1. Definitieve NRD Afwegingskader Windenergie Meierijstad
Tekst van het document
Onderzoek dat elders is uitgevoerd naar het effect van windturbines op recreatie en toerisme wordt gepresenteerd in het MER.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 24
5. Lichtschittering Naast het standaard onderzoek naar slagschaduw is de vraag naar de effecten van lichtschittering benoemd. De mogelijke effecten hiervan worden meegenomen in paragraaf 5.1.2. 6. Cumulatie van geluid met laagvliegende militaire vliegtuigen en helikopters en de nieuwe JSF. Vliegbasis Volkel ligt op relatief korte afstand van de gemeente Meierijstad. Het geluid van militaire vliegtuigen en helikopters en de nieuwe JSF is daardoor te horen. De mogelijke cumulatieve effecten met het geluid van windturbines wordt specifiek meegenomen in het geluidsonderzoek. Zie ook 5.1.1. 7. Effecten op waterkering kanaal Mogelijke effecten op de veiligheid van de waterkering worden meegenomen als een voorbeeldopstelling in het zoekgebied daar aanleiding toe geeft. Dit is ook benoemd in paragraaf 5.1.8. 8. Groene Rekenkamer en MER zoekgebieden Laarbeek Het MER van het zoekgebied in Laarbeek nemen we mee in het MER. Zoals eerder benoemd worden onder andere de mogelijke cumulatieve effecten met de te bepalen opstellingen in de zoekgebieden onderzocht. Ook besteed het MER aandacht aan het onderzoek van de Groene Rekenkamer 9. Het recyclen van de windturbines na hun levensduur In het MER wordt aandacht besteed aan hoe turbines gerecycled worden na hun levensduur. Zie ook paragraaf 5.1.11.
4.3 Onderwerpen buiten scope MER Dit zijn onderwerpen die naar voren zijn gekomen tijdens de bijeenkomsten en terdege aandacht verdienen. Echter zijn het geen punten die binnen de scope van het MER passen, omdat die specifiek gericht is op milieueffecten. Deze onderwerpen kunnen wel meegenomen worden in het uiteindelijke afwegingskader. 1. Kosten van het niet kunnen bouwen van woningen rondom windturbines. Deze kosten worden niet meegenomen in het onderzoek. Het MER beschrijft de milieueffecten van plaatsing van windturbines. Het in beeld brengen van kosten van het niet kunnen bouwen van woningen voert te ver voor het detailniveau van dit planMER (onderzoek op hoofdlijnen). Tevens is het effect sterk afhankelijk van waar windturbines daadwerkelijk gaan komen en welke mogelijkheden er voor woningbouw in dat gebied liggen. Dat is momenteel nog erg speculatief, waardoor de toegevoegde waarde van een dergelijk onderzoek in deze fase gering is. Mogelijk kan dit wel terugkomen in het afwegingskader. 2. Waardedaling van woningen. Dit wordt niet meegenomen in het onderzoek. Het MER beschrijft de milieueffecten van plaatsing van windturbines. Het in beeld brengen van de waardedaling van woningen voert net als punt 1 te ver voor het detailniveau van dit planMER (onderzoek op hoofdlijnen). Tevens is de waardedaling sterk afhankelijk van waar windturbines daadwerkelijk komen.
De toegevoegde waarde van een dergelijk onderzoek is in deze fase gering. Bij de ontwikkeling van een concreet project, zal dat specifiek in beeld gebracht worden. De vergoeding voor planschade wordt op basis van de wet vergoed. Mogelijk kan dit wel terugkomen in het afwegingskader.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 25
3. Plannen voor zonneparken/zonnepanelen. Dit onderzoek gaat over de haalbaarheid van windturbines. Zonneparken zijn daar geen onderdeel van. Mogelijk kan dit wel terugkomen in het afwegingskader. 4. Verhouding tussen gewenst en vereist rendement en wat acceptabel is. De verhouding tussen gewenst en vereist rendement wordt niet meegenomen. Het MER is alleen bedoeld als onderzoek naar de effecten. Over wat acceptabel is zal beslist worden door de gemeenteraad. Als het gaat om de verdeling van lusten en lasten doet het afwegingskader naar verwachting uitspraken, waarbij de realiseerbaarheid van windplannen ook aandacht krijgt. 5. Effect van slagschaduw op zonnepanelen op daken. Slagschaduw kan een beperkt effect hebben op zonnepanelen indien deze op korte afstand van windparken zijn gelegen. Op grotere afstand is er amper sprake van slagschaduw en is de schaduw ook diffuus (dus niet donker). Aangezien er een minimale afstand van 400 meter wordt aangehouden wordt niet verwacht dat er enig waarneembaar verlies van opbrengst van zonnepanelen op daken van huizen is. Daarom wordt dit verder niet in het onderzoek meegenomen.
4.4 Inbreng vanuit de thematafel NRD op 5 juli 2021 Tijdens de thematafel over de NRD is uitleg gegeven over een eerder concept van deze NRD 13. Ook zijn door deelnemers van de thematafel nog aanvullende opmerkingen geplaatst, welke nu de revue passeren. 1. Externe werking Natuur Netwerk Brabant Gevraagd werd of er ook rekening wordt gehouden met externe werking van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het antwoord daarop is ja. In paragraaf 5.1.4 is dit opgenomen. 2. Compensatieverplichting Natuur Netwerk Brabant Gevraagd werd of ook de compensatieverplichting uit de provinciale omgevingsverordening meegenomen wordt, indien NNB wordt aangetast door windturbines. Het antwoord daarop is ja en dit staat reeds in paragraaf 5.1.4 vermeld. 3. Meer gebieden dan de 4 zoekgebieden geschikt voor windenergie? In hoofdstuk 3 en in bijlage 2 is een toelichting gegeven hoe tot de 4 zoekgebieden voor windenergie is gekomen in de gemeente Meierijstad. Tijdens de thematafel is opgemerkt dat er naast deze 4 zoekgebieden nog meer mogelijkheden bestaan voor een cluster van 3 windturbines. In paragraaf 1.4 van bijlage 2 is het volgende opgenomen: “Er zijn daarnaast enkele witte vlekken die niet zijn aangemerkt als zoekgebied.
Deze zijn afgevallen omdat hier niet genoeg ruimte is voor een logische turbineopstelling van minimaal 3 turbines.” Er zijn dus kleine gebieden in de gemeente die ook vrij zijn van harde belemmeringen voor windturbines. De verklaring waarom dit geen zoekgebieden zijn is dat er geen logische opstelling is te maken van 3 windturbines. Tevens is gekeken naar mogelijkheden over de gemeentegrens heen. Alleen de gemeente Laarbeek heeft aangegeven in het grensgebied mogelijkheden voor windturbines te zien, andere buurgemeenten niet.
