A2 Rekenkamerrapport Zorg en Veiligheid (IVP).pdf
Tekst van het document
● ● ●
Een integraal veiligheidsplan met meerdere gemeenten; Informatiegestuurd werken; Balans tussen preventie, zorg en repressie; verbinding tussen zorg en veiligheid.
Samenwerking met vijf andere gemeenten31 Bij het opstellen en de uitvoering van bovengenoemde doelstellingen werkt de gemeente samen met onder andere de omliggende gemeenten: Boxtel, Heusden, Sint-Michielsgestel en Vught. Voordeel van deze samenwerking is dat de gemeenten – vanuit een gedeelde visie op – en aanpak van – belangrijke veiligheidsthema’s – elkaar goed versterken. Omdat er sprake is van één bestuurlijk geluid, is ook de aansturing van de politie hiermee meer robuust. Daarnaast kunnen de gemeenten gemakkelijker thema’s en bijbehorende taken verdelen. Informatiegestuurd werken Op basis van gedeelde en gedragen prioriteiten is het doel om tot een integrale aanpak te komen. De gemeente werkt daarbij informatiegestuurd. Dit houdt in dat ‘het in kaart brengen en analyseren van gebeurtenissen, signalen en trends en het in beeld brengen van risico’s en ondermijnend en crimineel gedrag’ de basis vormt voor het signaleren van ontwikkelingen, het nemen van maatregelen en het bepalen van capaciteit. Dit brengt met zich mee dat er een systematische wijze dient te zijn om de benodigde informatie op basis waarvan wordt geacteerd, te verzamelen. Balans tussen preventie, zorg en repressie; verbinding tussen zorg en veiligheid 31
Sinds 1 januari 2021 is Haaren geen zelfstandige gemeente meer. In het IVP wordt Haaren wel nog genoemd als zelfstandige gemeente.
21
De juiste balans tussen preventie, zorg en repressie betekent het bieden van hulp op de plaatsen en tijdstippen waar dat nodig is, hetgeen (mede) tot stand komt door het verbinden van zorg en veiligheid. Daarbij is van belang dat de toepassing van bestuurlijke en strafrechtelijke interventies in combinatie met een pakket maatregelen gericht op (na)zorg en preventie, goed worden afgestemd. Omdat de positie van handhaving hierbij een belangrijke rol speelt, gaat de gemeente veiligheid en handhaving nadrukkelijker verbinden. Ook inwoners en ondernemers kunnen worden betrokken bij acties (in de situaties waar de leefbaarheid onder druk komt). De gemeente probeert partijen bij elkaar te brengen en initiatieven van haar inwoners en ondernemers te stimuleren. Uitvoeringsplan, monitoring en evaluatie Het integraal veiligheidsbeleid is neergelegd in een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan 202032 is in samenspraak met de betrokken werkateliers33 tot stand gekomen en geeft een overzicht van alle activiteiten en acties die in 2020 op de strategische thema’s worden uitgevoerd (zie bijlage 10 voor voortgang). Het Uitvoeringsplan is vorig jaar voor het eerst op deze manier vormgegeven; het is ambitieus maar het was de bedoeling om op te papier te zetten en weer te geven op welke gebieden de gemeente bezig is.
In het uitvoeringsplan valt de brede scope als ook het grote aantal activiteiten op. De activiteiten sluiten goed aan op de doelen van de gemeente. In de formulering heeft de gemeente ervoor gekozen vooral in termen van activiteiten te spreken en niet in termen van doelen en resultaten. Na een jaar wordt een tussentijdse terugkoppeling aan het college gegeven en worden eventuele wijzigingen voorgelegd. Op basis daarvan wordt het Uitvoeringsplan 2021 opgesteld. Monitoring van het uitvoeringsplan vindt viermaandelijks plaats door terugkoppeling in het portefeuillehoudersoverleg Toezicht en Veiligheid en voor onderdelen in het portefeuillehoudersoverleg Zorg en Veiligheid.34 Bevindingen: ● De gemeente heeft algemene ambities en doelen op het gebied van veiligheid geformuleerd in het IVP. ● De gemeente is vooruitstrevend en ambitieus en neemt zich in het IVP veel verschillende activiteiten en maatregelen voor. ● Zowel de ambities en doelen, als ook de specifieke acties zijn niet in termen van resultaat geformuleerd. Daarmee zijn ze niet SMART geformuleerd en dus lastig meetbaar. ● Er wordt op verschillende plekken gesproken van informatiegestuurd werken en de rol van ‘intelligence’. Voor monitoring is echter maar beperkt aandacht in de uitwerking van het beleid. Monitoring is nodig om tijdig trends en ontwikkelingen te kunnen signaleren en hierop vervolgens bij te kunnen sturen.
Ook is het nodig om de controlerende taak van de gemeenteraad mogelijk te maken.
32
Gemeente Meierijstad, Uitvoeringsplan 2020. De afdeling die zich bezighoudt met openbare orde en veiligheid wordt in Meierijstad aangeduid als Werkatelier Veiligheid. 34 Gemeente Meierijstad, collegeadviesnota uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2020, d.d. 20 januari 2020. 33
22
Bijlage 3. Organisatie Bijlage 3 heeft betrekking op de ‘organisatie’ van het integraal veiligheidsbeleid. Regierol en samenwerking Bij de uitvoering van het beleid zijn drie werkateliers (gemeentelijke afdelingen) betrokken; te weten het werkatelier IV/OOV/CB, het werkatelier Beleid sociaal domein en het werkatelier Toegang. Binnen het werkatelier Toegang werken casus-/gezins- en procesregisseurs. Binnen het werkatelier IV/OOV/CB werken medewerkers sociale veiligheid die vanuit veiligheidsperspectief de procesregisseurs (van het werkatelier Toegang) adviseren bij complexe zorg- en veiligheidscasussen. De gemeente heeft in de uitvoering op veel onderdelen een regierol, die is belegd bij de procesregisseurs. Ze voeren regie op het niveau van de aanpak van casuïstiek als ook op de samenwerking. De regierol van de gemeente laat zich zien allereerst in het opstellen en uitvoeren van beleid, vervolgens bij het maken van samenwerkingsafspraken en daarna bij het verbeteren van processen en samenwerking tussen de verschillende partners uit het veiligheids- en sociaal domein. We stellen vast dat de gemeente voortvarend de regierol op zich neemt. Een van de gesprekspartners spreekt van het ‘sterk oppakken van de regierol’. Tegelijkertijd wordt gesteld dat de regie op de samenwerking nog beter kan.
Het feit dat procesregisseurs worden getraind kan bijdragen aan versterking van de regierol. De gemeente is sterk in het opzoeken van de samenwerking en verbinding met allerlei organisaties en op allerlei niveaus. Dat blijkt ook onder meer uit het feit dat verschillende partijen uit de regio de gemeente weten te vinden en vragen om mee te denken over verbeteringen en/of ontwikkelingen. Een ander voorbeeld daarvan is de programmaraad Zorg en Veiligheid - een adviesorgaan met portefeuillehouders - vanuit het regiobureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant dat de zorg meer wilde betrekken en daarom de gemeente Meierijstad heeft gevraagd hierover mee te denken. De programmaraad valt onder de bestuurlijke regiegroep onder leiding van de regioburgemeester J. Jorritsma. Ook de VNG heeft de gemeente gevraagd om mee te denken over de ontwikkeling van de opleiding ‘’zorg en veiligheid’’. Nog zoekende naar verduidelijking De precieze verantwoordelijkheid van de gemeente dient verduidelijkt te worden. Momenteel werkt de gemeente op maat en wordt er dus enkel gesproken met de partners die het meest relevant zijn voor een vraagstuk. Dat betekent dat de rol en werkwijze van de gemeente bij de aanpak van (bijvoorbeeld) jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit steeds anders is. Er wordt dus nog gezocht naar een ‘’vaste’’ werkwijze voor een bepaalde soort problematiek.
