CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 BP toelichting

Commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering 12 september 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Landelijk gebied, herziening Vlagheide ongenummerd te Schijndel'26.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan

Landelijk gebied, herziening Vlagheide ong. Meierijstad

DATUM IMRO IDN

17-06-2024 NL.IMRO.1948.bgs000bp0042022P-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Landelijk gebied, herziening Vlagheide ong. ing. D. van Roij

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Den Ouden Groep 44002786.20200563

AUTEUR STATUS

ing. H. Maas vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldende bestemmingsplannen

7

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planvoornemen

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

14

Beleidskader

18

3.1

Inleiding

18

3.2

Rijksbeleid

18

3.3

Provinciaal beleid

26

3.4

Gemeentelijk beleid

32

Milieu- en omgevingsaspecten

39

4.1

Inleiding

39

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

39

4.3

Verkeer en parkeren

40

4.4

Bedrijven en milieuzonering

44

4.5

Archeologie

45

4.6

Cultuurhistorie

47

4.7

Geluid

49

4.8

Externe veiligheid

56

4.9

Luchtkwaliteit

59

4.10

Kabels en leidingen

60

4.11

Bodem

61

4.12

Water

63

4.13

Ecologie

70

4.14

Geur

76

4.15

Volksgezondheid

78

4.16

Niet gesprongen explosieven

78

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/88

4.17

Duurzaamheid

79

Juridische planopzet

82

5.1

Algemeen

82

5.2

Toelichting op de verbeelding

82

5.3

Bestemmingen op de verbeelding

82

5.4

Toelichting op de regels

83

5.5

Toelichting op de algemene regels

85

5.6

Toelichting op de overgangs- en slotregels

86

Uitvoerbaarheid

87

6.1

Economische uitvoerbaarheid

87

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

87

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

4/88

Toelichting

5/88

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Den Ouden Groep is een internationaal en servicegericht familiebedrijf met circa 300 medewerkers, waarbij duurzaamheid, biobased economy en cradle to cradle hoog in het vaandel staan. Dagelijks werkt Den Ouden Groep aan innovatieve oplossingen, maatschappelijk verantwoord ondernemen en CO2-reductie. Zo is Den Ouden Groep onder meer gecertificeerd op niveau vijf van de CO2-prestatieladder en PSO-trede 3. Den Ouden Groep ontzorgt wereldwijd in bodemverbeteraars, biobrandstoffen, bodembemesting, bodemveiligheid, binnenstedelijke herinrichting en betonaanleg. Diensten zijn voornamelijk gericht op infra, betonwegen, explosievenopsporing, groenrecycling en minerale grondstoffen. Den Ouden Groep en de gemeente Meierijstad (voorheen gemeente Schijndel) zijn al enkele jaren in gesprek over de ontwikkelingsmogelijkheden van Den Ouden binnen de gemeente. Uit het verloop van de besprekingen tot dusver blijkt dat het niet eenvoudig is om voor een bedrijf met de omvang van Den Ouden een geschikte locatie te vinden. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat de grenzen voor de bedrijfsontwikkeling op de huidige locaties Hermalen 7 en Vlagheide 6c (figuur 1.1) zijn bereikt. Den Ouden heeft veel tijd en energie gestoken in de uitwerking en verkenning van het draagvlak voor diverse voorstellen voor een doordachte en haalbare bedrijfsontwikkeling.

Hierbij zijn diverse opties onderzocht, waaronder verbouw en uitbreiding aan de Hermalen dan wel gedeeltelijke of volledige bedrijfsverplaatsing van de locatie aan de Vlagheide.

Figuur 1.1 Bestaande bedrijfslocatie aan Vlagheide 6c (Bron: Den Ouden Groep) Recent is een nieuw bestemmingsplan voor de locatie aan Hermalen 7 vastgesteld. Op dit perceel zullen de bedrijfsactiviteiten gestaakt worden en zal de bestaande hal volledig worden getransformeerd naar een kantoorfunctie. Den Ouden wenst de overige bedrijfsactiviteiten die op de locatie aan Hermalen 7 zijn beëindigd, voort te zetten op het uitbreidingsgedeelte van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide. Daarnaast wenst Den Ouden hier aanvullend een aantal activiteiten binnen de circulaire economie mogelijk te maken. Den

6/88

Ouden heeft hiertoe twee percelen aan de Vlagheide aangekocht. De beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide is in strijd met de geldende bestemmingsplannen 'Landelijk gebied' en 'Landelijk gebied, Herijking'. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, zal een planologische procedure voor herziening van de bestemmingsplannen doorlopen moeten worden.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 36.345 m2 en is gelegen aan de Vlagheide, ten zuidoosten van de kern Schijndel. Het plangebied is een gedeelte van het uit te breiden bedrijventerrein Duin-Vlagheide zoals opgenomen in de Structuurvisie Duin-Vlagheide. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen SDL00 - P - 67, een gedeelte van SDL00 - P - 68 en een gedeelte van SDL00 - P - 314. SDL00 - P - 314 betreft een kleinschalig weggetje haaks op de Vlagheide. Dit weggetje is momenteel nog in eigendom van de gemeente Meierijstad, maar wordt als onderdeel van dit initiatief overgedragen. In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.2 Ligging plangebied (Bron: Buro Lubbers)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied aan de Vlagheide gelden de bestemmingsplannen 'Landelijk gebied' (vastgesteld op 27 juni 2013) en 'Landelijk gebied, Herijking' (vastgesteld op 24 september 2015). Een uitsnede van de verbeelding is weergegeven in figuur 1.3.

7/88

Figuur 1.3 Uitsnede geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijkeplannen) Voor het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Open landschap'. Deze gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik; b. een aan huis verbonden beroep; c. nevenactiviteiten; d. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; e. behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de bijbehorende ecologische en landschappelijke waarden; f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; g. extensief recreatief medegebruik; h. bed en breakfast; i. doeleinden van openbaar nut; j. erfbeplanting; k. tuinen; l. onverharde paden m. een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten, en overeenkomstig de in 7.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. Naast bovengenoemde bepalingen gelden gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' (figuur 1.4) en de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' (figuur 1.5). De gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied' en 'wro-zone - wijzigingsgebied vlagheide' zijn van toepassing op het gehele plangebied.

