CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

3.7 Onderbouwing Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: 3. Onderbouwingen17.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarnaast verandert de locatie en de positie van de woning niet, waarmee er niet getoetst hoeft te worden aan de maximaal planologische mogelijkheden door alle emissie van Schootsedijk 21. Voor woningen bij stoppende veehouderijen geldt een aangepast toetsingskader, te weten een vaste afstand van 50 meter. Aan deze afstand vanaf de rand van het bouwvlak van Schootsedijk 21 tot de bestaande woning binnen het projectgebied wordt ruimschoots voldaan. Omliggende bedrijven worden dan ook niet beperkt in hun gebruiks- dan wel ontwikkelmogelijkheden als gevolg van voorliggend initiatief.

- 31 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Woon- en leefklimaat Door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is de achtergrondbelasting voor wat betreft geur in kaart gebracht. Figuur 5.2 geeft een uitsnede van de geurkaart met daarop het projectgebied weergegeven. Als gevolg van voorliggend initiatief wordt de varkenshouderij ter plaatse van het projectgebied definitief beëindigd, waarmee de geuremissie van het bedrijf tevens verdwijnt. De achtergrondbelasting geur ter plaatse van de woning en de tuin bedraagt 7 tot 13 . Het woon- en leefklimaat binnen het projectgebied als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting (achtergrondbelasting) kan dan ook worden aangemerkt als redelijk goed. Binnen het projectgebied wordt hiermee de norm voor de achtergrondbelasting overschreden.

projectgebied

Figuur 5.2: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB).

Tot slot ziet het plan toe op het houden van maximaal 250 vrije uitloop kippen te houden. Het aantal van 250 kippen ligt onder de grens van 350 kippen zoals genoemd in artikel 3.200 van het Bal ligt. Hiermee betreft dit een hobbymatige activiteit die niet getoetst hoeft te worden voor wat betreft geur. De kippen zullen gehouden worden ten zuiden van de voormalige varkensstal. Gezien de afstand tot de nabijgelegen geurgevoelige objecten en de geringe geuruitstoot van een dergelijk aantal kippen zal dit zeer waarschijnlijk niet zorgen voor geurhinder. Conclusie Vanuit het aspect geur is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

- 32 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

5.4

Gemeente Meierijstad

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen worden onderstaand stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen.

Rondom het projectgebied zijn drie varkenshouderijen gelegen. De PM10 (endotoxine) emissies van de varkenshouderijen aan Schootsedijk 21, Erica 1 en Erica 7 zijn weergegeven in figuur 5.3. Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van bovenstaande vergelijkingen worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden. Voor wat betreft de genoemde omliggende varkenshouderijen gelden de richtafstanden zoals opgenomen in figuur 5.3. Richtafstand

Werkelijke

Endotoxine

Afstand

m.

350 m.

id

Adres

Type bedrijf

1.

Schootsedijk 21

Varkens: 130 kg. PM10/jaar

2.

Erica 1

Varkens: 130 kg. PM10/jaar

61 m.

800 m.

3.

Erica 7

Varkens: 516 kg. PM10/jaar

144 m.

740 m.

Figuur 5.3: Richtafstanden Endotoxine.

Bovenstaande richtafstanden worden conform het der 1.0' aangehouden vanaf het emissiepunt van het bedrijf, zoals in WebBVB opgenomen, tot aan de gevel van een gevoelig object. Hierbij wordt - 33 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

geen rekening gehouden met meteo-omstandigheden, daar de mogelijkheden om dit te doen vooralsnog ontbreken. Zoals weergegeven in figuur 5.3 wordt voldaan aan de geldende richtafstanden voor endotoxine. 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de beëindiging van een varkenshouderij en de wijziging naar statische opslag. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 5.3 van voorliggende onderbouwing heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Aannemelijk is dat binnen het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn.

Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk worden gesteld op respectievelijk 5,0 voor de voorgrond en 10,0 voor de achtergrond. Op basis van de toetsing in hoofdstuk 5.3 blijkt dat ter plaatse van de woning de achtergrondgeurbelasting 7 tot 13 bedraagt. Hierbij is de geuremissie van de middels voorliggend plan te beëindigen varkenshouderij binnen het projectgebied ook meegenomen. Op het moment dat deze geuremissie komt te vervallen is het aannemelijk dat voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10 . Gezien deze waarde voor de achtergrond en de grote afstand van ca. 350 meter tot de meest dichtbij gelegen intensive veehouderij, is aannemelijk dat ook aan de gezondheidskundige advieswaarde van 5 voor de voorgrond wordt voldaan. Echter op basis van de huidige beschikbare kaart van de achtergrondbelasting kan niet met volledige zekerheid gesteld worden dat er ook voldaan wordt genoemde gezondheidskundige advieswaarden. Een advies van de GGD dient te worden opgevraagd.

