Bijlage 1.1: PlanMER windenergie Meierijstad incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
PlanMER windenergie Afwegingskader duurzame energie Gemeente Meierijstad 720180 | v2.0 2-9-2022
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
PlanMER windenergie
Postadres
Versienummer
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Projectnaam Afwegingskader duurzame energie
V2.0
Datum 2-9-2022
Project nummer 720180
Opdrachtgever Gemeente Meierijstad
Auteur Paul Janssen, John van de Lagemaat, Joeri de Bekker
Nagekeken door Annemarie Kristen
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Samenvatting Aanleiding De gemeente Meierijstad wil in 2050 CO2-neutraal zijn. Dit is vastgelegd in de duurzaamheidsvisie1. In 2020 is de e over de duurzame energie opwek binnen de regio en de gemeente. De gemeente wil een integraal afwegingskader duurzame energie opstellen met daarin de regels en kaders voor verschillende vormen van duurzame energie. Onderdeel daarvan zijn afspraken rondom de toepassing van windenergie. In het kader hiervan wordt een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Dit document betreft het planMER2.
Zoekgebieden en voorbeeldopstellingen Als basis voor het planMER is eerst gekeken waar in de gemeente Meierijstad en een deel van de omliggende gemeentes potentiële ruimte bestaat voor moderne windturbines op basis van harde belemmeringen, zoals de afstand tot woningen en infrastructuur. De gebieden in de omliggende gemeenten zijn meegenomen om eventuele grensoverschrijdende kansen en effecten mee te kunnen nemen. De locaties die op milieueffecten worden beoordeeld in het planMER zijn gebaseerd op eerdere een geactualiseerde analyse naar harde beperkingen voor windenergie. Een uitgebreide analyse is te vinden in bijlage 2. Op deze wijze zijn vier zoekgebieden geselecteerd (zie figuur S.1): 1. Wijboschbroek langs de Zuid-Willemsvaart/ N279; 2. Rooische heide/Schijndelsche heide ten westen van de Schijndelseweg; 3. Schijndelsche heide ten oosten van de Schijndelseweg; 4. Het Lijnt langs de Zuid-Willemsvaart/N279 (4A en 4B). Voor een aantal milieuaspecten, waaronder het bepalen van de geluidseffecten, is een concrete opstelling van windturbines nodig. Daarom is per zoekgebied een voorbeeldopstelling gemaakt. De zoekgebieden rekening gehouden met de benodigde onderlinge afstand tussen de windturbines en is er gekozen voor een logische opstelling in het landschap (uitgaan van lijnen of clusters).
Het betekent echter niet dat deze opstellingen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden, ze zijn puur illustratief en gebruikt om de meer kwantitatieve milieu-informatie te kunnen verzamelen.
In Figuur S.1 zijn de voorbeeldopstellingen per zoekgebied weergegeven. Voor gebied 4 (Het Lijnt) zijn twee mogelijkheden opgenomen: één waarbij alle windturbines op het grondgebied van de gemeente Meierijstad staan (4A) en één waarbij ook een windturbine in de lijn op grondgebied van de gemeente Laarbeek is gepositioneerd (4B) . Dit laatste is in afstemming met de buurgemeenten gedaan.
1
http://docplayer.nl/105372472-Duurzaamheidsvisie-meierijstad-samen-werken-aan-een-duurzaam-meierijstad-in2050.html 2 Het onderscheid tussen het planMER en het projectMER is in Kader 1.1 (pagina 6) kort toegelicht.
Figuur S.1 Zoekgebieden met voorbeeldopstellingen
Algemene uitkomsten MER In dit planMER zijn vier zoekgebieden (in totaal vijf alternatieven) onderzocht op de geschiktheid voor het realiseren van windenergie. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn een aantal algemene conclusies te trekken en worden per zoekgebied nog enkele specifieke aspecten benoemd. Ook zijn in het planMER de mogelijkheden voor mitigerende maatrelen benoemd; Dit zijn maatregelen die genomen kunnen worden om negatieve effecten te verminderen of te voorkomen. In tabel S1 zijn de effectbeoordelingsscores per alternatief opgenomen voor alle milieuaspecten. Na deze overzichtstabel gaan we in op de verschillende milieuaspecten. Hieronder belichten we eerst nog twee algemene aandachtspunten die voor alle zoekgebieden en alternatieven een rol spelen. Normen geluid, slagschaduw en externe veiligheid De huidige wetgeving op het vlak van geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windturbines is momenteel buiten werking en wordt daarom herzien. Daarvoor wordt op landelijk niveau een planMER doorlopen en zal mede op basis van de uitkomsten van dit planMER een herziening van het Activiteitenbesluit- en regeling plaatsvinden. Dit proces is naar verwachting in 2023 afgerond. Met name op het gebied van geluid is er veel maatschappelijke en politieke discussie over de hoogte van de normen.
De uitkomsten van deze discussie en de nieuwe normen kunnen gevolgen hebben voor de realiseerbaarheid van windenergie binnen de verschillende zoekgebieden. In dit planMER is zoveel
mogelijk rekening gehouden met deze onzekerheid door niet alleen de huidige normstelling als maatstaf te hanteren, maar breed in beeld te brengen welke effecten er optreden binnen de zoekgebieden Radarverstoring Uit het radarverstoringsonderzoek dat is uitgevoerd door TNO blijkt dat geen van de voorbeeldopstellingen in de zoekgebieden momenteel kan voldoen aan de vereiste 90% detectiekans. Dit betekent dat het ministerie van Defensie naar verwachting geen verklaring van geen bedenkingen zal afgeven voor een initiatief. Na overleg met TNO blijkt dat ook in geval andere keuzes qua windturbinetype, lagere hoogte of opstellingsconfiguratie gemaakt worden het niet aannemelijk is dat dan wel voldaan kan worden aan deze eisen. Het gat tussen de benodigde radardetectiekans en de berekende kansen is daarvoor te groot. Voornaamste reden hiervoor is het feit dat alle locaties binnen de (strengste) 500 voet-normhoogtecontour liggen, waarbinnen het aanzienlijk lastiger is om te voldoen aan de norm. Mitigerende maatregelen zouden kunnen bestaan uit het plaatsen van aanvullende steunradars om de dekking te verbeteren, wijziging van de wet- en regelgeving of technische ontwikkelingen aan de radarapparatuur die ervoor zorgen dat de verstoring door windturbines minder problemen oplevert. Deze maatregelen vallen echter buiten de scope en invloedssfeer van de gemeente Meierijstad.
De uitkomsten van het radaronderzoek leiden er daarom op dit moment toe dat in geen van de zoekgebieden windenergie gerealiseerd kan worden. Daarom is in dit planMER ook geen keuze gemaakt voor een voorkeursalternatief. Omdat het probleem met radarverstoring op meer plekken in Nederland belemmeringen oplevert voor windenergie is het mogelijk is dat in de toekomst op landelijk niveau een (technische) oplossing wordt gevonden. Daarom is hieronder wel per zoekgebied een conclusie gegeven en wordt buiten het radarverstoringsvraagstuk geschetst of en onder welke voorwaarden de zoekgebieden geschikt zijn voor de realisatie van windenergie.