Wie welke rol pakt in de nieuwe netwerkorganisatie is nog in doorontwikkeling. De gemeente probeert de ‘’best practices’’ uit de oude situatie zo veel mogelijk toe te passen op de nieuwe situatie. Een van de gesprekspartners geeft aan dat het nog niet altijd duidelijk is wat men van elkaar mag en kan verwachten, en wat men niet van elkaar moet verwachten. Wat dat betreft moet(en) de gemeente – en uiteindelijk ook de procesregisseurs – daar duidelijke afspraken over maken met onder andere Veilig Thuis, de jeugdbescherming en de verschillende zorginstellingen. Resultaat van de hernieuwde samenwerking De gemeente heeft goed contact met de politie en andere partners. Over het algemeen blijkt dat de lijnen kort zijn en er sprake is van open communicatie. Daardoor weten de gemeente, politie en de
23
zorginstellingen elkaar steeds beter en sneller te vinden. Illustratief is de opmerking van een van de gesprekspartners dat alle partijen ‘…gezamenlijk zoeken naar een oplossing wanneer zich een probleem voordoet’. Omdat er inmiddels minder sprake is van territorium-denken, worden zaken steeds meer multidisciplinair opgepakt. Aan de hand van casuïstiek gaat de gemeente met regiogemeenten en partners in gesprek over het organiseren en het uitbreiden van het aanbod. De gemeente is bezig daartoe een werkgroep te formeren waarin onder meer deelnemen: de GGZ, enkele gemeenten, het Zorg- en Veiligheidshuis, het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg (CvTB), de politie en de maatschappelijke opvang (Stichting M.O. Den Bosch, en voor Veghel en Sint-Oedenrode het Verdihuis). Een nieuwe bestemming voor het oude politiebureau Om de samenwerking te vergemakkelijken, worden enkele partijen, waaronder de welzijnspartijen en de woningcorporatie, gehuisvest in het politiegebouw (Stadhuisplein 2-4) in Veghel. De samenwerking aldaar is niet bedoeld voor de complexe casuïstiek. Het doel van deze huisvesting op een toegankelijke en herkenbare locatie, is om gezamenlijk in te zetten op vroegsignalering, preventie en voorkomen van escalatie.
Daarmee werkt de gemeente aan beleidsacties uit het IVP als: “het vergroten van de nabijheid, herkenbaarheid en aanspreekbaarheid van de politie evenals de gemeentelijk toezichthouders” en het ‘’actief betrekken van de woningbouwcorporaties in het kader van (vroeg)signalering en de versterking van samenwerking met zorg-, welzijn- en hulpverleningspartijen’’.35 De gemeente beschouwt deze locatie als een soort eigen ‘zorg- en veiligheidshuis Meierijstad’, waar partners werkzaam op het snijvlak van zorg en veiligheid elkaar kunnen vinden en meer mogelijkheden hebben om integraal samen te werken. Daarnaast denkt de gemeente op deze manier als regisseur in afstemming en samenwerking met de partners - tot een doeltreffende uitvoering van het veiligheidsbeleid te komen.36 Samenwerking met de zorg- en veiligheidshuizen De gemeente en de beide zorg- en veiligheidshuizen in de nabije omgeving, werken samen vanuit vertrouwen. Ook is er veel openheid in de samenwerking. Er werd eerder niet te snel opgeschaald, waardoor op sommige onderwerpen de in het veiligheidshuis aangedragen en besproken casuïstiek nog relatief beperkt is. In 2020 is een toename zichtbaar in de casuïstiek die als COM-casus is aangemeld bij het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost.
Samenwerking tussen de zes gemeenten De afdeling Veiligheid voert structureel overleg met de zes gemeenten, met name op strategisch niveau. Dat gaat over de brede portefeuille Veiligheid. Taken van partnerorganisaties Taak van de politie De politie speelt voornamelijk een signalerende rol. Soms moet de politie ook zaken op gang brengen. Zo is het bij complexe problematiek voor de politie vaak zoeken met ketenpartners naar waar het probleem ‘’thuishoort’’. Taken wijk-GGD en CvTB
35 36
In het IVP hebben deze activiteiten betrekking op de subthema’s ‘’kwetsbare groepen’’ en ‘’jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit’’. Gemeente Meierijstad, Visie op zorg en veiligheidshuis Meierijstad (Stadhuisplein 2-4 Veghel), dd 27 oktober 2020.
24
Doel en beleidsvisie is ervoor zorgen dat mensen die geen enkelvoudige zorgvraag hebben niet tussen wal en schip vallen. En zo goed en vroeg mogelijk in beeld krijgen bij wie er problemen spelen en hen waar nodig doorgeleiden naar de juiste zorg. De gemeente kan de kennis en ervaring van de GGD inzetten voor preventie, uitvoering, coördinatie en het geven van beleidsadviezen. De spilfunctie en het netwerken behoren tot de kern van de taak van de wijk-GGD’er. Dat houdt in: met iedere organisatie afspraken maken over wat je voor elkaar kan betekenen en informeren om de juiste partijen te kunnen vinden. Als er professionals betrokken zijn, dan zijn wijk-GGD’ers de verbindende schakel. Als er geen professionals betrokken zijn, dan zetten de wijk-GGD’ers uit naar een passende hulpverlening. Het CvTB houdt zich met name bezig met zorgwekkende zorgmijders en casussen waarbij er complicaties zitten in de ontwikkeling van de werkrelatie tussen zorgpartijen. In het signaleringsoverleg zou de taakverdeling zo moeten zijn dat de GGD vooral casuïstiek (die zij hebben opgepakt) ‘’brengt’’ en overdraagt, en dat het CvTB de signalen (vooral) ‘’haalt’’ en trajecten aangaat.
Onderlinge afstemming van taken tussen CvTB en wijk-GGD Als alle inzet en soorten aanpak op een rij worden gezet, blijkt dat er mensen vanuit de gemeente, het CvTB, regulier maatschappelijk werk, het gemeentelijke nazorgwerk en de wijk-GGD’ers bezig zijn met het thema ‘’kwetsbare groepen’’ en in feite deels overlappende werkzaamheden verrichten. De GGD en het CvTB willen beide geen mensen tussen wal en schip laten vallen. Zij hebben niet altijd dezelfde opvattingen over de afbakening van taken. Waar de taakafbakening voor de een helder lijkt, zijn het voor de ander in elkaar overlopende taakstellingen. Bij vooral sterke zorgmijding en bij een snelle respons op een politiemelding is de taakafbakening duidelijk. Maar buiten die randen van het spectrum is de verdeling van werkzaamheden deels kunstmatig. En dan speelt ook dat je zo min mogelijk overdrachtsmomenten zou willen hebben, want ieder overdrachtsmoment is tevens een risicomoment. Een van de gesprekspartners is van mening dat de gemeente de inzet van verschillende partijen (CvTB, wijk-GGD en eventueel klantmanagers) op de doelgroep beter in één pakket kan organiseren. Door meer te integreren kan hetzelfde worden gedaan tegen minder kosten of kunnen bij gelijke kosten de dekking en continuïteit verbeterd worden, is daarbij de gedachte.
Het jongerenwerk (en de welzijnscoöperatie) De gemeente is ook verantwoordelijk voor het jongerenwerk. Het jongerenwerk heeft vanuit preventief oogpunt een signalerende functie als het om jeugdproblematiek gaat. Via het jongerenwerk probeert de gemeente laagdrempelig het gedrag van de jeugd te beïnvloeden en dat werkt goed in de wijken. De gemeente zorgt ervoor dat jongerenwerk op de hoogte is van wat er speelt. In dat geval is de gemeente er dus verantwoordelijk voor dat (de juiste) informatie bij de juiste personen en organisaties terecht komt. De gemeente Meierijstad werkt met vijf welzijnsorganisaties37 die van oudsher hun eigen expertise hebben. Samen voeren zij een Sociaal werkplan uit voor de gemeente, waaronder ook de deelopdracht ‘’jongerenwerk’’ valt. Sinds 1 januari 2021 vormen de vijf welzijnsorganisaties één coöperatie. Het jongerenwerk wordt in Veghel uitgevoerd door partner ‘’Ons Welzijn’’. In Sint-Oedenrode wordt dat uitgevoerd door ‘’Welzijn de Meierij’’ en in Schijndel ligt het jongerenwerk per 1 januari 2021 ook bij de welzijnscoöperatie.
37
Sociaal werk in Meierijstad bestaat uit de partijen: ONS welzijn, Welzijn De Meierij, MEE, Farent, Lumens.
