CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. BP Veghels Buiten Noordoost - Toelichting en regels

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en kwaliteitshandboek 'Veghels Buiten Noordoost'33.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast is het clusteren van zorgprofessionals fijn voor inwoners, omdat zij hierdoor meerdere vormen van zorg kunnen combineren op één locatie. Geen onaanvaardbare effecten Tot slot dient als onderdeel van de Ladder inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben, dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van dit initiatief onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. Er staat in gemeente Meierijstad relatief weinig vastgoed met het vastgoedtype ‘gezondheid’ leeg, namelijk 3%. Landelijk en provinciaal staat gemiddeld 4% van dit vastgoedtype leeg. Bovendien omvat het vastgoedtype ‘gezondheid’ vastgoed met diverse doeleinden. Slechts een beperkt deel hiervan is een huisartsenpraktijk, apotheek of praktijkruimten voor andere zorgprofessionals.

Hoofdstuk 3

29

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.  Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.  De locatie valt binnen bestemming ‘Agrarisch’ en is daarmee geen onderdeel van het stedelijk gebied. Echter is het plangebied gelegen in de nieuw te ontwikkelen wijk Veghels Buiten. Na realisatie hiervan ligt het plangebied wel binnen stedelijk gebied.  Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. Behoefteonderbouwing Onderwijsvoorziening Op basis van het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Onderwijs 2022-2037 is er door de projectgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de schoolbesturen Verdi en SAAM, de wijkraad Zuidelijk Veghel en de gemeente, onder begeleiding van ICS Adviseurs een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke realisatie van een onderwijsvoorziening in de wijk Veghels Buiten. Twee schoolbesturen/onderwijsinstellingen (Verdi en SAAM) zijn geïnteresseerd om een onderwijsvoorziening in Veghels Buiten te realiseren. Daarbij opteren beide schoolbesturen voor elk een eigen voorziening per 1 augustus 2025. In mei 2023 is een prognose opgesteld met daarin inzicht in de toekomstige verwachte leerlingenontwikkeling in Veghels Buiten waarbij is uitgegaan van een voorziening vanaf 2024 (zie tabel 3.1).

Uit de tabel blijkt dat een nieuwe onderwijsvoorziening in Veghels buiten gewenst is. Tabel 3.1 Verwachte leerlingenontwikkeling voorziening in Veghels Buiten

Indien een nieuwe onderwijsvoorziening (met kinderopvang) in Veghels Buiten wordt gerealiseerd, dan krijgen de bestaande scholen te maken met weglek van leerlingen naar deze nieuwe school. Er is een indicatieve inschatting gedaan van deze weglek. Voor de dichtstbijzijnde scholen wordt er geen grote weglek verwacht. Voor de indicatieve omvang van de toekomstige voorziening is een aantal aannames gedaan:  Voor het onderwijs wordt uitgegaan van het realiseren van twee eigenstandige scholen met een maximale omvang van 290 leerlingen. Voor SAAM resulteert dat in een ruimtebeslag van 1.667 m2 bvo (inclusief toeslag achterstandsscore o.b.v. leerlingenpopulatie van De Uilenbrink). Voor Verdi resulteert dat in een ruimtebeslag van 1.686 m2 bvo (inclusief toeslag achterstandsscore o.b.v. leerlingenpopulatie van De Vijfmaster);  Voor kinderopvang wordt indicatief uitgegaan van 4 groepen met een indicatief ruimtebeslag van 500 m2 bvo;  Voor het bewegingsonderwijs wordt de aanname gedaan dat twee gymzalen benodigd zijn met een indicatieve omvang van gezamenlijk 1.100 bruto m2 bvo (tijdens het ontwerpproces wordt nader onderzocht of 1 gymzaal kan volstaan).

Voor de gymvoorziening wordt uitgegaan van sportvloeren met een omvang van 308 nuttige vierkante meter en een vrije hoogte van 7 meter;  Binnen de ontwikkeling wordt rekening gehouden met een MFA-deel in de voorziening met meer wijkgerichte functies. Hiervoor wordt een indicatief ruimtebeslag van 500 m2 bvo aangehouden.

Hoofdstuk 3

30

Fietsenstalling en bergingen met een omvang van ca. 750 m2 bvo.

Gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk geconcludeerd dat een onderwijsvoorziening in Veghels Buiten levensvatbaar is. Beide schoolbesturen hebben aangegeven interesse te hebben om een onderwijsvoorziening in Veghels Buiten te realiseren. Vanuit de gemeente Meierijstad is aangegeven dat een onderwijsvoorziening gerealiseerd kan worden voor het aantal leerlingen van 290 per basisschool. De gemeente bouwt voor het totale aantal basisschoolleerlingen dat conform de prognose wordt verwacht. In dit bestemmingsplan is de zuidelijk gelegen kloosterbuurt aangewezen als locatie voor de realisatie van een basisschool. Deze locatie ligt centraal in de ontwikkelingslocatie Veghels Buiten, is per fiets en auto goed bereikbaar. Ruimtelijk-stedenbouwkundig kan de school als kloosterbaken of kloosterhof ingepast worden. Middels in een de regels opgenomen afwijkingsbevoegdheid kunnen onderwijsvoorzieningen, al dan niet in combinatie met kinderopvang, een gymzaal en een wijkfunctie gerealiseerd worden. Het uitgangspunt hierbij is dat de maximale gezamenlijke oppervlakte van deze gebouwen ten behoeve van deze voorzieningen 6.000 m2 bvo bedraagt. Daarnaast zijn nog ondersteunende voorzieningen zoals fietsen(bergingen) toegestaan tot een maximale oppervlakte 750 m 2 bvo.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse Leefomgeving vastgesteld. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de visie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen. Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden:  gaan voor meerwaarde-creatie;  gaan voor technische én sociale innovatie;  gaan voor kwaliteit boven kwantiteit;  gaan voor steeds beter;  gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd:  Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.

Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”.  Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit

Hoofdstuk 3

31

is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”. De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd:  werken aan de Brabantse energietransitie;  werken aan een klimaatproof Brabant;  werken aan de slimme netwerkstad;  werken aan een concurrerende, duurzame economie. Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling aan deze aspecten voldoet. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie Noord-Brabant geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (kort: IOV) vastgesteld, deze is op 15 april 2022 geactualiseerd en in augustus 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant.

De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de Interim omgevingsverordening. Er wordt expliciet gesproken van een interim omgevingsverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen en dient ter vervanging van zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. Zorgvuldig ruimtegebruik is dat als basisprincipe is opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, is hierbij uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen Stedelijk gebied en dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Het realiseren van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient binnen het 'Stedelijk gebied' plaats te vinden (artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling).

In afwijking hierop geldt dat op gronden die zijn aangewezen als 'Verstedelijking afweegbaar', voorzien kan worden van de nieuwvesting van een duurzame stedelijke ontwikkeling, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar).

Hoofdstuk 3

32

Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a) de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b) bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c) gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a) de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b) de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.

c) de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a) de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b) de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Hoofdstuk 3

33

Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a) dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b) de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a) de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b) het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c) het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d) het wegnemen van verharding; e) het slopen van bebouwing; f) de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g) het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Hoofdstuk 3

34

Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen Landelijk Gebied mogelijk maakt, geldt ook artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap uit de Interim Omgevingsverordening. Tevens dient sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Doorwerking plangebied Het grootste deel van het plangebied is in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’. Het oostelijk deel van het plangebied ligt buiten het in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduide gebied ‘Verstedelijking afweegbaar’.

Een onderbouwing lagenbenadering en afstemming met de provincie is daarom nodig. Met het plan is tevens om een herbegrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ en herbegrenzing van een klein stukje Natuurnetwerk Brabant (NNB) verzocht (zie figuur 3.1). Tevens is het van belang dat de woningbouwlocatie regionaal is afgestemd.

Figuur 3.1: Uitsnede plangebied Veghels Buiten Noordoost Interim Omgevingsverordening (links) en de gevraagde herbegrenzingen (rechts)

Hoofdstuk 3

35

Woningbouw In de onderbouwing aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiervoor paragraaf 3.1.2) komt de toetsing aan deze voorwaarden van artikel 3.43 IOV aan bod. De kwantitatieve woonbehoefte in de regio is aangetoond in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied lig niet binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van de grotere ontwikkeling Veghels Buiten. Ten westen en zuiden van het plangebied is al woningbouw gerealiseerd en/of bestemd. De realisatie van Veghels Buiten Noordoost maakt de woningbouwontwikkeling compleet. In de ‘structuurvisie Veghel 2030’ (vastgesteld d.d.19 december 2013) is het gebied Veghels Buiten Noordoost aangewezen als ‘Strategische ontwikkelingslocatie kern Veghel’. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Meierijstad zijn geen andere locaties beschikbaar waar ruimte is voor circa 1.250 woningen. Weliswaar zijn er locaties binnen stedelijk aan te wijzen waar transformatie naar woningbouw afweegbaar is, maar deze locaties zijn te klein om in de totale behoefte te voorzien. Daarnaast is op de binnenstedelijke locaties een andere woningtypologie vaak passender dan meer grondgebonden typologie die op een uitbreidingslocatie kan worden ontwikkeld. Het is dus nodig om woningbouw te realiseren in uitbreidingslocaties om de lokale woningbouwambities waar te maken.

Andere zoekgebieden die voor verstedelijking in aanmerking komen en gelegen zijn binnen de gemeente Meierijstad zijn te klein om deze opgave te kunnen herbergen. Daarnaast zijn de zoekgebieden versnipperd over de gemeente gelegen en is het de wens om bij de hoofdkern Veghel een substantiële toevoeging van woningen te doen. In het Actieplan woningbouw (2021) geeft de gemeente aan dat zij verwachten dat de kleinere, reguliere plannen in eenzelfde bouwtempo als nu zullen worden voortgezet. Daarmee moet de gemeente het huidige gemiddelde van zo’n 400 nieuwe woningen per jaar kunnen blijven realiseren. Om echter de ambitie van 600 woningen per jaar te kunnen waarmaken, zet de gemeente actief in op bestaande uitbreidingsplannen en plannen in de versnellingsacties. Daarmee gaat de gemeente de wachtlijsten korter maken, de grote druk op de midden-huurwoningen en de koopmarkt verminderen en bouwen voor doelgroepen die nu weinig mogelijkheden hebben. Veghels Buiten Noordoost rondt de woningbouwontwikkeling Veghels Buiten af. Daarbij zijn er uitbreidingslocaties binnen de gemeente noodzakelijk om in de woningbouwambities te kunnen voorzien. Geconcludeerd wordt dat niet binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarom is de keuze voor de locatie geschikt, ook al ligt de planlocatie niet binnen bestaand stedelijk gebied.

Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. De voorgenomen ontwikkeling wordt op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.2 is het plan getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking. Hieruit volgt dat gelet op het feit dat Veghels Buiten Noordoost de woningbouwontwikkeling Veghels Buiten afrondt én uitbreidingslocaties binnen de gemeente noodzakelijk zijn om in de woningbouwambities te kunnen voorzien, wordt geconcludeerd

Hoofdstuk 3

36

dat niet binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dit maakt de keuze voor deze locatie toch geschikt, ook al ligt de planlocatie officieel niet binnen bestaand stedelijk gebied. Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Omgevingskwaliteit In hoofdstuk 2 (planbeschrijving) wordt onderbouwd hoe de ontwikkeling invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5 IOV) en hoe de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied (artikel 3.43, sub d IOV). Er wordt een onderbouwing gegeven van de stedenbouwkundige opzet, hoe dit plangebied aansluit op het bestaand stedelijk gebied van Veghel en hoe de gemeente aankijkt tegen het zoekgebied, hoe deze ontwikkeling daarin past en hoe de ontwikkeling voorziet in de afronding van het stedelijk gebied. Lagenbenadering De lagenbenadering wordt toegepast conform Artikel 4.9 van de provinciale Omgevingsverordening en maakt inzichtelijk welke effecten de ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en de factor tijd. Voor de toepassing van de lagenbenadering onderscheidt de Omgevingsverordening Noord-Brabant drie lagen: 1.

