CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dorpshart Eerde30.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Plasbrand De ontwikkeling van dit scenario zal vrij snel plaats vinden waardoor vluchten niet altijd mogelijk is. Slachtoffers zullen vooral vallen onder de mensen in de plas of in de directe omgeving van de plas. Daarnaast bestaat er de kans op brandoverslag naar gebouwen die in de directe omgeving van het incident zijn gelegen. Koude BLEVE Voor een koude BLEVE zijn geen mogelijkheden voor zelfredzaamheid, aangezien dit scenario in principe geen ontwikkeltijd kent. Aangezien een koude BLEVE geen ontwikkeltijd kent en maar enkele seconden duurt, is het niet mogelijk om voor het incident het gebied te ontvluchten en/of te schuilen. De inrichting van het plangebied is daardoor niet bepalend voor de zelfredzaamheid bij dit type scenario. Derhalve is het niet nodig om extra eisen te stellen aan de inrichting van het gebied ten gevolge van een koude BLEVE. Advies Veiligheidsregio Brabant Noord De Veiligheidsregio Brabant Noord is om advies gevraagd (in het kader van art. 7 en 9 Bevt) over de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een ramp in het invloedsgebied. De veiligheidsregio heeft op 15 januari 2021 advies gegeven over de verantwoording van het groepsrisico. Het advies is als bijlage opgenomen. Hierbij is aangegeven dat:  initiatiefnemers c.q.

de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief geïnformeerd dienen te worden. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het

Hoofdstuk 4

51

risicobewustzijn van en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.  Met name de BHV-organisatie van de basisschool dient actief over het aanwezig risico en handelingsperspectief geïnformeerd te worden. Aan de BHV wordt geadviseerd om het beschreven scenario in het noodplan op te nemen en te beoefenen.  Er sprake van twee verschillende handelingsperspectieven: vluchten versus binnen blijven. Het is van belang om de boven beschreven groepen te wijzen op de verschillende handelingsperspectieven bij een dreigende BLEVE/fakkelbrand en bij een toxische wolk. Met het bovenstaande zal rekening gehouden worden bij verdere planuitwerking en -exploitatie. Conclusie In de omgeving van het plangebied komen drie risicobronnen voor: een aardgasleiding, de rijksweg A50 en de provinciale weg N622. Het plangebied is gelegen binnen de 1%-letaliteitsgrens van de buisleiding en binnen het invloedsgebied van deze wegen. Geen van de PR10-6 contouren reikt tot het plangebied, waardoor geen wettelijke belemmeringen gelden voor het plan.

Er is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld, waarbij is ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid en deze is voorgelegd aan de veiligheidsregio.

4.13 Hoogspanningslijnen Op een afstand van circa 250 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt een hoogspanningslijn. Gelet op deze afstand vormt dit aspect geen belemmering. Volgens de Netkaart van het RIVM geldt langs deze hoogspanningslijn een indicatieve zone van 100 meter. Het plangebied ligt hierbuiten. Hoogspanningslijnen vormen geen belemmering.

4.14 Spuitzones gewasbescherming In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.

4.15 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Of daadwerkelijk advies wordt ingewonnen bij de GGD is een afweging van het bevoegd gezag.

Hoofdstuk 4

52

Globale toetsing aan het stappenplan wijst uit dat, de planlocatie buiten de richtafstanden ligt die aangehouden moeten worden rondom varkens- en pluimveehouderijen. Derhalve, alsmede de achtergrondconcentratie (zie paragraaf 4.9), er geen reden is om een advies van de GGD te vragen. Het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 hoeft niet doorlopen te worden. Een advisering van de GGD hoeft niet te worden gevraagd voor dit plan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico op deze locatie. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen. Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Voor de locatie geldt dat er geen sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

4.16 Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, te worden gevolgd. Doorwerking plangebied Verkeersgeneratie Voor de berekening van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de gemiddelde verkeersgeneratie in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” uitgegeven door het CROW (381).

