CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Definitieve NRD Afwegingskader Windenergie Meierijstad

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor windenergie gemeente Meierijstad19.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad Notitie Reikwijdte en Detailniveau Gemeente Meierijstad 720180 | Definitief 14-10-2021

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Postadres Postbus 919 6800 AX Arnhem

Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

Projectnaam Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad

Versienummer Definitief

Datum 14-10-2021

Project nummer 720180

Opdrachtgever Gemeente Meierijstad

Auteur Sergej van de Bilt, John van de Lagemaat

Nagekeken door Sergej van de Bilt

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

Beleidskader 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

4

5

6

28

Mogelijke effecten ________________________________________________________ 28 Effectbeoordeling ________________________________________________________ 39 Mitigerende maatregelen __________________________________________________ 41 Leemten in kennis en informatie _____________________________________________ 42 Evaluatie _______________________________________________________________ 42

Procedures en besluitvorming 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

22

Gebruikelijke onderwerpen MER ____________________________________________ 22 Aanvullende onderwerpen MER _____________________________________________ 24 Onderwerpen buiten scope MER ____________________________________________ 25 Inbreng vanuit de thematafel NRD op 5 juli 2021 ________________________________ 26

Mogelijke effecten en maatregelen 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

15

Voornemen _____________________________________________________________ 15 Locatiealternatieven ______________________________________________________ 17 Referentiesituatie ________________________________________________________ 21 Voorkeursalternatief ______________________________________________________ 21

Resultaten gebiedstafels en thematafel NRD 4.1 4.2 4.3 4.4

7

Mondiaal en Europees beleid ________________________________________________ 7 Rijksbeleid_______________________________________________________________ 7 Provinciaal beleid ________________________________________________________ 10 Regionaal beleid: Regionale energiestrategieën _________________________________ 11 Gemeentelijk beleid ______________________________________________________ 12

Voorgenomen activiteit en alternatieven 3.1 3.2 3.3 3.4

1

Inleiding_________________________________________________________________ 1 Aanleiding _______________________________________________________________ 1 Participatie en communicatie ________________________________________________ 2 M.e.r.-procedure __________________________________________________________ 3 Initiatiefnemers en bevoegd gezag ____________________________________________ 5 Leeswijzer _______________________________________________________________ 5

43

Inleiding________________________________________________________________ 43 M.e.r.-procedure _________________________________________________________ 43 Afwegingskader _________________________________________________________ 45 Vervolgproces ___________________________________________________________ 45 Informatie en inspraak_____________________________________________________ 46

BIJLAGE 1 - Begrippenlijst BIJLAGE 2 – Analyse zoekgebieden

1 1

1 Inleiding 1.1 Inleiding Het doel van het opstellen en publiceren van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de inhoud en diepgang (de reikwijdte en het detailniveau) van het nog op te stellen Milieu Effect Rapport (MER). Dit MER wordt opgesteld voor het Afwegingskader Windenergie in de gemeente Meierijstad. Daarin worden voorwaarden voor windenergieprojecten opgenomen. Dit afwegingskader zal worden gebruikt om aanvragen te beoordelen. Het doel van deze NRD is eveneens om betrokkenen en belanghebbenden te raadplegen om reacties te kunnen meenemen in de uit te voeren onderzoeken in het kader van het MER en daarmee het uiteindelijke afwegingskader. In Figuur 1.1 is deze volgorde terug te zien. Deze NRD wordt opgesteld als basis voor het MER en is dus geen introductie op het afwegingskader. Dit betekent dat er naast de participatie tijdens het opstellen van het NRD er ook nog ruimte is voor inbreng in het opstellen van het uiteindelijke afwegingskader. In alinea 6.2. is de gehele m.e.r.-procedure uitgebreider toegelicht. Figuur 1.1 Volgorde NRD-MER-Afwegingskader

NRD: onderzoeksvoorstel

MER: onderzoeksrapport

Afwegingskader: randvoorwaarden windenergie

1.2 Aanleiding De gemeente Meierijstad wil in 2050 CO2-neutraal zijn. Dit is vastgelegd in de duurzaamheidsvisie1. In 2020 is de eerste stap gezet door het vaststellen van het beleidskader ‘De toekomst van zon en wind in Meierijstad.’ Daarnaast zijn er in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) afspraken gemaakt over de duurzame opwek binnen de regio en de gemeente. Uit eerdere onderzoeken komt windenergie als één van de belangrijke duurzame energiebronnen naar voren. In het genoemde lokale beleidskader is een afwegingskader voor zonne-energie opgenomen, maar voor windenergie is er alleen een globale verkenning naar de technische mogelijkheden gedaan. Door het uitsluiten van de gebieden met een harde belemmering (bijv. geluidscontouren en veiligheidsafstanden) zijn daarbij 4 kansrijke gebieden naar voren gekomen. Het op te stellen ‘Afwegingskader Windenergie’ is daarmee een logische vervolgstap in dit traject. In 2020 is er door de gemeente een ‘Routekaart Implementatie Windenergie Meierijstad’ opgesteld. Deze is besproken tijdens de beeldvormende avond op 25 november 2020. Deze routekaart vormt de basis voor het opstellen van het Afwegingskader Windenergie. Om te komen tot een robuust en breed gedragen afwegingskader wordt het proces conform de routekaart opgedeeld in een drietal fasen (Figuur 1.2).

1

http://docplayer.nl/105372472-Duurzaamheidsvisie-meierijstad-samen-werken-aan-een-duurzaam-meierijstad-in2050.html

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 1

Figuur 1.2 Fasen richting afwegingskader

Fase 1: de aftrap

Fase 2: onderzoek & participatie

Fase 3: afwegingskader

Het laatste onderdeel van fase 3 is daarbij het vaststellen van het afwegingskader door de Raad. Binnen het onderzoek in fase 2 wordt een plan-m.e.r. voor wind binnen de verschillende kansrijke gebieden opgesteld. Deze zijn bepaald aan de hand van een ruimtelijke analyse. Uiteindelijk leidt het plan-m.e.r. tot de (on)mogelijkheden voor windenergie, een vergelijking tussen de gebieden en kan op basis hiervan een voorkeur worden uitgesproken welke gebieden wel/niet kunnen worden benut voor windenergie en onder welke randvoorwaarden. De aftrap (fase 1) voor het uitvoeren van onderzoek (fase 2) wordt gevormd door deze NRD. Het is gebruikelijk dat deze notitie wordt opgesteld door een onderzoeksbureau of bevoegd gezag. Iedereen kan op deze NRD zienswijzen indienen, wat tot aanvulling van de te onderzoeken reikwijdte en detailniveau kan leiden. De gemeente Meierijstad heeft vanwege het belang van vroegtijdige participatie ervoor gekozen om naast deze mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen op de NRD, ook al tijdens het opstellen van de NRD input vanuit belanghebbenden mee te nemen. Hen is gevraagd welke thema’s onderzocht moeten worden in het MER. In deze NRD wordt in hoofdstuk 4 expliciet aangegeven hoe de opgehaalde aspecten worden onderzocht en indien dit niet mogelijk is, waarom niet. In de volgende paragraaf is dit participatietraject verder uitgewerkt.

