1. Toelichting BP Eerschotsestraat Zuid
Tekst van het document
Bestemmingsplan
EerschotsestraatZuid
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Betreffende
Eerschotsestraat-Zuid
Planstatus
vastgesteld
Projectnummer
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Datum
december 2021
Toelichting
Bestemmingsplan Eerschotsestraat Zuid Gemeente Meierijstad Vastgesteld
Rapportnummer:
211X07705_5
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.1948.OED001BP0012021P-VG01
Datum:
26 oktober 2021
Opdrachtgever:
OKKO Project
Projectteam BRO:
JRi, CVe, JvdA, TSc, MvDn
Concept:
30 maart 2018
Voorontwerp:
maart 2018
Ontwerp:
februari 2021, maart 2021, april 2021, mei 2021
Vastgesteld:
december 2021
Bron foto kaft:
BRO, Abstract
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 4 6 7
2.PLANBESCHRIJVING
7
3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid
13 13
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid
13 14 14 18
3.2.2 Interim Omgevingsverordening 3.3 Gemeentelijk beleid
19 21
3.3.1 Visie Meierijstad 3.3.2 Woonvisie Meierijstad
21 21
4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren
23 24
4.4.1 Ontsluitingsstructuur algemeen 4.4.2 Verkeersgeneratie 4.4.3 Parkeren 4.2 Geluid
24 24 26 28
4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit
28 33 33
4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering
33 35 35
4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Externe veiligheid
35 36 39 39
4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek
39 40
Inhoudsopgave
1
4.5.3 Beperkte verantwoording groepsrisico 4.5.4 Advies Veiligheidsregio 4.5.5 Conclusie 4.6 Ecologie
41 43 43 43
4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Bodem
43 45 45 46
4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3Conclusie 4.8 Water
46 47 48 48
4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Archeologie
48 50 54 54
4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Cultuurhistorie
54 54 55 55
4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Cultuurhistorische analyse 4.10.3 Landschappelijke analyse 4.10.4 Integratie cultuurhistorische en landschappelijke elementen in plangebied 4.10.5 Conclusie 4.11 Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen 4.12 Geur agrarisch
55 55 56 57 57 58 59
4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Beschouwing 4.12.3 Afweging goed woon- en leefklimaat en belangen veehouderij 4.12.4 Conclusie 4.13 Hoogspanningslijnen 4.14 Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen 4.15 M.e.r.-plicht 4.16 Belangen van derden
59 60 61 62 62 62 62 63
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Systematiek
65 65 65
5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels 5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels
Inhoudsopgave
65 66 67
2
5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels 5.3 Bestemmingen
67 68
6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
70 70 70
6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure bestemmingsplan
71 71 72
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Externe Veiligheid Bijlage 2: Externe veiligheid Advies Brandweer Bijlage 3: Ecologie Bijlage 4: Stikstofonderzoek Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Aanmeldingsnotitie MER Bijlage 9: Geuronderzoek Bijlage 10: Akoestisch onderzoek Bijlage 11: Verslag vooroverleg en Inspraak insprekers Bijlage 12: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 13: Hogere waarde wet geluidhinder Bijlage 14: MER beoordelingsbesluit Bijlage 15: Notitie beantwoording zienswijzen
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Eerschotsestraat, in het oosten van Sint-Oedenrode, aan de rand van de bebouwde kom, bevindt zich een vervallen en rommelig ogend terrein. De loodsen en bijgebouwen van de diverse bedrijven die hier gevestigd zijn/waren, hebben een slechte staat. Tevens heeft het landschap een onsamenhangende structuur. Okko Project is voornemens om ter plaatse een herontwikkeling naar woningbouw mogelijk te maken. Onder de naam ‘het HAVS-terrein’, wat staat voor ‘Het Aanzicht Van Sint-Oedenrode’, is getracht een plan te ontwikkelen dat de entree en beleving van de kern Sint-Oedenrode, gezien vanaf de A50, de Oostelijke Randweg en het Dommeldal, verbeterd. De naam HAVS is inmiddels gewijzigd in Eerschotsestraat Zuid. Basis voor de uitwerking van dit planvoornemen vormt de gebiedsvisie ‘Eerschotsestraat – Dommel’, welke door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode in juli 2016 is vastgesteld. Aanleiding voor deze gebiedsvisie vormde destijds de vele en uiteenlopende initiatieven die voor het gebied tussen de Eerschotsestraat en de Oostelijke Randweg/A50 werden aangedragen. Op basis van deze gebiedsvisie is voor de locatie Eerschotsestraat Zuid, hierna plangebied genoemd, een stedenbouwkundig plan opgesteld. Beoogd wordt om 60-63 woningen te realiseren, die met zorg worden ingepast in de omgeving.
Hiertoe zijn afzonderlijk een groenplan, een parkeerplan en een visie beeldkwaliteit openbare ruimte in het stedenbouwkundig plan opgenomen. Getracht wordt de aanwezige landschappelijke waarden en de stedenbouwkundige karakteristiek van het gebied te verbeteren en versterken. Hierbij is onder meer rekening gehouden met het zicht op de Knoptoren en de toegang tot het groene gebied rondom de tegen het plangebied gelegen Dommel. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de woningbouwontwikkeling met 60-63 woningen op de locatie Eerschotsestraat Zuid mogelijk te maken.
1.2 Plangebied Het plangebied ligt in het oosten van de kern Sint-Oedenrode (gemeente Meierijstad) in de wijk Eerschot, tussen de Eerschotsestraat, de Oostelijke Randweg en de rivier de Dommel in. Het (historische) lint aan de Eerschotsestraat vormt de noordelijke begrenzing van het plangebied. Het gebied heeft een gezellige dorpse uitstraling en een gevarieerd karakter. Dit komt door de verschillende typen bebouwing, uit verschillende perioden. Ten westen van het plangebied ligt de Knoptoren, een Rijksmonument, dat beeldbepalend is voor het gebied. Dit gebied ten westen van het plangebied wordt gekenmerkt als een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. De zichtlijnen op de knoptoren vanaf de A50 zijn van belang. De Eerschotsestraat bestaat voornamelijk uit woningen, aangevuld met kleinschalige bedrijvigheid, zoals een bouwmarkt, zeilmakerij en kookstudio. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Sint-Oedenrode: sectie C, nummers 2423, 2788, 2789, 3051 en 3834; sectie G, nummers 3291, 3645, 4709, 4710; sectie L, nummer 1289 (gedeeltelijk).
