4a Ruimtelijke motivering Evenementenlocatie Molenheide (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
,
18
Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5. 54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. ,
,
De provincie Noord-Brabant heeft in de Omgevingsverordening (d. d. 14 december 2023) geen nadere instructieregels opgenomen ten aanzien van luchtkwaliteit.
goed woon- en leefklimaat. Het projectgebied is niet gelegen binnen een aandachtsgebied voor NO 2 en/of PM.10 Volledigheidshalve is de luchtkwaliteit ter plaatse wel in kaart gebracht. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan worden aan de hand van achtergrondwaarden voor NO 2 PM 10 en PM 2. 5
van groot belang.
De instructieregels van het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal.
een
,
Kwetsbare gebouwen en locaties In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’ waarvoor de regels bescherming bieden: 1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties); 3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).
.
Dit kan bepaald worden met behulp van achtergrondwaarden die achterhaald kunnen worden met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. In tabel 4. 4 zijn de achtergrondwaarden ter plaatse van de dichtstbijzijnde meetpunten weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden ruim onder de norm liggen en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de luchtkwaliteit.
Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is de duur van hun aanwezigheid en in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. De aanwijzing van bovenstaande categorieën ‘gebouwen en locaties’ staat in bijlage VI van het Bkl. ,
4. 6. 3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van luchtkwaliteit.
4. 7
Risicobronnen Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal; het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg water en spoor;
Omgevingsveiligheid
4. 7. 1 Toetsingskader Omgevingsveiligheid heeft betrekking op de mogelijkheden een brand ramp of crisis te voorkomen te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit ,
In het omgevingsplan van de gemeente Meierijstad zijn geen nadere instructieregels opgenomen ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Wel heeft de gemeente in december 2021 het ‘Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit 2030’ vastgesteld. De gemeente streeft naar een minimale 50% verbetering van de luchtkwaliteit in 2030 ten opzichte van 2016. Er wordt stapsgewijs toegewerkt naar de gezondheidsadvieswaarden van de WHO voor fijnstof en zeer fijnstof (2030). 4. 6. 2 Doorwerking projectgebied Het jaarlijks organiseren van Paaspop zal niet leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het kan wel tijdelijk leiden tot een verslechtering in verband met de verkeersaantrekkende werking van Paaspop en het gebruik van aggregaten en kachels. Er is bekeken of sprake is van
Paaspop
,
,
,
Tabel 4. 3: Luchtkwaliteit dichtstbijzijnde meetpunten (bron: CIML RIVM) ,
ID
NO 2 μg/m 3
PM 10 μg/m 3
PM 10 overschrijdingsdagen
PM 2. 5 μg/m 3
Jaar
15627834050014
161697 ,
174236 ,
612 ,
97673 ,
2022
15635864049981
161879 ,
177503 ,
621 ,
99331 ,
2022
15785944071114
237088 ,
178306 ,
624 ,
98810 ,
2022
15794874070748
, 236025
, 178187
, 624
, 98768
2022
Norm
40
40
35
25
19
buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Naast de eerdergenoemde activiteiten die als risicobronnen worden beschouwd bevat het Bkl ook instructies voor de volgende risicobronnen: opslaan bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5. 1. 2. 4); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5. 1. 2. 5); exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5. 1. 2. 5); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5. 1. 2. 5 Bkl). ,
,
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour -6 10-contour van een activiteit vallen. Groepsrisico , aandachtsgebieden en voorschriftengebieden Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied (artikel 5.15 lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aandachtsgebieden (artikel 5. 12 Bkl): 1. brandaandachtsgebied; 2. explosieaandachtsgebied; 3. gifwolkaandachtsgebied. ,
Paaspop
Voor beperkt kwetsbare kwetsbar en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden. ,
4. 7. 2 Doorwerking projectgebied In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlage van onderhavige motivering. ,
Figuur 4. 2 toont de globale ligging van het projectgebied ten opzichte van omliggende risicobronnen. Propaantanks De in de nabijheid aanwezige propaantanks vormen geen belemmering voor de planvorming aangezien het festivalterrein niet binnen een PR 10 -6 contour is gelegen en ook niet binnen een brand- of explosieaandachtsgebied van een propaantank. Derhalve zullen deze propaantanks niet nader beschouwd worden. Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven Binnen het gebied is een locatie aangeduid waar opslagtanks gesitueerd zijn. Binnen de aandachtsgebieden worden geen activiteiten ten aanzien van het evenement mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een verantwoordingsplicht van het groepsrisico en er dienen geen aanvullende beschermingsmaatregelen getroffen te worden. Ten zuidwesten van het projectgebied is een tankstation (met LPG) gelegen. Het projectgebied ligt buiten de aandachtsgebieden van dit tankstation.
Figuur 4. 2 Risicobronnen (bron: Atlas Leefomgeving)
Het projectgebied bevindt zich niet binnen een aandachtsgebied van een andere inrichting met gevaarlijke stoffen bij bedrijven in de omgeving. De risico’s als gevolg hiervan vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Transport over de weg Het projectgebied is de aandachtsgebieden van een weg gelegen. Er is geen sprake van een verantwoordingsplicht van het groepsrisico en er dienen geen aanvullende beschermingsmaatregelen getroffen te worden. Transport over spoor Het projectgebied is buiten de aandachtsgebieden van het spoor gelegen. Er is geen sprake van een verantwoordingsplicht van het groepsrisico en er dienen geen aanvullende beschermingsmaatregelen getroffen te worden.
20
Transport over water Het projectgebied is buiten de aandachtsgebieden van een waterweg gelegen. Er is geen sprake van een verantwoordingsplicht van het groepsrisico en er dienen geen aanvullende beschermingsmaatregelen getroffen te worden.
zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol.