1.3 Participatie en communicatie Om de belangen en standpunten van burgers, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en overheden goed mee te nemen is er expliciete aandacht voor participatie en communicatie in de verschillende fasen van het proces. Daarvoor wordt intensief samengewerkt met Awareness, een adviesbureau gespecialiseerd in communicatie over beleid. Zij organiseren de communicatie en de bijeenkomsten in het proces in samenwerking met de gemeente en Pondera. Er is in alle belangrijke tussenstappen ruimte voor inbreng vanuit de verschillende actoren.

‘Participatie aan de tafel’ Voor het participatietraject worden een aantal verschillende ‘tafels’ georganiseerd. Respectievelijk zijn dat: gebiedstafels, thematafels en een hoofdtafel. De gebiedstafels zijn met name bedoeld voor inwoners in en rondom de betreffende zoekgebieden voor windenergie. Inwoners die niet bij een zoekgebied wonen, maar toch willen worden betrokken, worden geïnformeerd tijdens een algemene informatieavond. De volgende stap zijn de thematafels, waar deelnemers van de gebiedstafels zich ook voor aan kunnen melden. Deze zijn georganiseerd rondom vier perspectieven: duurzame energieopgave, natuur en landschap, omwonenden belang en jongerenperspectief. Daarnaast worden de energiemix en deze NRD besproken aan een thematafel. De uitkomsten van deze tafels worden vervolgens teruggekoppeld aan de gebiedstafels. Daarna wordt dit met een delegatie uit de thematafels en de politiek besproken aan de hoofdtafel. De inbreng uit de eerste gebiedstafels, die in

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 2

april 2021 hebben plaatsgevonden, is in hoofdstuk 4 terug te vinden. Tevens is daar opgenomen wat de inbreng is geweest uit de thematafel over de NRD, die op 5 juli 2021 heeft plaatsgevonden.

Communicatie Zinvolle participatie werkt niet zonder goede communicatie. Door toegankelijke communicatie via bekende kanalen zal er worden bericht over zowel proces als inhoud. Daarbij zal het niet alleen gaan om voorlichting of delen van informatie, maar ook een deel bewustwording. We werken met een dynamisch participatieplan. Deze is reeds meerdere malen met de gemeenteraad en op bewonersavonden gedeeld. Deze is aan verandering onderhevig om zo goed mogelijke aansluiting te vinden bij de behoeften van inwoners en de gemeenteraad.

1.4 M.e.r.-procedure Milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld voordat de overheid daar een besluit over neemt. Zo wordt het milieubelang in de besluitvorming meegenomen. De onderzoeksresultaten staan in het milieueffectrapport (MER). De afkorting “m.e.r.” gaat dus over de procedure, terwijl met de afkorting “MER” het uiteindelijke milieueffectrapport wordt bedoeld. Milieueffectrapportage is een instrument ter ondersteuning van de besluitvorming over een plan of project of in dit geval het afwegingskader. Een m.e.r. is dus geen doel op zich, maar is altijd gekoppeld aan een te nemen besluit. Naast het geven van informatie over milieueffecten, is de functie van een m.e.r. ook het stroomlijnen van verschillende procedures.

M.e.r.-plicht Op grond van nationale en Europese wetgeving is m.e.r. voorgeschreven voor projecten met mogelijk aanzienlijke milieugevolgen. Het doel van de m.e.r. is om te verzekeren dat adequate milieu-informatie beschikbaar is voor de besluitvorming over activiteiten met deze milieugevolgen. In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd voor welke activiteiten een milieueffectrapportage moet worden uitgevoerd en welke inhoudelijk vereisten daarbij horen. Dit is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer. Afwegingskader en m.e.r. In het Besluit milieueffectrapportage zijn windparken opgenomen in onderdeel C (m.e.r.-plicht) en D (m.e.r.-beoordelingsplicht) van de bijlage van het besluit. Het betreft categorie C22.2 (windparken van 20 turbines of meer) en D22.2 (windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer). Op voorhand is niet te verwachten dat er ruimte is in de gemeente om windparken van 20 turbines te realiseren, dus er zal geen sprake zijn van een m.e.r.plicht voor besluiten voor concrete windparken. Omdat het afwegingskader niet direct een windpark mogelijk maakt (bijvoorbeeld via een bestemmingsplanherziening), maar wel een kader schept voor activiteiten die mogelijk m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (windparken met een vermogen van 15 MW of meer), wordt een plan-m.e.r. doorlopen.

De m.e.r.-procedure mondt in het milieueffectrapport (MER). Het onderscheid tussen het planMER en het projectMER wordt in Kader 1.1 kort toegelicht.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 3

Kader 1.1 PlanMER en projectMER

Het verschil tussen een planMER en een projectMER is de scope en het detailniveau.

PlanMER Een planMER is vereist voor plannen waarin de locatie voor een activiteit met potentieel aanzienlijke milieueffecten, zoals een windpark, wordt aangewezen. Dat is de reden voor een planMER voor Meierijstad. Een andere reden voor een planMER kan zijn als voor deze plannen een zogenaamde Passende beoordeling dient te worden opgesteld, waarin de effecten op een Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht. In dit geval wordt het planMER opgesteld ten behoeve van het afwegingskader. Met het afwegingskader wordt een ruimtelijk besluit genomen over mogelijke locaties en randvoorwaarden voor windturbines in de gemeente Meierijstad. Bij het opstellen van het afwegingskader dient een afweging te worden gemaakt over de effecten van het plan. Deze afweging betreft een breed scala aan effecten, zoals sociale- en economische effecten. In het planMER worden de milieueffecten beschreven, als bijdrage aan de belangenafweging. De effectbeschrijving is globaal en heeft tot doel relevante milieu-informatie te leveren om een afweging te kunnen maken welke van de genoemde locaties binnen de gemeente Meierijstad geschikt zijn voor windturbines en welke voorwaarden daarbij horen.

ProjectMER Een projectMER is vereist voor besluiten over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Dit betreft bijvoorbeeld het besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een concreet windpark. Het projectMER heeft betrekking op de milieueffecten van de concrete uitwerking van het plan. Voor een windpark betreft een concrete uitwerking het bepalen van de posities van de windturbines. De effecten van een dergelijke opstelling en van opstellingsvarianten worden door middel van onderzoek in detail bepaald en afgezet tegen de geldende milieueisen, waarbij beoordeeld wordt of aan deze eisen kan worden voldaan. Een gedetailleerd projectMER volgt in principe op een globalere planMER. Voorliggende NRD is opgesteld voor een planMER. Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat indien een locatie als geschikt en gewenst wordt aangemerkt door de gemeenteraad op basis van onder andere het planMER, er nog onderzoek nodig is over concrete windparkopstellingen en turbine-afmetingen. Het planMER is dus bedoeld om een locatie-afweging te kunnen maken. Het detailniveau sluit daar ook op aan.

