CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Sonseweg e.o. te Nijnsel

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en vaststelling beeldkwaliteitsplan ‘Sonseweg e.o. te Nijnsel’33.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bestemmingsplan Sonseweg e.o. te Nijnsel

73

6

Uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk zoals is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Tussen ontwikkelaars/initiatiefnemers en gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten, waarin een en ander met betrekking tot het wettelijk verplichte kosten verhaal is vastgelegd. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: 

Vooroverleg;

Vaststellingsprocedure.

6.2.1

Omgevingsdialoog

In het kader van de planvorming voor deze locatie is door de initiatiefnemer, Hendriks Coppelmans en Woonmeij, een omgevingsdialoog geïnitieerd. NieuwBlauw heeft de omgevingsdialoog voor Hendriks Copelmans en Woonmeij ingericht en begeleid. De omgevingsdialoog voor plan Sonseweg bestond uit een planuitleg en een mogelijkheid om op het plan te reageren. Bestaande huurders en direct omwonenden zijn per brief uitgenodigd om een toelichting op het plan te krijgen. Tijdens twee avonden, 27 februari (huurders) en 28 februari (omwonenden) zijn diverse toelichtende vragen gesteld en reacties gegeven die op de avond zelf zijn beantwoord.

Bestemmingsplan Sonseweg e.o. te Nijnsel

74

Tussen 27 februari en 20 maart 2023 konden respondenten de online omgevingsdialoog openen. Op 27 en 28 februari zijn er bewonersavonden georganiseerd. Dit was het moment dat de vragenlijst online is gezet. De vragenlijst is beschikbaar geweest voor iedereen, de link heeft op de site van Woonmeij gestaan. Tevens is er een publicatie geweest in de MooiRooi krant met een QR code met een verwijzing naar de website van Woonmeij. Tijdens de avonden zijn brieven uitgedeeld met een link en een QR code waarmee de vragenlijst digitaal kon worden benaderd. In het totaal hebben 137 respondenten de digitale omgevingsdialoog bezocht en ingevuld. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 12 bij de plantoelichting. 6.2.2

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. 6.2.3

Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden wordt er geen inspraakprocedure gehouden vooruitlopend op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 6.2.4

Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure is het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Op het planvoornemen is één zienswijze ingediend door de Provincie. Aan de hand van deze zienswijzen zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd in de plantoelichting. De Nota Beantwoording Zienswijzen is opgenomen als onderdeel van het raadsvoorstel en –besluit. Daarnaast zijn als gevolg van kleine wijzigingen in het stedenbouwkundig ontwerp enkele aanpassingen in de bouw- en bestemmingsvlakken, maatvoeringsaanduidingen en woningtypologie doorgevoerd en is een voorwaardelijke verplichting ter waarborging van het realiseren van een voldoende ruimtelijke kwaliteitsverbetering toegevoegd. Tevens is besloten dat te zijner tijd de landschappelijke inpassing wordt opgelost buiten het plangebied. Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad.

Bestemmingsplan Sonseweg e.o. te Nijnsel

75

SEPARATE BIJLAGEN

Bijlage 1: Laddertoets wonen Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Archeologisch onderzoek Bijlage 4: Bodem- en infiltratieonderzoek Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Nader soortenonderzoek Bijlage 8: Externe veiligheid Bijlage 9: Watertoets Bijlage 10: Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 11: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r. Bijlage 12: Omgevingsdialoog Bijlage 13: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 14: Inrichtingsplan Bijlage 15: Archeologisch selectiebesluit Bijlage 16: Parkeerbalans

Bestemmingsplan Sonseweg e.o. te Nijnsel

76

REGELS

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 3

Groen

13

Artikel 4

Wonen

15

Artikel 5

Wonen - 1

22

Artikel 6

Waarde - Archeologie 1

27

Hoofdstuk 3

Algemene regels

29

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

29

Artikel 8

Algemene bouw regels

30

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

32

Artikel 10

Algemene afw ijkingsregels

34

Artikel 11

Algemene w ijzigingsregels

36

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

37

Artikel 12

Overgangsrecht

37

Artikel 13

Slotregel

38

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 3 van 38

Datum:18-12-2023

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 4 van 38

Datum:18-12-2023

Regels

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 5 van 38

Datum:18-12-2023

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Sonseweg e.o. te Nijnsel met identificatienummer NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.6 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.9 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel; 1.10 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-,

wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.11 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 6 van 38

