CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Toelichting incl bijlagen

Commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering 1 december 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 1520.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

9.3

Bodem

Wettelijke basis 1 Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. Aanleiding en doel Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Aanleiding van de bodemtoets vormt de wijziging van de bestemming aan de Goordonksedijk 15 te Mariaheide. Huidige situatie en toekomstige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied een agrarisch bedrijf. In de beoogde situatie wordt een nietagrarisch bedrijf gevestigd. In het kader van de bodemtoets is het formulier ‘Historische bodemtoets’ ingevuld. Hieruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat zich hier in het verleden bodemverontreinigende activiteiten hebben voorgedaan. De daken van de voormalige varkensstallen waren voorzien van asbesthoudende golfplaten. Deze beplating is reeds gesaneerd en vervangen door niet asbesthoudende beplating.

Ook is het gehele terrein bestraat. Aanvullend onderzoek naar asbest in bodem heeft in het kader van onderhavige procedure geen zin. Een deel van het plangebied is niet bestraat. Binnen dit deel van het plangebied is nooit bebouwing aanwezig geweest en deze gronden zijn altijd agrarisch in gebruik geweest, zie de volgende foto. Dit betreft dan ook een onverdachte locatie.

1 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening/toetsen-ruimtelijke-plannen/bodemtoets

30 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Figuur 20: Uitsnede luchtfoto jaar 2006 (bron: https://www.topotijdreis.nl/?datatype=imagery)

In een van de opstallen wordt een ruimte ingericht als kantine en kantoor. In deze ruimten verblijven mensen niet langer dan twee uur per dag. De kantine wordt enkel gebruikt in de ochtend bij aanvang van werkdag om de werkzaamheden welke op locatie wordt uitgevoerd door te spreken. Alle werkzaamheden worden elders op locatie uitgevoerd. Ook het kantoor wordt slechts beperkt gebruikt; binnen het kantoor is hooguit 2 uur per dag een medewerker aanwezig voor administratieve werkzaamheden. In de beoogde situatie vinden er geen bodembedreigende activiteiten plaats. Er vindt geen opslag van bodembedreigende stoffen plaats zoals de opslag van dieselolie. Stoffen welke worden opgeslagen binnen het bedrijf betreft hoofdzakelijk groenafval wat vrijkomt bij de werkzaamheden welke worden uitgevoerd door het hoveniersbedrijf. De gemiddelde hoogste grondwaterstand bedraagt 80-100 centimeter beneden maaiveld. Verontreinigingen naar het grondwater als gevolg van de bedrijfsactiviteiten vinden niet plaats; er wordt geen gebruik gemaakt van bodembedreigende stoffen. Er is dan ook geen sprake van een blootstellingsrisico aan een potentiële bodem- of grondwaterverontreiniging. Geconcludeerd kan worden dat er geen risico van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is en er geen verontreinigingen te verwachten zijn. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

9.4

Geluid (wegverkeerslawaai)

In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en 31 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Het plangebied is gelegen aan de Goordonksedijk en Bolstweg, beide 60 km/uur-wegen. Echter, ten aanzien van de woning wijzigt het beschermingsregime niet. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk.

9.5

Geluid (industrielawaai)

In de beoogde situatie worden de bedrijfsactiviteiten ten behoeve van het hoveniersbedrijf niet uitgebreid. Ten aanzien van geluid worden de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden (zie paragraaf 10.1). Voor een hoveniersbedrijf met een bedrijfsoppervlakte van meer dan 500 m² geldt een richtafstand van minimaal 50 meter tot een geluidgevoelig object. Zoals wordt beschreven in paragraaf 10.1 kunnen De richtafstanden uit de publicatie met een afstandstap worden verlaagd. Dit betekent dat voor het aspect geluid een afstand van 30 meter moet worden aangehouden. De afstand van de grens van het bestemmingsvlak van het dichtstbijgelegen hindergevoelige object Bolstweg 14 bedraagt circa 0 meter. Dit is de afstand tussen de bestemmingsvlakken. De afstand gemeten van de Bolstweg 14 tot aan het bedrijf waar de meeste activiteiten plaatsvinden bedraagt circa 35 meter. Kijkende naar de feitelijke situatie dan wordt voldaan aan de richtafstanden. Tussen de woning en het bedrijf aan de Goordonksedijk 15 wordt een bufferzone gecreëerd die de (eventuele) geluidbelasting vanuit het bedrijf reduceert. Rondom de veldschuur wordt een aarden wal opgericht met daarop bosplantsoen.

Ten zuiden van de veldschuur tussen de veldschuur en de woning aan de Bolstweg 14 worden geen bedrijfsmatige activiteiten verricht, deze gronden worden ingericht ten behoeve van de groene inpassing van het bedrijf. Dit is ook zo geborgd in de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. Ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan levert de beoogde situatie geen verslechtering op. Het bouwvlak wordt verkleind om komt op ruimere afstand te liggen ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie grenzen de bouwvlakken direct aan de elkaar. De richtafstanden van een varkensbedrijf zijn gelijk aan die van een hoveniersbedrijf. In de beoogde situatie worden de activiteiten op ruimere afstand uitgevoerd en wordt ook een aarden wal gesitueerd. Beide aspecten worden planologisch geborgd. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

9.6

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. 32 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Niet in betekenende mate bijdragen In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Toetsing initiatief Om te beoordelen of het beoogde initiatief NIBM bijdraagt, is de NIBM-tool (versie 2019) ingevuld. Hierin is de bijdrage berekend bij een toename van aantal dagelijkse voertuigbewegingen van maximaal 100 met een aandeel vrachtverkeer van 50% (worst-case scenario). Onderstaande figuur toont het resultaat.

Figuur 21: NIBM-tool 2019

Achtergrondconcentratie De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt 18,34 µg/m³, de huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM2,5) bedraagt 11,44 µg/m³ en de huidige achtergrondconcentratie stikstofdioxiden (NO2) bedraagt 14,91 µg/m³. De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de hier benoemde achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

9.7

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (wgv) schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). 33 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij). Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting) In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Goordonksedijk 14 Mariaheide (rundvee- en varkenshouderij): afstand circa 200 meter; • Bolstweg 20 Mariaheide (rundveehouderij): afstand circa 280 meter; • Bolstweg 5a Mariaheide (vleesvarkenshouderij): afstand circa 370 meter; • Bolstweg 6 Mariaheide (varkenshouderij): afstand circa 380 meter. Op de locatie Goordonksedijk 15 wordt momenteel beschikt over een omgevingsvergunning ten behoeve van de huisvesting van varkens en schapen. Deze vergunning wordt ingetrokken. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur.

