B1b Bijlage 1 - Eindrapport Op weg naar een effectieve armoedeaanpak in Meierijstad Verwey-Jonker Instituut juli 2023
Tekst van het document
Op weg naar een effectieve armoedeaanpak in Meierijstad Marjolein Odekerken - Liesbeth Heering
Op weg naar een effectieve armoedeaanpak in Meierijstad
Marjolein Odekerken Liesbeth Heering
Utrecht, Juli 2023
Inhoud Samenvatting4 1 Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Onderzoeksvragen 1.3. Onderzoeksaanpak 1.4. Leeswijzer
9 9 9 10 10
2 Armoede(aanpak) in Meierijstad 2.1. Speerpunten huidige armoedebeleid in Meierijstad 2.2. Wie leven in armoede in Meierijstad: de cijfers 2.3. Bereik van de verschillende regelingen 2.4. Van 120 naar 130 procent van het sociaal minimum
11 12 13 18
3 Ervaringen met de armoedeaanpak 3.1. Inwoners die in armoede leven (doelgroep) 3.2. Behoeften van inwoners die in armoede leven 3.3. Succesfactoren armoedeaanpak 3.4. Verbeterpunten armoedeaanpak 3.5. Werkzame elementen van een effectieve armoedeaanpak
20 20 22 23 25 29
4 Conclusies & aanbevelingen 4.1. Conclusies 4.2. Aanbevelingen
31 31 34
Bijlagen40 Bijlage 1 Verantwoording onderzoeksaanpak 41 Bijlage 2 Figuren bij hoofdstuk 2 43
11
3
Samenvatting Op weg naar een effectieve armoedeaanpak in de gemeente Meierijstad De gemeente Meierijstad heeft het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om haar armoedeaanpak in kaart te brengen. Het doel van dit onderzoek is om zicht te geven op de doelgroep die in armoede leeft, het bereik van de regelingen en voorzieningen, de succesfactoren en verbeterpunten van de huidige armoedeaanpak. Het onderzoek, waarbij we inwoners, beleidsmakers en partners actief betrokken, heeft geleid tot een aantal aanbevelingen waarmee de gemeente Meierijstad concreet aan de slag kan gaan. In het onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: 1. 2.
Hoe gaat het met het huidige armoedebeleid van de gemeente Meierijstad? Waar kan het huidige aanbod worden verbeterd of waar kan extra op ingezet worden om armoede in de gemeente Meierijstad aan te pakken?
De onderzoeksaanpak bestaat uit een deskresearch, kwantitatieve analyse van achtergrondkenmerken van gebruikers van de regelingen in de gemeente (zoals leeftijd, leefvorm, huisvesting en migratieachtergrond) en een participatietraject bestaande uit een startbijeenkomst met beleidsmakers van de gemeente, een dialoogbijeenkomst met partners, een dialoogbijeenkomst met klantmanagers en interviewgesprekken met zes inwoners die in armoede leven.
Armoede in Meierijstad Armoede treft iedereen. De inwoners die in de gemeente Meierijstad in armoede leven, zijn divers. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren, ouderen, alleenstaanden, werkenden, statushouders en andere inwoners met een migratieachtergrond die al langer in Nederland gevestigd zijn. De doelgroep die in Meierijstad in armoede leeft, is vergelijkbaar met landelijke trends. De verhalen van de inwoners die wij spraken zijn tekenend voor de gehele doelgroep. Armoede staat niet op zichzelf, is niet alleen van financiële aard en hangt vaak samen met problemen op meerdere leefgebieden. Inwoners, beleidsmakers en partners noemen meerdere succesfactoren van de huidige armoedeaanpak. Zo vertellen inwoners bijvoorbeeld goede verhalen over de Formulierenbrigade, de Voedselbank, de Armoedeambassadeur, consulenten en contactpersonen van de gemeente. Inwoners zijn zeer tevreden over laagdrempelige hulp en zijn enthousiast over hulp waar persoonlijk contact centraal staat. Beleidsmakers en partners zijn ook tevreden over meerdere facetten van de huidige armoedeaanpak, zoals de positieve instelling van de gemeente. Ook worden mooie initiatieven genoemd zoals de Armoedeambassadeur, Platform Armoede en de Vroegsignalering. Er wordt al op meerdere vlakken samengewerkt. Deze positieve geluiden zijn veelbelovend en bieden een goed uitgangspunt voor het zetten van vervolgstappen.
Succesfactoren en verbeterpunten armoedeaanpak De gemeente Meierijstad heeft al belangrijke vorderingen gemaakt met haar armoedeaanpak. De interne samenwerking en de wijze waarop het thema armoede integraal wordt opgepakt kunnen echter versterkt worden. Tevens worden nog niet alle inwoners bereikt. We weten dat niet-gebruik van regelingen/voorzieningen verschillende oorzaken heeft. Zo zien we in ons onderzoek dat bij inwoners veel schaamte, wantrouwen en onwetendheid 4
heerst. Aanvragen worden als te ingewikkeld ervaren. Ook is bij inwoners de drempel hoog om hulp in te schakelen, komen ze soms (te) laat binnen of blijven ze helemaal onder de radar. Deze verbeterpunten zijn herkenbaar uit ander onderzoek. De gemeente Meierijstad is hierin dus niet uniek. Het laat goed zien wat de huidige uitdagingen zijn van het effectief bestrijden van de armoedeproblematiek. Op basis van de analyse van de cliëntgegevens blijkt dat met name ouderen slecht worden bereikt door de huidige voorzieningen. De data met betrekking tot de Energietoeslag zijn hier een uitzondering op. De helft van degenen die de Energietoeslag ontvingen in 2022 was 65 jaar of ouder. Voor alle andere regelingen zien we dat minder huishoudens uit de groep van 65 jaar of ouder gebruik maakt van deze voorzieningen dan verwacht. Wel is het zo dat als een inwoner eenmaal een voorziening heeft aangevraagd en deze is toegekend, hij/ zij meer voorzieningen aanvraagt. Gemiddeld genomen hebben huishoudens met een voorziening uit het minimabeleid er twee en huishoudens met een Bijzondere bijstand regeling hebben gemiddeld 1,7 voorzieningen. Ook jongeren worden minder goed bereikt dan het profiel. De manier waarop en de mate waarin werkende armen worden bereikt, is op basis van onze analyses niet bekend.
We hebben geen gegevens over inkomen of werkstatus van degenen die gebruik maakten van een regeling. We weten wel uit de interviews dat er werkenden in armoede leven en dat werkenden die in de schulden zitten heel graag ruimere openingstijden zouden zien van de voorzieningen. Verder is het aandeel inwoners met een migratieachtergrond voor alle regelingen hoger dan verwacht op basis van het profiel. Het grote aandeel gehuwden en samenwonenden bij de Bijzondere Bijstand valt op. Slechts een derde is alleenstaand. Het grootste deel van de uitgaven uit het Minimabeleid en de Bijzondere Bijstand gaat wel naar alleenstaanden.
De armoedeaanpak in de gemeente Meierijstad is uitgebreid, maar de hulpverlening zou nog meer outreachend kunnen zijn. Met andere woorden: ga actief naar de inwoners om hulp aan te bieden. Een outreachende aanpak leent zich goed om inwoners tijdig te bereiken. Partners die we spraken tijdens het onderzoek, noemen zelf een aantal voorbeelden van outreachende aanpakken die mogelijk ingezet kunnen worden. Zij noemden het actief opzoeken van ouderen, het bellen van inwoners om bijvoorbeeld de Energietoeslag onder de aandacht te brengen en het uitdelen van cadeautjes in de wijk met Sinterklaas aan inwoners die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Een outreachende aanpak blijkt in de praktijk effectief te zijn. Het kan bijvoorbeeld inwoners uit hun sociale isolement halen, bewustwording creëren en ervoor zorgen dat inwoners (weer) gebruikmaken van voorzieningen. Deze hulp is ongevraagd, maar wel noodzakelijk. Inwoners die zorg uit de weg gaan (‘zorgmijders’) of inwoners die niet de juiste hulp krijgen (‘zorgmissers’) worden anders niet of onvoldoende bereikt. Inwoners hebben behoefte aan een intensieve aanpak en persoonlijk contact. Daar waar dit nu al gebeurt in de gemeente, wordt het zeer gewaardeerd. Het kan echt het verschil maken voor een inwoner. Belangrijk is een dienstververlening waarbij de leefwereld centraal staat.