25
We zien nog wel enige versnippering in de organisatie, gebaseerd op de drie verschillende kernen. Voor de aansturing op gemeentelijk niveau kan het lastig zijn wanneer de gemeente met verschillende organisaties te maken heeft. Zorg- en Veiligheidshuizen De gemeente Meierijstad valt primair onder het Zorg- en Veiligheidshuis Noordoost. Dit veiligheidshuis kent een adviestafel ketenveldnorm gericht op personen met verward en gevaarlijk gedrag, waarbij ook Meierijstad is aangesloten. Voor het thema radicalisering kan de gemeente gebruik maken van de weegtafel die wordt voorgezeten door het Zorg- en Veiligheidshuis Zuidoost. Dat doet het Zorg- en Veiligheidshuis Zuidoost voor heel Oost-Brabant. Omdat het Zorg- en Veiligheidshuis (zowel Noordoost als Zuidoost) expertisecentrum is, kan de gemeente daar terecht voor (hulp)vragen. Maar de belangrijkste taak van de zorg- en veiligheidshuizen is om procesregie te voeren bij complexe casuïstiek. Dit betekent dat ze helpen een plan van aanpak te realiseren bij domeinoverstijgende complexe casuïstiek zoals dubbeldiagnostiek, plaatsingsproblematiek waarbij zorg, dwang en drang met elkaar verbonden dienen te worden, vastgelopen casuïstiek en als lokaal geen passende aanpak kan worden vormgegeven.
De primaire taak van het Zorg- en Veiligheidshuis is dus het maken van een integraal plan van aanpak met alle partners en het voeren van procesregie. Gezamenlijk wijzen partners in het zorg- en veiligheidshuis een casusregisseur aan. De casusregie wordt soms bij de gemeente belegd. De casusregisseur is verantwoordelijk voor de sturing. Het Zorg- en Veiligheidshuis is als procesregisseur (ook wel ‘netwerkregisseur’) verantwoordelijk voor het faciliteren en bevorderen van adequate samenwerking tussen partners, dat de privacy gewaarborgd wordt, dat er voldoende informatie gedeeld wordt, maar ook dat er niet te veel informatie met elkaar gedeeld wordt. Daarnaast zorgen zij ervoor dat partners komen tot een doorbraak en een plan van aanpak. Na een paar overleggen trekt het Zorg- en Veiligheidshuis zich in principe terug en is het de bedoeling dat de ketenpartners elkaar gevonden hebben en de aanpak zelf verder vormgeven. Bevindingen: ● De gemeente vult de regierol breed en actief in. De gemeente is zoekende naar de (grenzen van de) eigen rol en verantwoordelijkheid. ● De regie op de samenwerking kan sterker. Er zijn veel partijen betrokken. Per gebiedsteam gaan zes procesregisseurs aan de slag. ● Het trainen van de procesregisseurs draagt ook bij aan stimuleren van de casusinhoudelijke regie. ● De onderlinge taakafbakening blijkt in de praktijk niet altijd helder voor partijen.
Dit is zichtbaar in de overlappende taken van het CvTB en de GGD. Dit vraagt om een sterkere regie van de gemeente. ● De gemeente is een goede partner voor - en heeft goed contact met - alle partners. De gemeente functioneert goed in de zin dat ze snel, adequaat en gericht op omwonenden optreedt. Zo is er sprake van open communicatie, waardoor de gemeente en de zorginstellingen elkaar steeds beter en sneller weten te vinden. ● De samenwerking met de (inmiddels) vier andere gemeenten komt met name tot uiting bij de beleidsformulering, maar in de uitvoering komt dat minder naar voren en speelt de samenwerking op regionale schaal (38 gemeenten) een belangrijkere rol. ● De gemeente toont zich vooruitstrevend als het gaat om het optuigen van intergemeentelijke samenwerking (denk aan het BIM). Ook neemt de gemeente verantwoordelijkheid voor een groter gebied en treedt de gemeente met lef op. ● De gemeente doet op alle vlakken haar best om aan de voorkant van de problematiek te komen en daarop te acteren. 26
●
De fusie is van invloed (geweest) op de samenwerking tussen personen en organisaties. Iedereen moest zijn weg nog vinden. Nu nog steeds zijn de identiteiten van de voormalige gemeenten nog merkbaar in verschillende werkwijzen bijvoorbeeld.
27
Bijlage 4. Kwetsbare groepen zoals personen met verward gedrag Bijlage 4 ziet op het subthema ‘kwetsbare groepen zoals personen met verward gedrag’. Het bevat de beleidsambities met betrekking tot het thema, de uitvoering daarvan en bevindingen van de onderzoekers. Ambities en beoogd effect Binnen dit subthema staat de ambitie centraal om het risico dat burgers tussen wal en schip terecht komen zoveel als mogelijk te beperken. Dit moet worden gedaan door tijdig, samen met partners, de juiste hulp en ondersteuning te bieden. De gemeente ziet het als haar rol om een sluitende keten te faciliteren. Als beoogd effect formuleert de gemeente dat snel deskundige hulp en ondersteuning geboden moet worden en verder wordt gesteld: ‘…zo nodig investeren we in een passende aanpak’. Door de vroegtijdige aanpak moet escalatie (lees verergering) van problemen worden voorkomen. En dat moet vervolgens een gunstig effect hebben op de sociale veiligheid en leefbaarheid. Er kunnen veel verschillende soorten problemen ten grondslag liggen aan het kenschetsen van (groepen) personen als ‘kwetsbare personen’. De gemeente noemt ‘verwarde personen’ en verder ook ‘ex-gedetineerden’ expliciet in dit verband. In de uitwerking van bovengenoemde ambitie zien we dat: 1. Heldere samenwerkingsafspraken gemaakt gaan worden (inclusief inzet op informatieuitwisseling); 2.
Een outreachende inzet wordt aangekondigd; 3. Het adagio is: los op (dus ook zelf casusregie nemen) of schaal op; NB: opschalen via in den lande welbekende ‘AVE-systematiek’38 en (let op!) ook zelf complexe casuïstiek aanpakken; 4. Leren van praktijkervaringen. Over punt 2 wordt gesteld dat betere opvolging van meldingen verward gedrag wordt beoogd. Uitvoering Cruciaal in de aanpak is dat vroegtijdig gesignaleerd wordt waar en wanneer sprake is van problemen die een aanpak behoeven. Uit de gesprekken leiden de onderzoekers af dat er momenteel nog geen compleet overzicht is van de verschillende signaleringskanalen (er zijn er nu vele) in de gemeente. Als er overzicht is gecreëerd kan de gemeente vervolgens het voortouw nemen in stroomlijning van de kanalen. Om de sluitende keten te kunnen realiseren en regie te kunnen voeren op casuïstiek is feitelijk ingezet op twee uitvoeringslijnen waarin de bovengenoemde ambities zijn uitgewerkt.
Doorontwikkeling toegang: vormen van ‘gebiedsteams’ De eerste uitvoeringslijn is om met de ‘Doorontwikkeling Toegang’ de Basisteams Jeugd en Gezin (een per kern: drie verschillende overleggen dus) om te vormen naar gebiedsteams.39 Onder leiding van een gebiedsteamregisseur en met per team zes procesregisseurs werken jeugdprofessionals vanuit gemeente en maatschappelijke partners samen om casuïstiek toe te leiden naar de juiste partner om vervolgens de aanpak te gaan bepalen. Dit jaar (dus in 2021) worden de gebiedsteams verder uitgebreid met professionals van WMO en Participatie. Dit proces is dus volop in ontwikkeling. Procesregie op casuïstiek is een belangrijke taak voor deze gebiedsteams. Er wordt getracht met deze omvorming te 38 39
Gemeente Meierijstad, Integraal veiligheidsbeleid 2019-2022, april 2018, p. 16. Formeel wordt per 1 januari 2021 gesproken van ‘’gebiedsteams’’.
28
zorgen voor meer gelijkheid in de werkwijze in verschillende gebiedsdelen van de gemeente Meierijstad. In de gesprekken wordt namelijk naar voren gebracht dat er nog steeds sprake is van de nodige verschillen in werkwijze tussen verschillende delen van de gemeente. Dat is, gezien de fase waarin de uitvoering van het IVP nu verkeert, ook niet erg verwonderlijk wordt tevens gesteld. Met het aanstellen en inzetten van de procesregisseurs, was het de bedoeling dat de sociaal wijkteamoverleggen zouden komen te vervallen. Tijdens de gesprekken werd door sommigen aangegeven dat dit echter een groot gemis zou zijn. Meldingen en signalering Een tweede lijn is gericht op de adequate aanpak van complexe casussen. Er is een signaleringsoverleg ingesteld, specifiek gericht op complexe casussen (zorg met soms componenten van veiligheid). Het overleg wordt elke zes weken gehouden op twee plaatsen: in Veghel en in Sint-Oedenrode. De gemeente werkt in de signaleringsoverleggen samen met zorg- (bemoeizorg, wijk-GGD, zorgpartners), veiligheidspartners (politie) en ook andere partners zoals woningbouwverenigingen. De huidige praktijk is dat als er veiligheidsaspecten in een casus zijn, dan wordt de afdeling Veiligheid van de gemeente betrokken. In de overleggen wordt de casus vervolgens toegeleid naar de juiste partner.