Buisleidingen (brandaandachtsgebied) Er is een onderzoek naar de externe veiligheidsrisico’s ten aanzien van buisleidingen uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage bij onderhavige ruimtelijke motivering. Uit de risicokaart blijkt dat ter hoogte van het projectgebied geen sprake is van een PR10 -6 contour die tot over het projectgebied reikt. Dit aspect vormt geen belemmering voor de planvorming.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Uitgangspunt is dat binnen het projectgebied zelfredzame personen aanwezig zijn aangezien het de realisatie van een groepsaccommodatie betreft. ,
,
Het projectgebied ligt wel binnen het brandaandachtsgebied van buisleidingen A-527-11 A-526 A-525 A-521 en A-527. Figuur 4. 3 toont de brandaandachtsgebieden ten opzichte van het projectgebied. ,
,
,
Binnen de camping en het festivalterrein zullen tijdens het evenement personen langdurig verblijven. De overige gronden zijn parkeerterreinen waar personen kort verblijven en derhalve verder buiten beschouwing gelaten worden. Dit betekent dat voor deze beschouwing enkel buisleiding A-521 relevant is. Gebleken is dat het groepsrisico op de beoogde locatie zeer laag is en ook na planvorming nog steeds ruim lager is dan 01 * OW aangezien de planvorming nagenoeg geen invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico op deze locatie. Er is door de ODBN advies opgevraagd bij de Veiligheidsregio. Het advies is bijgevoegd in het Externe veiligheidsonderzoek. ,
Paaspop
,
Figuur 4. 3 Brandaandachtsgebieden ten opzichte van projectgebied (bron: REV)
Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Werkzaamheden dienen door de leidingbeheerder afgestemd te worden met de organisatie zodat tijdens (de op- en afbouwperiode en) het evenement geen personen aanwezig zijn op het moment dat werkzaamheden worden uitgevoerd.
Bestrijding calamiteit Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeggelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel
Een belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. In het omgevingsplan dient opgenomen te worden dat binnen het belemmeringengebied van 5 meter aan weerszijden van leidingen A-527-11 A-526 A-525 A-521 en A-527 een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden zoals heien op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd.
,
,
,
,
,
,
,
21
Binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand tot de aardgasleiding zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Indien het incident op grotere afstand van het projectgebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid groter. Vluchten kan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel. ,
Aangezien de planlocatie deels binnen de 100% letaliteitszone van de relevante buisleiding A-521 wordt gerealiseerd en de afstand tot de buisleidingen relatief klein is wordt vluchten bij een calamiteit bemoeilijkt. Echter bedacht dient te worden dat het risico met name bepaald wordt schade aan de leiding als gevolg van (graaf)werkzaamheden. Aangezien de gronden slechts enkele weken (inclusief op- en afbouwwerkzaamheden) voor het evenement gebruikt worden kunnen werkzaamheden in overleg gepland worden zodat deze niet noodzakelijkerwijs tijdens het evenement uitgevoerd moeten worden.
de organisatie op de verzamelplaats; wie zorg draagt voor alarmering. Het ontruimingsplan dient opgesteld te worden in samenspraak met de brandweer. Daarnaast dienen ontruimingsoefeningen te worden gedaan waarbij de frequentie hiervan in overleg met de brandweer kan worden vastgesteld. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen.
,
,
,
Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident gebaseerd op het eerdergenoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de bedrijfshulpverlening inrichten en oefenen op het beschreven scenario interne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen. In het ontruimingsplan (dit maakt onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan) dient onder andere te worden beschreven: wie de organisatie van het evacueren begeleidt; de verantwoordelijkheden; waar de verzamelplaats is; ,
Paaspop
4. 7. 3 Conclusie Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4. 8
Kabels en leidingen
4. 8. 1 Toetsingskader Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Niettemin kunnen sommige ondergrondse leidingen en bovengrondse hoogspanningslijnen een potentieel risico vormen voor de omgeving. De Omgevingswet bevat daarom specifieke regels en instrumenten om dergelijke risico's te voorkomen en te beperken. Zo adviseert het Rijk aan het bevoegd gezag om bij het toelaten van gevoelige gebouwen zoals woningen bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen rekening te houden met de magneetvelden. De magneetvelden zijn mogelijk van invloed op de gezondheid van omwonenden. Voor de regeling omtrent buisleidingen wordt verwezen naar paragraaf 4. 7 Omgevingsveiligheid. ,
,
,
4. 8. 2 Doorwerking projectgebied Door het projectgebied loopt een hoogspanningsverbinding zie figuur 4. 4. Rondom de masten worden hekken geplaatst 25 meter rondom de mast dus met een doorsnede cirkel van 50 meter. ,
Figuur 4. 4 Hoogspanningsverbinding
,
,
22
Deze hekken worden allemaal geaard. Bij één mast loopt door de cirkel van de mast wel een pad waar de campers en caravans doorheen mogen rijden bij in- en uitstroom. Hierin mag echter niet verbleven worden. Ook de buitenlijn hekken van de gehele camping worden geaard. Onder de hoogspanningsdraden blijft een strook van ongeveer 20 meter vrij. Daarin wordt niets geplaatst. De inrichting van de camping is besproken en goedgekeurd door Tennet. 4. 8. 3 Conclusie Vanuit het aspect kabels en leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4. 9
Flora en fauna
4. 9. 1 Toetsingskader De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. Onder Artikel 5.1 lid 1 Ow is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten tevens is onder Artikel 5.1 lid 2 opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. Tenzij anders geregeld in het omgevingsplan waterschap verordening omgevingsverordening of ministeriele regeling. ,
,
,
,
,
In het Bal staat de uitwerking van algemene regels voor activiteiten die rechtstreeks werken waaronder een vergunningplicht voor zogenaamde Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten (hoofdstuk 11 Bal). In dit hoofdstuk zijn tevens de regels voor vergunningsvrije gevallen opgenomen evenals de mogelijkheden tot maatwerk. Indien er geen vrijstelling geldt van de vergunningsplicht dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Onderscheid wordt gemaakt tussen een enkelvoudige of meervoudige aanvraag (in het geval er sprake is van een flora- en fauna-activiteit en een natura 2000-activiteit). ,
Natura 2000-gebieden Om de natuur te beschermen heeft het Rijk regels over activiteiten die een Natura 2000-gebied kunnen benadelen opgesteld. Een activiteit die significant nadele gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied heet een Natura 200-activiteit. Degene die de activiteit verricht moet nagaan of nadelige gevolgen uit te sluiten zijn. Een passende beoordeling dient te worden uitgevoerd (artikel 16.53c Ow). Die beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. In dat geval kan vergunningverlening plaatsvinden (artikel 8.74bBkl). ,
,
,
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in de Omgevingsverordening conform artikel 2.44 lid 4 van de Omgevingswet en artikel 7.6 lid 1 van het Bkl. Vanuit de Omgevingsverordening draagt de provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met omringende agrarisch gebieden te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. ,
,
,
,
,
Houtopstanden en Soortenbescherming De regels voor bescherming van houtopstanden en bomenrijen staan opgenomen in Afdeling 11. 3 Bal. Hierin staat dat het vellen van houtopstanden is beschermd door algemene meldplicht (art. 11. 126 Bal) en herplantplicht (art. 11. 129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are of meer evenals bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. De bebouwingscontour houtkap moet worden aangewezen in het Omgevingsplan (art. 5. 165b Bkl). Tevens is er sprake van specifieke zorgplicht (art. 11. 116 Bal) die geldt ,
Paaspop
vellen van houtopstanden het herbeplanten van grond of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan. ,
Voor de soortbescherming zijn de paragrafen 11. 2. 2 t/m 11. 2. 4 van toepassing hier zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opge,
nomen:
Omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn (11. 2. 2 Bal); Omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn (11. 2. 3 Bal); Omgevingsvergunning andere soorten (11. 2. 4 Bal).
