920133.003 Ruimtelijke onderbouwing Ollandseweg 148 03-03-2025
Tekst van het document
Afbeelding 22: uitsnede EV-signaleringskaart
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten, het realiseren van drie ruimte-voor-ruimte woningen binnen het plangebied is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de Rijksweg. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Voor de transport van gevaarlijke geld dat wanneer deze niet toelaatbaar zijn er een gemeentelijk routeringsbesluit vastgesteld moet worden. De gemeente Meierijstad heeft voor de transport van gevaarlijke stoffen over lokale wegen geen gemeentelijk routeringsbesluit vastgesteld. Dit betekend dat de wettelijke risico’s niet overschreden worden. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode’ is in de nabijheid een dubbelbestemming ‘Leiding’ opgenomen ten behoeve van een aardgasleiding. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze bestemming en buiten de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding’.
44 van 56
Uit de risicokaart blijkt dat dat een deel van het plangebied binnen het invloedsgebied van de buisleidingen ligt. Omdat de bestaande bedrijfswoning in de beoogde situatie een woonbestemming krijgt zal een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform artikel 12 Bevb (lid 1 onder a, b, f, en g) daarom noodzakelijk zijn. Zie navolgend kader. Beperkte verantwoording groepsrisico, artikel 12 Groepsrisico: in het kader van het groepsrisico is geen sprake van een verandering van de situatie. Een bedrijfswoning is conform artikel 1 van het Bevi een beperkt kwetsbaar object. In de beoogde situatie is de woonbestemming een kwetsbaar object. De bedrijfswoning wordt in de huidige situatie bewoond, en blijft in de beoogde situatie ook bewoond door dezelfde personen. Het aantal personen neemt dus niet toe. Het groepsrisico blijft gelijk. Aanwezige en verwachten personen: Het aantal aanwezige en te verwachten personen blijft in de beoogde situatie onveranderd; Bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van een ramp: de planlocatie is over de weg goed bereikbaar voor de hulpdiensten. Er is geen sprake van een zorgfunctie en/of zeer kwetsbare objecten. Het plangebied valt binnen het dekkingsgebied van NL-Alert; Zelfredzaamheid personen: Voor de aanwezige personen binnen het plangebied zijn er voldoende vluchtwegen om bij een calamiteit het plangebied te verlaten.
Er is geen sprake van (structurele) aanwezigheid van groepen verminderd zelfredzame personen. De Veiligheidsregio Brabant Noord heeft advies gegeven op het plan. Het advies wordt op een later moment toegevoegd in de bijlage.
Conclusie
Er kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor het plan. 4.14. Hoogspanningsleidingen Op een afstand van ongeveer 5,9 kilometer ligt een hoogspanningslijn (Eerde-Eindhoven). De hoogspanningslijn ligt op ruime afstand van het plangebied. Deze hoogspanningslijn vormt daarom geen belemmering voor het plan. 4.15. Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 24). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen. 4.16. Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt.
Iedere veehouderij moet voldoen aan diverse wet- en regelgeving voor diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden. Er mag vanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen.
4.16.1. Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden
Op 7 juli 2016 is het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) gepubliceerd, dat in opdracht van de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Economische Zaken (EZ),
45 van 56
op advies van de Gezondheidsraad, was uitgevoerd. Uit dit onderzoek wordt duidelijk dat er sprake is van positieve en negatieve gezondheidseffecten ten gevolge van het wonen in de nabijheid van veehouderijen. Als positief wordt beschouwd dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben. Voor melkvee- en varkenshouderijen zijn de effecten op de volksgezondheid naar de omgeving zeer beperkt vanwege de beperkte emissies van met name fijnstof. Bedrijven waar paarden of schapen gehouden worden zijn in de onderzoeken niet meegenomen.
4.16.2. Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid
Naar aanleiding van het eerste VGO-onderzoek wordt momenteel door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, een landelijk toetsingskader ontwikkeld voor endotoxine. In afwachting hierop is door het ondersteuningsteam van bestuurders van gemeenten in Brabant op 30 april 2018 de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 opgesteld’. Deze notitie bevat stappenplan om te boordelen of een nadere advisering van uit de GGD wenselijk is. De ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is opgesteld vanuit de handelingsperspectief van de veehouderij. De locatie Ollandseweg 148 is glastuinbouwbedrijf. In de beoogde situatie wordt glastuinbouwbedrijf gesaneerd en drie ruimte-voor-ruimte woningen worden gerealiseerd.
het
De ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is opgesteld vanuit de handelingsperspectief van de veehouderij. Het stappenplan uit de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (zie navolgend kader) is een praktisch stappenplan om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te beoordelen. De zeven stappen uit het stappenplan worden allemaal doorlopen om de omgekeerde werking te beoordelen. In het kader van de ruimte-voor-ruimte ontwikkeling zijn de verschillende aspecten zoals veedichtheid, endotoxine, geitenhouderijen, zoönosen toegelicht.
1. Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren.
Het dichtstbijzijnde bedrijf met pluimvee ten opzichte van de locatie Ollandseweg 148 betreft de locatie Ollandseweg 142. Het bedrijf heeft een OF-OF vergunning (d.d. 27-12-2011) voor het houden van 18.343 (groot-) ouderdieren van vleeskuikens OF 26.657 legkippen en (groot-) ouderdieren, in combinatie met 180 honden en 1 paard. Dit brengt een fijnstofemissie van 789 kg pm10 OF 1.824 kg pm10. Aan de hand van de fijnstofemissie PM10 van het bedrijf kan de endotoxine ‘richtafstand’ bepaald worden. De ‘richtafstand’ voor Ollandseweg bedraagt 116 OF 151 meter. Omdat er sprake is van een OF-OF vergunning moet getoetst worden aan de grootste richtafstand, van 151 meter. Het dichtstbijzijnde emissiepunt betreft de ventilatoren van stal 2. Deze is op ca. 130 meter afstand gelegen van de grens bouwvlak van de dichtstbijzijnde ruimte-voor-ruimte woning. Er wordt dus niet voldaan aan de endotoxine-richtafstand. De 4 andere woningen zijn op meer dan 151 meter afstand gelegen. Deze woningen voldoen wel aan de richtafstand voor endotoxine. Met de fijnstofemissie van 789 kg pm 10 voldoen wel alle woningen aan de richtafstanden. In de directe omgeving zijn meerdere woningen gelegen binnen de richtafstand van 151 meter van Ollandseweg 142. In een recentelijk bestemmingsplan wordt de realisatie van 2 nieuwe ruimtevoor-ruimte woningen, op Ollandseweg 153 en 153a mogelijk gemaakt.
De nieuwe woning op Ollandseweg 153 is gelegen binnen de richtafstand van 151 meter, namelijk op ca. 141 meter. De gemeente Meierijstad heeft deze afstand als aanvaardbaar geacht. Het pluimveebedrijf zal niet zorgen voor een hogere kans op luchtwegklachten. Het pluimveebedrijf breidt niet uit met de beoogde situatie. De beoogde bewoners van de ruimte-voor-ruimte woning vallen niet binnen een risicogroep (met betrekking longproblemen). Om risico’s verder te beperken worden de beoogde bewoners vooraf geïnformeerd over de aanwezigheid van het pluimveebedrijf binnen de endotoxine-afstand.
2.
Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak.
De realisatie van de ruimte-voor-ruimte woningen hangt samen met de sanering van het glastuinbedrijf. Hierdoor is sprake van een aanzienlijke vermindering van emissies van ammoniak, 46 van 56 fijnstof en geur. In de paragraven 4.3.1. Wet natuurbescherming, 4.9 geur en 4.10 luchtkwaliteit worden de aspecten ammoniak, geur en fijnstof nader toegelicht. Hieruit blijkt dat ontwikkeling leidt niet tot een toename van emissies in geur en/of fijnstof en/of ammoniak.
2.
Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak.
De realisatie van de ruimte-voor-ruimte woningen hangt samen met de sanering van het glastuinbedrijf. Hierdoor is sprake van een aanzienlijke vermindering van emissies van ammoniak, fijnstof en geur. In de paragraven 4.3.1. Wet natuurbescherming, 4.9 geur en 4.10 luchtkwaliteit worden de aspecten ammoniak, geur en fijnstof nader toegelicht. Hieruit blijkt dat ontwikkeling leidt niet tot een toename van emissies in geur en/of fijnstof en/of ammoniak.
3. A Geur: toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader I. de ontwikkeling valt onder de Wgv en Interim omgevingsverordening (voorheen Verordening ruimte). In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar blijft er sprake van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en/of achtergrond).
de richtafstand van de woning. Gezien de ligging van de ruimte-voor-ruimte woning, in het agrarisch gebied van Sint-Oedenrode, wordt de aanwezigheid van een pluimveebedrijf als aanvaardbaar geacht.