Complexe casussen blijven in het signaleringsoverleg totdat zorg of hulp is geborgd bij de betreffende partner. Procesregisseurs van gemeente zorgen dat de aanpak vervolgens zo nodig enige tijd gemonitord wordt. De introductie van wijk-GGD’ers als spil in het netwerk Een belangrijke verandering in de gemeentelijke aanpak is het aanstellen van twee wijk-GGD’ers geweest. Deze functionarissen vormen de verbindende schakel tussen verschillende zorg- en veiligheidsorganisaties. Het aanstellen van de wijk-GGD’ers is een concretisering van de ambitie politie te ontlasten voor wat betreft de politie inzet op meldingen van ‘personen met verward gedrag’. Inmiddels hebben de wijk-GGD’ers een werkplek in één gebouw met politie en de woningbouwcorporatie. Een korte lijn met hen is van belang omdat dit twee belangrijke melders zijn, die met regelmaat ook gemakkelijk ‘’achter de voordeur’’ komen bij kwetsbare burgers. In de gesprekken is naar voren gebracht dat het maken van goede afspraken over taakverdeling tussen de verschillende betrokken partijen (wijkGGD, CvTB, Farent en anderen) blijvend aandacht vragen. Procesregie vanuit de gemeente De procesregisseurs zijn doorgaans afkomstig vanuit de Wmo, hetgeen betekent dat deze functionarissen er feitelijk een flinke taak bij krijgen. Dit betekent soms een flinke belasting voor hen.
De gemeente is inmiddels redelijk gevorderd met het positioneren van de gemeentelijk procesregisseurs. Samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis Op het moment dat ‘alles is geprobeerd in het voorliggend veld’, maar er is nog steeds geen adequate aanpak dan kan een casus worden opgeschaald naar het regionaal zorg- en veiligheidshuis voor een Casus op Maat (COM) aanpak. Het gaat dan in praktijk meestal om casuïstiek betreffende individuele personen. Als het gaat om een groepsaanpak (bijvoorbeeld gericht op jeugd) dan neemt primair de gemeente de procesregie. Waar het gaat om opschaling en regie zien de onderzoekers dat er nog relatief weinig casuïstiek uit Meierijstad geagendeerd wordt in het Zorg en Veiligheidshuis. Nu nemen de afdelingen Jeugd of Veiligheid veelal nog het voortouw, ook als het gaat om complexe casuïstiek. Afspraken met het veiligheidshuis over heldere afbakening worden nu gemaakt, maar zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd.
29
Maatschappelijke Opvang (MO) De gemeente draagt bij aan de transformatie van de maatschappelijke opvang, waarbij wordt geprobeerd te voorkomen dat mensen dakloos worden. In 2020 is de gemeente samen met regiogemeenten en ketenpartners begonnen met een breed preventieprogramma gericht op het voorkomen van dak- en thuisloosheid en tevens op het voorkomen van psychiatrische en verslavingsproblematiek. Mochten personen toch in zo’n situatie terecht komen dan wordt getracht een oplossing te vinden die bij deze mensen past en bijdraagt aan herstel en terugkeer in de samenleving. In de praktijk kan dit leiden tot de inzet van instrumenten als het tijdelijk doorbetalen van huur, versoepeling van de kostendelersnorm, of iemand tijdelijk in een hotel te plaatsen. Voor Meierijstad wordt er in Veghel gestart met een kleinschalige vorm van opvang voor mensen die een ‘klein duwtje in de rug’ nodig hebben en daar een half jaar tot een jaar kunnen wonen met een lichte vorm van begeleiding. Daarna worden zij geholpen met de uitstroom naar een eigen (huur)woning. In regionaal verband is in de gemeente ’s-Hertogenbosch een kleinschalige 24 uursvoorziening gerealiseerd (een voorziening langdurig verblijf) bedoeld voor de doelgroep daklozen en verslaafden met complexe problematiek waarvan niet verwacht wordt dat ze met enkel een ‘’duwtje in de rug’’ te reintegreren zijn.
Verder wordt in regionaal verband met Housing First ingezet op het realiseren van woonruimte voor dak- en thuislozen om van daaruit te gaan kijken naar ondersteuning bij verder herstel. Projecten als ‘’Geweld hoort nergens thuis’’ en ‘’Thuis in de wijk’’ De gemeente is in samenwerking met diverse ketenpartners zoals Veilig Thuis, regiogemeenten, politie, welzijn, GGZ bezig met het project “Geweld hoort nergens thuis”. Daarmee introduceert de gemeente de gefaseerde ketensamenwerking en de Top 3 methodiek dat kansen biedt om in regionaal verband een betere aanpak van huiselijk geweld vorm te geven. Daarnaast is de gemeente bezig met het project ‘’Thuis in de wijk’’ dat de implementatie van regionale afspraken in het kader van de kanteling van het beschermd wonen betreft. Het gaat dan bijvoorbeeld over iemand die vanuit detentie of uit een zorginstelling komt en een woning nodig heeft. De gemeente betrekt dan onder meer buurtadviseurs, zorgpartijen en de woningcorporatie die met mensen in gesprek gaan – met als doel een succesvolle terugkeer van kwetsbare groepen in de samenleving – en zodoende aandacht hebben voor de juiste setting in de wijk en de tolerantie van de buurt.
Meldingen en onderzoeken in het kader van de Wet Verplichte GGZ Voor de uitvoering van de Wet Verplichte GGZ zijn regionaal afspraken gemaakt met Farent en het CvTB, dat voor toepassing van de wet het verkennend onderzoek verricht. In 2020 kwamen er zes meldingen binnen voor een zorgmachtiging. De afspraak is dat het CvTB in alle gevallen bij deze casuïstiek betrokken blijft onafhankelijk de uitkomst van de afweging in de WvGGZ. In twee gevallen is het afgelopen jaar een zorgmachtiging afgegeven voor bepaalde tijd. Monitoring van voortgang en resultaten De gemeente onderscheidt veel verschillende kwetsbare groepen waar in de praktijk aandacht aan wordt besteed: mensen met een verslaving, ex-gedetineerden, mensen die uit een ‘’beschermd wonen’’ setting terugkomen naar de wijk, geradicaliseerde personen, mensen met een (licht) verstandelijke beperking, slachtoffers van mensenhandel, jeugdoverlast en –criminaliteit, en dak- en thuislozen (binnen deze groep is er ook specifiek aandacht voor jongeren). Daarnaast is er nog de groep mensen met psychosociale problematiek die overlast op straat veroorzaken. In voorgaande opsomming zien de onderzoekers het grote ambitieniveau van de gemeente terug, omdat veel van de genoemde groepen ook bij de andere drie subthema’s van de gemeente terug zijn te zien. Daarin is dus overlap zichtbaar.