13
De versie met datum 21-6-2021
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 26
4. Eerst radarverstoringsonderzoek uitvoeren Tijdens de thematafel is gevraagd of het niet verstandiger is om eerst uit te sluiten of er niet teveel radarverstoring is bij plaatsing van windturbines, vanwege de ligging van een radarpost bij vliegveld Volkel, alvorens nader onderzoek wordt gedaan. Immers, indien blijkt dat er teveel hinder voor de radar bestaat, dan zijn windturbines niet mogelijk. Zoals onder punt 6 van paragraaf 4.1 is opgenomen, geldt dat voor de toetsing op radarhinder specifieke gegevens van windturbines en windturbinelocaties nodig zijn. Momenteel is niet duidelijk waar welke turbines komen, waardoor het onderzoeken van radarhinder lastig is. Naar aanleiding van deze vragen is in overleg met TNO en het Ministerie van Defensie gekeken op welke manier het eventueel wel mogelijk is de verwachte effecten inzichtelijk te maken. Uit dit overleg is naar voren gekomen dat er wel mogelijkheden bestaan, zij het met de daarbij behorende onzekerheden, om de effecten op voorhand in het planMER inzichtelijk te maken. Daartoe zal door TNO een berekening worden gemaakt.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 27
5 Mogelijke effecten en maatregelen 5.1 Mogelijke effecten In het MER zullen de locaties uit de technisch-ruimtelijke analyse op milieueffecten worden beoordeeld. Dit wordt gedaan aan de hand van voorbeeldopstellingen. De beoordeling zal gaan om de hierna te noemen aspecten. Kader 5.1 Gevolgen uitspraak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding voor het op te stellen milieueffectrapport Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn (ECLI:NL:RVS:2021:1395). De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld.
Totdat die beoordeling is gemaakt en verankerd in wetgeving (een proces dat naar verwachting van de Staatssecretaris circa 1,5 – 2 jaar zal duren) mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Indiener merkt dus terecht op dat de normen uit het Activiteitenbesluit buiten werking zijn gesteld als gevolg van de uitspraak. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag eigen normen kan hanteren ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Deze dienen te worden vastgelegd in de vergunning en het ruimtelijk plan voor een concreet project. Voor het MER betekent dit dat uitgebreid onderzoek zal worden gedaan naar de milieueffecten op de aspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gemeente Meierijstad zelf een lokale, op de locatie toegespitste normstelling motiveren, of ervoor kiezen alsnog aan te sluiten bij de normen die te zijner tijd landelijk opnieuw zullen worden vastgelegd. Het MER is echter bij uitstek geschikt om deze informatie inzichtelijk te maken.
Onder de paragrafen geluid, slagschaduw en veiligheid wordt beschreven hoe dit onderzoek wordt uitgevoerd.
5.1.1 Geluid In het MER worden de geluidseffecten kwantitatief vastgesteld op basis van een voorbeeldopstelling van turbines per plangebied, door de geluidscontouren te berekenen en het aantal geluidgevoelige bestemmingen (woningen) binnen de contouren te bepalen. Het geeft een indicatie van de geluidbelasting, want het is in deze fase niet bekend welke turbines waar exact geplaatst gaat worden. Naast het aantal geluidgevoelige bestemmingen (in absolute en relatieve zin) brengen we het aantal gehinderden in beeld14. Ook hier worden de aantallen relatief gemaakt (aantal gehinderden per turbine), zodat zoekgebieden onderling goed zijn te vergelijken. Bij het bepalen van de effecten worden de geluidscontouren in beeld gebracht in 1 dB (A) klassen tot maximaal 37 dB(A) als laagste grens. Deze ondergrens is gekozen, omdat beneden deze waarde nog maar minder dan 1% ernstig gehinderden te verwachten is en de optredende geluidbelasting binnenshuis bij deze waarde zodanig laag is dat deze niet meer redelijkerwijs waarneembaar is. Tevens zal worden aangegeven welke mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om de geluidbelasting op de omgeving te verlagen.
14
Het aantal gehinderden door geluid wordt vastgesteld met behulp van de rapportage van TNO, Hinder door geluid van windturbines – dosis-effectrelaties (2008).
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 28
Ook zal in kwalitatieve termen ingegaan worden op de cumulatie van geluid. Zie Figuur 5.1 voor een toelichting. In het onderzoek naar geluid zal specifiek ingegaan worden op de mogelijke cumulatie met laagvliegende militaire vliegtuigen en helikopters en geluid van de JSF. De geluidbelasting van specifiek laagfrequent geluid van de windturbines zal, d.m.v. verwijzing naar eerder uitgevoerd onderzoek, tevens aandacht krijgen in het MER. Figuur 5.1 Geluid
Kader 5.2 Laagfrequent geluid Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie lager dan 200 Hz. In de meeste gevallen wordt dit overstemd door hoger frequent geluid en dus niet als zodanig gehoord. Het is meestal mechanisch geproduceerd geluid. Bekende bronnen zijn transformatoren, wegverkeer en windturbines. Laagfrequent geluid dempt door gevels en op grotere afstand minder uit dan normaal geluid. Op meer dan 5 kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over. Dat geldt voor alle geluidbronnen, niet alleen voor windturbines. In de discussie rondom windturbines en gezondheid wordt vaak de vraag gesteld of laagfrequent geluid van windturbines effecten kan hebben op de menselijke gezondheid. Er is geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten (zie o.a. RIVM Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, augustus 2021). Er is geen Nederlandse wettelijke norm voor specifiek laagfrequent geluid van windturbines, omdat laagfrequent geluid onderdeel is van het ervaren geluidspectrum van windturbines en niet bovengemiddeld veel aanwezig is. Het RIVM concludeert eveneens dat geen aparte beoordeling nodig is boven op de huidige geluidsnorm. In Denemarken geldt sinds januari 2012 een aparte geluidnorm van 20 dB(A) voor laagfrequent geluid.
In enkele projecten in Nederland, zoals Windpark Lage Weide, is er getoetst aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. Hieruit blijkt dat de daar gehanteerde 47 Lden en 41 Lnight bescherming biedt die vergelijkbaar is met de Deense norm.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 29
5.1.2 Slagschaduw In het MER wordt de slagschaduw kwantitatief vastgesteld voor een voorbeeldopstelling per plangebied, door verschillende slagschaduwduurcontouren te bepalen. Hierbij zal de bandbreedte worden onderzocht tussen de maximaal optredende slagschaduwduur (dichtbij de windturbines)en de maximale afstand waarop nog effecten van enige betekenis kunnen optreden (0 uur contour). Die laatste wordt bepaald door de afstand waarop nog maximaal 20% van de zon kan worden afgedekt door het windturbineblad. Daarbuiten is de schaduw zeer diffuus en daarmee verwaarloosbaar. Binnen de verschillende contouren wordt het aantal woningen bepaald en wordt dit ook relatief gemaakt (per turbine), zodat zoekgebieden onderling goed zijn te vergelijken. Tevens wordt aangegeven welke mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen om de optredende schaduwhinder te beperken. Zie Figuur 5.2 voor een grafische toelichting. Figuur 5.2 Slagschaduw
Lichtschittering Naast een uitgebreid onderzoek naar slagschaduw zal er kort ingegaan worden op de mogelijke effecten van lichtschittering door de turbines. Dit vormt in de praktijk geen probleem omdat met toepassing van anti-reflecterende coating dit fenomeen niet meer kan optreden.
