CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Toelichting

Raadsvergadering 27 januari 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32'17.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32” Gemeente Meierijstad

Drieweg Advies BV Kampweg 10 5469 EX Keldonk Gemeente Meierijstad Tel: 0413-216125 Fax: 0413-216124 K.v.K. Nederland 16045168 info@drieweg.com www.drieweg.com

“Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32” Toelichting

COLOFON Gemeente Projectnummer Opgesteld door

: : :

Collegiale toets Datum

: :

Meierijstad 129000BP01 F.W.J.G. Gevers BSc H. de Kleijne BSc Ing. H. Stultiëns December 2020

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING....................................................................................................................................... 4 1.1 Inleiding en aanleiding ................................................................................................................ 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied.............................................................................................. 5 1.3 Bij het plan behorende stukken .................................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................... 5 2. PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................... 7 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................................... 7 2.2 Beoogde situatie ......................................................................................................................... 8 2.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................ 9 3.

BELEIDSKADER .......................................................................................................................... 11 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................ 11 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................................... 13 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................. 21 4. PLANOLOGISCHE EN MILIEUHYGIËNISCHE ASPECTEN ...................................................... 24 4.1 Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................... 24 4.2 Geur .......................................................................................................................................... 25 4.3 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................ 27 4.4 Geluid / wegverkeerslawaai ...................................................................................................... 27 4.5 Externe veiligheid .....................................................................................................................

28 4.6 Bodem....................................................................................................................................... 34 4.7 Waterhuishouding ..................................................................................................................... 34 4.8 Flora en fauna ........................................................................................................................... 35 4.9 Cultuurhistorie ........................................................................................................................... 38 4.10 Archeologie ............................................................................................................................... 39 4.11 Kabels en leidingen .................................................................................................................. 39 4.12 Volksgezondheid ...................................................................................................................... 40 4.13 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ........................................................... 41 5. UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ..................................................................................... 43 5.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................

43 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................ 43 6. CONCLUSIE EN AFWEGING....................................................................................................... 45 BIJLAGEN............................................................................................................................................. 46

3 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

1. INLEIDING 1.1

Inleiding en aanleiding

Initiatiefnemer, Wieger Bouwservice (hierna WBS), is eigenaar van het erf Vresselseweg 32 aan de zuidoostzijde van de kern Nijnsel, gemeente Meierijstad. WBS is een kleinschalig bouwbedrijf gespecialiseerd in het uitvoeren van timmer- en bouwwerkzaamheden. Het bedrijf koopt bouwmaterialen in en slaat deze op in een opslagloods. Deze bouwmaterialen worden vervolgens naar de bouwlocaties gebracht, waar deze vervolgens worden verwerkt tot schuttingen, badkamers, keukens, overkappingen of andersoortige bouwwerken. Alle werkzaamheden worden op locatie bij cliënten uitgevoerd, de bedrijfsbebouwing wordt uitsluitend gebruikt voor het opslaan en stallen van bouwmaterialen, gereedschap en een bedrijfsbus. De locatie aan de Vresselseweg 32 te Sint-Oedenrode is in het verleden in gebruik geweest als varkenshouderij, waarna deze is omgezet naar een paardenhouderij. Ook deze paardenhouderij is opgehouden te bestaan, waarna het agrarisch bedrijf volledig is gesaneerd. Op de locatie Vresselseweg 32 is gebruik gemaakt van de ‘Regeling Beëindiging Veehouderijtakken’ (RBV). Hierbij is de bedrijfsbebouwing teruggebracht tot circa 230 m². Hoewel van een veehouderij geen sprake meer is, heeft de bestemmingswijziging nog niet plaatsgevonden en geldt ter plaatse van de planlocatie dus nog steeds een agrarische bestemming.

Door een historisch gegroeide situatie worden op agrarisch bestemde gronden werkzaamheden uitgevoerd die op een bedrijfsbestemming thuishoren. De opslagcapaciteit van de bedrijfsbebouwing die ten tijde van het gebruikmaken van de subsidieregeling is teruggebracht naar 230 m² voldoet inmiddels niet meer aan de opslagbehoefte van WBS. Om een uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing mogelijk te maken heeft het nieuwe bouwvlak een dusdanige omvang nodig zodat hier ruimte voor wordt geboden. Teneinde de gewenste ontwikkeling mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan omvat de juridisch-planologische kaders voor de gewenste ontwikkeling.

4 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen op het perceel kadastraal bekend als gemeente Meierijstad, sectie L nummer 1247 en 1248 en plaatselijk bekend als Vresselseweg 32 te Sint-Oedenrode. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 14.425 m². De omvang van het agrarische bouwvlak bedraagt 5.361 m² en wordt gewijzigd naar een bouwvlak behorend bij een bedrijfsbestemming met een omvang van 3.202 m².

Figuur 1: Topografische kaart, planlocatie rood omkaderd

1.3

Bij het plan behorende stukken

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: 1. toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt, nader worden gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het beleid in het moederplan inhoudt en hoe bij de ontwikkeling met (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden; 2. regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen; 3. een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

In voorliggende toelichting wordt in het tweede hoofdstuk de planomschrijving behandeld waarin achtereenvolgens de huidige situatie, de beoogde situatie en het vigerend bestemmingsplan wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende rijks-, provinciale-, regionale- en gemeentelijke ruimtelijke beleid. In hoofdstuk 4 worden de planologisch en milieuhygiënisch relevante aspecten behandeld. In hoofdstuk 5 worden de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid

5 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

uiteengezet. Het laatste hoofdstuk dient als conclusie waarin de planologische afweging van het initiatief wordt gemaakt.