Hoofdstuk 1
4
Figuur 1.1: ligging plangebied ten opzichte van Sint-Oedenrode (Bron: Bing maps)
Figuur 1.2: globale ligging plangebied (Bron: Bing maps)
Hoofdstuk 1
5
Beschrijving plangebied In het plangebied zijn momenteel de volgende functies aanwezig: tankstation Eerschotsestraat 74 met wasplaats en bedrijfswoning; bedrijfsloodsen Eerschotsestraat 72a t/m d; kantoor Eerschotsestraat 72; bedrijfswoning Eerschotsestraat 70; fietsenhandel Eerschotsestraat 90a (totaal ca. 400 m²); bedrijfspand Eerschotsestraat 90b; nutsvoorziening en groenvoorzieningen op de kop van de Eerschotsestraat; zij- en achtertuin van woning Eerschotsestraat 90 (gedeeltelijk); braakliggend terrein achter de woonpercelen Eerschotsestraat 94 t/m 106 (even). Het plangebied is met name rondom de bedrijfsloodsen en bedrijfsfuncties vrijwel geheel verhard. De gronden aan de oostzijde van het plangebied zijn voornamelijk braakliggend en onverhard. De bebouwing is over het algemeen voorzien van een kap. De hoogte varieert van ca. 6 tot 10 meter. De variatie aan functies, met weinig onderlinge samenhang in bouwvorm, oriëntatie en uitstraling, geeft het plangebied als geheel een rommelige en weinig verzorgde indruk.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost’. Dit bestemmingsplan is op 30 januari 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Het plangebied heeft in het vigerend bestemmingsplan een bedrijfsbestemming, woonbestemming en groenbestemming. Daarnaast gelden enkele dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen (Waarde – Archeologie 1 en 5, Waterstaat – Waterberging en overlegzone weg). De planontwikkeling past niet binnen het bestemmingsplan, omdat op de plek van de bedrijfsbestemming (burger)woningen gepland staan. De bedrijfsbestemming staat enkel bedrijfswoningen toe en geen burgerwoningen. Bovendien worden binnen de bestemmingen Wonen en Groen nieuwe woningen gesitueerd. Daarnaast worden bouwgrenzen overschreden en wordt een nieuwe ontsluitingsroute in het plangebied voorzien.
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Sint-Oedenrode Oost” (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Hoofdstuk 1
6
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1
7
2.
PLANBESCHRIJVING De hoofdstructuur van de beoogde woningbouwlocatie Eerschotsestraat Zuid is gebaseerd op de in de gebiedsvisie ‘Eerschotsestraat – Dommel’ opgenomen kaders. Op basis van deze gebiedsvisie is voor het HAVS terrein een stedenbouwkundig plan opgesteld, met daarin een groenplan, parkeerplan en een visie beeldkwaliteit voor de openbare ruimte. De basis ligt vast, maar wijzigingen in woningtypologie en woningaantallen zijn in beperkte mate mogelijk indien de marktwerking daarom vraagt. In totaal omvat het richtprogramma 59 (maximaal 63) nieuwe woningen en de optie tot sloop en nieuwbouw van 1 (bedrijfs)woning (Eerschotsestraat 70) en is er ruimte voor ca. 141 autoparkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt hiermee binnen het plangebied opgevangen. Het indicatieve richtprogramma ziet er als volgt uit: 1 vrijstaande woning; 4 tweekappers; 10 patiowoningen; 24 tussen / hoekwoningen; 20 appartementen. Hoewel de stedenbouwkundige hoofdstructuur het plangebied vastligt, is het mogelijk om in woningtypologie en woningaantallen in zekere mate te schuiven. Dit omwille van het flexibel kunnen inspelen op de actuele marktvraag. Daar waar de stedenbouwkundige situatie vraagt om een specifieke invulling, is deze ruimtelijke en functionele flexibiliteit niet of beperkt toegestaan.
Figuur 2.1: stedenbouwkundig plan (indicatief) locatie Eerschotsestraat Zuid (Bron: CroonenBuro5)
Hoofdstuk 2
8
Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen De Knoptoren is een belangrijk en beeldbepalend icoon voor Sint-Oedenrode De Knoptoren verrees rond 1400 en staat op ca. 100 meter ten west-zuidwesten van het plangebied. De kerk is daarom onlosmakelijk verbonden met het plangebied en is ook zodanig geïntegreerd. Beeldbepalende vlakken, lijnen en objecten zijn geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan om niet alleen het plangebied te versterken maar ook om de wijdere omgeving in kwaliteit en zichtbaarheid van de Knoptoren te verbeteren. De bebouwing is zodanig gesitueerd dat het geen belemmering zal vormen in de zichtlijnen vanaf de A50 en de Eerschotsestraat. Door de komst van de nieuwe woningen aan de Eerschotsestraat wordt het historische lint afgemaakt wat het straatbeeld een kwaliteitsimpuls geeft. Hiermee blijft de kerk een oriëntatiepunt binnen het dorp en het zicht van de autoweg op de Knoptoren behouden. Met de Dommel zijn vanuit verschillende hoeken in het plangebied zichtrelaties gelegd zodat het gebied als een fraai geheel in het plangebied wordt geïntegreerd. Langs de Dommel komt een openbaar wandelpad te liggen, dit wandelpad loopt door naar het gebied langs de Oostelijke Randweg dat een groene inrichting krijgt. De verkeersontsluiting van het plangebied draagt bij in kwaliteit doordat er een veilige en overzichtelijke routing ontstaat vanaf het wandelpad aan de Dommel.
Daarnaast wordt er een veilige oversteek gecreëerd voor voetgangers naar basisschool Eerschot en fietsers vanaf de Oostelijke Randweg.
