CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Ethos-telling van dak- en thuisloosheid, Regio West-Friesland, H4

Informatiebijeenkomst 6 februari 2025, gemeente Medemblik20.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vermoeden van verslaving

131

28%

*Door afronding tellen de percentages op tot respectievelijk 99%, 101% en 99% in plaats van 100%

Vermoeden van verstandelijke beperking

62

13%

Langdurig lichamelijke problemen

58

12%

Fysieke beperking

24

5%

Geen (bekende) gezondheidsproblemen

97

21%

Onbekend

87

19%

Van de in totaal 468 getelde volwassenen, was er bij 21% (97 personen) zowel vermoedelijk sprake van psychische/psychiatrische problematiek als van verslavingsproblematiek. Bij 9% van de personen (40 personen) was er sprake van zowel vermoedelijke psychische/psychiatrische problemen als van een vermoedelijke verstandelijke beperking. 6% van de personen (27 personen) had zowel een vermoedelijke verstandelijke beperking als vermoedelijke verslavingsproblematiek. Bij 4% van de personen (21 personen) was er vermoedelijk sprake van zowel een verstandelijke beperking, psychische/psychiatrische problematiek als verslavingsproblematiek.

3.2.7 Inkomstenbronnen Tabel 17 geeft de verschillende inkomstenbronnen van de getelde dak- en thuisloze personen weer. In de vragenlijst konden er meerdere inkomstenbronnen per persoon worden ingevuld. Daarom tellen de genoemde percentages niet op tot 100. Van de 406 personen van wie de inkomstenbron bekend is, is inkomen uit vast of tijdelijk werk de meest genoemde inkomstenbron (139 personen, 30%), gevolgd door inkomen uit een bijstandsuitkering (Participatiewet uitkering) (118 personen, 25%) en inkomen uit een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering (68 personen, 15%). In totaal ontvingen 202 personen (43%) een inkomen uit een vorm van uitkering en hadden 15 personen (3%) een informeel inkomen, zoals ‘zwart’ schoonmaakwerk. 4 personen (1%) hadden een inkomen uit illegale activiteiten en 38 personen (8%) hadden op het moment van de telling geen inkomen. Voor 5 personen (1%) werd een andere inkomstenbron aangeven, zoals de opbrengst van de verkoop van eigen woning, leefgeld van ex-partner of een partner met inkomen. Voor 13% van de personen (62 personen) is de inkomstenbron onbekend.

Regio west-friesland

3.2.6 Verleden in een instelling Tabel 16 geeft het instellingsverleden weer van de getelde dak- en thuisloze personen. Van de getelde dak- en thuisloze personen verbleven 77 mensen op enig moment in hun leven in detentie (16%), 45 personen verbleven ooit in een psychiatrische voorziening (10%) en 34 personen verbleven ooit in een jeugdzorgvoorziening (7%). 29% van de mensen (135 personen) verbleef nooit in een van de genoemde instellingen. Bij 30% van de personen (142 personen) is onbekend of zij op enig moment in hun leven in een instelling verbleven. Of iemand ooit in een psychiatrische instelling of in een jeugdzorgvoorziening verbleef is zelfs voor bijna de helft van de getelde personen onbekend. De genoemde percentages zijn daarmee

36

37

algemene resultaten van de telling

Tabel 15 geeft aan of de getelde dak- en thuisloze mensen te maken hebben met gezondheidsproblemen. Een groot deel van vragenlijsten is ingevuld zonder betrokkenheid van de desbetreffende dak- en thuisloze personen. Daarom zijn deze cijfers grotendeels gebaseerd op de professionele inschatting van de medewerkers van de tellende organisaties. Hen werd gevraagd of er sprake was van (een vermoeden van) diverse gezondheidsklachten. Bij een deel van de personen is wellicht bekend bij de professionals dat er sprake is van officiële diagnoses, bij een ander deel van de personen is dit niet het geval. Bij een deel van de personen is niet bekend of er sprake is van gezondheidsproblemen. Bovendien is niet duidelijk of de aangemerkte gezondheidskenmerken als oorzaak of gevolg kunnen worden gezien in relatie tot (dreigende) dak- en thuisloosheid. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het interpreteren van deze cijfers. In de vragenlijst konden er per persoon meerdere gezondheidsproblemen worden opgegeven. De percentages in de tabellen tellen daarom niet op tot 100.

3

naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen dat op enig moment in een instelling verbleef.

3.2.5 Gezondheid

Tabel 19. Aantal getelde volwassen dak- en thuisloze personen met een briefadres

Aantal volwassenen

%

Vast of tijdelijk werk (inclusief ZZP’ers)

139

30%

Ja

Bijstandsuitkering

Aantal volwassenen

%

234

50%

25%

Ja, maar onbekend waar

18

4%

68

15%

Nee

158

34%

Leefgeld van een instelling

25

5%

Onbekend

58

12%

Studiefinanciering

23

5%

Totaal

468

100%

Informeel inkomen

15

3%

Werkloosheidsuitkering

9

2%

Pensioen/AOW-uitkering

7

1%

Illegale activiteiten

4

1%

Geen inkomen

38

8%

Anders

5

1%

Onbekend

62

13%

3.2.8 Actieve begeleiding Tabel 18 geeft weer welk deel van de getelde dak- of thuisloze mensen actieve begeleiding krijgt. Actieve begeleiding is gedefinieerd als ‘minimaal 1 begeleidingscontact in de afgelopen maand’. Ongeveer twee derde van de getelde dak- of thuisloze personen werd actief begeleid door één of meerdere organisaties (268 personen, 57%). Veel genoemde organisaties zijn 1.Hoorn, Mee&deWering, Brijder, DnoDoen, Leger Des Heils en Stichting Iedereen Telt Mee. Ongeveer een vijfde van de getelde personen ontving geen actieve begeleiding (150 personen, 32%). Van 50 personen is onbekend of zij actief werden begeleid door een instantie of organisatie (11%). Tabel 18. Ontvangen van actieve begeleiding in maand voorafgaand aan de teldag Aantal volwassenen

%

Ja

268

57%

Nee

150

32%

Onbekend

50

11%

Totaal

468

100%

3

118

Ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering

5

3.2.10 Aanleiding(en) voor dak- en thuisloosheid Tabel 20 geeft een overzicht van de aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid bij de getelde dak- en thuisloze mensen. Vaak is er sprake van een samenspel van factoren. In de vragenlijst konden meerdere aanleidingen per persoon worden aangegeven. De percentages tellen om deze reden niet op tot 100. Verschil tussen aanleiding verlies woonzekerheid en oorzaken van dak- en thuisloosheid In de vragenlijst werd gevraagd naar factoren die bijdroegen aan het verlies van woonzekerheid bij de mensen die de professionals hebben geteld (aanleidingen verlies woonzekerheid). Belangrijk om te benadrukken is dat het hierbij niet gaat om oorzaken van dak- en thuisloosheid. Vanuit bestaande kennis over oorzaken van dak- en thuisloosheid weten we dat zowel structurele als individuele factoren een rol spelen bij dak- en thuisloosheid. De belangrijkste structurele factoren zijn het gebrek aan betaalbare en passende huisvesting, onvoldoende inkomen (uit werk of uitkering), en onvoldoende toegankelijke en passende zorg en ondersteuning (Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2020; Ministerie van BZK, Ministerie van SZW & Ministerie van VWS, 2020). Voor het oplossen van dak- en thuisloosheid is het belangrijk om te kijken naar zowel structurele als naar individuele factoren.

De aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid die uit dit onderzoek naar voren komen, vormen een belangrijke basis voor gesprekken met professionals over maatregelen ten behoeve van preventie. De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid zijn een conflict met familie/ huisgenoten (131 personen, 28%), relatiebreuk (93 personen, 20%), psychische problematiek (83 personen, 18%), financiële problemen (74 personen, 16%) en verslaving (67 personen, 14%). Voor 6% van de getelde dak- en thuisloze personen wordt een (bijkomende) andere aanleiding genoemd. Hieronder viel onder andere: zwangerschap of het moeten verlaten van de woning omdat ouders naar een seniorenwoning gaan. Voor 52 personen is de aanleiding voor het verlies van woonzekerheid onbekend (11%) Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen

3.2.9 Briefadres

Aanleiding

Tabel 19 geeft weer hoeveel van de getelde dak- en thuisloze personen een briefadres hadden. Meer dan de helft van de getelde mensen beschikte over een briefadres (252 personen, 54%). Een briefadres (ook wel een postadres genoemd) is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken (Rijksoverheid, z.d.). De meeste mensen hadden een briefadres bij Mee&DeWering, Leger des Heils, stadsteam Enkhuizen of bij familie of vrienden. Ongeveer een derde van de mensen had geen briefadres (158 personen, 34%) en voor 12% van de getelde mensen (58 personen) is deze informatie niet bekend. 6

Aantal volwassenen

%

vanwege huurschuld

25

5%

vanwege overlast

25

5%

vanwege drugshandel

7

1%

vanwege woonfraude

5

1%

vanwege beëindiging van een omklapcontract

1

<1%

24

5%

Huisuitzetting

Gedwongen verlaten van woning

Regio west-friesland

5

Binnen deze categorie valt tevens de daklozenuitkering. De daklozenuitkering valt onder de Participatiewet, die sinds 1 januari 2015 van kracht is (Participatiewet | Rijksoverheid.nl

6

).

Er is enkel gevraagd of mensen beschikken over een briefadres en niet of mensen beschikken over een woonadres. Het kan zijn dat mensen die geen briefadres hebben wel een woonadres hebben waar zij zich kunnen inschrijven (dit is bijvoorbeeld het geval bij mensen met dreigende huisuitzetting).

38

algemene resultaten van de telling

Tabel 17. Inkomstenbronnen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=468)

vanwege verkoop van de woning vanwege einde van de huurovereenkomst

23

5%

vanwege ongeschikte/onbewoonbare woning

10

2%

vanwege renovatie

3

1%

39

Aantal volwassenen

%

131

28%

Relatiebreuk

93

20%

(Huiselijk) geweld

40

9%

Onveilige thuissituatie anders dan huiselijk geweld (bv. verwaarlozing, financiële uitbuiting, drugsmisbruik of verslaving)

37

8%

Overlijden van huisgenoot

10

2%

Geaardheid of genderidentiteit

2

<1%

Psychische problematiek

83

18%

Financiële problemen

74

16%

Verslaving

67

14%

Ontslag uit een instelling

25

5%

Gevlucht vanwege een oorlog

18

4%

Uitzetting uit instelling/voorziening vanwege incident of gedrag

15

3%

Werkloosheid

14

3%

Persoon is arbeidsmigrant en is met verlies van werk ook woning kwijtgeraakt

7

1%

Remigratie

6

1%

Illegaliteit

6

1%

Immigratie

5

1%

Calamiteiten zoals brand, overstroming, etc.

2

<1%

Anders

28

6%

Aanleiding onbekend

52

11%

Relationele problemen/gebeurtenissen Conflict met familie/ huisgenoten

Overig

3.3 Opvang van Oekraïense vluchtelingen Een groep die buiten de scope van het telonderzoek valt, zijn mensen die opgevangen worden in de zogeheten ‘Oekraïne opvang’: de opvang voor mensen die gevlucht zijn uit Oekraïne in verband met de oorlog. Omdat dit een relatief grote groep is die ook een huisvestingsvraag heeft, geven we hier weer hoeveel mensen in de Oekraïne opvang verbleven. In regio West-Friesland werden er in mei 2024 1.689 Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Deze groep bestond voornamelijk uit mensen met de Oekraïense nationaliteit en daarnaast uit ‘derdelanders’, en verbleef zowel op gemeentelijke opvanglocaties als op particuliere opvanglocaties. Er is niet bekend hoeveel Oekraïense vluchtelingen werden opgevangen op vakantieparken en/of campings.

3.2.11 Duur van dak- en thuisloosheid Tabel 21 geeft weer hoe lang mensen dak- of thuisloos waren op de teldag. Ongeveer een derde van de getelde personen (36%) was korter dan een jaar dak- of thuisloos. Hiervan waren 53 personen (11% van het totaal) minder dan vier maanden dak- of thuisloos en 118 personen (25% van het totaal) vier maanden tot een jaar dak- of thuisloos. De helft van de getelde personen (50%) was langer dan een jaar dak- of thuisloos, waarvan 144 personen (31% van het totaal) twee jaar of langer. 3% (12 personen) had op de teldag nog huisvesting maar dreigde binnen een maand uit huis gezet te worden. Voor 52 personen (11%) was de duur van hun dak- of thuisloze situatie onbekend.

Regio west-friesland

Tabel 21. Duur van dak- en thuisloosheid van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen

%

Minder dan vier maanden

53

11%

Vier maanden tot een jaar

118

25%

Een tot twee jaar

89

19%

Twee jaar of langer

144

31%

Er is nog huisvesting*

12

3%

Onbekend

52

11%

Totaal

468

100%

* Enkel van toepassing voor personen die zijn geteld in een woning met dreigende huisuitzetting

40

41

algemene resultaten van de telling

Aanleiding

Van de getelde volwassenen was de grootste groep twee jaar of langer dak- en thuisloos (31%). Hiervan was het grootste deel alleenstaand zonder kinderen (80%) en het merendeel was man (78%). De mensen binnen deze groep verbleven vaak bij familie, vrienden en derden (46%), in niet-conventionele woonruimten (17%) en in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (16%). Het grootste deel van de mensen die twee jaar of langer dak- en thuisloos was, was tussen de 28 en 39 jaar (36%), tussen de 50 en 59 jaar (22%) en tussen 18 en 27 jaar (16%). Daarnaast had meer dan drie kwart van de mensen die langdurig dak- of thuisloos waren de Nederlandse nationaliteit (81%), en had 8% de nationaliteit van een land buiten de EU.

3

Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen - vervolg

4

resultaten Kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

4.1 Arbeidsmigranten in een situatie van dak- of thuisloosheid 4.1.1 Zicht op het aantal dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s In alle zes de regio’s werd op basis van het kwalitatieve onderzoek niet duidelijk wat de precieze omvang is van de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten. Geen van de zes regio’s heeft hier goed zicht op of kan hier een reële inschatting van maken. Dit komt onder andere doordat de kennis over de groep arbeidsmigranten en het gemeentelijk beleid met betrekking tot arbeidsmigranten versnipperd zijn over verschillende afdelingen en beleidsterreinen, zowel binnen de gemeenten als daarbuiten. Ook schrijven veel arbeidsmigranten zich niet in bij de gemeente. ‘Formeel zijn ze niet eens in Nederland, terwijl ze er wel zijn. [....] Als ik een kind geboren zie worden en beide ouders niet in de BRP staan ingeschreven, dan wordt het kind niet ingeschreven. Dat kind valt volledig buiten beeld. Zo hebben we veel spookburgers, spookarbeiders, die overal buiten vallen.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie)

Regio west-friesland

Er zijn geen officiële cijfers, maar de betrokken professionals zien dat het aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid de afgelopen jaren fors is toegenomen.