,
,
,
voor het
Getoetst dient te worden of het planvoornemen leidt tot schadelijke handelingen die leiden tot een vergunning plichtig geval. De schadelijke handelingen Vogelrichtlijn zijn opgenomen in artikel 11. 37 van het Bal schadelijke Habitatrichtlijn in artikel 11. 46 Bal en schadelijke handelingen andere soorten in artikel 11. 54 van het Bal. ,
4. 9. 2 Doorwerking projectgebied Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De quickscan is als separate bijlage bijgevoegd. Daarnaast is er aanvullend veldbezoek ten behoeve van roofvogelnesten en holtebomen uitgevoerd. Dit onderzoek (Aanvullend steenuilenonderzoek) en het Ecologisch werkprotocol zijn als separate bijlagen bijgevoegd. De belangrijkste conclusies zijn in deze paragraaf opgenomen. Ecologisch werkprotocol Het ecologisch werkprotocol is als bijlage bijgevoegd. Het ecologisch werkprotocol is gebaseerd op de quickscan flora en fauna en het aanvullend veldbezoek. In het ecologisch werkprotocol zijn de maatregelen opgenomen die genomen worden om overtredingen met betrekking tot beschermde plant- en diersoorten en beschermde natuurgebieden te voorkomen. In het ecologisch werkprotocol is een logboek opgenomen met datum resultaten en advies uitgevoerd onderzoek. Het ecologisch werkprotocol wordt jaarlijks aangevuld naar aanloop van Paaspop. Het ecologisch protocol is altijd aanwezig tijdens de werkzaamheden en ,
,
23
moet op verzoek aan toezichthouders worden getoond. Voorafgaand
de werkzaamheden worden alle betrokken uitvoerende medewerkers mondeling op de hoogte gesteld van de maatregelen die zijn beschreven in ecologisch werkprotocol. aan
,
Roofvogelnesten Binnen het projectgebied zijn enkele nesten aanwezig welke door soorten met jaarrond beschermd nest kunnen worden gebruikt (zie ook bijlage Aanvullend veldonderzoek). Significante verstoring waarbij het broedsucces in het geding komt moet worden voorkomen. Binnen 10 dagen voorafgaand aan de opbouw van het festivalterrein wordt een broedvogelcheck uitgevoerd om het gebruik van de aangetroffen nesten te beoordelen maar ook om nesten van andere broedvogels te lokaliseren. Aan de hand hiervan worden indien nodig aanvullende veldbezoeken uitgevoerd en/of maatregelen genomen om significante verstoring te voorkomen. Dit kan betekenen dat het terrein rond het nest moet worden afgezet (verstoringafstand) of dat het nest afgeschermd kan worden middels doeken. ,
,
,
Steenuil Binnen en rond het projectgebied is geschikt leefgebied voor de steenuil aanwezig. Er gaan geen potentiële nestlocaties verloren. Wel zijn grote delen van het gebied tijdelijk niet of minder geschikt voor de steenuil. In de maanden februari en maart wordt middels 3 gerichte veldbezoeken met minimaal 1 maand tussen het eerste en laatste veldbezoek het gebruik van het festivalterrein in kaart gebracht. ,
,
Indien blijkt dat essentiële onderdelen van het leefgebied van de steenuil verloren gaan welke niet voor de duur van het festival kunnen worden gemist zijn aanpassingen noodzakelijk. Dit kan betekenen dat een of enkele percelen niet gebruikt kunnen en zullen worden gebruikt. ,
,
Vleermuizen Binnen het projectgebied zijn meerdere lanen aanwezig waarbinnen zich bomen met boomholtes bevinden. Deze bieden potentiële verblijfplaatsen aan vleermuizen. Daarnaast is het groen (houtopstanden bomenrijen) geschikt als foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Effecten op deze functies centreren zich met name rond de verlichting en geluid. Met betrekking tot geluid dragen de meest verstorende fre> quenties niet erg ver (20 kHz) waardoor overtredingen redelijkerwijs zijn uitgesloten. Met betrekking tot verlichting wordt het verlichtingsplan zowel tijdens de aanleg als tijdens het evenement opgesteld in overleg met een ter zake kundige ecoloog. Hierdoor worden overtredingen voorkomen en effecten geminimaliseerd. Bever Van de bever is een burcht aanwezig in de Molenheide Loop op ruim 300 meter ten zuiden van het projectgebied. De soort gebruikt het jonge opschot naast de loop als voedselbron. Ook direct ten zuiden van de te realiseren brug is vraat waargenomen. Door de maatregelen ten behoeve van het NNB en de afstand tot de werkzaamheden zijn overtredingen op voorhand uitgesloten. ,
,
,
,
Das Van de das zijn 2 burchten in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig. Eén van de dassenburchten bevindt zich binnen een bosschage aan de Schutskooi de andere in een groenrand op de zuidgrens van het terrein van NGB Midden-Brabant. ,