Toelichting scoringstabel Onderstaand worden in Tabel S.1 de scores voor de verschillende zoekgebieden uit bovenstaande scoringstabel verder toegelicht. De wat minder of niet onderscheidende milieuaspecten worden kort in algemene zin besproken. Daarnaast worden de relevante milieuaspecten in de volgende paragraaf per zoekgebied nader toegelicht. Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van andere hoofdstukken in het planMER, aangezien daar de effecten worden beschreven en beoordeeld die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. Om te verhinderen dat geluid, slagschaduw en externe veiligheid tweemaal in de alternatievenvergelijking voorkomen, worden deze aspecten niet nogmaals kwantitatief benaderd. Daarom komt dit hoofdstuk niet terug in de scoringstabel. Dat geldt ook voor mogelijke effecten op recreatie en toerisme. Dit is kwalitatief beschreven en niet onderscheidend gemaakt per zoekgebied.
Tabel S.1 Beoordeling alternatieven Zoekgebied Milieuaspect
1
2
3
4A
4B
Elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies
++
+/++
+/++
+/++
+/++
Netaansluiting
--
-
0
--
--
Energieopbrengst en vermeden emissie
Geluid
Zoekgebied Milieuaspect
1
2
3
4A
4B
Aantal gehinderden
--
0/-
-/--
0/-
0/-
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 45 dB of hoger
-
-
-
--
--
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 42 dB Lden 45 dB
--
-
-
-
-
Aantal woningen per windturbine binnen geluidcontour Lden 37 dB Lden 42 dB
--
-
--
-
-
Cumulatie met andere geluidbronnen
-/--
-
--
-/--
0
Aantal woningen met slagschaduw totaal per windturbine
--
-
--
-
0/-
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 0 6 uur per jaar
--
-/--
--
-
-
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren 6 16 uur per jaar
--
-
-/--
--
-
Aantal woningen per windturbine binnen slagschaduwcontouren > 16 uur per jaar
-/--
-
-/--
--
--
Effectbeoordeling Natura 2000
0
0
0
0
0
Effectbeoordeling Soorten
-
-
-
0/-
0/-
Effectbeoordeling Natuur Netwerk Brabant (NNB)
--
0
0/-
0/-
0
Effectbeoordeling gemeentelijke weidevogelgebieden
0
-
0/-
-
0/-
Invloed openheid
--/-
--/-
-
--/-
--/-
Aansluiting op landschappelijke kernkwaliteiten
+/++
0/+
0/+
--/-
--/-
Regelmatigheid
0/-
+
+
0/-
+
Herkenbaarheid van de opstelling en interferentie
0/+
0/-
0/-
+
+
Zichtbaarheid
--/-
-
-
0/-
0/-
Invloed op de visuele rust
--/-
--/-
-
-
-
Verlichting
--/-
-
-
0/-
0/-
Cultuurhistorische waarden
-
-
-
0/-
0/-
Archeologische waarden
-
0
0
-
-
Watersysteem en watergangen
0
0
0
0
0
Hemelwaterafvoer
-
-
-
-
-
Slagschaduw
Natuur
Landschap
Cultuurhistorie en archeologie
Water en bodem
Zoekgebied Milieuaspect
1
2
3
4A
4B
Bodemkwaliteit
0
0
-
0
0
(Beperkt) kwetsbare objecten
0
0
--
0
0
Infrastructuur
0
0
0
0
0
Industrie en risicovolle inrichtingen
0
-
0
-
-
Dijklichamen en Waterkering
-
0
0
-
0
Huidige functie
--
0
-
0
0
Radar
--
--
--
--
--
Straalpaden
-
0
-
0
0
Veiligheid
Ruimtegebruik
Niet onderscheidende aspecten Uit de beoordeling en de tabel blijkt dat meerdere milieuaspecten niet of minder onderscheidend zijn. Effecten op Natura-2000 gebieden zijn voor alle zoekgebieden afwezig gezien deze gebieden niet in de nabijheid van de zoekgebieden te vinden zijn. De windturbines in de voorbeeldopstelling hebben in alle zoekgebieden geen effect op het watersysteem en watergangen. De alternatieven scoren allen negatief op effecten op hemelwaterafvoer, daarmee is het niet onderscheidend. Daarnaast zijn deze effecten goed te mitigeren door het compenseren middels aanvullende waterberging. Qua effecten op infrastructuur scoren alle alternatieven neutraal, er vindt geen wiekoverslag over openbare wegen plaats, omdat hier in de eerste selectie van gebieden al rekening mee gehouden is. De effecten op radarsystemen zijn bovenstaand al toegelicht. Naast milieuaspecten die voor elk alternatief gelijk zijn bestaan er ook milieuaspecten die vanuit de scoringstabel en beoordelingssystematiek onderscheidend zijn, maar in de praktijk uiteindelijk minder onderscheidend zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de afstand tot de netaansluiting. Hoewel een grotere afstand kan betekenen dat er een grotere kans is op milieueffecten, is dit aspect voornamelijk een economisch aandachtspunt.
Op dit moment is er geen netcapaciteit beschikbaar en is het zeer aannemelijk dat het elektriciteitsnet op termijn uitgebreid gaat worden. Waar en hoe deze uitbreiding er precies uit zal zien is nog niet bekend en mede afhankelijk van waar er vraag ontstaat naar transportcapaciteit. Een ander aspect zijn de effecten op cultuurhistorische waarden. Die zijn in de scoretabel groter in zoekgebied 4 (A en B) door de aanwezigheid van enkele monumentale gebouwen. In het kader van geluid moet er echter al ruime afstand tot deze specifieke gebouwen worden gehouden, waardoor een effect op deze monumenten daarmee uitgesloten is. Effecten op archeologische waarden zijn op basis van dit detailniveau onderscheidend, maar onderzoek op specifieke locaties zal uit moeten wijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Veelal is dit echter ook goed te mitigeren. Straalpaden zijn (ruimtelijk) niet beschermd, daarmee wordt de aanwezigheid van straalpaden alleen als ruimtelijk aandachtspunt vermeld.
