CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

3.8 Onderbouwing Dorshout 22 Veghel

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: 3. Onderbouwingen21.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onderzoek

Transportroutes In de omgeving van het plangebied worden gevaarlijke stoffen getransporteerd over de rijksweg A50, inclusief brand-, explosie-, en gifwolkaandachtsgebied. Het plangebied ligt buiten deze aandachtsgebieden Dit aspect vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig ruimtelijk initiatief.

Dorshout 22 te Veghel

55

Buisleidingen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Dit aspect vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig ruimtelijk initiatief. Risicovolle inrichtingen Op ca. 500 meter ten zuidwesten van het plangebied is een ammoniak koelinstallatie gelegen inclusief een plaatsgebonden risico PR10-6. Het plangebied ligt buiten dit aandachtsgebied. Deze risicovolle inrichting vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig ruimtelijk initiatief. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is daardoor niet benodigd.

Figuur 5.8 Uitsnede kaart omgevingsveiligheid (bron: Atlasleefomgeving)

Het planvoornemen is voorgelegd bij de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Hierop heeft de Veiligheidsregio gereageerd dat zij geen aanleiding zien om uitgenodigd te worden voor de omgevingstafel. 5.12.3

Conclusie

Ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.13

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

5.13.1

Toetsingskader

Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of sprake is van een (extra) parkeerbegeen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden. Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publicatie 381). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indicatie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeernormen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. De gemeente Meierijstad doet dit middels de Nota parkeernormen Meierijstad 2018.

Dorshout 22 te Veghel

56

5.13.2

Onderzoek

Fase 2 voorziet in het mogelijk maken van één vrijstaande woning aan de zijde van Dorshout 20. Daarnaast wordt het gebruik van de voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, waarvoor een vergunning is aangevraagd (BOPA), bestendigd. De nieuwe woning aan de zijde van Dorshout 20 zal naar verwachting een minimaal effect hebben op het aantal extra verkeersbewegingen. In onderstaande tekst is een overzicht weergegeven van de maximale verkeersgeneratie en parkeerplaatsen op basis van de Nota Parkeernormen Meierijstad 2025 (concept) en de CROW kencijfers. Verkeersgeneratie keerstoename van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). Bij de verkeersgeneratie voor wonen geldt een belangrijke vuistregel om een weekdag om te rekenen naar een werkdag. Hiervoor dienen de kencijfers vermenigvuldigd te worden met 1,11. Hiermee zorgt het planvoornemen voor een maximale toename van 9,5 mvt/etmaal. In de huidige situatie was er een vrijstaande woning aanwezig welke een maximale verkeersgeneratie had van 9 mvt\etmaal, daarnaast worden de agrarische activiteiten gestaakt waardoor er sprake is van een afname in verkeersgeneratie. Er kan worden gesteld dat de huidige wegenstructuur rondom het plangebied deze verkeersgeneratie kan afwikkelen.

Verkeersontsluiting De ontsluiting voor de nieuwe woning vindt plaats in de vorm van een nieuwe inrit die uitweegt op de weg Dorshout. De exacte positie van de inrit is nog niet bepaald. In het inpassingsplan is de inrit links (westelijk) van de woning ingetekend waarmee sprake is van een goed zicht op de weg. Parkeren Geldend parkeerbeleid voor het plangebied is de

Meierijstad

. Tevens is er een

Nota Parkeernormen Meierijstad 2025 gepubliceerd, dit betreft een concept versie welke tot en met 25 februari 2025 ter inzage heeft gelegen. Nota Parkeernormen Meierijstad 2025 geldt er een norm van 2,4 parkeerplaatsen per vrijstaande woning. Dit betekent dat er voor de nieuwe woning ruimte dient te zijn voor 3 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de nieuwe woning. Parkeren op eigen terrein is mogelijk aangezien er voldoende ruimte op het perceel beschikbaar is. Daarnaast gelden er normen voor fietsparkeren, ook hieraan kan worden voldaan. Een verwijzing naar de actuele parkeernormen en een verplichting voor het realiseren van voldoende parkeercapaciteit is als planregel opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan. Toetsing aan de parkeernormen vindt ten finale plaats op het moment van een omgevingsvergunningsaanvraag. 5.13.3

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het initiatief.