Hoofdstuk 4

53

Onderstaand is de toekomstige verkeersgeneratie berekend voor 16 appartementen, het kinderdagverblijf en 5 klaslokalen, de nieuwe functies die in het plangebied worden gerealiseerd. De verkeersgeneratie van de kapel/kerk is niet meegenomen omdat dit reeds bestaande verkeersbewegingen zijn. Voor de appartementen is uitgegaan dat de appartementen met een oppervlakte van 50 m 2 of kleiner onder ‘goedkoop’ vallen, de woningen met een oppervlakte tussen 50 en 100 m 2 onder ‘midden’ vallen en de woningen met een oppervlakte van 100 m 2 of meer onder ‘duur’ vallen. Er wordt gerekend met de gemiddelde verkeersgeneratie van koopappartementen in het centrum – niet stedelijk gebied, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381. Voor een goedkoop appartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 5,2 mvt/etmaal Voor 3 goedkope appartementen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 15,6 mvt/etmaal. Voor een middelduur appartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 5,8 mvt/etmaal. Voor 11 middeldure appartementen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 63,8 mvt/etmaal. Voor een duur appartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 7,2 mvt/etmaal. Voor twee dure appartementen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 14,4 mvt/etmaal. Voor de 16 appartementen komt de verkeersgeneratie in totaal op 93,8 (15,6 + 63,8 + 14,4) motorvoertuigen per etmaal.

Voor een kinderdagverblijf in het centrum – niet stedelijk is de gemiddelde verkeersgeneratie 25,5 mvt/ etmaal per 100 m2 bvo. Het kinderdagverblijf krijgt een oppervlakte van circa 70 m2. De verkeersgeneratie van het kinderdagverblijf komt hiermee op afgerond 18 mvt/etmaal. Voor een klaslokaal is de gemiddelde verkeersgeneratie 33,2 per leslokaal. Voor 5 klaslokalen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 166 mvt/etmaal. In totaal bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie voor 16 appartementen, een kinderdagverblijf en 5 klaslokalen van een basisschool 277,8 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersgeneratie voor de eventuele toekomstige situatie, waarbij er sprake is van 25 appartementen is ook berekend. Voor een goedkoop appartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 5,2 mvt/etmaal Voor 3 goedkope appartementen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 15,6 mvt/etmaal. Voor een middelduur appartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 5,8 mvt/etmaal. Voor 20 middeldure appartementen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 116 mvt/etmaal. Voor een duur appartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 7,2 mvt/etmaal. Voor twee dure appartementen komt de gemiddelde verkeersgeneratie op 14,4 mvt/etmaal. Wanneer er in de toekomstige situatie sprake is van 25 appartementen bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie 146 motorvoertuigen per etmaal.

Deze verkeersgeneratie is lager dan de verkeersgeneratie van 277,8 motorvoertuigen per etmaal bij de ontwikkeling van 16 appartementen, een kinderdagverblijf en 5 klaslokalen.

Hoofdstuk 4

54

Het plangebied grenst aan de Esdonkstraat en aan de Kapelstraat, de belangrijkste doorgaande weg door de kern Eerde. Daarnaast is het plangebied ook te bereiken via de Valkenbergstraat en de Bernard van Damstraat. De ontsluiting vindt plaats op deze straten, er wordt verwacht dat deze wegen het extra verkeer goed kunnen verwerken. Parkeernormen en behoefte De parkeernormen zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen Meierijstad 2018 en geborgd in de regels van het (ontwerp) paraplubestemmingsplan ‘parkeren’. Ten behoeve van het voorzien van voldoende parkeergelegenheid is er een uitgebreide parkeerbalans opgesteld, met de berekeningen van de parkeerbehoefte. Het volledige rapport is opgenomen in de bijlagen, in deze toelichting zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. De totale maximale parkeerbehoefte van het plangebied bedraagt 49 parkeerplaatsen in het ‘worstcase scenario’. In totaal zijn er met de herindeling en de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen rondom de kerk én de maximale bezettingsgraad van 85%, 8 parkeerplaatsen beschikbaar voor het plan. De overige parkeerbehoefte kan worden opgevangen op het nieuwe parkeerterrein ten noorden van het kerkgebouw. Hier moeten nog minimaal 41 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Er is dan sprake van een gesloten parkeerbalans.