Desondanks handhaven gemeenten in de zes regio’s lang niet altijd, vanwege capaciteitsproblemen, het ontbreken van alternatieve huisvesting en de angst voor extra zorgvragen en administratieve lasten. Volgens betrokken professionals wordt daarom veel gedoogd en weggekeken. Bij een deel van de gemeenten is er weinig politiek draagvlak om tot oplossingen te komen. Aan de andere kant zien betrokken professionals dat arbeidsmigranten soms zelf bang zijn om in beeld te komen bij gemeenten uit angst voor negatieve gevolgen. Het komt voor dat arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid bezoek krijgen van ambtenaren en de dag daarop de woonruimte hebben verlaten. ‘Zij willen niet in beeld zijn en proberen dit zo veel mogelijk te voorkomen. Hier worden verschillende redenen voor genoemd: ze zijn op de vlucht voor iets of willen absoluut niks te maken hebben met de overheid. Het vermoeden is dat de kinderen ook moeten werken, en dat zij uitgebuit worden.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente) Professionals zien ook vaak dat werkgevers arbeidsmigranten verplaatsen op het moment dat de gemeente hen in beeld krijgt. Op deze manier worden zij bewust onder de radar gehouden.

4.1.2 Profielkenmerken van dak- en thuisloze arbeidsmigranten Volgens betrokken professionals zijn er zowel mannelijke als vrouwelijke arbeidsmigranten dak- en thuisloos in regio West-Friesland. De situatie van vrouwelijke arbeidsmigranten in leefsituaties van daken thuisloosheid is volgens de professionals extra kwetsbaar: zij krijgen regelmatig te maken met seksueel misbruik, geweld en uitbuiting. ‘Een jonge vrouw koos voor het slapen in een auto, zij wilde niet terug naar Polen, zij wilde niet naar de winteropvang. Ze was gefixeerd op het idee dat ze een nieuwe baan zou vinden. Het verblijf in de auto was iets ‘van haar’, haar eigen spulletjes. Ze wilde dat niet loslaten. Ze werd misbruikt door mannen. Jonge vrouwen zijn vooral kwetsbaar omdat ze niet zo ervaren zijn. Mannen kunnen hen gemakkelijk manipuleren.’ (medewerker Stichting Barka) De meeste arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven zonder partner en kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid, maar er zijn ook arbeidsmigranten die met hun partner en/of kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid verblijven. De leeftijden van dak- en thuisloze arbeidsmigranten lopen uiteen. In meerdere regio’s wordt een sterke toename van het aantal jonge dak- en thuisloze arbeidsmigranten gezien.

De groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s bestaat voornamelijk uit mensen uit Midden- en Oost-Europa, waarbij Polen, Bulgaren en Roemenen de grootste groepen vormen. Er zijn volgens de betrokken professionals niet veel dak- of thuisloze arbeidsmigranten die uit landen buiten Europa komen.

De mate waarin gemeenten in de zes regio’s moeite doen om zicht te krijgen op arbeidsmigranten die zich in een kwetsbare situatie bevinden, loopt sterk uiteen. Sommige gemeenten hebben een actieve en outreachende aanpak. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek bij bedrijven die ervan verdacht worden dat zij niet goed omgaan met hun werknemers. Andere gemeenten handelen voornamelijk reactief. Zij doen pas onderzoek wanneer er meldingen binnenkomen over de zorgelijke leefsituaties van arbeidsmigranten bij de gemeente zelf of bij het meldpunt ‘Meld Misdaad Anoniem’. Daarnaast wordt gereageerd op binnenkomende meldingen. Bij controles treffen ambtenaren in de zes regio’s geregeld mensen aan die

In alle zes de regio’s verrichten de meeste dak- en thuisloze arbeidsmigranten die werken laag- of ongeschoold werk. In West-Friesland zijn er veel mensen werkzaam in de tuin- en landbouwindustrie, waardoor er veel seizoensgebonden arbeid is. Bij de arbeidsmigranten die in beeld komen bij organisaties spelen naast problemen met huisvesting ook problemen op andere gebieden, zoals financiën en lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ook hun rechtsbescherming staat onder druk: de professionals vermoeden dat arbeidsmigranten vaak bewust worden geselecteerd op het niet machtig zijn van de Nederlandse of Engelse taal, zodat zij niet goed weten waar zij recht op hebben. Dit maakt het gemakkelijker om hen uit te buiten. Professionals zien ook dat een deel van de arbeidsmigranten slachtoffer is van mensenhandel.

44

45

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

In de zes regio’s waar in 2024 een ETHOS-telling werd uitgevoerd is aanvullend onderzoek gedaan naar de situatie van dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van deze groepen. In de periode van maart tot juni 2024 hielden onderzoekers van Hogeschool Utrecht in alle zes de regio’s online focusgroepen met professionals die in contact staan met dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. In totaal namen er vanuit de zes regio’s 39 personen deel aan de focusgroepen gericht op dak- en thuisloze arbeidsmigranten en 36 personen aan de focusgroepen gericht op campings- en vakantieparken. Deelnemers waren onder andere werkzaam bij gemeenten (beleidsmedewerkers en BOA’s), provincies (aanpak vakantieparken), maatschappelijke opvangorganisaties, de GGD, wijkteams, vakantieparken, een branchevereniging van vakantieparken en Stichting Barka. In een van de regio’s namen ook twee voormalig bewoners van campings en vakantieparken deel. Ter voorbereiding op de focusgroepen werd een beknopte literatuurverkenning uitgevoerd en werden online gesprekken gevoerd met enkele deskundigen. Hieronder staan de resultaten beschreven in de zes regio’s.

Daarbij worden enkele regiospecifieke kenmerken uitgelicht voor regio West-Friesland. Het onderzoek geeft een globaal beeld van de situatie in de zes regio’s en gaat niet in op de specifieke situatie in de verschillende regiogemeenten binnen deze regio’s. De citaten in dit hoofdstuk zijn afkomstig van professionals uit alle zes de regio’s, dus niet uitsluitend uit regio West-Friesland.

‘Vijf locaties, ongeveer vijftig arbeidsmigranten aangetroffen en slechts één persoon was geregistreerd. Ze hadden geen huurovereenkomst. Ze hadden niks.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente)

4

4 Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

niet staan ingeschreven en dus illegaal wonen. In regio West-Friesland gaat er geregeld een ambtenaar van burgerzaken mee bij dergelijke controles om mensen in te kunnen schrijven.

