CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.1226 Toelichting Vlagheide 8a Schijndel

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Vlagheide 8a te Schijndel'20.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Village Départ ‘Vlagheide 8a Eerde’ Gemeente Meierijstad

1

Colofon Toelichting: Vlagheide 8a Eerde Rapportnummer: 2021.1226 Status: Ontwerp Datum: 8 juni 2022 Projectlocatie Vlagheide 8a 5482 NM Eerde Opdrachtnemer Reland Bezoekadres: Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen Correspondentieadres: Postbus 186 5830 AD Boxmeer www.reland.nl info@reland.nl Projectleiding Reland

© juni 2022 Reland

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reland. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Reland verwerpt elke aansprakelijkheid voor een ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor deze wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan worden veranderd zonder voorafgaande kennisgeving.

2

Inhoud HOOFDSTUK 1 Inleiding .................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................ 5

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied ..................................................................................... 8

1.3

Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving .................................................................................................................... 13 2.1

Historische ontwikkeling en huidige situatie plangebied en omgeving .................................... 13

2.2

Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................................ 16

HOOFDSTUK 3 Beleidstoets ........................................................................................................................... 24 3.1

Rijksbeleid......................................................................................................................................... 24

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ............................................................................................ 24

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.......................................................................... 24

3.1.3

Ladder voor duurzame ontwikkeling .......................................................................................... 25

3.2

Provinciaal beleid .............................................................................................................................. 25

3.2.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening, Noord Brabant .......................................................... 25

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................................................ 27

3.3 3.3.1

Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................... 33 Structuurvisie Ruimte Schijndel ............................................................................................ 33

3.3.2 Ontwikkeling Vlagheideberg (visie, schetsontwerp en doorontwikkeling toeristisch recreatief concept Vlagheide) ................................................................................................................... 35 3.3.3

Afwegingsschema Meierijstad ................................................................................................... 35

3.3.4

Vitaal buitengebied (Kansen voor kwaliteit) ........................................................................ 40

3.3.5

Handreiking kwaliteitsverbetering ......................................................................................... 41

3.3.6

Omgevingsdialoog....................................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 4 Milieuhygiënische en planologische verantwoording ....................................................... 44 4.1

M.e.r.-plicht ....................................................................................................................................... 44

4.2

Archeologie en cultuurhistorie........................................................................................................ 47

4.3

Flora en Fauna ................................................................................................................................. 49

4.3.1

Gebiedsbescherming.............................................................................................................. 49

4.3.2

Soortenbescherming .............................................................................................................. 50

4.4

Water ................................................................................................................................................. 50

4.4.1

Beleid ............................................................................................................................................ 51

4.4.2

Toekomstige waterhuishoudkundige situatie .......................................................................... 52

4.5

Bodem ............................................................................................................................................... 52

4.6

(Ondergrondse) infrastructuur........................................................................................................ 53

4.7

Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................... 53 3

4.8

Geurhinder ........................................................................................................................................ 56

4.9

Akoestiek........................................................................................................................................... 57

4.10

Luchtkwaliteit .................................................................................................................................... 58

4.11

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 59

4.12

Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen .............................................................................. 63

4.13

Hoogspanningslijnen ....................................................................................................................... 63

4.14

Spuitzones gewasbescherming ..................................................................................................... 64

4.15

Verkeer en parkeren........................................................................................................................ 64

4.15.1

Mobiliteit ................................................................................................................................... 65

4.15.2

Parkeren ................................................................................................................................... 65

HOOFDSTUK 5 Juridische planopzet ............................................................................................................. 67 HOOFDSTUK 6 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 68 HOOFDSTUK 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................... 69

BIJLAGEN Bijlage I

- Landschappelijke inpassing

Bijlage II

- Omgevingsdialoog

Bijlage III

- Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage IV

- Aerius-berekening

Bijlage V

- Quickscan Flora & Fauna

Bijlage VI

- Verkennend bodemonderzoek

Bijlage VII

- Stappenplan Handreiking veehouderij en volksgezondheid

4

HOOFDSTUK 1.1

1 Inleiding

Aanleiding Totstandkoming idee Aan de Vlagheide 8a is een voormalig gemengd agrarisch bedrijf gelegen. Het bedrijf is al enige tijd geleden opgeheven en de voormalige bedrijfswoning en bijbehorende schuur zijn in sinds 2013 als burgerwoning en bijgebouwen bestemd en in gebruik. De voormalige agrarische ondernemer is er blijven wonen en met gevoel voor landschap, omgeving, ambachten én het sociale hart heeft hij de plek rondom het woonkavel getransformeerd van een agrarisch productielandschap naar een natuurlijk en avontuurlijk landschap. Een landschap dat zowel aansluit bij de natuurdoelstellingen in de directe omgeving (Eerdse Bergen), als bij de spanning van een berg in de directe nabijheid (oude afvalberg aan de Vlagheide). De voormalige agrarische ondernemer is inmiddels op leeftijd en heeft al enkele jaren terug zijn kinderen gevraagd of zij de locatie willen overnemen. Alle drie de kinderen waren aanvankelijk hier wat huiverig voor. Niet omdat zij niet graag terug op hun geboorteplek zouden willen wonen (integendeel), maar omdat het prachtig gecreëerde landschap ook een uitdaging met zich meebrengt, namelijk het onderhoud ervan, zowel in tijd als in kosten. Vlagheide 8a omvat in de huidige status een woonhuis, een oude veeschuur en een landschappelijk aangelegd gebied met natuurwaarden van ca. 4,5 ha met 2 vijvers en nog een bos aan de overkant van de weg.

In de eerste vijver ligt een eiland met daarop een kooikershuisje, de tweede vijver is aangelegd in de vorm van een eendenkooi (enkel voor educatieve doeleinden). Het natuurgebied is ruwweg tussen 2000 en 2010 ontwikkeld (van landbouw naar nieuwe natuur). In 2008 is voor deze ontwikkeling (eendenkooi, kooikershuisje inclusief educatief/kleinschalige recreatie een procedure doorlopen (artikel 19 procedure WRO). Het uiteindelijke landschappelijke/ natuurlijke resultaat is in 2015 planologisch geborgd in de herijking van het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Schijndel, echter is de het kooikershuisje en het gebruik daarin niet geborgd. Kortom wel de gewenste kwaliteiten (kwaliteitsverbetering/compensatie) zijn geborgd, maar de bouwen gebruiksmogelijkheden zijn daarin niet meegenomen. De economische drager om het landschap en de natuur in stand te houden wordt gemist, waardoor het behoud en de continuïteit in het gedrang komen. Bij de dochter van de voormalige eigenaar is echter vanaf begin 2020 toch iets gaan broeden. In die periode maakte zij kennis met het concept “wielercafé” wat haar als fervent wielrenster enorm enthousiast maakte. De combinatie met de reeds (via de artikel 19 procedure geregelde) mogelijkheden op recreatief, educatief en informatief gebied, zorgen er voor dat de dochter/initiatiefnemer de plannen is gaan uitwerken en gaan concretiseren.

