CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Bestemmingsplan Helden van Kien

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Helden van Kien, Bremhorst 1, Sint-Oedenrode'25.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Provinciaal beleid 3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1 januari 2022 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening NoordBrabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. Onderhavige bestemmingsplanwijziging is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Het provinciale beleid over de fysieke leefomgeving is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

30

provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.

Afbeelding 25. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staat opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling (wonen, werken of voorzieningen) is gelegen in Stedelijk gebied (art. 3.42). Belangrijk daarbij is dat de ontwikkeling past in de regionaal gemaakte afspraken en dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant beschrijft de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Dit houdt in dat bij plannen, welke niet zijn gelegen in het Landelijk gebied, invulling gegeven moet worden aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

31

Onderhavige ontwikkeling is gelegen in Stedelijk gebied (Landelijke kern). De ontwikkeling betreft het verruimen van openingstijden van een bestaande horecavoorziening en verder het vertalen van een bestaande (project)omgevingsvergunning in een bestemmingsplan, namelijk: een horecavoorziening inclusief ‘poortfunctie’. Door medewerking te verlenen aan het initiatief wordt bijgedragen aan een duurzame concurrerende economie. De exploitatiemogelijkheden van de bestaande horecavoorziening worden vergroot, waardoor meer mogelijkheden ontstaan op lokaal niveau (Streekpark Kienehoef) te investeren in voorzieningen van recreatieve aard. Hiermee wordt ook een veilige en gezonde leefomgeving bevorderd, namelijk het ‘stedelijke uitloopgebied’ blijft minimaal zijn huidige kwaliteit behouden en er wordt steeds weer belevingswaarde toegevoegd. Hierdoor blijft het park aantrekkelijk voor mensen om naar buiten te gaan, een positieve ontwikkeling voor de gezondheid. De horecagelegenheid is in hoogwaardige duurzame materialen uitgevoerd en is absoluut passend in de omgeving. Sterker nog: het is aanvulling voor wat betreft de beleving van Streekpark Kienehoef en de gemeente Meierijstad. Onder paragraaf 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking is ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking.

Verder is rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Onderhavige ontwikkeling is passend in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

32

3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1

Visie Recreatie en Toerisme Meierijstad

Op 18 november 2018 is door de gemeenteraad van Meierijstad de visie Recreatie en Toerisme Meierijstad vastgesteld. Hieronder wordt op de visie ingegaan.

Toekomstbeeld Het toekomstbeeld voor recreatie en toerisme in Meierijstad is veelbelovend. Meierijstad kent twee gezichten: aan de ene kant het wat rauwere, spannende industriële erfgoed, aan de andere kant het landelijke, streekeigen genieten van het echte, goede Brabantse leven. Meierijstad beschikt grofweg over 13 kernen, een ruim buitengebied, 3 recreatieve clusters (Streekpark Kienehoef, Vlagheide en Noordkade) en diverse locaties voor recreatieve natuurbeleving. Natuur omringt en bedekt Meierijstad. De hoofdkernen en de recreatieve clusters vormen qua ligging een zone die als het ware een recreatieve motor is binnen de gemeente: dit is een zone van belang, met een aandrijvende werking voor de gehele gemeente. Door historische verbindingen te benutten (zoals het Duits lijntje en de blauwe aders Aa, Dommel en Zuid-Willemsvaart) en door nieuwe verbindingen te leggen (bijv. tussen de recreatieve clusters) wordt binnen en buiten de gemeentegrenzen de verbinding versterkt. Denk hierbij ook aan verbindingen richting nabije steden als ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven en natuurgebieden als De Maashorst en Van Gogh National Park. Door de komende jaren eerst te kiezen voor de ontwikkeling van de recreatieve motor brengt Meierijstad focus aan en kan gericht het bereik vergroot worden.

Naast een stimulerende en faciliterende houding van de gemeente betekent dit ook proactief aanjagen en regie nemen. Aanjagend bijvoorbeeld door de verbindingen uit te werken en regisserend door bijvoorbeeld nieuwe plannen voor wat grootschaliger recreatieftoeristische voorzieningen te laten landen binnen de recreatieve motor. Zo versterkt Meierijstad haar recreatief-toeristische basis. Dit sluit de (nadere ontwikkeling van) de beleving van Meierijstad op andere locaties niet uit. De wisselwerking van de recreatieve motor met de recreatief-toeristisch waardevolle kernen en het buitengebied versterkt elkaar wederzijds. Het buitengebied profiteert daarbij van het vergrote bereik. Bovenstaande is de uitleg van de visiekaart hieronder.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