8/88

Figuur 1.4 Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Figuur 1.5 Gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' (Bron: Ruimtelijkeplannen) Naast de bepalingen uit het bestemmingsplan 'Landelijk gebied' geldt ook het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Herijking', waarin voor het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle elementen' en 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebieden' en de gebiedsaanduiding 'overige zone -

9/88

beperkingen veehouderij' van toepassing zijn. Wat betreft de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle elementen' en 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebieden' geldt dat de gronden mede bestemd zijn voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Deze cultuurhistorische waarden betreffen de elementen en/of gebieden die zijn opgenomen in de bijbehorende cultuurhistorische waarderingskaart en zijn aangeduid als landschapselement zeer hoog en/of hoog. In paragraaf 4.6 wordt hier nadere aandacht aan besteed. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' zijn de gronden bestemd voor de bescherming van natuur en woonconcentraties door het stellen van regels met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden van de (grondgebonden) veehouderij en de intensieve veehouderij. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van diverse bedrijfsactiviteiten en is daarmee in strijd met de regels uit de geldende bestemmingsplannen. Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het plangebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Meierijstad. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de procedure.

10/88

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

2.1.1 Historische context en ruimtelijke structuur Het landschap op Vlagheide is van oorsprong een jonge heideontginning. De Vlagheide is in de 19e en 20e eeuw ontgonnen. De bodem bestaat uit een dekzandlaag. Daar waar het gebied in agrarisch gebruik is kenmerkt dit zich door een karakteristiek open landschap en rationele verkaveling. In de omgeving van het plangebied zijn lijnvormige elementen in de vorm van laanbeplanting aanwezig. Deze lopen min of meer in oost-west richting. In het plangebied sluit de verkaveling op deze structuren aan, maar is de laanbeplanting deels afwezig. In het wegen- en lanenpatroon van de oude Vlagheide hebben in de loop der tijd diverse functies een plaats gekregen. Op dit terrein bevinden zich met name bedrijven in de milieucategorie 2 t/m 4. In de noordoosthoek is de grootschalige houthandel Van Swaaij gevestigd. Ten noorden van het plangebied ligt het voormalige MOP-noord-complex waarin een hondensportvereniging en het Brabants muziektheater is gevestigd. Dit MOP-noordcomplex beschikt over groene kwaliteiten die worden behouden. Ten zuiden van het plangebied ligt het compostverwerkingsgedeelte van Den Ouden. Het gebied Vlagheide wordt (voor vrachtverkeer) ontsloten via twee provinciale wegen. Aan de noord en oostzijde is het de Boschweg (N617) die Schijndel ontsluit richting Sint-Michielsgestel en richting 's-Hertogenbosch.

Aan de oostzijde leidt de Eerdsebaan (N622) richting Veghel en via de A50 richting Nijmegen (noord) en Eindhoven (zuid). Dit is de meest relevante ontsluitingsstructuur voor de bedrijven op Vlagheide. Door het centrum van Schijndel loopt ook een doorgaande verbinding tussen de Rijkswegen A2 en A50. Deze route via de N618 (Boxtelseweg) leidt tot veel (vracht)verkeer door de kern van Schijndel. Voor recreatief verkeer zijn er ook nog de Rooiseweg (N637) in het zuiden, deze heeft ook aansluiting op de A50, bij Sint-Oedenrode en de Boxtelseweg aan de westzijde geeft aansluiting met Boxtel en de A2, richting Eindhoven en 's-Hertogenbosch. Volgens het onderzoek "bedrijventerreinen in Meierijstad" is er een tekort aan bedrijfsruimte. Op 4 november 2021 is door de gemeenteraad besloten om - afhankelijk van behoefte - 22 tot 45 hectare extra bedrijfsgrond uit te geven, met name bedoeld voor uitbreiding en vestiging van lokaal gewortelde ondernemingen. Hier wordt in paragraaf 3.2.3 van voorliggend bestemmingsplan nader op in gegaan. Ten zuiden van het bestaande composteringsbedrijf ligt de voormalige vuilstort. De oude vuilstort wordt een toeristische trekpleister, waar men kan fietsen, wandelen en spelen.

2.1.2 Plangebied De beoogde nieuwe locatie (circa 36.345 m2) bevindt zich ten noordwesten van de bestaande bedrijfsgronden van Den Ouden Groep en is momenteel grotendeels in gebruik als agrarische grond. Een aantal afbeeldingen van de bestaande situatie is weergegeven in de figuren 2.1 t/m 2.4.

11/88

Figuur 2.1 Bestaande bedrijfsgronden met ten noorden het beoogde uitbreidingsgedeelte van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide (Bron: Den Ouden Groep)

Figuur 2.2 Inrit bestaande bedrijfslocatie aan Vlagheide 6c (Bron: Google Maps)

12/88

Figuur 2.3 Zicht op Vlagheide met links de bestaande bedrijfslocatie en rechts het beoogde uitbreidingsgebied van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide (Bron: Google Maps)

Figuur 2.4 Zicht over het uitbreidingsgedeelte, centraal in beeld het weggetje naar het MOB-complex (Bron: RAAP)

13/88

2.2

Toekomstige situatie

Met de Structuurvisie Bedrijventerreinen Schijndel (vastgesteld d.d. 10 november 2011) legt de gemeente de kaders vast voor het ruimtelijk beleid voor de bedrijven(terreinen) in Schijndel. Elk bedrijventerrein heeft een eigen vraag, aanbod en karakteristiek. De visies per bedrijventerrein zijn tot stand gekomen door de principes van de hoofdlijnen van beleid toe te passen op de problematiek van de individuele locaties. De beleidsuitgangspunten die voor individuele bedrijventerreinen gemaakt worden hangen met elkaar samen en hebben ook effect op elkaar. Voor de ontwikkeling van het gebied Duin-Vlagheide is in 2010 de Structuurvisie Duin-Vlagheide vastgesteld (figuur 2.5). Voor het noordelijk deel is eerder in 2000 een bestemmingsplan vastgesteld (bestemmingsplan Duin III deelplan Zuid), waarbij het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid mogelijk is gemaakt. Het noordoostelijk deel van dit gebied is inmiddels grotendeels uitgegeven. Het zuidwestelijk deel heeft de bestemming ‘toekomstige bedrijfsdoeleinden’ en dient nog nader te worden uitgewerkt.

