A25b Achtergronddocument Platform31 - Trends en Strategische Opgaven Meierijstad.pdf
Tekst van het document
Achtergronddocument
Trends, ontwikkelingen en strategische opgaven Meierijstad
Koos van Dijken en Joost van Hoorn Platform31, 21 juli 2021
1
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................................... 3 1
Inleiding .................................................................................................................................... 11
2
Trends, ontwikkelingen en opgaven ..................................................................................... 12 2.1 Demografische trends en ontwikkelingen..................................................................................................... 12 2.2 Economische trends en ontwikkelingen ....................................................................................................... 18 2.3 Sociale trends en ontwikkelingen ................................................................................................................. 28 2.4 Trends en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein ..................................................................................... 44 2.5 Ruimtelijke en woontrends ........................................................................................................................... 48 2.6 Trends in mobiliteit ....................................................................................................................................... 56 2.7 Trends op het gebied van duurzaamheid ..................................................................................................... 62 2.8 Bestuurlijke trends en ontwikkelingen .......................................................................................................... 72
3
Strategische opgaven ............................................................................................................. 80 3.1 Inleiding........................................................................................................................................................ 80 3.2 Fysieke opgave ............................................................................................................................................ 80 3.3 Inclusieve samenleving ................................................................................................................................ 86 3.4 Informatiesamenleving inclusief bedrijfsvoering ........................................................................................... 89 3.5 Democratisch besturen ................................................................................................................................ 94 3.6 Wat voor gemeente wil Meierijstad zijn ........................................................................................................ 97
2
Samenvatting Uit de verbijzondering van de trendstudie (hoofdstuk 2), de ambtelijke voorbereidingen en de gedachtewisseling met de ambtelijke organisatie (hoofdstuk 3) kunnen de trends ontwikkelingen, opgaven en strategische keuzes voor Meierijstad samengevat worden. Daarbij worden de vier invalshoeken van de gemeente Meierijstad gebruikt: 1) de fysieke opgave voor Meierijstad, 2) Meierijstad als inclusieve samenleving, 3) inspelen op de informatiesamenleving en de bedrijfsvoering daarop inrichten en 4) democratische besturen en aansluiten bij hetgeen van belang is voor de inwoners. Bij de strategische opgaven worden zonder volledig te zijn aandachtspunten, handelingsperspectieven, opties, denk- en oplossingsrichtingen genoemd waar de politieke partijen, de raad en het college over kunnen nadenken en keuzes in kunnen maken.
De fysieke opgave voor Meierijstad Trends en ontwikkelingen
Verdergaande (relatief bescheiden) bevolkingsgroei in Meierijstad vooral vanwege het saldo van de buitenlandse migratie en het saldo van de binnenlandse migratie. Uit het laatste blijkt dat Meierijstad klaarblijkelijk voldoende aantrekkelijk is omdat meer mensen naar Meierijstad verhuizen dan er inwoners vertrekken naar andere gemeenten.
In Meierijstad wordt geen ontgroening verwacht, wel een sterke groei van het aantal ouderen en vooral van
Voor Meierijstad neemt naar verwachting de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) met vijf procent af
De veranderende huishoudenssamenstelling in Meierijstad (vooral eengezinshuishoudens) en veranderende
De duurzaamheidstransities (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie en kli-
oude ouderen (80-plussers). de komende dertig jaar. woonwensen. De tweedeling op de woningmarkt tussen insiders en outsiders wordt groter. maatadaptatie).
Opgaven
Versterken van het verdienvermogen, de veerkracht en de weerbaarheid van Meierijstad als werkgemeente
Vergroten van de arbeidsparticipatie en vooral de arbeidsproductiviteitsontwikkeling.
Om-, her- en bijscholing, leven lang ontwikkelen zijn de sleutel voor economisch succes.
Vergroten van de flexibiliteit in het gebruik van de bestaande woningvoorraad.
Het verbeteren en variëren van de woon-, werk- en leefomgevingen in Meierijstad.
Zet in op duurzame gebiedsontwikkeling en de rol van (duurzame) mobiliteit daarin.
De schaarse ruimte vraagt om duidelijke lange termijn keuzes en sturing waarbij het streven naar de kwaliteit
(mede met oog op het herstel na de coronacrisis).
van de leefomgevings leidend kan zijn.
Het verbinden van de vier duurzaamheidsopgaven (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie en klimaatadaptatie).
Strategische opgaven De landelijke trends, ontwikkelingen en opgaven, en de verbijzondering voor Meierijstad, geven aanleiding om over een aantal strategische opgaven in het fysieke domein na te denken, gezamenlijk over antwoorden na te denken en om concrete stappen te gaan zetten. Dit is een belangrijke rol en taak voor de politieke partijen, de raad en het college. Een taak en rol die Platform31 niet kan en wil overnemen. Als stimulans voor de politieke afwegingen en deliberaties worden in het navolgende bij elke strategische opgave een aantal mogelijke keuzes, denk- en oplossingsrichtingen genoemd. Het is aan de politieke partijen, raad en college om deze lijst van opties, denk- en oplossingsrichtingen aan te vullen, aan te scherpen en te amenderen. Soms kunnen bepaalde stappen
3
in elkaars verlengde liggen en soms sluit een keuze voor A een keuze voor B uit. Dit denk- en keuzeproces is bij uitstek de taak voor de politieke partijen, raad en college. Versterken en verbeteren van stedelijke gebieden:
verdichten (géén hoogbouw),
functies toevoegen,
inzetten op meer gemengde woon-werk- en leefmilieus,
inzetten op toekomstgerichte vormen van mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer, MaaS, terugdringen gebruik privéauto),
autoluwe en autovrije steden,
verbeteren van Meierijstad als fietsstad,
verdedigen van het groen in de stedelijke gebieden,
meer groen, meer bewegen, betere luchtkwaliteit kan gezondheid inwoners ten goede komen,
minder groen vanwege de verdichting heeft negatieve invloed op gezondheid,
investeringen ook ten goede laten komen aan klimaatadaptatie en .energietransitie,
mogelijkerwijs vanwege de inzet op verstedelijking minder investeringsmogelijkheden in de dorpen.
Een aantrekkelijk gemeente zijn en blijven voor bestaande en toekomstige inwoners:
rekeninghouden met de woonwensen van de verschillende doelgroepen,
inzetten op specifieke doelgroepen en daar keuzes in maken (starters, jongeren, ouderen, kenniswerkers, arbeidsmigranten, eigen inwoners, nieuwe inwoners uit de regio),
meer geschikte woningen van de sterk groeiende groep oude ouderen (aanleunwoningen, woonzorgvoorzieningen, groepswoonvormen. e.d.),
inspelen op de veranderende huishoudenssamenstelling,
de bestaande woningvoorraad verbeteren (in aantal veel belangrijker dan nieuwe woningen),
elke nieuwe woning de goede woning te laten zijn op de juiste plaats.
Versterken van de economie en ruimte geven aan ondernemerschap:
lagere lasten voor ondernemers,
minder klemmende regelgeving, eenvoudiger vergunningverlening,
functiemenging en blurring, gemengde woon-werkmilieus,
rode loper aanpak,
geschikte bedrijfshuisvesting,
voldoende goede opgeleide werknemers,
faciliteren van de komst van arbeidsmigranten.
Zorgen voor een nieuwe balans in het landelijk gebied:
ruimte voor verschillende economische functies (landbouw, verbreding landbouw, duurzame energie, toerisme, recreatie),
duurzaamheidstransities beter verbinden,
boeren ondersteunen in de voedseltransitie,
het stedelijk gebied beter verbinden met het landelijk gebied (ecologische verbindingszones, recreatieve dooradering met fiets- en wandelpaden).
