Bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 herziening Langstraat 14a (regels en toelichting)
Tekst van het document
Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Om een goede bestemmingsregeling op te nemen dient bepaald te worden waar archeologische waarden in de bodem worden verwacht. Dit gebeurt op basis van een archeologische verwachtingswaardenkaart. De gemeente Schijndel heeft door de milieudienst van het SRE (Samenwerkingsverband Regio Eindhoven) in januari 2013 een archeologische verwachtingswaardenkaart (AWK) laten opstellen. Op de AWK zijn 9 verschillende soorten gebieden onderscheiden. Er zijn in de gemeente Schijndel 7 categorieën van gebieden met archeologische waarden, variërend van archeologische monumenten tot gebieden met een lage archeologische waarden.
41
De bovengenoemde archeologische verwachtingswaarden zijn omgezet in de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 1 tot en met Waarde – Archeologie 6. In het bestemmingsplan zijn de archeologische waarden beschermd via een ‘omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden’ (voorheen aanlegvergunning), die is gekoppeld aan de dubbelbestemming. De systematiek van het archeologie beleid bepaalt dat er in gebieden met een hoge waarde eerder sprake is van een onderzoeksplicht dan in gebieden met een lage waarde. De diepte en oppervlakte van de verstoring, in combinatie met de waarde van de gronden, bepalen of er al dan niet sprake is van een onderzoeksplicht. Voor esdekken geldt dat er pas een onderzoeksplicht geldt bij diepere bodemingrepen, omdat deze hoger in het landschap liggen dan de overige gronden. Voor mogelijk verstoorde gronden geldt dat, bij archeologisch vooronderzoek, eerst de mate van verstoring door middel van een verkennend booronderzoek te worden vastgesteld.
4.2.1.2 Onderzoek In het plangebied komen de bestemming Waarde-Archeologie 4 voor. Voor deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een diepte van meer dan 0,3 m. Deze dubbelbestemming is niet van toepassing ter plaatse van de units. Er wordt een kleine uitbreiding ter vervanging van de bestaande units mogelijk gemaakt met voorliggend plan. De verstoringsoppervlakte is minder dan 500m2. Een archeologisch onderzoek hoeft niet te worden uitgevoerd. De archeologische dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 zijn overgenomen in de regels en verbeelding van voorliggende plan.
4.2.1.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2.2 Cultuurhistorie 4.2.2.1 Wettelijk kader Modernisering Monumentenzorg (2009) De modernisering van de monumentenzorg (MOMO) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in een bestemmingsplan aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient
42
de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het wijzigingsplan. Erfgoedwet (2016) De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Erfgoedwet. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Erfgoedverordening In september 2010 heeft de gemeenteraad van Schijndel de Erfgoedverordening Schijndel 2010 vastgesteld. In deze verordening wordt het begrip gemeentelijk monument beschreven als een overeenkomstig de verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen:
zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak. Ingevolge de verordening is het verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Daarnaast is het verboden zonder vergunning van het college een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze dat het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht.
4.2.2.2 Onderzoek Binnen het plangebied komen geen gemeentelijke monumenten voor. Het gemeentelijke erfgoedbeleid heeft daarom geen directe relatie met het bestemmingplan.
4.2.2.3 Conclusie Omdat het plan geen bebouwing of sloop omvat vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.3
Flora en fauna
4.3.1
Wettelijk kader Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vormt het belangrijkste juridische kader voor natuurbescherming en regelt de bescherming van flora en fauna, 43
gebieden en bossen. Ook geeft de wet invulling aan de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn via de aanwijzing van Natura 2000-gebieden. In de nieuwe Wet Natuurbescherming zijn drie bestaande wetten samengevoegd, te weten de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet.
Gebiedsbescherming Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient te worden onderzocht of het plangebied in of bij een speciale beschermingszone (sbz) als bedoeld in de Wet Natuurbescherming ligt. Hierbij wordt uitvoering gegeven aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten mogen niet worden aangetast. Er is nagegaan of het plangebied zich in, of in directe omgeving van, beschermd natuurgebied bevindt.
Soortbescherming Een ander doel van de Wet Natuurbescherming is het in stand houden van in het wild voorkomende plant- en diersoorten. Beschermde diersoorten zijn onder andere bijna alle zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen die van nature in het wild in Nederland voorkomen. De bescherming wordt geregeld op drie manieren. Ten eerste via het verbieden van handelingen die de instandhouding van soorten direct in gevaar kunnen brengen. Ten tweede kunnen kleine objecten (bijv. grot, fort) of terreinen worden aangewezen als beschermd gebied als het gebied van groot belang is voor het voortbestaan van een soort. En ten derde moet voor ingrepen, waarbij soorten of objecten zijn betrokken die vallen onder de Wet Natuurbescherming, een ontheffing worden aangevraagd.
Bescherming houtopstanden De oude Boswet kende twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Wie (een deel van) een houtopstand velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Dit instrumentarium blijft behouden. Provincies gaan bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. 4.3.2
Planspecifiek Er is een ecologische verbindingszone in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Hierom is een quickscan uitgevoerd (zie Bijlage 2). Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord.
44
De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie aan de Langstraat 14a te Schijndel weinig mogelijkheden biedt voor beschermde soorten om verblijfplaatsen- en of foerageermogelijkheden te vinden. Door deze herontwikkeling ontstaan er mogelijkheden om verblijfplaatsen voor gebouw bewonende soorten aan te bieden, zoals vleermuizen en huismussen. De planlocatie bevindt zich op geringe afstand van gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland. De voorgenomen activiteiten zijn echter van een zodanige aard en altijd op minimaal 30 meter afstand van het NNN gebied zodat er waarschijnlijk geen deel van het NNN gebied wordt aangetast. Negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Met een Aerius berekening wordt dit gestaafd (zie Bijlage 3). 4.3.3
Conclusie Er zijn geen nadelige effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna te verwachten.