3. B Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. gezondheidskundige advieswaarde I. Voor dieren met emissiefactor: de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015).
II. voor dieren zonder emissiefactor: de afstand vanaf de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is kleiner dan 100 meter. In paragraaf 4.9.1 wordt het aspect geur toegelicht. Er wordt voldaan aan de vaste afstanden van minimaal 50 meter in het buitengebied. De hoogste geurbelasting op de dichtstbijzijnde ruimtevoor-ruimte woning bedraagt 7,3 Oue. Dit is lager dan 10 Oue uit de tabel. Er wordt hiermee voldaan aan de wettelijke normen dus in basis is er sprake van een aanvaardbaar woon-leefklimaat. De achtergrond geurbelasting ligt tussen de 3,7 en 13 Oue. Dit is lager dan 20 Oue. Tevens is de afstand van de rand van het bedrijf met dieren zonder emissiefactor van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming op meer dan 100 meter gelegen (Ollandseweg 142). Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat.
4. A Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten gehouden, namelijk: a) varkens en pluimvee; b) rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c) kleine herkauwers onderling Binnen een kilometer van het plangebied is geen bedrijf gelegen waar meerdere diersoorten gehouden worden.
47 van 56
4. B De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter.
De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van de omliggende varkens- en pluimveebedrijf wijzigt niet.
5. A Geitenhouderij: binnen een afstand van 2 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden.
Binnen een afstand van 2 kilometer van de Ollandseweg 148 zijn geitenhouderijen gelegen aan de Schootsedijk 47 op een afstand 900 meter van het bouwvlak. De andere geitenhouderij ligt aan de Pastoor Smitsstraat 55 ligt op een afstand van 1.850 meter van het bouwvlak.
Binnen de gemeente Meierijstad is een afwegingskader ‘geitenhouderijen Meierijstad’ (d.d. 13 maart 2018) opgesteld met betrekking tot de ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Hierbij zijn regels opgesteld om onder voorwaarden ontwikkelingen toe te staan. Onderstaand zal worden toegelicht of er wordt voldaan aan de richtlijnen van het afwegingskader. - Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. - Gemeente Meierijstad neemt extra risico met geitenhouderijen binnen een straal van 2 km. Dit houdt in dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen er terughoudend wordt omgegaan met de ontwikkeling. Met betrekking tot bouwplannen is er een minder concrete afwegingskader. - Initiatiefnemer dient de bewoners van de beoogde woningen te informeren over het risico. Hierbij wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. In de directe omgeving zijn meerdere woningen gelegen binnen de 2 kilometer zone rondom de geitenhouderij aan de Schootsdeijk 47 en Pastoor Smitsstraat 55. Tussen het geitenbedrijf en de ruimte-voor-ruimte woningen zijn meerde woningen gelegen. Het toevoegen van de ruimte-voorruimte woningen zal de geitenhouderij daarom niet beperken in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.
Ook zal het niet zorgen voor een hogere kans op een longontsteking. Dit omdat de geitenhouderij niet uitbreid met deze ontwikkeling. De beoogde bewoners van de ruimte-voor-ruimte woningen vallen niet binnen een risicogroep (met betrekking longproblemen). Om risico’s verder te beperken worden de beoogde bewoners vooraf geïnformeerd over de aanwezigheid van het geitenbedrijf binnen 2 kilometer van de plangebied. In het GGD-portaal wordt geadviseerd om niet binnen 500 meter van een geitenhouderij te bouwen, wat in de beoogde situatie ook niet het geval is. Gezien de ligging van de ruimte-voor-ruimte woningen, in het agrarisch gebied van Sint-Oedenrode, wordt de aanwezigheid van een geitenbedrijf (binnen 2 kilometer) als aanvaardbaar geacht. Gezien voorstaande is het realiseren van ruimte voor ruimte woningen passend op deze locatie in relatie tot de aanwezige geitenhouderij.
5. B Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 500 meter liggen woon- en verblijfsruimten van derden.
Binnen een afstand van 500 meter ligt is een bedrijf met pluimvee gelegen, namelijk aan de Ollandseweg 142 (ca. 100 meter).
