CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Toelichting incl bijlagen

Commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering 1 december 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 1520.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan Goordonksedijk 15 Mariaheide

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Plangebied Goordonksedijk 15, Mariaheide Plannaam Omschakeling naar bedrijf Projectnummer VLAS01.RO01 Datum en versie 8 november 2021, versie 08 Opdrachtgever Joris Vlassak Tuinen B.V. Goordonksedijk 15 5464 TG Mariaheide Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Achtergrond en doel van het plan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 1 2 3

2. 2.1 2.2

Beschrijving bestaande situatie Huidige situatie omgeving Huidige situatie plangebied

4 4 4

3. 3.1 3.2

Visie op het plangebied Doel en hoofdlijnen Beschrijving van de planontwikkeling

6 6 6

4. 4.1 4.2 4.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 9 14

5. 5.1 5.2 5.3

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Monumenten Archeologie

16 16 17 17

6. 6.1 6.2

Groenstructuur en natuur Groenstructuur plangebied Wet natuurbescherming

19 19 21

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Water Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Afvoer hemelwater Boringsvrije zone

23 23 24 25 26 27

8. 8.1 8.2 8.3 8.4

Fysieke belemmeringen Kabels en leidingen Radarverstoringsgebied Hoogspanningslijnen Spuitzones gewasbescherming

29 29 29 29 29

9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9 9.10

Milieuhygiënische verantwoording Inleiding M.e.r.-beoordeling Bodem Geluid (wegverkeerslawaai) Geluid (industrielawaai) Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Duurzaam en slim bouwen Gezondheid

30 30 30 30 31 32 32 33 36 37 37

10.

Bedrijven en voorzieningen

39

11.

Verkeer

40 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

11.1 11.2 11.3 11.4

Huidige en verkeersstructuur Nieuwe verkeersstructuur Verkeersaantrekkende werking Parkeren

40 40 41 41

12. 12.1 12.2 12.3 12.4

Juridische planopzet Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Bestemmingen op de verbeelding Toelichting op de regels

43 43 43 43 43

13.

Economische uitvoerbaarheid

45

14.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Situatieschets beoogde situatie Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap Landschappelijk inpassingsplan Verslag omgevingsdialoog Historische bodemtoets Aerius berekening Gegevens geurberekeningen

Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

1. Inleiding 1.1

Achtergrond en doel van het plan

Op de locatie Goordonksedijk 15 te Mariaheide (hierna: het plangebied) wil Joris Vlassak Tuinen B.V. (hierna: de initiatiefnemer) zijn hoveniersbedrijf vestigen. Op het perceel zijn voormalige varkensstallen aanwezig welke worden gebruikt ten behoeve van opslag en de stalling van materiaal en materieel. Het voornemen is om het bedrijf energieneutraal uit te voeren. Hiervoor dient ook voorzien te worden in opslag van biomassa. Tevens wordt een deel van het perceel ingericht als showtuin. Door de gestage groei van het jonge bedrijf is behoefte ontstaan aan extra ruimte voor het hoveniersbedrijf. Zoals beschreven worden hiervoor de bestaande opstallen binnen het perceel gebruikt. Daarnaast gaat initiatiefnemer in de bestaande bedrijfswoning wonen.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Meierijstad op een afstand van circa 0,7 kilometer zuidoostelijk van de kern van Mariaheide. Kadastraal staat het perceel waaruit het plangebied bestaat bekend als gemeente Veghel, sectie N, nummer 2214 en 2215 (gedeeltelijk). De volgende figuren geven een impressie van de ligging van het plangebied in relatie tot de omgeving.

Kern Mariaheide

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

1 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Kern Mariaheide

Figuur 2: Ligging plangebied in wijdere omgeving (plangebied rood omkaderd)

Figuur 3: Ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de voormalige gemeente Veghel van toepassing (vastgesteld op 22 oktober 2015). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de gebiedsaanduidingen ‘boringsvrije zone’, ‘dagrecreatie’, ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied 1’ en ‘vrijwaringszone – radar’. Het bestaande bestemmingsplan maakt de realisatie van een hoveniersbedrijf niet mogelijk. De agrarische bestemming dient te worden gewijzigd in een niet-agrarische bedrijfsbestemming ten behoeve van de werkzaamheden voor het hoveniersbedrijf. Volgens de methodiek van het vigerende bestemmingsplan is 2 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

een hoveniersbedrijf een agrarisch verwant bedrijf en valt daarmee onder de bestemming ‘Bedrijf – agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’. Het bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde uitbreiding van het hoveniersbedrijf. Het vigerende bestemmingsplan biedt niet de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied.

