01 Onderzoek Huisvesting Arbeidsmigranten Medemblik
Tekst van het document
LTO zou graag zien dat er bij de koop van een ander agrarisch perceel, de aanwezige bedrijfswoning ook kan worden gebruikt ten behoeve van huisvesting (Ambtelijke reactie, 22 juni 2023). Desgevraagd wordt in dit verband de volgende toelichting gegeven: “Hoeveel huisvestingsplekken op het agrarisch bedrijf zijn toegestaan, wordt beoordeeld door de Agrarische beoordelingscommissie (Abc). De Abc beoordeelt het bedrijf en geeft aan wat de behoefte aan arbeidsmigranten van het agrarisch bedrijf is, maar op grond van het huisvestingsbeleid mogen er niet meer dan 60 huisvestingsplekken worden gerealiseerd. Bv. bij bedrijf A geeft Abc het advies dat A 25 arbeidsmigranten nodig heeft, dan mogen zij maximaal 25 huisvestingsplekken realiseren. Bij bedrijf B geeft Abc aan dat B 75 arbeidsmigranten nodig heeft, dan mogen zij maximaal 60 huisvestingsplekken realiseren” (Ambtelijke reactie, 22 juni 2023). Ook de norm van 40% eenpersoonskamers is in de praktijk niet altijd logisch: arbeidsmigranten geven soms aan juist liever samen op één kamer te verblijven en dit staat het beleid niet altijd toe. Gesteld wordt, dat de nieuwe beleidsregels weliswaar voor agrarische bedrijven versoepelingen inhouden, maar dat dit voor de overige locaties niet geldt. Zo kon vroeger ook mid-stay gehuisvest worden op bedrijventerreinen.
De nieuwe beleidsregels staan dit niet meer toe, hoewel juist niet agrarische bedrijven behoefte hebben aan mid-stay. Short-stay wordt voornamelijk gebruikt voor seizoensarbeid dat doorgaans voorkomt bij 48
agrarische bedrijven. Niet agrarische bedrijven kennen veel minder seizoensarbeid en zetten arbeidsmigranten veel langer in, met als gevolg dat deze bedrijven behoefte hebben aan mid-stay of zelfs aan long-stay (Interview, 21 juni 2023). Overigens kan bij long-stay niet meer gesproken worden van arbeidsmigranten. Een respondent stelt in dit verband, dat de beleidsregels weliswaar hanteerbaar en uitvoerbaar zijn, maar lang niet altijd bekend zijn bij de doelgroep. Je zou eigenlijk meer mensen moeten hebben om het beleid goed te communiceren, zo stelt de respondent in dit verband. Ook is regionale afstemming van belang voor de uitvoerbaarheid. Dit geldt tevens voor controles en toezicht. Als de buurgemeente wel strikt genoeg is, terwijl wij hier niet strikt genoeg zijn, dan verplaatsen de arbeidsmigranten zich naar Medemblik, aldus de respons. Deze verschuiving vindt daadwerkelijk plaats, zo is de indruk.
4.2.4
Registratie
Op basis van de gesprekken die gevoerd zijn tijdens dit onderzoek met de ambtelijke organisatie, kunnen de volgende bevindingen met betrekking tot de registratie worden gepresenteerd. Aangezien bij verblijf korter dan vier maanden een BRP registratie niet verplicht is, heeft de gemeente via de BRP administratie geen zicht op het aantal arbeidsmigranten dat korter dan vier maanden verblijft. Ook als men langer dan vier maanden verblijft, heeft de gemeente hier niet altijd zicht op. De arbeidsmigranten moeten zich namelijk melden bij de gemeente en als dat niet gebeurt, zijn deze arbeidsmigranten niet bekend bij de gemeente. Met sommige ondernemers onderhoudt de gemeente goede contacten en deze ondernemers stimuleren de arbeidsmigranten om zich te laten registreren. Soms wordt een adrescontrole uitgevoerd, veelal naar aanleiding van een binnengekomen brief van het UWV of de Belastingdienst. Tijdens dergelijke controles blijkt dan, dat meer personen wonen op hetzelfde adres, terwijl deze personen niet bekend waren bij de gemeente. Eigenlijk zouden veel meer adrescontroles moeten worden uitgevoerd, aldus een respondent. We zien als gemeente de inschrijvingen, maar juist de niet-inschrijvingen zie je niet altijd, zo wordt wel gesteld in dit verband.
Als tijdens een controle een short-stay arbeidsmigrant wordt aangetroffen, dan wordt wel een ID gevraagd en deze wordt ook geadministreerd. Na vier maanden voert men de controle dan nogmaals uit om te bezien of de betreffende arbeidsmigrant geregistreerd staat in de BRP. Bij niet registratie worden dan ook wel bestuurlijke boetes uitgedeeld. Zeer veel arbeidsmigranten worden via uitzendbureaus ingeschakeld en er zijn veel van dit soort bureaus actief. De gemeente heeft echter niet veel contact met deze bureaus en de bureaus komen ‘bewust niet in de lucht’. Wel is bekend, dat deze uitzendbureaus een registratie niet stimuleren. De reden hiervoor is niet geheel duidelijk, maar vermoedelijk gaat het hier om fiscale redenen. Ook zou een verplichte ziektekostenverzekering een reden kunnen zijn waarom uitzendbureaus terughoudend zijn met registratie. Woonhuizen worden in de praktijk wel opgekocht door uitzendbureaus, vastgoedondernemers en huisjesmelkers. Uit de BRP blijkt dan, dat geen bewoners staan geregistreerd op het adres. Op basis hiervan stelt de gemeente een leegstandslijst samen. Bij de panden op deze lijst bestaat het vermoeden dat zij toch bewoond worden. Alle eigenaren van de panden op de leegstandslijst worden aangeschreven met het verzoek om aan te geven wie het pand bewoont. Hier komen verschillende reacties op terug en 49
soms wordt in het geheel geen antwoord gegeven. Aan het eind van het jaar vraagt de gemeente om een opgave voor de verblijfsbelasting. Als geen opgave wordt gedaan, dan kan een forfaitair bedrag worden opgelegd (Interview, 22 juni 2023). Het probleem met de leegstandslijst is, dat huisvesters bewust of onbewust personen niet altijd uitschrijven. Hun pand komt dan niet op de leegstandslijst en men kan vervolgens dan ongeregistreerd huisvesten. Het Westland-model is elders in Nederland met succes ingevoerd, aldus de respons. In essentie komt dit model erop neer, dat contact wordt opgenomen met een werkgever. Deze dient vooraf het aantal arbeidsmigranten op te geven. Op één inschrijfavond worden dan vervolgens alle arbeidsmigranten door de gemeente ingeschreven. Als een arbeidsmigrant ontbreekt, dan wordt de hele groep onverrichterzake teruggestuurd. Dit model blijkt goed te werken, maar Medemblik heeft hier nog geen stappen in gezet.
Het Westland-model
Het Westland-Model betreft een groepsgewijze registratie van arbeidsmigranten. De beleidsregels tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten bij glastuinbouwbedrijven vermelden in dit verband: 3.5 “Binnen de Westlandse procedure “Registratie arbeidsmigranten” (conform het besluit van de gemeenteraad van 2009 en 2011) is geregeld dat alle in Westland verblijvende arbeidsmigranten tijdens de maatwerk-avonden worden ingeschreven als ingezetenen. Aangifte van vertrek emigratie wordt dan door de werkgever huisvester aan de gemeente doorgegeven. Als de werkgever na vertrek beëindiging van het contract de huisvesting niet weet waar de arbeidsmigrant verblijft, wordt een adresonderzoek opgestart. Dit duurt minimaal 4 weken (wettelijke termijn). Arbeidsmigranten die (tijdelijk) op een glastuinbouwbedrijf wonen, vallen onder hetzelfde registratie-regime als arbeidsmigranten die op andere locaties wonen. Dat draagt bij aan betere zichtbaarheid, helpt ondermijning te voorkomen en bevordert het contact tussen de overheid en de arbeidsmigrant” (Beleidsregels tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten bij glastuinbouwbedrijven, artikel 3.5).