4.4
Water en riolering
4.4.1
Water Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), vormt het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving in het bestemmingsplan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze paragraaf gaat daar nader op in. Het plangebied ligt volledig binnen het werkgebied van waterschap De Dommel.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. 45
Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het wateren bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Func es passen zich aan het bodem- en watersysteem aan Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.
Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij:
46
van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal dal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.
van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is.
Verordening Fysieke leefomgeving Meierijstad (1 juli 2021) De regels over de fysieke leefomgeving die verspreid staan over diverse verordeningen worden als tussenstap naar het omgevingsplan gebundeld in één Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (hierna: VFL). De regels uit deze verordening worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (gefaseerd) verwerkt in het omgevingsplan. Hoofdbestanddeel van deze verordening zijn dus bestaande bepalingen die -geheel of deels- worden overgeheveld vanuit andere verordeningen zoals de APV, Bouwverordening, en Erfgoedverordening. Uitzondering op dit uitgangspunt is het hoofdstuk over hemel- en grondwaterafvoer. Een regeling over de afvoer van hemelwater en grondwater is niet eerder vastgesteld. Deze nieuwe regeling in hoofdstuk 6 van de verordening volgt uit de ambitie opgenomen in de omgevingsvisie en sluit aan bij de beleidsuitgangspunten van het VGRP.
47
Op basis van artikel 6.4 is het verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: a) de te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m2 verhard oppervlak) te kunnen verwerken; b) voor het oppervlak aan groen dak (in m2) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist; c) de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden; d) bij elke ac viteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen. 4.4.2
Onderzoek Onderstaand zijn de consequenties van de herontwikkeling vanuit het aspect water beschreven.
Bestaande situatie Het plangebied is in de bestaande situatie grotendeels onverhard. Aan de zuidkant van het plangebied ligt een a-watergang met bijbehorende beschermingszone. De beschermingszone wisselt in breedte ter hoogte van het plangebied. Het plan behelst geen wijzigingen in of bij de beschermingszone en ook de parkeerplaats blijft hetzelfde.
48
Nieuwe situatie Ter vervanging van de bestaande (tijdelijk vergunde) units met een oppervlakte van 252 m2 wordt een bouwvlak met een oppervlakte van 270m2 toegevoegd in het bestemmingsplan. De voorgestane ontwikkeling van het plangebied heeft een toename van het verhard oppervlak van 270 m2 tot gevolg.
Afvalwater Het afvalwater wordt geloosd op de bestaande riolering.
Hemelwater Het uitgangspunt is dat hemelwater van het verhard oppervlak voor 100% gescheiden wordt afgevoerd. Het waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Hemelwater van terreinverhardingen stroomt bij voorkeur niet direct af op het oppervlaktewater, maar wordt eerst voorgezuiverd door 49
een berm wadi of bodempassage. Het hemelwater mag niet aangesloten worden op het bestaand rioolstelsel omdat dit een drukriool systeem is. Compensatie is op basis van het huidige waterschapsbeleid niet aan de orde omdat deze onder grens van 500 m2 valt, die door het waterschap De Dommel per 27 maart 2021 wordt gehanteerd. Aan de plicht op grond van artikel 6.4 van de Verordening Fysieke leefomgeving Meierijstad tot verwerking van hemelwater op eigen terrein bij een toename van verhard oppervlak zal bij de vergunningverlening invulling worden gegeven.
Conclusie De waterparagraaf is in het kader van het wettelijk vooroverleg ter goedkeuring aangeboden aan het waterschap De Dommel en aan waterschap Aa en Maas. De opmerkingen zijn verwerkt in bovenstaande waterparagraaf. Aan de plilcht op grond van artikel 6.4 van de Verordening Fysieke leefomgeving Meierijstad tot verwerking van hemelwater op eigen terrein zal bij de vergunningverlening invlulling worden gegeven.
4.5
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf wordt nog ingegaan op de aspecten parkeren, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een kinderopvang en functiewijziging van gronden met de bestemming Maatschappelijk - 1 naar Wonen (voor gebruik als tuin bij de woning) mogelijk. Dit levert een nauwelijks andere parkeer- en verkeerssituatie op.
4.5.1 Onderzoek 4.5.1.1 Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte hanteert de gemeente parkeernormen. Het aantal parkeerplaatsen dat op basis daarvan nodig is voor het project, moet op eigen terrein worden gerealiseerd. De stedelijkheidsgraad voor Schijndel is bepaald op 'matig stedelijk'. Voor het bepalen van de parkeernorm is ook de ligging van de locatie van belang. Het CROW maakt voor de parkeernormen onderscheid in 'centrum', 'schil/overloopgebied', 'rest bebouwde kom' en 'buitengebied'. Voor de locatie kan de zone 'rest bebouwde kom' worden aangehouden. De te hanteren norm voor Kinderdagverblijf (creche/peuterspeelzaal/bso) bedraagt op grond van het parkeerbeleid 1,5 (rest bebouwde kom) per100 m2 bvo. Deze norm is exclusief Kiss & Ride en halen en brengen. Rekentool halen en brengen 50
Groepen 1 t/m 3: aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 + Groepen 4 t/m 8: aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 + kinderdagverblijf: aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,75 = totaal aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen.
Het percentage leerlingen (kinderen) dat wordt gebracht en gehaald ligt op maximaal 60%. Dit is onder andere afhankelijk van: stedelijkheidsgraad (gebied om de locatie), stedelijke zone (waar de school ligt), gemiddelde afstand naar school. Gemiddeld ligt het percentage op: · groepen 1 t/m 3: 36%; · groepen 4 t/m 8: 13,5 %; · kinderdagverblijf: 50%. Berekening op basis van het parkeerbeeid De te hanteren norm voor Kinderdagverblijf (creche/peuterspeelzaal/bso) bedraagt op grond van het parkeerbeleid 1,5 (rest bebouwde kom) per 100 m2. Met een bvo van in totaal 745 m2 (geen verdiepingsvloer in gebruik) bedraagt de parkeerbehoefte dan 11,175 parkeerplaatsen (exclusief halen en brengen) Voor het halen en brengen zijn de volgende ervaringscijfers van belang. Vanwege de huidige Covid-situatie zijn de cijfers van 2019 representatiever dan die van 2020.
