CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

Commissie Mens en Maatschappij 23 oktober 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Beleidsprogramma Sociaal Domein 2026-203024.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BELEIDS- EN UITVOERINGSPROGRAMMA SOCIAAL DOMEIN 2026-2030

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

2

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD5 1. VAN VISIE NAAR PROGRAMMA

7

1.1. Ontwikkelopgaven

11

1.2. Samenwerking

16

1.3. Dienstverlening

16

1.4. Betaalbaarheid

16

1.5. Financiën

17

1.6. Risico’s

19

1.7. Monitoring en evaluatie

20

2. BELEIDSPROGRAMMA SOCIAAL DOMEIN

21

2.1. Inleiding

21

2.2. Geluk

21

2.3. Gezondheid

24

2.4. Gezin

27

2.5. Geld

30

3. UITVOERINGSPROGRAMMA SOCIAAL DOMEIN

35

3.1. Geluk

35

3.2 Gezondheid

44

3.3 Gezin

52

3.4. Geld

63

5. DATASET

71

Geluk

71

Gezondheid

78

Gezin

83

Geld

86

6. PARTICIPATIE

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

89

3

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

4

VOORWOORD Het Programma Sociaal Domein (PSD) geeft nadere concretisering aan de Toekomstvisie Meierijstad 2040. In de Toekomstvisie is het strategisch beleid voor het sociaal domein opgenomen. Het PSD geeft inzicht in onze aanpak. Hierin staat samenwerking centraal. Samenwerking tussen organisaties, tussen formele en informele welzijnsorganisaties, met burgerinitiatieven en de samenwerking tussen professionals, vrijwilligers, mantelzorgers en ervaringsdeskundigen. Samen staan we aan de lat om invulling te geven aan een sterk sociaal domein. In het PSD wordt inzicht gegeven in lang lopende ontwikkelopgaven; meedoen, de zorgtransitie, normaliseren en een leven lang ontwikkelen. Circa 40% van de gemeentebegroting geven we uit aan het sociaal domein. Het is belangrijk om te zorgen dat we het sociaal domein en onze dienstverlening betaalbaar houden, terwijl we tegelijkertijd de kwaliteit van onze dienstverlening hooghouden. Dit vraagt onder andere om een cultuurverandering en meer normalisering. In het PSD zijn de strategische doelen vertaald in tactische doelen voor de periode 2026-2030. Er zijn prioriteiten en concrete acties benoemd in activiteiten en projecten. Daarmee zetten we belangrijke stappen naar een meer resultaatgerichte werkwijze en naar het gewenste ambitieniveau zoals dat in de Toekomstvisie is vastgelegd.

Omdat er in 2026 verkiezingen zijn zullen we het programma en de daarin opgenomen tactische doelen in 2027 herijken op basis van het dan vastgesteld collegeprogramma en de actualiteit van dat moment. Jaarlijks zullen we ons beleid monitoren en inzicht geven in de resultaten en actuele ontwikkelingen. Rik Compagne, wethouder Zorg, Volksgezondheid en Wonen Johan van Gerwen, wethouder Sport, Onderwijs, Recreatie en Toerisme Menno Roozendaal, wethouder Werk, Jeugd, Kunst en Cultuur en Energie

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

5

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

6

1. VAN VISIE NAAR PROGRAMMA Op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad de

In hoofdstuk 1 beschrijven we de verbinding tussen de

Toekomstvisie Meierijstad 2040 vastgesteld. Hierin is

visie en het programma en benoemen we de belang-

naast de Omgevingsvisie ook de Strategische visie voor

rijkste ontwikkelopgaven.

het sociaal domein opgenomen. Het voorliggende Programma Sociaal Domein is het tactisch beleids- en

Hoofdstuk 2 is het beleidsprogramma. Hierin beschrij-

uitvoeringsprogramma voor de periode 2026-2030. Als

ven we de 18 thema’s. Bij een aantal thema’s zijn

gemeente zijn wij in het kader van de Wmo, Jeugdwet

klantreizen opgenomen, zodat we het beleid meer

en Schuldhulpverlening verplicht (periodiek) een

praktisch toelichten.

beleidsnota op te stellen. Dat geldt ook voor het gezondheidsbeleid. Daarnaast schrijft het GALA voor

Hoofdstuk 3 is het uitvoeringsprogramma. Hierin zijn de

dat we een beleidsvisie hebben over de sociale basis.

18 thema’s schematisch weergeven. In deze schema’s

De Toekomstvisie en het Programma Sociaal Domein

zijn de strategische doelen vertaald in tactische doelen.

geven hier gezamenlijk invulling aan.

We geven aan met welke activiteiten en projecten we deze doelen willen bereiken en met wie we hierin

Het Programma Sociaal Domein (PSD) geeft inzicht in

samenwerken. We werken ook met prestatie-indicatoren

de beleidsdoelen, prioriteiten en concrete acties voor

om onze ambities te definiëren en meetbaar te maken.

de periode 2026-2030. Het is gebaseerd op de

De indicatoren zijn tijdsgebonden opgenomen tot en

Toekomstvisie Meierijstad 2040. Waar de Toekomstvisie

met 2027. In 2027 gaan we het programma en de

aangeeft wat we willen geeft het PSD meer inzicht in

doelen evalueren en herijken op basis van actuele

hoe we dit willen bereiken. Het is doelgericht,

inzichten en het dan bekende collegewerkprogramma.

tijdgebonden en concreet. In hoofdstuk 4 is de dataset opgenomen die we hebben Het PSD bestaat uit 18 onderwerpen. Voor elk

gebruikt om meer datagestuurd beleid te ontwikkelen.

onderwerp hebben we een strategisch doel geformuleerd. Op basis van deze 18 strategische

Hoofdstuk 5 de meest genoemde onderwerpen die wij

doelen hebben wij onze strategische visie op het

hebben opgehaald in het participatieproces.

sociaal domein geschreven zoals dat is neergelegd in de Toekomstvisie Meierijstad 2040. Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

7

HET VERHAAL VAN IRIS Iris is consulent Wmo. Bij ieder intakegesprek met een nieuwe inwoner gebruikt Iris de zogenaamde 4G-methode. Dit staat voor Gezondheid, Geluk, Gezin en Geld. Omdat Iris zoveel mogelijk spontaan met de inwoner in gesprek gaat helpt de 4G om snel een beeld te krijgen over hoe het met iemand gaat. Als er op één G een probleem speelt dan kan Iris daar zelf prima zorg of ondersteuning voor organiseren. Als er op meer dan één G problemen spelen dan kent de inwoner uitdagingen op meerdere leefgebieden en beïnvloedt het zijn of haar hele functioneren. Iris gaat dan een gesprek organiseren volgens de Samenwerkwijze waarbij alle hulpverleners rond de inwoner worden uitgenodigd om samen met de inwoner een Samenwerkplan te maken. Om volgens de samenwerkwijze te kunnen werken heeft Iris een tweedaagse training gevolgd. Iris heeft hier veel geleerd en ook weer een aantal nieuwe professionals leren kennen die ze kan benaderen om inwoners nog beter te helpen.