de ondergrond, bestaande uit de bodem, het grondwater en archeologische waarden. Het grootste belang van de onderste laag hangt samen met de lange reproductietijd/ de onvervangbaarheid van de waarden en systemen; 2. de netwerkenlaag, waaronder de infrastructuur, het natuurnetwerk, energienetwerk, de waterwegen en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer vallen; 3. de occupatielaag, bestaat uit het ruimtegebruik voor wonen, werken, landbouw en recreatie. Door BRO is een lagenbenadering toegepast op het plangebied vanuit de voorgenomen ontwikkeling. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze plantoelichting. Hierbij is gekeken naar de sturende principes vanuit water en bodem. Veghels Buiten Noordoost bestaat vooral uit gronden van ten dele verspoelde dekzanden. Aan de westzijde liggen de dekzandruggen met daarop dikke enkeerdgronden die al zeer vroeg werden ontgonnen en aan de oostzijde ligt de dekzandvlakte bestaande uit kalkloze zandgronden. De grondwatertrap voor het gehele plangebied ligt op ca. 40-80cm (GHG) onder maaiveld. Aan de noordoost en oostzijde ligt het grondwater lager. In de zomerperioden kan het grondwater op 140-160 cm onder maaiveld komen te liggen (GLG).

Ondanks de relatief hoge grondwaterstand sluit het clustergewijze stedenbouwkundige concept met robuuste groene mal goed aan op de hoge ambitie van de gemeente Meierijstad. Mede omdat deze gronden geschikt zijn voor landbouw en de drogere gronden voor bebossing, is het concept van Veghels Buiten passend vanuit de bodem- en watersturende lagen. Immers zijn de noord- en oostzijde voorzien van een bosrand en is het gehele plangebied dooraderd met een groene mal waar binnen ook ruimte is voor landbouw (deze percelen deels buiten het plangebied gelaten, maar maken visueel en functioneel wel onderdeel uit van Veghels Buiten). Het areaal pure woningbouw is daarmee procentueel gezien laag en dat maakt dat de gekozen locatie en inrichting passend is vanuit de onderste lagen. Er is gekozen voor relatief kleinere woonbuurten, waardoor de afdekking van gronden door verharding en occupatie beperkt blijft. Hierbij wordt rekening gehouden met het aanwezige waternetwerk zodat het watersysteem niet wordt aangetast. Iedere woonbuurt is voorzien van een eigen groene rand die bestaat uit opgaand groen en een zaksloot voor het opvangen van hemelwater. Ook vindt hemelwater zijn weg vanuit de bebouwde omgeving naar infiltratievoorzieningen, zoals wadi’s in de groene mal. Hierdoor wordt voorkomen dat de grond onevenredig

Hoofdstuk 3

37

uitdroogt. Voor de meeste bergingslocaties is het ruimschoots haalbaar om de gemeentelijke ambitie omtrent waterberging te bergen. Uit de lagenbenadering blijkt verder dat het effect van het planvoornemen op de afzonderlijke lagen zich beperkt tot aandacht voor:  de cultuurhistorische waarden (historische wegen, onverharde paden en bomenlanen en opgaande groenstructuren);  een goede aansluiting op de kenmerkende elementen van het oude ontginningenlandschap ten westen van het plangebied en de boscomplexen ten oosten van het gebied;  aansluiten van wegen op de landschappelijke structuren. Uit de toepassing van de lagenbenadering blijkt dat er voldoende aanknopingspunten zijn waarmee het planvoornemen op een goede manier kan worden ontwikkeld. Met het planvoornemen worden er geen grootschalige (historische) structuren verwijdert en zijn er geen onomkeerbare effecten te verwachten op de lagen. Er kan ruimtelijk juist een meerwaarde worden behaald. Voor de planontwikkeling zullen enkele (agrarische) bedrijven moeten wijken. Het betreft hier echter geen monumentale of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Met oog op een toekomstbestendige invulling is de herontwikkeling van de locatie noodzakelijk. Eigentijdse woningbouw met een goede aansluiting op de aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige context is hiervoor een logische en duurzame invulling.

Figuur 3.2: Kaart lagenbenadering

Hoofdstuk 3

38

Herbegrenzing werkingsgebied Voor gebieden die niet zijn aangewezen als ‘Verstedelijking afweegbaar’ biedt artikel 5.3 (wijziging grenzen van werkingsgebieden) van de IOV de mogelijkheid om de grenzen te wijzigen. Daarnaast biedt de IOV de mogelijkheid om de begrenzing van een gebied aan te passen wanneer deze niet meer in overeenstemming is met een vastgesteld bestemmingsplan. Het gaat hierbij om gebieden die van Verstedelijking afweegbaar omgezet worden naar bestaand stedelijk gebied. Bij onderhavig plan gaat het in dit geval om de als woongebied bestemde gronden. Om deze herbegrenzing mogelijk te maken dient sprake te zijn van één of meer van de volgende gevallen (artikel 5.3, lid 1): a) De wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering. b) De wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen. c) De wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening. d) Er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing. e) De begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld. Voor een doelmatige uitvoering van Veghels Buiten Noordoost worden de werkingsgebieden in de provinciale Omgevingsverordening aangepast. Dit is met de provincie afgestemd vóór vaststelling van het plan.

In aanvulling op bovenstaande geldt voor een wijziging van de grenzen van Verstedelijking Afweegbaar dat: a) dit past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) dit nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; c) de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Het gebied Veghels Buiten Noordoost wordt gewijzigd in stedelijk gebied. Binnen Veghels Buiten Noordoost wordt er ingezet op de landschappelijke inpassing en tevens kwaliteitsverbetering van het landschap. Binnen het initiatief gaat de aandacht uit naar een groene afronding van de wijken, daarnaast staat het behoud en versterken van bestaande historische lijnen voorop, waaronder de aanwezige bomenrijen ter plaatse. Daarnaast wordt met de aanleg van een nieuwe hoofdinfrastructuurverbinding een verbinding gemaakt tussen de Erpseweg en de Udenseweg, waarbij de huidige verbinding wordt afgewaardeerd naar een hoofdfietsverbinding door het gebied. Bovendien worden er geen grootschalige landschaps- en/of cultuurhistorische structuren aangetast.