5

Met haar ouders en twee broers heeft ze dit initiële idee besproken. Via een verdere zoektocht die in de afgelopen 2 jaar meer en meer vorm heeft gekregen (met name uitgewerkt m.b.t. aansluiting op het gebied en economische haalbaarheid) is zij, samen met haar oudste broer, tot voorliggend plan gekomen. In bovengenoemde periode heeft de initiatiefneemster met regelmaat zeer constructieve gesprekken mogen hebben met Ruimtelijke Ordenaars en Projectgroep Vlagheide van Gemeente Meierijstad, waaruit al snel bleek dat haar initiatief erg goed aansluit bij de reeds gaande (recreatieve) planvorming voor het hele gebied Vlagheide en waaraan zij het plan steeds is blijven toetsen. Recreatieve Visie Gemeente Meierijstad Gemeente Meierijstad heeft zich ten doel gesteld om in 2030 het aantal (dag- en verblijfs)recreanten verdubbeld te hebben. Meierijstad heeft veel te bieden aan culturele historie en natuur. Dit is landelijk en regionaal echter nog onvoldoende ontwikkeld en uitgedragen (ref. Recreatieve Visie Gemeente Meierijstad). Meierijstad heeft 3 gebieden in de gemeente aangemerkt als recreatieve clusters die in de komende jaren een boost mogen krijgen qua aanbod en imago.

Gebied De Vlagheide is een van de aangewezen clusters en biedt een combinatie van natuur en historie: • Vlagheideberg • Eerdse bossen en heide • WO II historie • Gerestaureerde Eerdse molen • Wandel-, fiets- en MTB routes • Enkele (toekomstige) landgoederen • GPS tochten • Outdoor escape route Om (nieuwe) recreanten te trekken is door de gemeente gekeken naar trends in behoeften en wensen m.b.t. recreatie. Enkele kernthema’s hierin zijn: authenticiteit, onthaasten, lifestyle en beleven. Detaillering van de plannen Met nog altijd als basis het aanvankelijke idee van een Wielercafé in combinatie met de bestaande recreatieve, educatieve en informatieve functies, heeft de initiatiefneemster verder onderzocht hoe het huidige recreatie-aanbod op De Vlagheide verbreed zou kunnen worden. Uiteraard rekening houdend met de Recreatieve Visie en de daarin omschreven trends en behoeften. Het natuurgebied, het kooikershuisje en de rest van het perceel lenen zich in de huidige vorm al uitstekend voor kleinschalige recreatie en educatie. Het terrein is opengesteld voor een wandeling, om te vissen en voor kleinschalige bijeenkomsten in het kooikershuisje (dat voorzien is van een toilet, stroom en water). Daarnaast sluit het perceel ook nog eens naadloos aan op de Eerdse bossen en heide alsook op de Vlagheideberg.

Hier zijn diverse fiets-, mountainbike en wandelroutes en reeds ontwikkelde GPS tochten, echter, het gebruik daarvan in combinatie met het ontdekken van het gebied verdient een impuls. Vanuit dit alles, maar zeker ook vanuit de persoonlijke passie van de ondernemer, heeft het idee zich dan ook verder ontwikkeld tot het voorliggende concept “Village Départ”:

6

In dit concept worden de volgende activiteiten verenigd: • Ontmoetings-, start- en finishplek voor wielrenners, MTB’ers, andere sporters en recreanten die de Vlagheide aandoen • Wielercafé • Fiets-, sport- en lifestyle clinics • MTB verhuur • Teambuilding (in- en outdoor)/ back-to-basic/ heisessies • Vergaderen & zakelijke bijeenkomsten (desgewenst met thema sport & parallel naar presteren in bedrijfsleven) • Sporten/recreëren met mogelijkheid tot overnachten aan het water Rust, robuustheid, natuur en beleven zullen ten allen tijden belangrijke kernwaarden zijn en blijven. De initiële doelgroep bestaat uit de sportieve en actieve buitenmensen, waarmee dit concept uniek is in de omgeving en daarmee een heuse meerwaarde zal zijn voor het verwezenlijken van de Vlagheide als recreatief cluster. Dit concept richt zich op liefhebbers van fietsen en outdoor sporten en zal onder andere als startpunt dienen voor verschillende fietsroutes in de regio, waaronder routes die over de Vlagheideberg gaan. Daarnaast zijn in het bestaande landschap verschillende faciliteiten gerealiseerd waarmee de activiteiten uitgevoerd kunnen worden. Denk aan visstekken, het bestaande kooikershuisje als teambuildingcentrum en de veestal als horecaruimte met aansluitend een terras. De buitenruimte zal gebruikt worden voor georganiseerde teambuilding-activiteiten.

Doormiddel van het toevoegen van een beperkt aantal (6) verblijfseenheden (in de vorm van trekkershutten met basic sanitair) wordt het concept gecompleteerd. In eerste instantie was het de bedoeling om de oude veestal in zijn huidige situatie te transformeren naar centraal gebouw, met daarin onder andere de horeca, berging, auditorium en sanitair. In overleg met de gemeente is besloten om de huidige stal te slopen en te herbouwen, maar dan een kwartslag gedraaid ten opzichte van de huidige stal. Door het gebouw een kwartslag te draaien kan er veel efficiënter met de ruimte om worden gegaan. Dat geldt niet alleen voor de binnenruimte, maar ook voor de ruimte daarbuiten voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen en een landschappelijke uitstraling naar buiten. Bovendien is minder oppervlakte aan bebouwing nodig, terwijl er in het gebouw voldoende ruimte is om de eerder genoemde onderdelen in te vestigen. Village Départ is de metafoor van het kleine en gezellige trekkersdorp van waaruit activiteiten kunnen worden ontplooid. Een “centrum” voor de actieve buitensporters. Een plek voor teambuilding of fietsclinics en waar nog steeds gevist of gewandeld kan worden. Een plek waar je landschap mag ruiken, voelen, maar vooral kunt beleven.