6 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

2. PLANBESCHRIJVING 2.1

Huidige situatie

Het plangebied aan de Vresselseweg 32 is gelegen op de percelen kadastraal bekend als gemeente Sint-Oedenrode, sectie L nummer 1247 en 1248. Op de planlocatie is een opslagschuur en een bedrijfswoning aanwezig. De opslagschuur wordt gebruikt om bouwmaterialen in op te slaan die nodig zijn voor de bedrijfsvoering van WBS. Figuur 2 geeft de bestaande situatie weer, waarin de opslagschuur wordt gemarkeerd met de rode lijn. Aangrenzend aan deze opslagschuur is een strook erfverharding aanwezig. Deze strook dient als manoeuvreerruimte wanneer bouwmaterialen worden geladen of gelost. De strook erfverharding met de opslagschuur wordt in Figuur 2 met paars omkaderd en vormt het deel van de planlocatie dat wordt gebruikt voor het bedrijf. De bedrijfswoning wordt met geel omkaderd. Het agrarische bouwvlak ter plaatse van de planlocatie heeft een oppervlakte van 5.361 m².

Figuur 2: Inrichting van de planlocatie (maps.google.nl, eigen bewerking)

Het oppervlak van de niet-agrarische bedrijfsbebouwing bedraagt circa 230 m². Voor een doelmatige bedrijfsvoering is de opslagcapaciteit van de huidige loods niet voldoende. Waar de strook erfverharding hoofdzakelijk bedoeld is als manoeuvreerruimte voor laad- en losverkeer dient het in de huidige situatie ook als noodoplossing voor overtollige opslag door middel van buitenopslag. Om een einde te kunnen maken aan deze buitenopslag is uitbreiding van de opslaghal noodzakelijk. De bestemming in het geldende bestemmingsplan komt niet overeen met het huidige grondgebruik. Daarbij heeft de initiatiefnemer voor de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing een bouwvergunning nodig, welke pas kan worden uitgegeven bij een passende herbestemming.

7 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

2.2

Beoogde situatie

Ter plaatse van de planlocatie is, zoals reeds benoemd in het vorige hoofdstuk, in het verleden sprake geweest van een varkenshouderij en later van een paardenhouderij. Het agrarische bedrijf is in de loop der tijd gesaneerd volgens de ‘Regeling Beëindiging Veehouderijtakken’, waarbij de veestallen zijn vervangen door een opslagloods van 230 m². Deze is de initiatiefnemer gaan gebruiken ter ondersteuning van zijn timmer- en bouwbedrijf. Hoewel er geen agrarische activiteiten meer worden uitgevoerd op de planlocatie geldt er nog wel een agrarische bestemming, waar een bouwvlak op ligt met een oppervlakte van 5.361 m². Het voornemen is om een passende herbestemming te vinden voor de planlocatie. De enkelbestemming van de locatie dient daarbij te worden gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden’ naar ‘Bedrijf’. Ook dient het bouwvlak te worden verkleind naar een passende vorm en omvang. Uitbreiding van de bebouwing aan de noordzijde van de bestaande bedrijfsbebouwing is vanuit meerdere opzichten niet gewenst. Er zijn aan deze zijde van het perceel twee ondergrondse olieleidingen aanwezig in eigendom van de Rotterdam-Rijn Pijpleiding (hierna RRP). De aanwezigheid van deze leidingen brengt regels met zich mee ter instandhouding en bescherming van deze leidingen.

De RRP heeft regels opgesteld voor werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkelingen nabij het tracé van de olieleidingen. Zo stelt het RRP een belemmerde strook in, een strook van 5 meter aan weerszijden van beide olieleidingen waarbinnen geen bouwwerken mogen worden opgericht. Ook dient RRP van alle bouwplannen en ruimtelijke initiatieven nabij het tracé van de leidingen direct op de hoogte te worden gebracht. Naast de aanwezige olieleidingen bestaat er met het oog op een goede ruimtelijke ordening een knelpunt voor een uitbreiding van de bebouwing aan de noordelijke zijde. Bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de Vresselseweg dient rekening te worden gehouden met de gebiedskarakteristiek en het landschap, wat inhoudt dat waardevolle zichtrelaties en open verbindingen intact moeten blijven door de voelbare relatie met het achtergelegen buitengebied te beschermen. Het toevoegen van bebouwing aan de noordzijde van de bestaande bedrijfsbebouwing zou de waardevolle zichtrelaties vanaf de Vresselseweg naar het achtergelegen Dommellandschap belemmeren. Omdat aan de oostelijke zijde de Vresselseweg en aan de zuidelijke zijde een woning aan de planlocatie grenzen, is de uitbreiding van de bebouwing alleen mogelijk aan de westelijke zijde van de planlocatie.

Het plangebied (rood), het huidige agrarische bouwvlak (zwart) en het beoogde bouwvlak met bedrijfsbestemming (paars) worden weergegeven in Figuur 3. Het onderhavige initiatief gaat gepaard met landschappelijke inpassing gedeeltelijk aan de rand van de bedrijfsbestemming en aan de buitenzijde van het plangebied. Deze buitenzijde van het plangebied wordt herbestemd naar enkelbestemming ‘Groen’. De locatie van de strook die wordt herbestemd naar ‘Groen’ wordt bij benadering weergegeven met de groene strook in Figuur 3.

8 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

Figuur 3: Plangebied met landschapselemten (Groen) in de beoogde situatie

Als de beschreven herbestemming wordt doorgevoerd wordt het oppervlak van het bouwvlak teruggebracht van 5.361 m² naar 3.202 m². In het beoogde bouwvlak is voldoende ruimte aanwezig zodat de benodigde nieuwe bebouwing kan worden gerealiseerd. Daarnaast houdt de vorm van het beoogde bouwvlak rekening met de gebiedskarakteristiek en het landschap. Op deze manier is een passende herbestemming gevonden voor de onderhavige planlocatie.