Klimaatadaptatie en klimaatmitigatie;
gedegen eigen klimaatadaptatiebeleid,
anders bouwen (groene daken, hangende tuinen, gescheiden rioleringen, opvang van eigen regenwater, e.d.),
andere inrichting openbare ruimte (wadi’s, waterbergingen, steenbreuk, e.d.),
robuust maken vitale infrastructuur (elektriciteit, ICT, drinkwater, wegen),
beschermen cultureel erfgoed,
inzetten op een integrale afstemming van woningbouw, nieuwe werklocaties, landbouwtransitie, natuurontwikkeling en energietransities met oog op de klimaatadaptatie,
4
investeringen in woningen, openbare ruimte en infrastructuur méér inzetten voor de klimaatadaptatieopgave,
de duurzaamheidstransities (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie en de klimaatopgave) beter met elkaar verbinden.
Meierijstad als inclusieve samenleving Trends en ontwikkelingen
Groeiende kansenongelijkheid.
Verminderde sociale cohesie.
De dubbele vergrijzing en de toenemende zorgvraag van ouderen in wijk, buurt en kern.
De teruglopende en tekortschietende prestaties in het onderwijs.
Hernieuwde landelijke aandacht voor kwetsbare wijken.
Afname van de geregistreerde high-impact crimes en de onveiligheidsgevoelens.
Een sterke, ontwrichtende toename van ondermijning en cybercriminaliteit.
Opgaven
Doorgaan met de transformatiedoelen in het sociale domein zodat de beloften van de decentralisaties inge-
Verkleinen van de gezondheidsverschillen.
Verkleinen van de mismatches op de arbeidsmarkt.
Vergroten van de arbeidsparticipatie en vooral de arbeidsproductiviteitsontwikkeling.
Om-, her- en bijscholing, leven lang ontwikkelen zijn de sleutel voor participatie.
Het bevorderen van Brede Welvaart voor de inwoners.
Het versterken van de dorpscultuur en het verenigingsleven in de kernen om de sociale cohesie en het oog
lost worden.
voor elkaar hebben, te versterken.
Strategische keuzes De landelijke trends, ontwikkelingen en opgaven, en de verbijzondering voor Meierijstad, geven aanleiding om over een aantal strategische opgaven in het sociale domein na te denken, gezamenlijk tot antwoorden komen en om concrete stappen te gaan zetten. Dit is een belangrijke rol en taak voor de politieke partijen, de raad en het college. Een taak en rol die Platform31 niet kan en wil overnemen. Als stimulans voor de politieke afwegingen en deliberaties worden in het navolgende bij elke strategische opgave een aantal mogelijke keuzes, denk- en oplossingsrichtingen genoemd. Het is aan de politieke partijen, raad en college om deze lijst van opties, denk- en oplossingsrichtingen aan te vullen, aan te scherpen en te amenderen. Soms kunnen bepaalde stappen in elkaars verlengde liggen en soms sluit een keuze voor A een keuze voor B uit. Dit denk- en keuzeproces is bij uitstek de taak voor de politieke partijen, raad en college in Meierijstad. Verminderen van de kansenongelijkheid en het versterken van de sociale cohesie:
een individuele, ongezonde levensstijl ontmoedigen (coaching, bewegen, eten), geïntegreerde aanpak gericht over vele beleidsterreinen heen (zorg, welzijn, participatie, activering, wonen, schulden, e.d.),
inzetten op positieve gezondheid zodat de gezondheidsverschillen tussen hoog- en laagopgeleiden minder worden;
zorgen dat het onderwijs de kansenongelijkheid niet vergroot,
vanuit de menselijke maat inwoners met een grote psychische beperking alternatieve dagbestedingen aanbieden,
gemengde wijken, buurten en kernen stimuleren,
5
de aantrekkelijkheid van Meierijstad versterken door zo veel mogelijk gevarieerde woonmilieus voor specifieke doelgroepen met een mozaïek van woon- en leefmilieus in de diverse kernen en dorpen voor ‘ons soort mensen’.
Goede zorg organiseren voor de sterk groeiende groep ouderen in wijk, buurt en kern:
levensloopbestendig maken van bestaande woningen, bevorderen van meer geschikte nieuwe woningen (aanleunwoningen, woonzorgwoonvormen, zorghotels, knarrenhoven, e.d.),
de kosten van woonaanpassing en het wonen in een woongemeenschap afwegen tegen de kosten van toekomstig zorggebruik,
doorstroming bevorderen door middel van bijvoorbeeld voorlichting, zorgen dat er aantrekkelijke alternatieven zijn, het vergoeden van de verhuiskosten, het aanbieden van verhuishulp, subsidiëren van de hogere kosten van de nieuwe woning, etc.,
versterken van de lokale gemeenschap (ontmoetingsplekken, buurthuizen nieuwe stijl, kamers en restaurants van de wijk, dagbesteding in wijk, buurt en kern),
belonen, in het zonnetjes zetten en ondersteunen van mantelzorgers, nieuwe vormen van ouderenzorg (24/7 beschikbare zorg, wijkklinieken acute ouderenzorg, poliklinieken geriatrie),
virtueel samenvoegen van de zorgbudgetten om tot de meest effectieve, geïntegreerde aanpak te komen.
Verminderen van de mismatches op de arbeidsmarkt: inzetten op maximaal ontschot arbeidsmarktbeleid, vergroten van de intersectorale (regionale) arbeidsmobiliteit met een vaardighedenpaspoort, een “Vaardighedenhuis”, het erkennen van Elders Verworven Competenties, etc. vergroten van de arbeidsparticipatie en het beter mobiliseren van het onbenutte potentieel, aantrekkelijker maken om meer uren te gaan werken (bijvoorbeeld minder deeltijdarbeid door meer flexibele en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en arbeidscontracten), in kaart brengen van de vervangingsvraag zodat op tijd voldoende goed opgeleide werknemers beschikbaar zijn, aanpakken van laaggeletterdheid (een kwart van de beroepsbevolking) met taalcursussen, maatwerk en informele scholingsinspanningen, stringentere aansturing van de accountmanagers van het Werkbedrijf zodat zij nieuwe aanpakken experimenteel toetsen, de effecten van hun aanpakken systematisch monitoren en evalueren en met aanpakken werken die zich bewezen hebben, bevorderen van opleidingen, cursussen, e.d. die beter passen bij de vraag op de arbeidsmarkt, de stok (sancties, minder passend werk moeten accepteren, woon-werk afstanden vergroten) en de wortel (werk moet lonen, vergoeding woonwerkkosten) hanteren om meer bijstandsgerechten te dwingen en te stimuleren om gebruik te maken van baanopeningen in de regio.
Leren in de uitvoering van het sociale beleid:
doorontwikkeling van de toegang, vroegsignalering en integraliteit,
aan de poort maximaal doorverwijzen naar algemene welzijnsvoorzieningen in het voorveld,
verder ontwikkelen van de regionale samenwerking en samenwerking met alle lokale betrokken partijen,
de inkoop van de zorgproducten, waarvan het aanbod gehinderd wordt door tekorten aan zorgpersoneel, behandelen als een strategische opgave,
doorontwikkelen van preventie en de innovatie in het sociale domein,
de jeugdzorg bijvoorbeeld veel beter afbakenen, kwaliteitseisen stellen aan aanbieders en alleen nog bewezen effectieve interventies bekostigen,
focus op kwetsbare doelgroepen met een samenhangende aanpak van zorg en veiligheid, doorontwikkelen van alternatieve voorzieningen voor inwoners die vanwege hun psychologische beperkingen niet kunnen participeren op de arbeidsmarkt,
6
de doelmatigheid en effectiviteit van de dienstverlening vergroten en de inrichting van de werkprocessen daarop aanpassen,
de integrale dure aanpak alleen hanteren voor de 1 tot 4 procent inwoners met een complexe multiproblematiek en de leerprocessen hiervoor vooral inrichten, de enkelvoudige vragen het leeuwendeel van de interventies zo doelmatig mogelijk inrichten,
inzet op bepaalde speerpunten/doelgroepen/aanpakken verminderen om ruimte te maken voor nieuwe speerpunten,
start pilots met concrete doelstellingen en gedegen evaluaties en baseer daarop besluiten om af- of op te schalen,
maak gebruik van landelijke evaluaties en ervaringen van andere gemeenten.