Bolstweg 6

Bolstweg 5a

Goordonksedijk 14

Plangebied

Bolstweg 20

Figuur 22: Ligging dichtstbijzijnde veehouderijbedrijven

Deze veehouderijbedrijven worden beschermd tegen geurgevoelige objecten. Dit betekent dat de rechten van de veehouderijbedrijven die kunnen worden ontleend aan de vigerende vergunning gerespecteerd dienen te worden. Voor geurgevoelige objecten die onderdeel zijn van een veehouderij, of van een voormalige veehouderij die na 19 maart 2000 is beëindigd, gelden uitsluitend de minimumafstanden en niet de waarde voor de geurbelasting. In onderhavige situatie dient dus rekening gehouden te worden met een minimale afstand van 50 meter tussen het plangebied en omliggende veehouderijbedrijven. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. De te realiseren kantoor/kantine, werkplaats en bedrijfsgebouw zijn nieuw geurgevoelige objecten. De geurbelasting vanuit de meest nabijgelegen veehouderij (Goordonksedijk 14) is bepaald op de bedrijfsruimten binnen het plangebied en op het hoekpunt van het plangebied. De volgende tabel geeft de rekenresultaten weer van de geurberekening. Voldaan wordt aan de norm van 14 ou uit de Wet geurhinder en veehouderij. 34 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Tabel 1: resultaten geurberekening voorgrondbelasting Goordonksedijk 14 GGLID Xcoordinaat Ycoordinaat Geurnorm Geurbelasting bedrijfsgebouw 1 169 076 404 183 14,0 1,9 bedrijfsgebouw 2 169 088 404 171 14,0 1,7 hoek plangebied 169 045 404 188 14,0 2,2

Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting) Om het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur in beeld te brengen, is de cumulatieve geurbelasting in de omgeving in kaart gebracht waarbij de aanwezige andere veehouderijbedrijven in de omgeving van het initiatief meegenomen zijn. De bedrijven binnen een straal van 2 kilometer afstand rondom het plangebied zijn meegenomen. Uit deze geurgevoelige objecten is een representatieve selectie gemaakt in de berekening. De berekening is uitgevoerd middels het programma V-Stacks gebied. Voor het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de gegevens gebruikt van het Bestand Veehouderij Bedrijven (d.d. 27-07-2020). De invoergegevens zijn opgenomen in de bijlage. In het buitengebied geldt een achtergrondbelasting van 20 ouE als toetswaarde 2. Tabel 2: Resultaten berekening achtergrondbelasting Receptorpunt X-coördinaat Y-coördinaat Hoekpunt 1 bouwvlak 169045 404189 Hoekpunt 2 bouwvlak 169124 404241 Hoekpunt 3 bouwvlak 169162 404177 Hoekpunt 4 bouwvlak 169092 404115

Geurbelasting [ouE/m3] 6,2 6,2 5,7 5,6

Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om ook de geurbeleving inzichtelijk te maken. Hierbij is bijlage 6 en 7 van de handreiking Wet geurhinder en veehouderij als leidraad gebruikt. In bijlage 7 van de Handreiking is een tabel opgenomen waarin de kans op geurgehinderden vertaald is naar het woon- en leefklimaat, zie de volgende tabel 3. Tabel 3: Beoordeling milieukwaliteit Achtergrondbelasting (ouE/m³) Percentage geurgehinderden (%) 1-3 <5 4-8 5-10 9-13 10-15 14-20 15-20 21-28 20-25 29-38 25-30 39-50 30-35 51-65 35-40

Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht

De volgende tabel geeft per receptorpunt het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit. Tabel 4: Milieukwaliteit Geurgevoelig object

Hoekpunt 1 Hoekpunt 2 Hoekpunt 3 Hoekpunt 4

Achtergrond Percentage geurgehinder- Milieukwaliteit geurbelasting den [%] [ouE/m³] 6,2 6 6,2 6 5,7 5 5,6 6

Goed Goed Goed Goed

De volgende figuur geeft een weergave van het huidige woon- en leefklimaat. 2 Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Gemeente Veghel

3 SenterNovem, 2007

35 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Plangebied

Figuur 23: Geurcontouren woon- en leefklimaat

Uit bovenstaande resultaten volgt de conclusie dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.

9.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. Het dichtstbijzijnde risicovolle object betreft een propaantank op de locatie Bolstweg 6 en is gelegen op een afstand van circa 350 meter (zie volgende figuur). Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen binnen de risicocontouren van deze bron.

36 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Opslag propaan

Buisleiding Gasunie

Figuur 24: Uitsnede Risicokaart

Verder bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen inrichtingen of transportroutes die van invloed zijn op de externe veiligheid. Op een afstand van circa 260 meter bevindt zich een buisleiding van de Gasunie. Het invloedsgebied van deze leiding is 100 meter (1% letaliteit). Het plangebied is gelegen buiten deze risicocontour. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

9.9

Duurzaam en slim bouwen

Onderhavige ontwikkeling ziet op het hergebruik van de bestaande bebouwing. De woning wordt eventueel op termijn herbouwd. Bij de bouw van de woning zal gebruik worden gemaakt van duurzame materialen en energiebesparende maatregelen. Het asbest wordt van de daken van de bedrijfsgebouwen verwijderd en vervangen door nieuwe dakbedekking inclusief zonnepanelen. Door middel van een biomassaverbrander wordt het groenafval gebruikt voor de opwekking van energie.

9.10 Gezondheid De ontwikkeling heeft geen schadelijk gevolgen voor de volksgezondheid. De aspecten geur en fijn stof zijn eerder aanbod gekomen in deze rapportage en vormen geen belemmering voor de omgeving. Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Geitenhouderijen Uit het VGO-onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 kilometer van het plangebied ligt een geitenhouderij (Duifhuizerweg 24). Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan heeft 37 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

plaatsgevonden. Uit deze toetsing blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen straalt van 2 kilometer van geitenhouderijen (Duifhuizerweg 24 (stap 5a). De locatie is niet gelegen binnen een afstand van 1 kilometer van een pluimveebedrijf (stap 5b) maar wel binnen 250 meter van overige veehouderijen: Goordonksedijk 14 (stap 5c). Het planvoornemen ziet op een herbestemming van een bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bedrijfsbebouwing. Ten opzichte van de bestaande situatie is geen sprake van nieuwe blootstellingsrisico’s.