De voorgenomen ontwikkeling is regionaal afgestemd. De Provincie en de regio zijn akkoord met de ontwikkeling van Veghels Buiten Noordoost. Uit lagenbenadering kan geconcludeerd worden dat de stedelijke ontwikkeling leidt tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit en dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is. Hiermee wordt voldaan aan de vereisten in artikel 5.3 van de IOV om de grenzen van ‘Verstedelijking afweegbaar’ te wijzigen naar ‘Stedelijk gebied’. Hierover zijn afspraken gemaakt met de provincie. De provincie zal het relevante werkingsgebied voor zowel Veghels Buiten Noordoost als Veghels Buiten Oude Ontginningen en Erpseweg Zuid wijzigen in een reguliere aanpassingsronde van de Omgevingsverordening.

Hoofdstuk 3

39

Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie bestaat uit een goede benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat én de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Met voorgenomen ontwikkeling wordt meerwaarde gecreëerd doordat door middel van zorgvuldig ruimtegebruik een woonmilieu wordt gecreëerd voor toekomstige generaties in Veghel. De voorliggende ontwikkeling voorziet in een versterking van de leefbaarheid in Veghel. Met het planvoornemen neemt de recreatieve mogelijkheden van het gebied toe. Door de aanleg van langzame verkeerroutes en extensieve recreatieve voorzieningen, zoals bankjes en speelvoorzieningen worden er recreatievoorzieningen voor het gebied gecreëerd. Hiermee zal het gebied meerwaarde krijgen. Deze ontwikkeling zal worden gecombineerd met een goede landschappelijke inpassing. Het zorgvuldige ruimtegebruik, de landschappelijke inpassing en de versterking van de leefbaarheid zorgen voor een combinatie van opgave en ontwikkelingen, waarmee het plan past binnen de kaders van artikel 3.8 uit de IOV.

Kwaliteitsverbetering landschap en landschappelijke inpassing De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling is in de IOV opgenomen als ‘Landelijk gebied’ met grotendeels de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In het Masterplan Veghels Buiten Noordoost (januari 2023) en de planbeschrijving (hoofdstuk 2) is beschreven hoe de ontwikkeling van Veghels Buiten Noordoost is geïntegreerd met de ontwikkeling van het landschap. Met Veghels Buiten Noordoost wordt een zeer duurzame woonomgeving met een robuuste groene en blauwe structuur gecreëerd. Het landschap fungeert als drager voor de woningbouwontwikkeling in verschillende buurttypologieën. Het landschap wordt met en door het plan versterkt en verrijkt. Met dit specifieke woonmilieu wordt de lijn van Veghels Buiten als bijzonder woonlandschap voortgezet en geactualiseerd waarmee een complementair woonmilieu wordt aangeboden. Een omgeving waarin het wonen in balans is met de natuurlijke omgeving en het landschap. Geen woonwijk maar een woonlandschap. Naar analogie van een sterrennevel worden kleine buurtjes gemaakt in het landschap. Deze buurten zijn verschillend van omvang.

Soms tellen de buurten maar 25 woningen soms wel 250. Maar steeds geldt dat iedere bewoner vanuit de voordeur maar maximaal één straatje hoeft te lopen voordat deze in het landschap staat, in het Veghelse “buiten”. De buurten hebben als gelijk kenmerk dat ze zich voegen in het landschap waarmee ze een innige relatie hebben, zowel fysiek als visueel. De bestaande kwaliteiten van het oude cultuurhistorische landschap worden behouden maar ook versterkt. De ontwikkeling van Veghels Buiten is dus geïntegreerd met de ontwikkeling van het landschap. Daarmee wordt Veghels Buiten een zeer duurzame woonomgeving met een robuuste groene en blauwe structuur gecreëerd. Met die robuuste structuur is het gehele plan klimaatadaptief, er wordt gezorgd dat water op een natuurlijke wijze zijn weg vindt, dat er een koele woonomgeving is en er wordt bijgedragen aan de biodiversiteit. Het landschap van Veghels Buiten, de Groene Mal, moet daarnaast nuttig zijn als uitloopgebied maar kan ook een rol vervullen voor de voedselvoorziening. Veghels Buiten gaat dus ook over gezondheid, recreatie, comfort en ontspanning. Hiermee zorgt het gehele plan voor

Hoofdstuk 3

40

een kwaliteitsverbetering van het gebied. Gezien de groene ambities en uitwerking hiervan, komt minimaal 1% van de uitgifteprijs van de gronden ten goede aan kwaliteitsverbetering landschap. Er wordt circa € 3 mln geïnvesteerd in de Groene Mal, terwijl 1% van de uitgifteprijs circa € 800.000,- is. Met de opzet van het plan Veghels Buiten Noordoost en de daarbij horende inrichting van de groene mal in dit gebied, bedraagt de investering in kwaliteitsverbetering dus (ruimschoots) meer dan 1% van de totale uitgifteprijs. Regionale afstemming De Provincie en de regio zijn akkoord met de ontwikkeling Veghels Buiten Noordoost (Regionale Poho-wonen d.d. 23 maart 2022) voor ca. 1.100-1.200 woningen. De gemeente kiest ervoor om Veghels Buiten in te zetten als versnellingslocatie, randvoorwaarden die hierbij horen zijn:  Versnelling mag niet ten koste gaan van het realiseren van de geplande woningbouwprojecten in de kernen van Meierijstad.  Tijdens de versnelling moet ruimte blijven voor flexwonen en bijzondere en/of vernieuwende woonvormen.  In de provinciale behoefteprognose moet rekening worden gehouden met aanvullende aantallen om in de toekomst ook in de vraag vanuit de lokale woningmarkt te kunnen voorzien.  Tijdens de ontwikkelperiode dient monitoring plaats te vinden op actuele marktontwikkelingen en dit moet kunnen leiden tot nadere fasering van de realisatie van woningen.