Aantal kinderen gemiddeld per week mei 2019 Totaal kinderen
129
89
maandag Kinderdagverblijf Groen (9) Wit (9) Blauw (11) Geel (11) Rood (11) Oranje (16) Paars (16) SUBTOTAAL
51
7 9 6 7 7 5 7 48
Naschoolse Opvang groep 1 (10) groep 2 (10) groep 3 (10) groep 4 (10) groep 5 (10) groep 6 (10)
12 6 3 4 11 0
SUBTOTAAL
36
dinsdag Kinderdagverblijf Groen (9) Wit (9) Blauw (11) Geel (11) Rood (11) Oranje (16) Paars (16) SUBTOTAAL
9 8 7 11 7 8 16 66
Naschoolse Opvang groep 1 (10) groep 2 (10) groep 3 (10) groep 4 (10) groep 5 (10) groep 6 (10)
9 12 4 3 12 0
SUBTOTAAL
40
Naschoolse Opvang groep 1 (10) groep 2 (10) groep 3 (10) groep 4 (10) groep 5 (10) groep 6 (10)
2 0 1 1 7 0
SUBTOTAAL
11
Naschoolse Opvang groep 1 (10) groep 2 (10) groep 3 (10) groep 4 (10) groep 5 (10) groep 6 (10)
16 9 6 0 6 0
SUBTOTAAL
37
Naschoolse Opvang groep 1 (10) groep 2 (10) groep 3 (10) groep 4 (10) groep 5 (10) groep 6 (10)
2 3 4 0 3 0
SUBTOTAAL
12
GROOTTOTAAL Dagen Gemiddeld
136 5 27
woensdag Kinderdagverblijf Groen (9) Wit (9) Blauw (11) Geel (11) Rood (11) Oranje (16) Paars (16) SUBTOTAAL
5 8 1 12 8 8 4 46
donderdag Kinderdagverblijf Groen (9) Wit (9) Blauw (11) Geel (11) Rood (11) Oranje (16) Paars (16) SUBTOTAAL
4 7 7 12 7 8 12 57
vrijdag Kinderdagverblijf Groen (9) Wit (9) Blauw (11) Geel (11) Rood (11) Oranje (16) Paars (16) SUBTOTAAL
2 6 5 6 3 1 7 30
GROOTTOTAAL Dagen Gemiddeld
247 5 49
52
Broertjes/zusjes 40%
60%
Vervoersbewegingen
30
Broertjes/zusjes 50%
50% 14
Met een maximum aantal van 106 leerlingen en uitgaande van 60% dat wordt gehaald en gebracht, bedraagt het totaal aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen 106 x 0,6 x 0,25 x 0,75 = 12 parkeerplaatsen.
Bij gescheiden aanvangs- en eindtijd van groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd. Dit is echter niet van toepassing. Het totaal aantal parkeervoorzieningen bedraagt volgens het beleid 11,175 + 12 = 24 parkeerplaatsen.
Berekening voor halen en brengen op basis van ervaringscijfers: Voor het parkeren is het ophalen tussen 16.30u en 18.00u maatgevend. De ouders zullen standaard slechts korte tijd geparkeerd staan. Een half uur is lang. Er komen in die 1,5u volgens bovenstaande berekening op de drukste dag (0,6x66)+(0,5x40)= 60 auto's Met een zekere spreiding over deze 1,5u en een parkeerduur van maximaal 0,5u is een parkeervoorziening van zo'n (0,33x60) = 20 parkeervoorzieningen voor ouders voldoende. Daarnaast moeten de voertuigen van eigen personeel worden geparkeerd. Dat gaat in de praktijk om gemiddeld 2,9 taxibus en 1 auto. Het totaal aantal parkeervoorzieningen bedraagt volgens de ervaringscijfers dan ook 20 + 4 = 24 parkeerplaatsen. Dit aantal parkeerplaatsen is in de bestaande situatie beschikbaar. Zie hiervoor onderstaande afbeelding.
53
Parkeerplaatsen nieuwe situatie
4.5.1.2 Verkeer Het plan zal de huidige verkeersproductie ten opzichte van de bestaande situatie niet toe laten nemen. Gebleken is dat er permanent behoefte is aan BSO ruimte. Voorliggende bestemmingsplan voorziet in een bouwvlak ter plaatse van de units, om in die permanente behoefte te kunnen voorzien, ter vervanging van de tijdelijk vergunde units. Planologisch gezien is er sprake van een ontwikkeling met 270m2 extra bebouwing ten behoeve van een BSO. De stedelijkheidsgraad voor Schijndel is bepaald op 'matig stedelijk'. Voor het bepalen van de parkeernorm is ook de ligging van de locatie van belang. Het CROW maakt voor de parkeernormen onderscheid in 'centrum', 'schil/overloopgebied', 'rest bebouwde kom' en 'buitengebied'. Voor de locatie kan de zone 'rest bebouwde kom' worden aangehouden. De te hanteren norm voor Kinderdagverblijf (creche/peuterspeelzaal/bso) bedraagt 32,637,7 (rest bebouwde kom) per100 m2 bvo. Met een toevoeging van 270 m2 bvo bedraagt de planologische verkeersgeneratie maximaal 102 ritten op een gemiddelde weekdag.
54
Feitelijk is er echter geen sprake van een verkeersgeneratie; het heeft daarom geen toegevoegde waarde om de planologische toename te relateren aan de wegintensiteit. Redelijkerwijs kan gesteld worden dat de Langstraat voldoende capaciteit heeft in verhouding tot de extra (planologische) groei.
55
56
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld.
