1. Toelichting BP Eerschotsestraat Zuid
Tekst van het document
ontwerp
Projectnummer
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Datum
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
15
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
16
Artikel 3
Bedrijf
16
Artikel 4
Groen
20
Artikel 5
Verkeer
22
Artikel 6
Woongebied
24
Artikel 7
Waterstaat - Waterbergingsgebied
34
Hoofdstuk 3
Algemene regels
35
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
35
Artikel 9
Algemene bouw regels
36
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
38
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
40
Artikel 12
Algemene afw ijkingsregels
41
Artikel 13
Algemene w ijzigingsregels
43
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
44
Artikel 14
Overgangsrecht
44
Artikel 15
Slotregel
45
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 3 van 45
Datum:26-10-2021
Regels
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Eerschotsestraat Zuid met identificatienummer NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.6 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.7 afhankelijke woonruimte een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9 automatenhal een gelegenheid waar, al dan niet bedrijfsmatig, gelegenheid wordt geboden tot
vermaak, door middel van terbeschikkingstelling van mechanische, elektronische of andere vermaak-apparatuur; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 6 van 45
Datum:26-10-2021
1.12 bedrijf aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.13 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of terrein in overeenstemming met de bestemming; 1.14 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.15 beroep aan huis een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.16 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig conform het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel en onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel bebouwing die mag worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip
dat het plan rechtskracht heeft verkregen conform het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bijbehorend bouwwerk hieronder wordt verstaan: a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c. vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig, architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling)
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 7 van 45
Datum:26-10-2021
ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d. uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.20 bijzondere woonvorm a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b. een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; c. woongroepen: een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm.
1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.23 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 8 van 45
Datum:26-10-2021
1.28 carport een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund door palen of kolommen, dat maximaal aan twee zijden gesloten is. Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan, tenzij in de bouwregels uitdrukkelijk is bepaald dat het een open constructie moet zijn. 1.29 consumentverzorgende bedrijven het bedrijfsmatig uitoefenen van diensten aan huis op het gebied van de consumentverzorging zoals bijvoorbeeld kappers, schoonheidsspecialisten, pedicures, manicures, nailstudio's en daarmee vergelijkbare consumentverzorgende diensten, waarbij de aard en omvang van het consumentverzorgende bedrijf met de woonfunctie verenigbaar is en geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.30 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.31 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.32 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een
balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé; 1.33 dove gevel een geluidwerende gevel zonder te openen delen, met uitzondering van openingen die toegang bieden naar niet-geluidgevoelige ruimten. De gevel is zodanig opgebouwd, dat de ruimte aan de buitenzijde van een dergelijke gevel niet als 'buitenruimte' (tuin, terras, balkon) kan worden aangemerkt; 1.34 erker Een aan nader bepaalde maatvoeringseisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte van een woning aan een gevel; 1.35 evenement een in tijd begrensd voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak; 1.36 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 geluidgevoelig object een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wet geluidhinder;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 9 van 45
Datum:26-10-2021
1.38 geluidgevoelige ruimte een geluidgevoelige ruimte als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.39 geluidluwe gevel een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst. De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden te voldoen; 1.40 gestapelde woningen boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.41 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; het betreft het gebouw zonder bijbehorende bouwwerken; 1.42 horecabedrijf een inrichting voor het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, zoals een bed & breakfast, discotheek en feestzaal, niet zijnde coffeeshops; 1.43 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.
Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'; 1.44 internethandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden via internet, zonder fysieke bezoekmogelijkheid (zonder showroom en afhaalpunt) en met opslag. Er is geen sprake van het ter plaatse afhalen of retourneren van een product dat via internet is besteld (en betaald). Het product wordt via de post aan de koper verzonden; 1.45 jongerenontmoetingsplaats een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen of ingerichte voor jongeren bedoelde openbare locatie, al dan niet met voorzieningen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.46 kantoren een ruimte of een complex van ruimten dat door indeling en inrichting is gebouwd en geschikt is voor administratieve en zakelijke dienstverlening, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate te woord wordt gestaan en geholpen;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 10 van 45
Datum:26-10-2021
1.47 landschappelijke waarden de relatieve betekenis van de elementen die de opbouw van het landschap bepalen, zoals terreinvormen, hoogteligging, beplantingen, wegen, watergangen en bebouwing, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.48 maatschappelijk het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: gezondheidszorg; en/of zorg en welzijn; en/of jeugd/kinder/ouderen/gehandicaptenopvang; en/of onderwijs; en/of religie; en/of uitvaart/begraafplaats; en/of bibliotheken; en/of openbare dienstverlening; en/of verenigingsleven; en/of gevangeniswezen; en/of defensie/militaire zaken; en/of sport- spel- en speelvoorzieningen; 1.49 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.50 ondergeschikt bouwdeel a. een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk en/of; b.
ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die onzichtbaar zijn boven peil; 1.51 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.52 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.53 onderkomen voor verblijf geschikte - al dan niet aan de bestemming onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten; 1.54 open constructie een bouwwerk met maximaal twee gesloten wanden; 1.55 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder eigen wanden dat aan tenminste een deel van één zijde een gesloten wand kent, waaronder begrepen een carport;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 11 van 45
Datum:26-10-2021
1.56 patiowoning een woning waarbij de buitenruimte geheel of gedeeltelijk is ingesloten door de bouwmassa van de woning, de aangrenzende woning(en) en/of muren zodat een binnenplaats of binnenhof wordt gevormd. Een van de slaapkamers en de badkamer bevinden zich op de begane grond. 1.57 peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.58 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.59 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c.
tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.60 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.61 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.62 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.63 standplaats Een op een openbare en in de open lucht gelegen plaats om goederen en/of diensten te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren, gebruik makend van mobiele middelen, zoals een boot, een kraam, een wagen of een tafel.
1.64 straatmeubilair openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, glasbakken, kledingcontainers, bloem- en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 12 van 45
Datum:26-10-2021
1.65 tuin een op de verbeelding aangegeven zone bestemd voor de inrichting als tuin met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen; 1.66 twee-aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden; 1.67 verdieping de bouwlagen van een gebouw, gelegen boven de begane grondlaag; 1.68 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.69 voorgevellijn een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.70 voorkeursgrenswaarde de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege industrieterreinen, wegen en spoorwegen op geprojecteerde woningen of andere geluidgevoelige objecten binnen zones, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.71 voortuin de gronden gelegen voor de voorgevellijn; 1.72 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.73 vrijstaande woning Een woning waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan, en niet door middel van bijbehorende
bouwwerken met een andere woning is verbonden. 1.74 water al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.75 waterhuishoudkundige voorzieningen waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 13 van 45
Datum:26-10-2021
1.76 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.77 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals die luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan; 1.78 wonen het gehuisvest zijn in een woning; 1.79 woning een (gedeelte van) een gebouw dat dient voor de huisvesting van: a. één afzonderlijk huishouden, of b. één huishouden èn maximaal 2 personen niet zijnde een huishouden, of c. maximaal 0 personen niet zijnde een huishouden; 1.80 woonerf een verblijfsgebied, waarbinnen geen doorgaande ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer aanwezig mag zijn. Op een woonerf zijn groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen en maximaal één aansluiting voor gemotoriseerd verkeer op het omliggende wegennet toegestaan; 1.81 zijgevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw niet zijnde de achtergevel of voorgevel; 1.82 zolder ruimte onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 centimeter boven de vloer is gelegen.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 14 van 45