Het Kennisplatform Inclusief Samenleven vult hier het volgende op aan: “Groepsregistratie in Westland houdt in dat de gemeente jaarlijks ongeveer twintig bijeenkomsten organiseert – bij de werkgever of de gemeente – waarbij per keer tweehonderd arbeidsmigranten zich kunnen inschrijven. Doordat dit grotendeels geautomatiseerd gebeurt, is de inschrijving in twee minuten geklaard. Inmiddels hebben, sinds de start in 2011, in totaal 12.000 arbeidsmigranten zich op deze manier ingeschreven. ‘Deze manier van inschrijven is handig voor de medewerkers en ook voor ons als bedrijf’, vertelt een werkgever uit het Westland. ‘Inschrijven is belangrijk voor de mensen zelf, om zaken te kunnen regelen zoals de zorgtoeslag.’” (Site Kennisplatform Inclusief Samenleven, 31 augustus 2023).
50
Het grootste knelpunt binnen Medemblik in dit verband is, dat geen gemeentelijk contactpersoon is aangesteld. Deze contactpersoon zou actief contact kunnen zoeken en overleg kunnen voeren met uitzendbureaus en andere werkgevers. Daarnaast dient men zich bewust te zijn van de benodigde capaciteit in het vervolgproces. Als de contactpersoon namelijk succesvol opereert, dient de gemeente immers meer arbeidsmigranten in te schrijven, hetgeen ook weer capaciteit vergt. Tevens kan een arbeidsmigrant verhuizen binnen Nederland en de gemeente dient ook dergelijke verhuisbewegingen te traceren (Interview, 21 juni 2023). In zijn algemeenheid wordt gesteld dat toezicht op de registratie van arbeidsmigranten vroeger wat is blijven liggen. De laatste tijd wordt hier veel meer aandacht op gevestigd. Wellicht komt dit door de raakvlakken met ondermijning, arbeidsuitbuiting of andere criminele activiteiten (zoals het kweken van hennep). “Men dacht vroeger wel, dat dit soort problemen (ondermijning, arbeidsuitbuiting, etc.) enkel voorkwamen in de Randstad. Nu ziet men, dat dit deze problemen zich ook hier kunnen voordoen”, zo stelt een respondent op dit punt (Interview, 3 juli 2023). De politieke en bestuurlijke aandacht voor dit thema neemt toe, maar de bewustwording moet nog groeien, zo is de opinie van sommige respondenten.
4.2.5
De verblijfsbelasting
Op basis van de gesprekken die gevoerd zijn tijdens dit onderzoek met de ambtelijke organisatie, kunnen de volgende bevindingen met betrekking tot de verblijfsbelasting worden gepresenteerd. Om de registratie van arbeidsmigranten te bevorderen, kan gebruik worden gemaakt van de aangiften die men in het kader van de verblijfsbelasting moet doen. De verblijfsbelasting is eigenlijk de toeristenbelasting en vindt zijn grondslag in artikel 224 van de Gemeentewet. In het verleden was de term toeristenbelasting echter verwarrend. Huisvesters van arbeidsmigranten gingen ervan uit, dat de toeristenbelasting niet gold voor arbeidsmigranten (dat zijn immers geen toeristen). Na de naamswijziging is voor iedereen duidelijk, dat iedereen die verblijft in de gemeente en niet in de basisregistratie staat ingeschreven, deze belasting moet betalen. In beginsel moet iemand die een verblijf aanbiedt een nachtregister bijhouden. Dit register kan als basis dienen voor de opgave die gedaan moet worden voor de verblijfsbelasting. Het aanleggen en bijhouden van het register is verplicht op basis van artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op basis van artikel 2:38 van de APV. Desgevraagd wordt hier de volgende toelichting op gegeven: “Iedereen die tegen betaling nachtverblijf aanbiedt aan personen moet een nachtregister bijhouden.
Het doel van het nachtregister is dat hulpdiensten beter hun werk kunnen doen bij een calamiteit. Als er bijvoorbeeld brand is kan de brandweer snel zien wie er op de locatie aanwezig is. Zo kan de veiligheid van de mensen die in onze gemeente overnachten beter beschermd worden. Daarnaast dient u verblijfsbelasting te innen bij iedereen aan wie u een overnachting aanbiedt conform de Verordening Verblijfsbelasting. In artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht en in artikel 2:38 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Medemblik is vastgelegd dat verblijfsaanbieders verplicht zijn een nachtregister bij te houden. Als ze dit niet doen, zijn ze strafbaar. De gegevens die bijgehouden moeten worden zijn: naam, beroep of betrekking, woonplaats, dag van aankomst en dag van vertrek van de personen. De verblijf aanbieder dient zelf zorg te dragen voor het bijhouden van een nachtregister. Dit 51
nachtregister kan steekproefsgewijs, en ook met terugwerkende kracht, opgevraagd worden. Als de gemeente daar reden voor heeft, is deze bevoegd het nachtregister op te vragen” (Ambtelijke reactie, 22 juni 2023). In het ambtelijk wederhoor wordt hier het volgende op aangevuld: “Niet elke verblijfsaanbieder biedt tegen betaling verblijf aan. Sommige verrekenen dat met loon, waardoor lijkt alsof ze “gratis” wonen. Of in welke andere vorm dan ook in plaats van tegen betaling” (Ambtelijk wederhoor, 31 augustus 20223). Het belastbaar feit wordt in de verordening als volgt omschreven: “Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam ‘verblijfsbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven”. In beginsel dient dus ook verblijfsbelasting betaald te worden als de huur wordt verrekend met het loon of als de huur op een andere manier dan in geld wordt voldaan. In de praktijk zijn er wel twijfels over de getrouwheid van de opgaven. Soms wordt geopteerd voor het forfaitair bedrag ex artikel 5 van de verordening. Dit komt bijvoorbeeld voor bij vakantieparken Bij minder dan drie slaapplaatsen bedraagt dit bedrag 1,9 x 90 x 1,91 = € 326,61.
Gelet op de omvang van de vakantiewoningen op het park bestaat echter het vermoeden dat hier per woning meer dan drie personen per nacht overnachten. De gemeente bezit echter niet de capaciteit om hier streng op te controleren. Het opleggen van verblijfsbelasting wordt bemoeilijkt, doordat het team dat deze belasting moet heffen en invorderen geen informatie krijgt over de omgevingsvergunningen die verstrekt worden voor het huisvesten van arbeidsmigranten, aldus de respons. Dit heeft tot gevolg dat alle verstrekte vergunningen moeten worden nagelopen en dat vervolgens de vergunningen die specifiek betrekking hebben op het huisvesten van arbeidsmigranten geselecteerd moeten worden. Dit neemt vrij veel tijd in beslag (Interview, 22 juni 2023). In het ambtelijk wederhoor wordt dit tegengesproken. Gesteld wordt, dat deze informatie via de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) ter beschikking wordt gesteld aan het team Belastingen (Ambtelijk wederhoor, 21 september 2023). In het verleden lag het heffen en invorderen van verblijfsbelasting bij agrarische bedrijven politiek gevoelig. Het al te strikt heffen en invorderen werd niet altijd gestimuleerd. Sinds het nieuwe beleid van kracht is, is dit echter niet meer het geval en wordt een adequate heffing en invordering juist wel gesteund. Om dit kracht bij te zetten werd € 4 ton extra geraamd als extra belastinginkomsten.
Dit bedrag was echter niet onderbouwd en is ook niet gerealiseerd. Het probleem blijft namelijk, dat de gemeente geen zicht heeft op het daadwerkelijke aantal en de daadwerkelijke locaties van arbeidsmigranten. Sommige werkgevers en huisvesters betrekken het standpunt dat het afdragen van verblijfsbelasting een titel biedt om de huisvesting te legaliseren. Dit is echter onjuist. Enkel het afgeven van een omgevingsvergunning legaliseert huisvesting. Soms dreigt de gemeente wel met het opleggen van een boete, maar in de praktijk is deze nooit opgelegd (Interview, 22 juni 2023). Een andere respondent vult hierop aan dat het vermoeden bestaat dat in meer dan de helft van de gevallen geen nachtregister wordt bijgehouden (ook bij vergunde huisvesting) (Interview, 3 juli 2023).