33

Actieprogramma Voor het waarmaken van deze visie is een actieprogramma gemaakt. De hoofdopgaven daarin zijn: focus en verbinding. Focus op het versterken van de recreatieve motor die ligt in de drie hoofdkernen (Veghel, Sint Oedenrode en Schijndel) en de 3 recreatieve clusters (Noordkade, Streekpark Kienehoef en Vlagheide). En focus op het vergroten van de evenementenmarkt. Verbindingen leggen met de regio en verbindingen leggen binnen de gemeentegrenzen. Voor de drie recreatieve clusters in Meierijstad geeft de gemeente ontwikkelruimte. Daarnaast is het maken van verbinding met de regio speerpunt, het gaat dan om het maken van verbindingen met de steden Eindhoven, Den Bosch en Oss én om het maken van verbindingen met Het Groene Woud, Maashorst en Van Gogh National Park. Maar ook het verbinden met andere partners in de branche in de gemeente, zodat arrangementsvorming ontstaat. Daarnaast is het meer beleefbaar maken van water in Meierijstad een belangrijke doelstelling. Streekpark Kienehoef is met de visie Recreatie en Toerisme Meierijstad gepositioneerd als één van de drie recreatieve clusters van Meierijstad. Het is verworden tot een verbindende schakel in het recreatieve netwerk van de gemeente en de regio, waarvoor ontwikkelruimte geldt die Streekpark Kienehoef met verwe wil invullen. Dit doet zij door: 1.

als park door te ontwikkelen door onder andere de elementen in het park aan elkaar te verbinden ‘arrangementsvorming’: slapen bij de camping, eten bij De Helden van Kien, recreëren in het park of vanuit het park de gemeente en de regio in; 2. het neerzetten van het Mozaiek Dommelvallei (en haar sloepverhuur), waarmee de beleefbaarheid van water inclusief educatie erover wordt gerealiseerd. 3. te verbinden met de andere recreatieve clusters en hoofdkernen het gebied, namelijk: ‘De Brabantse Klomp’ (www.brabantseklomp.nl), recreatiecluster Vlagheide, recreatiecluster Noordkade en ‘Natuurlijk Sint Oedenrode’ (www.natuurlijksintoedenrode.nl). Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

34

4. te verbinden met Het Groene Woud (regio): De Helden van Kien is een goede uitvalsbasis om het gebied te gaan verkennen, je wordt daar ook gestimuleerd dit te doen; In het recreatieve cluster Streekpark Kienehoef is De Helden van Kien een spilpartner. Een aanjager die in de ontwikkeling van het park en alles eromheen als sleutelpartner functioneert. Ontwikkelruimte voor De Helden van Kien heeft als gevolg: doorontwikkeling van Streekpark Kienehoef als sterk onderdeel van de recreatieve as van Meierijstad.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

35

3.3.2

De Rooi(s)e draad versterkt

In september 2012 heeft de gemeente Sint-Oedenrode de structuurvisie ‘De Rooi(s)e draad versterkt’ – welke samen met diverse frisdenkers (geïnteresseerde burgers) is opgesteld - opgeleverd. De structuurvisie gaat kort in op de vorige visie ‘De Rooi(s)e draad’ en de evaluatie daarvan, maar is met name bedoeld ter herijking van de destijds gestelde ambities. Op het gebied van recreatie, toerisme en horeca is de visie vrij summier, maar de thema’s worden wel aangestipt in het onderdeel ‘Economie en Ruimtelijke ontwikkeling’ (hoofdstuk 5) waar de volgende ‘uitvoeringsagenda’ geformuleerd wordt: • • •

Ontwikkel voor Sint-Oedenrode een onderscheidend pakket maatregelen gericht op duurzaamheid (MKB, landbouw, energie) ter bevordering van economische innovatiekracht en toeristische inspiratie. Houd vast aan groene imago als plattelandsgemeente en communiceer/verkoop dit beter. Winkel- en horecavoorzieningen moeten zich meer ontwikkelen in het onderscheidend vermogen van Sint-Oedenrode ten opzichte van zijn omgeving zowel op winkelen als toerisme (waarbij identiteit eigenzinnige groene plattelandsgemeente leidend is).

De Helden van Kien verbindt op alle van de drie hierboven genoemde elementen:

1.

2.

3.

Het gebouw is zoveel mogelijk uitgevoerd met duurzame natuurlijke bouwmaterialen en er is gekozen voor een ontwerp dat gemakkelijk aangepast kan worden als daar in de toekomst ooit sprake van zou moeten zijn. De groene omgeving is als uitgangspunt genomen voor het ontwerp van De Helden van Kien. De groene omgeving kan vrijwel vanuit iedere ruimte van het pand beleefd worden. Mensen worden als het ware uitgenodigd om erop uit te trekken en kennis te maken met de natuurwaarden in het park, Sint-Oedenrode en Het Groene Woud. Deze unieke propositie vanuit De Helden van Kien draagt bij aan versterking van de groene identiteit het positieve image van Sint-Oedenrode als recreatieve natuurparel in de regio.; De Helden van Kien is een unieke toevoeging aan reeds bestaande aanbod van Sint Oedenrode dat zich enerzijds kenmerkt door de horecavoorzieningen inclusief terrassen op de markt met een meer ‘stadse’ beleving en anderzijds door een zich daarvan onderscheidend initiatief als De Helden van Kien die de identiteit als ‘eigenzinnige groene plattelandsgemeente’ eer aan doet.