2.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode” vastgesteld door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode (thans Meierijstad) op 15 maart 2012, “Buitengebied SintOedenrode, herziening 2” als vastgesteld door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode op 29 september 2016 en het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4” van de gemeente Meierijstad, vastgesteld op 29 maart 2018. De volgende enkelbestemming, dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn van toepassing ter plaatse van de planlocatie: - Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden’; - Dubbelbestemming ‘Leiding’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1 (hoge verwachting)’; - Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’; - Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’; - Bouwvlak; - Functieaanduiding ‘Intensieve veehouderij uitgesloten’; - Gebiedsaanduiding ‘Leiding’ (veiligheidszone) - Gebiedsaanduiding ‘Bebouwingsconcentratie 11’; - Gebiedsaanduiding ‘Aardkundig waardevol’; - Gebiedsaanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’; - Gebiedsaanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevolle akker’; - Gebiedsaanduiding ‘Leefgebied dassen’; - Gebiedsaanduiding ‘Leefgebied struweelvogels’ - Gebiedsaanduiding ‘Groenblauwe mantel’ 9 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

-

Gebiedsaanduiding ‘Beperking veehouderij’ (van toepassing op klein gedeelte planlocatie)

De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 (hoge verwachting)’, ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’ en ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ leggen regels op die van toepassing zijn wanneer bodemingrepen of activiteiten die invloed hebben op de grondwaterstand worden uitgevoerd. Een deel van het onderhavige initiatief betreft de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing waardoor bovenstaande dubbelbestemmingen betrekking hebben op het voornemen. In de planregels van deze dubbelbestemmingen wordt bepaald dat de bijkomende bouwregels niet van toepassing zijn op werken en werkzaamheden welke binnen het bouwvlak plaatsvinden. Omdat de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak plaatsvindt betreft het onderhavige initiatief een uitzondering op de additieve vergunningsplicht. Op gronden met de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden’ is het niet toegestaan een niet-agrarisch bedrijf te exploiteren en niet-agrarische bedrijfsbebouwing toe te voegen, waardoor het voornemen in strijd is met het geldende bestemmingsplan. In artikel 5.7.14 van de bestemmingsregels van bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4” is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt de bestemming te wijzigen van ‘Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden’ in de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van een nietagrarisch bedrijf.

Het onderhavige initiatief is aan de gemeente Meierijstad voorgelegd door middel van een principeverzoek. Op 27 juli 2018 is hierop besloten dat deze binnenplanse mogelijkheid niet kan worden toegepast wanneer het bedrijfsoppervlak wordt uitgebreid. Aan deze uitbreiding kan alleen onder voorwaarden medewerking worden verleend door middel van een aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan. Door middel van een buitenplanse procedure wordt het onderhavige initiatief ruimtelijk juridisch mogelijk gemaakt. Hierbij wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan doorlopen volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ondanks dat het onderhavige initiatief niet door middel van een binnenplanse wijziging planologisch mogelijk wordt gemaakt, wordt het onderhavige initiatief toch aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid getoetst. Hierdoor wordt de aanvaardbaarheid van het voorgenomen initiatief in relatie tot het vigerend planologisch regime benadrukt.

10 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

3. BELEIDSKADER Gemeente Meierijstad heeft te maken met beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen in lijn te zijn met de regels die hogere overheden hebben opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling dient hiernaast ook te passen binnen het gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavige ontwikkeling relevante beleid uiteengezet op nationale, provinciale en gemeentelijke schaal. Daarnaast wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is een beleidsdocument dat de ambitie weergeeft voor Nederland in 2040. Deze ambitie is vertaald naar doelen voor de middellange termijn tot 2028. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Met de SVIR geeft het Rijk meer ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en geeft ruimte aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. Dit betekent minder rijksdoelen en eenvoudigere regelgeving. Doorwerking plangebied Het onderhavige plan bevindt zich niet in de nationale hoofdstructuur en omvat geen elementen die voorkomen in de omschreven rijksbelangen. Dermate vormt de SVIR geen belemmering voor de voorgenomen herbestemming. 3.1.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor het opstellen van bestemmingsplannen als het gaat om ontwikkelingen van nationaal belang. Het Barro biedt juridische kaders die nodig zijn om het vigerende ruimtelijke rijksbeleid te borgen.

Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden, op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. De uitspraken in de Barro onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Deze regels zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect hun doorwerking te hebben tot de besluitvorming op het lokale niveau. Door nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, levert het Barro een versnelling op in de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindert het de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro horende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In deze regeling wordt de begrenzing vastgesteld van de gebieden uit een aantal titels uit het Barro waarvoor een reservering of een vrijwaring geldt. De aanduiding van deze gebieden is opgenomen in het Barro. Doorwerking plangebied Een kaart horende bij het Rarro laat zien dat de projectlocatie is gelegen binnen het radarverstoringsgebied behorende bij radarstation Volkel. Het onderhavige omvat echter geen activiteiten die invloed hebben op de werking van een radar.

Het Barro heeft dan ook geen invloed op het bestemmingsplan.