Gezien er op het nieuwe parkeerterrein 42 parkeerplaatsen worden gerealiseerd en er daarnaast 8 parkeerplaatsen in de openbare ruimte voor het planvoornemen kunnen worden gebruikt, wordt er voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Ook voor de ontwikkelingen met het maximale aantal appartementen van 25, welke middels een afwijkingsbevoegdheid met onderhavig bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, wordt er met de 42 parkeerplaatsen op het nieuwe parkeerterrein en de 8 beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd. Voor het meest maatgevende moment, een werkdagavond, bedraagt voor de 25 appartementen het aantal benodigde parkeerplaatsen namelijk 47. Fietsparkeren In Nederland worden veel ritten op de fiets gemaakt. Daarbij is het noodzakelijk om de fiets ook ergens te parkeren. Voor nieuwe voorzieningen, waarvoor een omgevingsvergunning, benodigd is, geldt conform de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, ook een parkeereis voor fietsparkeervoorzieningen. Voor een basisschool < 250 leerlingen geldt voor de leerlingen een fietsparkeernorm van 4,3 per 10 leerlingen. En daarnaast een fietsparkeernorm van 0,4 per 10 leerlingen voor de medewerkers.

Met onderhavige ontwikkeling worden er 5 klaslokalen gerealiseerd met een gemiddeld leerlingenaantal van 25, derhalve betreft het dus een basisschool met 125 leerlingen. Met 125 leerlingen komt het aantal noodzakelijke fietsparkeervoorzieningen voor leerlingen op 53,75. Voor een basisschool met 125 leerlingen komt het aantal noodzakelijke fietsparkeervoorzieningen voor medewerkers op 5. In totaal dienen er voor de basisschool dus afgerond 59 fietsparkeervoorzieningen te worden gerealiseerd.

Hoofdstuk 4

55

Daarnaast gelden er ook een fietsparkeernormen voor woningen, deze normen zijn weergegeven in tabel 4.5.

Tabel 4.5 Fietsparkeernormen voor woningen (bron: Nota Parkeernormen Meierijstad, 2018)

Met onderhavig planvoornemen worden er 16 appartementen gerealiseerd. 14 appartementen zijn appartementen met 1 kamer, hiervoor geldt de fietsparkeernorm van 0,75, waarbij de opmerking wordt geplaatst dat er minimaal 2 fietsparkeerplekken per appartement nodig zijn. Er dienen derhalve 28 fietsparkeervoorzieningen te worden gerealiseerd. Voor de 2 appartementen met meer dan 1 kamer wordt gerekend met de fietsparkeernorm van 2,5 per woning, hiervoor zijn 5 fietsparkeervoorzieningen noodzakelijk. In totaal dienen er dus in de fietsenberging 33 fietsparkeervoorzieningen te worden gerealiseerd voor de bewoners van de appartementen. Voor de bezoekers van 16 appartementen is daarnaast nog eens rekening gehouden met de gemiddelde fietsparkeernorm van 0,75 per woning. Derhalve dienen er nog eens 12 fietsparkeervoorzieningen te worden gerealiseerd in de openbare ruimte. In de inrichtingsschets welke wordt uitgewerkt in samenspraak met de Dorpsraad worden de openbare fietsparkeervoorzieningen ingetekend. In totaal zullen dit er minstens 59 moeten zijn ten behoeve van de basisschool en nog eens 12 ten behoeve van de bezoekers van de appartementen. En tevens 33 fietsparkeervoorzieningen voor de bewoners van de appartementen, welke voornamelijk inpandig (o.a. in een fietsenberging) zullen worden gerealiseerd. Voor de bewoners van de appartementen worden o.a.

fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd in een fietsenberging. Deze fietsenberging dient, conform de fietsparkeernormen van de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018', te voorzien in minstens 33 fietsparkeervoorzieningen. De inrichting van het plangebied met ook de locatie van de fietsenberging is in overleg met de dorpsraad uitgewerkt in een inrichtingsschets. Binnen de bestemming ‘Groen’ is een aanduiding ‘specifieke vorm van groen - fietsenberging’ opgenomen. Binnen deze aanduiding is het mogelijk om een bouwwerk te realiseren ten behoeve van fietsenstalling/-berging ten dienste van het wonen (tot een maximale bouwhoogte van 4 meter en een oppervlakte van maximaal 75 m 2).

Hoofdstuk 4

56

5.

JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding De aanleiding voor de herziening van het vigerende bestemmingsplan is de gewenste herbestemming van een deel van de Heilige Antonius Abtkerk (gemeentelijk monument) en de nieuwbouw van een school, kinderopvang en appartementen. Bij het opstellen van de herziening is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Eerde’ en bij het gemeentelijke ‘Handboek Bestemmingsplannen’. Het bestemmingsplan voldoet verder aan de vereisten van de SVBP 2012.

5.2 Systematiek van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven.

Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan:  Begrippen: In deze regels zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begrippen zijn alleen nodig wanneer die gebruikt worden in de regels en wanneer deze tot verwarring kunnen leiden of op meerdere manieren te interpreteren zijn.

Hoofdstuk 5

57

Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komt de bestemming aan de orde. De opbouw van de bestemming ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functie.  Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart).  Nadere eisen: in dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waaraan burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden, heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten.  Afwijken van de bouwregels: Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, bepaalde oppervlaktematen van bijgebouwen en herbouw van een woning buiten het bouwvlak, die conform de bouwregels niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

 Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden.  Afwijken van de gebruiksregels: Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, bepaalde vormen van gebruik, die conform de bestemmingsomschrijving niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Hoofdstuk 3: Algemene regels In het derde hoofdstuk zijn de regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het gehele plan. De algemene regels zijn (evenals de inleidende regels) van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels.  Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Hoofdstuk 5

58

  

Algemene bouwregels: deze regels geven algemene regels voor de bouw van ondergeschikte bouwregels en voor ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels: deze regels geven algemene regels over wat onder een strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels: in deze regels zijn aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels: in deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel(s) In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen:  Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsregel houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Een hardheidsclausule is opgenomen zodat Het bevoegd gezag kan afwijken van het overgangsrecht voor gebruik.  Slotregel: deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3Toelichting op de bestemmingen Hier wordt per bestemming een korte toelichting gegeven ter verduidelijking van de regels. Gemengd Deze bestemming ligt ter plaatse van de kerk en de nieuwe ontwikkelingen (school, woningen, kinderdagverblijf). De gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, waar de nieuwe ontwikkelingen, met uitzondering van de woningen, onder vallen. De woningen worden binnen deze gemengde bestemming ook toegestaan, ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’. Het maximum is 16. Hier kan via een afwijkingsbevoegdheid van afgeweken worden. Ter plaatse van het nieuwe pastoriegebouw is uitsluitend woningbouw toegestaan (en dus geen maatschappelijke functies). Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden, tot de maximale hoogte zoals weergegeven op de verbeelding. Buiten het bouwvlak kunnen bouwwerken, geen gebouwen zijnde gebouwd worden, zoals een erfafscheiding of vlaggenmast, tot de maximale hoogte zoals opgenomen in de regels.