Om inzicht te krijgen in de voortgang van beleid is het nodig dat er een helder beeld is van zowel aard
30
als een indicatief idee van de omvang van genoemde subgroepen. Op dit vlak is nog de nodige verbetering mogelijk. Er is nu bijvoorbeeld nog onvoldoende zicht op de spreiding van bepaalde problematiek in de verschillende kernen van de gemeente. Naast de beschikbaarheid van politiecijfers over criminaliteit bestaat bij de gemeente met name behoefte aan inzicht in aantallen zorgmeldingen, ook opgesplitst naar woonkern. Als het gaat om monitoring dan valt op dat er nu nog geen voortgang te zien is op het dossier ‘Veiligheidsinformatieknooppunt’. Onder deze noemer gaat een visie ontwikkeld worden op ‘hoe informatie bij elkaar moet worden gehaald’. Wanneer de gemeente meer aandacht besteedt aan de bundeling en monitoring van deze gegevens, krijgt de gemeente ook beter zicht op trends en ontwikkelingen. Dit is nodig, zeker ook waar het gaat om complexe casuïstiek. Verbeterpunten Naast de bovengenoemde bevindingen op dit subthema zijn er nog enkele meer specifieke verbeterpunten te noemen. We zetten ze hieronder, rijp en groen, op een rij:
●
In onder meer Schijndel en Veghel is er via Novadic Kentron geen ambulante zorg/verslavingsbehandeling mogelijk, omdat Novadic Kentron - vanwege onvoldoende capaciteit maximaal 20 minuten reistijd heeft voor cliënten. De gemeente vindt het ook een gemis, maar het ontbreekt nog steeds. Novadic Kentron is een alleen speler wat betreft verslaving(szorg). Het zou fijn zijn als de gemeente in overleg zou gaan met Novadic-Kentron om tot goede afspraken te komen voor heel Meierijstad.
●
De gemeente werkt op het gebied van het Sociaal Domein niet altijd integraal. Zo is bijvoorbeeld te zien dat de medewerkers Werk en Inkomen (W&I) en de klantmanagers niet in hetzelfde systeem kunnen werken hetgeen kan zorgen voor stagnatie in werkprocessen. Een regiesysteem is in de maak.
Bevindingen: ● De gemeente is ambitieus, wil naast procesregie ook zelf inhoudelijk aan het roer zitten (casusregie) bij complexe casuïstiek. ● Er is gestart met nieuwe signaleringsoverleggen. ● Er wordt gesproken over opschalen (via AVE: start implementatie 2021), maar de stap naar het hoogste niveau (regionaal Zorg- en Veiligheidshuis) bedoeld voor complexe casuïstiek blijft onbenoemd: de gemeente wil waar mogelijk zelf aan het roer staan bij het voorkomen van escalatie en het oplossen van problematiek rondom kwetsbare personen; ● Er is een heldere set van samenhangende activiteiten benoemd, nog niet SMART weliswaar, die overigens nog om aanvulling en dus ook om uitwerking vraagt. ● Vermoedelijk zijn niet alle activiteiten uit het IVP 2019-2022 opgenomen in het huidige uitvoeringsplan, omdat de gemeente nog twee jaar van de beleidsperiode te gaan heeft. ● De gemeente is bezig met het versterken van de verbinding zorg en veiligheid binnen de toegang (klantmanagers) in deskundigheid en formatie om bijvoorbeeld ook de zwaardere complexe casuïstiek met veiligheidsrisico’s op te kunnen pakken. ● Er is soms overlap tussen de doelgroep van bemoeizorg (CvTB) en de wijk-GGD: voortdurend blijven afstemmen over de onderlinge taakverdeling is noodzakelijk.
● De domeinen zorg en veiligheid vinden elkaar steeds meer in de complexe casuïstiek en bij bijzondere en nieuwe onderwerpen zoals (nazorg) ex-gedetineerden, Nederboekt (Roma zigeuners), de aanpak vakantieparken, de aanpak huiselijk geweld en het project ‘’Geweld hoort nergens thuis’’. ● Monitoring van gegevens over (complexe) casuïstiek voor de verschillende doelgroepen is nodig om zicht te kunnen krijgen op trends en ontwikkelingen. 31
Bijlage 5. Jeugd in relatie tot overlast en criminaliteit Bijlage 5 ziet op het subthema ‘jeugd in relatie tot overlast en criminaliteit’. Het bevat de beleidsambities, de uitvoering daarvan en de bevindingen in deze evaluatie. Ambities en beoogd effect De gemeente wil dat jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit zo veel mogelijk wordt beperkt en voorkomen. Om jongeren op het rechte pad te brengen en houden, heeft de gemeente de ambitie om jongeren een goed perspectief op scholing, werk en vrijetijdsbesteding te bieden. De gemeente beoogt het volgende effect tot stand te brengen: ‘’Samen met de jongeren, ouders, maatschappelijke organisaties signaleren we de problematiek in een vroeg stadium. We bieden snel en deskundige hulp en ondersteuning en waar nodig investeren we in een passende aanpak. Hierdoor voorkomen we escalatie van zorg-, overlast- en veiligheidsproblemen’’.40 Om bovengenoemde doelen en effecten te bereiken, heeft de gemeente zich voorgenomen het volgende te doen: • “Waar mogelijk wordt een helpende hand geboden, waar nodig worden grenzen aangegeven. Dit doen we in de context van het gezin, vrienden, school en de wijk waarin ze wonen of hun vrije tijd doorbrengen”. Ook wordt ingezet op het faciliteren van initiatieven van jongeren op het gebied van activiteiten. ● De focus ligt op contact en in gesprek zijn.
Naar de jongeren toe gaan, contact leggen op straat en bij hen thuis. Aanwezigheid, continuïteit en betrouwbaarheid zijn belangrijk om de jongere te bereiken vindt de gemeente. ● Het versterken van systeemgericht werken, waarbij de pedagogische kracht van het netwerk en de eigen kracht van de jeugdige wordt versterkt. De focus moet worden gelegd, zoals politie en jeugdreclassering dat ook beogen te doen, op de oorzaak van overlastgevende en criminele gedrag. ● Continueren van de samenwerking met scholen. Ook om meer de focus te kunnen leggen op preventie van problemen. ● Optimaliseren van samenwerking tussen zorg- en strafpartners waarbij gedurende het hele traject sprake is van continuïteit van zorg en ondersteuning. ● Continueren van de persoonsgerichte aanpak (Casus op Maat) van daders door gemeente, politie, openbaar ministerie en partners. ● Investeren in de toekomst van jongeren door de aanpak met betrekking tot voorkomen van vroegtijdige schooluitval, de bestrijding van jeugdwerkloosheid en het stimuleren van een zinvolle vrijetijdsbesteding, te continueren. ● Investeren in de omgeving/het netwerk van de jeugdige, door zowel een groepsgerichte aanpak als aandacht voor broertjes en zusjes ● Ontwikkelen van een integrale aanpak ter beperking van jeugdoverlast. ● Inzet jongerenwerkers en activiteiten gericht op de buurtsport.
● Actief betrekken van de woningbouwcorporaties in het kader van (vroeg-) signalering en de versterking van samenwerking met zorg-, welzijn- en hulpverleningspartijen. ● Daar waar de virtuele wereld het verlengstuk is van de openbare ruimte, onze aanpak ook richten op die virtuele aspecten. Versterken van de digitale weerbaarheid van jongeren. ● Versteviging van de samenwerking tussen de betrokken partners rondom nazorg voor exgedetineerden, waarbij extra aandacht moet zijn voor de groep 18-23 jaar.
40
Gemeente Meierijstad, Integraal veiligheidsbeleid 2019-2022, april 2018.
32
●
Zowel vanuit het oogpunt van zorg als uit het oogpunt van veiligheid (overlast) wordt aandacht besteed aan het alcohol- en drugsgebruik door jongeren’’.41
Het beleid laat duidelijk zien dat de gemeente veel inzet op preventie. Het beleidskader Sociaal Domein en de Nota preventief jeugdbeleid sluiten daarop aan en kennen diverse raakvlakken met het IVP op het gebied van de ‘verbinding zorg en veiligheid’.42 Uitvoering De gemeente als voorzitter van het JOR-overleg De gemeente is verantwoordelijk voor de sturing en coördinatie van het signaleringsoverleg ‘’Jeugd in de Openbare Ruimte’’ (JOR) dat elke zes weken plaatsvindt; een keer in de kern Veghel en een kern in de kern Sint-Oedenrode en Schijndel.43 Tijdens het overleg bespreekt de gemeente met partners uit het Sociaal- en Veiligheidsdomein - zoals medewerkers van het CJG, maatschappelijk partners, de Raad voor Kinderbescherming, Bureau Halt, de boa’s en een groot aantal andere partners - enkele vaste plekken en jeugdgroepen. Er wordt informatie opgehaald, er worden nieuwe signalen gedeeld en indien nodig, worden er ook acties afgesproken. Uiteenlopende vormen van jeugdproblematiek De gemeente Meierijstad heeft te maken met jeugdproblematiek zoals drugsgebruik onder jongeren, maar ook met armoede en met kansarme gezinnen. Het thema ‘drugs’ komt in alle kernen voor: het dealen onder jongeren is een terugkerend probleem (zie ook bijlage 1). Een deel van de jongeren komt al op vrij jonge leeftijd in aanraking met (een breed scala aan) verdovende middelen (harddrugs).
