CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Ethos-telling van dak- en thuisloosheid, Regio West-Friesland, H4

Informatiebijeenkomst 6 februari 2025, gemeente Medemblik20.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid

Regio west-friesland

Iedereen telt mee ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid in regio west-friesland

Onderzoeksrapportage

Hogeschool Utrecht Lectoraat Wonen en Welzijn

Colofon De ETHOS-telling is een initiatief van Hogeschool Utrecht en Kansfonds. Uitvoering Hogeschool Utrecht, Lectoraat Wonen en Welzijn Met medewerking van Regio West-Friesland (regionale coördinatie door Paulien van den Berge) Catelijne Akkermans (kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en campings en vakantieparken) Jan de Vries (onderzoeker vanuit mensenrechtenperspectief) Ronja Bruijns (onderzoeker met ervaringskennis) Auteurs Annabel Scheepers, MSc Dr. Sandra Schel Lincy Scholten, MSc Marte Kuijpers, MSc Dr. Lia van Doorn Drs. Dorieke Wewerinke In samenwerking met KU Leuven: prof. dr. Koen Hermans, Nana Mertens en Evelien Demaerschalk Financier Kansfonds (coördinatie door Willem van Sermondt, Esther Vogel en Eva Mos) Ontwerp Anke Muijsers - www.visual-research.studio (vormgeving) Marieke Odekerken - www.mariekeodekerken.nl (fotografie) Datum publicatie: 9 oktober 2024 Bronvermelding bij gebruik van deze rapportage: Scheepers, A., Schel, S., Scholten, L., Kuijpers, M., van Doorn, L., & Wewerinke, D. (2024). Iedereen telt mee. Resultaten ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid in regio West-Friesland. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

9

1.1

Aanleiding voor de telling

10

1.2

Noodzaak tot andere telling van dakloosheid in Nederland

10

1.3

De ETHOS-Light definitie van dakloosheid

10

1.4

Aanvullend kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

11

1.5

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2 Methode ETHOS-telling

15

2.1

Onderzoeksmethode

16

2.2

Afbakening van de doelgroep

16

2.3

Onderzoeksprocedure

18

2.4

Invullen van de vragenlijst

19

2.5

Voorkomen van dubbeltellingen

19

2.6

Organisatie van de telling

19

2.7

Deelnemende organisaties

21

2.8

Non-respons

22

2.9

Betrouwbaarheid van de resultaten

22

Hoofdstuk 4 Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

43

4.1

Arbeidsmigranten in een situatie van dak- of thuisloosheid

44

4.1.1 Zicht op het aantal dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s

44

4.1.2 Profielkenmerken van dak- en thuisloze arbeidsmigranten

45

4.1.3 Leefsituaties van dak- en thuisloze arbeidsmigranten

46

Mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken

47

4.2.1 Zicht op het aantal mensen op campings en vakantieparken in de zes regio’s

47

4.2.2 Profielkenmerken van mensen op campings en vakantieparken

48

4.2.3 Leefsituaties van mensen die verblijven op campings en vakantieparken

49

4.2

Hoofdstuk 5 Samenvatting en conclusies

53

5.1

Samenvatting

54

5.1.1 Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie in regio West-Friesland

54

5.1.2 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio West-Friesland

54

5.1.3 Profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen

55

Conclusies

55

5.2.1 Veel vrouwen zijn dak- of thuisloos

55

5.2.2 Dak- en thuisloosheid treft een groot aantal kinderen en jongeren

56

5.2.3 Arbeidsmigranten op straat vormen het topje van de ijsberg

56

5.2.4 Veel mensen verblijven noodgedwongen in niet-conventionele woonruimten

56

5.2.5 Bijna een derde van de getelde volwassenen is langdurig dak- of thuisloos

57

5.2.6 Het organiseren van een ETHOS-telling levert veel op

57

Terugblik op de ETHOS-telling in regio West-Friesland

57

5.2

2.10 Kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

23

Hoofdstuk 3 Algemene resultaten van de telling

25

3.1

Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio West-Friesland

26

3.1.1 In openbare ruimte

26

3.1.2 In noodopvang voor dakloze mensen

27

3.1.3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

27

3.1.4 In een instelling

27

3.1.5 In een niet-conventionele woonruimte

28

3.1.6 Bij familie, vrienden of derden

29

3.1.7 Dreigende huisuitzetting

29

3.1.8 Verblijfssituatie 26 maart – 9 april 2024

30

Bijlage 1: ETHOS-classificatie

65

3.1.9 Aantal dak- en thuisloze volwassenen en kinderen per gemeente

30

Bijlage 2: ETHOS-Light

66

De profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen

33

Bijlage 3: Deelnemende diensten en (sub)organisaties

67

3.2.1 Gender

33

3.2.2 Leeftijd

33

3.2.3 Nationaliteit en geboorteland

34

3.2.4 Samenstelling huishouden

35

3.2.5 Gezondheid

36

3.2.6 Verleden in een instelling

36

3.2.7 Inkomstenbronnen

37

3.2.8 Actieve begeleiding

38

3.2.9 Briefadres

38

3.2.10 Aanleiding(en) voor dak- en thuisloosheid

39

3.2.11 Duur van dak- en thuisloosheid

40

Opvang van Oekraïense vluchtelingen

41

3.2

3.3

5.3

Hoofdstuk 6 Blik op de toekomst

61

6.1

Van tellen naar oplossen

62

6.2

Derde telronde (2025)

62

Referenties

64

Bijlagen

65

1

Inleiding

inleiding

1.1 Aanleiding voor de telling De Nederlandse overheid stelt zich ten doel om dakloosheid volledig uit te bannen vóór 2030 (Ministerie van BZK et al., 2022). Om dit doel te bereiken zijn gegevens over de aard en omvang van dak- en thuisloosheid in Nederland van cruciaal belang. Hoeveel mensen er dak- en thuisloos zijn in Nederland is echter niet duidelijk. Ook is niet bekend wat hun kenmerken en leefsituaties zijn. In het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) wordt gewezen op het belang van betere monitoring van dakloosheid, zodat er gericht kan worden gestuurd aan de hand van kwantitatieve gegevens. De huidige monitoring van dakloosheid in Nederland biedt hiertoe onvoldoende mogelijkheden (Ministerie van BZK et al., 2022). Om beter zicht te krijgen op de aard en omvang van dak- en thuisloosheid voerde Hogeschool Utrecht in samenwerking met Kansfonds in 2024 voor de tweede keer de ETHOS-telling uit. Ditmaal in zes Nederlandse regio’s: regio Breda met centrumgemeente Breda, regio Gelderland-Zuid met centrumgemeente Nijmegen, regio Hart van Brabant met centrumgemeente Tilburg, regio Holland-Rijnland met als grootste gemeente Leiden, regio West-Friesland met centrumgemeente Hoorn en regio Westelijke Mijnstreek met centrumgemeente Sittard-Geleen.

Hierbij werd gebruik gemaakt van een voor Nederland nieuwe definitie van dakloosheid, de ETHOS-Light classificatie, en van een nieuwe telmethode. Dit rapport bevat de resultaten van de telling die plaatsvond op 9 april 2024 in regio West-Friesland. De telling is uitgevoerd in nauwe samenwerking met de gemeenten die onderdeel uitmaken van deze regio: Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec. Het onderzoeksteam van Hogeschool Utrecht werd ondersteund door het onderzoeksteam van de Katholieke Universiteit Leuven dat de toegepaste telmethode ontwikkelde. Dit onderzoeksteam, onder leiding van prof. dr. Koen Hermans, past de telmethode sinds 2020 met succes toe in een groot aantal Belgische regio’s. Met toestemming van de Katholieke Universiteit Leuven passen wij de methode dit jaar voor de tweede keer toe in Nederland. Met het uitvoeren van de telling geven de gemeenten in regio West-Friesland, Hogeschool Utrecht en Kansfonds een impuls aan het in kaart brengen van dak- en thuisloosheid in Nederland. De betrokken gemeenten hebben de ambitie om dak- en thuisloosheid in hun regio gedegen aan te pakken. Zij willen hun beleid gericht op preventie en aanpak van dakloosheid baseren op concrete cijfers en profielkenmerken van dak- en thuisloze mensen in hun regio.

