3. Bijlageboek BP Hezelstraat-Den Uil Erp
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Hezelstraat/Den Uil, Erp Bijlagenboek
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Betreffende
Bijlagen bestemmingsplan Hezelstraat/Den Uil, Erp
Planstatus
ontwerp
Projectnummer
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Datum
6 september 2021
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Verkaveling Hezelstraat
6
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan
8
Bijlage 3
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling
21
Bijlage 4
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
33
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
87
Bijlage 6
Waterparagraaf
104
Bijlage 7
Bodemrapportage
116
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek industrielawaai
187
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en besluit Hogere Waarde
277
Bijlage 10
Stikstofonderzoek
356
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Pagina: 3 van 371
Datum:06-09-2021
Bijlagen bij toelichting
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Pagina: 5 van 371
Datum:06-09-2021
Bijlage 1 Verkaveling Hezelstraat
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Pagina: 6 van 371
Datum:06-09-2021
1793 278-E-1793 Opp = 415 M2
1789 278-E-1789 Opp = 430 M2
1478 278-E-1478 Opp = 393 M2
1766 278-E-1766 Opp = 297 M2
1371 278-E-1371 Opp = 430 M2
1378 278-E-1378 Opp = 660 M2
1 12 5
Opp = 315 M2
278-E-1792
1792
34
1499
1376 278-E-1376 Opp = 200 M2
m² 22 .82
278-E-1499 Opp = 450 M2
11
N
1817 278-E-1817
1377 278-E-1377 Opp = 19 M2
278-E-1474 Opp = 2040 M2
1474
C type gel B pie typegel s spie
Uil ETG S-VO FIET
type ype C t
Opp = 2375 M2
B E ROUT GERS AN
5
pe ty
ge l ra ee g a io n t op
1815
278-E-1815 Opp = 1030 M2
type
1816
278-E-1816
ge l ra ee g a tio n p ge lo ra ee g a tio n op
Opp = 215 M2
1690
278-E-1690
7
B pe el ty ieg B sp A pe el ty ieg sp
46
5
Hezelstraat
23
48
Opp = 60 M2
Den
1369 278-E-1369 Opp = 1800 M2
18
A 22
² 48 .1m =2 O PP
20
6 -2 24
=2 O PP
3 0A -1 10
1358
278-E-1358 Opp = 640 M2
1359
278-E-1359 Opp = 320 M2
1689
278-E-1689 Opp = 150 M2
O PP
=2
² 37 .0m O
² 84 .2m
TS -V OE TG AN GE RSR OU TE F IE
² 83 .5m PP =2
=3
² 05 .2m O PP
² 25 .1m =2 O PP
=2 O PP ² 73 .8m =2 O PP
² 25 .5m =3 O PP
1802 278-E-1802 Opp = 125 M2
1381
278-E-1381 Opp = 272 M2
1368
278-E-1368
138 278-
Opp
1382
278-EOpp =
SITUATIE
20m
KADASTRALE GEMEENTE ERP
15m
SCHAAL 1/500
SECTIE E | PERCEEL 1817
10m
1/500
5m
:
9 juli 2021
0m
schaal
:
Cruijgenstraat 21 5469 BS Erp T 0413 211758 E info@vanhoutumarchitecten.nl I www.vanhoutumarchitecten.nl
Versteegden Holding bv Bussele 26 5469 DT Erp
datum
:
1535
getekend : AANVRAGER
Het bouwen van 8 seniorenwoningen aan Hezelstraat te Erp.
0413 212113 info@versteegden.nl
PLAN
werknr.
Alle opdrachten worden uitsluitend uitgevoerd onder toepasselijkheid van de Standaardvoorwaarden De Nieuwe Regeling 2011 Rechtsverhouding opdrachtgever - architect, ingenieur en adviseur (DNR 2011). DNR 2011 is
gedeponeerd ter griffie bij de rechtbank te Amsterdam onder nummer 78/2011/nummer 56/2013. Deze tekening mag zonder onze toestemming niet worden vermenigvuldigd of aan derden ter inzage worden gelegd.
12 14
9 22
ge g a ra ne e l o o pti
A 7 11
Bijlage 2 Beeldkwaliteitplan
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Pagina: 8 van 371
Datum:06-09-2021
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp Gemeente Meierijstad
colofon
projectnaam Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp datum donderdag 1 april 2021 projectnummer P03434 opdrachtgever Hezelstraat B.V. BRO projectleider JR projectteam BC bron kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Succes komt als je het lef hebt ergens aan te beginnen.” Mansal
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel beeldkwaliteitplan 1.3 Juridische uitvoerbaarheid 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4 4
2
Stedenbouwkundig plan 2.1 Omgeving 2.2 Woningtypologie 2.3 Toelichting ontwerp
5 5 5 5
3
Doel beeldkwaliteitplan 3.1 Beoogd beeld 3.2 Omschrijving bestaande situatie
6 6 6
4
Ruimtelijke stedenbouwkundige structuur
6
3.2.2
Dorpse bebouwingskarakteristiek
6
3.2.3
Cultuurhistorische waarden
6
3.2.4
Verkeerssituatie
6
3.2.5
Foto-impressie bestaande situatie
7
Beeldkwaliteit 4.1 Bebouwing
8 8
4.1.1
Bestaande ruimtelijke stedenbouwkundige structuur
8
4.1.2
Dorpse bebouwingskarakteristiek
8
4.2
3.2.1
Buitenruimte
10
4.2.1
Verkeerssituatie
10
4.2.2
Cultuurhistorische waarden
10
4.2.3
Private buitenruimte
10
3
Inleiding
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om acht grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen te realiseren op het perceel gelegen tussen Hezelstraat 11 en 23 en tussen Den Uil 34 en 46 te Erp, welke kadastraal bekend staat als ERP00 – E – 1379. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2.370 m2. Het plangebied is momenteel een braakliggend terrein aan een bebouwingslint in de kern Erp. De gemeente verplicht een beeldkwaliteitsplan bij een ontwikkeling van meer dan twee woningen, derhalve is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld.