Figuur 2.2: inpassing in omgeving (Bron: CroonenBuro5)
Hoofdstuk 2
9
Zichtlijnen en zichtrelaties Op figuur 2.2 is te zien hoe de belangrijke zichtlijnen en zichtrelaties worden behouden en benadrukt. Langs de Oostelijke Randweg komt bebouwing achter een geluidsvoorziening met groene uitstraling, waarmee auto’s tevens uit het zicht worden onttrokken. Het zicht vanaf de A50 naar de Knoptoren blijft op deze manier vanuit beide richting behouden. Daarnaast kijken de woningen, gelegen langs de Oostelijke Randweg, uit op het groen. Het gebied langs de Dommel wordt ingericht als een groene rand. Er komt een laarzenpad langs de Dommel te liggen. Vanaf de Eerschotsestraat zijn diverse zichtlijnen gelegd richting de Dommel als kwaliteitsimpuls voor de bestaande omgeving. Ontsluiting en parkeren Het gebied krijgt een U-vormige ontsluitingsweg. De ontsluitingsweg zal op twee plaatsen worden aangesloten op de Eerschotsestraat. Daarnaast is een aanvullende ontsluiting voor het (parkeer) hof voorzien tussen de panden Eerschotsestraat 88 en 90. De interne tweerichtingsverkeer hoofdontsluitingsweg wordt ingericht als erfontsluitingsweg met parkeerplaatsen deels aan de rijbaan en deels in parkeerkoffers. De hoofdroute wordt telkens aan tenminste een zijde voorzien van een voetpad. Enkele voetpaden sluiten aan op de natuurlijke randen van het plan om het plangebied integraal te betrekken.
Kenmerkend voor de ontsluitingsweg zijn de ruime (klinkers) voor de hoofdroute. Het uitgangspunt is dat parkeren voor een gedeelte plaatsvindt op eigen terrein en / of op de (binnen) parkeerhof plaatsvindt. Op deze manier wordt de hoeveelheid blik op straat beperkt en ontstaat er ruimte voor groen in de openbare ruimte. Het bezoekers parkeren zal in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Dit kan zonder problemen worden opgenomen in het gekozen straatprofiel. Het parkeren wordt zodoende geconcentreerd in de parkeerhoven en in parkeerhavens langs de woonstraten. De parkeerplaatsen bij het kantoor voorzien in dubbel gebruik. Groenstructuur Voor plangebied is een groen- en beeldkwaliteitsplan gemaakt, met als doel het plangebied een groen aangezicht te geven en bestaande fiets- en wandelpaden te kunnen koppelen aan structuren binnen het plangebied. Het groene karakter past bij Sint-Oedenrode, dat in 2000 is het uitgeroepen tot het groenste dorp van Europa. Het versterkt daarnaast het aanzicht van Sint-Oedenrode en het woonklimaat dat wordt geïntegreerd in het Dommelgebied.
Hoofdstuk 2
10
Figuur 2.3: Inpassing in de omgeving (bron: CroonenBuro5)
Kenmerkend voor het plangebied is het onderscheid tussen het landschap (natuurlijke inrichting) en de groene lob (parkachtige verschijningsvorm). Aan de zuidzijde komt een groene overgang naar de Dommelarm, met daarin een voetpad en passende beplanting. Tussen de woningen aan de zuidzijde wordt groene open ruimte ingericht met ruimte voor speelgelegenheid en informele zitgelegenheid en welke kan dienen als ontmoetingsplek. Het groen aan de zuidzijde krijgt zo een informele en natuurlijke uitstraling. De zones met groenelementen kenmerken zich door een parkachtige omgeving met overwegend gras dat ingericht wordt als natuurlijke waterberging/wadi en tevens ruimte biedt voor speelgelegenheid en een informele zitgelegenheid en ontmoetingsplek in een groene omgeving. Door het toepassen van parkeerhavens aan de hoofdroute, afgeschermd met een damwand en afgedekt onder een talud worden de auto’s uit het aanzicht ontnomen voor passanten van de Oostelijke randweg. De parkeerhavens worden daarnaast periodiek onderbroken om ook het aanzicht via de hoofdroute te vergroenen. Het talud wordt tussen het plangebied en het fietspad voorzien van groen voor een kwalitatieve impuls. De groene rand van Sint-Oedenrode versterkt daarmee de kracht van het beeld van de Knoptoren. Deze steekt boven de groene rand uit. In het stedenbouwkundig plan is hiervoor een profiel opgesteld (zie figuur 2.4).
Hoofdstuk 2
11
Figuur 2.4: principeprofiel groene zone oostkant plangebied, Oostelijke Randweg en A50 (bron: CroonenBuro5)
Beeldkwaliteit De belangrijkste en ruimtelijk relevante aspecten uit het stedenbouwkundig plan zijn overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Voor het plangebied is aanvullend een beeldkwaliteitplan opgesteld, waarin criteria zijn opgenomen voor zaken als vormgeving, kleur en materialisatie. Dit separaat bijgevoegde Beeldkwaliteitsplan wordt als welstandsnota voor het gebied vastgesteld en vormt daarmee het wettelijk kader voor de welstandstoetsing. Leidraad bij het ontwerp is een traditionele en eigentijdse, maar ingetogen architectuurstijl, met zowel klassieke als moderne elementen. De wijk dient een dorps karakter met een rustige uitstraling te krijgen, welke ondergeschikt is aan de bijzondere knoptoren. De woningen vragen om een duidelijke hoofdvorm, bestaande uit rechthoekige grondslag en helende (zadel)daken. Qua kleur en materialisatie dient aansluiting te worden gevonden bij het groene karakter van de wijk.
Hoofdstuk 2
12
3.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Conclusie De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is.
Hoofdstuk 3
13
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Conclusie Zoals al in voorgaande paragraaf 3.1.1 is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijkeordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking binnen dit bestemmingsplan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Het plan voorziet in de bouw van maximaal 63 woningen.
Tevens vindt de sloop van een bedrijfswoning plaats en kan ter plaatse van de (bedrijfs)woning Eerschotsestraat 70 sloop-nieuwbouw plaatsvinden. Ook worden enkele bedrijfspercelen met bijbehorende gebouwen geamoveerd. De beoogde ontwikkeling aan de Eerschotsestraat Zuid in Sint Oedenrode betreft een stedelijke ontwikkeling dit blijkt uit het volgende: 1. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemmingen: ‘Bedrijf’, ‘Wonen’ en ‘Groen’. Op basis van dit bestemmingsplan is wonen op de locatie niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk.