Hoofdstuk 5

59

Het is mogelijk om via een afwijking maximaal 25 woningen toe te staan, als voldaan worden aan de opgenomen voorwaarden. Groen De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, gazons, pad en speelvoorzieningen. Ook voor de bestaande kiosk en de bestaande begraafplaats, ter plaatse van specifieke aanduidingen. Behalve de kiosk zijn verder alleen gebouwen van algemeen nut, een berging (ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – berging’) en een fietsenberging (ter plaatse van de aanduiding ‘fietsenberging’) toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet hoger zijn dan 5 meter, uitgezonderd verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten (8 meter) en erfafscheidingen (2 meter). Voor de bergingen zijn specifieke maatvoeringen opgenomen wat betreft hoogte en oppervlakte. Verkeer - verblijf Deze gronden zijn onder andere bestemd voor woonstraten, paden, parkeer-, groen en speelvoorzieningen. Uitsluitend gebouwen ten behoeve van algemeen nut zijn toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet hoger zijn dan 5 meter, uitgezonderd verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten (8 meter) en erfafscheidingen (2 meter). Waarde – Archeologie De gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden.

Vandaar dat regels zijn opgenomen over bouwen en het uitvoeren van werken/ en werkzaamheden om deze waarden te beschermen. Waarde – Molenbiotoop De gronden zijn primair bestemd voor het beschermen van de functie van de in de nabijheid van dit gebied voorkomende molen als werktuig en van zijn waarde als beeldbepalend cultuurhistorisch betekenisvol element. Vandaar dat regels zijn opgenomen over bouwen en het uitvoeren van werken/ en werkzaamheden om deze waarden te beschermen. Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen De gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en instandhouding van monumentale en beeldbepalende waarden van bomen. Vandaar dat regels zijn opgenomen over bouwen en het uitvoeren van werken/ en werkzaamheden om deze waarden te beschermen.

Hoofdstuk 5

60

6.

UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Onderzoek is ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het onderhavige plan. Hierbij is inzicht verkregen in de opbrengsten en kosten die hiermee verband houden. Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen:  de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte.

Het initiatief betreft de bouw van 16 tot maximaal 25 nieuwe appartementen een nieuw multifunctioneel gebouw met een bassischool en kinderdagverblijf en de herbestemming van het kerkgebouw. Het aantal woningen ligt boven de grens van 10 woningen, zodat er een noodzaak is voor het vaststellen van een exploitatieplan. Er is met de gemeente Meierijstad een anterieure overeenkomst gesloten waarin één en ander met betrekking tot het kostenverhaal is geregeld en anderszins in het wettelijke kostenverhaal is voorzien. De uitvoering van de ontwikkeling is in handen van particuliere partij. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is verzekerd. Daarmee is verzekerd dat alle projectgebonden kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden

Hoofdstuk 6

61

gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. 6.2.1 Omgevingsdialoog Voorafgaand aan de formele planologische procedure hebben bijeenkomsten plaatsgevonden waarin het planinitiatief is besproken. Op 25 april 2018 is een eerste plan van initiatiefnemer SHAAK van het Dorpshart gepresenteerd tijdens een openbare vergadering van de Dorpsraad Eerde. In dit ontwerp wordt de kerk ingeklemd tussen twee nieuwbouwblokken met appartementen en klaslokalen. Tijdens de dorpsvergadering en in daaropvolgend overleg is altijd aangegeven dat initiatiefnemer open staat voor gesprekken en/of zienswijzen en deze graag direct van omwonenden vernam. Op 19 maart 2019 is een alternatief plan gepresenteerd door initiatiefnemer SHAAK. Daarnaast wordt er dan ook een alternatief plan gepresenteerd door een samenwerking van architect Van Hooft in samenwerking met Stichting Vrienden van de Eerdse kerk (VVEK). Vervolgens presenteerden in november 2019 de architecten Van Hooft en LA Architecten (namens SHAAK) een gezamenlijk plan. Stedenbouwkundig is er overleg geweest tussen de twee architecten.

