4b Bijlagenboek Ruimtelijke motivering Evenementenlocatie Molenheide
Tekst van het document
drag.
leefgebied van wezel, bunzing en steenmarter verloren. Binnen het plan-
gen dat deze burcht niet verstoord word, dienen langs de gehele noord-
gebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen.
westgrens van de parkeerplaats dranghekken met doek geplaatst te wor-
Verlichting gericht en uitstralend op de bomenrijen langs de Leemputten-
Mochten er nesten aanwezig zijn, en door het blad aan de bomen gemist,
den, om optische verstoring en het uitstralen van licht te voorkomen. Daar-
weg dient te worden voorkomen. Licht gericht en uitstralend op overig op-
dan blijven deze bij voorbaat behouden, doordat er geen bomen gekapt
naast dient in een straal van circa 200 meter een faunavriendelijke verlich-
gaand groen en open water dient zoveel mogelijk te worden vermeden.
worden.
ting te worden gebruikt.
De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij
Binnen de bosschage aan de Schutskooi is een dassenburcht met min-
snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde waterve-
stens 9 pijpen gesitueerd. Deze bevindt zich op bijna 200 meter ten noor-
De te nemen maatregelen ten behoeve van vleermuizen worden per eve-
getatie en ruig begroeide oevers. Het is niet uitgesloten dat deze soort aan
den van het campingterrein en aansluitend aan een perceel wat als uit-
nement verwerkt in een ecologisch werkprotocol.
de oevers van de Molenheide Loop voorkomt. Bij de aanleg van de tijde-
wijkmogelijkheid voor parkeren zal worden gebruikt (figuur 7). Op het ter-
lijke brug worden de oevers niet vergraven. Hierdoor gaat geen leefgebied
rein worden geen dranghekken of verlichting geplaatst, en wordt niet verg-
poppodia kan verstoring plaatsvinden van foerageermogelijkheden voor
Hiervoor kunnen uitzonderingen worden gemaakt, waar dichtbij alternatieve routes aanwezig zijn welke de vleermuizen kunnen nemen.
5.3
Grondgebonden zoogdieren
verloren. Doordat de afname tijdelijk en beperkt is zal hierbij geen overtre-
raven. Parkeren vindt hier plaatst tussen zonsopkomst en zonsondergang.
Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren.
ding worden begaan. Ditzelfde geldt voor de bever, welke zich sinds en-
Het betreft auto’s van caravans welke op de vrijdag geplaatst worden en
Soorten als vos, egel, veldmuis, rosse woelmuis en dwergmuis kunnen in
kele jaren binnen het plangebied heeft gevestigd. Ter hoogte van de te re-
op de zondag opgehaald. Gezien de situatie is een significante verstoring
het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van vol-
aliseren brug zijn knaagsporen van de bever waargenomen, en circa 250
niet te verwachten.
doende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname
meter ten zuiden hiervan bevindt zich aan de Molenheide Loop een bever-
van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al
burcht (figuur 16). De burcht bevindt zich op minimaal 150 meter afstand
Het plangebied bevat veel kort gemaaid grasland ten behoeve van de
deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het
van het festivalterrein. De directe verstoring van het leefgebied is beperkt
functie als festivalterrein. Dit is geschikt voor de das als primair foerageer-
kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werk-
in omvang en in tijd. Door het wandelpad langs de Molenheide Loop af te
gebied. Er zijn foerageersporen en wissels aangetroffen tussen de burcht
zaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige indivi-
sluiten voor bezoekers tijdens het festival kan de rust in de rest van het
en het campingterrein. Er zijn geen duidelijke veelgebruikte wissels binnen
duen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte be-
leefgebied van de bever ter hoogte van de burcht gewaarborgd worden.
het plangebied aangetroffen. De functie als foerageergebied zal enkele
planting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs moge-
dagen niet mogelijk zijn. Aangezien de functionaliteit van het plangebied
lijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Van de das zijn 2 burchten in de directe omgeving van het plangebied
voor de das wordt verbeterd door de maatregelen van Paaspop (het aan-
Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en
aanwezig (figuur 16). Een van de dassenburchten bevindt zich binnen een
houden van kort gemaaid, bemest grasland) is de tijdelijke afname van beschikbaar foerageergebied te verantwoorden. Daarnaast is er voldoende
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
13
alternatief foerageergebied in de omgeving aanwezig, waardoor de tijde-
het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-
betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrij-
lijke afname niet lijdt tot een overtreding.
teel) aanwezige individuen.
gestelde) soort is altijd de zorgplicht van toepassing.
De beschermde grondgebonden zoogdiersoorten beperken zich voorna-
De te nemen maatregelen ten behoeve van vleermuizen en de das wor-
5.5.1
melijk tot de omgeving van het festivalterrein, en niet het terrein zelf. Hier-
den per evenement verwerkt in een ecologisch werkprotocol.
Incidenteel zou Alpenwatersalamander zich in de te dempen sloten kun-
door zijn directe effecten redelijkerwijs uitgesloten. Indirecte effecten, zo-
Toetsing
nen voortplanten. Het dempen en opnieuw openen van de sloten in het
als effecten door licht, geluid en aanwezigheid van mensen en materieel
5.4
Reptielen
kunnen wel plaatsvinden. Voor de meeste genoemde soorten is verstoring
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het
kelde vegetatie vereist. Voorafgaand aan het dempen van de sloten in
niet verboden (artikel 11.54 Bal), en doordat de effecten tijdelijk zijn zal
plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De
maart 2025 dient een ecoloog maximaal 10 dagen voor het dempen van
een rust- of verblijfplaats niet ongeschikt raken. De bever is een habitat-
waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving.
de sloten een controle uit te voeren of deze op dat moment geschikt zijn
richtlijnsoort en beschermd onder artikel 5.1, lid 2 Ow. Hierbij is verstoring
Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat
als voortplantingswater. Is dit het geval dan dient aanvullend onderzoek te
verboden, mits er een blijvend effect is.
voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daar-
worden uitgevoerd op het gebruik van de betreffende sloten door de soor-
mee dan ook uitgesloten.