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
14
2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om maximaal 63 woningen te bouwen kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling naar een woningbouwlocatie. 3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van maximaal 61 woningen, kan het initiatief gekwantificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De herontwikkeling van het gebied tot een nieuw woongebied kan worden gezien als een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 Bro). Een gedeelte van de bedrijfsbebouwing en –bestemming blijft (mogelijk) gehandhaafd. Omdat het niet gaat om een uitbreiding van het areaal bedrijventerrein of kantoren, is in zoverre geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is voor dit planonderdeel geen toets aan de Ladder aan de orde. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, onderstaand volgt een toelichting. Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. Het plangebied is gelegen binnen de kern Sint Oedenrode. Daarmee is met het plan sprake van transformatie van bestaand stedelijk gebied in de kern Sint Oedenrode. Woonvisie Meierijstad 2018 Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad van Meierijstad de woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Met de visie wil de gemeente richting geven aan het woonbeleid, waarbij er voldoende flexibiliteit moet blijven bestaan om goed in te kunnen spelen op de veranderingen die de komende jaren komen. Om die reden worden ontwikkelingen jaarlijks gemonitord en waar nodig wordt het woonbeleid bijgesteld, hiervoor wordt de Woonagenda vastgesteld. De woningbehoefte kent kwantitatieve en kwalitatieve aspecten. Door de demografische ontwikkelingen is er tot 2030 in Meierijstad nog een behoorlijke toename van de kwantitatieve woningbehoefte (jaarlijks ongeveer 1% toevoeging aan de bestaande woningvoorraad), daarna vlakt die behoefte aan extra woningen af.
Die demografische ontwikkeling heeft de volgende kenmerken: het aantal gezinnen en jongere huishoudens blijft nagenoeg gelijk; het aantal ouderen en het aantal alleenstaanden neemt behoorlijk toe; de bevolking van Meierijstad vergrijst (naar verwachting is in 2040 1 op de 4 huishoudens 75 jaar of ouder: een verdubbeling van het aantal oudere huishoudens ten opzichte van nu). In kwantitatief opzicht is er tot 2028 een behoefte aan 505 woningen in de kern Sint Oedenrode (zie tabel 3.1).
Hoofdstuk 3
15
Tabel 3.1: Overzicht woningbehoefte tot 2028 per kern
Kwantitatieve woonbehoefte Meierijstad De gemeente Meierijstad monitort jaarlijks de ontwikkelingen en stelt het woonbeleid bij. Op 2 juni 2020 is de gemeenteraad van Meierijstad middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de woningbouwprogrammering. Hierbij is gekeken naar wat er is gerealiseerd en er wordt een prognose gegeven voor de periode 2020 t/m 2029. Zoals tabel 3.1 al aangaf is ook in tabel 3.1 af te lezen dat er in kwantitatief opzicht een woningbehoefte is van 505 woningen in de kern Sint Oedenrode. De totale kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Meierijstad komt neer op 3.940 woningen.
Tabel 3.2: Overzicht woningbouwplannen i.r.t. woonbehoefte per kern, gemeente Meierijstad
Voor de kern Sint Oedenrode geldt dat er per 1-1-2020 een behoefte is van 281 woningen (oorspronkelijke behoefte van 505 min het aantal gerealiseerde woningen in 2018 (136) en het aantal gerealiseerde woningen in 2019 (88)). Het totaal aantal woningen in plannen (harde en zachte plancapaciteit) voor de periode 2020-2024 bedraagt 253 woningen. Het totaal aantal gerealiseerde en geplande woningen bedraagt daarmee 477 woningen tegen een behoefte van 505 woningen. In het totaal aantal geplande woningen (harde en zachte plancapaciteit) 2020-2024 is het onderhavige plan aan de Eerschotsestraat Zuid al meegenomen. Figuur 3.1 toont het woningbouwprogramma voor projecten groter
Hoofdstuk 3
16
dan 25 woningen, in deze figuur is onder nummer 17 onderhavig project (onder de naam ‘HAVS-terrein’) weergegeven.
Figuur 3.1: Woningbouwprogramma 2020-2029 Gemeente Meierijstad
Kwalitatieve woonbehoefte In het samenwerkingsverband met regio Noordoost Brabant is in 2019 een woonwensenonderzoek uitgevoerd. In maart 2020 is hiervan de definitieve rapportage gepubliceerd. Inwoners van Meierijstad willen veelal in Meierijstad blijven wonen. 86% van de zelfstandig wonende huishoudens is (zeer) tevreden over hun woning en woonomgeving. 67 % van de verhuisgeneigde starters en 81% van de verhuis-geneigde doorstromers. Met name in of nabij het centrum wonen is gewenst. 74% van der 65-plussers wil zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen en slechts 5% van hen verwacht te moeten verhuizen als de gezondheid achteruit gaat. 26% van de 65-plussers wil verhuizen naar een woning met zorgfaciliteiten. Het aantal spoedzoekers (mensen die dringend op zoek zijn naar een andere woning) blijkt onder doorstromers (zeer) beperkt. Het aantal spoedzoekers dat een tijdelijke woning zou accepteren ligt rond de 280. 23% van de eigenaar-bewoners denkt de komende 2 jaar energiebesparende maatregelen te nemen. Er is een grote interesse in bijzondere woonvormen onder mensen met een verhuiswens. Starters en doorstromers noemen met name zelfbouw op een eigen kavel, zelfbouw in een project (CPO) en transformeren van vastgoed als gewenste woonvormen. Doorstromers vanaf 65 jaar hebben
Hoofdstuk 3
17
met name interesse voor kleinschalige woonzorgprojecten, wonen met gelijkgestemden of wonen met gemeenschappelijke voorzieningen. Wanneer de vraag uit het onderzoek over het huidige aanbod van Meierijstad wordt gelegd, wordt duidelijk waar de komende jaren de aandacht naar uit zou moeten gaan. Op hoofdlijnen sluit dit beeld aan bij de huidige woonvisie en de doorvertaling daarvan in onder meer de woningbouwprogrammering en het plan van aanpak om de woningbouw te versnellen. Zo is er behoefte aan o.a.: huurappartementen, zowel voor starters als voor doorstromers; betaalbare huurwoningen (tussen €424 en €607), zowel voor starters als voor doorstromers; betaalbare koopwoningen (tot €225.000), met name voor starters; middeldure huurwoningen (>€720); kleinere woningen, zowel in koop- als huursector, appartementen en grondgebonden. Doorwerking plangebied Onderhavige ontwikkeling voorziet in een netto toename van maximaal 61 woningen. De ontwikkeling past zowel kwantitatief als kwalitatief in het woningbouwbeleid van Meierijstad. De woningen worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. De voorgestane ontwikkeling is in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de kwalitatieve behoefte.