LA Architecten heeft de school en pastorie verder uitgewerkt en Van Hooft de Kapel en het patronaatsgebouw. De nieuwbouw aan de rechter vleugel is verdwenen. De oude pastorie wordt herbouwd en geïntegreerd in de plannen In het voorjaar van 2020 vindt meermaals overleg plaats tussen initiatiefnemer SHAAK en de werkgroep Kerk & Dorpskern. Deze werkgroep is gevormd op initiatief van de Dorpsraad Eerde. Er zijn o.a. besprekingen in januari en op 11 april, 24 april en 9 mei. Na het overleg van 8 juli 2020 met de Monumentencommissie is het ontwerp nog aangepast, zo wordt de plattegrond van de moderne tussenbouw vereenvoudigd en recht, de PV panelen verdwijnen van de kap en ook het appartement direct onder de kap van de kerk verdwijnt uit de plannen. Daarbij komt het plan gedeeltelijk tegemoet aan de wensen van de VVEK. Het alternatieve plan van de VVEK wordt in deze commissie ter kennisgeving aangenomen maar niet verder behandelt. De wijzigingen die daarin worden gedaan zijn met geen van de uitgangspunten van de gebruikers -met name voor de school (SKIPOV)- in overeenstemming en kunnen dus ook niet worden verwerkt.

In overleg met meerdere partijen is het ontwerp regelmatig aangepast, onder andere op de volgende punten: - Vervallen nieuwbouw aan de rechter zijbeuk van de kerk; - Introductie herbouw pastorie als bebouwingselement; - Opschuiven nieuwbouw en introductie haakvormige massa achter pastorie om plaats te houden voor de monumentale Beuk. Er heeft meerdere keren overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en de Dorpsraad Eerde. Op site van de Dorpsraad Eerde (https://dorpsraadeerde.nl/vergaderingen/) zijn de verslagen van de Dorpsvergaderingen terug te vinden. Tijdens de dorpsvergadering van 16 september 2021 is nog

Hoofdstuk 6

62

eens specifiek gelegenheid geboden aan omwonenden om een reactie te geven op de plannen. De uitnodiging voor de openbare dorpsvergadering op 16 september 2021 is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De uitnodiging, waarbij de mogelijkheid is geboden om aan te sluiten na de dorpsvergadering is verzonden aan de volgende adressen: - Kapelstraat 44-45a-46-51-53-58-64 - Esdonkstraat 1-3-5-7-9-11-13-15-17-19-21-25-27-28-29-31-33 - Capellevelt 13-11-14-15-16 - Bernard van Damstraat 25-26-28-29-30-31. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties, te weten Waterschap Aa en Maas en de Provincie Noord-Brabant, zijn in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. 6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening.

In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gezien er reeds een uitvoerige omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden, kiest de gemeente ervoor geen inspraakprocedure te doorlopen. 6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van de procedure heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Gedurende deze termijn kon een ieder naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan kenbaar maken aan de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad. Tijdens deze termijn zijn er zienswijzen ingediend. De Nota beantwoording zienswijzen is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Voor een overzicht van de zienswijzen, de reactie van de gemeente daarop en de wijzigingen die voortvloeiden uit de zienswijzen, wordt kortheidshalve verwezen naar deze bijlage. Het plan is vervolgens op 16 december 2021 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad.

Hoofdstuk 6

63

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Regiekaart Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 4: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Onderbouwing wateraspect infiltratie onderzoek Bijlage 7: Quickscan Flora en fauna Bijlage 8: Boom Effect Analyse Bijlage 9: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Bijlage 10: Selectieadvies Gemeente Meierijstad Bijlage 11: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 12: Aanvullende onderzoeken akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 13: Parkeerbalans Bijlage 14: Stikstofonderzoek Bijlage 15: Externe veiligheid buisleidingen Bijlage 16: Advies veiligheidsregio Bijlage 17: Notitie zienswijzen en ambtelijke wijzingen