5. C Overige veehouderijen: binnen een afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom.
Op 200 meter van het plangebied is op de Nieuwstraat 28 een paardenhouderij te vinden. Op 170 meter afstand is op ’t Achterom 9A een paardenhouderij gelegen.
6. Er is sprake van mestbewerking- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit.
Er is geen sprake van een mestbewerking- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Zover bekend vindt dit niet in de omgeving plaats.
48 van 56
7. Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid;
Op het bedrijf worden geen dieren gehouden. In het kader van veehouderij en volksgezondheid zijn er geen bezwaren vanuit de initiatiefnemer. Conclusie Het effect van omliggende veehouderijen ten opzichte van het plangebied wijzigt niet in het kader van volksgezondheid. Op de locatie worden drie ruimte-voor-ruimte woningen gerealiseerd in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Binnen het plangebied worden nieuwe gevoelige objecten toegevoegd, namelijk de Ruimte-voor-Ruimte woningen. Ten behoeve van de bestaande en beoogde woningen is het woon- en leefklimaat te plaatse bepaald. Vooralsnog kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er wordt niet voldaan aan de stappen 1, 3b, 5a, 5b en 5c. Om deze redenen wordt er GGD-advies (maatwerk) opgevraagd. Kleine aanvragen van gemeenten lopen via het GGD omgevingsadvies portaal. Er wordt geen individueel maatwerkadvies gegeven op planniveau. Middels het GGD portaal worden kernadviezen voor kwetsbare gebieden en gebouwen gegeven. Onderstaand worden de adviezen toegelicht en hoe hier met de beoogde situatie aan wordt gewerkt. •
Kies een gezonde omgeving voor de bouw van woningen of andere gevoelige bestemmingen. Zie hieronder de gezondheidskundige advieswaarden (betrek jouw milieukundige adviseur).
In voorgaande paragrafen is onderbouwd waarom de locatie passend is voor de beoogde ontwikkeling. Onderstaand wordt getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. • Blijkt uit analyse van de omgeving dat er mogelijk gezondheidsrisico’s zijn, overweeg dan een
andere locatie voor woningbouw. Of ga in gesprek met de GGD over kansen of mitigerende maatregelen op de voorgenomen locatie.
N.v.t. • Als het niet lukt om een “gezonde omgeving voor de bouw van woningen of andere gevoelige
bestemming” te vinden: zorg dat elke woning minimaal één aangename en luwe zijde heeft.
N.v.t. • Zorg naast goede isolatie ook voor voldoende en aangename ventilatie in elke woning. Bij de realisatie wordt zowel isolatie als ventilatie voldoende gerealiseerd. • Geef voorrang aan lopen en fietsen en zorg voor goede OV-ontsluiting. Projectlocatie is goed bereikbaar. Zowel wandelend als met de fiets. • Creëer ontmoetingsplekken. Met de realisatie van de ruimte-voor-ruimtewoningen zal er meer plek zijn voor ontmoetingsplekken. Middels de landschappelijk inpassing is er meer ruimte voor ontmoetingsplekken. • Creëer functioneel groen en blauw in de omgeving. Dit vanuit klimaatoverwegingen, tegen
hitteoverlast en vanwege de kansen om te bewegen, ontmoeten en ontspannen.
Het projectgebied wordt geheel landschappelijk ingepast. Ook zal er een wandelpad aanwezig zijn naar achterliggend landschap. • Sta geen houtkachels toe; dit zorgt voor overlast en luchtverontreiniging. Er zullen geen houtkachels aanwezig zijn. • Informeer omwonenden tijdig en regelmatig over de geplande ontwikkeling. Wijs hen bij
gezondheidsvragen op de informatie van GGDleefomgeving.
Omwonende zijn tijdig meegenomen in de planvorming.
Luchtkwaliteit • De concentratie fijnstof PM10 ligt onder de 15 µg/m3. In paragraaf 4.8 is de luchtkwaliteit getoetst. De concentratie fijnstof PM10 ligt tussen de 14-16 µg/m3. • De concentratie fijnstof PM2,5 ligt onder de 5 µg/m3. In paragraaf 4.8 is de luchtkwaliteit getoetst. De concentratie fijnstof PM 2,5 ligt tussen de 8-10 µg/m3. • De concentratie stikstofdioxide (NO2) ligt onder de 10 µg/m3.