De politie en gemeente zijn er relatief veel mee bezig. De gemeente heeft vrij goed in beeld wanneer recreatief gebruik doorslaat in zorgelijk gebruik. Naast deze problematiek is er ook sprake van jeugdproblematiek op het vlak en seksueel geweld. Overlastgevende jeugdgroepen De aanwezigheid van jeugdgroepen in de openbare ruimte wordt regelmatig door een deel van de bewoners als overlast ervaren. Al enkele jaren speelt dit met name in de kernen van Veghel en Schijndel; het gaat om overlastgevende jeugdgroepen van wisselende samenstelling op wisselende locaties. De politie en het jongerenwerk hebben die jeugdgroepen redelijk goed in beeld. Waar er in 2017 nog sprake was van een criminele jeugdgroep44, is dat nu niet meer het geval. Een deel van de betreffende groep jongeren komt nog wel eens voorbij in de casuïstiek in het Zorg- en Veiligheidshuis.
41
Gemeente Meierijstad, Integraal veiligheidsbeleid 2019-2022, april 2018. Zie ook: Gemeente Meierijstad, Beleidskader Sociaal Domein 2019-2022 en de Nota preventief jeugdbeleid 2019-2022: ‘’door te investeren ‘aan de voorkant’ in laagdrempelige voorzieningen die de jeugd gezond en weerbaar maakt, wordt de zorgvraag aan ‘de achterkant’ kleiner’’. 43 Sint-Oedenrode en Schijndel zijn samengevoegd in één overleg omdat veel van de jeugd zich tussen die beide kernen beweegt. Zo is er een middelbare school in Schijndel waar ook veel jeugd uit Sint-Oedenrode naartoe gaat. 44 Methodiek van Bureau Beke om jeugdgroepen in te delen als hinderlijk, overlastgevend of crimineel op basis van informatie over de plek(ken) waar de groep zich veel begeeft, de samenstelling van de groep, de dagelijkse activiteiten van de groepsleden, de riskante gewoonten en recent delinquent gedrag (Bureau Beke, 2009). 42
33
Voorbeeldcasus skatebaan en jongerencentrum Bizzi Bij de skatebaan - bij/voor het jongerencentrum Bizzi - in Schijndel ervaren buurtbewoners regelmatig overlast van jeugd. Overdag vindt er sociale controle plaats vanuit het jongerencentrum, maar ‘s avonds krijgt de gemeente signalen over geluidsoverlast en (vermoedelijk) drugs dealen. De gemeente is er al lange tijd mee bezig. Het jongerenwerk spreekt de jongeren aan op hun gedrag, en middels camera’s heeft de gemeente in beeld om wie het gaat en wat er gebeurt. Ook is er met Wifi geëxperimenteerd; door de jongeren het Wifi wachtwoord van het jongerencentrum te geven wanneer zij zich goed gedragen. Wanneer er een incident plaatsvindt, wordt het Wifi wachtwoord veranderd en komt het wachtwoord pas weer in bezit van de jeugd wanneer er een gesprek met ze heeft plaatsgevonden. Verder gaat om 22.00 uur ‘s avonds de verlichting bij de skatebaan uit als signaal dat de jeugd naar huis moet gaan. Dat heeft vooral meerwaarde in de winter. Op 26 november 2020 is er een verkeersbesluit genomen waardoor de verkeerssituatie is aangepast en de plek minder aantrekkelijk werd voor jongeren om daar rond te hangen en te rijden. De gemeente had de regie en werkte samen met verschillende afdelingen en partners. Het valt nog te bezien wat voor effect het heeft.
Omdat de frustratie bij buurtbewoners hoog ligt, kijken ze met argusogen naar de maatregelen die de gemeente neemt. De burgemeester ging wel al diverse keren in gesprek met buurtbewoners. Er is dus zeker de nodige bestuurlijke aandacht voor deze problematiek. De coronalockdown heeft de situatie niet verbeterd. Het is voor sommige jongeren een heftige periode, en de jongeren die buiten zijn, blijken regelmatig juist de jongeren te zijn die in een kwetsbare thuissituatie zitten. De COM aanpak van het Zorg- en Veiligheidshuis en LVB-problematiek Enkele jeugdigen uit Meierijstad komen voor in de COM aanpak (COM = Casus Op Maat) van het Zorgen Veiligheidshuis. Een voorbeeld is een jongen met LVB-problematiek (risicojeugd) die als ‘loopmannetje’ werd gebruikt door een overlastgevende groep jongeren, en daarnaast werd afgeperst op school. In een dergelijk geval wordt een COM uitgevoerd met als gevolg dat de gemeente in de aanpak samen optrekt met de school om samen een aanpak te bedenken en uit te voeren. Meerdere gesprekspartners geven aan dat de LVB-problematiek onvoldoende onderkend wordt. Het gaat om risicojeugd, hetgeen versterkend werkt bij onder andere jeugdoverlast.
Inzet jongerenwerk, meidenwerk, jeugd-Boa’s en straatcoaches De jongerenwerkers denken creatief na om (ook in coronatijd) contact te houden met de jeugd, bijvoorbeeld door het straathoekwerk, het organiseren van wandelingen en online bijeenkomsten. Het afgelopen jaar is er extra capaciteit ingezet op het jongerenwerk en het meidenwerk. De gemeente zet in heel de gemeente ‘’meidenwerkers’’ in; met name op een groep LVB-meiden. De meidenwerkers hebben aandacht voor risico’s voor seksuele uitbuiting en geweld en het versterken van hun weerbaarheid. Dat doen ze door bijvoorbeeld met de meiden te gaan boksen. Ook zijn er Boa’s met een aanwijzing jeugd werkzaam die aansluiten bij het JOR en nauw contact hebben met de jongerenwerkers. Bij de Boa’s ligt echter nog wel een capaciteitsprobleem. Vanuit Novadic Kentron - een van de partners die nauw aangehaakt is bij het jongerenwerk - lopen er ook preventiemedewerkers en ambulant begeleiders rond in de gemeente. Verder wordt er nauw samengewerkt met partners als het CJG en bureau HALT. Het CJG zet in op de ouders van jongeren en bureau HALT denkt mee met de gemeente over het geven van preventielessen bijvoorbeeld. 34
Ondanks dat de coronaperiode monitoring lastig maakt, heeft de gemeente het idee dat het straathoekwerk zijn effect heeft gehad; bijvoorbeeld op de mate waarin de jeugd zich aan de coronaregels hield. Project Bobbi B en de aanpak straatcultuur en verharding onder jeugd Onder de naam Bobbi B voert de gemeente vanuit het jongerenwerk en andere partners op het Elde College in Schijndel een project uit. Bobbi B stimuleert jongeren in de leeftijd van 11 t/m 18 jaar om na te denken over hun gedrag en omgang in relatie tot thema’s waar jongeren mee in aanraking komen, zoals alcohol, drugs, eenzaamheid, sexting, pesten en groepsdruk. Binnen de Bobbi B-aanpak is ook aandacht voor normvervaging en verharding.45 Momenteel wordt een plan van aanpak uitgewerkt over hoe dit project ook op een school in Veghel kan worden ingezet.46 De gemeente heeft daarbij met name gekeken naar ‘’wat’’ er achter het gedrag van de jeugd zit. Samen met sleutelfiguren onderzoekt de gemeente welke thema’s spelen en hoe de gemeente meer kan doen aan de mindset van jongeren. In het project zit ook een monitoringscomponent. Tijdens een bijeenkomst in de aula peilt het jongerenwerk middels een Kahoot hoe de jeugd over een bepaald thema denkt. Op basis van wat de peiling weergeeft, gaat het jongerenwerk met acties aan de slag.