Het initiatief is niet alleen passend binnen de gemeentelijke visie ‘De Rooi(s)e draad versterkt’, maar vormt ook een voorbeeldproject voor andere ontwikkelingen/ uitvoeringen van de visie.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

36

3.3.3

Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad

De Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad is op 19 januari 2017 voor het eerst in werking getreden en wordt indien nodig steeds gewijzigd. De verordening is op 4 november 2021 voor het laatst gewijzigd in op 1 juli 2021 (met terugwerkende kracht) in werking getreden. In geval van de ontwikkeling van horeca en andere publieksaantrekkende functies is de APV een belangrijk instrument. De Helden van Kien wordt in de toekomstige situatie in overeenstemming met de APV geëxploiteerd, maar met beperkte openingstijden (zoals via dit bestemmingsplan regelt). Het initiatief is in lijn met de APV Meierijstad.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

37

4

Milieuhygiënische aspecten

4.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan (en zo mogelijk zal) worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In de op 18 juni 2013 afgegeven (project)omgevingsvergunning is reeds onderbouwd dat een horecavoorziening op deze locatie niet op milieu hygiënische belemmeringen stuit. Het vertalen van de (project)omgevingsvergunning in dit bestemmingsplan kan voor zover het niet over de verruiming van de openingstijden gaat dan ook als een actualiserende activiteit worden beschouwd. Dat betekent dat de horecavoorziening – met uitzondering van het onderbouwen van de verruiming van de openingstijden en de verruiming van het gebruik te weten het houden van zelfstandige feesten, partijen en bijeenkomsten - niet opnieuw aan alle milieu hygiënische aspecten die eerder al zijn beschouwd wordt getoetst

4.2

Bedrijven en milieuzonering Beleidskader

Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals o.a. woningen: • •

ter plaatse van de milieugevoelige functie(s) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Consequenties

In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) van de VNG is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten ‘milieubelastende activiteiten’ aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van milieugevoelige activiteiten. Daar het in onderhavige situatie gaat over de ontwikkeling van een horecavoorziening (bedrijf) betreft het hier niet het realiseren van een milieugevoelige functie die mogelijk bedrijven in de omgeving in hun bedrijfsvoering kan belemmeren. In onderhavige situatie is het van belang dat het bedrijf zelf geen milieugevoelige functie(s) hindert.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

38

Voor de horecagelegenheid gelden op basis van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering de volgende te hanteren richtafstanden.

SBI-code 2008 563 (muziekcafé) 561 (restaurant)

Te hanteren richtafstand tussen bestemmingsgrens Helden van Kien en dichtstbij gelegen gevel voor: geur stof geluid gevaar 0m 0m 30m 10m 10m

0m

10m

10m

De horecagelegenheid ligt op circa 130 meter van de dichtstbijzijnde woningen aan de Zwembadweg (29 en 31). Op basis van deze werkelijke afstand in combinatie met de richtafstanden uit de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering kan gesteld worden dat er ter plaatse van omliggende woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat op de onderdelen geur, stof, geluid en gevaar. De te hanteren richtafstanden worden op alle onderdelen gehaald. Omdat de richtafstanden voor alle aspecten ruimschoots worden gehaald behoeft in principe geen nader onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat voor omwonenden sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Echter kan er in onderhavige situatie, gezien de kenmerken van het gebied, niet zomaar vanuit gegaan worden dat aangaande het aspect ‘geluid’ een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. Ook moet er voor de melding in het kader van het Activiteitenbesluit aangetoond worden dat voldaan wordt aan de in het activiteitenbesluit gestelde geluidsvoorschriften. De activiteiten van de inrichting vallen namelijk binnen het kader van het Activiteitenbesluit. Om aan te kunnen tonen dat op het aspect ‘geluid’ sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en in het kader van het Activiteitenbesluit is door onderzoeksbureau Tauw een akoestisch onderzoek uitgevoerd.

Het onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd (bijlage 7.2). Een samenvatting van de conclusies van het onderzoek is hieronder opgenomen. Doel van het onderzoek is om de te verwachten geluiduitstraling van de inrichting met de bijbehorende activiteiten ten gevolge van de gewenste exploitatie naar de omliggende geluidgevoelige bestemmingen vast te stellen en deze te toetsen aan de gestelde grenswaarden. Op grond van het onderzoek blijkt dat in de huidige situatie bij de gewenste exploitatie niet zondermeer kan worden voldaan aan de gestelde grenswaarden bij de omliggende geluidgevoelige bestemmingen. In dit geval betreft de gewenste bedrijfssituatie een exploitatievorm waarbij in de ‘Streekkamer’ een muziekgeluidniveau, ref muziekspectrum Dance, ten gehore wordt Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