Toelichting scores per alternatief
Zoekgebied 1 Uit de effectbeoordeling blijkt dat dit gebied op een aantal milieuaspecten slecht scoort. De belangrijkste punten zijn de effecten op leefomgeving, natuur, ruimtegebruik, landschap en waterkeringen. Voor het aspect leefomgeving valt op dat er nog relatief veel woningen in en rond het gebied aanwezig zijn, waardoor op dit aspect negatief gescoord wordt. Afhankelijk van de hoogte van de normstelling voor geluid zal het daardoor lastiger worden windenergie te realiseren. De realisatie van windenergie zal daarnaast leiden tot een substantieel areaalverlies aan NNB gebied en daarmee heeft het alternatief grote effecten op het huidige ruimtegebruik. Ook zijn effecten op aanwezige soorten niet op voorhand uit te sluiten. Landschappelijk gezien scoort de opstelling slechter doordat het niet mogelijk is alle windturbines evenwijdig aan het kanaal te positioneren. Tot slot ligt het zoekgebied parallel aan de Zuid Willemsvaart. Effecten op de waterkering zijn niet op voorhand uit te sluiten, waardoor licht negatief gescoord wordt op dit aspect. Door het aantal windturbines scoort dit alternatief wel het beste op elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies.
Op basis van de effectbeoordeling wordt geconcludeerd dat zoekgebied 1 een aantal substantiële belemmeringen kent voor de realisatie van windenergie en het daarmee voor de hand ligt dit zoekgebied als ongeschikt aan te merken. Zoekgebied 2 Uit de effectbeoordeling blijkt dat dit gebied relatief goed scoort, al zijn er ook in dit gebied enkele aandachtspunten. Er is relatief weinig (woon)bebouwing aanwezig in dit gebied, waardoor de effecten op leefomgeving beter scoren in vergelijking met de andere zoekgebieden. Tegelijkertijd leidt het open landschap ertoe dat bijvoorbeeld voor slagschaduw weinig of geen sprake is van afscherming en de windturbines goed zichtbaar zullen zijn in de omgeving. Er zijn geen belangrijke NNB gebieden aanwezig in dit zoekgebied, al is er wel sprake van gemeentelijk aangewezen weidevogelbeheergebieden. In een vervolgfase is aanvullend (veld)onderzoek nodig om effecten op deze gebieden en betreffende (vogel)soorten nader te beoordelen, al worden gezien de gebiedskenmerken op voorha verwacht die van zodanige omvang zijn dat dit een struikelblok zal zijn voor de realisatie van windenergie. Op basis van de effectbeoordeling wordt geconcludeerd dat zoekgebied 2 geen substantiële belemmeringen kent voor de realisatie van windenergie en het daarmee geschikt is voor de toepassing van windturbines. Behoudens de eerder genoemde beperking i.v.m.
radar (locatie op dit moment niet geschikt) die voor ieder zoekgebied geldt. Zoekgebied 3 Uit de effectbeoordeling blijkt dat dit gebied op een aantal milieuaspecten belemmeringen kent. De belangrijkste punten zijn de effecten op leefomgeving, veiligheid en ruimtegebruik. Er zijn in dit zoekgebied relatief veel gehinderden per windturbine als gevolg van geluid en slagschaduw. Dit komt door de aanwezigheid van verspreid liggende bebouwing. Daarnaast is er potentieel sprake van cumulatie met andere geluidsbronnen door het nabijgelegen industrieterrein aan de noordzijde van het plangebied. Het industrieterrein zorgt er ook voor dat het gebied slechter scoort op veiligheid door de mogelijke aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten, die beperkingen aan de plaatsingsruimte hier opleveren. Verder omvat een deel van het zoekgebied de voormalige stortplaats Vlagheide. Qua effecten op het huidige ruimtegebruik kan de toepassing van een windturbine op deze stortplaats mogelijk conflicteren met de beoogde recreatieve functie van dit gebied. Tot slot ligt er een NNB gebied direct rond de voormalige stortplaats, dat mogelijk invloed ondervindt van de realisatie van een windturbine op deze locatie.
Op basis van de effectbeoordeling wordt geconcludeerd dat zoekgebied 3 enkele substantiële belemmeringen kent voor de realisatie van windenergie. Door de turbineposities anders te kiezen en terug te gaan naar drie in plaats van vier windturbines kunnen deze effecten worden verminderd. Het gebied is daarmee beperkt geschikt voor de toepassing van windturbines. Zoekgebied 4A Uit de effectbeoordeling blijkt dat dit gebied een aantal aandachtspunten kent. Met name op landschappelijke herkenbaarheid van de opstelling wordt negatief gescoord. Ook scoort dit gebied slechter op het aspect geluidbelasting per windturbine. Dit heeft met name te maken met de lintbebouwing aan beide zijden van de windturbines. Hierdoor is er ook een beperktere schuifruimte om effecten te kunnen mitigeren Op basis van de effectbeoordeling wordt geconcludeerd dat binnen zoekgebied 4A het aspect geluid met name een belemmering vormt. Vooral in relatie tot de beperkte schuifruimte door de omliggende bebouwing. Deze effecten zijn deels te mitigeren door de onderste of bovenste windturbine af te laten vallen en te kiezen voor een stil windturbinetype. Daarmee is dit zoekgebied als beperkt geschikt aan te merken. Zoekgebied 4B Dit zoekgebied is als variant op zoekgebied 4A opgenomen.
Bijzonder aan dit zoekgebied in vergelijking met de andere vier is dat deze gemeentegrens overstijgend is en een deel op het grondgebied van de gemeente Laarbeek valt. Om een logische aaneengesloten windturbineopstelling te kunnen realiseren bestaande uit minimaal drie windturbines is ook het grondgebied in de buurgemeente nodig. Dit betekent wel dat er onzekerheid bestaat over de haalbaarheid van een project in dit zoekgebied, omdat mogelijk niet aan de provinciale eisen kan worden voldaan, indien de windturbine in de buurgemeente niet kan worden gerealiseerd. Uit de effectbeoordeling blijkt verder dat dit gebied een aantal aandachtspunten kent. Vanuit het perspectief landschap scoort dit zoekgebied slecht op landschappelijke herkenbaarheid. In het gebied liggen relatief veel verspreid liggende woningen die binnen de L den 45 dB contour van de voorbeeldopstelling vallen. Dit heeft net als in zoekgebied 4A met name te maken met de lintbebouwing aan beide zijden van de windturbineopstelling. Hierdoor is er een beperktere schuifruimte. Tot slot liggen een hoogspanningsverbinding en buisleiding aan de zuidzijde van het zoekgebied. De buisleiding zorgt mogelijk voor beperkingen voor de ruimte voor windturbines in dit deel van het zoekgebied, waardoor dit licht negatief scoort.
Op basis van de effectbeoordeling wordt geconcludeerd dat zoekgebied 4B enkele substantiële belemmeringen kent voor de realisatie van windenergie. Met name de beperkte schuifruimte door de omliggende bebouwing in relatie tot geluidseffecten kan een probleem opleveren. Daarmee is dit zoekgebied als beperkt geschikt aan te merken.