Notitie reikwijdte en detailniveau De concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de m.e.r.-procedure is de eerste stap ten behoeve van het opstellen van het MER. Het doel van het opstellen en publiceren van deze conceptnotitie is betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de inhoud en diepgang (de reikwijdte en het detailniveau) van het nog op te stellen MER. Het doel is eveneens om betrokkenen en belanghebbenden in dit stadium te raadplegen om reacties te kunnen meenemen in de uit te voeren onderzoeken. De conceptnotitie wordt apart voor advies voorgelegd aan de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage. De binnengekomen reacties (zienswijzen) en adviezen worden

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 4

betrokken bij de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau die door het bevoegde gezag, de gemeenteraad van Meierijstad, zal worden vastgesteld. Uiteindelijk zal de definitieve notitie het uitgangspunt zijn voor het opstellen van het MER. Vanwege het belang van een breed gedragen afwegingskader is de mate van participatie in dit proces hoger dan de normale procedure voorschrijft. De inhoud van de thema’s en het bijbehorende onderzoek wordt opgehaald in een participatief proces en aan de voorkant meegenomen in het NRD.

1.5 Initiatiefnemers en bevoegd gezag Initiatiefnemer plan Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad is initiatiefnemer van de afwegingskader. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van het planMER. Tabel 1.1 Contactgegevens initiatiefnemer Bevoegd gezag

College van B&W Gemeente Meierijstad

Contactpersoon

Dhr. R. Wouters

Postadres

Postbus 10001, 5460 DA Veghel

Bezoekadres

Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel

E-mailadres

rwouters@meierijstad.nl

Bevoegd gezag De gemeenteraad van Meierijstad is bevoegd gezag voor het afwegingskader en het planMER. Het planMER is een bijlage bij de afwegingskader. Tabel 1.2 Contactgegevens bevoegd gezag Bevoegd gezag

Gemeenteraad van Meierijstad

Postadres

Postbus 10001, 5460 DA Veghel

Bezoekadres

Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel

E-mailadres

info@meierijstad.nl

1.6 Leeswijzer Deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau bestaat uit een zestal hoofdstukken. In hoofdstuk 2 is het beleidskader beschreven, het beleid van de verschillende relevante overheden op het gebied van duurzame energie en windenergie in het bijzonder. Hoofdstuk 3 doet een voorstel welke locaties in de gemeente Meierijstad voor windenergie worden onderzocht. In hoofdstuk 4 is beschreven wat er aan informatie is opgehaald tijdens de gebiedstafels en hoe dit een plek krijgt in het MER. Hoofdstuk 5 geeft een voorstel voor het beoordelingskader weer waarop locaties worden beoordeeld in het MER. Hoofdstuk 6 geeft tot slot een overzicht van de te doorlopen procedure weer die wordt gevolgd om tot een afwegingskader voor windturbines in Meierijstad te komen.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 5

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 6

2 Beleidskader Dit hoofdstuk geeft het beleid weer voor windenergie van Europa, het Rijk, de provincies NoordBrabant en de gemeente Meierijstad, waarvoor het afwegingskader wordt ontwikkeld. Het beleidskader is relevant omdat dit de achtergrond schetst van het windenergiebeleid in Nederland en kaders bevat voor de concrete ruimtelijke ontwikkeling van windenergie in de zoekgebieden.

2.1 Mondiaal en Europees beleid In december 2015 zijn op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook medeondertekend. Voor nu is de Europese ambitie gebaseerd op een politieke overeenstemming2 waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. De uitstoot van broeikasgassen dient in 2030 met ten minste 55% te zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau van 1990. Dat doel was eerder op 49% gesteld.

2.2 Rijksbeleid 2.2.1 Klimaatwet In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: •

een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;

•

een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;

•

100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.

Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) is in april 2020 gepubliceerd3.

2.2.2 Klimaatplan 2021-2030 De inhoud van het klimaatplan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het klimaatakkoord. Dit bevat maatregelen om tot het reductiedoel van 49% in 2030 te komen. Daarnaast bevat het klimaatplan beleid dat volgt uit Europese verplichtingen en ander lopend beleid. De volgende beleidslijnen worden ingezet binnen de sector elektriciteit: 2

Energy topics European Commision, Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewableenergyCommissie (14 april 2021). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-184155_en.htm 3 “Klimaatplan 2021-2010”, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, april 2020. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2020/04/24/klimaatplan-2021-2030

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 7

•

het stimuleren van wind op zee (WOZ) tot 49 TWh in 2030;

•

het stimuleren van hernieuwbare energie op land (HOL) tot 35 TWh in 2030;

•

het stimuleren van kleinschalige hernieuwbare productie tot circa 10 TWh in 2030;

•

het waarborgen van leveringszekerheid;

•

investeren in voldoende elektriciteits-infrastructuur.

2.2.3 Klimaat- en Energieverkenning 2020 Volgens de tweede Klimaat en Energieverkenning4 (KEV) zijn er forse extra doelstellingen nodig om de nationale doelstelling van 49 procent op broeikasgasuitstoot voor 2030 te halen. Dat betekent een gemiddelde reductie van 6 megaton per jaar. Uit de KEV-raming blijkt dat in 2020 ongeveer de helft (3 megaton) per jaar wordt gereduceerd. Dat betekent dat er een behoorlijke opgave rest. Ontwikkeling verbruikssaldo windenergie Het verbruik van hernieuwbare energie uit wind in Nederland is van 7,3 PJ in 2005 gestegen tot 38,8 PJ in 2019.5De projectie voor 2025 en 2030 zijn respectievelijk 160,6 en 233,1 PJ. Dat geeft getalsmatig een beeld van de enorme uitdaging om te voldoen aan de gemaakte doelen. In Kader 2.1 wordt de huidige stand van zaken van opgesteld vermogen van windenergie op land weergegeven. Kader 2.1 Stand van zaken windenergie

Op 1 januari 2021 stond in Nederland op land 6.719 MW aan windenergie opgesteld, in 2020 is er 2.261 MW bijgebouwd. (Bron: Windstats, 1 januari 2021). Met de uitvoering van het klimaatakkoord neem het aandeel hernieuwbare energie de komende 5 jaar naar verwachting toe met de helft. Windenergie levert op dit moment al bijna 10 % van het Nederlandse stroomverbruik. Om de doelstellingen te kunnen halen zal windenergie een cruciale rol blijven spelen.

2.2.4 Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

“Klimaat- en Energieverkenning 2020” Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), oktober 2020. Geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020-klimaat-en-energieverkenning2020-3995.pdf 5 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/22/verbruik-hernieuwbare-energie-met-16-procent-gegroeid 4

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 8

Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd.