De ETHOS-Light definitie sluit goed aan bij het feit dat de verblijfssituatie van dak- en thuisloze mensen vaak wisselt. Mensen verblijven bijvoorbeeld (noodgedwongen) afwisselend tijdelijk bij vrienden, in nietconventionele woonruimten, in de noodopvang voor dakloze mensen of op straat (Schel et al., 2023). Uit onderzoek blijkt dat een huisuitzetting een belangrijke route is naar dakloosheid (Al Shamma et al., 2015). Om die reden heeft het onderzoeksteam van de Katholieke Universiteit Leuven een zevende categorie aan de classificatie toegevoegd: mensen die hun woning binnen een maand moeten verlaten zonder dat zij zicht hebben op een passende woonoplossing (Hermans et al., 2021). Met de ETHOS-Light definitie kan naast zichtbare dakloosheid ook verborgen dakloosheid in beeld worden gebracht, met name onder mensen die verblijven bij vrienden, familie of derden en onder mensen die verblijven in een niet-conventionele woonruimte, zoals een auto, stacaravan, schuur of woning zonder basisvoorzieningen. ETHOS-Light categorieën + dreigende huisuitzetting 1.

Mensen die verblijven in de openbare ruimte

2.

Mensen die verblijven in de noodopvang voor dakloze mensen

3.

Mensen die verblijven in tijdelijke opvang voor dakloze mensen

4.

Mensen die een instelling verlaten zonder passende vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting

5.

Mensen die verblijven in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan passende huisvesting

6.

Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of derden

+

Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting

De ETHOS-Light definitie van dakloosheid was leidend bij de telling die in regio West-Friesland werd uitgevoerd. Omdat bij deze definitie de leefsituatie centraal staat, wordt iedereen die zich bevindt in een leefsituatie die valt onder de ETHOS-Light categorieën beschouwd als dak- of thuisloos. Daarbij maakt het niet uit welke status mensen hebben voor de wet en voor beleid. Concepten als wettelijke verblijfsstatus, regiobinding en recht op voorzieningen spelen geen rol in het al dan niet geteld worden.

1.2 Noodzaak tot andere telling van dakloosheid in Nederland In Nederland wordt dakloosheid op verschillende manieren in kaart gebracht. De methoden die hierbij gebruikt worden, kennen echter veel beperkingen. Daardoor wordt niet de gehele populatie in kaart gebracht: onder meer kinderen, vijfenzestigplussers en ongedocumenteerde mensen komen niet in de bestaande cijfers voor. Bovendien is het met de gehanteerde methoden niet mogelijk om een goed beeld te krijgen van dak- en thuisloosheid op regionaal- en gemeentelijk niveau. Hierdoor kan geen passend beleid worden gemaakt gericht op het voorkomen en uitbannen van dak- en thuisloosheid. Een uitgebreide toelichting hierop is te vinden in de onderzoeksrapporten van de eerste ETHOS-tellingen.

verblijf op campings en vakantieparken

De ETHOS-Light classificatie wordt binnen de Europese Unie en door vooraanstaande onderzoekers in Europa gezien als de best onderbouwde manier om dakloosheid te meten (Edgar, 2012; Baptista & Marlier, 2019). ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en definieert

Bij de pilot ETHOS-tellingen in 2023 bleek het moeilijk om dak- en thuisloosheid onder arbeidsmigranten en mensen die verblijven op campings en vakantieparken goed in beeld te krijgen. Deze groepen overlappen ook deels, omdat veel arbeidsmigranten op campings en vakantieparken verblijven. De ETHOS-telling gaat uit van medewerking van organisaties die in contact staan met dak- en thuisloze personen (zie Hoofdstuk 2 voor nadere toelichting op de methode). Echter, de organisaties die meetelden in 2023 hadden onvoldoende zicht op deze specifieke groepen. In 2024 is daarom extra inzet gepleegd om organisaties te betrekken die in contact staan met arbeidsmigranten en mensen die verblijven op campings en vakantieparken. Desondanks is het niet gelukt om deze groepen volledig in beeld te krijgen. Om een beter begrip van en zicht op deze groepen te verkrijgen is daarom besloten om ook een aanvullend kwalitatief onderzoek uit te voeren naar dak- en thuisloosheid onder arbeidsmigranten en mensen die verblijven op campings en vakantieparken.

10

11

1.3 De ETHOS-Light definitie van dakloosheid Regio west-friesland

1.4 Aanvullend kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en

1

1 Inleiding

dakloosheid als een gebrek aan volwaardige huisvesting. De brede ETHOS classificatie bestaat uit dertien operationele categorieën die een onvolwaardige huisvestingssituatie beschrijven. Deze zijn onderverdeeld in vier conceptuele categorieën: dakloosheid, thuisloosheid, onveilige huisvesting en onbehoorlijke huisvesting (FEANTSA, 2005; zie ook Bijlage 1). Voor het meten van dakloosheid werd in 2006 een afgeslankte versie geïntroduceerd: ETHOS-Light (zie kader). Deze versie omvat zes van de dertien categorieën van de brede ETHOS classificatie en geldt als een minimale classificatie van dakloosheid. Alle mensen die geen eigen (t)huis hebben kunnen hiermee in beeld worden gebracht (FEANTSA, 2018; zie ook Bijlage 2).

inleiding 1

1.5 Leeswijzer

Regio west-friesland

Hoofdstuk 2 van dit rapport geeft een beschrijving van de methode van de ETHOS-telling. Hoofdstuk 3 geeft de resultaten van de ETHOS-telling weer. Hoofdstuk 4 geeft de resultaten weer van het kwalitatieve deelonderzoek naar arbeidsmigranten en personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Hoofdstuk 5 geeft een samenvatting en beschrijft de conclusies van het onderzoek en in Hoofdstuk 6 blikken we vooruit op de toekomst.

12

13

2

methode ethos-telling

Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de aard en omvang van dak- en thuisloosheid in regio West-Friesland door middel van een regionale telling van dak- en thuisloosheid. De volgende twee onderzoeksvragen staan daarbij centraal: 1. Hoeveel personen zijn dak- of thuisloos in regio West-Friesland en in welke leefsituatie bevinden deze personen zich? 2. Wat is het profiel van de dak- en thuisloze personen in regio West-Friesland?

1. In openbare ruimte

Mensen die verblijven in de openbare ruimte (op straat of in de natuur).

2. In noodopvang voor dakloze mensen

Mensen die in laagdrempelige en kortdurende opvang voor dakloze mensen verblijven, zoals nachtopvang, dag- en nachtopvang, noodopvang of winteropvang.

3. In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

Mensen die in een tijdelijke opvangplek voor dakloze mensen verblijven, zoals 24-uurs opvang, crisisopvang, vrouwenopvang, jongerenopvang, gezinsopvang, doorstroomwoningen of alternatieve tijdelijke opvang specifiek bedoeld voor dakloze mensen.

4. Mensen die uitstromen uit een instelling/ langer verblijven in een instelling

a. Mensen die binnen een maand na de teldag een instelling verlaten zonder passende vervolghuisvesting (bijvoorbeeld de gevangenis, ziekenhuis, jeugdzorginstelling, GGZ-instelling, beschermd wonen of AZC) b. Mensen die vanwege een gebrek aan passende huisvesting langer dan nodig verblijven in een instelling.

5. In niet-conventionele woonruimten

Mensen die verblijven in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan een passende woonoplossing. Bijvoorbeeld in een (sta)caravan, hut, garage, kraakpand, auto, op een camping, in een hotel/ B&B, een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract of een woning zonder basisvoorzieningen zoals een keuken of badkamer.

6. Bij familie, vrienden of derden

Mensen die tijdelijk verblijven bij (gast)familie, vrienden of derden, wegens gebrek aan eigen huisvesting.

+. Dreigende huisuitzetting

Mensen die hun woning binnen een maand na de teldag moeten verlaten, zonder dat zij zicht hebben op een stabiele woonoplossing. Bijvoorbeeld vanwege: een betekend vonnis tot gerechtelijke huisuitzetting, een beslissing onbewoonbaarheid, beslissing ongeschiktheid, een beëindigd of verlopen huur- of omklapcontract, terugnamebevel van een koopwoning, tijdelijke sluiting van de woning op basis van Wet Damocles of vanwege sloop of renovatie.