Kwaliteit, behoud en versterken van de voorzieningen:
stel de culturele basisinfrastructuur vast en borg deze,
benut intensiever en steun de sociale welzijnsvoorzieningen in het voorveld van de wmo,
concentreer sommige voorzieningen om ze te behouden of om de kwaliteit te verbeteren,
delegeer de verantwoordelijkheid voor het behoud van voorzieningen (in de dorpen) aan de bewoners,
bevorder het meervoudig en multifunctioneel gebruik van voorzieningen,
differentieer de voorzieningen per kern en kerkdorp behorend bij de lokale cultuur,
verbeter de toegankelijkheid van de voorzieningen.
Een innovatieve reactie op ondermijning en georganiseerde criminaliteit:
delen en combineren van informatie tussen allerlei diensten en partijen,
bijvoorbeeld het intrekken van vergunningen,
of geef boa’s een actieve rol in het buitengebied,
of leg bestuurlijke boetes op,
sluiten van panden,
fiscale navorderingen,
monitoren van verdachte transacties,
geld afpakken en dure auto’s/horloges in beslag nemen,
neem criminelen hun status af zodat zij geen rolmodellen (voor jongeren) zijn.
Inspelen op de informatiesamenleving en de bedrijfsvoering daarop inrichten Trends en ontwikkelingen
De informatiesamenleving wordt steeds belangrijker en verandert steeds sneller.
De kwetsbaarheid van overheid, uitvoeringsorganisaties, verbonden partijen, cruciale infrastructuur, ondernemers en burgers neemt toe.
Opgaven
Het continue aanpassen en versterken van de organisatie in het datagestuurd werken.
Inspelen op de informatiesamenleving door de publieke waarden van Meierijstad als uitgangspunt te nemen.
Keuzes maken bij welke ontwikkelingen en mogelijkheden Meierijstad wil aansluiten en of men daarin koplo-
Verminderen van de kwetsbaarheid van de gemeentelijke organisatie, uitvoeringsorganisaties en verbonden
per of volger wil zijn. partijen voor cybercriminaliteit en het vergroten van de weerbaarheid tegen cybercriminaliteit van inwoners, maatschappelijke organisaties en burgers.
7
Strategische keuzes De landelijke trends, ontwikkelingen en opgaven en de verbijzondering voor Meierijstad geven aanleiding om over een aantal strategische opgaven na te denken om in te kunnen spelen op de informatiesamenleving en om de bedrijfsvoering strategisch aan te sturen. Vanuit de politieke afwegingen kunnen keuzes gemaakt worden en concrete stappen gezet worden. Dit is een belangrijke rol en taak voor de politieke partijen, de raad en het college. Een taak en rol die Platform31 niet kan en wil overnemen. Als stimulans voor de politieke afwegingen en deliberaties worden in het navolgende bij elke strategische opgave een aantal mogelijke keuzes, denk- en oplossingsrichtingen genoemd. Het is aan de politieke partijen, raad en college om deze lijst van opties, denk- en oplossingsrichtingen aan te vullen, aan te scherpen en te amenderen. Soms kunnen bepaalde stappen in elkaars verlengde liggen en soms sluit een keuze voor A een keuze voor B uit. Dit denk- en keuzeproces is bij uitstek de taak voor de politieke partijen, raad en college. Digitale transformatie en digitale dienstverlening:
maak duidelijke keuzes (wat wel en wat niet, koploper of volger),
welke capaciteit, vaardigheden en kennis zijn nodig,
welke standaardisatie is wenselijk en mogelijk,
denk na hoe de efficiencywinst vanwege de standaardisatie ingezet gaat worden.
Informatiegestuurd werken en informatieveiligheid:
data combineren en ontsluiten over verschillende afdelingen, beleidsterreinen, verbonden partijen e.d.,
vergroot de vaardigheden om informatiegestuurd te kunnen werken,
gebruik een integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving,
bewaak de veiligheid van de data waarover de gemeente beschikt (neem als uitgangspunt dat op enig moment alles gehackt kan en zal worden),
weeg af welke nieuwe technologieën (robotsoftware, kunstmatige intelligentie, algoritmen, chatbots, e.d.) nuttig en bruikbaar zijn voor de gemeente.
Opgavegerichte samenwerking:
zorg voor een duidelijke taakopdracht van het bestuur,
kies gezamenlijk en in afstemming een duidelijk doel,
vergeet geen van de partners die betrokken moet zijn,
zorg voor topklasse regie,
voorzie de samenwerking van middelen, vaardigheden en financiën,
evalueer en rapporteer transparant over de resultaten (ook aan de raad).
Excellente dienstverlening:
wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden gezien de ambtelijke capaciteit,
evalueer regelmatig de processen vanuit “de bedoeling”,
doordenk de samenhang tussen de beleidsterreinen in een procesketen,
analyseer welke kennis en vaardigheden nodig zijn in procesketens,
zorg bijvoorbeeld dat de informatie in de procesketen combineerbaar en deelbaar is,
geef vertrouwen aan de burgers en richt daarop de processen in,
overweeg om op persoonlijke wijze (niet-digitaal) contact te zoeken met de meest kwetsbare, digibete inwoners, ga naar ze toe, zie de mens achter het BSN-nummer, help ze bijvoorbeeld actief.
Personeelsbeleid, medewerkers de drie V’s: verandervermogen, vitaliteit en vakmanschap;
houdt medewerkers “fit” met continue bij-, her- en omscholen,
ontwikkel een cultuur waarin levenslang leren en ontwikkelen gewoon is,
bevorder dat medewerkers vaardigheden ontwikkelen om samen te werken, kritisch denken, creatief denken en handelen, probleemoplossend denken en handelen, sociaal vaardig zijn en communicatief sterk zijn,
rouleer medewerkers en detacheer of en weer medewerkers in en met de regiogemeenten, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Nijmegen.
8
maak arbeidsvoorwaarden, arbeidscontracten en organisatievormen zo flexibel dat de gemeente Meierijstad als werkgever aantrekkelijk is en minder last heeft van een krimpende beroepsbevolking.
Democratisch besturen en aansluiten bij hetgeen van belang is voor de inwoners Trends en ontwikkelingen
Intensivering van interbestuurlijke samenwerken en netwerksamenwerking.
Een voortdurende dreiging van een toename van de kloof tussen overheid en een deel van de burgers; een
Oplopende financiële tekorten, toenemende lasten en grote opgaven.
deel van de burgers dat bovendien afhaakt en zich niet meer betrokken voelt.
Opgaven
Het doelmatig en effectief samenwerken met vele partners waarbij de gemeente de publieke belangen dient te bewaken.
De lappendeken van sectorale samenwerkingsverbanden en de verschillen in regio-indelingen.
Meer oog voor de menselijke maat.
Het vergroten van de sociale cohesie en het aansluiten bij de behoefte aan verbondenheid.
Meer aandacht voor de menselijke maat en de kwaliteit van de uitvoering.
Strategische keuzes De landelijke trends, ontwikkelingen en opgaven en de verbijzondering voor Meierijstad geven aanleiding om keuzes te maken, te prioriteren en concrete stappen te zetten om democratisch te besturen en aan te sluiten bij hetgeen van belang is voor de burgers. Dit is een belangrijke rol en taak voor de politieke partijen, de raad en het college. Een taak en rol die Platform31 niet kan en wil overnemen. Als stimulans voor de politieke afwegingen en deliberaties worden in het navolgende bij elke strategische opgave een aantal mogelijke keuzes, denk- en oplossingsrichtingen genoemd. Het is aan de politieke partijen, raad en college om deze lijst van opties, denk- en oplossingsrichtingen aan te vullen, aan te scherpen en te amenderen. Soms kunnen bepaalde stappen in elkaars verlengde liggen en soms sluit een keuze voor A een keuze voor B uit. Dit denk- en keuzeproces is bij uitstek de taak voor de politieke partijen, raad en college. Oog voor Brede Welvaart:
neem als uitgangpunt bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering alle aspecten die de inwoners van belang vinden (materiële welvaart, welzijn, gezondheid, veiligheid, milieu, etc.),
communiceer en bespreek de normatieve afwegingen die het college en de raad maken ten behoeve van het verbeteren van de Brede Welvaart in de gemeente,
gebruik de instrumenten (monitor Brede Welvaart, Sustainable Development Goals) om de ontwikkeling in Brede Welvaart in Meierijstad te volgen.