Een plek van waar je de top van de berg wil bereiken en waar vooraf, tijdens of na de inspanning de (inwendige) mens zich weer kan herstellen en waar de trekkers op doorreis kunnen overnachten. Een droom die wellicht ook kan leiden tot een professionele wielerwedstrijd op en rond Village Départ. Stel je voor dat Mathieu van der Poel wereldkampioen zou worden op de flanken van de Vlagheide! Procedure De huidige bestemmingsplanregeling biedt niet de mogelijkheid om het concept van Village Départ op de voorziene locatie te laten landen. Daarom is het initiatief middels een principeverzoek, landschappelijke/ stedenbouwkundige onderbouwing, businessplan en presentatie aan gemeente Meierijstad en projectgroep Vlagheide voorgelegd. Hierop heeft het college van B&W besloten dat er onder voorwaarden 7

medewerking wordt verleend aan de herontwikkeling van Vlagheide 8a te Eerde voor de realisatie van de beoogde recreatieve concept. Met de bestemmingsplanprocedure wordt de bestemming ‘Wonen’, ‘Agrarisch met waarden – Open landschap’ & ‘Natuur’ voor een gedeelte omgezet naar de bestemmingen ‘Recreatie’, ‘Natuur’ en ‘Water’. Tijdens het proces om te komen tot een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied heeft intensief overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemers, Ruimtelijke Ordening Gemeente Meierijstad, Projectgroep Vlagheide, Provincie en VAB-impuls. De besproken onderwerpen zijn verwerkt in voorliggende finale versie van het plan. Tenslotte heeft er een regelmatige toets met Vereniging Vlagheide, Natuurwerkgroep Eerde en direct omwonenden plaatsgehad, waaruit enkel positieve feedback is gekomen.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Vlagheide 8a te Eerde, in het buitengebied van de gemeente Meierijstad. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Schijndel, sectie P, perceelnummers 380 en 381 en heeft een totale grootte van circa 43.970 m2. Op de luchtfoto in figuur 1 is de het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Plangebied rood omkaderd.

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied zijn de bestemmingsplannen ‘Landelijk gebied’ (vastgesteld 27-06-2013), ‘Landelijk gebied, Herijking’ (vastgesteld 24-09-2015) en ‘Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend fruit’ (vastgesteld op 27-01-2021) vigerend.

8

Conform het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ rust er op het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’ & ‘Agrarisch met waarden – Open landschap’ en op een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ (figuur 2). Daarnaast is er een aantal gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan van toepassing: - Gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ - Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – omgevingsvergunning landschapselementen’ - Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied Vlagheide’ Conform het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Herijking’ rust op een gedeelte van het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Daarnaast ligt op het gehele plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle elementen’ en ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle gebieden’ (figuur 3). De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. nevenactiviteiten zoals opgenomen in 26.1.2 onder c; c. een aan huis verbonden beroep; d. een aan huis verbonden bedrijf, uitsluitend na verlening van omgevingsvergunning als opgenomen in 26.6.1; e. bed en breakfast; f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; g. ontsluitingswegen; h. parkeervoorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven

9

De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor:

Figuur 2. Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied' 2013. Plangebied blauw omkaderd.

a. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden, waaronder (natte) natuurparels; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de biotopen van flora en fauna; c. het als zodanig instandhouden van de niet-beboste gedeelten; d. behoud en bescherming van aardkundige waarden; e. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; g. extensief recreatief medegebruik; h. extensief agrarisch grondgebruik; i. behoud van het waterbergend vermogen van de gronden; en een ander met bijbehorende voorzieningen zoals (on)verharde paden De voor Agrarisch met waarden - Open landschap aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik; b. een aan huis verbonden beroep; c. nevenactiviteiten; d. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; e. behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de bijbehorende ecologische en landschappelijke waarden; f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; g. extensief recreatief medegebruik;

10

h. bed en breakfast; i. doeleinden van openbaar nut; j. erfbeplanting; k. tuinen; l. onverharde paden een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceel ontsluitingen en sloten. Ten aanzien van de bebouwing geldt binnen de bestemming ‘wonen’ dat er een woning met bijgebouw(en) aanwezig mag zijn meteen maximum inhoudsmaat van 600 m³ (bestemmingsplan landelijk gebied en Landelijk gebied herijking). Voor bijgebouwen geldt volgens diezelfde bestemmingsplannen een maximum gezamenlijke oppervlakte van 100 m². Met het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend fruit’, is de inhoudsmaat van woningen verruimd naar 750 m³ en is de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen gemaximeerd op 150 m².

Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Herijking' 2015Plangebied rood omkaderd.

Het is mogelijk dat bestaande bebouwing afwijkt van de aangehaalde inhouds- en oppervlaktematen. In het bestemmingsplan is hiervoor het volgende aangegeven: Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer of minder bedragen dan in dit plan zijn voorgeschreven, ter plaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar worden geacht; 11

b. de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in dit plan is bepaald, mogen worden vergroot of verhoogd tot de in het plan opgenomen maten; c. bij herbouw het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats (op de bestaande fundamenten) geschiedt; d. op een bouwwerk als bedoeld onder c, het overgangsrecht niet van toepassing is. Bovenstaande bouwregels zijn in ieder geval van toepassing op de voormalige veeschuur en het kooikershuisje. In 2008 is een artikel 19 procedure WRO doorlopen. Dat is de basis voor de realisatie van het kooikershuisje en het landschap en de natuur. De natuur is meegenomen en juridisch verankerd in het bestemmingsplan buitengebied 2015. In feite de tegenprestatie voor het kooikershuisje en het gebruik van de gronden. Het kooikershuisje en het gebruik zijn echter niet juridisch geborgd, waardoor in feite een omissie is ontstaan in het plan. Een aantal onderdelen past rechtstreeks binnen de regels zoals opgenomen in de bestemmingsomschrijving of binnen de artikel 19 procedure. Denk hierbij aan visactiviteiten en het gebruik van de gronden voor andere vormen van extensieve recreatieve activiteiten (bijvoorbeeld wandelen), maar het merendeel van het concept Village Départ doet dat niet.

