie kaartmateriaal bijlage I).

De gedempte watergang, die van noord naar zuid loopt, is rond het jaar 1968 (tegelijk met het bouwen van het woonhuis en schuur) gedempt. Het is niet bekend waarmee de watergang

3

Project 38024

is gedempt (gebiedseigen grond of grond van elders) en/of de watergang vooraf is opgeschoond. Langs het woonhuis heeft mogelijk in het verleden een watergang gelopen, maar waarschijnlijk is dit een oude erfgrens.

Figuur 1: oud kaartmateriaal (1997) met oude erfgrens weergegeven.

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend. Bodemkwaliteitskaart De locatie bevindt zich binnen zone ‘uitbreidingsgebied bebouwde kom en buitengebied’ van de bodemkwaliteitskaart van Noordoost Brabant In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor enkele zware metalen de (generieke) achtergrondwaarde. Voor zink, PCB en minerale olie wordt de maximale waarde voor klasse Wonen overschreden. In de ondergrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor enkele zware metalen de (generieke) achtergrondwaarde. Voor PCB wordt de maximale waarde voor klasse Wonen overschreden. Volgens de ontgravingskaarten voldoet de boven- en ondergrond aan klasse AW (landbouw/natuur). 2.4

Toekomstige situatie Op het perceel wordt een mantelzorgwoning gerealiseerd en het achterste deel van de bestaande schuur wordt gesloopt. De bestemming van het perceel wordt ‘wonen’.

2.5

Hypothese en onderzoeksopzet Ter plaatse van de voormalige HBO-tanks en brandstoftank kunnen verhogingen aan minerale olie en/of vluchtige aromaten worden verwacht. Deze deellocaties worden beschouwd als verdacht voor het voorkomen van deze parameters. Ter plaatse van de gedempte watergang(en) kan de grond mogelijk verontreinigingd zijn met zware metalen en/of PAK aanwezig zijn. Deze deellocaties worden beschouwd als verdacht voor het voorkomen van deze parameters.

4

Project 38024

Om uit te sluiten dat de oude erfgrens een slootdemping betreft, wordt ter plaatse van de voormalige erfgrens een boorraai geplaatst. Onder de geasfalteerde inrit is mogelijk fundatie aanwezig die bestaat uit zinkassen. Om dit uit te sluiten zullen twee boringen in de inrit worden geplaatst. Indien na zintuiglijke waarnemingen de fundatie verdacht is op zinkassen zullen de fundatie en onderliggende bodem aanvullend geanalyseerd worden. Ter plaatse van de voormalige HBO-tanks en brandstoftank volgt de opzet de “Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)” van de NEN5740. De omvang van de voormalige ondergrondse HBO-tank is niet bekend. Verwacht wordt dat in deze situatie de strategie voor een verdachte locatie (VEP) en ondergrondse tank (VEP-OO) gelijk zijn. Ter plaatse van de slootdempingen zullen boorraaien geplaatst worden. Op de overige delen van de onderzoekslocatie volt de opzet de “Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)” van de NEN5740. Asbestonderzoek Op basis van zintuiglijke waarnemingen is de locatie plaatselijk verdacht op het voorkomen van asbest. Het chemisch bodemonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN5707.

Het onderzoek volgt de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke belasting (ter plaatse van boring 04, zie bijlage I) met een duidelijke kern van de NEN5707. Het betreft een puntlocatie (<0,001 hectare) hierom is conform NEN 5707 één inspectiegat voldoende. Daarnaast is tijdens het veldwerk vastgesteld dat de schuur bedekt is met golfplaten die mogelijk asbesthoudend zijn. Aan de zuidzijde van de schuur is een klinkerverharding aanwezig. Aan de noordzijde van de schuur is geen verharding aanwezig, daarom is hier asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de druppelzone van de schuur. Met een lengte van 27 meter en een breedte van 1 meter is de druppelzone 27 m2 groot. Conform de NEN 5707 zijn hier 4 inspectiegaten uitgevoerd. Asbesthoudende golfplaten zijn soms bedekt met een PCB-houdende coating, daarom zijn ter plaatse van de inspectiegaten ook boringen uitgevoerd en grondmonsters genomen. Op basis van het vooronderzoek is de locatie plaatselijk verdacht op het voorkomen van asbest. Het onderzoek volgt de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke kern van de NEN 5707. Op de overige delen van de onderzoekslocatie wordt voorafgaand aan het bodemonderzoek geen verontreiniging met asbest in de bodem verwacht en wordt geen asbestonderzoek uitgevoerd.

Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=413524d2-3a23-4e16-8502-e90f8b925c3c