52
De gemeente heeft emigratie digitaal gefaciliteerd: “Het liefst zien wij dat de emigratie per Digid wordt doorgegeven. De arbeidsmigranten kunnen dan op de site van de gemeente Medemblik inloggen en dan kiezen voor emigratie. Dat is het meest handig zowel voor degene die gaat emigreren als voor ons. Als iemand ingeschreven staat en hij gaat minder dan 4 maanden terug naar het thuisland en daarna weer terugkeert op het adres dan hoeft hij zij niet te worden uitgeschreven. Is er bij de werkgever bekend dat betrokkene niet meer terugkeert naar Nederland dan graag een emigratie laten doorgeven” (Ambtelijke reactie, 22 juni 2023). In het ambtelijk wederhoor wordt hierop aangevuld, dat het doorgeven van emigratie altijd door de arbeidsmigrant zelf gedaan moet worden (Ambtelijk wederhoor, 20 september 2023).
4.2.6
De uitvoerings- en handhavingsstrategie van 2023
Op 20 juni 2023 wordt door het college de uitvoerings- en handhavingsstrategie van de gemeente Medemblik 2023-2026 zonder op- of aanmerkingen vastgesteld en via een informatienota gedeeld met de raad. Met deze strategie wordt voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet 2024. Gesteld wordt in het collegeadvies dat de gemeente nog steeds onder verzwaard provinciaal toezicht staat, omdat al enkele jaren niet wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria die in het Besluit omgevingsrecht zijn opgenomen. Inmiddels zijn er stappen gezet. Er is budget vrijgemaakt om de kwaliteit van de afdelingen vergunningen, toezicht en handhaving, en ruimtelijke ordening een ‘boost’ te geven. Er is aan de slag gegaan met het op orde krijgen van de inhoudelijke stukken en de beleidscyclus wordt ingebed in de organisatie. Eén van de inhoudelijke stukken is de U&H strategie die iedere gemeente verplicht moet hebben. Deze strategie is samen met de provincie tot stand gekomen. De strategie geeft handvatten voor het uitvoeringsprogramma dat jaarlijks wordt vastgesteld. Het is de bedoeling dat de raad het college kan controleren op het bereiken van de doelstellingen van het beleid en de kwaliteit van de uitvoering en handhaving (Collegeadvies, 20 juni 2023). Deze strategie bevat een weergave van hoe de gemeente haar VTH-taken uitvoert en hoe zij de interpretatieruimte die de wetgeving biedt, wil invullen.
Voorheen werd dit het VTH-beleid genoemd. Daarmee vormt deze strategie de basis voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Bij het wettelijk kader worden onder andere de beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers opgevoerd (Strategie, p. 6). In de strategie wordt gebruik gemaakt van een risicoanalyse. Per activiteit wordt daarbij bezien of het negatieve effect groot, gemiddeld of klein is. Vervolgens wordt bezien wat de kans is op een overtreding op het moment dat de gemeente de uitvoerings- en handhavingstaken niet zou uitvoeren. Uiteindelijk leidt dit tot een prioritering van zeer hoog, hoog, gemiddeld, laag tot zeer laag (Strategie, p. 12). Ten aanzien van het gebruik van woningen wordt de volgende risico-inschatting gemaakt:
53
(Strategie, p. 14) Daarbij staan de nummer 1, 2 en 4 voor veiligheid & gezondheid, leefbaarheid en bestuurlijk imago. De gemeente zet in op een preventieve handhavingsstrategie. Door vooraf te investeren in inzicht en duidelijkheid van regels, beoogt de gemeente een deel van de overtredingen door de burgers en de bedrijven te voorkomen. Hiertoe wordt voorlichting ingezet, maar ook een zo vroeg mogelijke beoordeling van plannen en initiatieven. Daarnaast is het ‘adviesrecht raad’ en de ‘verplichte participatie aangewezen buitenplanse omgevingsactiviteiten 2022’ vastgesteld, waarmee de initiatiefnemer wordt aangezet tot participatie om op die manier voldoende draagvlak te creëren. De vergunnings-uitvoering (het verlenen of weigeren van een vergunning, het gebruik maken van het adviesrecht van de raad, etc.) is gebaseerd op onder meer de volgende uitgangspunten. De inwoners en bedrijven zijn verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige aanvragen. Vergunningen zijn afgestemd op de geldende wet- en regelgeving en afgestemd op landelijke standaarden. De vergunningen zijn goed te begrijpen, uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar. Besluiten op aanvragen worden tijdig genomen en het proces is voorspelbaar, transparant, juridisch juist en achteraf verifieerbaar (Strategie, p. 19). De strategie gaat tevens in op het toezicht.
Toezicht vindt plaats op basis van een omgevingsanalyse, terwijl de planning wordt vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Zodra een overtreding is geconstateerd, wordt overgegaan op een andere strategie: waarschuwen, sanctioneren of alleen in uitzonderlijke gevallen gedogen (Strategie, p. 26). Het toezicht vindt plaats op basis van het uitvoeringsprogramma, vergunningen en meldingen, specifieke thema’s of projecten, ontvangen meldingen, klachten, handhavingsverzoeken en ongewone voorvallen en op basis van waarnemingen in het vrije veld (Strategie, p. 26). Op het gebied van toezicht wordt ingezet op zelftoezicht: “Doordat de capaciteit voor toezicht beperkt is, wordt zoveel mogelijk gestreefd naar bewustwording bij initiatiefnemers om naleefgedrag te bereiken. Bij deze vorm van toezicht gaat het om een andere rolverdeling tussen overheid en burger bedrijf. Een voorbeeld van zelftoezicht is het bouwtoezicht onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarbij initiatiefnemers voor het bouwtechnisch toezicht met een gecertificeerde partij afspraken dienen te maken. Een lichtere vorm van zelftoezicht is het hanteren van een checklist zelfcontroleformulier bij bijvoorbeeld evenementen, kinderdagverblijven, horecagelegenheden en logies. Indien geen vorm van zelftoezicht mogelijk is, kunnen door de gemeenten verschillende toezichtvormen worden gebruikt.
Het onderscheid is van belang omdat per branche en per beleidsterrein de aspecten waar de controle zich op richt verschillend zijn. Het is effectief om verschillende vormen van controles te hanteren” (Strategie, p. 26). 54
Als het vermoeden bestaat van illegale huisvesting van arbeidsmigranten, dan wordt in ieder geval onaangekondigd gecontroleerd (Strategie, p. 28). Het toezicht op de ruimtelijke ordening (met name strijdig gebruik) vindt plaats op basis van gebiedscontroles, klachten, meldingen en handhavingsverzoeken en op basis van specifieke projecten, zoals bij huisvesting arbeidsmigranten logies (Strategie, p. 31). Vanaf de zomer 2023 wordt gestart met een projectmatige aanpak voor het toezicht en de handhaving met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten. De respondenten beschikken echter in eerste instantie niet over informatie met betrekking tot dit project. Desgevraagd wordt aangegeven dat het project zich in de opstartfase bevindt. Eén van die bijlagen bij de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit 2023 betreft een omgevingsanalyse. Deze is uitgevoerd door de gemeente in samenwerking met de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. Uit deze analyse blijkt, dat illegale bewoning in woonwijken, bedrijventerreinen en op recreatieparken als eerste probleem wordt opgevoerd (Omgevingsanalyse, p. 1). Het probleem wordt in de omgevingsanalyse als volgt omschreven: “De komst van buitenlandse werknemers, maar ook de toename van asielzoekers met een verblijfsstatus, leidt tot een extra vraag naar huisvesting.
