CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlageboek BP Hezelstraat-Den Uil Erp

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Hezelstraat/Den Uil' Erp22.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4568817100

1228682

keramiek

4568817100

1228682

keramiek

4568817100

1228682

keramiek

4568817100 4568817100

1228682 1228682

keramiek keramiek

4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100

1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228682 1228785 1228785 1228785 1228785

keramiek keramiek keramiek keramiek dierlijk bot dierlijk bot glas glas glas glas leisteen keramiek keramiek keramiek keramiek

4568817100 4568817100

1228785 1228785

keramiek keramiek

4568817100 4568817100

1228785 1228785

keramiek keramiek

roodbakkend geglazuurd:kom roodbakkend geglazuurd:vergiet knikker steengoed geglazuurd steengoed geglazuurd steengoed geglazuurd:kan - Akens steengoed geglazuurd:kan Frechen steengoed geglazuurd:kan Raerens steengoed geglazuurd:kan Westerwalds steengoed geglazuurd:kan Westerwalds steengoed geglazuurd:kom steengoed geglazuurd:mineraalwaterfles tegel witbakkend geglazuurd aardewerk witbakkend geglazuurd:grape witbakkend geglazuurd:grape bot - rund bot - rund gekleurd glas kelk fles vensterglas daklei aardewerk, handgevormd aardewerk, ondetermineerbaar bolpot Brunssum-Schinveld geelwit aardewerk Elmpt:pot, bolvormig witbakkend geglazuurd:beker industrieel wit industrieel wit (Maastrichts) kogelpot 46

Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Vroeg Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Midden Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Laat Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Laat

Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden

Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden Late Middeleeuwen B Late Bronstijd Neolithicum Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen D

Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Romeinse Tijd Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen D Late Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen A Nieuwe Tijd Midden

Late Middeleeuwen A Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden Vroege Middeleeuwen C

Nieuwe Tijd Laat Vroege Middeleeuwen C

4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100 4568817100

1228785 1228785 1228785 1228785 1228785 1228785 1228785 1228785

keramiek keramiek keramiek keramiek keramiek keramiek keramiek keramiek

Vroege Middeleeuwen D Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen D Nieuwe Tijd Midden Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen D Late Middeleeuwen B

Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen A Nieuwe Tijd Midden Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen B

Late Middeleeuwen B

Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Laat

Nieuwe Tijd

Nieuwe Tijd

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden

Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Vroeg

Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Midden

Nieuwe Tijd Midden

keramiek dierlijk bot

kogelpot kogelpot kogelpot Paffrath pijp Pingsdorf geelwitbakkend Pingsdorf geelwitbakkend roodbakkend geglazuurd aardewerk roodbakkend geglazuurd aardewerk roodbakkend geglazuurd aardewerk roodbakkend geglazuurd aardewerk roodbakkend geglazuurd aardewerk roodbakkend geglazuurd:bord Nederrijns steengoed geglazuurd steengoed geglazuurd:kan Raerens steengoed geglazuurd:voorraadvat Andenne bot

4568817100

1228785

keramiek

4568817100

1228785

keramiek

4568817100

1228785

keramiek

4568817100

1228785

keramiek

4568817100

1228785

keramiek

4568817100 4568817100

1228785 1228785

keramiek keramiek

4568817100

1228785

keramiek

4568817100 4568817100 4583501100 4608555100 4609243100 4615407100 4617643100 4633195100 4649858100

1228785 1228785

Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen A

1158086

aardewerk

grijsbakkend gedraaid aardewerk

Late Middeleeuwen B

Late Middeleeuwen B

1183644

keramiek

Nieuwe Tijd Vroeg

Nieuwe Tijd Midden

1183644 1183644 1183644 1183644

keramiek glas keramiek keramiek

roodbakkend geglazuurd aardewerk witbakkend geglazuurd aardewerk onbekend grijsbakkend gedraaid:kan steengoed Raerens kruik

4649858100 4649858100 4649858100 4649858100

Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Midden Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen B

Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Vroeg

47

4649858100 4649858100 4699308100 4699892100 4713482100 4723048100 4746539100 4749090100 4749099100 4888598100 4888605100