- 34 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het (gemengd) houden van dieren. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van het projectgebied bevindt zich een geitenhouderij waar meer dan 50 geiten gehouden worden op de locatie Schootsedijk 47. Deze geitenhouderij is gelegen op een afstand van 1,92 kilometer van de bestaande bedrijfswoning binnen het projectgebied. Voorliggend initiatief betreft het omzetten van een bestaande agrarische bedrijfswoning naar een regluiere bedrijfswoning. Er wordt daarmee géén nieuw gevoelig object opgericht.

Daarnaast neemt het aantal blootgestelden binnen het projectgebied als gevolg van voorliggend initiatief niet toe. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-3 rapport blijkt namelijk dat er binnen een straal van 500 meter rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen. Binnen een straal van 500 meter rondom het projectgebied bevinden zich geen pluimveehouderijen.

- 35 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. Binnen een straal van 250 meter rondom het projectgebied bevinden zich geen overige veehouderijen. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid Voorliggend initiatief voorziet niet in het houden van dieren en leidt daarmee niet tot een toenemende onrust over de volksgezondheid. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er voor Stap 3b en Stap 5a specifieke omstandigheden aan de orde zijn. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft een afweging van de gemeente Meierijstad. De gemeente moet een zorgvuldige afweging maken of sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Het stappenplan is bedoeld om situaties te toetsen waarin sprake is van (nieuwe) gevoelige objecten en/of veehouderijen. Met de beoogde beëindiging van de varkenshouderij binnen het projectgebied en de omzetting van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar reguliere bedrijfswoning t.b.v. statische opslag vinden feitelijk geen wijzigingen plaats waarmee het aantal blootgestelden toeneemt binnen het projectgebied.

De beëindiging van de varkenshouderij binnen het projectgebied heeft een positieve invloed op het woon- en leefklimaat in haar directe omgeving. Ons inziens is een GGD advies derhalve niet doelmatig. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft ten alle tijden een afweging van de gemeente Meierijstad. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Op 12 september 2018 heeft de gemeente nadere invulling gegeven aan de maatwerkaanpak voor woningbouwinitiatieven in de omgeving van geitenhouderijen. De insteek hierbij is een zorgvuldige afweging van belangen aan de hand van een maatwerkaanpak. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn immers telkens anders. Het gezondheidsbelang staat in de afweging voorop. Dit belang dient te worden afgezet tegen belangen van volkshuisvestelijke, sociale, financiële en economische aard. Samengevat betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt:

- 36 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Conform het collegeprogramma wordt waar mogelijk medewerking verleend aan kleinschalige woningbouwprojecten. Daaronder wordt hier verstaan de oprichting van maximaal 11 woningen op één locatie. Bij voorliggende ontwikkeling wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet naar een reguliere bedrijfswoning. Hiermee is geen sprake van de oprichting van nieuwe woningen. Bij zowel kleine als grootschalige ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de afstand van de woningbouwlocatie tot de geitenhouderij. Uitgangspunt is dat in principe geen medewerking wordt verleend aan bouwplannen die de bestaande afstand van woningen tot een geitenhouderij verkleinen. Uitzondering hierop moet mogelijk blijven indien er sprake is van een verwaarloosbare verkleining van de bestaande afstand. Het gezondbij personen die nu al nabij een geitenhouderij wonen. De huidige gezondOp 1,92 kilometer van het projectgebied is één geitenhouderij gelegen aan Schootsdedijk 47 met 480 stuks geiten. Middels voorliggend initiatief worden géén woningen toegevoegd. Het aantal blootgestelden neemt hiermee niet toe. Daarnaast is het bedrijf op een dermate grote afstand van het planEr zal binnen een straal van 2000 meter rondom een geitenhouderij in principe niet worden meegewerkt aan ontwikkelingen gericht op voorzieningen waar grote groepen meer kwetsbare mensen gebruik van maken.

Te denken valt hierbij aan een verzorgingstehuis, een school of kinderopvang. Bij voorliggende ontwikkeling wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet naar een reguliere bedrijfswoning. Hiermee is geen sprake van voorzieningen voor (grote groepen) kwetsbare mensen. Sluitstuk van de maatwerkaanpak is een verplichting vanuit de gemeente vloeien uit het bouwen van woningen binnen een straal van 2000 meter rondom een geitenhouderij. Op basis daarvan kunnen de initiatiefnemers hun eigen afweging maken over het al dan niet doorzetten van hun plannen. rondom het langdurig verblijven in de buurt van geitenhouderijen. Zij hebben de hierover door de gemeente Meierijstad overhandigde informatie tot zich genomen. Er is echter bij voorliggend initiatief geen sprake van het oprichten van nieuwe woningen.