Daarnaast is in de regionale woondeal (ondertekening d.d. 9 maart 2023) het volledige woningbouwprogramma van Meierijstad opgenomen, dus ook van Veghels Buiten Noordoost. Opgave in de Woondeal is om zachte plannen hard te maken. Waterwingebied Brabant Water De percelen van Brabant Water, direct grenzend aan de oostzijde van het plangebied zijn in de IOV aangeduid als ‘waterwingebied’. Het waterwingebied is het meest kwetsbare deel van de Waterwinning voor menselijke consumptie het gebied. Het waterwingebied is het gebied waar het drinkwater daadwerkelijk wordt gewonnen. Daarvoor is een zeer stringente bescherming nodig. Doel is om te voorkomen dat de bodem en het zich daarin bevindende grondwater verontreinigd raakt, door activiteiten en functies te verbieden die risico geven voor de kwaliteit van het grondwater. De regeling voor waterwingebieden beoogt een optimale bescherming zowel van het voor drinkwater bestemde grondwater als van de bodem waarvan het te winnen grondwater deel uitmaakt. Daarom is elke activiteit die ertoe kan leiden dat schadelijke stoffen in de bodem en het grondwater komen, verboden. Een schadelijke stof is iedere stof die een bedreiging kan zijn voor drinkwaterwinning. De beoogde ontwikkeling van Veghels Buiten Noordoost heeft geen invloed op het waterwingebied. In paragraaf 4.10 wordt verder ingegaan op de watersituatie van het plangebied.

Boringsvrije zone – maximale boordiepte 60 meter. In de boringsvrije zone geldt een beperkte bescherming, namelijk behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Hiertoe zijn concrete regels gesteld. Over het algemeen is het voor boringsvrije zones niet noodzakelijk om inhoudelijke bescherming via het ruimtelijk spoor op te nemen aangezien de regels voorzien in een systeem van melding van activiteiten. Desondanks is opname van de zone in het bestemmingsplan zinvol vanwege mogelijke beperkingen die er gelden voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van bodemenergiesystemen bij de ontwikkeling van

Hoofdstuk 3

41

nieuwe functies. Het plangebied ligt binnen een boringsvrije zone. Hierbij geldt een maximale diepte van 60 meter voor het verrichten van handelingen in de bodem, zoals boringen, grond- of fundering werken en regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en -onttrekking). De bescherming van de boringsvrije zone is geborgd in voorliggend bestemmingsplan. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Het plangebied is deels gelegen binnen het NNB (zie figuur 3.3). Het betreft een perceel van 17.000 m2 in het zuiden van het plangebied aan de Erpseweg, bestaande uit bos en grasland. In het oosten van het plangebied, ter hoogte van Het Melven, betreft het een perceel van circa 3.000 m2, bestaande uit opgaand groen. De oostgrens van het plangebied grenst tevens tegen het NNB. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. In paragraaf 4.8 (ecologie) wordt verder ingegaan welke negatieve effecten het plan kan hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Brabant binnen en rond het plangebied.

Figuur 3.3: Kaart Ligging NNB t.o.v. plangebied (rood omlijnd)

Met betrekking tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is geconcludeerd dat een effectenanalyse noodzakelijk is om de effecten die de ontwikkeling heeft op het NNB in kaart te brengen, zowel op het NNB binnen het plangebied als in de naastgelegen gebieden. Een effectenanalyse is uitgevoerd om de mogelijke effecten in detail te beoordelen, om zo redelijkerwijs te kunnen bepalen of de plannen afbreuk doen aan het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Daarnaast wordt ook beoordeeld of de ontwikkeling een positieve bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De volledige Effectenanalyse NNB, waarin ook de herbegrenzing van het NNB is beschreven

Hoofdstuk 3

42

en gemotiveerd, is opgenomen als bijlage 15 bij deze plantoelichting, de belangrijkste conclusies zijn opgenomen. De ontwikkeling vindt gedeeltelijk plaats binnen het NNB. Een deel van het NNB is foutief begrensd en wordt herbegrensd. Het betreft circa 12.230 m 2 NNB. Hiervoor is geen compensatie aan de orde. Er wordt aan de Erpseweg een strook NNB verwijderd voor de aanleg van een ontsluitingsweg en verkeersmaatregelen. De te herbegrenzen oppervlakte is circa 2.787 m2 groot. Het bosgebied is meer dan 25 jaar oud en daarom geldt een compensatiefactor van x1⅔. De compensatieopgave voor de fysieke aantasting van het NNB betreft daarmee 4.627 m 2. De compensatie kan zowel fysiek als financieel (€ 11,31 / m2) worden uitgevoerd. De regels staan beschreven in artikel 3.15-3.24 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In dit geval kan redelijkerwijs gebruik worden gemaakt van de kleinschalige herbegrenzing (artikel 3.21). Er is gekozen voor een financiële compensatie. Uit de effectenbeoordeling blijkt dat er mogelijk een toename aan verstoring is door enkele effecten. Volgende zaken dienen nader onderzocht of uitgewerkt te worden:  Een verlichtingsplan dient te worden opgesteld waarbij een toename aan verlichting op het NNB groter dan 0,1 lux wordt voorkomen.