38 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

10. Bedrijven en voorzieningen Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft per bedrijfsactiviteit richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. De afstanden gelden in principe tussen enerzijds de grens van de perceelsgrens van het bedrijf (bestemmingsvlak) en anderzijds de perceelsgrens van een hindergevoelig object (bestemmingsvlak). De volgende tabel toont de richtafstanden die horen bij het hoveniersbedrijf. Tabel 5: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Goordonksedijk 15 (hoveniersbedrijf) Dienstverlening t.b.v. de landbouw Geur Stof Geluid Gevaar Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m2 30 10 50 10

De richtafstand uit de VNG-publicatie geldt ten opzichte van een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied. Het plangebied is echter gelegen in een cluster van bebouwing rondom de weg Goordonksedijk-Bolstweg, waar de omgeving van de locatie kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’ als bedoeld in de VNG-brochure (functiemenging). Hier zijn agrarische, nietagrarische bedrijven en enkele burgerwoningen gelegen, een menging van relatief dicht bij elkaar gelegen functies. De richtafstanden uit de publicatie kunnen dan ook met een afstandstap worden verlaagd. Dit betekent dat voor het aspect geluid een afstand van 30 meter moet worden aangehouden en voor geur 10 meter. Voor het aspect geur wordt voldaan aan de richtafstand voor Bolstweg 13 (werkelijke afstand 12 meter). Voor het aspect geluid kan worden gesteld dat de bedrijfsactiviteiten ten zuiden van de bedrijfswoning plaatsvinden en westelijk binnen het plangebied op een afstand van meer dan 30 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand voor geluid. Voor het adres Bolstweg 14 (werkelijke afstand 0 meter) wordt zowel voor het aspect geur als voor het aspect geluid niet voldaan aan de richtafstanden. Tussen de woning en het bedrijf aan de Goordonksedijk 15 wordt een bufferzone gecreëerd die de (eventuele) geluidbelasting vanuit het bedrijf reduceert.

Rondom de veldschuur wordt een aarden wal opgericht met daarop bosplantsoen. Ten zuiden van de veldschuur tussen de veldschuur en de woning aan de Bolstweg 14 worden geen bedrijfsmatige activiteiten verricht, deze gronden worden ingericht ten behoeve van de groene inpassing van het bedrijf. Dit is ook zo geborgd in de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. De aarden wal heeft een breedte van 5,0 meter. In totaal is 13 meter tussen de veldschuur en de perceelsgrens in gebruik als landschappelijke inpassing. Gelet op de bouwmogelijkheden binnen de bestemmingen conform het bestemmingsplan wordt voor het aspect geur voldaan aan de richtafstand van 10 meter. Voor het adres Goordonksedijk 20 (werkelijke afstand 30 meter) wordt voldaan aan de richtstand van 30 meter.

39 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

11. Verkeer 11.1 Huidige en verkeersstructuur In de huidige situatie wordt het bedrijfsgedeelte binnen het plangebied ontsloten via een tweetal inritten, aan de Goordonksedijk en aan de Bolstweg. Dit betreffen 60 km/uur-wegen waar zich zowel bestemmingsverkeer als doorgaand verkeer bevindt. De Bolstweg vormt een verbindingsweg tussen de kernen Mariaheide en Erp. Daarnaast wordt de bedrijfswoning ontsloten door een tweetal inritten (zie volgende figuur). Inrit bedrijfswoning

Inrit bedrijfsgedeelte

Inrit bedrijfswoning

Inrit bedrijfsgedeelte

Figuur 25: Ontsluitingssituatie huidig

11.2 Nieuwe verkeersstructuur In de beoogde situatie wijzigt de ontsluitingssituatie van het plangebied. De bedrijfswoning blijft op dezelfde wijze ontsloten. De zuidelijke inrit wordt verlegd richting het zuiden, ter hoogte van de veldschuur (zie volgende figuur).

40 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Bestaande inrit bedrijf Inrit bedrijfswoning

Parkeerplaats bezoekers

Nieuwe inrit bedrijf

Figuur 26: Ontsluitingssituatie beoogd

11.3 Verkeersaantrekkende werking De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen van en naar het bedrijf, ten opzichte van de huidige varkenshouderij. Interne verkeersbewegingen Binnen de bedrijfsinrichting zullen verschillende verkeerstromen plaatsvinden (van loopverkeer tot vrachtverkeer). Om ervoor te zorgen dat deze stromen soepel naast elkaar heen geleid worden zullen er routes op het terrein komen. De hoofdingang van het bedrijf bevindt zich aan de Goordonksedijk in het noordoosten. De bezoekers aan de showtuin (zowel personenauto’s als fietsers en voetgangers) parkeren op de aldaar gerealiseerde parkeerplaats. Het personeel betreedt de bedrijfsinrichting via de inrit aan de Goordonksedijk (personenauto’s en bestelbussen). Aan de Bolstweg bevindt zich de laad- en losplaats, waar de bussen en andere motorische werkgereedschappen gebruikt worden voor het laden en lossen van benodigde materiaal en materieel. Zij kunnen zowel via de westelijke als de noordoostelijke inrit het terrein weer verlaten. Dit is afhankelijk van de situatie. Het vrachtverkeer zal binnen komen rijden aan de noordzijde waarna ze de routing rondom de schuren kunnen volgen om vervolgens te laden lossen waar nodig. Dit verkeer verlaat het terrein weer aan de westzijde.

11.4 Parkeren Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren in beginsel moet plaatsvinden op eigen terrein. Uitgegaan wordt van de parkeernormen zoals opgenomen in het Paraplubestemmingsplan parkeren. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de parkeerbehoefte in de beoogde situatie. 41 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Tabel 6: Parkeerbehoefte Functie Eengezinswoning (dure sector) Arbeidsextensief/bezoekersintensief (showroom) 200 m² Personeel (geen parkeernorm)

Parkeernorm (per eenheid) 2,4 per woning 1,8 per 100 m² bvo Totaal

Aantal parkeerplaatsen 3 4 10 17

Bij de woning worden twee parkeerplaatsen gerealiseerd. De bestaande inrit bij de bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Bij een van de inritten aan de Bolstweg worden 18 parkeerplaatsen aangelegd (hier kunnen zowel bezoekers als personeel parkeren). Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.

42 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

12. Juridische planopzet 12.1 Algemene opzet Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) naar het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat; • De bestemmingsregels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt; • De verbeelding, die de rol heeft van visualisering van de bestemmingen.

12.2 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). Deze vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken.