- 37 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Conclusie Vanuit het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.5

Luchtkwaliteit De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving Het projectgebied is niet gelegen in een aandachtsgebied. Toetsing aan de omgevingswaarden kan achterwege blijven indien de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een aantal veelvoorkomende activiteiten draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor de volgende activiteiten geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in artikel 5.54 grenzen aan. Als een activiteit binnen deze grenzen valt, is geen toetsing nodig aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2) en fijnstof (PM10).

De activiteit draagt in dat geval per definitie NIBM bij aan de luchtverontreiniging. Het gaat om: Woningen. Kantoren. Een combinatie van woningen en kantoren. Het telen van gewassen. Het aanleggen of wijzigen van een spoorwegemplacement. Middels voorliggend initiatief wordt de bestaande varkenshouderij beëindigd en worden de twee bestaande bedrijfsgebouwen voor statische opslag gebruikt. In de nieuwe situatie is er sprake van een (reeds bestaande) bedrijfswoning. In de CROWverkeersbewegingen voor een vrijstaande koopwoning vastgesteld op 8,2 bewegingen per etmaal per woning. Daarnaast wordt statische opslag van caravans mogelijk gemaakt. Het betreft hier goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven. In een worst-case scenario wordt uitgegaan van 10 extra verkeersbewegingen met licht verkeer per etmaal als gevolg van deze statische binnenopslag. Het totaal aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie bedraagt hiermee maximaal 19 bewegingen per dag. - 38 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 5.4 weergegeven. Uit figuur 5.4 volgt dat voorliggend initiatief een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.

Figuur 5.4: Uitkomst berekening NIBM-tool 2025 (bron: infomill.nl)

Woon- en leefklimaat Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het projectgebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Het plan maakt de omzetting van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar reguliere bedrijfswoning mogelijk. Toetsing moet plaatsvinden vanwege het feit dat een wijziging plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het projectgebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 5.5 t/m 5.7.

Figuur 5.5: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)

- 39 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Figuur 5.6: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 5.7: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl)

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het projectgebied ligt tus3 (PM ) en de 83 (PM ). De wettelijke normen besen de 1610 2,5 3 (PM 3 (PM ) en op basis van de provinciale Om10 2,5 3. De achtergrondconcentratie gevingsverordening Noordstikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het projectgebied ligt tussen de 10-15 3 3. De conclusie is dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Conclusie deling van functies.

- 40 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

5.6

Gemeente Meierijstad

Geluid Het Rijk beschermt personen die ergens wonen tegen geluid. Om die reden wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving gebouwen met een woonfunctie meestal aan als geluidgevoelige gebouwen met daarin geluidgevoelige ruimten. Overheden passen deze instructieregels voor geluidgevoelige gebouwen toe bij het uitvoeren van hun wettelijke taken zoals het opstellen van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate

Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). Weg- en spoorweglawaai Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai moet worden uitgevoerd indien middels het plan geluidgevoelige ruimten worden opgericht en of deze gelegen zijn in een geluidaandachtgebied. In de huidige situatie is sprake van een reeds bestaand geluidgevoelig object. De gehele woning is reeds in gebruik ten behoeve van de woonfunctie. Er worden middels het initiatief geen nieuwe woonfuncties dan wel nieuwe geluidgevoelige ruimten toegevoegd. Een akoestisch onderzoek voor wegverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk. Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai ter plaatse van het projectgebied afkomstig van de bedrijven die rondom het projectgebied gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in figuur 5.1 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Daarnaast dient zowel een agrarische bedrijfswoning als een reguliere bedrijfswoning te worden beschermd tegen geluidhinder afkomstig van andere bedrijven. Voorliggend initiatief brengt hierin geen verandering.

Voor opslaggebouwen geldt een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid volgens de Handreiking Bedrijven en milieuzonering editie 2009. De dichtst bijgelegen woning ligt op ruim 50 meter afstand van de grens van het projectgebied. Voor industrielawaai hoeft er voor deze ontwikkeling daarom geen onderzoek uitgevoerd te worden. Conclusie Vanuit het aspect geluid is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

- 41 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

5.7

Gemeente Meierijstad

Trillingen Het aspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Als gevolg van voorliggend initiatief is geen sprake van het ontstaan van nieuwe trillingen die worden veroorzaakt in een trillingevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Conclusie Vanuit het aspect trillingen van functies.