‘Ik hoor vaak de vraag van de gemeente: zijn ze hier vijf jaar of langer? Dat is vaak de eerste vraag. Dat betekent niet dat ze geen rechten hebben. Ook als ze hier drie jaar zijn, kunnen ze al rechten hebben. We moeten bewijzen dat ze hier hebben gewerkt, belasting hebben betaald en een zorgverzekering hebben. Ik probeer alles om dit te bewijzen.’ (medewerker Stichting Barka) Arbeidsmigranten in de regio’s verblijven ook in andere leefsituaties van dak- en thuisloosheid, zoals bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten vanwege gebrek aan passende huisvesting. Geschat wordt dat de grootste groep arbeidsmigranten in een niet-conventionele woonruimte verblijft. Soms is dat een auto of de werkplek van de arbeidsmigranten, maar het vaakst is dit volgens betrokken professionals, in een woonruimte die wordt aangeboden door de werknemer, vaak tegen zeer hoge kosten. Professionals uit de zes regio’s geven aan dat de huisvesting van arbeidsmigranten voor werkgevers een zeer lonend verdienmodel is. Geregeld worden arbeidsmigranten gehuisvest op campings en vakantieparken. Ook worden arbeidsmigranten door de werkgever ondergebracht in wooncomplexen, particulier verhuurde huizen en hotels die specifiek worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Omdat wonen en werk doorgaans aan elkaar gekoppeld zijn, zijn arbeidsmigranten sterk afhankelijk van hun werkgever: het verlies van werk leidt tot verlies van huisvesting. Veel arbeidsmigranten hebben dus geen woonzekerheid. Zij zijn vaak gedwongen om genoegen te nemen met gebrekkige huisvesting: ze hebben geen alternatief en weten dat ze het risico lopen om hun baan en daarmee hun woonruimte te verliezen als ze hier tegen in protest komen. Betrokken professionals in de zes regio’s zien dat werkgevers vaak bewust gebruikmaken van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Zij rekenen hoge tarieven voor huisvesting van vaak zeer lage kwaliteit, wat hen veel geld oplevert. De door werkgevers verstrekte woonruimte is vaak in slechte staat en overbewoond. Niet zelden moeten arbeidsmigranten hun bed delen met anderen: de bedden worden vaak afwisselend gebruikt door mensen die overdag werken en mensen die ’s nachts werken. Ook delen sommige werkgevers boetes uit aan arbeidsmigranten als de woonruimte niet goed genoeg is opgeruimd, bijvoorbeeld als hun bed niet is opgemaakt en hun schoenen niet tegen de muur staan.

Regio west-friesland

‘Wij zagen bij de illegale kamerverhuur dat er een afhankelijkheidsrelatie is. Je kan niet klagen tegen je huisbaas want dat is ook je werkgever en dan verlies je misschien je baan. Het zijn slechte kamers, met slechte isolatie en waar schimmels zijn. Het is geen goede huisvesting. Enkele bedrijven doen het wel goed, maar het merendeel werkt met arbeidsbureaus. Ook wordt soms de huur ineens verhoogd met 200 euro, zonder dat dit mag.’ (medewerker maatschappelijke opvang) Arbeidsmigranten zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten. Gemeenten in de zes regio’s voeren vaak geen actief beleid om hen hierover te informeren en ook werkgevers doen dit (al dan niet bewust) vaak niet. Hierdoor krijgen arbeidsmigranten geen toegang tot belangrijke voorzieningen in Nederland, zoals uitkeringen, toeslagen en het kunnen inschrijven voor een woning. Onder andere Stichting Barka ondersteunt dak- en thuisloze arbeidsmigranten in Nederland hierbij.

46

De betrokken professionals in de zes regio’s zien dat arbeidsmigranten die samen met hun kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven voornamelijk verblijven bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten. Ook voor de kinderen heeft het gebrek aan toegang tot voorzieningen negatieve gevolgen. ‘De kinderen hebben geen burgerservicenummer en daardoor lopen ze voorzieningen mis. Ze hebben geen adres, ze wonen in bij iemand die niet wil dat ze zich inschrijven. De gemeente wil geen briefadres verschaffen. De kinderen zijn heel beperkt, doordat ze niet mee kunnen doen met de rest. Doordat de huisvesting niet op een goede manier kan worden geregeld, lopen de kinderen heel veel mis.’ (beleidsadviseur informatiepunt arbeidsmigranten)

4.2 Mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken 4.2.1 Zicht op het aantal mensen op campings en vakantieparken in de zes regio’s Uit de focusgroepen blijkt dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op of een reële inschatting kan maken van het aantal mensen dat noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken. Net als bij dak- en thuisloze arbeidsmigranten komt dat doordat veel mensen zich niet kunnen of willen inschrijven bij de gemeente en doordat het beleid en de uitvoeringspraktijk op dit terrein versnipperd zijn over verschillende gemeentelijke afdelingen en beleidsterreinen. Zo werken de afdelingen handhaving en sociaal domein bijvoorbeeld vaak niet met elkaar samen rondom dit thema, mede doordat gemeenten hier lang niet altijd prioriteit aan geven. Ook is de samenwerking met zorgorganisaties beperkt. ‘Het is vooral belangrijk om met alle domeinen aan tafel te zitten, anders krijg je nooit het hele beeld. […] Het bij elkaar brengen van al die verschillende domeinen vanuit de gemeente is al een uitdaging. Vanuit het zorgdomein is er inderdaad weinig zicht op, maar als je met veiligheid gaat praten hebben ze vaak wel een beetje een beeld, of de afdeling die verantwoordelijk is voor de BRP-inschrijvingen. Het bij elkaar brengen, daar win je het mee.

Het is echt een integrale aanpak, problematieken op vakantieparken zijn echt heel divers, die kun je nooit vanuit één domein oppakken.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie) Betrokken professionals uit de zes regio’s vinden dat gemeenten en vakantiepark- en campingeigenaren te weinig samenwerken bij het in beeld brengen van mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijven. Gemeenten geven aan dat eigenaren van campings en vakantieparken vaak terughoudend zijn in het verschaffen van informatie over deze mensen. ‘Ze associëren een dakloze met problemen en zeggen: “Wij hebben hier geen problemen.” Maar als je dan doorvraagt blijken er wel degelijk daklozen op de camping te zitten. Ze willen geen aandacht daarvoor.’ (medewerker gemeente) Om meer zicht te krijgen op de groep mensen die noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken zouden gemeenten volgens de betrokken professionals uit de zes regio’s een meer actieve en outreachende aanpak moeten hanteren. De mate waarin dit gebeurt loopt sterk uiteen. Veel gemeenten geven aan dat zij hiervoor onvoldoende capaciteit hebben en ook het ontbreken van alternatieve huisvesting maakt dat zij

47

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

De leefsituaties waarin dak- en thuisloze arbeidsmigranten zich bevinden, zijn divers volgens de professionals in de zes regio’s. Een deel van de dak- en thuisloze arbeidsmigranten verblijft in de openbare ruimte, zoals op straat, in de natuur, of in een parkeergarage. Een klein deel verblijft in een opvang voor dakloze mensen. In de winter verblijven zij vaak in de winternoodopvang, waar ze gratis kunnen verblijven als de koudweerregeling van kracht is. Professionals in de zes regio’s zien dat sommige werkgevers deze noodopvang benutten als huisvesting gedurende de winterperiode. Zij zetten arbeidsmigranten daar soms met busjes af. Wanneer er geen koudweerregeling van kracht is, krijgen dakloze arbeidsmigranten in de zes regio’s vaak geen toegang tot de opvang voor dakloze mensen. Zij worden vaak als ‘niet rechthebbend’ gezien, wat volgens de betrokken professionals lang niet altijd terecht is.

‘Het grootste probleem is huisvesting. Uitzendbureaus beloven goed werk en een goed salaris voor 40 uur per week, maar het is in de praktijk niet zo. [..] Ze belanden daardoor op straat. Ze hebben geen zorgverzekering en geen recht op opvang. Het is ook moeilijk om een briefadres te krijgen voor ze, want ze verblijven vaak nog te kort in Nederland. Het is een groot probleem op dit moment om iets te kunnen regelen voor deze mensen.’ (medewerker Stichting Barka)

4

4.1.3 Leefsituaties van dak- en thuisloze arbeidsmigranten

4.2.2 Profielkenmerken van mensen op campings en vakantieparken Volgens betrokken professionals in de zes regio’s is de groep mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijft heel divers. Het gaat om alleenstaande mannen, arbeidsmigranten, maar ook om alleenstaande ouders (vaker moeders dan vaders), volledige gezinnen (ook van arbeidsmigranten), jongeren, en starters op de woningmarkt. Aanleidingen voor noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Er zijn verschillende omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat mensen noodgedwongen op campings en vakantieparken terecht komen. Volgens professionals uit de zes regio’s raakte een deel van de mensen door persoonlijke omstandigheden hun huisvesting kwijt, bijvoorbeeld door schulden, een relatiebreuk, huiselijk geweld of de vondst van een wietplantage. Hieronder vallen ook dakloze gezinnen die zich niet durven melden bij de maatschappelijke opvang uit angst dat jeugdzorg hun kinderen bij hen wegneemt. Deze mensen hebben allen onvoldoende inschrijftijd om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning of komen bij woningcorporaties moeilijk aan een woning, bijvoorbeeld vanwege een verleden met hennepteelt of overlast. ‘De intentie is vaak: ik verblijf daar even en als ik een huis gevonden heb ga ik daar weer weg. Maar in deze gemeente zijn de wachttijden tussen de zes en acht jaar voor een woning.