1183644 1183644

metaal lood

onbekend kogel

onbekend Nieuwe Tijd Vroeg

onbekend Nieuwe Tijd Midden

1187179

menselijk bot

bot

Nieuwe Tijd Laat

Nieuwe Tijd Laat

48

Bijlage 3: Boorbeschrijvingen

textuur code Z… …s1

omschrijving zand licht siltig

kleur

mediaan zandfractie

interpretatie

code mf zf

code xx eer vdz

omschrijving matig fijn zeer fijn

omschrijving recente verstoring eerddek verspoeld dekzand

humus/grind

code

omschrijving

code

omschrijving

planten

br ge gr or wi

bruin geel grijs oranje wit

g1 h1 h2

licht grindig licht humeus matig humeus

code ldw pr pr1

l…

licht

code

omschrijving

d…

donker

Fe1 Fe2

code pu1

omschrijving enkele puinspikkels

aard gr code

omschrijving

fmn1 lgegr

enkele ijzeroxidevlekjes ijzeroxidevlekjes enkele ijzeroxide- en mangaanvlekjes licht geelgrijze vlekken

ob rb

ab di ge

abrupt diffuus geleidelijk

brgr lbrgr br dbr

bruingrijze vlekken licht bruingrijze vlekken bruine vlekken donkerbruine vlekken

hk1 ker

oranje baksteen rood baksteen enkele houtskoolspikkels keramiek

omschrijving licht doorworteld plantenresten enkele plantenresten

vlekken

49

overige bestanddelen

4

5

10,47 10,17 10,12 9,82 10,87 10,72 10,47 10,37 10,27 10,17 9,87 10,99

ab ab di

lgegr lgegr wigr

zs1 zs1 zs1

mf zf zf

di ab di di ge

brgr brgr brgr brgr lgegr lgegr

zs1 zs1 zs1 zs1 zs1 zs1

mf mf mf mf mf zf

h2 h2 h2 h2

brgr

zs1

mf

h2

15 30 35 50 55 80 90 0 40 60 75 90 0 40

15 5 15 5 25 10

10,84 10,69 10,64 10,49 10,44 10,19 10,09 11,05 10,65 10,45 10,3 10,15 11,17 10,77

ab ab ab ab ge di

dbrgr lgegr dbrgr lgegr lgegr lor

zs1 zs1 zs1 zs1 zs1 zs1

mf mf mf zf zf mf

h2

di ab ge

brgr brgr lgegr lgegr

zs1 zs1 zs1 zs1

mf mf zf zf

h2 h2

ab

dbrgr brgr

zs1 zs1

mf mf

h2 h2

15 25 10 10 10 30 15

40 20 15 15 40 15

fe1 brgr fe1

Cg Cg C

lbrgr lgegr

A A A Ag Cg C

fe1 lgegr fe1 br

lgegr

fe1 dbrgr h2 fe1 g1 lgegr fe1 fe1

lgegr fe1 50

A A

ldw pr

steenkool pu1rb

xx eer dza dza dza

verkoold dw pr1 pu1 rb

A A Ag A Cg C C

pr1

A Ag Cg C

ldw pr1 pr1

A Ag

ldw

xx xx eer eer vdz vdz

xx steenkool leisteen pu1 ob eer eer pu1 ob eer vdz vdz vdz

hk1

pu1 rb plastic pu1 rb steenkool

lithologie

kleur

opmerkingen

30 5 30

lgegr

interpretatie

40 70 75 105 0 15 40 50 60 70 100 0

h2 h2

overige bestanddelen

mf mf

plantenresten

zs1 zs1

horizont

brgr brgr

vlekken

10,87 10,77 ab

grindgehalte

humusgehalte

10 30

mediaan zandfractie

0 10

aard gr

m +NAP

3

dikte

2

bovengrens (mv)

boring 1

xx eer dza dza xx eer

bovenin humuslaagje zwak lemig

zwak lemig

10 5 35

10,62 di 10,52 ge 10,47 ge 10,12

dge ge lgegr

zs1 zs1 zs1

mf mf zf

0 50 90

50 40

11,07 10,57 ab 10,17

dbrgr lgegr

zs1 zs1

mf zf

fe1 brgr fe2 fmn1

Cg Cg Cg

fe2 mn1

A Cg

h2 g1

51

vdz vdz vdz

ldw

leisteen ker steenkool

eer vdz

opmerkingen

interpretatie

overige bestanddelen

plantenresten

horizont

vlekken

grindgehalte

humusgehalte

mediaan zandfractie

lithologie

kleur

aard gr

m +NAP

dikte

bovengrens (mv)

boring 6

55 65 70 105

52

53

Bijlage 5 Quickscan flora en fauna

NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01

Pagina: 87 van 371

Datum:06-09-2021

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’ Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