Buitenlandse werknemers verblijven over het algemeen relatief kort in kleinere ruimten met beperkte voorzieningen. Woonruimtes voor buitenlandse werknemers zijn onvoldoende beschikbaar, waardoor huisvesting op andere plekken plaatsvindt. De huidige huisvesting van buitenlandse werknemers leidt tot oneigenlijk strijdig gebruik van de objecten met de volgende bijkomende risico’s: slechte brandveiligheid (zeker in combinatie met overbewoning), parkeeroverlast, gezondheidsrisico’s door beperkt ventileren, slechte sanitaire voorzieningen en verslechtering van de waterkwaliteit (door bij gebrek aan riolering lozing op oppervlaktewater). Het illegaal gebruik heeft vooral tot gevolg dat overlast in de buurt ontstaat (onder meer parkeren en vervoerbewegingen), bedrijven worden beperkt in hun groeimogelijkheden (door bewoning van bedrijfswoningen) en branden sneller kunnen ontstaan en uitbreiden en vluchtmogelijkheden worden beperkt (met name bij splitsing en overbewoning). Een deel van het illegaal gebruik leidt niet direct tot hinder voor de omgeving; doordat over deze activiteiten niet geklaagd wordt, zijn deze activiteiten vaak ook niet bekend bij de gemeente. Bij handhavend optreden door de gemeente bij een gelijksoortige situatie worden de nog niet bekende situaties door beklaagde vaak aangedragen.
Dit geeft een gevoel van rechtsongelijkheid bij de overtreder” (Omgevingsanalyse, p. 2). De omgevingsanalyse gaat uit van het volgende inzicht:
55
Daarnaast staan volgens de basisregistratie personen 228 individuen ingeschreven op de diverse vakantieparken in Medemblik waar dat niet is toegestaan. We zien voor zowel de bewoning in woonwijken als op recreatieparken een toename in het aantal meldingen en dossiers dat is aangemaakt (Omgevingsanalyse, p. 2). De omgevingsanalyse vervolgt: “Voor handhaving was afgesproken om in het programma per park een handhavingsparagraaf op te stellen. Op 21 september 2021 heeft het college de Beleidsregel handhaving recreatief gebruik recreatieverblijven gemeente Medemblik 2016 echter ingetrokken. Deze beleidsregel gaf een prioritering voor de handhaving per park (tot 2018) en een staffel voor de hoogte van dwangsommen en lengte van begunstigingstermijnen. Voor dit laatste kunnen we terugvallen op de U&H-strategie (waarin aansluiting is gezocht bij de Landelijke handhavingsstrategie), maar voor de prioritering hebben we nu geen kaders. Er wordt thans dus gehandhaafd aan de hand van meldingen en handhavingsverzoeken. Dit heeft tot gevolg dat we wel individuele gevallen aan (kunnen) pakken, maar niet een geheel park en onze handhaving reactief is. Het zicht en grip op de parken verdwijnt ook. Ook onze geloofwaardigheid komt in het geding door langdurig niet handhaven. Het beeld kan ontstaan dat we gedogen terwijl hier (op de meeste parken) geen sprake van is.
Tijdens de controles op illegale bewoning komen de toezichthouders een aantal dingen vaak tegen. Ten eerste zijn het vaak “grote spelers” die de mensen illegaal ergens huisvesten. Met grote spelers worden personen bedoeld die vaak genoemd worden door de arbeidsmigranten als zijnde degene die ze huisvesting hebben gegeven. Ten tweede worden arbeidsmigranten vaak uitgebuit door deze “grote spelers”. Voor een groot deel zijn dit de jonge arbeidsmigranten die niet eerder in Nederland hebben gewerkt. Tijdens controles valt op dat de oudere generatie hier minder last van heeft. Ten derde worden de arbeidsmigranten vrijwel altijd hiernaartoe gehaald door ronselaars die hen in deze illegale situaties brengen. Arbeidsmigranten dragen zelf zelden zorg voor de eigen huisvesting.
56
In de buurt waar arbeidsmigranten wonen kan dit voor de buurt overlast opleveren vanwege een ander dag- en leefritme, de hoeveelheid auto’s, de wisseling van arbeidsmigranten (door verhuurder uitzendbureaus). Doordat het geen gezinsleden zijn, is er minder binding met elkaar waardoor men minder op elkaar let of aanspreekt op gedrag, en is er minder binding met omgeving waardoor men zich minder geneigd voelt zich aan te passen. In het ergste geval wordt de Wet Aanpak Woonoverlast ingezet. De arbeidsmigranten verblijven met regelmaat op locaties die niet voldoen aan de huidige wet- en regelgeving. Het gaat dan om overbewoning, slechte ventilatie en isolatie, hygiëne, maar ook brandveiligheid. Men woont op plekken, bijvoorbeeld op een industrieterrein, waar andere veiligheidsnormen gelden dan bij een woonfunctie. Ook bij inzet van de brandweer is illegale bewoning een groot risico: als er een brand is in een woonwijk gaat de brandweer er vanuit dat daar zich mensen bevinden. Dan geldt er een wettelijke verplichting vanuit het Besluit Veiligheidsregio’s om bij een brand in een woning een maximale opkomsttijd van 8 minuten te realiseren. Bij portiekwoningen is dat zelfs 6 minuten. Echter, bij een industriefunctie is de opkomsttijd 10 minuten. Op deze eisen is onze brandweerzorg dan ook georganiseerd.
Dus bij een brand in een loods op een industriegebied mag de brandweer er 10 minuten over doen. Ook zal een andere inzet gepleegd worden bij bestrijding van de brand. Op enkele vakantieparken staan veel houten bouwwerken, die gebouwd zijn in de jaren ‘70 en ’80 van de vorige eeuw. Doordat de bouwwerken niet voldoen aan de huidige eisen, is onder meer de brandveiligheid in het geding. Vakantieparken verliezen hun recreatieve waarde omdat het gebruik als woning andere eisen stelt aan een vakantiehuisje dan wanneer dit recreatief wordt gebruikt. Voor de overige recreanten geldt een beperktere belevingswaarde, de kans op ruzies en verrommeling is groter en als geheel wordt het park minder aantrekkelijk. Om illegale bewoning in woonwijken, op industrieterreinen en op recreatieparken tegen te gaan, • voeren wij ten minste 50 controles uit op jaarbasis op illegale bewoning en of onveilige situaties op bedrijventerreinen en in woonwijken en ondernemen actie bij strijdig gebruik • controleren wij minimaal 1 recreatiepark per jaar op het gebruik conform het bestemmingsplan en ondernemen actie bij strijdig gebruik” (Omgevingsanalyse, p. 3 en 4). In deze omgevingsanalyse wordt dit probleem een zeer hoge prioriteit meegegeven. Voor de jaren 2023 en 2024 worden een aantal activiteiten en maatregelen voorgenomen:
57
58
59
60
4.3
De casestudie bij Medemblik
Ten behoeve van dit onderzoek is een casestudie uitgevoerd. Daartoe zijn alle documenten opgevraagd en geanalyseerd die betrekking hebben op deze casus. De casus betreft een vergunningaanvraag en de afhandeling van deze aanvraag. Hoewel een casestudie uiteraard geen representatief beeld geeft van het proces van vergunningsafhandeling, kan een casestudie wel als illustratie van dit proces dienen (Yin, 1986). 15 oktober 2021 dient de heer X een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het tijdelijk huisvesten van 16 arbeidsmigranten op de locatie A in Oostwoud. Tevens wordt een omgevingsvergunning Brandveilig gebruik aangevraagd (X, 15 oktober 2021). De gemeente verstuurt op 18 oktober 2021 een bevestiging dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het brandveilig gebruik is ontvangen. Het gaat hier om de activiteit Bijeenkomstfunctie – brandveilig gebruik. De behandeling van deze aanvraag vindt plaats volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Deze procedure heeft een termijn van zes maanden, zodat de gemeente uiterlijk op 15 april 2022 een beslissing moet nemen over de aanvraag. De termijn kan eventueel met zes weken worden verlengd. Als de aanvrager hiermee akkoord gaat en zijn emailadres op het aanvraagformulier heeft ingevuld, dan zal de aanvraag volledig digitaal worden afgehandeld (Medemblik, 18 oktober 2021).