5.8

hiermee sprake van een evenwichtige toedeling

Bodem Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Gezien de gewenste herbestemming van (een deel van) de het projectgebied Bedrijf bodemonderzoek conform de NEN 5740 noodzakelijk. Aan Milieupartner B.V. is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het projectgebied. Dit onderzoek is vervolgens aangevuld met een verkennend asbestonderzoek. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:

- 42 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen In opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies te Sint-Oedenrode heeft Milieupartner BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Zwembadweg 43 te Sint-Oedenrode, kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie R, nummer 414. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijziging van agrarisch naar bedrijfsbestemming en de gedeeltelijke sloop van de grote zuidelijke stal. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging met asbest van de bodem terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van het (voormalig) gebruik als agrarisch bedrijf is de onderzoekslocatie als heterogeen verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging (VED-HE). De veldwerkzaamheden zijn op 25 november 2024 en 9 december 2025 uitgevoerd door de heer A.W. van Eijkeren en de heer D.K.J. van de Giessen, beide bij Bodemplus erkende veldwerker en medewerker van Milieupartner BV.

Resultaten verkennend bodemonderzoek Uit de boorprofielbeschrijvingen blijkt dat tot een diepte van circa 1,9 m-mv matig fijn, zwak siltig zand en van 1,9 m-mv tot de maximale boordiepte van 2,25 m-mv zwak zandig leem aanwezig is. De bodem is, plaatselijk, tot een diepte van 1,0 m-mv zwak humeus. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaam heden zijn, met uitzondering van de puinbijmenging ter plaatse van boring 10, zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Asbest is zintuiglijk niet aangetoond. De matig puinhoudende bovengrond (monster 10.1) is tot boven de achtergrondwaarde verontreinigd met kobalt, lood, zink, PAK en minerale olie. De puinhoudende bovengrond kan, op basis van de analyseresultaten, worden geclassificeerd als kwaliteitsklasse industrie. De zintuiglijk als schoon beoordeelde bovengrond (MM1 t/m MM3) en ondergrond (MM4) zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters en voldoen derhalve aan de klasse landbouw/natuur.

- 43 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Het grondwater ter plaatse (Pb01) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Resultaten verkennend asbestonderzoek Ter plaatse is bij de uitvoering van de maaiveldinspectie en tijdens de uitvoering van het veldwerk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de resultaten blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van de onverharde druppelzone (mmAB1) een totaal gewogen asbestgehalte van <2 mg/kg d.s. is aangetoond. Het aangetoonde gehalte blijft derhalve zowel onder de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) als onder de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Conclusies en aanbevelingen Met het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de huidige bodemkwaliteit van de onderzoeks locatie voldoende vastgelegd. Op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaan, ons inziens, geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en gedeeltelijke sloop van de zuidelijke grote stal. Vervolgonderzoek wordt derhalve niet zinvol geacht. Bij afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Een bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie

Conclusie Vanuit het aspect bodem is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.9

Omgevingsveiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten:

- 44 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden.

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Beschouwing risicobronnen Met behulp van de Signaleringskaart-EV is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied. Op ruime afstand van het plangebied is een aardgasleiding (Z-544-01) gelegen. Deze leiding heeft een werkdruk 40 bar en een diameter van 14 inch. Deze leiding heeft externe veiligheidsrivisie buisleidingen. Daarnaast beschikt de inrichting aan Grove Den 1a over een propaantank met een inhoud van 8 m3. Deze propaantank valt daarmee niet onder de reikwijdte van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De geldende externe veiligheidsafstanden worden in de omgevingsvergunning vastgelegd. Tot slot beschikt Camping de Kienehoef ook over een tweetal propaantanks met beide een inhoud van 8 m3. Daar het maximaal 2 tanks betreft met beide een inhoud van 13

- 45 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

m3 of minder, vallen ook deze tanks niet onder de reikwijdte van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Plaatsgebonden risico Uit de risicokaart zoals opgenomen in figuur 5.8 blijkt dat de leiding Z-544-01 geen plaatsgebonden risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan.

projectgebied

Figuur 5.8: Uitsnede Signaleringskaart-EV (bron: nl.ev-signaleringskaart.nl)