Om het planvoornemen mogelijk te maken dient de bestemming ‘Wonen’, ‘Agrarisch met waarden – Open landschap’ en ‘Natuur’ (voor een gedeelte) gewijzigd te worden. In de vigerende bestemmingsplannen zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Er dient derhalve een herziening van het bestemmingsplan plaats te vinden. Onderliggend document betreft de ruimtelijke onderbouwing die de ontwikkeling toelicht, verantwoordt en motiveert. Deze onderbouwing is als toelichting onderdeel van het bestemmingsplan wijzigingsvoorstel, dat naast deze toelichting uit een verbeelding en een set regels bestaat.

12

HOOFDSTUK 2.1

2 Planbeschrijving

Historische ontwikkeling en huidige situatie plangebied en omgeving Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt op 500 meter ten zuidwesten van de kern van Eerde. Uit de kaarten in figuur 4 blijkt dat Eerde en het gehucht Zandvliet al in 1850 zijn ingetekend. Rond het jaar 1900 bestaan het plangebied en de gronden ten zuiden en westen hiervan uit bossen en heidegronden. Ten noorden en oosten van het plangebied zijn de hoger gelegen gronden gelegen waar al van oudsher bebouwing aanwezig is. Uit de kaart van 1900 is tevens de in 1887 geopende spoorlijn Boxtel-Wesel (ook wel bekend als het ‘Duits Lijntje’) te zien. Uit deze kaart blijkt dat de bebouwing, met name aan de weg tussen Schijndel en Eerde en het gebied rondom de ‘Treinhalte Eerde’, in de loop der jaren is toegenomen. In de loop van de 20e eeuw zijn de bossen in de omgeving van het plangebied gekapt en samen met de heidegronden grotendeels omgezet naar agrarische grond en is het landschap door ruilverkaveling grootschaliger geworden. Sinds 1970 zijn de kernen van Schijndel en Eerde verder uitgegroeid tot de huidige omvang. Het plangebied is niet dichter bij de kern Eerde gekomen omdat het wordt gescheiden door de beboste stuifduinen ‘De Eerdse Bergen’. Deze oude zandverstuiving is een cultuurhistorisch element wat ten zuidwesten van het dorp Eerde de overgang naar het agrarische landschap markeert.

Het plangebied ligt aan de rand van deze stuifduinen. Daardoor is er een divers landschap en afwisselende natuur in een klein gebied. Ten zuiden van het plangebied ligt te midden van het agrarisch landschap een voormalige vuilstortplaats. Deze is afgedekt met schone grond en wordt nu gebruikt als weide en recreatieobject. Men kan er recreëren door bijvoorbeeld te mountainbiken en wandelen. In de omgeving liggen diverse oude MOB-complexen. Inmiddels zijn deze sterk bebost, maar de inrichting is nog steeds herkenbaar. Het landschap ten westen van de voormalige vuilstort is voornamelijk agrarisch met grootschalige kavels en grove landschapsstructuren in de vorm van singels en bomenrijen. In de omgeving liggen diverse fiets- en wandelroutes. Deze routes komen direct langs het plangebied (figuur 5).

13

Figuur 4. Ontwikkeling van het plangebied (rood omcirkeld) en directe omgeving in de loop der jaren.

14

Figuur 5. Verbeelding routenetwerk MTB-routes. Plangebied aangeduid in paars.

Plangebied Binnen het plangebied is in de huidige situatie een burgerwoning met een tweetal bijgebouwen aanwezig. Het hoofdgebouw met het aangebouwde bijgebouw heeft een gezamenlijk oppervlak van 294 m2; het bijgebouw dat in het verleden in gebruik is geweest als veestal heeft een oppervlakte van 557 m2. Daarnaast is er op het eiland in het midden van één van de meertjes een gebouw (het ‘kooikershuisje’) met een oppervlakte van circa75 m2 aanwezig (figuur 6). Dit gebouw is ruim 10 jaar geleden gebouwd in combinatie met de aanleg van verschillende natuurelementen. Hiervoor is destijds een artikel-19 procedure doorlopen. Naast de aanplant van verschillende natuurelementen zijn in twee fasen twee ontgravingen (een meertje met een eiland en een eendenkooi) gerealiseerd en is er een wilgendoolhof aangelegd.

15

Figuur 6. Overzicht huidig aanwezige bebouwing (blauw omkaderd) binnen het plangebied (rood omkaderd).

2.2

Voorgenomen ontwikkeling Het planvoornemen bestaat uit een concept dat van toepassing is op het gehele eigendom van de initiatiefnemer en betrekking heeft op drie pijlers: - horeca; - beleving; - verblijven. Deze 3 pijlers zijn verenigd in het concept van een klein, gezellig ‘trekkersdorpje’ wat niet zozeer een dorpje is in de praktijk, maar meer een framing is van een continu, volledig en gespreid business model (aanbod & haalbaarheid). De combinatie van genoemde functies is hierbij essentieel om het concept te kunnen laten werken. Het concept richt zich op (extensieve) beleving van het landschap in de breedste vorm met als thema buiten/bewegen/beleven. Het epicentrum van dit concept is de voormalige veestal, het Koerscafé. De stal wordt gesloopt en op een iets andere plek gepositioneerd, zodanig dat deze afgestemd wordt op het landschap (bijvoorbeeld met zichtlijnen), meer ruimte creëert tussen de horeca en de naaste buren en meer ruimte creëert om de benodigde parkeerplekken in te passen. Het gebouw krijgt een maximale hoogte van 7 meter met een goothoogte van 3,5 meter, waardoor het meer in lijn is met de bebouwing in de omgeving en blijft passen in de bestemmingsplanregels. Door de gewijzigde situering kan het dak efficiënt worden benut voor het opwekken van zonne16