Bij het opstellen van de Strategische visie op het sociaal domein (Toekomstvisie) en het Programma Sociaal Domein hebben we gewerkt vanuit verschillende dimensies: · Doelgroepen · Inwoner · Samenleving · Systeemwereld · Ontwikkelopgaven

Doelgroepen (levensloop / life events) · -9 maanden - 18 jaar · 16 - 27 jaar · 18 - 67 jaar · 67 jaar en ouder We onderscheiden bovenstaande vier doelgroepen. Deze doelgroepen zijn van belang om de levensloop / life events in beeld te brengen die relevant zijn voor het sociaal domein. De levensloop is verbeeld in een visual.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

8

Inwoner (leefwereld) Wij wensen onze inwoners bestaanszekerheid, fysieke en mentale gezondheid en een goed functionerend gezin. Als op één domein problemen ontstaan kan iemand vaak nog blijven functioneren. Als er op meer dan één domein problemen ontstaan zien we vaak dat mensen niet meer goed kunnen functioneren. In deze situaties kan dan multi problematiek ontstaan. Het is belangrijk om bij ondersteuningsvragen van onze inwoners een compleet beeld te krijgen van de problemen en van daaruit te werken aan een integrale oplossing (plan). Wij hanteren hierbij de 4G’s: · Geluk (mentaal) · Gezondheid (fysiek) · Gezin (gezinssituatie, thuissituatie) · Geld (bestaanszekerheid)

Samenleving (leefwereld) Een samenleving is in deze context een wijk of een kern waar onze inwoners wonen (leven). Wij willen investeren in een samenleving waar onze inwoners samen wonen, leefbaar wonen, duurzaam wonen en veilig wonen: · Samen wonen ( gemeenschapszin / actief burgerschap) · Leefbaar wonen (sociale basis) · Duurzaam wonen (sociale duurzaamheid / iedereen kan meedoen) · Veilig wonen (zorg & veiligheid)

Systeemwereld (samenwerkende organisaties) Om invulling te geven aan de transformatie in het sociaal domein willen wij blijven inzetten op het versterken van samenwerking, meer verbinding maken tussen activiteiten van organisaties en een innovatieve samenwerking ontwikkelen om de dienstverlening en bedrijfsvoering in het sociaal domein sneller, beter en efficiënter te organiseren. We doen dit op basis van de volgende thema’s: · Wonen & Welzijn · Ontmoeten & (Be)Leven · Zorg & Ondersteuning · Werken & Leren

Ontwikkelopgaven We hebben gekeken naar de grote opgaven en complexe vraagstukken in het sociaal domein. Hieruit hebben we vier ontwikkelopgaven gekozen. Ontwikkelingen waarin we impact willen maken en ontwikkelingen die om urgentie vragen: · Meedoen · Zorgtransitie · Normaliseren · Leven lang ontwikkelen

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

9

Toelichting levensloop Iedere inwoner doorloopt in zijn of haar leven verschillende fasen, met bijbehorende mijlpalen, keuzes en gebeurtenissen. Deze levenslijn geeft op overzichtelijke wijze weer welke belangrijke life-events iemand kan meemaken in de loop van een mensenleven – van geboorte tot pensioen en ouder worden. De levensloop laat zien hoe de behoeften, kansen en uitdagingen van inwoners veranderen naarmate zij ouder worden en hun levenssituatie zich ontwikkelt. Denk bijvoorbeeld aan onderwijs en ontwikkeling in de jeugd, werk en inkomen in de volwassenheid, of zorg en welzijn op latere leeftijd. Door deze levensfasen in beeld te brengen, krijgen we inzicht in waar ondersteuning, beleid of dienstverlening het meeste impact kan hebben en hoe we onze dienstverlening met meer focus op preventie kunnen inrichten. Deze levenslijn helpt om het inwonersperspectief centraal te stellen in beleidsontwikkeling en om integraal naar hun levensloop te kijken.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

10

1.1. ONTWIKKELOPGAVEN De zorg en het sociaal domein staan onder druk. Stijgende kosten door de (dubbele) vergrijzing, toegenomen kosten in de Jeugdzorg, krapte op de arbeidsmarkt en een steeds complexer wordende samenleving waarin niet iedereen meer makkelijk kan meekomen of meedoen. Daarom hebben wij in het PSD vier ontwikkelopgaven gedefinieerd die de komende jaren veel aandacht zullen krijgen. Door onze inzet op deze ontwikkelopgaven willen we meer grip krijgen op de kosten en efficiënte en effectieve ondersteuning kunnen bieden aan onze inwoners. Zorgtransitie en Normaliseren gaan beide over beheersen en ombuigen zorggebruik. De ontwikkelopgaven zijn complex en we zullen hier meerdere jaren aan moeten werken. Hierbij lichten we ze nader toe:

Meedoen In het sociaal domein verwijst inclusie naar het streven om een samenleving te creëren waarin iedereen volwaardig kan meedoen, ongeacht achtergrond, beperking, sociaaleconomische status, gender, seksuele oriëntatie, religie of andere persoonskenmerken. Kernaspecten van inclusie in het sociaal domein zijn: · Gelijke kansen: Iedereen moet toegang hebben tot dezelfde voorzieningen, diensten en kansen, zoals onderwijs, werk, zorg en sociale participatie. · Toegankelijkheid: Fysieke, digitale en sociale barrières moeten worden weggenomen, zodat mensen met bijvoorbeeld een beperking of taalachterstand volwaardig kunnen deelnemen. · Sociale acceptatie: Diversiteit wordt erkend en gewaardeerd; mensen voelen zich gezien, gehoord en gerespecteerd in hun eigen identiteit. · Participatie: Inclusie impliceert actieve betrokkenheid van mensen bij het vormgeven van beleid en initiatieven die hen aangaan. Dit betekent ook het stimuleren van zelfredzaamheid en eigen regie. · Rechtvaardigheid in ondersteuning: De ondersteuning die gemeenten en andere instanties bieden (zoals via de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) moet recht doen aan de situatie en behoeften van ieder individu. Het beleid is uitgewerkt in een Lokale Inclusie Agenda (wettelijke verplichting). In dit programma is het beleid inclusie en meedoen opgenomen in paragraaf 2.3.4. Gezonde sociale omgeving.

Daarnaast heeft het raakvlakken met het veiligheidsdomein en het economisch en ruimtelijk domein.

Zorgtransitie

HET VERHAAL VAN MIEKE Mieke voelt zich erg eenzaam na het overlijden van haar partner. Ze heeft nergens zin meer in. Uiteindelijk neemt een buurvrouw haar mee naar het wijkgebouw in de buurt. Eerst om gewoon een bakje koffie te drinken en zo andere inwoners te ontmoeten. Al snel voelt Mieke zich huis en neemt ze wekelijks deel aan allerlei creatieve activiteiten. Ze vindt het fantastisch en voelt zich steeds beter. De dochter van Mieke reageert; “Mam, je fleurt helemaal op”. Nu gaat het zelfs zo goed dat ze zelf vrijwilliger is geworden. Mieke kookt nu samen met andere vrijwilligers voor buurtbewoners met dementie en hun mantelzorgers. Ze vindt het geweldig om op deze manier wat voor een ander te kunnen doen!

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

11

De zorgtransitie verwijst naar de grootschalige veranderingen in de organisatie, financiering en levering van zorg in Nederland. Deze transitie beoogt een verschuiving van zorg naar gezondheid, met meer focus op preventie en eigen regie van burgers. De zorg wordt dichter bij de mensen georganiseerd, met een grotere rol voor gemeenten en het sociaal domein. Sinds 2015 zijn taken op het gebied van jeugdzorg, langdurige zorg en ondersteuning overgeheveld naar gemeenten. Dit moet leiden tot maatwerk, betere samenwerking en meer integrale zorg. Tegelijkertijd wordt van burgers verwacht dat zij meer eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en zorg. De zorgtransitie vraagt ook om innovatie, zoals digitale zorgtoepassingen en nieuwe vormen van samenwerking. Professionals moeten multidisciplinair werken en burgers actief betrekken bij beslissingen. De transitie stuit op uitdagingen zoals werkdruk, bureaucratie en financiële knelpunten. Toch wordt de zorgtransitie gezien als noodzakelijk om de zorg toekomstbestendig te maken. Er zijn twee nationale akkoorden die bijdragen aan de zorgtransitie; het IZA en het GALA. IZA (Integraal Zorg Akkoord) In het najaar van 2022 is het IZA ondertekend door partijen uit zorg, ondersteuning en welzijn. Om de zorg toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar te houden, is een beweging nodig van zorg naar gezondheid.