Groepsrisico Bij HD-aardgasleidingen wordt het maatgevend scenario gevormd door een beschadiging van de transportleiding. Hierdoor komt gas vrij, dat na ontsteking een fakkelbrand vormt met een grote warmtestraling tot gevolg. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt onderscheid gemaakt tussen de zone 100% letaliteit en de zone 1% letaliteit. Dit is overgenomen in het planologisch toetsingskader. Het bij de diameter en druk van de leiding behorende invloedsgebied (1% letaliteit) en de 100% letaliteitcontour bedraagt respectievelijk 150 en 80 meter. Het plangebied is op ruim 1,5 kilometer van de HD-aardgasleiding. Hiermee is de planlocatie gelegen buiten het 100% letaliteitscontour en buiten het invloedsgebied van de leiding. Een verantwoording van het groepsrisico kan hiermee achterwege blijven. De propaantank van de inrichting aan Grove Den 1a heeft zoals aangegeven een inhoud van 8 m3. De tank wordt maximaal 5 keer per jaar bevoorraad. Hiermee geldt een afstandseis van 15 meter tot buiten de inrichting gelegen (beperkt)

- 46 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

kwetsbare objecten. De afstand van de propaantank tot de bestemmingsgrens het plangebied bedraagt 640 meter. De twee propaantanks van Camping de Kienehoef zijn gelegen aan de uiterste zuidwestzijde van het plangebied. Het betreffen zoals aangegeven tanks met beide een inhoud van 8 m3, die maximaal 12 keer per jaar worden bevoorraad. Hiermee geldt een veiligheidsafstand van 25 meter tot buiten de inrichting gelegen kwetsbare objecten. De afstand van de propaantanks tot de bestemmingsgrens het plangebied bedraagt 680 meter. Conclusie Vanuit het aspect toedeling van functies.

5.10

sprake van een evenwichtige

Spuitzones In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen enerzijds gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en anderzijds percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Hierbij komen uit jurisprudentie de volgende aandachtspunten naar voren: Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt? Welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt? Wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling en het gebruik van driftreducerende middelen? Wat is de overheersende windrichting? Bij het initiatief is geen sprake van de realisatie van een nieuwe gevoelige functie (de bedrijfswoning blijft gehandhaafd als bedrijfswoning) zodat er geen sprake is van een toename van het aantal potentieel blootgestelden. Conclusie Vanuit het aspect spuitzones ling van functies.

sprake van een evenwichtige toede-

- 47 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

5.11

Gemeente Meierijstad

Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van omgevingsplannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van zowel kinderen als volwassenen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij zowel kinderen als volwassenen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, zoals hierboven reeds aangegeven is, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden.

Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat het projectgebied op een ruime afstand van ruim 4 kilometer van de meest dichtbij gelegen hoogspanningslijn is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Vanuit het aspect hoogspanningslijnen is er hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.12

Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het projectgebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Het initiatief betreft de definitieve beëindiging van een agrarische bedrijfslocatie en de omschakeling naar caravanstalling. Middels het plan is geen sprake van nieuwe aansluitingen. Hiermee vinden er dan ook geen bodemingrepen plaats als gevolg van het initiatief. Mocht initiatiefnemer toch besluiten om grondwerkzaamheden te verrichten, dan dienen voorafgaand aan de bouwwerkzaam-

- 48 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

heden de aanwezige kabels en leidingen middels een KLIC-melding in kaart te worden gebracht. Conclusie

kabels en leidingen is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.13

Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 janauri 2024 opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit op een nader te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000Kampina en Oisterwijkse . Dit gebied ligt op een afstand van ca. 10 kilometer van het projectgebied. Daarnaast maakt het projectgebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden.

Het projectgebied is daarnaast niet gelegen in de directe nabijheid van gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het meest nabijgelegen NNB gebied betreft het kruiden- en faunarijk grasland gelegen op ruim 250 meter afstand ten zuiden van het projectgebied. Middels het plan wordt de agrarische bedrijfsbestemming definitief beëindigd. De definitieve beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten leidt in de nieuwe situatie tot een vermindering van licht en geluid. Het planvoornemen leidt hiermee niet tot significante gevolgen voor dit NNB-gebied. Soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt de sloop van een gedeelte van de bestaande varkensstal plaats, waarin mogelijk beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Om deze reden is aan Exlan B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een quickscan Flora en Fauna. Deze quickscan is als bijlage

- 49 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

opgenomen aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt: Conclusie Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

Wat kort gezegd inhoudt dat al het mogelijke gedaan moet worden om het doden van dieren te voorkomen en eventueel aanwezige individuen te laten vluchten als zij verstoord worden. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogeworden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. Aanlegfase De voorgenomen ontwikkeling betreft de definitieve beëindiging van een agrarische bedrijfslocatie en de omschakeling naar caravanstalling. Hierbij vinden geen bouwactiviteiten plaats. Als onderdeel van het plan wordt echter wel een gedeelte van de bestaande varkensstal, met een oppervlakte van 356 m2, gesloopt. Hiermee is voor de aanlegfase van voorliggend initiatief een stikstofdepositieberekening niet noodzakelijk.