ten. In het kader van de algemene zorgplicht is het altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel aanwezige individuen. Maatre-
Verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen en het leefgebied van de bever wordt middels het verlichtingsplan geminimaliseerd. Het overgrote deel van de bosgebieden en de burcht blijven daarmee volledig donker. Met betrekking tot geluid zal een significante verstoring eveneens niet optreden. Conform het kennisdocument Bever lijkt de bever tolerant te zijn voor trillingen en geluid (BIJ12, Juli 2017). Het dichtstbijzijnde poppodium bevindt zich op circa 300 meter van de burcht. Veel geluid zal daarnaast door de tussenliggende bomenrijen worden gedempt. De geschikte gebieden voor deze soorten zijn tijdens de festivals niet toegankelijk, waardoor aanwezigheid van mensen en materieel eveneens redelijkerwijs
5.4.1
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen
bever. 5.3.1
Toetsing
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
gelen dienen te worden genomen om het dempen van de sloten ecologisch verantwoord uit te voeren.
zijn op voorhand uitgesloten.
5.5
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
De te nemen maatregelen ten behoeve van Alpenwatersalamander en ten behoeve van de zorgplicht worden per evenement verwerkt in een ecologisch werkprotocol.
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-
5.6
bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde Alpenwatersalamander,
In de omgeving zijn er waarnemingen bekend van grote modderkruiper. Bij
kamsalamander en poelkikker bekend.
de aanleg van de brug wordt het water en de oevers niet vergraven. De te
niet van toepassing is. Daarmee is het redelijkerwijs zeker dat er geen significante verstoring met blijvend effect plaatsvindt met betrekking tot de
najaar kan weinig kwaad omdat de Alpenwatersalamander geen ontwik-
Vissen
dempen sloten zijn niet jaarrond watervoerend en niet geschikt voor de Binnen het plangebied zijn enkele sloten en de Molenheideloop aanwezig.
grote modderkruiper. Deze soort prefereert ondiepe wateren met een
De gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand binnen het gebied met de te
dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. De soort is binnen
dempen sloten is 60-100 cm onder maaiveld. De sloten zijn daarmee niet
de betreffende sloten niet te verwachten. Hierdoor zijn negatieve effecten
jaarrond waterhoudend. Een deel van de sloten wordt tijdelijk gedempt.
op deze soortgroep redelijkerwijs uitgesloten. Bij het dempen dient wel de
Hierdoor is een overtreding met betrekking tot deze soorten binnen het
zorgplicht in acht te worden genomen. Zo kan vlak voorafgaand aan de
plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. In een nat voorjaar zouden de slo-
werkzaamheden roering in het water gecreëerd worden zodat vissen
ten eventueel nog waterhoudend kunnen zijn en als voortplantingswater
vroegtijdig het werkgebied kunnen verlaten, en dient het dempen vanaf
dienen voor Alpenwatersalamander, een niet-kieskeurige soort welke van
één zijde plaats te vinden zodat dieren niet opgesloten raken. Deze maat-
kleine watertjes gebruik kan maken en deze snel in gebruik neemt. Met
regelen worden verwerkt in het ecologisch werkprotocol.
14
5.6.1
Toetsing
5.9
Specifieke zorgplicht
Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aan-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke
wezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien,
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de
bestrijden of beheersen van de duizendknopen.
5.7
Ongewervelde diersoorten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, iepenpage, teunisbloempijlstaart en vermiljoenkever. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Wel kunnen enkele van deze soorten, zoals grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder in het naastgelegen NNB voorkomen. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. 5.7.1
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van kluwenklokje. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan zijn standplaats. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1
kend van rode lijst-soorten binnen het plangebied. Op de percelen van het
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van
festival- en campingterrein wordt kort gemaaid gras in stand gehouden,
de nijlgans, muskusrat, reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop en de
waardoor dit uitermate geschikt foerageergebied voor deze soorten be-
grote waternavel. Binnen het plangebied zijn echter geen waarnemingen
treft. Er zijn geen konijnholen aangetroffen binnen deze percelen. De per-
van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek. Er hoeven door initiatief-
celen die als parkeerplaats worden gebruikt, betreffen met name agrari-
nemer momenteel geen acties te worden ondernomen met betrekking tot
sche percelen welke geen essentieel foerageergebied voor beide soorten
invasieve exoten.
betreffen. De betreft tevens geen geschikt leefgebied voor het oranje zandoogje. Daarnaast zijn enkele waarnemingen van vogelsoorten van de rode lijst bekend binnen het plangebied. Gezien het slechts om een tijdelijk evenement gaat, wat grotendeels plaatsvindt op percelen met kort, gemaaid grasland, kan er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat er geen verstoring plaatsvindt met betrekking tot de soorten. Een overtreding met betrekking tot de specifieke zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits alge-
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
5.8
NDFF zijn o.a. waarnemingen van haas, konijn en oranje zandoogje be-
mene zorgplichtmaatregelen worden genomen om het doden en verwonden van individuen te voorkomen.
5.10
Invasieve exoten
Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of vervoerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties om-
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
schreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Aziatische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd.
15
Figuur 18:
Locaties van nesten, burchten en bomenlanen binnen en rond het plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
16
6
Conclusie
betrokken te worden. Ten minste de volgende verlichtingsmaatregelen zijn nodig:
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd. Per editie dienen de volgende stappen te worden genomen:
volgende maatregelen genomen: -
NNB door hekwerk met doek te plaatsen. -
tersalamander.
heid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten.
wordt zo laat mogelijk gerealiseerd en zo vroeg mogelijk weer verwijderd. -
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al
Betreding van het NNB wordt voorkomen door toegangspaden af De wandelverbinding door de NNB en over de Molenheide Loop
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het eventueel verwijderen van nestgelegen-
het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van
te sluiten, met name langs de Molenheide Loop. -
Binnen 10 dagen voorafgaand aan het tijdelijk dempen van de sloten
onderzoek te worden uitgevoerd voor de aanwezigheid van Alpenwa-
Het verlichtingsplan wordt opgesteld in samenspraak met een ter Er wordt afscherming gerealiseerd tussen het festivalterrein en het
verlichting niet gericht op vleermuisverblijfplaatsen, bosranden en
Indien de te dempen sloten geschikt worden geacht dient aanvullend
zake kundige ecoloog. -
-
vindt een controle plaats met betrekking tot Alpenwatersalamander.
paalde in de Omgevingswet in acht wordt genomen: Om de kenmerken en waarden van het NNB te behouden worden de
vleermuisvriendelijke terreinverlichting; open water.
Voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het be
-
individuen te voorkomen.
De uit te voeren onderzoeken en te nemen maatregelen dienen per festival te worden verwerkt in een ecologisch werkprotocol.
Binnen het NNB wordt op rijplaten gewerkt en worden vlonders geplaatst voor de bezoekers.
In de winterperiode (bladvrije bomen) dient een inventarisatie naar (roofvogel-)nesten te worden uitgevoerd.
Steenuilonderzoek dient geactualiseerd te worden voor de edities van 2025.
Binnen 10 dagen voorafgaand aan de opbouw én binnen 10 dagen voorafgaand aan het festival wordt een broedvogelcheck uitgevoerd om vogelnesten te lokaliseren en zodoende passende maatregelen te nemen met betrekking tot verlichting, geluid en/of betreding.
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op potentiële verblijfplaatsen, opgaand groen en open water vermeden te worden. Een ter zake kundige ecoloog dient bij het verlichtingsplan
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
17
7
Samenvatting
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 8 km
Nee
-
Geen depositieresultaten bo-
gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke
ven 0,00 mol/ha/j Natuurnetwerk Nederland
Binnen plangebied
Mogelijk
handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Houtopstanden
-
Nee
Maatregelen nemen om per-
Ecologische waarde en ken-
manente effecten te voorko-
merken kunnen behouden blij-
men
ven
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Broedvogels
Vleermuizen
Potentieel aanwezig
Sprake van schadelijke handeling
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Nee
Te voorkomen
In winterperiode inventarisatie naar roofvogelnesten in bomen. Onderzoek naar
Voor aanvang van het festival dienen de horsten en het ooie-
steenuil actualiseren voor volgende edities.
vaarsnest vooraf te worden onderzocht op gebruik.
Verlichting gericht op bomen langs Leemputtenweg en Vijverweg voorkomen. Ver-
De bomen bevatten geschikte verblijfplaatsen voor vleermui-
werken in verlichtingsplan.
zen
Verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen en open water zoveel mogelijk
Verlichting kan een negatief effect hebben op foerageer- en
vermijden. Opstellen verlichtingsplan in overleg met een ter zaken kundige ecoloog.
vliegroutefuncties
Maatregelen voor NNB zorgen er voor dat effecten op soorten als das, bever en wa-
Zorgplicht heeft betrekking op een soort als de egel
Verblijfplaatsen
Nee
Te voorkomen
Foerageerhabitat
Nee
Te voorkomen
Vliegroutes
Nee
Te voorkomen
Ja
Te voorkomen
Grondgebonden zoogdieren
terspitsmuis worden geminimaliseerd, waardoor een overtreding wordt voorkomen. Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Mogelijk
Indien de te dempen sloten in het voorjaar geschikt worden geacht voor Alpenwater-
Ook geldt de zorgplicht. Deze heeft betrekking op een soort als
salamander dient hier een vervolgonderzoek naar te worden uitgevoerd.
de gewone pad.
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
18
8
Geraadpleegde bronnen
Algemene Literatuur Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. Alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 15 januari 2024
https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurnetwerk-brabant-(nnb) (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/ (gegevens das in Noord-Brabant) https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN)) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet)
Quickscan Flora en Fauna Paaspop 2025
19
Bijlage 1 - Notitie effecten NNB Paaspop
notitie
projectnaam Effecten NNB bij wijziging omgevingsplan Paaspop, Schijndel datum 16 juni 2025
Inleiding De gemeente Meijerstad is voornemens het omgevingsplan te wijzigen ten behoeve van het vierdaagse festival Paaspop (Evenementenlocatie Molenheide). De afgelopen jaren is dit mogelijk gemaakt middels jaarlijkse omgevingsvergunningen. Het projectgebied is deels gelegen bin-
projectnummer P0452
nen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De bescherming van het NNB is
opdrachtgever Paaspop
5.2.5. Conform de Omgevingsverordening artikel 5.30, lid 1 wordt dit ge-
BRO projectleider CVe
Situatie en maatregelen
projectteam MvdS
atie niet met het NNB. In de wijziging van het omgevingsplan wordt de
review CVe
campingfuncties voorzien. Hierbij ontstaat wel overlap met het NNB. Het
Op het grasveld wordt gebruik gemaakt van rijplaten voor de machines,
betreft een perceel tussen de entree en het evenemententerrein waar
en worden tijdens het festival vlonders toegepast. Hierdoor wordt aan-
deze wandelroute de EVZ Molenheide Loop (ingericht in 2024) kruist en
tasting en verdichting van de bodem zoveel mogelijk voorkomen. Voor
een perceel “N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland” gebruikt. Het per-
de verbinding tussen de terreinen wordt een tijdelijke brug aangelegd
ceel is een grasland wat met enige regelmaat gemaaid wordt, met in de
over de Molenheide Loop, waarbij een kleine hoeveelheid oeverbegroei-
hoek een poel. De EVZ Molenheide Loop heeft als doelsoorten rug-
ing kort wordt gehouden. Er worden maatregelen getroffen om de effec-
streeppad, kleine modderkruiper, drijvende waterweegbree, waterspits-
ten van het festival op de loop en omliggend NNB zoveel mogelijk te be-
muis en kamsalamander. Meeliftende doelsoorten zijn libellen en de
perken. Om de verstoring te beperken wordt de wandelverbinding zo
grote modderkruiper. De inrichting is gerealiseerd ten noorden en ten
laat mogelijk in de opbouw aangelegd, en na het festival zo vroeg moge-
zuidoosten van het NNB, en betreft een afgegraven strook naast de loop
lijk verwijderd. Ook effecten van verlichting in deze delen worden gemi-
waar enkele poelen in zijn gegraven. Hiermee zijn een verbreding en di-
nimaliseerd door uitstraling op het rondom gelegen NNB te beperken,
verse stepping stones gerealiseerd, waarmee wordt bevorderd dat de
door middel van armaturen en het afschermen hiervan met verhoogde
doelsoorten zich hier gaan vestigen en de verbindende functie wordt
en geblindeerde bouwhekken. Waar mogelijk wordt gewerkt met een na-
versterkt. De ingerichte delen EVZ zullen bij een volgend natuurbeheer-
tuurvriendelijke kleur (rood licht). De verlichting wordt uitgeschakeld
plan als NNB op kaart worden gezet.
wanneer de verlichting niet nodig is. De oevers onder de brug blijven
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl
geregeld in de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant paragraaf toetst bij een omgevingsplan.