Opgavegerichte regionale samenwerking:
zorg voor een heldere definitie van de regionale opgaven (klimaat, energietransitie, specialistische jeugdzorg, ontschot arbeidsmarktbeleid, e.d.),
geef de raad een duidelijke kaderstellende rol in de regionale samenwerkingsvormen,
zorg met alle partners voor een gezamenlijke feitenbasis en een gezamenlijk, gedeeld doel,
denk goed na of iedereen is betrokken, die erbij betrokken moet zijn,
organiseer regie van topklasse,
voorzie de opgavegerichte regionale samenwerking van voldoende middelen, capaciteit en financiën,
informeer op duidelijke en kernachtige wijze de raad over de voortgang en resultaten.
Tot waar gaat en kan de burgerinvloed gaan:
neem bijvoorbeeld als uitgangspunt ‘ja, mits’,
stel vast op welke thema’s en op welke wijze de burgerinvloed georganiseerd kan of moet worden, 9
formaliseer de sterkere burgerbetrokkenheid in bijvoorbeeld een right-to-challege en een right-to-bid, voorzie wijken, buurten en kernen bijvoorbeeld van meer middelen dan het huidige zakgeld (€ 3.500) zodat men een grotere verantwoordelijk kan nemen voor de eigen leefomgeving,
denk na over de toegevoegde waarde van burgerbegrotingen, burgerpanels en burgerfora en trek hier voldoende middelen voor uit als men deze vormen wil gaan toepassen,
zorg dat ook de inwoners die niet (meer) meedoen met de traditionele inspraakprocedures in de participatieve methoden van burgerbetrokkenheid wel meedoen,
geef bijvoorbeeld ruimte aan de burgers om mee te denken over het nieuwe bestuurs- en coalitieakkoord,
stimuleer de burgerinitiatieven door vooraf kraakhelder te zijn over het primaat of ultimaat van de politiek.
Professionalisering en lerende overheid:
stimuleer een leercultuur, experimenteer, probeer, innoveer, geef vertrouwen, straf fouten niet af maar gebruik ze om te leren,
versterk de 21e eeuwse vaardigheden (communiceren, creatief denken en handelen, kritisch denken, probleemoplossend denken en handelen, samenwerken, sociale en culturele vaardigheden, zelforganisatie),
versterk de digitale vaardigheden van de medewerkers (datawijsheid, datakwetsbaarheid, nieuwe applicaties, etc.).
Excellente dienstverlening:
optimaliseer de procesketens,
sta de interne en externe klant bijvoorbeeld in één keer te woord,
zorg dat geen overbodige stappen gezet worden in het proces,
leer bijvoorbeeld van de excellente dienstverlening van andere organisaties,
zorg dat de ondersteunende ICT, data, informatie, privacy en informatieveiligheid op orde is,
help de burger actief (zelfs als het jouw werkterrein niet is),
overweeg om ambtenaren en uitvoerders regelvrijheid te geven om, als het nodig is, af te wijken van de standaardnorm en standaardaanpak,
ga niet bij voorbaat uit van de calculerende burger, achterdocht en fraude (zelfs als landelijke regelgeving daar in belangrijke mate door gekenmerkt wordt).
10
1
Inleiding
Op basis van de trendstudie van Platform31 Herstel en perspectief in tijden van transitie. Stedelijke trends en opgaven voor 2022 e.v. (te verschijnen) en de eerdere analyse voor Meierijstad1 beschrijft Platform31 in dit achtergronddocument redelijk beknopt de landelijke trends en de specifieke kenmerken van Meierijstad in het licht van de beschreven trends. De specifieke kenmerken van Meierijstad worden ook belicht door Meierijstad te benchmarken met vergelijkbare gemeenten. De benchmarkgemeenten zijn gekozen door gemeenten te selecteren met een zelfde zwaarte van gemeentelijke taken, met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners en met eveneens een geringe bevolkingsdichtheid (aantal inwoners per km2).2 Op 22 juni j.l heeft Platform31 een eerste presentatie verzorgd van de analyse voor de ambtenaren van de gemeente Meierijstad. Vervolgens hebben de ambtenaren in deelsessies van gedachten gewisseld over de strategische opgaven van Meierijstad. In dit achtergronddocument zijn de analyse van Platform31 (hoofdstuk 2) en de resultaten van de deelsessies (hoofdstuk 3) samengevat. Op basis van dit achtergronddocument wordt in een memo een korte beschrijving en duiding opgesteld van de strategische onderwerpen voor Meierijstad. Het memo wordt vóór de gemeenteraadsverkiezingen aangeboden aan de gemeenteraad en de politieke partijen.
Voor geïnteresseerden is het achtergronddocument beschikbaar.
1
Koos van Dijken, Trends en opgaven voor Meierijstad, Platforem31, Den Haag, 10 augustus 2018.
2
In de bekostiging door het Rijk van de gemeenten wordt rekening gehouden met de zwaarte van de gemeentelijke taken waarvoor de gemeente staat. De zwaarte van de gemeentelijke taken wordt door het ministerie van BZK bepaald aan de hand van de twee indicatoren: ‘sociale structuur’ en ‘centrumfunctie’. Elke Nederlandse gemeente wordt met een vierdeling gekenmerkt qua sociale structuur (zwak, matig, redelijk of goed) en qua centrumfunctie (sterk, redelijk, weinig of zonder). Meierijstad (en de fusiegemeenten Veghel en Schijndel) worden gekenmerkt door een redelijke sociale structuur en een redelijke centrumfunctie. De gekozen benchmarkgemeenten zijn gemeenten die - net zoals Meierijstad – gekenmerkt worden door een zelfde zwaarte van gemeentelijke taken (redelijke sociale structuur, redelijke centrumfunctie), die een geringe bevolkingsdichtheid hebben en tussen de 50.000 en 100.000 inwoners: Hardenberg, Oosterhout, Roosendaal, Waalwijk en Weert. Hieraan wordt Oss toegevoegd (redelijke sociale structuur en een sterke centrumfunctie), de regio Noordoost-Nord-Brabant, de provincie Noord-Brabant en Nederland.
11
2
Trends, ontwikkelingen en opgaven
2.1 Demografische trends en ontwikkelingen Landelijke trends en ontwikkelingen Bevolkingsgroei Op basis van de bevolkingsprognose 2020-2070 van het CBS blijft de bevolking van Nederland de komende vijftig jaar groeien. In 2026 zal de grens van 18 miljoen worden gepasseerd en in 2038 de grens van 19 miljoen. In de M50-gemeenten zal de bevolking tussen 2020 en 2035 minder sterk groeien dan voor Nederland als geheel, namelijk met 3,7 procent (tegenover Nederland 5,1 procent). In de M50-gemeenten neemt de bevolking in vijftien jaar tijd met ‘slechts’ 67 duizend personen toe. De groei van de bevolking slaat dus vooral neer in de grotere steden. Van de totale verwachte bevolkingsgroei tussen 2020 en 2035 nemen de G4- en G40-gemeenten bijna 80 procent voor hun rekening. De verstedelijking in Nederland zet in de prognoses daarmee verder door.. Regionaal zijn er in Nederland grote verschillen in bevolkingsgroei. De gemiddelde bevolkingsgroei tussen de G40- en M50-steden verschilt aanzienlijk maar ook binnen elk stedennetwerk zijn er grote verschillen. De ene M50-stad Rijswijk kan naar verwachting de komende vijftien jaar een bevolkingsgroei van bijna 24 procent tegemoet zien terwijl de andere M50-stad Coevorden aan de rand van Nederland de bevolking met ruim vijf procent zal zien dalen.