energie. Bovendien wordt het oppervlakte aan bebouwing minder. Het toekomstige gebouw heeft een oppervlakte van (26*15=) 390 m². Hierdoor neemt de oppervlakte van het hoofdgebouw met (550-390=) 160 m² af. Aan de zuidzijde wordt een overkapping ten behoeve van het terras gerealiseerd met een maximum oppervlakte van 100 m². Naast de ontvangst- en horecafunctie worden in dit gebouw ruimtes gecreëerd voor kleinschalige bijeenkomsten (vergaderingen, indoor teambuilding, presentaties), sanitair (toiletten en douches), fietsverhuur opslag, fietsreparatie sen aangrenzend een terras met zicht op de vijver. Vanuit dit centrum begint voor de bezoekers het avontuur, gericht op beleven, bewegen, uitdagen en landschap. Er worden workshops/(fiets)clinics gegeven en teambuildingssessies doormiddel van outdoor activiteiten. Wielertochten starten er of komen er langs. Mountainbikers kunnen vanuit hier de Vlagheideberg bedwingen en vissers kunnen hun hengel uitgooien in de vijver. Vanuit het Koerscafé kan over het terrein gewandeld worden en de omgeving worden verkend. Ook kunnen mensen er verblijven in basic trekkershutten en daardoor ook een meerdaags teambuilding-/ outdoor programma volgen of de locatie gebruiken als overnachtingsplek tijdens een fietstrektocht. Tot slot wordt het bestaande kooikershuisje als dependance gebruikt voor heisessies.

In figuur 7 is het concept op hoofdlijnen (vlekkenplan) inzichtelijk gemaakt.

Figuur 7 Vlekkenplan concept op hoofdlijnen

17

De locatie sluit aan op bestaande fiets- en wandelroutes in de omgeving. Vanaf dit punt opent het landschap zich richting de twee waterpartijen in het landschap, waar de overige functies een logische plek krijgen. Deze zijn ondergeschikt aan de huidige landschappelijke inrichting. In de hoofdopzet wordt onderscheid gemaakt in 4 soorten thema’s: • • • •

Koerscafé (in combinatie met de bedrijfswoning) Heisessies Outdoor activiteiten trekkershutjes/cabins

Aan de hand van de verschillende thema’s worden de plekken nader omschreven. Er wordt ingegaan op de nieuwe functie in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling en het landschap. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage I. Koerscafé De huidige schuur wordt omgebouwd naar een landelijk Koerscafé. De straatzijde is toegankelijk en uitnodigend. Aan de achterzijde ligt een overdekt terras (100 m²) met zicht op het landschap. Deze overgang is geleidelijk. In het ontwerp zijn traptreden getekend, die de overgang symboliseren. Mogelijk dat aan deze zijde van het water het talud wordt verflauwd om het water meer naar het terras te halen. In figuur 8 is ingezoomd op het centrum van het concept.

fietsparkeerplaats

Koerscafé Parkeerplaatsen

Woning/privé gedeelte

fietsparkeerplaats Terras

Figuur 8 Centrum van het concept, Koerscafé en omgeving

Ten noorden en westen van de schuur kan geparkeerd worden voor zowel fietsen als auto’s. Vanaf het café en het terras is zicht op een grote fietsparkeerplaats. Er is een ruimte voor 150 fietsen en 54 auto’s.

18

De entree naar het Koerscafé en het terras wordt begeleid door een bomenrij en haag. Het parkeerterrein wordt meer landelijk ingericht met gemengde lage hagen, waardoor de auto’s in het beeld wegvallen achter groen. Het parkeerterrein wordt bij voorkeur uitgewerkt in een halfverharding van Padvast in combinatie met grasbetonstenen. Tussen Vlagheide 8 en het parkeerterrein ligt een brede groenvoorziening. Deze voorziening kan versterkt worden door een grondwal. De huidige woning blijft gehandhaafd. Ten zuiden van de woning is in een bestaand bijgebouw ruimte gemaakt voor een mantelzorgwoning. Vanuit deze woning en tuin is zicht op het landschap wenselijk. Om privacy te waarborgen wordt tussen het terras en de tuin een afscheiding gerealiseerd. Heisessie Het bestaande kooikershuisje op het eiland (zie figuur 9) in ‘Water oost’ wordt in gebruik genomen voor Heisessies. Dit is een ideale plek om met een groepje mensen in rust terug te trekken omgeven door groen en water. Het huidige object leent zich hiervoor in combinatie met het huidige groen. Vanaf het vaste land is er een brug, die afsluitbaar is. Het parkeren voor de gasten kan op het centrale parkeerterrein bij het Koerscafé.

Figuur 9 Bestaand kooikershuisje

Outdoor activiteiten Langs het bestaande wandelpad in de rand van ‘Water west’ is ruimte voor outdoor activiteiten. Deze ruimte ligt op gepaste afstand van de andere activiteiten op het perceel en vanuit deze plek kan desgewenst een doorsteek worden gemaakt naar de Vlagheideberg. Voor de outdoor activiteiten, die veelal uit teambuildingactiviteiten bestaan is nog geen concreet programma opgesteld, waardoor in het ontwerp een suggestieve inrichting is aangegeven. Er wordt voornamelijk gewerkt met verplaatsbare objecten, of nietpermanente voorzieningen. Denk aan hekjes, bankjes etc. de objecten worden vanuit het Koerscafé (waar het start- en eindpunt is) meegenomen door de groep en weer mee terug. In het Koerscafé is tevens de sanitaire ruimte om te kunnen douchen en omkleden. Zoveel mogelijk robuuste beplanting blijft behouden en de objecten worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het bestaande landschap. Elementen als de eendenkooi, het labyrint, de vogelkijkhut, griend en varkensweide blijven behouden 19

voor vermaak, natuur en landschap. Daarnaast wordt ook gebruikt gemaakt van de omgeving. het Koerscafé richt zich uiteraard op fietsers en veel mountainbikers willen graag de Vlagheide bedwingen. Het Koerscafé fungeert als hét start- en eindpunt van fietsroutes. De locatie ligt in de huidige situatie aan veel bestaande routes, zowel recreatieve/ wegroutes, als mountainbikeroutes.(zie figuur 5). Vanuit het Koerscafé zullen ook fietstochten en fietsclinics (wegrennen, veldrijden en mountainbiken) worden georganiseerd. Cabins/trekkershutjes Het concept gaat uit van een totaalbeleving, wat betekent dat in het bedrijfsplan uitgegaan is van overnachtingsmogelijkheden. Ook hiervoor geldt dat de beleefbaarheid en het landschap centraal staan, reden waarom gekozen is voor kleinschalige (max 25 m²) cabins/trekkershutten. In groepjes van drie staan deze bij elkaar om sfeer te creëren en voor elk groepje een eigen karakter te bieden. De locatie voor deze cabins/trekkershutjes is weldoordacht en belangrijk. In de basis is zoveel mogelijk concentratie van bebouwing gewenst vanuit de regelgeving. De beoogde locatie voor de cabins/trekkershutten is echter op enige afstand van het hoofdgebouw (het Koerscafé).