2.1 Onderzoeksmethode Om bovenstaande onderzoeksvragen te beantwoorden is er gebruik gemaakt van een point-in-time telling. Bij een point-in-time telling wordt op een bepaald moment (dag of week) een telling georganiseerd in een geografisch afgebakend gebied (Hermans et al., 2021). Er zijn verschillende manieren om een pointin-time telling uit te voeren. De methode die door ons werd toegepast vertrekt vanuit een intensieve samenwerking met zoveel mogelijk organisaties die met dak- en thuisloze personen in contact komen. Op één specifieke dag vullen medewerkers van deze organisaties voor alle personen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid een vragenlijst in met vragen over de leefsituatie en over diverse kenmerken van de personen die geteld worden. De betrokkenheid van een onafhankelijke onderzoeksinstelling is van belang om de privacy van de getelde personen te garanderen. Er is bij deze telling bewust gekozen voor het werken met een vragenlijst, omdat dit een middel is om ook profielkenmerken in kaart te kunnen brengen. Zicht op profielkenmerken stelt gemeenten in staat om gerichter beleid te ontwikkelen om dakloosheid te voorkomen en terug te dringen (Wewerinke et al., 2023a). Dat beleid kan zich bijvoorbeeld richten op specifieke groepen of op specifieke leefsituaties.

Door zo veel mogelijk organisaties te betrekken die in contact staan met dak- en thuisloze personen, dus niet alleen de organisaties die zich specifiek op deze groep richten, komt bovendien ook verborgen dak- en thuisloosheid in beeld. Omdat deze organisaties in aanloop naar de telling intensief samenwerken, groeide hun kennis over de problematiek van dak- en thuisloosheid en hun inzicht in hoe zij kunnen bijdragen aan een betere ondersteuning van dak- en thuisloze mensen. De ervaring leert dat dit proces leidt tot meer draagvlak voor een gezamenlijke aanpak van dak- en thuisloosheid in de regio waar de telling plaatsvindt (Vermeir & Samyn, 2021). Een beperking van de gehanteerde methode is dat een point-in-time telling minder goed in staat is om inzicht te geven in de dynamiek van dak- en thuisloosheid. Dit komt omdat er een momentopname wordt gemaakt. Monitoringsinstrumenten van gemeenten en organisaties zijn beter geschikt voor het in kaart brengen van de dynamiek van dak- en thuisloosheid onder de groepen mensen die zij in beeld hebben. Een tweede belangrijke beperking van de gehanteerde methode is dat deze maar beperkt inzicht biedt in routes naar dak- en thuisloosheid in de regio. Daarvoor zijn andere onderzoeksmethoden geschikter.

• •

2.2 Afbakening van de doelgroep De personen die door middel van deze point-in-time telling werden geteld in regio West-Friesland moesten voldoen aan de volgende twee voorwaarden:

Regio west-friesland

b. De persoon heeft een link met de regio De getelde personen moesten ook een link hebben met de regio. In de volgende situaties werden mensen meegeteld: De persoon verbleef op de teldag in regio West-Friesland (Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec, zie ook Figuur 2). De persoon verbleef buiten de regio, maar had het laatste officiële woonadres in de regio. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een persoon vanuit de tellende regio vlucht naar de vrouwenopvang in een andere regio, of wanneer een persoon vanuit de tellende regio tijdelijk verblijft in een andere regio omdat deze persoon daar verblijfsmogelijkheden heeft, bijvoorbeeld bij vrienden, familie of derden.

a. De persoon bevindt zich in een situatie van dak- of thuisloosheid Een situatie van dak- of thuisloosheid definiëren we zoals gezegd aan de hand van ETHOS-Light + dreigende huisuitzetting. De categorieën die hiertoe behoren worden nader gespecificeerd in Figuur 1. Op basis van het conceptuele model zijn alle mogelijke leefsituaties van dak- en thuisloosheid geordend. In elke categorie zijn diverse leefsituaties te onderscheiden.

16

17

Methode ethos-telling

2 Methode ETHOS-telling

2

Figuur 1. Toelichting ETHOS-Light categorieën + dreigende huisuitzetting

Opmeer

2.4 Invullen van de vragenlijst

Medemblik Stede Broec

Hoorn

Enkhuizen

Drechterland

Koggenland

Er waren geen voorwaarden verbonden aan de duur van het verblijf in de regio: ook indien de persoon er één nacht verbleef, werd de persoon meegeteld. Er is steeds gekeken naar de actuele situatie van de persoon op de teldag. Alle personen die op de teldag voldeden aan de twee criteria werden meegeteld.

2.3 Onderzoeksprocedure

Regio west-friesland

Alle personen die aan bovenstaande voorwaarden voldeden en in beeld waren bij een van de deelnemende organisaties werden geteld op één specifieke datum: 9 april 2024. De verblijfssituatie, uitgedrukt in de ETHOSLight categorie, betreft de nacht voorafgaand aan de teldag, dus de nacht van 8 op 9 april. Deelnemende organisaties vulden op de teldag of in de twee weken daarna een online vragenlijst in over de personen die voldeden aan de genoemde criteria. Deelnemende verblijfsinstellingen vulden de vragenlijsten in binnen een maand na de teldag, omdat bij de verblijfsinstellingen onder meer werd gekeken naar personen die een instelling verlaten zonder passende woonoplossing binnen een maand na de teldag. Niet altijd was op de teldag al bekend of mensen de verblijfsinstelling binnen een maand zouden verlaten zonder passende woonoplossing (denk bijvoorbeeld aan een schorsing van een persoon bij een instelling vanwege ongewenst gedrag). Voorafgaand aan de teldag werd de telling door de deelnemende organisaties voorbereid. De organisaties screenden alle mensen waar zij mee in contact staan op de twee criteria voor deelname en maakten een lijst van alle personen die aan deze criteria voldeden. Vervolgens zijn deze personen door de organisaties zoveel mogelijk geïnformeerd over de telling.

Hiervoor werden onder andere posters en flyers opgehangen bij de deelnemende organisaties en voerden sommige medewerkers gesprekken met personen die aan de criteria voldeden. Indien mensen niet meegeteld wilden worden, konden zij dit aangeven bij de betrokken medewerkers. Voor deze personen is geen vragenlijst ingevuld, en ingevulde vragenlijsten over deze personen bij andere organisaties zijn verwijderd.

De vragenlijst bestond gemiddeld genomen uit 25 vragen (het exacte aantal vragen is afhankelijk van de ingevulde antwoorden). Naast de verblijfssituatie op de teldag en de twee weken voorafgaand aan de teldag werd ook gevraagd naar een aantal profielkenmerken. De vragen in de vragenlijst zijn grotendeels gebaseerd op de Europese MPHASIS-richtlijnen voor het meten van dak- en thuisloosheid (MPHASIS, 2009)1. De vragenlijsten werden ingevuld door de medewerkers van de betrokken organisaties. Zij maken een inschatting over de situatie van de betreffende persoon. Indien gewenst konden zij de vragenlijst invullen samen met de dak- of thuisloze persoon. In dat geval werd de persoon actief om toestemming gevraagd voor deelname aan het onderzoek door de betreffende medewerker. Een handleiding met uitgebreide instructies voor het invullen van de vragen ondersteunde de organisaties bij het invullen van de vragenlijst. Organisaties konden de vragenlijst op voorhand invullen op papier of in een PDF-versie om de werkdruk te verspreiden. De vragenlijsten werden vervolgens via een online link ingevoerd.

2.5 Voorkomen van dubbeltellingen Hoe meer organisaties meetellen, hoe groter de kans dat mensen twee keer of vaker geteld worden. Om dubbeltellingen te identificeren werd er gebruik gemaakt van een naamcode. Om de identiteit van de getelde personen te beschermen, werden geen namen of burgerservicenummers genoteerd. De naamcode bestaat uit de eerste letter van de voornaam en de eerste en laatste letter van de (volledige) achternaam2. Bij Jan De Wit is de naamcode bijvoorbeeld JDT. Aan de hand van de naamcodes, gecombineerd met informatie uit de vragenlijst over de persoonskenmerken en leefsituatie van de getelde personen, identificeren en verwijderen de onderzoekers de dubbeltellingen. Na het verwijderen van de dubbeltellingen werden de naamcodes en de exacte leeftijd uit het databestand verwijderd en apart opgeslagen in de digitale kluis van Hogeschool Utrecht om de privacy van de getelde personen te waarborgen.