- 50 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Stikstofwet) in werking getreden. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. Middels haar uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet langer mag worden toegepast bij nieuwbouwprojecten. Hiermee dient voor onderhavig plan voor wat betreft de aanlegfase een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Voor de aanlegfase kan onderscheid gemaakt worden in stikstofemissie als gevolg van een tweetal type bronnen namelijk: mobiele werktuigen op de bouwsite verkeersbewegingen van en naar de bouwsite. Mobiele werktuigen Voor de sloop van een gedeelte van de varkensstal wordt gebruik gemaakt van een mobiele kraan en een verreiker. Voor het gebruik van mobiele werktuigen worden de machines en draaiuren gehanteerd zoals opgenomen in figuur 5.9. Als uitgangspunt voor de berekening van de stikstofdepositie is gerekend met materieel dat kan voldoen aan STAGE-klasse III B (materieel met een bouwjaar van 2011 of jonger), zoals bedoeld in het TNO-rapport 'EMMA' (kenmerk TNO034-UT-2009-01782_RPT-ML). Klasse Type werktuig Mobiele kraan Minigraver Verreiker

Verbruik/dag (L)

n-dagen

Totale verbruik (L)

150

3

450

90

3

270

120

1

120

Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2012/01 Cat. M

Totaal

840

Figuur 5.9: Stikstofemissie materieel aanlegfase.

Verkeersbewegingen Voor de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase wordt rekening gehouden met het transport (aan- en afvoer) van materialen en personen (bouwvakkers). De sloop van de bedrijfsbebouwing zal een week in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen nog niet bekend is, wordt gerekend met kende werking geldt: Transport personeel: 2 ritten met licht verkeer per dag, gedurende 1 week, betreft 20 verkeersbewegingen (zowel aankomst als vertrek).

- 51 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Afvoer materiaal: 5 ritten met zwaar verkeer voor afvoer sloopafval gedurende de sloopfase betreft 10 ritten (zowel aan- als afvoer containers). Het verkeer rijdt vanaf het projectgebied over de Zwembadweg richting de Schootsedijk. De lengte van de rijlijn bedraagt ca. 240 meter. Wanneer het verkeer op de Schootsedijk komt, is het uitgangspunt dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Berekening Op basis van de gegevens uit figuur 5.9 m.b.t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2024.2.1 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende onderbouwing. Uit de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de aanlegfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de aanlegfase van het plan. Gebruiksfase De voorgenomen ontwikkeling betreft de definitieve beëindiging van een agrarische bedrijfslocatie en de omschakeling naar caravanstalling.

De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Er worden middels het plan geen woningen toegevoegd. Het aantal verkeerbewegingen voor wat betreft de woning blijft gelijk. Daarnaast wordt middels het plan statische binnenopslag in de vorm van caravanstalling mogelijk gemaakt in de bestaande voormalige agrarische bedrijfsloodsen. Het betreft hier goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven. Voor de berekening van de stikstofdepositie in de gebruiksfase wordt uitgegaan van een worst-case scenario waarin het aantal verkeersbewegingen toeneemt met 10 stuks per dag. Het verkeer rijdt vanaf het projectgebied over de Zwembadweg richting de Schootsedijk. De lengte van de rijlijn bedraagt ca. 240 meter. Wanneer het verkeer op de Schootsedijk komt, is het uitgangspunt dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Berekening Op basis van bovenstaande gegevens m.b.t. de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2024.2.1 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase. De

- 52 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende onderbouwing. Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase van het plan. Conclusie Vanuit het aspect flora en fauna deling van functies.

5.14

Water Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. Het projectgebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. In hoofdstuk 4.3.2 van voorliggende onderbouwing is het beleid van waterschap De Dommel nader beschreven. Omdat bij voorliggend initiatief het totaal verhard oppervlak in het projectgebied als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling met minder dan 500 m2 toeneemt, is het gemeentelijk beleid voor hydrologisch neutraal ontwikkelen van toepassing. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering.

De gemeente Meierijstad acht hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.

- 53 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Figuur 5.10: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).

Nadere uitwerking wateropgave Middels voorliggend initiatief wordt de bestaande agrarische bedrijfsfunctie definitief beëindigd en wordt een gedeelte van de bestaande bedrijfsgebouwen ingezet voor statische opslag in de vorm van caravanstalling. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Als onderdeel van het plan wordt een gedeelte van de bestaande varkensstal op het perceel met een oppervlakte van 356 m2 gesloopt. Er wordt verder middels het plan geen nieuwe bebouwing opgericht. Er is hiermee dan ook sprake van een lichte afname van het verhard oppervlak. De afvoer van huishoudelijk afvalwater vindt plaats via het drukrioolsysteem. Hemelwater wordt in de huidige en toekomstige situatie verwerkt op eigen terrein. Compensatie is niet aan de orde. Conclusie Vanuit het aspect water functies.