Tevens wordt die dag een ontvangstbevestiging verzonden waarin staat aangegeven dat ook de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het tijdelijk huisvesten van 16 arbeidsmigranten is ontvangen. Het gaat hier om de activiteiten Bouwen (nieuw) en tijdelijke huisvesting van 16 arbeidsmigranten. In de brief wordt gesteld dat de behandeling van deze aanvraag volgens de reguliere voorbereidingsprocedure verloopt. Deze procedure heeft een termijn van acht weken, hetgeen betekent dat de gemeente op 10 december 2021 een beslissing moet nemen. Ook deze termijn kan met zes weken worden verlengd (Medemblik, 18 oktober 2021). 7 december 2021 bericht de gemeente de aanvrager, dat de ingediende stukken met betrekking tot de huisvesting onvoldoende zijn om de aanvraag te beoordelen. De gemeente verzoekt om de volgende informatie nog aan te leveren: “-formulier activiteit "handelen in strijd met ruimtelijke regels"; -bodemrapport ter plaatse van de units; een beoordeling van de rapportage door de OmgevingsdienstNoord-Holland Noord wordt aan u doorberekend; -indien constructies ontbreken en niet op formulier aangekruist is dat het later komt: constructieve gegevens en berekening. Dit mag later worden ingediend indien u hier schriftelijk om vraagt. -indien er PvE’s en of ontruimingsplan ontbreekt (en nodig is) en niet op formulier aangekruist staat dat het later komt.
Dit mag later worden ingediend indien u hier schriftelijk om vraagt; -alle berekeningen en gegevens volgens de regels het Bouwbesluit 2012; -het ingevulde formulier voor de Agrarische Beoordeling Commissie (ABCie). Dit formulier kunt u downloaden via de website van de ABCie. De kosten voor een beoordeling van de ABCie worden aan u doorberekend;
61
-op blad I01 duidelijk aangeven de hoeveelheid bomen en struiken per m2 en of m1, tevens de grootte, diameter en hoogte bij het planten per soort. Het moge duidelijk zijn dat voor een periode van 10 jaar er een forse struik of boom moet worden aangeplant” (Medemblik, 7 december 2021). Daarnaast dient de activiteit “Handelen in strijd met ruimtelijke regels” opgenomen te worden in de aanvraag en ook hiervoor dienen de vereiste gegevens aangeleverd te worden. De beslistermijn wordt op grond van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht opgeschort totdat de gevraagde gegevens zijn ontvangen. Tevens wordt de behandeling opgeschort tot minimaal twee weken nadat de gemeente het advies van de AB-Commissie heeft ontvangen. Op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten als 18 januari 2022 de gegevens niet in het bezit zijn van de gemeente (Medemblik, 7 december 2021). In opdracht van de adviseur van de aanvrager wordt op 5 januari 2022 het verkennend bodemonderzoek opgeleverd. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het onderzoek concludeert dat zintuiglijk geen verontreinigingen zijn waargenomen.
Op basis van de historie van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als een niet verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest kan worden beschouwd. Analytisch is in een grondmengmonster een licht verhoogd gehalte aan choordaan geconstateerd. Daarnaast is in het grondwater een licht verhoogd gehalte aan Kobalt en een matig verhoogd gehalte aan nikkel geconstateerd (Bodemonderzoek, 5 januari 2022, p. 13). Dit leidt tot de slotconclusie dat de hypothese niet verdachte locatie formeel gezien niet juist is. Een aanvullend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Vanuit milieutechnisch oogpunt bestaan geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein en de afgifte van een omgevingsvergunning. Op 18 januari 2022 vraagt de adviseur en gemachtigde van de aanvrager om uitstel met twee maanden om de ontbrekende gegeven te leveren. Gesteld wordt in de brief van de adviseur, dat de AB-Commissie nog geen bezoek heeft afgelegd en daarnaast zijn diverse uitgezette onderzoeken vanwege het kerstreces nog niet gereed (Brief adviseur, 18 januari 2022). Dit uitstel wordt op 21 januari 2022 door de gemeente verleend (Medemblik, 21 januari 2022). 16 maart 2022 mailt de gemeente de aanvrager. Op basis van deze mail kan geconstateerd worden dat die dag telefonisch contact is geweest tussen de gemeente en de aanvrager.
Gesteld wordt in de mail, dat de gemeente op 7 december 2021 verzocht heeft aanvullende gegevens aan te leveren. Het bodemrapport ter plaatse van de units ontbreekt echter nog. Daarnaast worden de constructieve gegeven en PvE voor een eventuele brandmeldinstallatie later aangeleverd, hetgeen eerder al bevestigd is. 15 maart 2022 verstreek de aanleverdatum voor de ontbrekende gegevens. Aangegeven wordt dat de termijn met een periode van twee weken wordt verlengd. Uiterlijk 29 maart 2022 dient het bodemrapport te zijn ingediend (Medemblik, 16 maart 2022). 29 maart 2022 verstuurt de gemeente de aanvrager een brief met betrekking tot het verlengen van de beslistermijn met betrekking tot de aanvraag voor het huisvesten. De termijn is onderbroken geweest van 18 januari 2022 tot 28 maart 2022 in afwachting van de ontbrekende gegevens. Dit betekent, dat de gemeente uiterlijk op 31 maart 2022 een besluit moet nemen. De gemeente kan echter met toepassing van artikel 3.9 lid 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de termijn verlengen met zes weken en de gemeente maakt gebruik van deze mogelijkheid. De gemeente heeft namelijk meer tijd nodig om het besluit op de aanvraag zorgvuldig voor te bereiden. Dit houdt in, dat de gemeente uiterlijk 12 mei 2022 een beslissing op de aanvraag neemt (Medemblik, 29 maart 2022). 62
Op 5 april 2022 mailt de gemeente de aanvrager. Uit het tekenwerk is nog onvoldoende duidelijk of het gebouw wordt geplaatst binnen het bouwvlak. Dit is echter wel een harde eis uit het nieuwe beleid waarvan niet kan worden afgeweken. Het bestemmingsplan bevat een mogelijkheid voor het wijzigen van de situering agrarisch bedrijfskavel, maar dan dient het college het bestemmingsplan te wijzigen (Medemblik, 5 april 2022). Op 20 april 2022 mailt de omgevingsdienst de gemeente. Aangegeven wordt dat de zaak in behandeling is genomen. De omgevingsdienst vraagt zich af wat de verblijfsduur is van de werknemer en of het hoofdzakelijk werknemers zijn van het eigen bedrijf. Ook wordt gevraagd of de ontwikkeling binnen het gemeentelijk stikstofbeleid past. Aangezien het technisch gezien om een uitbreiding gaat, zou de omgevingsdienst een stikstofberekening moeten ontvangen (Omgevingsdienst, 20 april 2022). 13 juni 2022 mailt de gemeente de aanvrager. De conclusie van de gemeente is, dat de ingediende stukken onvoldoende zijn om de aanvraag te beoordelen. De volgende gegevens ontbreken: “- Toelichting op het verzoek waaruit blijkt wat de verblijfsduur is van de werknemers en het verblijf wordt aangeboden aan eigen of externe werknemers.
- Afschrift melding activiteitenbesluit via www.aimonline.nl.; - Stikstofberekening met Aerius-calculator; - Bodemonderzoek (vrijstelling is niet mogelijk, zie advies OD NHN). Ontbrekende gegevens in het kader van de brandveiligheid, zie advies Veiligheidsregio: - Indeling in brand-, subbrand en beschermde subbrandcompartimenten; - Vluchtroutes en de bijbehorende mate van bescherming; - Aansluitpunten van gas-, elektra- en waterleiding; - Materiaal aanduiding uitwendige en inwendige scheidingsconstructies; - Aanduiding kokers, schachten, kanalen en schoorstenen; - Gebruiksgebieden, functiegebieden en verblijfsgebieden; - Toegankelijkheidssectoren; - Aanduiding vluchtroute - juiste symbool gebruiken conform NEN 1413; - Brandweeringang” (Medemblik, 13 juni 2022). Ambtshalve kan de activiteit “Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” betrokken worden bij de aanvraag. Van deze mogelijkheid maakt de gemeente gebruik zodra de ontbrekende gegevens zijn ontvangen. Op 7 juni 2022 is een positief advies ontvangen van de Agrarische Beoordelingscommissie voor het tijdelijk huisvesten van 16 buitenlandse werknemers. De ontbrekende gegevens dienen uiterlijk 8 juli 2022 in het bezit van de gemeente te zijn. De behandeling wordt opgeschort en gaat weer lopen op de genoemde datum of op de dag waarop alle gevraagde gegevens zijn ontvangen (Medemblik, 13 juni 2022).