Het IZA loopt tot en met 2026. Inmiddels is besloten dat het IZA moet worden verbreed en verlengd met aanvullende afspraken tot en met in ieder geval 2028. Het akkoord dat hiervoor moet gaan zorgen is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Gemeente Meierijstad werkt aan de opgaven van het IZA op regionaal, sub-regionaal en lokaal niveau. Op regionaal niveau werken we met elkaar aan de bestedingsdoelen. Voorbeelden hiervan zijn de ketenaanpakken, zoals Welzijn op Recept en Kansrijke Start. Op sub-regionaal niveau werken we voornamelijk aan een transformatieplan met de gemeenten Boekel, Bernheze, Maashorst en Oss. Volgens de afspraken in het IZA heeft de regio Noordoost-Brabant en Bommelerwaard (RNOBB) gezamenlijk een regiobeeld en regioplan geschreven. RNOBB is onderverdeeld in drie subregio’s, waarvan Samen in Gezondheid (SiG) er een is. SiG bestaat uit de gemeenten Bernheze, Boekel, Maashorst, Meierijstad en Oss. In deze subregio is gezamenlijk met alle zorg- en welzijnspartijen besloten om een integraal transformatieplan te schrijven met als

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

12

doel een demping van de stijgende zorgkosten en een demping van het verwachte stijgende arbeidstekort. Het transformatieplan is opgesteld aan de hand van drie inhoudelijke lijnen (Samen Gezond, Vitaal Ouder en Mentaal Gezond). De samenwerkwijze hangt als een paraplu boven het gehele plan en vormt het uitgangspunt in het totale beleid. In de periode 2024-2027 willen we met het transformatieplan 40,7 miljoen aan transformatiemiddelen investeren voor de gezondheid van onze inwoners. Dat doen we samen met inwoners op basis van een gezamenlijke visie en ambitie binnen het SiG transformatieplan. Daarmee beogen we de komende jaren een impact te realiseren op de kosten zorg en welzijn van € 103 mln. GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) Het GALA loopt van 2023 tot en met 2026 en heeft als doel toewerken naar een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Het GALA is ondertekend door de VNG, GGD, GHOR Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS. Voor het GALA ontvangt gemeente Meierijstad jaarlijks vastgestelde budgetten die aan thema’s hangen. Binnen deze thema’s dienen passende, lokale activiteiten uitgevoerd te worden die bijdragen aan de doelen van het GALA.

Denk hierbij aan activiteiten die als doel hebben om de gezondheidsachterstanden terug te dringen, zoals extra inzet op verzuimbegeleiding in het primair en speciaal onderwijs. Een ander thema binnen GALA is zorgen voor een gezonde, fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten waar we onder andere aan voldoen door het investeren in beweegtoestellen. Naast het IZA en het GALA dragen we met ons project Versterken sociale basis en zorgzame wijken bij aan de zorgtransitie. In het Programma Sociaal Domein is dit project en het gezondheidsbeleid verder uitgewerkt in hoofdstuk 2.3 Gezondheid. Daarnaast heeft het raakvlakken met de beleidsvelden Sport & Bewegen, Kunst & Cultuur, Recreatie & Toerisme en het economisch en ruimtelijk domein.

Normaliseren (opvoeding, onderwijs, jeugdhulp) De Landelijke Hervormingsagenda (LHA) jeugd is een breed gedragen plan met afspraken tussen cliëntenorganisaties, professionals, aanbieders, gemeenten (VNG) en het Rijk. Doel is de Nederlandse jeugdzorg grondig te verbeteren, zowel inhoudelijk als financieel. De LHA stelt dat de meest kwetsbare jeugdigen altijd geholpen moeten worden. Onder deze groep verstaat de LHA: kinderen in onveilige situaties, kinderen met ernstige gedragsproblemen en kinderen met een aandoening, stoornis of beperking, waarbij de inzet van specialistische jeugdzorg noodzakelijk is gezien de aard en de ernst van de hulpvraag. Voor kinderen met lichte problematiek zijn lokaal vrij toegankelijke voorzieningen beschikbaar. Deze vallen binnen een netwerk van bestaande voorzieningen en zijn gericht op het omgaan met problemen in het dagelijks leven. Dit vraagt om vertrouwen in en versteviging van de directe leefomgeving en sociale basis. Deze normalisering van de jeugdzorg verwijst naar een beleidsmatige en inhoudelijke beweging binnen het sociaal domein die beoogt om de inzet van specialistische jeugdzorg te beperken tot situaties waarin dat echt noodzakelijk is. Zowel verwijzers als aanbieders moeten soms beargumenteerd “nee” kunnen zeggen als ze vinden dat er (op dat moment) onvoldoende noodzaak is tot inzet van gespecialiseerde jeugdhulp.

Op deze manier kunnen we de jeugdigen die het echt nodig hebben de juiste en benodigde hulp blijven bieden. Samen onderbouwd (andere) keuzes maken.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

13

Het doel is om de opvoeding en ontwikkeling van kinderen en jongeren zoveel mogelijk binnen het normale, alledaagse leven en binnen het eigen netwerk of de eigen omgeving te ondersteunen. Hiermee willen we bereiken: · Voorkomen van medicalisering en problematisering van normaal opgroeigedrag. · Contextgericht/systemisch werken. Niet elke vraag is een (jeugd)zorg vraag. · Versterken van de eigen kracht van gezinnen en hun sociale netwerk. · Zorg dichtbij: preventief en laagdrempelig, bijvoorbeeld via wijkteams, opvang of onderwijs. · Professionele zorg alleen als het moet, en dan gericht, passend en zo licht mogelijk. Enkele voorbeelden zijn: · Ondersteuning in het gewone leven: bijvoorbeeld hulp bij opvoedvragen via het consultatiebureau, CJG, de praktijkondersteuner GGZ jeugd of de huisarts in plaats van direct specialistische jeugdzorg. · Indien er bijvoorbeeld financiële problematiek in een gezin speelt; dàt oplossen in plaats van jeugdzorg inzetten · Normaliseren van ontwikkelingsproblemen: niet elk druk gedrag is ADHD; niet elke somberheid is depressie. · Betrekken van het netwerk: grootouders, buren, vrijwilligers en scholen worden gezien als belangrijke steunstructuren.

De normalisering sluit aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet (2015) en de Landelijke Hervormingsagenda Jeugd, waarin gemeenten verantwoordelijk zijn gemaakt voor de jeugdhulp, met de opdracht om preventie, eigen kracht en participatie te bevorderen. We gaan hier de komende jaren stevig op inzetten. In dit programma is Normalisering opgenomen in hoofdstuk 2.4. Gezin. Daarnaast heeft het een relatie met het veiligheidsdomein.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

14

Leven lang ontwikkelen Een leven lang ontwikkelen (LLO) verwijst naar het continu blijven leren en ontwikkelen gedurende iemands hele leven, zowel in werk als in de privésfeer. Het concept speelt in op de snel veranderende arbeidsmarkt, technologische ontwikkelingen en de noodzaak om duurzaam inzetbaar te blijven. LLO bevordert de persoonlijke groei, professionele ontwikkeling en het aanpassingsvermogen van mensen. Het omvat formeel leren (zoals opleidingen en cursussen), non-formeel leren (zoals trainingen op de werkvloer) en informeel leren (zoals ervaring opdoen in de praktijk). Overheden, werkontwikkelbedrijven, werkgevers en onderwijsinstellingen stimuleren LLO om economische groei en maatschappelijke participatie te bevorderen. Voor werknemers betekent het dat zij hun vaardigheden blijven actualiseren om aantrekkelijk te blijven op de arbeidsmarkt. Werkgevers profiteren van wendbare en up-to-date medewerkers. Onderwijsinstellingen zoals het Koning Willem I College ontwikkelen flexibele leertrajecten, vaak modulair en digitaal, om aan deze behoefte te voldoen. LLO is essentieel in een kenniseconomie waarin kennis snel veroudert. Het bevordert ook persoonlijke weerbaarheid en veerkracht in een veranderende samenleving.

LLO is verder van belang om mensen te ontwikkelen naar sectoren, waarin we nu arbeidsmarktkrapte hebben en is één van de strategische pijlers van de Human Capital Agenda van Noordoost Brabant. In Meierijstad zetten we hierbij ook in op hybride leren via de Chocolate Factory (techniek) en de Hybride Leeromgeving LeefGoed (zorg & welzijn). Hier kunnen mensen minidiploma’s halen om zo makkelijk de overstap te kunnen maken naar kansrijke sectoren. Werkcentrum PIM Werkt is een belangrijke plek om mensen te ondersteunen bij het LLO. Dit doen we samen met onze werkontwikkelbedrijven IBN en WSD. In dit programma is het beleid LLO opgenomen in paragraaf 2.5.4. Arbeidsmarkt. Daarnaast heeft het raakvlakken met het economisch domein.