In de groenrand op de zuidgrens van het perceel van NGB Midden-Brabant is een burcht met minimaal 6 pijpen aanwezig. De bevindt zich op circa 65 meter van de percelen die als parkeerplaats worden gebruikt. Hierdoor vinden er geen werkzaamheden plaats binnen de bufferzone van 50 meter rond burcht. De ingangen naar de burcht komen allen direct op een perceel met grasland uit waarbij enige vorm van dekking ontbreekt. Eventuele verlichting van de parkeerplaats zou voor verstoring kunnen zorgen. Om er voor te zorgen dat deze burcht niet verstoord
word dienen langs de gehele noordwestgrens van de parkeerplaats dranghekken met doek geplaatst te worden om optische verstoring en het uitstralen van licht te voorkomen. Daarnaast dient in een straal van circa 200 meter een faunavriendelijke verlichting te worden gebruikt. ,
,
Binnen de bosschage aan de Schutskooi is een dassenburcht met 9 pijpen gesitueerd. Deze bevindt zich op bijna 200 meter ten noorden van het campingterrein en aansluitend aan een perceel wat als uitwijkmogelijkheid voor parkeren zal worden gebruikt. Om verstoring van de dassenburchten te voorkomen mogen er binnen een straal van 50 meter rond de uitgangen geen werkzaamheden plaatsvinden. Op het terrein worden geen dranghekken of verlichting geplaatst en wordt niet vergraven. Parkeren vindt hier plaatst tussen zonsopkomst en zonsondergang. Het betreft auto’s van caravans welke op de vrijdag geplaatst worden en op de zondag opgehaald. Gezien de situatie is een significante verstoring niet te verwachten. ,
Het project bevat veel kort gemaaid grasland ten behoeve van de functie als festivalterrein. Dit is geschikt voor de das als primair foerageergebied. Er zijn foerageersporen en wissels aangetroffen tussen de burcht en het campingterrein. Er zijn geen duidelijke veelgebruikte wissels binnen het projectgebied aangetroffen. De functie als foerageergebied zal enkele dagen niet mogelijk zijn. Aangezien de functionaliteit van het projectgebied voor de das wordt verbeterd door de maatregelen van Paaspop (het aanhouden van kort gemaaid bemest grasland) is de tijdelijke afname van beschikbaar foerageergebied te verantwoorden. Daarnaast is er voldoende alternatief foerageergebied in de omgeving aanwezig waardoor de tijdelijke afname niet lijdt tot een overtreding. ,
,
,
Paaspop
24
Verlichting ter hoogte van de waterloop wordt enkel met rood licht uitgevoerd en uitstraling van verlichting op de waterloop wordt vermeden. Voor het hele terrein wordt een verlichtingsplan opgesteld waarbij de verlichting zodanig wordt ingericht dat de effecten op de NNB worden geminimaliseerd. Hekwerk wordt zodanig geplaatst dat de bezoekers van Paaspop niet verder het NNB in kunnen. De wandelroute wordt middels vlonders en/of platen bedekt. Hierdoor is er redelijkerwijs geen sprake van verdichting van de bodem. ,
Figuur 4. 5 Locaties van nesten burchten en bomenlanen binnen en rond het plangebied (rood omlijnd) ,
Overige soorten Voor de overige soorten zijn bij voorbaat geen maatregelen noodzakelijk om overtredingen te voorkomen. Verdere onderbouwingen zijn te vinden in de quickscan flora en fauna. NNB Het projectgebied ligt rondom en deels binnen het NNB. Zoals beschreven in de quickscan wordt dit enkel beperkt en tijdelijk gebruikt als looproute waarbij de wezenlijke kenmerken en waarden niet permanent worden aangetast. Wel worden maatregelen genomen om de (tijdelijke) effecten op het NNB ter plaatse te minimaliseren. De beperkte snoeiwerkzaamheden worden buiten het broedseizoen (vóór 15 maart) uitgevoerd. De looproute wordt zo laat mogelijk in de opbouw aangelegd en zo snel mogelijk weer verwijderd. Ter hoogte van de loopbrug over de waterloop wordt de looproute afgeschermd zodat hier geen ongewenste betreding plaatsvindt en om optische verstoring te minimaliseren. ,
De grassige vegetatie herstelt zich redelijkerwijs snel van de tijdelijke bedekking. De betreffende vegetatie is niet betredingsgevoelig. Er vindt hier regelmatig begrazing door runderen plaats. In het zuiden wordt ook een hoekje van het grasland gebruikt als opslag voor twee mestzakken (afvoer van toiletten). Dit betreft een hoek van een perceel van circa 1. 650 m.2 De mestzakken zullen hier enkele dagen liggen. De vegetatie zal hier minimaal last van ondervinden door begrazing vindt hier reeds veelvuldig verstoring van de grasmat plaats. Door de beperkte omvang in ruimte en tijd gaan er geen wezenlijke kenmerken en waarden verloren en vindt er geen verstoring plaats. ,
Daarnaast loopt de ecologische verbindingszone Molenheide Loop door het projectgebied. De ecologische verbindingszone is op de percelen die in eigendom zijn van Waterschap Aa en Maas volledig ingericht. Paaspop doet geen afbreuk aan de mogelijkheden tot inrichten hiervan. De ecologische verbindingszone loopt ook aan de zuidkant van het parkeerterrein. Door de functie van het projectgebied ter plaatse (parkeerterrein) en de tijdelijkheid van het festival zijn externe effecten hier redelijkerwijs uitgesloten.