Particuliere huur is voor veel mensen niet te doen, mensen zijn aangewezen op de sociale huurwoningen, urgentie is vaak niet bereikbaar. Gewoon scheiden is geen argument meer [voor urgentie] ook niet met kinderen.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken) Daarnaast zijn er studenten of starters die geen passende huisvesting kunnen vinden, terwijl het wonen bij hun ouders voor hen niet meer houdbaar is. Zij staan nog niet lang genoeg ingeschreven bij woningcorporaties om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. Particuliere huur en het kopen van een woning is voor hen te duur. ‘Er is een jonge doelgroep, mensen die gek thuis worden. Die betalen 800 euro en dan heb je een stacaravan of chalet.’ (medewerker branchevereniging recreatieparken)

Regio west-friesland

Voor arbeidsmigranten geldt volgens professionals in de zes regio’s dat zij vaak door hun werkgever worden geplaatst op campings en vakantieparken. Professionals in een van de zes regio’s geven aan dat er vakantieparken zijn waar honderden arbeidsmigranten verblijven. Arbeidsmigranten beschikken meestal niet over een huurcontract en verkeren daarmee permanent in grote onzekerheid over hun huisvesting. Zoals beschreven in paragraaf 4.1 komt het vaak voor dat zij met meerdere mensen een te kleine ruimte delen en dat de woonunits waar zij in verblijven in slechte staat zijn. De werkgevers vragen volgens de betrokken professionals desondanks exorbitant hoge bedragen voor deze woonruimten. ‘Ik kwam erachter dat er 12 mensen in een huisje zaten, terwijl er maar 6 bedjes waren. Dus bedjes worden dubbel verdeeld.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie)

48

‘Heel veel mensen wonen ook al heel lang op een vakantiepark, die zijn misschien wel thuisloos omdat ze op een campingpark hebben besloten te wonen, die hebben ook hun problematiek. Maar wonen daar wel het fijnst. Beetje prikkelvrij, buiten.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie) Op campings en vakantieparken verblijven ook mensen die zich bezighouden met criminele activiteiten en op deze manier onder de radar kunnen blijven. Deze groep mensen valt alleen onder de ETHOS-Light classificatie, indien er ook sprake is van een gebrek aan passende huisvesting en deze mensen dus nergens anders terecht zouden kunnen.

4.2.3 Leefsituaties van mensen die verblijven op campings en vakantieparken Mensen die noodgedwongen wonen op campings en vakantieparken verblijven volgens professionals in de zes regio’s in verschillende niet-conventionele woonruimten, zoals (sta)caravans, busjes en vakantiewoningen. De kwaliteit van deze woonruimten varieert sterk. Sommige bewoners wonen in relatief goede chalets, maar veel mensen verblijven in verwaarloosde caravans of huisjes die niet geschikt zijn voor permanent verblijf. ‘Er zijn hele mooie huisjes waarbij je denkt daar wil ik ook wel verblijven, maar er zijn ook caravans waarbij de achterwand van het toilet ontbrak. Het varieert van incomplete woningen tot mooie paleisjes. Er wonen ook vaker kinderen in caravans en vakantiewoningen van slechte kwaliteit.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken) De professionals uit de zes regio’s geven aan dat de woonruimten soms in zo’n slechte staat dat ze niet over basisvoorzieningen zoals stromend water, elektriciteit en/of verwarming beschikken. Professionals zien dat deze slechte omstandigheden een negatief effect hebben op de fysieke en mentale gezondheid van de bewoners. In het bijzonder bij gezinnen met kinderen vinden zij dit zeer zorgelijk.

‘Mensen wonen in een caravan maar hebben geen uitweg, die caravan is niet geschikt voor bewoning, bij wijze van spreken zak je zo door de vloer heen. Daar wonen mensen met een grote rugzak, die ook ziek zijn soms. Het is niet uit te leggen dat je mensen daar laat wonen. Soms kun je niet anders, maar het is de vraag of je dat moet willen.’ (medewerker gemeente) De mogelijkheden voor inschrijving op het adres waar mensen verblijven zijn vaak beperkt. Het is wettelijk vastgelegd in de Wet Basisregistratie Personen (BRP) dat gemeenten verplicht zijn om mensen in te schrijven op het adres waar zij daadwerkelijk verblijven, maar tegelijkertijd is permanent wonen op een camping of vakantiepark in strijd met het bestemmingsplan. Bovendien staan veel campings en vakantieparken inschrijving niet toe. De regels omtrent wonen en inschrijven op campings en vakantieparken lopen sterk uiteen bij de gemeente in de zes regio’s. Niet kunnen inschrijven belemmert de toegang tot zorg, onderwijs en sociale voorzieningen, zoals het kunnen ontvangen van uitkeringen of toeslagen. Ook hebben veel

49

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

‘Mensen met verslaving zorgen soms voor overlast en de huisvesting waar ze in wonen is vaak heel beroerd, niet brandveilig. Daar zit een volgend probleem: mensen zitten er vaak omdat ze nergens anders meer terecht kunnen. Als wij gaan handhaven dan is er geen vervangende woonruimte en moeten deze mensen naar de maatschappelijke opvang, en dat is ook een dilemma.’ (medewerker gemeente)

Er wonen ook mensen op campings en vakantieparken die buiten het zicht van instanties willen blijven. Bijvoorbeeld vanwege persoonlijke problemen of schulden of omdat ze geen hulp of bemoeienis willen. Verblijf op een camping of vakantiepark lijkt daarmee een bewuste keuze, maar wordt door hen vaak gezien als enige optie. Daarnaast verblijven er mensen op campings en vakantieparken die bewust buiten het zicht van instanties worden gehouden. Dit gaat om mensen die onder dwang op campings verblijven als gevolg van mensenhandel of uitbuiting (bijvoorbeeld gedwongen prostitutie). Volgens betrokken professionals uit de zes regio’s is dit een zorgwekkende groep die steeds vaker in beeld komt. Naast deze groepen zijn er ook mensen die bewust kiezen voor het verblijf op een camping of vakantiepark om andere redenen dan gebrek aan passende huisvesting. De betrokken professionals zien dat ook zij vaak in de problemen komen wanneer zij zich niet kunnen inschrijven en geen gebruik meer kunnen maken van allerlei voorzieningen.

4

dit soort situaties vaak gedogen. Ook is de aanpak erg afhankelijk van de bestuurlijke standpunten van de gemeente. Vaak grijpen zij alleen in na overlastmeldingen of wanneer duidelijk wordt dat er zorg nodig is.

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

bewoners geen huurcontract, waardoor zij voortdurend in woononzekerheid verkeren. Dit zorgt voor veel stress bij deze bewoners. Zij hebben het gevoel dat zij niet worden gezien door de gemeente.