Dit vereist een bepaalde houding van professionals/uitvoerders waarbij ruimte wordt gezocht om maatwerk te leveren. Daarbij is het verbeteren van de integrale ketensamenwerking van belang om armoede in brede zin met elkaar aan te pakken. Aanbevelingen Dit onderzoek heeft geresulteerd in verschillende aanknopingspunten voor de gemeente Meierijstad om een vernieuwde armoedeaanpak neer te zetten. Met het oog op de verbeterpunten van de armoedeaanpak – die zijn aangedragen door inwoners, beleidsmakers en partners- en de inzichten die zijn opgedaan uit de kwantitatieve analyse – stellen we de volgende aanbevelingen voor:
5
1.
Inkomensgrens en aanbod regelingen
het versterken van de interne organisatie het versterken van de integrale ketensamenwerking het inzetten op het (tijdig) bereiken van inwoners die in armoede leven tegengaan niet-gebruik regelingen/voorzieningen prioriteit geven aan kwetsbare doelgroepen (zoals ouderen, alleenstaanden, jongeren en werkende armen) outreachende hulp aanbieden grote rol voor preventie en voorlichting het betrekken én inzetten van ervaringsdeskundigen/inwoners het verbeteren van de beeldvorming van de gemeente consistente data-registratie en monitoring/evaluatie. Het aanstellen van een coördinator/verbinder voor het versterken van de interne samenwerking. Dit hoeft geen extern iemand te zijn, iemand kan ook intern aangewezen worden hiervoor. Randvoorwaarden: iemand die hier tijd voor heeft/krijgt en de vaardigheden hiervoor in huis heeft. Bespreek op structurele basis armoede in brede zin met elkaar (ook over de verschillende afdelingen heen waarbij koppelingen kunnen worden gemaakt tussen bijvoorbeeld eenzaamheid en verduurzaming). Zorg voor een cultuuromslag (gedeelde waarden) met aandacht voor het leren van elkaar, waarbij de leefwereld van inwoners centraal staat. Deskundigheidsbevordering (bijvoorbeeld trainingen/kennissessies aanbieden). Casuïstiek met elkaar bespreken en ervaringen delen (reflecteren). Betrek ervaringsdeskundigen/inwoners, bijvoorbeeld in een klankbordgroep/ meedenkgroep.
De gemeente kan de kracht van maatschappelijke organisaties die dichtbij inwoners staan beter benutten. Hiermee kan ook wantrouwen worden weggenomen en het beeld dat inwoners hebben van de gemeente positief beïnvloed worden.
Het is aan de gemeente Meierijstad om te besluiten of zij de keuze maakt om de inkomensgrens wel of niet te verhogen naar 130%. Essentieel is dat de regelingen/voorzieningen voor alle inwoners toegankelijk zijn en dat niet-gebruik wordt tegengegaan. Enkel een ophoging van de inkomensgrens zal de armoede in de gemeente – onder met name kwetsbare doelgroepen die niet altijd de weg naar de regelingen weten te vinden – niet effectief bestrijden. Zinvoller is om doelgroepen gericht te benaderen om zo meer bekendheid te geven aan regelingen of mee te helpen om regelingen aan te vragen. Een outreachende integrale armoedeaanpak – waarbij de inwoners proactief in hun eigen levenssfeer worden opgezocht en waarbij aandacht is voor financiële en niet-financiële problemen – biedt meer handvatten. Verder is het belangrijk dat het aanbod van regelingen/voorzieningen in de gemeente afdoende is. We hebben meerdere signalen gekregen dat er behoefte is aan een afvalstoffenvergoeding. Daarbij is wederom in dit onderzoek gebleken dat armoede niet alleen een financieel vraagstuk is dat louter opgelost wordt met materiële middelen. Ook immateriële ondersteuning zoals laagdrempelige activiteiten voor sport en spel in de wijk, kunnen inwoners ondersteunen. Belangrijk is om hier ook oog voor te hebben.
z
z
z
z
2.
Interne organisatie, beleid en samenwerking
Het is van belang dat de gemeente Meierijstad gaat inzetten op het versterken van de interne organisatie, het beleid en de samenwerking. Hierbij is het cruciaal dat zowel beleidsmakers, uitvoerders én inwoners/ervaringsdeskundigen worden betrokken. z
Neem de volgende pijlers van een verbeterde armoedeaanpak in het nieuwe beleidskader Armoede en de strategische visie van het sociaal domein mee: armoede in brede zin benaderen (armoede is meer dan alleen een financieel vraagstuk)
z
6
3. z
z
z
Optimaliseren van de data-registratie Zet in op het structureel registeren, monitoren en analyseren van verschillende data. Stel een data-analist beschikbaar om data consistent te registreren met de mogelijkheid om koppelingen te maken tussen de verschillende registraties met behulp van (unieke) BSN nummers. Data zijn bijvoorbeeld verschillende kenmerken van inwoners zoals postcode, leeftijd, migratieachtergrond, minderjarige/meerjarige kinderen, beroep (werkstatus), inkomen, vermogen, migratieachtergrond, samenstelling van de huishoudens en het gebruik van een of meerdere regelingen/voorzieningen (minimabeleid maar ook breder zoals gebruik Wmo, en Jeugdzorg, etc.) over meerdere jaren van de verschillende doelgroepen met 100, 110, 120 en 130% van het sociaal minimum. Het liefst zou je met de data zicht krijgen op nu nog ‘verborgen armen’ zoals ouderen, jongeren en werkende armen. Het is zinvol om data (ook van partners) te gebruiken waar de kwetsbare doelgroepen in de gemeente zich bevinden. Doe dit bijvoorbeeld jaarlijks. Ook kan bijvoorbeeld gekeken worden als iemand een kwijtschelding of energietoeslag aanvraagt, of die persoon ook andere relingen aanvraagt en daarop te anticiperen. Straks met de tweede ronde energietoeslag is het mooi om die kans te benutten.
4. Versterk de externe integrale aanpak z
Doorontwikkelen van de integrale samenwerking Breid de partners van het Platform Armoede uit, met bijvoorbeeld scholen, kinderopvang, ouderenbond, jongerenwerk, vrijwilligersverenigingen, de Formulierenbrigade, moskeeën, diaconieën, huisartsen, vluchtelingenwerk, woningbouwcorporaties én ervaringsdeskundigen/ inwoners. Het Platform Armoede heeft veel potentie en kan een sterkere verbindende rol spelen. Benut de kracht van dit Platform. Concrete activiteiten die ketenpartners met elkaar kunnen oppakken zijn: netwerken, het bespreken van casuïstiek en deskundigheidsbevordering om handelingsverlegenheid te verminderen (‘hoe je armoede bespreekbaar kan maken’ en ‘hoe je kan signaleren’). Bied outreachende toegankelijke hulp met aandacht voor specifieke doelgroepen. Wees aanwezig op vindplekken ook buiten kantoortijden, investeer in de bekendheid van laagdrempelige en toegankelijke loketten in de wijk, en/of wees beschikbaar via verschillende kanalen zoals telefoon, persoonlijke gesprekken, huisbezoeken en/of whatsapp (bijvoorbeeld bij jongeren). Maak veel meer gebruik van partners die dichtbij de inwoners staan, zoals Stichting Ons Welzijn en KBO (ouderenbond). Het Actieteam Bloemenwijk heeft bijvoorbeeld al veel connecties in de wijk, maak hiervan gebruik.
Betrek hierbij ook de (uitgebreide) samenwerkingspartners van het Platform Armoede zoals huisartsen, kraamzorg, jongerenwerk (de Kluis, Bizzi, Honk 1224), seniorenraad, scholen, moskee, werkgevers. Stel bijvoorbeeld een aandachtsfunctionaris armoede in op school en/ of in de jeugdgezondheidszorg. Ondersteun werkgevers om armoede te signaleren.
z
7
z
Zet ervaringsdeskundigen/rolmodellen/sleutelfiguren in, bijvoorbeeld door: Het invoeren van een buddynetwerk, of door jongeren of jongerenwerkers van de jongerencentra aan te stellen om armoede te signaleren en een gesprek met jongeren aan te knopen. Vrouwelijke moslima’s of ouderen een centrale rol te laten spelen in de wijk (drie kernen). Belangrijke sleutelfiguren of plekken in de wijken in te zetten, die dichtbij de inwoners staan, zoals energiecoaches en het Actieteam Bloemenwijk. Breng in kaart welke intermediairs zich inzetten voor bijvoorbeeld ouderen en bouw een samenwerkingsverband op met alle intermediairs die ouderen (of bijvoorbeeld andere doelgroepen) ondersteunen. Ga op basis van data op pad, bijvoorbeeld door te werken met de CAK-lijst voor het bereiken van een specifieke doelgroep zoals zorgmijders, ouderen en multi-problem gezinnen. De gemeente kan een faciliterende rol spelen om het middenveld te ondersteunen, bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen (gespreksvoering) en door budget/tijd beschikbaar te stellen.
z
z
5.