HET VERHAAL VAN MIRANDA Miranda is consulent Jeugd. Afgelopen jaar is ze opgeleid in het werken met de Samenwerkwijze. In de jeugdhulp staat de Samenwerkwijze nog in de kinderschoenen. Ook bij jeugdvragen is de Samenwerkwijze dé manier om samen verder te komen. Ze is betrokken bij een gezin waar al jaren jeugdhulp ingezet wordt, maar waar veel meer speelt. Het gaat niet zo lekker tussen de ouders en er zijn schulden. De Samenwerkwijze was voor Miranda een eye-opener. Met de Samenwerkwijze en door samen met ouders te kijken waar ze nou echt baat bij hebben, “wat heb ik nodig”, is het gelukt om de vinger op de zere plek te leggen en te kiezen voor een aanpak die ouders echt verder helpt. Hierbij is het probleem van ouders opgepakt en opgelost en niet zonder meer gezocht naar een jeugdhulpoplossing. Miranda vindt het fantastisch om zonder bureaucratie te kunnen doen wat nodig is. En dit op basis van de vragen: wat wil je, wat kun je, wat heb je nodig?

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

15

1.2. SAMENWERKING De gemeente Meierijstad zet sterk in op het versterken van de samenwerking met haar externe partners. We maken meer verbinding tussen de activiteiten van de organisaties en ontwikkelen een innovatieve samenwerking om de dienstverlening en bedrijfsvoering in het sociaal domein sneller, beter en efficiënter te organiseren. De gemeente kan in de samenwerking verschillende rollen hebben; opdrachtgever, netwerkregisseur, partner, ondersteuner of uitvoerder. Naast het versterken van de samenwerking tussen professionele organisaties stimuleren wij ook de samenwerking tussen vrijwilligers en professionals, tussen formele en informele (welzijn)organisaties en de inzet van ervaringsdeskundigen. Ook intern binnen de gemeente is samenwerking van groot belang. Maatschappelijke ontwikkelingen en de ondersteuningsbehoefte van onze inwoners maken een integrale benadering steeds belangrijker. Samenwerking is van groot belang tussen beleid en uitvoering in het sociaal domein maar ook tussen het sociaal domein en bijvoorbeeld Wonen, Veiligheid, Sport & Bewegen, Kunst & Cultuur, Recreatie & Toerisme, het economisch en ruimtelijk domein. Het resultaat van het meer samen- en integraal werken is ook zichtbaar in de verschillende beleidsvisies en programma’s.

1.3. DIENSTVERLENING De komende jaren gaan we ook verder met de ontwikkeling van onze dienstverlening; de uitvoering sociaal domein. Omdat we sterk inzetten op samenwerking hebben we vanuit het IZA regionaal afspraken gemaakt om in Noordoost-Brabant te gaan werken met de Samenwerkwijze. De Samenwerkwijze is een integrale aanpak binnen het sociaal domein die gericht is op het centraal stellen van de inwoner bij het oplossen van hulpvragen. Deze methodiek wordt toegepast in diverse Nederlandse gemeenten en is bedoeld voor inwoners met hulpvragen op het gebied van gezondheid, ondersteuning en begeleiding, dagelijks leven, financiën, wonen en participatie. Het hoofddoel van de Samenwerkwijze is dat inwoners met een hulpvraag samen met hun netwerk en professionals passende oplossingen vinden, waardoor zij meer eigen regie ervaren en hun welbevinden toeneemt. De Samenwerkwijze biedt een gestructureerde en mensgerichte benadering voor het oplossen van hulpvragen, waarbij samenwerking tussen inwoners, hun netwerk en professionals centraal staat. Daarnaast werken we ook met de Omgekeerde Toets, het AVE model (Aanpak Voorkoming Escalatie), en de TOP-3 methodiek (integraal veiligheids, -zorg- en herstelplan Deze werkwijzen en methodieken sluiten goed op elkaar aan.

Door de focus op eigen regie en integrale ondersteuning dragen zij bij aan effectievere en duurzamere oplossingen binnen het sociaal domein). Voor een goede dienstverlening is het belangrijk om kwalitatief en kwantitatief goed georganiseerd te zijn. We zetten de komend jaren dan ook in op een sterke en goed georganiseerde gemeentelijke uitvoering van het sociaal domein. We richten onze uitvoering in in lijn met het “Richtinggevend kader voor toegang; lokale teams en integrale dienstverlening in het sociaal domein” zoals dat door de VNG is vastgesteld.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

16

1.4. BETAALBAARHEID De kosten in de zorg en het sociaal domein lopen jaarlijks nog steeds fors op. Daarnaast speelt inmiddels ook het probleem van krapte op de arbeidsmarkt. Om onze dienstverlening betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief te houden moeten we een goede balans zoeken tussen dienstverlening en bedrijfsvoering. We zetten daarom sterk in op het versterken van de samenwerking met onze netwerkpartners. We willen meer verbinding tussen de activiteiten van onze netwerken en ontwikkelen een innovatieve samenwerking om de dienstverlening en bedrijfsvoering sneller, beter en efficiënter te organiseren. Daarnaast zetten we ook in op het beperken van administratieve lasten zowel intern als extern. Omdat we stevig blijven inzetten op innovatie en preventie is het belangrijk om ook ons datagedreven werken te versterken zodat we meer zicht krijgen op de resultaten van onze inzet op subsidies, projecten en interventies. Elke twee jaar maken we een 4G monitor waarin we onze resultaten in beeld brengen. Daarnaast zijn in het Programma Sociaal Domein prestatie-indicatoren opgenomen. De komende jaren zetten we in op het doorontwikkelen van procesregie in de uitvoering van het sociaal domein. Procesregie wordt ingezet om het integraal werken rond onze inwoners te coördineren, samenwerking te stimuleren en te sturen op efficiënte inzet van mensen en middelen.

Daarnaast zien ook kwaliteitsmedewerkers toe op efficiënte en effectieve inzet van middelen en beoordelen zij de effecten van de verschillende interventies. Met de verschillende projecten en werkwijzen geven we invulling aan preventie en innovatie. Denk hierbij aan PIM (Participeren in Meierijstad), project BIG 5 (multiproblematiek Jeugd), het project Versterken sociale basis en ontwikkeling zorgzame wijken. Naast deze projecten zijn we voortdurend bezig om ondersteuning minder individueel en meer collectief aan te bieden. We gaan hierbij ook steeds meer het sociaal en economisch rendement monitoren. Om op de kosten te kunnen sturen is het ook belangrijk om de inkoop van zorg goed te organiseren. We gaan de komende jaren onderzoeken wat de mogelijkheden en voordelen zijn van gebiedsgerichte financiering. Tot slot is het van belang dat we meer gaan inzetten op cultuurverandering en normalisering. Niet alles hoeft met professionele zorg te worden opgelost. Bovenstaande inzet is erop gericht dat we zorg en ondersteuning en de inzet van deskundige medewerkers zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten.

1.5. FINANCIËN Als we naar de bijgevoegde tabel kijken zien we dat Meierijstad het sociaal domein goed op orde heeft en gemiddeld beter scoort dan referentiegemeenten van 50.000-100.000 inwoners. In Meierijstad maken minder jongeren gebruik van jeugdhulp, maken minder inwoners gebruik van Wmo en zitten minder inwoners in de bijstand. Hierbij kan worden opgemerkt dat dit wordt gerealiseerd met een ambtelijke formatie die lager of gelijk is dan referentiegemeenten.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

17

De relatief goede cijfers rond gebruik van voorzieningen laat onverlet dat de kosten in het sociaal domein de laatste jaren sterk stijgen door prijsstijgingen en toename van de complexiteit van onze samenleving. We zien de gevolgen daarvan terug in (de uitvoering) van het sociaal domein. Daarnaast zitten we in een steeds meer vergrijzende samenleving met een toenemende zorgvraag. Omdat de kosten fors stijgen en de kosten van het sociaal domein een substantieel deel van de gemeentebegroting uitmaken is het belangrijk om scherp aan de wind te blijven zeilen.