5.14

Water

5.14.1

Toetsingskader

Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden in de effecten van het initiatief op stedelijk afvalwater, grondwater en hemelwater. De weging van het waterbelang zorgt ervoor dat per initiatief de klimaatbestendigheid van het watersysteem en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig

Dorshout 22 te Veghel

57

in de planvorming worden betrokken (artikel 5.37 lid 1 van het Bkl). Daarbij is het van belang dat er op een gestructureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van belang is. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele weging van het waterbelang noodzakelijk. De weging van het waterbelang is een instrument waarmee de waterhuishoudkundige belangen een doorlopende positie krijgen in het ruimtelijke beleid, niet alleen op basis van concrete ontwikkelingen. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Regionaal Water en bodem programma Vanuit de Omgevingswet heeft de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vastgesteld voor haar grondgebied.

In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. De concretere invulling om dit te verwezenlijken is opgenomen in o.a. de omgevingsverordening. Verder is een Regionaal Water en Bodem programma (RWP 2022-2027) door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Beleid waterschap Aa en Maas Waterbeheerplan 2022-2027 en Waterschapverordening Waterschap Aa en Maas Vanuit het waterschap Aa en Maas is het Waterbeheerplan 2022-2027 van kracht. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt 2024 van kracht. De Waterschapverordening vervangt de Keur en de algemene regels. In de Waterschapverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten waar in het beheersgebied mogen plaatsvinden en welke voorwaarden hiervoor gelden.

Hierin staan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij de inrichting, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Voor bepaalde werkzaamheden dient een watervergunning aangevraagd te worden. Vanuit het water Aa en Maas en gelden de onderstaande regels voor toenemend oppervlak. Groendaken dienen beschouwd te worden als onverhard. Daarom mag de te realiseren waterberging op de daken niet meegerekend worden. Vanuit het waterschap gelden de onderstaande compensatieregelingen:

Dorshout 22 te Veghel

58

-

Bij een toenemend verhard oppervlak van 500 m² tot 10.000 m² geldt de rekenregel: Benodigde compensatie (in m³) =toenemend verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m).

-

Indien het toenemend verhard oppervlak groter is dan 10.000 m² is er sprake van een vergunningstraject. Binnen het vergunningstraject wordt de benodigde compensatie middels maatwerp bepaald door het waterschap. Waarschijnlijk dient rekening gehouden te worden 60 mm neerslag over het toenemend verhard oppervlak.

-

De gevoeligheidsfactor van het plangebied is 1.

Voor het verwerken van het hemelwater past het waterschap de onderstaande voorkeursvolgorde toe: -

hergebruik;

-

vasthouden/infiltreren;

-

bergen en afvoeren;

-

afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect);

-

afvoeren naar de riolering.

Vanuit het waterschap zijn watervoorzieningen als een wadi, poel, geïsoleerde greppel, ondergrondse bergingskratjes, doorlatende verharding, infiltratieriool of een verlaagd maaiveld aanbevolen maatregelen. Binnen 5 droge dagen dient de volledige capaciteit van de hemelwaterberging volledig beschikbaar te zijn. Voor het aanbrengen van wijzigingen in het watersysteem is op basis van de Keur van waterschap Aa en Maas een watervergunning benodigd. Beleidsregels gemeente Meierijstad Hemelwater en afvalwater dienen gescheiden aangeboden te worden. Voor het verwerken van hemelwater in de openbare ruimte is de voorkeursvolgorde: -

Hemelwater dient zoveel mogelijk vastgehouden te worden waar het valt.

-

Hemelwater dient waar het kan te infiltreren. De infiltratievoorziening dient binnen 24 uur geledigd te worden. o

Locaties voor infiltratievoorzieningen dienen te voldoen aan: bodemtype: zand (met minimale bijmenging van leem); infiltratiecapaciteit (k-waarde): minimaal 0,5 m/dag; gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): minimaal 0,2 m beneden bodem infiltratievoorziening.

Hemelwater kan mogelijk (vertraagd) afwateren naar het oppervlaktewater of bestaande riolering. Groene daken worden gezien als een waterberging en daarom geldt over het oppervlak van het groen dak geen aanvullende waterbergingseis. Bij intensief gebruik van verharding dient een zuiverende voorzieningen worden toepast. Voor het realiseren van een verhard oppervlak van minder dan 500 m² geldt vanuit de gemeente de regel dat minimaal 60 mm (per m² verhard oppervlak) waterberging gerealiseerd wordt. Bij een grotere verhardingstoename volgt de gemeente het beleid van het Waterschap Aa en Maas. Vanuit het hemelwaterriool mag bij bui09 (T=5, 29,4 mm in 1 uur) geen water-op-straat situatie ontstaan. Bij een bui met een herhalingstijd van eens per 100 jaar (T=100, 70 mm in 1 uur) mag niet te leiden tot schade aan gebouwen. Voor nieuwbouw geldt dat hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Tijdens de initiatieffase wordt de ontbaar is wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: -

niet bouwen;

Dorshout 22 te Veghel

59

-

ophogen;

-

draineren.

