Begroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028
Tekst van het document
Daar betalen zijn dan reinigingsrechten voor. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de reinigingsheffing weergegeven. Deze mogen maximaal 100% kostendekkendheid zijn. Reinigingsheffing Kostendekking (bedragen x € 1.000) Lasten taakvelden Straatreiniging Kwijtschelding Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten taakveld Toe rekenen kosten: Kosten heffen en invorderen Overhead
9.986 68 68 -2.705 7.417 93 891
79
Kostendekking (bedragen x € 1.000) BTW Totaal toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
Reinigingsheffing 1.257 2.241 9.658 9.658 100,0%
Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven van eigenaren en gebruikers van woningen en van niet woningen van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering of op een individuele behandeleenheid afvalwater (IBA) wordt afgevoerd. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de rioolheffing weergegeven. Deze mogen maximaal 100% kostendekkendheid zijn. Rioolheffing Kostendekking (bedragen x € 1.000) Lasten taakvelden Externe kosten Straatreiniging Kwijtschelding Sloten en stadswateren Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten taakveld Toe rekenen kosten: Kosten heffen en invorderen Kapitaallasten Overhead BTW Totaal toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
1.060 3.760 420 112 59 -60 5.351 36 1.371 848 1.290 3.545 8.896 8.896 100,0%
Reclamebelasting Voor openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg wordt reclamebelasting geheven. Deze belasting wordt nog geheven voor het centrum van Schijndel. Voor Veghel is met de komst van de bedrijveninvesteringszone (BIZ) met ingang van belastingjaar 2021 de reclamebelasting komen te vervallen. Voor de kern van Sint-Oedenrode is met de komst van de BIZ de reclamebelasting met ingang van belastingjaar 2022 komen te vervallen. De opbrengsten van zowel de reclamebelasting als ook van de BIZ zijn bij raadsbesluit bestemd voor de ondernemersfondsen in die kernen. Toeristenbelasting Personen, die niet als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen zijn ingeschreven en die tegen vergoeding nachtverblijf houden betalen toeristenbelasting. Dit kunnen recreanten en arbeidsmigranten zijn. De belasting wordt geheven van degene die de gelegenheid tot overnachting tegen vergoeding biedt. De heffing geschiedt na afloop van het belastingjaar. Marktgelden Onder de naam marktgelden worden rechten geheven voor het tijdens marktdagen innemen van standplaatsen op de weekmarkt of het innemen van een individuele standplaats op andere dagen.
80
Leges Voor een dienst of product van de gemeente betaal je leges. Vraagt u bijvoorbeeld een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning aan, dan brengt de gemeente leges in rekening. U moet de leges ook betalen als uw aanvraag wordt afgewezen. Want het gaat niet om het eindproduct, maar om een vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van WABO en Burgerzaken weergegeven. Deze mogen maximaal 100% kostendekkendheid zijn. Omgevingswet Burgerzaken Kostendekking (bedragen x € 1.000) Kosten taakvelden Externe kosten Netto kosten taakveld Toe rekenen kosten: Overhead BTW Totaal toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
1.780 606 2.386
637 844 1.481
1.424
510
1.424 3.811 2.873 75%
510 1.991 1.709 86%
Scheepvaartrechten Scheepvaartrechten betaal je voor het gebruik van de gemeentelijke haven in Veghel. Schippers betalen deze rechten. Onder de naam “overslaggeld” wordt een recht geheven wegens het gebruik maken van gedeelten van de havens welke onmiddellijk dan wel middellijk met het laden en lossen van vaartuigen verband houden. Lokale lastendruk De lokale belastingdruk is gebaseerd op OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. We hebben in het coalitieakkoord 2022-2026 "Thuis in Meierijstad" opgenomen om de gemiddelde belastingdruk zo min mogelijk te laten toenemen. Belastingen worden wel trendmatig aangepast. De tarieven voor afvalstoffenheffing en riolering zijn maximaal 100% kostendekkend. We leggen de vaststelling van de OZB-tarieven, tarieven rioolheffing en tarieven reinigingsheffingen 2025 afzonderlijk aan de raad voor. Leges Voor leges geldt een maximale dekkingsgraad van 100%. Dit wordt conform wetgeving gebaseerd op de cijfers uit de primitieve begroting.
81
Bron afbeelding (vorige pagina): COELO 2024 atlas van de lokale heffingen De gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel zijn niet opgenomen in de COELO 2024 Kwijtscheldingsbeleid Indien inwoners de aanslag gemeentebelastingen niet kunnen betalen, bestaat de mogelijkheid om hier kwijtschelding voor aan te vragen. Het kwijtscheldingsbeleid is gebonden aan een aantal rijksregels. Binnen de door het Rijk vastgestelde regels voert de gemeente Meierijstad het kwijtscheldingsbeleid uit. Niet voor alle belastingsoorten wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing (uitsluitend het vastrecht), de rioolheffing voor gebruikers en in zeer beperkte mate en onder strenge voorwaarden voor de OZB. Kwijtschelding wordt dikwijls vooraf verleend doch kan op verzoek ook achteraf worden verleend.
82
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Beleid & ontwikkelingen In deze paragraaf staat informatie over risico's met financiële gevolgen. En in welke mate de gemeente Meierijstad in staat is deze op te vangen zonder direct het beleid aan te passen. De gemeenteraad heeft de beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing vastgesteld. De gemeente Meierijstad wil risico’s niet elimineren, maar wil ze aanvaardbaar en beheersbaar houden. Gezond verstand laten we de boventoon voeren bij risicobeheersing, zodat we doen wat we moeten doen. Tweemaal per jaar, bij de begroting en de jaarstukken, beoordelen we ons risicoprofiel. Weerstandscapaciteit & -vermogen Weerstandscapaciteit Om een inschatting te maken van het weerstandsvermogen is het nodig om de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit te berekenen. Hoe we de benodigde weerstandscapaciteit berekenen op basis van het risicoprofiel is uitgelegd onder "Risico's". De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit structurele en incidentele middelen en mogelijkheden om niet-begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn af te dekken. Deze staan in de volgende tabel met daaronder een toelichting.