Optimalisatiemogelijkheden per zoekgebied Zoekgebied 1 De voorbeeldopstelling die gehanteerd is voor het inzichtelijk maken van de milieuaspecten bestaat uit zeven windturbines. Een van de mogelijkheden om effecten te verminderen is het reduceren van het aantal windturbines. Daarmee zal de milieubelasting als gevolg van geluid lager worden en zal ook optredend areaalverlies kleiner zijn. Tegelijkertijd zal nog altijd sprake zijn van areaalverlies, ook in het
geval slechts drie windturbines (minimumaantal vanuit provinciale verordening) worden gerealiseerd. Daarnaast levert dit minder duurzame elektriciteit op. Ten aanzien van de mogelijke effecten op de waterkering kunnen de windturbines verder van de waterkering af geplaatst worden. Dit leidt er echter wel toe dat de connectie met de infrastructuur
die vanuit landschappelijk oogpunt positief is
minder
duidelijk is.
Zoekgebied 2 De voorbeeldopstelling die gehanteerd is voor het inzichtelijk maken van de milieuaspecten bestaat uit zes windturbines. Een van de mogelijkheden om effecten te verminderen is het reduceren van het aantal windturbines. Dit levert echter minder duurzame elektriciteit op. Verder is er in dit gebied voldoende schuifruimte aanwezig om tot een optimale opstelling te komen. Door het benutten van schuifruimte kunnen effecten als gevolg van geluid en slagschaduw worden verminderd. Ook zijn maatregelen aan de windturbines (bijv. keuze voor een stille windturbine) een mogelijkheid om effecten op de leefomgeving te verminderen. Zoekgebied 3 De voorbeeldopstelling die gehanteerd is voor het inzichtelijk maken van de milieuaspecten bestaat uit vier windturbines. Een van de mogelijkheden om negatieve effecten te verminderen is het reduceren van het aantal tot drie windturbines. Daarmee zou een van de locaties (op de voormalige stortplaats) af kunnen vallen. Verder is er (beperkte) schuifruimte waardoor de effecten qua externe veiligheid mogelijk gemitigeerd kunnen worden. Ook zijn maatregelen aan de windturbines een mogelijkheid om effecten op de leefomgeving te verminderen. Zoekgebied 4A De schuifruimte binnen dit zoekgebied is beperkt.
Geluidseffecten van dit alternatief zijn deels te mitigeren door de onderste of bovenste windturbine in de voorbeeldopstelling af te laten vallen en te kiezen voor een stil windturbinetype. Ook zijn maatregelen aan de windturbines een mogelijkheid om effecten op de leefomgeving te verminderen. Zoekgebied 4B De schuifruimte binnen dit zoekgebied is eveneens beperkt. Geluidseffecten van dit alternatief zijn deels te mitigeren door de onderste of bovenste windturbine in de voorbeeldopstelling af te laten vallen en te kiezen voor een stil windturbinetype. Ook zijn maatregelen aan de windturbines een mogelijkheid om effecten op de leefomgeving te verminderen.
Vervolg De uitkomsten van dit planMER zullen gebruikt worden voor het opstellen van het afwegingskader duurzame energie. Omdat er op dit moment geen uitvoerbare alternatieven zijn als gevolg van het aspect radarverstoring is geen voorkeursalternatief gekozen. Indien dit knelpunt wordt opgelost kan op basis van dit planMER een keuze worden gemaakt voor locaties voor de verdere realisatie van windenergie in de gemeente Meierijstad.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
2
Beleidskader 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
4
5
6
7
40
Inleiding________________________________________________________________ 40 Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria geluid ________________________________ 40 Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria slagschaduw ___________________________ 45 Referentiesituatie ________________________________________________________ 46 Beoordeling effecten per alternatief __________________________________________ 50 Effecten aanlegfase en netaansluiting ________________________________________ 57 Mitigatie- en optimalisatiemogelijkheden_______________________________________ 58
Gezondheid 7.1
33
Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria______________________________________ 33 Referentiesituatie ________________________________________________________ 36 Beoordeling effecten per alternatief __________________________________________ 36 Effecten aanleg- en eindfase en netaansluiting _________________________________ 36 Cumulatie ______________________________________________________________ 39 Mitigerende maatregelen en optimalisatiemogelijkheden __________________________ 39
Leefomgeving 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
29
Inleiding________________________________________________________________ 29 Beoordelingskader _______________________________________________________ 29
Elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
17
Voornemen _____________________________________________________________ 17 Locatiealternatieven ______________________________________________________ 19 Voorbeeldopstellingen windturbines __________________________________________ 25 Referentiesituatie ________________________________________________________ 27
Werkwijze en aanpak milieubeoordeling 4.1 4.2
9
Mondiaal en Europees beleid ________________________________________________ 9 Rijksbeleid_______________________________________________________________ 9 Provinciaal beleid ________________________________________________________ 11 Regionaal beleid: Regionale energiestrategieën_________________________________ 13 Gemeentelijk beleid ______________________________________________________ 15
Voorgenomen activiteit en alternatieven 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Aanleiding voor dit planMER_________________________________________________ 4 Participatie ______________________________________________________________ 5 Milieueffectrapportage______________________________________________________ 5 M.e.r.-procedure en besluitvorming ___________________________________________ 6 Inspraak en advies ________________________________________________________ 7 Initiatiefnemer en bevoegd gezag _____________________________________________ 7 Leeswijzer _______________________________________________________________ 8
60
Inleiding________________________________________________________________ 60
7.2 7.3 7.4
8
Stand van zaken (wetenschappelijke) studies windturbines en gezondheid ____________ 60 Fysieke aspecten van windturbines en gezondheid ______________________________ 66 Conclusie ______________________________________________________________ 70
Natuur 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
9
Landschap 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7
10
Cultuurhistorie en archeologie
13
122
Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria_____________________________________ 122 Referentiesituatie _______________________________________________________ 125 Beoordeling effecten per alternatief _________________________________________ 126 Effecten aanlegfase en netaansluiting _______________________________________ 129 Mitigerende maatregelen _________________________________________________ 131 Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling ________________________________ 132
Veiligheid 13.1 13.2 13.3 13.4
119
Inleiding_______________________________________________________________ 119 Bespreking onderzoeken en effect op toerisme en recreatie ______________________ 119 Conclusie _____________________________________________________________ 121
Waterhuishouding en bodem 12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 12.6
108
Inleiding_______________________________________________________________ 108 Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria_____________________________________ 108 Beoordelingskader ______________________________________________________ 112 Referentiesituatie _______________________________________________________ 113 Beoordeling effecten per alternatief _________________________________________ 115 Effecten aanlegfase en netaansluiting _______________________________________ 116 Mitigatie- en optimalisatiemogelijkheden______________________________________ 117 Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling ________________________________ 118
Recreatie en toerisme 11.1 11.2 11.3
12
89