5.1.3 Windturbines en gezondheid De wettelijke normen die voor hinderaspecten van windturbines zijn opgesteld vormen bij het MER het uitgangspunt. Deze normen, die met name voor slagschaduw en geluid zijn opgesteld, hebben het doel om mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen hebben gezondheidsaspecten mede een rol gespeeld en is enige hinder aanvaard, zoals dat ook het geval is voor geluid van wegverkeer, industrie en vliegtuigen. Het aspect gezondheid
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 30
maakt impliciet deel uit van het MER bij de specifieke onderwerpen geluid en slagschaduw, maar wordt daarnaast expliciet bijeen gebracht onder de noemer ‘windturbines en gezondheid’. Een actuele wetenschappelijke beschouwing ten aanzien van gezondheid en windturbines maakt ook deel uit van dit aspect. Deze beschouwing is gebaseerd op de meest actuele onderzoeken en wetenschappelijke literatuur. Metastudies van de WHO (2018) en het RIVM (2020 en 2021) vormen daarvoor de basis.
5.1.4 Natuur Het effect van windturbines ligt met name in de potentiële verstoring van soorten of het optreden van aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen. Deze effecten kunnen beperkt of vermeden worden door een goede locatiekeuze, turbinekeuze en inzet van eventueel aanvullende maatregelen zoals een gerichte stilstandvoorziening. Locaties worden getoetst op zowel het niveau van gebieds- als soortenbescherming en zowel in de exploitatie als oprichtingsfase.
Gebiedsbescherming in Wet natuurbescherming Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn, welke zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat significante effecten op de instandhoudingsdoelen voor de betreffende gebieden en het functioneren van het gebied niet mogen optreden. Van significante effecten is sprake als het behalen van een instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied in gevaar kan komen. Hierbij wordt ook gekeken naar externe werking (projecten buiten het Natura 2000gebied die effect hebben op doelen van nabijgelegen gebieden) en cumulatie (in samenhang met de effecten van andere plannen en projecten). De locatiealternatieven liggen op niet al te grote afstand van Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Daarnaast liggen in de ruime omgeving van de gemeente een drietal andere Natura 2000-gebieden die effect kunnen ondervinden van een windpark binnen de gemeente.
Wanneer de realisatie en exploitatie van windturbines negatieve effecten kan hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) van de soorten waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen, is een vergunning noodzakelijk op grond van de gebiedsbescherming in de Wnb. De bescherming van Natura 2000-gebieden kent externe werking, wat betekent dat moet worden nagegaan of projecten buiten Natura 2000-gebieden gevolgen kunnen hebben voor het behalen van de IHD’s binnen die gebieden. De effecten op beschermde gebieden worden op hoofdlijnen en kwalitatief geduid. Dit gebeurt op een dusdanig niveau dat dit bruikbaar is om in het kader van de Wnb te beoordelen of sprake is van belangrijke effecten van de locatiealternatieven op beschermde gebieden.
Soortenbescherming in Wet natuurbescherming Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de Wnb. De bescherming van flora en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën:
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 31
•
•
Strikt beschermde soorten:
Soorten van de Vogelrichtlijn (art. 3.1);
Soorten van de Habitatrichtlijn (art. 3.5).
Overige beschermde soorten:
Nationaal beschermde soorten (art. 3.10).
Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken, en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Specifiek veldwerk is veelal vereist om te kunnen beoordelen of er sprake kan zijn van een overtreding in het kader van de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming. Dat gaat te ver voor deze PlanMER. In de praktijk is de soortenbescherming vrijwel altijd een aandachtspunt voor de verdere planvorming van een windpark en is de soortenbescherming dus weinig onderscheidend in deze fase. Ook zijn in de praktijk veelal goede maatregelen te treffen om te kunnen voldoen aan de Wnb, door bijvoorbeeld de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of om tijdens bepaalde tijden in het jaar tijdelijk stil te zetten, wanneer er hogere vleermuisactiviteit is te verwachten.
Een ontheffing of vergunning in het kader van Wet natuurbescherming is vaak nodig voor een windpark. In het planMER zal op basis van bestaande kennis aangegeven worden of er risico’s bestaan op het overtreden van verbodsbepalingen, welke soorten dit mogelijk betreft en mogelijkheden voor mitigatie. Aangegeven wordt of er slachtoffers onder vogels en vleermuizen kunnen vallen met een globale aantal schatting (orde van grootte). Tevens wordt aangegeven hoe dit zich verhoudt tot de relevante wetgeving. Gezamenlijk geeft dit inzicht in of er op bepaalde locaties naar verwachting wel of geen windturbines kunnen worden gerealiseerd in relatie tot soortenbescherming.
Natuur Netwerk Brabant Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het bestaat uit een netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden die via ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. In het ontwerp van de omgevingsverordening zijn een aantal aanvullende instructieregels voor windturbines in het Natuur Netwerk Brabant opgenomen. Windturbines zijn alleen in Natuur Netwerk Brabant toegestaan, in het geval dat het Natuur Netwerk Brabant direct aansluitend op hoofdinfrastructuur ligt en; a)
uit een alternatievenafweging blijkt dat negatieve effecten op de ecologische waarden en kenmerken waar mogelijk worden beperkt;
b)
bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan regels voor compensatie (artikel 4.37 Compensatie);
c)
daarnaast gelden er ook regels voor wiekoverslag(artikel 4.31 Externe werking Natuur Netwerk Brabant tweede lid).
In het MER wordt op hoofdlijnen nagegaan of realisatie van windturbines in de locatiealternatieven de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB kunnen aantasten. Ook wordt rekening gehouden met eventuele externe werking (artikel 4.31 Omgevingsverordening Noord-Brabant), dus voor het effect dat
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 32
windturbines die buiten NNB staan hebben het NNB. Voor de provincie Brabant wordt de ontwerp omgevingsverordening die al ter inzage heeft en het bijbehorende kaartmateriaal in de viewer als uitgangspunt genomen voor de effectbeschrijving.
Vergelijking windturbines en zonneveld Naast een vergelijking tussen de effecten van de verschillende windturbine opstellingen zal er een vergelijking gemaakt worden van de effecten op natuur door het aantal turbines in de voorbeeldopstelling en een zonnepark met een vergelijkbaar vermogen. Zodat de voor- en nadelen van beide vormen van duurzame energie tegen elkaar afgewogen kunnen worden.
5.1.5 Landschap, cultuurhistorie en archeologie In het MER wordt aangegeven of verwacht kan worden dat archeologische relicten in de bodem ter plaatse van de windturbines in de plangebieden aanwezig zullen zijn, en welke maatregelen genomen kunnen worden om eventuele waarden te beschermen. Voor het aspect cultuurhistorie zijn de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) en de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) 15 van de provincie Brabant te gebruiken en de gemeentelijke welstandskaart16. Uiteindelijk dient bepaald te worden in hoeverre turbines in de zoekgebieden in conflict zijn of aansluiten bij het beleid en of archeologisch (voor)onderzoek nodig is. Voor het aspect landschap zal het MER aandacht besteden aan de landschappelijke effecten van windturbines binnen de verschillende zoekgebieden. Min of meer logische inrichtingsalternatieven worden beoordeeld op hun landschappelijke effecten, mede op basis van een beschrijving van de bestaande situatie van die gebieden en de daar aanwezige landschappelijke karakteristieken. Met betrekking tot de inrichtingsalternatieven worden zowel de invloed van opstellingen op het landschap beschreven (op meerdere schaalniveaus) als de kenmerken en kwaliteiten van die opstellingen zelf. Ook wordt de invloed op de waarneming van de opstellingen beschreven.