2.6 Organisatie van de telling De organisatie van de telling was grotendeels in handen van een regionale coördinator die in dienst is van een van de gemeenten in de regio (zie Figuur 3 voor de tijdlijn van de telling). Deze regionale coördinator organiseerde de telling in nauwe samenwerking met het onderzoeksteam. Een regionale werkgroep met vertegenwoordigers van de belangrijkste tellende organisaties werd samengesteld om de regionale coördinator te ondersteunen bij de organisatie van de telling. De werkgroep werd nauw betrokken bij het gehele proces van de telling. Om een zo valide mogelijke telling te organiseren, werd gestreefd naar

1

MPHASIS staat voor Measuring Progress on Homelessness through Advancing and Strengthening Information Systems. Dit was een Europees project dat liep van december 2007 tot december 2009 en dat werd gefinancierd door het EU PROGRESS programme. Het voornaamste doel van MPHASIS was om de monitoring van dakloosheid en dakloosheidsbeleid in 20 Europese landen te verbeteren, gebaseerd op de aanbevelingen van het ‘Measurement of Homelessness at European Union Level’ onderzoek (University of Dundee,

Op de teldag zelf of kort daarna probeerden medewerkers te achterhalen waar de personen die aan de criteria voldeden verbleven in de nacht van 8 op 9 april. Zo kon de actuele verblijfssituatie worden ingevuld

z.d.). 2

Bij een namenreeks is er soms geen sprake van een duidelijk onderscheid tussen een voornaam en een achternaam. Daarom werd bij een namenreeks gekeken naar de eerste letter van de eerste naam en de eerste en laatste letter van de laatste naam in de namenreeks.

18

19

Methode ethos-telling 2

in de vragenlijst. De medewerkers vulden ook – indien bekend – de verblijfssituatie(s) van de persoon in de twee weken voorafgaand aan de telling in. Hier werd naar gevraagd, omdat het voor de medewerkers van de deelnemende organisaties niet altijd mogelijk is om de exacte verblijfssituaties op de teldag te achterhalen. Op deze manier wordt toch informatie verkregen over de verblijfssituatie(s) van deze personen. Bovendien geeft deze informatie inzicht in de dynamiek van dak- en thuisloosheid, omdat bij deze vraag meerdere verblijfsplaatsen konden worden aangegeven. Indien er geen informatie was over de verblijfssituatie in de nacht van 8 op 9 april of over de verblijfssituatie in de twee weken voorafgaand aan de telling dan werden mensen niet meegeteld.

Figuur 2. Regiokaart West-Friesland

In januari 2024 werd een startbijeenkomst georganiseerd om bestuurders en managers van de regionale organisaties te informeren over de telling. Een onderzoeker van Hogeschool Utrecht lichtte op deze dag de wetenschappelijke basis en de praktische uitwerking van de telling toe. De gemeenten deden een oproep aan alle aanwezige organisaties om deel te nemen aan de telling. In de maand maart vonden vier informatiesessies plaats om medewerkers van de organisaties te informeren over het onderzoek en hen te instrueren over het invullen van de vragenlijsten. Drie van deze sessies vonden fysiek plaats, één sessie vond online plaats. In aanvulling op de informatiesessies vond in de week voor de teldag ook een online vragensessie plaats, waar medewerkers van de tellende organisaties hun laatste vragen over het invullen van de vragenlijst konden stellen aan de onderzoekers. De vragenlijst en de handleiding bij de vragenlijst werden aangescherpt op basis van de vragen en opmerkingen die tijdens de informatie- en vragensessies naar voren kwamen. Alle vragen die tijdens de informatie- en vragensessies werden gesteld door de medewerkers van de organisaties en de antwoorden op deze vragen werden gebundeld in een document met veel gestelde vragen. Dit document werd naar alle organisaties toegestuurd.

Op de teldag zelf en in de weken daarna waren de onderzoekers telefonisch en per mail bereikbaar voor het beantwoorden van vragen over het invullen van de vragenlijst. De regionale coördinator bezocht op de teldag diverse meetellende organisaties om te horen hoe de telling verliep en om de organisaties te bedanken voor hun inzet. In de weken na de teldag is steeds gekeken hoeveel vragenlijsten er waren ingediend door de verschillende organisaties. Alle organisaties ontvingen herinneringsmails met het verzoek om de vragenlijsten tijdig in te dienen. Organisaties die nog geen vragenlijsten hadden ingevoerd en organisaties die minder vragenlijsten hadden ingevoerd dan verwacht werden gebeld door de regionale coördinator om na te gaan of er voldoende geteld was. Op deze manier is gezorgd voor een zo groot mogelijke respons. De onderzoekers zochten contact met de organisaties die de vragenlijsten hadden ingevuld indien er onduidelijkheid bestond over de leefsituatie van mensen die geteld waren. In juli 2024 vond tijdens een feedbackmoment in Hoorn een terugkoppeling van de voorlopige resultaten van de telling plaats. Vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten, leden van de werkgroep en vertegenwoordigers van de belangrijkste telorganisaties waren hierbij aanwezig.

Tijdens het feedbackmoment gingen de onderzoekers met deelnemers in gesprek over de telmethode en over het aantal mensen dat geteld is in verschillende leefsituaties in de verschillende gemeenten. Vanuit hun kennis van de situatie in de regio reflecteerden zij op de cijfers. Zo gingen we na of er voldoende geteld is en of de resultaten een juiste weergave zijn van de werkelijke situatie in de regio.

Regio west-friesland

Figuur 3. Tijdlijn ETHOS-telonderzoek

In totaal namen 43 organisaties deel aan de telling in regio West-Friesland (zie Bijlage 3). Al deze organisaties zijn af en toe tot dagelijks in contact met de doelgroep van de telling en hebben op de teldag alle mensen met wie zij in contact zijn gescreend op de twee voorwaarden voor deelname. Bij 33 organisaties waren op de teldag mensen in beeld die in de nacht van 8 op 9 april aan de voorwaarden voldeden (zie Tabel 1). Voor deze mensen vulden de organisaties een vragenlijst in. In totaal werden er 532 vragenlijsten ingevuld. 22 van deze vragenlijsten werden ingevuld samen met de persoon om wie het ging. De overige vragenlijsten werden alleen door de medewerkers ingevuld. De onderzoekers verwijderden in totaal 61 vragenlijsten. Bij een deel van deze vragenlijsten was sprake van dubbeltellingen die op basis van de naamcode, leeftijd, gender en soms ook andere kenmerken werden verwijderd. Tevens verwijderden de onderzoekers vragenlijsten uit het databestand die onvoldoende informatie over de verblijfssituatie van de personen bevatten of waarbij niet was voldaan aan de voorwaarden van de telling. Tabel 1. Aantal ingevulde vragenlijsten per organisatie Deelnemende organisaties 1.

Aantal ingevulde vragenlijsten

MEE & de Wering West Friesland

94

2.

dnoDoen

74

3.

Stichting Iedereen Telt Mee

71

4.

Leger des Heils

59

5.

Gemeente Hoorn

53

6.

1.Hoorn3

27

7.

GGD Hollands Noorden

22

8.

GGZ Noord-Holland-Noord

16

9.

Straatpastoraat Hoorn

13

10.

Gemeente Opmeer

12

11.

Gemeente Koggenland

10

12.

Gemeente Medemblik

8

13.

Stichting Netwerk

8

14.

Politie

7

15.

Stichting Hulpverlening vanuit de West-Friese kerken (HWK)

7

16.

Werksaam WestFriesland

7

17.

Brijder/Parnassia Groep

6

18.

Horizon College Hoorn

4

19.

Leviaan

4

20.

Stichting de Baanbreker

4

21.

Esdege-Reigersdaal

3

22.

Gemeente Drechterland

3

23.

Reakt

3

24.

De Bewindvoerder Alkmaar

2

25.

Intermaris

2

26.

Ons Stede Broec

2

27.

SCIO Stichting Kinderopvang Hoorn

2

3

1.Hoorn is de naam voor de gemeentelijke Wmo, jeugdteams en schuldhulpverlening van de gemeente Hoorn. Er kunnen vragenlijsten zijn ingevuld door personen die ‘gemeente hoorn’ hebben aangegeven als organisatie omdat ze werkzaam waren bij 1.Hoorn binnen de gemeente Hoorn.