2025 2026 2027 2028 Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) Onbenutte belastingcapaciteit Post onvoorziene uitgaven Totaal structurele weerstandscapaciteit Algemene risico reserve per 1-1 Algemene risico's grondexploitatie Totaal incidentele weerstandscapaciteit
9.700 250 9.950 50.355 20.360 70.715
9.700 250 9.950 43.117 20.360 63.477
9.700 250 9.950 39.481 20.360 59.841
9.700 250 9.950 36.151 20.360 56.511
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
80.665
73.427
69.791
66.461
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Het gaat daarbij om de inkomsten uit de ozb, de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing. De rioolheffingen en de afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Voor de ozb hanteren we de artikel 12-norm van het rijk. In de meicirculaire van het Gemeentefonds geeft de minister van Binnenlandse Zaken elk jaar nieuwe normen voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet. Toelating wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor 2025 is dit percentage gesteld op 0,1595% (in 2024 was dit 0,1614%). De onbenutte belastingcapaciteit is voor 2025 € 9,7 miljoen en is in het meerjarig beeld gelijk gehouden. Post onvoorziene uitgaven De hoogte van de post onvoorziene uitgaven is € 250.000. Algemene risicoreserve per 1-1 De geraamde stand van de Algemene risicoreserve van de gemeente Meierijstad is per eind 2024 € 50,4 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met de vaststelling van de jaarstukken 2023, de incidentele posten uit de begroting 2024, de raadsbesluiten tot en met juli 2024, de 2e bestuursrapportage 2024 en de (voorgenomen) begroting 2025 met als dekking deze reserve.
Algemene Reserve risico's grondexploitatie De geraamde stand van de algemene reserve risico's grondexploitaties is € 20,4 miljoen.
83
Weerstandsratio In de volgende tabel staat de berekening van het weerstandsvermogen uitgedrukt in de weerstandsratio. Dit is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit (zie onderdeel risico's). In de nota weerstandsvermogen is vastgelegd dat deze ratio minimaal 1,0 moet zijn. (bedragen x € 1.000) Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsratio Norm weerstandsratio
2025
2026
2027
2028
80.665 34.718 2,32 1,0
73.427 34.718 2,11 1,0
69.791 34.718 2,01 1,0
66.461 34.718 1,91 1,0
De weerstandsratio 2025 is lager dan de ratio bij de jaarstukken 2023. Dit komt door met name de overheveling naar de reserve kapitaallasten (€ 30,0 mln) voor de investeringen optimalisatie bestuurscentrum en Omnipark Erp. De beleidsvoornemens van de begroting 2025 zijn verwerkt in de cijfers. Risico's Bij het actualiseren van het risicoprofiel bekijken we elk gesignaleerd risico. We beoordelen de kans dat het risico zich voor doet en wat het financieel gevolg dan zou zijn. Deze twee inschattingen vormen de basis voor de zogenaamde risicoscore. Hoe hoger de score, hoe groter het risico. De methodiek die we volgen staat in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij het vaststellen van deze nota is afgesproken dat we risico’s met een risicoscore van 15 of hoger opnemen in de planning en control documenten. Dit zijn de zogenaamde top risico's. In de volgende tabel staan van deze actuele top risico's, de risicoscore, het financieel gevolg, het rekenpercentage (van de kans op voorkomen). De berekende risicowaarde is financieel gevolg x rekenpercentage. In de kolom (beheers)maatregelen staat wat we doen om het risico zo klein mogelijk te houden.
84
Risico naam (bedragen x € 1.000)
(Beheers)maatregelen
Risico Financieel score gevolg
Reken %
Risico waarde
Budget Zorg in Natura Jeugdhulp
Sturing op het gebruik van jeugdhulp. Hierbij proberen we aan de hand van de dashboards lokaal en regionaal een analyse te maken van het zorgverbruik. Hierdoor hopen we een betere inschatting te kunnen maken en in te kunnen spelen op ontwikkelingen zoals de stijging van SGGZ en toename excessieve casuïstiek. Bij de uitvoering van de jeugdhulp vormen onze lokale toegang en de (huis)artsen een belangrijke rol in de daadwerkelijke kosten voor de jeugdhulp. Ook in 2024 hebben de jeugdconsulenten op lokaal niveau ondersteuning gekregen bij het kritisch kijken naar een casus en bij het zoeken naar alternatieven om zo de inzet van deze hulpvormen zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast zetten we stevig in op preventie om eventuele hulpvragen eerder te signalen zodat we vroegtijdig hierop in kunnen spelen.
25
1.500
90
1.350
Prijsstijgingen en gebrek aan Als prijsstijgingen doorzetten, capaciteit op de markt om leidt dit tot een hogere investeringen / prijsindexatie binnen de werkzaamheden uit te voeren algemene uitkering. Met enige vertraging leiden hogere prijzen dus tot een hogere algemene uitkering. Verder hebben we de keuze om werken uit te stellen totdat prijzen dalen. Door realistisch plannen kunnen we uitgaven meer spreiden in de tijd. Onzekerheid financieel Continue monitoren van resultaat bij bouwgronden in ontwikkelingen zowel aan de exploitatie kosten- als de opbrengstenkant.