Beleid, wetgeving en beoordelingskader ______________________________________ 89 Referentiesituatie ________________________________________________________ 93 Effectbeoordeling ________________________________________________________ 96 Effecten aanlegfase _____________________________________________________ 104 Cumulatie _____________________________________________________________ 104 Mitigerende maatregelen _________________________________________________ 106 Samenvatting effectscores ________________________________________________ 106
10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 10.8
11
71
Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria______________________________________ 71 Referentiesituatie ________________________________________________________ 76 Beschrijving effecten ______________________________________________________ 79 Mitigerende maatregelen en optimalisatie______________________________________ 87 Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling _________________________________ 88
133
Beleid en wetgeving _____________________________________________________ 133 Beoordelingskader ______________________________________________________ 134 Referentiesituatie _______________________________________________________ 138 Effecten alternatieven ____________________________________________________ 139
13.5 13.6 13.7 13.8
14
Ruimtegebruik 14.1 14.2 14.3 14.4 14.5 14.6 14.7 14.8
15
Effecten aanlegfase en netaansluiting _______________________________________ 144 Cumulatie _____________________________________________________________ 144 Mitigerende maatregelen _________________________________________________ 144 Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling ________________________________ 145
Conclusie 15.1 15.2 15.3 15.4 15.5
146
Beleid en wetgeving _____________________________________________________ 146 Bepaling effecten en beoordelingskader ______________________________________ 146 Referentiesituatie _______________________________________________________ 149 Beoordeling effecten per alternatief _________________________________________ 149 Effecten aanlegfase en netaansluiting _______________________________________ 154 Cumulatie _____________________________________________________________ 154 Mitigerende maatregelen en optimalisatiemogelijkheden _________________________ 154 Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling ________________________________ 155
156
Inleiding_______________________________________________________________ 156 Samenvatting milieueffecten en beoordeling __________________________________ 156 Conclusies en aandachtspunten ____________________________________________ 158 Leemten in kennis en informatie ____________________________________________ 162 Evaluatie en monitoring___________________________________________________ 163
Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Analyse zoekgebieden Bijlage 3 Indicatieve opbrengstberekening Bijlage 4 Onderzoek akoestiek en slagschaduw Bijlage 5 Ecologisch onderzoek Bureau Waardenburg Bijlage 6 Externe veiligheidsanalyse Bijlage 7 Radaronderzoek TNO
1 Inleiding 1.1
Aanleiding voor dit planMER De gemeente Meierijstad wil in 2050 CO2-neutraal zijn. Dit is vastgelegd in de duurzaamheidsvisie3. In st van zon en wind in over de duurzame energie opwek binnen de regio en de gemeente. In het genoemde lokale beleidskader is een afwegingskader voor zonne-energie opgenomen, maar voor windenergie is er alleen een globale verkenning naar de technische mogelijkheden gedaan. Door het uitsluiten van de gebieden met een harde belemmering (bijv. geluidscontouren en veiligheidsafstanden) zijn daarbij vier kansrijke gebieden naar
opgesteld. Deze is besproken tijdens de beeldvormende avond op 25 november 2020. Deze routekaart vormt de basis voor het opstellen van het Afwegingskader Windenergie. Om te komen tot een robuust en breed gedragen afwegingskader is het proces conform de routekaart opgedeeld in een drietal fasen (Figuur 1.1). Figuur 1.1 Fasen richting afwegingskader
Fase 1: de aftrap
Fase 2: onderzoek & participatie
Fase 3: afwegingskader
Het laatste onderdeel van fase 3 is daarbij het vaststellen van het afwegingskader door de gemeenteraad. Binnen het onderzoek in fase 2 wordt deze plan-m.e.r. voor windenergie binnen de verschillende kansrijke gebieden opgesteld. Deze zijn bepaald aan de hand van een ruimtelijke analyse. Uiteindelijk leidt het planm.e.r. tot het in beeld brengen van de milieugevolgen van het realiseren van windenergie in de verschillende gebieden. Deze informatie helpt bij het maken van een vergelijking tussen de gebieden en op basis hiervan kan worden uitgesproken of en zo ja welke gebieden wel/niet kunnen worden benut voor windenergie en onder welke randvoorwaarden. De aftrap (fase 1) voor het uitvoeren van onderzoek (fase 2) werd gevormd door het opstellen van de onderzoeksagenda, ofwel de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD). De gemeente Meierijstad heeft vanwege het belang van vroegtijdige participatie ervoor gekozen om naast de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen op de NRD, ook al tijdens het opstellen van de NRD input vanuit planMER. In de volgende paragraaf is dit participatietraject verder uitgewerkt.
3
http://docplayer.nl/105372472-Duurzaamheidsvisie-meierijstad-samen-werken-aan-een-duurzaam-meierijstad-in2050.html
PlanMER windenergie 720180 720180| Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 4
1.2
Participatie Om de belangen en standpunten van inwoners, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en overheden goed mee te nemen is er expliciete aandacht voor participatie en communicatie in de verschillende fasen van het proces. Daarvoor wordt intensief samengewerkt met Awareness, een adviesbureau gespecialiseerd in communicatie over beleid. Zij organiseren de communicatie en de bijeenkomsten in het proces in samenwerking met de gemeente en Pondera. Er is in alle belangrijke tussenstappen ruimte voor inbreng vanuit de verschillende actoren.
Voor het participatietraject zijn een aantal verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Allereerst enkele losse bijeenkomsten rond het opstellen van de NRD en vervolgens in de eerste helft van 2022 de . Die zijn georganiseerd rondom verschillende perspectieven: duurzame energie-opgave/energiemix, landschappelijke inpassing en omwonenden belang/vormgeven lokaal eigendom en participatie. De inbreng uit deze bijeenkomsten is meegenomen in de NRD en wordt ook geadresseerd in dit planMER.
1.3
Milieueffectrapportage Milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld voordat de overheid daar een besluit over neemt. Zo wordt het milieubelang in de besluitvorming meegenomen. De bedoeld. Milieueffectrapportage is een instrument ter ondersteuning van de besluitvorming over een plan of project of in dit geval het afwegingskader. Een m.e.r. is dus geen doel op zich, maar is altijd gekoppeld aan een te nemen besluit. Naast het geven van informatie over milieueffecten, is de functie van een m.e.r. ook het stroomlijnen van verschillende procedures.
M.e.r.-plicht Op grond van nationale en Europese wetgeving is m.e.r. voorgeschreven voor projecten met mogelijk aanzienlijke milieugevolgen. Het doel van de m.e.r. is om te verzekeren dat adequate milieu-informatie beschikbaar is voor de besluitvorming over activiteiten met deze milieugevolgen. In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd voor welke activiteiten een milieueffectrapportage moet worden uitgevoerd en welke inhoudelijk vereisten daarbij horen. Dit is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer. Afwegingskader en m.e.r. In het Besluit milieueffectrapportage zijn windparken opgenomen in onderdeel C (m.e.r.-plicht) en D (m.e.r.-beoordelingsplicht) van de bijlage van het besluit. Het betreft categorie C22.2 (windparken van 20 turbines of meer) en D22.2 (windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer). Op voorhand is niet te verwachten dat er ruimte is in de gemeente om windparken van 20 turbines te realiseren, dus er zal geen sprake zijn van een m.e.r.-plicht voor besluiten voor concrete windparken. Omdat het afwegingskader niet direct een windpark mogelijk maakt (bijvoorbeeld via een bestemmingsplanherziening), maar wel een kader schept voor activiteiten die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn (windparken met een vermogen van 15 MW of meer), wordt een
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 5
plan-m.e.r. doorlopen. De m.e.r.-procedure mondt uit in het milieueffectrapport (MER). Het onderscheid tussen het planMER en het projectMER wordt in Kader 1.1 kort toegelicht. Kader 1.1 PlanMER en projectMER
Het verschil tussen een planMER en een projectMER is de scope en het detailniveau.