5.1.1
Beoordeling Voor de realisatie van het plan hoeft door de gemeente geen investering gedaan te worden. De ontwikkelingskosten worden geheel door de initiatiefnemer gedragen. Op grond van artikel 6.2.1 Bro is er geen sprake van een ‘aangewezen bouwplan’. Initiatiefnemer voert voor eigen rekening en risico de bouwwerkzaamheden uit. Hiermee is sprake is van een financieel uitvoerbaar plan. De gemeente Schijndel heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst afgesloten, waarin het kostenverhaal en vergoeding van planschade is vastgelegd.
5.1.2
Conclusie De economische uitvoerbaarheid van het onderhavige plan is verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan het College van Burgemeester en Wethouders overleg voert met betrokken instanties en overheden. In het kader van het vooroverleg wordt kennisgeving gedaan verschillende belanghebbende organisaties en overheden inzake de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. 57
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft 6 weken ter inzage gelegen, zodat eenieder in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Ambtelijke wijziging bij vaststelling Gebleken is dat het bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan niet helemaal op de juiste plek (d.w.z. ter plaatse van de bestaande bebouwing) is gelegd. Voor de vaststelling is dit hersteld op de verbeelding. Deze wijziging heeft verder geen gevolgen voor de plantoelichting of planregels. Het betreft een zeer beperkte verschuiving.
58
59
Bijlagen bij de toelichting
60
Bestemmingsplan KOM SCHIJNDEL 2013, HERZIENING LANGSTRAAT 14A
Betreffende
KOM SCHIJNDEL 2013, HERZIENING LANGSTRAAT 14A
Planstatus
VASTGESTELD
Projectnummer
NL.IMRO.1948.SCH001BP0022022P-VG01
Datum
14-12-2023
Kom Schijndel 2013, herziening Langstraat 14a
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
4
Bijlage 2
Quickscan flora en fauna
101
Bijlage 3
Aeriusberekening gebruikfase
141
(vastgesteld) Kom Schijndel 2013, herziening Langstraat 14a NL.IMRO.1948.SCH001BP0022022P-VG01
2 - 147
Bijlagen bij de toelichting
(vastgesteld) Kom Schijndel 2013, herziening Langstraat 14a NL.IMRO.1948.SCH001BP0022022P-VG01
3 - 147
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
(vastgesteld) Kom Schijndel 2013, herziening Langstraat 14a NL.IMRO.1948.SCH001BP0022022P-VG01
4 - 147
adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl
NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: i
AKOESTISCH ONDERZOEK (Industrielawaai)
Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. Project:
Langstraat 14A te Schijndel
© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: ii
ONDERZOEK voor
Opdrachtgever
: : :
Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. Langstraat 14A 5481 VP Schijndel
Auteur
:
ing. F.H.J. Bouwmans
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: iii
Inhoudsopgave SAMENVATTING EN CONCLUSIE .......................................................................................... 1 1
INLEIDING ................................................................................................................... 2 1.1 1.2
2
ALGEMEEN .................................................................................................................. 2 GEBRUIKTE GEGEVENS ................................................................................................... 2
BEDRIJFSGEGEVENS .................................................................................................... 3 2.1 2.2
SITUATIE ..................................................................................................................... 3 ACTIVITEITEN KINDERDAGVERBLIJF IN DE REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE ........................... 3
3
GELUIDBRONNEN ....................................................................................................... 4
4
VOORSCHRIFTEN......................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3
STAPPENPLAN VNG PUBLICATIE BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ........................................... 5 ACTIVITEITENBESLUIT .................................................................................................... 6 INDIRECTE HINDER ........................................................................................................ 7
5
BEREKENINGEN ........................................................................................................... 8
6
RESULTATEN ............................................................................................................... 9 6.1 6.2 6.3
REKENRESULTATEN TOETSING GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ............................................... 9 REKENRESULTATEN TOETSING ACTIVITEITENBESLUIT .......................................................... 11 INDIRECTE HINDER ...................................................................................................... 12
FIGUREN: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Ligging rekenpunten Ligging gebouwen Ligging bodemgebieden Ligging puntbronnen Ligging mobiele bronnen Ligging mobiele bronnen Ligging oppervlaktebronnen Ligging puntbronnen LAmax Ligging rekenpunten en mobiele bronnen indirecte hinder
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Plaatselijke situatie met locatie Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. Langstraat 14A te Schijndel Invoergegevens rekenmodel langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Brongegevens maximale geluidniveaus Rekenresultaten maximale geluidniveaus Invoergegevens en rekenresultaten indirecte hinder
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 1
SAMENVATTING EN CONCLUSIE In opdracht van Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. heeft Amitec B.V. een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor de locatie aan de Langstraat 14A te Schijndel. In het kader van een bestemmingsplanwijziging is een geluidonderzoek verricht. Met voorliggend onderzoek wordt aangetoond of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij onderzocht is of ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verder wordt er getoetst aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Opgemerkt wordt dat het kinderdagverblijf al jaren op deze locatie is bestemd. In het meest recente bestemmingsplan is echter per abuis het bouwvlak van de BSO niet correct meegenomen. Ten behoeve van het onderzoek zijn geluidberekeningen verricht, conform de eisen uit de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai (HMRI-II). De optredende geluidniveaus in de omgeving van de inrichting zijn bepaald middels overdrachtsberekeningen volgens de specialistische methode uit de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. Toetsing goede ruimtelijke ordening Uit de berekeningen blijkt dat het kinderdagverblijf zowel ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT als het maximaal geluidniveau LAmax voldoet aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Toetsing Activiteitenbesluit Uit de berekeningen blijkt dat het kinderdagverblijf zowel ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT als het maximaal geluidniveau LAmax voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit Indirecte hinder Er is geen sprake van indirecte hinder.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 2
1 INLEIDING 1.1
Algemeen
In opdracht van Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. heeft Amitec B.V. een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor de locatie aan de Langstraat 14A te Schijndel. In het kader van een bestemmingsplanwijziging is een geluidonderzoek verricht. Met voorliggend onderzoek wordt aangetoond of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij onderzocht is of ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verder wordt er getoetst aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Opgemerkt wordt dat het kinderdagverblijf al jaren op deze locatie is bestemd. In het meest recente bestemmingsplan is echter per abuis het bouwvlak van de BSO niet correct meegenomen. Ten behoeve van het onderzoek zijn geluidberekeningen verricht, conform de eisen uit de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai (HMRI-II). De optredende geluidniveaus in de omgeving van de inrichting zijn bepaald middels overdrachtsberekeningen volgens de specialistische methode uit de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.