1.4

Leeswijzer

De voorliggende toelichting vormt de basis voor de herziening van het bestemmingsplan voor de locatie. De herziening maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde ontwikkeling. De bestemmingsplanherziening is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan; de toelichting is van belang als beleidsdocument. De toelichting bestaat uit 14 hoofdstukken: 1) een inleiding, 2) beschrijving van het plan, 3) een visie op het plangebied, 4) een beleidstoets, 5) tot en met 11) een verantwoording op de milieutechnische aspecten en een verantwoording ten aanzien van eventueel aanwezige waarden, 12) een juridische planopzet en 13) en 14) financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlage bij deze toelichting gevoegd.

3 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

2. Beschrijving bestaande situatie 2.1

Huidige situatie omgeving

Aan de oost- en zuidoostzijde wordt het plangebied begrensd door weiland, aan de noordzijde door de weg Goordonksedijk en aan de westzijde door de Bolstweg. Aan de zuidzijde grenst het bestemmingsvlak aan de woonbestemming Bolstweg 14. De omgeving van het plangebied is gemengd van karakter, met enkele tuinbouwbedrijven, veehouderijen, niet-agrarische bedrijven en burgerwoningen.

2.2

Huidige situatie plangebied

Het plangebied heeft een oppervlakte van 1,07 hectare. Binnen het plangebied is een (voormalige) varkenshouderij aanwezig. Op de locatie staat de volgende bebouwing: • Bedrijfswoning; • Tweetal varkensstallen; deze zijn een aantal jaar niet meer in gebruik; • Veldschuur: ten behoeve van opslag. Daarnaast is een aantal kleinere bijgebouwen aanwezig (berging, kippenhok, houtopslag). De overige oppervlakte bestaat uit landbouwgronden en erfverharding, noodzakelijk voor de bereikbaarheid van de opstallen. De volgende figuren geven een overzicht van de bestaande situatie.

Bedrijfswoning: ca. 333 m²

Varkensstal: ca. 628 m²

Varkensstal: ca. 895 m²

Veldschuur: ca. 160 m²

Berging: ca. 12 m²

Figuur 4: Bestaande situatie plangebied

4 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Figuur 5: Impressie bestaande situatie

5 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

3. Visie op het plangebied 3.1

Doel en hoofdlijnen

De initiatiefnemer is voornemens een hoveniersbedrijf te vestigen binnen het plangebied. Dit betreft een niet-agrarisch bedrijf (agrarisch verwant bedrijf). Hiertoe dient de bestemming te worden gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf – Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’.

3.2

Beschrijving van de planontwikkeling

De initiatiefnemer is voornemens zijn hoveniersbedrijf op de locatie Goordonksedijk 15 te vestigen. De huidige bestemming ‘Agrarisch’ is niet overeenkomstig het beoogde gebruik. Volgens de methodiek van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ betreft een hoveniersbedrijf een niet-agrarische bedrijfsbestemming. De initiatiefnemer wil derhalve de huidige agrarische bestemming wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’. De oppervlakte van het niet-agrarische bestemmingsvlak bedraagt 0,75 hectare. Een oppervlakte van 1.400 m² aan huidige bedrijfsbebouwing wordt gehandhaafd. De overige bebouwing wordt gesloopt. De volgende figuur geeft een overzicht van de beoogde situatie.

6 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Kantoor en kantine Showtuin en parkeerplaatsen

Bedrijfswoning

Werkplaats

Biomassaketel

Bedrijfsgebouw t.b.v. activiteiten hoveniersbedrijf

Opslag van containers t.b.v. scheiding van (groen)afval

Veldschuur t.b.v. opslag van o.a. houtsnippers voor biomassa

Hemelwaterberging en helofytenfilter

Figuur 6: Beoogde situatie

De bedrijfswoning blijft gehandhaafd (en wordt eventueel herbouwd). De te handhaven bedrijfsbebouwing wordt in gebruik genomen ten behoeve van het hoveniersbedrijf. Er worden een werkplaats, een kantoor en kantine gerealiseerd. In de bestaande veldschuur vindt opslag plaats van onder andere houtsnippers voor de biomassaketel ten behoeve van de verbranding van groenafval afkomstig van de eigen bedrijfsactiviteiten en eventueel in de toekomst afkomstig van derden. Verder worden op het buitenterrein containers geplaatst ten behoeve van de opslag en scheiding van diverse soorten afval, afkomstig van de bedrijfsactiviteiten. Dit betreft voornamelijk organisch afval (groenafval). Een deel van het terrein wordt ingericht als showtuin met parkeerplaatsen waar bezoekers voorbeeldtuinen kunnen bekijken. Tevens wil initiatiefnemer zijn eigen energie opwekken met behulp van een biomassaverbrander. Hiertoe wordt de biomassa en houtachtig afval gebruikt wat afkomstig is van snoeiwerkzaamheden van het bedrijf van initiatiefnemer en van derden. Om tot een gehele energieneutrale situatie te komen worden de daken van de opstallen voorzien van zonnepanelen om zo zelf elektrische energie op te kunnen wekken. De bedoeling is dat het materieel enkel gebruik maakt van elektriciteit en niet van brandstoffen zoals benzine.