Ook wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Tabel 2.1 Invulling ambities uit het Klimaatakkoord 49% basispakket Wind op zee

49 TWh

Hernieuwbaar op land (>15 kW)

35 TWh

Overige hernieuwbare opties (incl. CO2 vrij regelbaar vermogen)

PM

Totaal

84 TWh

55%

120 TWh

Voor hernieuwbaar op land (35 TWh) wordt vooral gekeken naar wind op land en zonne-energie. Omdat dit bewezen technieken zijn met technische en economische haalbaarheid. Om deze opwekcapaciteit te realiseren is in het Klimaatakkoord opgenomen dat in dertig regio’s door gemeenten wordt samengewerkt aan een regionale energiestrategie (RES). In deze RES wordt opgenomen waar en op welke manier deze opwekcapaciteit moet worden gerealiseerd. Windenergie is hierbij een van de belangrijkste opties. Ook in Noord-Brabant is windenergie nodig om de opgave in te vullen. In Europees verband is een reductie van minimaal 55 procent in 2030 afgesproken. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de verhoging van de Nederlandse ambitie. Daar zal door het nieuwe kabinet een beslissing over gemaakt moeten worden. Dat zou leiden tot een opgave van 120 TWh hernieuwbare energie.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 9

2.3 Provinciaal beleid 2.3.1 Provincie Noord Brabant Omgevingsvisie 2018 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld.6 Met de Omgevingsvisie streeft de provincie Noord-Brabant naar een energieneutrale samenleving in 2050 en tenminste 50% duurzame energieopwekking in 2030 binnen de eigen provincie. Om een energieneutrale samenleving te bereiken zet de provincie fors in op het besparen van energie enerzijds en het opwekken en gebruiken van duurzame energie anderzijds. Samen met de vier regio’s in de provincie wordt een strategie uitgezet om de provinciale doelen te bereiken in een zorgvuldig regionaal proces, gericht op het integraal ontwerpen en ontwikkelen van een moderne energievoorziening van de regio’s en de provincie als geheel. Sociale participatie speelt een kern rol in het regionale proces. Er wordt ingezet op een mix van bronnen, waarbij zonne- en windenergie op dit moment de belangrijkste pijlers zijn. Voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en windprojecten, binnen de spelregels die nu in de Verordening Ruimte een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale randvoorwaarden zijn daarbij belangrijk.

Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Vanaf 9 april tot en met 21 mei 2012 ligt het ontwerp ter inzage. Het ontwerp is opgesteld om te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet. Onderstaand artikel (4.51) geeft een overzicht van de instructieregels voor windturbines in landelijk gebied. “Artikel 4.51 Windturbines in landelijk gebied’’ Lid 1 Een omgevingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan de ontwikkeling van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, mogelijk maken als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a)

de windturbines passen in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 4.13;

b)

het betreft een geclusterde opstelling van minimaal drie windturbines;

c)

de ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde waaronder de

d)

mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; de ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving;

e)

is geborgd dat mitigerende maatregelen worden getroffen gericht op het voorkomen van faunaslachtoffers met een jaarlijkse rapportageverplichting aan het gemeentebestuur over de effectiviteit van de getroffen maatregelen;

f)

is geborgd dat de windturbines en de daarbij horende voorzieningen tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, worden toegelaten;

“Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant. Visie op de Brabantse leefomgeving”, 14 april 2021: https://www.omgevingswetinbrabant.nl/media/1518/omgevingsvisie_definitief.pdf 6

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 10

g)

juridisch en financieel is geborgd dat de windturbines en de daarbij behorende voorzieningen na het verstrijken van de termijn worden verwijderd.

Lid 2 Een omgevingsplan kan de windturbines, bedoeld in het eerste en tweede lid, ook mogelijk maken buiten bestaand ruimtebeslag In de paragraaf natuur (2.4.2) zijn aanvullende artikelen over windmolens in Natuur Netwerk Brabant te vinden.

Energieagenda 2019-2030 Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is ook de nieuwe Energieagenda 2019-2030 door Provinciale Staten vastgesteld.7 Deze energieagenda is een nadere uitwerking van het energiebeleid van de provincie Noord-Brabant, dat op hoofdlijnen al in de Omgevingsvisie is benoemd. De strategische hoofdlijnen van het nieuwe energiebeleid zijn het mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie, selectief en slim stimuleren van koplopers en slim integraal combineren. Bij de uitvoering van de agenda pakt de provincie een regisserende en verbindende rol en sluit zij aan bij de verschillende klimaattafels uit het Energieakkoord. Voor wat betreft elektriciteitsopwekking zijn concrete doelen benoemd in de energieagenda. In 2030 wil de provincie 88 PJ opwekken uit zonne- en windenergie.8

2.4 Regionaal beleid: Regionale energiestrategieën 2.4.1 Regionale energiestrategie Noordoost Brabant (RES NOB) In de RES 1.0 voor Noordoost Brabant (NOB), waar Meierijstad onder valt, is de opgave tot 2030 opgebouwd in twee verschillende delen: 1. het hernieuwbaar opwekken van een deel van het huidige elektriciteitsverbruik, op weg naar 100% hernieuwbaar in 2050. Dit is circa 3,6 PJ (1 TWh), en; 2. het hernieuwbaar opwekken van de extra 2,2 PJ (0,6 TWh) elektriciteitsvraag. Het deel elektriciteit dat al hernieuwbaar wordt opgewerkt mag hiervan afgetrokken worden. Dat betekent dat de Regio NOB in 2030 1,6 TWh (gelijk aan 5,9PJ) hernieuwbare elektriciteit gaat bijdragen. Dat is 4,6 procent van de doelstelling van 35 TWh zoals genoemd in het Klimaatakkoord. In de bijdrage is daarbij uitgegaan van: •

0,4 TWh zogenaamde pijplijnprojecten. Het gaat dan om projecten die zijn vergund, waarvoor subsidie is verleend of die zijn opgenomen in vastgesteld beleid.

•

0,4 TWh te realiseren grootschalig zon-op-dak (140.400 woningdaken).

•

0,7 TWh te realiseren wind en zon-op-veld (48 windmolens of 794 ha aan zonnevelden).

•

0,1 TWh reeds gerealiseerd.

De zoekgebieden voor windenergie zoals opgenomen in de RES 1.0 zijn te vinden in Figuur 2.1.