39

gebracht van LAeq = 95 dB(A). In de overige ruimten plus op het terras van de inrichting wordt uitsluitend achtergrondmuziek met een maximaal muziekgeluidsniveau van LAeq = 70 dB(A), ref. standaardpopmuziekspectrum, ten gehore gebracht waarbij rekening is gehouden dat op het terras tot uiterlijk 23.00 uur muziek ten gehore wordt gebracht. De exploitatie vindt wel tot na 23.00 uur plaats en tijdens besloten feesten tijdens de weekenddagen tot uiterlijk 02.00 uur. Uit de berekeningsresultaten van de gehele bedrijfsvoering waarbij de Streekkamer geëxploiteerd wordt met een muziekgeluidsniveau van LAeq = 95 dB(A) en in de overige ruimten achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht met een niveau van LAeq = 70 dB(A), op het terras tot uiterlijk 23.00 uur achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht van LAeq 70 dB(A), gemeten op 2 meter van de speakers en er mensen op het terras aanwezig zijn tot uiterlijk 24.00 uur, blijkt dat in de dagperiode voldaan kan worden aan de gestelde grenswaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde, maar in de avond- en nachtperiode niet meer kan worden voldaan aan de gestelde grenswaarden van respectievelijk 40 dB(A) etmaalwaarde en 35 dB(A) etmaalwaarde bij de omliggende geluidgevoelige bebouwing. In de avondperiode wordt de overschrijding voornamelijk veroorzaakt door de achtergrondmuziek die ten gehore wordt gebracht op het terras van de inrichting.

In de nachtperiode wordt de overschrijding veroorzaakt door de geluiduitstraling van de zaal waarin muziekgeluid ten gehore wordt gebracht met een muziekgeluidniveau van LAeq = 95 dB(A). Door het aanbrengen van geluidsisolerende maatregelen bij het platte dak zoals aangegeven in paragraaf 5.5 van het onderzoek en rekening te houden met een lager geluidsniveau op het terras (maximaal muziekgeluidsniveau van LAeq = 65 dB(A) tussen 19:00 en 23:00u en geen muziek na 23:00u) kan in de avond- en nachtperiode met een muziekgeluidsniveau in de zaal van LAeq = 95 dB(A) wel voldaan worden aan de gestelde grenswaarden. Aangaande het aspect indirecte hinder geldt dat de hoogste geluidbelasting ten gevolge van het aantrekkende verkeer van en naar de inrichting ten hoogste LAeq = 50 dB(A) etmaalwaarde bedraagt, berekend bij waarneempunt 09, woning Zwembadweg nr. 39. Hiermee kan nog juist worden voldaan aan de gestelde voorkeursgrenswaarde uit de circulaire indirecte hinder. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt – bij inachtneming van de maximaal toelaatbare muziekgeluidniveaus en het aanbrengen van geluidsisolerende maatregelen zoals geformuleerd in het onderzoek van Tauw van 9 april 2021 - geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging.

Om te garanderen dat niet meer dan 45dB per etmaalwaarde aan geluid in de dagperiode, 40 dB in de avondperiode en 35 dB in de nachtperiode op de dichtsbijgelegen gevels van gevoelige objecten wordt geproduceerd is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen dat dat niet is toegestaan (gebruiksregels/ strijdig gebruik). Tegelijkertijd zijn op die manier in de regels ook de maximaal toelaatbare muziekgeluidniveaus en geluidsisolerende maatregelen geborgd. Het woon- en leefklimaat blijft aanvaardbaar en bedrijven of organisaties worden niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

40

4.3

Akoestiek Beleidskader

De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt. Consequenties

Weg-, spoor-, luchtverkeerslawaai Binnen het plangebied worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten opgericht. Om die reden is het niet noodzakelijk het plan te toetsen aan wegverkeerslawaai, spoorverkeerslawaai of luchtverkeerslawaai. Industrielawaai In het plangebied is reeds een geluidsbron aanwezig, welke wordt veranderd. Er gelden nu beperkte openingstijden, die met dit bestemmingsplan worden verruimd. Van belang is dat de geluidsbron geen (te) hoge belasting op omliggende geluidsgevoelige objecten mag hebben. Dit is niet het geval, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor wat betreft de onderbouwing die geldt voor het geluid dat door het initiatief op omliggende gevoelige functies gegenereerd wordt, wordt verwezen naar paragraaf 4.2 ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.4

Archeologie Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • • •

het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces.

De gemeente Meierijstad heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

41

(Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is in 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Notitie Archeologiebeleid Sint-Oedenrode", de "Archeologische waardenkaart" en de “Archeologische verwachtingskaart”. Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Meijerijstad haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties

Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Meierijstad geldt op onderhavige locatie een lage archeologische verwachtingswaarde, categorie 7. Zie de op onderstaande kaart en de daarop met rode cirkel aangeduide locatie. Voor gronden van categorie 7 geldt dat pas archeologisch onderzoek benodigd is als dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld en groter dan 1 hectare grond geroerd wordt. In onderhavig plangebied worden geen gronden geroerd. Het bouwvlak is reeds voorzien van bebouwing.