Migratie vanuit buitenland belangrijkste oorzaak bevolkingsgroei De Nederlandse bevolking is de afgelopen twintig jaar met 1½ miljoen inwoners gegroeid, van wie 96 procent een migratieachtergrond heeft.3 Migranten vestigen zich vaak in stedelijke gebieden. Vooral achtereenvolgens in de G4-steden, in de G40-steden en pas in derde instantie in de kleinere gemeenten. In de M50-gemeenten gezamenlijk heeft minder dan 10 procent van de bevolking een niet-westerse migratieachtergrond. In de (grote) steden zijn de banen (vaak laaggeschoold) en daar kunnen ze terugvallen op reeds gevestigde migrantengemeenschappen (en relatief veel landgenoten) die hen helpen bij allerlei praktische zaken zoals het vinden van woonruimte. De spreiding van azc-locaties over het land zegt weinig over het uiteindelijke vestigingsgedrag van vluchtelingen.4 in steden. Grillig verloop natuurlijke aanwas In 2020 was de natuurlijke aanwas (geboorten minus overledenen) negatief. Sinds 2012 groeit de bevolking in Nederland in toenemende mate als gevolg van het immigratiesaldo en in afnemende mate als gevolg van de natuurlijke aanwas. Dat de groei als gevolg van natuurlijke aanwas de afgelopen jaren daalde (en in 2020 negatief werd) heeft zowel met een afnemend aantal geboorten als met een toenemend aantal overledenen te maken.
Voor de komende jaren wordt er weer een positieve natuurlijke aanwas verwacht, van 3½ duizend in 2021 oplopend tot bijna 27 duizend in 2029. Vanaf 2030 loopt de positieve natuurlijke aanwas weer terug om vanaf 2040 om te slaan in een negatieve natuurlijke aanwas. De levensverwachting van 65-jarigen neemt sinds 1950 geleidelijk toe. Aan deze ontwikkeling komt volgens de demografen nog geen einde. In 2026 zal volgens de huidige prognose de levensverwachting van een 65-jarige 0,7 jaar langer zijn.5 Door de coronapandemie ligt de sterfte in Nederland hoger dan gemiddeld. De levensverwachting neemt daardoor in 2020 naar verwachting met enkele maanden tot een jaar af dan zonder corona het geval was geweest. Toch wordt verwacht dat de coronapandemie de al jaren stijgende lijn in de levensverwachting op de langere termijn niet nadelig zal beïnvloeden. 3
CBS, Prognose: Bevolking blijft komende 50 jaar groeien, Nieuwsbericht, 16 december 2020.
4
Arjen Leerkes en Peter Scholten, Landen in Nederland. De vluchtelingenstroom in integratieperspectief, Rotterdam, 11 februari 2016.
5
CBS, Prognose levensverwachting 65-jarigen: 20,82 jaar in 2026, Nieuwsbericht, 6 november 2020.
12
Krimp potentiële beroepsbevolking bedreigt veel steden, gemeenten en regio’s De M50-gemeenten gezamenlijk zullen naar verwachting hun potentiële beroepsbevolking de komende vijftien jaar zien afnemen. Slechts zes van de drieënveertig M50-gemeenten zullen in 2035 een potentiële beroepsbevolking kennen die omvangrijker is dan die in 2020. Sterke groei eenpersoonshuishoudens De stijging van het aantal huishoudens tussen 2020 en 2035 is voor een belangrijk deel (bijna 80 procent) toe te schrijven aan de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Deze ontwikkeling is het gevolg van de voortgaande individualisering en vergrijzing. De vergrijzing speelt daarbij de belangrijkste rol. De voorziene groei van het aantal huishoudens komt voornamelijk voor rekening van 65-plussers. De grote naoorlogse generaties komen op leeftijd. Zij leven bovendien langer en vaker alleen.6 Dat komt vooral door verweduwing, maar ook steeds vaker door scheiding. Corona als gamechanger? De bevolking in Nederland groeit momenteel sterk en een groot deel van deze groei komt vooral in de grote steden en stedelijke gebieden terecht, oftewel de bevolking klontert in bestaande groeipolen.7 Recent zijn er, versterkt door de gevolgen van de coronacrisis, berichten over een toenemende vraag naar landelijk wonen. Meer stedelingen dan voorheen willen naar het platteland verhuizen.
Zowel nabij de steden, als in verder weg gelegen dorpen in het Randland en zelfs in regio’s als Oost-Groningen, Zeeland en Zuid-Limburg.8 Die trend werd hier en daar al voorzichtig waargenomen maar nu veel werkenden door de coronamaatregelen gedwongen werden (en worden) thuis te blijven, is de populariteit van het wonen op het platteland verder gegroeid. Cijfers van Funda, het Kadaster en NVM bevestigen dit. Ook een recent onderzoek van het CBS bevestigt dat er in 2020 binnen Nederland meer mensen uit de Randstad verhuisden dan ernaartoe. Sterker, uit het onderzoek blijkt dat de trek uit de Randstad naar regio’s daarbuiten de laatste jaren al toenam. Vooral stellen zonder kinderen en mensen ouder dan dertig jaar verlaten vaker dan voorheen (d.w.z. voordat de coronapandemie uitbrak) de Randstad.9
Landelijke opgaven, kansen, denk- en oplossingsrichtingen Grote verschillen tussen de steden én tussen stad en ommeland noodzaken tot specifiek lokaal en regionaal beleid De demografische trends en ontwikkelingen laten zien dat er tussen de verschillende groepen gemeenten (G4, G40, M50, overige gemeenten) grote verschillen zijn. Verschillen in verwachte bevolkingsontwikkeling, wel of niet ontgroening, toename aantal leerlingen, (dubbele) vergrijzing, toename of krimp potentiële beroepsbevolking, et cetera. Maar ook binnen die groepen gemeenten bestaan aanzienlijke verschillen. Uitgaande van de eigen situatie (trends en ontwikkelingen) en de eigen uitdagingen, is specifiek lokaal en/of regionaal beleid noodzakelijk. Duidelijk is ook dat de demografische trends en ontwikkelingen – in het bijzonder de meer omvangrijke, meer diverse en verder vergrijzende bevolking – om een expliciet bevolkingsbeleid vragen. Er is immers wat te ‘kiezen’.
Uit de studie van het CBS en het NIDI komen scenario’s naar voren die uiteenlopen van een bevolkingsomvang in 2050 van 17,4 miljoen (in geval van een laag geboortecijfer, stagnerende levensverwachting en afnemende migratie) tot 21,8 miljoen (in geval van een stijgend geboortecijfer, een stijgende levensverwachting en een toenemend migratiesaldo).10 Hoeveel mensen er over drie decennia in Nederland zullen wonen, zal deels het gevolg zijn van gevoerd beleid. Worden tekorten op de arbeidsmarkt vooral opgevuld met buitenlandse arbeidsmigranten of worden de bestaande talenten beter benut met een hogere arbeidsproductiviteitsontwikkeling, hogere arbeidsparticipatie, minder deeltijdarbeid en het mobiliseren van het 6
CBS, Prognose: 3,5 miljoen alleenwonenden in 2030, 18 december 2018.
7
Jan Latten, “Randstad versus Randland, twee waarheden”, in: Stadszaken: Dagelijks nieuws over de fysieke leefomgeving, 24 februari 2020.
8
Illustratief is ook een Nieuwsuur uitzending, waarin de oververhitte woningmarkt in Appingedam aan bod kwam (NPO 2, 15 maart 2021).
9
CBS, Meer verhuizingen naar regio’s buiten de Randstad, 24 februari 2021.
10
NIDI en CBS, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050, Den Haag, 7 juli 2020.