7

Energieagenda 2019-2030, provincie Noord-Brabant, 14 april 2021. Geraadpleegd van: https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=1014356 8 http://www.waarstaatjeprovincie.nl/Paginas/Milieu/Duurzame%20Energie.aspx

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 11

Figuur 2.1 Zoekgebieden windenergie RES 1.0

Handreikingen In het kader van de RES 1.0 zijn een tweetal handreikingen opgesteld. Deze kunnen gemeentes helpen bij het maken van keuzes. Dat gaan om de ‘Handreiking overwegingskader’ en de ‘Handreiking 50% lokaal eigendom.’ De eerste is een kwalitatieve benadering voor de onderbouwing van keuzes voor beleid en zoekgebieden. Daarin zijn vijf pijlers opgenomen: potentie, landschap, maatschappelijke kosten & baten, koppelkansen en maatschappelijke acceptatie. Voor landschap is daarnaast een afwegingskader opgesteld. De tweede geeft handvatten aan het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Beide handreikingen zijn bijgesloten als bijlage bij de RES NOB 1.0.

2.5 Gemeentelijk beleid 2.5.1 Meierijstad Duurzaamheidsvisie In de Duurzaamheidsvisie is vastgelegd dat de gemeente Meierijstad in 2050 CO2-neutraal wil zijn, door een combinatie van energiebesparing, duurzame energieopwekking en compensatie van de CO2uitstoot. Voor de kortere termijn (2025) heeft de gemeente de ambitie om in 20% van het totale energieverbruik in Meierijstad duurzaam op te wekken.

Beleidskader ‘’De toekomst van zon en wind in Meierijstad’’ In 2019 heeft de gemeente een beleidskader opgesteld voor zon en wind. Voor zonneparken bevat het rapport een concreet afwegingskader. Voor wind beperkt het zich tot een globale verkenning naar

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 12

kansrijke gebieden. Deze zoekgebieden zijn naar voren gekomen door het uitsluiten van de harde belemmeringen. De zoekgebieden in Figuur 3.5 zijn op eenzelfde manier bepaald. Energievraag In het beleidskader is een verwachte energiebehoefte van 5.751 TJ voor 2050 opgenomen. Hiervan is 2.707 TJ benodigd voor elektriciteit. Onderdeel van het onderzoek in relatie tot het afwegingskader is een update van deze energiecijfers. Windenergie In het document wordt een onderscheid gemaakt tussen windturbines voor eigen gebruik en windparken. In het eerste geval gaat het om kleine turbines met een tiphoogte tussen de 3 en 25 meter en een relatief laag vermogen. In het geval van windparken gaat het om 3-10 turbines met een vermogen van minimaal 3MW elk. Voor de toepassing van windturbines geldt dat zij moeten passen bij de maat en schaal van het onderliggende landschap. Bij het bepalen van kansrijke gebieden is daarom gekeken naar de samenhang met grootschalige landschappelijke eenheden. In Meierijstad worden daarbij de volgende typen onderscheiden: 1. intensieve functies, zoals bedrijventerreinen en grote infrastructurele werken; 2. open productielandschappen.

Omgevingsvisie De gemeente Meierijstad heeft nog geen afdoende ruimtelijk of omgevingskader voor (grootschalige) opwekking van windenergie. De oude structuurvisies van de voormalige gemeenten Schijndel, SintOedenrode en Veghel voorzagen nog niet in dit aspect van klimaatmitigatie en energietransitie. De fusiegemeente heeft geen nieuwe structuurvisie opgesteld. Het beleidsdocument ‘De toekomst van zon en wind in Meierijstad’ was nog globaal voor wat betreft windenergie. Meierijstad heeft haar omgevingsvisie nog in voorbereiding. December 2020 presenteerde het college van burgemeester en wethouders een voorontwerp van de omgevingsvisie, nog bedoeld als praatstuk. In dat concept zijn de ambities van de ‘Duurzaamheidsvisie Meierijstad’, de landschapsanalyse uit het project ‘Vitaal buitengebied’ en het beleidsdocument ‘De toekomst van zon en wind in Meierijstad’ meegenomen. Concreet is dat in het voorontwerp van de omgevingsvisie terecht gekomen in tekstdeel 6.4.2. Daar zijn dus geen nieuwe potentiële gebieden of extra randvoorwaarden toegevoegd aan het kort daarvoor ontwikkelde beleid. Wel maakt dit concept meteen duidelijk dat er voor de zoekgebieden ook andere ambities gelden die mogelijk ruimtelijk conflicteren. Het Wijboschbroek is een natte natuurparel en er wordt met de omgevingsvisie aangestuurd op natuurontwikkeling en extensieve recreatie daar en op de Molenheide.

Het Lijnt kent waarden van cultuurhistorie en natuur. Voor het gebied tussen de kernen Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode stuurt de omgevingsvisie aan op ontwikkelingen met landschap (inclusief het WWII-erfgoed), recreatie (overgenomen vanuit de ‘Visie recreatie en toerisme Meierijstad’) en natuur. In een volgende versie van de omgevingsvisie kan de dan actuele stand van het beleid over windenergie worden meegenomen.

Landelijk gebied In het landelijk gebied spelen veel belangen en zijn een aantal daaraan gerelateerde beleidsontwikkelingstrajecten in uitvoering. Zo beschrijft de in dit hoofdstuk opgenomen paragraaf ‘Omgevingsvisie’, dat de ambities beschreven in de landschapsanalyse meegenomen worden in de omgevingsvisie. Deze landschapsanalyse is tevens als basis gebruikt voor de te ontwikkelen ‘Natuuren landschapsvisie’. Deze natuur- en landschapsvisie wordt in 2021 na een uitgebreid participatietraject, in concept gedeeld met belanghebbenden.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 13

Op dit moment is nog niet zeker op welke wijze de transitie van de agrarische sector een plaats krijgt in de omgevingsvisie van Meierijstad. Vast staat wel dat de ‘ruimteclaims’ in het gehele landelijk gebied groot zijn. Er spelen veel thematische vraagstukken, transitie-opgaven, maatschappelijke behoeften en initiatieven, waaronder bijvoorbeeld de vraag naar bepaalde woonvormen. Integrale afweging is noodzakelijk om tot besluitvorming te komen.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 14

3 Voorgenomen activiteit en alternatieven Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de voorgenomen activiteit. Dat wil zeggen hetgeen onderzocht gaat worden binnen deze m.e.r-procedure. Daarnaast bevat het hoofdstuk een korte analyse hoe de zoekgebieden ontstaan zijn.

3.1 Voornemen Het voornemen bestaat uit het selecteren van geschikte gebieden binnen de gemeente Meierijstad, waar ten minste 3 windturbines geplaatst kunnen worden. Vervolgens zal tot een keuze worden gekomen voor zoekgebieden die het meest kansrijk zijn. Dat vindt plaats in het afwegingskader. Het MER geeft de benodigde milieu-informatie ten behoeve van de keuze voor locaties. In deze paragraaf wordt naast een definitie van een windturbine ingegaan op de onderdelen die bij een windturbine of windpark horen. Dit is voor het begrijpen van de effecten die kunnen optreden van belang. Ook wordt ingegaan op de uitgangspunten wat betreft de afmetingen van windturbines, aangezien de afmetingen veelal de effecten bepalen. Paragraaf 3.2 gaat in op de voorgestelde locaties die worden onderzocht in het MER. Paragraaf 3.3 en 3.4 gaan respectievelijk over wat de referentiesituatie is en hoe het voorkeursalternatief bepaald wordt.