11 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 oktober 2012 in werking getreden. De toepassing van de Ladder heeft tot veel onduidelijkheid geleid bij overheden, juristen en planologen. Derhalve is de wet gewijzigd, deze wijziging is van kracht sinds 1 juli 2017. De Ladder is een instrument waarmee tot een gebalanceerde regionale ontwikkeling kan worden gekomen. De kernbepaling van de nieuwe Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Ladder moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken hieraan worden getoetst. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro wordt een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling gegeven. Een stedelijke ontwikkeling is een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De Laddertoets geldt alleen voor de toevoeging van nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

Bij ontwikkelingen moet worden beoordeeld of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan kon worden gerealiseerd. Uit jurisprudentie volgt dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook in het geval er geen sprake is van een formele ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, moet er toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling worden aangetoond. Indien de Ladder niet van toepassing is, ontslaat dat de initiatiefnemer en het bevoegd gezag niet van de plicht te voldoen aan andere normen voor een goede ruimtelijke ordening. Doorwerking plangebied De functiewijziging van agrarisch bedrijf naar niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied in combinatie met het voornemen de bestaande bedrijfsbebouwing uit te breiden kan worden beoordeeld als zodanig dat gesproken kan worden van een stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie komt naar voren dat er wel sprake moet zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang, wil de ladder van toepassing zijn. De ladder hoeft daarmee formeel niet doorlopen te worden.

Volledigheidshalve en vanuit zorgvuldigheidsoogpunt is hieronder ingegaan op de behoefte en de locatiekeuze. Behoefte De uitbreiding van de bedrijfsbebouwing zorgt ervoor dat het tekort aan opslagruimte wordt opgelost. In publieke zin bestaat de behoefte om het aantal veehouderijen te laten afnemen zodat onder andere klachten met betrekking tot uitstoot van geurende stoffen afnemen. In het verleden is de veehouderij al volledig gesaneerd. De onderhavige ontwikkeling kan gezien worden als het resterende deel in het proces van herbestemmen van een milieubelastende veehouderij naar een niet-agrarisch bedrijf. Locatiekeuze De locatie van de ontwikkeling ligt in de rede door het feit dat het bedrijf hier al gelegen is. Verhuizen naar een andere plek is uit financieel oogpunt niet wenselijk, dan wel onmogelijk.

12 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

3.2

Provinciaal beleid

De visie en ambitie van de provincie Noord-Brabant, met betrekking tot de fysieke leefomgeving, wordt verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien. En stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Deze heeft een bindende werking voor het handelen van burgers, bedrijven, gemeenten en waterschappen. 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie Het uitgangspunt van de Brabantse omgevingsvisie is dat door het juiste samenspel de kwaliteit van het leven hier en nu goed samen kan gaan met de kwaliteit van leven elders en later. Om de huidige kwaliteit van Noord-Brabant te behouden, verbeteren en door te geven aan de volgende generaties, moet er continu zorggedragen worden voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving. Met de omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. Met de omgevingsvisie wordt aansluiting gevonden op Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Bekeken wordt hoe de provincie er in 2050 uit zal moeten zien, daarbij worden meetbare tussendoelen gesteld. In de Omgevingsvisie wordt de omgeving Oost-Brabant in 2050 geschetst als gebied dat wordt gewaardeerd vanwege het aangename dorpenlandschap in de Peel.

Het wordt gezien als een gebied waar de bewoners van het stedelijke gebied rondom Eindhoven graag hun ‘high-tech’ omgeving afwisselen om hun vrije tijd door te brengen. De dorpen zijn er levendige plekken waar jong en oud zich thuis voelen. Brabant is in 2050 een provincie waar het goed wonen, werken en recreëren is. Om deze geschetste panorama te bereiken is het verstandig om verschillende doelen aan elkaar te koppelen. Om zo meerdere vliegen in één klap te kunnen slaan. Dit streven naar meerwaarde is de centrale gedachte van de Omgevingsvisie. Bij het zoeken naar oplossingen vindt de provincie het belangrijk om naar een ontwikkeling te kijken vanuit meerdere richtingen. Een ontwikkeling hier en nu mag niet in sociaal, economisch en ecologisch opzicht ten koste gaan van de levenskwaliteit elders en later. Om dit te kunnen realiseren wordt een ‘diepe’, ‘ronde’ en ‘brede’ manier van kijken gehanteerd. De ‘diepe’ manier van kijken houdt in dat er op verschillende schaalniveaus wordt gekeken. De ‘ronde’ manier van kijken houdt in dat er niet puur sectoraal wordt gekeken maar dat er verschillende vraagstukken gecombineerd worden. Er wordt daarbij gezocht naar een balans tussen ‘people’ dat staat voor de gemeenschap ‘planet’ dat staat voor de leefomgeving en ‘profit’ dat staat voor wat het in economisch opzicht oplevert.

De ‘brede’ manier van kijken wil zeggen dat verschillende partijen en belanghebbenden worden betrokken. Conclusie Ten aanzien van het plan kan worden gesteld dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit elders of op een later tijdstip. Hiermee is het passend binnen de Brabantse omgevingsvisie. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is geregeld dat de provincie een verordening kan opstellen waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant een aantal provinciale verordeningen. De Interim verordening Noord-Brabant is vastgesteld op 25 oktober 2019. In de Brabantse omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereken. De Interim omgevingsverordening NoordBrabant is digitaal te raadplegen en vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld 13 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

waarin de bestaande regels uit de verschillende verordening zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Doorwerking plangebied De planlocatie is gelegen in het landelijk gebied en de groenblauwe mantel. Naast deze structuur zijn onder andere de aanduidingen ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘Aardkundig waardevol gebied’, ‘Attentiezone waterhuishouding’ en ‘Stalderingsgebied’ opgenomen ter plaatse van de planlocatie. Een gedeelte van de planlocatie is gelegen in het Natuur Netwerk Brabant en de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Regionale waterberging’. In de Interim omgevingsverordening NoordBrabant zijn artikels 3.5 en 3.9 van toepassing op onderhavig initiatief, dat is gericht op de vestiging van een niet-agrarische functie in landelijk gebied waar in onderhavige situatie sprake van is. Hierop volgend worden de genoemde artikelen los van elkaar behandeld. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.6 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een ruimtelijke ontwikkeling dient bij te dragen aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de planlocatie en zijn omgeving. Daarnaast dient toepassing te worden gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