Er worden diverse woningen gerealiseerd, zo komen er onder andere sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en goedkope koopwoningen. Er worden woningen gebouwd in verschillende prijsklassen voor verschillende doelgroepen. Over de nadere concretisering van de kwalitatieve behoefte zijn tussen de gemeente en initiatiefnemer afspraken gemaakt. De gemeente streeft naar daadwerkelijke realisatie van de plannen en in dit verband de beoogde realisatietermijnen.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over: ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’ Duurzame verstedelijking De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten.
Hoofdstuk 3
18
Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. De provincie brengt met haar partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe deze opgaven kunnen worden aangepakt. Er wordt bijgedragen aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Doorwerking plangebied Met onderhavig planvoornemen worden maximaal 63 woningen mogelijk gemaakt. Er is sprake van een herbestemmings- / transformatieopgave binnen de kern van Sint-Oedenrode, waardoor er sprake is van efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik.
Er is een stedenbouwkundig plan gemaakt, waar aandacht is gegeven aan de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de woningen en is ingespeeld op de al aanwezige (landschappelijke) kwaliteiten. De lintbebouwing langs de Eerschotsestraat wordt versterkt door de bouw van woningen. Daarnaast wordt er langs de Dommel een wandelpad aangelegd en er worden diverse (zicht)relaties aangebracht vanuit het plangebied naar de Dommel. De Knoptoren en omgeving is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Door het zorgvuldige ruimtelijk-stedenbouwkundige ontwerp voor de locatie wordt ervoor gezorgd dat de Knoptoren zichtbaar blijft vanuit het plangebied, de Eerschotsestraat en de A50. Het initiatief is gezien het bovenstaande in lijn met de Omgevingsvisie. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is op 1 maart 2020 geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening.
Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied De planlocatie waar de woningen worden opgericht is in de Interim Omgevingsverordening aangeduid als ‘stedelijk gebied’ en ‘landelijke kern’. Onderstaande artikelen uit de Interim Omgevingsverordening zijn van toepassing.
Hoofdstuk 3
19
Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 - Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 a. b. c. d. e. f.
- Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoen de ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied waardoor stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. De Interim Omgevingsverordening bepaalt dat het initiatief moet passen binnen de regionale afspraken en het moet een duurzame stedelijke ontwikkeling zijn. Uit paragraaf 3.1.3 en 3.3.3 blijkt dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en de woonvisie van gemeente Meierijstad. Daarnaast moet de ontwikkeling voorzien in een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, deze onderwerpen worden behandeld in hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten. Met het planvoornemen is sprake van inbreiding. In de planuitwerking wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energietransitie. Het plangebied ligt tegen de Dommel aan en de gronden in een zeer ruime zone nabij de Dommel zijn aangewezen als zone voor ‘behoud en herstel van de watersystemen’. Het plangebied ligt geheel in deze zone. Artikel 3.27 behoud en herstel van watersystemen Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Behoud en herstel van watersystemen strekt mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Lid 2.
Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die: a) het oprichten van bebouwing beperken; b) het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken; c) het ophogen van gronden beperken Het plangebied wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Uit de watertoets, die als bijlage is opgenomen, komt naar voren dat er in het plangebied voldoende ruimte is om het hemelwater te bergen en vertraagd af te voeren. De woningen liggen binnen een afstand van 25 meter afstand van de waterloop. De afstand tussen de bebouwing in het plangebied en de waterloop wordt vergroot. In de huidige situatie staat er immers een bedrijf (meubelzaak) op korte afstand van de waterloop. In de nieuwe situatie verbetert de milieukundige situatie met de komst van de woningen en een groene inrichting langs de Dommel. Hierdoor is de ontwikkeling in lijn met de doelstellingen van het beleid en wordt er – met name gezien de mogelijkheden op grond van het huidige regime ten opzichte van het nieuwe – geen onevenredig geweld gedaan aan de doelstellingen die stekken tot het behoud en herstel van het watersysteem.
Hoofdstuk 3
20
Onderhavig planvoornemen is in lijn met de Interim Omgevingsverordening.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Visie Meierijstad In de Visie Meierijstad wordt de toekomst van de gemeente Meierijstad beschreven. Hierin is de volgende algemene visie opgenomen: Het is 2025: een gemeente met een missie en ambities In het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen is een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente noodzakelijk. Elke inwoner telt mee en kan mee doen binnen sterke sociale netwerken en een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken in Foodcapital trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs. Daarnaast is voor het ruimtelijke aspect onderscheid gemaakt tussen verschillende onderdelen, waaronder bijvoorbeeld: landschap, wonen en bedrijvigheid. Voor het aspect wonen is het volgende beschreven: Onze inwoners verblijven in een veilige woon- en werkomgeving. Zij zijn betrokken en hebben direct invloed op de woonomgeving en de eigen woning.
Maatwerk is de norm, met flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. Er is een duurzame leefomgeving en een divers woningaanbod: koop, huur, meer-generatie-wonen (levensloopbestendig) en zorgconcepten. Het (hoogwaardig) openbaar vervoer is verbeterd en daardoor is de bereikbaarheid tussen de kernen goed. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een divers woningaanbod en zorgt voor een verbetering van de leefomgeving in dit deel van de kern Sint-Oedenrode. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten uit de Visie Meierijstad. 3.3.2 Woonvisie Meierijstad Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad de nieuwe woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Als kaders voor de nieuwe visie zijn onder andere uitgangspunten uit het Europees, rijks- en provinciaal beleid en het Coalitieakkoord 2017-2022 gehandhaafd. Enkele uitgangspunten (die van toepassing zijn op onderhavig initiatief) hieruit zijn: Wonen en werken trekt jeugd aan, er is een goede ruimtelijke balans is tussen werken, wonen en leven en iedereen kan meedoen; Er is een divers woningaanbod en met, waar nodig, ondersteuning; De behoefte van de woningzoekenden is het uitgangspunt bij het formuleren van de woonvisie; Meierijstad maakt het mogelijk dat gebouwd kan worden in alle kernen.