20

21

Methode ethos-telling

2.7 Deelnemende organisaties  

2

deelname van zoveel mogelijk organisaties die in contact staan met dak- en thuisloze personen in de regio. De werkgroep droeg bij aan het maken van een overzicht van deze organisaties. Vervolgens werden de organisaties benaderd door de regionale coördinator met het verzoek om aan de telling deel te nemen.

Aantal ingevulde vragenlijsten

28.

Zorgdragers

2

29.

De Hoofdzaak

1

30.

Gemeente Enkhuizen

1

31.

Kindcentrum de Ceder, Stichting Penta Hoorn

1

32.

Praktijkschool West Friesland Stede Broec

1

33.

SBO ‘t Palet/ Stichting Trigoon

1

34.

Onbekend

2

Totaal

532

De ingevulde vragenlijsten zijn zoveel als mogelijk weergegeven bij de in de vragenlijst opgegeven moederorganisatie. Door onderlinge samenwerkingsverbanden (bv. in wijk- of dorpsteams) kan het zijn dat er vragenlijsten zijn ingevuld onder de noemer van een andere organisatie.

2.8 Non-respons De volgende organisaties hadden mogelijk wel dak- en thuisloze personen in beeld, maar namen niet deel aan de telling vanwege onder andere een gebrek aan capaciteit: verschillende jeugdzorginstellingen en jeugdgezondheidszorg, afdeling Jeugd van bepaalde regiogemeenten, een ziekenhuis, een deel van de woningcorporaties, de bibliotheek en de afdeling burgerzaken van verschillende regiogemeenten. Diverse organisaties hebben met elkaar afgestemd wie welke mensen zou tellen. Dit werd gedaan om de tijdsinvestering van het tellen zoveel mogelijk te beperken.

2.10 Kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken In iedere regio waar de ETHOS-telling plaatsvond, zijn interviews georganiseerd met professionals en sleutelfiguren die zicht hebben op de leefsituaties van arbeidsmigranten in de regio en mensen die op campings en vakantieparken verblijven vanwege een gebrek aan passende huisvesting. In regio WestFriesland zijn hiervoor in totaal 2 mensen geïnterviewd. De interviews werden afgenomen door twee onderzoekers van Hogeschool Utrecht. Van de interviews zijn gespreksverslagen gemaakt welke vervolgens zijn voorgelegd aan de professionals met het verzoek om het verslag te controleren op onjuistheden en om waar nodig nog aanvullingen te doen. Daarna werden de verslagen door de onderzoekers geanalyseerd. De resultaten van het kwalitatieve onderzoek staan beschreven in Hoofdstuk 4.

2.9 Betrouwbaarheid van de resultaten Een belangrijke vraag is of de resultaten van deze telling een goede weergave zijn van de werkelijke situatie van dak- en thuisloosheid in regio West-Friesland. Uit de reflecties van de onderzoekers en de betrokken professionals uit de regio ontstaat het beeld dat de juiste organisaties bij de telling betrokken waren en dat er zorgvuldig is geteld.

Regio west-friesland

Bij de gehanteerde methode hangt de betrouwbaarheid van de resultaten grotendeels af van het draagvlak binnen de regio waar de telling is uitgevoerd. In regio West-Friesland was er vanaf de start van het project veel draagvlak voor de telling. Dat blijkt onder andere uit het grote aantal organisaties dat deelnam aan de telling: 43 organisaties in de regio namen deel, waarbij er sprake was van een grote verscheidenheid aan partijen. Ook lieten de organisaties en hun medewerkers een grote betrokkenheid bij de telling zien. De lijst van organisaties die benaderd moesten worden voor deelname werd opgesteld samen met een speciaal voor de telling opgerichte regionale werkgroep. Deelnemers aan de werkgroep kennen de regio goed en weten daardoor welke organisaties betrokken moesten worden om zoveel mogelijk dak- en thuisloze personen in beeld te krijgen. Om te toetsen in hoeverre de resultaten een goede weerspiegeling zijn van de werkelijke situatie in de regio werden de resultaten tijdens een feedbackbijeenkomst voorgelegd aan vertegenwoordigers van de telorganisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten. Zij reflecteerden uitgebreid op alle resultaten.

Uit de reflecties van de professionals kwam naar voren dat de resultaten van de telling over het algemeen goed aansluiten bij de situatie in hun regio, zowel in omvang als in aard en diversiteit van leefsituaties van dak- en thuisloze mensen. Zij gaven aan dat er in sommige regiogemeenten sprake is van onder representatie, onder andere omdat de afdelingen burgerzaken en schuldhulpverlening van deze gemeenten niet of onvoldoende hebben kunnen meetellen.

22

23

Methode ethos-telling

Deelnemende organisaties

De professionals vermoeden dat een aantal specifieke groepen nog niet volledig in beeld is gebracht. Daarbij gaat het vooral om dak- en thuisloze arbeidsmigranten, personen die verblijven in anti-kraakwoningen vanwege gebrek aan alternatieve huisvesting en om mensen die verblijven op campings en vakantieparken. Ook geven zij aan dat er altijd mensen zijn die ook met deze telmethode niet in beeld komen. Het gaat hier volgens hen om personen die niet in contact staan met hulp- of dienstverlenende organisaties, omdat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of omdat zij bewust onder de radar willen blijven. Tegelijkertijd benadrukken de betrokken professionals dat met deze methode veel meer groepen die anders onzichtbaar blijven in beeld zijn gekomen.

2

Tabel 1. Aantal ingevulde vragenlijsten per organisatie - vervolg

3

Algemene resultaten van de telling

3.1 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio West-Friesland

Er verbleven 102 volwassenen (22%) in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen. Tabel 3 laat zien in welk type opvangvoorziening deze personen verbleven.

Tabel 2. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen op 9 april 2024 Totaal getelde personen

559

Tabel 3. Aantal volwassenen in tijdelijke opvang voor dakloze mensen op 9 april 2024

24-uurs opvang voor dakloze mensen

19

19% 12%

Crisisopvang

8

8%

Vrouwenopvang

1

1%

Anders

1

1%

Onbekend

3

3%

102

100%*

Aantal kinderen

%

1. In de openbare ruimte

17

4%

-

-

*Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%

2. In noodopvang voor dakloze mensen

18

4%

-

-

3. In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

102

22%

33

36%

4. In een instelling

47

10%

2

2%

5. In niet-conventionele woonruimte

91

19%

19

21%

6. Bij familie/ vrienden/ derden

171

37%

34

37%

+ Dreigende huisuitzetting

12

3%

3

3%

Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd

10

2%

-

-

Totaal

468

100%*

91

100%*

3.1.1 In openbare ruimte In de nacht van 8 op 9 april verbleven 17 mensen (4%) in de openbare ruimte.

57%

12

%

In de rest van dit hoofdstuk worden de resultaten alleen voor de getelde volwassen personen weergegeven, tenzij anders vermeld.

58

Jongerenopvang

Aantal volwassenen

De getelde personen verbleven het vaakst bij familie, vrienden of derden of in de tijdelijke opvang. In totaal telden we 446 volwassenen en 88 minderjarige kinderen die volgens de definitie van ETHOS-Light (categorie 1 t/m 6) dak- of thuisloos zijn. Daarnaast hadden 12 volwassenen en 3 kinderen te maken met een dreigende huisuitzetting. Voor 10 personen (2%) is de verblijfssituatie van 8 op 9 april onbekend, maar is wel bevestigd dat zij op dat moment dak- of thuisloos waren en een link met de regio hadden. Van deze personen was de verblijfssituatie (of verblijfssiuaties) in de twee weken voor de teldatum wel bekend (zie ook Tabel 8).

%

Gezinsopvang

Totaal

*Door afronding tellen de percentages op tot respectievelijk 101% en 99% in plaats van 100%

Aantal volwassenen

De grootste groep volwassenen verbleef in de 24-uurs opvang voor dakloze mensen (58 mensen, 57%). Een groep van 19 personen verbleef in een jongerenopvang (19%). 12 personen verbleven in een gezinsopvang (12%), 8 personen verbleven in de crisisopvang (8%) en 1 persoon verbleef in de vrouwenopvang (1%). Voor 1 persoon werd een andere verblijfssituatie aangegeven, dit betrof de ‘Wilde Vaart West’. Voor 3 personen was deze informatie onbekend, maar was wel bekend dat zijn in een tijdelijke opvangvoorziening voor dakloze mensen verbleven.