In het onderhavige plan is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik omdat gebruik wordt gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel, welke in omvang wordt teruggebracht. Voor wat betreft de ruimtelijk stedenbouwkundige kwaliteit van het voornemen is rekening gehouden met de bestaande zichtlijnen van de Vresselseweg naar het achtergelegen Dommellandschap. Door de uitbouw aan de achterzijde van de bedrijfsbebouwing te realiseren worden deze zichtlijnen in stand gehouden. In lid 1 wordt aangegeven dat de toelichting bij een bestemmingsplan in moet gaan op planologisch relevante (milieu)aspecten. In hoofdstuk 4 worden gevolgen van het onderhavig plan voor de genoemde aspecten behandeld. Daarmee wordt voldaan aan de zorgplicht zoals verwoord in artikel 3.5 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Omdat het onderhavige initiatief behoort tot categorie 3 dient de forfaitaire methode te worden toegepast. Dit leidt ertoe dat aan een in euro’s genormeerde inspanning dient te worden voldaan ter kwaliteitsverbetering van het landschap. Het agrarische bouwvlak aan Vresselseweg 32 met een oppervlak van 5.361 m² wordt gedeeltelijk herbestemd tot niet-agrarisch bedrijf (3.202 m²), het overige deel als agrarisch onbebouwde grond (2.159 m²).

Uit de toelichting bij tabel 1 uit Bijlage 1 behorend bij regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode’ volgen de waarderingsnormen zoals ze worden toegepast bij berekeningen van grondwaardeveranderingen in de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Omdat het plangebied is gelegen in agrarisch gebied met natuur- en landschapswaarden dient 25% van de waardestijging ter compensatie te worden geïnvesteerd in de landschappelijke kwaliteit als gevolg van de bestemmingswijziging. Bij het toepassen van de ‘Regeling Beëindiging Veehouderijtakken’ is de bedrijfsbebouwing teruggebracht naar een oppervlak van circa 230 m². Voor het uitbreiden van deze bedrijfsbebouwing wordt ook een compenserende investering in de landschappelijke kwaliteit vereist. Omdat door middel van een omgevingsvergunning de bebouwde oppervlakte binnenplans met 15% kan worden vergroot, wordt voor de vergroting van de eerste 35 m² (15% van 230 m²) eveneens een compenserende investering van 25% van de waardestijging toegepast. Gemeente Meierijstad heeft in vergelijkbare situaties waarbij uitbreiding van de bedrijfsbebouwing verder gaat dan de afwijkingsbevoegdheid een compenserende investering ter grootte van 35% van de waardevermeerdering aangehouden.

Over de overige 115 m² (150 m² uitbreiding minus de eerder berekende 35 m²) van de bebouwingsvergroting wordt dus 35% van de waardevermeerdering berekend welke bij de totale compensatiewaarde wordt gevoegd. 14 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

Natuur Netwerk Brabant Volgend uit de IOV dienen de regels met betrekking tot Natuur Netwerk Brabant in acht te worden genomen. De planlocatie ligt deels binnen het Natuur Netwerk Brabant, de uiterste westzijde van de planlocatie is aangewezen voor het Natuur Netwerk Brabant. Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. Strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. Bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. Staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. 2. Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. 3. Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid. Slechts de gronden gelegen in het uiterst westelijke gedeelte van de planlocatie bevinden zich binnen Natuur Netwerk Brabant.

De aanwezige bomen blijven behouden en het behoud van deze bomen wordt duurzaam geborgd middels de voorwaardelijke verplichting van landschappelijke inpassing in de planregels. Onderhavig initiatief maakt daarom geen ontwikkelingen mogelijk die een negatief effect hebben op de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant op de hiervoor aangewezen gronden.

Artikel 3.26 attentiezone waterhuishouding 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. Het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. De aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. Het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. Het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. De regels die volgen uit ‘Attentiezone waterhuishouding’ zijn een samenvoeging van het ‘beschermd gebied waterhuishouding’ uit de Verordening water en van ‘attentiezone natte natuur’ uit de Verordening ruimte.

Dit bestemmingsplan voorziet niet in grondverzet, aanleg of vervanging van 15 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

drainage, het verlagen van de grondwaterstand of aanbrengen van verharding buiten het bouwvlak. Dit bouwvlak wordt zelfs verkleind waarmee de verhardingsmogelijkheden worden beperkt. Aardkundig waardevol gebied Onderhavig bestemmingsplan is van toepassing op Aardkundig waardevol gebied. In de Interim Omgevingsverordening zijn hier regels aan verbonden: Artikel 3.28 aardkundige waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Aardkundig waardevol gebied: a. Is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken zoals beschreven in de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart NoordBrabant; b. Stelt regels ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. De Aardkundige Waardevolle Gebiedenkaart van Noord-Brabant laat zien dat de planlocatie is gelegen in het gebied ‘Dommel, Vresselsche Bosch, Breugelse Beemden, Nuenens Broek’. Dit aardkundig waardevolle gebied omvat het Dommeldal tussen Boxtel in het noordwesten en Geldrop in het zuidoosten, en een aantal ermee geassocieerde nabijgelegen dekzand- en stuifzandgebiedjes en bolle akkercomplexen (esdekken). Het vlakbij gelegen bos-, heide- en stuifzandgebied van het Vresselsche Bosch en de laaggelegen Breugelse Beemden (of -Broek) en Nuenens Broek zijn eveneens in het gebied begrepen.