12.3 Bestemmingen op de verbeelding De volgende bestemmingen en aanduidingen zijn opgenomen in de verbeelding: • • • • • • • • •

Agrarisch; Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf (enkelbestemming); Groen – Landschapselement (enkelbestemming); Waarde - Archeologie 2 (dubbelbestemming); Waarde - Archeologie 3 (dubbelbestemming); Overige zone - boringsvrije zone (gebiedsaanduiding); Overige zone - dagrecreatie (gebiedsaanduiding); Vrijwaringszone – radar (gebiedsaanduiding); Maximum oppervlakte (m²): 1.400 m² (maatvoering).

12.4 Toelichting op de regels De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • •

•

Hoofdstuk 1 ‘Inleidende Regels’ gaat in op de omschrijvingen van de in de voorschriften gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ worden de betreffende enkel- en dubbelbestemmingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwvoorschriften beschreven. Daarnaast worden de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing geborgd middels het opnemen van een voorwaardelijke gebruiksbepaling bij de bestemming ‘Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan, algemene aanduidingsregels en de bepalingen ten behoeve van wijzigingen van het bestemmingsplan. Tot slot komen de procedureregels aan bod, die verwijzen naar de wetgeving die in acht moet worden genomen. 43

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

•

In hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod.

44 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

13. Economische uitvoerbaarheid Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van hoofdgebouwen van een oppervlak van 1.000 m² of meer. De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend bestemmingsplan maakt de gemeente alleen kosten voor het begeleiden van het bestemmingsplan. De noodzakelijke onderzoeken zijn al voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Met initiatiefnemers is een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen.

45 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

14. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening: 1)

Voorbereiding en vooroverleg met diensten van Rijk, provincie en waterschap; Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft het voornemen kenbaar gemaakt aan de omwonenden en hen op de hoogte gesteld van de plannen. De formulieren van de zorgvuldige dialoog zijn als bijlage bijgevoegd.

2)

Ontwerp: het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbinnen eenieder zienswijzen kan indienen. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen wordt het plan waar nodig aangepast. Zienswijze provincie Noord-Brabant Op 31 mei 2021 heeft de provincie Noord-Brabant een zienswijze ingediend op het ontwerp bestemmingsplan. In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV)) zijn voorschriften opgenomen voor de borging en bescherming van de provinciale belangen. Ten aanzien van een aantal thema’s is de provincie van mening dat het plan in strijd is met de IOV: Kwaliteitsverbetering van het landschap De provincie geeft aan dat het onduidelijk is wat bestaand en nieuw is. Daarnaast wordt een aarden wal als landschappelijk inpassing opgenomen, deze is echter vanuit geluidsoverwegingen noodzakelijk. Deze aarden wal kan niet mee worden genomen als kwaliteitsverbetering van het landschap. Ook wordt beplanting die gebruikt wordt voor de inrichting op het perceel meegenomen als landschappelijke inpassing. Deze beplanting behoort niet tot de landschappelijke inpassing maar tot erfinrichting. Tevens blijkt uit de toelichting onvoldoende op welke wijze het initiatief past binnen de omgeving en het beleid van de gemeente.

Op de plattegrond welke onderdeel uitmaakt van het landschappelijk inpassingsplan is de bestaande beplanting en nieuwe beplanting aangegeven. Als peilmoment is gekeken naar het moment waarop de locatie nog in gebruik was als varkenshouderij. Initiatiefnemer heeft op eigen initiatief reeds beplanting aangebracht vooruitlopend op de herziening van het bestemmingsplan. Op de plattegrond is tevens aangegeven welke beplanting geen onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing maar dient als erfinrichting. In de berekening van de kwaliteitsverbetering is de aarden wal en bijbehorende beplanting niet meegenomen als kwaliteitsverbetering. Tevens is de infiltratievoorziening in de vorm van een poel niet meegenomen in de berekening omdat deze ook deels noodzakelijk is voor opvang en infiltratie van het schone hemelwater afkomstig van daken en erfverharding. Op deze punten is de berekening van de benodigde kwaliteitsinvestering aangepast. Tevens is gerekend met de meeste recente bedragen voor aanleg en beheer zoals opgenomen in de Subsidieregeling stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant. 46 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

In paragraaf 4.2 waar het provinciale beleid wordt beschreven is een toelichting opgenomen met een verwijzing naar paragraaf 4.3 naar het gemeentelijk beleid. Boringsvrije zone De provincie geeft aan dat de van toepassing zijnde Boringsvrije zone van ten behoeve van waterwinning voor menselijke consumptie nog niet juist is opgenomen in de planregels. In de regels van het bestemmingsplan zijn de regels opgenomen met betrekking tot de Boringsvrije zone. 3) Vaststelling: de gemeenteraad stelt vervolgens het bestemmingsplan vast, waarna het wederom voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd en waarop indieners van zienswijzen beroep kunnen instellen bij de Raad van State.

47 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Bijlage 1

Situatieschets beoogde situatie

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Bijlage 2

Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap Naam

Joris Vlassak Tuinen BV

Locatie

Goordonksedijk 15 Mariaheide

Projectnummer Datum

VLAS01.RO01 0511-2021

Waardevermeerdering van de grond Oppervlakte plangebied

Huidige waarde Agrarisch bouwvlak

bestaand 10704

m²

Eenheid m2

Aantal 10704

nieuw 10704 Prijs/eenheid €

Totaal 25.00 €

267,600.00

€

267,600.00

subtotaal

Toekomstige waarde Agrarisch vewant bedrijf - bebouwd Agrarisch vewant bedrijf - onbebouwd Groen Agrarisch

Eenheid m2 m² m² m²

Aantal 1400 5471 1464 2369

Prijs/eenheid € € € € subtotaal

Totaal 130.00 € 45.00 € 1.00 € 5.00 € €

182,000.00 246,195.00 1,464.00 11,845.00 441,504.00

€

173,904.00

€

34,780.80

Totaal waardevermeerdering

Investering Basisinspanning investering (20%)

Soort investering Plantwerk Aanplant beukenhaag (deels aanwezig rest nieuwe aanplant) Aanplant bosplantsoen/struikvormers Aanplant bomen, eik (20-25) Aanplan knotwilgen (15+ jaar) Aanplant laagstam fruitbomen (25+ jaar) Helophytenfilter realiseren

Onderhoud (periode 6 jaar) Hakhoutsingel Landschapsboom Knotbomen Hagen, 1 maal per jaar Fruitbomen Helophyten filter