De wens is om aansluitend aan deze locatie, waar nu voornamelijk de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open landschap' conform het bestemmingsplan 'Landelijk gebied' van toepassing is, ruimte te bieden aan een verdere uitbreiding van het bedrijventerrein met een duurzaam en groen karakter waar bedrijven t/m milieucategorie 4 zich kunnen vestigen. Voor nieuwe bedrijvigheid dient wel rekening te worden gehouden met aanwezige hindergevoelige functies in en om het gebied (woningen/bedrijfswoningen). Een en ander zal bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn weerslag krijgen.

Figuur 2.5 Structuurvisie Duin-Vlagheide met aanduiding plangebied

14/88

(Bron: Gemeente Meierijstad) Initiatiefnemer Den Ouden Groep is nu voornemens om binnen de kaders van de Structuurvisie Duin-Vlagheide een concrete herontwikkeling van het terrein aan de Vlagheide mogelijk te maken. Recent is een nieuw bestemmingsplan voor de bedrijfslocatie van Den Ouden Groep aan Hermalen 7 te Schijndel vastgesteld. Op dit perceel zullen de bedrijfsactiviteiten gestaakt worden en zal de bestaande hal volledig worden getransformeerd naar een kantoorfunctie voor het gehele bedrijf Den Ouden. Den Ouden wenst de bedrijfsactiviteiten die op de locatie aan Hermalen 7 zijn beëindigd, voort te zetten op de locatie aan de Vlagheide op het uitbreidingsgedeelte in het zuiden van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide. Daarnaast wenst Den Ouden hier aanvullend een aantal toekomstige activiteiten binnen de circulaire economie mogelijk te maken. Den Ouden Groep heeft de gronden binnen het plangebied in eigendom (zie paragraaf 1.2).' De inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2.6.

Figuur 2.6 Inrichtingstekening toekomstige situatie (Bron: Buro Lubbers) De bestaande bedrijfsgronden aan Vlagheide 6c en de weg Vlagheide blijven volledig intact en maken geen onderdeel uit van het plangebied. Op het uitbreidingsgedeelte van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide wordt met dit bestemmingsplan een bedrijf in de milieucategorie 3.2 mogelijk gemaakt. Qua systematiek en bestemmingsplanregeling wordt daarbij aangesloten bij het bestemmingsplan voor het bestaande bedrijventerrein Duin-Vlagheide, uiteraard rekening houdende met de kaders zoals opgenomen in de Structuurvisie Duin-Vlagheide en de omgeving. In dit bestemmingsplan wordt een bedrijf in milieucategorie 3.2 onderbouwd, niet de specifieke bedrijfsactiviteiten die worden opgeheven aan Hermalen 7 te Schijndel. De bedrijfsactiviteiten die door Den

15/88

Ouden Groep uitgeoefend worden op het uitbreidingsgedeelte zullen moeten passen binnen de bestemmingsplanregeling in dit bestemmingsplan. In de fase van vergunningverlening wordt hieraan getoetst. Het afgestemde bebouwingspercentage voor het plangebied bedraagt 50% en wordt middels een maatvoeringsaanduiding in dit bestemmingsplan geborgd. Bij de te realiseren bebouwing wordt aandacht besteed aan de mogelijkheid van groendaken en de consequenties die dat kan hebben voor de benodigde waterberging. Dit aspect wordt nader beschreven in paragraaf 4.12. Aangezien het deels gaat om verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten die nu aan de Hermalen 7 te Schijndel plaatsvinden, worden deze bedrijfsactiviteiten hieronder wel beschreven: Een volledige werkplaats voor onderhoud en reparaties van voornamelijk werktuigen (eigen machines).

Dit is inclusief slijpen en lassen van metalen, compressor voor perslucht, opladers voor accu's, proefdraaien van de machines (met afzuiging van de gassen), klein onderhoud van de motoren en bewegende machineonderdelen (opslag, gebruik van oliën en vetten), afvoeren van afgewerkte olie, poetsdoeken etc., magazijn met machineonderdelen en hulpmiddelen; Wasplaats voor het uitwendig reinigen van vrachtwagens; Stalling van vrachtwagens en werktuigen, zowel binnen als buiten; Bijbehorende kantoren en voorzieningen voor het personeel (maximaal 10 personen), zoals sanitaire voorzieningen, een kantine en parkeermogelijkheden; Daarnaast komt er in de nabije toekomst een houtverwerking in de loods. Het betreft een proces voor het verwerken (vezelen) van houtsnippers tot maximaal 10.000 ton per jaar waarbij het gaat om een volledig elektrisch aangedreven productielijn. In de loods dient tevens voldoende ruimte aanwezig te zijn voor de opslag van houtsnippers en geproduceerde producten (houtvezels). Het doel van deze vezellijn is om uiteindelijk een biologische vezel te produceren die binnen de (biologische) kringlopen volledig herbruikbaar/recyclebaar is. De technieken voor het vervezelen van (vers) hout zijn nog volop in ontwikkeling en er is behoefte aan test- en pilotinstallaties om de techniek en producten te ontwikkelen en produceren.