Casussen uitdiepen
Los van bovenstaande aanbevelingen is het zinvol als de gemeente casussen verder gaat uitdiepen, bijvoorbeeld in de vorm van actiegericht onderzoek. Het uitdiepen van casussen geeft scherper zicht op wat wel en niet goed ging bij de ondersteuning van inwoners, de samenwerking tussen de verschillende partijen en de complexiteit van armoede in relatie tot andere problemen. Tegelijkertijd kunnen aanpassingen worden gedaan in de aanpak, kan een cultuuromslag worden verwezenlijkt (gedeelde waarden) en wordt deskundigheidsbevordering gestimuleerd. Zo’n actiegericht onderzoek leent zich goed om een vervolgslag te maken om de opgedane inzichten uit het huidige onderzoek te gaan implementeren in de praktijk.
8
1
Inleiding
1.1.
Aanleiding
1.2.
Onderzoeksvragen
In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1.
Hoe gaat het met het huidige armoedebeleid van de gemeente Meierijstad? Hoe wordt de doelgroep momenteel bereikt in de gemeente Meierijstad? (worden bepaalde doelgroepen gemist, zo ja welke zijn dit?) Welke landelijke en lokale regelingen en voorzieningen worden nu ingezet in de gemeente Meierijstad? Wat zijn succesfactoren in het huidige armoedebeleid, die bijdragen aan het voorkomen van de verergering van de armoedeproblematiek?
In dit rapport beschrijven we de resultaten van een onderzoek naar de huidige armoedeaanpak in de gemeente Meierijstad. De gemeente Meierijstad heeft het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om haar armoedeaanpak in kaart te brengen. Aanleiding voor het onderzoek was de mogelijke beslissing in de gemeenteraad om eventueel het sociaal minimum van de minimaregelingen te verhogen van 120% naar 130%. Naar aanleiding hiervan en het plan van de gemeente om haar armoedebeleid te evalueren, is dit onderzoek gestart. Het doel van dit onderzoek is om zicht te geven op (het bereik van) de regelingen en voorzieningen, de doelgroep die in armoede leeft en wat succesfactoren en verbeterpunten zijn van de huidige armoedeaanpak. Het onderzoek, waarbij we inwoners, beleidsmakers en partners actief betrokken, heeft geleid tot een aantal aanbevelingen waarmee de gemeente Meierijstad concreet aan de slag kan gaan.
2.
Waar kan het huidige aanbod worden verbeterd of waar kan extra op ingezet worden om armoede in de gemeente Meierijstad aan te pakken? Wat zijn verbeterpunten om de verergering van de armoedeproblematiek te voorkomen in de gemeente Meierijstad? (bv. met betrekking tot samenwerking, het bereiken van de doelgroep etc.) Wat kan de gemeente Meierijstad in samenwerking met haar partners/ inwoners doen om het armoedebeleid te verbeteren? Zijn er andere aanvullende acties nodig? (bv. inkomensgrens minimaregelingen van 120 naar 130%, meer richten op een specifieke doelgroep die nu nog wordt gemist zoals ouderen, statushouders of jongeren of het uitbreiden van het huidige aanbod aan regelingen/voorzieningen)?
9
1.3.
Onderzoeksaanpak
Dit onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen: z
z
z
Deskresearch naar relevante beleidsdocumenten over de huidige armoedeaanpak in de gemeente Meierijstad. Hiermee krijgen we zicht op speerpunten van het huidige armoedebeleid en de huidige regelingen/ voorzieningen. Kwantitatieve analyse van beschikbare data in de gemeente Meierijstad en van het Centraal Bureau voor de Statistiek. We kijken naar de kenmerken van de huishoudens op niveau van 100%, 110%, 120% en 130% van het sociaal minimum. Ook brengen we het gebruik van de landelijke en lokale regelingen en voorzieningen in kaart, waar mogelijk uitgesplitst naar kenmerken van de doelgroep (zoals leeftijd, leefvorm, huisvesting en migratieachtergrond). Participatietraject bestaande uit een startbijeenkomst met beleidsmakers van de gemeente, een dialoogbijeenkomst met partners, een dialoogbijeenkomst met klantmanagers en interviewgesprekken met zes inwoners die in armoede leven.
1.4.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 geven we zicht op de speerpunten van het armoedebeleid, het huidige aanbod, de inwoners die in armoede leven en het bereik van verschillende regelingen in de gemeente Meierijstad. In hoofdstuk 3 komen de ervaringen van de inwoners, beleidsmakers en partners1 aan bod. Hier wordt stilgestaan bij welke inwoners in armoede leven, wat hun behoeften zijn en wat de succesfactoren/verbeterpunten zijn van de armoedeaanpak. In hoofdstuk 4 sluiten we af met de belangrijkste conclusies en aanbevelingen.
Voor een nadere toelichting verwijzen we graag naar bijlage 1.
1
Hieronder vallen ook de klantmanagers. In bijlage 1 beschrijven we wie de partners zijn.
10
2
Armoede(aanpak) in Meierijstad
de voorlichting te verbeteren. Financieel kwetsbare inwoners moeten zo snel mogelijk worden bereikt en op de goede plek voor de juiste hulp terechtkomen. Het aanbod moet passend zijn.6 2.1.1.
In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de speerpunten van het huidige armoedebeleid en het huidige aanbod van regelingen/voorzieningen (2.1). Vervolgens presenteren we cijfers over armoede in Meierijstad en het profiel van de doelgroep van het armoedebeleid (2.2). Daarna beschrijven we het bereik van de regelingen en geven we zicht op de mate waarin de doelgroep wordt bereikt (2.3). Tenslotte bekijken we de verandering in de achtergrondkenmerken van huishoudens met 100, 110, 120 en 130% van het sociaal minimum om te bezien wat er verandert als het sociaal minimum wordt verhoogd van 120% tot 130% (2.4).
In de gemeente Meierijstad zijn er verschillende regelingen/voorzieningen om inwoners die in armoede leven te ondersteunen. Hieronder staan de belangrijkste regelingen/voorzieningen onder elkaar: z
z z z
2.1.
Speerpunten huidige armoedebeleid in Meierijstad2
Het doel van de armoedebestrijding in de gemeente Meierijstad is dat meer inwoners kunnen meedoen in de samenleving. Door het aanbieden van integrale ondersteuning en activiteiten gericht op het signaleren van armoede en schuldenproblematiek moeten financiële problemen - met alle gevolgen van dien - zoveel mogelijk worden voorkomen.3
z
z z z
De gemeente Meierijstad heeft als ambitie “om kwetsbare burgers en werkenden met een laag inkomen4 te bereiken”.5 Het doel is meer verbindingen te leggen en
z z z
2 In het onderzoek hebben we deskresearch uitgevoerd naar alle beleidsdocumenten van de gemeente Meierijstad. Hiervan is een verslag gemaakt als achtergronddocument. In dit rapport worden alleen de speerpunten en het aanbod beschreven.
Regelingen/voorzieningen in Meierijstad
z
Bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Meierijstad (inkomensgrens 120%) Energietoeslag (inkomensgrens 130%) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Producten en instrumenten voor inkomensbeheer (bv. digitale hulp, financieel inloopspreekuur (formulierenbrigade en sociaal raadslid), vroegsignalering, doorbetalen vaste lasten, budgetcoaching en Geldplannen Nibud zoals het Geldplan Statushouders) Aanbod voor kwetsbare ondernemers (uitbreiding Bbz team, Stichting Over Rood, ondernemersteam) Loket Geld & Zo Armoedeambassadeur Voedselbank Jeugdfonds Sport & Cultuur Vrijwilligersinitiatieven In opstartfase: preventieve voorlichting voor jongeren over financiële wijzigingen (18- 18+) Het Platform Armoede*
3 Beleidsnota Herijking beleid armoedebestrijding Meierijstad 2018 – 2021. 4 Die in vergelijkbare omstandigheden verkeren als bijstandsgerechtigden. 5 Beleidsnota Herijking beleid armoedebestrijding Meierijstad 2018 – 2021.