Figuur 10 Alternatievenafweging locatie trekkershutten/cabins

De te kiezen plek moet echter wel passen binnen het totaalconcept van Village Départ. Daarom is op verzoek van de toetsende instanties een alternatievenafweging gemaakt. De cabins/trekkershutjes moeten makkelijk bereikbaar zijn vanuit het Koerscafé, maar er dient ook wel sprake te zijn van afscheiding en een situering op een kwalitatief hoogwaardige en rustige plek. Als de cabins/trekkershutjes tegen het terras aanliggen, dan mis je, los van de ruimte, de beleefbaarheid van het totaalconcept en daarnaast ontstaat er een rommelige geheel rondom het hoofdgebouw. Er dient dus wel enige ruimte tussen het Koerscafé en de cabins/trekkershutjes te zijn. De ruimte direct rondom het Koerscafé wordt reeds volledig ingevuld door diverse functies: 20

• • •

de parkeerplaats voor de auto’s, de fietsenparkeerplaats (deze dient in het zicht te liggen van het terras), zichtruimte vanaf het terras op het water en het landschap (de ruimte moet voelbaar zijn).

Figuur 11 Locatie trekkershutjes/cabins in groepjes van drie

Aan de oostkant van de vijver is sprake van een NNB-status (Natuurnetwerk Brabant) en daardoor kan daar geen overnachtingsfunctie worden gecreëerd. Bovendien komt dan de privacy van de mantelzorgwoning zeer in het gedrang. De ruimte tussen de woning aan Vlagheide 8 en de vijver tenslotte is te krap om de cabins/trekkershutjes te realiseren, waardoor deze net daarachter komen (tussen waterpartij 1 en waterpartij 2). In figuur 10 is de alternatievenafweging op kaart weergegeven. Voor het concept en het verdienmodel zijn 9 verblijfsobjecten nodig. De gasten komen hier puur om te rusten en genieten van het omringende landschap en de natuur. De cabins/trekkershutjes worden opgenomen in de groene ruimte. De cabins/trekkershutjes hebben een maximale oppervlakte van 25 m² per cabin/trekkershut. Er worden verschillende soorten/typen cabins gebouwd in kleine groepen van drie. Elke groep ligt in een andere omgeving met eigen identiteit en sfeer. Hierbij wordt gedacht aan bouwen op het water, in een groene weide en in het bos. Een zeer klein deel van de huidige beplanting zal hiervoor moeten wijken, zodat de cabins geplaatst kunnen 21

worden met voldoende ruimte om buiten te verblijven. De plek wordt verbijzonderd door aanplant van herkenbare landschapsbomen zoals bijvoorbeeld de kers. Er is rekening gehouden met de afstand tot aan de woning aan Vlagheide 8. Tevens wordt het groen tussen Vlagheide 8 en de plekken van de cabins/trekkershutjes aangezet, zodat er een robuuste groene scheiding wordt gecreëerd. In figuur 11 is een voorstel opgenomen van de toekomstige situatie m.b.t. de trekkershutjes. De eerste twee groepen van drie op het land kunnen direct worden gerealiseerd. voor de uitbreiding tot maximaal 9 is een mogelijkheid opgenomen om die eventueel in het water te realiseren om de relatie met het landschap te benadrukken en een andere sfeer te creëren. Ontwerp totaal concept In figuur 12 is het ontwerp van net totaal concept weergegeven. In bijlage I van deze toelichting is een groter formaat van het ontwerp opgenomen dat geraadpleegd kan worden. In onderstaande tabel is bovendien aangegeven wat de oppervlakte aan bebouwing in de huidige en toekomstige situatie is. Wanneer het concept de maximale bouwruimte zou benutten betekent dit een afname van 23 m² aan bebouwing.

Er wordt daardoor geconcludeerd dat de bebouwde situatie van het initiatief nauwelijks effect heeft op de bebouwde oppervlakte (zelfs een beperkte afname) en zoveel als mogelijk efficiënt gebruik probeert te maken van de bestaande bebouwde oppervlakte. Tabel bebouwde situatie gebouwen huidig - toekomstig Huidige situatie Toekomstige situatie gebouw oppervlakte gebouw Woning + 294 m² Woning mantelzorgwoning mantelzorgwoning bedrijfsgebouw 557 m² bedrijfsgebouw Kooikershuisje 75 m² Kooikershuisje verblijfsrecreatie Totaal 926 m² Totaal

+

oppervlakte 294 m² 390 m² 75 m² 150 m² 909 m²

22

Figuur 12 Totaal ontwerp concept Village Départ

In het plan is een mogelijkheid opgenomen om het aantal trekkershutten/cabins uit te breiden met 3 stuks (+ 75 m²). echter dient hiervoor dan nog een aparte separate procedure te worden doorlopen.

23

HOOFDSTUK

3 Beleidstoets

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komen 30 jaar verandert. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de toekomstige generaties. De NOVI biedt perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Bij kleinschalige ontwikkelingen op lokaal niveau dient rekening gehouden te worden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, is een kleinschalig initiatief passend binnen de NOVI. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat de genoemde milieuaspecten geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Daarnaast draagt de landschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbetering van de ontwikkeling bij aan een aantrekkelijkere leefomgeving. Er bestaan vanuit de NOVI geen belemmeringen voor het initiatief.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, maar daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. In dit geval wordt geen gebruik gemaakt van kaderstellende uitspraken ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit initiatief.

24

3.1.3

Ladder voor duurzame ontwikkeling De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze systematiek is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in principe een uitwerking van Nationaal belang 4: efficiënt gebruik van de ondergrond, oftewel zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder is er voor bedoeld dat zorgvuldig wordt nagedacht over nieuwe ontwikkelingen en de plek van de nieuwe ontwikkeling. Zo gaat bijvoorbeeld inbreiding voor uitbreiding. Voor nieuwe stedelijke functies geldt daarom dat de Ladder doorlopen dient te worden om te bepalen of sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. In eerste instantie is het van belang om te bepalen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Jurisprudentie heeft ervoor gezorgd dat dit begrip steeds verder gedefinieerd werd en zelfs in sommige gevallen kwantitatief kan zijn. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling wanneer er 12 of meer woningen worden gerealiseerd.