7 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Een deel van het plangebied wordt ingericht als groen en zodanig bestemd om het bedrijf landschappelijk in te passen. Deze gronden hebben een oppervlakte van circa 960 m². Binnen dit groen wordt een hemelwaterberging ingericht ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak. Aanvullend op de vereiste waterbergingsopgave wordt 100 m³ extra ontgraven ten behoeve van de aanleg van een helofytenfilter en een natuurlijke uitstraling van de waterberging. Hiermee wordt, naast waterberging, een aanvullende bijdrage geleverd aan de biodiversiteit en het landschap. Het andere deel van het plangebied wordt bestemd als ‘agrarisch’.

8 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

4.

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Deze visie vervangt een aantal nationale nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke beleid en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: • De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken (door het creëren van een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat); • De bereikbaarheid verbeteren; • Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De nationale belangen uit de SVIR zijn juridisch geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, welke weer een doorwerking kent in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). De locatie ligt in het bij het Rarro aangewezen radarverstoringsgebied van het radarstation Volkel. De ‘vrijwaringszone – radar’ is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Onderhavige ontwikkeling wordt niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De Ladder is dan ook niet van toepassing.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied 9 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden. Ten aanzien van de landbouw wordt gestreefd dat in 2050 de bestaande problemen in de fysieke leefomgeving opgelost. De landbouw produceert op een duurzame manier en onze natuur en landschappen zijn veerkrachtig en aantrekkelijk. De bodem-, water en luchtkwaliteit zijn weer gezond.

Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie is zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeterd. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. De ontwikkeling past binnen het beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Door het saneren van een intensieve veehouderij wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het terugdringen van emissies van milieubelastende stoffen in het buitengebied. 4.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, vooruitlopend op de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’, ‘gemengd landelijk gebied’ en een boringsvrije zone (zie volgende figuur).

10 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Figuur 7: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Tot het gemengd landelijk gebied behoort het gebied buiten bestaand stedelijk gebied met uitzondering van Natuur Netwerk Nederland, ecologische verbindingszone, primaire waterkeringen, rivierbed en groenblauwe mantel. De provincie geeft binnen deze gebieden ruimte aan de gemeenten om zelf aan te geven welke ontwikkelmogelijkheden er zijn voor een gevarieerde plattelandseconomie en in welke gebieden het agrarische gebruik prevaleert. Verder is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘stalderingsgebied’. Deze is gerelateerd aan de veehouderij. Aangezien het hier geen ontwikkeling van de veehouderij betreft (juist de beëindiging van een veehouderij), zijn deze regels niet van toepassing. Tevens is het plangebied gelegen binnen de besluitvakken algemene en rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen en voor mestbewerking. Echter, de beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling van een veehouderij, waardoor de bijbehorende regels niet van toepassing zijn. De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.12 Boringsvrije zone; • Artikel 3.61 Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in gemengd landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven.

Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. 11 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Er is sprake van een bestaand bouwperceel dat is gelegen in gemengd landelijk gebied. Bestaande bebouwing wordt hergebruikt. Er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht, wel bebouwing gesloopt. Door de sloop van verouderde bedrijfsbebouwing wordt een kwaliteitsslag gemaakt. Daar komt bij dat een intensieve veehouderij wordt gesaneerd waardoor sprake is van een netto afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen (zoals ammoniak, fijn stof en geur). Het plan draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Bij onderhavige ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd door de aanleg van beplanting ten behoeve van landschappelijke inpassing. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening; de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.

Onderhavige ontwikkeling wordt middels de bestaande inritten en een verplaatste inrit ontsloten op zowel de Goordonksedijk als op de Bolstweg. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen.

De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in artikel 3.9, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan De gemeente Meierijstad sluit aan bij de ‘Nota Kwaliteitsverbetering’ van de voormalige gemeente Schijndel. Dit beleid vormt een vertaling van het regionale afsprakenkader (10 januari 2013) waarin het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering, de hoogte van de basisinspanning en aanvullende kwaliteitsverbetering zijn vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hierin in drie categorieën ingedeeld, beoordeeld op impact op de omgeving en het landschap.