Datum:18-12-2023

1.12 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.13 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig conform het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel en onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel bebouwing die mag worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen conform het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bijbehorend bouwwerk hieronder wordt verstaan: a.

aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c. vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig, architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d.

uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 7 van 38

Datum:18-12-2023

1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.20 bouwperceel aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.21 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 carport een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund door

palen of kolommen, dat maximaal aan twee zijden gesloten is. Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan, tenzij in de bouwregels uitdrukkelijk is bepaald dat het een open constructie moet zijn. 1.25 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.26 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.27 dove gevel en geluidwerende gevel zonder te openen delen, met uitzondering van openingen die toegang bieden naar niet-geluidgevoelige ruimten;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 8 van 38

Datum:18-12-2023

1.28 erker een aan nader bepaalde maatvoeringseisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte van een woning aan een gevel; 1.29 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 geluidgevoelig object een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.31 geluidgevoelige ruimte een geluidgevoelige ruimte als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.32 geluidluwe gevel een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst. De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden te voldoen; 1.33 gestapelde woning boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.34 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert.

Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'; 1.36 loggia een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak; 1.37 ondergeschikt bouwdeel a. een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk en/of; b. ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die onzichtbaar zijn boven peil;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 9 van 38

Datum:18-12-2023

1.38 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.39 open constructie een bouwwerk met maximaal twee gesloten wanden; 1.40 overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.41 peil a. voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; b. voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; c. in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; d. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.42 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.43 pergola a.

een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.44 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.45 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 10 van 38

Datum:18-12-2023

1.46 straatmeubilair openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, glasbakken, kledingcontainers, bloem- en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.47 verdieping de bouwlagen van een gebouw, gelegen boven de begane grondlaag; 1.48 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.49 voorgevellijn een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.50 voortuin de gronden gelegen voor de voorgevellijn; 1.51 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.52 vrijstaande woning een woning waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan, en niet door middel van bijbehorende bouwwerken met een andere woning is verbonden; 1.53 waterhuishoudkundige voorzieningen waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.54 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden,

daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.55 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals die luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan; 1.56 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 11 van 38

Datum:18-12-2023

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand van de loodrechte horizontale projecties van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 12 van 38

Datum:18-12-2023

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor '3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; d. parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; e. speelvoorzieningen, met uitzondering van een jongerenontmoetingsplaats; f. voorzieningen van algemeen nut; g. kunstwerken; h. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen met bijbehorende werken en werkzaamheden. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. b. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter. c. De maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 20 m². 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De maximale bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting, speelvoorzieningen, bewegwijzering alsmede kunstobjecten bedraagt 8 meter. b. De maximale bouwhoogte van informatiezuilen, huisvuilcontainers, glasbakken, geluidwerende voorzieningen, met uitzondering van reclame-objecten bedraagt 2 meter. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 13 van 38

Datum:18-12-2023

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. Opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. Het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. Het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. Het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. Prostitutie; f. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 14 van 38

Datum:18-12-2023

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen conform de defintie 'woning' en met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.3, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.5.2; met de daarbij behorende: b. groen- en speelvoorzieningen; c. voorzieningen van algemeen nut; d. parkeervoorzieningen; e. waterlopen en waterpartijen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van (sier)tuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Het aantal woningen binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 34, met dien verstande dat per bouwvlak maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen is toegestaan; b. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak in de volgende typologie: 1. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd', alsmede de gronden binnen 1,5 meter tot de aanduidingsgrenzen: voor aaneengebouwde woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', alsmede de gronden binnen 1,5 meter tot de aanduidingsgrenzen: voor gestapelde woningen; c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' dan wel de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. De maximale bouwdiepte bedraagt: 1. voor aaneengebouwde woningen en rug aan rug gebouwde woningen: 10 meter; 2. voor gestapelde woningen: de diepte van het aanduidingsvlak 'gestapeld'; f. De dakconstructie van een hoofdgebouw dient te bestaan uit een kap, met een minimale dakhelling van 15° en maximale dakhelling van 65°. Deze eis geldt niet voor gestapelde woningen; g.