13
onbenutte potentieel? Helder is ook dat een krimpende beroepsbevolking en sterk vergrijzende bevolking negatieve gevolgen zullen hebben voor bijvoorbeeld de economie en arbeidsmarkt (omdat er in een aantal essentiële sectoren, zoals de zorg en de techniek, nu al grote tekorten zijn). Terwijl een sterk stijgende bevolking de nu al bestaande problemen op de woningmarkt (woningtekorten), milieuproblemen en verkeersdrukte verder zal vergroten. De vraag is dan ook relevant hoe vol, druk en divers wij het in Nederland willen hebben?11 Het gesprek over migratie heeft een brede blik nodig. Het gaat om de afweging van alle belangen die in het geding zijn, van het kortetermijnbelang van ondernemers tot de langetermijngevolgen voor de samenleving.12 Een expliciet bevolkingsbeleid waarin de gewenste ontwikkeling in de omvang en samenstelling van de bevolking wordt vastgelegd, ligt voor de hand. De bal daarvoor ligt vooral bij het nieuw te vormen kabinet. Dat geeft gemeentelijke en regionale beleidsmakers en bestuurders in ieder geval meer houvast in het voor te bereiden en uit te voeren gemeentelijke en regionale beleid. Om vestiging en vertrek adequaat te kunnen beïnvloeden, dienen gemeenten en regio’s goed in beeld te hebben hoe aantrekkelijk men is voor de huidige inwoners en voor eventueel toekomstige inwoners in de verschillende levensfasen en soort huishoudens.
Wat zijn bijvoorbeeld de oorzaken van vertrek en vestiging in de eigen gemeente of regio? Deze informatie is onontbeerlijk om tot goed beleid te komen. Als er bijvoorbeeld voor potentiële nieuwkomers geen aantrekkelijk woningaanbod bestaat, als er voor jonge gezinnen met kinderen geen goede onderwijsvoorzieningen op korte afstand beschikbaar zijn of als er voor starters op de woningmarkt geen betaalbare woningen zijn dan ligt een vertrekoverschot eerder voor de hand dan een vestigingsoverschot. Voor een positief binnenlands migratiesaldo moet de gemeente voldoende aantrekkelijk zijn (gevraagde woningen, woon-, leef- en werkmilieus, voorzieningen en/of banen). Dit wordt des te belangrijker omdat de krimpende beroepsbevolking het voor het kiezen heeft en zal kiezen (“werken volgt wonen” in nu al het patroon in de Randstad). Hoe kun je als gemeente aantrekkelijk blijven (worden) voor jongeren? Aan de randen van het land kampen gemeenten niet alleen met een daling van het aantal inwoners maar ook met wegtrekkende jongeren. Ook hier geldt dat de achterliggende redenen divers (kunnen) zijn. En die redenen kennen, is wel cruciaal om daar als gemeente beleid op te kunnen voeren om jongeren te kunnen behouden (en aan te kunnen trekken). Lastig is dat elke jongere zijn of haar eigen verhaal heeft.
De ene jongere gaat studeren en vertrekt daarvoor naar een stad zover mogelijk van het ouderlijk huis en met een uitgebreid cultureel- en uitgaansaanbod. De andere jongere die net is getrouwd besluit om te verhuizen naar een veilige, groene woonomgeving waar de toekomstige kinderen in alle rust kunnen opgroeien. Zo kunnen nog vele andere motieven worden genoemd om ergens te vertrekken of om juist ergens te vestigen. Juist daarom lijkt het, niet alleen in gebieden met bevolkingsdaling, nog steeds zinvol om de focus vooral te leggen op de blijvers. Door Nederlandse experts is deze benadering wel omschreven als ‘het blijversperspectief’.13 Dat perspectief benadert de aanpak vanuit de blijvers, de gemotiveerden. Ondersteun de woonbehoefte van degenen die er al wonen, maak het voor hen mooier en gemakkelijker, biedt hen kansen. Zorg dat de blijvers trots zijn en blijven op het gebied. Zij zijn de ambassadeurs. Dat geldt met name voor jongeren die willen blijven. Zorg dat er voor hen woningen zijn. Creëer desnoods tijdelijke woningen als de huidige woningvoorraad tekortschiet. Ga met hen in gesprek over waar ze behoefte aan hebben en voorzie daarin.
Zorg dat ze niet alleen willen, maar ook kunnen blijven.14 Hoe kun je als gemeente aantrekkelijk blijven (worden) voor ouderen? Net zoals er push- en pullfactoren zijn voor jongeren om in een bepaalde gemeente te gaan wonen, te blijven of juist te vertrekken, zijn er ook voor ouderen push- en pullfactoren. Maar ook hier zijn die factoren divers en 11
Jan Latten, “Bevolkingspolitiek als verkiezingsthema”, 7 juli 2020, in: Stadszaken, Dagelijks nieuws over de fysieke leefomgeving, 7 juli 2020; Frank Kalsho-
12
Paul Scheffer, “Memo voor de informateur: begin met bevolkingsgroei”, in: NRC, 16 april 2021.
13
Sabine Meier; Nol Reverda en Dick van der Wouw, “Achtergrond”, in: Rooilijn themanummer Randland, jrg. 48, nr. 4, 2015, blz. 275.
14
Ruud Dorenbos, Frank Wassenberg en Matthijs Uyterlinde, Van kansarme naar kansrijke gebieden, Acht inzichten voor woningmarkten met bevolkingsda-
ven, “Instrumenten van bevolkingspolitiek. Die studie zou ik graag lezen”, in: De Volkskrant, 10 juli 2020.
ling, Den Haag, maart 2021.
14
verschillen ze van persoon tot persoon. Het hangt af van iemands persoonlijke situatie maar ook van zaken zoals beschikbare geschikte woningen, gezondheid, financiële middelen, familie, opleidingsniveau én de wijk waar iemand woont. Toch kan worden gesteld dat zaken als een goede bereikbaarheid, een passend woonaanbod en een adequaat zorgvoorzieningenniveau van algemeen belang zijn voor veel ouderen als zij op leeftijd komen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft acht domeinen vastgesteld die van belang zijn voor een gemeente waarin iemand prettig en gezond oud kan worden.15 Daarbij dient te worden gedacht aan zaken zoals bijvoorbeeld voldoende bankjes en openbare toiletten, winkels op loopafstand, gebouwen die toegankelijk zijn voor minder validen, OV-haltes in de buurt, bredere trottoirs, mogelijkheden in de buurt om vrijwilligerswerk te doen, toegang tot internet en internetcursussen. Voor de woningmarkt is het van belang om na te gaan of men in de huidige woning wil blijven wonen, welke aanpassingen er gedaan zouden moeten worden om de woning toekomstbestendig te maken voor de oudere (huizen drempelloos maken, aanpassen van toilet en badkamer, installeren van trapliften, installeren domotica e.d.) of dat men juist kleiner wil gaan wonen. Dat is ook van belang om te weten omdat zo mogelijk gezinswoningen vrijkomen voor jonge gezinnen.
In algemene zin zal een grotere variatie aan woningen en woontypen, met voldoende ruimte voor ‘tussentijdse’ woonvormen, en woonvormen waarin zorg een rol speelt, de aantrekkelijkheid als woongemeente (en niet alleen voor ouderen) vergroten.16
Demografische trends, ontwikkelingen en opgaven in Meierijstad Bescheiden bevolkingsgroei in Meierijstad de komende dertig jaar Volgens de prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek neemt de bevolking van Meierijstad de komende dertig jaar toe met 6.500 inwoners tot naar verwachting 87.500 inwoners in 2050. Een verwachte toename van acht procent (figuur 1). De verwachte bevolkingsontwikkeling van 2020 tot 2050 wordt voor -/- 9 procent door de natuurlijke aanwas, voor 74 procent door het saldo van buitenlandse migratie en voor 35 procent door het saldo van de binnenlandse migratie.17 Natuurlijk is deze prognose met onzekerheden omgeven.18 Deze onzekerheden toont het Centraal Planbureau ook door een onzekerheidsmarge aan te geven rond de bevolkingsprognose. De bevolking van Meierijstad zou kunnen variëren van 95.400 inwoners in 2050 (bovengrens) tot 80.300 inwoners in 2050 (benedengrens). Over de lange periode van twintig jaar is de verwachte bevolkingsgroei in Meierijstad niet zeer groot. Dit hoeft geen nadeel te zijn omdat de gemeente zich daarmee kan concentreren op het verbeteren van de woon-, werk-, en leefmilieus en op het toevoegen van “kwaliteit”. En dat is de echte strategische opgave voor de toekomst.