49 van 56
In paragraaf 4.8 is de luchtkwaliteit getoetst. De concentratie fijnstof NO 2 ligt tussen de 10-15 µg/m3. • Afstand houden tot de weg is het belangrijkste advies. Hanteer hierbij de volgende minimale
afstanden: o Snelweg: ten minste 150 meter (bij voorkeur 300 meter).
De projectlocatie is op meer dan 300 meter van een snelweg gelegen. o Provinciale weg: ten minste 50 meter. De projectlocatie is op meer dan 50 meter van een provinciale weg gelegen. o Drukke binnenstedelijke weg (>10.000 mvt/etm): ten minste 25 meter (bij voorkeur
50 meter).
De woningen ligt niet aan een drukke binnenstedelijke weg.
•
Er liggen geen (nieuwe) gevoelige bestemmingen binnen de endotoxine richtafstand van veehouderijen. De richtafstand is de afstand waar de concentratie endotoxine 30 eu/m3 bedraagt.
In het toetsingskader 2.0 is de endotoxine richtafstand van veehouderijen onderbouwt. Er wordt niet voldaan aan de endotoxine richtafstand voor één nieuwe Ruimte-voor-Ruimtewoning. Geur •
Voorgrondgeurbelasting ten gevolge van veehouderijen op de nabijgelegen gevoelige bestemmingen bedraagt maximaal: o Woonkern 2 OU/m3 o Buitengebied 5 OU/m3
In paragraaf 4.9 is het aspect luchtkwaliteit toegelicht. Er is een geurberekening gemaakt. De hoogste geurbelasting op een woning is 7,3 OU/m3. Gemiddeld komt de geurbelasting op de woningen uit op 5,03 OU/m3. In de paragraaf is toegelicht dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- leefklimaat. • Achtergrondgeurbelasting ten gevolge van veehouderijen op de nabijgelegen gevoelige
bestemmingen bedraagt maximaal: o Woonkern 5 OU/m3 o Buitengebied 10 OU/m3
In paragraaf 4.9 is het aspect luchtkwaliteit toegelicht. Er is een voorgrond geurberekening gemaakt. De hoogste geurbelasting op een woning is 7,3 OU/m3. Er wordt voldaan aan de geurbelasting van maximaal 10 OU/m3. • Voor geur afkomstig van veehouderijen met dieren zonder wettelijke geuremissiefactor: houd
een afstand aan van minimaal 100 meter tot een geurgevoelige bestemming.
Dichtstbijzijnde veehouderij gelegen aan de Ollandseweg 148 is gelegen op een afstand van meer dan 100 meter. • Voor de geur afkomstig van industrie/ bedrijven wordt aangesloten bij de provinciale
geurverordening van Noord-Brabant (zie beleidsregel industriële geur)
In de omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen industrie/ bedrijven met een geuremissie. Geluid • Het geluidsniveau op de gevel (afkomstig van verkeer, industrie en spoorweg) is lager dan
50dB Lden.
In artikel 4.11 is het aspect geluid beoordeeld. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde 50dB. • Het geluidsniveau op de gevel is in de nachtelijke uren lager 40dB Lnight. In de nachtelijke uren wordt er ook voldaan aan de grenswaarden. • Het geluidsniveau binnen is maximaal 33dB Lden. In de woningen wordt het maximale dB niet overschreden. • Het geluidsniveau afkomstig van vliegverkeer bedraagt op de gevel maximaal 45dB Lden en
40dB Lnight. Besef dat bij deze waarden nog 10% ernstige hinder en 11% ernstige slaapverstoring ervaart.
Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op locatie. Het vliegverkeer vormt geen hinder. • Het geluidsniveau afkomstig van windmolens bedraagt, volgens de WHO, op de gevel maximaal
45dB Lden gemiddeld over een jaar. Let daarnaast op slagschaduw, hiervoor is geen
50 van 56
gezondheidskundige advieswaarde vastgesteld. De overheid heeft een norm gesteld van gemiddeld maximaal 20 minuten slagschaduw per dag voor niet meer dan 17 dagen per jaar.
N.v.t.
Bodem • Voor lood geldt dat dit met name schadelijk is voor kleine kinderen (tot circa 7 jaar). Het advies
is te streven naar een gezondheidskundig voldoende bodemkwaliteit. Door de GGD zijn hier afhankelijk van het gebruik advieswaarden voor opgesteld.