3.1.4 In een instelling In totaal verbleven 47 volwassen (10%) in een instelling die ze 1) al hadden moeten verlaten maar waar zij langer verbleven wegens een gebrek aan een passende woonoplossing, of die ze 2) binnen een maand na de teldag moesten verlaten zonder dat ze een passende woonoplossing hadden. Ongeveer de helft van de personen (24 personen, 51%) verbleef langer in een instelling wegens gebrek aan een passende woonoplossing. De andere helft (22 personen, 47%) moest de instelling binnen één maand verlaten zonder passende woonoplossing. Voor 1 persoon is deze informatie onbekend (zie ook Tabel 4a). Tabel 4a. Aantal volwassenen dat een instelling verliet of er langer verbleef door gebrek aan een woonoplossing op 9 april 2024 Aantal volwassenen

%

Verblijft langer in instelling wegens gebrek aan woonoplossing

24

51%

Verlaat instelling binnen de maand zonder woonoplossing

22

47%

Onbekend

1

2%

Totaal

47

100%

Tabel 4b geeft de verdeling van deze groep over de verschillende typen instellingen in de regio weer. De grootste groep (20 personen, 43%) verbleef in beschermd wonen. Ruim een derde verbleef in detentie

26

27

algemene resultaten van de telling

3.1.3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

In de nacht van 8 op 9 april 2024 werden in totaal 559 dak- en thuisloze personen geteld in regio WestFriesland. We telden 468 dak- of thuisloze volwassenen en 91 minderjarige kinderen. Dit betrof 3 alleenstaande kinderen en 88 kinderen die samen met hun ouder(s) in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid verbleven. Van de getelde personen waren 2 mensen zwanger. Tabel 2 geeft een overzicht van de verblijfssituatie van de getelde personen, uitgesplitst naar volwassenen en kinderen. Ook zijn er 153 kinderen geteld die niet zelf dak- of thuisloos waren, maar van wie tenminste één ouder wel dak- of thuisloos was. Deze kinderen worden verder aangeduid als indirect betrokken kinderen.

Regio west-friesland

We telden 18 mensen (4%) die in de noodopvang voor dakloze mensen verbleven. Alle personen in deze categorie verbleven in de nachtopvang.

Dit hoofdstuk beschrijft de algemene resultaten van de ETHOS-telling in regio West-Friesland. Het geeft eerst het aantal dak- en thuisloze personen in de regio weer, met een verdeling over de verschillende gemeenten en een verdeling over de verschillende leefsituaties. Vervolgens biedt dit hoofdstuk inzicht in de profielkenmerken van de getelde groep dak- en thuisloze personen.

3

3.1.2 In noodopvang voor dakloze mensen

3 Algemene resultaten van de telling

Aantal volwassenen

%

Beschermd wonen

20

43%

Detentie

16

34%

GGZ-instelling

5

11%

Instelling voor verslavingszorg

3

6%

Asielzoekerscentrum4

1

2%

Anders

2

4%

Totaal

47

100%

Van de getelde dak- en thuisloze volwassenen verbleven 171 personen (37%) bij familie, vrienden of derden wegens gebrek aan een passende woonoplossing. Ruim twee derde van de getelde personen (120 personen, 70%) stond niet ingeschreven op het verblijfadres. 6% van de personen stond wel ingeschreven, maar verbleef vanwege grote woononzekerheid en/of slechte woonkwaliteit in een dermate precaire situatie dat er volgens ETHOS-Light toch sprake is van dak- en thuisloosheid. Van 24% van de personen (41 personen) is onbekend of ze waren ingeschreven op het verblijfadres (zie ook Tabel 6). Tabel 6. Aantal personen dat staat ingeschreven op verblijfadres bij familie, vrienden of derden Aantal volwassenen

%

Niet ingeschreven op verblijfadres

120

70%

Ingeschreven op verblijfadres

10

6%

Onbekend

41

24%

Totaal

171

100%

3.1.5 In een niet-conventionele woonruimte

3.1.7 Dreigende huisuitzetting

In totaal verbleven 91 van de getelde volwassenen (19%) in een niet-conventionele woonruimte (zie ook Tabel 5). Een vijfde van hen verbleef in een hotel of B&B (18 personen, 20%), 14 personen verbleven op een boot (15%), 11 personen verbleven in een garage/schuur (12%), 10 personen verbleven in een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract (11%), en nog eens 10 personen verbleven in een auto (11%). Ook verbleven er enkele personen in een woning zonder basisvoorzieningen zoals een badkamer of keuken, een anti-kraak woning, een kraakpand en in een bedrijfspand. Voor 6 mensen werd de optie ‘anders’ aangegeven. Dit betrof onder andere een fietskluis, een illegaal verhuurd appartement en een ruimte in een kerk. Van 5 personen is deze informatie onbekend, maar is er wel vastgesteld dat zij in een niet-conventionele woonruimte verbleven.

Op 9 april 2024 hadden 12 mensen (3%) te maken met een dreigende huisuitzetting: zij moesten in de maand na de teldag hun woning verlaten zonder dat zij zicht hadden op een passende woonoplossing. Bij 4 mensen (33%) ging het om een dreigende huisuitzetting vanwege een huurachterstand, bij 3 personen (25%) vanwege overlast, bij 2 personen (17%) vanwege een gedwongen verkoop van een koopwoning, bij nog eens 2 personen (17%) vanwege het aflopen van een huurcontract en bij 1 persoon (8%) verliep het huurcontract binnen de maand na de teldag (zie ook Tabel 7a). In de vragenlijst konden er per persoon meerdere redenen worden opgegeven. De percentages in de tabel tellen daarom niet op tot 100. Tabel 7a. Redenen voor de dreigende huisuitzetting op 9 april 2024 (n=12) Aantal volwassenen

%

Huurachterstand

4

33%

Tabel 5. Aantal volwassenen in een niet-conventionele woonruimte op 9 april 2024 Aantal volwassenen

%

Overlast

3

25%

Hotel/ B&B

18

20%

Gedwongen verkoop van koopwoning

2

17%

Boot

14

15%

Huurcontract is verlopen

2

17%

Garage/ schuur

11

12%

Huurcontract verloopt binnen de maand na de teldag

1

8%

Auto

10

11%

Overig

1

8%

Vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract

10

11%

(Sta)caravan

8

9%

Bedrijfspand

4

4%

Woning zonder basisvoorzieningen zoals badkamer of keuken

2

2%

Antikraak

2

2%

Kraakpand

1

1%

Anders

6

7%

Onbekend

5

5%

Totaal

91

100%*

Regio west-friesland

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

4

Personen die langer verblijven in een AZC vanwege gebrek aan woonoplossing zijn meegeteld in dit onderzoek wanneer zij op de

Bij 58% van de dreigende huisuitzettingen betreft het een huurwoning van een woningcorporatie (7 personen), bij 25% van de woningen gaat het om een huurwoning van een particuliere verhuurder (3 personen), en bij 17% betreft het een koopwoning (2 personen; zie ook Tabel 7b). Tabel 7b. Type woning bij huisuitzetting Aantal volwassenen

%

Huurwoning van woningcorporatie

7

58%

Huurwoning van particuliere verhuurder

3

25%

Koopwoning

2

17%

Totaal

12

100%

teldag waren aangemerkt als statushouder en langer dan 6 maanden (de wettelijke termijn die gemeenten hebben om woonruimte te realiseren voor statushouders) wachtten op woonruimte. 28

29

algemene resultaten van de telling

Tabel 4b. Aantal volwassenen in een instelling op 9 april 2024

3.1.6 Bij familie, vrienden of derden

3

(16 personen, 34%). Alle getelde mensen die in detentie verbleven zijn meegeteld omdat ze de instelling zouden verlaten binnen één maand na de teldag zonder dat zij zicht hadden op een passende woonoplossing. Daarnaast verbleven 5 personen (11%) in een GGZ-instelling, 3 personen (6%) in een instelling voor verslavingszorg en 1 persoon (2%) in een asielzoekerscentrum. Voor 2 personen is er een ander type instelling opgegeven. Dit betrof wonen in een woongroep.