De GGD-monitor en monitoring op de vier G’s De GGD-monitor47 wordt eens per vier jaar uitgevoerd en levert een beeld op van hoe het in algemene zin gaat met de jeugd in Meierijstad. De resultaten kunnen goed worden vergeleken met de resultaten in andere regiogemeenten. Ze lenen zich echter niet voor een jaarlijks evaluatiemoment.48 Verder monitort de gemeente zelf breed op de vier G’s: geluk, geld, gezondheid en gezin.49 Het thema ‘jeugd’ wordt daarin ook meegenomen. Project ‘’Denormalisering drugs’’ De gemeente neemt in samenwerking met alle gemeenten en betrokken partijen in de politieregio OostBrabant deel aan het project ‘’Denormalisering drugs’’.50 Het project bevat drie onderdelen: communicatie, monitoring en interventies. De campagne is gericht op het stellen en versterken van de norm dat gebruik van drugsgebruik niet normaal is.51 De monitoring is bedoeld als aanvulling op de monitoring die reeds door de GGD wordt gedaan. Aan de hand daarvan kijkt de gemeente hoe interventies ‘’breder’’ uitgevoerd en uitgezet kunnen worden. De app ‘Social control’ Om zaken eenduidig en Meierijstad-breed te monitoren en in kaart te brengen, ontwikkelde de gemeente de app ‘’Social control’’.
Door op locatie een foto en/of verslag in de app vast te leggen, registreren jongerenwerkers veel relevante informatie.52 De data uit de app kan vervolgens worden gebruikt voor het in kaart brengen van onderlinge verbanden en ontwikkelen van beleid. Omdat de pilot in 2020 succesvol bleek, gaat de gemeente verder met gebruik van de app in 2021.
45
De verharding is zichtbaar in de omgang met autoriteit in combinatie met problematiek zoals drugsgebruik. Problemen als normvervaging en verharding in combinatie met drugsgebruik concentreren zich met name rondom de middelbare school in Veghel. 47 De jeugdmonitor 0-11 (meest recent 2017) en de jongerenmonitor 12-18 (meest recent 2019) uitgevoerd door GGD Hart voor Brabant. 48 Gemeente Meierijstad, Nota preventief jeugdbeleid 2019-2022. 49 De vier G’s zijn gebaseerd op de mijlpalen van Meierijstad die ook terugkomen in de beleidsvisie. 50 Zo wordt er naast alle gemeenten in de regio samengewerkt met de VNG, VWS, GGD (de twee GGD’s in Oost-Brabant), Novadic-Kentron, Trimbos, de politie etc. 51 Projectplan denormalisering drugs, ‘’Drugs, wat doet het met jou?’’, november 2019. 52 Uiteindelijk kunnen ook andere partijen zoals Boa’s, straatcoaches en/of jeugdverenigingen worden gekoppeld aan de app. 46
35
Bevindingen: ● De gemeente kampt met jeugdproblematiek zoals kansarme jongeren, drugsgebruik (er lijkt een ontwikkeling te zijn naar steeds zwaardere drugs), dealen en armoede. De gemeente zit daar bovenop en heeft goed in beeld wanneer recreatief gebruik doorslaat in zorgelijk gebruik. ● LVB-problematiek en armoede zijn te weinig onderkend. ● In met name Veghel en Schijndel heeft de gemeente last van (overlastgevende) jeugdgroepen. Op dit moment zijn er geen criminele jeugdgroepen bekend in de gemeente. ● De politie heeft die jeugdgroepen redelijk goed in beeld, mede door een goede informatiepositie bij de jeugd, op scholen en bij het jeugd- en jongerenwerk. ● De lockdown is een heftige periode voor jongeren die in een kwetsbare thuissituatie zitten. Dit blijkt uit het toegenomen aantal incidenten van overlastgevende jongeren. ● De gemeente zet veelvuldig in op preventie, onder andere door kennis en kunde van partijen te benutten. Zo zet de gemeente jongerenwerk, meidenwerk, jeugd-Boa’s en straatcoaches in. Daarnaast zijn er preventiemedewerkers vanuit Novadic Kentron en wordt er samengewerkt met partners als het CJG en bureau HALT. ● De regierol van de gemeente komt tot uiting in het JOR-signaleringsoverleg waarin signalen worden gedeeld, casussen worden besproken en acties worden uitgezet.
● De gemeente is in samenwerking met jongerenwerk bezig met de aanpak van overlastgevende jeugd. Middels de maatwerkaanpak bij skatebaan Bizzi in Schijndel, het plan voor de aanpak straatcultuur en verharding onder jongeren, en projecten als ‘’Bobbi B’’ en ‘’Denormalisering drugs’’ probeert de gemeente het gedrag van jongeren te beïnvloeden. ● Jongerenwerk pakt zijn rol. De signaalfunctie is een succes en jongerenwerk heeft goed contact met de jeugd en netwerkpartners. Sommige betrokkenen geven aan dat er sprake is van versnippering doordat er drie organisaties werkzaam zijn. Verder zou jongerenwerk nog meer outreachend kunnen werken om te achterhalen welke problematiek er speelt op individueel niveau. ● Enkele jeugdigen uit Meierijstad hebben te maken met zwaardere problematiek die wordt aangepakt middels de COM aanpak van het Zorg- en Veiligheidshuis.
36
Bijlage 6. (Slachtoffers van) mensenhandel en arbeidsuitbuiting Bijlage 6 ziet op het subthema ‘(slachtoffers van) mensenhandel en arbeidsuitbuiting’. Het bevat de beleidsambities, de uitvoering daarvan en bevindingen in deze evaluatie. Ambities en beoogd effect De taak van de gemeente op dit terrein is gericht op zorgen voor ‘…adequate samenwerking tussen alle ketenpartners op lokaal niveau.’ Adequate hulp en opvang voor slachtoffers is van belang (‘Samen tegen Mensenhandel’, pagina 8). De nadruk ligt op het signaleren en in beeld krijgen van de personen om wie het gaat. Er is een lokale zorgcoördinator waar meldingen gedaan kunnen worden. Dit kan ook worden gedaan bij de landelijke Commissaris Mensenhandel of bij Veilig Thuis. Naast de gemeentelijke verantwoordelijkheid om te signaleren en melden is er op dit terrein met name een rol weggelegd voor de Inspectie SZW. De gemeente streeft naar een gefundeerde integrale aanpak van mensenhandel53, arbeidsuitbuiting54 en seksueel geweld tegen kinderen. Vanuit het oogpunt van zorg wil de gemeente meer aandacht voor preventie, en meer zicht op en zorg voor de slachtoffers van mensenhandel en arbeidsuitbuiting.
Vanuit veiligheidsoogpunt wil de gemeente, onder de vlag van het RIEC, bestuurlijk, strafrechtelijk en fiscaal optreden tegen de verschillende vormen van mensenhandel.55 Om bovengenoemde doelen te bereiken, wil de gemeente het volgende doen:
●
‘’We gaan een actieve rol spelen bij de aanpak van mensenhandel. Dat doen we zowel vanuit zorg als veiligheid. Dit kan door lokaal beleid te ontwikkelen, maar dat hoeft niet.
●
We gaan (zorg)instellingen actief benaderen en betrekken bij het onderwerp. Binnen de kaders van wet- en regelgeving zoeken we naar casuïstiek en voeren we daarop regie.
● ●
Meer voorlichting geven op scholen rondom sexting en aandacht voor loverboyproblematiek. Samenwerkingsafspraken maken tussen gemeenten, politie en openbaar ministerie ten aanzien van zowel de legale en illegale prostitutiesector.
●
Afspraken maken over de uitvoering van bestuurlijke controles binnen de legale vergunde prostitutiebranche, waarbij ook gelet wordt op signalen van mensenhandel.
● ●
Gemeenteambtenaren opleiden in het herkennen van signalen mensenhandel.
●
Zorg en opvang voor slachtoffers (bijvoorbeeld van mensenhandel)’’.56
Outreachende aanpak (werkmethode waarbij actief wordt ingezet op het leggen van contact met de doelgroep) om misstanden, en daarmee slachtoffers, op te sporen.
Uitvoering Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en malafide huisvesters in Meierijstad In Meierijstad speelt met name arbeidsuitbuiting een rol, hetgeen gekoppeld is aan de huisvesting van arbeidsmigranten (voor data mensensmokkel, zie bijlage 1). De gemeente heeft te maken met de
53
Mensenhandel houdt in dat mensen worden uitgebuit of onder mensonterende omstandigheden te werk worden gesteld. Anderen profiteren daarvan. Het is een ernstige schending van de mensenrechten en een zware vorm van criminaliteit. 54 Arbeidsuitbuiting is een vorm van mensenhandel en houdt in dat dwang, onderbetaling, misleiding en/of andere mensonterende omstandigheden zich voordoen op (met name) de werkvloer. Andere vormen van mensenhandel zijn seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen orgaanverwijdering. 55 Gemeente Meierijstad, Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. 56 Gemeente Meierijstad, Integraal Veiligheidsplan 2019-2022.