63
Het advies van de omgevingsdienst is bijgevoegd bij de mail van 13 juni 2022. Hieruit blijkt, dat sprake is van een verdachte situatie waardoor geen vrijstelling kan worden verleend voor de uitvoering van een bodemonderzoek. Uit de beschikbare bodeminformatie blijkt namelijk dat op het perceel op 45 meter van de bouwlocatie een sterke verontreiniging met olie aanwezig was. Geadviseerd wordt om de aanvrager te verzoeken een (nieuw) bodemonderzoek in te laten dienen. Dat betekent dat eerst een vooronderzoek conform NEN 5725 moet worden uitgevoerd. Het bodemonderzoek zelf moet worden uitgevoerd conform NEN 5740. Voor het leveren van het onderzoek adviseert de omgevingsdienst een termijn van zes weken te stellen. Voor de beoordeling van de stikstofberekening dient het originele PDF- of GML-bestand van de AERIUS-berekening aangeleverd te worden. Daarnaast dient men te voorkomen dat de rugstreeppad het plangebied binnen trekt tijdens de werkzaamheden en dat er na zonsondergang felle verlichting aan blijft staan, zodat mogelijk nabij gelegen verblijfplaatsen van vleermuizen niet verstoord worden (Omgevingsdienst, 3 mei 2022). De Abc geeft op 7 juni 2022 de volgende beoordeling: “Tijdens het bezoek is de loonadministratie aan onze commissie getoond en heeft zij inzicht gekregen in het aantal tijdelijke werknemers die op het bedrijf werkzaam zijn.
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitzendbureaus. De aantallen medewerkers die in de loonadministratie zijn opgenomen komen overeen met de door de heer X voor de aanvraag opgegeven aantallen. Op basis van de verstrekte gegevens en het bezoek heeft onze commissie de overtuiging dat de aangevraagde tijdelijke woonruimte zal worden gebruikt voor de huisvesting van medewerkers op onderhavig bedrijf. Gezien de groeiende markt van biologisch geteelde producten, behoort een goed toekomstperspectief voor dit bedrijf tot de mogelijkheden” (Abc, 7 juni 2022). Het dossier bevat een ongedateerd adviesformulier voor het WABO RO Overleg. Het voorstel hierbij is, om medewerking te verlenen tijdelijk voor 10 jaar afhankelijk van de Abc. In dit formulier wordt verwezen naar artikel 3.5.4 (vermoedelijk van het bestemmingsplan) dat betrekking heeft op de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen en of bedrijfswoning. Naast een aantal voorwaarden die aan de verlening worden verbonden, wordt een aantal overige toetsingscriteria opgevoerd.
Zo dient het plan te passen in de woonvisie, dient het te passen in het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren Medemblik, dient het in lijn te zijn met het parkeerbeleid, is advies van EZ nodig, dient rekening gehouden te worden met burenrecht, planschade, geluidsoverlast, bodem, aanrijdtijden brandweer, bedrijven en milieuzonering, overig beleid en grondverkoop (Adviesformulier, ongedateerd). 21 juni 2022 wordt een adviesformulier ingevuld voor het taakveld omgevingszaken. Hierin wordt 5 augustus 2022 als fatale beslissingsdatum opgevoerd. Geadviseerd wordt om medewerking te verlenen aan de afwijking en een omgevingsvergunning te verlenen voor een periode van 10 jaar. Het betreft hier de activiteiten bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Die laatste activiteit is ambtshalve toegevoegd (Medemblik, 21 juni 2022). Als voorwaarden gelden, dat in het werknemersverblijf ten hoogste zestien werknemers worden gehuisvest. De huisvesting wordt uitsluitend aangewend voor de huisvesting van de werknemers die werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde bedrijf. Daarnaast wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast volgens het erfinpassingplan. Tot slot wordt de tijdelijke huisvesting beëindigd en het bouwwerk wordt verwijderd uiterlijk 10 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning.
Gesteld wordt dat de aanvraag in eerste instantie niet in behandeling kon worden genomen omdat deze niet compleet was. Op 7 december 2021 is verzocht aanvullende gegevens in te dienen, die gedeeltelijk op 28 mei 2022 zijn ontvangen. Hierna is de aanvraag in behandeling genomen. Op 13 juni 2022 is verzocht aanvullende gegevens in te dienen waarna de aanvraag in behandeling is genomen. Hoewel het bouwplan niet past in het bestemmingsplan, kan gebruik 64
worden gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid die lid 3.3.2 van het bestemmingsplan biedt (Adviesformulier, 21 juni 2022). 8 juli 2022 mailt de adviseur van de aanvrager de gemeente. Gevraagd wordt naar de stand van zaken met betrekking tot de stukken en de data. 12 juli 2022 mailt de gemeente dat men hoopt er “vandaag naar te kunnen kijken”. 25 juli 2022 mailt de gemeente de adviseur. “Ook is in ons nieuwe systeem het inzichtelijk houden van de fatale beslisdatum niet eenvoudig. Het kosten daardoor meer tijd dan verwacht om de fatale beslisdatum te achterhalen. Maar inmiddels weet ik meer; de fatale beslisdatum staat op 5 augustus 2022”. De aanvraag is op 15 oktober 2021 ontvangen. De aanvraag is opgeschort vanaf 7 december 2021 tot 2 weken na het ontvangen van het advies van de Abc. Dit advies is ontvangen op 7 juni 2022 (plus 2 weken is 21 juni 2022). Daarnaast is de termijn verlengd met 6 weken (verzonden op 9 maart 2022), zodat de fatale datum uitkomt op 5 augustus 2022. Inmiddels zijn alle stukken en adviezen ontvangen en heeft de gemeente voldoende informatie om over te gaan tot het verlenen van de omgevingsvergunning. Begin volgende week legt de gemeente de laatste hand aan de vergunning en de adviseur kan volgende week de omgevingsvergunning per e-mail tegemoet zien (Medemblik, 25 juli 2022).
Op 26 juli 2022 verstrekt het college een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het tijdelijk huisvesten van 16 arbeidsmigranten en voor het afwijken van het bestemmingsplan. In de argumentatie wordt verwezen naar het advies van de AB Commissie. Daarnaast is geen sprake van een chalet, worden de aangrenzende bedrijven niet in hun ontwikkeling beperkt, zijn binnen een straal van 50 meter geen woningen van derden aanwezig, etc. Het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en aan de regels van de Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 1e tranche. Deze argumentatie komt overeen met de argumentatie uit het eerder opgemaakte adviesformulier van 21 juni 2022. Bij de omgevingsvergunning behoren enkele voorschriften. Zo moet minimaal drie weken voor de start van de bouwwerkzaamheden de gemeente de ingediende tekeningen en berekeningen hebben goedgekeurd. Twee dagen voor het starten van de bouw moet de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling worden ingelicht. Met het bouwen mag niet worden begonnen voordat door een medewerker Handhaving en Veiligheid het straatpeil is aangegeven en de rooilijnen zijn uitgezet, etc. (Medemblik, 26 juli 2022). In een begeleidende brief stelt de gemeente, dat het besluit binnenkort wordt gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Binnen zes weken na bekendmaking kan bezwaar worden gemaakt.