In dit geval wordt een bestaande burgerwoning omgezet naar een bedrijfswoning, waardoor per saldo geen woning wordt toegevoegd en dit dus geen stedelijke ontwikkeling betreft. Ook de toevoeging van maximaal 9 cabins/trekkershutjes (waarvan 6 rechtstreeks) wordt niet gezien als een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet relevant voor deze ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening, Noord Brabant Op 1 oktober 2010 hebben Provinciale Staten (PS) de Structuurvisie ruimtelijke ordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Sinds de vaststelling van de Structuurvisie hebben PS diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014’, die op 2 juli 2014 is vastgesteld. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid weer tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De Structuurvisie is een uitvloeisel van de Wro. Hierin worden de provinciale ruimtelijke belangen benoemd en de wijze waarop de provincie deze belangen behartigt. Ook de instrumenten die de provincie inzet om deze doelen te bereiken, staan in de Structuurvisie beschreven. De provincie heeft in de Structuurvisie 14 ruimtelijke belangen geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Regionale contrasten; Een multifunctioneel landelijk gebied; Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; Duurzaam gebruik van de ondergrond; Ruimte voor duurzame energie; Concentratie van verstedelijking; Sterk stedelijk netwerk: BrabantStad; 25

10. Groene geledingszones tussen steden; 11. Gedifferentieerd aanbod aan goed bereikbare recreatieve vrijetijdsvoorzieningen; 12. Economische kennisclusters; 13. (Inter)nationale bereikbaarheid; 14. Beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur. De ruimtelijke belangen zijn voor een groot deel geografisch gevisualiseerd in de structurenkaart waardoor helder wordt welke belangen de provincie op welke plek plaatst. Structurenkaart Onderhavige locatie is op de structurenkaart behorende bij de Structuurvisie ruimtelijke ordening gelegen binnen de hoofdzone ‘Landelijk gebied’. De zone landelijk gebied is onderverdeeld in twee perspectieven, namelijk het ‘gemengd landelijk gebied’ en het ‘accentgebied agrarische ontwikkeling’. Uit de structurenkaart komt naar voren dat het plangebied gelegen is binnen het ‘gemengd landelijk gebied’ (zie figuur 13).

Figuur 13. Uitsnede structuurkaart Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 - partiële herziening 2014, Provincie Noord-Brabant.

Gemengd landelijk gebied De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd landelijk gebied is multifunctioneel gebruik het uitgangspunt. In de gemengde plattelandseconomie is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, 26

kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen. Ontwikkelingen zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. Onderhavige ontwikkeling wordt gerealiseerd in een gebied waar sprake is van een menging van verschillende functies (waaronder recreatie) en is in de nabijheid van de kernen Schijndel en Eerde gelegen. Daarnaast is de recreatieve functie naar aard en schaal passend binnen de omgeving waardoor het initiatief aansluit op de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de Provincie Noord Brabant.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de structuurvisie is het provinciale belang voor de verschillende gebieden en functies in de provincie Noord-Brabant aangegeven. Deze provinciale belangen worden geborgd door de regels die opgenomen zijn in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Deze regels zijn concreet en geven mogelijkheden voor ontwikkelingen in het buitengebied van Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is vastgesteld op 15 april 2022. Onderliggend plan is getoetst aan deze omgevingsverordening. Allereerst gelden voor ieder plan de algemene regels uit artikel 3 uit de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Paragraaf 3.1.2 geeft regels voor de Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. daaronder vallen: - Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (3.5) - Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6); - Toepassing van de lagenbenadering (3.7); - Meerwaardecreatie (3.8) - Kwaliteitsverbetering (3.9) In hoofdstuk 2 en bijlage 1 is de basis van het plan weergegeven. Daarin is onder andere beschreven hoe het landschap is ontstaan (o.a. door zelf actief te investeren in omgevingskwaliteiten ten aanzien van landschap en natuur), hoe de structuur van de omgeving in elkaar steekt en welke visie de gemeente Meierijstad voor ogen heeft voor de Vlagheide en omgeving.

op basis van dei punten is de combinatie gelegd met de ambities van de initiatiefnemer en is het initiatief gaan groeien en doormiddel van een proces met gemeente, provincie, VABImpuls, initiatiefnemer en haar adviseurs dynamiek en concreetheid in het plan gekomen, met als uiteindelijk resultaat het plan zoals dat in hoofdstuk 2 en bijlage 1 is beschreven. Vervolgens is op basis van artikel 3.9 de kwaliteitsverbetering berekend (zie ook paragraaf 3.3.5 en bijlage 1). Doordat in het bestemmingsplan Buitengebied 2015 de kwaliteiten juridisch al zijn geborgd, maar de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de artikel 19 procedure nog niet is als uitgangspunt het bestemmingsplan 2015 aangehouden met de kanttekening dat voor het eiland de bestemming “recreatie” is toegepast, conform vergunning (artikel 19 procedure). In de verordening ruimte van de provincie is aangegeven dat eerder

27

gerealiseerde kwaliteiten niet ingezet mogen worden als kwaliteitsverbetering, geldt andersom uiteraard ook dat wanneer die kwaliteiten zijn gerealiseerd op basis van een ontwikkeling en die ontwikkeling zelf is niet vastgelegd, dat je niet twee keer die ontwikkeling mag doorberekenen als kwaliteitsverbetering. In bijlage 1 is de kwaliteitsverbetering vormgegeven. Deze k3waliteitsverbetering is vervolgens ook gekoppeld aan de regels via een voorwaardelijke verplichting zodat de aanleg en duurzame instandhouding is verzekerd, De Interim omgevingsverordening maakt onderscheid in een aantal instructieregels voor gemeenten voor bepaalde thema’s, namelijk: -

Stedelijke ontwikkeling en erfgoed; Natuur en stiltegebieden; Grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging; Basiskaart Landelijk gebied; Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen.

Om deze instructieregels voor gemeenten duidelijk weer te geven voor locaties, zijn er bijbehorende kaarten opgesteld. Ook voor de beleidsbeoordeling van onderhavig plangebied en bijbehorende ontwikkeling zijn deze kaarten van belang. Voor het plangebied zijn de ‘basiskaart landelijk gebied’ en de ‘kaart natuur en stiltegebieden’ van belang. De overige kaarten zijn voor deze ontwikkeling niet relevant.