Naast de verblijfplaats van 8 op 9 april 2024 werd ook de verblijfplaats tijdens de twee weken voorafgaand aan de teldag in kaart gebracht. Aangezien de verblijfssituatie van dak- en thuisloze mensen kan wisselen, konden er per getelde persoon meerdere categorieën worden aangekruist. Tabel 8 geeft weer hoeveel mensen zich in de periode 26 maart – 9 april 2024 op enig moment in de verschillende verblijfssituaties bevonden. De percentages tellen daarom niet op tot 100.

Gemeente

Aantal volwassenen

%

Aantal kinderen

%

Drechterland

11

2%

10

11%

In deze periode verbleven de getelde personen het vaakst bij familie, vrienden of derden (192 personen, 41%), in een niet-conventionele woonruimte (105 personen, 22%) en in tijdelijke opvang voor dakloze mensen (103 personen, 22%). Tabel 8. Verblijfssituatie van volwassen dak- en thuisloze mensen op 26 maart – 9 april 2024 (n=468) Aantal volwassenen 8-9 april

%

Aantal Volwassenen 26 maart-9 april

%

66

14%

17

19%

Hoorn

272

58%

44

48%

Koggenland

12

3%

2

2%

Medemblik

25

5%

4

4%

Opmeer

12

3%

1

1%

Stede Broec

6

1%

-

-

Andere gemeente buiten de regio

32

7%

5

5%

Onbekend

32

7%

8

9%

Totaal

468

100%

91

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

1. In de openbare ruimte

17

4%

29

6%

2. In noodopvang voor dakloze mensen

18

4%

23

5%

3. In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

102

22%

103

22%

4. In een instelling

47

10%

47

10%

5. In niet-conventionele woonruimte

91

19%

105

22%

6. Bij familie, vrienden of derden

171

37%

192

41%

+ Dreigende huisuitzetting

12

3%

20

4%

10

2%

4

1%

Verblijfssituatie onbekend, dak- of thuisloosheid bevestigd

Enkhuizen

Wanneer het aantal getelde mensen per verblijfssituatie in de nacht van 8-9 april wordt vergeleken met de verblijfssituatie van de twee weken ervoor (26 maart- 9 april), valt op dat er verschillen zijn in deze aantallen. In veel verblijfssituaties zijn de aantallen hoger in de twee weken ervoor dan in de nacht van 8-9 april. Dit duidt erop dat een deel van de getelde mensen in de twee weken voor de teldag in (een) andere verblijfssituatie(s) verbleef dan op de teldag. Dit is kenmerkend voor de dynamiek van dak- en thuisloosheid. Met name de aantallen personen die in de twee weken voor de teldag verbleven in de openbare ruimte, niet-conventionele woonruimte en bij vrienden, familie of derden zijn hoger dan op de teldag.

Tabel 9b geeft per gemeente de verblijfssituatie van de getelde volwassenen weer en toont het percentage dak- en thuisloze personen ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de gemeenten. Het aandeel daken thuisloze personen was het hoogst in Enkhuizen (0,45%), gevolgd door Hoorn (0,43%), Drechterland (0,11%), Opmeer (0,11%), Koggenland (0,06%), Medemblik (0,06%) en Stede Broec (0,03%). De tabel laat zien dat in elk van de gemeenten mensen verbleven in niet-conventionele woonruimten, en op gemeente Drechterland na zijn er in elk van de gemeenten personen geteld die verbleven bij familie, vrienden of derden. Daarnaast komt er uit de tabel een aantal regionale nuances naar voren. Zo verbleven er relatief veel mensen in Hoorn. Dit is te verklaren doordat er in deze gemeente een aantal voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen is met een regionale functie. Daarnaast verbleven er in Drechterland relatief veel kinderen. Dit is te verklaren door de aanwezigheid van een 24-uurs opvang en gezinsopvang. Het relatief hoge aantal getelde personen in Enkhuizen is te verklaren door de aanwezigheid van een breed werkende maatschappelijke organisatie die veel dak- en thuisloze mensen in beeld heeft.

3.1.9 Aantal dak- en thuisloze volwassenen en kinderen per gemeente

Regio west-friesland

Tabel 9a geeft het aantal dak- en thuisloze personen per gemeente in de regio weer. In elk van deze gemeenten zijn dak- en thuisloze volwassenen geteld. De meeste volwassen dak- en thuisloze personen verbleven in de nacht van 8-9 april 2024 in gemeente Hoorn (272 personen, 58%), gevolgd door Enkhuizen (66 personen, 14%), Medemblik (25 personen, 5%), Koggenland (12 personen, 3%), Opmeer (12 personen, 3%), Drechterland (11 personen, 2%) en Stede Broec (6 personen, 1%). Een groep van 32 mensen (7%) met een link met regio West-Friesland verbleef in een gemeente buiten de regio. Van de overige 32 personen (7%) is niet bekend in welke gemeente deze personen verbleven maar is wel vastgesteld dat ze in de regio verbleven. In bijna alle gemeenten zijn dak- en thuisloze kinderen geteld. Het aantal kinderen dat in de nacht van 8-9 april 2024 met hun ouder(s)) verbleef in een situatie van dak- of thuisloosheid was het hoogst in gemeente Hoorn (44 kinderen, 48%), gevolgd door Enkhuizen (17 kinderen, 19%), Drechterland (10 kinderen, 11%), Medemblik (4 kinderen, 4%), Koggenland (2 kinderen, 2%) en Opmeer (1 kind, 1%). In Stede Broec werden er geen dak- of thuisloze kinderen geteld. 5 kinderen (5%) met een link met de regio verbleven in een gemeente buiten regio West-Friesland.

Voor de overige 8 kinderen (9%) werd niet gespecifieerd in welke gemeente zij met hun ouder(s) verbleven, maar is wel vastgesteld dat ze in de regio verbleven.

30

31

algemene resultaten van de telling

Tabel 9a. Aantal dak- en thuisloze volwassenen en kinderen per gemeente op 9 april 2024

3

3.1.8 Verblijfssituatie 26 maart – 9 april 2024

Tabel 10a geeft de genderidentiteit van de getelde dak- en thuisloze mensen weer. Van deze personen was 70% (326 personen) bij de professional bekend als man en 29% (138 personen) als vrouw. Daarnaast was van 1 persoon (<1%) bekend dat deze persoon zich identificeerde met een andere genderidentiteit, en was de genderidentiteit van 3 personen (1%) onbekend.

3

% van aantal inwoners in de gemeente

Totaal (+kinderen)

Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd

+. Dreigende huisuitzetting

6. Bij familie/vrienden/derden

5. In niet-conventionele woonruimte (garage, boot...)

4. In een instelling

3. In de tijdelijke opvang voor dakloze mensen

2. In de noodopvang voor dakloze mensen

1. In de openbare ruimte

3.2.1 Gender

Tabel 10a. Gender van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen

%

Man

326

70%

Vrouw

138

29%

Non-binair

-

-

Anders

1

<1%

Onbekend

3

1%

468

100%

Gemeente Drechterland

-

-

9

-

2

-

-

-

11 (+10)

0,11%

Gemeente Enkhuizen

4

-

3

3

14

40

2

-

66 (+17)

0,45%

Gemeente Hoorn

11

18

85

25

41

86

6

-

272 (+44)

0,43%

Totaal

Gemeente Koggenland

-

-

-

-

3

8

1

-

12 (+2)

0,06%

Gemeente Medemblik

-

-

1

-

13

9

1

1

25 (+4)

0,06%

Gemeente Opmeer

-

-

-

-

6

5

-

1

12 (+1)

0,11%

Tabel 10b geeft de verdeling van mannen en vrouwen binnen de verschillende verblijfssituaties weer. In elk van de verblijfssituaties verbleven zowel mannen als vrouwen maar vormen mannen de grootste groep. Alleen in de categorie tijdelijke opvang voor dakloze mensen is de verhouding tussen mannen en vrouwen gelijk.