PlanMER Een planMER is vereist voor plannen waarin de locatie voor een activiteit met potentieel aanzienlijke milieueffecten, zoals een windpark, wordt aangewezen. Dat is de reden voor een planMER voor Meierijstad. Een andere reden voor een planMER kan zijn als voor deze plannen een zogenaamde Passende beoordeling dient te worden opgesteld, waarin de effecten op een Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht. In dit geval wordt het planMER opgesteld ten behoeve van het afwegingskader. Met het afwegingskader wordt een ruimtelijk besluit genomen over mogelijke locaties en randvoorwaarden voor windturbines in de gemeente Meierijstad. Bij het opstellen van het afwegingskader dient een afweging te worden gemaakt over de effecten van het plan. Deze afweging betreft een breed scala aan effecten, zoals sociale- en economische effecten. In het planMER worden de milieueffecten beschreven, als bijdrage aan de belangenafweging. De effectbeschrijving is globaal en heeft tot doel relevante milieu-informatie te leveren om een afweging te kunnen maken welke van de genoemde locaties binnen de gemeente Meierijstad geschikt zijn voor windturbines en welke voorwaarden daarbij horen.
ProjectMER Een projectMER is vereist voor besluiten over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Dit betreft bijvoorbeeld het besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een concreet windpark. Het projectMER heeft betrekking op de milieueffecten van de concrete uitwerking van het plan. Voor een windpark betreft een concrete uitwerking het bepalen van de posities van de windturbines. De effecten van een dergelijke opstelling en van opstellingsvarianten worden door middel van onderzoek in detail bepaald en afgezet tegen de geldende milieueisen, waarbij beoordeeld wordt of aan deze eisen kan worden voldaan. Een gedetailleerd projectMER volgt in principe op een globalere planMER. Voorliggende document betreft een planMER. Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat indien een locatie als geschikt en gewenst wordt aangemerkt door de gemeenteraad op basis van onder andere het planMER, er nog onderzoek nodig is over concrete windparkopstellingen en turbine-afmetingen. Het planMER is dus vooral bedoeld om een eerste locatie-afweging te kunnen maken. Het detailniveau sluit daar ook op aan.
1.4
M.e.r.-procedure en besluitvorming Een m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende onderdelen, waarvan het milieueffectrapport (MER) het belangrijkste is. Voor plannen, zoals een afwegingskader, geldt een uitgebreide m.e.r.-procedure. In PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 6
Figuur 1.2 zijn de hiermee verbonden procedurestappen in de juiste volgorde vermeld. De stappen tot en met de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) zijn inmiddels afgerond. De actuele stap in de m.e.r.-procedure betreft nu het opstellen van het MER. Figuur 1.2 Hoofdlijnen m.e.r.-procedure
Procedure
Afwegingskader
milieueffectrapportage Concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau
Raadpleging en zienswijzen
Definitieve Notitie Reikwijdte & Detailniveau
Opstellen milieueffectrapport
Opstellen ontwerp afwegingskader
Openbaar maken, advies Commissie m.e.r. & zienswijzen
Bekendmaking ontwerp afwegingskader
Vaststellen afwegingskader door gemeenteraad
De inhoudelijke vereisten aan een m.e.r. zijn vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Dat houdt samengevat in dat een milieueffectrapport wordt opgesteld om de (mogelijke) effecten van het windpark op de leefomgeving, natuur en landschap van het omliggende gebied voor de afweging daarvan bij besluitvorming in beeld te brengen.
1.5
Inspraak en advies De publicatie van het voorliggende planMER is bedoeld om eenieder te informeren over de uitkomsten van het milieuonderzoek en de procedures. Eenieder kan inspreken en zienswijzen kenbaar maken. Zie voor de inspraaktermijn en de andere relevante informatie de openbare kennisgeving bij dit planMER. De Commissie voor de m.e.r. zal een advies geven over het planMER. Dit advies wordt betrokken bij de definitieve besluitvorming rond het afwegingskader.
1.6
Initiatiefnemer en bevoegd gezag Initiatiefnemer plan Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad is initiatiefnemer van het afwegingskader. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van het planMER.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 7
Tabel 1.1 Contactgegevens initiatiefnemer Bevoegd gezag
College van B&W Gemeente Meierijstad
Contactpersoon
Dhr. R. Wouters
Postadres
Postbus 10001, 5460 DA Veghel
Bezoekadres
Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel
E-mailadres
duurzaam@meierijstad.nl
Bevoegd gezag De gemeenteraad van Meierijstad is bevoegd gezag voor het afwegingskader en het planMER. Het planMER is een bijlage bij het afwegingskader. Tabel 1.2 Contactgegevens bevoegd gezag
1.7
Bevoegd gezag
Gemeenteraad van Meierijstad
Postadres
Postbus 10001, 5460 DA Veghel
Bezoekadres
Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel
E-mailadres
info@meierijstad.nl
Leeswijzer Dit planMER bestaat uit 15 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 het beleidskader en wordt de nut en noodzaak van windenergie beschreven. Hoofdstuk 3 geeft de achtergrond van het voornemen en de keuze voor de te onderscheiden alternatieven voor windenergiegebieden. Hoofdstuk 4 geeft aan hoe effecten van de alternatieven in beeld worden gebracht. Hoofdstukken 5 tot en met 14 beschrijven per milieuaspect de effecten die optreden. In het concluderende hoofdstuk 15 worden de alternatieven met elkaar vergeleken en wordt afgesloten sluit af met het benoemen van leemten in kennis en evaluatie en monitoring van milieueffecten.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 8
2 Beleidskader Dit hoofdstuk geeft het beleid weer voor windenergie van Europa, het Rijk, de provincies Noord-Brabant en de gemeente Meierijstad, waarvoor het afwegingskader wordt ontwikkeld. Het beleidskader is relevant omdat dit de achtergrond schetst van het windenergiebeleid in Nederland en kaders bevat voor de concrete ruimtelijke ontwikkeling van windenergie in de zoekgebieden.
2.1
Mondiaal en Europees beleid In december 2015 zijn op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook medeondertekend. Voor nu is de Europese ambitie gebaseerd op een politieke overeenstemming 4 waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. De uitstoot van broeikasgassen dient in 2030 met ten minste 55% te zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau van 19905. Dat doel was eerder op 49% gesteld.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1
Klimaatwet In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) is in april 2020 gepubliceerd6.