6 Idem.
11
*Het Platform Armoede Meierijstad is begin 2021 in het leven geroepen. Doel van het platform is om het integraal samenwerken op het gebied van armoede te versterken en een stevig netwerk te vormen dat elkaar en de inwoners makkelijker gaat vinden. Lokale maatschappelijke organisaties (Welzijn de Meierij, Ons Welzijn, Algemeen Maatschappelijk Werk Lumens) en vrijwilligersinitiatieven (Vincentiusvereniging, Caritas, Caritas/De Heilige Odaparochie) uit Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode zijn bij elkaar gebracht in het platform. Gemeente Meierijstad faciliteert het platform met budget, advies en praktische ondersteuning. Tevens kan de gemeente het Platform gebruiken als klankbord voor het lokale armoedebeleid, wat op zijn beurt weer zorgt voor een goede afstemming tussen uitvoering en beleid.7
2.2.
Wie leven in armoede in Meierijstad: de cijfers
Het sociaal minimum is de basis voor het meten van armoede in de cijfers. Het is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld en is meestal even hoog als een bijstandsuitkering. Het bedrag is afhankelijk van de leefsituatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, samenwonend met partner) en leeftijd. Voor huishoudens met minderjarige kinderen wordt het bedrag aangevuld met kinderbijslag en kindgebonden budget. Ook bestaat er vaak recht op huurtoeslag en zorgtoeslag.8 Hoeveel inwoners leven er van een bijstandsuitkering in de gemeente Meierijstad? En hoe verhoudt zich dit tot andere gemeenten van een vergelijkbare omvang? Om die vraag te beantwoorden gebruiken we gegevens die vergelijkbaar zijn tussen gemeenten, te weten cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens de meeste recente gegevens van het CBS (november 2022) in het Dashboard ‘Waar staat je gemeente’ van de VNG en het CBS heeft in Meierijstad 2,3% van alle huishoudens een bijstandsuitkering. Dat
is lager dan gemiddeld in gemeenten met een vergelijkbaar inwoneraantal. In dit type gemeenten heeft gemiddeld 4,8% van de huishoudens een bijstandsuitkering uit de Participatiewet.9 De Armoedescan, het armoededashboard van het CBS 10 is gebruikt om kenmerken in kaart te brengen van inwoners die in armoede leven in Meierijstad. Met behulp van deze kenmerken, samengevat in een profiel, bekijken we de mate waarin inwoners uit de doelgroepen van het armoedebeleid worden bereikt door de regelingen die er voor hen zijn en welke groepen zijn ondervertegenwoordigd of worden gemist. In 2021 heeft 4% van de huishoudens in Meierijstad een inkomen op of onder 100% van het sociaal minimum, 8% een inkomen op of onder 120% van het sociaal minimum en 10% van de huishoudens een inkomen op of onder 130% van het sociaal minimum.11 Als we deze percentages toepassen op het aantal huishoudens in Meierijstad in 2022 (zoals weergegeven op de website gemeente Meierijstad in cijfers12), dan gaat het om de volgende aantallen huishoudens. In het totaal zijn er in Meierijstad in 2022 35.628 huishoudens, daarvan hebben: z z z
1.425 huishoudens een inkomen op of onder 100%13 van het sociaal minimum 2.850 huishoudens een inkomen op of onder 120% van het sociaal minimum 3.563 huishoudens een inkomen op of onder 130% van het sociaal minimum.14
9 https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/werk-en-inkomen. 10 Zie bijlage 1 voor een nadere uitleg over de bronnen. 11 https://dashboards.cbs.nl/v3/Armoedescan/. 12 Gemeente Meierijstad in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023!) | AlleCijfers.nl.
7 Beleidsdocument Platform Armoede Meierijstad.
13 Wat is het sociaal minimum en wat als mijn uitkering lager is? | Rijksoverheid.nl.
8 Wat is het sociaal minimum en wat als mijn uitkering lager is? | Rijksoverheid.nl
14 Allecijfers.nl.
12
Het armoedebeleid is voor alle inwoners van de gemeente Meierijstad. De minimaregelingen zijn gericht op de inwoners die leven op of onder 120% van het sociaal minimum, behalve de energietoeslag waarvoor 130% van het sociaal minimum geldt als inkomensgrens. De karakteristieken van de doelgroep staan hieronder in het kader.15 Profiel van inwoners die leven in huishoudens die op of onder 120% van het sociaal minimum leven in Meierijstad z 8% van de huishoudens leeft op of onder 120% van het sociaal minimum z 59% heeft als hoofdbewoner een vrouw z 49% is > 65 jaar, 27% is tussen 45-64 jaar en 24% is tussen 18 en 24 jaar z 65% heeft een eenpersoonshuishouden, 16% maakt deel uit van een (echt) paar zonder kinderen, 10% maakt deel uit van een eenoudergezin met minderjarige kinderen, 4% is deel van een (echt)paar met kinderen, 5% is de categorie overig z 74% heeft een Nederlandse achtergrond, 16% een niet-westerse migratieachtergrond en 10% een westerse migratieachtergrond z 90% ontvangt zorgtoeslag en 73% huurtoeslag z 48% heeft een pensioen, 15% een bijstandsuitkering, 12% een inkomen uit arbeid en 11% is arbeidsongeschikt. Bron: CBS data Armoedescan, 202
Hieruit valt op dat de doelgroep van sociale minima in Meierijstad divers is. Al is het aandeel vrouwen in armoede groter dan mannen, het verschil is klein. Bijna de helft is 65 jaar en ouder en ontvangt AOW en soms pensioen, ruim een kwart is tussen 45 en 65 jaar en 24% is tussen 18 en 24 jaar oud. Bijna een achtste werkt en heeft inkomen uit arbeid. Een ruime meerderheid heeft zorgtoeslag en huurtoeslag. Voor het armoedebeleid betekent dit dat de doelgroep rijkgeschakeerd is. 15 Bij deze regelingen wordt alleen getoetst op inkomen en niet op vermogen. De insteek van het CBS, SCP en Nibud is om toe te werken naar een nieuwe armoedegrens waarin ook rekening wordt gehouden met het vermogen en schulden van huishoudens (Op weg naar een nieuwe armoedegrens (overheid.nl)).
2.3.
Bereik van de verschillende regelingen
2.3.1.
Kenmerken gebruikers van regelingen
In de volgende tabellen staan de kenmerken van de gebruikers van de belangrijkste regelingen en voorzieningen binnen de gemeente Meierijstad.16 We beschikken over huishoudkenmerken van degenen die gebruikmaakten van verschillende regelingen in 2022 en soms ook voor 2020-2022. De voornaamste inkomensbron van inwoners hebben we niet tot onze beschikking gekregen, behalve voor de mensen met een uitkering uit de Participatiewet, die ontvangen een bijstandsuitkering. De regelingen waarover we rapporteren zijn achtereenvolgens de Maatschappelijke Participatie regeling (onderdeel van het Minimabeleid), het Minimabeleid en de Bijzondere Bijstand staan in tabel 1. De Maatschappelijke Participatie regeling valt in het Minimabeleid. Aangezien alle doelgroepen binnen het Minimabeleid gebruik kunnen maken van deze regeling - zonder aanvullende voorwaarden of beperkingen in toepasbaarheid - is er echter voor gekozen de Maatschappelijke Participatie regeling apart te analyseren van de overige minimaregelingen. In tabel 2 en 3 staan de uitgaven aan de Minimaregelingen en de Bijzondere Bijstand. In tabel 4. staan de kenmerken van degenen die een energietoeslag ontvingen en in tabel 5 schetsen we een beeld van de huishoudens in de bijstand. We geven inzicht in de genderverdeling, de leeftijdsverdeling, de leefsituatie, type woning (huur of koop) en de migratieachtergrond.
Deze kenmerken vergelijken we met die van de doelgroep van het armoedebeleid (inkomensgrens 120%) zoals gepresenteerd in het kader in 2.2.
16 Waarvoor wij data hebben gekregen van de gemeente Meierijstad.
13
Tabel 1 Kenmerken van gebruikers met een voorziening uit de Maatschappelijke Participatieregeling, het Minimabeleid en de Bijzondere bijstand, Meierijstad, 2022. Type regeling/ Maatschappelijke voorziening Participatie regeling, 2022 (onderdeel van het Minimabeleid)
Uitkering in het kader van het Minimabeleid, 2022
Uitkering in het kader van de Bijzondere Bijstand 2022
Omschrijving
Iedereen die 12 maanden een inkomen tot 120% van het sociaal minimum heeft kan een aanvraag indienen. Rechthebbenden krijgen een geldbedrag dat vrij besteedbaar is.17 Inwoners in de bijstand krijgen automatisch een vergoeding uit deze regeling.
Iedereen die 12 maanden een inkomen tot 120% van het sociaal minimum heeft kan een aanvraag indienen voor: PC/computer, Schoolkosten, Collectieve zorgverzekering minima bij CZ/VGZ, Individuele Inkomenstoeslag en Zwemlessen.