Hoofdstuk 3
21
Meierijstad wil een gemeente zijn met een gevarieerd woningaanbod met aantrekkelijke, leefbare buurten voor alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. Meierijstad heeft circa 80.000 inwoners en bestaat uit 13 kernen met elk een eigen karakter en identiteit. Zowel dorps als stedelijk. Om te kunnen voorzien in de woningbehoeften en -wensen die binnen de inwoners van de gemeente leven, wordt ruimte gegeven aan de ontwikkeling van woningbouwplannen. Daarbij wordt zowel naar de korte als de lange termijn gekeken en zijn de volgende vier thema’s leidend: 1. De dynamiek van de woningmarkt: afstemming van de vraag naar een passend aanbod en het aanbod in relatie tot de behoefte op de lange termijn; 2. Wonen, welzijn en zorg: samenhang tussen demografische ontwikkelingen, transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. Duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. Leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. In de gemeente Meierijstad is behoefte aan huurwoningen, kleiner en betaalbaar wonen, meer gelijkvloers en meer nabij voorzieningen.
Er moeten betaalbare flexibele woningen komen, er is behoefte aan sociale huur en behoefte aan vrije sector huur. In Sint-Oedenrode is er een tekort aan eengezinshuurwoningen in het lagere sociale segment en grondgebonden seniorenwoningen, een beperkte vraag naar seniorenwoningen in alle prijsklassen en een mogelijk overschot aan dure koopwoningen. Ook wordt gezegd dat de komende 10 jaar nog veel gebouwd moet worden. Daarna neemt de behoefte aan extra woningen af door stabilisatie van de bevolkingsgroei en hoeft er beduidend minder toegevoegd/ bijgebouwd te worden. De bevolkingsgroei zorgt voor de periode tot 2030 voor woningbouwbehoefte. In het basisdocument wordt hierbij onderscheidt gemaakt tussen kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Doorwerking plangebied De kwantitatieve en kwalitatieve behoeften staan reeds beschreven in paragraaf 3.3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking. De herontwikkeling van het plangebied voorziet in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve (regionale) behoefte en wordt gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied, er is dus sprake van een inbreidingsplan. Het plan voorziet in de realisatie van 60-63 woningen, welke variëren in woningtype- en grootte. De diversiteit aan woningen, o.a.
appartementen, twee-onder-een-kapwoningen en tussenwoningen creeert een breed draagvlak voor meerdere doelgroepen, waarmee wordt aangesloten op de demografische ontwikkelingen en er een nieuwe levendige woonwijk gerealiseerd kan worden. In de woonvisie Meierijstad worden geen ‘harde plannen’ bij naam genoemd. Echter, omdat de beoogde woningbouwlocatie (destijds ‘HAVS’ genoemd) reeds voor de fusie van de gemeenten in ontwikkeling was, en was opgenomen in het woningbouwprogramma 2014-2028 van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode, kan gesteld worden dat de realisatie van 60-63 woningen zoals in onderhavig plan is opgenomen binnen de geraamde plancapaciteit van de 505 woningen past. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied past binnen de woonvisie Meierijstad.
Hoofdstuk 3
22
3.3.5 Gebiedsvisie Dommel – Eerschotsestraat Op 5 juli 2016 is door BRO de Gebiedsvisie Dommel – Eerschotsestraat opgesteld. In deze visie wordt eerst een gebiedsanalyse gedaan van het gebied tussen de Dommel en de Eerschotsestraat. Vervolgens wordt een stedenbouwkundige visie weergegeven in de vorm van een visiekaart met voorbeelduitwerkingen. De visiekaart is in figuur 3.2 weergegeven. Onderhavig plangebied is gelegen in het noordoostelijke deel van de visiekaart. De voorbeelduitwerkingen uit de gebiedsvisie voor dit deel van het gebied sluiten aan bij de invulling die met onderhavig bestemmingsplan aan dit gebied gegeven kan worden. Hiermee geeft onderhavig bestemmingsplan voor een deel invulling aan de gewenste visie van het gebied tussen de Dommel en de Eerschotsestraat. Zo is sprake van een dorpse bebouwingswand aan de zijde van de Oostelijke Randweg/A50, aanheling van de lintbebouwing aan de zuidkant van de Eerschotsestraat, aansluiting bij de waterrijke groene zone ten zuiden van het plangebied en een wat ‘luchtigere’ stedenbouwkundige invulling aan de zijde van de Dommel.
Figuur 3.2: Visiekaart Dommel-Eerschotsestraat
Hoofdstuk 3
23
4. OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 Verkeer en parkeren Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de nieuwe activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op basis van vaste jurisprudentie dient in dat kader onder meer te worden aangetoond dat een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd, er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is en dat de verkeersveiligheid voldoende is. 4.4.1 Ontsluitingsstructuur algemeen Er is een U-vormige ontsluitingsweg door het plangebied heen gelegd die op twee plekken aansluit op de Eerschotsestraat. De oostelijke aansluiting ligt direct na de groenstrook langs de Oostelijke Randweg. De westelijke ligt langs het perceel Eerschotsestraat 70. Via de Eerschotsestraat kan men enerzijds de Oostelijke Randweg - A50 bereiken. Anderzijds leidt de Eerschotsestraat ook naar het centrum van Sint-Oedenrode en naar de Corridor en Lindendijk. Vanuit die straten zijn meerdere wijken van Sint-Oedenrode bereikbaar. Daarnaast is er een woonerf voorzien, dat voor gemotoriseerd verkeer bereikbaar is vanaf de Eerschotsestraat.
Voor langzaamverkeer is met name het pad langs de Dommelarm en de mogelijkheid om vanuit de Eerschotsestraat te kunnen ‘doorsteken’ interessant. Daarnaast ligt aan ten minste een zijde van de ontsluitingsroute een voetpad, dat incidenteel van de rijbaan is gescheiden door een groenstrookje. 4.4.2 Verkeersgeneratie Voor het in beeld brengen van de verkeersgeneratie is CROW-publicatie 381 “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” gehanteerd. De publicatie maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad van de kern waarin een voorziening is gelegen. Sint-Oedenrode valt qua grootte in de categorie “weinig stedelijk”. Daarnaast maakt de publicatie onderscheid in de ligging van de voorziening ten opzichte van het centrum. De planontwikkeling van het gebied langs de Eerschotsestraat valt in de categorie ‘rest bebouwde kom’. Als gevolg van het plan, zullen er 479,8 ritten (mvt/per etmaal) gegenereerd worden door de woningbouw (zie tabel 4.1). Voor het kantoor aan de Eerschotsestraat 72, met een bvo van circa 1.100 m 2 komt de verkeersgeneratie op 8,75 x 11 = 96,25. De totale verkeersgeneratie van de functies in het plangebied bedraagt 576,05 ritten (mvt/etmaal).