1.2
Gebruikte gegevens
Ten behoeve van het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: 1. Gegevens verstrekt door de heer B. de Leeuw; 2. Situatieoverzicht van de inrichting en de omgeving; 3. Digitale kadastrale ondergrond, BAG-ondergrond, luchtfoto en Google maps; 4. Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai HMRI-1999; 5. Meetarchief; 6. Activiteitenbesluit; 7. VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering 2009;
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 3
2 BEDRIJFSGEGEVENS 2.1
Situatie
Kinderdagverblijf De Vlieger is gelegen op het perceel aan de Langstraat 14A te Schijndel. De plaatselijke situatie is weergegeven in figuur 1 en in bijlage 1. In de directe omgeving van de inrichting ligt een aantal woningen van derden. De meest nabij gelegen woning van derden (Langstraat 10) ligt op een afstand van ca. 9 meter van de inrichtingsgrens (de toegangsweg). Het terrein van het kinderdagverblijf wordt ontsloten via een eigen weg die tussen de woningen Langstraat 8 en 10 door loopt. De woning Langstraat 14 behoort tot de inrichting. Ten zuiden van het perceel is een bedrijventerrein gelegen.
2.2
Activiteiten kinderdagverblijf in de representatieve bedrijfssituatie
Kinderdagverblijf De Vlieger omvat een kinderopvang en een BSO voor kinderen van 3 maanden tot 12 jaar en is geopend van maandag t/m vrijdag van 7.30 tot 18.00 uur. 's Morgens worden gedurende 1 uur kinderen gebracht. Het ophalen aan het einde van de middag vindt plaats gedurende 1.5 uur. Tussen 10.00 en 11.00 spelen ten hoogste 16 kleinere kinderen op het buitenterrein. Tussen 11.00 en 11.30 uur betreft dit ten hoogste 20 kleinere kinderen. De kinderen van de BSO (ten hoogste 30) spelen tussen 14.00 en 17.00 uur buiten. De bronsterkte van een klein kind (kleuter) bedraagt 75 dB(A) en van een groter kind 85 dB(A). Het stemgeluid op het buitenterrein is gemodelleerd middels 2 oppervlaktebronnen. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de worstcase waarbij alle kinderen continu geluid maken. Hiervoor is voor de kinderopvang een negatieve correctie op de bronsterkte toegepast van 10*log(gemiddeld 18 kleuters) = 12.6 dB en voor de BSO van 10*log(30 kinderen) = 14.8 dB. De kinderen van de kinderopvang worden gebracht en gehaald met 40 personenwagens. De kinderen van de BSO worden met 4 busjes opgehaald uit school en met 20 personenwagens opgehaald door de ouders/verzorgers. De BSO heeft de beschikking over 4 airco's, die op de grond staan. Deze zijn gedurende de dagperiode 80% van de tijd in werking.
Bij de berekening wordt uitgegaan van de gangbare etmaalperioden, te weten: - dagperiode 07.00 - 19.00 uur; - avondperiode 19.00 – 23.00 uur; - nachtperiode 23.00 - 07.00 uur.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 4
3 GELUIDBRONNEN De bronsterktes zijn afkomstig uit het meetarchief. In onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde bronsterktes, bedrijfsduren en verkeersaantallen. Tabel 3.1: Uitgangspunten geluidbronnen representatieve bedrijfssituatie Puntbronnen LW in dB(A)
Bronnr.
Bronomschrijving
1-4 5-11
Bedrijfstijden in uren
gem.
max.
Dagperiode 07.00-19.00 uur
Avondperiode 19.00-23.00 uur
Nachtperiode 23.00-07.00 uur
Airco
75
78
9.6 (80%)
--
--
Schreeuwen kind
--
110
12
--
--
Mobiele bronnen LW in dB(A)
Bronnr.
Bronomschrijving
m01
Aantal bewegingen (route heen of terug)
gem.
max.
Dagperiode 07.00-19.00 uur
Avondperiode 19.00-23.00 uur
Nachtperiode 23.00-07.00 uur
Personenwagens arriveren
90
98
100
--
--
m02
Personenwagens vertrekken
90
98
100
--
--
m03
Busjes arriveren
95
98
4
--
--
m04
Busjes vertrekken
95
98
4
--
--
Oppervlaktebronnen LW in dB(A)
Bronnr.
Bronomschrijving
Opp01 Opp02
Bedrijfstijden in uren
gem.
max.
Dagperiode 07.00-19.00 uur
Avondperiode 19.00-23.00 uur
Nachtperiode 23.00-07.00 uur
Stemgeluid kinderen kinderopvang
88
--
1.5
--
--
Stemgeluid kinderen BSO
100
--
3
--
--
Een volledig overzicht van de gehanteerde (spectrale) invoergegevens van het rekenmodel ten aanzien van de geluidbronnen is in bijlage 2 (langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus) en bijlage 4 (maximale geluidniveaus) opgenomen.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 5
4 VOORSCHRIFTEN 4.1
Stappenplan VNG publicatie bedrijven en milieuzonering
Het toetsingskader voor geluid bestaat uit vier stappen waarbij per stap de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidniveau hoger worden en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Hierbij wordt de geluiduitstraling van het bedrijf richting de nieuwbouwwoning onderzocht en beoordeeld. Stap 1 Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. NB: voor de afstand tot gemengd gebied mag rekening gehouden worden met de vermindering van één afstandstap. Stap 2 (vanaf deze stap is een geluidonderzoek noodzakelijk) Indien stap 1 niet toereikend is: Buitenplanse inpassing is mogelijk indien bij woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype 'rustige woonwijk' de volgende waarden niet worden overschreden: 45 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 65-60-55 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en in een gebiedstype 'gemengd gebied' de volgende waarden niet worden overschreden: 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70-65-60 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.
Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is: Buitenplanse inpassing is mogelijk indien bij woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype 'rustige woonwijk' de volgende waarden niet worden overschreden: 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70-65-60 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en in een gebiedstype 'gemengd gebied' de volgende waarden niet worden overschreden: 55 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70-65-60 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 65 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 6
Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidniveaus in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied. Stap 4 Bij hogere geluidniveaus dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Bij de beoordeling van de geluidsituatie wordt onderscheid gemaakt tussen directe hinder of hinder vanwege activiteiten, verkeersbewegingen en installaties binnen de grenzen van de inrichting en indirecte hinder of hinder vanwege het verkeer dat van en naar de inrichting rijdt (verkeersaantrekkende werking). Beoordeling omgeving De directe omgeving van het kinderdagverblijf is het beste te omschrijven als een gemengd gebied, waarvoor in stap 2 en 3 de minder strengere streefwaarden gelden. Ten zuiden van het perceel is namelijk een bedrijventerrein gelegen.
4.2
Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer in werking getreden (BARIM doorgaans aangeduid als het Activiteitenbesluit). De inrichting valt onder de bepalingen in dit besluit. De inrichting betreft een type B-bedrijf. Met betrekking tot geluid is voor de inrichting het volgende van toepassing: Artikel 2.17 1
Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximaal geluidniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddelijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:
a.
de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 7
Tabel 2.17a LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
07.00-19.00 uur 50 dB(A) 35 dB(A) 70 dB(A) 55 dB(A)
19.00-23.00 uur 45 dB(A) 30 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)
23.00-07.00 uur 40 dB(A) 25 dB(A) 60 dB(A) 45 dB(A)
b.
de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
c.
de in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen.
Artikel 2.18 1
Bij het bepalen van de geluidniveaus bedoeld in artikel 2.17 blijft buiten beschouwing:
a.
het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;
i.
het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang.
4.3
Indirecte hinder
Ingevolge de circulaire van 29 februari 1996 van het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (MBG 96006131) "Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer" dient de geluidbelasting vanwege het verkeer op de openbare weg ten gevolge van de inrichting, die niet is gelegen op een gezoneerd industrieterrein berekend te worden. Bij een toetsing van de indirecte hinder in het kader van bijvoorbeeld een melding Activiteitenbesluit kan gebruik gemaakt worden van de bandbreedte tussen de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en de maximale grenswaarde van 65 dB(A) op de gevels van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 8
5 BEREKENINGEN Voor het berekenen van de immissies in de omgeving van de inrichting is de specialistische methode II.8 uit het voorschrift HMRI-99 toegepast. Deze methode gaat uit van de bronsterktes van de relevante geluidbronnen. Deze methode verdient in dit geval de voorkeur, omdat de diverse bronnen afzonderlijk beschouwd worden waardoor de dominantie van de diverse bronnen op de immissiepunten in de omgeving bepaald kan worden, alsmede om de eventuele geluidbeperkende maatregelen aan de bronnen of in het overdrachtsgebied te kunnen bepalen. De activiteiten op het terrein zijn gemodelleerd door middel van puntbronnen, mobiele bronnen en oppervlaktebronnen. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu versie 2021.1 van DGMR. Bij de overdrachtsberekeningen is een standaard bodemfactor gehanteerd van 0.9 (nagenoeg volledig zacht). De harde bodemgebieden zijn gemodelleerd. In tabel 5.1 is aangegeven in welke figuren de diverse rekenmodelitems zijn weergegeven. Tabel 5.1: Overzicht rekenmodelitems en figuren Rekenmodelitems
Figuur
rekenpunten
1
gebouwen
2
bodemgebieden
3
puntbronnen LAr,LT
4
mobiele bronnen
5 en 6
oppervlaktebronnen
7
puntbronnen LAmax
8
De invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 2 (langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus) en bijlage 4 (maximale geluidniveaus).