Op de nieuwe locatie kan een volledig inpandige vezellijn (inclusief opslag van grondstof en eindproduct) gerealiseerd worden voor het ontwikkelen/produceren van houtvezels. In de inpandige vezellijn zouden met nieuwe technieken en grondstoffen diverse houtvezels voor hoogwaardige toepassingen in de maakindustrie gemaakt kunnen worden. De toepassingsmogelijkheden voor de vezels zijn divers. Zo liggen er mogelijkheden binnen onder andere de papier- en kartonproductie (verpakkingen bouwmaterialen), isolatiematerialen (vervanging van glas- en steenwol), vezel versterkte materialen (bouw, tassen, meubels, interieur van auto's), enz. De vezellijn heeft dan ook een innovatief karakter. Met de installatie worden diverse vezels ontwikkeld met verschillende eigenschappen (met name de vezeldikte en -lengte). Hiertoe biedt de (proef)installatie de mogelijkheid om nieuwe technieken te testen en uit te ontwikkelen voordat deze op grote schaal in productie genomen kan worden. Het bestaand terrein aan Vlagheide 6c heeft op technisch, organisatorisch en functioneel vlak geen binding met het nieuwe gedeelte, schematisch weergegeven in tabel 2.1 en in navolgende tekst.

16/88

Tabel 2.1 Activiteiten bestaand en nieuw terrein Aspect/installatie Vlagheide 6c bestaand Vlagheide ong. nieuw Verwerking afvalstromen Werkplaats onderhoud materieel Technische binding Op- en overslag afvalstromen Stalling materieel en opslag goederen Organisatorische binding Den Ouden Groenrecycling BV Den Ouden Materieel BV Produceren van biobased producten uit Beheer en stalling van materieel Functionele binding groene reststromen Transport en dienstverlening Technisch De twee locaties zijn onafhankelijk van elkaar aangesloten op de nutsvoorzieningen zoals riool, gas, water en elektriciteit. De afvalstromen die vrijkomen op de locaties worden op de locaties zelf apart van elkaar opgeslagen. De aard van het vrijkomende afval is totaal verschillend. Bij de verwerking van groene reststromen komen metalen, puin en (landbouw)plastic vrij. Bij de werkplaats en stalling betreft het afgewerkte oliën en vetten, poetsdoeken, lege verfblikken en kitspuiten, enz. Voor beide locaties zijn twee afzonderlijke entrees. Er is geen technische binding tussen beide locaties. Organisatorisch De activiteiten op de bestaande locatie vallen onder de dagelijkse leiding (zeggenschap) van de Productiemanager ORGANIC van Den Ouden Groenrecycling BV. De nieuwe activiteiten vallen onder de dagelijkse leiding van de Technisch Manager en de Operationeel Manager Logistiek van Den Ouden Materieel B.V.

Alle werkmaatschappijen vallen onder Den Ouden Groep B.V. Door de splitsing van de zeggenschap en dagelijkse leiding over de verschillende managers is geen sprake van een organisatorische binding tussen de werkmaatschappijen. De verschillende werkmaatschappijen functioneren onafhankelijk van elkaar en dat wordt door de verplaatsing van de activiteiten van één van de werkmaatschappijen niet anders. Functioneel De activiteiten op de beide locaties zijn dermate verschillend dat geen uitwisseling van personeel, goederen, diensten of materieel mogelijk is. In de werkplaats op de nieuwe locatie vindt onderhoud plaats van al het materieel vanuit alle werkorganisaties van Den Ouden. Op de bestaande locatie aan de Vlagheide 6c worden biobased producten uit groene reststromen geproduceerd. De bestaande en nieuwe locatie functioneren volledig onafhankelijk van elkaar. Ook als een van de twee locaties buiten bedrijf gesteld zou worden blijft de andere locatie volledig operationeel. Tussen beide locaties bestaat geen functionele binding.

17/88

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo’n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en

18/88

ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Inwoners moeten een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Barro zijn dertien nationale belangen opgenomen.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Toetsing Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie kan op basis van de figuren 3.1 en 3.2 geconcludeerd worden dat het plangebied niet in het beperkingengebied behorende bij het radarstation Volkel is gesitueerd. Ook heeft het projectvoornemen géén betrekking op het oprichten van een windturbine. Het Barro vormt daardoor geen belemmering voor het beoogde initiatief.

19/88

Figuur 3.1 Radarverstoringsgebied Volkel (Bron: Barro)

20/88

Figuur 3.2 Situering buiten radarverstoringsgebied (Bron: Barro) 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. In dit geval worden bedrijfsactiviteiten verplaatst van Hermalen 7 naar onderhavige locatie. In het gebied Duin-Vlagheide wordt aansluitend aan de locatie Vlagheide 6c invulling gegeven aan de te verplaatsen functies vanuit Hermalen 7: Werkplaats (inclusief opslag oliën, vetten, enz.); Wasplaats; Stalling materieel; Op- en overslag materialen; Voorzieningen voor personeel (kantoor, sanitaire voorzieningen, kantine, parkeren).

Daarnaast wordt op de locatie Duin-Vlagheide de mogelijkheid geboden tot het realiseren van een inpandige verwerkingslocatie voor biobased-producten. De nieuwe percelen maken onderdeel uit van de uitbreiding van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide zoals geformuleerd in de door de gemeente opgestelde visie. Deze visie wordt beschreven in paragraaf 3.4.2 van dit bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling, waarin specifiek de locatie aan de Vlagheide wordt bestemd, wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. Omdat deze percelen een agrarische bestemming hebben, vallen deze buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom is hierna de behoefte beschreven en de locatiekeuze gemotiveerd. Beschrijving behoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De relevante regio voor Den Ouden is de gemeente Meierijstad, gelet op de lokale binding van dit bedrijf. Op dit moment heeft Den Ouden ruimtegebrek.