Regio west-friesland

4

‘Het briefadres is een groot probleem, wij zijn meerdere keren naar de centrumgemeente geweest voor een briefadres, die zeiden: “Ga maar naar de gemeente waarin de camping ligt.” Die gemeente zei: “Laat zien dat je daar kunt blijven voor langere tijd.” De camping wilde dat niet uit angst voor handhaving. De centrumgemeente zei: “Zolang je geen drugs of drank gebruikt doen we niks voor je.” Op den duur ben ik teruggegaan en heb ik gezegd dat we onder een brug verbleven, pas toen kregen we een briefadres.’ (oud bewoner vakantiepark)

50

51

5

samenvatting en conclusies

5.1 Samenvatting 5.1.1 Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie in regio West-Friesland Deze telling brengt dak- en thuisloosheid in regio West-Friesland in beeld. Daarbij is gebruik gemaakt van een nieuwe telmethode en een voor Nederland nieuwe definitie: ETHOS-Light. Het gaat hier om een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen die werd uitgevoerd door medewerkers van organisaties die met dak- en thuisloze personen in contact staan. Voor het eerst zijn in deze regio ook kinderen, mensen ouder dan 65 jaar, mensen zonder verblijfspapieren en mensen in een grote verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid in beeld gebracht. De telling geeft inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen in de regio, de grote diversiteit aan leefsituaties van deze mensen en hun profielkenmerken. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Ongeveer de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld.

De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid overal voorkomt. In elk van de 7 deelnemende gemeenten werden mensen getroffen door dak- en thuisloosheid. Er werden 316 dak- en thuisloze personen geteld in Hoorn, 83 personen in Enkhuizen, 29 personen in Medemblik, 21 personen in Drechterland, 14 personen in Koggenland, 13 personen in Opmeer en 6 personen in Stede Broec. Of het totale aantal getelde personen hoger of lager is dan verwacht valt niet goed te zeggen. Het aantal dak- en thuisloze personen in deze regio is nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht. Bestaande cijfers, zoals de schattingen van het CBS en de cijfers van de Gemeentelijke Monitoring Sociaal Domein, geven weinig tot geen inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen op gemeentelijk en regionaal niveau. De door ons uitgevoerde telling is daarom in feite een nulmeting voor de regio en moet worden gezien als ondergrens, omdat ook met deze methode niet iedereen in beeld komt.

5.1.3 Profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen 5.1.2 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio West-Friesland Dak- en thuisloosheid is in dit onderzoek gedefinieerd aan de hand van de ETHOS-Light classificatie, een internationaal gevalideerde definitie voor het meten van dak- en thuisloosheid. 43 organisaties telden op 9 april 2024 in regio West-Friesland in totaal 559 dak- en thuisloze personen, waarvan 468 volwassenen en 91 kinderen. ETHOS-Light deelt dak- en thuisloosheid op in zes verschillende categorieën (zie Tabel 22), waaraan de onderzoekers in navolging van het onderzoeksteam van Katholieke Universiteit Leuven een zevende categorie toevoegden, namelijk personen die uit huis gezet dreigen te worden binnen een maand na de teldag terwijl zij geen passende woonoplossing hebben. Tabel 22. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen op 9 april 2024 Totaal getelde personen

559

Regio west-friesland

1. In de openbare ruimte

Aantal volwassenen

%

Aantal kinderen

%

17

4%

-

-

2. In noodopvang voor dakloze mensen

18

4%

-

-

3. In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

102

22%

33

36%

4. In een instelling

47

10%

2

2%

5. In niet-conventionele woonruimte

91

19%

19

21%

6. Bij familie/ vrienden/ derden

171

37%

34

37%

+ Dreigende huisuitzetting

12

3%

3

3%

Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd

10

2%

-

-

Totaal

468

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot respectievelijk 101% en 99% in plaats van 100%

91

100%*

De telling laat zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in regio West-Friesland heel divers is. Professionals gaven aan dat 70 procent van de getelde dak- en thuisloze mensen man was en 29 procent vrouw. Daarnaast was bij 4 personen de genderidentiteit onbekend. 16 procent van de personen is minderjarig, 84 procent was meerderjarig. Het percentage jongeren (18-27 jaar) was 45 procent. 75 procent van de mensen had de Nederlandse nationaliteit. 75 procent was alleenstaand zonder kinderen, 11 procent was alleenstaand met kinderen en 2 procent had een partner en kinderen. 36 procent was korter dan één jaar dak- of thuisloos en 31 procent langer dan twee jaar. 43 procent van de getelde personen ontving een inkomen uit een uitkering, 30 procent had inkomen uit werk en 8 procent had geen inkomen. Bij 28 procent van de dak- en thuisloze personen was er een vermoeden van een verslaving en bij 42 procent was er sprake van een vermoeden van psychische/psychiatrische problematiek. De verblijfssituatie van de getelde dak- en thuisloze mensen blijken niet statisch: een deel van de getelde dak- en thuisloze mensen verbleef in de twee weken voorafgaand aan de telling in verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

5.2 Conclusies Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de belangrijkste resultaten van de telling. Op basis van de verzamelde gegevens en de reflecties daarop lichten we enkele conclusies uit 7.

5.2.1 Veel vrouwen zijn dak- of thuisloos Ook dit jaar zijn veel dak- en thuisloze vrouwen geteld. In West-Friesland verbleven er 138 vrouwen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid. Dit is 29% van de getelde volwassen personen. Dit percentage is hoger dan percentages die uit bestaande cijfers naar voren komen. Dak- en thuisloze vrouwen verbleven

7

De conclusies in deze rapportage komen grotendeels overeen met de conclusies die beschreven staan in de onderzoeksrapportages van de andere vijf regio’s die deelnamen aan het ETHOS-telling in 2024.

54

55

samenvatting en conclusies

Dit rapport beschrijft de resultaten van de ETHOS-telling in regio West-Friesland. Dit hoofdstuk vat de resultaten samen, geeft de belangrijkste conclusies weer en blikt terug op de telling.

5

5 Samenvatting en conclusies

De telling brengt een grote diversiteit aan leefsituaties in beeld. Er verbleven 17 volwassenen in de openbare ruimte en 18 volwassenen in de noodopvang. In geen van beide verblijfscategorieën zijn kinderen geteld in de nacht van 8 op 9 april. Daarnaast verbleven er 102 volwassenen en 33 kinderen in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen. 47 volwassenen en 2 kinderen verbleven langer dan nodig in een instelling vanwege gebrek aan een woonoplossing of moesten binnen 30 dagen na de teldag een instelling verlaten zonder dat zij een woonoplossing hadden. 91 volwassenen en 19 kinderen verbleven in een niet-conventionele woonruimte zoals een hotel/B&B, boot, schuur/garage, auto of een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract. 171 volwassenen en 34 kinderen verbleven tijdelijk bij familie, vrienden of derden. Verder verbleven er 12 volwassenen en 3 kinderen in een woning met een dreigende huisuitzetting binnen een maand na de teldag.

5.2.2 Dak- en thuisloosheid treft een groot aantal kinderen en jongeren De tellingen laten zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen en jongeren treft. 45% van de getelde daken thuisloze personen was jonger dan 28 jaar. Op één gemeente na, werden in alle gemeenten in de regio kinderen geteld in een situatie van dak- en thuisloosheid. In totaal zijn er 91 dak- en thuisloze kinderen geteld. Deze kinderen verbleven meestal samen met één of meerdere ouders. 3 kinderen verbleven zonder een ouder in deze situatie. De meeste kinderen verbleven bij familie, vrienden of derden (37%). 36% van deze kinderen verbleef in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (meestal een gezinsopvang) en 21% verbleef in niet-conventionele woonruimten, zoals een stacaravan of een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract. Dak- en thuisloosheid treft kinderen ook indirect: 153 kinderen waren niet zelf dak- of thuisloos, maar hadden wel een ouder die dak- of thuisloos was (meestal hun vader). Daarnaast waren er 160 jongeren (18-27 jaar) dak- of thuisloos. Zij vormden meer dan een kwart van de getelde dak- en thuisloze personen (29%). Jongeren zijn meestal alleenstaand zonder kinderen (77%) en verbleven vooral in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (38%) of bij familie, vrienden of derden (36%).