2.2.2
Klimaatplan 2021-2030 De inhoud van het klimaatplan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het klimaatakkoord. Dit bevat maatregelen om tot het reductiedoel van 49% in 2030 te komen. Daarnaast bevat het klimaatplan beleid dat volgt uit Europese verplichtingen en ander lopend beleid.
4
Energy topics European Commision, Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewableenergyCommissie (14 april 2021). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-184155_en.htm 5 Fit for 55: https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/green-deal/fit-for-55-the-eu-plan-for-a-green-transition/ 6 Klimaat, april 2020. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2020/04/24/klimaatplan-2021-2030 PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 9
De volgende beleidslijnen worden ingezet binnen de sector elektriciteit: het stimuleren van wind op zee (WOZ) tot 49 TWh in 2030; het stimuleren van hernieuwbare energie op land (HOL) tot 35 TWh in 2030; het stimuleren van kleinschalige hernieuwbare productie tot circa 10 TWh in 2030; het waarborgen van leveringszekerheid; investeren in voldoende elektriciteits-infrastructuur.
2.2.3
Klimaat- en Energieverkenning 2020 Volgens de tweede Klimaat en Energieverkenning7 (KEV) zijn er forse extra doelstellingen nodig om de nationale doelstelling van 49% op broeikasgasuitstoot voor 2030 te halen. Dat betekent een gemiddelde reductie van zes megaton per jaar. Uit de KEV-raming blijkt dat in 2020 ongeveer de helft (drie megaton) per jaar wordt gereduceerd. Dat betekent dat er een behoorlijke opgave rest. Met het aanscherpen van de Europese doelen (Fit for 55) is de reductiedoelstelling voor Nederland ook aangescherpt 8. Dit betekent voor Nederland een extra reductieverplichting in 2030 van ongeveer 15 megaton in de gebouwde omgeving, de mobiliteit, de landbouw en de lichte industrie, een doel voor groen waterstofgebruik en doelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie. Ontwikkeling verbruikssaldo windenergie Het aandeel hernieuwbare energie uit wind in Nederland is van 7,3 PJ in 2005 gestegen tot 38,8 PJ in 20199. De prognose voor 2025 en 2030 zijn respectievelijk een ambitie van 160,6 en 233,1 PJ. Dat geeft getalsmatig een beeld van de enorme uitdaging om te voldoen aan de gestelde doelen.
2.2.4
Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer.
Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken.
7
https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020-klimaat-en-energieverkenning2020-3995.pdf 8 https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/green-deal/fit-for-55-the-eu-plan-for-a-green-transition/ 9 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/22/verbruik-hernieuwbare-energie-met-16-procent-gegroeid PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 10
Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is daarom het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Ook wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Tabel 2.1 Invulling ambities uit het Klimaatakkoord 49% basispakket
55%
Wind op zee
49 TWh
120 TWh
Hernieuwbaar op land (>15 kW)
35 TWh
Overige hernieuwbare opties (incl. CO2 vrij regelbaar vermogen)
PM
Totaal
84 TWh
Voor hernieuwbaar op land (35 TWh) wordt vooral gekeken naar wind op land en zonne-energie. Omdat dit bewezen technieken zijn met technische en economische haalbaarheid. Om deze opwekcapaciteit te engewerkt aan een regionale energiestrategie (RES). In deze RES wordt opgenomen waar en op welke manier deze opwekcapaciteit moet worden gerealiseerd. Windenergie is hierbij een van de belangrijkste opties. Ook in Noord-Brabant is windenergie nodig om de opgave in te vullen. Zoals eerder vermeld is in Europees verband is op 27 juni 2022 een reductie van minimaal 55 procent in 2030 afgesproken. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de verhoging van de Nederlandse ambitie. Daar zal door het nieuwe kabinet een beslissing over gemaakt moeten worden. Dat zou leiden tot een opgave van 120 TWh hernieuwbare energie.
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Provincie Noord Brabant Omgevingsvisie 2018 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld.10 Met de Omgevingsvisie streeft de provincie Noord-Brabant naar een energieneutrale samenleving in 2050 en tenminste 50% duurzame energieopwekking in 2030 binnen de eigen provincie. Om een energieneutrale samenleving te bereiken zet de provincie fors in op het besparen van energie
10
https://www.omgevingswetinbrabant.nl/media/1518/omgevingsvisie_definitief.pdf PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 11
de provincie wordt een strategie uitgezet om de provinciale doelen te bereiken in een zorgvuldig regionaal proces, gericht op het integraal ontwerpen en ontwikkelen van een moderne energievoorziening van de ingezet op een mix van bronnen, waarbij zonne- en windenergie op dit moment de belangrijkste pijlers zijn. Voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en windprojecten, binnen de gestelde ruimtelijke spelregels. Draagvlak en sociale randvoorwaarden zijn daarbij belangrijk.
Omgevingsverordening Noord-Brabant Met het ingaan van de Omgevingswet moeten de provincies naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening (OV) hebben. In de laatstgenoemde staan alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Omdat de het ingaan van de Omgevingswet is uitgesteld geldt er tot die tijd een interim omgevingsverordening (IOV). Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Onderstaand artikel (4.51) geeft een overzicht van de instructieregels voor windturbines in landelijk gebied.
Lid 1 Een omgevingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan de ontwikkeling van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, mogelijk maken als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a)
de windturbines passen in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel
b)
het betreft een geclusterde opstelling van minimaal drie windturbines;
4.13; c)
de ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde waaronder de
d)
mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; de ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving;
e)
is geborgd dat mitigerende maatregelen worden getroffen gericht op het voorkomen van faunaslachtoffers met een jaarlijkse rapportageverplichting aan het gemeentebestuur over de effectiviteit van de getroffen maatregelen;
f)
is geborgd dat de windturbines en de daarbij horende voorzieningen tijdelijk, voor
g)
ten hoogste 25 jaar, worden toegelaten; juridisch en financieel is geborgd dat de windturbines en de daarbij behorende voorzieningen na het verstrijken van de termijn worden verwijderd.
Lid 2 Een omgevingsplan kan de windturbines, bedoeld in het eerste en tweede lid, ook mogelijk maken buiten bestaand ruimtebeslag In de paragraaf natuur (2.4.2) zijn aanvullende artikelen over windmolens in Natuur Netwerk Brabant te vinden.
PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 12
Energieagenda 2019-2030 Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is ook de nieuwe Energieagenda 2019-2030 door Provinciale Staten vastgesteld.11 Deze energieagenda is een nadere uitwerking van het energiebeleid van de provincie Noord-Brabant, dat op hoofdlijnen al in de Omgevingsvisie is benoemd. De strategische hoofdlijnen van het nieuwe energiebeleid zijn het mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie, selectief en slim stimuleren van koplopers en slim integraal combineren. Bij de uitvoering van de agenda pakt de provincie een regisserende en verbindende rol en sluit zij aan bij de verschillende klimaattafels uit het Energieakkoord. Voor wat betreft elektriciteitsopwekking zijn concrete doelen benoemd in de energieagenda. In 2030 wil de provincie 88 PJ opwekken uit zonne- en windenergie.12
2.4
Regionaal beleid: Regionale energiestrategieën
2.4.1
Regionale energiestrategie Noordoost Brabant (RES NOB) In de RES 1.0 voor Noordoost Brabant (NOB), waar Meierijstad onder valt, is de opgave tot 2030 opgebouwd in twee verschillende delen: 5. het hernieuwbaar opwekken van een deel van het huidige elektriciteitsverbruik, op weg naar 100% hernieuwbaar in 2050. Dit is circa 3,6 PJ (1 TWh), en; 6. het hernieuwbaar opwekken van de extra 2,2 PJ (0,6 TWh) elektriciteitsvraag. Het deel elektriciteit dat al hernieuwbaar wordt opgewerkt mag hiervan afgetrokken worden. Dat betekent dat de Regio NOB in 2030 5,9PJ (1,6 TWh) hernieuwbare elektriciteit gaat bijdragen. Dat is 4,6% van de doelstelling van 35 TWh zoals genoemd in het Klimaatakkoord. In de bijdrage van 1,6 TWh is daarbij uitgegaan van: 0,4 TWh zogenaamde pijplijnprojecten. Het gaat dan om projecten die zijn vergund, waarvoor subsidie is verleend of die zijn opgenomen in vastgesteld beleid. 0,4 TWh te realiseren grootschalig zon-op-dak (140.400 woningdaken). 0,7 TWh te realiseren wind en zon-op-veld (48 windmolens of 794 ha aan zonnevelden). 0,1 TWh reeds gerealiseerd. De zoekgebieden voor windenergie zoals opgenomen in de RES 1.0 zijn te vinden in Figuur 2.1.
11
Energieagenda 2019-2030, provincie Noord-Brabant, 14 april 2021. Geraadpleegd van: https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=1014356 12 http://www.waarstaatjeprovincie.nl/Paginas/Milieu/Duurzame%20Energie.aspx PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 13
Figuur 2.1 Zoekgebieden windenergie RES 1.0
Handreikingen In het kader van de RES 1.0 zijn een tweetal handreikingen opgesteld. Deze kunnen gemeentes helpen bij het maken van keuzes. Dat gaat zoekgebieden. Daarin zijn vijf pijlers opgenomen: potentie, landschap, maatschappelijke kosten & baten, koppelkansen en maatschappelijke acceptatie. Voor landschap is daarnaast een afzonderlijk afwegingskader opgesteld. De tweede geeft handvatten aan het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Beide handreikingen zijn bijgesloten als bijlage bij de RES NOB 1.0. Kader 2.1 Rapport Groene Rekenkamer13
In de participatie tijdens NRD-fase is gewezen op de QuickScan RES Noordoost Brabant van de Groene Rekenkamer. In dit document wordt onder andere benoemd dat de concrete milieueffecten niet in kaart zijn gebracht. Er is inderdaad nog geen planMER uitgevoerd voor deze RES regio. Voor de gemeente Meierijstad worden deze in de vorm van dit planMER echter wel in kaart gebracht. Ook is het waarschijnlijk dat voor de RES NOB ook nog een plan-m.e.r. doorlopen gaat worden.
13
https://www.regionale-energiestrategie.nl/leefomgeving/planmerplicht/default.aspx PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 14
2.5
Gemeentelijk beleid
2.5.1
Meierijstad Duurzaamheidsvisie In de Duurzaamheidsvisie is vastgelegd dat de gemeente Meierijstad in 2050 CO2-neutraal wil zijn, door een combinatie van energiebesparing, duurzame energieopwekking en compensatie van de CO2-uitstoot. Voor de kortere termijn (2025) heeft de gemeente de ambitie om 20% van het totale energieverbruik in Meierijstad duurzaam op te wekken.
In 2019 heeft de gemeente een beleidskader opgesteld voor zon en wind. Voor zonneparken bevat het rapport een concreet afwegingskader. Voor wind beperkt het zich tot een globale verkenning naar kansrijke gebieden. Deze zoekgebieden zijn naar voren gekomen door het uitsluiten van de harde belemmeringen. De zoekgebieden in Figuur 3.5 zijn op eenzelfde manier bepaald. Energievraag In het beleidskader is een verwachte energiebehoefte van 5.751 TJ voor 2050 opgenomen. Hiervan is 2.707 TJ benodigd voor elektriciteit. Onderdeel van het onderzoek in relatie tot het afwegingskader is een update van deze energiecijfers. Dit is opgenomen in een afzonderlijke rapportage. Windenergie In het document wordt een onderscheid gemaakt tussen windturbines voor eigen gebruik en windparken. In het eerste geval gaat het om kleine turbines met een tiphoogte tussen de drie en 25 meter en een relatief laag vermogen. In het geval van windparken gaat het om drie tot tien turbines met een vermogen van minimaal 3 MW (tiphoogte vaak hoger dan 100 meter) elk. Voor de toepassing van windturbines geldt dat zij moeten passen bij de maat en schaal van het onderliggende landschap. Bij het bepalen van kansrijke gebieden is daarom gekeken naar de samenhang met grootschalige landschappelijke eenheden.
In Meierijstad worden daarbij de volgende typen onderscheiden: intensieve functies, zoals bedrijventerreinen en grote infrastructurele werken; open productielandschappen.
Omgevingsvisie De gemeente Meierijstad heeft nog geen afdoende ruimtelijk of omgevingskader voor (grootschalige) opwekking van windenergie. De oude structuurvisies van de voormalige gemeenten Schijndel, SintOedenrode en Veghel voorzagen nog niet in dit aspect van klimaatmitigatie en energietransitie. De vingsvisie nog in voorbereiding. December 2020 presenteerde het college van burgemeester en wethouders een voorontwerp van de omgevingsvisie, nog bedoeld als praatstuk. In dat concept zijn de ambities van de
voorontwerp van de omgevingsvisie terecht gekomen in tekstdeel 6.4.2. Daar zijn dus geen nieuwe potentiële gebieden of extra randvoorwaarden toegevoegd aan het kort daarvoor ontwikkelde beleid. Wel maakt dit concept meteen duidelijk dat er voor de zoekgebieden ook andere ambities gelden die mogelijk ruimtelijk conflicteren. Het Wijboschbroek is een natte natuurparel en er wordt met de omgevingsvisie aangestuurd op natuurontwikkeling en extensieve recreatie daar en op de Molenheide. Het Lijnt kent PlanMER windenergie 720180 | Afwegingskader duurzame energie | V2.0 | 2-9-2022 Pagina 15