Sloop gebouwen Sloop gebouwen Verwijderen asbestplaten Verwijderen kelderruimte

Eenheid stuks stuks stuks stuks stuks m³

are stuks stuks meter stuks stuks

m² m² m²

Aantal 1500 2000 2 10 12 100

10 16 10 166.7 12 1

230 230 0

€ € € € € €

Prijs/eenheid (incl. BTW) 1.60 1.60 66.74 17.81 66.74 123.88

€ € € € € €

€ € €

Totaal 1 1 1 1 1

subtotaal

€ € € € € € €

2,400.00 3,200.00 133.48 178.10 800.88 12,388.80 19,101.26

subtotaal per jaar subtotaal per 6 jaar

€ € € € € € € €

126.76 485.76 515.70 160.03 514.68 316.88 2,119.81 12,718.88

€ € € €

3,450.00 1,725.00 5,175.00

12.68 30.36 51.57 0.96 42.89 316.88

1 1 1

15.00 7.50 2.50

subtotaal

Verplichte basisinspanning TOTAAL * bedragen zijn exclsuief BTW (bedrijf kan de BTW terugvragen) 1: Normen Vergoedingsystematiek en -grondslagen, behorende bij Subsidieregeling stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant

€

34,780.80

Investering grondbewerking, aanleg, plantwerk €

36,995.14

Bijlage 3

Landschappelijk inpassingsplan

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Colofon

Landschapsplan bedrijfslocatie Opdracht: Landschapsplan Locatie: Goordonksedijk 15 Auteurs: Joris Vlassak Geert van den Biggelaar In opdracht van: Gemeente Veghel Datum: 10-10-2018

2

Inhoudsopgave voorwoord

1. 2.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

3

Inleiding 4 Analyse plangebied 5 2.1 2.2 2.3

bodem 5 water 6 Landschap 7

Bebouwing 8

2.1 2.2

Woonbestemming 8 Bedrijfsbestemming 9 Infrastructuur 10 4.1 Routing 10 4.2 materiaal gebruik 11 Waterstructuur 12 5.1 Watersysteem 12 groenstructuren 13 6.1 Bestaand groen 13-14 6.2 Toegepaste structuren 15 Flora & fauna 16 7.1 Flora en Faunawet 16 7.2 Toepassing flora en fauna op perceel 16-17 Duurzame visie en M.V.O. inrichting 18 8.1 Duurzaamheidsvisie 18 8.2 Toepassing op het perceel 19-20

H1. Inleiding Gezien de ligging van het perceel leent de locatie zich ervoor om een mooie en natuurlijke omgeving te creëren; in onderstaand landschapsplan zal toegelicht worden welke visie er is voor de Goordonksedijk 15 te Meierijstad (Mariaheide). De mogelijkheden en de gedachten achter de inrichting van het perceel gaat verder als alleen natuur en de invulling met Brabant landschap elementen; ook is er nagedacht over de duurzaamheid en het maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dit landschapsplan worden gekeken naar de omgeving, bodem, waterbeheer, groene energie, brabantslandschap, duurzaam ondernemen.

Locatie: Goordonksedijk 15 5467 TG Mariaheide (gemeente Meierijstad) Gegevens eigenaar: Joris Vlassak Spoorven 603 5464 PA Veghel 06-51910510 23-08-1988 Figuur 1; het perceel

4

H2: Analyse Plangebied Het plangebied aan de Goordonksedijk 15 is in dit hoofdstuk geanalyseerd op de volgende punten: bodem, water en de context waarin het gebied zich bevindt. Na dit hoofdstuk zal duidelijk zijn hoe het gebied in elkaar steekt en waarom bepaalde keuzes in het vervolg gemaakt zijn. 2.1 Bodem De Bodem zoals aangegeven op de kaart hieronder bestaat voornamelijk uit fijn zand. Deze zandgronden zijn hier in de pleistocene tijd ontstaan en zijn hier in die tijd doormiddel van de wind neergestreken. Ook zijn er donker bruine vlakken zichtbaar. Deze vlakken zijn enkeerdgronden en deze zijn ontstaan door menselijke invloeden. Enkeerd bestaan uit een toplaag van minimaal 50cm humusrijke bruingekleurde grond. Deze is ontstaan door bemesting met dierlijke bemesting met het potstal systeem. Het Potstalsysteem is een Bodemkaart

5

bemesting systeem dat al gebruikt werd in de middeleeuwen. Het werkt als volgt. Van de heide werden plaggen gestoken welke in de stallen uitgespreid werden. In deze stallen verbleven de dieren dan de volledige winter. Na deze wintermaanden werd deze mest uit de stallen gehaald en over de essen verspreid. Doordat dit proces zich zo lang heeft herhaald zijn er op den duur dus enkeerdgronden ontstaan. Enkeerdgronden onderscheiden zich van andere gronden in het zandlandschap doordat zij zeer voedselrijk zijn en dus ook zeer geschikt zijn als landbouwgronden.

2.2 Water Op de Goordonksedijk 15 heeft men te maken met een grondwatertrap VI. wat betekend voor het grondwater dat het op zijn hoogst -40 tot -80 cm NAP is en de grondwaterstand kan hier zakken tot -120 cm onder NAP. Dat betekend dat men weinig last zal hebben van de grondwaterstand. Dit omdat bij een hevige regenbui het water kan opvangen en het door het zand heen snel zal afvoeren naar het grondwater. Doordat het grondwater nooit hoger komt dat 40cm onder NAP zal men alleen last van wateroverlast voor korte duur.

GWTkaart

6

2.3 Landschap Over het algemeen is het landschap in de omgeving bosachtig met boeren erven, hierdoor is er veel plaats voor diversen dieren en insecten. De gebieden worden kenmerkend geaccentueerd door de agrarische bufferzones en de landschappelijke overgangszone. Bij het perceel aan de Goordonksedijk ligt aangrenzend een groot agrarisch vlak wat zorgt voor de verspreide bebouwing, hier is nauwelijks opgaande beplanting aanwezig. Het enige wat we hier zien zijn houtsingels, hagen en bosplantsoen. Een aantal volwassen bomen steken hier boven het geheel uit. Dit zorgt voor een grote open ruimte dat uitermate geschikt is voor klein dieren en insecten. Hierdoor zijn Topografische kaart

7

hier ook regelmatig vogels en roofvogels te vinden die hier hun voedsel weten te vinden. De landschappelijke overgangszones die in het gebied liggen worden vaak ook agrarisch gebruikt, deze kavels zijn wat kleiner met wat meer laanbeplanting en kavelgrens beplanting, dit zorgt voor een vorm van ‘kamerstructuur’. In het nabij gelegen landschap zijn ook een aantal natuurvijvers aanwezig, deze zijn vaak aangekleed met mooie oude knotwilgen, houtsingels, bomenrijen en diversen soorten van inheemse beplanting.