Afbeelding 26. Archeologische Waardekaart.

Specifiek voor gronden waarop het plangebied gelegen is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat voor het plangebied een lage archeologische verwachting geldt op het aantreffen van (nederzettingsresten) uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze verwachting is zowel gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied als de verwachting dat archeologische resten in het plangebied reeds volledig verstoord zullen zijn. Naar aanleiding van het bureauonderzoek heeft het bevoegd orgaan op 24 augustus 2012 een selectiebesluit genomen. Om die reden is op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan geen dubbelbestemming in het kader van archeologie meer opgenomen. Het aspect ‘Archeologie’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

42

4.5

Cultuurhistorie Beleidskader

Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Meierijstad heeft ook eigen beleid op het gebied van cultuurhistorie, namelijk de Nota gemeentelijke monumentenzorg Sint-Oedenrode ‘Inspiratie en identiteit’ (2011). In de nota wordt weergegeven hoe de gemeente Meierijstad om wil gaan met cultuurhistorie in haar gemeente. Consequenties

Ten aanzien van het plangebied is het volgende voor wat betreft cultuurhistorie aan de orde. In 2012 is voor gronden waarop het plangebied is gelegen en de omgeving daarvan door Tauw een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd. In deze verkenning is in het bijzonder aandacht besteed aan de landschapsgenese, de historische geografie, de bouwhistorie en de aanwezige cultuurhistorische waarde. Het onderzoek is destijds opgesteld voor de (project)omgevingsvergunning waarmee de horecavoorziening in Streekpark Kienehoef planologisch mogelijk is gemaakt. Uit het onderzoek bleek dat de realisatie van een horecavoorziening in het park niet leidde tot effecten op cultuurhistorische waarden of aantasting van de bestaande jaren ’30 inrichting van het park. Geconstateerd werd dat de toevoeging van een nieuwe recreatieve functie recht doet aan de (ontstaans)geschiedenis van het park. Het initiatief sluit ook aan bij de Nota gemeentelijke monumentenzorg Sint-Oedenrode ‘Inspiratie en identiteit’ (2011), omdat het kansen biedt voor het beter ontsluiten van ‘Roois’ erfgoed en bevordert het cultuurtoerisme. Het initiatief is niet gewijzigd en de omgeving ook niet. Dit betekent dat bovenstaande nog steeds onverkort van toepassing is. Het aspect ‘Cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.6

Bodem Beleidskader In artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • •

is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies;

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

43

•

wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers.

Consequenties

Ter plaatse van het plangebied is door Tauw in 2012 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt. “Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat op de locatie enkele stoffen zijn aangetroffen, waarvan de concentraties de achtergrondwaarden of streefwaarden overschrijden. In de grond is plaatselijk een lichte verontreiniging met kobalt en/of koper aangetoond. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium, cadmium en zink. Zodra in grond toetsingswaarden worden overschreden is eventueel vrijkomende grond niet meer onbeperkt voor hergebruik geschikt. Bij afvoer van grond van de locatie kan het daarom noodzakelijk zijn een partijkeuring volgens de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit uit te voeren. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn er ons inziens geen milieuhygiënische belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen bestemmingswijziging.” Het bevoegd gezag heeft bij de (project)omgevingsvergunning - waarvan dit onderzoek onderdeel uitmaakte - ingestemd met het onderzoek, de resultaten en het advies. Het onderzoek is inmiddels verouderd, maar omdat de horecavoorziening reeds is gerealiseerd binnen de geldigheidstermijn van het onderzoek en geen bodemactiviteiten meer gaan plaatsvinden vormt dat geen probleem. Er is in voldoende mate zekerheid over de bodemgesteldheid ter plaatse.

Het aspect ‘Bodem’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.7

Externe veiligheid Beleidskader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij die activiteiten betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere LPG-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. In het kader van externe veiligheid zijn twee maatstaven van belang; te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

44

Consequenties

In het plangebied zelf vindt geen opslag van gevaarlijke stoffen plaats waarbij sprake is van plaatsgebonden risico of groepsrisico. In de directe omgeving van het plangebied zijn twee kleine opslagplaatsen van gevaarlijke stoffen, namelijk een kleine gevaarlijke stoffenopslag bij een zwembad en twee propaantanks op camping “Cambiance de Kienehoef” ten noordwesten van het plangebied. Omdat deze opslagplaatsen dusdanig klein zijn, er in het plangebied geen nieuwe risicovolle inrichtingen gerealiseerd worden en omdat er in de nabije omgeving geen gevaarlijks stoffen vervoerd worden, is externe veiligheidsonderzoek niet nodig. Het aspect ‘Externe Veiligheid’ levert geen belemmeringen op voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.8