Indicator

Bron

Jaar

Referentie

Meierijstad

Jaar

Referentie

Meierijstad

Jongeren met een delict voor de rechter (12-21 jaar)

CBS Jeugd

2022

1%

1%

2023

1%

1%

Banen, per 1.000 inwoners (15-64 jaar).

CBS Bevolkingsstatistiek / LISA - bewerking ABF Research

2022

789,2

976,8

2023

799,4

1.004,2

Kinderen in uitkeringsgezin

CBS Jeugd

2022

5%

4%

2023

5%

4%

Werkloze jongeren (16-22 jaar)

CBS Jeugd

2022

1%

1%

2023

2%

1%

Netto arbeidsparticipatie (werkzame beroepsbevolking t.o.v. (potentiële) beroepsbevolking)

CBS Arbeidsdeelname

2022

72,1

74,3

2023

73,0

75,2

Personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners *)

CBS Participatiewet

2023

303,1

161,1

2024

302,7

165,4

Lopende re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners (15-64 jaar)

CBS Participatiewet

2021

191,1

190,4

2022

191,6

158,4

Jongeren met jeugdhulp (tot 18 jaar)

CBS Jeugd

2023

13,9%

13,2%

2024

11,4%

10,0%

Jongeren met jeugdbescherming (tot 18 jaar)

CBS Jeugd

2023

1,2%

0,8%

2024

1,0%

0,9%

Jongeren met jeugdreclassering (12-22 jaar)

CBS Jeugd

2023

0,2%

0,3%

2024

0,3%

0,2%

Unieke Wmo cliënten per 1.000 inwoners

CBS Waar staat je gemeente

2023

64

59,5

2024

65,8

60,9

Zoals in het PSD is te lezen gaan we aan de slag met vier grote ontwikkelopgaven; Meedoen, Zorgtransitie, Normaliseren en een Leven Lang Ontwikkelen. Ontwikkelopgaven zijn complex, veelomvattend en strekken zich uit over meerdere jaren. Ontwikkelopgaven kunnen gezien worden als transities binnen het sociaal domein. De Zorgtransitie en Normaliseren hebben nadrukkelijk ook een financiële kant en moeten bijdragen aan het betaalbaar houden van het sociaal domein. In voorgaande paragraaf hebben we de betaalbaarheid nader toegelicht. Het PSD zet dan ook stevig in op het meer datagestuurd werken, het werken met prestatie-indicatoren en monitoring en evaluatie. We gaan meer inzicht bieden in wat investeringen en inspanningen binnen het sociaal domein opleveren zodat we beter kunnen sturen en nog meer grip krijgen. Meer hierover in paragraaf 1.7.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

18

Om onze doelen te kunnen bereiken hebben we de beschikking over de reguliere middelen, SPUK (Specifieke uitkering zoals IZA, AZWA en GALA) en de bestemmingsreserve. De bestemmingsreserve is opgebouwd uit middelen uit het sociaal domein die we regionaal niet hebben hoeven uitgeven aan Beschermd wonen. Voor de bestemmingsreserve is een bestedingsplan opgesteld. De middelen worden ingezet op het versterken van inloop en dagbesteding in kernen en wijken, beschermd wonen en maatschappelijke opvang, verslavingsproblematiek, GGZ problematiek, jeugdhulp, normalisering, versterken uitvoering sociaal domein en preventie & innovatie. Een aantal van deze thema’s is al uitgewerkt en gestart. Een aantal thema’s vraagt de komende jaren nog om een nadere uitwerking.

1.6. RISICO’S Er zijn enkele belangrijke risicofactoren te benoemen die van invloed kunnen zijn op de haalbaarheid van de ambities.

Cultuurverandering Zoals aangeven in de Toekomstvisie en bij de ontwikkelopgaven Zorgtransitie en Normalisering is een cultuurverandering in de samenleving noodzakelijk. De mate waarin we hier invloed op kunnen uitoefenen bepaalt mede of we onze ambities en doelen kunnen bereiken. Daarnaast kan het sturen op cultuurverandering van invloed zijn op de dienstverlening. Normaliseren vraagt een fundamentele cultuurverandering, duidelijke communicatie over grenzen en een stevige rol van het bestuur om draagvlak en continuïteit te waarborgen. Normaliseren vraagt om een fundamentele verschuiving in mindset en werkwijze. Van ‘problemen oplossen’ naar ‘mogelijkheden benutten’. Dit betekent het doorbreken van bestaande patronen en routines, het durven loslaten van de traditionele professionele rol als ‘expert’ en het openstaan voor andere manieren van werken, waarbij de inwoner en zijn netwerk centraal staan. Deze verandering vraagt tijd, geduld en continue scholing en begeleiding van medewerkers. Normaliseren betekent ook grenzen stellen; nee durven zeggen, durven aangeven wanneer zorg niet helpt of niet passend is, prioriteren van casus waarbij normaliseren het meeste effect heeft en hierbij het belang van kwaliteit boven kwantiteit waarborgen. Voor succesvolle implementatie is steun vanuit de verschillende besturen en organisaties onmisbaar.

Besturen en directies moeten actief het normaliseren uitdragen als speerpunt en ruimte geven voor innovatie en experiment.

Complexiteit van de samenleving Onze samenleving wordt steeds complexer. Digitalisering, robotisering, artificiële intelligentie is niet voor iedereen toegankelijk en maken de kloof in de samenleving groter. Veel inwoners die hierdoor problemen ervaren komen we tegen in het sociaal domein. Er is spanning in de samenleving, Er zijn inwoners met verward gedrag die overlast veroorzaken. We zien meer huiselijk geweld. Er is steeds meer overlast van drugs. Allemaal zaken die we terugzien in het sociaal domein.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

19

Preventie en innovatie Het is belangrijk om te investeren in preventie en innovatie. Zoals eerder aangegeven gaan kosten voor de baten uit. Het is niet altijd makkelijk in te schatten wat we er uiteindelijk mee bereiken. Wel is het belangrijk hierin te blijven investeren omdat preventie zorg en ondersteuning kan voorkomen en daarmee kosten bespaard worden. Innovatie zorgt dat zaken beter, sneller of efficiënter gaan, daarmee worden ook kosten bespaard. De keerzijde van preventie is dat hierdoor de ondersteuningsvraag kan toenemen. De verwachting is wel dat het hier om lichtere en mindere kostbare zorg gaat.

Rijksbeleid We zijn sterk afhankelijk van het Rijksbeleid. Zowel op inhoud als financieel. We krijgen weer een nieuwe regering en daarmee nieuw beleid. Beleid dat invloed zal hebben op het sociaal domein. Dat geldt ook voor de financiën. Rijksbeleid bepaalt de mate waarin wij financieel in staat worden gesteld onze gewenste dienstverlening te organiseren.

Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt brengt ook risico’s met zich mee. Het benodigde aantal mensen in de zorg neemt toe maar het aantal mensen dat beschikbaar is door krapte op de arbeidsmarkt neemt af. Hebben we straks nog genoeg professionals die zorg kunnen verlenen zoals specialisten, huisartsen en wijkverpleegkundigen. Krapte op de arbeidsmarkt kan leiden tot prijsstijgingen, triage en wachtlijsten.

1.7. MONITORING EN EVALUATIE Monitoring in het sociaal domein vindt plaats aan de hand van het Dashboard Sociaal Domein dat twee keer per jaar wordt aangeboden aan de gemeenteraad; bij de begroting en bij de jaarrekening. Daarnaast stellen we elke twee jaar een 4G monitor op waarbij we ons vergelijken met vergelijkbare gemeenten of de regio. We brengen jaarlijks verslag uit van de resultaten van de gestelde doelen in het PSD. Deze rapportage wordt bij de jaarrekening bijgevoegd. Op deze wijze kan er sturing gegeven worden op de resultaten van het beleid en het beheersen van de kosten. In 2027 gaan we het PSD evalueren. Het document wordt dan aangepast op de ambities van het nieuwe college(programma). Daarnaast evalueren we de doelen en stellen deze indien nodig bij, waarbij dan de focus staat op 2030.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

20

2. BELEIDSPROGRAMMA SOCIAAL DOMEIN 2.1. INLEIDING Bij het schrijven van het beleidsprogramma en het uitvoeringsprogramma sociaal domein staat de inwoner centraal. Daarom schrijven wij ons beleid op basis van de zogenaamde 4G’s: geluk, gezondheid, gezin en geld. In het beleidsdeel van het programma beschrijven wij het tactisch beleid wat invulling geeft aan het strategisch beleid voor het sociaal domein zoals dat nu is opgenomen in de Toekomstvisie Meierijstad 2040. Waar de visie wat abstracter is, is het programma meer concreet.