De veranderingen, die de plaatsing van windturbines met zich meebrengt, worden onder meer aan de hand van visualisaties vanuit verschillende posities en standpunten in beeld gebracht. Bij de beoordeling van het aspect landschap zullen de effecten in beeld worden gebracht met behulp van de volgende beoordelingscriteria: 1. Criteria met betrekking tot effecten op bestaande landschappelijke waarden: a. Openheid; b. Aansluiting op de landschappelijke kernkwaliteiten (structuur en maat). 2. Criteria met betrekking tot effecten op de opstelling als herkenbaar en samenhangend geheel: a. Regelmatig beeld; b. Herkenbaarheid van de opstelling en interferentie met andere hoge landschapselementen. 3. Criteria met betrekking tot effecten op waarneming en beleving: a. Zichtbaarheid; b. Invloed op de visuele rust; 15 16
https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 https://meierijstad.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=d55225ff2ac846e7b36115348dc5887e
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 33
c. Verlichting.
Vergelijking windturbines en zonneveld Naast een vergelijking tussen de effecten van de verschillende windturbine opstellingen zal er een vergelijking gemaakt worden van de effecten op het landschap door het aantal turbines in de voorbeeldopstelling en een zonnepark met een vergelijkbaar vermogen. De criteria voor zonnevelden zullen zoveel mogelijk samenvallen met die voor windturbines. Voor zon zijn dat over het algemeen: Invloed op de openheid, Aansluiting op de landschappelijke kernkwaliteiten (structuur en maat), Herkenbaarheid (of kwaliteit) van de opstelling en Zichtbaarheid. Deze criteria vallen samen met 1a, 1b, 2b en 3a die bij windenergie worden gehanteerd. Waarbij de criteria voor zonnevelden licht verschillen met die voor windturbines.
5.1.6 Recreatie en toerisme Naast de effecten op landschap zal er ook onderzocht worden of en welke effecten er daardoor zijn op recreatie en toerisme. Dit zal gebaseerd worden op eerder gedane onderzoeken op andere locaties. Ook wordt de recreatieve visie van de gemeente Meierijstad hierbij betrokken.
5.1.7 Waterhuishouding en bodemkwaliteit Voor een windpark worden enkele verhardingen aangebracht die effect op de waterhuishouding kunnen hebben, te weten bouw- en onderhoudswegen, opstelplaatsen voor bouw en onderhoud, fundering van de windturbines en een inkoopstation. De waterhuishouding wordt in het MER beoordeeld op een aantal punten, deze zijn in ieder geval grondwater, oppervlaktewater en hemelwaterafvoer. Ook wordt aangegeven wat het effect is op de bodemkwaliteit.
5.1.8 Veiligheid Om de veiligheid van de omgeving van het windpark te kunnen garanderen wordt onderzocht welke veiligheidseffecten het plaatsen en in werking hebben van windturbines heeft op de omgeving. Het MER beschrijft hoe de veiligheid van omwonenden, verkeersdeelnemers en van personen die in de onmiddellijke omgeving werken gewaarborgd is of kan worden. Onder andere aan de hand van Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW17) en bijbehorende Handleiding Risicoberekening Windturbines18 wordt gekeken welke veiligheidscontouren (zie Figuur 5.3) rondom de windturbines moeten worden aangehouden en wordt in beeld gebracht welke risicobronnen in de omgeving van de locaties aanwezig zijn, zoals buisleidingen, gasopslagen en routes voor transport met gevaarlijke stoffen zoals de Zuid-Willemsvaart. Daarnaast zal er specifiek ingegaan worden op de veiligheid van waterkering mocht een voorbeeldopstelling daar aanleiding toe geven. Er zal ook aandacht zijn voor eventuele domino effecten die kunnen optreden bij een eventueel falen van de windturbine.
17 18
Versie januari 2020 Versie oktober 2019
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 34
Figuur 5.3 Veiligheid
5.1.9 Ruimtegebruik In dit hoofdstuk worden eventuele effecten op straalpaden, defensieradarinstallaties en luchtvaart meegenomen. Daarnaast is er aandacht voor de huidige gebruiksfuncties van de omgeving, zoals landbouw en bos.
Luchtvaart De zoekgebieden zijn gelegen binnen het toetsingsgebied van de radarpost van Volkel. Voordat daar windturbines ontwikkeld kunnen worden, zal een toetsing (zie Figuur 5.4) moeten plaatsvinden op eventuele radarhinder omdat de windturbines een hoogte bereiken die kunnen interfereren met de radar (zie Kader 5.3).
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 35
Kader 5.3 Radar
Defensieradar (MASS en gevechtsleiding) Het verkeersleidingsradarnetwerk van Defensie bestaat uit verschillende radarposten in Nederland die gezamenlijk het grootste deel van Nederland bedekken. De draaiende rotoren van windturbines kunnen van invloed zijn op de werking van het radarsysteem. Defensie heeft om die reden normen opgesteld waar het militaire radarsysteem aan moet voldoen. Voor de militaire radarsystemen geldt op grond van het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro), en nader uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro), dat een minimale dekkingsgraad van 90% op 1.000 voet in stand dient te houden om een goede werking van de radar te garanderen. Het Rarro schrijft verstoringsgebieden voor waarbinnen de radarverstoring moet worden getoetst. Voor deze gebieden wordt een normprofiel aangehouden die voor windturbines loopt tot 75 kilometer van de primaire radarpost. Het bepalen van het toetsingsprofiel is afhankelijk van de antennehoogte. Als de tiphoogte van een turbine het verstoringsgebied van een radar raakt moet een toetsing worden uitgevoerd, waarin wordt onderzocht of in de nieuwe situatie (inclusief windturbines) een dekkingsgraad van minstens 90% wordt gehandhaafd.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 36
Figuur 5.4 Radar
Bedrijfsvoering veehouderij Er zal specifiek ingegaan worden op de effecten van turbine opstellingen op de bedrijfsvoering in de veehouderij.
Landbouwdieren Naast de effecten op fauna in de natuurgebieden zal er specifiek ingegaan worden op de mogelijke effecten op landbouwdieren.
5.1.10 Duurzame energieopbrengst en vermeden emissies Eén van de belangrijkste redenen om windinitiatieven te realiseren is het opwekken van duurzame energie en daarmee het vermijden van emissies. Van de te onderscheiden locaties wordt daarom in het MER op hoofdlijn berekend hoeveel elektriciteit kan worden opgewekt, uitgaande van het aantal te plaatsen turbines die per zoekgebied te plaatsen is. Ook wordt bepaald welke uitstoot van schadelijke stoffen door het windpark vermeden wordt, in vergelijking met de situatie dat dezelfde hoeveelheid energie wordt opgewekt op conventionele wijze, zoals verbranding van steenkool en aardgas. Het gaat daarbij om de vermeden uitstoot van CO2, NOX en SO2. De reductie wordt berekend aan de hand van het gemiddelde gebruik van brandstoffen bij elektriciteitscentrales (voornamelijk gas). Hierbij worden de volgende kengetallen gehanteerd: 70,7 kg CO2/GJ19 , 0,04 kg NOx/GJ20 en 0,02 kg SO2/GJ21. Voor
19
CBS (2020b). Emissies van luchtverontreinigde stoffen volgens NEC richtlijnen Idem 21 Idem 20
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 37
het rendement van elektriciteitscentrales wordt uitgegaan van 45,4%22. Er zal ook aandacht zijn voor de gemiddelde energetische terugverdientijd van windturbines.