,
Figuur 4. 6 Projectgebied i. r. t. NNB en ecologische verbindingszone
,
Paaspop
25
Verder beperkt het festival zich tot externe verstoring door met name licht en geluid beide tijdelijke verstoringen. Verlichting gericht op de NNB wordt zoveel mogelijk te worden voorkomen. Het verlichtingsplan wordt met een ter zake kundige ecoloog opgesteld. Een toename van verlichting op de NNB is niet helemaal te voorkomen maar door de tijdelijke aard in combinatie met het minimaliseren van de uitstraling zijn negatieve effecten te voorkomen. ,
,
Er zal eveneens een tijdelijke toename aan geluid zijn binnen de NNB met name aan de zijde van de poppodia. Om overlast bij omwonenden te verminderen worden reeds maatregelen genomen om de effecten hiervan te minimaliseren. Hiervoor geldt eveneens dat deze tijdelijke afname van rust binnen het NNB niet zal leiden tot een permanente aantasting van de kenmerken en waarden omdat het een tijdelijke verstoring betreft. ,
,
Maatregelen Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd als tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden maatregelen worden genomen. Voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Omgevingswet in acht wordt genomen: Om de kenmerken en waarden van het NNB te behouden worden de volgende maatregelen genomen: Het verlichtingsplan wordt opgesteld in samenspraak met een ter zake kundige ecoloog. Er wordt afscherming gerealiseerd tussen het festivalterrein en het NNB door hekwerk met doek te plaatsen. Betreding van het NNB wordt voorkomen door toegangspaden af te sluiten met name langs de Molenheide Loop. ,
De wandelverbinding door de NNB en over de Molenheide Loop wordt zo laat mogelijk gerealiseerd en zo vroeg mogelijk weer verwijderd. Binnen het NNB wordt op rijplaten gewerkt en worden vlonders geplaatst voor de bezoekers. In de winterperiode (bladvrije bomen) dient een inventarisatie naar (roofvogel-)nesten te worden uitgevoerd. Steenuilonderzoek dient jaarlijks geactualiseerd te worden. Binnen 10 dagen voorafgaand aan de opbouw én binnen 10 dagen voorafgaand aan het festival wordt een broedvogelcheck uitgevoerd om vogelnesten te lokaliseren en zodoende passende maatregelen te nemen met betrekking tot verlichting geluid en/of betreding. Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op potentiële verblijfplaatsen opgaand groen en open water vermeden te worden. Een ter zake kundige ecoloog dient bij het verlichtingsplan betrokken te worden. Ten minste de volgende verlichtingsmaatregelen zijn nodig: vleermuisvriendelijke terreinverlichting; verlichting niet gericht op vleermuisverblijfplaatsen bosranden -
,
,
,
en open water.
Binnen 10 dagen voorafgaand aan het tijdelijk dempen van de sloten vindt een controle plaats met betrekking tot Alpenwatersalamander. Indien de te dempen sloten geschikt worden geacht dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd voor de aanwezigheid van Alpenwatersalamander. Ten aanzien van broedvogels dient om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen het eventueel verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. ,
,
De uit te voeren onderzoeken en te nemen maatregelen dienen per festival te worden verwerkt in een ecologisch werkprotocol. 4. 9. 3 Conclusie Met alle omschreven maatregelen en het werken met een Ecologisch werkprotocol leidt de aanvraag niet tot onaanvaardbare effecten voor beschermde plant- en diersoorten en beschermde natuurgebieden. Indien uit enige onderzoeken blijkt dat dergelijke effecten zich onverhoopt toch voor zullen doen worden altijd mitigerende maatregelen getroffen om een overtreding op voorhand te voorkomen. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van natuur en landschap.
4. 10
Stikstof
4. 10. 1 Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben er geen veranderingen plaatsgevonden met betrekking tot de invloed van stikstof op het verlenen van vergunningen voor bouwprojecten. Het beschermingsniveau van Natura 2000-gebieden onder de Omgevingswet wijzigde niet. Wel werd het proces en de vindplaats van de artikelen anders. Dit staat beschreven in artikel 4. 15 van de Omgevingsregeling. Artikel 4. 15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit) 1. Dit artikel is van toepassing op het bepalen van de stikstofdepositie bij het vaststellen of een activiteit door het veroorzaken van stikstofdepositie als een Natura 2000-activiteit moet worden aangemerkt. 2. Op het berekenen van de stikstofdepositie is AERIUS Calculator van toepassing.
,
In de memorie van toelichting bij dit artikel wordt verder stilgestaan bij de betekenis van dit artikel. Met de AERIUS-berekening wordt gekeken of het veroorzaken van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige habitat in en Natura 2000-gebied een significant effect kan hebben. Het gaat dan uiteraard uitsluitend om habitats die in het kader van artikel 6
,
Paaspop
26
derde lid habitatrichtlijn relevant zijn namelijk typen natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten waarvoor in het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd en die stikstofgevoelig zijn. Instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd voor de habitats of soorten die worden genoemd in bijlage I of II habitatrichtlijn en die in niet-verwaarloosbare mate in het gebied voorkomen. Daarnaast worden instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de leefgebieden van vogels als bedoeld in artikel 4 van de vogelrichtlijn. ,
,
Dit artikel is een voortzetting van het voorheen geldende artikel 2. 1 Regeling natuurbescherming. 4. 10. 2 Doorwerking projectgebied De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn ‘Vlijmens Ven Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’. Deze gebieden zijn gelegen op een afstand van respectievelijk 8 km en 115 km van het projectgebied. ,
,
4. 11
Trillingen
4. 11. 1 Toetsingskader Trilling kan nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving bijvoorbeeld door schade aan gebouwen te veroorzaken en het welzijn van gebruikers daarvan. De Omgevingswet beschermt daarom (delen van) gebouwen en de mensen die daarin verblijven tegen trillingen van activiteiten. De aanwijzing van trilling gevoelige gebouwen staat in artikel 5. 80 Bkl. Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie onderwijsfunctie gezondheidszorgfunctie bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en de bijbehorende nevengebruiksfuncties. ,
,
,
,
Er zijn verschillende soorten trillingen met verschillende bronnen. De Omgevingswet maakt bij de instructieregels over trillinghinder door activiteiten onderscheid tussen: Continue trillingen (trillingen die gedurende een lange tijd aanwezig zijn door bijvoorbeeld machines of druk wegverkeer) Herhaald voorkomende trillingen (kortdurende trillingen die periodiek voorkomen door bijvoorbeeld treinverkeer) ,
,
De aanleg- en gebruiksfase vinden binnen eenzelfde jaar plaats en zullen vervolgens jaarlijks worden herhaald. Derhalve zijn deze opgenomen in een enkele AERIUS-berekening. De berekening is inclusief notitie opgenomen in de bijlagen van onderhavige ruimtelijke motivering. Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat er bij de aanleg- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 000 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. ,
4. 10. 3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van stikstof.