De minimale ontwateringdiepte ten opzichte van de GHG zijn: -

woning zonder kruipruimte

0,5m;

-

woning met kruipruimte

0,7m;

-

tuinen/groenvoorzieningen

0,5m;

-

hoofdwegen

1,0m;

-

secundaire wegen en woonstraten

0,7m.

5.14.2

Onderzoek

In het kader van het planvoornemen is door De Roever een weging van het waterbelang uitgevoerd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlage, in deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Veghel, sectie L met nummer 386. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 11.700 m² en is grotendeels in gebruik als landbouwgrond. De aanwezige bebouwing wordt gevormd door een woonboerderij en enkele bijgebouwen. Ten zuidoosten van het plangebied ligt volgens de legger een b-watergang. Weging van het waterbelang Onderhavig document heeft betrekking op de wijziging van het omgevingsplan voor de planonderdelen van fase 2 van het project. In het kader van de herontwikkeling zijn diverse omgevingsonderzoeken uitgevoerd voor zowel fase 1 als fase 2. Hoewel onderhavige ruimtelijke motivering specifiek betrekking heeft op fase 2, zijn in de uitgevoerde onderzoeken tevens gebruikt voor de BOPA van fase 1. De aanleiding voor het uitvoeren van de weging van het waterbelang wordt gevormd door de voorgenomen sloop van de aanwezige bijgebouwen. Op de vrijgekomen grond wordt ondermeer een nieuwe woning met bijgebouwen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling op de locatie heeft tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met circa 1.597 m2.

De vereiste compensatie wordt berekend door het toekomstig verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 43 m3 (724 m2 x 0,06). Initiatiefnemer is voornemens aan de bergingsopgave te voldoen door een wadi aan te leggen. De locatie van de wadi is te zien op het ontwerpplan. Door circa 75 m2 in te richten voor de wadi kan voldaan worden aan de bergingseis van de gemeente, rekening houdend met de lokale GHG (circa 1 m-mv) en het volumeverlies door het talud. Daarnaast heeft hemelwater, door de groene omgeving waarin het plangebied is gelegen, voldoende mogelijkheden om via de groene terreindelen in de bodem te infiltreren. Het is derhalve niet nodig om een afvoer te realiseren vanaf de verharding naar de wadi. Een verplichting voor het realiseren van voldoende waterberging en een verbod op het lozen van hemelwater op het gemeentelijk rioolstelsel is als planregel opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan (danwel in een verordening welke onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan). Toetsing aan deze regel vindt ten finale plaats op het moment van een omgevingsvergunningsaanvraag.

Dorshout 22 te Veghel

60

Op de huidige rioolaansluiting zal enkel huishoudelijk afvalwater wordt geloosd. Er is immers sprake van een drukrioolsysteem, wat niet is geschikt voor de afvoer van bedrijfsafvalwater of regenwater. Regenwater zal volledig op eigen terrein moeten worden verwerkt en hierin is ook voorzien. 5.14.3

Conclusie

Vanuit het milieuaspect water is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.15

Spuitzones

5.15.1

Toetsingskader

Bij de agrarische percelen waar omgevingsplantechnisch gezien sprake kan zijn van gewasbescherming, scherming wordt over het algemeen toegepast door het bespuiten van gewassen, dit kan op verschillende manieren en afhankelijk van de spuitmethode en de windkracht, kunnen de gewasbeschermingsmiddelen

Er gelden geen wettelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstand tussen gronden waar gewassen in de open lucht worden geteeld en gevoelige functies zoals wonen, kampeerterreinen en recreatieverblijven. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op vrijzones die in het activiteitenbesluit worden genoemd, hebben betrekking op het oppervlaktewater. De zones bedragen maximaal 5 meter. Bij gebreke aan wetgeving, is er met jurisprudentie een kader ontwikkeld voor bestemmingsregels die het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen toelaten ten opzichte van bestemmingsregels die gevoelige functies toelaten. Het gaat dan over bestemmingen die alle vormen van open teelt toestaan. Bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt mag de raad een algemeen belang toekennen aan de volksgezondheid. In de regels wordt dit algemeen belang vertaald naar een minimale afstand van 50 meter tot woon- en verblijfslocaties 2. De zone van 50 meter tussen de agrarische functie waar dergelijke open teelt is toegelaten en gevoelige functies moet vrij van spuitnevel of drift blijven. Deze zone wordt een spuitzone, spuitvrije zone of teeltvrije zone genoemd. Afwijken van de vuistregel van 50 meter wordt door de rechter mogelijk geacht maar zelden slaagt men er in de afwijking goed te motiveren 3. 5.15.2

Onderzoek

In de nabije omgeving van het plangebied zijn enkele agrarische percelen gelegen. Planologisch gezien is het toepassen van gewasbescherming op deze percelen toegestaan. Het doel van een spuitzone is om de gezondheidsrisico's voor mensen die in de nabijheid van deze percelen wonen of werken te minimaliseren. Dit wordt gedaan door een bepaalde afstand aan te houden tussen de plek waar de middelen worden gespoten en gevoelige functies, zoals woningen.