Het gebied is relatief lang en smal, onregelmatig van vorm en wordt onderbroken door de bewoningskern van Sint-Oedenrode. De volgende beschermregels dienen ter plaatse van het aardkundig waardevol gebied te worden geborgd: - Reliëfverschillen samenhangend met bovengenoemde verschijnselen mogen niet worden verof afgegraven of anderszins aangetast (ontgrondingen / ophogingen), met name de natuurlijke overgang rivierdal-dekzandlandschap moet beschermd worden (steilranden, dalglooiing, etc.); - Natuurlijke meandering van de Dommel mag niet verder aangetast worden. Bij hermeandering mag alleen zeer nauwkeurig het historische tracé gevolgd worden; - Het archeologisch en aardkundig bodemarchief in vennen mag niet aangetast worden bij grootschalige graaf- of baggerwerkzaamheden in het kader van natuurontwikkeling, met name in de Moerkuilen; - Uitbreiding van bebouwing en infrastructuur (met name op de hogere delen) mag niet ten koste gaan van de kenmerkende landschapsstructuren en zichtrelaties; - Historische bolle akkers en historische beemdenpercelering mogen niet aangetast worden (door o.a. bebouwing). Aan deze beschermregels wordt in onderhavig plan voldaan.

Uitbreiding van de bedrijfsbebouwing vindt plaats in westelijke richting van de bestaande bedrijfsbebouwing, zo worden de zichtrelaties behouden en door middel van landschappelijke inpassing zal de ontwikkeling niet ten koste gaan van de landschapsstructuren. Geconcludeerd kan worden dat de aardkundige waarden en kenmerken voldoende beschermd worden binnen dit bestemmingsplan. Cultuurhistorische waarden De planlocatie is gelegen binnen cultuurhistorisch waardevol gebied volgens de IOV. Artikel 3.29 geeft handvatten ten aanzien van cultuurhistorisch waardevol gebied:

16 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

Artikel 3.29 cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. Is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. Stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Voldaan wordt aan de voorwaarden die gesteld worden met betrekking tot cultuurhistorische waarden. Dit wordt onderbouwd in paragraaf 4.9 Groenblauwe mantel Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Als een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in de groenblauwe mantel gelden maatregelen ter bescherming en behoud van de groenblauwe mantel: 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

In het vigerend bestemmingsplan zijn voor de planlocatie diverse dubbelbestemmingen en aanduidingen opgenomen zoals ‘Attentiegebied EHS, ‘Waterbergingsgebied’, ‘Aardkundig waardevol’, ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘Cultuurhistorisch waardevolle akker’, ‘Leefgebied dassen’ en ‘Leefgebied struweelvogels’. Hieraan zijn regels verbonden die strekken tot behoud, herstel en ontwikkeling van dit gebied. De regels ten aanzien van bescherming en behoud van de waarden van de groenblauwe mantel blijven onverminderd van kracht. 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. In de voorliggende toelichting zijn de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de omgeving toegelicht in paragraaf 4.8 (ecologische waarden) en 4.9 (landschappelijke waarden) . Waterberging Artikel 3.35 Regionale waterberging 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Regionale waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid: a. Bepaalt dat uitsluitend het oprichten van een gebouw ten dienste van de waterberging is toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter; b.

Stelt beperkingen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud. 3. Een bestemmingsplan kan bouwwerken, geen gebouw zijnde, toestaan als het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd.

17 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

De regels die volgen uit ‘Regionale waterberging’ zijn niet van toepassing op de volledige planlocatie. Deze regels zijn enkel van toepassing op de uiterste westzijde van het perceel. Binnen dit gedeelte zullen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden opgericht. Daarnaast zullen geen gronden worden opgehoogd en zullen geen kades worden aangebracht of gewijzigd. Het plan voldoet hiermee aan de gestelde regels voor ‘Regionale waterberging’ en draagt dus bij aan het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. Artikel 3.36 Reservering waterberging 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies. De regels die volgen uit ‘Reservering waterberging’ zien toe op behoud van het waterbergend vermogen van dit gebied. Weliswaar neemt het verharde oppervlakte in de beoogde situatie toe, door het bouwvlak te verkleinen wordt de totale ruimte die verhard kan worden verkleind. Het bouwvlak wordt namelijk verkleind van 5.361 m2 naar 3.202 m2.

Zo nemen de planologische mogelijkheden voor verharding af en blijft het waterbergend vermogen van het gebied behouden. Voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies in het buitengebied zijn in de Interim omgevingsverordening regels gesteld. Aangezien de planlocatie volgens de geldende bestemmingsplanbepalingen is bestemd voor een agrarisch bedrijf, is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de regels voor vestiging van een niet-agrarisch bedrijf op een bestaand bouwperceel. Artikel 3.73 Vestiging niet agrarische functie in Landelijk gebied 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. De vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: i. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; ii. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; iii. Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. Overtollige bebouwing wordt gesloopt; d.