Onderhavige ontwikkeling, een wijziging van de bestemming ‘agrarisch’ naar ‘agrarisch verwant’ betreft een categorie 3-ontwikkeling (‘Berekende kwaliteitsverbetering van het landschap nodig’). Dit betekent dat een basisinspanning is vereist bestaande uit een landschappelijke inpassing met een omvang van 20% van de omvang van het bestemmingsvlak waarbij de landschappelijke inpassing dient te voldoen aan het beeldkwaliteitsplan. Daarnaast is een aanvullende kwaliteitsverbetering van het 12 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

landschap vereist. Dit houdt in dat 20% van de waardevermeerdering van de gronden dient te worden geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Een berekening van de investering is bijgevoegd als bijlage. Conform de gemeentelijke handreiking is voor agrarische grond een grondwaarde van € 5,- per m2 bepaald. Voor de bestemming ‘Bedrijf’ schrijft de handreiking een bedrag van € 130,00 per m2 voor bebouwd oppervlak en € 45,00 m² voor onbebouwd oppervlak. De resultaten van de berekening laten zien dat er sprake is van een waardevermeerdering van circa € 173.904,- als gevolg van de bestemmingswijziging. Dit betekent dat er een extra investering noodzakelijk is van circa € 34.780,-. Er wordt geïnvesteerd in het aanbrengen van beplanting om de ontwikkeling landschappelijk in te passen (zie landschappelijk inpassingsplan). De omvang van de investering bedraagt circa € 36.995,-. Hiermee wordt voldaan aan de minimale investeringsplicht. Juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt juridisch vastgelegd middels een ontwikkelingsovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Daarnaast wordt in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de uitvoering en instandhouding van de beplanting borgt. Ook wordt een deel van de landschappelijke inpassing als ‘Groen – Landschapselement’ bestemd.

Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd. Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in gemengd landelijk gebied In het landelijk gebied gelden regels ten aanzien van de vestiging van agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in gemengd landelijk gebied op een bestaand bouwperceel (artikel 3.61). Onderstaand wordt getoetst aan de verschillende voorwaarden. De ontwikkeling dient aan de volgende voorwaarden te voldoen: a. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving; De bestemming komt overeen met het gemeentelijk beleid voor dat gebied. Door het voornemen wordt geen afbreuk gedaan aan de ontwikkeling van de agrarische economie. De vestiging van het nietagrarische bedrijf vormt verder geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende agrarische bedrijven. Binnen de structuurvisie van de voormalige gemeente Veghel is het plangebied gelegen binnen het gebied ten behoeve van het ontwikkelingen van een afwisselend buitenlandschap. Binnen dit gebied is ruimte voor een menging van verschillende functies, waaronder werken. Derhalve past het initiatief binnen de uitgangspunten van de structuurvisie, zie tevens paragraaf 4.3. b.

de ontwikkeling niet leidt tot splitsing van het bouwperceel; Het initiatief ziet op één zelfstandig bedrijf en leidt dus niet tot splitsing van het bouwperceel. c. is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; Een oppervlakte van 1.400 m² aan huidige bedrijfsbebouwing wordt gehandhaafd. De overige bebouwing wordt gesloopt. De bedrijfsbebouwing wordt gebruikt ten behoeve van de opslag van materiaal en materieel voor het hoveniersbedrijf. Daarnaast wordt een deel van de bebouwing ingericht als kantoorruimte en kantine. d. mestbewerking is uitgesloten; Binnen het plangebied wordt geen mest bewerkt Lid 2. Als een binnen de omgeving passende omvang van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf geldt een bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare. De beoogde oppervlakte is relatief gering ten opzichte van de op grond van de verordening maximaal toegestane oppervlakte (0,70 hectare). Beschrijving boringsvrije zone In artikel 3.12 van de Verordening zijn algemene regels opgenomen waaraan ruimtelijke ontwikkelingen gelegen in een boringsvrije zone dienen te voldoen, ter bescherming van deze gebieden. 13 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Een bestemmingsplan van toepassing op Boringsvrije Zone strekt mede tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen. In het bestemmingsplan is een gebiedsaanduiding opgenomen waarin is geregeld dat de regels uit de verordening gelden bij ontwikkelingen binnen deze aanduiding. In de beoogde situatie vinden geen werkzaamheden plaats die een effect hebben op de beschermende kleilaag. In de regels van het bestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot bescherming van de boringsvrije zone. Conclusie Onderhavige ontwikkeling past binnen de beleidsregels van de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant die van toepassing zijn op onderhavige locatie.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Veghel 2030

Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Veghel de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn op hoofdlijnen beschreven. De structuurvisie omvat het gehele grondgebied van de voormalige gemeente Veghel en heeft betrekking op de periode tot 2030. In deze structuurvisie is veel aandacht voor het versterken van de dorpse woonkwaliteiten in de zeven kernen binnen de gemeente en het op peil houden van de bijbehorende voorzieningen. Binnen de structuurvisie is het plangebied gelegen binnen het gebied ten behoeve van het ontwikkelingen van een afwisselend buitenlandschap (zie volgende figuur).