Bijzondere bijstand is een uitkering waarmee extra en bijzondere kosten betaald kunnen worden, die niet door de inwoner zelf betaald kunnen worden uit eigen inkomen of vermogen. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor een operatie, een bril, verhuizing of een schoolkamp van een kind.
Aantal gebruikers
1.277 inwoners
1.415 huishoudens (op basis van dossiers)
1.129 huishoudens (op basis van dossiers)
Man/vrouw verdeling
51% is vrouw
72% is vrouw
55% is vrouw
Leeftijd
De grootste leeftijdscategorie is 45-64 jaar (40%), gevolgd door 2544 jaar (34%), gevolgd door 65> jaar (20%). Een kleine groep is 18 -24 jaar (6%)
De grootste leeftijdscategorie is 45-64 jaar (43%), gevolgd door 25-44 jaar (38%), gevolgd 65> (15%). Een kleine groep is 18-24 jaar (3,5%)
De grootste leeftijdscategorie is 25-44 jaar (42%), gevolgd door 45-64 jaar (36%). De leeftijdsgroepen 65> jaar (11%) en 18-24 jaar (11%) zijn even groot
Leefsituatie
63% is alleenstaand, 21% is gehuwd of samenwonend en 15% is alleenstaand ouder
55% is alleenstaand, 26% is gehuwd of woont samen en 18% is alleenstaand ouder
64% is gehuwd of woont samen, 33% is alleenstaand en 3% is alleenstaand ouder
Type woning
88% heeft een huurwoning
92% heeft een huurwoning
87% heeft een huurwoning
Migratieachtergrond
62% Nederlands 27% Niet-westers 11% Westers
53% Nederlands 41% Niet-westers 6% Westers
66% Nederlands 29% Niet-westers 5% Westers
17 Per jaar is €228 voor een volwassene en € 308 voor een kind beschikbaar.
Als we naar het aantal inwoners kijken die in 2022 gebruik maakten van de Maatschappelijke Participatie regeling, valt het aantal begunstigden tegen met 1.277, dat is 45% van de 2.850 huishoudens die in principe recht op een bijdrage hebben in het kader van deze regeling, er vanuit gaande dat een persoon voor een huishouden staat. Verder zien we dat in vergelijking met het profiel waarin 59% vrouw is, dat vrouwen in deze regeling iets minder vertegenwoordigd zijn (51% vrouw). Driekwart van de begunstigden is tussen 25 en 65 jaar oud en slechts 20% is 65 jaar en ouder. Ouderen weten deze regeling niet optimaal te benutten, zo blijkt uit deze cijfers. Dit kleine aandeel ouderen heeft mogelijk te maken met het feit dat een deel van hen denkt geen recht te hebben op een bijdrage van de gemeente, omdat zij inkomsten hebben uit AOW (en pensioen), of dat ze de weg naar de regelingen niet weten te vinden.18 Alleenstaanden zijn wel conform hun aandeel in het profiel te vinden. Het aandeel inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond is hoger (27%) dan in het profiel (16%).
Het Minimabeleid kent verschillende regelingen en het aantal huishoudens (1.415, 50% van de 2.850 huishoudens) dat een of meerdere regelingen heeft, is hoger dan voor de Maatschappelijke Participatie regeling, Met 72% vrouwen als begunstigden zijn zij beter vertegenwoordigd dan vanuit het profiel verwacht zou worden. Voor de afspiegeling van leeftijd geldt dat 81% tussen 25 en 65 jaar is en slechts 15% is 65 jaar of ouder. Volgens het profiel heeft in ieder geval 15% van de huishoudens kinderen. Van de gebruikers leefden 18% in een eenoudergezin en 26% woonden samen of waren getrouwd. We weten alleen niet welk deel van die laatste groep kinderen had. Alleenstaanden zijn minder dan hun aandeel in het profiel te vinden (55% i.p.v. 65%). Het aandeel inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond is hoger (41%) dan in het profiel (16%).
18 Veel financieel kwetsbare ouderen maken geen gebruik van inkomensvoorzieningen | Nationale ombudsman; Met te weinig genoegen nemen (nationaleombudsman.nl). Zie ook: “Niet-gebruik is ook hoger bij mensen die in een andere levensfase terechtkomen of bij een life event, denk aan het krijgen van kinderen of het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd, doordat deze mensen dan pas voor het eerst in aanmerking komen voor een bepaalde regeling (synthesestudie-niet-gebruikinkomensondersteunende-regelingen).
14
De Bijzondere Bijstand is door de aard van de regelingen aansprekend en behulpzaam voor gezinnen in armoede en heeft striktere eisen voor de aanvragers dan de vorige twee regelingen (zie tabel 1 ). Er zijn 1.129 huishoudens die gebruik maakten van een of meer regelingen. Dat is 37% van de huishoudens die daar vanuit het profiel een aanspraak op kunnen maken. Iets minder vrouwen dan in het profiel staan aan het hoofd van zo’n huishouden (55% i.p.v. 59%). Voor de afspiegeling van leeftijd geldt dat 78% tussen 25 en 65 jaar is en slechts 11% is 65 jaar of ouder. Volgens het profiel heeft 15% van de huishoudens kinderen. Van de gebruikers leefden 3% in een eenoudergezin en 64% woonden samen of waren getrouwd. We weten ook hier niet welk deel van die laatste groep kinderen had. De meeste aanvragen van gehuwden en samenwonenden zijn voor de bewindvoeringsregelingen samenwonenden (25%), overige kosten financiële transacties (23%), en medische kosten (14%). Alleenstaanden zijn minder dan hun aandeel in het profiel te vinden (33% i.p.v. 65%). Het aandeel inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond is hoger (29%) dan in het profiel (16%). In tabel 2 en 3 respectievelijk staan de top vijf van de uitgaven aan de Minimaregelingen en als die van de Bijzondere Bijstand in de periode 2020-2022.
Voor deze uitgaven hebben we per categorie uit de top vijf zoals die gold in 2022, het aantal toekenningen en bedragen opgeteld om te zien hoe vaak en voor welke bedragen er uitgaven zijn gedaan in de periode 2020 -2022. Een huishouden kan van meerdere regelingen gebruik maken en daarom meerdere keren voorkomen in de toekenningen. We beschrijven het beeld voor 2022 in meer detail.
Tabel 2 Het Minimabeleid in aantal toekenningen en bedragen (de grootste 5), 2020-2022 Totaal bedrag
2020
2021
2022
€1.107.147
€1.099.644
€1.159.551
€ 391.725
€ 391.270
€ 393.426
waarvan aan: Collectieve ziektekosten CZ/VGZ samen Bijdrage schoolkosten
€ 177.958
€ 174.771
€ 189.354
Indiv. Inkomenstoeslag samenwonend
€ 183.260
€ 173.061
€ 169.058
Indiv. Inkomenstoeslag alleenstaande
€ 162.213
€ 169.200
€ 167.138
2533
2466
2437
Collectieve ziektekosten CZ/VGZ samen
1079
1046
1022
Bijdrage schoolkosten
416
400
392
Indiv. Inkomenstoeslag samenwonend
310
287
274
Indiv. Inkomenstoeslag alleenstaande
389
401
385
Totaal aantal toekenningen waarvan aan:
Minimabeleid In 2022 is in het totaal € 1.159.551,-uitgegeven aan de minimaregelingen (zie voor 2020 en 2021 tabel 4). z
z
z
z
z
Dat was voor in het totaal 2.437 toekenningen aan 1.415 huishoudens (gemiddeld 1,7 per huishouden). 42% (1.022 toekenningen) ging naar alle Collectieve Ziektekosten CZ/VGZ. Er werd €393.426,- aan uitgegeven (34% van de kosten van dat jaar). 16% (392) ging naar een bijdrage aan Schoolkosten. Er werd €189.354,- aan uitgegeven (16% van de kosten van dat jaar). 11% (274) ging naar de individuele inkomenstoeslag samenwonend. Er werd €169.058,- aan uitgegeven (15% van de totale kosten dat jaar). 16% (385) ging naar de individuele inkomenstoeslag alleenstaande. Er werd om €167.138,- aan uitgegeven (14% van het totaal in dat jaar is uitgegeven).
15
In bijlage 2 zijn drie tabellen opgenomen met per regeling uitsplitsingen naar leeftijd (tabel 1), leefvorm (tabel 2) en migratieachtergrond (tabel 3). In die tabellen zien we dat de typische regelingen voor inwoners met kinderen zoals zwemlessen en aanschaf laptops ook in die huishoudens terecht komen. Dat geldt ook voor de regelingen voor alleenstaanden. De Collectieve Ziektekosten voorzieningen komen ook bovengemiddeld bij alleenstaanden terecht (zie voor meer details de bijlage).