H3: Bebouwing 3.1 Woonbestemming De huidige bebouwing van het perceel bestaat uit 1 boerderij, 2 oude varkensstallen een veldschuur en een aantal kleine bijgebouwen. De overige materialen op het perceel bestaan uit bestrating, beplanting / houtsingels en overig akkergrond. De boerderij dateert uit 1926, dit is een oud pand waarin de karakteristieken uitstralingen nog goed van te zien zijn. De boerderij is in de loop der jaren een aantal keer verbouw / aangebouwd, hier zitten zowel inpandig als uitpandig kleur / materiaal verschillen in. Voorheen werden er ook nog dieren voor kostwinning in de boerderij gehouden. De 2 oude varkensstallen zijn een aantal jaar niet meer in gebruik, hierdoor kreeg het een erg vervallen indruk en is de totale inpassing van de stallen in het perceel een echte opwaardering en meerwaarde voor

de omgeving. De oude stallen krijgen nu een herbestemming waardoor hier zo veel mogelijk gedacht word aan hergebruik en natuurlijke aspecten die invloed kunnen hebben op deze inpassing. De veldschuur heeft gediend als opslag waardoor dit gedeelte achter op het perceel is geplaatst; minder in het zicht. Deze stal was erg praktisch en kan deze functie ook in de toekomst behouden. De veldschuur heeft ook de functie van geluidsbarrière, de veldschuur houd het geluid tegen dat richting de buren (Bolstweg) gaat. De overige bijgebouwen zoals berging, kippenhok, houtopslag en overige ruimte hebben op verschillende locaties op het perceel gestaan. Deze hadden ieder een eigen functionele invulling t.b.v. de werkzaamheden die op de locatie uitgevoerd worden.

Bestaande boederij

8

3.2 Bedrijfsbestemming De oude functie van het bedrijf; de woning en de varkensstallen waren agrarisch bestemd, deze functie word gewijzigd volgens het principe akkoord naar agrarisch verwant bedrijf. Dit vanwege de nieuwe invulling; het houden van een hoveniersbedrijf.

maatschappelijk verantwoord ondernemen en de combinatie met de natuur in de omgeving.

Het hoveniersbedrijf wil zich graag onderscheiden door nieuwe manier van

Dit is een doordachte aanpak waarbij aan de volgende aspecten zijn gedacht; opvangen van hemelwater, zonne-energie, biomassa verbrander, hergebruik van materialen en uitstraling van het perceel dat in het Brabant landschap hoort met een eigentijdse touch.

Eerste schets

Goedgekeurde schets

Bestaande schuren

9

H4: Infrastructuur 4.1 Routing Er zullen op het terrein verschillende verkeerstromen gaan plaats vinden. Van loopverkeer tot vrachtverkeer. Om ervoor te zorgen dat deze stromen soepel naast elkaar heen geleid worden zullen er routes op het terrein komen. Welke op het kaartje hieronder zichtbaar zijn geworden. Zo is zichtbaar dat de entrée rechts bovenin gelegen van alle verkeer eenheden de meeste binnen krijgt hier zullen de voetgangers fietsen en personenauto’s direct rechts gaan de parkeerplaats op waar geparkeerd kan worden en doorgelopen kan worden naar de verblijfsruimtes op het terrein.

De werkbussen zullen aan de linkerkant binnen komen rijden waar zij direct op de laat en los plaats zijn. hier zullen de bussen en andere motorische werkgereedschappen gebruikt worden voor het laden en lossen van benodigde materiaal en materieel. En zullen daaropvolgend via de entree weer weg kunnen rijden maar ook via het westen. Dit is afhankelijk van de situatie. Het vrachtverkeer zal binnen komen rijden aan de noordzijde waarna ze de routing rondom de schuren kunnen volgen om vervolgens te laden lossen waar nodig. Wanneer dit gedaan is zullen zij aan de westkant het terrein weer verlaten.

Definitief ontwerp

10

4.2 Materiaal gebruik Op het terrein worden alle verhardingsmaterialen hergebruikt. In de bestaande situatie zijn er een aantal verhardingen toegepast. Er is een pad van half verharding in de vorm van puin aanwezig. Deze zal hergebruikt worden als fundament voor de nieuwe bestrating. Daarvoor wordt ook de spoelplaats bestaande uit een betonnen plaat voor gebruikt. Deze zal op locatie verwerkt worden waarna deze ook als fundament voor de toekomstige verharding zal gaan dienen. De elementverharding die in de oude situatie aanwezig was bestaande uit kei formaat betonstraatstenen zal in eenzelfde functie terugkomen op het terrein.

het terras dat bij de kantine, kantoor en presentatieruimte hoort. Dit zal een luxere uitstraling creëren en de klant direct een beeld geven van de diversiteit aan verhardingsmaterialen er zijn.

De nieuwe bestrating op het terrein zal dus voornamelijk bestaan uit de betonstraatstenen welke uit de oude situatie overgebleven zijn aangevuld met gebruikte betonstraatstenen zodat deze aansluiten in het beeld van hergebruik.

Rondom de vijver zal een wandelpad gecreëerd worden om een rondje te lopen hiervoor zullen houtsnippers gebruikt worden welke vrij zijn gekomen tijdens het snoeien van het groen. Zo hebben deze ook een functie in het gebied gekregen

Verder zal er tussen de schuren een terras gesitueerd worden. Dit wordt Toegepaste materialen

11

Voor de parkeerplaatsen is gekozen voor een half verharding. De redenen hiervoor zijn dat er geen water opvangende principes hoeven toegepast te worden doordat het regenwater door de half verharding heen weg kan bezinken in de grond hiermee wordt het water op de plek waar het oorspronkelijk moet inzakken ook de grond in verwerkt. Verder zal de half verharding de snelheid van het verkeer drukken wat gewenst is op een gebied met de functie parkeren.

H5: Waterstructuur 5.1 Watersysteem Het water dat op de daken en het perceel valt word afgevoerd. Via de daken loopt het in de afvoergoot en gaat zo naar de natuurvijver. Ook het water dat op de bestrating valt word via goten afgevoerd naar de natuurvijver. Het water dat hier in komt word door een helofytenfilter gepompt, door de lava en beplanting word het water gezuiverd. Alle afvalstoffen worden eruit gehaald en het vuil dat via de daken mee komt bezinkt en word door de planten weer opgenomen. Het vuil wat van de bestrating mee afstroomt wordt zal in de straatkolken bezinken en hier zal dus voornamelijk schoon water de vijver in stromen.