5.15

Archeologie en cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Zoals blijkt uit figuur 1.2 van voorliggende onderbouwing is aan het projectgebied geen nadere archeologische dubbelbestemmingen toegekend. Daarnaast wordt middels voorliggend initiatief geen nieuwe bebouwing opgericht. Een archeologisch onderzoek is hiermee niet aan de orde.

- 54 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Conclusie ling van functies. Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Het projectgebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het projectgebied is gelegen binnen de regio Meierij en meer specifiek binnen het cultuurhistorische landschap het Groene Woud. Binnen het Groene Woud is het plangebied gelegen binnen het cultuurhistorisch vlak Schijndelse en Rooijsche Heide. Dit gebied bestaat uit grootschalige heideontginningen met een rationeel patroon van wegen en waterlopen. Het bodemgebruik is bouwland en grasland. Waarden en kenmerken van dit gebied zijn de rastervormige structuur van wegen en waterlopen, het open landschap en de onverharde paden. De Schootsedijk is aangemerkt als historisch geografische lijn met redelijk hoge waarde.

In de nabijheid van het projectgebied dan wel binnen het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle objecten aanwezig. Voorliggende ontwikkeling is dermate kleinschalig van aard, dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het Groene Woud en/of de Schijndelse en Rooijsche Heide in (de omgeving van) het projectgebied. De bestaande rationele verkavelingsstructuur wijzigt als gevolg van voorliggende ontwikkeling niet. Daarnaast vindt als gevolg van voorliggend initiatief géén sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing plaats. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie deling van functies.

5.16

Landschap, stedenbouw en beeldkwaliteit Landschap Bij de voorgenomen ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hiervoor wordt aansluiting Handreiking kwaliteitsverbetering Meierijstad gemeente Meierijstad. In deze regeling wordt nadere invulling gegeven aan de - 55 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: a. categorie 1: b. categorie 2: c. categorie 3:

geen inspanning of tegenprestatie; verplichte basisinspanning middels het opstellen en uitvoeren van een erfinrichtingsplan; basisinspanning + aanvullende kwaliteitsprestaties.

In de regeling alsmede in het regionaal afsprakenkader is de wijziging van de bestemming Agrarisch bedrijf naar Bedrijf ten behoeve van statische opslag, aangemerkt als een ontwikkeling in categorie 3. Dit betekent dat voor onderhavig initiatief een kwaliteitsverbetering van het landschap vereist is op basis van de forfaitaire methode, waarbij dient te worden uitgegaan van 20% van de grondwaardevermeerdering. Om de vereiste tegenprestatie te bepalen is een berekening uitgevoerd van de grondwaarde van het perceel in de bestaande situatie en in de toekomstige situatie. Deze berekening is opgenomen in figuur 5.11. In haar regeling Kwaliteitsverbetering Meierijstad heeft de gemeente Meierijstad de grondwaarde voor agrarische verwante bedrijvigheid (onbebouwd) vastgesteld -- per m2. 2 De n bouw -- per m gewaardeerd. In eerste instantie volgt uit de berekening dat er sprake is van een grondwaardevermeerdering van ruim 10.500,--. Van dit bedrag dient 20% te worden geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit kan onder meer door een fysieke tegenprestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Voor onderhavig initiatief wordt gekozen om diverse inheemse beplanting aan te planten in de vorm van een struweelhaag, specifiek gericht op de instandhouding van struweelvogels.

Figuur 5.11: Berekening bijdrage kwaliteitsverbetering landschap.

- 56 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Door initiatiefnemer is aan H8 Ontwerp opdracht verstrekt voor het opstellen van het vereiste erfinrichtingsplan voor het plangebied. Dit erfinrichtingsplan is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. Middels de uitvoering en instandhouding van het erfinrichtingsplan wordt voldaan aan de vereisten uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de regeling Handreiking kwaliteitsverbetering Meierijstad van de gemeente Meierijstad. In de regels van (de wijziging van) het omgevingsplan wordt de uitvoering en instandhouding van het erfinrichtingsplan geborgd. Stedenbouw en beeldkwaliteit De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere bedrijfswoning. Er vinden als gevolg van het initiatief geen ingrepen aan (het exterieur van) de woning plaats, waarmee de huidige uitstraling van het pand en de huidige beeldkwaliteit niet wijzigen. Daarnaast is geen sprake van het toevoegen van nieuwe bebouwing middels het initiatief. De voorgenomen sloop van een gedeelte van de bestaande varkensstal komt de beeldkwaliteit ten goede. Conclusie van een evenwichtige toedeling van functies.