2 3

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2017:1353 https://www.alexadvocaten.nl/spuitzones-op-welke-afstand/

Dorshout 22 te Veghel

61

Het projectgebied wordt aan verschillende zijden begrensd door agrarische percelen waar planologisch gezien het toepassen van gewasbescherming is toegestaan. Verschillende delen van het projectgebied zijn gelegen binnen de 50 meterzone die als vuistregel wordt aangehouden tot woon- en verblijflocaties. De percelen ten noorden van het plangebied zijn in de feitelijke situatie de afgelopen jaren ingezet als grasland, tevens zijn deze percelen niet gelegen binnen de 50 meterzone van de woningen Dorshout 22 en de nieuwe woning naast Dorshout 20 gelegen. Hiermee wordt er voor de noordelijke percelen voldaan aan de richtafstand van 50 meter.

Een deel van het plangebied is aangeduid voor de verbouw van vaste planten. Met het planvoornemen wordt deze functie gestaakt. Ter plaatse van het plangebied wordt een verbod opgenomen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Aan de overkant van de weg Dorshout, ten hoogte van de boerderij Dorshout 22, zijn enkele agrarische percelen gelegen. Deze zijn in gebruik als akker voor bloemteelt, waardoor er mogelijk sprake is van een spuitzone. De woonboerderij Dorshout 22 en de nieuwe woning aan de zijde Dorshout 20 zijn beide op circa 40 meter van de agrarische percelen gelegen. Ten opzichte van de agrarische percelen is opgaand groen gelegen in de vorm van een bomenrij. Deze zorgt voor driftreductie. Ook zijn de woningen 20b, 21 en 23

Dorshout 19, 20,

op dezelfde of nabijere afstand gelegen van de omliggende agrarische gronden. Hierdoor is

er al sprake van een belemmerende werking, volgens de Afdeling 4 is de bedrijfsvoering van de agrariër immers al beperkt omdat als hij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt binnen 50 m van het plangebied, klachten vanuit de bestaande woningen reeds mogelijk zijn. Het gebruik van grasland of andere teelt waarbij gewasbeschermingsmiddelen niet aan de orde zijn kan binnen deze zone uiteraard wel. 5.15.3

Conclusie

Ten aanzien van het aspect spuitzones worden er geen belemmeringen verwacht voor het planvoornemen.

4

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 16-08-2023, ECLI:NL:RVS:2023:3128

Dorshout 22 te Veghel

62

6

Financiële en maatschappelijke verantwoording

6.1

Financieel-economische haalbaarheid

De realisatie van de ontwikkeling is in handen van één initiatiefnemer. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Niet is gebleken dat de initiatiefnemer over onvoldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge, financiële

De totale ontwikkeling (fase 1 en 2 samen) betreft een bouwactiviteit waarvan kosten moeten worden verhaald, zoals bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Om de verschuldigde kosten te verhalen, is de gemeente op basis van artikel 13.13 van de Omgevingswet een overeenkomst aangegaan met de initiatiefnemer. Daarin zijn alle kosten voor de grondexploitatie meegenomen inclusief eventuele financiële bijdragen en nadeelcompensatie. Het opnemen van vergunningvoorschriften is dus niet noodzakelijk.

6.2

Procedure

plan wordt gewijzigd. Tegen dit plan bestaan de gebruikelijke zienswijzen- en beroepsmogelijkheden.

6.3

Participatie

In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er diverse opties om omwonenden van een planontwikkeling te informeren. Het plangebied betreft een herontwikkeling ter plaatse van Dorshout 22 te Veghel. Er is door de initiatiefnemer in november/december 2023 een omgevingsdialoog uitgevoerd. De initiatiefnemer heeft het planvoornemen aan de nabije omwonenden toegelicht, middels de landschappelijke inpassingsschets. De reacties van de omwonenden zijn als positief ervaren en er wordt aangegeven dat men het plan als een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie ziet. Met name het behoud van de bestaande boerderij wordt als prettig ervaren. Daarnaast is er veel enthousiasme voor het grotendeels slopen van de bestaande stallen en het verwijderen van de varkenshouderij. Voor de verslaglegging van de omgevingsdialoog wordt verwezen naar de bijlagen. De betrokkenen hebben aangegeven dat de uitleg als positief werd ervaren en is de buurt akkoord met de plannen.