Veel dak- en thuisloze mensen verkeren al een heel lange tijd in een precaire woonsituatie. Uit de telling blijkt dat 144 mensen twee jaar of langer dak- of thuisloos waren. Dit is bijna een derde (31%) van de getelde volwassenen. Mensen die twee jaar of langer dak- of thuisloos waren, verbleven meestal bij familie, vrienden of derden (46%), in niet-conventionele woonruimten (17%) of in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (16%). Meer dan driekwart van de personen was man (78%) en 6% leefde samen met één of meer kinderen in een situatie van dak- en thuisloosheid. Ook veel jongeren verbleven langdurig in een situatie van dak- of thuisloosheid: 16% van de groep langdurig dak- en thuisloze personen was tussen de 18 en 27 jaar oud. Daarnaast had meer dan drie kwart van de mensen die langdurig dak- of thuisloos waren de Nederlandse nationaliteit (81%), en had 8% de nationaliteit van een land buiten de EU.

5.2.6 Het organiseren van een ETHOS-telling levert veel op Uit de resultaten van deze telling blijkt dat het betrekken van een breed scala aan organisaties van cruciaal belang is om zicht te krijgen op de problematiek van dak- en thuisloosheid. Het draagvlak voor de telling onder de organisaties in de regio was groot: vele organisaties namen actief deel aan de startdag en de informatiesessies. Organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloze mensen brachten meer dan de helft van de getelde personen in beeld. Naast zicht op aantallen en profielkenmerken leidde de telling tot grotere betrokkenheid van deze organisaties bij de problematiek van dak- en thuisloosheid en tot bewustwording van de grote verscheidenheid aan leefsituaties. Daarnaast resulteerde de gezamenlijke organisatie van de telling tot versterking van de samenwerking tussen deelnemende organisaties.

5.2.3 Arbeidsmigranten op straat vormen het topje van de ijsberg Dakloze EU-burgers vormen in het straatbeeld een duidelijk zichtbare groep. 41% van de mensen die op straat verbleef, was EU-burger met een niet-Nederlandse nationaliteit. Volgens de betrokken professionals is het overgrote deel van deze mensen (voormalig) arbeidsmigrant. Zij gaven aan dat arbeidsmigranten die in de openbare ruimte verblijven slechts het topje van de ijsberg zijn. Dakloze EU-burgers met een nietNederlandse nationaliteit verblijven zelden in de opvang, omdat zij daar meestal niet worden toegelaten. De betrokken professionals geven aan dat arbeidsmigranten wegens gebrek aan passende huisvesting vaak verblijven in niet-conventionele woonruimten - zoals een stacaravan op een vakantiepark - of bij vrienden, familie of derden. Bij deze telling werd opnieuw duidelijk dat het bijzonder moeilijk is om zicht te krijgen op de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in deze leefsituaties. Bij gemeenten en andere telorganisaties zijn zij vaak zeer beperkt in beeld. De professionals die deelnamen aan de telling en aan het kwalitatieve onderzoek vermoeden dat het werkelijke aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zeer groot is.

Regio west-friesland

5.2.4 Veel mensen verblijven noodgedwongen in niet-conventionele woonruimten

5.3 Terugblik op de ETHOS-telling in regio West-Friesland In 2023 vond de ETHOS-telling voor het eerst plaats in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Deze telling was een pilot om te onderzoeken welke groepen dak- en thuisloze mensen in beeld komen met de ETHOS-telling en wat het draagvlak is voor het uitvoeren van zo’n telling in Nederland. Deze tweede telronde in 2024 waar regio West-Friesland aan deelnam laat opnieuw zien dat de telling een geschikte methode is om dak- en thuisloosheid in Nederland in kaart te brengen. Daarmee zijn we de pilotfase voorbij. Consistente resultaten De resultaten van de twee telrondes geven een consistent beeld van dak- en thuisloosheid. De tellingen laten zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in alle deelnemende regio’s zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische en verslavingsproblematiek. De resultaten van beide telrondes halen dit beeld onderuit. We zien een grote diversiteit van dak- en thuisloze personen en we zien veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

In elk van de gemeenten in regio West-Friesland werden er volwassenen geteld die in niet-conventionele woonruimten verbleven vanwege een gebrek aan passende huisvesting. In totaal betrof dit 91 volwassenen (19%). Zij verbleven bijvoorbeeld in een hotel/B&B, boot, schuur/garage, auto of een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract. Ook kinderen verbleven noodgedwongen op plekken die niet geschikt zijn voor bewoning: in totaal zijn er 19 kinderen in niet-conventionele woonruimten geteld. Volgens professionals in de regio verblijven veel meer dak- en thuisloze mensen noodgedwongen op campings, vakantieparken en in hotels dan uit deze telling naar voren komt. Gemeenten en andere organisaties die bij de telling betrokken zijn hebben hen niet altijd goed in beeld.

Veel draagvlak voor de telling De betrouwbaarheid van de resultaten hangt sterk af van de mate waarin relevante stakeholders zoals gemeenten, zorginstanties en maatschappelijke organisaties bereid zijn om aan de telling mee te werken en de methode onderschrijven. In regio West-Friesland was er veel draagvlak voor de telling: in grote lijnen waren alle relevante organisaties bereid om aan de telling deel te nemen. Deze organisaties lieten bovendien een grote betrokkenheid bij de telling zien. In totaal telden 43 organisaties mee.

56

57

samenvatting en conclusies

5.2.5 bijna een derde van de getelde volwassenen is langdurig dak- of thuisloos

5

met name in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (37%), bij familie, vrienden of derden (36%) en in niet-conventionele woonruimten (17%). Ook werden er 2 vrouwen in de openbare ruimte geteld (1%). De meeste alleenstaande dak- en thuisloze ouders waren vrouw (77%). Daarnaast waren 2 dak- en thuisloze vrouwen zwanger.

samenvatting en conclusies 5

Veel groepen goed in beeld Samen met medewerkers van de betrokken gemeenten en andere telorganisaties in regio West-Friesland reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling de situatie in hun regio goed weergeven. De betrokkenen geven aan dat dit in grote lijnen het geval is. Zij onderstrepen dat de ETHOS-telling veel groepen in beeld brengt die niet in andere cijfers voorkomen. Op basis van de resultaten uit ronde 1 en ronde 2 concluderen we daarom dat de ETHOS-telling beter zicht geeft op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was. Op enkele groepen is onvoldoende zicht Net als bij de eerste telronde zijn een aantal specifieke groepen niet volledig in beeld gebracht. Daarbij gaat het om dak- en thuisloze arbeidsmigranten, personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken en in anti-kraakwoningen, en dak- en thuisloze mensen zonder verblijfspapieren (ongedocumenteerde mensen). In deze tweede ronde van de ETHOS-telling hebben de deelnemende organisaties extra ingezet op het in kaart brengen van deze groepen. Hierdoor zijn deze groepen bij deze ronde iets beter in beeld gekomen. Op basis van de gesprekken met professionals in regio West-Friesland kunnen we echter concluderen dat de genoemde groepen ook deze ronde niet volledig in beeld zijn gebracht.