Regels

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 3

Gemengd

13

Artikel 4

Groen

17

Artikel 5

Verkeer - verblijf

19

Artikel 6

Waarde - Archeologie

20

Artikel 7

Waarde - Molenbiotoop

22

Artikel 8

Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen

24

Hoofdstuk 3

Algemene regels

26

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

26

Artikel 10

Algemene bouw regels

27

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

28

Artikel 12

Algemene afw ijkingsregels

29

Artikel 13

Algemene w ijzigingsregels

31

Artikel 14

Overige regels

32

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

33

Artikel 15

Overgangsrecht

33

Artikel 16

Slotregel

34

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 3 van 34

Datum:16-12-2021

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 4 van 34

Datum:16-12-2021

Regels

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 5 van 34

Datum:16-12-2021

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Dorpshart Eerde' met identificatienummer NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar -ingevolge de regels- regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6 bebouwingspercentage de in procenten uitgedrukte maximale som van de oppervlakten van de bouwwerken, in verhouding tot het grondoppervlak van het bouwperceel dan wel het grondoppervlak gelegen binnen het bouwvlak per bouwperceel; 1.7 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.8 bedrijf aan huis het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.9 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.10 begane grondvloer de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.11 beroep aan huis een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 6 van 34

Datum:16-12-2021

1.12 bestaande bebouwing bebouwing die op het tijdstip van eerste terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is, danwel na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarbij de bouwaanvraag voor dat tijdstip is ingediend; 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak, daaronder begrepen: aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in

een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie) architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; carport: een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk ten behoeve van de stalling van (motor)voertuigen, bestaande uit een gesloten dakconstructie, ondersteund door palen of kolommen; de wanden van de bebouwing waartegen wordt aangebouwd kunnen als ondersteuningsconstructie fungeren; overkapping: een bouwwerk bestaande uit een gesloten dakconstructie, zonder eigen wanden of met maximaal 1 eigen wand, dat aan tenminste een deel van één zijde een gesloten wand kent.

1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 7 van 34

Datum:16-12-2021

1.18 bouwkundige afscheiding onder bouwkundig afgescheiden moet worden verstaan dat de panden los van elkaar staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor op vergelijkbare wijze directe overdracht van geluid, geur en stof voorkomen wordt; 1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een dakterras, onderbouw en zolder; 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; voorste bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; zijdelingse bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste bouwperceelsgrens; achterste bouwperceelsgrens: de meest van de weg af gelegen bouwperceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste bouwperceelsgrens; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk een bouwkundige constructie van

enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde; 1.24 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw; 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26 dienstverlening het verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet aan een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 1.27 entree een bouwwerk ten behoeve van de toegang tot een gebouw;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 8 van 34

Datum:16-12-2021

1.28 erf al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst; 1.29 erker een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag; 1.30 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.33 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; 1.34 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert.

Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. 1.35 maatschappelijke voorzieningen educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.36 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak (zie artikel 10.1);

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 9 van 34

Datum:16-12-2021

1.37 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op minimaal 1,75 m¹ onder peil; 1.38 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde; 1.39 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde, en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.40 parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op méér dan twee wielen; 1.41 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 1.42 peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.43 perceel kadastraal perceel; 1.44 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het

verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.45 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch / pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.46 seksuele dienstverlening een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het (doen) plaatsvinden van erotisch / pornografische vertoningen;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 10 van 34

Datum:16-12-2021

1.47 tuin niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.48 voorste bouwvlakgrens de grens van het bouwvlak gelegen aan de zijde van de weg, voor zover er sprake is van een voorste bouwperceelsgrens. 1.49 voorziening van algemeen nut voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.50 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.51 werk grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk; 1.52 werken alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren; 1.53 wet/wettelijke regelingen indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.54 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 11 van 34

Datum:16-12-2021

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte

van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren); 2.10 brutovloeroppervlak van een gebouw gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.11 oppervlak van een bouwperceel de maten van het kadastrale perceel, dan wel, wanneer er geen sprake is van een gedeeld kadastraal perceel, de feitelijke oppervlakte van het perceel behorend bij het hoofdgebouw;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 12 van 34