Bijzondere bijstand In 2022 is in het totaal €2.188.795,- uitgegeven aan Bijzondere Bijstand (zie voor 2020 en 2021 tabel 5). z
z
Tabel 3 De Bijzondere Bijstand in aantal toekenningen en bedragen (de grootste 5), 2020-2022 Totaal bedrag
2020
2021
2022
€2.555.310
€2.558.025
€2.188.796
waarvan aan:
z
Bewindvoering problematische schulden alleenstaanden
€ 411.935
€ 367.288
€ 351.574
Overige kosten fin. transacties
€ 287.221
€ 252.475
€ 300.099
Kosten inrichting/huisraad
€ 172.309
€ 350.765
€ 299.335
Bewindvoering alleenstaande
€ 196.053
€ 205.261
€ 234.459
Bedrijfskapitaal 2020 ZZP-ers
€ 567.010
€ 283.444
€ 145.000
2288
2170
2240
Bewindvoering problematische schulden alleenstaand
308
251
238
Overige kosten fin.transacties
457
457
513
Kosten inrichting/huisraad
168
197
191
bewindvoering alleenstaande
187
196
207
Bedrijfskapitaal 2020 ZZP-ers
65
33
4
Totaal aantal toekenningen
z
waarvan aan:
z
Dat was voor in het totaal 2.240 toekenningen aan 1.129 huishoudens gemiddeld bijna 2 (1,98) per huishouden. 11% (238 toekenningen) ging naar bewindvoering problematische schulden alleenstaanden. Er werd €351.574,- aan uitgegeven (16% van de kosten van dat jaar). 23% (513) ging naar overige kosten financiële transacties. Er was €300.099,mee gemoeid (14% van de kosten van dat jaar). 8,5% (191) ging naar kosten inrichting huisraad. Daar is €299.335,- aan uitgegeven (ook afgerond 14% van het totaal dat jaar. 9,2% (207) ging naar bewindvoering alleenstaanden. Daar is €234.459,10 van het totaal bedrag van dat jaar met 451 toekenningen (20%).
Uit de cijfers hierboven blijkt dat alleenstaanden veel voorkomen in de toekenningen van de Bijzondere Bijstand en dat bewindvoering de grootste kostenpost is in 2021 en 2022. In 2020 - het eerste jaar van de coronaepidemie - was dat anders: met bedrijfskapitaal 2020 voor ZZP-ers als grootste kostenpost. De energietoeslag (3.707 toekenningen) is bijzonder goed benut (zie tabel 4). Als het aantal toekenningen staat voor het aantal huishoudens dat heeft geprofiteerd, is er zelfs sprake van over benutting (104%). Deze toeslag kwam vooral terecht bij ouderen (50% is 65 jaar of ouder). Er staan minder vrouwen dan in het profiel aan het hoofd van zo’n huishouden (44% i.p.v. 59%). De leefsituatie is ongeveer conform het profiel met twee derde alleenstaanden. Het aandeel inwoners met een niet-westerse (13%) en westerse migratieachtergrond (7%) is iets lager dan in het profiel (16%, i.p.v. 10%).
16
Tabel 4 Kenmerken gebruikers van de energietoeslag uit Meierijstad, 2022 Type regeling/voorziening
Energietoeslag 2022 (inkomensgrens 130%)19
Omschrijving
Eenmalige toeslag voor iedereen die tot maximaal 130% van het sociaal minimum verdient. Er vindt geen vermogenstoets plaats.20
Aantal gebruikers
3.707 huishoudens
Man/vrouwverdeling
44% is vrouw
Leeftijd
De grootste leeftijdscategorie is 65> jaar (50%), gevolgd door 45-64 jaar (27%), 25-44 jaar (21%) en 18-24 jaar (1%).
Leefsituatie
Tabel 5 Kenmerken van gebruikers met een voorziening uit de Participatiewet uit Meierijstad Type regeling/voorziening
Uitkering in het kader van de Participatiewet (P-wet), 2022
Uitkering in het kader van de P-wet in periode 2020-2022 (instroom vanaf 1/1/2020)
Omschrijving
Uitkering voor inwoners met of zonder arbeid gerelateerde beperkingen om ze werk te laten vinden.
Uitkering voor inwoners met of zonder arbeid gerelateerde beperkingen om ze werk te laten vinden en inwoners die een van de TOZO regelingen kreeg in deze periode.
65% is alleenstaand, 27% is gehuwd of woont samen en 8% is alleenstaand ouder .
Aantal gebruikers
928 inwoners
2.515 huishoudens (op basis van dossiers)
Type woning
93% heeft een huurwoning
Man/vrouwverdeling
55% is vrouw
47% is vrouw
Migratieachtergrond
80% Nederlands 16% Niet-westers 4% Westers
Leeftijd
De grootste leeftijdscategorie is 45-64 jaar (47%), gevolgd door 25-44 jaar (39%) en 18-24 jaar (9%), 65> jaar (5%)
De grootste leeftijdscategorie is 45-64 jaar (46%), gevolgd door 25-44 jaar (40%) en 18-24 jaar (9%) en 65> jaar (5%).
Leefsituatie
53% is alleenstaand, 33% is gehuwd of woont samen en 14% is alleenstaand ouder.
48% is alleenstaand, 47% is gehuwd of woont samen en 5% is alleenstaand ouder.
Type woning
83% heeft een huurwoning
88% heeft een huurwoning
Migratieachtergrond
46% Nederlands 46% Niet-westers 8% Westers
79% Nederlands 16% Niet-westers 5% Westers
Bij de cliënten met een regeling uit de Participatiewet een deel van de doelgroep - valt het relatief hoge percentage inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond op voor het jaar 2022, terwijl we dit niet zien voor de periode 2020-2022 (zie tabel 5). In die periode zien we juist relatief veel gehuwden en samenwonenden in vergelijking met het jaar 2022. De TOZO regeling die in 2020 en 2021 beschikbaar was door de coronacrisis, verklaart waarschijnlijk dit beeld. Maar liefst 76% van de dossiers uit die tijd zijn als zodanig geoormerkt.
19 Het profiel in het kader hierboven heeft als inkomensgrens 120%
De Maatschappelijke Participatieregeling, de minimaregelingen en de Bijzondere Bijstand worden vooral benut door 25-65-jarigen, slechts een klein deel is 65 jaar of ouder, of jonger dan 25 jaar. Ouderen en jongeren maken, zoals uit de data naar voren komt, nog niet optimaal gebruik van de regelingen waar zij wel recht op hebben. Het kleine aandeel ouderen heeft mogelijk te maken met het feit dat een deel van hen denkt geen recht te hebben op een bijdrage van de gemeente, omdat zij inkomsten hebben uit AOW (en pensioen), of dat ze de weg naar de regelingen niet weten te vinden.
20 Uit een recent onderzoek komt naar voren dat geen enkele geraadpleegde gemeente (in totaal zijn 108 gemeenten bevraagd voor dit onderzoek) een vermogenstoets uitvoert (dit is in lijn met het advies vanuit het Rijk). Ruim een kwart van de gemeenten (28%) heeft 130% van het sociaal minimum gehanteerd (file (overheid.nl)).
17
Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond is voor alle regelingen hoger dan verwacht op basis van het profiel. De energietoeslag heeft ouderen heel goed bereikt. Omdat we de voornaamste inkomensbron niet weten, blijven werkende armen voor deze rapportage een niet-zichtbare of verborgen groep.
2.4.
Hoe komt het dat ouderen zo goed bereikt zijn met deze regeling? Wat is de aanpak geweest? Wat valt hieruit te leren? Mogelijk speelt het een rol dat de energietoeslag landelijk algemene bekendheid heeft gekregen en dat er in de gemeente Meierijstad verschillende plekken zijn waarop ouderen terecht kunnen bij een inloopspreekuur om informatie te krijgen over de energietoeslag (Geld&Zo en in de bibliotheek bijvoorbeeld). Ook is er veel aandacht besteed door informatie te geven in de krant en door hulpverleners in te zetten om de energietoeslag onder de aandacht te brengen zoals via de seniorenraad en de ouderenbonden.21
In de Armoedescan zijn de eerder genoemde en gebruikte kenmerken te vinden voor huishoudens op 100, 110, 120 en 130% van het sociaal minimum. Tot nu toe brachten we de verschillen in aantallen en aandelen huishoudens naar hoogte van het sociaal minimum in beeld, maar wat verandert er in het profiel van de huishoudens met de hoogte van het sociaal minimum? We keken naar leeftijd, huishoudtype, migratieachtergrond, voornaamste bron van inkomsten, Wmo-gebruik en huurtoeslag (zie bijlage 2 voor de figuren). Er zijn voor bijna alle achtergrondkenmerken kleine verschuivingen te zien in het profiel, maar het patroon verandert niet. Voor leeftijd en voornaamste inkomstenbron verandert er meer, vandaar dat we deze figuren in de tekst zullen opnemen.