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 9
6 RESULTATEN 6.1
Rekenresultaten toetsing goede ruimtelijke ordening
Een overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT voor de representatieve bedrijfssituatie is voor de toetsing goede ruimtelijke ordening gegeven in tabel 6.1. Tussen haakjes zijn de richtwaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie weergegeven. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4. De beoordelingshoogte ter plaatse van de rekenpunten bedraagt 1,5 meter boven maaiveld voor de dagperiode en 5 meter voor de avond- en nachtperiode. Tabel 6.1: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT in dB(A) Representatieve bedrijfssituatie, toetsing goede ruimtelijke ordening Rekenpunt
Omschrijving
Dag LAr,LT
Avond LAr,LT
Nacht LAr,LT
1
Woning Langstraat 6A
41 (50)
-- (45)
-- (40)
2
Woning Langstraat 8
45 (50)
-- (45)
-- (40)
3
Woning Langstraat 10
48 (50)
-- (45)
-- (40)
4
Woning Langstraat 10
38 (50)
-- (45)
-- (40)
5
Woning Langstraat 12
34 (50)
-- (45)
-- (40)
6
Woning Langstraat 12
35 (50)
-- (45)
-- (40)
7
Woning Langstraat 16
30 (50)
-- (45)
-- (40)
8
Woning Ambachtstraat 21A
23 (50)
-- (45)
-- (40)
9
Woning Ambachtstraat 25A
37 (50)
-- (45)
-- (40)
10
Woning Ambachtstraat 27A
22 (50)
-- (45)
-- (40)
11
Woning Langstraat 7
29 (50)
-- (45)
-- (40)
Uit tabel 6.1 blijkt dat de inrichting voldoet aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNGpublicatie. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 10
Een overzicht van de berekende maximale geluidniveaus LAmax voor de representatieve bedrijfssituatie is voor de toetsing goede ruimtelijke ordening gegeven in tabel 6.2. Tussen haakjes staan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie vermeld. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 6.2: Maximale geluidniveaus LAmax in dB(A) Representatieve bedrijfssituatie, toetsing goede ruimtelijke ordening Rekenpunt
Omschrijving
Dag LAmax
Avond LAmax
Nacht LAmax
1
Woning Langstraat 6A
58 (70)
-- (65)
-- (60)
2
Woning Langstraat 8
63 (70)
-- (65)
-- (60)
3
Woning Langstraat 10
66 (70)
-- (65)
-- (60)
4
Woning Langstraat 10
52 (70)
-- (65)
-- (60)
5
Woning Langstraat 12
54 (70)
-- (65)
-- (60)
6
Woning Langstraat 12
56 (70)
-- (65)
-- (60)
7
Woning Langstraat 16
50 (70)
-- (65)
-- (60)
8
Woning Ambachtstraat 21A
43 (70)
-- (65)
-- (60)
9
Woning Ambachtstraat 25A
57 (70)
-- (65)
-- (60)
10
Woning Ambachtstraat 27A
39 (70)
-- (65)
-- (60)
11
Woning Langstraat 7
49 (70)
-- (65)
-- (60)
Uit tabel 6.2 blijkt dat de inrichting voldoet aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNGpublicatie. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 11
6.2
Rekenresultaten toetsing Activiteitenbesluit
Een overzicht van de berekende te toetsen langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT voor de representatieve bedrijfssituatie is voor de toetsing aan het Activiteitenbesluit gegeven in tabel 6.3. Tussen haakjes zijn de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit weergegeven. Tabel 6.3: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT in dB(A) Representatieve bedrijfssituatie, toetsing Activiteitenbesluit Rekenpunt
Omschrijving
Dag LAr,LT
Avond LAr,LT
Nacht LAr,LT
1
Woning Langstraat 6A
40 (50)
-- (45)
-- (40)
2
Woning Langstraat 8
45 (50)
-- (45)
-- (40)
3
Woning Langstraat 10
48 (50)
-- (45)
-- (40)
4
Woning Langstraat 10
36 (50)
-- (45)
-- (40)
5
Woning Langstraat 12
34 (50)
-- (45)
-- (40)
6
Woning Langstraat 12
34 (50)
-- (45)
-- (40)
7
Woning Langstraat 16
21 (50)
-- (45)
-- (40)
8
Woning Ambachtstraat 21A
13 (50)
-- (45)
-- (40)
9
Woning Ambachtstraat 25A
23 (50)
-- (45)
-- (40)
10
Woning Ambachtstraat 27A
12 (50)
-- (45)
-- (40)
11
Woning Langstraat 7
28 (50)
-- (45)
-- (40)
Uit tabel 6.3 blijkt dat de inrichting voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 pagina: 12
Een overzicht van de berekende te toetsen maximale geluidniveaus LAmax voor de representatieve bedrijfssituatie is voor de toetsing aan het Activiteitenbesluit gegeven in tabel 6.4. Tussen haakjes staan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit vermeld. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 6.4: Maximale geluidniveaus LAmax in dB(A) Representatieve bedrijfssituatie, toetsing Activiteitenbesluit Rekenpunt
Omschrijving
Dag LAmax laden en lossen
overig
Avond LAmax
Nacht LAmax
1
Woning Langstraat 6A
54 (--)
30 (70)
-- (65)
-- (60)
2
Woning Langstraat 8
63 (--)
28 (70)
-- (65)
-- (60)
3
Woning Langstraat 10
66 (--)
19 (70)
-- (65)
-- (60)
4
Woning Langstraat 10
52 (--)
30 (70)
-- (65)
-- (60)
5
Woning Langstraat 12
54 (--)
18 (70)
-- (65)
-- (60)
6
Woning Langstraat 12
49 (--)
28 (70)
-- (65)
-- (60)
7
Woning Langstraat 16
39 (--)
13 (70)
-- (65)
-- (60)
8
Woning Ambachtstraat 21A
30 (--)
6 (70)
-- (65)
-- (60)
9
Woning Ambachtstraat 25A
40 (--)
9 (70)
-- (65)
-- (60)
10
Woning Ambachtstraat 27A
33 (--)
4 (70)
-- (65)
-- (60)
11
Woning Langstraat 7
44 (--)
21 (70)
-- (65)
-- (60)
Uit tabel 6.4 blijkt dat de inrichting voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
6.3
Indirecte hinder
Het inrichtingsgebonden verkeer rijdt via de Langstraat naar de inrichting toe en verlaat via dezelfde route de inrichting. Op het gedeelte van de Langstraat waarbij het inrichtinggebonden verkeer nog niet in het heersend verkeersbeeld is opgenomen worden enkele woningen van derden gepasseerd. De ligging van de mobiele bronnen en de rekenpunten is weergegeven in figuur 9. De invoergegevens van het rekenmodel en de rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Uit de berekening blijkt dat het equivalente geluidniveau LAeq bij woningen in de directe omgeving van de inrichting beperkt blijft tot 49 dB(A) in de dagperiode. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt niet overschreden. Daarmee is er geen sprake van indirecte hinder.