Daarom is met onderhavig bestemmingsplan ingezet op de verplaatsing van de bedrijfsmatige activiteiten naar het nieuwe bedrijventerrein Duin-Vlagheide (een bedrijventerrein, dat vooral bedoeld is voor hervestiging van bedrijven, zoals dat van Den Ouden, die qua schaal en omvang het buitengebied zijn ontgroeid) zodat er op de locatie Hermalen plek is voor uitbreiding van het

21/88

hoofdkantoor binnen de grenzen van de huidige bebouwing. De behoefte aan verplaatsing van de bedrijfsmatige activiteiten van Den Ouden komt ook voort uit de behoefte aan uitbreiding van bedrijfsactiviteiten. Op de locatie Vlagheide kunnen de te verplaatsen bedrijfsactiviteiten van Den Ouden op één plek worden geconcentreerd, aansluitend aan het bestaande bedrijfsperceel. Voor de bedrijfsactiviteiten is behoefte aan minimaal 25.000 m2. Waarom niet binnenstedelijk Verplaatsing van het gehele bedrijf naar een binnenstedelijke locatie is niet mogelijk. Dit blijkt uit de Bedrijventerreinenvisie Meierijstad (april 2019) en het Behoefteonderzoek bedrijventerreinen Meierijstad dat op 4 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. In 2019 is de Bedrijventerreinenvisie Meierijstad vastgesteld. Naast diverse andere aandachtspunten is hieruit ook naar voren gekomen dat er vooral in Sint-Oedenrode en Schijndel weinig tot geen ruimte is voor lokale bedrijven om te groeien. In Veghel waren tot voor kort voldoende grote kavels om aan de vraag te voldoen en vooral om ook schuifruimte te creëren. De focus op grote kavels heeft er echter ook toe geleid dat er weinig kleine kavels beschikbaar zijn, terwijl daar, ook in Veghel, wel behoefte aan is. Er leven vragen ten aanzien van duurzame bedrijventerreinen, bovenregionale ruimtebehoefte en ruimte voor bedrijven met een hoge milieucategorie.

Eén en ander betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van bedrijventerreinen. Om deze keuzes te onderbouwen is de behoefte aan bedrijventerreinen in de eerste helft van 2021 uitvoerig onderzocht, zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Op basis van dit onderzoek, de analyse van de resultaten en het advies van het onderzoeksbureau zijn keuzes gemaakt die vorm geven aan een ontwikkelrichting. In 2019 is, bij het vaststellen van de Bedrijventerreinenvisie, de keuze gemaakt om het lokale bedrijfsleven te faciliteren en dat daarvoor uitbreidingsruimte moet zijn. Daarbij is aangegeven dat de gemeente zorgt voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat, dat ze streeft naar kwaliteitsbehoud van bestaande terreinen en dat er ruimte moet zijn voor een zwaardere milieucategorie. Uit het behoefteonderzoek bedrijventerreinen Meierijstad (blijkt dat er in alle kernen een tekort is aan bedrijfsruimte. Er is een autonome ruimtebehoefte van 40 hectare tot 2030, als wordt uitgaan van het middenscenario dat eerder door de provincie is geschetst, exclusief vervangingsvraag. Als wordt uitgegaan van een hoog scenario is dit 63 hectare. De vervangingsvraag en de (boven)regionaal georiënteerde vraag is afhankelijk van beleidskeuzes. Ondernemers geven aan vooral behoefte te hebben aan ruimte in de eigen kern.

In juli 2021 was er 26,5 hectare hard planaanbod waarvan het grootste deel onder reservering. Zacht planaanbod (aanbod waarvoor nog een procedure gevolgd moet worden of zelfs aanbod dat niet eigendom is, maar dat wel al als bedrijventerrein is aangemerkt is in bijvoorbeeld structuurvisies) is er op Duin-Vlagheide, Foodpark en Molenakker II. In totaal is er 55 hectare zacht planaanbod waarvan echter al 24 hectare gereserveerd. De vervangingsvraag van 9,5 ha is een aanname op basis van beperkte gegevens die op dit moment voorhanden zijn.

22/88

Figuur 3.3 Confrontatie vraag-aanbod gemeente Meierijstad, inclusief strategische keuzes (Bron: Behoefteonderzoek bedrijventerreinen Meierijstad, 2021) Het planaanbod, hard en zacht is in de gehele gemeente Meierijstad niet toereikend. De confrontatie tussen vraag en aanbod geeft een behoefte van 22 tot 45 hectare extra bedrijventerrein. In Schijndel wordt circa 8 tot 13 hectare (autonome) ruimtevraag op bedrijventerreinen tot en met 2030 verwacht in het midden en hoog scenario. Dat is circa 20% van de totale ruimtevraag op bedrijventerreinen in Meierijstad tot en met 2030. Er is nog zo’n 3 hectare hard (plan)aanbod op Duin Vlagheide, dit aanbod is echter nog niet direct uitgeefbaar. Schijndel kent daarnaast een groot zacht plan (Duin Vlagheide uitbreiding, netto circa 19 hectare). De leegstand op bedrijventerreinen in Schijndel bevindt zich onder een gezond frictieniveau (namelijk circa 2%). Dit duidt op krapte op de bedrijfsruimtemarkt. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat Duin-Vlagheide geschikt is voor de lokale ruimtevraag en bedrijven in hogere milieucategorieën.

23/88

Figuur 3.4 Kernenscan Schijndel (Bron: Behoefteonderzoek bedrijventerreinen Meierijstad, 2021) In de Bedrijventerreinenvisie (2019) staat beschreven dat er behoefte is aan uitbreidingsruimte vanuit lokale ondernemers en dat grotere ruimtevragers in Veghel een plek moeten kunnen vinden. Gemeente Meierijstad hanteert voor nieuwe bedrijventerreinontwikkeling buiten de kern Veghel een maximale kavelomvang van 0,5 ha (dit betreft de kernen Schijndel, Sint-Oedenrode, Nijnsel en Erp). Door in Veghel alleen ‘grotere’ kavels (> 0,5 ha) toe te voegen en in de lokale kernen bij een aangetoonde behoefte enkel kleine kavels te ontwikkelen, worden bedrijven die de lokale schaal ontgroeien gestimuleerd om de stap te maken naar Veghel. In dit geval wordt een groter kavel mogelijk gemaakt in Veghel om de bedrijfsactiviteiten van een bestaand bedrijf te kunnen concentreren. Met de Bedrijventerreinenvisie als uitgangspunt, kiest de gemeente voor nieuw bedrijventerrein voor een scenario waarbij er in de grotere kernen Erp, Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel uitbreidingsruimte is voor lokaal MKB, liefst op een beperkt aantal terreinen. De grotere toevoegingen zijn in Schijndel en Veghel.