In de huidige situatie heeft enkel het daadwerkelijke festivalterrein de functieaanduiding evenemententerrein. Deze overlapt in de huidige situ-
Figuur 1: Begrenzing omgevingsplan t.o.v. NNB (groen) en EVZ (geel)
functie evenemententerrein uitgebreid en wordt ook in de parkeer- en
toegankelijk voor dieren. Middels deze maatregelen kan de waterloop in
www.bro.nl Dit deel van het plangebied wordt enkel gebruikt als verbinding voor de
gebruik blijven als vliegroute en foerageergebied voor soorten als vleer-
bezoekers tussen de camping en het evenemententerrein.
muizen, waterspitsmuis en bever. Om te voorkomen dat festivalgangers
1/2
het NNB verder betreden worden toegangspaden afgezet. Hierdoor zijn directe effecten op de NNB te minimaliseren, waardoor er geen perma-
Compensatie
nente afname van de kenmerken en waarden van de NNB plaatsvindt.
Compensatie-opgave
Verder beperkt het festival zich tot externe verstoring door met name
Conform artikel 5.37 lid 1 moet de compensatie-opgave plaatsvinden
licht en geluid, beide tijdelijke verstoringen. Verlichting gericht op het
middels fysieke dan wel financiële compensatie. In dit geval wordt ge-
NNB dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Daarom dient een ter
bruik gemaakt van fysieke compensatie. Dat dient plaats te vinden con-
zaken kundige ecoloog betrokken te zijn bij het verlichtingsplan. Een
form artikel 5.38.
toename van verlichting op het NNB is niet helemaal te voorkomen, maar door de tijdelijke aard in combinatie met het minimaliseren van de
In artikel 5.37 lid 2 wordt bepaald welke toeslag gerekend dient te wor-
uitstraling zijn negatieve effecten te voorkomen. Er zal eveneens een tij-
den. Bij geval van verstoring, zoals hier het geval, is conform onderdeel
delijke toename aan geluid zijn binnen het NNB, met name aan de zijde
e maatwerk van toepassing. In de Handreiking Natuurcompensatie van
van de poppodia. Om overlast bij omwonenden te verminderen worden
de Provincie Noord-Brabant wordt bij verstoring een compensatie van
reeds maatregelen genomen om de effecten hiervan te minimaliseren.
1/6e bij algemene natuur, 2/6e bij bijzondere natuur en 3/6e bij top na-
Hiervoor geldt eveneens dat deze tijdelijke afname van rust binnen het
tuur. Het natuurbeheertype binnen het plangebied, N12.02 Kruiden- en
NNB niet zal lijden tot een permanente aantasting van de kenmerken en
faunarijk grasland, betreft algemene natuur. Daarmee kan hiervoor een
waarden.
compensatieopgave van 1/6e van de oppervlakte worden gehanteerd.
De te nemen maatregelen worden verwerkt in een ecologisch werkpro-
De overlap met het NNB betreft circa 7.200 m2, waarvoor bij verstoring
tocol.
een compensatie van 1/6e van de oppervlakte wordt genomen. Dit betreft 1.200 m2. Daarnaast raakt ook andere oppervlakte NNB mogelijk
Toetsing
verstoord door externe effecten. Doordat het festivalterrein reeds in het
Bij wijziging van het omgevingsplan gaat geen oppervlakte NNB verlo-
omgevingsplan is opgenomen is de toename aan licht en geluid relatief
ren. Door het slechts tijdelijke gebruik van het terrein is een aantasting
beperkt. Het festivalterrein zelf zorgt namelijk voor de grootste verstoring
beperkt en kan het NNB ter plaatse als natuur blijven functioneren. Her-
van licht en geluid. Er kan worden aangenomen dat het grootste deel
begrenzing is daarmee niet aan de orde. Door betreding, licht en geluid
van het in de omgeving aanwezige NNB tijdens het festival reeds ver-
zijn negatieve effecten echter niet op voorhand uitgesloten. Dit met
stoord is. Daarnaast is de duur van de effecten zeer beperkt. De toe-
name in het overlappende deel, en in mindere maten ook in omliggend
name aan verstoring wordt daarmee als minimaal ingeschat.
NNB. Het betreft hier mee een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken. Hierbij dient compensatie te worden uitgevoerd conform artikel 5.37 van de Omgevingsverordening.
Figuur 2: Locatie compensatiegebied NNB
Dopheideweg en Leemputtenweg (figuur 2). Het heeft eveneens de bestemming “Agrarisch met waarden-natuur”, alsmede de dubbelbestemming “Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebieden”. Het perceel is niet begrensd als NNB, maar grenst aan het zuidelijk deel van SDL N260 dat wel tot het NNB behoort. Het gebied is circa 10.205 m2 groot. Het is in 2024 ingericht, en functioneert als plasdrasgebied. Dit sluit aan bij de samenhang en kwaliteit van het reeds zeer vochtige NNB wat ten zuiden en ten westen van het compensatiegebied is gelegen.