Dorshout 22 te Veghel

63

7

Belangenafweging en conclusie

7.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Om te beoordelen of het planvoornemen resulteert in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zijn alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving nauwkeurig onderzocht en afgewogen. Met name uit de hoofdstukken 3, 4 en 5 kan worden geconcludeerd dat de beoogde activiteit leidt tot een situatie waarin er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er heeft een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden, waarbij doeltreffend verband is gelegd tussen de instrumenten van de Omgevingswet en recent beleid. Er is een duidelijke link gecreëerd tussen de belangen van de initiatiefnemer, de doelen van de gemeente, en de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden.

7.2

Doorvertaling naar het omgevingsplan

plan wordt gewijzigd door verschillende initiatieven samen te bundelen. Hieronder is aangegeven op welke wijze de planonderdelen juridisch, planologische doorvertaling hebben gekregen in het omgevingsplan. Dorshout 22 Hierin zal aan de woonboerderij Dorshout 22 en de direct omliggende gronden die op grond van het LIP worden ingericht als siertuin en waar bijgebouwen zijn toegestaan een werkingsgebied voor de functie/locatie w

toegekend. Er worden omgevingsnormen opgenomen voor:

1. Maximaal bouwhoogte van 10 meter; 2. Maximale goothoogte van 4,5 meter; 3. Maximale oppervlakte (430 m2) aan bijgebouwen omdat deze afwijkt van de standaard toegestane oppervlakte, hiervan kan verbaal geregeld worden van deze oppervlakte 70 m2 uit overkappingen bestaat.

aan dit werkingsgebied is de planregel gekoppeld dat maximaal 200 m2 aan gebouwen voor statische opslag gebruikt mag worden. Er geldt een regel ter behoud en bescherming van de cultuurhistorische/beeldbepalende elementen van de beeldbepalende woonboerderij Dorshout 22. Aan sloop en grootschalige verbouwingen zijn voorwaarden gekoppeld. Nieuwe woning naast Dorshout 20 Voor de nieuwe woning naast Dorshout 20 en de als siertuin aangeduide gronden op het LIP, krijgen even1. Maximaal bouwhoogte van 10 meter; 2. Maximale goothoogte van 4,5 meter; 3. Maximale inhoud van de woning (1.000 m3); 4. Maximale oppervlakte aan overkappingen van 30 m 2.

1. Maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken van 150 m 2; 2. Maximale bouwhoogte van 6 meter voor bijbehorende bouwwerken; 3. Maximale goothoogte van 3,3 meter bijbehorende bouwwerken.

Dorshout 22 te Veghel

64

Aan het verlenen van een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit is de verplichting gekoppeld om de landschapsmaatregelen (inclusief sloop) zoals opgenomen in het LIP uit te voeren en daarna duurzaam in stand te houden. Overige gronden waarbij geen bouwvlak is toegekend zodat verzekerd is dat hier geen agrarische gebouwen meer kunnen worden opgericht. Qua gebruik wordt aangesloten op de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan, waarbij een verbod wordt opgenomen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Algemeen Wat betreft overige gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden wordt aangesloten bij de regels van het viTer waarborging van eventuele archeologische waarden, geldt de archeologische thematische laag met regels voor Tevens worden de verschillende gebiedsaanduidingen overgenomen danwel wordt een voorrangsbepaling opgenomen waarbij duidelijk wordt dat de onderliggende gebiedsaanduidingen vanuit het bestemmingsplan k voor de paraplubestemmingsplannen gelden.

7.3

Conclusie

Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen voldoende gemotiveerd is en dat borging in het omgevingsplan op een verantwoorde wijze plaatsvindt.

Dorshout 22 te Veghel

65

Separate bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Dossier kwaliteitsverbetering Bijlage 3: Quickscan milieuaspecten Bijlage 4: Bodem- en asbestonderzoek Bijlage 5: Geuronderzoek Bijlage 6: Asbestinventarisatie Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Stikstofonderzoek Bijlage 9: Watertoets Bijlage 10: Omgevingsdialoog Bijlage 11: Archeologisch onderzoek Bijlage 12: Zoneringskaart

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

-Hertogenbosch Willemsplein 2 -Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info.bro@movares.nl www.movares.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7e4390f7-7ebb-48f9-a839-cd06e4146f29