1.2
Doel beeldkwaliteitplan
Juridische uitvoerbaarheid
In het beeldkwaliteitsplan worden diverse criteria met betrekking tot de beeldkwaliteit vastgelegd. In deze paragraaf wordt globaal inzicht gegeven in de juridische uitvoerbaarheid van het beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan kan juridische status krijgen door het als onderdeel van de welstandsnota vast te stellen. Bij wet is geregeld dat de welstandscommissie alleen kan toetsen aan de welstandsnota (en dus niet aan een beeldkwaliteitsplan). Als het beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de welstandsnota wordt vastgesteld kan de welstandscommissie wèl aan de eisen uit het beeldkwaliteitsplan toetsen. Het gaat dan uitsluitend om de architectonische eisen.
Leeswijzer
Het beeldkwaliteitplan bestaat uit een beschrijving van het beoogde plan op het plangebied in kwestie. Vervolgens is het beoogde beeld toegelicht. Aangezien het beoogde beeld aansluiting beoogd bij de bestaande omgeving, is de directe omgeving omschreven en in beeld gebracht. De beeldkwaliteitcriteria geven een kwalitatieve invulling aan het beoogde beeld, deze criteria kunnen tevens gebruikt worden als toetsingscriteria. De criteria gaan in op de bebouwing en de buitenruimte. De referentiebeelden zijn ter referentie én inspiratie. Het zijn echter geen letterlijke verwijzingen.
Den Uil
t
raa lst
ze
Het beleid dat in het beeldkwaliteitsplan is weergegeven en dat niet onder de welstandstoets valt, kan door vertaald worden in inzetbare juridische instrumenten. De stedenbouwkundige criteria en criteria met betrekking tot de openbare ruimte kunnen respectievelijk worden vastgelegd in het bestemmingsplan en het exploitatieplan. Een bouwplan moet voldoen aan de voorwaarden, zoals die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Een bouwplan moet ook voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Wat deze eisen zijn, legt een gemeente vast in haar welstandsnota. Van een welstandsadvies kan wel afgeweken worden, mits goed gemotiveerd. Hierna wordt nader ingegaan op de criteria uit het beeldkwaliteitsplan.
1.4
He
Voorliggend beeldkwaliteitsplan vormt het kwalitatieve beeldvormend kader voor de locatieontwikkeling. Aan de orde komen stedenbouwkundige aspecten zoals rooilijnen, massa’s en hoekoplossingen en architectonische aspecten zoals materiaaltoepassing, kleurgebruik, kapvormen, morfologie en plastiek van bouwvolumes. Daarnaast komt de openbare ruimte aan de orde. Hierbij wordt aandacht besteed aan onder andere de overgangen tussen openbaar en privé (bijvoorbeeld erfafscheidingen) en de inrichting van het openbaar gebied (door middel van bijvoorbeeld groen en materiaalgebruik). Concreet dient het beeldkwaliteitsplan als: • inspiratiebron en richtinggevend kader voor de architect(en) van de nieuwe bebouwing en de ontwerper(s) van de openbare ruimte; • toetsingskader voor de welstandscommissie bij de beoordeling van de bouwplannen op redelijke eisen van welstand in het kader van de omgevingsvergunning.
1.3
Figuur 1: Aanduiding plangebied op luchtfoto
4
Stedenbouwkundig plan
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
2
Stedenbouwkundig plan
2.1
Omgeving
2.2
Woningtypologie
2.3
Toelichting ontwerp
De beoogde ontwikkeling ligt aan de Hezelstraat, een belangrijke doorgaande weg in het dorp. Deze weg maakt onderdeel uit van de N616. Ter hoogte van het plangebied is het totale profiel echter te smal om aan weerszijden van de weg een stoep te kunnen maken. Op het perceel, aan de zuidzijde, zijn rijksmonumenten aanwezig. Het betreft een woonhuis met bedrijfsruimten en een vrijstaande kerverij. weerszijden van de weg een stoep te kunnen maken.
Per woning worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. In het noordoosten van het plangebied worden 3 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal worden er 19 parkeerplaatsen gerealiseerd. Na de realisatie van de woningen blijft er ruimte over op het zuiden van het perceel voor het verbreden van de Hezelstraat en ter plaatse een stoepstrook aan te leggen zoals dit ten noorden van de planlocatie ook gedaan is. Het stedenbouwkundig plan is opgesteld door Omni Architecten.
Initiatiefnemer is voornemens acht levensloopbestendige- / seniorenwoningen te ontwikkelen. De acht woningen betreffen zes twee-onder-een-kapwoningen en twee vrijstaande woningen. Levensloopbestendige woningen zijn woningen die het mogelijk maken om er zo lang mogelijk in te blijven wonen.
Met de woningbouw wordt de open plek in het bebouwingslint van de Hezelstraat – Kerkstraat en dat van Den Uil – De Wasaa – Schildstraat opgevuld. Aan de Hezelstraat wordt de heersende rooilijn doorgezet en in deze rooilijn zijn ter plaatse van het plangebied een tweekapper en een vrijstaande woning beoogd. Aan Den Uil is ruimte om op een evenwichtige manier 2 tweekappers en 1 vrijstaande woning in te passen. De bouwmassa’s sluiten aan op het heersende bebouwingsbeeld en zullen met oog voor het historische karakter worden vormgegeven. Met de plannen is gezorgd voor duidelijke voorkanten aan de straatzijde en het vermijden van te grote afwijkingen van de gangbare rooilijnen. Qua gevelbreedtes, -hoogtes en materiaalkeuzes is aangesloten op de dorpse bebouwingskarakteristiek.
Figuur 2: Voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan (bron: van Omni Architecten) 5
Doel beeldkwaliteitplan
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
3
Doel beeldkwaliteitplan
3.1
Beoogd beeld
Het beeldkwaliteitplan fungeert als inspiratiebron, maar ook als leidraad en toetsingskader voor de beoordelingen van omgevingsvergunningen en de welstandsbeoordeling. Het streven is dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte tot uitdrukking komt. Het beoogde beeld is dat de nieuwe ontwikkeling aansluit bij de directe omgeving. Om te komen tot het beoogde ruimtelijke- en beeldkwaliteit zijn de volgende uitgangspunten bepalend: • aansluiten bij bestaande ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur; • aansluiten op dorpse bebouwingskarakteristiek; • rekening houden met cultuurhistorische waarden; • verbeteren van de verkeerssituatie door verbreding van de Hezelstraat door middel van een stoepstrook.