25
1.000
90
900
25
26.794
90
24.114
85
Risico naam (bedragen x € 1.000)
(Beheers)maatregelen
Risico Financieel score gevolg
Reken %
Risico waarde
Budget Wmo specialistische Sturing op het gebruik van hulp in natura hulp. Bij de uitvoering van de huidige inkoop sinds 2022 vormt onze lokale toegang een sleutelrol in de daadwerkelijke kosten voor de specialistische hulp Wmo. Daarom besteden we aandacht aan de instructie van de toegang. Het is van belang om goed zicht te hebben op de realisatie van de hulp en op tijd te kunnen bijsturen als dat nodig of wenselijk is. Het regiesysteem en dashboard helpt daarbij. We onderzoeken hoe we meer uitvoering kunnen geven aan het naar voren organiseren van hulp. Hulpvragen komen daardoor eerder bij het voorliggend veld terecht in bijvoorbeeld voorliggende voorzieningen.
20
750
90
675
Overschrijding van de begroting
Scherp sturen op budgetten.
20
750
90
675
Extra personeelskosten als gevolg van wachtgeldverplichtingen en ziekteverzuim
Vervanging van de zieke medewerkers vindt uitsluitend plaats als de dienstverlening onder hoge druk komt te staan. Er is een richtlijn opgesteld hoe om te gaan met medewerkers die disfunctioneren.
20
750
90
675
86
Risico naam (bedragen x € 1.000)
(Beheers)maatregelen
Investering wijkuitvoeringsplan transitievisie warmte
Meierijstad besloot in april 2021 dat duidelijkheid vanuit de Rijksoverheid over het juridisch en financieel kader een voorwaarde is om tot uitvoering over te gaan.
Risico Financieel score gevolg
Reken %
Risico waarde
20
5.000
75
3.750
15
300
90
270
15
4.022
50
2.011
De Rijksoverheid werkt aan een financieel kader voor de warmtetransitie, binnen het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Een eerste stap is het Nationaal Isolatieprogramma, waarin middelen beschikbaar zijn gesteld voor het isoleren van woningen. Dat is nog niet voldoende om alle doelgroepen te ondersteunen bij het aardgasvrij maken van hun woning. Voor startwijk De Bunders werken we ook de financiële component helemaal uit, met ondersteuning van alle Rijksregelingen. Onderdeel van het nieuwe beleid voor duurzaam opwek van energie in Meierijstad is een lokaal investeringsplatform. Dat wordt de komende jaren verder uitgewerkt en biedt kansen om ook warmteoplossingen lokaal en gezamenlijk te financieren. Uit de pas lopen van investeringsbedragen onderwijshuisvesting
Risico's grote projecten
Totaal top risico's
Jaarlijks worden de investeringsbedragen onderwijshuisvesting meerjarig bijgesteld aan de hand van de dan geldende nieuwbouwkosten configurator en bekende prijsindexeringen. Participatie omwonenden/bedrijven, strakke regievoering, opstellen planning met tussentijdse resultaten.
40.866
34.420
87
Naast de hiervoor genoemde toprisico's (risicoscore vanaf 15) hebben de risico's met een risico score lager dan 15 een risicowaarde van € 4,8 miljoen. Het gaat hier onder meer om risico's als het niet voldoen aan de Algemene Verordening gegevensbescherming, het opeisen van garantstellingen en de gevolgen klimaatverandering/extreme weersomstandigheden. De totale risicowaarde van de geïnventariseerde risico's komt daarmee op € 38,6 miljoen. Omdat we verwachten dat niet alle risico's zich tegelijk voordoen is in de beleidsregels opgenomen dat we voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit uitgaan van 90% van de totale risicowaarde (€ 34,7 miljoen). Benodigd weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)
risico waarde 2025 34.420
Gekwantificeerde top risico's Overige gekwantificeerde risico's
4.165
Totaal aan gekwantificeerde risico's
38.585
Waarschijnlijkheidsfactor 90%
34.718
Financiële kengetallen Het is voor de gemeenten verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. De provinciale toezichthouder hanteert een signaleringswaarde voor de financiële kengetallen welke hieronder zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de verplichte financiële kengetallen (BBV) opgenomen: Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Kengetallen 2024 2025 2026 2027 2028 2023 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Signaleringswaarden provincie: Signaleringswaarden provincie Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
40% 38%
30% 29%
46% 46%
52% 49%
49% 47%
47% 44%
43% 24% 3,80% 96%
29% 17% 1,44% 90%
37% 5% 0,22% 86%
35% 1% -2,84% 87%
33% 5% -2,82% 88%
34% -2% -2,68% 89%
Minst risicovol Neutraal Meest risicovol < 90 % 90-130 % > 130 % < 90 % 90-130 % > 130 % > 50 % 20-50 % < 20 % 20-35 % >0% 0% < 95 % 95-105 %
< 20 % > 35 % <0% > 105 %
De kengetallen van de begroting 2025 vergeleken met de signaleringswaarden van de provincie. Meest Signaleringswaarden provincie Minst risicovol Neutraal risicovol Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
x x
88
Signaleringswaarden provincie Minst risicovol Neutraal Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Meest risicovol
x x x x
Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Bij een schuldquote hoger dan 130% is er sprake van een zeer hoge schuld. Een netto-schuldquote die boven de 100% uitstijgt geeft aan dat er weinig leencapaciteit over is om de gevolgen van financiële tegenvallers op te vangen. De geraamde netto schuldquote van de gemeente Meierijstad ligt op 46% voor 2025. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij verstrekte leningen kan onzekerheid bestaan of ze allemaal worden terugbetaald. Daarom berekenen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Op die manier is duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor 2025 geraamd op 46%. Hoewel over de verstrekte leningen een risico gelopen wordt, veronderstellen we dat deze middelen worden terugbetaald. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% heeft een gemeente zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. De geraamde solvabiliteitsratio voor 2025 van de gemeente Meierijstad is 37%. Grondexploitatie De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het geraamde kengetal voor 2025 is voor de gemeente Meierijstad 5% en valt daarmee in de waardering minst risicovol. In de afgelopen jaren is deze sterk gedaald. Voor verwachtingen omtrent de te realiseren winsten wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Bij de begroting 2025 is de structurele exploitatieruimte 0,22%. Gelet op de verwachte financiële ontwikkelingen in de meerjarenraming 2026-2028 zal er voor de jaren 2026 en verder onvoldoende exploitatieruimte zijn. Vanaf 2026 is er geen structurele ruimte om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Meerjarig gezien ontstaat er een tekort in de exploitatie van zo'n 3%. Voor het opstellen van de begroting 2026 en verder zal naar oplossingen worden gezocht.