Bronnen van trillingen zijn verkeer over de weg of het spoor machines in de industrie en bouw- en sloopactiviteiten. Deze bronnen veroorzaken een trilling die voelbaar is in gebouwen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de vloer en de wanden. Trillingen kunnen op grote afstand hinder of schade opleveren. ,
In beginsel moet binnen een afstand van 100 meter van het spoor het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In het geval van industriële activiteiten is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan weerszijden van de activiteit. Buiten deze zones treden bijna nooit goed voelbare trillingen op.
4. 11. 2 Doorwerking projectgebied Het planvoornemen maakt geen nieuw trilling gevoelig gebouw mogelijk. Daarnaast is het projectgebied op verder dan 250 meter van het spoor gelegen. Hinder door trillingen is daarmee redelijkerwijs uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 4. 11. 3 Conclusie Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4. 12
Weging van het waterbelang
4. 12. 1 Toetsingskader De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 20222027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. ,
,
Onder de Omgevingswet is het wettelijk verplicht om in het kader van het Bkl artikel 5.37 lid 1 een “weging van het waterbelang” uit te voeren. Naast het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerders bij de planvorming kunnen initiatiefnemers online middels de digitale watertoets ,
,
,
,
Paaspop
,
27
nagaan
of hun ruimtelijk plan voldoende rekening houdt met de waterbe-
langen. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale
de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Waterschapsverordening legger communicatie en stimuleringsmiddelen. ,
,
,
Waterschapsverordening De Waterschapsverordening omvat samen met de Omgevingswet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit waterkwaliteit en waterveiligheid. De Waterschapsverordening is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. ,
watersysteem.
2.
Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig robuust veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. ,
,
,
3.
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; ,
,
Paaspop
Legger
De Waterschapsverordening verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Waterschapsverordening vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangege,
ven.
4. 12. 2 Doorwerking projectgebied Het projectgebied is agrarisch gebied en deze functie zal worden behouden. Binnen het projectgebied wordt het mogelijk om 1 keer per jaar de gronden te gebruiken ten behoeve van Paaspop. Een tijdelijke loopbrug is voorzien over de ecologische verbindingszone in het projectgebied. Zie hiervoor paragraaf 2. 2. Het gaat hier om een tijdelijke voorzieningen. De effecten voor de waterhuishouding etc. zullen zeer beperkt zijn. Het regenwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. Het afvalwater zal gedoseerd worden afgevoerd via het gemeentelijk rioleringssysteem.
Op basis van de Waterschapsverordening (paragraaf 2.1.22 artikel 2. 114) geldt een vergunningsplicht voor de tijdelijke loopbrug. Voor het plaatsen van de tijdelijke brug wordt een permanente vergunning aangevraagd bij het waterloket via 073 61 58 333 of info @aaenmaas.nl. ,
4. 12. 3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van water.
4. 13
Archeologische , landschaps- en cultuurhistorische waarden
4. 13. 1 Toetsingskader De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is. Op basis daarvan wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opgenomen. Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed cultuurlandschappen archeologische monumenten gebouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. ,
,
,
Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de provinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten en wat wil men (of moet men) daarvan beschermen. Daarbij wordt rekening gehouden met ,
28
de instructieregels in de artikelen 5. 130 en 5. 131 van het Bkl en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Bal (rijksmonumenten en werelderfgoed).
In het projectgebied worden geen activiteiten verricht die invloed kunnen hebben op de archeologische waarde en wordt nergens dieper dan 30 cm de grond in geroerd.
Provincies en gemeenten worden daarbij ondersteund door specialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries werken mee met de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en ontwikkelen kennis en informatie voor medeoverheden. Het Bkl het Bal en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen samen bevatten wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de belangenafweging.
4. 13. 3 Landschapswaarden Het projectgebied is in het vigerende bestemmingsplan grotendeels bestemd voor ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschap’ gedeeltelijk voor ‘Natuur’ en aangeduid met: ‘wro zone– esdek’; ‘wro- zone - historische verkavelingsstructuren’; ‘wro-zone – omgevingsvergunning groenblauwe mantel’. Ter plaatse van deze aanduidingen wordt volgens het bestemmingsplan gestreefd naar behoud herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische landschappelijke en natuurwaarden.
,
,
,
4. 13. 4 Cultuurhistorische waarden Op grond van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ geldt dat (delen van) het projectgebied aangeduid zijn met de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle gebieden’ en ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle elementen’. ,
Artikel 37 van bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ bevat de regels voor de gebieden met ‘Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle elementen’. De aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het behoud beheer en versterking van de cultuurhistorisch waardevolle elementen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Volgens artikel 6.1.2 sub j onder 1 van het vigerende bestemmingsplan richt de bestemming zich ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone – omgevingsvergunning historische verkavelingsstructuren' tevens op het in stand houden van de karakteristieke verkaveling (langgerekte percelen) het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle karakteristieken van de kampontginning voor zover aanwezig worden binnen de kamp het slotenpatroon verkavelingspatroon en de paden beschermd voor zover aanwezig worden aan de rand van de kamp de wegen voorpootstroken sloten en karakteristieke opgaande beplanting beschermd en de bestemming richt zich tevens op het waarborgen van de herkenbaarheid van de historische ontginningslijnen in het landschap. Het aanbrengen van onomkeerbare veranderingen aan verkavelingsstructuren het slotenpatroon en paden is niet aan orde en maakt geen onderdeel uit van de aanvraag.