Gedurende deze periode bouwt de aanvrager op eigen risico, hoewel eventuele bezwaren of beroepen de werking van het besluit niet automatisch schorsen. Hoewel de vergunning is afgegeven kunnen nog andere wettelijke belemmeringen bestaan voor de bouw, zoals andere benodigde vergunningen (Medemblik, 26 juli 2022). 26 juli 2022 stuurt de gemeente een factuur naar de aanvrager ad € 2.683,85. De factuur heeft betrekking op de leges in verband met de tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan, de bouwactiviteit en het advies van de Abc. 26 juli 2022 wordt een omgevingsvergunning verstrekt met de activiteiten Bouwen en Handelen in strijd met ruimtelijke regels (Medemblik, 13 oktober 2022). Op 26 juli 2022 brengt de brandweer advies uit aan de gemeente met betrekking tot de activiteit Brandveilig gebruik. De brandweer adviseert de aanvraag omgevingsvergunning voor de brandveiligheid te accepteren. Daarbij moet wel rekening gehouden met enkele aandachtspunten (Brandweer, 26 juli 2022). Op 26 juli 2022 wordt de aanvraag getoetst aan het bouwbesluit 2012. Ook dit levert een aantal aandachtspunten op (Veiligheidsregio, 26 juli 2022). Zo dient elke woon slaapkamer ontsloten te worden 65
met een eigen trap. De trappen dienen voorzien te zijn van leuningen op een hoogte van ten minste 0,6 m. en ten hoogste 1 m. 1 augustus 2022 wordt een adviesformulier Taakveld Omgevingszaken opgesteld met betrekking tot het brandveilig gebruik. Het conceptbesluit luidt om het ontwerp-besluit ter visie te leggen en als geen zienswijze wordt ingediend, de omgevingsvergunning te verlenen. Als voorwaarden worden gesteld, dat in het werknemersverblijf ten hoogste 16 werknemers worden gehuisvest. Daarnaast dient de tijdelijke huisvesting in het bouwwerk uiterlijk 10 jaar na de vergunningsdatum (26 juli 2022) te worden beëindigd. Het bouwwerk dient dan ook verwijderd te worden. In dit adviesformulier wordt gesteld dat al op 4 februari 2021 een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ontvangen voor het brandveilig gebruiken van de tijdelijke huisvesting van 16 buitenlandse werknemers. De aanvraag is beoordeeld voor de activiteit Brandveilig gebruik aan artikel 2.13 Wabo. Daarnaast is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht. De aanvraag voldoet aan deze bepalingen, aldus het adviesformulier. Binnenkort kan een controle ter plaatse plaatsvinden (Adviesformulier, 1 augustus 2022). 18 augustus 2022 stelt de gemeente een ontwerpvergunning op voor de activiteit Brandveilig gebruik.
Tevens verzoekt de gemeente de veiligheidsregio middels een opdrachtformulier een afspraak te maken voor een eindcontrole (afschouwen) in samenspraak met het taakveld Handhaving en Veiligheid van de gemeente (Mail Medemblik, Medemblik, 18 augustus 2022). Op 18 augustus 2022 verzendt de gemeente een brief aan X, waarin de ontwerp-omgevingsvergunning wordt bijgevoegd. Op grond van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit de Awb is de gemeente verplicht een ontwerpomgevingsvergunning op te stellen en te publiceren. Met ingang van 26 augustus 2022 liggen de ontwerpomgevingsvergunning, de aanvraag en de bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage. Een ieder kan tijdens die periode een zienswijze indienen (Medemblik, 18 augustus 2022). Op 13 oktober 2022 verleent het college een omgevingsvergunning voor de activiteit Brandveilig gebruik voor het brandveilig gebruiken van het tijdelijke verblijf voor de huisvesting van zestien buitenlandse werknemers aan de locatie A in Oostwoud (Medemblik, 13 oktober 2022). De aanvraag heeft van 26 augustus tot en met 7 oktober 2022 ter inzage gelegen en er zijn geen zienswijzen ingediend naar aanleiding van de ontwerpbeschikking. Bij deze vergunning wordt een aantal gebruikseisen een voorschriften toegevoegd.
Deze hebben betrekking op het maximaal aantal personen (16), het doorlopend toezicht, het voorkomen van brandgevaar, het verbod op roken in een ruimte die is bestemd voor de opslag van brandgevaarlijke stoffen, vluchtroutes, gangpaden, etc. (Medemblik, 13 oktober 2022). Bij deze omgevingsvergunning worden tevens de uitgebrachte adviezen meegezonden. Op 13 oktober 2022 wordt tevens een factuur van € 567,95 verzonden voor het legesbedrag (Medemblik, 13 oktober 2022). De omgevingsvergunning wordt gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Binnen zes weken na bekendmaking van het besluit kan beroep worden ingesteld (Medemblik, 13 oktober 2022).
66
4.4
De interviews met arbeidsmigranten 2023
Tijdens het onderzoek is uiteraard ook met arbeidsmigranten zelf gesproken. Ook dit beeld is niet representatief, maar eerder aan te merken als illustratie van de manier waarop arbeidsmigranten soms gehuisvest worden en van de perceptie van sommige arbeidsmigranten. Het was niet eenvoudig om arbeidsmigranten te vinden die bereid waren mee te werken aan dit onderzoek. Het aanschrijven van vergunde adressen leverde geen respons op en uiteraard is de onderzoeker onbekend met mogelijke onvergunde huisvestingslocaties. Daarom heeft de onderzoeker op 7 juli en 10 juli 2023 een bezoek afgelegd aan een tweetal supermarkten, waarvan vermoed werd dat arbeidsmigranten hier hun boodschappen doen. Dit bleek effectief. Zo stonden op de parkeerplaats van de Aldi in Medemblik op beide data enkele auto’s met een Pools en een Roemeens kenteken. Het bezoek aan deze supermarkt leverde deze twee dagen drie vraaggesprekken op, die buiten de supermarkt zijn gevoerd. Het bezoek aan de tweede supermarkt, nabij de haven van Medemblik, leverde op 10 juli 2023 twee vraaggesprekken op, die zijn gevoerd op een terras nabij deze tweede supermarkt aan de Nieuwstraat. De vraaggesprekken zijn gevoerd in aanwezigheid van een Poolse tolk.
Desgevraagd blijken de respondenten rond de twee maanden te verblijven in Nederland. Eén respondent geeft aan over twee maanden Nederland weer te verlaten. De andere respondenten kunnen dit niet met zekerheid stellen. De respondenten hebben de Poolse of de Roemeense nationaliteit5. De leeftijd varieert van 28 tot 44 jaar. Alle respondenten zijn werkzaam in de agrarische sector. Het loon wordt door de 5
Het vraaggesprek met de Roemeense respondent is in het Engels gevoerd.
67
respondenten als laag ingeschat en dit blijkt ook feitelijk zo te zijn. Twee van de vijf respondenten verdienen minder dan € 460.40 bruto per week, het wettelijk minimum loon. Eén respondent geeft aan cash uitbetaald te worden. Dit beslaat meer dan € 600 per week. De respondenten geven verder aan, gemiddeld 50 uur per week te werken. Voor eventueel meerwerk of overwerk wordt geen extra vergoeding uitgekeerd. De respondenten weten niet hoe men verzekerd is. “Ik denk dat het uitzendbureau dit regelt, maar zeker weet ik dit niet”, aldus een respondent. “Volgens mij ben ik gewoon nog thuis verzekerd”, geeft een andere respondent aan. De vijf respondenten zijn gehuisvest in de gemeente Medemblik. De huisvesting van de respondenten wordt door het uitzendbureau of door de werkgever geregeld. De kosten hiervoor worden direct in mindering gebracht op het loon. In twee van de vijf gevallen bedraagt dit meer dan 25% van het wettelijk bruto minimumloon: deze respondenten betalen € 750 euro per maand aan huisvesting en verdienen bruto € 2.200. Wettelijk mag maximaal 25% van het bruto minimumloon in mindering op het loon worden gebracht voor huisvesting (site Rijksoverheid, bezocht op 11 juli 2023). Drie respondenten geven aan niet tevreden te zijn over de huisvesting. Deze respondenten slapen met een andere arbeidsmigrant in één kamer, die zij vooraf niet kenden.