2.2. GELUK 2.2.1. Bevorderen van mentaal welbevinden Onder mentaal welbevinden wordt enerzijds verstaan de manier waarop een persoon zich verhoudt tot zichzelf en tot anderen en anderzijds hoe die persoon omgaat met de uitdagingen in het dagelijks leven. Het gaat verder dan het afwezig zijn van psychische klachten, het omvat het ervaren van positieve emoties, het vermogen om met stress om te gaan, het hebben van zinvolle sociale contacten en het ervaren van voldoening in het leven. Het gaat om de mate waarin iemand zich tevreden voelt over het leven binnen de fysieke en (psycho)sociale omstandigheden waarin hij of zij leeft. Hiermee is mentaal welbevinden een onlosmakelijk onderdeel van onze algehele gezondheid en essentieel voor een gezonde samenleving. Mensen die mentaal fit zijn, voelen zich niet alleen beter, maar zijn ook vaker verbonden met elkaar, zorgen over het algemeen goed voor hun kinderen, zijn productief en van betekenis voor hun directe omgeving en de maatschappij. Het draagt bij aan de kwaliteit van leven en aan een langere levensverwachting. Ook inwoners van Meierijstad hebben mentale klachten.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

21

Samen met onze partners zoals huisartsen, GGD, GGZ, welzijn en ervaringsdeskundigen, werken we aan de bevordering van mentaal welbevinden bij onze inwoners. Door in een vroeg stadium de juiste zorg en ondersteuning zo licht mogelijk en toegankelijk aan te bieden, willen we escalatie van problematiek, zwaardere dure zorg en lange wachtlijsten voorkomen. Onze inwoners krijgen handvatten om zelf te kunnen werken aan hun mentaal welbevinden en zelf regie te hebben voor hun herstel. Dit vraagt om een andere blik op de organisatie van en samenwerking in basis- en meer gespecialiseerde zorg en nuldelijnondersteuning. Samen met onze ketenpartners richten we de domeinoverstijgende samenwerking optimaal in om mentaal welbevinden te bevorderen en zwaardere zorg zo goed mogelijk te voorkomen.

HET VERHAAL VAN MEVROUW JANSEN Mevrouw Jansen (46 jaar) is via de huisarts aangemeld bij GGZ met klachten van depressie, vermoeidheid en sociale isolement. De huisarts verwijst haar naar de GGZ voor een verkennend gesprek met een sociaal werker van de welzijnsorganisatie. In het gesprek blijkt dat mevrouw Jansen eenzaam is, financiële zorgen heeft en moeilijk structuur aan kan brengen in haar leven. Er blijken geen ]

psychiatrische, maar wel psychosociale problemen te zijn die haar dagelijks functioneren belemmeren. Een traject bij GGZ is daarvoor niet passend. De hulpvraag is meer gericht op grip krijgen op haar leefsituatie en haar gemoedstoestand. Er wordt gekozen voor een gecombineerde aanpak: begeleiding vanuit het welzijnswerk (o.a. wandelgroep en budgetcoach) en psychische ondersteuning via de POH-GGZ.

2.2.2. Passend wonen voor iedereen Meierijstad werkt samen met partners en andere gemeenten aan huisvesting voor inwoners met verschillende vormen van kwetsbaarheden. Dit vergroot niet alleen het welzijn van deze doelgroep, maar heeft ook een positieve impact op hun omgeving. In 2024 is in Meierijstad de Woonzorgvisie vastgesteld, waarin vooruit wordt gekeken naar de (te verwachten) ontwikkelingen op de woningmarkt. Een belangrijk onderdeel hierin is het ontwikkelen van passend aanbod voor verschillende doelgroepen, naast de bouwopgave van reguliere woningen. Een belangrijk element is ook de gewenste doorstroming van ouderen en de realisatie van jongerenhuisvesting. Door te voorzien in passende woonvormen voor verschillende inwoners dragen we bovendien bij aan een veilige leefomgeving. Al een aantal jaren wordt in de regio ingezet op de beweging ‘van opvang naar wonen’. Daarbij wordt toeleiding naar grootschalige maatschappelijke opvanglocaties zo veel mogelijk voorkomen en wordt gekeken naar duurzame woonoplossingen. Dit is een transitie die nog steeds gaande is. Voor Meierijstad onderzoeken we verschillende woonconcepten en initiatieven zoals Wonen Eerst, huisvesting voor inwoners met complexe problematiek zoals Skaeve Huse en maken we afspraken rondom toewijzing van woningen met hoge urgentie (Urgentie+). Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

22

We baseren ons hierbij onder meer op het ETHOS-telonderzoek uit 2023, waarvan de verwachting is dat deze in 2027 nogmaals uitgevoerd zal gaan worden. Daarnaast zijn er ook andere, meer lokale indicatoren. Hierdoor hebben we een goed beeld van inwoners met een woon- en/of zorgvraag en maken we werk van een passende woonvoorziening voor alle inwoners.

2.2.3. Meedoen voor iedereen In gemeente Meierijstad willen we een inclusieve samenleving bevorderen waarin iedereen mee kan doen, zich gezien en veilig voelt, ongeacht afkomst, religie, gender, seksuele geaardheid, leeftijd, of beperking. Het mee kunnen doen houdt ook in dat je je minder eenzaam voelt, dat je je niet gediscrimineerd voelt en dat je vrijwilligerswerk kunt verrichten als je dat wilt. In het bestrijden van eenzaamheid zien we onder andere veel kansen om op te trekken met de collega’s van sport en cultuur. Op meldingen of sentimenten rondom discriminatie wordt actie ondernomen met activiteiten of andere preventieve taken, die worden opgesteld in samenwerking met de anti-discriminatievoorziening RADAR. De inzet van vrijwilligers is enorm belangrijk. We ondersteunen en stimuleren inzet van vrijwilligers in de wijk met de inzet van wijkcoördinatoren, opbouwwerkers en buurtverbinders. Omdat vrijwilligerswerk zo belangrijk is, zorgen we samen met onze samenwerkingspartner Coöperatie Welzijn Meierijstad ervoor dat vrijwilligers ondersteund worden. Dit gebeurt o.a. bij hun werving, training en bij de vragen die zij hebben. We ondersteunen en faciliteren mantelzorgers zo goed mogelijk, zodat zij niet overbelast raken en hun mantelzorgtaken kunnen volhouden.

Het project Duurzame Mantelzorg Meierijstad geeft belangrijk inzicht en advies over de inzet en ondersteuning van mantelzorgers.

2.2.4. Veilig leven voor iedereen Meierijstad streeft ernaar dat alle inwoners veilig kunnen leven en een hoge mate van sociale veiligheid ervaren. Als individu, in de samenleving, maar ook in gezinsverband en andere afhankelijkheidsrelaties. We willen dit onder meer bereiken door complexe problematiek met veiligheidsrisico’s integraal met interne en externe veiligheidspartners te benaderen. Het voorkomen, vroeg signaleren en het tijdig inzetten van de juiste interventies dragen bij aan vermindering van risico’s en daarmee aan een veilig leven voor iedereen. Inwoners die een (veiligheids)risico kunnen vormen voor zichzelf, voor hun gezin en/of voor hun omgeving zijn bijvoorbeeld mensen met onbegrepen gedrag, ex-gedetineerden, daklozen, verslaafden, ontheemden, mensen met een verstandelijke beperking en overlast gevende jeugd(groepen). In Meierijstad en regionaal is de afgelopen jaren al een aantal belangrijke stappen gezet, intern en in samenwerking met stakeholders, om in regie te komen op casuïstiek met veiligheidsrisico’s. Verdere ontwikkeling en versteviging is van belang om in een sterk veranderende samenleving, grote maatschappelijke vraagstukken en nieuwe opdrachten in regie te blijven bij steeds complexere casuïstiek.