De afstand van een hoofdgebouw tot de voorste bouwperceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 meter. Deze eis geldt niet voor gestapelde woningen. 4.2.2 Gronden achter (denkbeeldig) doorgetrokken voorgevellijn Bouwwerken Voorwaarden Toegelaten bouwwerken a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken;

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 15 van 38

Datum:18-12-2023

Bebouwd oppervlak

Hoofdgebouw of uitbreiding van hoofdgebouw Bijbehorende bouwwerken

c. carport; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. a. achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen zijgevel en zijdelingse perceelsgrens voor zover niet bebouwd met hoofdgebouw: maximaal 50%, met dien verstande dat deze eis niet geldt voor gestapelde woningen. a. Het bepaalde in lid 4.2.1 is van toepassing.

a. b. c. d.

e.

f. g.

Carport

a. b. c. d. e.

Niet-overdekt zwembad

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

a.

De minimale afstand tot de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt 3 meter. De maximale goothoogte bedraagt 3,30 meter; De maximale bouwhoogte bij volledig platte afdekking bedraagt 3,30 meter; De kapconstructie is vrij te bepalen (platte afdekking of kap). Indien sprake is van een kapconstructie bedraagt de dakhelling minimaal 15° en maximaal 65°. De maximale bouwhoogte bij een kapconstructie bedraagt 6 meter, waarbij de denkbeeldige lijn onder de 45° gemeten op 3,30 meter hoogte ter plaatse van de perceelsgrens niet door het bijbehorend bouwwerk mag worden overschreden. Bij een platte afdekking mag op de uitbreiding geen balkon of dakterras worden opgericht. Het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken, inclusief oppervlakte carport, mag per bouwperceel ten hoogste bedragen: 1: 200 m² voor bouwpercelen kleiner of gelijk aan 750 m²; 2: 225 m² voor bouwpercelen groter dan 750 m² en kleiner of gelijk aan 1000 m²; 3: 250 m² voor bouwpercelen groter dan 1.000 m². Een carport dient minimaal 1 meter achter de voorgevellijn gesitueerd te worden. De maximale bouwhoogte bedraagt 3,30 meter. De maximale oppervlakte bedraagt 25 m². Er is maximaal één carport toegestaan per bouwperceel.

Indien bij twee naast elkaar liggende woningen aan dezelfde openbare weg de voorgevels van de woningen niet gelijk liggen, mogen, indien voor de carports 1 aanvraag wordt ingediend, danwel de carport van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning reeds is gerealiseerd, de voorzijden van beide carports gelijkliggend worden gebouwd. De voorzijden van de carports moeten dan op 1 meter voor de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning of minimaal 1 meter achter de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning worden gebouwd. Een 'niet-overdekt zwembad' wordt niet wordt meegenomen in de berekening van het bebouwd oppervlak.

Pagina: 16 van 38

Datum:18-12-2023

b. De minimale afstand tot perceelsgrens van een niet overdekt zwembad bedraagt 2 meter. c. De maximale oppervlakte van een niet overdekt zwembad bedraagt 10% van het bouwperceel, met een maximum van 100 m². a. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat erfafscheidingen op zijerven grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied hoger dan 1 meter uitsluitend met een open constructie mogen worden uitgevoerd. a. De maximale bouwhoogte van afvalcontainers zoals glasbakken bedraagt 2 meter. b. De maximale bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt 2 meter. c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 3 meter

Erfafscheidingen

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

4.2.3

Gronden voor (denkbeeldig doorgetrokken) gevellijn (voortuin)