5.1.11 Recyclen van windturbines In het MER zal aandacht besteed worden aan het recyclen van windturbines. Er zal ingegaan worden op welke onderdelen van een windturbine gerecycled worden en wat de stand der techniek is.
22
CBS (2020a). Rendementen en CO2 emissie elektriciteitsproductie 2018. URL: https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2020/08/rendement-en-co2-emissie-elekrtriciteitproductie-2018
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 38
5.2 Effectbeoordeling De omvang van het studiegebied – het gebied waarbinnen zich mogelijke effecten kunnen voordoen – verschilt per milieuaspect. In het algemeen is het studiegebied (aanzienlijk) groter dan de zoekgebieden. De verwachte effecten worden beschreven en beoordeeld. Het nulalternatief fungeert als referentie voor de beoordeling van de effecten. De effectbeschrijving zal waar mogelijk en zinvol met cijfers onderbouwd worden. Indien het niet mogelijk is om de effecten te kwantificeren, zal de beschrijving kwalitatief zijn. Dit wordt gedaan op basis van deskundigenoordeel en zal beschrijvend van aard zijn. Daarbij valt te denken aan observatieve studies (bijvoorbeeld bij het beoordelen van opstellingen in het landschap) en literatuurstudies. Hieronder in Tabel 5.1 een fictief voorbeeld hoe de effectbeoordeling er uit kan zien. Tabel 5.1 Fictief voorbeeld samenvattende tabel effectbeoordeling Beoordelingsaspect
Zoekgebied 1
Zoekgebied 2
Zoekgebied 3
Vóór mitigatie
Na mitigatie
Vóór mitigatie
Na mitigatie
Vóór mitigatie
Na mitigatie
Te verwachten aantal (ernstig) gehinderden
-
0
-
0
0
0
Aantal gevoelige objecten binnen Lden x dB (A) contour
0
0
0
0
0
0
Aantal gevoelige objecten binnen Lden y dB (A) contour
0
0
0
0
--
--
Risico op cumulatieve effecten met andere geluidbronnen
0
0
-
-
-
-
Aantal gevoelige objecten > 6 uur slagschaduw per jaar
-
0
-
0
--
0
Aantal gevoelige objecten > 10 uur slagschaduw per jaar
--
-
-
-
--
-
Etc.
0
0
0
0
0
0
Naast blijvende effecten wordt ook aandacht besteed aan tijdelijke en/of omkeerbare gevolgen. Dit betreft met name de bouw van het windpark (zoals effect van verstoring tijdens de bouw voor ecologie) en alle bijbehorende voorzieningen, zoals aanpassing van bestaande wegen, aanleg van nieuwe ontsluitingswegen ten behoeve van het windpark, aanvoer van bouwmaterialen, realisatie van kraanopstelplaatsen en de installatie van de windturbines en de kabels. Ook wordt, waar zinvol, aangegeven of cumulatie met andere plannen en/of projecten kan optreden. De effecten worden per milieuaspect beschreven aan de hand van beoordelingscriteria. Soms is dit een harde parameterwaarde die door de overheid is aangewezen als een norm (getal), bijvoorbeeld de grenswaarde voor geluidhinder. Echter, vaak zijn de geëigende parameters niet zo duidelijk omschreven. Deze moeten dan worden herleid uit het voorgenomen beleid of wetenschappelijke inzichten inzake de verschillende milieuaspecten. In Tabel 5.2 is per milieuaspect aangegeven welke criteria worden gebruikt en de wijze waarop de effecten worden beschreven en beoordeeld (kwantitatief en/of kwalitatief).
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 39
Tabel 5.2 Beoordelingscriteria per milieuaspect Aspecten
Beoordelingscriteria •
Aantal geluidgevoelige objecten (zoals woningen) binnen 37 Lden dB (A)
•
Aantal geluidgevoelige objecten per 1 dB (A) Lden geluidcontour
•
Aantal te verwachten (ernstig) gehinderden in omgeving
•
Cumulatieve geluidbelasting
•
Laagfrequent geluid
•
Aantal schaduwgevoelige objecten binnen een afstand waarop nog 20% van de zon kan worden
Geluid
Effectbeoordeling
Kwantitatief Laagfrequent en cumulatief geluid kwalitatief
afgeschermd door de windturbinebladen; Slagschaduw
•
Cumulatief optredende schaduw op gevoelige objecten
•
Aantal schaduwgevoelige objecten
Kwantitatief
met een slagschaduwduur van > 6 uur, 10 uur en 20 uur per jaar.
Windturbines en gezondheid
Natuur
•
Lichtschittering
•
Effect van windturbines op gezondheid
•
Oprichting: effect op beschermde gebieden
•
Exploitatie: effect op beschermde gebieden
•
Oprichting: effect op beschermde soorten
•
Exploitatie: effect op beschermde soorten
•
Aantasting cultuurhistorische waarden
•
Aantasting archeologische waarden
•
(Invloed op) openheid
•
Aansluiting op de landschappelijke
Kwalitatief
Kwantitatief/ Kwalitatief
kernkwaliteiten (structuur en maat) Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Recreatie en Toerisme
•
Regelmatig beeld
•
Herkenbaarheid van de opstelling (en interferentie met andere hoge landschapselementen)
•
Zichtbaarheid
•
Invloed op de visuele rust
•
Verlichting
•
Effecten op recreatie en toerisme
Kwalitatief
Kwalitatief
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 40
Aspecten
Waterhuishouding en bodem
Veiligheid
Ruimtegebruik
Duurzame Energieopbrengst en vermeden emissies
Hergebruik van windturbines
Beoordelingscriteria
Effectbeoordeling
•
Watersysteem (waterkwantiteit en waterkwaliteit)
•
Watergangen (bereikbaarheid voor het beheer en onderhoud)
•
Bodemkwaliteit
•
Bebouwing
•
Wegen, waterwegen en spoorwegen
•
Industrie en inrichtingen
•
Transportleidingen en hoogspanningsleidingen
•
Dijklichamen en waterkeringen
•
Huidige functies
•
Straalpaden
•
Vliegverkeer
•
Radar
•
Bedrijfsvoering veehouderij
•
Landbouwdieren
•
Opbrengst
•
CO2-emissiereductie
•
SO2-emissiereductie
•
NOx-emissiereductie
• •
Recycling Stand der techniek
Kwalitatief
Kwantitatief (aantal objecten binnen de toetsafstand)
Kwalitatief
Kwantitatief, in MWh en Kton
Kwalitatief
Om de effecten van de alternatieven per aspect te kunnen vergelijken, worden deze op basis van een + / - score beoordeeld. Hiervoor wordt de volgende beoordelingsschaal gehanteerd: Tabel 5.3 Beoordelingsschaal Score
Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie (nulalternatief)
--
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare negatieve verandering
-
Het voornemen leidt tot een merkbare negatieve verandering
0
Het voornemen onderscheidt zich niet van de referentiesituatie (nulalternatief)
+
Het voornemen leidt tot een merkbare positieve verandering
++
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare verbetering van het milieu
Indien de effecten marginaal zijn, wordt dit in de voorkomende gevallen aangeduid met 0/+ (marginaal positief) of 0/- (marginaal negatief).