De steden die naar verwachting de komende dertig jaar nog zeer sterk groeien zoals Utrecht, Almere, Amsterdam, Urk, Delft en Nijmegen hebben de moeilijke opgave dat zij zowel de groei moeten accommoderen als zich moeten richten op het verbeteren van hun woon-, werk- en leefomgevingen. Deze gemeenten moeten simultaan op twee borden schaken en excelleren. En dat probleem heeft Meierijstad niet of in ieder geval veel minder.19
15
Hanna van Dijk en Els Hofman, Prettig oud in eigen buurt, Inspiratiebundel, Erasmus School of Health Policy & Management en Movisie, s.a., 2019. De acht domeinen zijn buitenruimte en bebouwing, vervoer, huisvesting, sociale participatie, respect en sociale inclusie, burgerparticipatie en werk, communicatie en informatie, zorg en welzijn.
16
Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen, Oud en zelfstandig in 2030. Aangepast REISadvies, Den Haag, 30 juni 2020.
17
CBS – Statline: prognose bevolkingsontwikkeling 2020 tot 2050.
18
In Nederland zijn er twee vooraanstaande bevolkingsprognoses: PEARL van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en PRIMOS van ABF Research. Zowel PEARL als PRIMOS gebruiken de nationale bevolkings- en huishoudprognoses van het CBS als uitgangspunt voor hun prognoses. Maar op het lagere schaalniveau van gemeenten zijn er verschillen. Er zijn verschillen in de aannames over de woningbouwproductie en de verdeling hiervan over de gemeenten, de huishoudsamenstelling, de verhuizingen en de binnenlandse migratie. Voor beleidsdoeleinden is het verstandig om de resultaten van verschillende prognoses te vergelijken en te beoordelen. Omdat Meierijstad ook vergeleken wordt met enkele benchmarkgemeenten buiten Noord-Brabant wordt gebruik gemaakt van de nationale prognose en niet van de provinciale prognose. Verschillende aannames over de natuurlijke aanwas en de buitenlandse en binnenlandse migratie kunnen leiden tot zeer grote verschillen in de raming van de toekomstige bevolking. Van een Nederlandse bevolking van 17,4 miljoen tot 21,8 miljoen. NIDI en CBS, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050, Den Haag, 7 juli 2020.
19
Koos van Dijken, Trends en opgaven voor Meierijstad, Platform31, Den Haag, 2018, blz. 5.
15
Figuur 1: Prognose ontwikkeling bevolking Meierijstad, benchmarkgemeenten, Noordoost-Noord-Brabant, Noord-Brabant en Nederland 2020-2050 in procenten
Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)
Geen ontgroening in Meierijstad In vergelijkend perspectief is de verwachte toename van het aantal jongeren de komende dertig jaar niet erg groot. Een toename van 8 procent. Dit is iets meer dan de verwachte toename in heel Nederland en in de regio Noordoost-Noord-Brabant, maar iets minder dan de verwachte toename van het aantal jongeren in de provincie (figuur 2). De komende jaren is er op basis van deze bescheiden kwantitatieve prognose geen grote druk op de voorzieningen voor kinderen en jeugdigen in Meierijstad. Dat Meierij naar verwachting niet te maken heeft met ontgroening kan gunstige effecten op de vernieuwing, de innovatie en het ondernemerschap in de gemeente. Figuur 2: Prognose ontwikkeling aantal jongeren (0-15 jaar) Meierijstad, benchmarkgemeenten, Noordoost-Noord-Brabant, Noord-Brabant en Nederland 2020-2050 in procenten
Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)
16
De krimp van de potentiële beroepsbevolking bedreigt de economische ontwikkeling van Meierijstad In heel Nederland neemt de potentiële beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) de komende dertig jaar af met ½ miljoen personen. De krimp van de potentiële beroepsbevolking wordt de situatie in vele gemeenten en regio’s. Ook in Noord-Brabant, de regio Noordoost-Noord-Brabant en Meierijstad (figuur 3). In Noord-Brabant neemt de potentiele beroepsbevolking de komende dertig jaar af met 72.000 personen (-/- 3,7 procent), in de regio NoordoostNoord-Brabant met 32.000 personen (-/- 6,4 procent) en in Meierijstad met 3.200 personen (-/- 5,2 procent). Meierijstad kan het gevaar voor de economische ontwikkeling van de krimpende beroepsbevolking keren door er voor te zorgen dat méér mensen gaan werken, door het onbenutte potentieel beter te mobiliseren, te stimuleren dat meer mensen gaan werken en meer mensen langer willen gaan werken (verminderen van de armoedeval, aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden, meer variatie en flexibiliteit in arbeidscontracten) en vooral dat arbeidsproductiviteit verbeterd door méér innovatie, vernieuwing, en beter en gevarieerder onderwijs.
Ook kan ingezet worden op meer aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgevingen zodat meer mensen uit andere gemeenten naar Meierijstad willen verhuizen en dat jongvolwassen inwoners, na hun studie elders, weer terug willen keren naar Meierijstad. Het zal niet eenvoudig zijn om het saldo van de binnenlandse migratie te vergroten omdat in de hele provincie de potentiële beroepsbevolking afneemt.20 Figuur 3: Prognose ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (15-75 jaar) Meierijstad, benchmarkgemeenten, Noordoost-NoordBrabant, Noord-Brabant en Nederland 2020-2050 in procenten
Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)
Sterke vergrijzing in Meierijstad, meer dan een verdubbeling van de 80-plussers de komende 30 jaar De komende jaren zal er in Meierijstad, net als in de meeste andere Nederlandse gemeenten, een aanzienlijke vergrijzing van de bevolking optreden. In Meierijstad vergrijzen de kleine woonkernen snel, terwijl Veghel nog een zekere verjonging doormaakt vanwege de buitenlandse instroom.21 Het aantal ouderen en met name het aantal 80-plussers zal naar verwachting sterk stijgen in Meierijstad. Van 3.900 tachtigplussers in 2020 naar 10.900 oude ouderen in 2050; een toename van 180 procent (figuur 4). Dit is meer dan de toename in Nederland (+ 142 procent), de provincie (148 procent) en de en regio Noordoost-Noord-Brabant (148 procent). Voor deze groep oude ouderen waarvoor de zorgbehoeften toenemen is het cruciaal dat wonen en zorg in de buurt goed zijn geregeld. Van de zorgbehoeftige ouderen komt minder dan 10 procent in een verpleegtehuis terecht. Zodat meer dan 90
20
De analyse van Tordoir van bijna tien jaar geleden liet al een netto uitstroom van jongeren en hoop-opgeleiden uit het gebied zien. P.P. Tordoir, Samenhang Uden, Veghel, Schijndel, Sint-Oedenrode, Bernheze en Landerd, Quick scan, Ruimtelijk Economisch Atelier Tordoir, Amsterdam, juni 2013, blz. 10. Zie de verwachte afname van het aantal jongvolwassen (20 -30 jaar) in: Koos van Dijken, Trends en opgaven voor Meierijstad, Platform31, Den Haag, 2018, blz. 8.
21
P.P. Tordoir, Samenhang Uden, Veghel, Schijndel, Sint-Oedenrode, Bernheze en Landerd, Quick scan, Ruimtelijk Economisch Atelier Tordoir, Amsterdam, juni 2013, blz. 4.