89
Belastingcapaciteit We relateren de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen vaak aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingdruk in de gemeente Meierijstad wordt berekend na vaststelling van de belastingen en tarieven. Totaal beoordeling De schuldquoten vallen voor 2025 in de categorie het minst risicovol. De solvabiliteitsratio van 35% valt onder een neutrale waardering. De grondexploitatie bedraagt 5%, De laatste jaren is het percentage flink gedaald. De structurele exploitatieruimte is met 0,22% voor 2025 op orde. Volgens voorschrift wordt dit kengetal berekend op basis van de primitieve begroting 2025 (cijfers uit het overzicht van baten en lasten). Gelet op de verwachte financiële ontwikkelingen in de meerjarenraming zal de structurele exploitatieruimte, zonder aanvullende maatregelen, omslaan in een tekort vanaf 2026 en volgende jaren.
90
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Beleid & ontwikkelingen Het beheer en onderhoud van het openbaar vastgoed, de wegen, bruggen, het riool, openbaar groen, de openbare verlichting en de gemeentelijke gebouwen kost veel geld. Deze paragraaf geeft een integraal inzicht in de kaders, ontwikkelingen, onderhoud en kosten over de programma’s heen. In onderstaande tabel is het beleid ten aanzien van onderhoud kapitaalgoederen opgenomen: Kapitaalgoed Meierijstad
Naam beheerplan
Riolering Programma Water en Riolering 2022-2026 (PWR) Verhardingen Beheerstrategie verhardingen Civieltechnische kunstwerken Beheerstrategie Civiele kunstwerken Openbare verlichting Beleidsplan Openbare verlichting Speelvoorzieningen Speelvisie Meierijstad Beheer openbare ruimte Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) Gebouwen Duurzaam Meerjaren Onderhouds Programma (DMOP) Gebouwen Nota integraal beleid maatschappelijk vastgoed Wegen Beheerplan wegen Kerncijfers Kengetallen
Vastgesteld in raad d.d.
Looptijd t/m
16-12-2021 27-2-2019 27-2-2019 10-10-2019 7-11-2019 20-12-2018 2-11-2023 2-11-2023 24-6-2021
2026 2023 2023 2030 2029 2022 2027 2027 2024
Aantal Eenheid
Civieltechnische kunstwerken: Bruggen Tunnels Keermuren/damwanden Geluidsvoorzieningen
174 5 4 22
st. st. st. st.
Verhardingen: Asfaltverharding Elementenverharding Betonverharding Onverharde wegen
240 318 7 42
ha ha ha ha
Openbare verlichting: Lichtmasten Armaturen Lampen
21.535 22.114 22.385
st. st. st.
Areaal groen: Bomen Speelplekken Speeltoestellen Bossen Houtige beplantingen Kruidachtige beplantingen Ruw gras Gazons
118.569 243 1.152 419 207 1 435 129
st. st. st. ha ha ha ha ha
91
Areaal water: Sloten en greppels Stadwater Poelen/kleine wateren
835 35 8
km ha ha
294 558 38 101 15.830 17 1.387 107
km km km st st st st st
Lig- en losplaatsen: Ligplaatsen passantenhaven genummerd Ligplaatsen passantenhaven ongenummerd Ligplaatsen beroepsvaart Losplaatsen beroepsvaart
24 12 30 10
st. st. st. st.
Vastgoed: Ambtelijke huisvesting
4
st.
Riolering: Drukriolering Vrijverval Persleidingen Hoofdgemalen Rioolputten Randvoorzieningen Pompunits IBA's
BEHEER OPENBARE RUIMTE CIVIEL TECHNISCHE KUNSTWERKEN Beleid/beheer In 2025 vinden onderhoud en vervangingen plaats aan civieltechnische kunstwerken. Dit wordt gedaan aan de hand van de Beheersstrategie Civiele kunstwerken welke geldt tot 2025. Voor 2025 tot en met 2029 wordt een nieuw beheersplan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is het voldoen aan onderhoudsniveau B welke met name gericht is op constructieve veiligheid en bruikbaarheid. Kwaliteit Het doel van deze maatregelen is het borgen van veiligheid voor gebruikers van de kunstwerken en het bereikbaar houden van de woon- en leefomgeving van inwoners en ondernemers. Financiën Voor het groot onderhoud van Civiele kunstwerken is een voorziening ingesteld. Hierin wordt jaarlijks een bedrag van € 189.000 gestort. Een overzicht van de werkzaamheden wordt jaarlijks aangeboden in het JOR van het betreffende uitvoeringsjaar. Risico’s Het onderhoud vindt plaats op basis van actuele inspecties waarmee tijdig maatregelen kunnen worden genomen om risico’s te verminderen en/of weg te nemen. Indien die maatregelen niet kunnen worden verricht, bestaat er een gerede kans dat de veiligheid bij gebruik en de bereikbaarheid van inwoners en ondernemers in gevaar komt.