De zachte plancapaciteit (locaties waar nog geen rechtstreekse planologische mogelijkheden zijn voor bedrijven) is daarbij eerste keus maar er zijn op provinciaal niveau meer zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling aangewezen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van diverse basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Vraaggericht ontwikkelen en regionale afstemming Om te voorkomen dat de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in Meierijstad samenvalt met een periode van verminderde uitgifte ontwikkelt de gemeente vraaggericht. Dit is ook in lijn met de provinciale en regionale richtlijn (figuur 3.5). Vraaggericht ontwikkelen houdt in dat bedrijventerreinen alleen worden ontwikkeld bij concrete vraag van (genoeg) eindgebruikers. Door bedrijventerreinen vraaggericht te ontwikkelen beperk je het risico op kwantitatief of kwalitatief overaanbod sterk. Dit houdt in dat zacht planaanbod op individueel kavelniveau (of kleinschalige clusterniveau van circa 3-5 kavels) pas hard wordt gemaakt bij aangetoonde vraag van eindgebruikers. Ook wordt zacht planaanbod pas hard gemaakt wanneer er is aangetoond dat de ruimtevraag niet binnen bestaand stedelijk gebied gefaciliteerd kan worden. In dit geval is sprake van een concrete vraag van een eindgebruiker. Dit sluit aan bij het gemeentelijke beleid.

In 2019 heeft de regio Noordoost Brabant het principe van vraaggericht ontwikkelen vastgesteld. Uitgangspunten zijn daarin dat de regio in principe niet meer ontwikkelt voor ruimtevragers zonder eindgebruikers, dat ze geen grote hoeveelheden direct wil bestemmen, maar fasegewijs wil doorontwikkelen op basis van concrete

24/88

interesse. Afstemming van nieuwe initiatieven via het 1-loket hoort ook bij de planningsopgave. Kleinere initiatieven kunnen op subregionale schaal beoordeeld worden en voor kennisgeving naar het poho EZ. Grotere initiatieven moeten op regionaal niveau beoordeeld worden in afstemming met de provincie Noord-Brabant. In dit geval gaat het over niet inpasbare vraag, groter dan 1 hectare.

Figuur 3.5 Stroomschema vraaggericht ontwikkelen regio Noordoost Brabant

25/88

Er is in dit geval een concrete eindgebruiker. Voor deze eindgebruiker is er per saldo onvoldoende harde plancapaciteit om in de behoefte te voorzien. Met de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten wordt een lokaal knelpunt opgelost. Op de vertreklocatie vindt kwaliteitsverbetering plaats. De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten zorgt voor meer werkgelegenheid. Het bedrijf past binnen het profiel van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide en de uitbreiding ligt in een oranje locatie (zachte plancapaciteit). Duurzaamheid is uitgangspunt en daarnaast wenst Den Ouden hier aanvullend een aantal toekomstige activiteiten binnen de circulaire economie mogelijk te maken (zie paragraaf 2.2). De uitbreiding van het bedrijventerrein Duin-Vlagheide is afgestemd met de provincie als in het regionaal ruimtelijke overleg. Conclusie ladder Er is in Meierijstad behoefte aan 49,5 tot 72,5 ha bedrijventerrein. Er is hard planaanbod voor 26,5 hectare. Dit betekent dat zacht planaanbod omgezet moet worden in harde plancapaciteit om in de behoefte te kunnen voorzien. Duin- Vlagheide is een van de bedrijventerreinen, waar indicatief 19 hectare netto bedrijventerrein kan worden gerealiseerd. Het onderhavige plangebied maakt onderdeel uit van deze locatie. Er is behoefte aan nieuwe harde plancapaciteit om te kunnen voorzien in de vraag naar bedrijventerrein.

Voor de ladder is het niet noodzakelijk dat eerst alle bestaande harde plancapaciteit word benut. Ook uitbreiding, zoals op Duin-Vlagheide, is noodzakelijk om in de vraag te kunnen voorzien. Met het splitsen van de hoofdkantoorfunctie en verplaatsing van de bedrijfsmatige activiteiten naar een nieuwe locatie aan de rand van het stedelijk gebied aansluitend aan bedrijventerrein Duin-Vlagheide is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. In principe moeten grote ruimtevragers een plek vinden in Veghel, maar in dit geval is sprake van lokaal maatwerk en het oplossen van een lokaal knelpunt in het buitengebied. De verplaatsing en uitbreiding van bedrijfsactiviteiten op bedrijventerrein Duin-Vlagheide is voor Den Ouden ruimtelijk een logische plek. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met kaders en randvoorwaarden uit het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

26/88

Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing De beoogde ontwikkeling is in lijn met de basisopgave voor een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. In hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Verder kan gesteld worden dat de algemene visie van Den Ouden gericht is op energietransitie en een duurzame economie. Hier wordt nader op in gegaan in paragraaf 4.17. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie 2022) In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. Het plangebied is op de basiskaart Landelijk gebied aangemerkt als gemengd landelijk gebied.

Figuur 3.6 Kaart 6: Instructieregels gemeenten: Basiskaart Landelijk gebied (Bron: Ruimtelijkeplannen) Op kaart 3 is het uitbreidingsgebied aangemerkt als verstedelijking afweegbaar.

27/88

Figuur 3.7 Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkelingen en erfgoed (Bron: Ruimtelijkeplannen) In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. De volgende artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie

28/88

Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat:

29/88

a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: c. bedrijfswoningen; d. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; e.

voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar In afwijking van Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Toetsing Wat betreft zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) is het uitgangspunt van de provincie dat voor de toedeling van functies eerst de mogelijkheden in stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing.