5.17

Verkeer en parkeren Verkeer De voorgenomen ontwikkeling betreft de definitieve beëindiging van een agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een varkenshouderij. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Er worden middels het plan geen woningen toegevoegd. Het aantal verkeerbewegingen voor wat betreft de woning blijft gelijk. Daarnaast wordt middels het plan in een deel van de bestaande bedrijfsgebouwen statische binnenopslag mogelijk gemaakt. Het betreft hier goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven. In een worst-case scenario wordt uitgegaan van 10 extra verkeersbewegingen met licht verkeer per etmaal als gevolg van deze statische binnenopslag. Tegenover deze lichte toename van verkeersbewegingen staat de definitieve beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten. Als gevolg van deze beëindiging komen de verkeersbewegingen met zwaar verkeer voor onder meer het laden en lossen van voer en vee op de bedrijfslocatie definitief te vervallen. In de huidige situatie zijn op het perceel twee uitritten aanwezig. Deze uitritten blijven beide gehandhaafd. De uitrit ten zuiden van de woning dient voor de ontsluiting van de woning. De uitrit ten noorden van de woning betreft de voormalige bedrijfsinrit en wordt in de nieuwe situatie gebruikt ten behoeve van de statische opslag. Via deze uitrit kunnen de caravans voormalige agrarische bedrijfsloods bereiken.

- 57 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de situatie verkeerskundig nauwelijks wijzigt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De beschikbare capaciteit van de omliggende infrastructuur is met de huidige intensiteiten ruim voldoende om de toekomstige minimale toename van het aantal bewegingen van licht verkeer vlot en veilig te verwerken. Parkeren Op eigen terrein is en blijft voldoende ruimte voor parkeren. In haar nota ´Parkeernormen Meierijstad 2018´ heeft de gemeente Meierijstad de parkeernormen vastgelegd voor verscheidene functies waaronder wonen. Voor het buitengebied van Sint-Oedenrode geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning. Deze parkeerplaatsen zijn in de huidige situatie reeds aanwezig ten behoeve van de bestaande bedrijfswoning. De middels het initiatief beoogde 805 m2 caravanstalling wordt in de nota aangemerkt als functie Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) parkeernorm van 1,2 parkeer2 plaatsen per 100 m BVO. De gemeente heeft daarnaast aangegeven dat zij de eierautomaat van 15 m2 aanmerkt keernorm van 6,4 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO geldt. Hiermee dienen voor de caravanstalling 10 extra parkeerplaatsen aangelegd te worden op eigen terrein en voor de eierautomaat 1 extra parkeerplaats.

In het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen als bijlage 6 bij voorliggende onderbouwing, zijn de voor het plan benodigde extra parkeerplekken nader ingetekend. Conclusie toedeling van functies.

5.18

Duurzaamheid en gezondheid Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van De bruidsschat bevat wel een artikel betreffende energiebetreffende maatregelen (art. 22.52). Daarnaast kan het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De gemeente Meierijstad heeft in haar omgevingsplan vooralsnog geen omgevingswaarden vastgelegd ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid waaraan getoetst dient te worden. Middels voorliggend initiatief vindt de sanering van het asbesthoudend dak van de voormalige varkensstal plaats. Een gedeelte van deze varkensstal wordt gesloopt en van het overige gedeelte wordt het asbesthoudend dak gesaneerd en vervangen door nieuwe dakplaten. Aan de bestaande woning vinden in principe geen (bouwkundige) ingrepen plaats. Op het moment dat besloten wordt om in - 58 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

Gemeente Meierijstad

de toekomst ingrepen aan de woning te gaan verrichten, zullen de mogelijkheden voor zonnepanelen en verwarming middels een (lucht) warmtepomp worden overwogen. Conclusie Vanuit de aspecten evenwichtige toedeling van functies.

is hiermee sprake van een

- 59 -

GoFlo ´Zwembadweg 43 Sint-Oedenrode

6.

Gemeente Meierijstad

Haalbaarheid en procedure In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van voorliggend plan aangetoond. Een wijziging van het omgevingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn.

6.1

Economische haalbaarheid Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet langer plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn:

Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente Meierijstad heeft hiermee geen kosten van werken, werkzaamheden en maateregelen aan het project, met uitzondering van de plankosten voor het voeren van de planologische procedure. In onderhavig geval worden deze kosten op basis van de gemeentelijke legesverordening aan de aanvrager ten laste gelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=2fe5c64c-694a-4a18-9867-e207de5ebb9d