Flora en fauna Beleidskader

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming

De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

45

namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties

In het kader van onderhavig bestemmingsplan is het relevant of de langere openingstijden van invloed zijn op eventueel aanwezige flora en fauna in en rondom het plangebied. Door Buro Maerlant is hiernaar onderzoek verricht in de vorm van een quickscan flora en fauna (bijgevoegd als bijlage 7.4 bij deze toelichting). De conclusie van de Quickscan is als volgt: “Soorten Aangenomen mag worden dat aanwezige beschermde soorten in het park reeds gewend zijn aan menselijke activiteit en de verruiming van de openingstijden geen effect heeft. De verruiming van de openingstijden heeft mogelijk tot gevolg dat sommige soorten de omgeving nabij het restaurant op bepaalde momenten zullen mijden. Voor alle soorten geldt echter dat in het park voldoende alternatieven aanwezig zijn tijdens de bedrijfsuren. Negatieve effecten op beschermde soorten worden niet verwacht. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de activiteiten op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn.” In verband met het aspect stikstof en de werking daarvan op Natura 2000 gebieden in de omgeving wordt aanvullend het volgende nog opgemerkt.

Sinds 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Deze vrijstelling geldt alleen voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeft ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

46

Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied ligt op meer dan 10 kilometer afstand. Het initiatief bestaat uit een bestaande activiteit die wordt verruimd. Inzichtelijk is gemaakt dat door de verruiming de verkeersaantrekkende werking met niet meer dan 5 verkeersbewegingen per dag toeneemt. Geen sprake is van bouwactiviteiten. Voor wat betreft stikstofuitstoot door het initiatief is dan ook nagenoeg sprake van een vergelijkbare situatie. Deze zeer beperkte toename in relatie tot de behoorlijke afstand tot het dichtst bijgelegen Natura 2000 gebied zorgt ervoor dat geconcludeerd kan worden dat het initiatief geen effect zal hebben op Natura 2000 gebieden in de omgeving. Het aspect ‘Flora en fauna’ levert geen belemmeringen op voor onderhavige bestemmingswijziging.

Afbeelding 27. De nieuwe trekpont in Streekpark Kienehoef, zomer 2016.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

47

4.9

Luchtkwaliteit Beleidskader

De Nederlandse wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit is opgenomen onder titel 5.2 van de Wet Milieubeheer (Wet luchtkwaliteit). Daarbij is sprake van grens- en richtwaarden voor concentraties van stoffen in de buitenlucht. In de wet luchtkwaliteit is het begrip ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) geïntroduceerd. Wanneer een project een NIBM bijdrage aan de luchtkwaliteit kent, is het inpasbaar. Het begrip NIBM is gedefinieerd als 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10. Dit komt neer op een bijdrage van 1,2 µg/m3 voor beide componenten. Dit betekent dat als aangetoond kan worden dat het plan aan niet meer dan 1,2 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie van zowel PM10 als NO2, het voornemen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden en inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Consequenties

Om te berekenen of een plan effect heeft op de luchtkwaliteit is er een rekentool ontwikkeld die via www.infomill.nl beschikbaar is en gebruikt kan worden. Voor onderhavig plan is het relevant om te weten of eventuele extra verkeersbewegingen door de langere openingstijden effect hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse. In de huidige situatie (zonder langere openingstijden) genereert het initiatief 930 verkeersbewegingen per dag. In de situatie waarbij sprake is van langere openingstijden worden in totaal 935 verkeersbewegingen per dag gegenereerd. Hieruit wordt geconcludeerd dat de langere openingstijden een extra verkeersgeneratie tot gevolg heeft van 5 verkeersbewegingen per dag. Dit aantal is ingevoerd in de hiervoor genoemde rekentool. De conclusie die volgt uit de rekentool is dat het effect van deze extra verkeersbewegingen niet in betekenende mate is (NIBM). Zie de uitsnede van de ingevulde tool hieronder waaruit dit blijkt.

Afbeelding 28. Uitsnede ingevulde rekentool luchtkwaliteit

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

48

Naast het effect van het project op de luchtkwaliteit is het ook van belang dat de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande (verspelde) situatie geschikt is voor de nieuwe functie. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Gekeken naar de voorspellingen voor PM10 en NO2 met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden. Uitsneden van de kaarten ter hoogte van het projectgebied zijn hieronder opgenomen.

Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderhavige ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Het aspect ‘Luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

49

4.10

Water Beleidskader

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdelijk te betrekken bij de planvorming. De watertoets is vanaf november 2003 wettelijk verankerd. De leidraad van de watertoets is het doorlopen van de drietrapsstrategie voor de omgang met water: vasthouden, bergen, afvoeren. Ook waterkwaliteit, schaarste, verdroging en het tegengaan van verzilting kunnen relevante onderwerpen zijn waarmee rekening gehouden dient te worden. In het watertoetsproces zijn drie stadia te onderscheiden: 1. een informatiemoment waarbij de waterbeheerder informatie over de plannen ontvangt (vooroverleg); 2. een formeel adviesmoment waarop de waterbeheerder zijn advies geeft (ter inzage periode ontwerpbestemmingsplan); 3.

een beslismoment waarop het bevoegd gezag aangeeft wat zij met het advies doet (vaststelling bestemmingsplan door gemeenteraad). Ter plaatse van het plangebied is waterschap de Dommel waterbeheerder. Waterschap de Dommel streeft Hemelwater Neutraal Ontwikkelen na. Dit betekent dat de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling zelf zorg moet dragen voor de gevolgen die de ontwikkeling met zich meebrengt ten aanzien van het opvangen/ afvoeren van het hemelwater. Zoveel als mogelijk moeten deze gevolgen binnen het plangebied opgelost worden. Consequenties

Omdat het toevoegen van nieuwe verharding geen onderdeel uitmaakt van de bestemmingswijziging is met onderhavig plan geen waterbelang gemoeid en geldt een vrijstelling voor compensatie. Wel moet nog met het waterschap afgestemd worden. Dit gebeurt middels het vooroverleg dat de gemeente in het kader van de ruimtelijke procedure van onderhavig bestemmingsplan voert met het waterschap, de provincie en andere dergelijke belanghebbende partijen.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

50

Het aspect ‘Water’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging 4.11

Industriële geurhinder Beleidskader

Het aspect geur is van belang bij ruimtelijke besluiten waarbij één of meer geurgevoelige objecten in de buurt van bedrijvigheid gerealiseerd worden. Ook speelt het aspect geur een rol bij bedrijven die een geurbelasting veroorzaken op de woon- en leefomgeving. Het is van belang dat een goed woon- en verblijfklimaat ter plaatse gegarandeerd is. Dit is het belang van het geurgevoelige object. Daarnaast dient beoordeeld te worden of er niemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Dit zijn de belangen van bedrijvigheid en de omgeving. Wanneer de afstand tussen een geurgevoelig object en bedrijvigheid groot genoeg is, is het in het algemeen zo dat het woon- en leefklimaat als goed wordt aangemerkt en dat er niemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Het Activiteitenbesluit milieubeheer is het wettelijke kader voor activiteiten waarvoor op grond van dat besluit een melding gedaan moet worden. Voor bedrijven die een omgevingsvergunning nodig hebben, ligt het beoordelingskader vast in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). Het algemene uitgangspunt van het geurbeleid is het zoveel mogelijk beperken van geurhinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van Beste Beschikbare Technieken (BBT) de kern van het geurbeleid.

Onderdeel van het geurbeleid is dat de lokale overheden de uiteindelijke afweging moeten maken zodat zij rekening kunnen houden met alle relevante belangen om tot een duurzame kwaliteit van de leefomgeving te komen. Het geurbeleid bestaat uit de volgende beleidslijnen: • • •

als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.

Gemeenten en provincies zijn bevoegd om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven Dit is de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente vast of er sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

51

Consequenties

De bestemmingswijziging maakt geen nieuwe planologische ontwikkeling mogelijk. Hetgeen nu in het bestemmingsplan geregeld is reeds planologisch mogelijk gemaakt op basis van een (project)omgevingsvergunning. Het betreft hier een bedrijf (horecavoorziening) die voor wat betreft geur onder de bevoegdheid van de gemeente valt. Gemeld kan worden dat het bedrijf geen belemmering vormt voor omliggende geurgevoelige objecten (woningen) als het gaat om industriële geurhinder. Zie hiertoe hetgeen omschreven in paragraaf 4.2 ‘Bedrijven en milieuzonering’ van deze toelichting. Het aspect ‘industriële geurhinder’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.12

MER Beleidskader

De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 is ook een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Belsuit m.e.r. maar die onder de drempelwaarden blijven.

Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf meer, wat betekent dat zelfs bij een klein plan zoals de ontwikkeling van één woning een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig is geworden. Consequenties

Onderzocht is of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling nodig is. De activiteit komt voor in de D-lijst van het besluit m.e.r., namelijk de aanleg, wijziging of uitbreiding van een

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

52

stedelijk ontwikkelingsproject en valt onder onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat een m.e.r.-aanmeldnotitie aan de orde is. Voor de activiteit is een dergelijke notitie opgesteld. De notitie kent de volgende conclusie: de potentiële effecten van het project, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het project zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat geen belangrijk nadelige milieugevolgen veroorzaakt worden die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Door het bevoegd gezag is naar aanleiding van de m.e.r.-notitie beoordeeld dat voor onderhavige activiteit/ ruimtelijk besluit geen milieueffectrapportage wordt vereist. Het besluit dat hierover genomen is, is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 7.7) Het aspect ‘MER’ vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.13

Defensie Beleidskader

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Deze beperkingen vloeien met name voort uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de onderliggende regeling. Het kan gaan om: militaire terreinen, munitieopslagplaatsen, militaire luchtvaartterreinen, radarstations. Consequenties