5.3 Mitigerende maatregelen De in het MER aan te geven milieueffecten kunnen door middel van het uitvoeren van mitigerende maatregelen verzacht worden of teniet worden gedaan. In het MER worden deze maatregelen
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 41
genoemd en beschreven. Een voorbeeld van een mitigerende maatregel is het stilzetten van de turbine op momenten dat er slagschaduwhinder optreedt. Gezien het detailniveau van het afwegingskader zal dit kwalitatief gebeuren, omdat het bepalen van bijvoorbeeld een stilstandvoorziening om slagschaduwhinder te voorkomen erg afhankelijk is van de exacte afmetingen van de turbines en de exacte positionering van de turbines. Die gegevens zijn pas bekend bij het daadwerkelijk ontwikkelen van een windpark. Dat krijgt dan aandacht in een eventuele vervolgprocedure. Naast mitigerende maatregelen levert het MER ook inzicht op voor optimalisatie van de locatie. Zo zal inzicht ontstaan in verschil in effecten tussen locaties, maar ook binnen locaties.
5.4 Leemten in kennis en informatie In het MER zal worden aangegeven welke belangrijke informatie ontbreekt en welke gevolgen dit heeft voor de effectvoorspelling. Waar mogelijk zal worden aangegeven welke aanvullende onderzoeken deze leemten kunnen wegnemen.
5.5 Evaluatie In het MER zal aangegeven worden welke milieuaspecten tijdens en na het realiseren van het voornemen gemonitord en geëvalueerd dienen te worden, teneinde na te gaan wat de daadwerkelijk optredende milieueffecten zijn. Eventueel kunnen op basis daarvan maatregelen getroffen worden. Daarnaast kan dit inzicht geven in randvoorwaarden die gesteld moeten worden aan de mogelijke ontwikkelingen van windturbines. De inhoud van het MER (het onderzoeksrapport) is daarmee opmaat voor het afwegingkader.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 42
6 Procedures en besluitvorming 6.1 Inleiding In deze paragraaf wordt weergegeven welke stappen worden doorlopen voor de m.e.r.-procedure.
6.2 M.e.r.-procedure Deze paragraaf beschrijft welke stappen worden doorlopen in de m.e.r.-procedure. Figuur 6.1 geeft dit schematisch weer in relatie tot het gemeentelijke afwegingskader. In het schema is te zien dat de eerste stap het opstellen van de NRD is (dit document). Hierin wordt beschreven welke effecten in welke zoekgebieden onderzocht gaan worden. De beoordeling van de effecten wordt verzameld in het MER. De beschreven uitkomsten in het MER vormen input voor het afwegingskader. Daarin komen uiteindelijk randvoorwaarden die de gemeente stelt voor het ontwikkelen van windturbines. Figuur 6.1 Hoofdlijnen m.e.r.-procedure
Procedure milieueffectrapportage
Afwegingskader
Concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau
Raadpleging en zienswijzen
Definitieve Notitie Reikwijdte & Detailniveau
Opstellen milieueffectrapport
Opstellen ontwerp afwegingskader
Openbaar maken, advies Commissie m.e.r. & zienswijzen
Bekendmaking ontwerp afwegingskader
Vaststellen afwegingskader door gemeenteraad
Openbare kennisgeving Het bevoegd gezag geeft openbaar kennis van het voornemen om een besluit voor te bereiden waarvoor een m.e.r. wordt doorlopen. Daarin staat: •
dat stukken ter inzage worden gelegd;
•
waar en wanneer dit gebeurt;
•
dat er gelegenheid is zienswijzen in te dienen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER;
•
aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn;
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 43
•
en of de Commissie voor de m.e.r. om advies zal worden gevraagd over de voorbereiding van het plan.
Raadpleging overlegpartners en betrokken bestuursorganen over reikwijdte en detailniveau Het bevoegd gezag raadpleegt de overlegpartners en de overheidsorganen die bij de voorbereiding van de afwegingskader moeten worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Het raadplegen van de Commissie voor de m.e.r. is niet verplicht in deze fase. Besloten is, voor dit project, om in deze fase een advies te vragen aan de Commissie voor de m.e.r. Raadpleging gebeurt door deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarin de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER wordt beschreven, naar de overlegpartners en betrokken bestuursorganen te verzenden.
Zienswijzen indienen De Notitie Reikwijdte en Detailniveau vormt tevens het belangrijkste stuk dat in het kader van de bovengenoemde openbare kennisgeving ter inzage wordt gelegd, zodat zienswijzen kunnen worden ingediend. Deze ter inzage legging heeft plaatsgevonden van 1 augustus tot 30 september 2021.
Advies reikwijdte en detailniveau van het MER De definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau zal voor het op te stellen MER worden vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad. Daarbij zijn de ingekomen zienswijzen en het advies van de betrokken overheidsorganen meegenomen.
Opstellen MER De eisen waaraan het MER moet voldoen zijn beschreven in artikel 7.7 en artikel 7.23, eerste lid, Wm (en uiteraard de notitie reikwijdte en detailniveau). Samengevat moet het MER in elk geval bevatten/beschrijven: •
het doel van het project;
•
een beschrijving van het project en de ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen’ alternatieven: de zoekgebieden;
•
welke plannen er eerder voor deze activiteit zijn vastgesteld en welke alternatieven daarin waren opgenomen;
•
voor welk(e) besluit(en) het MER wordt gemaakt en welke besluiten met betrekking tot het project al aan het MER vooraf zijn gegaan;
•
een beschrijving van de ‘huidige situatie en de autonome ontwikkeling’ in het plangebied;
•
welke gevolgen het project en de alternatieven hebben voor het milieu en een motivering van de manier waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven en een vergelijking van die gevolgen met de ‘autonome ontwikkeling’;
•
effectbeperkende c.q. mitigerende maatregelen;
•
leemten in kennis;
•
een publiekssamenvatting.
Openbaar maken van het MER en raadpleging Commissie voor de m.e.r. Het MER wordt ter inzage gelegd en voor advies verzonden aan de Commissie voor de m.e.r. De ter inzage legging gebeurt in principe gelijktijdig met de ter inzage legging van de ontwerp afwegingskader.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 44
Zienswijzen indienen Iedereen kan zienswijzen indienen op het MER, ontwerp afwegingskader. De termijn daarvoor is 6 weken.
Advies Commissie voor de m.e.r. De Commissie m.e.r. geeft eveneens een advies op de inhoud van het MER (toetsingsadvies). Eventueel geven de zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r. aanleiding tot het maken van een aanvulling op het MER, bijvoorbeeld om een aantal zaken wat verder uit te diepen of nadere accenten te leggen.
Vaststellen afwegingskader inclusief motivering Het bevoegd gezag stelt het afwegingskader vast en geeft daarbij aan hoe rekening is gehouden met de in het MER beschreven milieugevolgen en wat de overwegingen zijn met betrekking tot de in het MER beschreven alternatieven, de zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r.