3.1.1 Definitie windturbine In deze NRD wordt verstaan onder windturbines: een mast, verankerd in de bodem, met daarbovenop een gondel met daaraan een drietal wieken die door middel van wind ronddraaien waardoor elektriciteit wordt opgewekt. Kader 3.1 Horizontale en verticale windturbine

Horizontale en verticale windturbine Er zijn twee typen windturbines, aangedreven door middel van een horizontale of verticale as. De grootschalige windturbines die nu gebruikelijk zijn hebben een horizontale as. Op dit moment zijn grootschalige windturbines met een verticale as technisch en financieel niet haalbaar. In deze m.e.r.procedure gaan we daarom uit van een windturbine met een horizontale as.

3.1.2 Windturbines en infrastructuur Tot windturbines (of wanneer er meer dan drie worden gerealiseerd het windpark) en de infrastructuur van de windturbines behoren onder andere (geen uitputtende opsomming): •

windturbines met fundering;

•

toegangswegen tot de windturbines;

•

opstelplaats voor een kraan per windturbine;

•

schakelstation ten behoeve van het leveren van de elektriciteit aan het openbare net;

•

bekabeling (inclusief kunstwerken bij kruising van watergangen en wegen) van turbines naar schakelstation en van het schakelstation naar de hoogspanningsnetaansluiting.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 15

Figuur 3.1 Turbine-aanduidingen

3.1.3 Uitgangspunt afmetingen windturbines Omdat sommige effecten van windturbines samenhangen met de afmetingen van de turbines (denk aan rotordiameter en ashoogte), is het van belang te bepalen wat de uitgangspunten zijn van de afmetingen van windturbines. Deze afmetingen van windturbines zijn de afgelopen jaren steeds toegenomen (zie Figuur 3.2). Er worden anno 2021 in Nederland hogere en grotere turbines geplaatst in vergelijking met voorgaande jaren. Dat heeft te maken met het feit dat het harder en constanter waait op grotere hoogten, een grotere windturbine dus beter rendeert en er grotere turbines beschikbaar zijn gekomen. Een grotere rotor ‘vangt’ ook meer wind. Om die reden worden steeds grotere en hogere turbines geplaatst in Nederland. Locaties met minder windaanbod in vergelijking met de kustgebieden, zoals in Meierijstad, kunnen anno 2021 alleen financieel rendabel worden geëxploiteerd met windturbines die hoger en groter zijn dan de turbine die nu bijvoorbeeld in Den Bosch staat (ashoogte van 97 meter en een rotordiameter van 82 meter), waarbij uitgegaan wordt van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++) die voor duurzame energieprojecten gebruikt wordt.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 16

Figuur 3.2 Turbines worden steeds groter en hoger.9

Het voorgaande pleit voor een zo groot mogelijke turbine als uitgangspunt te nemen in deze m.e.r., omdat ook verwacht mag worden dat in de komende jaren de afmetingen van windturbines verder zullen toenemen. Het is echter niet verstandig om de grootst mogelijke windturbines in deze analyse als uitgangspunt te nemen. Want dan worden mogelijk gebieden uitgesloten als potentieel geschikt voor windturbines, terwijl de gebieden die wel potentie hebben voor iets kleinere turbines dan buiten beeld blijven. Dan bereikt de m.e.r. mogelijk zijn doel niet. Van de andere kant is een te kleine windturbine als uitgangspunt ook niet goed. Dan worden meer gebieden geïndiceerd als potentieel kansrijk gebied, maar dan zijn deze gebieden uiteindelijk niet te ontwikkelen voor windenergie, omdat met de ruimte die de locatie biedt alleen ‘kleinere’ turbines ontwikkeld kunnen worden die financieel niet of lastig te exploiteren zijn. Derhalve wordt in deze analyse uitgegaan van een turbine met een ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 160 meter. In de selectie van zoekgebieden, die in het Beleidskader ‘’De toekomst van zon en wind in Meierijstad’’ zijn opgenomen, is uitgegaan van turbines met een ashoogte van 120 meter en een rotor van 110 meter.

De verwachting is dat dergelijke turbines nu en in de nabije toekomst niet rendabel zijn in Meierijstad, vandaar dat grotere turbines als uitgangspunt voor het MER worden voorgesteld. Het gaat in deze m.e.r. niet om exact vast te leggen welke afmetingen de turbines mogen hebben, maar om gebieden te indiceren die in potentie geschikt zijn voor windturbines die de komende jaren naar verwachting financieel exploitabel zijn.

3.2 Locatiealternatieven 3.2.1 Analysebeschrijving De locaties die op milieueffecten worden beoordeeld in het planMER zijn gebaseerd op een analyse naar harde beperkingen voor windenergie. Onderstaand zijn de stappen om tot deze zoekgebieden beschreven. Een uitgebreide analyse is te vinden in BIJLAGE 2 – Analyse zoekgebieden.

9

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-land

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 17

Stappen om te komen tot zoekgebieden Stap 1: Het selecteren van gebieden met harde belemmeringen: waar kan het niet. Bestaande functies, zowel binnen als buiten de gemeente, kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van windparken in het buitengebied van Meierijstad. Deze functies kennen een wettelijke bescherming in verband met hinder en/of veiligheid en vormen een belemmering. Zo moet er een minimale afstand tot bijvoorbeeld rijkswegen aangehouden worden. De weg zelf en een zone daaromheen wordt daarmee uitgesloten voor windturbines. Figuur 3.3 Harde belemmeringen (bron: Awareness)

De belangrijkste belemmeringen zijn: •

de aanwezigheid van woningen (geluid, slagschaduw en externe veiligheid);

•

de nabijheid van vliegvelden en radarstations;

•

de aanwezigheid van (ondergrondse) gas- en buisleidingen;

•

de aanwezigheid van hoogspanningsleidingen;

•

de aanwezigheid van inrichtingen met gevaarlijke stoffen;

•

de aanwezigheid van Rijkswegen.