Verder zal niet al het water dat op de bestrating valt afvloeien in putten en zo de natuurvijver inkomen. Waar mogelijk is er naar een oplossing gezocht dat het water direct naar het groen rondom af kan wateren. Dit is rondom de veldschuur gedaan door het plaatsen van zaksloten. Hierin zal het water van de verharding afstromen en kan het direct in de bodem infiltreren en opgenomen door de beplanting, of voor de instandhouding van het grondwaterprofiel. opbouw filter

Wanneer de beplanting op het perceel water nodig heeft word dit vanuit de natuurvijver gedaan. Wanneer de natuurvijver vol zit, vloeit het water uit via de sloten; dit zorgt ervoor dat natuurlijk gefilterd water weer terug komt in de natuur. Sfeerbeeld vijver

Voorbeeld zaksloot

12

H6: Groenstructuren 6.1 Bestaand groen Op de locatie is al veel natuur aanwezig. Dit is voornamelijk in de vorm van bomen, bosplantsoenstroken en hagen. Deze zullen ook waar mogelijk behouden of verplant. Een deel van het groen is bij de sloop verwijderd, hier is wel gekeken dat het groen betreft welke weinig toevoeging hebben in het Brabantse landschap of in gedrang zouden komen bij de duurzame visie voor het perceel. Denk daarbij aan exoten, gecultiveerde beplanting en bomen die zonlicht weg zouden nemen voor de zonne-energie. Op het terrein zijn een aantal verschillende bomen aanwezig. Te beginnen met de Tilia’s die voor de boerderij zijn gesitueerd. Deze zijn monumentaal en blijven natuurlijk staan op de huidige plek. Het zijn bomen die veel status uitstralen aan de boerderij en door de jaren heen zeer beeldbepalend zijn geworden in het straatbeeld. Daarbij komt dat deze bomen een grote ecologische bijdrage leveren. Ze staan namelijk bekend als echte drachtbomen. Iets wat steeds belangrijker wordt in de keuze van beplanting in de openbare ruimte de ecologie. Verder zijn er rondom het terrein een groot aantal eiken en beuken blijven staan. De keuze hiervoor is omdat deze perfect het Brabantse landschap uitstralen. De situatie waarin ze momenteel staan is verdeeld over het perceel en in de hakhoutsingels en bosstroken.

De rest van de bomen die er staan, zoals Castanea Sativa en Alnus Glutinosa, staan ook gesitueerd in de bosstroken en maken de stroken zeer geschikte plaatsen voor bijen en andere insecten.

13

In de bestaande situatie waren er een aantal wilgen (Salix alba) aanwezig. Deze oude wilgen zijn opgekuild en in zullen terug komen nabij de oorspronkelijke plek. Ze zullen na de bouw terug gesitueerd worden. Wat betreft heesters is ervoor gekozen om alleen de heesters te laten staan welke in het Brabantse landschap thuishoren. Daarbij kan men denken aan: Euonymus, Corylus, Salix en Amelanchier. De hagen die op het terrein al aanwezig zijn, zijn veel beuken in verschillende hoogten. Deze hagen zullen allemaal behouden blijven maar zullen wel verzet worden om de inrichting van het nieuwe ontwerp te kunnen waarborgen. Behoud van bestaande beplanting is dus een belangrijk punt geweest. Door het vele behoud van groen is bijna niet zichtbaar dat er verbouwingen gaande zijn.

Wilgenlaan

Taluds

Fagus hagen

Quercus

Tilia

14

6.2 Toegepaste structuren In het ontwerp is nog veel ruimte bij gekomen voor groen. Dit groen willen wij op verschillende manieren toepassen. Zo is er rondom het gebied aan de oost en zuid zijde een grondwal gecreëerd. Deze wal zal bekleed worden met groen. In de vorm van bosplantsoen. Soorten die in het Brabant landschap voorkomen zullen hier toegepast worden. Verder zal er rondom de vijver in het zuiden plaats komen voor voornamelijk heester en vaste planten. Deze zullen dienen als sierbeplanting. wel zullen er een aantal bomen in komen te staan. Deze bomen zullen gaan bestaan uit eerste grote bomen welke zich solitair mogen ontpoppen op het terrein en als beeldbepalend gaan dienen in het terrein. Verder zullen hier nog een aantal oude fruitbomen gesitueerd worden. deze zullen zo gesitueerd worden dat het lijkt of er een oude boomgaard is geweest in het verleden waarvan dit nog overblijfselen zijn. Deze fruitbomen zullen in de privé tuin ook weer terugkomen om een geheel te creëren. Zoals voorgaand beschreven zullen er rondom het terrein gecombineerd hakhoutsingels en bosplantsoensingels komen. Deze worden aangelegd om als afscheiding van het terrein te dienen. Deze manier wordt al van heel vroeger uit gebruikt om het gebied af te zetten. Daarvoor werden ook sloten gebruikt welke wij toepassen rondom en die dienen ook als overstort voor de vijver.

15

Fruitboomgaard

Bosplantsoen

educatief groen

H7: Flora &Fauna 6.1 Flora & Faunawet De Flora- en faunawet richt zich op de bescherming van circa 500 plant- en diersoorten. Het gaat hierbij om alle inheemse zoogdieren (uitgezonderd bruine rat, zwarte rat en huismuis), alle inheemse vogelsoorten, alle amfibieën en reptielen, een aantal vissen en enkele bij AMvB (Stb. 523, 2000) speciaal aangewezen planten diersoorten. Uitgangspunt van de wet is het ‘nee, tenzij’- beginsel. Slechts voor een beperkt aantal handelingen kan op basis van artikel 75 van de Flora- en faunawet ontheffing worden verleend van de verboden uit artikel 8 t/m 11 van de wet (voor zover hiervoor niet reeds op basis van een ander artikel vrijstelling of ontheffing kan worden verleend). Voorwaarde daarbij is dat met de voorgenomen activiteit geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Kort gezegd worden de onder de Floraen faunawet beschermde plant- en diersoorten in drie categorieën opgedeeld, met elk een ander regime wat betreft ontheffingen: 1. algemene soorten (FF1) overige soorten (FF2); 2. 3. streng beschermde soorten (FF3). De categorie ‘algemene soorten’ zoals mol en konijn - is voor de meeste activiteiten vrijgesteld voor een ontheffingsaanvraag.