Bekendmaken afwegingskader Het definitieve afwegingskader wordt bekendgemaakt.
Evaluatie Het bevoegd gezag evalueert de werkelijk optredende milieugevolgen en neemt zo nodig maatregelen om de gevolgen voor het milieu te beperken.
6.3 Afwegingskader Om te bepalen waar en onder welke voorwaarden windenergie in de gemeente Meierijstad mogelijk wordt gemaakt, wordt een sectoraal afwegingskader voor windenergie opgesteld. Deze NRD wordt opgesteld voor het MER en is dus geen introductie op het afwegingskader. Wel zal het MER input vormen voor het afwegingskader zoals beschreven in alinea 6.2. Dit betekent dus ook dat er naast de participatie in het opstellen van het NRD er ook nog ruimte is voor inbreng in het opstellen van het uiteindelijke afwegingskader.
6.4 Vervolgproces Nadat het afwegingskader is vastgesteld, kunnen initiatiefnemers in de eventuele gebieden die in het afwegingskader zijn aangegeven en rekening houdend met de voorwaarden die worden verbonden aan de ontwikkeling van windenergie in Meierijstad, concrete initiatieven starten. Om uiteindelijk tot een realiseerbaar windpark te komen, zijn nog verschillende besluiten nodig: •
een bestemmingsplanherziening of omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan, om het windpark planologisch mogelijk te maken, eventueel gepaard met een projectMER;
•
een omgevingsvergunning voor de onderdelen bouw, milieu, et cetera;
•
(eventueel) een watervergunning, is alleen nodig als dat op grond van de Keur van het waterschap (verbodsbepalingen) is vereist.;
•
(eventueel) overige vergunningen en ontheffingen zoals een vergunning en/of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 45
6.5 Informatie en inspraak Bij deze m.e.r.-procedure zijn twee formele inspraakmomenten (naast meerdere momenten voor inspraak, zie hiervoor ook het participatieplan): tijdens de terinzagelegging van deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau en bij de terinzagelegging van de ontwerp afwegingskader inclusief het MER. De plaatsen en tijden van deze terinzageleggingen zullen bekend gemaakt worden door middel van publicatie in één of meerdere dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze, daarbij wordt ook bekend gemaakt of en wanneer er een informatiebijeenkomst plaats vindt. Na verwerking van de zienswijzen zullen de definitieve besluiten worden genomen. Schriftelijke reacties kunnen gedurende de terinzagelegging onder vermelding van ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau Afwegingskader Windenergie Meierijstad’ worden gestuurd naar: Gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA Veghel De ingediende zienswijzen worden meegenomen bij de vaststelling van de definitieve Notitie Reikwijdte en detailniveau. Naast deze formele inspraakmogelijkheden, worden er verschillende gebiedsbijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden uit de zoekgebieden en een aparte bijeenkomst voor overige belangstellenden uit de gemeente Meierijstad. De inbreng uit deze bijeenkomsten wordt aan de voorkant van het proces meegenomen in het onderzoek (zie hoofdstuk 4).
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 46
BIJLAGE 1 - Begrippenlijst Alternatief Andere wijze dan de voorgenomen activiteit om (in aanvaardbare mate) tegemoet te komen aan de doelstelling(en). De Wet milieubeheer schrijft voor, dat in een MER alleen alternatieven moeten worden beschouwd, die redelijkerwijs in de besluitvorming een rol kunnen spelen.
Amoveren Slopen, afbreken.
Ashoogte De hoogte van de rotor-as, waaraan de rotorbladen van de windturbine zijn bevestigd, ten opzichte van het maaiveld.
Autonome ontwikkeling Veranderingen, die zich in het milieu zullen voltrekken als noch de voorgenomen activiteit, noch een van de alternatieven worden gerealiseerd. Zie ook ‘referentiesituatie’.
Bevoegd gezag In het kader van de Wet Milieubeheer (Wm) en de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro): één of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer het besluit te nemen waarvoor het Milieueffectrapport wordt opgesteld.
Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) Commissie van onafhankelijke deskundigen die het bevoegd gezag adviseert over de gewenste inhoud van het milieueffectrapport (niet verplicht) en in een latere fase in het toetsingsadvies over de kwaliteit van het milieu0effectrapport.
Initiatiefnemer Degene die een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit wil ondernemen.
Mitigatie Het verminderen van nadelige effecten (op het milieu) door het treffen van bepaalde maatregelen.
Milieueffectrapportage (m.e.r.) De procedure van milieueffectrapportage; een hulpmiddel bij de besluitvorming, dat bestaat uit het maken, beoordelen en gebruiken van een milieueffectrapport en het evalueren achteraf van de gevolgen voor het milieu van de uitvoering van de activiteit waarvoor een milieueffectrapport is opgesteld.
MER Milieueffectrapport. Een openbaar document waarin van een voorgenomen activiteit van redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven de te verwachten gevolgen voor het milieu in hun onderlinge samenhang op systematische en zo objectief mogelijke wijze worden beschreven.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 1
MW Megawatt = 1.000 kilowatt = 1.000 kW. kW is een eenheid van vermogen.
Plangebied Dat gebied, waarbinnen de voorgenomen activiteit of een van de alternatieven kan worden gerealiseerd. Vergelijk: studiegebied.
Regionale energiestrategie (RES) De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. Hiertoe is Nederland opgedeeld in 30 energie-regio’ s op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen.
Referentiesituatie De referentiesituatie is de huidige situatie met de autonome ontwikkeling. Dit is de situatie waarbij het voornemen niet wordt gerealiseerd. Het gebied zal zich dan ontwikkelen conform vastgesteld of voorgenomen beleid, maar zonder realisatie van het voornemen. Deze situatie dient als referentiekader voor de effectbeschrijving van de alternatieven
Rotordiameter De diameter van de denkbeeldige cirkel die door de rotorbladen (wieken) van de windturbine worden bestreken.
Studiegebied Dat gebied, waarbinnen de milieugevolgen dienen te worden beschouwd. De omvang van het studiegebied kan per milieuaspect verschillen. Vergelijk: plangebied.
Tiphoogte Maat die voor windturbines wordt gebruikt om de maximale hoogte vanaf de grond aan te geven wanneer een rotorblad verticaal staat. De tiphoogte is gelijk aan de ashoogte + halve rotordiameter.
Voorkeursalternatief Op basis van de beschreven effecten van de varianten, de vergelijking van de alternatieven Onderling, inzicht in de financiële haalbaarheid van de alternatieven en rekening houdend met de lokale stakeholders wordt het best passende alternatief vastgesteld.
Wettelijke overlegpartners Overlegpartners die geraadpleegd worden door het bevoegd gezag teneinde een advies te krijgen over het plan en het MER. Hierbij kan gedacht worden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), het waterschap en eventueel buurgemeenten en provincie(s).