Bouwwerken Toegelaten bouwwerken

Bijbehorend bouwwerk in de vorm van een erker of entree

Voorwaarden a. bijbehorende bouwwerken uitsluitend in de vorm van erkers, entrees of carports; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. a. Maximaal één bijbehorend bouwwerk in de vorm van een erker mag voor de voorgevel en maximaal 1 meter achter de voorgevel worden opgericht. b. De kapconstructie is vrij te bepalen (platte afdekking of kap). Indien sprake is van een kapconstructie bedraagt de dakhelling minimaal 15° en maximaal 65°. c. De goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter bij uitvoering in één bouwlaag. d. De goothoogte bij uitvoering in twee bouwlagen wordt bepaald door de snijlijn van het denkbeeldig doorgetrokken dakvlak van het hoofdgebouw en de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk. e. De maximale bouwhoogte bedraagt 3,30 meter bij volledig platte afdekking in één bouwlaag. f. De diepte bedraagt maximaal 1,60 meter, behoudens situaties als bedoeld onder d. g. Het maximale grondoppervlak bedraagt 8 m². h. De breedte over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bij uitvoering in twee bouwlagen. i. De breedte over ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bij uitvoering in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 17 van 38

Datum:18-12-2023

Carport

Erfafscheidingen

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

j. In afwijking van het vorenstaande onder a., h. en i.: - indien voor de voorgevel van het hoofdgebouw van oorsprong al een entree is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw in twee bouwlagen; of - indien voor de voorgevel van het hoofdgebouw van oorsprong al een entree is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt. k. In afwijking van het vorenstaande onder g., h. en i: - een erker mag vanuit de voorgevel aan de zijgevel van de woning worden gebouwd, waarbij de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter dient te bedragen en het maximale grondoppervlak 10 m² bedraagt. l. Bij een platte afdekking mag op het bijbehorend bouwwerk geen balkon of dakterras worden opgericht. a. De carport heeft een open constructie. b. De voorkant van de carport wordt op 1 meter voor of minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd. c. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3,30 meter. d. De maximale oppervlakte bedraagt 25 m². e. Er is maximaal één carport toegestaan per bouwperceel.

Indien bij twee naast elkaar liggende woningen aan dezelfde openbare weg de voorgevels van de woningen niet gelijk liggen, mogen, indien de carports tegelijkertijd worden aangevraagd, danwel de carport van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning reeds is gerealiseerd, de voorzijden van beide carports gelijkliggend worden gebouwd. De voorzijden van de carports moeten dan op 1 meter voor de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning of minimaal 1 meter achter de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning worden gebouwd. a. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bij aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' bedraagt 2 meter, voor zover het betreft de gronden tot 1,5 meter uit de voorgevel van het hoofdgebouw. b. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen, anders dan bedoeld onder a., bedraagt 1 meter. a. De maximale bouwhoogte van afvalcontainers zoals glasbakken en geluidwerende voorzieningen bedraagt 2 meter.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 18 van 38

Datum:18-12-2023

b. De maximale bouwhoogte van een pergola bedraagt 3 meter. c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 1 meter. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Afwijken afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse of voorste perceelsgrens

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 sub g ten behoeve van een kleinere afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse, dan wel achterste perceelsgrens, mits: a. dit noodzakelijk is voor de praktische uitvoering van het plan c.q. met het oog op een doelmatige verkaveling; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; d. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de sociale veiligheid. 4.4.2 Bijbehorende bouwwerken in zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder het kopje bijbehorende bouwwerken, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in de zijdelingse perceelsgrens met een maximale bouwhoogte van 6 meter, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt als de bebouwing aan weerszijden van de perceelsgrens op dezelfde wijze aaneen gebouwd wordt, onder de voorwaarden dat a. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit van het straatbeeld; b. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; c. de verkeerssituatie niet nadelig beïnvloed wordt. 4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het plaatsen, het doen of laten plaatsen van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel, kampeerwagens (waaronder caravans), kampeerauto's en kampeertenten, behoudens het plaatsen van caravans, kampeerauto's en kampeertenten op de gronden achter de voorgevellijn, indien per woning niet meer dan één caravan, kampeerauto en/of tent