Kunstwerken worden elk jaar visueel geïnspecteerd en waar nodig vinden extra onderzoeken plaats De voorziening die meegenomen is niet toereikend om ons areaal in de toekomst op onderhoudsniveau 2 te brengen/ houden. Omdat ons areaal voor ongeveer 75% op een hoger
92
onderhoudsniveau zit gaat er een verval plaats vinden met als gevolg een fikse toename van te onderhouden kunstwerken. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand civieltechnische kunstwerken 1-1 Toevoegingen
157
117
117
117
189
189
189
189
Onttrekkingen
-230
-189
-189
-189
Stand civiel technische kunstwerken 31-12
117
117
117
117
WEGEN (VERHARDINGEN) Beleid / Beheer Op basis van het in 2021 vastgestelde Beheerplan Wegen 2021 en de Beheerstrategie Verhardingen (februari 2019), wordt in 2025 onderhoud uitgevoerd aan verhardingen conform de richtlijnen van het CROW. In 2025 wordt een nieuw beheerplan wegen gemaakt. Kwaliteit Voor alle verhardingen is uitgegaan van het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau (kwaliteitsniveau B). Financiën In het Beheerplan Wegen 2021 is bepaald welke middelen er de komende 4 jaar nodig zijn om te voldoen aan het vastgestelde kwaliteitsniveau (planmatig onderhoud). Risico’s Op basis van inspecties is een actueel inzicht verkregen in de onderhoudstoestand van de wegen/verhardingen en de maatregelen die nodig zijn om risico’s te verminderen en/of weg te nemen. Indien die maatregelen niet kunnen worden getroffen, bestaat er een gerede kans dat de veiligheid van gebruikers in gevaar komt en de gemeente in toenemende mate aansprakelijk wordt gesteld voor geleden schade. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand wegen (verhardingen) 1-1
2.540
2.466
2.542
2.618
Toevoegingen
3.076
3.076
3.076
3.076
Onttrekkingen
-3.150
-3.000
-3.000
-3.000
Stand wegen (verhardingen) 31-12
2.466
2.542
2.618
2.694
OPENBARE VERLICHTING Beleid / beheer In 2020 is een vervangingsprogramma vastgesteld, met een oorspronkelijke looptijd van 10 jaar. Door de huidige omwikkelingen, en de ambities van het college, is de wens uitgesproken dit traject te versnellen. We nemen hierin een versnelde stap om aan de ambitie van de gemeente te voldoen door bij te dragen aan een maatschappelijke uitdaging. Aan de hand van ons beleidsplan openbare verlichting 2020-2030 zal de vervanging van de verlichting ervoor zorgen dat we voldoen aan het energieakkoord 2030. Door deze versnelling verwachten we in 2025 hieraan te voldoen.
93
Kwaliteit Meierijstad investeert in duurzame, veilige en innovatieve openbare verlichting. Hierbij wordt de benodigde verlichtingskwaliteit gerealiseerd, zodat de bijdrage aan sociale veiligheid en verkeersveiligheid van de beleving van de openbare ruimte (leefbaarheid) optimaal is. Financiën Om bovenstaande doelstellingen te realiseren wordt een krediet gevraagd bij de begroting. Voor 2025 is in de begroting een budget aangevraagd van € 2.750.000. De laatste lampen worden vervangen in 2025. OPENBAAR GROEN (INCLUSIEF RECREATIEGEBIEDEN) Beleid / beheer Het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) is eind 2018 vastgesteld. Sinds 2020 gaan we uit van een gedifferentieerd onderhoudsniveau op basis van risico’s en afwegingen. Het onderhoud van sloten, bermen, ruw gras, (stads)wateren en landschapselementen is geharmoniseerd. Het slootonderhoud buiten de bebouwde kom wordt uitgevoerd conform het raadsbesluit van 27 januari 2022. Als gevolg van de discussie in de gemeenteraad over de gewenste beheerkwaliteit wordt het IBOR opnieuw tegen het licht gehouden. Op basis van de beeldvormende avond van 9 februari 2023 zijn er voorstellen gedaan voor verbetering van de beheerkwaliteit in de openbare ruimte. Deze worden uitgevoerd op basis van de politieke besluitvorming.
Het Bosbeheerplan is geactualiseerd waarbij het beheer van leembossen, klimaatadaptatie en duurzaamheid onderdeel zijn geworden van het beheer. De uitvoering van renovatieprojecten is een continu proces. In 2025 wordt het bomenareaal uitgebreid en wordt er openbaar groen omgevormd ter verhoging van de biodiversiteit. Deze werkzaamheden worden geprogrammeerd in het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR 2025). Kwaliteit Het openbaar groen wordt momenteel onderhouden op de hierboven genoemde kwaliteitsniveaus en besluiten. Het biodiversiteitsbeleid van Meierijstad en klimaatadaptatie vragen ook om maatregelen ter verbetering van de kwaliteit in de openbare ruimte. We hebben een groot beheerareaal, informatie gestuurd werken is daarom een noodzaak. De beschikbare capaciteit hiervoor is een aandachtspunt. Risico’s We gaan uit van een gedifferentieerd onderhoudsniveau op basis van risico’s en afwegingen. In het kader van het IBOR hebben belangenorganisaties en de gemeenteraad aangegeven dat de huidige ambities en het huidige onderhoudsniveau te laag zijn. Hogere ambities zullen hogere kosten tot gevolg hebben. We zijn bezig met een kwaliteitsverbetering van onze beheerdata. Actuele beheergegevens zijn belangrijk voor het informatie gestuurd werken. Verouderde gegevens veroorzaken fouten en ergernissen. We krijgen steeds meer te maken met de gevolgen van klimaatsverandering.