De vestiging heeft geen betrekking op: i. Een kantoor met baliefunctie; ii. Lawaaisport; iii. Mestbewerking. Wieger Bouwservice is een bouwbedrijf wat zijn op- en overslag heeft aan de Vresselseweg 32 te Sint-Oedenrode. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel, dit wordt juist verkleind. De overtollige bebouwing is reeds gesloopt in het kader van een sanering van de voormalige veehouderij. Daarnaast heeft de vestiging geen betrekking op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking. De vestiging van dit bedrijf past in de ontwikkelingsrichting van het gebied. Het 18 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

kleinschalige karakter en de verbinding met het bebouwingslint blijft namelijk behouden. De milieueffecten van onderhavig initiatief zullen in hoofdstuk 4 worden benoemd. Versterking van de omgevingskwaliteit wordt geborgd in een landschappelijk inpassingsplan en de in de planregels opgenomen verplichting tot aanleg, beheer en onderhoud van het landschapsplan. 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. Over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. Welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. Dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d. Dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Het bestemmingsplan voorziet in een bedrijfsbestemming. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het huidige gebruik vastgelegd. Opslag vindt nu noodgedwongen buiten plaats, maar zal met voorliggend bestemmingsplan inpandig plaatsvinden. Verkleining van het bouwvlak zorgt ervoor dat verdere uitbreiding op deze locatie niet mogelijk is. Bij groei van de onderneming zal verplaatsing naar een bedrijventerrein plaatsvinden. 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a.

Bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. Een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. Een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Dit bestemmingsplan maakt een kleinschalig bedrijf mogelijk die past binnen het gemengde landschap van het bebouwingslint. De beoogde opslag van 380 m² is passend op deze locatie en verdere groei is niet mogelijk door verkleining van het bouwvlak. Zo wordt geborgd dat enkel kleinschalige bedrijvigheid hier gevestigd kan worden. Artikel 2.76 sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf Totdat een bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 3.67 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf geldt, gelet op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening, voor een Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf een verbod voor het oprichten van bebouwing ten behoeve van een veehouderij of glastuinbouwbedrijf. Het agrarische bedrijf op de planlocatie is in de loop der tijd gesaneerd volgens de ‘Regeling Beëindiging Veehouderijtakken’, de planlocatie kan daarom gezien worden als een sanerings- en verplaatsingslocatie. Het bestemmingsplan voorziet in een wijziging naar een bedrijfsbestemming.

Er zal geen bebouwing worden opgericht ten behoeve van een veehouderij of glastuinbouwbedrijf. De westzijde van de planlocatie ligt tevens in Natuur Netwerk Brabant-gebied, hier is artikel 3.51 ‘afwijkende regels beperkingen veehouderij’ tevens van toepassing. Binnen ‘beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij uitgesloten. Artikel 2.72 verbod uitbreiding veehouderij 1. Totdat een bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 3.48 Veehouderij in Stedelijk gebied en artikel 3.51 Afwijkende regels Beperkingen veehouderij geldt, gelet op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening, voor een veehouderij in Stedelijk gebied en Beperkingen Veehouderij dat: a. een toename van de bestaande oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten.

19 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

b. een toename van de bestaande oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitgesloten; c. binnen gebouwen dieren – al dan niet in hokken – alleen op de grond gehouden mogen worden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden. 2. Als bestaande oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zinde, geldt de oppervlakte die: a. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of b. mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende vergunning. 3. Het verbod bedoeld in het eerste lid onder a en b, geldt niet voor een veehouderij gevestigd in Beperkingen veehouderij, die voldoet aan de voorwaarden van een grondgebonden veehouderij, als opgenomen in de nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij als bedoeld in artikel 5.11. De aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ is van toepassing op het meest westelijke gedeelte van het perceel. Dit is in de huidige en de beoogde situatie geen onderdeel van het bouwvlak. Deze gronden zullen in de beoogde situatie bestemd worden als ‘Groen’ en ‘Agrarisch met waarden – natuur- en landschapswaarden’. Uitbreiding van de gebouwen ten behoeve van het houden van dieren is niet aan de orde. Binnen de aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ zijn geen gebouwen aanwezig.

Dit bestemmingsplan voorziet in de omschakeling naar een niet-agrarisch bedrijf. Uitbreiding ten behoeve van een veehouderij danwel het houden van dieren is niet aan de orde. Uit de bovenstaande toetsing aan de relevante artikelen uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant volgt dat aan alle gestelde voorwaarden wordt voldaan. Derhalve past de voorgenomen ontwikkeling binnen de door de provincie gestelde kaders. Financiële verankering De voormalige gemeente Sint-Oedenrode heeft ter uitvoering van de verplichting tot kwaliteitsverbetering de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode’ vastgesteld. In de regeling wordt een verdeling toegepast van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën activiteiten, inhoudende dat voor niet-planmatige ontwikkelingen de volgende inspanningen van toepassing zijn: a. categorie 1: geen inspanning; b. categorie 2: een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; c. categorie 3: toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20 % van de grondwaardevermeerdering in primair agrarisch gebied en 25% in agrarisch gebied met waarden (landschapswaarden of natuur- en landschapswaarden).

Het omschakelen, zonder het bouwvlak te vergroten, van een agrarisch bouwvlak naar ‘Bedrijf’ wordt concreet benoemd in de lijst met ontwikkelingen die tot categorie 3 behoren. Er wordt geïnvesteerd in de aanleg van groenelementen om de bedrijfsbebouwing landschappelijk in te passen en daarmee de bestaande landschapsstructuur te versterken en te behouden. In bijlage 1 is de berekening van de benodigde compensatiewaarde ter investering in landschapsverbetering opgenomen. De manier waarop deze compensatiewaarde wordt ingezet verloopt conform het opgestelde landschappelijk inpassingsplan (bijlage 2). In dit landschappelijk inpassingsplan worden 20 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

gemaakte keuzes verantwoord en wordt een plattegrondtekening weergegeven waarin de beplanting als gevolg van het toepassen van kwaliteitsverbetering van het landschap inzichtelijk wordt gemaakt. Juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap dient juridisch te worden vastgelegd. Privaatrechtelijk wordt deze verankerd in een ontwikkelingsovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Daarnaast wordt de landschappelijke inpassing bestuursrechtelijk verankerd in de bestemmingsplanbepaling “Specifieke gebruiksregels” door middel van een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.4.2 van de regels behorende bij dit plan. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd.