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 19 van 38

Datum:18-12-2023

wordt geplaatst; b. zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken. 4.5.2 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; c. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; d. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h.

het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan. 4.5.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in artikel 4.1 sub a tot en met g, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en de gemeentelijke verordening fysieke leefomgeving en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b.

de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt ten minste 60 mm per m² verharding. 4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden:

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 20 van 38

Datum:18-12-2023

a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; b. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; c. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn. d. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; e. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. permanente bewoning is niet toegestaan; g. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; h. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; i. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; j. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer; k. er dient voldoende parkeren ten behoeve van de Bed & Breakfast op eigen terrein gerealiseerd te worden.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 21 van 38

Datum:18-12-2023

Artikel 5

Wonen - 1

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor '5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen conform de defintie 'woning' en met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.3, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.4.2; met de daarbij behorende: b. groen- en speelvoorzieningen; c. voorzieningen van algemeen nut; d. parkeervoorzieningen; e. waterlopen en waterpartijen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van (sier)tuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Hoofgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; b. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak en in de typologie gestapeld, zoals is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. De maximale bouwdiepte bedraagt de diepte van het aanduidingsvlak 'gestapeld'; e. De geveldelen van hoofdgebouwen, waaraan één of meer geluidgevoelige ruimtes gesitueerd zijn en waarop de gevelbelasting vanwege het wegverkeer op de A50 blijkens het 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Sonseweg Nijnsel' van De Roever Omgevingsadvies d.d. 10 juni 2024 (kenmerk 20231458.V02) meer bedraagt dan 53 dB, dienen als dove gevel te worden uitgevoerd, tenzij middels akoestisch onderzoek aangetoond wordt dat, al dan niet door afschermende bebouwing of geluidwerende voorzieningen: de geluidbelasting op de gevel lager of gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; of de geluidbelasting op de voor deze gevels of geveldelen voldoet aan de vastgestelde hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. f.

Geluidsgevoelige objecten, waarop de gevelbelasting vanwege het wegverkeer op de A50 blijkens het 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Sonseweg Nijnsel' van De Roever Omgevingsadvies d.d. 10 juni 2024 (kenmerk 20231458.V02) meer bedraagt dan 53 dB, dienen te beschikken over een geluidluwe gevel, dan wel een loggia; g. De volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting uit het 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Sonseweg Nijnsel' van De Roever Omgevingsadvies d.d. 10

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 22 van 38

Datum:18-12-2023

juni 2024 (kenmerk 20231458.V02) en 33 dB. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a Gronden achter (denkbeeldig) doorgetrokken voorgevellijn Erfafscheidingen a. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat erfafscheidingen op zijerven grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied hoger dan 1 meter uitsluitend met een open constructie mogen worden uitgevoerd. Overige bouwwerken, geen a. De maximale bouwhoogte van afvalcontainers zoals gebouwen zijnde glasbakken bedraagt 2 meter. b. De maximale bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt 2 meter. c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 3 meter b

Gronden voor (denkbeeldig) doorgetrokken voorgevellijn

Erfafscheidingen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen, anders dan bedoeld onder a., bedraagt 1 meter. a. De maximale bouwhoogte van afvalcontainers zoals glasbakken en geluidwerende voorzieningen bedraagt 2 meter. b. De maximale bouwhoogte van een pergola bedraagt 3 meter. c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 1 meter.

5.2.3 Voorwaardelijke verplichting nader bodemonderzoek Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ten behoeve van de in lid 5.1 bedoelde woningen wordt slechts verleend na uitvoering van een door het bevoegd gezag geaccordeerd nader bodemonderzoek en indien is aangetoond dat de bodemkwaliteit, al dan niet met inachtneming van eventuele blijkens dit onderzoek noodzakelijke maatregelen, geschikt is voor de beoogde functie. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

NL.IMRO.1948.NIJ000BP0012023P-VG01

Pagina: 23 van 38

Datum:18-12-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=b50c0ff5-0dd7-4e32-a8fc-279845830322