Waar dit niet mogelijk is dient de oppervlakte NNB waar deze toename plaatsvindt te worden gecompenseerd met een factor 1/6. Het opstellen van een verlichtingsplan is voorwaardelijk verplichtend opgenomen in de planregels voor de randzone (eerste 25 meter vanuit de grens van het NNB).  Bij de externe effecten kan als alternatief voor compensatie ook gekozen worden om het bedrag in te zetten voor mitigerende maatregelen, bijvoorbeeld door in het bos aanvullende revitaliserende maatregelen te treffen.  De omvang en vorm van compensatie, indien aan de orde, wordt verwerkt in een compensatieplan. Conform de Handreiking natuurcompensatie van de provincie Noord-Brabant (17-12-2021) wordt een drempelwaarde gehanteerd voor stilte, met een Lden van 52 dB (LAeq-24 uur van 45,6 dB(A)). Oppervlakte boven deze drempelwaarde is wel verstoord, oppervlakte onder deze drempelwaarde is niet verstoord. Als in de toekomstige situatie voor een bepaalde oppervlakte NNB deze drempelwaarde wordt overschreden, en dus verstoord raakt, dient hier compensatie plaats te vinden, in dit geval met een factor 1/6 van de oppervlakte. Middels een akoestisch onderzoek is dit onderzocht. De rapportage is opgenomen als bijlage 1 bij de Effectenanalyse NNB (bijlage 15 bij deze toelichting). In het onderzoek is de geluidbelasting vanuit het toe te voegen wegverkeer in het plangebied onderzocht.

Andere geluidbronnen worden met het plan niet gecreëerd. Er zijn ook geluidbronnen betrokken van buiten het plangebied die invloed hebben op deze natuurpercelen, maar aangezien deze met het plan niet worden aangepast zijn deze niet betrokken in het onderzoek. De rekenresultaten laten zien dat de geluidsbelasting van de te realiseren straten ten hoogte van de onderzochte natuurpercelen ten hoogste 39 dB bedraagt. Dit is ver onder de limiet van 52 dB die door de provincie Noord-Brabant is gesteld. Er kan gesteld worden dat de te realiseren woonwijk geen akoestisch relevante invloed heeft op de onderzochte natuurpercelen en dat er vanuit het aspect akoestiek geen compensatie nodig is. In figuur 3.1 is aangegeven voor welke gronden herbegrenzing van de NNB is aangevraagd.

Hoofdstuk 3

43

Groenblauwe mantel Rondom de watergang aan de oostzijde van het plangebied ligt gebied bestempeld als groenblauwe mantel. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Met voorgenomen ontwikkeling wordt veel aandacht besteed aan het landschap. Veghels Buiten wordt gedragen door het landschap. Ondanks dat met de gebiedsontwikkeling het oorspronkelijke landschap aanzienlijk zal worden getransformeerd. De ontwikkeling zal de kwaliteit van de ondergrond (bodem, water) en het historisch gegroeide landschap. De Groene Mal verbindt alle buurten van Veghels Buiten. Het is een nuttig landschap waarin ruimte is voor semi-agrarisch gebruik, voedselproductie, maar vooral ook ruimte biedt voor gezondheid en ontspanning. Bij het verlenen van omgevingsvergunningen in het buitenhof, dat grenst aan en gedeeltelijk ligt binnen de groenblauwe mantel, zal voor de noordelijke rand nadere aandacht uitgaan naar de groenblauwe mantel. Hiertoe zijn nadere voorwaarden opgenomen in het bestemmingsplan.

Deze zien op het overleggen van een landschappelijk inpassingsplan, waaruit blijkt dat in voldoende mate rekening is gehouden met de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied dan wel de mogelijkheden tot versterking c.q. ontwikkeling daarvan. Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen moet overleg met het waterschap plaatsvinden. In het bijzonder zal hierbij aandacht uitgaan naar het herstellen van de beek. Conclusie Op basis van voorgaande kan worden verondersteld dat het initiatief in overeenstemming is met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Dit ontwerp heeft vanaf 9 april 2021 tot en met 20 mei ter inzage gelegen voor het indienen van reacties. De ingekomen reacties worden nu beoordeeld en kunnen leiden tot wijzigingen van het vastgestelde ontwerp. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt, met enkele aanpassingen vanwege de Omgevingswet of nieuwe inzichten of beleid. De ontwerp Omgevingsverordening is momenteel nog geen geldend beleid.

Indien de Omgevingsverordening vastgesteld wordt voor vaststelling van dit bestemmingsplan, zal er voor dit plan een beleidstoets aan de Omgevingsverordening plaatsvinden. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet (1 januari 2024) in werking. Doorwerking plangebied In het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim Omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.

Hoofdstuk 3

44

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Brabantse Agenda Wonen De provincie Noord-Brabant benoemt de volgende richtinggevende principes voor de regionale woningmarkten:  Het woningbouwprogramma zet optimaal in op (toekomstige) binnenstedelijke locaties – inbreiden, herstructureren, transformeren – en op het herbestemmen van leegstand en leegkomend kantoor-, winkel-, en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat.  Ruim baan voor “goede woningbouwplannen” binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en bestaand leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw genomen kan worden.  Meer nadruk op de bestaande woningvoorraad, met specifieke aandacht voor herstructureringsen transformatie-opgaven, verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag.  Vraaggerichte woningbouwplannen ontwikkelen, die aansluiten op de vraag van huishoudens en met oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad.

 Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen zorgen voor realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en –programmering.  De samenwerking op de regionale woningmarkt versterken, met de gemeenten als eerste aan zet. Doorwerking plangebied De beoogde locatie van het initiatief ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. Hiervoor wordt verwezen voor de onderbouwing zoals opgenomen in de Ladder voor Duurzame verstedelijking (paragraaf 3.1.2). Op regionaal niveau is extra aandacht voor het ontwikkelen van voldoende sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Het initiatief sluit aan op deze kaders door beide type woningen te realiseren. 3.3.2 Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 De (sub)regio Noordoost-Brabant-West werkt regionaal samen op basis van de afspraken vanuit het ‘Regionaal perspectief op wonen – meerjarenperspectief 2021-2024’. In dit perspectief zijn de regionale opgaven en ambities opgenomen. De samenwerking is een ‘groeimodel’, dat in de loop van de tijd aangepast en uitgebreid is. Het streven is de komende tijd, onderwerp na onderwerp, de regionale samenwerking verder te versterken. Naast het meerjarenperspectief wordt er jaarlijks een uitvoeringsagenda vastgesteld.