3.2.2 Dorpse bebouwingskarakteristiek De directe omgeving wordt omgeven door verschillende bebouwingstypologieën, voornamelijk: vrijstaande-, tweeonder-een-kap- en rijtjeswoningen. Naast de typologie zijn de uiterlijke kenmerken van de bebouwing is divers, het kleur- en materiaalgebruik varieert, de bouwhoogten verschillen tussen één bouwlaag met kap tot twee bouwlagen met kap. De bouwjaren zijn eveneens uiteeenlopend van 1885 tot 1987. Naast woningen zijn er in de omgeving ook enkele voorzieningen, zoals horeca en een sportpark gevestigd.
bebouwingslinten, deze bebouwingslinten versterken de cultuurhistorische waarden. 3.2.4 Verkeerssituatie Het plangebied is gelegen aan de Hezelstraat en Den Uil in de kern Erp ten zuidoosten van het centraal gelegen Hertog Janplein en de kerk. De Hezelstraat is een belangrijke doorgaande weg in het dorp. Deze weg maakt onderdeel uit van de N616, waaraan in 2019 wegwerkzaamheden zijn uitgevoerd. Bij de werkzaamheden is de weg verbreed en is er voorzien in een geluidsarmer wegdek. Ter hoogte van het plangebied is het totale profiel echter te smal om aan weerszijden van de weg een stoep te kunnen maken.
3.2.3 Cultuurhistorische waarden Ten zuiden van het ontwerp zijn rijksmonumenten aanwezig. Het betreft een woonhuis met bedrijfsruimten en een Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op vrijstaande kerverij. In de omgeving van het plangebied zijn verder diverse MIP-panden en andere beeldbepalende pan- openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, den gelegen. Zoals omschreven onder bestaande ruimtelijke dan wel in stand te worden gehouden. stedenbouwkundige structuur ligt het plangebied tussen twee
Dit beeldkwaliteitplan geeft inzicht in bovenstaande uitgangspunten en welke maatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
3.2
Omschrijving bestaande situatie
Om voor het bovenstaande beoogde beeld beeldkwaliteitscriteria op te kunnen stellen, is het noodzakelijk de bestaande situatie omtrent de uitgangspunten in beeld te brengen. 3.2.1 Ruimtelijke stedenbouwkundige structuur Het plangebied is gelegen op oude zandontginningen. Het landschap van de oude zandontginningen wordt gekenmerkt door een kleinschalig landschap met een halfopen karakter. Hierin komen onregelmatige en organische wegen en verkavelingspatronen voor. De gebouwen zijn geörienteerd richting de straatzijde, hierdoor is er een duidelijke rooilijn zichtbaar.
Figuur 3: Bestaande situatie plangebied, het plangebied vormt een gat in de bebouwingsrand 6
Doel beeldkwaliteitplan
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
3.2.5
Foto-impressie bestaande situatie
Figuur 4: Historische bebouwing (1892) gelegen naast een doorzicht naar het landschap (bron: Google Streetview)
Figuur 5: Monumentaal pand (1920), op aangrenzend perceel van de ontwikkeling (bron: Google Streetview)
Figuur 6: Pandsgewijze rijwoningen uit verschillende jaartallen (1920 - 1987) (bron: Google Maps)
Figuur 7: Tweekapper (1949) op aangrenzend perceel ten noorden van ontwikkeling (bron: Google Maps)
Figuur 8: Historische bebouwing (1885), tegenover beoogde ontwikkeling gelegen in Den Uil (bron Google Streetview)
Figuur 9: Vrijstaande woning (1977), tegenover beoogde ontwikkeling gelegen in de Hezelstraat (bron: Google Streetview)
7
Beeldkwaliteit
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
4
Beeldkwaliteit
Zoals benoemd in 3.1 beoogd beeld is het doel van dit beeldkwaliteitplan dat de beoogde bebouwing aansluit op de directe omgeving. Om aan te sluiten op de bestaande situatie is deze in hoofdstuk 3 omschreven. In dit hoofdstuk is toegelicht op welke wijze de nieuwe ontwikkeling in het plangebied aan moet sluiten en aan de hand van welke beeldkwaliteitscriteria dit getoetst kan worden.
4.1
4.1.1
Situering
Oriëntatie
•
Oriëntatie van de voorgevel op de Hezelstraat of Den Uil
Zijdelingse afstand
•
De afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens dient bij vrijstaande wonin-
Bouwmassa
Bouwhoogte Kapvorm Kaprichting Gevelaanzicht
•
Eén bouwlaag met kap
•
Een samengestelde massa-vorm is toegestaan.
•
Ondergeschikte verspringingen of toevoegingen zijn beperkt tot twee.
•
Rooilijn bijgebouwen minimaal 2 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofgebouw positioneren
•
Bouwhoogte hoofdvorm maximaal 8 m goothoogte maximaal 3,5 m
•
Bouwhoogte bijgebouwen minimaal 1,5 m lager dan hoofdvorm, goothoogte maximaal 3,5 m
•
Hoofdgebouw zadel- of mansardekap
•
Bijgebouw zadel-, mansarde- of platdak
•
In de langsrichting evenwijdig met de straat dan wel haaks op de straat
•
Combinatie van kapvorm is toegestaan
Gevelopbouw
•
Duidelijk onderscheid tussen kap en gevel door dakoverstek of materialisering
Gevelgeleding
•
Horizontale geleiding door eenduidige materialisatie/kleur van de bouwmassa
•
Omlijsting van ramen en/of deuren al dan niet in combinatie met diepe negge accentueren de gevel
Detaillering
Materiaalkeuze
•
Gevel: baksteen
•
Dak: gebakken pannen
•
Kozijnen: hout of kunstof in houtlook
•
Ondergeschikte bouwdelen: hout, staal, glas, kunststof, zink
•
Toepassen van zonnepanelen mits passend in het ontwerp en kleurstelling
•
Gevel: rood/bruin, bruin of wit (witte gevels infrequent toepassen)
•
Geen combinatie van kleuren op één gevel
•
Dak: antraciet/grijze spectrum of natuurrood
•
Kozijnen: eenduidig wit
Compositie mas-
•
Aanbouwen aan de voorzijde (erker, entreepartij) zijn uitgesloten
saonderdelen
•
Dakkapellen zijn toegestaan
•
Bijgebouwen / garages staan achter de voorgevel van het hoofdvolume
•
Gevelplint is wenselijk t.b.v. aansluiting op historische karakter
•
Daklijst is wenselijk t.b.v. aansluiting op het historische karakter
•
Mogelijk gebruik van muurankers t.b.v. aansluiting op het historische karakter
Detaillering Beeldkwaliteitscriteria voor het hoofdgebouw en bijgebouwen >
De afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens dient bij tweekappers aan één zijde minimaal 3 m te bedragen
Hoofdvorm
Materiaalkleur
Tabel 1:
Eenduidige rooilijn, waarbij een afstand van minimaal 1 m vanaf de voorste perceelgrensdient te
gen aan één zijde minimaal 3 m, en aan de andere zijde minimaal 1 m te bedragen •
Bestaande ruimtelijke stedenbouwkundige structuur
Dorpse bebouwingskarakteristiek 4.1.2 De bebouwing dient qua oriëntatie, situering, gevelbreedte en bouwvolume afgestemd te zijn op de bebouwingskarakteristiek uit de omgeving. De bouwmassa’s dienen met oog voor het historische karakter worden vormgegeven.