Uitvoer compensatie Als compensatie heeft Paaspop in overleg met de gemeente Meierijstad en de provincie Noord-Brabant een nabijgelegen perceel ingericht. Het betreft het noordelijke deel van het perceel SDL00 N 260, tussen de
Effecten NNB bij wijziging omgevingsplan Paaspop, Schijndel
2/2
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Bijlage 3 - Notitie steenuilonderzoek en nestcontrole 2024
Notitie Paaspop 2024 Aanvullend steenuilonderzoek Definitief
Notitie Paaspop 2024
1
colofon
projectnaam Notitie Paaspop 2024 datum 26 maart 2024 projectnummer P04592 opdrachtgever Stichting Paaspop BRO projectleider CVe projectteam MvdS, RdM, RBo, LBo bron kaft BRO review MvdS
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Notitie Paaspop 2024
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Steenuilonderzoek
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Huidige situatie Toekomstige situatie Veldbezoeken Resultaten
4 4 4 4
Broedvogelcontrole
5
2.1 2.2
5 5
Veldbezoeken Resultaten
Conclusie
6
Notitie Paaspop 2024
3
1
Steenuilonderzoek
In 2024 is vervolgonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de
Tabel 1: Veldbezoeken steenuilonderzoek
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
14-02-2024
18.50 - 20.50
10 ºC, licht bewolkt, zonder neerslag, winsnelheid van 3 Bft
aanwezig zijn
26-02-2024
19.15 - 21.15
6 ºC, licht bewolkt, zonder neerslag, windsnelheid 3 Bft.
1.1
14-03-2024
19.45 - 21.45
16 ºC , licht bewolkt, zonder neerslag, windsnelheid 2 Bft
steenuil op het agrarisch perceel tussen de Molendijk-Noord, Oude Molenheide, Structuurweg en de Vijverweg. Ook zijn er twee broedvogelcontroles uitgevoerd om te controleren of er beschermde vogelnesten
Huidige situatie
Momenteel wordt het perceel gebruikt als agrarische grond waar aardappelen op worden verbouwd. In het westen van het plangebied is een boerderijwoning aanwezig. Rondom en dwars door het perceel zijn sloten aanwezig. Rondom het gehele perceel, met uitzondering in het
1.4
Resultaten
noordwesten, zijn er bomenrijen naast het perceel gelegen.
Tijdens geen van de drie veldbezoek zijn waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van de steenuil binnen het plangebied. Hier-
1.2
Toekomstige situatie
Voornemens is om in het voorjaar van 2025 het agrarisch perceel te ge-
door is redelijkerwijs aan te nemen dat de steenuil niet aanwezig is binnen het plangebied.
bruiken al een tijdelijke parkeerplaats voor het muziekfestival Paaspop. Het festival zal plaatsvinden in april van dat jaar en zal 5 dagen (inclu-
Tijdens het veldbezoek op 14 maart 2023 zijn er wel waarnemingen ge-
sief uitloop) duren. Na het festival zullen alle auto’s van het agrarisch
daan van de kieviet binnen het plangebied (figuur 1). Tijdens het veldbe-
perceel verdwijnen en zal het perceel weer gebruikt worden voor agrari-
zoek was gezang van de kieviet te horen. Het is niet uitgesloten dat
sche doeleinde.
deze hier probeert te broeden. Hiermee dient in het jaar 2025 rekening
1.3
Veldbezoeken
Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van de steenuil zijn er in de
mee gehouden te worden, wanneer het perceel in gebruik wordt genomen als tijdelijk parkeerterrein.
periode van halverwege februari t/m eind maart drie onderzoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van de steenuil binnen het plangebied (tabel 1).
Notitie Paaspop 2024
4
2
Broedvogelcontrole
2.2
Bij het grootste deel van de nesten is geen activiteit waargenomen. En-
recte overtreding redelijkerwijs te voorkomen. Deze soorten zijn mini-
Veldbezoeken
kel bij twee middelgrote tot grote nesten is dit wel waargenomen (figuur
maal verstoringsgevoelig, waardoor overtredingen redelijkerwijs niet aan
Binnen en rond het gebied is een broedvogelcontrole uitgevoerd, hierbij
1). De twee nesten betreffen eksternesten direct ten noorden en oosten
de orde zijn.
hebben er twee veldbezoeken plaatsgevonden (tabel 2). Aanwezige
van het terrein. Hier zaten de eksters op het nesten. De ekster is een
nesten zijn op gebruik beoordeeld. Ook is op nestindicatief gedrag gelet,
soort welke veel verstoring kan verdragen, en ook vaak in het stedelijk
Het paalnest voor ooievaar was ten tijden van het veldbezoek niet in ge-
zoals dieren die takken of voedsel verplaatsen.
gebied broedt. Hierdoor zal de aanwezigheid van mensen tijdens het
bruik. Er zijn geen takken op aanwezig, waardoor gebruik dit seizoen re-
festival er redelijkerwijs niet voor zorgen dat de ekster hier significant
delijkerwijs is uitgesloten.
2.1
Resultaten
niet bekend. Doordat er geen opgaand groen verwijderd wordt is een di-
verstoord wordt.
Tabel 2: Veldbezoeken nestcontrole
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
07-03-2024
08.00- 10.00
10 ºC, licht bewolkt, zonder neerslag, winsnelheid van 3 Bft
21-03-2024
08.00- 10.00
12 ºC, licht bewolkt, zonder neerslag, winsnelheid van 3 Bft
Ook is er een buizerdnest aangetroffen in een bosje ten noorden van het campingterrein. Op het nest bevonden zich twee buizerds die van en naar het nest vlogen. Onder het nest bevonden zich enkele prooiresten van een middelgroot zoogdier. In dit bosje is ook de dassenburcht aanwezig. Het nest bevindt zich op bijna 200 meter afstand van het festivalterrein. Deze afstand is ruim voldoende om regelmatig opvliegen door de buizerd te voorkomen, waardoor ook verstoring redelijkerwijs is uitgesloten. Wel is het belangrijk dat er echt geen werkzaamheden in de omgeving van dit bosje plaatsvinden. Hiermee is verstoring van dit nest eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Aan de Leemputtenweg is een spreeuw invliegend waargenomen bij een boomholte. Het is onduidelijk of deze in gebruik is. De spreeuw zal hier redelijkerwijs beperkte verstoring ondervinden van het festival. Het betreft de wandelroute direct voor de ingang van het terrein, waardoor hier alleen wandelende festivalgangers langskomen. De ligging tegen bosgebied aan en de hoogte van het hol zorgt voor voldoende rust. Ook zijn op en rond het festivalterrein waarnemingen gedaan van zwarte kraai, gaai, ekster, houtduif, vink, roodborst, winterkoning, tjiftjaf en fitis. Enkele van de kleinere soorten hebben op meerdere locaties nestindicatief gedrag vertoond door te zingen/baltsen.