Datum:16-12-2021

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. wonen in woningen met een beroep of bedrijf aan huis, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding en de woningen uitsluitend binnen de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mogen worden gerealiseerd; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - uitsluitend wonen': uitsluitend voor woningen en bijbehorende voorzieningen; met de daarbij behorende: d. tuinen, erven en terreinen; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. voorzieningen van algemeen nut en energievoorzieningen; h. wegen, straten en paden; i. waterlopen en waterpartijen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van siertuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op of in de in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen voor de voorste bouwvlakgrens mag niet meer dan 1,5 m¹ bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen achter de voorste bouwvlakgrens mag niet meer dan 2 m¹ bedragen; c. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m¹ bedragen; d. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag niet meer dan 5 m¹ bedragen;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 13 van 34

Datum:16-12-2021

e. de hoogte van speelvoorzieningen buiten het bouwvlak mag niet meer dan 5 m¹ bedragen; f. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag niet meer dan 2,5 m¹ bedragen. 3.2.4 Karakteristieke geluidwering a. De volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan benodigde gevelwering uit tabel 5 van het geluidrapport "akoestisch onderzoek industrielawaai Dorpshart Eerde Herontwikkeling H. Antonius Abt Kerk", met kenmerk 20200985.v01, opgesteld door De Roever Omgevingsadvies op 8 oktober 2020 b. De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan de karakteristieke geluidwering bedoeld in lid a. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van extra bebouwing Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in artikel 3.2 ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen alsmede ten behoeve van fietsenstalling/-berging voor wonen, meer bebouwing toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m¹; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 150 m2. 3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1 Voorwaardelijke verplichting bouwkundige afscheiding Woningen en andere geluidgevoelige functies mogen uitsluitend in gebruik worden genomen, mits deze bouwkundig afgescheiden zijn van ruimtes die bedoeld zijn voor functies zoals beschreven in 3.1 onder a. 3.5.2 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is. Het in dienst hebben van personeel is daarbij toegestaan;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 14 van 34

Datum:16-12-2021

c. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; d. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein; e. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; f. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); g. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende bedrijven; h. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; i. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; j. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; k. beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan. 3.6

Afwijken van de gebruiksregels

3.6.1 Afwijking extra woningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder b door extra woningen toe te staan, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het maximale aantal woningen binnen het bestemmingsvlak bedraagt niet meer dan 25; b. het toevoegen van extra woningen waarbij de gebruiksruimte van de school wordt ingezet, is uitsluitend toegestaan als voldoende is aangetoond dat de concrete vraag naar de schoolfunctie is afgenomen waardoor deze gebruiksruimte niet meer nodig is, bijvoorbeeld vanwege demografische ontwikkelingen in en rondom de kern van Eerde; c. het toevoegen van extra woningen waarbij de gebruiksruimte van de overige maatschappelijke voorzieningen wordt ingezet, is uitsluitend toegestaan als voldoende is aangetoond dat de concrete vraag naar deze betreffende voorziening is afgenomen waardoor deze gebruiksruimte niet meer d. de extra woningen passen binnen de gemeentelijke woningbouwprogrogrammering; e. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; f. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; g. er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid al bedoeld in artikel 14.1, 14.2 al dan niet met toepassing van artikel 14.3.

3.7 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; b. het uitoefenen van een Bed & Breakfast mag uitsluitend plaatsvinden bij grondgebonden woningen;

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 15 van 34

Datum:16-12-2021

c. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; d. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn, met een absoluut maximum van 60 m²; e. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; f. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; g. permanente bewoning is niet toegestaan; h. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; i. het gebruik moet naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming zijn; j. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefend, tevens de hoofdbewoner van de woning is; k. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; l. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten.

NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG01

Pagina: 16 van 34

Datum:16-12-2021

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. gazons, bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut en energievoorzieningen; f. een begraafplaats, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk begraafplaats'; g. evenementen; h. waterlopen en waterpartijen; i. een kiosk, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - kiosk'; j. een (fietsen)berging ten dienste van de in lid 3.1 onder b genoemde doeleinden, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - fietsenberging'; k. een berging ten dienste van de in lid 3.1 onder a genoemde doeleinden, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - berging'; met de daarbij behorende: l. verhardingen; m. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Op of in de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=475f26e1-0341-4cee-86e0-91adf4a671ec