In de ‘Uitvoeringsagenda 2021’ wordt, op basis van de opgaven en ambities uit het meerjarenperspectief, teruggeblikt op 2020 en vooruitgekeken naar 2021. De inzet van het regionale overleg op de meerjarige thema’s wordt hier concreet gemaakt. Inbreidings-, herstructurerings- en transformatieplannen worden eenmaal per jaar in de regio gedeeld. Grote(re) uitbreidingslocaties worden (in de ontwerpfase) regionaal, zowel kwantitatief als kwalitatief, afgestemd.

Hoofdstuk 3

45

Doorwerking plangebied Zoals reeds is benoemd in paragraaf 3.1.2 dienen grote(re) uitbreidingslocaties (in de ontwerpfase) regionaal, zowel kwantitatief als kwalitatief, afgestemd te worden. De Provincie en de regio zijn akkoord met de ontwikkeling Veghels Buiten Noordoost (Regionale Poho-wonen d.d. 23 maart 2022) voor ca. 1.100-1.200 woningen. In de regionale woondeal (ondertekening d.d. 9 maart 2023) is het volledige woningbouwprogramma van Meierijstad opgenomen, dus ook het woningbouwprogramma van Veghels Buiten Noordoost. Opgave in de Woondeal is om zachte plannen hard te maken.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Visie Meierijstad In de ‘Visie Meierijstad’ wordt de toekomst van de gemeente Meierijstad beschreven. Hierin is de volgende algemene visie opgenomen: Het is 2025: een gemeente met een missie en ambities In het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen is een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente noodzakelijk. Elke inwoner telt mee en kan mee doen binnen sterke sociale netwerken en een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken in Foodcapital trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs. Daarnaast is voor het ruimtelijke aspect onderscheid gemaakt tussen verschillende onderdelen, waaronder bijvoorbeeld: landschap, wonen en bedrijvigheid. Voor het aspect wonen is het volgende beschreven: Onze inwoners verblijven in een veilige woon- en werkomgeving. Zij zijn betrokken en hebben direct invloed op de woonomgeving en de eigen woning.

Maatwerk is de norm, met flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. Er is een duurzame leefomgeving en een divers woningaanbod: koop, huur, meer-generatie-wonen (levensloopbestendig) en zorgconcepten. Het (hoogwaardig) openbaar vervoer is verbeterd en daardoor is de bereikbaarheid tussen de kernen goed. Doorwerking plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een divers woningaanbod, met zowel koop als huurwoningen. Het planvoornemen zorgt voor een afronding van de ontwikkeling Veghels Buiten en de kom Veghel en een verbetering van de leefomgeving in dit deel van de kern. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten uit de Visie Meierijstad.

Hoofdstuk 3

46

3.4.2 Woonvisie Meierijstad 2018 De gemeente Meierijstad wil een gemeente zijn met een aantrekkelijk woonklimaat met woningaanbod voor iedereen. Uitgangspunt is de juiste woning op de juiste plek.  Nieuwe woningbouwplannen moeten met name voorzien in die typen woningen die onvoldoende in de bestaande woningvoorraad aanwezig zijn. In de woonvisie wordt de stijgende vraag naar huurwoningen en appartementen in Veghel specifiek benoemd.  Door vergrijzing en een toename in het aantal alleenstaanden neemt de vraag naar sociale huurwoningen toe. De gemeente stuurt in ieder bouwplan (> 3 woningen) op het minimumpercentage van 25% van de woningbouwplannen.  De gemeente geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen, met aandacht voor kwaliteit. Bij uitbreidingslocaties wil de gemeente onderscheidend blijven ten opzichte van de uitbreidingswijken van de grote steden. Dit onder andere door onderscheidende stedenbouwkundige en architectonische plannen en een grotere diversiteit van woonmilieus  De kern Veghel kent vanwege haar verstedelijkingsgraad een extra woningbehoefte. Deze bedraagt voor de komende 10 jaar 900 extra woningen. Veghel kent daarmee, naast de woningbehoefte die voortkomt uit eigen bevolkingsontwikkeling, ook een behoefte die voortkomt uit een positief migratiesaldo vanwege de stedelijke aantrekkingskracht van de kern Veghel voor de regio.

 Zorgen voor de nodige flexibiliteit in het woningbouwprogramma: niet meer dan 70% van de woningbouwplannen betreft harde en zachte (bestemmingsplan vastgesteld of in voorbereiding) plancapaciteit. Dit geldt voor zowel de plancapaciteit voor Meierijstad in zijn geheel, als voor de 13 kernen afzonderlijk. De resterende 30% wordt gereserveerd voor toekomstige plannen die nadrukkelijk invulling geven aan een specifieke woningbehoefte (herstructurering, herbestemming, inbreiding, bijzondere doelgroepen, etc.).  In het woningbouwprogramma voor de komende 10 jaar houdt de gemeente de volgende verdeling aan: 25% sociale huur; 15% commerciële huur; 10% koop (goedkoop); 20% koop (middelduur); 20% koop (duur); 10% variabel in te zetten. Actieplan Woningbouw (2021) Het Actieplan woningbouw is een addendum op de Woonvisie uit 2018. Dit plan heeft als voornaamste doel om het aantal woningen dat jaarlijks gebouwd wordt te vergroten. In het actieplan wordt gesteld dat:  In grote lijnen de uitgangspunten en doelstellingen gelden zoals geformuleerde in de woonvisie uit 2018.  Doorbouwen en bevorderen van doorstroming is essentieel. De gemeente wil zo’n 400 woningen per jaar bouwen en dit voor zeker vijf jaar uitbreiden tot minimaal 600 woningen per jaar.  Het uitgangspunt omtrent 70% plancapaciteit is niet meer hanteerbaar.

Om een continu volume te krijgen in het aantal woningen per jaar zal voor langere tijd vooruit gepland moeten worden. Om de uitval op te kunnen vangen wil de gemeente een volume in bouwplannen dat op minimaal 125% (ca. 7.200 woningen) ligt van de prognose die gemeente als uitgangspunt neemt, zijnde 5.750 woningen in de periode 2020-2040.