Dit kwam al tot uiting in de omvang van droogteschade in de periode 2018-2021 maar ook de recentere overmatige neerslag. Water en bodem zijn leidend bij de inrichtingskeuzen waarbij een goede inschatting van de gevolgen van de klimaatsverandering steeds belangrijker wordt. De kennis op dit gebied is echter nog in ontwikkeling. Financiën Regulier groenonderhoud wordt op basis van meerjarige onderhoudscontracten uitbesteed en betaald uit exploitatiebudgetten. De renovaties zijn opgenomen in het investeringsprogramma. Op dit moment is er voor openbaar groen geen reserve of voorziening aanwezig.
94
RIOLERING Beleid/Beheer Onderhoud kapitaalgoed Riolering is gericht op een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving door goed om te gaan met inzameling en transport van de drie wettelijke zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater. Hieronder vallen de onderdelen zoals vrijverval en mechanische riolering, pompen en gemalen, overstorten en bergbezinkbassins, regenwatervoorzieningen en grondwatermeetnet. De betreffende beleids- en beheerkaders van de zorgplichten aangevuld met oppervlaktewater zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering (PWR). Kwaliteit Uitvoering voor beheer en onderhoud van de riolering en riooltechnische werken vindt plaats op basis van de beheerstrategie zoals opgenomen in het PWR. Daarnaast worden maatregelen genomen om het hydraulisch functioneren te verbeteren waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de totstandkoming van een klimaatadaptieve leefomgeving. De werkzaamheden worden afgestemd in de programmakamer van openbaar gebied en komen samen in het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR). In 2024 is het Uitvoeringsprogramma PWR opgesteld. Daarin zijn nog verschillende planvormingskosten voor de komende jaren opgenomen, zoals het Masterplan persleidingen, Oppervlaktewaterbeheerprogramma, Beheer- en onderhoudsplan groene en ondergrondse bergingen, Beheer en onderhoudsplan IBA’s inclusief vervangingsplan.
Omdat gemeente ook een belangrijke rol heeft in de bewustwording in het kader van goed rioolgebruik en om Meierijstad bestand te maken tegen weerextremen, wordt actief gecommuniceerd en gestimuleerd. Financiën De gevolgen van verhogingen van de onderhoudsbudgetten, de resultaten van andere verbeteringsmaatregelen, de capaciteitsvraag zijn inzichtelijk gemaakt in het kostendekkingsplan en uitvoeringsprogramma. Deze worden via begrotingswijziging voorgelegd aan de raad. Eerdere verhogingen zijn inmiddels al in de meerjarenbegroting ingebracht en leiden tot een verhoging van de rioolheffing in 2025. Daarnaast wordt in 2025 beschouwd of aanpassing van ons tariefstelsel wenselijk is. Risico's Als de benodigde budgetten niet beschikbaar worden gesteld zal het achterstallig onderhoud en het aantal storingen in omvang toenemen plus de ambities en doelstellingen uit het PWR niet worden behaald. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand spaarvoorziening riolering 11 Toevoegingen
11.340
9.503
10.441
11.441
1.000
1.000
1.000
1.000
Onttrekkingen
-2.837
-62
0
0
Stand spaarvoorziening riolering 31-12
9.503
10.441
11.441
12.441
(bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand beklemde middelen riolering 1-1 Toevoegingen
218
0
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen
-218
0
0
0
0
0
0
0
Stand beklemde middelen riolering 31-12
95
VASTGOED Beleid / beheer Onderhoud en verduurzaming Nu het geactualiseerde Duurzaam Meerjarig Onderhouds Plan (DMOP) uit 2018 en de Routeplanner CO2-reductie maatschappelijk vastgoed zijn vastgesteld, kunnen we in 2025 en navolgende jaren verder uitvoering geven aan het verduurzamen en het functioneel, veilig en voor iedereen toegankelijk in standhouden van onze openbare gebouwen. Om voor de toekomst niet voor financiële verrassingen te komen staan, gaan we naast de 4-jaarlijkse actualisatie, het DMOP ook jaarlijks indexeren met het gemiddelde prijsinflatiepercentage van 2,55% (gemiddelde over de afgelopen 10 jaren). Naast de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed op natuurlijke vervangingsmomenten conform het DMOP, worden voor zover technisch mogelijk en financieel haalbaar en renderend ook aanvullende verduurzamingsmaatregelen getroffen volgens de CO2-routekaart. Exploitatie Met de invoering van het nieuwe VIS komen we met de exploitaties van onze gebouwen en portefeuille nog meer in control qua bezetting, kostendekkendheid, financieel en maatschappelijk rendement, onderhoudsstaat en toekomstperspectief. Alle object- en relatiegegevens zijn/worden nu gecentraliseerd en geautomatiseerd in één pakket gekoppeld aan het nieuwe financieel pakket ERPX.