Dit geldt niet in gevallen dat er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie is toegestaan. Bij voorliggende ontwikkeling is dit het geval. Bij de beoogde ontwikkeling wordt waar mogelijk uitgegaan van het principe meerwaardecreatie (artikel 3.8), waar bij een ontwikkeling sprake is van een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en

30/88

sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onderhavig initiatief speelt in op dit principe doordat: er een nieuwe bedrijfsmatige functie wordt toegevoegd; de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. De beoogde ontwikkeling aan de Vlagheide gaat gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologisch en landschappelijke waarden en kenmerken van het plangebied en de nabije omgeving. Daarnaast wordt kwaliteitsverbetering behaald via de relatie met de beoogde ontwikkeling aan Hermalen 7 te Schijndel, zoals reeds beschreven in paragraaf 2.2 van voorliggend bestemmingsplan. Op dit perceel zullen de bedrijfsactiviteiten gestaakt worden en zal de bestaande hal volledig worden getransformeerd naar een kantoorfunctie voor het gehele bedrijf Den Ouden.

Den Ouden wenst de bedrijfsactiviteiten die op de locatie aan Hermalen 7 zijn beëindigd, voort te zetten op de locatie aan de Vlagheide. De beëindiging van de activiteiten op de locatie Hermalen leveren kwaliteitsverbetering op; minder verkeer, verplaatsing bedrijfsactiviteiten naar een plek die hier beter voor geschikt is, het wegnemen van verharding en het slopen van verouderde bebouwing. Gesteld kan worden dat het initiatief in lijn is met artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In afwijking van Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Binnen het stedelijk Gebied is onvoldoende ruimte beschikbaar om in de vraag naar bedrijventerrein te voorzien (zie paragraaf 3.2.3). Er is ook geen leegstaand vastgoed beschikbaar om de beoogde ontwikkeling in mogelijk te maken. Ontwikkeling van bedrijventerreinen wordt regionaal afgestemd. Een geactualiseerde lijst van zachte plannen wordt in het regionaal overleg ingebracht. Na afstemming krijgen de plannen ook een plek in de nieuwe gemeentelijke Omgevingsvisie. Duin-Vlagheide is een van de bekende locaties, die ook al in de structuurvisie is opgenomen.

De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het toekomstige Stedelijk Gebied. Met bovenstaande uitgangspunten wordt voldaan aan de regels met betrekking tot de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is onderhavig initiatief in lijn met Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. 3.3.3 Conclusie Het verplaatsen en uitbreiden van bedrijfsactiviteiten van een bestaand lokaal gebonden bedrijf naar een gebied waar verstedelijking afweegbaar is, past binnen het provinciale beleid.

31/88

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Ruimte De structuurvisie Ruimte van de voormalige gemeente Schijndel is vastgesteld op 31 mei 2012. In deze structuurvisie zijn de ruimtelijke ambities van de gemeente Schijndel uitgewerkt. Een uitsnede van de bijbehorende structuurvisiekaart is weergegeven in figuur 3.8. Toegenomen bevolking en welvaart zorgen voor steeds meer tegengestelde belangen en ruimteclaims. Om de ruimtelijke ontwikkeling van Schijndel in goede banen te leiden, vindt er dan ook een complexe belangenafweging plaats. Ook liggen er ambities op diverse vlakken, te weten een evenwichtige (volks)huisvesting, een stabiele en sterke sociaaleconomische positie, behoud van cultuurhistorie, een gezonde en robuuste natuur, adequate waterhuishouding, een acceptabele en aantrekkelijke woon en leefomgeving met voldoende ruimte voor recreatie.

Figuur 3.8 Uitsnede structuurvisie Ruimte Schijndel (Bron: Gemeente Schijndel) De structuurvisie brengt zowel de richting als de mogelijke ‘routes’ in beeld ten aanzien van het ruimtelijke beleid. Ook de keuzes die gemaakt dienen te worden komen in de structuurvisie terug. De structuurvisie Ruimte heeft betrekking op de eerste tien jaar met een doorkijk naar de volgende tien jaar. Bij het ontwikkelen van de structuurvisie Ruimte stonden vier kernwaarden centraal: verdieping van de Strategische Visie; behoud en versterken van bestaande kwaliteiten voor een complete gemeente; regierol voor de gemeente Schijndel; transparantie en toegankelijkheid van ruimtelijke keuzes. Schijndel wil haar economische dynamiek optimaal faciliteren. Hiervoor is uitbreidingsruimte voor bedrijven nodig op basis van de lokale behoefte. Om de lokaal gevestigde bedrijven hiervoor ruimte te kunnen bieden is het gebied Duin-Vlagheide als enige in beeld, zoals ook in beeld gebracht op de structuurvisiekaart. Regie voeren om ook zorgvuldig ruimtegebruik toe te kunnen passen met een vrij laag financieel risico zorgt er dan voor dat actieve grondpolitiek verantwoord is. Een nadere verdieping staat uitvoerig beschreven in de visies “Bedrijventerreinen” en “Duin-Vlagheide”.

32/88

Duin en de laatste uitbreiding Duin-Vlagheide kennen een overwegend middelgroot tot grootschalig gebruik. Dit terrein is circa 120 hectare groot. Een accent ligt op bedrijven in de industrie, productie, handel, logistiek en bouw. Hier treffen we geen woningbouw aan. Midden door Duin ligt het Duits lijntje. Het tracé ervan is door de gemeente aangewezen als ecologische verbindingszone (EVZ). Om dit te realiseren op het bedrijventerrein ligt het spoortracé langs een brede groensingel. Duin is ruimtelijk goed ingepast: er zijn groenvoorzieningen in en rondom het terrein en de bebouwing is gerealiseerd volgens de richtlijnen van een vigerend beeldkwaliteitsplan. Het terrein blijft in de toekomst behouden als bedrijventerrein voor de reguliere bedrijfsactiviteiten. De keuzes ten aanzien van het gebied Duin-Vlagheide richten zich op: 1. Het bedrijventerrein Duin en de aangrenzende gronden ten zuiden hiervan zijn aangemerkt als uitbreidingsruimte bedrijven. 2. Het ontwikkelen van het gebied Vlagheide. Medewerking aan initiatieven die voldoen aan de versterking van werken en recreatie binnen het planologische keuzekader verlopen via een maatwerkaanpak. Toetsing Er is uitbreidingsruimte voor bedrijven nodig op basis van de lokale behoefte. Om de lokaal gevestigde bedrijven hiervoor ruimte te kunnen bieden is het gebied Duin-Vlagheide als enige in beeld.