In de omgeving hiervan bevindt zich het nest, in het opgaand groen. De exacte locatie is echter
Notitie Paaspop 2024
5
3
Conclusie
Tijdens het aanvullend steenuil onderzoek zijn er geen extra steenuilen binnen het plangebied waargenomen. Wel is er binnen het plangebied in het zuiden van het plangebied een kieviet waargenomen welke hier potentieel probeert te broeden. Het betreffende perceel wordt in 2024 echter niet gebruikt. Hier dient in de toekomst rekening gehouden te worden wanneer dit terrein in de toekomst in gebruikt wordt genomen. Doordat hier waarschijnlijk kort gemaaid grasland wordt gerealiseerd zal de broedfunctionaliteit voor de kievit hier in ieder geval verslechteren. Binnen en rond het plangebied zijn enkele in gebruik zijnde nesten aangetroffen. Significante verstoring hiervan is redelijkerwijs echter niet te verwachten, door de locatie van het nest en/of de verstoringsgevoeligheid van de soort.
Notitie Paaspop 2024
6
Figuur 1: Aanwezigheid soorten binnen het terrein van Paaspop
Notitie Paaspop 2024
7
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Notitie Paaspop 2024
8
Bijlage 4 - Externe veiligheid, inclusief advies Veiligheidsregio
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
BRO BRO118 24 februari 2025
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
BRO BRO118 20250224-BRO118-RAP-EV 2.0 Definitief 24 februari 2025
Opsteller: PC
-+C0PC+-
Verificatie: RvH T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
© 2024 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+R0RvH+-
Validatie: RvH
-+V0RvH+-
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Plaatsgebonden risico.................................................................................................................................................. 5 Aandachtsgebieden..................................................................................................................................................... 5 Voorschriftengebieden ................................................................................................................................................. 6 Belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen ..................................................................................................... 6 Stappenplan afweging groepsrisico binnen aandachtsgebied ............................................................................................... 6
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.5
Ligging plangebied ..................................................................................................................................................... 7 Stappenplan.............................................................................................................................................................. 8 Buisleidingen (brandaandachtsgebied) ........................................................................................................................... 8 Ligging plangebied ..................................................................................................................................................... 8 Bestrijding calamiteit................................................................................................................................................... 9 Zelfredzaamheid ...................................................................................................................................................... 10 Risicocommunicatie .................................................................................................................................................. 10 Tot slot .................................................................................................................................................................. 11
3
1
INLEIDING In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ten behoeve van het tijdelijke afwijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van een campingterrein en parkeerplaats voor het driedaagse evenement ‘Paaspop’, aan de Heikampen te Schijndel. Tevens wordt aan de vooravond van het driedaagse festival een businessevent georganiseerd. Aangezien het voornemen niet binnen de vigerende bestemming past, wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is externe veiligheid binnen het aspect omgevingsveiligheid, een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. De ligging van planlocatie is in de onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding 1
Toekomstvisie plangebied (bron: BRO)
In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen.
4
2
WETTELIJK KADER
2.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. Voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties betreft de kans van 1 op de 1.000.000 (PR 10-6) een grenswaarde, met uitzondering van kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen op een locatie die parallel aan een tunnel is gelegen of boven een tunnel waardoor het vervoer van brandbare gassen in bulkhoeveelheden en ontplofbare stoffen niet is toegestaan. Voor de afstanden wordt verwezen naar bijlage VII behorende bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.9 van het Bkl wordt aangegeven tot waar deze afstanden gelden.
2.2
Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Er zijn drie typen aandachtgebieden die onderscheid maken tussen drie gevaren: Brandaandachtsgebied (BAG) is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m² is Explosieaandachtsgebied (EAG) is de locatie begrens door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (BLEVE) de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m² is b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. Gifwolkaandachtsgebied (GAG) is de locatie begrens door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof gedurende een daarbij aangegeven periode.
Voor wegen, spoorwegen en binnenwateren zijn bij ministeriële regeling de navolgende afstanden aangewezen voor het aandachtsgebied: Brandaandachtsgebied: 30 meter Explosieaandachtsgebied: 200 meter Gifwolkaandachtsgebied: 300 meter Voor een overzicht van de aan te houden afstanden voor de overige activiteiten met vastgestelde afstanden wordt verwezen naar bijlage VII van het Bkl. Binnen het aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans dat 10 personen of meer per jaar overlijden als rechtstreeks gevolg van een incident binnen een aandachtsgebied. Gewaarborgd dient te worden dat maatregelen getroffen zijn ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties of dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die personen aanwezig zijn beperkt is.
5
2.3
Voorschriftengebieden Binnen een aandachtsgebied kunnen door gemeenten voorschriftengebieden aangewezen worden. In dit deel van het aandachtgebied gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in een brand- of explosieaandachtsgebied moeten altijd aangewezen worden als voorschriftengebied. De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. De maatregelen voor brand- en explosievoorschriftengebieden zijn opgenomen in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
2.4
Belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen Een belemmeringengebied buisleiding is het gebied aan weerszijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding, tot een afstand van: 5 meter 4 meter, als door de buisleiding aardgas vervoerd wordt, met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa. Binnen deze afstand is het niet toegestaan kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met de buisleiding, of zeer kwetsbare gebouwen te realiseren.
2.5
Stappenplan afweging groepsrisico binnen aandachtsgebied De provincie Noord-Brabant heeft, in samenwerking met de Omgevingsdiensten, een Stappenplan ontwikkeld waarmee de gemeente een afweging kan maken op welke manier de nieuw toe te voegen populatie beschermd kan worden tegen de effecten van een calamiteit bij een relevante risicobron. In de voorliggende rapportage zal ingegaan worden op dit stappenplan.