•
worden aangehouden
Bebouwing
De bebouwing moet op de bestaande straatzijde zijn georiënteerd, hierbij dient de rooilijn van de bebouwing uit de omgeving overgenomen te worden. Duidelijke voorkanten aan de straatzijde zijn van belang. Daarnaast is het wenselijk dat het ‘gat’ in de bebouwingswand wordt opgevuld.
Rooilijn
8
>
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
Kwalitatieve dakkapel aan straatzijde
Draaiing of combinatie van kapvorm voorstelbaar Bestaande bebouwing Hezelstraat
Bebouwing Hezelstraat 23, Erp P03434
Aansluiting op historische karakteristieken d.m.v. gevelplint, muurankers. Een mansardekap i.c.m. dakkapel behoort tot de mogelijkheden
Gebruik van historische elementen zoals muurankers
25 maart 2021
Bestaande bebouwing Hezelstraat
Eén bouwlaag met duidelijk onderscheid tussen kap en gevel
Gevelplint in aansluiting op historische karakter
9
Beeldkwaliteit
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
4.2
Buitenruimte
4.2.1 Verkeerssituatie De verkeerssituatie moet verbeterd worden, het plan biedt ruimte voor het aanleggen van een trottoir. Van belang is dat het profiel en materialisering aansluit op het dat verderop in de Hezelstraat ook is toegepast. Het aanleggen van nieuwe rijwegen is niet wenselijk. Er dienen voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd te worden, openbare parkeerplaatsen moeten qua materiaal aansluiten op de bestaande bestrating. 4.2.2 Cultuurhistorische waarden Er moet een kwalitatieve overgang van de ontwikkeling naar het rijksmonument gerealiseerd worden. Dit kan door ruimte rondom het perceel vrij te houden en kwalitatief in te richten met bijvoorbeeld gras en bomen in combinatie met een voetpad.
Verharding openba-
Trottoir
•
Aansluitend op bestaand materiaal van trottoirs in de directe omgeving
re ruimte
Parkeerplaatsen
•
Aansluitend op bestaand materiaal van rijwegen/parkeerplaatsen in de directe omgeving
•
Onderscheidend materiaal t.o.v. materiaal trottoir
Voetpad
•
Gebakken klinkers of grijs asfalt (aanlsuitend op oostelijk gelegen voetpad)
Groenvoorziening
•
Aan weerszijden begrenzing door een hoge haag
•
Aan weerszijden (kruidenrijk) gras
•
Mogelijke aanplanting van kleine inheemse bomen
•
Voorkom hinder door schaduwval
Inrichting voortuin
•
Gebruik van dorpse materialen zoals klinkers, bomen en gras
Erfarscheiding
•
Voorkant: lage groene afscheiding van ca. 80 centimeter hoog op de perceelsgrens mid-
Ruimte rondom perceel rijksmonument
Bomen Private buitenruimte
dels een inheemse geschoren haag •
Zij- en achterkant: Indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte een hoge groene afscheiding, middels een inheemse geschoren haag
Tabel 2:
Beeldkwaliteitscriteria voor de buitenruimte
4.2.3 Private buitenruimte De inrichting van de buitenruimte moet aansluiten bij het dorpse karakter. Er wordt gebruik gemaakt van eenvoudige dorpse materialen zoals klinkers, bomen en gras. Hagen vormen de zichtbare erfafscheidingen vanuit de openbare ruimte. De voorste perceelsgrens wordt eveneens begrenst door een (lage) haag.
10
>
Beeldkwaliteitplan Hezelstraat 23, Erp
Aansluiten op groene karakter nabij gelegen voetpad aan Den Uil
Aansluiten op bestaande materialisering in directe omgeving
Buitenruimte Hezelstraat 23, Erp P03434 25 maart 2021
Dorps materiaalgebruik in de voortuinen
Mogelijk gebruik van gebakken klinkers voor voetpad tussen perceel monument en ontwikkeling
Lage haag als erfafscheiding op voorste perceelsgrens
Zichtbare erfafscheidingen d.m.v. hagen
11
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Pagina: 21 van 371
Datum:06-09-2021
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Hezelstraat/ Den Uil
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Hezelstraat/ Den Uil
Rapportnummer:
P03434
Datum:
30 oktober 2020
Projectteam BRO:
JR, MvDn, LV
Bron foto kaft:
BRO, Abstract 4
BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 3
2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect
4 4 4 6 7
3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
8
Inhoudsopgave
1
1.
INLEIDING 1.1 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens om 8 levensloopbestendige- / seniorenwoningen te ontwikkelen ter plaatse van een braakliggend perceel gelegen tussen de Hezelstraat en Den Uil te Erp, gemeente Meierijstad. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Erp’, welke is vastgesteld op 23 mei 2013. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken is een partiele herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Met de ontwikkeling worden 8 seniorenwoningen gerealiseerd, dit is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.
het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen).” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 1
2
1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
Hoofdstuk 1
3
2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project
Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Waarschijnlijkheid van het effect
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
2.2 Kenmerken van het project
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied is circa 2.370 m2. Het project betreft het realiseren van 8 seniorenwoningen.