Figuur 14. Uitsnede basiskaart landelijk gebied Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

28

Uit figuur 14 blijkt dat het plangebied gelegen is binnen de hoofdstructuur ‘Gemengd landelijk gebied’. Onder de hoofdstructuur ‘gemengd landelijk gebied’ is een aantal regels opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De voorgenomen ontwikkeling betreft die van de realisatie van een recreatiebedrijf waarin de huidige burgerwoning wordt omgezet naar een bedrijfswoning waardoor de regels met betrekking tot de aspecten ‘wonen’, ‘niet-agrarische functies’ en ‘recreatiebedrijven’, van belang zijn. Voor wat betreft de omzetting van de burgerwoning naar een bedrijfswoning is artikel 3.70 van toepassing. Artikel 3.70 Afwijkende regels bedrijfswoningen Lid 3 Een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een bestaande burgerwoning als bedrijfswoning als de woning binnen het bouwperceel van het bedrijf wordt gebracht en daarmee een ruimtelijke eenheid vormt. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een bestaande legale burgerwoning en wordt in de beoogde situatie binnen het bouwperceel gesitueerd waardoor er een ruimtelijke eenheid ontstaat.

Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. De vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. De omgeving bestaat uit verschillende agrarische en niet-agrarische functies met voornamelijk bedrijvigheid, wonen en recreatieve functies. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een recreatiebedrijf met verblijfsrecreatie, dagrecreatieve activiteiten en horeca en zal als start- en aanlegpunt dienen voor verschillende wandel- en fietsroutes.

Gezien de bestaande structuur van de omgeving met in de nabijheid de Vlagheide en de Eerdse Bergen, de aansluiting op wandel-, mountainbike- en fietsroutes en het gegeven dat de voormalige gemeente Schijndel en de gemeente Meierijstad in haar visies dit gebied aan hebben gemerkt als een gebied waarin (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen gestimuleerd dienen te worden, is voorgenomen ontwikkeling passend binnen de ontwikkelingsrichting van dit gebied. Tot slot zullen de verschillende faciliteiten landschappelijk worden ingepast waarbij er rekening wordt gehouden met de bestaande landschappelijke elementen (bestaande natuur, meertjes 29

en eendenkooi). De vestiging van het recreatiebedrijf draagt dus bij aan de (be)leefbaarheid van het gebied. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. b. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Het bouwperceel wordt niet gesplitst. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. c. Overtollige bebouwing wordt gesloopt; Netto is er in de uiteindelijke situatie minder bebouwing aanwezig (zie tabel op pagina 22), De oppervlakte aan bestaande bebouwing binnen het plangebied neemt af en wordt in gebruik genomen ten behoeve van de bedrijfswoning (bestaande woning), mantelzorgwoning (bestaande woning), de horecafunctie en vergaderruimtes (bestaande te slopen en gedeeltelijk te herbouwen veeschuur). Aan deze voorwaarde wordt voldaan. d. De vestiging heeft geen betrekking op: 1. Een kantoor met baliefunctie; 2. Lawaaisport; 3. Mestbewerking. De bedrijfsactiviteiten hebben geen betrekking op één van bovenstaande activiteiten. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. Over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. Welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. Dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d.

Dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Het recreatiebedrijf richt zich op dagrecreatie (o.a. start- en aanlegpunt voor wandel- en fietsroutes, kleinschalige horeca, outdoorbelevingen en -activiteiten en vergadermogelijkheden) en verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 9 cabins/trekkershutjes. Deze gebruiksfuncties en omvang worden geborgd in de bestemmingsplanregels. In de nabijheid van de planlocatie zijn reeds enkele recreatieve functies gelegen en gezien de beoogde ontwikkelingsrichting van het gebied is het recreatiebedrijf naar aard en omvang passend in de omgeving. Aan de bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. Bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. Een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. Een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De ontwikkeling betreft een vrijetijdvoorziening met een bebouwd oppervlak kleiner dan 1 hectare waarbij geen sprake is van detailhandel. Aan deze voorwaarden wordt voldaan.

30

Artikel 3.75 Aanvullende regels voor vrijetijds voorziening Lid 2 In geval een bestemmingsplan de vestiging van verblijfsrecreatie, waaronder de bouw van een recreatiewoning, toestaat, geldt in aanvulling op artikel 3.73 Vestiging nietagrarische functie in landelijk gebied, tweede lid dat het bestemmingsplan borgt dat: a. Het terrein en de woningen bedrijfsmatig worden beheerd; b. Permanente bewoning is uitgesloten. Zowel het terrein als de woningen worden bedrijfsmatig beheerd en in het bestemmingsplan wordt geborgd dat permanente bewoning van de recreatiewoningen is uitgesloten. Daarnaast blijkt uit figuur 15 dat een gedeelte van het plangebied gelegen is binnen het ‘Natuur Netwerk Brabant’ en de ‘Attentiezone waterhuishouding’. Daarnaast is ten noordwesten, op een afstand van 140 meter van het plangebied, een ecologische verbindingszone gelegen.

Figuur 15. Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden'. Plangebied rood omkaderd.

31

Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. Ter plaatse van de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant’ blijft de huidige bestemming ‘Natuur’ gehandhaafd waardoor de ecologische waarden beschermd blijven. Daarnaast is in de huidige situatie een gedeelte van het Natuur Netwerk Brabant binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ gelegen. Deze bestemming wordt omgezet naar de bestemming ‘Natuur’. De gehele NNB wordt met dit bestemmingsplan bestemd als natuur. Tot slot betreft voorgenomen ontwikkeling op dit gedeelte slechts een functiewijziging (omzetting burgerwoning naar bedrijfswoning) zonder dat de planologische gebruiks- en bouwmogelijkheden vergroot worden. Aangezien er sprake is van bestaande bebouwing en de functiewijziging geen negatieve invloed heeft op het Natuur Netwerk Brabant wordt aan de voorwaarden voldaan.

De begrenzing van NNB is een belangrijke factor geweest bij de locatieafweging ten aanzien van de realisatie van de trekkershutten/cabins. Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Ter plaatse van de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ blijft de huidige bestemming ‘Natuur’ gehandhaafd waardoor er geen aanpassingen aan de waterhuishouding plaatsvindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=91767c22-718d-4aa7-b4b6-f1c0344b8985