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
4. 13. 2 Archeologie De in het bestemmingsplan Landelijk gebied voor ‘Waarde - Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Het wijzigen van het omgevingsplan voor het projectgebied heeft geen effect op de archeologische waarden.
Uit artikel 37. 1. 2 van dit bestemmingsplan volgt dat de cultuurhistorische elementen als bedoeld in 37. 1. 1 betreffende de elementen die zijn opgenomen in de cultuurhistorische waarderingskaart zoals deze is opgenomen in Bijlage 6 bij het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ en zijn aangeduid als landschapselement zeer hoog en/of hoog zijn. De waardering van deze elementen is gebaseerd op het rapport Tussen Aa-dal en Rooise heide zoals dat als Bijlage 4 bij het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ bij de regels is opgenomen. Figuur 4. 7 bevat de uitsnede van de Cultuurhistorische Waarderingskaart zoals opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ in het rapport Tussen Aa-dal en Rooise heide. ,
,
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet en voor zover betrekking hebbend op de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ dus in de grond te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken.
,
,
Artikel 37. 2. 4 van bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ bevat omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden binnen het gebied met de aanduiding ‘Waarde – Cultuurhistorische waardevolle elementen’. Voor de in dit artikel genoemde werkzaamheden is een nadere afweging nodig om te bepalen of de betreffende waarden geen onevenredige aantasting van de genoemde waarden veroorzaken. ,
,
Paaspop
Het gaat om de volgende werken / werkzaamheden: het aanbrengen van (half)verhardingen; het rooien of vellen van houtgewas;
29
afgraven vergraven ophogen en egaliseren van de bodem; graven of dempen van sloten; verwijderen van perceelsrandbeplanting; diepwoelen en diepploegen; het verwijderen van wegen of paden. ,
Artikel 39. 2. 4 van dit bestemmingsplan bevat omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden binnen het gebied met de aanduiding ‘Waarde – Cultuurhistorische waardevolle gebieden’. Het gaat om de volgende werken / werkzaamheden: het aanbrengen van (half-)verhardingen; het rooien of vellen van houtgewas; afgraven vergraven ophogen en egaliseren van de bodem; graven of dempen van sloten; verwijderen van perceelsrandbeplanting; aanleggen van paden; wijzigen van perceels- of kavelgrenzen; het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde houtopstanden; het verwijderen van wegen of paden.
,
,
,
Uit de kaart in bijlage 4 volgt dat de te beschermen waarden in het projectgebied kampontginningen met plaatselijk essen droge halfopen kampontginning met bebouwing en jonge heide broekontginning open regelmatige jonge broekontginning zijn. Zie figuur 4. 8. ,
,
Voor andere activiteiten geldt geen omgevingsvergunningsplicht. Dit impliceert dat andere werken / werkzaamheden geen onevenredige aantasting van de waarden veroorzaken. Paaspop voert geen werken/werkzaamheden uit die omgevingsvergunningplichtig zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan noch hebben de activiteiten op een andere manier negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. De snoeiwerkzaamheden van de wilgen ter plaatse van de tijdelijk loopbrug is geen werk/werkzaamheden die valt onder de omgevings-vergunningplichtige werk/werkzaamheden. Er is geen sprake van het rooien of vellen van houtgewas of het verwijderen van perceelsrandbeplanting. ,
Figuur 4. 8 Cultuurhistorische Waardenkaart: te beschermen waarden
Artikel 39 van bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’ bevat de regels voor de gebieden met ‘Waarde – Cultuurhistorische waardevol gebied’. Artikel 39. 1. 2 van dit bestemmingsplan verwijst – op gelijke wijze als het zojuist besproken artikel 37. 1. 2 – naar bijlagen 6 en 4 bij bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Herijking’. ,
Figuur 4. 7 Cultuurhistorische Waardenkaart
Paaspop
,
30
Van een (onevenredige) aantasting van de cultuurhistorische waardevolle gebieden en elementen is om die reden geen sprake. Bij de inrichting van de camping wordt rekening gehouden met verkavelingsstructuur van de percelen. De camping is met hekwerk omsloten. De bezoekers worden op een logische wijze van de camping naar het Paaspopterrein geleid waarbij rekening wordt gehouden met de paden sloten houtsingels etc. Campingbezoekers kunnen hierdoor niet buiten de wandelroute komen en zich niet vrij door het gebied bewegen. ,
,
,
,
,
,
4. 13. 5 Conclusie De aanvraag leidt niet tot een onevenredige aantasting van landschaps- cultuurhistorische- of archeologische waarden doordat de aanvraag niet leidt tot onomkeerbare veranderingen en daarmee geen aantasting van de waarden plaatsvindt in het projectgebied. Vanuit het aspect cultuurhistorie en archeologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. ,
4. 14
,
,
Lichthinder
4. 14. 1 Toetsingskader Er zijn diverse locaties met kunstmatige verlichting waaronder (autosnel)wegen woonkernen industrie- en bedrijventerreinen glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Deze verlichting kan verschillende negatieve effecten veroorzaken voor zowel mens als dier. Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het verminderen van de donkerte op grotere afstanden zoals het zichtbaar zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilometer en boven zee tot maximaal 15 kilometer. ,
,
,
Gemeenten beschikken over verschillende instrumenten om lichthinder te voorkomen. Ze kunnen zelf beslissen of lichthinder verstoring door licht en horizonvervuiling thema’s zijn die moeten worden opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. In bepaalde gebieden kan het van belang zijn om deze aspecten op te nemen in de omgevingsvisie bijvoorbeeld rond lichtgevoelige natuurgebieden kassengebieden grootschalige bedrijventerreinen of sportcomplexen. De visie kan beleid bevatten om lichthinder verstoring of horizonvervuiling tegen te gaan.