We kunnen nu ook op een praktische en doelgerichte manier uitvoering geven aan een analytische en strategische vastgoedsturing. Dit alles draagt bij aan het beter en sneller maken van slimme combinaties tussen vraag en aanbod waarmee we ons vastgoed optimaal kunnen inzetten voor het realiseren van de beleidsdoelen op het gebied van onderwijs, sport, welzijn, kunst en cultuur. Omdat er bij de eerste actualisatie van het DMOP, geen moverende redenen waren om de Kadernota Vastgoed (Vastgoedbeleid) uit 2018 inhoudelijk aan te passen, gaan we in 2025 het vigerende beleid tegen het licht houden c.q. toetsen op basis van ervaringen, veranderd tijdsbeeld, demografische ontwikkelingen en wet- en regelgeving. Indien uit deze screening blijkt dat het huidige beleid dient te worden aangepast, wordt hiervoor een voorstel gedaan. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand Gebouwen 1-1
6.183
3.429
460
857
Toevoegingen
4.556
4.200
4.200
4.200
Onttrekkingen
-7.310
-7.170
-3.803
-3.944
Stand Gebouwen 31-12
3.429
460
857
1.114
SPEELTERREINEN Beleid / beheer De komende jaren wordt gestreefd naar centrale buurtspeelplekken en meer natuurlijke speelplekken (Speelvisie 2019). In het beheerplan (vastgesteld 2021) is het beschikbare budget en de te maken keuzes voor locaties, vervangingen en onderhoud verder uitgewerkt. Bij aanleg, beheer en onderhoud van speelplekken wordt uitgegaan van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Hierin is vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het fysiek en veilig in stand houden van de speeltoestellen in de openbare ruimte. Kwaliteit Het beheer en onderhoud van de speeltoestellen wordt zowel door eigen personeel als door derden uitgevoerd. Uit de inventarisatie voor het beheerplan is gebleken dat de speelplekken allemaal goed onderhouden en veilig zijn, maar wel verouderd. Financiën Het huidige budget bedraagt € 318.000 in totaal. Dit is inclusief € 100.130 dat jaarlijks gestort wordt in de voorziening voor de vervangingen van speelvoorzieningen. Het financiële kader is leidend voor de keuzes in vervanging van de speeltoestellen in Meierijstad.
96
Risico’s Als gevolg van het aantal nieuwe speelplekken in nieuwbouwplannen en het aantal leefbaarheidsverzoeken, is het beschikbare budget voor beheer en onderhoud (nu € 318.000) mogelijk met ingang van 2025 en verder niet meer toereikend. Om het totaalbeeld te krijgen zijn we bezig met de herijking van het aantal speeltoestellen met de bijbehorende beschikbare middelen. Dit wordt voor eind 2025 afgerond. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand speelvoorziening 1-1
247
232
255
121
Toevoegingen
100
100
100
100
Onttrekkingen
-116
-77
-235
-219
Stand speelvoorziening 31-12
232
255
121
2
97
FINANCIERING Beleid & ontwikkelingen Financiering gaat over de manier waarop de gemeente geld aantrekt dat zij nodig heeft om haar activiteiten uit te voeren. De kaders hiervoor zijn te vinden in de Wet FIDO (Wet financiering decentrale overheden). In deze wet staan ook kaders voor het (tijdelijk) stallen van geld. De gemeente Meierijstad hanteert totaalfinanciering. Kaders voor financiering zijn vastgelegd in de financiële verordening van de gemeente Meierijstad en in het Treasurystatuut. Binnen de wettelijke kaders financieren we zo veel mogelijk met kortlopende leningen in verband met een lager rentepercentage. Rente Renteverwachting In de begrotingscijfers zijn we uitgegaan van 3,2% rente voor aan te trekken langlopende leningen (10 jaar) voor 2025 en verder. Voor het aantrekken van korte termijn financiering wordt er rekening gehouden met een percentage van 3,75% Renterisiconorm De Wet FIDO bepaalt dat de jaarlijkse aflossingen en wijzigingen in de rente niet meer dan 20% van het begrotingstotaal mogen zijn: de renterisiconorm. De ruimte onder de renterisiconorm is het bedrag wat de gemeente nog uit zou mogen geven aan aflossingen op nieuw af te sluiten geldleningen. In de volgende tabel zijn de cijfers meerjarig opgenomen.
Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal Renterisiconorm 20% van begrotingstotaal Renteherziening vaste schuld Aflossingen vaste schuld Ruimte onder de renterisiconorm
2025 302.133 60.427 17.313 43.113
2026 300.958 60.192 18.113 42.079
2027 294.975 58.995 26.133 32.862
2028 295.196 59.039 6.133 52.906
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de ruimte voor korte financiering aan en bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het begrotingsjaar. De kasgeldlimiet voor de gemeente Meierijstad is in 2025 afgerond € 25.681.305 (8,5% van € 302.133.000). Schatkistbankieren De overtollige middelen bij de BNG worden dagelijks overgeheveld naar de schatkist. Voor Meierijstad bedraagt het drempelbedrag voor 2025 6.042.660 miljoen (2% van € 302.133.000). Rentetoerekening Het verschil tussen te betalen en te ontvangen rente rekenen we toe aan bouwgronden in exploitatie en investeringen. Het toerekenen van rente aan investeringen gebeurt met een zogenaamd omslagpercentage. Dit is voor de begroting 2025 vastgesteld op 0,75%. Schematisch kan de rentetoerekening als volgt weergegeven worden. Berekening rentetoerekening a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten a.-b. Saldo door te rekenen externe rente c1. Rente die aan de grondexploitatie doorberekend moet worden c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld toegerekend moet worden d. e1. e2.
Totaal door te rekenen rente (a.-b.-c1.+c2.) Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen
(bedragen x € 1.000) 3.357 -260 3.097 0 3.097 0 0
98
Berekening rentetoerekening Totaal aan taakvelden toegerekende rente (d.+e1.+e2.) f. (renteomslag) g. Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) h. Renteresultaat op het taakveld treasury (f.-g.)