Hoofdstuk 4
24
Type woning
Aantal
Categorie parkeernormen
Gemiddeld aantal verkeers-
Vrijstaande woningen
1
Tweekappers Patio’s
Totaal
CROW
bewegingen per woning
koop, vrijstaand
8,2
8,2
4
koop, twee-onder-een-kap
7,8
31,2
10
Koop, tussen/hoek
7,4
74
Tussenwoningen
34
Koop, tussen/hoek
7,4
251,6
Appartementen
20
huur, appartement, mid-
4,1
82
8,2*
32,8
den/goedkoop 4 optioneel toe te
4
-
voegen woningen Totaal
59/63
479,8
Tabel 4.1: verkeersgeneratie uitgaande van worst-case scenario
Bestaande situatie In de nieuwe situatie zullen het tankstation met wasplaats (nr. 74), de bikeshop (nr. 90a), de voedselbank (nr. 90b) en het kantoor (nr. 72) samen met een aantal loodsen verdwijnen. Uit jurisprudentie2 volgt dat het niet onredelijk is om voor een tankstation redelijkerwijs een gemiddeld aantal ritten per etmaal van 225 te hanteren. De meubelzaak is 506 m2 groot en de bijhorende loodsen 1.224 m2. De loodsen genereren per 100 m² gemiddeld 4,5 autoritten (mvt/etmaal) en een meubelwinkel gemiddeld 9,75 autoritten (mvt/etmaal) per 100 m² bvo. Uitgaande van een werkdaggemiddelde genereren de meubelzaak en bijhorende loodsen gemiddeld 105 verkeersbewegingen per dag. De oppervlakte van de Bikeshop wordt geschat op 103 m2 en de bijhorende loodsen op 297 m2. De verkeersgeneratie voor een fietswinkel is niet specifiek gedefinieerd in het CROW. De categorieën uit het CROW die dan het best aansluiten bij een functie gelijk aan fietswinkel zijn woonwinkelfuncties. De fietswinkel en loodsen genereren per 100 m² gemiddeld 145 autoritten (mvt/etmaal) per 100 m² bvo. In totaal genereren deze bestaande functies samen 475 verkeersbewegingen per etmaal. Vergelijking Per saldo zullen de gevolgen van de planontwikkeling op de verkeersintensiteiten op de Eerschotsestraat en omliggend wegennet zeer beperkt zijn.
Met het plan zal het aantal verkeersbewegingen ongeveer met 101,05 (576,05-475) per etmaal toenemen. Daarnaast zullen de verkeersstromen iets veranderen omdat er in de nieuwe situatie een gedeelte van het verkeer vanuit de nieuwe ontsluitingsroute vrijwel rechtstreeks op de Oostelijke Randweg kan uitwegen. Aannemelijk is dan ook dat voor een groot deel van de Eerschotsestraat nabij het plangebied een beperkte afname van het aantal verkeersbewegingen per etmaal zal optreden. Behoudens de drie te realiseren ontsluitingspunten op de Eerschotsestraat, zijn er geen infrastructurele wijzigingen benodigd op de bestaande infrastructuur. Gezien de geringe toename van het verkeer in combinatie met de
2
ECLI:NL:RVS:2012:BW8855
Hoofdstuk 4
25
wijzigingen in de verkeersstromen, zijn er geen onevenredig negatieve effecten op de verkeersafwikkeling te verwachten. Mogelijk worden inrichtingsrichtingsmaatregelen aan de ontsluitingspunten (verhogingen, drempel, o.i.d.) getroffen. De ontsluitingen zijn qua positionering logisch gekozen op een wijze waarop deze zo min mogelijk effecten voor omliggende woningen genereren, namelijk direct tegenover de parkeerplaatsen bij de basisschool van Eerschot en een tent- en zeilmakerij, waar in de huidige situatie al de inrit naar de achterliggende loodsen en bedrijven gesitueerd is. De inrit naar het woonerf is gekozen op een plek waar de afstand tot de tegenoverliggende woonbebouwing relatief groot is en de bebouwing niet evenwijdig aan de Eerschotsestraat loopt. Dit vermindert de eventuele hinder van uitrijdende motorvoertuigen. 4.4.3 Parkeren In het plangebied is voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Om te kunnen toetsen aan parkeernormen en om een uniforme regeling voor Meierijstad te hanteren is de 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' opgesteld, die fungeert als beleidsregel voor parkeren. De juridische borging gebeurt middels het 'paraplubestemmingsplan parkeren', die voorziet in een regeling die voor alle bestemmingsplannen van Meierijstad geldt. Hieronder is op basis van deze Nota parkeernormen berekend wat de parkeerbehoefte is voor onderhavig plan.
De kern Sint-Oedenrode is in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ aangeduid als ‘weinig stedelijk’. Het plangebied is gelegen in de ‘rest bebouwde kom’. In tabel 4.2 en 4.3 is op basis van de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ het aantal benodigde parkeerplaatsen berekend. In totaal dienen er voor de ontwikkeling van 59 nieuwe woningen, 164 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van 63 nieuwe woningen dienen er 170 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Voor de bestaande (bedrijfs)woning aan de Eerschotsestraat 70 worden er in de nieuwe situatie parkeerplaatsen voorzien op eigen terrein. Deze bestaande (bedrijfs)woning is derhalve niet meegenomen in onderhavige berekeningen voor het aantal benodigde parkeerplaatsen ten behoeve van de nieuwe woningen.