Cumulatie met andere pro-
N.v.t.
jecten Gebruik van natuurlijke hulp-
N.v.t.
bronnen
Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Hoofdstuk 2
4
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige woningen zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de aanleg is een voormalig grasland verhard en is er bebouwing mogelijk. De verharding en bebouwing kunnen verontreiniging en hinder veroorzaken buiten de reguliere effecten van de bebouwing en opslag van machines. Onderstaand worden de milieuaspecten behandeld. Luchtkwaliteit: Wanneer sprake is van minder dan 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg wordt de toename in verslechtering van de luchtkwaliteit gezien als ‘niet in betekende mate’. Met onderhavig planvoornemen worden 8 seniorenwoningen mogelijk gemaakt. Het project behoort hiermee tot de lijst met categorieën die is opgenomen in de Regeling NIBM. Onderhavig planvoornemen is NIBM. Op basis van de achtergrondwaarden van de NSL-monitoringstool is er sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Akoestiek: Het project richt zich op het vestigen van geluidsgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh), derhalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. PM Bedrijven en milieuzonering: Met onderhavige ontwikkeling worden gevoelige functies gerealiseerd.
Voor de in de omgeving gelegen bedrijven en functies wordt voldaan aan de richtafstand conform de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. PM akoestiek sportvelden Externe veiligheid: De relevante risicobronnen in de omgeving zijn geïnventariseerd. Het bestemmingsplan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Uit het voorgaande blijkt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Ecologie: Ten behoeve van ecologie is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Het onderdeel houtopstanden is bij dit plan niet aan de orde. Stikstofdepositie: Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Maria-peel”, bevindt zich op circa 20 kilometer afstand ten zuidoosten van het projectgebied.
Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, en het hier de bouw van 8 seniorenwoningen betreft, is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Water: Door middel van een waterparagraaf is het planvoornemen hydrologisch beschreven. Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Bodem: Er zijn verkennende bodemonderzoeken conform de NEN 5740 uitgevoerd. Concluderend kan worden gesteld dat uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat ter plaatse
Hoofdstuk 2
5
Kenmerken van het project Criteria
Toets van de onderzoekslocatie geen verontreinigingen aangetoond zijn die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde bestemming wonen. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater
Risico van ongevallen
Er is met de realisatie van woningen geen sprake van een nieuwe risicobron.
2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Het plangebied betreft een braakliggend terrein.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het re- N.v.t. generatievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:
gevoelige gebieden (wetlands, kust-
Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Maria-peel”,
gebieden, berg- en bosgebieden, re-
bevindt zich op circa 20 kilometer afstand ten zuidoosten van het projectge-
servaten en natuurparken, Habitat-
bied. Gezien de afstand zijn externe aspecten op het Natura 2000-gebied uit-
en Vogelrichtlijngebieden)
gesloten.
gebieden waarin bij communautaire
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communau-
wetgeving vastgestelde normen in-
taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden
zake milieukwaliteit reeds worden
overschreden.
overschreden
Gebieden met een hoge bevolkings-
Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Het plangebied ligt in de kern Erp en dit is geen gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
dichtheid
Er is een archeologisch bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek uitgevoerd. Voor het plangebied wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek aanbevolen om meer inzicht te krijgen in de aanwezige archeologische resten. Hiertoe dient vooraf een PvE worden opgesteld dat door de bevoegde overheid getoetst dient te worden.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.
Hoofdstuk 2
6
Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale beteke- Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betenis
kenis.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied bevindt zich voldoende afstand van NNN gebieden. Er vindt geen
(voormalige EHS)
ruimtebeslag plaats op een NNN-gebied. Door de voorgenomen plannen zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland derhalve niet worden aangetast.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties. waterwingebieden, en Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschergrondwaterbeschermingsgebieden
mingsgebied.
Beschermd monument
In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.
Bélvèdere -gebied
Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.
2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone De effecten van de ontwikkeling zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daaren grootte van de getroffen bevolking)
mee zeer beperkt.
Grensoverschrijdende karakter van het Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. effect Waarschijnlijkheid van het effect
Er zijn geen nadelige effecten op flora en fauna, landschap, cultuurhistorie, archeologie, externe veiligheid, geluid, bodem, lucht en water te verwachten. Waarschijnlijkheid van enig effect is daarom niet aan de orde.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid Er is sprake van het realiseren van 8 seniorenwoningen. De effecten zijn blijvend. van het effect
Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
Hoofdstuk 2
7
3.
VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming ten behoeve het bestemmingsplan Hezelstraat/ Den Uil geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Hoofdstuk 3
8
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 3
1
Bijlage 4 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
NL.IMRO.1948.ERP000BP0022021P-ON01
Pagina: 33 van 371
Datum:06-09-2021
Hezelstraat, Erp (gemeente Meierijstad) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O)
Rapport 408
M. Soldaat & Y.R. Csonka
Hezelstraat, Erp (gemeente Meierijstad) M. Soldaat & Y.R. Csonka
Rapport 408
Colofon Hezelstraat, Erp (gemeente Meierijstad) Een onderzoek in opdracht van BRO
Salisbury Archeologisch Rapport 408
M. Soldaat & Y.R. Csonka
Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v.
Versie 1.1, 27 oktober 2020 (concept)
Autorisatie — A.M. Bakker(Senior KNA-prospector)
Status bevoegd gezag— M. van den Broek (Gemeentelijk archeoloog)
SalisburyArcheologie bv Vestiging Noord-Nederland Vaart z.z. 7a 9401 GE Assen 085-3031540 www.salisburybv.nl info@salisburybv.nl
ISSN 2468-4538
Inhoud Administratieve gegevens
6
Locatiegegevens
7
Samenvatting resultaten
8
1
Aanleiding voor het onderzoek
10
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Onderzoekskader Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Doel van het onderzoek Onderzoeksvragen Bureauonderzoek
10 11 13 14 14 15
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Gebruikte bronnen Aardwetenschappelijke gegevens Bekende archeologische waarden Archeologie Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek Bekende verstoringen Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Advies Resultaten veldonderzoek
15 15 18 21 22 26 26 27 28
3.1 3.2
Beschrijving onderzoeksmethode Beschrijving onderzoeksresultaten Conclusie
28 28 30
4.1 Conclusies 4.2 Beantwoording onderzoeksvragen 4.3 Selectieadvies Literatuur
30 30 30 32
Lijst van afbeeldingen
33
Lijst van bijlagen
33
Bijlage 1: Onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen Archis 3
34
Bijlage 2: Vondsten Archis 3
38
Bijlage 3: Boorbeschrijvingen
49
2
3
4
Administratieve gegevens Projectnaam
Hezelstraat, Erp
Projectcode
20202864
Type onderzoek
Bureauonderzoek (BO)
OM-nummer
4903079100
Projectleider
M. Soldaat KNA Prospector
Contact
T: 085-3031540 M: 06-38316350 E: mirjam.soldaat@salisburybv.nl
Opdrachtgever
BRO
Contact
Mirte Van Dooren Bosscheweg 107, 5282 WV, Boxtel T +31 (0)411 850 400 mirte.van.dooren@bro.nl
Bevoegde overheid
M. van den Broek Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel T: (0413) 38 18 38 E: info@meierijstad.nl
Uitvoering onderzoek
oktober 2020
Beheer en locatie documentatie
Salisbury Archeologie b.v. en e-depot
Illustraties
Auteur(s) tenzij anders vermeld
Medewerkers
M. Soldaat
Salisbury Archeologie
Y.R. Csonka
Salisbury Archeologie
6
35497661
Locatiegegevens Projectnaam
Hezelstraat, Erp
Plaats
Erp
Gemeente
Meierijstad
Provincie
Noord-Brabant
Kaartblad
45H
Kadastrale gegevens
perceel 1379
X-Y Centrumcoördinaat
X: 170464.145, Y: 400933.622
Oppervlakte
Circa 2300 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa 11,09 – 11,20 m NAP
RO-kader
Aanvraag omgevingsvergunning
7
Samenvatting resultaten Aanleiding
Binnen het plangebied staat de nieuwbouw van acht seniorenwoningen gepland. Als onderdeel van de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Vraagstelling
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Plangebied
zie afb. 1
Aardwetenschappelijke gegevens
Het plangebied ligt op een overgang tussen een beekdal en een dekzandrug. Het gaat om het beekdal van de Aa. Op de bodemkaart ligt het plangebied in de nabijheid van hoge zwarte enkeerdgronden en een associatie van lage enkeerdgronden en beekeerdgronden.