Plangebied

Figuur 8: Uitsnede kaart ‘Structuurvisie Veghel 2030’ Visiekaart 2030

Binnen dit gebied is ruimte voor een menging van verschillende functies, waaronder werken. Derhalve past het initiatief binnen de uitgangspunten van de structuurvisie. 4.3.2

Visie gemeente Meierijstad ‘Kansen voor Kwaliteit’

De gemeentelijke visie ‘Kansen voor kwaliteit’ is een afwegingskader voor herontwikkeling van vrijkomende (agrarisch) bebouwing. Het afwegingskader voor vrijkomende (agrarische) bebouwing ‘Kansen voor Kwaliteit’ tracht hier in te voorzien. Het doel van dit rapport is om te komen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een 14 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. In de visie is beschreven dat toelaatbare bedrijven in het buitengebied zijn: Gebiedsgebonden functies zijn functies die een zekere relatie met het buitengebied hebben of die vanouds aan het buitengebied gerelateerd worden. Onder deze categorie scharen we de agrarisch verwante bedrijven en agrarisch technische hulpbedrijven en de recreatieve functies. De activiteiten die worden verricht binnen het plangebied passen binnen de visie van de gemeente.

15 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

5. Cultuurhistorie en archeologie 5.1

Cultuurhistorie

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de van cultuurhistorisch belang zijnde regio ‘Meierij’.

Plangebied

Figuur 9: Uitsnede ‘Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herziening 2016’ Noord-Brabant

De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Daarnaast zijn de wegen grenzend aan het plangebied aangeduid als een lijn met redelijk hoge waarde. De volgende figuur toont een uitsnede van de Erfgoedkaart van de voormalige gemeente Veghel.

16 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Goordonksedijk: oude weg/tracé

Bolstweg: oude weg/tracé

Plangebied

Figuur 10: Uitsnede Erfgoedkaart voormalige gemeente Veghel

Hierop zijn de Bolstweg en Goordonksedijk aangemerkt als oude wegen met een cultuurhistorische waarde. Er wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd ten behoeve van de nieuwe bedrijfsbestemming. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. De initiatiefnemer is voornemens de bedrijfswoning op termijn te herbouwen. De woonboerderij is niet aangemerkt als cultuurhistorische waardevol object. Wel vormt de boerderij een beeldbepalend pand. Bij herbouw van de boerderij dienen vanuit stedenbouwkundig oogpunt huidige beeldbepalende kenmerken te worden teruggebracht. De erfbeplanting versterkt eveneens de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavige ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden.

5.2

Monumenten

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve effecten op monumenten.

5.3

Archeologie

Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Volgens het vigerende bestemmingsplan is het plangebied gedeeltelijk gelegen binnen ‘Waarde – Archeologie 3’ en gedeeltelijk binnen ‘Waarde – Archeologie 2’.

17 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Waarde – Archeologie 3

Waarde – Archeologie 2

Figuur 11: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’

Binnen aangewezen gronden voor ‘Waarde – Archeologie 3’ is archeologisch onderzoek nodig bij uitbreiding van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. Bij het aanleggen van verharding en of het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen met een oppervlakte van meer dan 250 m² dient eveneens onderzoek uitgevoerd te worden. Binnen aangewezen gronden voor ‘Waarde – Archeologie 2’ is archeologisch onderzoek nodig bij uitbreiding van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. Bij het aanleggen van verharding en of het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen met een oppervlakte van meer dan 100 m² dient eveneens onderzoek uitgevoerd te worden. Er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht; er wordt slechts bebouwing gesloopt. De grond ter plaatse van de te slopen bebouwing is reeds verstoord, waardoor de aanwezigheid van archeologische waarden naar verwachting zeer klein is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Ook tast de ontwikkeling de archeologische (verwachtings)waarden niet aan.

18 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

6. Groenstructuur en natuur 6.1

Groenstructuur plangebied

6.1.1

Natuur Netwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Op een afstand van circa 720 meter ten westen van de bedrijfslocatie is het dichtstbijzijnde gebied behorende tot Natuur Netwerk Nederland gelegen (zie volgende figuur). Door onderhavige ontwikkeling wordt dit gebied niet aangetast c.q. doorkruist.

Plangebied

Figuur 12: Natuurnetwerk Nederland (bron: kaartbank.brabant.nl)

6.1.2

Landschappelijke waarden

Het plangebied is gelegen in de landschapszone ‘oude ontginningen’ (zie volgende figuur).