Hoofdstuk 3

47

Inbreidingsplannen blijven belangrijk voor de kwaliteit van de kernen. Gemeente gaat actiever sturen op de realisatie van bouwplannen die nu al in de pijplijn zitten. Daarmee minimaal 400 woningen per jaar realiseren. Naast en in aanvulling hierop wil de gemeente ook met uitbreidingsplannen werken, waardoor Meierijstad in staat is om nog minimaal 200 tot 300 woningen per jaar extra te realiseren.

Doorwerking plangebied De ontwikkeling Veghels Buiten Noordoost sluit op hoofdlijnen aan bij de gemeentelijke woonvisie en de speerpunten voor woningbouw in Meierijstad. Het betreft namelijk een ontwikkeling die grotendeels overeenkomt met het gewenste woningbouwprogramma van de gemeente. De planontwikkeling Veghels Buiten Noordoost volgt de Woonvisie Meierijstad 2018, ook wanneer deze in de toekomst wordt aangepast of herzien. De diversiteit van het woningbouwprogramma speelt bovendien in op specifieke woonbehoeften en draagt bij aan een diverse bevolkingssamenstelling. Met het initiatief wordt een flinke impuls gegeven aan de woningvoorraad in de gemeente. Deze impuls sluit aan op de gestelde ambitie van de gemeente voor het realiseren van 400 woningen per jaar, en op uitbreidingslocaties nog eens 200 tot 300 woningen extra per jaar. In het plan is voorzien in minimaal 30% sociale huur; dit wijkt af van de Woonvisie, maar speelt in op actuele trends en ontwikkelingen en daarmee samenhangend beleid. Overigens wordt voor de overige categorieën voldaan aan de verdeling uit de Woonvisie. 3.4.3 Verordening doelgroepen woningbouw Meierijstad Op 17 februari 2022 is de door de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad de Verordening doelgroepen woningbouw Meierijstad vastgesteld.

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage van categorieën woningen wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. De Doelgroepenverordening van de gemeente Meierijstad vormt de wettelijke basis voor het doorvoeren van gemeentelijk woonbeleid in bestemmingsplannen. De Woonvisie Meierijstad 2018, het addendum op de woonvisie 2021 en het Actieplan woningbouwversnelling 2021, vormen de uitgangspunten voor de Doelgroepenverordening. In deze Doelgroepenverordening zijn de categorieën sociale huurwoning, middeldure huurwoning, sociale koopwoning en sociale middeldure koopwoning opgenomen. De maximale aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen wordt hiermee vastgelegd evenals de maximale verkoopgrens van sociale koopwoningen en sociale middeldure koopwoningen. Deze grens moet de gemeente bepalen. De Doelgroepenverordening regelt tevens voor welke doelgroep de te bouwen sociale huurwoningen en sociale koopwoningen bedoeld zijn. De doelgroep wordt bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. De verordening regelt ook dat de sociale, middeldure huur-, sociale koop en sociale middeldure koopwoningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven.

Hiervoor zijn de minimale instandhoudingstermijnen opgenomen. Met de doelgroepenverordening worden de prijsgrenzen en instandhoudingstermijnen voor de segmenten sociale huur, middeldure huur, sociale koop en middeldure koop geborgd. Daarnaast wordt een doelgroep verbonden aan de segmenten sociale huur en sociale koop op basis van maximale inkomsten. De doelgroepenverordening geldt voor nieuwbouwwoningen en wordt gekoppeld aan het

Hoofdstuk 3

48

bestemmingplan. Doordat de verordening is gekoppeld aan het bestemmingsplan zijn nieuwe plannen gehouden aan deze bepalingen en geldt er een meldingsplicht. Regels voor sociale huurwoningen:  Sociale huurwoningen moeten gedurende ten minste 25 jaar onder de sociale huurgrens blijven.  Sociale huurwoningen worden alleen verhuurd aan mensen met een inkomen tot aan de zogenaamde DAEB-norm5.  Er geldt een jaarlijkse meldingsplicht van de nieuwe huurprijzen.  Er geldt een meldingsplicht bij een nieuwe verhuring. Regels voor middeldure huurwoningen:  Middeldure huurwoningen moeten gedurende 15 jaar onder de huurgrens blijven.  Er geldt een jaarlijkse meldingsplicht van de nieuwe huurprijzen.  Er geldt een meldingsplicht bij een nieuwe verhuring.

Regels voor sociale en middeldure koopwoningen:  Sociale en middeldure koopwoningen moeten gedurende 10 jaar onder de sociale koopprijs blijven. De sociale koopprijs wordt jaarlijks door het college vastgesteld.  Sociale koopwoningen mogen alleen verkocht worden aan mensen met een inkomen tot maximaal 1,5 maal de DAEB-norm.  Er geldt een meldingsplicht wanneer de woning wordt verkocht. Doorwerking plangebied Om de Doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan vastgelegd worden. Alleen dan kan de Doelgroepenverordening worden toegepast. In de regels behorende bij het bestemmingsplan is geregeld dat welke percentages sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen, sociale en middeldure koopwoningen, zoals bedoeld in de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad' zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het plan (of diens rechtsopvolger), dient te worden gerealiseerd en conform de bepalingen in de bedoelde verordening in stand te worden gehouden.

5

DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet.

Hoofdstuk 3

49

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van de in het plan opgenomen planologische mogelijkheden.

4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening 6 dient te worden bepaald wat de verkeersaantrekkende werking van het plangebied is. Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Gemeenten kunnen er echter ook voor kiezen om zelf parkeernormen vaststellen. Op 31 januari 2019 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ vastgesteld voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Artikel 2 van dit plan heeft betrekking op de normstelling voor parkeren. In onderdeel a van artikel 2 is opgenomen dat dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen of openbaar terrein. In onderdeel b ten aanzien van het voorzien in voldoende parkeergelegenheid de parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ dienen te worden aangehouden. 4.1.2 Onderzoek Verkeer Algemeen Algemeen beeld is dat het steeds drukker wordt op het wegennet. De vraag naar mobiliteit neemt toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8d54ae2c-607f-442b-9fc6-28414e2e7877