De komende periode richten we ons specifiek op de integrale samenwerking, deskundigheidsbevordering, ontwikkeling en borging van instrumenten, processen en methodieken zoals AVE (Aanpak voorkoming Escalatie) en TOP-3 (methodiek onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties), om het ontstaan en escalatie van problematiek met veiligheidsrisico’s aan te kunnen pakken. Hiervoor participeren we onder meer in regionale pilots, projecten en werkgroepen zoals Veilig in Afhankelijkheidsrelaties, transformatie (geestelijke) gezondheidszorg, Grip op onbegrip, maar investeren we ook in lokale voorzieningen.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

23

Bij complexe, domein overstijgende casuïstiek zijn vaak meerdere partners betrokken. Deze registreren data in hun eigen systeem. Dit maakt integraal datagestuurd werken tot een uitdaging. Om ons beleid, de aanpak en dienstverlening continu te kunnen verbeteren is het belangrijk te beschikken over de juiste, actuele gegevens. We gaan hiermee aan de slag voor het gehele beleidsterrein van zorg en veiligheid.

HET VERHAAL VAN KIM Het Team Outreachende – en crisiszorg Meierijstad (TOM) heeft iedere dinsdag overleg en praat elkaar bij over verschillende kwetsbare inwoners in onze gemeente. Naast snelle crisis- en acute interventies zijn medewerkers van TOM vaak langere tijd betrokken bij inwoners, die om allerlei redenen zorg mijden, in psychosociale nood verkeren of verward gedrag vertonen. Een thuisloze man laat bijvoorbeeld weten dat hij het niet ziet zitten om nog een winter buiten te verblijven na jaren buitenslapen. ‘Dit is het moment om door te pakken,’ zegt de TOM-medewerker tegen zijn collega’s. Hij zet alles in gang om een opvangplek én zorg te organiseren. Iets waar de inwoner eerder niet voor open stond.

2.3. GEZONDHEID 2.3.1. Gelijke kansen op gezondheid Niet iedereen heeft gelijke kansen in het leven. Waar je wieg staat en wat je achtergrond is, bepaalt nog te vaak je kansen voor de toekomst. Inwoners verschillen in de kansen die ze hebben in een gezond leven. Uit onderzoek blijkt dat geldzorgen, schulden en armoede negatieve invloed hebben op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. Mensen met financiële problemen hebben meer chronische aandoeningen, ervaren meer stress, hebben vaker last van slapeloosheid en depressie. Ze kampen met een ongezonde leefstijl, voelen zich ongezonder en hebben door dit alles een relatief kortere levensverwachting. Bij de uitwerking van het thema Geld komt dit aan bod. Ook opvoedproblemen komen bij mensen met financiële problemen vaker voor. In het bijzonder zijn er ouders in kwetsbare omstandigheden van wie de kinderen tijdens de zwangerschap en in de eerste twee levensjaren risico’s lopen in de groei en ontwikkeling, wat ook weer gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn op volwassen leeftijd. Voor deze doelgroep loopt, onder andere, het programma Kansrijke Start. Dit wordt uitgewerkt bij het thema Gezin. Het hebben van schulden is naast verslaving en psychische problematiek de meest voorkomende oorzaak van dakloosheid. Bijna iedereen die met dakloosheid te maken heeft, heeft ook fysieke en mentale gezondheidsproblemen.

Hoe we aandacht besteden aan deze thema’s is terug te lezen bij het thema Geluk.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

24

Het is van groot belang om bij gezondheid bevorderende maatregelen nadrukkelijk aandacht te hebben voor mensen met een lager inkomen. Ook is meer aandacht nodig voor mensen die moeite hebben met rondkomen en/of met een migratieachtergrond. Het is belangrijk om ouders en hun kinderen in kwetsbare omstandigheden zo vroeg mogelijk te bereiken en daar waar nodig snel passende ondersteuning aan te bieden. Hiermee voorkomen we dat later zwaardere zorg nodig is. Om gelijke kansen te creëren is het noodzakelijk om ongelijk te investeren en te differentiëren. Daarnaast is het belangrijk om integraal te kijken naar gezondheidsproblemen bij onze inwoners.

HET VERHAAL VAN LISA

Toen Lisa (22) zwanger raakte van haar zoontje Sam, was haar leven allesbehalve stabiel. Ze woonde tijdelijk bij een vriendin, had geen vast inkomen en worstelde met haar mentale gezondheid na een moeilijke jeugd. Tijdens een controle bij de verloskundige wordt Lisa gevraagd of ze open staat voor een gesprek met een jeugdverpleegkundige van de GGD in het kader van het programma Kansrijke Start. Binnen een week komt de jeugdverpleegkundige bij Lisa op bezoek. Samen bespreken ze haar situatie en de onderwerpen wonen, financiën, netwerk, gezondheid en welzijn. De jeugdverpleegkundige schakelt met de sa samenwerkingspartners en binnen enkele weken wordt er een tijdelijke woning geregeld via urgentie. Ook krijgt Lisa een begeleider van het sociaal team en start ze met laagdrempelige psychologische zorg. De jeugdverpleegkundige van de GGD blijft in beeld voor de eerste maanden na de geboorte, met huisbezoeken, advies en een luisterend oor.

2.3.2. Toegankelijke zorg Inwoners kunnen laagdrempelig in hun eigen omgeving de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben, waarbij het uitgangspunt is dat er eerst gekeken wordt wat iemand zelf of samen kan en alleen wanneer nodig er (specialistische) zorg ingezet zal worden. Op deze manier willen we voorkomen dat de zorg vastloopt en onbetaalbaar wordt waardoor degenen die het nodig hebben er geen beroep op zouden kunnen doen. Ons beleid is erop gericht de zorg en ondersteuning toegankelijk en betaalbaar te organiseren en aan te laten sluiten op de diverse behoeften, achtergronden en leefsituaties van alle inwoners in Meierijstad. Door samenwerking met andere gemeenten, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, zorgorganisaties en ziekenhuizen en deelname aan projecten zoals het regioprogramma gemeenten IZA en het transformatieplan Samen in Gezondheid, werken we lokaal en (sub)regionaal samen aan goede, betaalbare en toegankelijke zorg. Daarbij willen we de beweging maken van zorg naar gezondheid en preventie.

2.3.3. Gezonde leefstijl en bewegen Mensen worden steeds ouder. Met ouderdom komen relatief vaker gebreken en chronische aandoeningen. Ook mede dankzij de medische technologie blijven mensen langer leven met eventuele aandoeningen. Het beleid van de overheid is er de afgelopen jaren op gericht om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Eigen regie is daarbij wenselijk, maar niet altijd mogelijk. Uit de cijfers blijkt dat vallen bij ouderen relatief vaak

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

25

voorkomt. Zo blijkt dat één op de drie ouderen van 65 jaar of ouder minimaal één keer per jaar valt. Een valongeval kan veel negatieve gevolgen hebben voor de zelfredzaamheid van ouderen, het thuis kunnen wonen en de kwaliteit van leven. Ook constateren we dat de zorgkosten van valongevallen hoog zijn. Het is een noodzakelijke opgave om effectieve valpreventie op te zetten voor ouderen. Bij jongeren en jongvolwassenen zien we dat het gebruik van middelen zoals alcohol en drugs steeds meer onderdeel van hun leefstijl is. Tegelijkertijd zijn zij extra kwetsbaar voor de gevolgen van alcoholgebruik, onder meer omdat alcohol een sterk effect heeft op hun lichaam en het extra schadelijk is voor hersenen, die nog in ontwikkeling zijn tot zeker de leeftijd van 25 jaar. Alcoholgebruik kan op de korte en de langere termijn veel negatieve gevolgen hebben voor jongeren. Ook zijn de negatieve gevolgen van roken, vapen en drugsgebruik voor de gezondheid onbetwist, net als de neveneffecten, zoals criminaliteit, drugsafval en verkeersveiligheid. Het vapen is een stijgende trend onder jongeren met grote gezondheidsschade. Daarom willen we blijven inzetten op het ontmoedigen van alcohol- en drugsgebruik, roken en vapen. Het gebruiken van alcohol en drugs door minderjarigen zou niet normaal moeten zijn.