Van 120 naar 130 procent van het sociaal minimum
2.4.1. Kenmerken van huishoudens op 100, 110, 120 en 130% van het sociaal minimum
In figuur 1 staat de leeftijdsverdeling weergegeven. Het percentage 65plussers neemt met 10% toe (van 41% naar 51%) tussen 100-130% van het sociaal minimum. Tussen 120% en 130% is die toename niet zo groot meer. Figuur 1 Leeftijdsverdeling en hoogte van het sociaal minimum, 2021 60% 50%
42%
40% 21 Uit de Monitor uitvoering energietoeslag komt ook naar voren dat meerdere gemeenten verschillende maatregelen hebben genomen om de energietoeslag ook onder de kwetsbare doelgroep van ouderen onder de aandacht te brengen: “Ongeveer de helft van de geraadpleegde gemeenten merkt op dat rondom het aanvraagproces knelpunten zich vooral voordeden bij ouderen. Ouderen hebben in hun ervaring relatief vaker moeite om de digitale aanvraag goed af te ronden. Om inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen in hun aanvraag, hebben gemeenten op verschillende manieren ondersteuning geboden, bijvoorbeeld door het inrichten van een helpdesk voor aanvragers of door het organiseren van inloopspreekuren. Daarnaast is in veel gemeenten rondom de reguliere dienstverlening al sprake van een formulierenbrigade of een servicepunt en deze zijn dan ook voor de energietoeslag 2022 ingezet” (file (overheid.nl)).
33%
30%
30% 24%
22%
52%
49%
45%
27% 22%
21%
25%
20% 10% 2%
2%
2%
2%
0% 100 <24 jaar
110 25-45 jaar
45-65 jaar
120 65> jaar
130
Bron: CBS data 2021
18
Figuur 2 Voornaamste inkomensbron en hoogte van het sociaal minimum, 2021 60%
40% 30%
43%
40%
25% 19%
20% 10%
51%
48%
50%
11% 10%
3% 0%
15% 10%
9% 1%
3%
100
6%
10%
8% 1% 2%
110
12%
11% 5%
12% 7% 1% 2%
120
14%
10% 4%
Bijstandsuitkering
Inkomen uit arbeid
Inkomen uit eigen onderneming
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Overig uitkering sociale voorzieningen
Werkloosheidsuitkering
Overig of onbekend
Van 120 naar 130%? Het aandeel ouderen neemt toe met de hoogte van het sociaal minimum. Bij 130% is iets meer dan de helft (52%) 65 jaar of ouder, bij 120% iets minder dan de helft (49%). De leeftijdsgroep van 45-65 jaar wordt iets kleiner (25% i.p.v. 27%). Voor de overige leeftijdsgroepen zijn er geen of minimale veranderingen. Het percentage paren zonder kinderen - een van de onderscheiden huishoudtypes - wordt iets groter (18% i.p.v. 17%) Het percentage eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen neemt af (9% i.p.v. 10%).
1% 2%
130
Pensioen
Figuur 2 geeft de voornaamste inkomensbron weer van huishoudens bij verschillende hoogtes van het sociaal minimum. De voornaamste inkomensbronnen die het meest veranderen zijn pensioen, inkomen uit werk en bijstandsuitkering. Het percentage gepensioneerden en inwoners met werk stijgt, het aandeel met een bijstandsuitkering daalt.
6%
Bron: CBS data 2021
Als we de voornaamste inkomensbron van de huishoudens met 130% of en 120% vergelijken, zien we dat het aandeel inwoners met een baan groter is (14% i.p.v. 12%), net als het percentage dat van een pensioen leeft (52% i.p.v. 49% ). Het percentage bijstandsgerechtigden is juist kleiner (12% i.p.v. 15%). Uit bovenstaande komt naar voren dat bij een verschuiving van 120 naar 130% de doelgroep niet veel verandert. Er zijn wel verhoudingsgewijs: z z z
meer ouderen, meer inwoners die werken en minder inwoners met een bijstandsuitkering in de groep als geheel.
Het aantal huishoudens dat een beroep kan doen op regelingen neemt toe met 713 huishoudens.
19
3
Ervaringen met de armoedeaanpak
In dit hoofdstuk bespreken we achtereenvolgens wie de inwoners zijn die in armoede leven (3.1), hun behoeften (3.2), de succesfactoren van de huidige armoedeaanpak (3.3), de verbeterpunten van de armoedeaanpak (3.4) en hoe dit zich verhoudt tot wat nu werkt bij een effectieve armoedeaanpak (3.5).
3.1.
Inwoners die in armoede leven (doelgroep)
Wie zijn de inwoners die in armoede leven? Om een antwoord op die vraag te kunnen geven, is gesproken met verschillende inwoners. Ook hebben we aan beleidsmakers en partners van de gemeente Meierijstad gevraagd hoe de doelgroep eruitziet. We beginnen met de inwoners zelf. 3.1.1.
Inwoners
We spraken zes inwoners die in armoede leven over hun situatie, ervaringen en wensen met betrekking tot de hulp die zij ontvingen. Hiermee kan geen representatief beeld worden gegeven van de doelgroep, maar het gaat wel om herkenbare verhalen. Het zijn alledaagse casussen die de gemeente en haar partners in de praktijk tegenkomen.
Hieronder staan in het kort hun profielen. Profielen inwoners Respondent 1: man, 64 jaar, alleenstaand, 20 jaar in de bijstand, gezondheidsproblemen Respondent 2 : vrouw, in de veertig, gescheiden, alleenstaande moeder met vier minderjarige kinderen, betaald werk. Geen alimentatie of co-ouderschap, vanaf september 2023 uit de schuldhulpverlening na zeven jaar schulden door faillissement van bedrijf ex-echtgenoot Respondent 3: vrouw, in de veertig, gehuwd, twee kinderen, betaald werk, sinds 2020 uit de schuldhulpverlening na tien jaar bewindvoering. Respondent 4: Somalische vrouw, gehuwd, negen thuiswonende kinderen, waarvan zes minderjarig, in Nederland sinds 2010, bijstandsuitkering, geen schulden Respondent 5: vrouw, 71 jaar, gescheiden van tweede man, pensioen, bestolen en mishandeld door ex-echtgenoot, geen schulden Respondent 6: vrouw 60 jaar, in (v)echtscheiding, geen betaalde baan op dit moment, geen schulden. Omdat het huwelijk nog niet is ontbonden, komt zij niet voor regelingen in aanmerking. Haar echtgenoot eist dat ze het koophuis verkoopt, zij weigert en komt op dit moment niet meer uit met haar geld. Uit deze korte profielschetsen komt naar voren dat bij de inwoners die in armoede leven veelal meerdere problemen spelen: het is niet alleen een financieel vraagstuk.
Armoede hangt samen met life events zoals ziekte, slachtoffer worden van fraude en/of scheiding, naast baanverlies en faillissementen. Ook wordt duidelijk dat armoede niet direct hoeft te betekenen dat inwoners schulden maken of geen baan/inkomen hebben. 20
3.1.2.