Bekende archeologische
Binnen het onderzoeksgebied komen vindplaatsen voor uit alle archeologische periodes. Slechts een klein deel dateert uit de vroege prehistorie. Opvallend zijn met name het grote aantal vondsten uit de IJzertijd-Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd.
waarden
Historische waarden
De nederzettingsnaam ‘Erthepe’ was als heerlijkheid al bekend in de 12e eeuw. De naam komt het eerst voor in 1134 n. Chr. en duidt mogelijk op een plaats aan het water. Erp is ontstaan rondom doorwaadbare plaatsen in de beek de Aa. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 is het plangebied onbebouwd en volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels in gebruik als weiland. Langs de Hezelstraat staan verschillende huizen. Op de historische kaarten uit de 20e eeuw blijft het plangebied onbebouwd. Een luchtfoto uit 2016 laat zien dat een deel van het plangebied bebost is. Een ander deel is in gebruik als boomkwekerij.
Verwachting
Het plangebied bevindt zich op de overgang tussen een hoger gelegen dekzandrug in het noorden en een beekdal ten zuidoosten. Op basis van het bureauonderzoek geldt, in overeenstemming met de verwachtingskaart van de gemeente Meijerijstad, een hoge archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe tijd. Deze verwachting is per periode verder gespecificeerd.
Methode veldonderzoek
Er is een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied, waarbij 6 boringen regelmatig verspreid over het plangebied zijn gezet. Alle boringen zijn gezet met een edelmanboor (7 cm Ø) tot minimaal 30 cm in de onverstoorde pleistocene afzettingen (0,8 – 1,05 m -mv; 9,82 – 10,7 m +NAP). De posities van de boringen zijn ingemeten met behulp van GPS (nauwkeurigheid 1 cm). Het opgeboorde materiaal is met de hand onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 5.2). De boringen zijn digitaal beschreven.
8
Resultaten veldonderzoek
Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied zich niet op de dekzandrug maar in het beekdal bevindt. Er is een laagopeenvolging van verstoorde bovengrond op een esdek op verspoeld dekzand aangetroffen. De verstoring is veroorzaakt door het gebruik van het plangebied als boomkwekerij. In het esdek zijn archeologische indicatoren gezien uit de Nieuwe tijd, waaronder een fragment aardewerk uit de tweede helft 18e – eerste helft 19e eeuw. De aanwezigheid van het esdek geeft aan dat een sporenniveau uit de periodes Laat-Paleolithicum t/m Middeleeuwen goed bewaard kan zijn gebleven. Een vondstenniveau uit deze periodes zal juist nier meer intact zijn doordat het met ploegen is opgenomen in het esdek. De archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen kan daarom worden bijgesteld naar middelhoog. De verwachting voor de periode Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd blijft hoog. Uit de periodes Laat-Paleolithicum t/m Romeinse tijd kunnen resten voorkomen die verband houden met gebruik als extractiezone, verbindingszone of losse vondsten ten gevolg van rituele depositie of dumpen van afval. Vanaf de Middeleeuwen kunnen ook resten voorkomen die verband houden met bewoning en landbewerking.
Selectieadvies en aanbevelingen
Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Deze verwachting is gebaseerd op de bekende archeologische, historische en aardwetenschappelijke gegevens uit het onderzoeksgebied. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat er een esdek aanwezig is. Dit betekent dat een vondstenniveau uit de periode LaatPaleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen waarschijnlijk niet meer intact is. Het sporenniveau uit deze periodes zal juist beschermd zijn door het esdek. Salisbury Archeologie adviseert in het plangebied een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren. Voor het opsporen van een vindplaats zonder intact vondstenniveau, is een proefsleuvenonderzoek de aangewezen opsporingsmethode. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Het vervolgonderzoek zal moeten aantonen of er sprake is van een vindplaats en de aard, omvang en datering hiervan vaststellen. Voor het proefsleuvenonderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd PvE te worden opgesteld. Met betrekking tot de aanbevelingen/bevindingen uit onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Meijerijstad.
9
1 Aanleiding voor het onderzoek 1.1
Onderzoekskader
In opdracht van BRO heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Hezelstraat te Erp (afb. 1) in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning. In het plangebied worden 8 seniorenwoningen gebouwd. Het plangebied ligt in de dorpskern van Erp en wordt begrensd door de Hezelstraat en de straat Den uil (zie verder hieronder). Op de beleidskaart van de gemeente Meierijstad valt het plangebied geheel binnen een zone met Waarde - Archeologie, wat overeenkomt met een hoge archeologische verwachting. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 100 m2 en met een verstoringsdiepte van meer dan 30 cm -mv, archeologisch onderzoek plaats te vinden.1 Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2300 m2. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en het archeologiebeleid van de gemeente Meierijstad en aanvullende eisen en richtlijnen zoals geformuleerd in het voor dit onderzoek opgestelde PvA. Het onderzoek is uitgevoerd in oktober 2020.