Plangebied

Figuur 13: Uitsnede ‘Visiekaart’ Gebiedsvisie Buitengebied in Ontwikkeling 19 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Dit betreffen de kleinschalige en meer gesloten akkercomplexen. De veelal bolle akkers liggen van oorsprong op de overgang van de hogere gronden naar de lager gelegen beekdalen. De randen worden veelal bepaald door een slingerend wegenpatroon waarlangs kleinschalige lintbebouwing is gevestigd. De percelen hebben een onregelmatig patroon. Aan de randen komt beplanting voor in de vorm van boselementen, weg- en erfbeplanting. De boerderijen vormen een transparant lint langs de rand van de akker. Dit zijn veelal oudere boerderijen (type langgevelboerderij) met bijbehorende kleine erven. Vooral deze langgevelboerderijen vormen, daar waar deze in een hogere dichtheid voorkomen, een sterke begrenzing van de akker. De traditionele inrichtingen van het erf zijn goed te herkennen. Het erf is aan de zijde van het voorhuis, het woongedeelte, ingericht als siertuin, omzoomd door hagen. Verder is het erf vooral functioneel ingericht met elementen als een moestuin, boomgaard, schapenweitje. Opvallend is de informele setting van de kleine gebouwen binnen het erf. Inmiddels heeft een zekere schaalvergroting plaatsgevonden. De informele setting direct aan de weg is nog steeds herkenbaar, maar nu afgewisseld met diepere erven met grotere gebouwen en meer verhard oppervlak.

Bij het perceel aan de Goordonksedijk ligt aangrenzend een groot agrarisch vlak wat zorgt voor de verspreide bebouwing; hier is nauwelijks opgaande beplanting aanwezig. De landschappelijke overgangszones die in het gebied liggen worden vaak ook agrarisch gebruikt. Deze kavels zijn wat kleiner met wat meer laanbeplanting en beplanting op de kavelgrens, dit zorgt voor een vorm van ‘kamerstructuur’. In het nabij gelegen landschap zijn ook een aantal natuurvijvers aanwezig, deze zijn vaak aangekleed met mooie oude knotwilgen, houtsingels, bomenrijen en diversen soorten inheemse beplanting. Voor een uitgebreide beschrijving van het landschappelijk inpassingsplan en de gemaakte keuzes wordt volledigheidshalve verwezen naar het plan dat is bijgevoegd als bijlage.

Figuur 14: Uitsnede kaart landschappelijk inpassingsplan 20 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

6.2

Wet natuurbescherming

6.2.1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek op een afstand van circa 21 kilometer. Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een berekening gemaakt met het programma Aerius Calculator: • Gebruiksfase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van het gebruik van bedrijfslocatie In de bijlage zijn de invoergegevens en resultaten van de berekening toegevoegd. Het resultaat van de berekening laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van de gebruiksfase. Overige verstorende effecten Gelet op de ruime afstand tot de natuurgebieden zijn er geen significante effecten te verwachten op de gebieden als gevolg van overige verstorende factoren (zoals verstoring door licht, geluid, versnippering). 6.2.2

Soortenbescherming

In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De toets in het kader van de soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Deze wet regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De bouwactiviteiten (interne verbouwing bestaande bouwwerken) zorgen voor een tijdelijke verstoring van de directe omgeving. Permanente verstoring door menselijke activiteiten, zoals licht en geluid, zullen beperkt blijven tot het plangebied.

21 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Toetsing plangebied • De locatie is gelegen in een agrarisch gebied, waar agrarische activiteiten en agrarisch verwante activiteiten onder voorwaarden mogelijk zijn, op basis van de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant en het bestemmingsplan ‘Buitengebied’; • Door middel van het aanbrengen van erfbeplanting wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast. De erfbeplanting sluit aan bij de bestaande structuren en gebiedssoorten en draagt bij aan een aantrekkelijkere leefomgeving waardoor nieuwe rust- en verblijfplaatsen voor eventueel voorkomende soorten worden gecreëerd. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de ecologische en landschappelijke waarden van het gebied; • De initiatiefnemer treft voorzieningen waarmee rust- en verblijfplaatsen van faunasoorten worden gecreëerd (vleermuizenkasten, vogelhuisjes, uilenkasten). De geplande activiteiten leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling op de bedrijfslocatie heeft naar verwachting geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.

22 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

7. Water 7.1

Waterbeleid

Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Provinciaal Waterplan Noord-Brabant, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Watertoets Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor de waterhuishouding betekenen. Ook is het overleg met de waterbeheerder onderdeel van deze watertoets. Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer in de gemeente Meierijstad is in handen van het Waterschap Aa en Maas en de gemeente. Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2016-2021 In het waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas wordt aangeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe deze doelen bereikt moeten worden.

Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas 2, het Nationaal Waterplan 2, Overstromingsbeheerplan 1, Beheerplan Rijkswateren, het Provinciaal Waterplan en Waterbeheerplannen van de andere Nederlandse waterschappen. Het doel van het waterbeheerplan is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede dat mensen en dieren in Noordoost-Brabant leven in een veilige, schone en prettige omgeving. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema’s: • Veilig en bewoonbaar; • Voldoende water en robuust watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Beleidsuitgangspunten: • Wateroverlastvrij bestemmen: bij de locatiekeuze voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met een plek die ‘hoog en droog genoeg is’; • Gescheiden houden van vuil water en schoon regenwater: het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone regenwater; • Doorlopen van de afwegingsstappen ‘hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer’: het beleid van het waterschap is dat altijd onderzocht dient te worden hoe het meest efficiënt/volgens deze methode omgegaan kan worden met het schone hemelwater; • Hydrologisch neutraal bouwen: bij nieuwe ontwikkelingen

dient te worden voldaan aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de nieuwe hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie; • Water als kans: water kan een meerwaarde bieden aan het plan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de belevingswaarde van water; • Meervoudig ruimtegebruik: in de plannen moet ruimte worden vrijgemaakt voor water. Door bij de 23 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

• •

inrichting van een plangebied de ruimte voor meerdere doeleinden te gebruiken, is het verlies van ruimte aan water te beperken; Voorkomen van verontreiniging: het streven van het waterschap is om nieuwe (bronnen van) verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen; Waterschapsbelangen: waterschapsbelangen met een ruimtelijke component zijn de ruimteclaims voor waterberging en voor de aanleg van natte EVZ's en beekherstel en de aanwezigheid en ligging van het watersysteem, waterkeringen, infrastructuur en de ruimteclaims ten behoeve van de afvalwaterketen in beheer van het waterschap.

Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen de projectlocatie is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en het afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer.

Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, toename van een verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2. Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP+) 2017-2022 Op 21 september 2017 is door de gemeenteraad van Meierijstad het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP+) 2017-2022 vastgesteld. Naast het in stand houden en goed laten functioneren van het rioolstelsel richt het VGRP+ zich ook op het klimaatbestendig inrichten van openbaar en particulier gebied, het verhogen van het waterbewustzijn en stimuleren en waterbewust handelen, het verduurzamen van de afvalwaterketen, het behalen van de waterkwaliteitsdoelen, het doelmatig verwerken van afvalwater in het buitengebied, het verhogen van de belevingswaarde en benutten van water voor natuur en recreatie, het verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer en samenwerken met andere waterpartners. In het VGRP+ 2017-2022 zijn de te nemen maatregelen en onderzoeken op hoofdlijnen opgenomen. Vanuit het VGRP+ geldt dat elke toegevoegde m² verharding hydrologisch neutraal ontwikkeld dient te worden.

7.2

Oppervlaktewater

De volgende figuur toont de ligging van de leggerwatergangen in de omgeving van het plangebied, die in beheer zijn bij het waterschap Aa en Maas. Het plangebied is op geruime afstand van deze watergangen gelegen om invloed op de oppervlaktewaterhuishouding van het gebied uit te oefenen.

24 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Plangebied

Figuur 15: Ligging leggerwatergangen (https://maps.aaenmaas.nl/portaal/legger_oppervlaktewater/)

7.3

Grondwater

Via de Bodematlas van de provincie Noord-Brabant zijn gegevens opgevraagd over de grondwaterstand bij de onderzoekslocatie. Uit gegevens is gebleken dat de gemiddelde hoogste waterstand zich rond de 80100 centimeter beneden maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand 140-180 centimeter beneden maaiveld (zie volgende figuren). Plangebied

Figuur 16: Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG)

25 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Plangebied

Figuur 17: Gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG)

7.4

Afvoer hemelwater

Beleid waterschap Aa en Maas Het beleid van het waterschap Aa en Maas is erop gericht hemelwater afkomstig van verhard oppervlak op eigen terrein te laten infiltreren of bergen. Per 1 maart 2015 gelden de bepalingen uit de Keur 2015 (artikel 15 van de Algemene regels en artikel 13 van de Beleidsregels). Verhard oppervlak In de beoogde situatie is geen sprake van een toename van dakoppervlak. Wel neemt de oppervlakte erfverharding toe door de aanleg van parkeerplaatsen en extra erfverharding rondom de bestaande bebouwing. In totaal bedraagt de toename van het verharde oppervlak in de beoogde situatie circa 1.250 m2 (400 m² parkeerplaatsen (halfverharding), 250 m² erfverharding ten zuiden van de grootste loods, 600 m² erfverharding aan de westzijde van de bebouwing (zijde Bolstweg, ten behoeve van de plaatsing van de containers)). Afvoer hemelwater In de Keur 2015 is een vrijstelling van de compensatie opgenomen voor nieuwe verharde oppervlakken kleiner dan 500 m2. Binnen het plangebied wordt een hemelwaterberging ingericht ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak. Aanvullend op de vereiste waterbergingsopgave wordt 100 m³ extra ontgraven ten behoeve van de aanleg van een helofytenfilter en een natuurlijke uitstraling van de waterberging. Hiermee wordt, naast waterberging, een aanvullende bijdrage geleverd aan de biodiversiteit en het landschap.