17
procent van de zorgbehoeftige ouden hun zorg (thuiszorg, wmo-zorg, ambulante geriatrische zorg, welzijn) in eigen wijk, buurt en kern nodig heeft. Dit vraagt ook om voldoende voorzieningen (huisarts, apotheek, buurtsuper, openbaar vervoer, ontmoetingsplekken, welzijn en zorg) in de directe nabijheid. Met de vele kernen in Meierijstad is het een ingewikkelde opgave om dat te realiseren. De sterke toename van het aantal ouderen vergroot de opgave in Meierijstad om met woonaanpassingen de woning (waar men in toenemende mate alleen woont als één van de partners is weggevallen) geschikt te maken om te blijven wonen. Er moeten ook vele beter geschikte woningen komen voor de zorgbehoeftige ouderen (woonzorgcomplexen, knarrenhoven, zorghotels, e.d.). Dit bevordert de doorstroming en zorgt dat grote (sociale) eengezinswoningen vrijkomen voor nieuwe gezinnen. Figuur 4: Prognose ontwikkeling aantal 80-plussers in Meierijstad, benchmarkgemeenten, Noordoost-Noord-Brabant, NoordBrabant en Nederland 2020-2050 in procenten
Bron: CBS-Statline (bevolkingsprognose)
De vergrijzing biedt in samenhang met de noodzakelijke herstructuring en verbetering van de jaren vijftig en zestig wijken in de kernen van Meierijstad mogelijkheden om nieuwe woonvormen toe te voegen (complexen met gezamenlijke voorzieningen, zorgcoöperaties, ‘communities’ voor senioren, Thuishuizen et cetera.) en om tot nieuwe gemeenschappelijke voorzieningen te komen (wijkbedrijven, kamers en huizen van de wijk, administratiecafés, nieuwe generatie bibliotheekfilialen, lotgenotengroepen, ‘sociale marktplaatsen’ e.d.). De ‘community organization’ in de wijken, dorpen en kernen kan er voor zorgen dat bewoners hulpbronnen beter kunnen aanboren, dat informele netwerken in de buurten sterker worden en de basisinfrastructuur herontwikkeld wordt.
2.2 Economische trends en ontwikkelingen Landelijke trends en ontwikkelingen Onzekerheid over de economische gevolgen van de coronacrisis De economische ontwikkeling zal de komende tijd nog grotendeels worden bepaald door het verloop van de corona-pandemie. De corona-pandemie maakt de onzekerheid rondom economische ramingen ongebruikelijk groot. Daarom geeft het Centraal Planbureau ramingen af in de vorm van scenario’s (‘basisraming’, ‘grotere veerkracht’ en ‘nieuwe terugslag’).22 In 2020 kromp de economie met 3,7 procent om in de basisraming in 2021 grotendeels te herstellen (+ 3,2 procent) en in 2022 door te groeien met 3,3 procent. Door het afbouwen van de steunmaatregelen neemt in de basisraming de werkloosheid in 2022 toe tot 4,1 procent van de beroepsbevolking. Door de 22
Vanwege de grote onzekerheden werkt het Centraal Planbureau sinds maart 2020 met scenario’s. De laatste scenario’s van het Centraal Planbureau gaan naast de basisraming uit van een scenario ‘grotere veerkracht’ (consumenten gaan hun gedwongen besparingen tijdens de lockdown extra uitgeven ten opzichte van de basisraming) en een scenario ‘nieuwe terugslag’(met nieuwe varianten van COVID-19 komen er nieuwe besmettingsgolven). Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2021, CPB Raming, Den Haag, september 2020; Centraal Planbureau, Juniraming 2021, CPB Raming, Den Haag, juni 2021.
18
economische groei en het afbouwen van de steunmaatregelen nemen de tekorten van de overheid weer snel af en daalt de overheidsschuld.23 Door de coronacrisis zijn complete sectoren (horeca, contactberoepen, evenementen) stilgelegd en productieketens tijdelijk verstoord. Door de lock-down, door het verlies aan inkomen én door de voortdurende onzekerheid is de vraag naar niet-essentiële goederen en diensten, vooral in 2020, sterk gedaald.24 Ook stelden bedrijven investeringen uit. Supermarkten (Ahold, Jumbo, e.a.), thuisbezorgers (Just Eat Takeaway, Bol.com, PostNL, e.a.), fietsenmakers, de doe-het-zelfbranche en de techbedrijven (Amazon, Google, Netflix, ASML, e.a.) profiteerden juist van de situatie. De sectorprognoses van de Rabobank laten zien dat de horeca, vervoer & opslag en de overige zakelijke diensten het hardst door de coronacrisis worden geraakt.25 De bouw kende in 2020 nauwelijks krimp maar vanwege het lage aantal tenders en de weinige bouwvergunningen wordt toch een krimp in 2021 verwacht.26 Regionaal-economische verschillen nemen toe Hoewel de Nederlandse economie in 2021 er weer bovenop lijkt te komen, verschillen volgens prognoses van Raboresearch de economische groeicijfers per regio.27 De sectorstructuur is daar een belangrijke verklaring voor.
Zuidoost-Brabant profiteerde de jaren voor de coronacrisis van gunstige regionale omstandigheden en doet dat dit jaar waarschijnlijk weer. Ook het grote aandeel van de industrie, die naar verwachting een bovengemiddelde groei zal laten zien (net als de horeca, de zorg, transportsector en informatie en communicatie), heeft een positieve invloed.28 Ook gunstig of minder gunstig ondernemingsklimaat zorgt voor betere of minder goede groeiverwachtingen. Een gunstig ondernemersklimaat hangt samen met de nabijheid van kennisinstellingen, de kwaliteit van de beroepsbevolking, een gunstige leefklimaat en een goede bereikbaarheid. Onderzoek wijst uit dat de regionale economische ontwikkeling voor een groter deel wordt bepaald door het regionale ondernemerschapsklimaat dan door de economische structuur.29 De economische groei en het ondernemingsklimaat beïnvloeden de werkgelegenheidsontwikkeling. Tussen de M50-gemeenten zijn er aanzienlijke verschillen tussen de werkgelegenheidsontwikkeling de afgelopen twintig jaar. Zo nam in de gemeenten Barendrecht en Pijnacker-Nootdorp het aantal banen zeer sterk toe (respectievelijk + 130 procent en 96 procent) terwijl in de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk sprake was van een aanzienlijke negatieve groei.
Groeipotentie afhankelijk van arbeidsaanbod en arbeidsparticipatie De netto arbeidsparticipatie het werkende deel van de bevolking van 15 tot 75 jaar steeg tussen 2010 en 2020 van 66,7 procent naar 68,4 procent. Wel zijn er tussen gemeenten grote verschillen te zien. Tussen 2010 en 2020 nam de arbeidsparticipatie (veelal in deeltijd) vooral toe bij vrouwen. Het sterkst onder de groep 55-65-jarige vrouwen. Ook bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep was er sprake van een sterke stijging. Voor mannen tussen 25 en 45 jaar was de arbeidsdeelname opmerkelijk genoeg in 2020 lager dan in 2010.30
23
Centraal Planbureau, Juniraming 2021, CPB Raming, Den Haag, juni 2021.
24
Niet-essentiële goederen en diensten zijn bijvoorbeeld meubels, electra, kleding en schoeisel.
25
Deze sectoren krimpen in 2020 naar verwachting respectievelijk 39, 14 en 16 procent. Boyd Biersteker, Sectorprognoses: volgend jaar beter, Rabobank, 20
26
De gevolgen van corona voor de landbouwsector waren beperkt, mede omdat deze sector wat meer los staat van de conjunctuur. Voor 2021 wordt echter
december 2020. Voor de sectoren onderwijs, zorg en ICT wordt wel verwacht dat deze in 2021 volledig zullen herstellen van de gevolgen van corona. wel krimp verwacht. Zo kampen foodservice kanalen met een forse vraaguitval. Dat betekent onder andere dat er minder producten worden afgenomen van de primaire agrarische sector. Voor de veehouderij vormen de sterk stijgende grondstofprijzen een probleem. Jeroen van den Hurk en Martijn Rol, Tweede coronagolf vertraagt herstel food en agri sectoren, Rabobank, 10 december 2020. 27
Rogier Aalders en Otto Raspe, Economisch herstel verschilt sterk tussen Nederlandse regio’s, 18 maart 2021.
28
Alle steden en regio’s met een sterk aandeel industrie hebben laten een relatief minder groot corona-effect effect. Met uitzondering van de voedings- en