Een aantal belemmeringen wordt bepaald door de afmetingen van de windturbine en zijn daarmee ‘turbine-specifiek’. Voor de analyse is voor die aspecten uitgegaan van een referentieturbine, een gemiddelde 4,5 MW windturbine met een rotordiameter van 160 meter en een ashoogte van 140 meter. Stap 2: Combineren van alle harde belemmeringen, zodat potentieel kansrijke gebieden overblijven Wanneer alle ‘belemmeringen’ worden gecombineerd (zie Figuur 3.4) is te zien dat het overgrote deel van de gemeente niet kansrijk is voor de plaatsing van windturbines. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met invliegfunnels van Volkel en Eindhoven en de aanwezigheid van woningen. Er blijven een aantal versnipperde gebieden over die mogelijk geschikt zijn. Echter niet al deze vlekken zijn daadwerkelijk geschikt voor de plaatsing van windturbines. De vlekken geven slechts aan dat er in eerste instantie geen harde ‘belemmeringen’ voor die locatie zijn. Dit zegt echter niets over de wenselijkheid.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 18

Figuur 3.4 Harde belemmeringen windenergie

Stap 3: Op basis van uitgangspunten selecteren van enkele zoekgebieden waarvoor vervolgonderzoek plaatsvindt Tot slot zijn er nog 3 uitgangspunten die van belang zijn om van de versnipperde gebieden te komen tot zoekgebieden. 1. De zoekgebieden moeten liggen in grootschalige landschappelijke eenheden. In Meierijstad zijn 2 grootschalige landschappelijke eenheden onderscheiden: a. Intensieve functies, zoals bedrijventerreinen en grote infrastructurele werken; b.

Open productielandschappen.

2. Er dient in de zoekgebieden, eventueel met mogelijkheden bij een buurgemeente, ruimte te zijn voor minimaal 3 windturbines (zoals de provincie voorschrijft). 3. In principe is het plaatsen van windturbines in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) uitgesloten, tenzij er in NNB gebied mogelijkheden zijn langs hoofdinfrastructuur. Daarbij is een compensatieverplichting opgenomen. De boscomplexen Het Lijnt en Wijboschbroek liggen naast hoofdinfrastructuur. Naast de zoekgebieden binnen de gemeentegrenzen is de mogelijkheid in gecombineerde zoekgebieden met de buurgemeentes onderzocht. Op de volgende kaart (Figuur 3.5) zijn deze grensoverschrijdende gebieden waar ruimte bestaat aangegeven met een blauwe ovaal. Van de buurgemeenten waar deze potentieel kansrijke gebieden liggen ziet alleen de gemeente Laarbeek potentie in windenergie in het grensoverschrijdende gebied. Dat betekent dat alleen zoekgebied het Lijnt grensoverschrijdend onderzocht zal worden. Op deze wijze zijn 4 zoekgebieden geselecteerd (zie rood omlijnde gebieden in Figuur 3.5): 1. Wijboschbroek langs de Zuid-Willemsvaart/ N279; 2. Rooische heide/Schijndelsche heide ten westen van de Schijndelseweg; 3. Schijndelsche heide ten oosten van de Schijndelseweg; 4. Het Lijnt langs de Zuid-Willemsvaart/N279.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 19

Figuur 3.5 Kaart zoekgebieden gemeente Meierijstad

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 20

Vergelijken we deze zoekgebieden met de eerder door de raad vastgestelde zoekgebieden 10 dan is het volgende relevant: •

Dezelfde 4 gebieden komen uit de analyse naar voren;

•

Omdat het uitgangspunt van turbine-afmetingen verschilt, is de exacte afbakening per zoekgebied iets anders;

•

Locatie Het Lijnt is uitgebreid (zowel in de gemeente Meierijstad richting het westen alsmede ten zuiden op gemeentegrond van Laarbeek), omdat er daar ook potentieel kansrijk gebied is voor windturbines.

•

Er komen een aantal extra zoekgebieden naar voren doordat de analyse over de gemeentegrenzen is gedaan. Nagesprekken met buurgemeentes is uiteindelijk alleen de uitbreiding van zoekgebied 4 Het Lijnt kansrijk gebleken.

3.3 Referentiesituatie De referentiesituatie (nulalternatief) is de huidige situatie met de autonome ontwikkeling11. Dit is de situatie waarbij er geen afwegingskader wordt opgesteld en er geen windturbines worden gerealiseerd. Het gebied zal zich dan ontwikkelen conform vastgesteld of voorgenomen beleid, maar zonder realisatie van de windturbines. Deze situatie dient als referentiekader voor de effectbeschrijving.

3.4 Voorkeursalternatief In het MER zullen de verschillende zoekgebieden met elkaar vergeleken worden. In paragraaf 5.2 wordt beschreven hoe dat in zijn werk gaat. Hierin zullen de voor- en nadelige effecten van mogelijke turbines in de zoekgebieden naar voren komen. Op deze manier kunnen de zoekgebieden met elkaar vergeleken worden. Het college van B&W van de gemeente Meierijstad zal de resultaten van het MER gebruiken om een voorstel doen welke locaties geschikt of ongeschikt zijn voor windenergie. Samen met eventuele andere overwegingen vormt dit inhoud voor het uiteindelijke afwegingskader. In paragraaf 1.1 is de procedure al eens verder toegelicht.

In het beleidskader ‘’De toekomst van zon en wind in Meierijstad’’, 2019 Autonome ontwikkelingen zijn op zichzelf staande ontwikkelingen die onafhankelijk van de afwegingskader plaatsvinden en waarover al een besluit is genomen (bijvoorbeeld bestemmingsplan of waarvoor een vergunning is verleend). 10 11

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 21

4 Resultaten gebiedstafels en thematafel NRD In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten zoals opgehaald tijdens de startbijeenkomsten.12 Dit waren de zogenaamde ‘gebiedstafels’ met omwonenden van de vier zoekgebieden en een algemene informatieavond. Ook is er op 5 juli 2021 een thematafel georganiseerd over de concept NRD. Tijdens deze avonden zijn er vragen en opmerkingen naar boven gekomen. De vragen en opmerkingen die relevant zijn voor de NRD worden in dit hoofdstuk meegenomen. Zoals benoemd in paragraaf 1.4 is de NRD een voorbereidend document op het MER. We focussen dus op de vragen die betrekking hebben op mogelijke milieueffecten van de turbines. Andere vragen rondom proces en dergelijke zijn beantwoord in de Q&A die is rondgestuurd naar de deelnemers van de bijeenkomsten. Daarnaast is er op de website van de gemeente een verslag van de bijeenkomsten te vinden. De opgehaalde vragen/opmerkingen zijn als volgt verdeeld: •

Onderwerpen die gebruikelijk al onderdeel zijn van het MER-onderzoek.

•

Onderwerpen die niet of minder gebruikelijk zijn en toegevoegd worden aan het MER-onderzoek.

•

Onderwerpen die niet meegenomen worden in het MER-onderzoek.

Per vraag/opmerking volgt hierna een korte toelichting waarom het onderwerp wel of niet wordt meegenomen in het onderzoek. En waar het in het eerste geval een plaats krijgt in de NRD. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk wordt de inbreng weergegeven die tijdens de thematafel op 5 juli 2021 is opgehaald.