Afb. 1. Ligging van het plangebied op de topografische kaart (bron: https://pdok.nl).
1
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/
10
Afb. 2. Uitsnede van de beleidsadvieskaart van de gemeente Veghel, geactualiseerde versie 2014.
1.2
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Op dit moment is het plangebied in gebruik als braakliggend terrein en grasveld (zie Afb. 3). De opdrachtgever heeft het voornemen het gebied te herontwikkelen, waarbij acht seniorenwoningen zullen worden gebouwd (zie Afb. 4 en Afb. 5). Rond de woningen komen tuinen, groenstroken met nieuwe beplanting (gras, bomen, heggen), parkeerplaatsen en opritten. De ingrepen hebben een verstoringsdiepte tot 80 cm -mv ter plaatse van de geplande woningen. Naar verwachting zal op staal worden gefundeerd. De panden worden niet onderkelderd.
11
Afb. 3. Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: https://pdok.nl).
Afb. 4. Situatieschets kavels Hezelstraat – Den Uil te Erp (bron: MNI Architecten / BRO).
12
Afb. 5. Impressie seniorenwoningen Hezelstraat (bron: MNI Architecten/BRO).
1.3
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen. Het plangebied beslaat een deel van het kadastrale perceel ERP00 - E – 1379. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2300 m2.
begrenzing onderzoeksgebied In dit bureauonderzoek is een cirkel met een straal van 1 kilometer rond het plangebied gedefinieerd als onderzoeksgebied. Daarmee worden het dorp Erp en het omliggende landelijke gebied onderzocht. De landschappelijke en archeologische waarden die in dit gebied voorkomen geven een goed beeld van de te verwachten waarden binnen het plangebied. Naar gelang het te onderzoeken aspect wordt het onderzoeksgebied iets verkleind of juist vergroot.
13
Afb. 6. Ligging van het plangebied en globale begrenzing van het onderzoeksgebied (bron: https://pdok.nl).
1.4
Doel van het onderzoek
Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden om en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden.
1.5
Onderzoeksvragen
Het bureauonderzoek moet antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: ▪
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?
▪
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?
▪
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?
▪
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
14
2 Bureauonderzoek 2.1
Gebruikte bronnen
Voor het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪
Actueel hoogtebestand Nederland (AHN, http://www.ahn.nl)
▪
De bodemkaart van Nederland (https://www.zoeken.cultuureelerfgoed.nl)
▪
De geomorfologische kaart van Nederland (https://www.zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
De archeologische monumentenkaart (AMK: https://www.zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
Provinciaal en/of landelijk beleid (CWK Noord-Brabant; https://www.noord-brabant.maps.arcgis.com)
▪
Gemeentelijk beleid (https://www.ruimtelijkeplannen.nl; https://www.meierijstad.nl)
▪
Bonneblad 1900 (https://www.zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl)
▪
Google Maps (https://www.maps.google.nl)
▪
Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens)
▪
Verstoringen (http://www.bodemloket.nl)
▪
Kadastrale Minuut (http://www.zoeken.cultureelerfgoed.nl)
2.2
Aardwetenschappelijke gegevens
Het plangebied ligt in de archeoregio Brabants zandgebied en is onderdeel van het dekzandlandschap van De Meierij dat uit een afwisseling van dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes bestaat. 2 De beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. Het onderzoeksgebied bevindt zich in een gebied dat qua geologie in grote mate beïnvloed wordt door de in de ondergrond aanwezige breuken. Het gebied ligt in de Roerdalslenk, een tektonisch dalingsgebied met een zuidoost-noordwestelijke hellingsrichting.3 In het oosten wordt de Centrale Slenk begrensd door de Peelrandbreuk. Deze breuklijn bevindt zich op enkele kilometers ten oosten van Erp. Gedurende het Kwartair heeft daling plaatsgevonden. Dit proces treedt ook heden ten dage nog op. De bewegingen langs de breuken resulteren zo nu en dan in lichte aardbevingen. Gedurende het Pleistoceen (2,5 miljoen jaar tot 10.000 jaar BP) zijn er meerdere zeer koude perioden geweest (glacialen/ijstijden), afgewisseld met warmere perioden (interglacialen). Gedurende geen enkele van de glacialen is zuidelijk Nederland door landijs bedekt geweest.
Tijdens de laatste ijstijd (Weichselien, 115.000-10.000 jaar geleden) ontstond de basis voor het huidige dekzandlandschap. In het begin van het Weichselien was er nog vrij veel vegetatie, waardoor de zandverstuivingen slechts een lokaal karakter hadden. In het begin van het MiddenWeichselien was de vegetatie vrijwel verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving van zand kon optreden.4 Dit door de wind afgezette zand wordt dekzand genoemd. Het dekzandreliëf bestaat uit een afwisseling van dekzandruggen, dekzandwelvingen en laagtes. Behalve deze reliëfrijke gebieden zijn er ook gebieden waar het dekzand in de vorm van vlakten is afgezet. Het dekzandpakket wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.5 Gedurende het Vroeg- en Midden-Pleniglaciaal (58.000 - 29.000 jaar geleden) trad er door een tijdelijke opwarming van het klimaat op grote schaal verspoeling van het toen aanwezige dekzand op, waardoor zandlagen afgewisseld met leemlagen gevormd werden, die samen fluvioperiglaciale afzettingen genoemd worden.6 In een later stadium van het Pleniglaciaal zijn wederom fluvioperiglaciale sedimenten afgezet.