<Status>

titel rapport Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’ datum 23 september 2020 projectnummer P03434 opdrachtgever Versteegden Vastgoed B.V. BRO Projectleider JR Projectteam MvdS, NL, RdM bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 9 10 10 10 10 11

5

Conclusie Aanbevelingen

12 12

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

13 14

woensdag 23 september 2020

2

1 Inleiding

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een 8-tal seniorenwoningen aan de Hezelstraat te Erp, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 16 september 2020 tussen 11.00 – 12.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 19°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een noordenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

woensdag 23 september 2020

3

2 Planbeschrijving

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen in de kern van Erp, tussen de Hezelstraat en Den Uil . In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een braakliggend perceel met een totaal oppervlakte van ca. 3.620 m2. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens een 8-tal grondgebonden seniorenwoningen te realiseren binnen het plangebied. Het zal zes twee-onder-een-kapwoningen en twee vrijstaande woningen betreffen. Tevens zal de Hezelstraat worden verbreed. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

woensdag 23 september 2020

4

2 Planbeschrijving

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

Figuur 5: Detailopname van de aanwezige vegetatie

Figuur 6: Plangebied gezien vanuit het noordwesten, vanaf de Hezelstraat

Figuur 4: Plangebied gezien vanuit het noordoosten, vanaf Den Uil

Figuur 7: Plangebied gezien vanuit het westen, vanaf de Hezelstraat

woensdag 23 september 2020

Figuur 8: Plangebied gezien vanuit het zuidoosten, vanaf Den Uil

Figuur 9: Plangebied gezien vanuit het zuidwesten, vanaf de Hezelstraat 5

3 Toetsing gebiedsbescherming

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Mariapeel”, bevindt zich op circa 19 kilometer afstand ten zuidoosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. De Handreiking woningbouw en AERIUS (Rijksoverheid, januari 2020) geeft een indicatieve stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar tijdens zowel gebruik en aanleg van 50 of minder woningen op een afstand van 7 kilometer.

Aan de hand van dit gegeven is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten.

woensdag 23 september 2020

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Figuur 10: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 35 meter ten oosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

6

3 Toetsing gebiedsbescherming

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

woensdag 23 september 2020

7

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

woensdag 23 september 2020

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

woensdag 23 september 2020

Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen in de heg op de erfgrens tussen het plangebied en Hezelstraat 11 mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek zijn tevens huismussen in deze heg waargenomen. Het betreft hier echter geen essentieel leefgebied voor de huismus, daar er in de directe omgeving van het plangebied voldoende alternatief groen aanwezig is. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Indien de heg op de erfgrens tussen het plangebied en Hezelstraat 11 verwijderd gaat worden, kunnen er nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden.

Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, bosvleermuis en watervleermuis. Op het terrein is geen bebouwing of boom aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort worden uitgesloten. Er is tevens geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Daar er geen bebouwing of boom aanwezig is binnen het plangebied, kan de aanwezigheid van rust- of verblijfplaats worden uitgesloten. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, konijn en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tij-

9

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

dens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, boommarter, steenmarter en eekhoorn voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het relatief monotone habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de bunzing en wezel. Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten in de grond aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor boommarter of steenmarter. Tevens is het plangebied niet geschikt voor eekhoorn, gezien het ontbreken van bomen.

De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de

woensdag 23 september 2020

zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde rugstreeppad, knoflookpad, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het

Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van iepenpage, beekrombout en gevlekte witsnuitlibel. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

10

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’ Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als kruipend moerasscherm en ruw parelzaad. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

woensdag 23 september 2020

11

5 Conclusie

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

5

Conclusie

Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Het onderdeel houtopstanden is bij dit plan niet aan de orde. 

Ten aanzien van broedvogels dient het eventueel verwijderen van de heg op de erfgrens tussen het plangebied en Hezelstraat 11 buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen.

woensdag 23 september 2020

Aanbevelingen Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nesten verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort. Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

12

6 Samenvatting

Quickscan flora en fauna ´Hezelstraat´ te ‘Erp’

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 19 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 35 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Het eventueel verwijderen van de heg op de erfgrens tussen het plangebied en Hezelstraat 11 dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

woensdag 23 september 2020

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=3e783d43-62cc-420a-a6a6-bfeed7f8ef59