Het verplaatsen van bedrijfsactiviteiten uit het buitengebied (Hermalen) naar het ontwikkelingsgebied Vlagheide is een belangrijk item in de Structuurvisie ruimte. Voorliggend plan kan hier een bijdrage in leveren door bedrijfsactiviteiten te weren op een locatie waar dit ongewenst is en deze te concentreren in de ontwikkelingsgebieden aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast biedt deze verplaatsing voor beide locaties de mogelijkheid tot een goede landschappelijke inpassing en vindt versterking van de landschappelijke kwaliteiten plaats. 3.4.2 Structuurvisie Duin-Vlagheide De gemeente Meierijstad (voorheen: Schijndel) wil het gebied Duin-Vlagheide opnieuw ontwikkelen. Hiervoor is in 2010 de Structuurvisie Duin-Vlagheide vastgesteld. Voor het noordelijk deel is eerder in 2000 een bestemmingsplan vastgesteld (bestemmingsplan Duin III deelplan Zuid), waarbij het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid mogelijk is gemaakt. Het noordoostelijk deel van dit gebied is inmiddels grotendeels uitgegeven. Het zuidwestelijk deel heeft de bestemming ‘toekomstige bedrijfsdoeleinden’ en dient nog nader te worden uitgewerkt. De wens is om aansluitend aan deze locatie, ruimte te bieden aan een verdere uitbreiding van het bedrijventerrein met een duurzaam en groen karakter.

Tevens is de wens in het gebied tussen de Koeveringsedijk en de Vlagheide ruimte te bieden voor herplaatsing van bedrijven die in de zone voor recreatieve ontwikkeling liggen. Ook andere bedrijven die nu op een ongewenste locatie liggen zouden hier een plaats in kunnen krijgen. Het (her)ontwikkelen van het voormalige militaire opslag (MOP) complex, centraal gelegen het gebied, behoort tevens tot de opgave. Het totale gebied heeft een omvang van ca. 60 ha. Het plangebied maakt voor een groot gedeelte deel uit van het Intergemeentelijk Masterplan ‘Vlagheide’ e.o., een gezamenlijk project van de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode, Veghel en Schijndel om te komen tot een revitalisering van dit gebied. De structuurvisie zal een vertaalslag maken van de uitgangspunten voor het gebied zoals die verwoord zijn in verschillende beleidsdocumenten en de visie vormt een opstap naar de definitieve invulling van dit gebied in een bestemmingsplan.

33/88

In navolgende tekst worden beknopt de gestelde beleidskaders uit de Structuurvisie weergegeven. Stedelijke ontwikkeling Duin III is als stedelijk gebied aangemerkt. Uit de verschillende beleidsstukken blijkt dat de het plangebied ten zuidoosten van Duin III in de toekomst eveneens in meer of mindere mate ontwikkeld kan/moet worden. De belangrijkste kaders die naar voren komen zijn: Het ontwikkelen van een groene buffer/ groene geleding tussen Schijndel en Veghel; Het combineren van groen en bedrijven, bijvoorbeeld door deze in kamers te plaatsen Landschappelijke ontwikkeling Het beleid geeft tevens landschappelijke aspecten en ontwikkelingen weer waarmee rekening gehouden dient te worden. Dit kunnen landschappelijke ontwikkelingen zijn die in dit plan opgenomen dienen te worden, of waarvoor een oplossing bedacht moet worden. Het gaat om de volgende aspecten: Het ontwikkelen van de ecologische verbindingszone/ landschapsontwikkelingszone richting het Wijboschbroek; Het creëren van een aantal landschappelijke buffers tussen Veghel en Schijndel. In de visie Natuurontwikkeling Vlagheide is een en ander verder op gebiedsniveau uitgewerkt. Het plangebied is in deze visie deels aangemerkt als ‘kamerlandschap’, ‘natuurkern’ en ‘overgang dorpskernen’.

Naast de landschappelijke ontwikkeling van het plangebied, wordt ook als voorwaarde gesteld dat het verlies aan natuur en open ruimte wordt gecompenseerd. In de uitwerking van de visie en het exploitatieplan wordt aangegeven hoe hierop ingespeeld wordt. Hierbij gaat het om de volgende twee punten. Het MOP complex is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur, maar met beperkte waarde; hiervoor geldt een nee, tenzij beleid en dient verlies aan oppervlak gecompenseerd te worden. Als compensatie voor het verlies aan open ruimte moet landschappelijke kwaliteit in het buitengebied worden ontwikkeld. Vanuit het waterbeleid van de provincie en gemeente en het klimaatbeleid en de beleidsnota Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen kunnen de volgende aanknopingspunten en doelstellingen voor het uitwerken van het aspect duurzaamheid worden geformuleerd: Bieden van ruimte voor het waterbergingstekort uit Duin II en in voldoende mate voorzien voor waterberging voor nieuwe functies in het gebied; Meer gebruik en opwekking van duurzame energie; Stimuleren van energiebewust handelen; Het creëren van een duurzame stedenbouwkundige afronding van Schijndel Zuid; Oprichten van parkmanagement ten behoeve van duurzaam parkbeheer. Ruimtelijke beleidsuitgangspunten In figuur 3.9 zijn de ruimtelijke beleidsuitgangspunten verbeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a0e89772-2e0a-4505-99fb-9d446cf9a55a