De categorie ‘overige soorten’ is eveneens voor de meeste activiteiten vrijgesteld voor een ontheffingsaanvraag, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) goedgekeurde gedragscode. In

16

zo’n code geeft een sector zelf aan welke gedragslijnen men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Bijvoorbeeld altijd eerst inventariseren waar de soorten precies voorkomen en daar met de werkzaamheden rekening mee houden (door een hol af te schermen of de standplaats van planten aan te geven). Voor de categorie ‘streng beschermde soorten’ dienen maatregelen getroffen te worden, na onderzoek zal blijken of werkzaamheden überhaupt wel mogelijk zijn. Hiervoor word een advies geschreven wanneer nodig. Als een sector nog niet beschikt over een goedgekeurde gedragscode, dan moet er bij ruimtelijke ingrepen bij eventueel voorkomende verblijfplaatsen van beschermde soorten van de categorie overige soorten een ontheffing worden aangevraagd. Daarbij kan worden volstaan met een zogenaamde lichte toetsing. Dat houdt in dat de voorgenomen maatregelen ‘geen afbreuk doen aan gunstige staat van instandhouding van de soort’. 7.2 Toepassing van de flora en fauna op perceel. In loodsen waar sloopwerkzaamheden zullen gaan plaats vinden, de te kappen bomen en de overige natuur waar werkzaamheden aan plaats zullen vinden, zijn geen strenge beschermde vogelnesten of andere beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde dieren of planten aanwezig. Gedurende het broedseizoen kunnen er echter wel vogels in de te kappen bomen broeden.

Deze dienen daarom buiten het broedseizoen van de meeste vogelsoorten (15 maart – 15 juli) te worden gekapt.

De houtsingel dient mogelijk als vaste vliegroute van vleermuizen (overigens niet geconstateerd) en vogels. Deze route komt niet in gevaar wanneer er kap en snoei plaats vind, dit omdat er in het nieuwe plan rekening is gehouden met de mogelijkheid voor vogels en andere diersoorten die hier kunnen nestelen. Deze kunnen in het nieuwe broed seizoen hier gebruik van maken.

Vogelhuisje

Ook heeft de eigenaar toegezegd om met zicht op de toekomst direct te zorgen voor diversen mogelijkheden waar dieren en insecten in kunnen nestelen. Op het perceel zijn al ruim voor de werkzaamheden verschillende huisjes geplaatst, zoals insectenflats, vleermuizenkasten, eekhoornhuisje, kikkers en padden huisje, vogelhuisjes en mogelijk worden er extra uilenkasten toegevoegd.

insektenhotel

Vleermuishuis

17

H8:Duurzame visie en M.V.O. inrichting 8.1 Duurzaamheid visie Op het gehele perceel worden er duurzame of hergebruikte materialen gebruikt om op deze manier de totale gedachten achter de inrichting ook door te zetten. Bomen worden gesnoeid zodat deze direct goed door kunnen groeien, het asbest word van de daken gehaald zodat dit ten goede komt voor de gezondheid van mens en natuur, de oude isolatie platen worden hergebruikt zodat deze niet afgevoerd hoeven worden, het puin word zoveel mogelijk op locatie verwerkt zodat er geen afvoer is, er word nieuwe isolatie met hogere waardes geplaats, dit voor een prettige leef en werk omgeving, de Biomassaverbrander

Zonne-energie

18

klinkers op het perceel zijn hergebruikt of toegevoegd, beplanting word deels verplant en deels toegevoegd, zonneenergie word gebruikt voor het opwekken van stroom, doormiddel van een biomassa verbrander krijgt het groen een goede bestemming in plaats van afvoer en word het hemelwater opgevangen in een helofytenfilter waarna het water gebruikt kan worden voor besproeiing of overloopt naar de sloot. In de inrichting zal de groene inpassingen in harmonie gaan met de praktische aspecten; dit zorgt voor een totale sfeervolle en karakteristieke uitstraling.

8.2 Toepassing op het perceel Graag willen we in de visie zoveel mogelijk onderdelen verwerken, dus aan vorig hoofdstuk over duurzaamheid willen we graag het maatschappelijk verantwoord ondernemen toevoegen. Dit gaan we allereerst versterken door er voor te zorgen dat het geen wat vanuit de visie gerealiseerd kan worden een toegevoegde waarde heeft voor de mensen in de omgeving. Door te kiezen voor een groene invulling zal de leefomgeving in kwaliteit stijgen, denk hierbij bijvoorbeeld aan een schonere lucht door de groene inpassing, schoon grondwater, nauwelijks uitstoot van (uitlaat)gassen, nauwelijks last van herrie / motoren en natuurlijk een mooie brabantse uitstraling van het geheel. Ook willen we door de verschillende investering energie neutraal worden; dit zorgt voor minder gas en energie onttrekking van Nederlandse bodem en juist meer vanuit de natuur. Hierdoor voorkomen we opwarming van de aarde en dragen we op deze manier ons steentje bij. We willen nog een stap verder gaan; de machines en gereedschappen die we in de tuin gebruiken willen we zoveel mogelijk in elektrische uitvoering. Hierdoor kunnen we de energie die hier voor nodig is van de zon, via onze eigen zonnepanelen gebruiken in de tuin. Een erg mooie gedachte om zo met de zon een vlonder te maken of de heg te knippen bij de klant; die indirect ook hun steentje bijdraagt aan een betere leefomgeving.

Door dit alles te realiseren willen we ook andere ondernemers kunnen inspireren, hier geven wij ook graag uitleg over zodat

de andere ondernemers ook hopelijk geprikkeld worden om dit (gedeeltelijk) ook bij hun eigen bedrijf toe te passen. Rondleidingen en informatie voor ondernemers, particulieren en andere geïnteresseerde zijn ook zeker mogelijk.

Ook hebben we vanaf het begin van het traject de samenwerking met gemeente Meierijstad opgezocht.Omdat we geen gas willen gebruiken voor het bedrijf, zijn we opzoek gegaan naar een goed alternatief, dit is de bio massa verbrander van een gerenommeerd merk geworden. Door dat er in de gemeente veel bosplantsoenen en groenstroken zijn, weten we dat er veel groenafval vrij komt. Het idee is daarom dat Joris Vlassak Tuinen een stuk bosplantsoen / groenstrook in de omgeving toegewezen krijgt die jaarlijks onderhouden worden. Dit zal er voor zorgen dat er minder verkeersverplaatsing zal plaats vinden om dit gedeelte te snoeien. Het groen wat hier vandaan komt zal niet als afval worden verwerkt maar juist als brandstof. Ook werkt Joris Vlassak Tuinen zo mee aan een betere omgeving met goed onderhouden groen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c7043de8-9818-418f-afee-f1d6e86f77a4