Datum:26-10-2021
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand van de loodrechte horizontale projecties van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 15 van 45
Datum:26-10-2021
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijven; b. kantoren; c. productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; d. ter plaatse van de aanduiding 'wonen', tevens voor wonen in maximaal één bedrijfswoning of maximaal één woning; e. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', uitsluitend voor parkeervoorzieningen ten dienste van deze bestemming en ten dienste van de omliggende woonbestemming(en), alsmede voor de onder f. tot en met i. genoemde doeleinden; f. voorzieningen van algemeen nut; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: h. tuinen, erven en terreinen; i. groenvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen, gelden de volgende regels: a. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. b. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen en voorzieningen van algemeen nut geldt de volgende regel: a. Ten aanzien van de maximale bouwhoogte gelden de aanduidingen op de verbeelding. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. Het bijbehorend bouwwerk is uitsluitend toegestaan achter de voorgevellijn. b. De bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 5 meter. c. De maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 35 m². 3.2.4 (Bedrijfs)woning Voor het bouwen van een (bedrijfs)woning, gelden de volgende regels: a. Een (bedrijfs)woning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen'. b. Ten aanzien van de maximale goothoogte gelden de aanduidingen op de verbeelding. c. Ten aanzien van de maximale bouwhoogte gelden de aanduidingen op de verbeelding. d. De maximale inhoud bedraagt 750 m³.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 16 van 45
Datum:26-10-2021
e. Indien er sprake is van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, dient deze over een eigen entree te beschikken en mag deze niet in open verbinding staan met de aangebouwde bedrijfsgebouwen ter voorkoming van overdrachtsgeluid. 3.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning de volgende regels: a. De bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen'. b. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter. c. De maximale bouwhoogte bedraagt 5 meter. d. De maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 m². e. De minimale afstand tot de voorgevellijn van de (bedrijfs)woning bedraagt 2 meter. f. Een buitenruimte op de eerste bouwlaag, in de vorm van een daktuin, daterras, balkon of loggia, is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding buitenruimte'. 3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bij de buitenruimte, zoals bedoeld in 3.2.5 onder f, wordt gemeten vanaf de bovenkant van de eerste bouwlaag. b. De maximale bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes bedraagt 8 meter. c.
De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van verlichting bedraagt 12 meter. d. De maximale bouwhoogte van informatiezuilen, huisvuilcontainers, glasbakken, geluidwerende voorzieningen, met uitzondering van reclame-objecten bedraagt 2 meter. e. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken binnen het bouwvlak bedraagt 6 meter en buiten het bouwvlak maximaal 2 meter. 3.2.7 Zone 'ecologie' Ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' dienen verlichtingsarmaturen vleermuisvriendelijk uitgevoerd te worden. Dit betekent dat: a. de verlichting niet mag worden gericht op het waterrijke groen ten zuiden van de betreffende aanduiding, c.q. deze afschermend ten opzichte van het betreffende groen moet worden uitgevoerd; b. indien aan het bepaalde onder a. niet kan worden voldaan, de lichtuitstraling door kleurstelling in de vorm van een rode kleur, geminimaliseerd te worden. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. Ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. b. Ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving. c. Ter waarborging van de verkeersveiligheid. d. Ter waarborging van de sociale veiligheid. e.
Ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 17 van 45
Datum:26-10-2021
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. wonen, behoudens in een woning of bedrijfswoning als bedoeld in artikel 3.1 sub d; c. detailhandel, met uitzondering van productiegebonden detailhandel als bedoeld in artikel 3.1 sub c; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); e. prostitutie en/of seksinrichtingen; f. opslag - of bergplaats van gebruikte, afgedankte c.q. aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen, voorwerpen en/of materialen; g. het opslaan van gerede of ongerede goederen; h. het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen. 3.4.2 Uitzondering strijdig gebruik Het bepaalde in 3.4.1 sub f, g en h is niet van toepassing voor zover het betreft: a. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; b. tijdelijke opslag van goederen ten behoeve van de in de lid 3.1 toegestane bedrijfsvoering; c. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden. 3.4.3 Parkeren Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt gerekend: a.