37
malafide huisvesters die ervoor zorgen dat de gemeente soms extreem slechte omstandigheden van huisvesting tegenkomt. Een voorbeeld is dat er op een bedrijventerrein in de gemeente zeecontainers werden gevonden met daarin 88 bedden. Dat waren dus slaapplekken van heel veel mensen. De gemeente en politie krijgen het wel steeds beter in beeld, mede door controles (samen met o.a. de SZW) op plekken waar wantoestanden worden gesignaleerd zoals in vakantieparken. Deze worden vervolgens integraal opgepakt. Het blijkt echter een landelijk vraagstuk dat op hoger schaalniveau moet worden aangepakt. Zo zijn er ambities gericht op één uitzendbureau, gevestigd in Oost-Nederland, dat ook in Meierijstad negatieve effecten heeft omdat de arbeidsmigranten bijvoorbeeld zijn gehuisvest in Meierijstad en tewerkgesteld in Helmond. Er is een werkgroep geformeerd die zich richt op de (goede realisatie van de) huisvesting van arbeidsmigranten. Verantwoordelijkheid van de gemeente De verantwoordelijkheid van de gemeente ziet op voorkomen en signaleren, het aanstellen van een aandachtsfunctionaris, het schrijven van beleid over dit thema en tevens op een gedeelte van de zorg.
De aandachtsfunctionaris mensenhandel en het LIO De gemeente heeft een aandachtsfunctionaris mensenhandel aangewezen die de ‘’ingang’’ vormt voor vermoedens en signalen van arbeidsuitbuiting en mensenhandel, en tevens kartrekker van het Lokaal Informatieoverleg (hierna: het LIO) is. Het LIO is een periodiek, intern overleg - primair gericht op ondermijning - tijdens welke de gemeente signalen ophaalt die zij in de samenleving ziet. In samenwerking met partnerorganisaties zoals de politie en de Belastingdienst, weegt de gemeente de signalen en zet de aandachtsfunctionaris acties uit in (onder andere) actieweken. Tijdens zo’n actieweek gaat de gemeente, al dan niet onder leiding van de politie, zelf kijken naar de situatie en wordt er besloten wat er bestuurlijk en (mogelijk) strafrechtelijk moet gebeuren. De systematiek van het LIO57 wordt ook in andere gemeenten geïntroduceerd, hetgeen heeft geresulteerd in een intergemeentelijke samenwerking door de oprichting van het Bestuurlijk Interventieteam Meierij (BIM). Toezicht op prostitutie De controle van de legale prostitutie ligt per 1 januari 2021 bij de gemeente. Voorheen lag dat bij de politie. Met de zes gemeenten58 in het basisteam Meierij wordt er gezamenlijk gewerkt aan een basisteam breed interventieteam waarbij de controle van de vergunde prostitutie komt te liggen.
Plan van aanpak en regionaal beleid De gemeente participeert in een regionale werkgroep welke onder leiding van de ketenregisseur Mensenhandel Oost-Brabant in 2020 het regionale beleid heeft ontwikkeld. In 2021 stelt de gemeente Meierijstad lokaal beleid vast en werkt het beleid uit in een een Plan van Aanpak (PvA).59 Met dit nieuwe beleid beoogt de gemeente in samenwerking met tal van partijen het aantal slachtoffers van mensenhandel zo veel mogelijk terug te dringen. Verder wil de gemeente dat (mogelijke) slachtoffers snel en adequaat gesignaleerd worden en de benodigde zorg en ondersteuning ontvangen, en daders 57
De systematiek van het LIO is opgezet door een medewerker OOV van de gemeente Meierijstad. Door herindeling van gemeente Haaren zijn er per 1 januari 2021 nog vijf gemeente. 59 In het (concept)beleid staat de ambitie beschreven om in 2022 het volgende te hebben bereikt ten aanzien van de aanpak mensenhandel: 1) het werken aan een actieve signalering van mensenhandel; 2) het hebben van een aandachtsfunctionaris mensenhandel; 3) het hebben van beleid ten aanzien van de aanpak van mensenhandel. Verder moet er een landelijk dekkende zorgcoördinatie zijn voor zorg en opvang van slachtoffers. Ook is het wenselijk dat 4) het prostitutiebeleid wordt geactualiseerd, omdat er een duidelijk verband is tussen prostitutie en seksuele uitbuiting, wat een van de onderdelen van mensenhandel is. 58
38
worden aangepakt.60 Het streven is het beleid in 2021 vastgesteld te hebben. Ondanks dat het beleid nog vastgesteld moet worden, werkt de gemeente al in de geest van het beleid. Volgens een van de gesprekspartners werkt dat goed in de praktijk. Camping in Schijndel Een camping in Schijndel wordt enerzijds gebruikt door bewoners die recreatieve bewoning hebben ingeruild voor permanente bewoning. Anderzijds wordt het gebruikt voor een aanzienlijk omvangrijke huisvesting van arbeidsmigranten. Omdat die combinatie niet wenselijk is, probeert de gemeente het gebruik van het resort te beïnvloeden via meerjarig beleid, zodat er aan het einde van de rit een betere plek wordt gecreëerd. De Zorgtafel, het zorgconvenant en de zorgcoördinator mensenhandel Voor de regio Brabant Noordoost maakt de gemeente ook gebruik van de Zorgtafel mensenhandel61 en de coördinator mensenhandel. Het betreft een samenwerkingsverband tussen zorgpartners, politie en gemeenten, gericht op het bieden van zorg aan slachtoffers van mensenhandel. In het Samenwerkingsconvenant zijn afspraken rondom de samenwerking tussen de partners vastgelegd.62 Wanneer er een signaal binnenkomt, brengt de coördinator mensenhandel dat signaal in bij de zorgtafel. Wanneer daaruit blijkt dat een casus moet worden aangepakt, wordt na een bespreking passende zorg aangeboden.
De zorgcoördinator zorgt er dan voor dat er eenduidig wordt gewerkt op moment dat er een signaal binnenkomt op gebied van bijvoorbeeld gedwongen prostitutie of loverboys. Met de zorgcoördinator is verder afgesproken dat, indien een signaal op het snijvlak van zorg en veiligheid ligt of de samenwerking niet goed verloopt, de casus kan worden opgeschaald naar het Zorg- en Veiligheidshuis. Ten behoeve van enkele arbeidsmigranten heeft de gemeente gezorgd voor vervangende, passende huisvesting. In het kader van wonen, voert de gemeente gesprekken met bijvoorbeeld de huisvester en/of wordt er voorgesteld de desbetreffende personen naar een hotel te brengen. Soms moet er voor slachtoffers ook een zorgtraject worden opgezet. Bevindingen: ● Met name arbeidsuitbuiting en (daaraan gekoppeld) de huisvesting van arbeidsmigranten door malafide huisvesters spelen een rol in Meierijstad. De gemeente heeft daar in haar beleid aandacht voor. De gemeente schrijft een Plan van Aanpak (PvA) en regionaal beleid. De gemeente werkt wel al in de geest van het beleid. ● De actiepunten in het Uitvoeringsplan voor 2020 m.b.t. het subthema ‘mensenhandel en arbeidsuitbuiting’ zijn onder strategisch thema 1 (ondermijning en georganiseerde criminaliteit) uiteengezet.
Uit de praktijk blijkt dat het subthema raakvlakken vertoont met zowel zorg en veiligheid als met ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. ● De gemeente is verantwoordelijk voor onder meer het signaleren van mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Signalen komen binnen bij de aandachtsfunctionaris mensenhandel. Die laatste is tevens kartrekker van het Lokaal Informatieoverleg (LIO), waarin signalen worden besproken en op basis waarvan eventuele acties of controles worden uitgezet. ● Mensenhandel en arbeidsuitbuiting is een landelijk vraagstuk dat zich op een hoger schaalniveau dan de gemeente afspeelt.
60
Gemeente Meierijstad, Beleidsplan voor de aanpak van mensenhandel en uitbuiting (concept). De volledige naam is: ‘’Zorgtafel regio Oost-Brabant Slachtoffers Mensenhandel 18- / 18 +’’. 62 Concept Convenant Zorgtafel regio Oost-Brabant. 61