Dit komt voornamelijk doordat zij niet in contact staan met de organisaties die deelnemen aan de telling. Redenen hiervoor kunnen zijn dat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of dat zij contact met instanties bewust uit de weg gaan. In het geval van arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zien we ook dat mensen bewust onder de radar worden gehouden door uitzendbureaus.

Regio west-friesland

Toenemend bewustzijn van eigen rol in aanpak dakloosheid Tijdens de informatiesessies is veel gesproken over stereotype beelden van dak- en thuisloosheid. Ook kwam gedurende het onderzoeksproces regelmatig aan de orde dat zichtbare dakloosheid slechts het topje van de ijsberg is en dat een groot deel van de dak- en thuisloze mensen vaak buiten beeld blijft. Veel deelnemers gaven aan dat zij door deelname aan de informatiesessies en door hun bijdrage aan het onderzoek anders zijn gaan kijken naar dak- en thuisloosheid. Het bewustzijn dat dak- en thuisloosheid heel divers is nam door het onderzoek toe. Veel medewerkers van de betrokken organisaties waren zich voorheen niet bewust van het feit dat zij met dak- en thuisloze personen in contact staan. Door de telling groeide het besef dat de problematiek van dak- en thuisloosheid veel breder is dan vaak wordt gedacht en dat een veelheid aan partijen noodzakelijk is in het signaleren en aanpakken van dak- en thuisloosheid in de regio. Dit is belangrijk, omdat al deze partijen een rol kunnen spelen bij het oplossen van dak- en thuisloosheid.

58

59

6

blik op de toekomst

6.1 Van tellen naar oplossen Voor effectief beleid is inzicht in het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen en hun profielkenmerken cruciaal. Met de resultaten van deze telling bieden we gemeenten in regio West-Friesland dit inzicht. De regio kan de resultaten van de telling benutten bij het ontwikkelen van een aanpak gericht op het uitbannen van dakloosheid in 2030, de ambitie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030). De telling brengt bijvoorbeeld groepen in beeld die voorheen voor beleidsmakers onzichtbaar waren, geeft handvatten voor beleid en laat zien waar versterking van een preventieve aanpak nodig is. Dit doen gemeenten in samenspraak met belangrijke regionale partijen die ook betrokken waren bij de telling. Samenwerking tussen regionale partijen versterkt Door het gezamenlijk uitvoeren van deze telling is de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. Dit is een belangrijk resultaat van het onderzoeksproces. De diversiteit aan organisaties die deelnamen aan de telling laat zien dat het oplossen en voorkomen van dakloosheid vraagt om de inzet en samenwerking van een groot aantal partijen. De gemeenten uit de regio zijn nu aan zet om de regionale aanpak van dakloosheid samen met alle betrokken organisaties vorm te geven.

Zij kunnen daarbij voortborduren op de samenwerking die door de organisatie en uitvoering van de telling is ontstaan. In regio Meijerij en Bommelerwaard heeft een aantal gemeenten op basis van de resultaten van de telling in de eerste ronde al veel concrete stappen gezet om dak- en thuisloosheid aan te pakken (Wewerinke et al., 2023b). Herhaling van de telling De uitgevoerde telling is een belangrijke nulmeting. Effecten van nieuw beleid gebaseerd op deze telling zullen naar verwachting zichtbaar beginnen te worden na een periode van drie tot vier jaar. Een nieuwe telling kan dan een belangrijk middel zijn om na te gaan in hoeverre de getroffen maatregelen effectief zijn. Bijdrage aan Europese ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid De resultaten van de telling in regio West-Friesland vormen een belangrijke bijdrage aan het in kaart brengen van dak- en thuisloosheid op Europees niveau. In opdracht van de Europese commissie werkt regio WestFriesland met 14 andere Europese steden mee aan de ontwikkeling van een geharmoniseerde methode voor de verzameling van data over de aard en omvang dak- en thuisloosheid in Europa. De resultaten van dit internationale project worden in januari 2025 verwacht.

6.2 Derde telronde (2025)

Regio west-friesland

Het is de ambitie van Hogeschool Utrecht en Kansfonds om in heel Nederland heldere, betrouwbare en vergelijkbare cijfers van dak- en thuisloosheid te verkrijgen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op het in kaart brengen van alle dak- en thuisloze mensen aan de hand van de ETHOS-Light definitie. Het afgelopen jaar zijn er vanuit de nationale politiek een aantal initiatieven genomen om de ETHOSLight definitie leidend te maken in beleid en wettelijk vast te leggen als de geldende definitie van dak- en thuisloosheid (Beckerman & Westerveld, 2014). Daarnaast werd het zicht krijgen op de groep dak- en thuisloze mensen op regionaal niveau onderdeel van het ‘Dashboard Aanpak Dakloosheid’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarmee de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid in iedere Maatschappelijke Opvangregio gemonitord wordt. De komende jaren werken wij in samenwerking met het Rijk en gemeenten verder aan een landelijke opschaling van de ETHOS-tellingen. Op weg naar deze landelijke opschaling breiden we het aantal regio’s dat deelneemt aan de ETHOS-tellingen opnieuw uit: in 2025 nemen maar liefst 9 regio’s met in totaal 57 gemeentes deel aan de ETHOS-tellingen. Deze regio’s zijn: Amsterdam-Amstelland, Den Haag, Den Helder, Eindhoven, IJssel-Vecht, MaastrichtHeuvelland, Maassluis-Vlaardingen-Schiedam, Valleiregio en Zaanstreek. De resultaten van de derde

62

63

blik op de toekomst

6 Blik op de toekomst

6

telronde verwachten we in oktober 2025. Voor de vierde telronde (2026) hebben 11 nieuwe regio’s zich aangemeld. We zien bij alle regio’s die willen deelnemen een sterke ambitie om dakloosheid goed in beeld te brengen en om de inzichten die voortkomen uit de ETHOS-telling te gebruiken voor het versterken van de regionale aanpak. Regio’s die interesse hebben in het organiseren van een ETHOS-telling kunnen hiervoor contact opnemen met Kansfonds.

Referenties

Bijlagen

Al Shamma, S., Van Straatten, B., Boersma, S., Rodenburg, S., Van der Laan, J., Van de Mheen, D. & Wolf, J. (2015). Dakloze mensen in de vier grote steden: veranderingen in 2,5 jaar. Eindrapportage Coda-G4. Rotterdam: Instituut voor Verslavingsonderzoek.

Bijlage 1: ETHOS-classificatie

Baptista, I., & Marlier, E. (2019). Fighting homelessness and housing exclusion in Europe: A study of national policies. European Social Policy Network (ESPN). European Commission. Beckerman, S., & Westerveld, L. (2014). Initiatiefnota Dakloosheid: ‘Er moet wat gebeuren, dit is mensonwaardig. Verkregen via: https://www.sp.nl/sites/default/files/initiatiefnota_dakloosheid.pdf

ETHOS

Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6, 219-226.

What is ETHOS?

FEANTSA. (2005). ETHOS: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Verkregen via: https://www.feantsa.org/ download/ethos2484215748748239888.pdf FEANTSA. (2018). ETHOS Light: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Measurement of Homelessness at European Union Level. Verkregen via: www.feantsa.org/download/fea-002-18-update-ethos-light-0032417441788687419154.pdf. Hermans, K. (2021). Tellingen dak- en thuisloosheid. Globaal rapport. Verkregen via https://media.kbs-frb.be/nl/media/7768/ pub2021_3767_dakenthuisloosheid_globaal_nl_def.pdf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=7b3ee760-b740-49df-9f8a-4292e6974db1