4.1 Gebruikelijke onderwerpen MER 1. Aantal windturbines per zoekgebied. Er is minimaal ruimte voor 3 windturbines in elk zoekgebied. Dit was namelijk een voorwaarde om gebieden als zoekgebied te bestempelen. In het MER zal aan de hand van voorbeeldopstellingen onderzoek gedaan worden naar mogelijke effecten. In het MER zal duidelijk worden hoeveel turbines op elke locatie mogelijk is. 2. Onderlinge afstand tussen windturbines. De afstand tussen windturbines is afhankelijk van de grootte van de rotor, de overheersende windrichting en de beschikbare ruimte voor de windturbines. In de praktijk staan windturbines op een afstand van elkaar van ongeveer vier maal de rotordiameter. Voor windturbines met een rotor van 160 meter is de tussenafstand dan circa 4x160 meter = 640 meter. Onder voorwaarden is een kleinere afstand mogelijk 3. Geluid Geluidsnorm en maximale geluidsbelasting Als vuistregel wordt een afstand van 400 meter gehanteerd waar buiten de geluidbelasting van windturbines op een zodanig niveau is, dat eventueel met beperkte maatregelen, een aanvaardbaar

12

https://www.meierijstad.nl/duurzaamheid/nieuws_41978/item/startbijeenkomsten-windenergie_12750.html

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 22

woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Uiteindelijk wordt door middel van een berekening een daadwerkelijke geluidsbelasting vastgesteld, aangezien die leidend is voor de beoordeling. Het criterium is dus niet de afstand maar de maximale geluidbelasting. Zie ook Figuur 5.1. Naar aanleiding van de recente Uitspraak van de Raad van State inzake windpark Delfzijl Zuid uitbreiding is dit onderwerp aangevuld in het beoordelingskader. Zie hiervoor ook kader 5.1. Berekeningen geluid Er worden verschillende contouren berekend aan de hand van voorbeeldopstellingen. In het rekenmodel wordt rekening gehouden met hoogte, windrichting en cumulatie met andere geluidsbronnen zoals verkeer. Voor een verdere toelichting zie 5.1.1. Laagfrequent geluid en gezondheid We hebben in het onderzoek ook aandacht voor laagfrequent en infrageluid, waarbij we ook het effect op de gezondheid meenemen. Zie ook 5.1.1. 4. Detailniveau onderzoek. We doen onderzoek op het detailniveau van een plan-MER, wat betekent op hoofdlijnen, met uitzondering van enkele belangrijke aspecten (o.a. geluid, slagschaduw), waar al meer gedetailleerde berekeningen voor worden gemaakt. De reden om dit toch in meer detail te bekijken is omdat hierover zorgen bestaan bij bewoners. 5. Carbon footprint windturbines In het onderzoek is aandacht voor de carbon footprint van windturbines.

De energetische terugverdientijd komt ook aan bod. Zie ook 5.1.10. 6. Invloed op de radarzone en aanvliegroutes. Voor wat betreft het inzichtelijk maken van het mogelijke effect op de defensieradardekking geldt dat specifieke gegevens van windturbines en windturbinelocaties nodig zijn om toetsing te kunnen uitvoeren. Omdat het nu gaat om een verkenning van de haalbaarheid van windturbines in de zoekgebieden - en niet duidelijk is waar welke turbines komen – is het onderzoeken van de specifieke invloed van de turbines op de radar in deze fase niet noodzakelijk. Naar aanleiding van overleg met TNO (die het onderzoek naar effecten op de defensieradardekking uitvoert) en de ingediende zienswijzen is besloten in het kader van het MER onderzoek uit te voeren. Hiervoor zal in overleg met het Ministerie van Defensie worden bekeken hoe deze berekeningen dan het beste kunnen worden gedaan, gegeven het detailniveau van het planMER. Zie ook Kader 5.3. Met de aanvliegroutes is rekening gehouden in het komen tot de zoekgebieden. Deze is meegenomen als harde beperking. In BIJLAGE 2 is een uitgebreide toelichting op de analyse naar de zoekgebieden te vinden. 7. Aanpassingen infrastructuur In het MER worden de gevolgen meegenomen van de benodigde infrastructuur, zoals wegen om het transport van de windturbines mogelijk te maken. Dit is onderdeel van de beoordeling, zie ook Tabel 5.1.

Afwegingskader windenergie gemeente Meierijstad 720180 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau | Definitief | 14-10-2021 Pagina 23

8. Afmetingen windturbines De exacte afmetingen van windturbines indien die worden gerealiseerd worden pas later bepaald. Om toch nu al onderzoek te doen naar effecten, is gekozen om uit te gaan van windturbines die realistisch zijn voor het windklimaat in Meierijstad. In het onderzoek hanteren we om die reden een minimale ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 160 meter. Zie ook paragraaf 3.1.3. 9. Criteria voor zoekgebieden In BIJLAGE 2 is een uitgebreide toelichting op de analyse naar de zoekgebieden te vinden. Daarin zijn ook de harde en zachte belemmeringen benoemd. 10. Effecten op vogels en andere fauna. De effecten op vogels en andere fauna worden meegenomen in het onderzoek. Zie ook 5.1.4. 11. Effecten van verlichting Verlichting is onderdeel van het beoordelingscriteria voor het effect op landschap. Zie ook paragraaf 5.1.5. 12. Effect turbines op landschap en cultuurhistorie De visuele effecten van turbines op landschap worden meegenomen in de beoordeling en het onderzoek. Cultuurhistorie is daar ook onderdeel van. Zie paragraaf 5.1.5.

4.2 Aanvullende onderwerpen MER 1. Verhouding impact op landschap van hoeveelheid zonnepanelen t.o.v. een windturbine. Het effect op landschap en natuur van een windturbine vergelijken we met het effect op natuur en landschap van een zonnepark dat evenveel energie opwekt. Dit doen we om beter inzicht te bieden in de effecten van wind en zon, de twee bronnen die prominente leveranciers zijn van duurzame energie. Dit is toegevoegd aan de desbetreffende paragrafen in het NRD (5.1.4 en 5.1.5). 2. Effecten van windturbines in buurgemeentes en geplande turbines binnen de gemeente. Het optellen (cumuleren) van effecten met andere plannen is onderdeel van het onderzoek, de nabijgelegen windturbines in buurgemeentes en de windturbines naast de A50 nemen we mee als de effecten daarvan kunnen cumuleren met windturbines in (één van) de zoekgebieden. 3. Effecten op bedrijfsvoering veehouders en landbouwdieren De effecten op de bedrijfsvoering van veehouders in het gebied wordt op hoofdlijnen meegenomen in het MER. Datzelfde geldt voor de mogelijke effecten op landbouwdieren. Hiervoor is specifieke aandacht besteed in paragraaf 5.1.9. 4. Effecten op recreatie en toerisme Tijdens de bijeenkomsten is het effect van windturbines op recreatie en toerisme naar voren gekomen. Hiervoor wordt speciale aandacht gevraagd in paragraaf 5.1.6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=92879305-3fb8-4e6c-8d08-b7d42ac39350