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 2
BIJLAGE 2 – Analyse zoekgebieden 1
Analyse zoekgebieden 1.1
Inleiding en achtergrond
Door de gemeente Meierijstad is in 2019 een afwegingskader voor zonneparken, en een globale locatieverkenning voor windparken opgesteld.1 Hieruit zijn vier gebieden door de gemeenteraad vastgesteld als zoekgebied voor de mogelijke ontwikkeling en exploitatie van windenergie. Deze gebieden zijn aangegeven in blauw in Figuur 1.1. Daarnaast is er momenteel een windpark in ontwikkeling (Windpark Veghel Win(t)d, in paars aangegeven in de figuur. Figuur 1.1 – zoekgebieden Windenergie
Bron: De Toekomst van Zon en Wind in Meierijstad, 18 november 2019, Over Morgen, Royal HaskoningDHV, Gemeente Meierijstad
In maart 2021 is een actualisatie uitgevoerd van de ruimtelijke belemmeringenanalyse als voorbereiding op het planMER. In deze actualisatie is aan de hand van de meest recente ontwikkelingen op windenergiegebied gekeken naar de mogelijkheden en is tevens uitvoering gegeven aan een motie van de gemeenteraad om ook de mogelijkheden in samenhang met buurgemeenten te verkennen. Hiermee zijn gebieden binnen de gemeente Meijerijstad geïdentificeerd waar geen directe belemmeringen voor windturbines bestaan. Concreet is daarnaast gekeken naar een zone van 2
1
De Toekomst van Zon en Wind in Meierijstad, 18 november 2019, Over Morgen, Royal HaskoningDHV, Gemeente Meierijstad
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 1
kilometer rondom de gemeentegrens van Meierijstad om mogelijke gemeentegrensoverschrijdende zoekgebieden te verkennen (zie Figuur 1.2).
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 2
Figuur 1.2 – Zone van 2 kilometer rondom de gemeente Meierijstad
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 3
1.2 Uitgangspunten analyse In de ruimtelijke belemmeringenanalyse zijn relevante omgevingsaspecten in kaart gebracht die mogelijk een ‘harde’ of ‘zachte’ belemmering vormen voor de ontwikkeling van windenergie. Harde belemmeringen zijn aspecten waarbij sprake is van aan te houden toetsafstanden die afgeleid zijn van wet- en regelgeving, en daarin opgenomen normen. Binnen deze toetsafstanden is het plaatsen van een windturbine in principe niet mogelijk. Buiten deze toetsafstanden kan worden voldaan aan de wettelijke eisen, eventueel met beperkte maatregelen. Zachte belemmeringen zijn aspecten die randvoorwaarden met zich mee brengen óf aandachtspunten vormen bij de verdere uitwerking van plannen voor windenergie, en maken de plaatsing van windturbines in bepaalde situaties mogelijk. De afstand die tot de verschillende omgevingsaspecten moet worden aangehouden, en de belemmering die ze daarmee vormen voor windturbines, is vaak afhankelijk van de turbineafmetingen. In de analyse is uitgegaan van een referentieturbine waarvan de kenmerken in Tabel 1.1 zijn weergegeven. Deze referentieturbine komt overeen met IEC windklasse III en past bij het heersende windklimaat in de gemeente Meijerijstad. Tabel 1.1 - Kenmerken referentieturbine Kenmerk
Uitgangspunt
Ashoogte
140 meter
Rotordiameter
160 meter
Halve rotordiameter (wieklengte)
80 meter
Tiphoogte
220 meter
Vermogen (maximaal)
4,5 MW
Onderstaande omgevingsaspecten zijn in de analyse meegenomen. De daaruit voortkomende belemmeringen voor windturbines staan in Tabel 1.2 Hierbij is vermeld of het gaat om een harde of zachte belemmering, de toetsafstand en het uitgangspunt, én een onderbouwing daarvan. •
Hinder: geluid en slagschaduw;
•
Externe veiligheid;
•
Luchtvaart;
•
Natuur;
•
Landschap en erfgoed.
Kader 1.1 - Nuancering in belemmeringen De aangegeven belemmeringen zijn een goede indicatie om inzicht te krijgen in locaties waar windturbines naar verwachting mogelijk kunnen zijn. Dit betekent niet per definitie dat windturbines onmogelijk zijn op andere locaties. Een windpark ontwikkelen is altijd maatwerk. Het realiseren van een windpark binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is bijvoorbeeld mogelijk, mits dit zich nabij grootschalige infrastructuur bevindt. Aan de andere kant betekent het ook dat gebieden ‘vrij van belemmeringen’ bij nader onderzoek toch niet geschikt kunnen blijken. De analyse in deze bijlage is dus een eerste verkenning om de meest kansrijke locaties te kunnen selecteren voor vervolgonderzoek in het planMER.
Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 4
Tabel 1.2 – Belemmeringen voor windturbines met uitgangspunten en toetsafstanden. Omgevingsaspect
Belemmering
Belemmering hard of zacht
Toetsafstand
Uitgangspunt
Onderbouwing
Algemeen
Algemeen
Hard
n.v.t.
Minimaal drie windturbines per windpark
Het niet toestaan van solitaire turbines is een uitgangspunt in de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant. Locaties voor meer dan 3 turbines zijn echter lastiger te vinden dan locaties voor een enkele turbine.
Hinder; geluid
Woningen
Hard
400 meter
Vuistregel
Hinder; geluid
Andere objecten
Hard
400 meter
Vuistregel
Hinder; geluid
Gevoelige terreinen
Hard
400 meter
Vuistregel
Bij een afstand van 400 meter is in de praktijk de optredende geluidbelasting vrijwel altijd zodanige dat – eventueel met beperkte mitigerende maatregelen – sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige objecten.
Hinder; geluid
Stiltegebieden
Hard
n.v.t.
Beperkingen binnen en in de buurt van werkingsgebied stiltegebied.
Binnen het werkingsgebied Stiltegebied geldt een streefwaarde van 40 dB(A) LAeq, 24 uur (omgevingsverordening provincie Noord-Brabant). Er liggen geen stiltegebieden in of dicht in de buurt van de gemeente Meierijstad. Hier
Hinder; geluid
Gevoelige objecten op gezoneerd industrieterrein
Hard
220 meter
Vuistregel
Woningen op een geluidgezoneerd bedrijventerrein zijn niet geluidgevoelig en krijgen minder bescherming tegen geluid. In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet echter nog wel sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarom wordt hier ook tot deze objecten een afstand van de tiphoogte aangehouden.
Hinder; slagschaduw
Schaduw
Hard
400 meter
Vuistregel
Buiten een afstand van 400 meter treedt slagschaduw nog steeds op. Dit kan met mitigerende maatregelen echter worden opgelost, zonder dat de financiële haalbaarheid van een turbine direct in het geding komt. Een grotere afstand hanteren is daarom onnodig beperkend.
Externe veiligheid
Kwetsbare objecten
Hard
220 meter
Tiphoogte
Een goede vuistregel om aan te houden bij kwetsbare objecten is een tiphoogte afstand. Hiermee wordt in vrijwel alle gevallen aan de geadviseerde veiligheidsafstanden uit de Handreiking Risicozonering Windturbines voldaan. Een andere mogelijkheid is de werpafstand bij nominaal toerental, die kleiner kan uitvallen.
Externe veiligheid
Beperkt kwetsbare objecten
Hard
80 meter
Halve rotordiameter
Met een halve rotordiameter afstand tot beperkt kwetsbare objecten wordt in vrijwel alle gevallen aan de wet- en regelgeving voldaan.