In paragraaf 4.6 is het aspect bodemkwaliteit toegelicht. Er is een bodemonderzoek uitgevoerd. In het bodemonderzoek is ook lood in de bodem meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat er voldaan wordt aan de bovengenoemde advieswaardes. Elektromagnetische velden (straling) • Woningen scholen en kinderdagverblijven liggen niet binnen de zone van 0.4 µT
jaargemiddeld van hoogspanningslijnen en –kabels, transformatorhuisjes en dergelijke.
In de omgeving liggen geen hoogspanningslijnen en -kabels, transformatorhuisjes en dergelijke. Er vindt geen hinder plaats Veehouderijen • Algemeen: er liggen geen veehouderijen binnen 250 meter van een gevoelige bestemming. Binnen 250 meter ligt er een pluimveehouderij. In de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is onderbouwd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. • De afstand tussen geitenhouderij en gevoelige bestemming is minimaal 2000 meter. Binnen 2000 meter is er een geitenhouderij gelegen. In de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is onderbouwd dat deze geitenhouderij geen hinder vormt. • De afstand tussen pluimveebedrijven en gevoelige bestemmingen is minimaal 500 meter. Binnen 500 meter ligt een pluimveehouderij. In de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is onderbouwd dat deze pluimveehouderij geen hinder vormt. Akkerbouw • Het advies is een zo groot mogelijke afstand aan te houden tussen de velden waar
gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige bestemmingen. Het advies is minimaal een spuitzone van 50 meter aan te houden.
In paragraaf 4.7 is het aspect spuitzones toegelicht. Er wordt voldaan aan de minimale afstand van 50 meter. Uit bovenstaande toelichting blijkt dat er aan een deel van de ingewonnen GGD adviezen wordt voldaan. In de ruimtelijke onderbouwing is toegelicht hoe er wordt aan een goede ruimtelijke ordening en een goed woon-leefklimaat op locatie. Gemeente kan de bevindingen van de GGD meenemen in de besluitvormen voor het dan wel of niet opvragen van GGD maatwerk advies.
51 van 56
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1. Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2. Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: Wonen - Bouwvlak (gedeeltelijk).
- Functieaanduiding: Specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte - Bouwaanduiding: Vrijstaand - Bouwaanduiding: Twee-aaneen - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden; - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 1 (hoge verwachting); - Gebiedsaanduiding: bebouwingsconcentratie 2 (gedeeltelijk); - Gebiedsaanduiding: cultuurhistorisch waardevol gebied; - Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. De functieaanduiding ‘glastuinbouw’ zal verdwijnen. De enkelbestemming ‘wonen’ zal worden toegevoegd aan de verbeelding aan de locatie. De bouwvlakken bijhorend bij aan de ruimte-voor-ruimte woningen worden aangepast aan de locatie van bebouwing. Binnen de functie wonen zal er aansluitend aan de bouwvlakken de functieaanduiding ‘bijgebouwen’ worden weergeven. Ook zal er een functieaanduiding achterin het erf liggen met betrekking tot de rijbak.
52 van 56
5.3. Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij dit bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen. Om de sloop van de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing en bijgebouwen en de uitvoering/instandhouding van de landschappelijke inpassing te verzekeren is een voorwaardelijke verplichting in de algemene gebruiksregels opgenomen.
6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1. Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Ollandseweg 148 betreft een particulier plan. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog plaats gevonden.
6.2.1. Vooroverleg en omgevingsdialoog
In het kader van artikel 3.1.1 Bro wordt er overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant. Dit vooroverleg wordt PM afgenomen. Initiatiefnemers hebben de beoogde plannen voorgelegd aan omwonenden middels een brief. De reacties hierop zijn toegevoegd als separate bijlage 10 bij dit bestemmingsplan. De opmerkingen uit de omgevingsdialoog hebben niet geleid tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvattend kan worden gesteld dat de omwonenden niet negatief tegenover de gewenste ontwikkeling staan.
6.2.2. Zienswijzen en beroep De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder die óf tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp óf belanghebbenden is, beroep instellen tegen het vaststellingsbesluit bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
53 van 56
Gezien eenieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
54 van 56
7. Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Berekening Ruimte-voor-Ruimte titels Bijlage 4: AERIUS toelichting Bijlage 5: AERIUS berekening Bijlage 6: Flora & Fauna quickscan Bijlage 7: Bodemonderzoek Bijlage 8: Voorgrond geur berekening Bijlage 9: Akoestisch onderzoek Bijlage 10: Omgevingsdialoog
55 van 56
56 van 56