,
,
,
,
4. 15
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
Duurzaamheid is een belangrijk bepalend thema voor Paaspop en haar bezoekers crew en leveranciers. De Stichting Paaspop streeft dan ook naar een duurzaam festival in alle aspecten binnen de reële mogelijkheden. Dit betreft zonder volledig te zijn energiegebruik (de eerste stappen in elektrificatie zijn gezet) op het festival materiaalgebruik (podia inrichting drankbekers) eten/drinken schoonmaak vervoerswijze bezoekers en crew (stimuleren fiets OV deelvervoer) en geen onnodig drukwerk. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Lichthinder is ook een aspect dat wordt meegewogen in het gemeentelijke omgevingsplan vanuit het oogpunt van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Gemeenten kunnen zelf beslissen of ze regels willen stellen ter voorkoming van lichthinder en verstoring van de natuur in het omgevingsplan. Bij de beoordeling van lichthinder voor mensen maken gemeenten bijvoorbeeld een afweging tussen maatschappelijke belangen (zoals veiligheid op straat of bruikbaarheid van sportvelden) en hinderbeleving. ,
4. 14. 2 Doorwerking projectgebied Bij Paaspop zal gebruik worden gemaakt van lichten die mogelijk overlast kunnen veroorzaken voor omwonenden en flora en fauna. Er is echter sprake van een tijdelijke situatie (enkele dagen per jaar) waardoor omwonenden geen structurele overlast zullen ervaren. Verlichting ter hoogte van de waterloop wordt enkel met rood licht uitgevoerd en uitstraling van verlichting op de waterloop wordt vermeden. Voor het hele terrein wordt een verlichtingsplan opgesteld waarbij de verlichting zodanig wordt ingericht dat de effecten op de NNB worden geminimaliseerd. Een toename van verlichting op de NNB is niet helemaal te voorkomen maar door de tijdelijke aard in combinatie met het minimaliseren van de uitstraling zijn negatieve effecten te voorkomen. ,
,
,
,
Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen. Het Bkl bevat daarom geen rijksinstructieregels voor lichthinder met uitzondering van rijksregels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen opgenomen in artikel 4. 790 van het Bal. ,
,
Paaspop
4. 14. 3 Conclusie Vanuit het aspect lichthinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
31
5
Maatschappelijke verantwoording
Een groot festival als Paaspop heeft uiteraard effecten op de omgeving met onder andere veel extra verkeer (auto’s fietsen logistiek bussen) een tijdelijke camping en parkeerplaatsen. Paaspop hecht grote waarde aan het samen met de omwonenden kijken hoe het festival voor iedereen zo goed mogelijk past. Deze omwonenden zijn verenigd in de Buurtcommissie Paaspop. De continue dialoog/communicatie met buurtbewoners kent vele vormen waarvan de belangrijkste zijn: jaarlijks diverse bijeenkomsten; diverse nieuwsbrieven (print digitaal); een digitaal communicatieplatform; een ‘huiskamer’ voor buurtbewoners voorafgaand aan het festival; eigen contactpersonen bij Paaspop; regelmatig overleg met een vertegenwoordiging van omwonenden in de vorm van een werkgroep. De Buurtcommissie Paaspop heeft recent een zogenaamde ‘Waardebeschrijving Paaspop in de Molenheide’ opgesteld. Deze beschrijving is als input gebruikt voor deze Toekomstvisie. ,
,
,
,
,
,
,
Met de Buurtcommissie is overleg gevoerd over een belangrijke handhavingskwestie. Dit leidde tot een akkoord en uitvoeringsafspraken tussen Stichting Paaspop gemeente Meierijstad en Stichting Molenheide Optima Forma. Belangrijke uitdagingen in dat kader zijn o. a. : verbeteren afspraken en acties; verbeteren veiligheid en bereikbaarheid; duidelijkheid over (ambities) duur en intensiteit Paaspop inclusief de opbouw- en afbouwperiode (maximaal twee maanden totaal); verbeteren communicatie. ,
,
Paaspop heeft op basis van de input vele verbeterpunten opgesteld en geïmplementeerd. Daarnaast is door Paaspop een uitgebreid communicatieplatform ontwikkeld om continue in gesprek te blijven met buurtgenoten. Dit omvat onder andere een speciale website met alle actuele en relevante informatie. Voorafgaand aan het festival wordt voor omwonenden een ‘huiskamer’ met koffie en thee ingericht op het festivalterrein. Omwonenden kunnen daar terecht voor informatie ophalen van doorrijdkaarten etc. Voor de presentatie van het mobiliteitsplan wordt een aparte avond georganiseerd. Een zeer belangrijk uitgangspunt voor omwonenden is de status (rechtszekerheid) en het doelmatig regelen van Paaspop in het omgevingsplan (“wat hoort daarbij en wat niet”). ,
De Toekomstvisie is gepresenteerd aan de Buurtcommissie (24 juni 2024) en vervolgens is de aangepaste versie nog een keer besproken met de Buurtcommissie (17 september 2024). Op 29 oktober 2024 is een inloopavond georganiseerd. Voor de inloopavond waren omwonenden uitgenodigd. Het gaat hierbij om een adressenbestand van ruim 250 adressen. Voorafgaand aan de inloopavond is de Toekomstvisie gepubliceerd op het digitale communicatieplatform. Tijdens de inlooploopavond konden er vragen gesteld worden aan medewerkers van Paaspop en BRO. Ook was er ambtelijke vertegenwoordiging vanuit de gemeente Meierijstad. De inloopavond is goed bezocht. Niet iedereen heeft de presentielijst ondertekend 36 mensen hebben dat wel gedaan. ,
Een verslag van de inloopavond is opgenomen in de bijlagen. De meeste vragen gingen over het Mobiliteitsplan en hadden geen consequenties voor de Toekomstvisie of wijzigingen van het omgevingsplan. Tijdens de inloopavond werd geconstateerd dat de camping en de parkeerplaatsen niet waren gekoppeld aan Paaspop. Dit zou betekenen dat dit altijd toegestaan is. In de Toekomstvisie is dit aangepast en dit is ook zo vertaald naar de regels.