Bestemmingsplan
Tekst van het document
uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut, een kiosk, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - kiosk', een (fietsen)berging, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - fietsenberging' en een berging ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - berging' zijn toegestaan; b. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m² bedragen, met uitzondering van de fietsenberging waarvan de oppervlakte maximaal 75 m2 en de berging waarvan de oppervlakte maximaal 25 m² mag bedragen; c. de hoogte mag niet meer dan 3,5 m¹ bedragen, met uitzondering van de (fietsen)berging waarvan de hoogte maximaal 4 m1 mag bedragen, de berging waarvan de hoogte maximaal 2,5 m1 en met uitzondering van de kiosk waarvan de hoogte maximaal 7 m1 mag bedragen. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m¹; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m¹ ; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m¹.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 17 van 34
Datum:16-12-2021
4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de sociale veiligheid; en c. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 18 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 5
Verkeer - verblijf
5.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor Verkeer - Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten; b. paden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. waterlopen en -partijen; g. speelvoorzieningen; h. evenementen; i. voorzieningen van algemeen nut; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 1' tevens energievoorzieningen. 5.2 Bouwregels Op of in de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut en energievoorzieningen zijn toegestaan; b. de oppervlakte mag niet meer dan 150 m2 bedragen; c. de hoogte mag niet meer dan 3,5 m1 bedragen. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen, kunstobjecten, bewegwijzering, bouwwerken voor de verkeersregulering en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m1; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m1; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m1. d.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 1', mag de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde anders dan bepaald in sub a t/m c ten behoeve van energievoorzieningen op een open constructie niet meer bedragen dan 3,5 m1. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de situering van het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 19 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 6
Waarde - Archeologie
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. 6.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd; b. de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; c. bouwwerken voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. 6.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in afwijking van het bepaalde in 6.2 een vergunning te verlenen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien en voorzover: a. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; b. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; e. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; f. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; g. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; i. het aanbrengen van verhardingen.
6.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 20 van 34
Datum:16-12-2021
a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; het aanbrengen van verhardingen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m².
6.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de aanwezig archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 21 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 7
Waarde - Molenbiotoop
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Molenbiotoop aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het beschermen van de functie van de in de nabijheid van dit gebied voorkomende molen als werktuig en van zijn waarde als beeldbepalend cultuurhistorisch betekenisvol element. 7.2 Bouwregels Om voor de molen vrije windvang te garanderen en het zicht op de molen veilig te stellen geldt binnen de op de plankaart als molenbiotoop aangeduide gronden dat: a. binnen een straal van 100 m¹, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht hoger dan het onderste punt van de verticale staande wiek; b. binnen de straal van 100 tot 400 m¹, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande wieken van de molen. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in afwijking van het bepaalde in 7.2 een vergunning te verlenen voor voor de bouw van bouwwerken welke zijn toegelaten krachtens de overige artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels, mits; a. de vrije windvang of het zicht ter plaatse niet wordt beperkt; b.
vooraf advies wordt ingewonnen bij een door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ter zake deskundige, eventueel met raadpleging van de Vereniging Hollandsche molen. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) op de gronden gelegen binnen de op de kaart aangeduide Molenbiotoop de navolgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur; b. het ophogen van gronden; c. het beplanten met bomen, heesters en andere hoog opgaande begroeiing: 1. tot maximaal 4 meter binnen een straal van 100 m¹ gerekend vanaf het middelpunt van de molen; 2. tot maximaal 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande molen, binnen een straal van 100 tot 400 m¹ gerekend vanaf het middelpunt van de molen. 7.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 7.4.1 geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden binnen het kader van het op de bestemming van die grond gerichte normale onderhoud en beheer, dan wel die voortvloeien uit het normale gebruik
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 22 van 34
Datum:16-12-2021
overeenkomstig de bestemming; b. werken en werkzaamheden, welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren. 7.4.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, het huidige en/of het toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of waarde van de molen als landschapsbepalend element, niet onevenredig in gevaar wordt of kan worden gebracht.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 23 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 8
Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen
8.1 Bestemmingsomschrijving De gronden op de plankaart aangeduid als 'Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen' zijn primair bestemd voor de bescherming en instandhouding van monumentale en beeldbepalende waarden van bomen. 8.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen mag op de in lid 8.1 bedoelde gronden niet worden gebouwd. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren op de gronden als bedoeld in lid 8.1: a. het rooien of vellen van bomen; b. het aanbrengen van verhardingen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verharding meer bedraagt dan 10 m²; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; d. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m¹ ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; e. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; f.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.3.2 Uitzonderingen Het in lid 8.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden binnen het kader van het op de bestemming van die gronden gerichte normale onderhoud en beheer, dan wel die welke voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; b. werken en werkzaamheden, die op tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn; c. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 8.3.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 8.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de in lid 8.1 genoemde waarden dan wel de mogelijkheden tot herstel van die waarden niet onaanvaardbaar verkleint of kan verkleinen.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 24 van 34
Datum:16-12-2021
8.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen voor het verkleinen van de op de plankaart aangeduide beschermingszone van de bestemming 'Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen' tot maximaal de helft van deze straal, mits dat geen wezenlijke negatieve gevolgen heeft voor de boom.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 25 van 34
Datum:16-12-2021
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 26 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 10
Algemene bouwregels
10.1 Ondergeschikte bouwdelen a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, erkers, entrees, stoeptreden, dorpels, dakkapellen, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 m¹ bedraagt. 10.2
Ondergronds bouwen
10.2.1 Algemene bepaling Voor het een ondergronds werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 10.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m¹ onder peil; 10.2.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m¹ onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 27 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
11.1 Verbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming of in strijd met een gebruik waarvoor ingevolge de bepalingen van dit plan een omgevingsvergunnning is verleend te (doen of te laten) gebruiken. 11.2 Strijdig gebruik onbebouwde gronden Onder een strijdig gebruik, als bedoeld in 11.1, wordt in ieder geval verstaan een gebruik van de onbebouwde gronden als: a. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen; b. uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. uitstallings- of opslagplaats dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens. 11.3 Strijdig gebruik Onder een strijdig gebruik als bedoeld in 11.1 wordt in ieder geval verstaan (een): a. gebruik van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca; b. gebruik van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van een bedrijf aan huis; c. gebruik van een bijbehorend bouwwerk of een gedeelte van een hoofd- of bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); d. gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; e. prostitutie; f. het gebruik van een woning in strijd met het begrip woning.
11.4 Uitzondering Onder strijdig gebruik als bedoeld in 11.2 valt niet het opslaan van nieuwe bouwmaterialen en puin en andere bouwmaterialen op gronden waarop of waarin onderhouds-, herstel- of sloopwerkzaamheden worden uitgeoefend, mits deze zaken voor de uit te voeren werkzaamheden nodig zijn of van het bouwwerk dat hersteld of gesloopt wordt afkomstig zijn.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 28 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
12.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen, niet zijnde de bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5 m¹; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m¹; e.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; f. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor voorzieningen van algemeen nut, zoals telefooncellen, transformatorhuisjes, onderhoudsgebouwtjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, alsmede fietsenstallingen met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen, voor zover deze gebouwtjes geen grotere oppervlakte hebben dan 35 m² en geen grotere hoogte hebben dan 3,5 m¹. 12.2 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan voor een bed & breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; b. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; c. permanente bewoning is niet toegestaan; d. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; e.
het gebruik moet naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming zijn; f. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; g. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; h. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 29 van 34
Datum:16-12-2021
i. j.
de Bed & Breakfast-voorziening dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn, met een absoluut maximum van 60 m².
12.3 Huisvesting Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan, artikel 11.3 sub f, ten behoeve van de huisvesting buiten het verband van een huishouding tot maximaal vier personen, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. indien, binnen een straal van 75 m¹ van de rand van het bouwperceel, niet eerder een omgevingsvergunning is verleend voor soortgelijk gebruik, welke nog van kracht is. Indien percelen doorsneden worden dan worden deze geacht in het geheel binnen de afstand van 75 m¹ te vallen; b. ten behoeve van het aantal personen dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden op grond van het momenteel geldend kader.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 30 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
13.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m¹ bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 31 van 34
Datum:16-12-2021
Artikel 14
Overige regels
14.1 Normstelling parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden; b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels e/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 14.2 Manoevreerruimte en ruimte voor laden en lossen bij parkeren a. Er dient voldoende manoeuvreerruimte beschikbaar te zijn voor het kunnen functioneren van de parkeerplaatsen; b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel waarbij een behoefte bestaat voor ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat op het betreffende bouwperceel in voldoende mate ruimte voor het laden of lossen van goederen is of zal worden aangebracht.
14.3 Afwijkingsmogelijkheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 14.1 of Artikel 14.2 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien op een andere wijze; en/of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte op eigen terrein te voorzien; en/of; c. er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en/of; d. er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden; en/of; e. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm. 14.4 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in artikel 11 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 32 van 34
Datum:16-12-2021
Hoofdstuk 4 Artikel 15
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 15.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01
Pagina: 33 van 34
Datum:16-12-2021