6
3
UITWERKING OMGEVINGSVEILIGHEID
3.1
Ligging plangebied Met de uitwerking van het aspect externe veiligheid wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het plan omvat de realisatie van een festivalterrein, een campingterrein en parkeerplaats voor het driedaagse evenement ‘Paaspop’. Voor het evenement worden de volgende activiteiten en personenaantallen gehanteerd: Campingterrein, 11.000 personen (vrijdag 9.00u – maandag 12.00u) Businessevent, 30.000 personen (donderdag 17.00u – 0.00u) Op- en afbouwfase festivalterrein, 100 personen (respectievelijk 6 en 2 werkweken, 8u/dag) Binnen het festivalterrein zijn maximaal 40.000 personen aanwezig, echter hierbij is wel sprake van een dubbeling met het campingterrein. Uitgangspunt is dat personen ofwel op de camping zijn ofwel op het festivalterrein. De openingstijden van het festivalterrein zijn: Vrijdag, 15.00u – 1.00u Zaterdag, 13.30u – 2.00u Zondag, 12.00u – 1.00u Uit een inventarisatie is gebleken dat het plangebied deels binnen het brandaandachtsgebied (BAG) van enkele buisleidingen is gelegen.
De in de nabijheid aanwezige propaantanks vormen geen belemmering voor de planvorming aangezien het festivalterrein niet binnen een PR 10-6 contour is gelegen en ook niet binnen een brand- of explosieaandachtsgebied van een propaantank. Derhalve zullen deze tanks niet nader beschouwd worden. In de navolgende afbeelding is de globale ligging van het totale plangebied (rode omlijning) ten opzichte van de risicobronnen weergegeven.
7
Afbeelding 2
3.2
Globale ligging totale plangebied ten opzichte van risicobronnen (bron: Atlas Leefomgeving)
Stappenplan Aangezien het voornemen is om binnen een aandachtsgebied een kwetsbaar gebouw te realiseren, dient de gemeente Meierijstad te waarborgen dat maatregelen getroffen worden ter bescherming van personen in dat gebouw en dat het aantal aanwezige personen binnen het gebouw beperkt is. Om dit aan te tonen heeft de provincie Noord-Brabant een stappenplan ontwikkeld. Voor de initiatiefnemer van een plan kan invulling gegeven worden aan maatregelenniveau A, wettelijke basisbescherming, en aan maatregelenniveau C, aanvullende bouwkundige maatregelen, indien vereist. Maatregelenniveau B betreft bron- en omgevingsmaatregelen. Deze maatregelen liggen buiten de verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar van de betreffende risicobron en/of bevoegd gezag.
3.3
Buisleidingen (brandaandachtsgebied)
3.3.1
Ligging plangebied Uit afbeelding 2 blijkt dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een PR10-6 contour die tot over het plangebied reikt. Dit aspect vormt geen belemmering voor de planvorming. Het plangebied ligt wel binnen het brandaandachtsgebied van buisleidingen A-527-11, A-526, A-525, A-521 en A-527. Onderstaand is een visualisatie gegeven van de brandaandachtsgebieden ten opzichte van de planlocatie.
8
Camping
Festivalterrein
Afbeelding 3
Brandaandachtsgebieden ten opzichte van planlocatie (bron: REV)
Binnen de camping en het festivalterrein zullen tijdens het evenement personen langdurig verblijven. De overige gronden zijn parkeerterreinen waar personen kort verblijven en derhalve verder buiten beschouwing gelaten worden. Dit betekent dat voor deze beschouwing enkel buisleiding A-521 relevant is. Gebleken is dat het groepsrisico op de beoogde locatie zeer laag is en ook na planvorming nog steeds ruim lager is dan 0,1 * OW, aangezien de planvorming nagenoeg geen invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico op deze locatie.
3.3.2
Bestrijding calamiteit Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol.
9
3.3.3
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Uitgangspunt is dat binnen het plangebied zelfredzame personen aanwezig zijn, aangezien het de realisatie van een groepsaccommodatie betreft. Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Werkzaamheden dienen door de leidingbeheerder afgestemd te worden met de organisatie, zodat tijdens (de op- en afbouwperiode en) het evenement geen personen aanwezig zijn op het moment dat werkzaamheden worden uitgevoerd. Een belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. In het omgevingsplan dient opgenomen te worden dat binnen het belemmeringengebied van 5 meter aan weerszijden van leidingen A-527-11, A-526, A-525, A521 en A-527 een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd.
Binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand tot de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid groter. Vluchten kan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel. Aangezien de planlocatie deels binnen de 100% letaliteitszone van de relevante buisleiding A-521 wordt gerealiseerd en de afstand tot de buisleidingen relatief klein is, wordt vluchten bij een calamiteit bemoeilijkt. Echter bedacht dient te worden dat het risico met name bepaald wordt schade aan de leiding als gevolg van (graaf)werkzaamheden. Aangezien de gronden slechts enkele weken (inclusief op- en afbouwwerkzaamheden) voor het evenement gebruikt worden, kunnen werkzaamheden in overleg gepland worden, zodat deze niet noodzakelijkerwijs tijdens het evenement uitgevoerd moeten worden.
3.4
Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerder genoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de bedrijfshulpverlening inrichten en oefenen op het beschreven scenario interne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen. In het ontruimingsplan (dit maakt onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan) dient onder andere te worden beschreven: wie de organisatie van het evacueren begeleidt; de verantwoordelijkheden; waar de verzamelplaats is; de organisatie op de verzamelplaats; wie zorg draagt voor alarmering; Het ontruimingsplan dient opgesteld te worden in samenspraak met de brandweer. Daarnaast dienen ontruimingsoefeningen te worden gedaan waarbij de frequentie hiervan in overleg met de brandweer kan worden vastgesteld.
10
Door de brandweer is aanvullende opgemerkt dat de capaciteit van de vluchtwegen aan weerszijde van de buisleiding af ten tijde van het evenement afgestemd moet zijn op het aantal bezoekers die aan weerszijde van de buisleiding aanwezig. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen.