Tabel 4.2: Berekening parkeerbehoefte planvoornemen 59 woningen
Tabel 4.3: Berekening parkeerbehoefte planvoornemen 63 woningen
Hoofdstuk 4
26
Met een parkeerbalans wordt onderzocht of een gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. Vaak blijkt dat het niet noodzakelijk is om in een gebied de som van de vraag naar parkeerplaatsen van de afzonderlijke functies aan te leggen. Het meest maatgevende moment is een werkdag-avond. De parkeerplaatsen worden voor 90% gebruikt door bewoners van de woningen, voor 80% door bezoekers van de woningen en voor 5% door het kantoor. In tabel 4.4 zijn de berekeningen opgenomen voor dubbelgebruik.
Tabel 4.4: Berekening parkeernorm dubbelgebruik bij 59 en 63 woningen
In totaal dienen er op het meest maatgevende moment afgerond 109 parkeerplaatsen te zijn bij de ontwikkeling van 59 nieuwe woningen. In totaal dienen er op het meest maatgevende moment afgerond 114 parkeerplaatsen te zijn bij de ontwikkeling van 63 nieuwe woningen. In het indicatieve stedenbouwkundige plan is aangetoond dat er met onderhavige ontwikkeling ruimte is om te kunnen voorzien in circa 141 parkeerplaatsen. Er zijn parkeerplaatsen gepland op openbaar gebied, daarnaast worden er parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein, deels op (binnen)hoven en een deel op de erven behorende bij de woningen. Circa 30 parkeerplaatsen van deze 141 parkeerplaatsen komen bij het bedrijf/kantoor aan de Eerschotsestraat 72. In het worst case scenario zijn er ten minste 3 parkeerplaatsen van dit terrein benodigd voor de parkeerbehoefte van de woningen. In de planregels is bepaald dat er minimaal 5 parkeerplaatsen van dit terrein beschikbaar moeten zijn voor bewoners
Hoofdstuk 4
27
en/of bezoekers van de woningen. Deze parkeerplaatsen mogen niet worden afgesloten en moeten toegankelijk zijn vanaf de aangrenzende infrastructuur. Op deze manier is planologisch geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen voor zowel de woningen als het bedrijf/kantoor beschikbaar zijn. De finale benodigde parkeerplaatsen worden geregeld bij vergunningverlening. Voor de bestaande kantoorfunctie aan Eerschotsestraat 72 geldt dat minimaal het huidige aantal van 12 parkeerplaatsen gehandhaafd moet worden. Bij een functiewijziging of nieuwbouw, zal moeten worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen.
4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidszone van de Rijksweg A50 en de Oostelijke Randweg. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht wat de effecten zijn van de aangrenzende 30 km/uur weg: de Eerschotsestraat. Om te onderzoeken of het bestemmingplan vanuit het aspect akoestiek haalbaar is, zijn er parallel aan het stedenbouwkundige plan verkennende geluidberekeningen uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in de bijlage, in deze toelichting volgen de belangrijkste conclusies. De resultaten worden per blok beschouwd (zie figuur 4.1).
Hoofdstuk 4
28
Figuur 4.1: blokverdeling binnen plangebied t.b.v. akoestisch onderzoek (bron: Kragten)
De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn in tabel 4.5 samenvattend weergegeven. Na de tabel worden de resultaten per wegvak nader besproken en wordt ingegaan op de onderzochte maatregelen. Blok
Geluidluwe gevel (<48 dB)
Hogere waarde (<53 dB
Dove gevel
voor A50, >63 dB Ooste-
Additionele maatregelen (verplicht)
lijke Randweg) A
Westgevel
Noord- en zuidgevel, be-
Oostgevel 1e en 2e verdie-
gane grond oostgevel
ping, geborgd met aandui-
n.v.t.
ding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel 2’ B
e
Westgevel, begane grond
Noord- en zuidgevel 1 en
Oostgevel, geborgd met
noord- en zuidgevel
2e verdieping
aanduiding ‘specifieke
n.v.t.
bouwaanduiding – dove gevel 1’ C
Westgevel
Noordgevel
Oost- en zuidgevel, ge-
n.v.t.
borgd met aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel 3’ D
Westgevel
Noordgevel begane grond e
en 1 verdieping
Oost- en zuidgevel, 2e ver-
n.v.t.
dieping noordgevel, geborgd met aanduiding
Hoofdstuk 4
29
‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel 4’ E
Noord- en westgevel, zuidgevel bij deel van reken-
Zuidgevel bij deel van re-
Zuidgevel, delen van de 1e
n.v.t.
e
kenpunten
en 2 verdieping, geborgd met aanduiding ‘specifieke
punten
bouwaanduiding – dove gevel 5’ F
e
Noordgevel, oostgevel be-
Oostgevel 2 verdieping,
gane grond en 1e verdie-
westgevel 1e en 2e verdie-
ping, westgevel begane
ping, zuidgevel gedeelte-
grond, zuidgevel bij deel
lijk
-
n.v.t.
-
Geluidscherm van 2 meter
van rekenpunten G
Oost- en noordgevel bee
gane grond en 1 verdie-
Zuidgevel, west-, oost- en e
noordgevel 2 verdieping
hoogte aan zuid- en oost-
ping, westgevel begane
kant, evt. te ontwerpen als
grond, zuidgevel begane
erfafscheiding, geborgd
grond met maatregelen
met aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – schermmaatregel 3’
H
Noordgevel begane grond e
e
e
Noordgevel 1 en 2 ver-
-
Geluidscherm van 2 meter
en 1 verdieping, oostge-
dieping, zuidgevel gedeel-
hoogte aan zuid- en west-
vel, zuidgevel gedeeltelijk;
telijk
kant van één woning, evt.
met maatregel gehele
te ontwerpen als erfaf-
zuidgevel begane grond
scheiding, geborgd met aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – schermmaatregel 3’
I
Alle gevels
-
-
*
J
Westgevel, noordgevel ge-
Noordgevel gedeeltelijk
Zuid- en oostgevel, ge-
Geluidscherm van 2,5 me-
deeltelijk, zuidgevel be-
borgd met aanduiding
ter aan zuidzijde en deel
gane grond met maatregel
‘specifieke bouwaandui-
oost- en westzijde (patio-
ding – dove gevel 3’
constructie), geborgd met aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – schermmaatregel 1’
K
Westgevel gedeeltelijk,
Noordgevel, westgevel ge-
Zuid- en oostgevel, ge-
Geluidscherm van 2,75
zuidgevel begane grond
deeltelijk