“Dit is niet leuk, want mijn kamergenoot komt niet uit Polen en we verstaan elkaar niet”, zo wordt wel gesteld in dit verband. “Mijn kamergenoot snurkt”, vult een andere respondent hier lachend aan toe. Bij één respondent mag de kamer niet op slot worden gedaan als de respondent de kamer verlaat. “Er wordt dan ook behoorlijk veel gestolen”, aldus deze respondent. Deze drie respondenten zijn gehuisvest in woningen, die beschikken over één badkamer, één toilet en één keuken. In deze drie woningen worden zes tot acht mensen gehuisvest, aldus de drie respondenten. Deze drie respondenten zijn niet gehuisvest bij de werkgever, maar elders. Het exacte adres van de woningen wordt tijdens de gesprekken niet prijsgegeven, maar wel duidelijk wordt, dat tijdens het verblijf van twee maanden deze drie respondenten meer dan twee keer moesten verhuizen. Eén respondent zelfs vier keer. “Dit wordt vooraf nooit aangekondigd, je hoort dat altijd de avond van tevoren. De laatste verhuizing vond ik wel vervelend, want het vorige huis was veel ruimer en had ook twee badkamers”, aldus een respondent. “Het is niet leuk om steeds maar te moeten verhuizen zonder dat je dat vooraf weet en zonder dat je weet waar je terecht komt. Ik voel me soms net een vluchteling”, stelt een respondent. “Dit hadden ze mij nooit verteld van tevoren en het is niet prettig.
Je staat eigenlijk altijd in een soort acute verhuisstand”, vult een andere respondent aan. Eén respondent klaagt over de ventilatie: “Het kan in Nederland behoorlijk warm zijn en als je dan met acht personen in één woning leeft, is het aan het eind van de dag echt niet meer fris. We kunnen een raam open doen, maar dat ding is altijd kapot”. Eén van de drie respondenten heeft “wel eens” een beheerder gezien, de andere twee nog nooit. “En die beheerder doet dus niets, want alles wat kapot is, blijft kapot”, zo stelt de respondent die wel eens een beheerder heeft gezien. De drie respondenten zijn verder ontevreden over de hygiëne in de woningen waar zij gehuisvest zijn. “We proberen afspraken te maken over het schoonmaken, maar de ene helft kan de andere helft niet verstaan, of wil het niet verstaan, en dan wordt het dus helemaal niets met dat schoonmaken”, zo stelt een respondent in dit verband. “In mijn vorige woning was de douche en de WC al vier weken niet schoongemaakt en daar zaten we dus met acht personen”, zo vult een andere respondent aan. De andere twee respondenten zijn wel tevreden over hun huisvesting. Zij worden gehuisvest bij hun werkgevers en hebben nooit hoeven te verhuizen. “Ik ken deze werkgever goed, want ik kom hier eigenlijk ieder jaar”, zo stelt een respondent. “In mijn eerste jaren werkte ik bij een andere werkgever, via een 68
uitzendbureau en dat beviel helemaal niet. Nu werk ik al een paar jaar voor deze werkgever. Die zorgt veel beter voor mij. Er is goede huisvesting, ik heb een slaapkamer en een badkamer voor mijzelf en het is schoon”, zo stelt een andere respondent. De werkgevers fungeren in beide gevallen als beheerder. “Die is er niet altijd, maar als we iets nodig hebben, kloppen we aan en dat doet er altijd wel iemand open”, zo wordt gesteld. “Die van mij is er volgens mij altijd. Ik vraag mij af of hij wel eens slaapt”, zo antwoordt een andere respondent. “Ze zijn soms ook wel streng hoor, als je bijvoorbeeld de boel niet goed schoonmaakt”, zo vult een respondent aan. Geen van de respondenten heeft contact opgenomen met de gemeente en hier bestaat ook geen behoefte aan. De gemeente heeft in geen van de gevallen ook zelf geen contact gezocht. “Hier worden we ook wel voor gewaarschuwd. Je moet dan namelijk opeens heel veel belasting betalen”, zo wordt door een respondent gesteld. De respondenten hebben ook nog geen ervaring met gemeentelijke controles. “Dit was bij een vriend van mij wel een keer gebeurd en dat is helemaal niet goed: hij kon daarna niet meer blijven wonen in het huis en moest terug”, zo geeft een respondent terug. “Ik ken wel iemand die te horen kreeg dat er een controle zou komen. Die moest toen heel snel naar een ander huis”, zo stelt een andere respondent.
Het contact met de buurt verloopt in alle gevallen rustig. “We vallen elkaar niet lastig en dat hoeft ook niet. We zijn hier om te werken en iedereen weet en ziet dat”, zo antwoordt een respondent. “We kennen elkaar en dat is genoeg voor mij”, vult een andere respondent aan. Geen van de respondenten is geregistreerd. “Het uitzendbureau heeft ons verteld dit niet te doen, omdat we dan nog meer belasting moeten betalen”, zo stelt een respondent. “Dat is helemaal niet verplicht en je kan er alleen maar gedoe mee krijgen”, zo antwoordt een andere respondent. De overige drie respondenten hebben nog nooit van registratie gehoord.
69
70
Hoofdstuk 5:
5.1
Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten en welke rol speelt de gemeenteraad met betrekking tot dit beleidsonderwerp?
Inleiding
Dit hoofdstuk richt zich op de manier waarop de gemeenteraad wordt geïnformeerd en de rol die de gemeenteraad vervult met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten. Hiertoe zijn raadsinformatiebrieven en raadsvoorstellen nader geanalyseerd. Daarnaast zijn commissie- en raadsvergaderingen uitgeluisterd en zijn mogelijke schriftelijke vragen en antwoorden in de analyse betrokken.
5.2
Informatie richting de raad
Op 15 oktober 2019 neemt het college kennis van het evaluatierapport en besluit om de raad over het onderzoeksrapport te informeren (Collegevoorstel, 15 oktober 2019). Op 19 december 2019 stemt de raad in met het evaluatierapport ‘Huisvesting van buitenlandse werknemers in Medemblik’. De raad geeft daarbij de opdracht om de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit te werken tot een nieuw beleid voor de huisvesting van buitenlandse werknemers. Op 26 november 2020 worden de ontwerp beleidsregels aangeboden aan de gemeenteraad. Hierbij wordt tevens het eerste onderzoeksrapport van Decisio als bijlage toegevoegd, alsmede de eerdere evaluatie die door Rigo is uitgevoerd. Eveneens zijn gespreksverslagen als bijlage bij het raadsvoorstel opgevoerd. Het college stemt vervolgens op 11 mei 2021 in met het nieuwe beleid Huisvesting buitenlandse werknemers en besluit dit beleid ter vaststelling voor te leggen aan de raad (Collegevoorstel Vaststellen beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers, Raadvoorstel, 8 juli 2021). Op 20 december 2022 wordt een raadsinformatiebrief aangeboden met betrekking tot het onderzoek naar arbeidsmigranten Noord-Holland Noord, uitgevoerd door Decisio (Informatienota Actualisatie cijfers arbeidsmigranten Noord-Holland Noord, 20 december 2022).
Dit onderzoek betreft de actualisatie van het onderzoek uit 2020, is in opdracht van de provincie Noord-Holland uitgevoerd en wordt in juli 2022 door de gemeente ontvangen. Het onderzoek betreft een kwantitatief onderzoek en bevat cijfers over het aantal arbeidsmigranten naar werk- en woonlocatie, de belangrijkste woon-werkstromen, gemiddelde inen uitstroom, contractduur, werksectoren, herkomstlanden en een prognose en seizoenpieken (Raadsinformatiebrief, 20 december 2022). Onder meer wijst het onderzoek op een verschuiving naar een kortere verblijfsduur (Decisio, 6 juli 2022, p. 12). Medemblik vormt een relatief grote woongemeente voor arbeidsmigranten die werken in de kop van Noord-Holland (idem, p. 40). Daarnaast is Medemblik, naast Koggenland, de belangrijkste werkgemeente in Westfriesland (idem, p. 44). In absolute zin kent Medemblik in de periode tussen 2010 en 2019 de grootste stijging van Westfriese gemeenten met een toename van 1.160 arbeidsmigranten tot een totaal van 2.635 (idem, p. 51). Medemblik huisvest in 2020 1.060 arbeidsmigranten en kent ook in termen van huisvesting in de periode tussen 2010 en 2019 de grootste stijging van Westfriese gemeenten: van 350 naar 1.060 (idem, p. 56).