3.5
Tot slot De gemeente Meierijstad heeft in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio. Op basis van dit advies en de argumenten uit de voorliggende rapportage kan de gemeente Meierijstad een standpunt innemen ten aanzien van het aspect externe veiligheid.
Bijlage: Advies Veiligheidsregio Brabant-Noord
11
B1 ADVIES VEILIGHEIDSREGIO
Omgevingsdienst Brabant Noord T.a.v. De heer M van Heerebeek Victorialaan 1 5213JG 's-Hertogenbosch
Datum Onze referentie
3 februari 2025 D2025-003571
Uw referentie Zaaknummer Onderwerp
Behandeld door Telefoon E-mail
P. de Kort 06-51138317 p.dekort@vrbn.nl
Bijlage 1
VRBN2025-000232 Ruimtelijke motivering Paaspop Dag Mijnheer Van Heerebeek, U hebt de Veiligheidsregio Brabant Noord in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voornemen van de gemeente Meierijstad tot het wijzigen van het bestemmingsplan Landelijk gebied. Om Paaspop planologisch mogelijk te maken moet jaarlijks een tijdelijk afwijking van het tijdelijk bestemmingsplan worden verleend. Door het wijzigen van het omgevingsplan is dit niet meer nodig. Dit advies laat de parkeervoorzieningen e.d. buiten beschouwing en richt zich op de verblijfslocaties van de bezoekers organisatie, het festivalterrein en de camping. De camping en het noordelijk deel van het festivalterrein liggen binnen het brandaandachtsgebied van de hogedruk aardgasbuisleiding A-521. Het festival wordt dagelijks door >5000 bezoekers bezocht. De camping biedt plaats voor het overnachten van 15000 personen. Dit betekent dat beide gebieden als kwetsbare locaties1 moeten worden beschouwd. Hieruit volgt dat in de besluitvorming rekening moet worden gehouden met het risico op- en het de gevolgen van een ongewenst voorval en een verantwoording over het groepsrisico door het bevoegd gezag aan de orde is2 Deze reactie biedt bouwstenen hiervoor. Door adviesbureau BOR is een ruimtelijke motivering t.b.v. de wijziging van het Omgevingsplan In §4.7 wordt ingegaan op het aspect Omgevingsveiligheid.
Deze paragraaf wordt door ons op hoofdlijnen onderschreven. Scenario Relevant scenario is een fakkelbrand De kans op een fakkelbrand is zeer klein en praktisch gezien alleen voorstelbaar als gevolg van graafschade. Mocht een fakkelbrand ontstaat het overgrote deel van de aanwezigen binnen het brandaandachtsgebied met letaal- en ernstig letsel geconfronteerd zullen worden. Dit is een gevolg van: a) en fakkelbrand is onmiddellijk en in volle omvang aanwezig. b) de bezoekers buiten verblijven en tenten e.d. zullen ontbranden waardoor de bescherming tegen de hittestraling wegvalt c) een ontruiming als gevolg van het aantal bezoekers wat moet vluchten de nodige tijd kost
1 Bkl bijlage IV onder D 2 Bkl art. 5.2 en Bkl art. 5.15
Het slachtofferbeeld wordt zichtbaar gemaakt in de bijlage Beoordeling zelfredzaamheid Voor het scenario is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd moeten worden en aanwijzingen moeten krijgen over hoe en waarheen zij moeten vluchten. Tevens moeten er voldoende vluchtwegen aanwezig zijn, die aanwezigen weg van de buisleiding leiden. Zoals in de ruimtelijke onderbouwing aangegeven kan de mate van zelfredzaamheid als goed worden beoordeeld. Aangenomen kan worden dat bezoekers van dit type festivals in staat zijn om zelfstandig te kunnen vluchten. Beoordeling bestrijdbaarheid Voor het scenario fakkelbrand bij de buisleiding is de bestrijdbaarheid per definitie slecht. De hulpverlening kan tot de leiding is afgesloten niet handelend optreden. Totdat de fakkel gedoofd is zijn de bezoekers binnen het effectgebied op zich zelf aangewezen en kan geen hulp worden verleend. Adviezen Uit de beoordelingen blijkt dat a) voorkomen moet worden dat werkzaamheden in de belemmeringenstrook van de gasleiding plaats vinden tijdens de duur van het festival. b) de ontruiming van het bedreigde gebied goed moet zijn geregeld.
Ad a) o Neem in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen bronmaategel om een aanlegvergunning in het Omgevingsplan op te nemen, en het advies om werkzaamheden binnen een afstand van 20 meter tot de buisleiding onder toezicht van de Gasunie uit te laten voeren één op één over. Ad b) o Informeer de stichting Paaspop en de BHV-organisatie actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Laat het beschreven scenario in het noodplan op te nemen en beoefenen. (table-top) o Stem het aantal – en de capaciteit van de vluchtwegen aan weerszijde van de buisleiding af op basis van het mensen wat zich aan weerzijde van de leiding bevindt. Definitieve besluitvorming: Wij ontvangen graag het definitieve besluit ter inzage. Dit is ten behoeve van ons adviesproces en de voorbereiding op het bestrijden van branden, rampen en crisis. Wij baseren ons advies op de volgende documenten • De ruimtelijke motivering Paaspop d.d. 20-12-2024 • Beschouwing Externe veiligheid De Heikampen 5 Schijndel d.d.18-11-2024 • Kaarten Atlas Leefomgeving. • Scenarioboek ev. Vragen en aanvullende informatie Heeft u vragen of opmerkingen over dit advies? Dan kunt u mij bereiken op p.dekort@vrbn.nl of u belt met 06051138317 Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, Met vriendelijke groet, P de Kort Adviseur omgevingsveiligheid Brandweer Brabant-Noord, Risicobeheersing
Bijlage
Figuur 1 effectgebieden / slachtofferbeeld
Figuur 2: ligging effectgebied over het camping- en festivalterrein.
Bijlage 5 - Stikstofonderzoek
advies
projectnaam Aerius-berekening Paaspop
1. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden
vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is
Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuur-
het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te