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl; CWK Noord-Brabant, 2016. http://www.aardkundigewaarden.nl/ 4 Stouthamer et al., 2015 5 https://dinoloket.nl 6 Stiboka, 1991. 2 3
15
Deze afzettingen tonen een grote variatie in korrelgrootte en worden ook wel “Brabantse leem” genoemd.7 Het Brabants leem is over het algemeen slecht waterdoorlatend. Het smeltwater vormde beken, waaronder ook de Aa, die vermoedelijk uit het Weicheselien stamt.8 Het begin van het Laat Glaciaal werd gekenmerkt door overwegend gematigde klimaatsomstandigheden waarbij de vegetatie zich kon herstellen en zich tot berken- en dennenbos kon ontwikkelen (de Bölling- en Allerødinterstadialen) afgewisseld met koudere perioden. Het Laat Glaciaal wordt besloten door het Jonge Dryas-stadiaal, een laatste overwegend zeer koude periode. De dekzanden uit deze periode worden ‘jonge dekzanden’ genoemd. In dit jonge dekzand is tijdens het Allerød-interstadiaal plaatselijk een dunne bodem gevormd, die de scheiding tussen de oudere (Pleniglaciale en Laat Glaciale) afzettingen en de eolische afzettingen uit het Jonge Dryas-stadiaal vormt.9 Vanaf het begin van het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden tot heden) trad een blijvende klimaatsverbetering op. Naarmate de klimaatsomstandigheden verbeterden raakten de dekzandgebieden begroeid, zodat er een einde kwam aan de grootschalige verplaatsing van zand. In de loop van het Vroeg Holoceen kon een berkendennenbos en vervolgens een gemengd loofwoud tot ontwikkeling komen.10 In de beekdalen en lokale depressies kon veenvorming optreden.
In het dal van de Aa komt plaatselijk veen voor. Op de locaties in het dekzandlandschap waar fluvioperiglaciale afzettingen in de ondiepe ondergrond aanwezig waren (Brabants leem), was de waterhuishouding slecht. Als gevolg hiervan ontstonden plaatselijk hoogveengebieden.11 Vanaf de IJzertijd nam de invloed van de mens op het landschap toe. Door overbeweiding, afplaggen en ontbossing ontstonden op plekken in de omgeving stuifzanden.
Afb. 7.
Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Van Putten, 2010. Beusink, 2014. 9 Berendsen, 1998. 10 Stouthamer et al., 2015, 234-235. 11 Van Putten, 2010. 7 8
16
Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in bebouwd gebied (code: B; zie Afb. 7). De historische dorpskern van Erp ligt op een dekzandrug (code: 3K14/3L5) aan de westzijde van een relatief laaggelegen beekdalbodem zonder veen (code: 2R5). Het gaat om het beekdal van de Aa. Op basis van de geomorfologische kaart kan niet worden bepaald of het plangebied op de dekzandrug of in de het beekdal ligt. Het Actueel Hoogtebestand Nederland geeft iets meer duidelijkheid (zie Afb. 8). Het lijkt erop dat het plangebied op de flank van de dekzandrug ligt, vlak aan de grens van het beekdal. Het plangebied ligt op een hoogte van 11,10 – 11,30 m NAP. Het beekdal ligt voor het overgrote deel beneden 11 meter NAP. Dit is in overeenstemming met de archeologische verwachtingskaart, waarop het plangebied direct buiten de zone van het beekdal ligt (zie Afb. 2). Volgens de bodemkaart van Nederland ligt het plangebied in een bebouwde zone. In de directe omgeving komen een associatie van lage enkeerdgronden met beekeerdronden (lemig fijn zand; code: EZg23/pZg21) en hoge zwarte enkeerdgronden (leemarm en zwak lemig fijn zand; code: zEZ21) voor. Waarschijnlijk zijn een of beide van deze bodemtypes binnen het plangebied aanwezig. De associatie van lage enkeerdgronden met beekeerdgronden komt veel voor in het dal van de Aa.
Door opslibbing heeft een gedeelte ervan een 20 tot 40 cm dik, lemig dek gekregen. Een gedeelte is later opgehoogd met mest uit een potstal en heeft nu een matig dikke (30- 50 cm) of een dikke (meer dan 50 cm) A-horizont. Zwarte enkeerdgronden worden gekenmerkt door een minerale bovenlaag van minstens 50 cm dik, die is ontstaan door plaggenbemesting.12 De zone van lage enkeerdgronden valt onder grondwatertrap III. De gemiddeld hoogste grondwaterstand in dit gebied is minder dan 40 cm -mv. Het gemiddeld laagste grondwaterpeil ligt tussen 80 en 120 cm -mv. De zone met hoge zwarte enkeerdgronden valt onder grondwatertrap VIII. Het gemiddelde hoogwaterpeil ligt in deze zone op 140 cm -mv. Het gemiddelde laagwaterpeil bedraagt meer dan 160 cm -mv. Dit betekent dat archeologische resten die dieper liggen dan 160 cm -mv waarschijnlijk goed geconserveerd zijn.
Afb. 8.
12
Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN 3.0 , maaiveld; bron: https://www.ahn.nl).
Bakker, 1981, 32.
17
Afb. 9.
2.3
Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Bekende archeologische waarden
Gemeentelijke beleidskaart Volgens de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Meierijstad ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting (zie Afb. 2).13 Dat betekent dat ingrepen met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld dienen te worden voorafgegaan door een archeologisch onderzoek. Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart)-terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd (Afb. 10). De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS 3.14
13 14
Buesink, 2014; https://meierijstad.nl. https://archis.cultureelerfgoed.nl
18
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn geen AMK-terreinen aangewezen. Binnen het onderzoeksgebied liggen drie AMK-terreinen. Op ongeveer 400 meter ten zuiden van het plangebied ligt het terrein ‘Keldonkse weg’ (AMK-nr. 5166), waar een nederzetting uit de IJzertijd is aangetroffen. Dhr. Kam vond een inheemse nederzetting uit de Late IJzertijd/Vroeg Romeinse tijd. Er is weinig Romeins aardewerk gevonden, wat wijst op nauwelijks of geen contacten met de Romeinen. Volgens Kam is er aan ijzerwinning gedaan. Naar aanleiding van deze verkenning van Kam heeft Beex een archeologische inspectie over deze site gedaan. Bij veldcontrole van Beex bleek de cultuurlaag uit de IJzertijd, die Kam had vastgesteld, door een grijze cultuurlaag van ca. 1.40 m beschermd te zijn. Het terrein heeft een hoge archeologische waarde. Op 700 meter ten westen van het plangebied ligt het terrein ‘Hooghuis aan de Dijk’. Het gaat om een AMK-terrein met nummer 15710. Het betreft een terrein met mogelijk resten van bewoning (een hoeve) uit de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd. Op 800 meter ten oosten van het plangebied is een huisterp uit de Middeleeuwen-Nieuwe Tijd aangemerkt als AMK-terrein met een hoge archeologische waarde.
Bij een verkennend booronderzoek zijn in vrijwel alle boringen ophogingslagen aangetroffen; echter geen muurresten of (andere) archeologische indicatoren (mogelijk een gevolg van beperkingen bij het bepalen van boorlocaties door bestrating, en dergelijke).