het in gebruik nemen en gebruikt houden van bebouwing, niet zijnde bestaande bebouwing, zonder het realiseren en in stand houden van voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig het bepaalde in lid 9.4; b. het veranderen van het gebruik van gronden en/of bebouwing, zonder het realiseren en in stand houden van voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig het bepaalde in lid 9.4; c. het voortzetten van het bestaande gebruik ter plaatse van Eerschotsestraat 72 als kantoor, zonder dat er ten minste 12 parkeerplaatsen ten behoeve van deze functie beschikbaar zijn. 3.4.4 Parkeerterrein De parkeervoorzieningen, zoals bedoeld in lid 3.1 onder e. dienen, voor zover de betreffende parkeerplaatsen noodzakelijk zijn op basis van lid 3.4.3 en/of 9.4 en met een minimum van 5 parkeerplaatsen, toegankelijk te zijn vanaf de aangrenzende bestemming 'Verkeer' en mogen niet worden afgesloten. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van: a. De uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1 indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd. b. De uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 18 van 45
Datum:26-10-2021
invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd. c. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 3.5.2 Opslag Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 sub f en g juncto 3.4.2 sub a en b, voor permanente opslag van goederen, materialen en werktuigen ten behoeve van een efficiënte bedrijfsvoering, met dien verstande dat: a. De hoogte van de opslag maximaal 5 meter mag bedragen. b. De opslag achter de voorgevellijn dient plaats te vinden. c. De vergunning slechts wordt verleend indien het straatbeeld daardoor ruimtelijk niet wordt aangetast, de verkeerssituatie zich daartegen niet verzet, en hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 19 van 45
Datum:26-10-2021
Artikel 4
Groen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; d. speelvoorzieningen, met uitzondering van een jongerenontmoetingsplaats; e. hondenuitlaatplaatsen; f. voorzieningen van algemeen nut; g. kunstwerken; h. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen met bijbehorende werken en werkzaamheden; 4.2
Bouwregels
4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. b. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter. c. De maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 20 m². 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De maximale bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting, speelvoorzieningen, bewegwijzering alsmede kunstobjecten bedraagt 8 meter. b. De maximale bouwhoogte van informatiezuilen, huisvuilcontainers, glasbakken, geluidwerende voorzieningen, met uitzondering van reclame-objecten bedraagt 2 meter. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter. 4.2.3 Zone 'ecologie' Ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' dienen verlichtingsarmaturen vleermuisvriendelijk uitgevoerd te worden. Dit betekent dat: a. de verlichting niet mag worden gericht op het waterrijke groen ten zuiden van de betreffende aanduiding, c.q. deze afschermend ten opzichte van het betreffende groen moet worden uitgevoerd; b. indien aan het bepaalde onder a. niet kan worden voldaan, de lichtuitstraling door kleurstelling in de vorm van een rode kleur, geminimaliseerd te worden.
4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 20 van 45
Datum:26-10-2021
d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. Opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. Het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. Het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. Het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. Prostitutie; f. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 21 van 45
Datum:26-10-2021
Artikel 5
Verkeer
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. speelvoorzieningen m.u.v. een jongeren ontmoetingsplaats; g. hondenuitlaatplaatsen; h. kunstwerken; i. voorzieningen van algemeen nut; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het maximale oppervlak van een gebouw bedraagt 20 m²; b. de maximale bouwhoogte van een gebouw bedraagt 3 meter. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van bewegwijzering, verkeersregulering, verlichting alsmede kunstobjecten bedraagt maximaal 10 meter; b. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 6 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 5 meter. 5.2.3 Zone 'ecologie' Ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' dienen verlichtingsarmaturen vleermuisvriendelijk uitgevoerd te worden. Dit betekent dat: a. de verlichting niet mag worden gericht op het waterrijke groen ten zuiden van de betreffende aanduiding, c.q. deze afschermend ten opzichte van het betreffende groen moet worden uitgevoerd; b. indien aan het bepaalde onder a. niet kan worden voldaan, de lichtuitstraling door kleurstelling in de vorm van een rode kleur, geminimaliseerd te worden. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 22 van 45
Datum:26-10-2021
behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. het bepaalde in artikel 5.3, sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden. 5.3.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in 5.1 sub a tot en met j, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt ten minste 60 mm per m² verharding.
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Pagina: 23 van 45
Datum:26-10-2021