De volgende figuur toont een sfeerbeeld van een natuurvijver.

26 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Figuur 18: Sfeerbeeld natuurvijver

Op andere plekken binnen het plangebied wordt het hemelwater afkomstig van verhard oppervlak waar mogelijk direct naar het groen rondom de bebouwing geleid. Zaksloten worden langs de Bolstweg gesitueerd. Hierin zal het water van de verharding afstromen en kan het direct in de bodem infiltreren en opgenomen worden door de beplanting. In geval van hevige neerslagsituaties kan het hemelwater afstromen naar de omliggende landbouwgronden en de onverharde delen binnen het plangebied. Bij de inrichting van het terrein wordt hier rekening mee gehouden. Voor een volledige beschrijving van de omvang van het hemelwater wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan. Gebruik niet-uitlogende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Activiteitenbesluit staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken als daken. Bij de eventuele herbouw van de woning zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s) en van met verontreinigde stoffen verduurzaamd hout. Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater te laten infiltreren.

Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd middels de gemeentelijke riolering. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas inzake de watertoets.

7.5

Boringsvrije zone

Het plangebied is gelegen binnen een boringsvrije zone (zie volgende figuur).

27 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

Plangebied

Figuur 19: Uitsnede kaart ‘Water’ voormalige Verordening ruimte Noord-Brabant

Deze aanduiding strekt tot het behoud van de kleilaag in de bodem, die dient te bescherming van het grondwater dat wordt gebruikt als drinkwater, In het bestemmingsplan is een gebiedsaanduiding opgenomen waarin is geregeld dat de regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gelden bij ontwikkelingen binnen deze aanduiding. In de regels van onderhavig bestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. In de beoogde situatie vinden geen werkzaamheden plaats die een effect hebben op de beschermende kleilaag. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering c.q. bedreiging voor de hydrologisch waardevolle en kwetsbare gebieden.

28 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

8. Fysieke belemmeringen 8.1

Kabels en leidingen

De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in een gebied kunnen de realisatie van eventuele bouwplannen in de weg staan. Buiten de normale huis- en bedrijfsaansluitingen liggen geen leidingen in de directe omgeving van het plangebied die een fysieke belemmering vormen. Op een afstand van circa 260 meter zuidelijk van het plangebied is een leiding van Gasunie gelegen. Het plangebied ligt echter buiten de belemmeringsstrook en risicocontouren van de leiding.

8.2

Radarverstoringsgebied

Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ ter waarborging van de bij het radarverstoringsgebied behorende hoogtebeperking. Radarsystemen dienen ‘vrij zicht’ te hebben om goed te kunnen functioneren. Objecten binnen een straal van 27,8 kilometer gemeten vanaf de positie van de radar kunnen resulteren in een verstoring van het radarbeeld. Binnen dit gebied mogen dan ook geen objecten worden geplaatst (gebouwd) met een hoogte van meer dan 45 meter ten opzichte van de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de radar. In de regels en op de verbeelding is derhalve een vrijwaringszone opgenomen. De ontwikkeling ziet niet op de bouw van nieuwe bebouwing hoger dan 45 meter en vormt dan ook geen belemmering.

8.3

Hoogspanningslijnen

Op een afstand van ongeveer 3,8 kilometer van het plangebied ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.

8.4

Spuitzones gewasbescherming

Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabijgelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woningen. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Drift in bijvoorbeeld de fruitteelt is door de aard van de bespuiting, met name op- en zijwaarts gericht spuiten en spuitfrequentie intensiever dan bijv. bespuitingen in de lage bomenteelt of aardappelteelt.

Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht. Een kortere afstand is mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van akkers welke in gebruik zijn voor open teelten zoals boomteelt. Daarnaast wijzigt niets aan het gebruik en situering van de bedrijfswoning.

29 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Goordonksedijk 15’

9. Milieuhygiënische verantwoording 9.1

Inleiding

Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.

9.2

M.e.r.-beoordeling

Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dient op basis van wet- en regelgeving vaak een m.e.r.-procedure doorlopen te worden. Onderhavig plan ziet op de wijziging naar een hoveniersbedrijf. Deze activiteit komt niet als zodanig voor in bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage. Het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling en is dan ook niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c7043de8-9818-418f-afee-f1d6e86f77a4