Denormaliseren is niet alleen iets voor ouders, maar ook voor scholen en verenigingen, maatschappelijke organisaties, onderwijs, bedrijfsleven en de gemeente. Er is een stevige integrale aanpak nodig. Mensen met overgewicht lopen meer risico op gezondheidsproblemen, zoals diabetes type 2 (suikerziekte), hart- en vaatziekten, rug- en gewrichtsklachten en bepaalde soorten kanker. Obesitas is een ernstige vorm van overgewicht. De gevolgen daarvan zijn groot. Naast psychologische aandoeningen als depressie en angststoornissen, zorgt een te hoog gewicht voor vele lichamelijke gezondheidsrisico’s. Gezonde voeding en voldoende beweging zijn van essentieel belang om overgewicht te verminderen. Hier ligt een belangrijke opgave voor samenwerking tussen het sociaal domein en sport & bewegen.

HET VERHAAL VAN LARA Lara, een vrouw van bijna 60 worstelt al haar hele leven met middelengebruik. Het is zaterdag en het gaat niet goed met Lara, ze is bang dat ze terugvalt in middelengbruik. Ze kent Bullshift van naam en besluit binnen te stappen. Wanneer Bullshift geopend is, kun je meteen geholpen worden. In gesprek aan de keukentafel bij Bullshift vindt Lara de verbinding met mensen die haar direct begrijpen. Voor vandaag is Lara’s zucht naar middelen voorbij. Ze spreekt af volgende week in de ochtend mee te doen met de hardloopgroep en komt zo in contact met lotgenoten en een positieve omgeving, die haar ondersteunen en begrijpen in haar herstel.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

26

2.3.4. Gezonde sociale omgeving Het versterken van de sociale basis gaat over het omzien naar elkaar in de wijk, de buurt of het dorp. Door in te zetten op het stimuleren van laagdrempelige voorzieningen in de wijk waar ontmoeten en activiteiten mogelijk zijn, dragen we bij aan vermindering van eenzaamheid en het ontstaan van zinvolle sociale relaties. En deze zinvolle sociale relaties, die ontstaan in deze collectieve preventieve voorzieningen, helpen bij het stimuleren van zorgzame wijken waar inwoners naar elkaar omzien. Deze thema’s zijn ook onderdeel van de Toekomstvisie Meierijstad en speerpunten vanuit het IZA (Integraal Zorg Akkoord) en GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord).

2.3.5. Gezonde groene omgeving De inrichting van de leefomgeving heeft invloed op de gezondheid. Aantoonbare factoren die van invloed zijn op gezond gedrag zijn fiets- en wandelpaden, groen in de wijk, natuur en recreatiegebieden, ontmoetingsmogelijkheden, speeltuinen, speel-en beweegtoestellen en ruimte voor bewegen. De aanwezigheid van voorzieningen zoals scholen, aantrekkelijke openbare ruimte, gezond voedselaanbod en de afwezigheid van omgevingslawaai en schadelijke stoffen in de lucht hebben ook positieve effecten. Groen in de wijk draagt bij aan een betere mentale gezondheid. Omdat een groene omgeving uitnodigt om te bewegen en te ontspannen, speelt groen een rol bij de vermindering van overgewicht, diabetes type 2, hart- en vaatziekten. Biodiversiteit is van groot belang voor een gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven. Daarom willen we bij verschillende ruimtelijke ontwikkelingen meer rekening houden met de gezondheidsgevolgen en daarbij expertise inzetten uit het gezondheidsdomein en het sociaal domein.

2.4. GEZIN 2.4.1. Onderwijs en opvang Onderwijs en opvang zijn essentiële pijlers voor de ontwikkeling van kinderen en de samenleving als geheel. Deze thema’s spelen een cruciale rol in het bieden van gelijke kansen en het versterken van sociale cohesie. Als gemeente hebben wij de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, ondersteuning en samenwerking met scholen, leerlingenvervoer, leerplicht, RMC (vroegtijdig schoolverlaten), jeugdhulp (schoolmaatschappelijk werk of ambulante ondersteuning), voorschoolse voorzieningen, achterstandenbeleid en overleg met onderwijsinstellingen en andere partners over beleid voor jeugd, educatie, zorg en arbeid. Onderwijs biedt niet alleen de basis voor kennis en vaardigheden, maar speelt ook een grote rol in de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. De toegang tot goed onderwijs is daarom van groot belang om ongelijkheden in de samenleving tegen te gaan. Onderwijs zorgt voor integratie, persoonlijke groei en maatschappelijke participatie. We werken daarom als gemeente, kinderopvang en onderwijs integraal, vanuit één visie, samen om gezamenlijk de kansengelijkheid voor de kinderen en jongeren in Meierijstad te vergroten.

We realiseren ons dat gelijke geschiktheid niet altijd leidt tot dezelfde kansen in het onderwijs, doordat kinderen en jongeren opgroeien in ongunstige omstandigheden en door risicostapeling van deze omstandigheden.

Beleids- en Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2026-2030

27

2.4.2. Onderwijsachterstanden In Meierijstad maken we ons hard voor een samenleving waarin iedereen zich welkom voelt, ertoe doet en mee kan doen, kortom; gelijke kansen voor iedereen. Vanuit een doorlopende ontwikkellijn streven we naar gelijkwaardigheid en inclusie; ieder kind heeft gelijke toegang tot onderwijs en zorg en daarmee gelijke kansen. Er is vanuit preventief oogpunt - reeds vanaf zwangerschap - aandacht voor de leefomgeving van het kind en ouder; thuis in het gezin of in de wijk, in de kinderopvang of op school. We hebben vanuit vertrouwen in de eigen ontwikkelkracht van elk kind aandacht voor de cognitieve-, de sociaal-emotionele en voor de gezonde ontwikkeling.

HET VERHAAL VAN AMINA

Toen Amina 2,5 jaar was had ze veel moeite met de Nederlandse taal. Hierdoor was ze een verlegen peuter. Na de start van VVE (voor- en vroegschoolse educatie) verandert Amina langzaam. Ze komt trots thuis en kan steeds beter vertellen wat ze heeft geleerd. Samen met andere kindjes zingen ze liedjes, lezen ze boekjes en maakt ze werkjes op thema. De juffen betrekken moeder ook zodat zij haar thuis kan blijven ondersteunen. Nu lezen ze thuis vaker boekjes en gaan ze in op wat ze bij de peuteropvang heeft geleerd. Dit helpt moeder ook als ouder. Moeder merkt aan Amina niet alleen een sprong in haar taalontwikkeling maar ook een sprong in haar zelfvertrouwen. Amina bloeit op en verandert van een teruggetrokken peuter naar een sociaal en taalvaardige kleuter. VVE maakt het verschil voor haar toekomst op school.

2.4.3. Preventie en vroeghulp Steeds meer jongeren in Meierijstad ervaren psychische en emotionele problemen, vaak als gevolg van prestatiedruk, sociale media en andere maatschappelijke verwachtingen. Signalen van stress, angst en depressie dienen zich steeds eerder aan, waardoor de behoefte aan laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning groeit. Dit vergroot de noodzaak voor laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning (GGD Hart voor Brabant, Gezondheidsmonitor Jeugd, 2023). Ook professionals in het onderwijs en de jeugdhulp bevestigen deze ontwikkeling. Zij zien steeds vaker jongeren die vastlopen in een wereld vol verwachtingen en sociale vergelijking. Mentale problemen zijn geen uitzondering meer, maar een structureel vraagstuk. Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (2024) blijkt dat meer dan een derde van de jongeren in de regio structureel stress of eenzaamheid ervaart. Om te voorkomen dat deze problemen verergeren is vroegsignalering en preventie essentieel. In 2040 willen we in Meierijstad een sterk en goed georganiseerd netwerk hebben waarin jongeren tijdig de juiste hulp en begeleiding krijgen. Dit betekent dat scholen, zorginstellingen, maatschappelijke organisaties en de overheid intensief samenwerken om jongeren te ondersteunen in hun ontwikkeling tot een zelfstandig, sociaal, weerbaar en verantwoordelijk individu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a179bdf5-c319-41a1-b09a-d115f92738fd