Gemeente Stede Broec

-

-

-

-

1

4

1

-

6 (+0)

0,03%

Andere gemeente buiten de regio

2

-

2

19

4

5

-

-

32 (+5)

-

Onbekend

-

-

2

-

7

14

1

8

32 (+8)

-

Tabel 10b. Verdeling van volwassen mannen en vrouwen per verblijfssituatie op 9 april 2024 Verblijfssituatie

Aantal volwassenen

%

Aantal mannen

%

Aantal vrouwen

%

1. In openbare ruimte

17

4%

15

88%

2

12%

2. In noodopvang voor dakloze mensen

18

4%

16

89%

2

11%

3. In tijdelijke opvang dakloze mensen

102

22%

51

50%

51

50%

4. In een instelling

47

10%

38

81%

8

17%

5. In niet-conventionele woonruimte

91

19%

67

74%

23

25%

6. Bij familie, vrienden of derden

171

37%

120

70%

49

29%

+ Dreigende huisuitzetting

12

3%

10

83%

2

17%

Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd

10

2%

9

90%

1

10%

Totaal

468

100%*

326

138

*

Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%.

**

Het verschil tussen totaal aantal personen en uitsplitsing mannen en vrouwen bestaat uit getelde personen met een andere of onbekende genderidentiteit.

Regio west-friesland

3.2.2 Leeftijd Tabel 11 geeft de leeftijdsverdeling van de getelde volwassenen en kinderen weer. Opvallend is het hoge percentage kinderen (0-17 jaar) (16%) en jongeren tot en met 27 jaar (29%); samen vormen zij 45% van het totaal aantal getelde mensen. Meer dan twee derde van de getelde personen (383 personen, 69%) was jonger dan 40 jaar. 4% van de personen (18 personen) was 60 jaar en ouder.

32

algemene resultaten van de telling

3.2 De profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen

Tabel 9b. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen per gemeente op 9 april 2024

33

%

0-17 jaar

91

16%

18-27 jaar

160

29%

28-39 jaar

132

24%

40-49 jaar

80

14%

50-59 jaar

72

13%

60-69 jaar

13

2%

70-79 jaar

4

1%

80+ jaar

1

<1%

Onbekend

6

1%

Totaal

559

100%

De groep jongeren (18-27 jaar), waarvan het merendeel alleenstaand was zonder kinderen (77%), verbleef het vaakst in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (38%) of bij familie, vrienden of derden (36%).

3.2.3 Nationaliteit en geboorteland Tabel 12 geeft de nationaliteit van de getelde dak- en thuisloze personen weer. Het merendeel van de getelde dak- en thuisloze personen (352 personen, 75%) had de Nederlandse nationaliteit. 5 personen (1%) hadden ook de Nederlandse nationaliteit, maar waren uitgeschreven uit het BRP en hadden daarom een registratie RNI. 7% van de getelde personen was EU-burger (32 personen) en 11% van de mensen (51 personen) had de nationaliteit van een land buiten de EU. Daarnaast was <1% van de personen (2 personen) staatloos en is van 6% van de personen (26 personen) de nationaliteit onbekend. In totaal zijn er 22 verschillende niet-Nederlandse nationaliteiten geteld. De meest voorkomende nietNederlandse nationaliteiten zijn Pools (26 personen, 31%), Syrisch (16 personen, 19%) en Eritrees (7 personen, 8%). Het merendeel van de getelde personen werd in Nederland geboren (278 personen, 59%). De drie meest voorkomende geboortelanden van de getelde personen die buiten Nederland zijn geboren, zijn: Polen, Syrië en Somalië.

Tabel 13. Verblijfsstatus van de getelde volwassenen met de nationaliteit van een land buiten de EU Aantal volwassenen

%

Tijdelijk verblijfsrecht

29

57%

Permanent verblijfsrecht

10

20%

Onwettig verblijf

2

4%

In procedure

1

2%

Onbekend

9

18%

Totaal

51

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%

3.2.4 Samenstelling huishouden Onder huishouden worden de personen verstaan met wie de dak- of thuisloze persoon samenleeft in een situatie van dak- of thuisloosheid. Het gaat daarbij om private huishoudens. Institutionele huishoudens zoals het samenwonen in een instelling vallen hier niet onder, net als vormen van huishoudens waarbij meerdere personen leven in een woning met gedeelde faciliteiten. Bij de samenstelling van het huishouden gaan we uit van de feitelijke situatie en niet van de eventuele registratie van de relatie tussen personen. Zo worden ongehuwde partners aangeduid als ‘partners’ en een koppel dat uit elkaar is maar nog wettelijk getrouwd is als ‘zonder partner’. In Tabel 14 wordt de samenstelling van het huishouden weergegeven. Met kinderen doelen we hier enkel op direct betrokken kinderen. Driekwart van de getelde dak- of thuisloze mensen in regio West-Friesland was alleenstaand zonder kinderen (350 personen, 75%). Bijna een vijfde van deze groep had wel indirect betrokken kinderen (59 personen, 17%). Daarnaast waren 53 personen (11%) alleenstaand met kind(eren), deze groep bestaat voor het grootste deel uit vrouwen (77%). 4% van de volwassenen leefde samen met een partner, waarvan 10 personen (2% van het totaal) samen met hun partner zonder kinderen en 7 personen (1% van het totaal) samen met hun partner en kind(eren).

Verder verbleven er 2 personen met hun ouder(s) en kinderen (<1%). 2 personen (<1%) verbleven in een ander familieverband (zonder kinderen) in een situatie van dak- of thuisloosheid, bijvoorbeeld met een oom of zus. Van 44 personen (9%) is de samenstelling van het huishouden onbekend. Van de indirect betrokken kinderen was 84% van de kinderen (128 kinderen) betrokken bij een dak- of thuisloze vader en 16% (25 kinderen) bij een dak- of thuisloze moeder.

Regio west-friesland

Tabel 12. Nationaliteit van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen

%

Nederlandse nationaliteit

352

75%

Nederlandse nationaliteit, maar uitgeschreven uit het BRP, daarom registratie RNI

5

1%

Nationaliteit van EU-land

32

Nationaliteit van land van buiten de EU

Tabel 14. Samenstelling huishouden van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen

%

Alleenstaand zonder kinderen

350

75%

Alleenstaand met kind(eren)

53

11%

7%

Met partner zonder kinderen

10

2%

51

11%

Met partner met kind(eren)

7

1%

Staatloos

2

<1%

Met ouder(s) zonder kinderen

2

<1%

Onbekend

26

6%

Ander familieverband zonder kinderen

2

<1%

Totaal

468

100%

Onbekend

44

9%

Totaal

468

100%*

Van de 51 personen met een nationaliteit van een land buiten de EU, had 57% (29 personen) een tijdelijk verblijfsrecht en 20% (10 personen) een permanent verblijfsrecht. Daarnaast verbleven 2 personen (4%)

34

*Door afronding tellen de percentages op tot 98% in plaats van 100%

35

algemene resultaten van de telling

Aantal personen

onwettig in Nederland en was de verblijfsstatus van 1 persoon (2%) in procedure. Voor 9 personen is de verblijfsstatus onbekend (18%; zie ook Tabel 13).

3

Tabel 11. Leeftijd van de getelde dak- en thuisloze volwassenen en kinderen

Bij 42% (197 personen) was er vermoedelijk sprake van psychische of psychiatrische problematiek, bij 28% (131 personen) was er vermoedelijk sprake van verslavingsproblematiek en bij 13% (62 personen) was er vermoedelijk sprake van een verstandelijke beperking. 12% van de mensen (58 personen) had vermoedelijk langdurige lichamelijke problemen en 5% (24 personen) had vermoedelijk een fysieke beperking. Bij ongeveer een vijfde van de getelde dak- en thuisloze mensen was de inschatting dat er geen gezondheidsproblemen waren (97 personen, 21%). Voor 19% van de getelde personen (87 personen) is de informatie over gezondheidskenmerken onbekend. Tabel 15. Vermoedelijke gezondheidsproblemen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=468)

Tabel 16. Ervaring met verblijf in een instelling van getelde volwassen dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen

%

Ja

77

16%

Nee

211

45%

Detentie

Onbekend

180

38%

Totaal

468

100%*

Psychiatrische voorziening Ja

45

10%

Nee

210

45%

Onbekend

213

46%

Totaal

468

100%*

Jeugdzorgvoorziening Ja

34

7%

Nee

203

43%

Onbekend

231

49%

Totaal

468

100%*

135

29%

142

30%

Aantal volwassenen

%

Geen ervaringen in een instelling

Vermoeden van psychische/psychiatrische problemen

197

42%

Instellingsverleden geheel onbekend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=7b3ee760-b740-49df-9f8a-4292e6974db1