(bedragen x € 1.000) 3.097 3.079 18
Toelichting op de tabel Saldo door te rekenen externe rente (a-b) Dit is het verschil tussen de rentelasten (over de reeds opgenomen langlopende geldleningen en de verwachte op te nemen lening en rente lasten kasgeldleningen en renteopbrengsten (over de verstrekte langlopende leningen en overige renteopbrengsten). Rente die aan de grondexploitatie doorberekend moet worden (c1) De toe te rekenen rente aan de grondexploitatie (Bouwgronden In Exploitatie) was tot en met 2024 het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Op basis van een wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording is vanaf 2025 het omslagpercentage ook voor de grondexploitatie van toepassing. Jaarlijks wordt dit percentage herrekend. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld toegerekend moet worden (c2) Als specifieke leningen zijn aangetrokken om deze vervolgens voor hetzelfde bedrag door te verstrekken aan een derde partij, wordt dit ook gezien als projectfinanciering. De gemeente Meierijstad heeft geen projectfinanciering. Rente over eigen vermogen / voorzieningen (d1 en d2) De gemeente Meierijstad berekent geen rente over het eigen vermogen en voorzieningen. Totaal aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Het totaal aan taakvelden toe te rekenen rente bedraagt € 3.097.000.
De omslagrente berekenen we door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa. Deze uitkomst ronden we af op een half procent op basis van de uitgangspunten in de notitie rente van de commissie BBV. Het te hanteren omslagpercentage is voor 2025 vastgesteld op 0,75%. Dit leidt naar verwachting tot € 3.079.000 aan doorbelaste rente. Dit levert een begroot renteresultaat van € 18.000 nadelig op. Jaarlijks beoordelen we of het renteomslag-percentage aangepast moet worden. Vermogenspositie Op basis van de verwachte investeringen en ontvangsten is in 2025 een financieringsbehoefte aanwezig van € 35 miljoen. (korte termijn financiering € 20 miljoen, lange termijn financiering € 15 miljoen. De leningenportefeuille bedraagt per 1 januari 2025 naar verwachting € 97 miljoen. De gemeente Meierijstad heeft de volgende leningen verstrekt: hypotheken aan (voormalig) personeel, startersleningen, duurzaamheidsleningen en leningen aan verenigingen en stichtingen. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen bedraagt per 1-1-2025 € 7,1 miljoen aflopend naar € 6,7 miljoen per 31-12-2028. Het bedrag van € 7,1 miljoen is inclusief € 2 miljoen dat beschikbaar is voor startersleningen waar in 2024 weer mee gestart gaat worden.
99
BEDRIJFSVOERING Ambitie De gemeente Meierijstad handelt in het belang van haar gemeenschap en streeft naar een optimale dienstverlening. Om dit te kunnen waarmaken is een degelijke en betrouwbare bedrijfsvoering van groot belang; een bedrijfsvoering die doorontwikkelt om onze dienstverlening te blijven verbeteren. HRM Op het personele vlak blijven de uitdagingen onverminderd groot. In de periode 2025 t/m 2029 bereikt 15% van ons huidige personeel de AOW-gerechtigde leeftijd. Een ABP deelnemer kan vanaf 60-jarige leeftijd zijn pensioen (gedeeltelijk) in laten gaan. Dit betekent dat de daadwerkelijk uitstroom op basis van leeftijd hoger zal zijn dan 15%. Hiernaast blijft de arbeidsmarktkrapte naar verwachting de komende jaren aanhouden en is er een groeiende behoefte aan medewerkers die beschikken over 21e-eeuwse vaardigheden. Het vinden en behouden van kwalitatief goed personeel blijft daarom een speerpunt voor de organisatie. Het is daarom essentieel om onverminderd te investeren in het zijn van een aantrekkelijke en vitale organisatie voor huidige en toekomstige medewerkers.
Dit doen we door een juiste invulling te geven aan de werknemersreis aan de hand van de volgende pijlers: Het fundament Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan een juiste toepassing van de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden, maar ook aan het mogelijk maken om de juiste data op een toegankelijke manier te ontsluiten zodat deze beschikbaar is als managementinformatie in de vorm van een HR dashboard. Dit laatste aspect is een belangrijk speerpunt in 2025. Talent komt werken Ondanks de arbeidsmarktkrapte zijn wij op vele functies succesvol in het werven van nieuwe talenten. De inzet van een adviseur werving en selectie helpt hierin mee. Er wordt onverminderd geïnvesteerd in de continue professionalisering van de werving en selectie en aan een goede start van de instroom van nieuw talent. Talent blijft werken Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid staan centraal in deze pijler. Dit is enorm breed en raakt onderwerpen als ‘in gesprek zijn en blijven’, ‘fysiek en mentaal fit zijn en blijven’, ‘geschikt zijn en blijven voor het werk’ en ‘balans tussen werk en privé’. Een specifiek onderdeel van vitaliteit is verzuim. We werken met een casemanager verzuim. Dit heeft een tweeledig doel: het ontlasten van leidinggevenden in het proces en het in grip houden van verzuim door een goede begeleiding hierin. Aandacht voor preventie is hier onderdeel van.
Talent stopt met werken We begeleiden de vertrekkende talenten met zorg om kennis te behouden en zorgen ervoor dat zij ambassadeurs zijn en blijven voor onze organisatie. Flexpool (intern uitzendbureau) Met de oprichting van de flexpool is beoogd om in te spelen op tijdelijke vraagstukken ter vervanging van reguliere vacatures. Daarnaast is het ook een mogelijkheid tot het opleiden en ontwikkelen van medewerkers en voor het verwerven van competenties door breed te leren binnen de organisatie. De flexpool raakt daarmee alle bovengenoemde pijlers en heeft als doel om bij te dragen aan de uitdagingen waar we als organisatie voor staan. Organisatieontwikkeling Onze organisatie groeit door. Samen werken we aan het verder verbeteren van onze organisatie, en houden daarbij koers op het werken volgens onze organisatiefilosofie. Om sturing en richting te geven aan deze ontwikkeling, werken we langs vijf ontwikkellijnen. Hierin hebben we onderwerpen en thema’s bij elkaar gebracht waar we in de organisatie mee aan de slag gaan: Persoonlijke ontwikkeling & leiderschap Verbonden teams Werken in Meierijstad Samenhang Sturing
100