Beleidsmakers en partners
Uit het kwantitatieve onderzoek komen verschillende kwetsbare groepen die in armoede leven naar voren: alleenstaanden, ouderen en huurders. Beleidsmakers en partners die wij spraken, herkennen deze groepen. Maar in de praktijk komen ze eigenlijk allerlei soorten inwoners tegen. “Armoede treft iedereen. Ook gezinnen, moeders met kinderen, jongeren, statushouders en werkende armen.” Zo wonen ouderen steeds langer thuis. Budgetbeheer wordt steeds moeilijker voor hen omdat ze moeite hebben met de digitalisering.22 Beleidsmakers en partners zien in de praktijk grootouders en kleinkinderen die elkaar helpen. Kleinkinderen lenen geld van hun opa’s en oma’s. Tegenwoordig komen zij vaker in de problemen omdat ze nu zelf ook het geld nodig hebben.23 Situaties zijn soms schrijnend.24 Huisdieren worden achtergelaten omdat er geen geld is voor medicatie of vaccinaties. Inwoners dumpen hun afval op straat omdat het te duur is geworden om afval weg te brengen. Een deelnemer van de dialoogbijeenkomst vertelt over een mevrouw die oude banken in haar tuin heeft staan omdat het te duur is om die banken af te voeren. De mevrouw wordt met de dag depressiever omdat ze de banken continu in haar tuin ziet staan. Ook
jongeren worden toenemend armer.25 Vanwege de inflatie, de hoge huurprijzen en de energieprijzen is het niet meer te betalen om op zichzelf te gaan wonen. Tegelijkertijd signaleren partners dat er onder deze groep hoge standaarden voor o.a. (merk)kleding en vakanties zijn. Of jongeren die van school afkomen, komen in dienst en willen niet meer dan drie dagen werken en kopen een huis. Partners maken zich daar zorgen over. Verder stijgt het aantal werkende armen.26 Ook zien beleidsmakers en partners steeds meer 40-plussers die door scheiding in financiële problemen komen.27 Signalen bij de kinderopvang zijn dat ouders rekeningen niet (meer) kunnen
25 Jongeren zijn een kwetsbare doelgroep als het gaat om (het risico op) financiële problemen (Odekerken, et al., 2020; Sarti, Odekerken & Koster, 2021; BKR, 2021; Westhof & De Ruig, 2015). Ongeveer 36.000 jongeren van 18 tot en met 24 jaar kampen met een betalingsprobleem. Een jaar geleden waren dit er bijna 31.000, een stijging van ruim 16% (BKR, 2022; Nibud, 2022; 220200_Ondersteuning-jongerenmet-schulden-Lelystad-WEB.pdf (verwey-jonker.nl); Eerder uit de schulden: werkzame elementen bij jongereninterventies (verwey-jonker.nl); https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/bijlage/ Nationale%20ombudsman%20-%20Watertrappelen%20in%20de%20bijstand.pdf ).
23 Uit onderzoek van het Nibud (2022) komt naar voren dat meer mensen geld lenen van familie of vrienden (Rapport-rondkomen-en-betalingsproblemen-Nibud-2022.pdf).
26 De substantiële groep de ‘werkende armen’ groeide de laatste jaren structureel in omvang (https://www.scp.nl/binaries/scp/documenten/publicaties/2023/03/07/eigentijdse-ongelijkheid/ SCP+onderzoeksrapport+Eigentijdse+Ongelijkheid.pdf.).Een groep die vaak wordt vergeten zijn de mensen die een betaalde baan hebben, maar te weinig verdienen om van rond te komen. Hoe beperkter de werkweek, hoe hoger de kans op armoede. Werk wordt als hét middel gezien om uit de armoede te komen, maar dit lukt niet altijd. Van alle volwassenen in armoede heeft een derde betaald werk als belangrijkste eigen inkomensbron (Armoede in Nederland - Armoedefonds). Uit de recente SCP-studie blijkt dat er in 2014 ongeveer 320.000 werkende armen (4,6% van alle werkenden) waren. Daarvan werkten er 175.000 in loondienst, en 145.000 als zelfstandige. In Nederland stijgt het aandeel werkende armen sinds 1990. Gemeenten zien op basis van hun armoedemonitor dat er meer groepen in de gemeente niet rond kunnen komen van hun besteedbaar inkomen. Ook deze inwoners rekenen gemeenten tot de doelgroep werkende armen. De doelgroep kan dus nog groter zijn dan het rapport van SCP doet vermoeden (https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/vng_position_paper_ voor_rondetafelgesprek_werkende_armen_7_maart_2019.pdf; Niet gevonden | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)).
24 Dit is herkenbaar in ander onderzoek zoals https://www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportanalyse-vijf-jaar-armoedebeleid-in-tachtig-gemeenten-2021/.
27 Life-events zoals een scheiding hebben grote gevolgen voor de financiële situatie van inwoners (Financiële gevolgen van echtscheiding (cbs.nl)).
22 Uit het onderzoek ‘Met te weinig genoegen nemen’ van de Nationale Ombudsman blijkt dat veel ouderen niet bekend zijn met de beschikbare financiële regelingen van de overheid (Met te weinig genoegen nemen (nationaleombudsman.nl)). Uit ander onderzoek van de ouderenorganisatie KBOPCOB (2022) komt naar voren dat er steeds meer stille armoede is onder ouderen (Onderzoek: armoede onder ouderen groeit snel door hoge inflatie | Geld | AD.nl). Ook in andere gemeenten blijkt armoede onder ouderen een groeiend probleem te zijn zoals in de gemeente Eindhoven (Armoede beleidsplan 2020-2024 (purpose.nl)).
21
betalen.28 Het gaat om ouders die stoppen met de kinderopvang, of het aantal dagen verminderen. Zij blijven vaak de toeslag nog een tijdje ontvangen en gaan daarvan leven. Het uitgavenpatroon wordt niet aangepast aan de veranderde situatie. Met als gevolg een vicieuze cirkel van (oplopende) schulden. Armoede gaat vaak over van generatie op generatie.29 Er is veel sprake van schaamte30 maar ook veel wantrouwen (gemeente/overheid maar ook jegens maatschappelijke organisaties).31 Met name zorgmijders32 worden als kwetsbare doelgroep genoemd.
In de gemeente Meierijstad wonen overigens ook veel statushouders. Zij komen moeilijker uit de armoede, door taalbarrières, laaggeletterdheid en niet-erkende diploma’s. Universitair geschoolden worden daardoor vaak bemiddeld naar de arbeidsmarkt op mbo-niveau.33
“Er is in die groep een enorme argwaan naar instanties waarnaar wordt verwezen. Net als armoede dat vaak van generatie op generatie overgaat, geldt dat ook voor argwaan naar instanties in het geval van zorgmijders.”
Inwoners die we spraken hebben vooral hulp nodig om de schaamte van armoede of de overweldiging door het ineens in schulden raken te overwinnen en de drempel over te gaan om hulp te vragen.
28 Sinds afgelopen zomer 2022 zien incasso-organisaties GGN en Flanderijn dat er meer openstaande bedragen zijn die worden opgeëist namens de kinderopvang. Het gaat om een toename van 15 tot 20 procent (‘Nederland wordt armoedeland’: hoogleraar kinderopvang maakt zich zorgen om groeiende druk op jonge gezinnen - EenVandaag (avrotros.nl)). 29 Bij armoede van generatie op generatie is in één familie bij meerdere opeenvolgende generaties sprake van uitsluiting, op financieel, sociaal of ander gebied (321200_Duurzame_aanpak_KinderarmoedeArnhem.pdf (verwey-jonker.nl)). 30 Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat onder inwoners die in armoede leven schaamte heerst (Opgroeien-en-opvoeden-in-armoede.pdf (nji.nl)). Plantinga geeft aan dat een op de zeven Nederlanders tussen 18 en 65 jaar zich schaamt voor de financiële problemen (Plantinga, 2019). 31 Ook komt bij inwoners die in armoede leven wantrouwen jegens instanties/overheid regelmatig voor (Odekerken, 2017). 32 Zorgmijders kunnen omwille van verschillende redenen zorg mijden waaronder wantrouwen jegens instanties maar ook kan de eigen bijdrage een belemmering vormen om hulp in te schakelen. In het SDG rapport over duurzaamheidsdoelen van mei 2023 staat als volgt: Ook ervaren mensen die in armoede leven meer drempels wanneer zij gebruik willen maken van gezondheidszorg.
Door de hoge zorgkosten gaan mensen bijvoorbeeld zorg mijden of uitstellen, om zo kosten te besparen. Terwijl ze die zorg wel nodig hebben (https://www.mensenrechten.nl/actueel/nieuws/2023/05/17/integraleaanpak-van-armoede-broodnodig-voor-behalen-van-vn-duurzaamheidsdoelen).
3.2.
Behoeften van inwoners die in armoede leven
3.2.1.
Inwoners
“Het moeilijkst was het om de drempel over te gaan om naar de Voedselbank te gaan. Deze zat naast het kinderdagverblijf van mijn jongste dochter met als gevolg extra schaamte ook omdat er twee werkenden zijn in het huishouden. In die tijd was er wel de houding bij de hulpverlening dat het ‘je eigen schuld was dat je in de problemen was gekomen’, terwijl ze een pechdossier hadden met al die wachttijden, dat is kleinerend.” Een vaste vertrouwde persoon die de weg naar en door de loketten en regelingen kan wijzen, is voor bijna iedereen van vitaal belang. Er kan altijd worden teruggevallen op die persoon. Die vaste vertrouwde persoon is in onze gesprekken behalve de Armoedeambassadeur, een professional van Ons Welzijn, of een consulent schuldhulpverlening van de gemeente. Inwoners geven aan ook behoefte te hebben aan een laagdrempelig loket dichtbij, bijvoorbeeld in de