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 FIGUREN
FIGUREN
Figuur 1
Ligging rekenpunten
Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
02 11
0m
01
70 m schaal = 1 : 1800
03 04
05 06 402000
07
08
10 401800
158600 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
09
Figuur 2
Ligging gebouwen
Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
09 10
32
03
06 07
04 05
0m
11
schaal = 1 : 1800
18 19
08
402000
17
01
16
14
02
30
70 m
15 12
13
31
20
21
22
25
23
27 29 401800
158600 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
26 28
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
24
Figuur 3
0m
70 m
Ligging bodemgebieden
Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
schaal = 1 : 1800
01
02
402000
06
05
04 401800
158600 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
03
Figuur 4
Ligging puntbronnen
Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
0m
50 m schaal = 1 : 1200
402000
0304 0102
401900
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
158600 158700 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
Figuur 5
0m
50 m
Ligging mobiele bronnen
Mobiele bron Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
schaal = 1 : 1200
02 1 m m0
402000
401900
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
158600 158700 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
Figuur 6
0m
50 m
Ligging mobiele bronnen
Mobiele bron Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
schaal = 1 : 1200
43 m 0
402000
401900
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
158600 158700 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
Figuur 7
0m
50 m schaal = 1 : 1200
Ligging oppervlaktebronnen
Oppervlaktebronnen Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
402000
Opp01 Opp02
401900
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
158600 158700 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAr,LT] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
Figuur 8
0m
50 m schaal = 1 : 1200
Ligging puntbronnen LAmax
Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
402000
0304 0102
11
06
05
07
10 08
401900
158800
F. Bouwmans Ingenieursburo
158600 158700 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - LAmax] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
09
Figuur 9
02 65 m 0
11
06
05
0m schaal = 1 : 1450
01 04
60 m
03
402000
Ligging rekenpunten en mobiele bronnen indirecte hinder
Mobiele bron Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven
07
401900
158600 158700 Industrielawaai - HMRI, industrie, [Schijndel - Indirecte hinder] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
158800
158900
F. Bouwmans Ingenieursburo
08
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 Bijlage - 1 -
BIJLAGE 1 Plaatselijke situatie met locatie Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. Langstraat 14A te Schijndel
Plaatselijke situatie met locatie Kinderdagverblijf De Vlieger B.V. Langstraat 14A te Schijndel
datum: 7-4-2022 Kenmerk: 22.909-FB.i-1 Bijlage - 2 -
BIJLAGE 2 Invoergegevens rekenmodel langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
Overzicht rekenpunten Model: Groep:
Bijlage 2.1
LAr,LT (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. Woning Langstraat 6A Woning Langstraat 8 Woning Langstraat 10 Woning Langstraat 10 Woning Langstraat 12
X 158787,56 158749,63 158731,84 158726,24 158698,97
Y 402038,88 402055,96 402026,27 402020,61 402024,95
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
06 07 08 09 10
Woning Langstraat 12 Woning Langstraat 16 Bedrijfswoning Ambachtstraat 21A Bedrijfswoning Ambachtstraat 25A Bedrijfswoning Ambachtstraat 27A
158692,51 158577,83 158837,10 158745,08 158719,56
402014,85 401957,79 401869,85 401823,22 401812,15
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
11
Woning Langstraat 7
158618,29
402043,29
0,00 Eigen waarde
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
6-4-2022 11:11:40
Overzicht rekenpunten Model: Groep:
Naam 01 02 03 04 05
Bijlage 2.1
LAr,LT (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B Hoogte C Hoogte D Hoogte E Hoogte F Gevel 5,00 ----Ja 5,00 ----Ja 5,00 ----Ja 5,00 ----Ja 5,00 ----Ja
06 07 08 09 10
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
11
1,50
5,00
--
--
--
--
Ja
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
6-4-2022 11:11:40
Overzicht gebouwen Model: Groep:
Bijlage 2.2
LAr,LT (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. Bedrijfswoning Langstraat 14 Garage Langstraat 14 Woning Langstraat 12 Woning Langstraat 12 Garage Langstraat 12
X-1 158662,75 158683,28 158687,41 158704,61 158704,22
Y-1 401998,92 401977,77 402021,17 402021,94 402022,88
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hoogte 8,00 5,00 7,50 3,00 5,50
06 07 08 09 10
Woning Langstraat 10 Woning Langstraat 10 Garage Langstraat 10 Woning Langstraat 8 Woning Langstraat 8
158720,51 158732,66 158737,78 158748,12 158753,39
402030,39 402023,93 402023,09 402059,32 402053,87
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
7,50 3,00 5,00 7,50 3,00
11 12 13 14 15
Gebouw Langstraat 8 Kinderdagverblijf BSO Gebouw Gebouw
158764,57 158715,88 158756,96 158792,31 158805,88
402051,78 401960,10 401961,34 401985,51 401974,59
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
6,00 5,50 3,00 3,50 2,50
16 17 18 19 20
Gebouw Gebouw Woning Langstraat 6A Garage Langstraat 6A Gebouw
158804,16 158749,63 158784,49 158799,51 158662,27
401999,66 401998,66 402045,70 402043,27 401917,70
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
4,50 3,00 7,50 5,00 3,00
21 22 23 24 25
Gebouw Bedrijfswoning Ambachtstraat 21A Gebouw Gebouw Gebouw
158806,62 158803,21 158768,96 158763,72 158723,22
401887,35 401859,25 401840,14 401854,81 401846,75
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
5,50 7,50 6,00 3,00 6,00
26 27 28 29 30
Bedrijfswoning Ambachtstraat 25A Gebouw Bedrijfswoning Ambachtstraat 27A Gebouw Woning Langstraat 16
158736,26 158706,68 158709,21 158679,31 158566,92
401821,84 401839,17 401810,79 401826,44 401941,88
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
7,50 6,00 7,00 6,00 7,50
31 32
Gebouw Langstraat 16 Woning Langstraat 7
158591,30 158610,94
401953,93 402051,26
0,00 0,00
5,00 7,50
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: F. Bouwmans Ingenieursburo
6-4-2022 09:38:16
Overzicht gebouwen Model: Groep:
Bijlage 2.2
LAr,LT (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Cp Refl. 31 Refl. 63 Refl. 125 Refl. 250 Refl. 500 Refl. 1k 0 dB 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0 dB 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0 dB 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0 dB 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0 dB 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
06 07 08 09 10
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
11 12 13 14 15
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
16 17 18 19 20
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80