In de gemeente Uden ligt de vliegbasis Volkel waar zich een radarstation bevindt. In een gebied rondom dit radarstation moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. Het radarverstoringsgebied bestaat uit een cirkel met een straal van 15 nautische mijl (ongeveer 28 kilometer) gemeten vanaf de positie van de radar. De maximale hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, oplopend met 0,25 graden tot 15 kilometer van de radarantenne. De hoogte van de antenne van Volkel is 49 meter boven NAP. Voor de tippen van de wieken van windturbines geldt voor een gebied van 60 kilometer buiten de zone van 15 kilometer een maximale hoogte van 114 meter ten opzichte van NAP. Van deze maximale bouwhoogte mag in beginsel niet worden afgeweken tenzij uit onderzoek blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

53

De ruimtelijke ontwikkeling ligt in een radarverstoringsgebied maar maakt geen ontwikkeling mogelijk die hoger is dan op basis van de beperkingen is toegestaan. Het gaat hier om een maximale bouwhoogte van 21,5 boven NAP. Dit is beneden de maximaal toegestane bouwhoogte voor wat betreft het aspect. radarverstoringen. Het aspect defensie vormt om die reden dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Het aspect ‘Defensie’ vormt geen belemmeringen voor onderhavige bestemmingswijziging. 4.14

Kabels en leidingen In het plangebied of de directe omgeving ervan zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de bestemmingswijziging. Het aspect ‘Kabels en leidingen’ vormt geen belemmeringen voor onderhavige bestemmingswijziging.

4.15

Geurhinder in verband met veehouderijen Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat in het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. De gemeente Meierijstad heeft een eigen geurverordening vastgesteld. Consequenties In onderhavige situatie wordt geen nieuw geurgevoelig object gerealiseerd. Er is reeds sprake van een bestaand geurgevoelig object, waarvoor middels dit bestemmingsplan langere openingstijden worden geregeld. Binnen een straal van 500 meter gemeten vanaf de grens van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen. Daarnaast zijn tussen die veehouderijen en het plangebied diverse geurgevoelige objecten gelegen.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

54

Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden omliggende bedrijven door deze bestemmingsplanwijziging niet in hun bedrijfsvoering of toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd. O.a. omdat geen sprake is van een nieuw geurgevoelig object, maar ook omdat tussen het plangebied en omliggende bedrijven al diverse andere geurgevoelige objecten zijn gelegen. Ook kan in verband met de afwezigheid van veehouderijen in een straal van 500 meter vanaf het plangebied worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geurhinder afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingsplanwijziging.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

55

4.16

Volksgezondheid Beleidskader Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor bij de uitbreiding van veehouderijen of een ontwikkeling van milieugevoelige functies in de omgeving van veehouderijen. Het betreft specifiek de aspecten endotoxinen en geitenhouderijen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst. Consequenties Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen zijn stuk voor stuk doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Zie bijlage 7.5 voor het ingevulde stappenplan, waaruit volgt dat geen advise van de GGD benodigd is voor de beoogde ontwikkeling. Onderstaande elementen en de daaruit volgende informatie zijn bij het invullen van het stappenplan gebruikt. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een toxisch effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen kunnen voor komen in fijnstof afkomstig van intensieve veehouderijen.

De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 EU/m³ voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht over een langere periode. Omdat thans nog een toetsingskader wordt voorbereid, wordt voor de beoordeling de "Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingkader 2.0" gehanteerd. Daarin zijn afstandsgrafieken opgenomen voor de relevante diersoorten vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens gerelateerd aan de fijnstofemissie. In algemene zin kan worden gesteld dat het effect van endotoxinen tot maximaal 600 meter van veehouderijen plaatsvindt.

Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Geitenhouderijen Uit het VGO-2 en VGO-3 onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van circa 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. Binnen 2 km van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

56

Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzone vormt geen belemmering voor het plan. Op de plannen zijn geen verhoogde risico's voor de volksgezondheid van toepassing. Het plan zelf maakt geen bron mogelijk die eventuele gezondheidsrisico's voor de omgeving veroorzaakt. 4.17

Straling

Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit advies geldt voor de aanleg van nieuwe hoogspanningslijnen of in geval nieuwe woningen, scholen, crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden.

Consequenties Ter hoogte van het plangebied worden geen nieuwe gevoelige objecten opgericht, daarnaast is ter plaatse ook geen sprake van een elektromagnetische veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla. Straling vormt geen belemmering voor onderhavige bestemmingsplanwijziging.

Bestemmingsplan De Helden van Kien – 6 april 2023

57

5

Toelichting, verbeelding en regels

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. De juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en de verbeelding. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De toelichting

De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en regels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake afwijkingen. De regels

De regels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding

De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 5.2

Toelichting op de regels

De indeling van de planregels is als volgt: • • • •

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 4: Overgangsregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1)

In dit artikel zijn de begrippen die in de regels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Wijze van meten (artikel 2)

In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Horeca (artikel 3)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1eddac08-bcf0-4552-805b-8070fa499112