3.3

Gemeentelijk beleid

Toetsing aan voorwaarden wijzigingsbevoegdheid artikel 5.7.14 Zoals al in hoofdstuk 2.3 is beschreven wordt de beoogde bestemmingswijziging niet door middel van een binnenplanse wijziging gerealiseerd (artikel 3.6 Wro, eerste lid onder a) maar door middel van een herziening van het bestemmingsplan volgens 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Om de aanvaardbaarheid van het onderhavige initiatief te onderstrepen wordt het plan toch getoetst aan de voorwaarden waaronder een bestemmingswijziging binnenplans kan worden gerealiseerd. In artikel 5.7.14 van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4” is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt de bestemming te wijzigen van ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden’ in de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van een nietagrarisch bedrijf. Hierbij moet worden voldaan aan voorwaarden waarbij de doorwerking in het plangebied cursief wordt weergegeven: a. De oppervlakte van het bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf' mag binnen de groenblauwe mantel niet meer bedragen dan 5.000 m². Het bestemmingsvlak is gelegen in de groenblauwe mantel en de oppervlakte van het beoogde bouwvlak met bedrijfsbestemming bedraagt 3.202 m². b.

De wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingsconcentratie', waarbij de oppervlakte aan niet-agrarische bedrijfsbebouwing na sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing maximaal 900 m² mag bedragen. De planlocatie is gelegen in een gebied dat wordt aangeduid als ‘bebouwingsconcentratie 11’. Het oppervlak van de niet-agrarische bedrijfsbebouwing bedraagt in de huidige situatie circa 230 m² en in de beoogde situatie circa 380 m². Sloop van overtollige bedrijfsbebouwing heeft al plaatsgevonden tijdens het saneren van de veehouderij, verdere sloop is niet meer aan de orde. c.

Er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, rekening houdend met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is reeds gesloopt. De oppervlakte van het bestemmingsvlak en bouwvlak worden teruggebracht naar een passende omvang voor het timmer- en bouwbedrijf. Het bestemmingsvlak en het bouwvlak zijn in die zin op maat.

d. Nieuwbouw van de bedrijfsgebouwen is toegestaan, indien aangetoond wordt dat de bestaande bebouwing ongeschikt is voor de uitoefening van de beoogde functie. De bestaande bebouwing is niet groot genoeg om al het materieel in op te slaan. In hoofdstuk 2 is de noodzaak tot een verruiming van de opslagcapaciteit nader onderbouwd.

21 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

e. Alleen bedrijven, die voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, alsmede bedrijven in categorie 3 voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met bedrijven in categorie 2. WBS is een timmer- en bouwbedrijf maar omdat de bedrijfslocatie uitsluitend voor opslag van bouwmaterialen wordt gebruikt behoren de activiteiten op de planlocatie bij categorie 2. De activiteit ‘opslag’ komt niet voor in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, het beoordelen van opslag als een categorie 2 activiteit volgt uit de toetsing aan de milieuhygiënische aspecten in hoofdstuk 4 van de voorliggende toelichting. f.

Buitenopslag en detailhandel zijn niet toegestaan. Materieel zal in de bedrijfsbebouwing worden opgeslagen. WBS is een bedrijf dat diensten levert, van detailhandel is dus geen sprake.

g. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk. De intensieve veehouderij is al een ruime tijd geleden beëindigd. Door de kleine omvang van de bedrijfsbebouwing en de korte afstand tot omliggende burgerwoningen betreft het geen duurzame agrarische bedrijfslocatie en ligt agrarisch hergebruik niet in de rede. Bovendien is als gevolg van het toepassen van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken de functieaanduiding ‘Intensieve veehouderijen uitgesloten’ opgenomen op de planlocatie. h. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. De milieuhygiënische gevolgen op de omgeving worden in hoofdstuk 4 van de voorliggende toelichting behandeld. i.

De vestiging van het bedrijf leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. De planlocatie wordt omringd door locaties met een woonbestemming. Mede hierdoor heeft de onderhavige ontwikkeling geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven in de omgeving.

j.

De vestiging van het bedrijf mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. Het bedrijf is kleinschalig en het onderhavige initiatief heeft geen verkeersaantrekkende gevolgen.

k.

De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in Bijlage 6 van de planregels. De fysieke verbetering van de aanwezige en/of potentiële kwaliteiten van het landschap wordt behaald door het toepassen van kwaliteitsverbetering van het landschap. De berekening van de compensatiewaarde ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap als gevolg van het onderhavige initiatief is toegevoegd in bijlage 1. Het landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd in bijlage 2.

l.

De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Hoofdstuk 4 van de voorliggende toelichting voorziet als verantwoording dat aanwezige waarden niet worden aangetast.

22 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

m. De oppervlakte van het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m². Het oppervlak van het vernieuwde bouwvlak wordt verkleind naar 3.202 m². Hiermee wordt de maximum oppervlakte van 5.000 m² niet overschreden.

23 Toelichting “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32”

4. PLANOLOGISCHE EN MILIEUHYGIËNISCHE ASPECTEN Een bestuursorgaan dient bij voorbereiding van een besluit, zoals bij het doorvoeren van een herziening van het bestemmingsplan, de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, zo wordt beschreven in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van het onderhavige plan zijn de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten uitgewerkt. Deze aspecten komen in navolgende paragrafen aan bod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=38143425-0035-4b0b-ab93-515c37a37bce